Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-2013nr. 43, item 9

9 Biometrische kenmerken

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de uitbreiding van het gebruik van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen in verband met het verbeteren van de identiteitsvaststelling van de vreemdeling (33192).

De voorzitter:

Ik heet de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie nogmaals van harte welkom. We hebben een aantal sprekers. Van de zijde van de Kamer zijn dat er zes. De eerste spreker is de heer Van Hijum van de CDA-fractie. Hij zal vijf minuten spreken.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De heer Van Hijum (CDA):

Voorzitter. Ik ga mijn best doen met vijf minuten spreektijd.

Als nieuwe woordvoerder asielzaken voor mijn fractie heb ik de afgelopen weken verschillende werkbezoeken afgelegd in het veld. Zo langzamerhand kan ik twee verhalen vertellen.

Het eerste verhaal is dat van de asielzoekers die in het land waar ze vandaan komen, vervolgd worden en die blij zijn dat ze in Nederland zijn toegelaten, hier huisvesting krijgen en hier een toekomst kunnen opbouwen.

Er is ook een ander, tweede verhaal. Onlangs ben ik met collega Azmani in Ter Apel geweest. Daar gaat het om economische migranten die hier een betere toekomst zoeken, die alle procedures aangrijpen om binnen te komen, om het verblijf te rekken en die soms ook de illegaliteit kiezen. Dan kom je terecht in de wereld van mensensmokkelaars, verzonnen vluchtverhalen, valse identiteit en/of papieren, bewerkte vingertoppen en nep-Facebookpagina's. De afgelopen weken zijn we dat allemaal tegengekomen. In die omgeving vragen wij dag in, dag uit van medewerkers in de vreemdelingenketen om het onderscheid tussen die beide uitersten te maken. Ik heb de afgelopen weken ook geleerd dat de vreemdelingenketen heel veel spelers kent: de medewerkers van de IND, de Vreemdelingenpolitie, de Dienst Terugkeer en Vertrek, de Koninklijke Marechaussee en diplomatieke posten. Zij beslissen uiteindelijk over het wel of niet toelaten van mensen, maar zij moeten ook toezicht houden op het reguliere verblijf en het illegale verblijf terugdringen. Dat vragen wij van hen.

Naar onze mening kan dit wetsvoorstel, dat ertoe strekt om breder gebruik te maken van biometrische gegevens zoals vingerafdrukken en gezichtsopnames, in die keten een bijdrage leveren aan dat belangrijke werk en aan het maken van dat onderscheid doordat het beter mogelijk wordt de identiteit van mensen vast te stellen en te kunnen controleren of beweringen over het verleden en aanvragen die zijn gedaan, ook daadwerkelijk kloppen. Dat betreft dan niet alleen asielzaken, maar ook zaken op het terrein van gezinsmigratie of verblijf voor studie en werk.

Daarbij is het wel belangrijk om een zorgvuldige afweging te maken tussen het maatschappelijk belang dat in het geding is en de privacykant die ook gewaarborgd moet zijn. Het maatschappelijk belang is naar de mening van mijn fractie groot, alleen al gelet op het feit dat het grootste deel van de illegale immigranten in Europa en Nederland niet via illegale grenspassages, maar gewoon via de voordeur binnenkomt. Dat is mij het meest opgevallen en heeft mij het meest verrast: de onderzoeken en de documenten van de EU waaruit blijkt dat het grootste deel van de illegale immigranten gewoon via de voordeur binnenkomt. Ik stuitte zelfs op een onderzoek van de universiteit van Oxford waarin staat dat 90% via de voordeur binnenkomt. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of dat getal klopt. Het gaat dan om mensen die met een visum binnenkomen en die, als ze eenmaal binnen zijn, hun visum laten verlopen, vervolgens doorreizen naar een ander land en daar een nieuw document of asiel aanvragen of, onder een andere identiteit, een nieuwe poging wagen.

Alleen al om die reden is het goed dat we deze stappen kunnen zetten. Wel is het dan ook belangrijk dat je op Europees niveau gegevens kunt uitwisselen. Ik hoor graag van de staatssecretaris wat de stand van zaken rond het Europese Visum Informatiesysteem (VIS) is. Daarbij gaat het om het uitwisselen van informatie over visumaanvragen in het Schengengebied. Hoe staat het daarmee en is het ook mogelijk om dit soort gegevens op Europees niveau uit te wisselen? En wat is de stand van zaken rond het EU-voornemen tot een entry- en exitsysteem, waarmee men niet alleen controle houdt op mensen die binnenkomen, maar ook in kaart brengt wie het gebied weer verlaat? Waar het gaat om de balans met de bescherming van de privacy, vindt mijn fractie het een goede zaak dat het kabinet ook bij dit wetsvoorstel de motie-Franken van stal heeft gehaald: de Eerste Kamermotie over Privacy Impact Assessment. Daar is goed gekeken naar de voorwaarden die worden gesteld aan de afname, de opslag, het beschikbaar stellen en het vernietigen van biometrische informatie. Volgens mijn fractie is met dit wetsvoorstel een goede balans gevonden. Ik zou de staatsecretaris nog wel willen vragen of er goed gekeken is naar de bescherming van het BVV-systeem waarin de gegevens worden opgeslagen. Is het goed beschermd en beveiligd tegen inbraak en hackers? Hoe gemakkelijk kan de informatie op straat komen te liggen? Ik zag dat de heer Fritsma een aantal amendementen heeft ingediend. Zijn vraag naar de bewaartermijn van tien jaar, zou ik ook graag stellen. Waarom is deze termijn op tien jaar gesteld? Kan dat niet een langere termijn zijn?

Ik heb er al op gewezen dat het belangrijk is dat de informatie uitgewisseld kan worden. Het is echter ook belangrijk dat de informatie aan medewerkers op uitvoerend niveau ter beschikking kan worden gesteld. Tijdens een werkbezoek aan de Vreemdelingenpolitie is mij gebleken dat er al heel lang een pilot loopt met Blackberry's waarmee agenten vingerafdrukken kunnen opnemen en controleren. De pilot is nog steeds niet uitgerold en men wacht daar met smart op. Hoe staat het ermee en kan de staatssecretaris daar het beslissende zetje geven? Ik raad hem ook aan om de apparatuur die agenten in staat stelt om vingerafdrukken te controleren en dat op een zorgvuldiger manier te doen dan via de Blackberry's, na te gaan omdat die in verschillende politiebureaus defect is.

Tot slot bevat het regeerakkoord een passage over de inzet van DNA als middel tegen identiteitsfraude. Wat zijn de voornemens van het kabinet op dat punt?

De voorzitter:

Met "een pilot" bedoelt u gewoon een proef in het Nederlands, neem ik aan.

Het woord is aan mevrouw Gesthuizen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik zal het ook over doorkijkjes hebben, in plaats van over scans.

Het is opvallend: een week voordat we eindelijk uitgebreid kwamen te spreken over Eurodac, denkt de staatssecretaris nog even snel een nog verdergaand wetsvoorstel er doorheen te kunnen jagen. Als het immers op nationaal niveau is geregeld, is er geen enkel bezwaar om iets soortgelijks ook op internationaal niveau te regelen. Met dit wetsvoorstel lijken Nederlanders en EU-onderdanen een streepje voor te krijgen op derdelanders. Alleen deze vreemdelingen moeten straks tien vingerafdrukken afgeven die vervolgens gemakshalve kunnen worden ingezet voor de opsporing van strafbare feiten. Staatssecretaris Teeven zei tijdens het AO over de JBZ-Raad op 5 december jongstleden dat dit al lang kan en vroeg waar de Kamer zich druk over maakt. Dat is een halve waarheid van de staatssecretaris. Bovendien roept het de vraag op waarom het wetsvoorstel nodig is als het allemaal al lang mogelijk is. Wat inderdaad al kan, is het volgende. Vingerafdrukken van de verdachte moeten worden vergeleken met vingerafdrukken in de Basis Voorziening Vreemdelingen, de BVV, indien vermoed wordt dat de verdachte een vreemdeling is. Waarom is dit onvoldoende en moet het kabinet nog verder gaan? Straks mag het ook als er nog helemaal geen verdachte is en mag het onder andere puur voor de opsporing worden gebruikt en zelfs als het opsporingsonderzoek op een dood spoor is geraakt of, zoals in het voorbeeld werd gezegd, als er een asielzoekerscentrum in de buurt is. Iedereen is dan verdachte en volgens het kabinet is het dan toegestaan om direct vingerafdrukken uit de Basis Voorziening Vreemdelingen te vergelijken met de sporen. Dit mag nog niet eens in de voorgestelde Eurodacverordening! Die stelt zelfs nog meer voorwaarden dan het nieuwe artikel 107 van de Vreemdelingenwet. Elke vreemdeling is straks verdacht. Als een misdrijf dicht bij een verzorgingstehuis of bij een tbs-kliniek wordt gepleegd, zijn we toch ook heel voorzichtig om stigmatiserend te spreken en te handelen?

Nu stelt het kabinet voor dat het alleen nog mag voor misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. Het ministerie van Veiligheid en Justitie wil echter steeds zwaarder straffen voor allerlei misdrijven. Waar ligt de grens? Als alles eenmaal is geregeld en de gegevens ook voor de opsporing mogen worden gebruikt, is het nog maar een kleine stap om de grens op te rekken. Straks vindt deze regering plotseling ook dat voor diefstal een scan, of een doorkijkje, door de Basis Voorziening Vreemdelingen gerechtvaardigd is. Dat is ondenkbaar als het om een Nederlander zou gaan, dus in de ogen van mijn fractie discriminerend. Dat is niet wat ik had verwacht van deze regering, en zeker niet wat ik had verwacht van een regering met de PvdA, waar het beschaving betreft.

In een eerder aan de Raad van State gezonden wetsvoorstel moesten onder andere luchtvaartmaatschappijen nog vingerafdrukken van passagiers afnemen. Volgens de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken was hier in elk geval sprake van een inperking op het recht op lichamelijke integriteit. Deze bepaling is dan ook geschrapt. Het is uitermate vreemd om te moeten constateren dat dit argument blijkbaar niet opgaat voor derdelanders. Discriminerend dus, wederom. Onnodig. Wat ons betreft is het discriminatieverbod in artikel 14 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie geschonden. Of neemt de staatssecretaris het hier gemakshalve nu even niet zo nauw mee?

Wij hebben nu het Visum Informatie Systeem (VIS), Eurodac en het Schengen Informatie Systeem (SIS). Waarom moet ons nationale register dan nog verder worden uitgebreid? Het gebruik van veel systemen naast elkaar zal leiden tot een grotere kans op onregelmatigheden, tot onnodig veel werk en tot meer hooibergen nu er toch al veel mogelijkheden zijn om aan gegevens van vreemdelingen te komen. Gegevens van derdelanders worden dan in allerlei verschillende systemen opgenomen. Ik vind dat onnodig.

De staatssecretaris zegt dat op deze manier identiteits- en documentfraude voorkomen gaat worden. Dat is op zich een nobel streven. Toch is er nooit over een langere periode betrouwbaar onderzoek gedaan naar deze vormen van fraude. Alleen daarmee kun je, in de ogen van mijn fractie, de juiste aanpak uitwerken. Identiteitsfraude wordt echter niet bijgehouden. De staatssecretaris denkt echter dat hij met dit voorstel toch fraude kan voorkomen en zal bij de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel gaan bijhouden wanneer en hoe wordt gefraudeerd. Dat vind ik toch een beetje de omgekeerde wereld. De staatssecretaris geeft zichzelf al recht van spreken voordat er onderzoek heeft plaatsgevonden. Minister Leers had hier ook een handje van: schijnoplossingen voor schijnproblemen. Hoe vaak hebben wij hier niet over gedebatteerd?

Laten wij dus onderzoek doen voordat wij overhaaste en onnodige beslissingen nemen. Zo is nu niet eens duidelijk of er betere en minder ingrijpende manieren zouden kunnen zijn om dit soort fraude te voorkomen en sneller te herkennen. Ik vraag mij in elk geval af waarom dit niet al mogelijk is met de huidige opslagsystemen. Bovendien is het maar de vraag hoe betrouwbaar de vingerafdrukken zullen zijn. Oud-minister Donner heeft niet voor niets in april 2011 besloten om de opslag van vingerafdrukken in de reisdocumentenregistratie te staken. Ik citeer: gebruik van vingerafdrukken voor identificatie- en verficatiedoeleinden is onmogelijk zonder een te hoog percentage aan missers bij een rechtmatige houder van het reisdocument. Of willen PvdA en VVD dit risico bij derdelanders wel nemen? Ook zijn er altijd nog vreemdelingen die hun vingerafdrukken afvijlen. Wat doen wij daar dan mee? Ik was vorig jaar op werkbezoek bij de Koninklijke Marechaussee op Schiphol. Daar werkt men steeds meer met gezichtsopnames. De mogelijkheden worden steeds groter. Waarom is dat niet voldoende ter identificatie en verificatie?

Dit wetsvoorstel is niet noodzakelijk, zoals ik al vaker heb gezegd. Daarmee wordt het ook de vraag of hiermee niet automatisch het recht op privacy wordt geschonden. Schending van privacy staan wij immers alleen toe als zaken proportioneel zijn en doelmatig. Wij hebben er vanmorgen nog een heel rondetafelgesprek over gehad, met betrekking tot dataprotectie. De schending moet, ook volgens het EVRM, in elk geval noodzakelijk zijn voor een legitiem doel. Hoe kan dat dan worden vastgesteld als niet eens duidelijk is hoe hiermee fraude wordt aangepakt en of er niet een betere manier is om illegaliteit te bestrijden? Hoe is de samenwerking tussen ketenpartners hierin? Hoe worden de gegevens op een zorgvuldige wijze uitgewisseld? Kan het geld niet beter worden besteed aan mankracht, zoals bij de Vreemdelingenpolitie en de Koninklijke Marechaussee? Wordt Nederland met dit opsporingsregister – dat vraag ik maar even heel concreet – nu echt veiliger of is het een staaltje symboolpolitiek?

Ik heb ook nog vragen over de bewaartermijn. Deze zal tien jaar worden na einde van het rechtmatig verblijf of tot aan de naturalisatie. Voor mensen die niet kunnen naturaliseren, zal dit dus heel erg lang zijn. Mensen die onder het generaal pardon vallen, hebben hier al last van. Vergunningshouders op grond van het kinderpardon zullen daar straks ook last van hebben. Ik vind dat niet te verantwoorden. Waarom wordt geen termijn van vijf jaar na het einde van het rechtmatig verblijf in acht genomen? Gegevens in de VS worden immers ook vijf jaar bewaard. Waarom worden gegevens niet verwijderd als er een vergunning voor onbepaalde tijd wordt afgegeven?

Ik sluit af door te stellen dat niet iedere crimineel een vreemdeling is. Volgens de teneur van dit wetsvoorstel, volgens de regering van PvdA en VVD, is echter wel elke vreemdeling een crimineel. Het nationale en internationale opsporingsregister Eurodac, strafbaarstelling van illegaliteit, resultaatafspraken met de vreemdelingenpolitie over het oppakken van illegalen, het aanscherpen van de recentelijk nog aangescherpte glijdende schaal, vreemdelingendetentie: het kan niet op! Het is stigmatiserend en het biedt geen oplossing voor de werkelijke problemen. Zolang het terugkeerbeleid onvoldoende is, de opvang slecht geregeld is en er geen middelen beschikbaar worden gesteld aan vreemdelingenpolitie en KMar, kan de regering hoog of laag springen, maar gaan de vingerafdrukken niets veranderen.

De heer Van Hijum (CDA):

Ik ken mevrouw Gesthuizen als iemand die veel op werkbezoek gaat, die de praktijk in gaat om te horen hoe het zit. Zij noemde zojuist nog het voorbeeld van de marechaussee. Dan kent zij toch ook de vele voorbeelden van identiteitsfraude en van de oneindige creativiteit waarvan mensen zich soms bedienen om alsjeblieft maar toegelaten te worden? Is zij het met mij eens dat het juist om die reden ongelooflijk belangrijk is om goed te kunnen vaststellen of een persoon die een visum- of een asielaanvraag doet, daadwerkelijk die persoon is, en hij het niet ergens anders al een keer heeft geprobeerd?

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik antwoord daar graag op. Ik heb in mijn bijdrage heel duidelijk gemaakt dat mij de proportionaliteit erg steekt. Privacyschending moet altijd proportioneel zijn in relatie tot het probleem dat je ermee wilt oplossen. Ik weet niet hoe groot dat probleem is. Voorbeelden kennen we allemaal. Ik ken voorbeelden te over van frauderende VVD'ers. Ik ken ook voorbeelden van CDA'ers die een scheve schaats rijden. Ik zal echter nooit zeggen dat VVD en CDA partijen zijn waarin alleen fraudeurs en zakkenvullers rondlopen. Als ik dat zou doen, zou ik precies dezelfde scheve schaats rijden als de regering met dit wetsvoorstel. Ik ben daar niet van; ik houd niet van stigmatiseren en ik houd zeker niet van discrimineren. Als ik hiermee zou instemmen, zou ik eerst willen weten hoe groot het probleem nu precies is. Daarna kan ik beoordelen hoe proportioneel deze voorstellen zijn.

De heer Van Hijum (CDA):

Hier ging dus mijn vraag over. Ik heb mevrouw Gesthuizen namelijk geen enkele inschatting horen maken van de proportionaliteit. Ik heb aan de staatssecretaris gevraagd of het klopt dat het overgrote deel van de illegale immigranten gewoon via de voordeur binnenkomt. Als dat zo is, hebben we er toch belang bij om juist aan de voordeur beter te kunnen vaststellen wie het gebied binnen reizen en of dat gelegitimeerd is?

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ja, maar we hebben het over een wetsvoorstel waarin wordt geregeld dat er bij een doodlopend spoor van een misdrijf, direct wordt gegrasduind door een administratie waarin de vingerafdrukken van asielzoekers zijn opgeslagen. Hoe zou u dat vinden, als dat zou gebeuren met de mensen uit het dorp waar u vandaan komt? Dat zou toch heel raar zijn? We leggen bij voorbaat al een extra verdenking bij asielzoekers neer. En dan heb ik het nog niet eens over de bewaartermijn. Dat doen wij niet met Nederlanders. Er zijn ook korpschefs die weleens hebben geopperd om van iedere Nederlander het DNA vast te leggen. Ja, dat zou misschien ook helpen bij het opsporen van misdrijven, maar zaken moeten proportioneel zijn. Ik zie de proportionaliteit van dit wetsvoorstel nergens.

De voorzitter:

Afrondend, kort.

De heer Van Hijum (CDA):

Ik vind het onbegrijpelijk dat je, juist als je het belangrijk vindt om ruimhartig te zijn voor mensen die hier echt een plek verdienen, bij de poort niet scherp durft te zijn op de mensen die je binnen kunt laten. Ik vind dat onbegrijpelijk.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik heb een aantal keren gezegd: kijk alsjeblieft naar maatregelen die minder privacyschendend zijn. Het steekt mij dat dit niet is gedaan. Waarom is de bewaartermijn zo lang? Waarom kan er bij een strafbaar feit meteen door de administratie met vingerafdrukken van asielzoekers worden gegaan? Waarom zijn dat soort zaken er allemaal aan gekoppeld?

De voorzitter:

Dank u wel.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik ben het met de heer Van Hijum eens dat je wilt weten wie je land binnenkomt. Je wilt weten dat die persoon is wie hij of zij beweert te zijn. Ik zie echter niet hoe dit wetsvoorstel daarbij kan helpen, en daar sta ik gelukkig niet alleen in.

De heer Azmani (VVD):

Ik heb een vraag over de proportionaliteit en de cijfers. Is mevrouw Gesthuizen bekend met het feit dat we het eigenlijk al doen, dat registreren, alleen nog slechts ten aanzien van een beperkte groep, namelijk degenen die asiel aanvragen en inburgeringsexamen willen doen? Uit de gegevens van registratie in Eurodac blijkt dat sinds 2008 45.000 asielzoekers zijn geregistreerd, waarvan er 6.000 of 7.000 Nederland al eerder binnen zijn gekomen zonder dat van tevoren te hebben aangegeven. 17.000 gevallen zijn zelfs al in een ander land geregistreerd. In het kader van de proportionaliteit is dat toch duidelijk aanwijsbaar? En dat zijn alleen nog maar de mensen die we registreren als indiener van een asielaanvraag, en nog niet eens de mensen die in eerste instantie binnenkomen met een reguliere verblijfsvergunning of een tijdelijk visum. Ik zie dus niet waarom het maatschappelijke belang in dit kader niet zwaarder weegt.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik dreig in herhaling te vallen. De heer Azmani vergeet dat het in al die duizenden zaken natuurlijk niet ging om zaken waarvan we konden zeggen: hier is gefraudeerd. Dat is nu net het verschil. Ik wil weten hoe vaak er sprake is van fraude. Daar is dit wetsvoorstel een oplossing voor. Ik wil het best blijven herhalen …

De voorzitter:

Doe het niet!

De heer Azmani (VVD):

Dit wetsvoorstel is niet bedoeld om fraude te detecteren, maar om iemands identiteit met zekerheid vast te stellen. Als er als gevolg van de identiteitsvaststelling sprake kan zijn van fraude, maakt dat het systeem sluitend. Het wetsvoorstel is echter bedoeld om iemands identiteit vast te stellen. Dat is juist ook in het belang van de vreemdelingen in dit land die inderdaad de juiste identiteit aangeven. Het taboe dat er heerst, namelijk dat mensen niet diegene zijn die ze zeggen te zijn, kun je hiermee voorkomen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

En hoe komt dat taboe er? Dit is uiteraard een retorische vraag, want ik weet dat de heer Azmani hier nu niet op mag antwoorden. Dat taboe is er omdat de partijen van de heer Azmani en de heer Fritsma – en soms doet de partij van de heer Van Hijum ook nog wel eens een duit in het zakje – helpen om dat taboe te verspreiden. Dat valt me bijzonder tegen van deze regering waar ook de PvdA in zit. Wat dat betreft, zie ik uit naar de inbreng van mevrouw Arib. Voorzitter, ik heb nog een laatste opmerking.

De voorzitter:

Nou, heel kort dan.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Als de heer Azmani werkelijk meent dat dit voorstel niet bedoeld is om fraude te bestrijden, dan rust ik mijn zaak – zeg ik in goed Nederlands – want dan is er helemaal geen goede reden meer om dit voorstel nog proportioneel te noemen.

De heer Fritsma (PVV):

Voorzitter. Het is duidelijk dat er rond de identiteitsvaststelling bij vreemdelingen grote problemen bestaan. Denk aan het feit dat de meeste asielzoekers zonder papieren Nederland binnenkomen. Denk aan het feit dat uitzettingen vaak niet slagen door twijfel over identiteit. Denk ook aan de fraude die gepleegd wordt rond identiteitsgegevens. Deze problemen komen in werkelijk alle aspecten rond vreemdelingenzaken terug. Dat varieert van het stapelen van procedures waarbij vaak onder verschillende namen verschillende toelatingsprocedures worden gestart tot het onder een valse identiteit indienen van een asielverzoek. De PVV-fractie vindt het erg belangrijk dat deze problemen worden opgelost. Dat kan ook deels door het gebruik van vingerafdrukken en gezichtsopnames uit te breiden tot alle vreemdelingen en alle processen binnen de vreemdelingenketen. Niet alleen bij asielzoekers dus, zoals nu het geval is, maar ook bij vreemdelingen die bijvoorbeeld een verblijfsaanvraag indienen voor gezinsvorming of het verrichten van arbeid. De groep vreemdelingen die zulke reguliere verblijfsaanvragen indient, is overigens ook veel groter dan de groep vreemdelingen die een asielaanvraag indient. De voorliggende wetswijziging beoogt deze uitbreiding en kan daarom op de steun van de fractie van de PVV rekenen.

Desondanks schiet het wetsvoorstel op twee belangrijke punten tekort. In tegenstelling tot de SP-fractie vindt de PVV-fractie juist dat er kansen worden gemist wat betreft misdaadbestrijding. De biometrische gegevens die naar aanleiding van deze wet verzameld worden, mogen alleen bij wijze van uitzondering worden gebruikt om daders van misdrijven op te sporen. Dat mag alleen bij zware misdrijven, namelijk bij zaken waar voorlopige hechtenis aan de orde is. Ook mag de gegevens vaak pas worden gebruikt als een onderzoek op dood spoor zit. Het is duidelijk dat deze beperkingen het opsporen van criminelen veel te veel in de weg staan. Ik heb daarom een amendement ingediend dat ertoe strekt die beperkingen te laten vervallen zodat simpelweg meer criminelen sneller kunnen worden opgepakt. Zo kunnen natuurlijk ook meer verblijfsvergunningen voor criminelen worden ingetrokken. Graag krijg ik hierop een reactie van de staatssecretaris.

Een tweede tekortkoming van dit wetsvoorstel is de bewaartermijn van de biometrische gegevens. Aanvankelijk was het de bedoeling die termijn op twintig jaar te zetten, maar die is helaas teruggebracht naar tien jaar. De PVV-fractie vindt dit jammer omdat de problemen rond identiteitsvaststelling zich vaak uitstrekken over een periode langer dan tien jaar. Daarvan zijn er echt wel voorbeelden bekend. Ik heb daarom een tweede amendement ingediend dat ertoe strekt, de bewaartermijn van de gegevens naar twintig jaar te brengen. Het spreekt voor zich dat dit de wet effectiever maakt.

Het vaststellen van identiteitsfraude is één ding. Deze wet helpt daarbij. Een ander ding is natuurlijk wat je daar vervolgens mee doet. Het is in dat verband relevant om te vermelden dat de aanpak van fraude zwaar tekortschiet. Ik kan hier bijvoorbeeld wijzen op het rapport van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken, genaamd: Het topje van de ijsberg? Hieruit blijkt onder meer dat alle gemeenten ervan overtuigd zijn dat identiteit- en documentfraude op grote schaal voorkomen. Men twijfelt met grote regelmaat aan de persoonsgegevens die de IND op de verblijfsdocumenten vermeldt. De gemeenten die dit melden aan de IND, zijn teleurgesteld in de maatregelen die de IND daarop neemt of, beter gezegd, niet neemt. Het rapport geeft aan dat er, zelfs als de fraude overduidelijk is, nauwelijks sprake is van strafrechtelijke vervolging, zeker niet in asielprocedures. Zo komen veel vreemdelingen dus veel te vaak met fraude weg en houden ze veel te vaak een verblijfsgunning die op grond van de bestaande regels kan worden ingetrokken.

Dit maakt duidelijk dat het voorliggende wetsvoorstel alleen nut heeft als er veel beter met de resultaten ervan wordt omgegaan. Daarom vraag ik de staatssecretaris om altijd aangifte te doen als identiteitsfraude is aangetoond, juist ook om die fraude te ontmoedigen. Ik zeg nogmaals dat het vreemd is dat dit zo weinig gebeurt.

Ten slotte vraag ik om fraude ook als zelfstandige afwijzingsgrond tegen te werpen in ieder geval bij de reguliere verblijfsaanvragen. Ook dit is momenteel niet geregeld. Wat de PVV-fractie betreft, kan ook bij toekomstige verblijfsaanvragen de gepleegde fraude worden tegengeworpen. Met andere woorden: houd de poorten dicht voor fraudeurs en ontmoedig daarmee ook het plegen van fraude.

De voorzitter:

Ik vermeld voor de volledigheid dat de heer Fritsma twee amendementen heeft ingediend en wel op stuk nrs. 10 en 11. De volgende spreker is ook de trotste eigenaar van twee amendementen, mevrouw Berndsen-Jansen. Haar amendementen zijn ingediend op stuk nrs. 8 en 9.

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Voorzitter. Voor alle duidelijkheid deel ik mee dat ik mijn collega Schouw vervang, die wegens ziekte verhinderd is.

Voorzitter. De staatssecretaris wil de vingerafdrukken en gezichtsopnamen van alle vreemdelingen in een centraal bestand verzamelen. Dit zou de identiteitscontrole verbeteren en fraude tegengaan. Ik geef nu drie redenen waarom mijn fractie hier kritisch op is. Ten eerste is de noodzaak van de maatregel onduidelijk. Ten tweede gaat het om een vergaande inbreuk op grondrechten. Ten derde zijn vingerafdrukken onbetrouwbaar. Ik zal deze punten achtereenvolgens toelichten.

Allereerst ga ik in op de noodzaak. De staatssecretaris geeft geen informatie over de omvang van het probleem identiteitsfraude in de vreemdelingenketen. De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken concludeerde in 2010 dat identiteitsfraude in de vreemdelingenketen voorkomt, maar dat de omvang van het probleem niet is vast te stellen. Uit een later onderzoek van PricewaterhouseCoopers in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken volgt hetzelfde. Dit komt allereerst door het ontbreken van een uniforme registratie. Hoe kan de staatssecretaris stellen dat dit vergaande voorstel noodzakelijk en effectief is, als de omvang van het probleem onbekend is? Naar mijn mening is de staatssecretaris met dit voorstel veel te voorbarig en moet hij eerst nog wat huiswerk doen.

Daarnaast zijn er Europese ontwikkelingen, zoals Eurodac. Volgende week donderdag hebben wij een debat over de uitbreiding hiervan. Sinds 2011 bestaan verder het Visum Informatie Systeem en het Schengen Informatie Systeem. Geen van deze systemen vereist een nationale opslag van vingerafdrukken en digitale gezichtsherkenning. Waarom wil de staatssecretaris verder gaan dan de Europese regelgeving? Waarom wil de staatssecretaris miljoenen euro's investeren in een nationaal systeem?

Het voorstel is ook in het licht van de grondrechten problematisch; men zal in mijn bijdrage veel overeenkomsten met die van mevrouw Gesthuizen ontdekken. Allereerst is er een probleem met de privacy. Ik twijfel er op zijn minst aan of dit wetsvoorstel de toets van artikel 8 van het EVRM kan doorstaan. Noodzaak, proportionaliteit en betrouwbaarheid van de maatregelen zijn onvoldoende onderbouwd. De bewaartermijn voor deze zeer gevoelige gegevens is heel lang, tien jaar, en de doeleinden van de gegevensverzameling zijn ruim omschreven. Zo kunnen de gegevens ook voor opsporing en vervolging worden gebruikt. In het regeerakkoord staat dat inbreuken op de privacy door de overheid worden geëvalueerd en dat ze zijn voorzien van een horizonbepaling. Dat is een sterk punt uit het akkoord; laat ik ook eens een complimentje uitdelen. Een evaluatiebepaling staat in deze wetswijziging, maar een horizonbepaling ontbreekt. Ik heb dan ook een amendement ingediend om deze omissie te herstellen.

Ook het discriminatieverbod is ernstig in het geding. Het voorstel treft zowel rechtmatig als onrechtmatig verblijvende derdelanders, ook derdelanders die wel een verblijfsvergunning hebben aangevraagd, maar nooit Nederland zijn binnengekomen. De gevolgen voor deze mensen zijn vergaand: afname van biometrische gegevens, een lange bewaartermijn daarvan en de mogelijkheid dat de gegevens worden gebruikt voor andere doeleinden dan alleen vreemdelingentoezicht, bijvoorbeeld voor opsporings- en vervolgingsdoeleinden. Digitale bestanden zijn steeds niet 100% veilig gebleken, met alle risico's van dien. Tegelijkertijd voert de staatssecretaris de druk op het vreemdelingentoezicht op. Ik noem een resultaatafspraak met de politie over het overdragen van dossiers aan de Dienst Terugkeer en Vertrek, het recent ingediende voorstel voor strafbaarstelling van illegaliteit en een proef waarbij de politie op straat vingerafdrukken afneemt en controleert, iets waarover mijn fractiegenoot nog schriftelijke vragen heeft gesteld. Derdelanders zullen dus vaker te maken krijgen met controles, ook van hun vingerafdrukken. Mijn fractie vindt de stigmatisering als gevolg hiervan niet wenselijk.

Mijn fractie vindt het opvallend dat Turkije niet van dit wetsvoorstel is uitgezonderd, net als Unieburgers, familieleden van Unieburgers en onderdanen van de EER en Zwitserland. Volgens de staatssecretaris zijn de standstillclausule en het discriminatieverbod in het associatierecht niet in het geding. Daar ben ik niet zo van overtuigd. Opslag van biometrische gegevens kan immers gevolgen hebben voor je rechtspositie, voor het recht op sociale zekerheid, de mogelijkheid om te werken en het recht op verblijf. Daarnaast zou het verkrijgen van een visum voor Turken juist makkelijker moeten worden gemaakt. Mijn collega's in het Europees Parlement maken zich hiervoor hard. Burgemeester Aboutaleb stuurde hierover onlangs nog een brief naar aanleiding van zijn werkbezoek in het kader van de 400 jaar betrekkingen met Turkije.

De heer Azmani (VVD):

Ik zou graag een toelichting van mevrouw Berndsen krijgen op haar stelling. Zij stelt … Excuses, voorzitter, maar ik ben het even kwijt.

De heer Van Hijum (CDA):

Ik vind het ook een merkwaardige stelling. Het gaat eigenlijk om de vraag of de middelen die je hebt om iemands identiteit vast te stellen, een inbreuk vormen op de mogelijkheden om in te reizen. Die middelen zijn daarop toch helemaal niet van invloed? Het gaat toch alleen om de vraag of je in staat bent om vast te stellen of iemand is wie hij zegt te zijn?

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Als dat zo is, waarom wordt Turkije dan nadrukkelijk niet van deze wet uitgezonderd? Er wordt opgesomd welke landen wel worden uitgezonderd. Wij willen Turkije straks bij de Europese Unie. Niet iedereen in de Kamer wil dat, maar mijn fractie wel. Waarom wordt daar nadrukkelijk geen uitzondering voor gemaakt?

De heer Van Hijum (CDA):

Volgens mij draait mevrouw Berndsen de kwestie om. De vraag is of er een reden is om dit niet van toepassing te laten zijn op mensen die met een visum vanuit Turkije de Europese Unie in reizen. Door het wetsvoorstel word je alleen in staat gesteld om de biometrische gegevens van die mensen te controleren. Dat is toch geen belemmering voor de verdere toetreding tot het Schengengebied?

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Nee, maar het is wel een enorme inbreuk op de privacy van mensen, als je wilt dat ook de biometrische gegevens van de onderdanen uit Turkije moeten worden opgeslagen. Als ik heel eerlijk ben, vind ik het haast schofferend. Het is bijna een Europees land. Dat doen wij toch ook niet bij mensen die binnen Europa ons land willen binnenkomen?

De heer Van Hijum (CDA):

Bijna een Europees land? Laten wij die discussie nog even niet aangaan.

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Het is maar net hoe je ernaar kijkt.

De heer Van Hijum (CDA):

Er is gewoon een visumverplichting voor een aantal groepen. Dit wetsvoorstel biedt hooguit het middel om de al bestaande instrumenten iets breder te kunnen toepassen. Het vormt geen nieuwe belemmering. Daaraan zou mevrouw Berndsen het moeten toetsen: vormt het een nieuwe belemmering voor de groep mensen om het Europese territorium binnen te reizen?

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Ik ben het niet eens met de heer Van Hijum, omdat ik vind dat het een andersoortige belemmering is voor een land waarin wij nu zelfs vanuit Defensie zaken hebben gestationeerd. Wij beschouwen Turkije dus toch als een andersoortig land dan de derdelanders waarvoor wij dit soort dingen wel willen regelen. Mijn fractie vindt dat een ongewenste situatie.

Ik maak dit blokje even af. Turkije met deze wet anders behandelen dan de EU-landen is voor mijn fractie dan ook een stap in de verkeerde richting.

Tot slot kom ik op de betrouwbaarheid van vingerafdrukken. Is het systeem voldoende veilig, zodat asielgerelateerde gegevens van een asielzoeker nooit bij de autoriteiten in het land van herkomst bekend worden? Welke experts hebben hiernaar gekeken? Wat was hun oordeel over de haalbaarheid? Wat is volgens de staatssecretaris een acceptabel foutpercentage bij de verificatie van vingerafdrukken? Hoe heeft de staatssecretaris vastgesteld dat dit percentage ook gehaald wordt? Kan de staatssecretaris de Kamer 100% garanderen dat dit voorstel geen herhaling wordt van het debacle met het biometrische paspoort? Vanwege de problemen met de vingerafdrukken is toen afgezien van centrale opslag. Mevrouw Gesthuizen heeft toenmalig minister Donner al geciteerd. Ik had dat citaat hier ook staan. Dat zal ik dus achterwege laten. Ik sluit mij wat dat betreft bij haar aan. Centrale opslag was dus een verkeerde beslissing. Is de staatssecretaris er nu zeker van dat het wel een goede beslissing is? De Kamer heeft een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht om nut, noodzaak en effectiviteit van normen voor de veiligheidskenmerken en biometrische gegevens van paspoorten en reisdocumenten op Europees niveau aan de orde te stellen. Ik vraag de staatssecretaris wat daarmee is gebeurd. Wat is de reactie van het Europees Migratienetwerk op de vraag die mijn fractie bij de schriftelijke inbreng heeft gesteld over het gebruik van tien vingerafdrukken in plaats van twee? Concluderend, mijn fractie heeft nog veel vragen bij de wijzigingen van de Vreemdelingenwet waarop wij een antwoord willen van de staatssecretaris.

Mevrouw Arib (PvdA):

Voorzitter. De PvdA kan zich veel voorstellen bij dit wetsvoorstel van de staatssecretaris. Op grond van de toelichting op het wetsvoorstel hebben we de indruk dat het gebruik van biometrische kenmerken kan helpen om de identiteit van vreemdelingen makkelijker en vaker te kunnen vaststellen. Hierdoor kunnen mensen zonder verblijfsvergunning worden herkend, kunnen frauduleuze verblijfsaanvragen sneller worden afgewezen en kan identiteits- en documentfraude worden bestreden. Dit zijn belangrijke zaken. In de huidige situatie kunnen vreemdelingen die geen of onechte documenten hebben, moeilijk worden herkend. Dit levert voor diensten als de IND of voor de Vreemdelingenpolitie, die een vreemdeling aantreft en niet weet wat de geschiedenis van die persoon is, grote moeilijkheden op om juiste beslissingen te nemen. Een database waarin alle vreemdelingen met hun biometrische gegevens zijn geregistreerd, is een nuttige en betrouwbare bron waaruit identiteitskenmerken kunnen worden gehaald.

We staan in beginsel positief tegenover dit wetsvoorstel, maar hebben wel heel veel vragen. Het is niet niks om standaard van een bepaalde groep mensen, vreemdelingen, tien vingerafdrukken af te nemen en opnamen te maken. Dit is een inbreuk op de levenssfeer van mensen. Bovendien moeten we vanwege het waarborgen van de privacy heel voorzichtig zijn met het bewaren en delen van identiteitsgegevens. Dit is volgens geldende nationale en internationale privacyregels aan strikte voorwaarden gebonden. Voor de PvdA staat voorop dat aan die voorwaarden moet zijn voldaan en dat daarover geen twijfel bestaat. Ik hoor graag van de staatssecretaris of dat ook zo is. Daarom wil ik ook weten wat de noodzaak van deze wet is. Ik mis nog een heel gedegen onderbouwing daarvan. Dat is extra van belang gelet op de inbreuk op de privacy die wordt gemaakt. Waarom doen we dit?

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik vind twee dingen lastig met elkaar te rijmen. Helemaal aan het begin van haar betoog zei mevrouw Arib dat ze zich veel kan voorstellen bij deze wet. Later herhaalde ze dat nog eens: ze kan er in grote lijnen mee instemmen. Nu werpt ze echter de vraag op wat precies de noodzaak van deze wet is. Dat is toch altijd de allereerste vraag die je je stelt als je met nieuwe wet- en regelgeving komt?

Mevrouw Arib (PvdA):

We erkennen wel dat er een probleem is. Dat is zojuist ook in een interruptie en in de inbreng van de heer Van Hijum naar voren gebracht. In de praktijk levert het heel veel problemen op om de identiteit van vreemdelingen vast te stellen. We erkennen dus dat het er zou moeten komen. Toch wil ik meer van de staatssecretaris horen over wat precies de noodzaak hiervan is. Lossen we hiermee het probleem op? Ik wil daarvan graag door de staatssecretaris worden overtuigd. Ik twijfel niet aan het principe dat het nodig is. Volgens mij is dat een ander uitgangspunt dan dat van de SP. Mevrouw Gesthuizen zegt op voorhand nee. Ik zeg: oké, maar ik wil wel graag een paar vragen beantwoord hebben.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Dat is niet helemaal het verschil met de SP. Mijn redenering is als volgt. Voordat je kunt zeggen dat iets nodig is, wat ik mevrouw Arib wel hoor doen – ze zegt dat dit nodig is – moet je eerst de vraag beantwoorden … Nee, excuus. Het is precies andersom. Voordat je kunt zeggen dat je er dit probleem mee gaat oplossen, moet je eerst weten of zoiets nodig is. Ik hoor mevrouw Arib die twee verschillende dingen toch tegelijkertijd zeggen. Ze zegt aan de ene kant dat ze graag door de staatssecretaris overtuigd wil worden en aan de andere kant dat ze het wetsvoorstel steunt. Dat snap ik gewoon niet.

Mevrouw Arib (PvdA):

Het is misschien een andere manier van redeneren, maar ik zeg gewoon datgene wat ook uit het verleden blijkt. Mevrouw Gesthuizen zei in haar inbreng – en ik aarzelde of ik daarop zou reageren – dat de PvdA in de regering zit en daarom dit wetsvoorstel steunt. Dit wetsvoorstel komt naar ik meen uit 2007. Hirsch Ballin stuurde toen samen met Albayrak een brief naar de Kamer waarin werd aangegeven dat er bij de politie grote behoefte bestond aan datgene wat nu in het wetsvoorstel staat. Het is dus niet iets wat we even na de verkiezingen hebben geregeld. Het heeft echt een heel lange geschiedenis. Als in de praktijk, bij de mensen die dagelijks met opsporing, vervolging, illegale vreemdelingen en asielzoekers te maken hebben, deze behoefte bestaat, dan vind ik dat belangrijk. Dat neemt niet weg dat ik ook kritisch ben. Mevrouw Gesthuizen vult het zo in dat ik daarmee tegen het wetsvoorstel ben, maar dat is niet zo.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik weet dat het voorstel er al behoorlijk wat jaartjes ligt, dat het aantal keren is gewijzigd en dat het op een aantal punten ook positief is gewijzigd. Het gaat er natuurlijk wel om dat wij nu te maken hebben met de regering, die dit wetsvoorstel verdedigt en waaraan ook de partij van mevrouw Arib zich heeft gecommitteerd.

Ik zou ook graag de onderzoeken ontvangen waardoor de PvdA, de VVD, in het verleden het CDA en zeker ook de heer Fritsma zich hebben laten overtuigen en waaruit blijkt hoe groot het probleem is waarmee de politie, justitie, de IND en allerlei andere instanties zich geconfronteerd zien.

Mevrouw Arib (PvdA):

De behoefte kwam vanuit het KLPD en daar twijfel ik niet aan.

Ik ben blij dat mevrouw Gesthuizen nu even rechtzet dat dit wetsvoorstel niet voortkomt uit het feit dat wij in de regering zitten, maar dat onder de verantwoordelijkheid van het CDA door Hirsch Ballin en Albayrak de belangrijkste bouwstenen zijn aangeleverd in 2007.

Kan de staatssecretaris precies omschrijven in welke situaties de huidige werkwijze met documenten tekortschiet? Kan de staatssecretaris eveneens aangeven welke gevallen van fraude met deze biometrische kenmerken kunnen worden bestreden en op welke schaal deze fraude voorkomt? Onze indruk is dat er wel fraude voorkomt, maar volgens de toelichting bij de wet lijkt die relatief beperkt. Ik hoor dat graag. Misschien zijn hierover cijfers beschikbaar. Als dit wetsvoorstel door de Kamer wordt aangenomen, wordt dit probleem dan ook opgelost? Kan alles wat met fraude te maken heeft dan tot het verleden behoren?

De PvdA zou ook graag een overzicht van de staatssecretaris ontvangen waarin wordt aangegeven in welke situaties aan vreemdelingen bijvoorbeeld een gezichtsopname en tien vingerafdrukken worden gevraagd. Wij lezen in de wet dat dit ook zal gelden voor bestaande gevallen, bijvoorbeeld mensen die al een verblijfsvergunning hebben. Ik zou er graag iets over horen. Is dat het geval? Er staat dat ook van mensen die een verblijfsvergunning hebben op een natuurlijk moment de biometrische kenmerken worden gevraagd. Wij hebben hier heel veel moeite mee. Gelet op de gevolgen voor de privacy en de inbreuk op de levenssfeer vragen wij ons af waarom dit noodzakelijk is. Vele duizenden mensen zullen zich moeten melden voor het afnemen van de vingerafdrukken. Vindt de staatssecretaris dit proportioneel?

Wij willen ook weten of het afnemen van de biometrische gegevens en het beheer en het delen ervan in overeenstemming is met privacyregels en met internationale verdragsbepalingen zoals de artikelen 8 en 10 van het EVRM. Kan de staatssecretaris aangeven waar de grenzen liggen en of er risico's zijn bij de uitvoering van de wet in de praktijk, waarbij toch een ongerechtvaardigde inbreuk op de privacy wordt gemaakt?

De conclusie van het privacy impact assessment is dat er voldoende waarborgen zijn gegeven om de privacy te beschermen en dat aan de regels wordt voldaan. Ook bij dit wetsvoorstel, zo zeg ik in de richting van collega Gesthuizen, vind ik het belangrijk wat de Raad van State en het College bescherming persoonsgegevens hierover zeggen. Beide waren niet afwijzend, zo vond ik zelf. Zij erkennen dat dit belangrijk is. Dat maakt het makkelijker om die afweging te maken.

De database waarin de biometrische gegevens van vreemdelingen worden opgeslagen, de Basis Voorziening Vreemdelingen, baart ook mijn fractie wat zorgen. Het afnemen van gegevens voor een goed doeleinde is een, maar het opslaan, bewaren en delen van persoonsgegevens gaat nog wel even wat verder. De PvdA is er alles aan gelegen dat exact en gelimiteerd is omschreven wie toegang hebben tot de gegevens en voor welke doeleinden ze mogen worden gebruikt. De beveiliging van de database moet 100% veilig zijn. De gegevens moeten worden verwijderd zodra deze niet meer nodig zijn voor het doel. Wij willen dat de staatssecretaris ons op dit punt geruststelt.

Zoals wij de wet nu lezen, lijken er voldoende waarborgen te zijn. Maar in de toelichting staat ook dat bij AMvB nadere regels worden gesteld over de wijze van afname en verstrekking van gegevens. Dat schept onzekerheid. Kan de staatssecretaris die onzekerheid wegnemen? Wij erkennen de voordelen van de database en snappen dat het handig is als ketenpartners als IND en Buitenlandse Zaken toegang hebben tot deze programmatuur, maar we willen niet dat dat onbeperkt gebeurt. Collega Fritsma diende een amendement in om een termijn van tien jaar in te voeren, maar dat is niet wat wij willen. Wel heeft mijn fractie de vraag of de gegevens niet verwijderd kunnen worden als iemand vijf jaar een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft. In de wet staat dat de gegevens in beginsel slechts binnen de vreemdelingenketen gebruikt worden. Is het gebruik door en verstrekken aan derden volstrekt gelimiteerd tot de in artikel 107, vijfde en zesde lid genoemde uitzonderingen? Die uitzonderingen laten ruimte voor interpretatie, zoals in het geval van opsporing van strafbare feiten. Waarom worden deze uitbreidingen opgenomen en wordt niet gewoon volstaan met het gebruik van de gegevens waarvoor ze bedoeld zijn? Ik wil graag een extra waarborg inbouwen door niet de officier van justitie de definitieve beslissing te laten nemen over het gebruik van de database voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten, maar de rechter-commissaris hiervoor om toestemming te vragen.

De heer Azmani (VVD):

Voorzitter. Dit wetsvoorstel regelt een uitbreiding van het gebruik van vingerafdrukken en gezichtsopnames bij alle vreemdelingen in alle processen in de vreemdelingenketen voor het vaststellen van de identiteit. In het rapport "Het topje van de ijsberg" heeft de Adviescommissie Vreemdelingenzaken al geconcludeerd dat identiteits- en documentenfraude voorkomt. Zo gebeurt het dat een ongedocumenteerde asielzoeker die eerder een aanvraag voor asiel heeft gedaan, een andere identiteit kan opgeven en daarmee voorkomt dat zijn identiteit en asielhistorie bekend worden. Dit geldt ook bij een afgewezen visumaanvraag. Na afwijzing wordt met een alias een nieuwe aanvraag gedaan. Ook kan het gebeuren dat, wanneer iemands tijdelijke verblijfsvergunning verloopt, diegene een andere identiteit kan aannemen en opnieuw een procedure kan starten, omdat diegene simpelweg ons land niet wil verlaten. Maar ook als een vreemdeling zijn verblijfsvergunning verliest vanwege veroordeling voor een misdrijf kan de desbetreffende persoon met een andere identiteit hier nog steeds gerust verblijven.

Van begin 2008 tot en met september 2011 heeft Nederland bij 44.000 asielaanvragen succesvol vingerafdrukken geregistreerd. In ongeveer 7.500 gevallen bleek dat de desbetreffende asielzoeker al eerder in Nederland verbleef. In bijna 16.000 gevallen bleek de asielzoeker al eerder door een of meerdere Dublinlanden te zijn geregistreerd. Deze cijfers bevestigen dat het niet om kleine aantallen gaat. Hierbij zijn asielzoekers die eerder onder reguliere titel in Nederland verbleven nog niet eens meegenomen. De VVD kan dit wetsvoorstel daarom ondersteunen. Een betrouwbare, goede registratie van de identiteit van alle vreemdelingen die een aanvraag doen, is cruciaal voor de werking van ons vreemdelingensysteem. Fraude met de identiteit bij aanvraag en toelating kan met deze wet verder worden teruggedrongen.

In het rapport "Het topje van de ijsberg" wordt aangegeven dat over de exacte omvang geen informatie kan worden gegeven, omdat ketenpartners fraude niet registreren. Waarom niet? Zou dit voortaan niet breed in de vreemdelingenketen moeten worden gedaan? Wat verwacht de staatssecretaris in dit kader van het wetsvoorstel? Wat moet de vervolgactie zijn wanneer iemand bewust fraudeert? De heer Fritsma sprak daar onder andere over. Welke acties gaan wij daarop bedenken? Ook de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken concludeert dat het om een serieus probleem gaat en dat buitenlandse brondocumenten bovenaan de lijst staan van valse documenten.

Dit wetsvoorstel sluit ook goed aan bij de in Europees verband afgesproken coherente aanpak van de invoering van biometrische identificatiemiddelen in visa, verblijftitels en paspoorten. De heer Van Hijum van de CDA-fractie sprak daar ook over. Samen waren wij op werkbezoek bij de IND. Dan hoor je ook van de mensen uit de praktijk op welke manieren er wordt geprobeerd om met andere aliassen toelating tot dit land te verkrijgen. Ik sluit mij in dat kader graag aan bij de vragen aan de staatssecretaris van de heer Van Hijum over meer koppelingen tussen de systemen binnen de Europese landen, zodat ook dat wordt gedetecteerd, omdat wij ons nu voornamelijk concentreren op wat binnen Nederland plaatsvindt.

Er heeft een uitgebreid privacy impact assessment plaatsgevonden, of in het Nederlands een privacytoets, om ook aan de hand van in het verleden aangenomen moties van onder anderen de heer Franken in de Eerste Kamer, conclusies te trekken over de omgang met privacyaspecten. Hierin zijn de relevante grondwettelijke en verdragsrechtelijke artikelen in ieder geval behandeld. Dat zien wij dan ook terug in de memorie van toelichting, ook naar aanleiding van het advies van de Raad van State over de afwegingen die men hierbij moet maken. Dat zie je ook terug in de antwoorden op vragen van de VVD-fractie tijdens de schriftelijke procedure. In de nota naar aanleiding van het verslag is daarop uitgebreid toelichting gegeven.

Er wordt opgemerkt dat het voorgestelde artikel 107 de opslag van biometrische kenmerken in INDiGO, dan wel in enig ander mogelijk in de toekomst onder andere voor vreemdelingenadministratie fungerend systeem, niet uitsluit. Hoe wordt, wederom, daarbij rekening gehouden met privacyaspecten, en in het bijzonder met de toegankelijkheid van dergelijke systemen, met de vraag welke mensen daartoe toegang hebben? Ik kan mij voorstellen dat je kijkt naar doelomschrijving en dergelijke als je besluit om informatie uit andere systemen te hanteren. Daarop ontvang ik graag een reactie. In hoeverre staat de uitruil met INDiGO voor het invoeren van vingerafdrukken op de verblijfsdocumenten en de koppeling met de BVV daadwerkelijk klaar om dit te doen?

Registratie zou gelden voor vreemdelingen die al in Nederland verblijven of in de vreemdelingenketen zitten. Gesproken wordt over natuurlijke momenten van afgifte. Wanneer is daarvan sprake? Is dat bijvoorbeeld bij verlenging of wijziging van het verblijfsdocument of worden ook gegevens geregistreerd als de verblijfsvergunning wordt ingetrokken, wanneer het er namelijk vooral toe doet?

Ik heb nog een vraag over de procedure voor de machtiging voorlopig verblijf. Daarbij wordt aangegeven dat biometrische kenmerken zullen worden gebruikt bij de indiening van een aanvraag om verlening van de machtiging tot verblijf of een aanvraag voor het basisexamen inburgering in het buitenland. Voorkomen wij hiermee echt dat iemand anders het inburgeringsexamen aflegt dan degene die werkelijk naar Nederland afreist, vraag ik de staatssecretaris. Zou het niet wenselijk zijn om de biometrische kenmerken te verbinden aan degene die het inburgeringsexamen aflegt, dan wel dat daar controle plaatsvindt als al eerder biometrische gegevens zijn verstrekt?

Over de bewaartermijn vraag ik de staatssecretaris waarom in de tekst van het wetsvoorstel de formulering is gebezigd dat de biometrische gegevens nooit langer worden bewaard dan tien jaar nadat de aanvraag is afgewezen of het verblijf is beëindigd. "Nooit langer" impliceert dat ze in de uitvoering korter kunnen worden bewaard. Waarom is niet gekozen voor een imperatieve formulering? In hoeverre wordt uitvoering gegeven aan die eis van tien jaar of kan het zelfs korter? Waarom kan het bijvoorbeeld geen twintig jaar zijn, waarna gegevens in ieder geval worden vernietigd?

Ik kom tot slot op de bekostiging van de uitbreiding van de toepassing van biometrie. Daarover staat onder andere in de memorie van toelichting dat er 7,7 miljoen voor 2010, 6,2 miljoen voor 2011 en 2 miljoen voor 2012 is gereserveerd. Deze bedragen waren gebaseerd op ramingen. In dat kader zal er nog een implementatieplan komen. Ik vraag mij af of dat plan er al ligt en, zo ja, of dat heeft geleid tot vertraging van dit wetgevingstraject. Zoals wij al eerder hebben kunnen vaststellen, heeft dit wetsvoorstel een geschiedenis.

De voorzitter:

De staatssecretaris heeft gevraagd om enige bedenktijd. Ik zal derhalve de vergadering schorsen tot 21.00 uur. Wij hebben dan ook tijd voor de soesjes van mevrouw Gesthuizen, die vandaag jarig is.

De vergadering wordt van 20.43 uur tot 21.00 uur geschorst.

Staatssecretaris Teeven:

Voorzitter. Af en toe ben ik niet bij stem, doordat ik een beetje getroffen ben door de griep. Dat moet u mij maar niet euvel duiden.

Ik dank de leden voor hun inbreng over dit wetsvoorstel. Het kent inderdaad een lange geschiedenis. In 2007, in het kabinet-Balkenende IV, zag het wetsvoorstel zijn eerste levenslicht, waarna het een lange ontwikkeling heeft doorgemaakt. Het is goed dat wij vandaag over de wijziging kunnen spreken. Mevrouw Arib heeft volledig gelijk dat het wetsvoorstel een lange geschiedenis kent, maar die past wel in de afspraken die het kabinet heeft gemaakt, bijvoorbeeld over het tegengaan van misbruik van procedures door vreemdelingen en het bestrijden van fraude. Op dat punt is er sprake van een logische opvolging, want wij zeggen niets anders dan hetgeen ook voorgaande kabinetten hebben betoogd.

Wij zijn het er allemaal over eens dat een betrouwbare vaststelling en registratie van de identiteit de basis vormt voor iedere vreemdelingenrechtelijke procedure. Dat het vaststellen van de identiteit niet altijd betrouwbaar gebeurt, wordt al geruime tijd als een probleem ervaren. Dat is niets nieuws. Verschillende leden hebben daarover gesproken. Momenteel worden bij de indiening van een asielaanvraag en in bepaalde andere gevallen ook al vingerafdrukken afgenomen. Ook gezichtsopnamen worden afgenomen ten behoeve van het verblijfsdocument. Het huidige gebruik van biometrische kenmerken is echter beperkt en niet toereikend om op alle terreinen tot een betrouwbare vaststelling van de identiteit van de vreemdeling te komen en doelgericht identiteits- en documentfraude te bestrijden.

Mevrouw Berndsen, mevrouw Arib en mevrouw Gesthuizen hebben in hun inbreng gesproken over nut en noodzaak van het wetsvoorstel. Het lijkt mij goed om die nog eens strak op een rijtje te zetten. De doelstelling van het wetsvoorstel is het versterken van een juiste, betrouwbare en zorgvuldige vaststelling van de identiteit. Voor vreemdelingen ontbreekt er natuurlijk wel wat, te weten een betrouwbare bronregistratie van identiteitsgegevens die je van andere inwoners van Nederland wel hebt. Vaak zijn ook naamsgegevens van vreemdelingen onvoldoende stabiel en daarom ook kwetsbaar voor foutief gebruik en misbruik. We kennen allemaal de verhalen van mensen die onder meerdere aliassen bekend zijn in de basisadministratie, het opsporingsregister en ook in de vreemdelingenregistratie. De noodzaak om unieke kenmerken zoals vingerafdrukken in de vreemdelingenadministratie vast te leggen, is daarom groot, want door het opslaan van biometrische gegevens van de vreemdeling bij het eerste contact in de vreemdelingenketen, ontstaat er een uniek brongegeven dat eerder niet beschikbaar was voor de identiteitsvaststelling. Enkele leden, onder wie de heer Van Hijum, de heer Azmani en ik dacht ook de heer Fritsma, spraken daar ook over.

In 2010 is het advies "Het topje van de ijsberg?" verschenen van de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken. Daarin komt ook duidelijk de problematiek naar voren die samenhangt met het ontbreken van duidelijke en behoorlijke identiteitsdocumenten. Zo blijkt uit het rapport onder meer dat de diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland te maken heeft met identiteit- en documentfraude in de visum- en MVV-procedure en constateren medewerkers op diplomatieke posten fraude bij de controle van de identiteit en de controle van de documenten die de vreemdeling in de procedures moet overleggen.

Er zijn ook opmerkingen gemaakt over wat nu de totale omvang van de fraude is. Dat is niet bekend, omdat niet alle frauduleuze handelingen worden geregistreerd. De heer Azmani zei daarover dat dat eindelijk een keer gedaan moet worden, maar hij weet tegelijkertijd ook dat INDiGO nog niet voldoende stabiel is om dat op dit moment te doen. Ik hoop, en dat heb ik eerder in antwoord op vragen van de heer Schouw al opgemerkt, dat in de eerste maanden van 2013, naar verwachting in april, INDiGO voldoende stabiel is om alle vreemdelingengegevens op te nemen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Er is natuurlijk wel iets van cijfers bekend. Ik vind het een beetje jammer dat de staatssecretaris die hier niet noemt. Overigens heet het rapport "Het topje van de ijsberg?" Er staat dus een vraagteken achter. In dat rapport staat dat het aantal asielzoekers dat eerder onder een andere naam een verblijfsaanvraag heeft ingediend, al jaren tussen de 20 en 30 ligt. Dat zijn geen procenten, maar aantallen. Ieder jaar worden tussen de 200 en 300 aanvragen afgewezen omdat de asielzoeker vervalste identiteitspapieren of andere niet-authentieke bescheiden heeft overlegd. Minder dan tien asielaanvragen worden jaarlijks afgewezen omdat de aanvrager reis- of identiteitspapieren of andere bescheiden heeft overlegd die niet op hem betrekking hebben. Hierbij kan sprake zijn van lookalike-fraude. Over dit soort getallen hebben wij het. We hebben het over een promille of misschien iets van een procent. Meent de staatssecretaris nu werkelijk dat deze zwaar privacyschendende maatregelen, die betrekking hebben op ongeveer 1% van de totale groep, te rechtvaardigen zijn?

Staatssecretaris Teeven:

Ik was bezig met die facts en figures, want ik wilde ze juist niet verzwijgen zoals mevrouw Gesthuizen suggereert. Ik heb ze hier allemaal keurig op een rijtje. Laat ik ze even achter elkaar noemen en dan tot de conclusie komen waar mevrouw Gesthuizen mij om vraagt.

Als het gaat om de registratie door Buitenlandse Zaken van het aantal afwijzingen van aanvragen voor Visa Kort Verblijf op grond van valse of vervalste documenten, dan waren dat er in 2008 1.364 op een totaal, en daar moet je dan eerlijk over zijn en dat ben ik hier ook, van 405.372. In 2008 heeft er een aanpassing van de weigeringsgronden plaatsgevonden waardoor een directe vergelijking met de jaren daarna nu niet mogelijk is. Onder de nieuwe indeling zijn er in 2011 van de in totaal 435.134 aanvragen voor een Visum Kort Verblijf 3.722 geweigerd op grond van twijfel aan de echtheid van de documenten.

Dan kom ik op een ander punt rond de facts en figures. Over de fraude bij verblijfsaanvragen meldt het rapport bijvoorbeeld dat bij de IND jaarlijks tussen 10.000 en 20.000 asielaanvragen werden ingediend, waarvan er tussen de 20 en 30 werden afgewezen omdat er al eerder onder een andere naam een verblijfsaanvraag werd ingediend. Daarnaast worden ook ieder jaar tussen de 200 en 300 aanvragen afgewezen omdat de asielzoeker valse of vervalste reis- of identiteitspapieren of niet-authentieke bescheiden heeft overlegd en bij ondervraging daarover opzettelijk ook de echtheid daarvan volhoudt. Dan kom ik op het punt waar mevrouw Gesthuizen over sprak. Jaarlijks worden minder dan tien asielaanvragen afgewezen omdat de aanvrager authentieke reis- of identiteitspapieren of andere bescheiden overlegt die niet op hem of haar betrekking hebben. Verder worden jaarlijks rond de 1.000 asielaanvragen door de IND afgewezen omdat de vreemdeling toerekenbaar geen of onvoldoende documenten heeft overlegd. De IND heeft de laatste jaren – dat zal mevrouw Gesthuizen misschien ook willen weten – rond de 100 verblijfsvergunningen asiel voor onbepaalde tijd ingetrokken in verband met het verstrekken van onjuiste gegevens of het achterhouden van relevante informatie. Met betrekking tot fraude in het toegangsproces meldt het advies nog dat er jaarlijks een paar duizend vreemdelingen de toegang tot Nederland aan de buitengrenzen van het Schengengebied wordt geweigerd omdat er iets is met documenten. Tussen de 3% en 10% van deze vreemdelingen wordt de toegang geweigerd omdat ze gebruik hebben gemaakt van valse of vervalste documenten. Dat zijn dus een paar honderd vreemdelingen. Als je niet twee maar tien vingerafdrukken afneemt, gaat de foutmarge omlaag en kun je duidelijker vaststellingen doen. Door het ruimer gebruik van vingerafdrukken en de geringere foutmarge door tien vingerafdrukken af te nemen, zullen de vreemdelingenrechtelijke processen naar mijn oordeel sneller verlopen. Ook zal het gebruik van vingerafdrukken de vreemdeling zelf beschermen tegen identiteitsdiefstal en het omruilen van identiteiten. Het is dus niet alleen ten koste van de vreemdeling maar ook ten bate van de vreemdeling. Dat is de positieve kant van het verhaal.

Gevraagd wordt wat het nut, de noodzaak en de doelstelling zijn. De heer Azmani zei het ook in een interruptiedebatje met mevrouw Gesthuizen: de doelstelling is dat we een zo goed mogelijke identiteitsvaststelling hebben, dat we documenten hebben waarop we kunnen afgaan en dat we een bronregistratie opbouwen zodat we weten welke vreemdelingen we in huis hebben en wie het daadwerkelijk zijn. Dat is het eerste doel van deze wetgeving. Dat je er ook fraude mee bestrijdt, mag helder zijn. Ik ben het met mevrouw Gesthuizen eens dat het buitengewoon triest zou zijn als je er helemaal geen fraude mee zou opsporen. Dat zou immers betekenen dat er geen fraude is en dat lijkt me niet het geval.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik ken de cijfers die de staatssecretaris geeft. Ik heb ze hier en ik heb ze zojuist ook zelf opgenoemd. Er staat dat het waarschijnlijk om 1% van de gevallen gaat. Ik herhaal mijn vraag. Rechtvaardigt dat cijfer de voorgestelde privacyschendende maatregelen in de ogen van de staatssecretaris?

Staatssecretaris Teeven:

Mevrouw Gesthuizen noemt het "privacyschendende maatregelen". Wij hebben juist gezegd dat we het proberen te voorkomen en dat we een groot aantal waarborgen inbouwen. Daar ga ik direct nog op in bij de beantwoording van de vragen van mevrouw Arib. Ik denk dat we – los van de papieren – in een aantal gevallen geen effectieve bronregistratie hebben van vreemdelingen die ons land binnenkomen. Die bronregistratie bouw je hiermee op. Dat is ook handig op het moment dat je bijvoorbeeld komt tot het kinderpardon, waartoe het kabinet op 21 december jongstleden heeft besloten. In de overgangsregeling zit nu de mogelijkheid tot eenmalig identiteitsherstel, maar dat soort zaken kun je allemaal voorkomen als je een sluitende bronregistratie hebt. Dat is de doelstelling van de regeling: zorgen dat we zo veel mogelijk bronregistratie hebben van vreemdelingen. Dus ja, ik vind dat dit het wel rechtvaardigt. Ik vind dat het ook ten goede komt aan mensen die daadwerkelijk onze bescherming verdienen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik trek twee conclusies. Ten eerste valt mij dit erg tegen van de staatssecretaris. Ik meende dat hij uit een partij kwam waarbij persoonlijke integriteit, persoonlijke vrijheden en dus ook privacy hoog in het vaandel stonden. Ten tweede krijg ik hier een vieze smaak van in mijn mond. Blijkbaar kunnen we met vreemdelingen doen en laten wat we willen en hoeven we ons niets van grondrechten zoals privacy aan te trekken.

De heer Van Hijum (CDA):

Ik heb over hetzelfde punt, de proportionaliteit, een vraag gesteld op een iets algemener niveau. Is het juist dat het grootste deel van de illegale immigranten binnen de Europese Unie legaal via de voordeur naar binnen is gekomen? Ik heb gerefereerd aan een vergelijkend onderzoek met de Verenigde Staten, waaruit blijkt dat het om 90% zou gaan, terwijl dat in de Verenigde Staten 30% tot 40% zou zijn. Kan de staatssecretaris dat bevestigen?

Staatssecretaris Teeven:

Ja, ik kom daar straks nog op terug. Ik zal die onderwerpen uitgebreid behandelen, zo ook de vragen die de heer Van Hijum daarover heeft gesteld.

Ik wil eerst overgaan tot de beantwoording van alle vragen. Er zijn veel vragen gesteld. Mevrouw Gesthuizen heeft gevraagd of de antidiscriminatiebepaling wordt geschonden, artikel 14 van het EVRM en artikel 21 van het Handvest. Zij heeft er zelf al op gewezen dat bij de voorbereiding van dit wetsvoorstel een uitvoerige grondrechtentoets is gedaan. Hieruit is niet gebleken dat er sprake zou zijn van discriminatie. Ik denk dat vreemdelingen – dat heb ik uitgebreid betoogd – in een andere positie verkeren als het gaat om identiteitsvaststelling. Dat heeft te maken met de bronregistratie, of je ingeschreven staat in het bevolkingsregister of dat je van buiten het land betreedt. Dat heeft niets te maken met discriminatie, zoals mevrouw Gesthuizen net zei. Het heeft ermee te maken dat je zo'n bronregistratie moet opbouwen. Dat wij bezig zijn met de opbouw van die bronregistratie, rechtvaardigt naar mijn mening op dit moment deze maatregel voldoende. In adviezen die de afgelopen jaren zijn ingewonnen – mevrouw Arib refereerde er al aan – is dat ook duidelijk naar voren gekomen.

De vraag die door de heer Fritsma en de heer Van Hijum aan de orde is gesteld, is of de bewaartermijn langer kan zijn dan tien jaar. Zij vroegen waarom wij het bij tien jaar houden en waarom wij die termijn niet langer maken. Ik denk dat een bewaartermijn van langer dan tien jaar niet noodzakelijk is. Ik wijs ook op de Wet bescherming persoonsgegevens, waarin wordt voorgeschreven dat gegevens niet langer bewaard mogen worden dan noodzakelijk is. Ik denk dat wij daar heel waakzaam op moeten zijn. Gelet op privacyschendingen moeten wij geen bewaartermijnen hebben die uitzonderlijk lang zijn terwijl dat niet strikt noodzakelijk is.

De heer Fritsma (PVV):

Helaas is het niet waar. De praktijk bewijst juist dat er behoefte is aan een langere bewaartermijn. Ik heb in mijn inbreng al gezegd dat er voorbeelden zijn. Dat wil ik nu wel herhalen. Wij hebben in de Kamer weleens gesproken over een voorbeeld uit het rapport van de Commissie Integraal Toezicht Terugkeer. Het is wel leuk om dat hier even te herhalen. Het betreft een asielzoeker die in 1992 is binnengekomen en verschillende asielaanvragen heeft ingediend, vaak onder een andere, valse, identiteit. Hij is vervolgens blijven hangen en heeft zich schuldig gemaakt aan allerlei delicten, waaronder een zedendelict. Hij heeft zeven reguliere verblijfsaanvragen ingediend op humanitaire gronden. Uiteindelijk is hij na achttien jaar succesvol uitgezet. Nogmaals, de praktijk bewijst dus dat het voorkomt dat je, zoals in dit geval, achttien jaar aan het werk bent om een criminele vreemdeling Nederland uit te krijgen. Als de staatssecretaris die bewaartermijn op tien jaar houdt, gooien wij onze eigen glazen in bij het ervoor zorgen dat criminele vreemdelingen terug kunnen keren naar het land van herkomst en succesvol uitgezet kunnen worden. Dit voorbeeld – ik kan het verspreiden als de staatssecretaris dat wil – geeft aan dat het zonde zou zijn als je die gegevens na tien jaar zou vernietigen. Ik hoor daar graag een reactie op.

Staatssecretaris Teeven:

Je kunt altijd wel een voorbeeld aanvoeren of een reden bedenken waarom je de maximalisatie van de grens die de Wet bescherming persoonsgegevens stelt, zou moeten oprekken. Ik denk dat wij het met elkaar eens zijn dat de relevantie van opslag van gegevens sowieso aanzienlijk minder wordt op het moment dat een vreemdeling het land heeft verlaten. Na vertrek mogen de gegevens nog tien jaar worden bewaard. Als een vreemdeling weer opnieuw wordt aangetroffen – ik wijs op de wet – wordt die termijn weer opnieuw verlengd met tien jaar. Waarom is nog meer gekozen voor tien jaar? In de Eurodac-verordening wordt ook een termijn van tien jaar genoemd. Ik vind twintig jaar niet proportioneel. Je moet ergens een grens stellen. Naar het oordeel van het kabinet is twintig jaar niet proportioneel. Dat is een van de redenen – laat ik gelijk mijn oordeel geven – dat ik het amendement dat de heer Fritsma heeft ingediend ontraad. Het kabinet vindt het disproportioneel. Wij denken dat je ergens een grens moet stellen.

Er zijn partijen in de Kamer die zeggen dat de termijn van tien jaar veel te lang is en er zijn partijen die zeggen dat tien jaar niet lang genoeg is. Het kabinet is van oordeel dat tien jaar voldoende is. Overigens is dit niet het eerst kabinet dat dit vindt, want achtereenvolgende kabinetten hebben dit al gevonden; mevrouw Arib zei dat terecht. Vanwege dat oordeel zal ik het betreffende amendement ontraden.

De voorzitter:

Dit betreft amendement op stuk nr. 11, voor de volledigheid.

Staatssecretaris Teeven:

Voor alle helderheid, het betreft het amendement op stuk nr. 11. Inderdaad.

De heer Fritsma (PVV):

Met alle respect: die conclusie kun je niet trekken, gelet op het feit dat het terugkeerbeleid gigantisch stagneert. We praten in de Kamer al jaren over de manier waarop we de terugkeer kunnen verbeteren en ervoor kunnen zorgen dat er meer mensen kunnen worden uitgezet. Het punt in het amendement is juist een van de dingen waarmee we dat kunnen bereiken. De staatssecretaris kiest er nu echter voor om de middelen die we hebben om de terugkeer een impuls te geven, niet te gebruiken. Dat is toch onbegrijpelijk?

Staatssecretaris Teeven:

Tja, er zijn meer dingen in deze zaak onbegrijpelijk, natuurlijk. Ik wil niet gaan jij-bakken, dat vind ik niet zo stijlvol vanuit vak-K, maar ik heb me er natuurlijk wel over verbaasd dat dit wetsvoorstel zo lang is blijven liggen. Inderdaad, ik ben het met de heer Fritsma en andere sprekers eens dat dit wetsvoorstel al lang geleden in procedure is gegaan. Ik heb de heer Fritsma horen zeggen dat zijn fractie het wetsvoorstel steunt. Andere fracties zeiden dat ook. Ik heb me er dan ook wel een beetje over verbaasd dat zelfs in een regering die opereerde met steun van de fractie van de heer Fritsma, dit wetsvoorstel nooit is behandeld. Ik dacht dus: laat ik eens voortvarend zijn in mijn eerste tien weken en dit wetsvoorstel in procedure brengen. Natuurlijk kun je twijfelen of je alles dekt. Dat ben ik met de heer Fritsma eens. Met mevrouw Arib vind ik echter wel dat het proportioneel moet zijn. Je moet het walletje bij het schuurtje laten. Het is niet niks dat je die gegevens over een langere periode bewaart. Ik denk dat dit een goede, werkbare termijn is, waarmee wij in deze zaken uit de voeten kunnen. Dat is geen maximalisatie, maar dat zegt de Wet bescherming persoonsgegevens ook niet.

Mevrouw Arib vraagt of dit wetsvoorstel ook van toepassing is op vreemdelingen die zich al in de vreemdelingenketen bevinden. Zij stelde daarbij de vraag of het proportioneel is als je dat zou doen. Vreemdelingen die al in Nederland zijn en zich in de vreemdelingenketen bevinden, zullen op een naar het oordeel van het kabinet natuurlijk moment, bijvoorbeeld bij de verlenging van de verblijfsvergunning of bij een nieuwe aanvraag, alsnog tien vingerafdrukken moeten geven. Ook de heer Azmani heeft hier overigens aandacht voor gevraagd. Voor een vreemdeling die bijvoorbeeld al in Nederland verblijft op een verblijfsdocument en die zijn oude document moet inruilen voor een nieuw document met biometrische kenmerken zal dit dus plaatsvinden op het moment dat deze vreemdeling zich bij de IND vervoegt voor het verlengen of het omzetten van het document. Op dat moment kunnen, als het nog niet is gebeurd, tien vingerafdrukken worden afgenomen, als bedoeld in het wetsvoorstel.

Bij vreemdelingen die zich al in de vreemdelingenketen bevinden, is vaststelling van de identiteit en de mogelijkheid van verificatie overigens net zo belangrijk als bij nieuwe gevallen. Ik zie dan ook geen reden om op dat punt onderscheid te maken. Als je de bronregistratie wilt complementeren, moet je dat proberen te doen op ieder moment waarop de gelegenheid daartoe zich voordoet, zeker als je kijkt naar de doelstelling van dit wetsvoorstel.

Mevrouw Arib (PvdA):

Ik kan mij er iets bij voorstellen als dit gebeurt bij het aanvragen van een visum of bij een asielaanvraag. Wat is echter de toegevoegde waarde als mensen al hier zijn? De minister zegt dat het belangrijk is, maar wat is er dan belangrijk? Waarom is het zo belangrijk?

Staatssecretaris Teeven:

Het is belangrijk om vast te stellen of de persoon die ooit een verblijfstitel heeft gekregen, wel de persoon is die hij of zij zegt te zijn. Van mensen die in Nederland geboren worden, hebben we de identiteitsgegevens in de basisadministratie staan. Als je het systeem compleet wilt hebben, is het belangrijk om dit ook voor vreemdelingen te hebben. Anders krijg je een systeem waarin van bepaalde vreemdelingen niet 100% zeker is of zij zijn wie zij zeggen te zijn.

Ik kom te spreken over de paspoorten. Mevrouw Berndsen vraagt waarom er een andere keuze wordt gemaakt dan in de discussie die we hebben gevoerd over de paspoorten. Zij refereerde ook aan de toepassingsproblemen die we hebben gehad bij de paspoorten. Anders dan bij paspoorten het geval is, worden vingerafdrukken van vreemdelingen – of het nu gaat over asielzoekers of over ongedocumenteerden – al sinds de jaren tachtig succesvol gebruikt voor identiteitsvaststelling. In de vreemdelingenketen is veel expertise opgebouwd over het gebruik van vingerafdrukken, bijvoorbeeld over de kwaliteit van het afnameproces en de technische apparatuur. De heer van Hijum raadde mij aan om op te passen met die apparatuur en ook eens op de bureaus te kijken of de apparaten daar niet ongebruikt staan weg te roesten. Ik zal bekijken of de apparatuur die op de politiebureaus aanwezig is, operationeel is. Ik zal die vraag uitzetten.

De heer Van Hijum (CDA):

Even ter verduidelijking: het ging om apparatuur waarmee dieper in de vingers kan worden gekeken, zo heb ik mij laten uitleggen. Vingertoppen worden soms namelijk weggeschaafd. Die apparatuur schijnt soms helemaal niet te functioneren en al tijden kapot te zijn, tot grote ergernis van de mensen die ermee moeten werken.

Staatssecretaris Teeven:

We zullen dat verifiëren. We hebben de nationale politie en daar kunnen we nu mee aan de gang.

Ik maak het antwoord af dat ik mevrouw Berndsen nog schuldig ben. De opgebouwde expertise heeft ertoe geleid dat wij vandaag de dag met vingerafdrukken zeer nauwkeurig identiteiten kunnen vaststellen en verifiëren van asielzoekers en ongedocumenteerden. We zijn overigens niet het enige land dat dit succesvol doet. Dat zal volgende week ook blijken in de discussie die we gaan voeren over de Eurodac-vergunning. In de meerderheid van de lidstaten worden asielzoekers sinds de introductie van Eurodac nauwkeurig geïdentificeerd.

Het aantal klachten over verkeerde identiteitsvaststelling of privacyschendingen is bijna nihil. Dat zijn wij nagegaan, want het werd door verschillende sprekers gevraagd. Waar komt het verschil met de paspoortketen vandaan? Voor de paspoortketen was het gebruik van vingerafdrukken iets geheel nieuws. Het aantal paspoortaanvragers van wie vingerafdrukken moesten worden afgenomen en opgeslagen, was ook vele malen groter dan het aantal aanvragers in de vreemdelingenketen. De jarenlange ervaring in de vreemdelingenketen en de relatief beperkte omvang van het aantal vreemdelingen van wie biometrische gegevens worden afgenomen, zorgen ervoor dat we te allen tijde kwaliteitsnormen voor de afname, de opslag en het proces nauwlettend in het oog kunnen houden. Dat doen we al en dat zullen we blijven doen.

Mevrouw Gesthuizen heeft gevraagd of de verificatie betrouwbaarder is dan die in de paspoortketen. Anders dan bij de paspoortaanvragen het geval is, worden vingerafdrukken van vreemdelingen al sinds de jaren tachtig succesvol gebruikt. We zijn er dus veel verder mee.

Mevrouw Berndsen heeft gevraagd waarom het voorstel verder gaat dan Eurodac. Eurodac betreft alleen asielzoekers. De ervaringen met Eurodac zijn positief. Er zijn sinds 2003 veel identiteiten van asielzoekers vastgesteld met behulp van biometrie in Eurodac. Het onderhavige wetsvoorstel ziet op vreemdelingen die niet onder Eurodac of onder VIS vallen, met hetzelfde doel, namelijk een betrouwbare identiteitsvaststelling. Daarom gaat het wetsvoorstel ook niet verder dan wat in Eurodac is geregeld.

De heer Van Hijum heeft gevraagd naar een entry- en exitsysteem. In het voorjaar van 2014 komt de Europese Commissie met een voorstel daarvoor.

De heer Van Hijum heeft mij ook gevraagd naar het onderzoek van de universiteit van Oxford. Dat onderzoek is mij niet bekend. Ik nodig de heer Van Hijum dus uit om het kabinet de informatie hierover ter beschikking te stellen, zodat ik daarvan kennis kan nemen en er een reactie op kan geven voordat we de beraadslagingen over deze zaak afronden.

De heer Van Hijum heeft opmerkingen gemaakt over het VIS, het visasysteem van de EU. Dat is in oktober 2011 in gebruik genomen en wordt momenteel regiogewijs wereldwijd uitgerold. Bij de aanvraag van een visum worden naast de aanvraag ook de persoonsgegevens samen met de vingerafdrukken en de gelaatsscan in het VIS vastgelegd. Met het oog op de verificatie van de identiteit van de houder van het visum, de echtheid van het visum en het voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst worden sinds november 2011 de visa op de buitengrenzen al gecontroleerd door ze tegen het VIS te houden. Bij deze verificatie worden de vingerafdrukken vergeleken met de vingerafdrukken die zijn afgegeven bij de aanvraag van het visum.

Op de vraag van mevrouw Arib welke functionaris zou moeten beslissen over het gebruik van gegevens die voor identiteitsvaststelling bij vreemdelingen zijn opgenomen voor de opsporing, kom ik straks terug. Eerst wil ik ingaan op de opmerkingen en het standpunt van mevrouw Gesthuizen over het gebruik van vingerafdrukken bij de opsporing. Ik wijs erop dat de bevoegdheid die we aan officieren van justitie gaan geven, in de praktijk al meer dan tien jaar bestaat. Er zijn daardoor ook zaken opgelost die niet zouden zijn opgelost als die mogelijkheid niet had bestaan. Het gaat niet om simpele diefstalletjes waarna de vingerafdrukken even door de Basis Voorziening Vreemdelingen worden gehaald. Net als bij de andere inzet van opsporingsmiddelen maakt de officier van justitie telkens een afweging of de raadpleging van de Basis Voorziening Vreemdelingen voldoet aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dat gebeurt dus in de praktijk al. Kenmerkend voor die zaken is dat de inzet van andere, minder ingrijpende opsporingsmiddelen niet heeft geleid tot afdoende resultaat. Vingersporen zijn dan veelal nog de enige opsporingsindicatie. In zaken die op een dood spoor zijn beland, is het dus niet mogelijk om de verdachte op andere wijze te identificeren dan door middel van het vergelijken van het vingerspoor met vingerafdrukken in andere bestanden. Ik denk dat de officier van justitie naar de aard van de omstandigheden zal moeten kijken om te beoordelen of zo'n vordering voldoende proportioneel is. Dat zal hij ook moeten doen als hij een vordering indient bij de rechter-commissaris. Op de rechter-commissaris kom ik straks nog terug in verband met de vraag van mevrouw Arib. Verder zal er in ieder geval moeten worden voldaan aan de voorwaarden die zijn omschreven in het nieuwe artikel 107, lid 6.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Kan de staatssecretaris uitleggen wat het verschil is tussen de manieren waarop een vreemdeling en een niet-vreemdeling zullen worden benaderd als er een misdrijf is gepleegd waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan en waarbij het onderzoek op een dood spoor is beland? Wat is het verschil in de manier waarop de politie opereert ten opzichte van vreemdelingen en niet-vreemdelingen, Nederlanders dus?

Staatssecretaris Teeven:

Voor niet-vreemdelingen, Nederlanders of andere mensen die hier zijn, hebben we natuurlijk al enkele systemen die worden gehanteerd. Die gelden wel voor hen en niet voor vreemdelingen. Ik wijs op de DNA-match die wordt gedaan met mensen die in detentie zitten. Als mensen zijn veroordeeld voor een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, dan wordt er een DNA-profiel afgenomen. Bij sommige misdrijven wordt er een vergelijking op DNA gedaan. Dat geldt dan bijvoorbeeld wel voor Nederlanders, maar niet voor vreemdelingen die bij eerste gelegenheid binnenkomen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

De staatssecretaris heeft het nu over een groep mensen van wie de rechter heeft gezegd dat ze evident crimineel zijn. Van hen hebben we inderdaad de nodige gegevens. Het gaat mij er echter om – dat wilde ik met mijn vraag blootleggen en dat heb ik in mijn bijdrage ook benoemd – dat je voortaan als een onderzoek op een dood spoor komt en er bijvoorbeeld een asielzoekerscentrum in de buurt is, kunt zeggen: laten we die sporen eens door de Basis Voorziening Vreemdelingen halen om te kijken of er een match is. Het is ondenkbaar dat we dat zouden doen met de gegevens van Nederlanders.

Staatssecretaris Teeven:

Met betrekking tot Nederlanders worden er op dit moment ook al vingerafdrukken vergeleken. Er worden ook vingerafdrukken van Nederlanders opgeslagen en die worden ook vergeleken met sporen die op de plaats delict worden aangetroffen. Nu heb je een bestand met betrekking tot vreemdelingen, mensen die niet in een vorm van bronregistratie voorkomen. Dan moet de afweging plaatsvinden of het delict, dat wij in artikel 107, zesde lid hebben benoemd, dermate zwaar is dat je dit middel van identiteitsvaststelling wilt inzetten en een vergelijking wilt maken met de gegevens die in dit bestand voorhanden zijn. De fractie van de SP neemt het standpunt in dat je dat nooit moet doen. Je mag die administratie daar nooit voor aanwenden. Andere fracties zeggen dat het makkelijker moet worden gemaakt of zij vinden dat de officier van justitie in dit verband voldoende is. Mevrouw Arib wil juist een extra waarborg inbrengen. Begrijp mij wel, het zijn delicten waarbij de gebruikmaking van deze gegevensbestanden mogelijkerwijze de opsporing ten goede kan komen. Dit heeft niets met discriminatie te maken.

De overheid heeft de beschikking over bepaalde informatie in diverse bestanden. In de samenleving worden er misdrijven gepleegd. Vinden wij die zodanig zwaar dat wij de gegevens daarvan willen vergelijken met gegevensbestanden? Gaan wij die dus vergelijken met een gegevensbestand dat voor een ander doel – ik geef dit graag toe aan mevrouw Gesthuizen – wordt opgebouwd? Dat is hier aan de orde. Het is toch niet nieuw dat wij bijvoorbeeld informatie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer vergelijken met sporen die bij een misdrijf worden aangetroffen? Wij vergelijken in onze samenleving toch veel meer gegevensbestanden? Soms hebben wij van bepaalde groepen in de samenleving wel gegevens en van andere niet. De gegevens die wij hebben, vergelijken wij ook met de informatie die uit het opsporingsproces komt. Dit is dus niets nieuws, behalve dan dat het gaat over voorhanden informatie over vreemdelingen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik maak bezwaar tegen de suggestie die uitgaat van dit wetsvoorstel en specifiek van dit ene artikel. Je zegt namelijk per definitie en van tevoren al dat het gaat om vreemdelingen van wie wij vingerafdrukken hebben en dat je binnen die groep op zoek gaat naar criminelen, terwijl je eigenlijk geen idee hebt of zij zich überhaupt in die groep of in een heel andere groep in de samenleving zouden bevinden. Dat is heel erg kwalijk.

Staatssecretaris Teeven:

Ik geef hier graag een reactie op. Wij moeten niet doen of dit heel bijzonder is. In de jaren 2009 tot en met 2011 werden er gemiddeld bij 75 zaken per jaar sporen vergeleken met vingerafdrukken van asielzoekers in de Basis Voorziening Vreemdelingen. Je zou dus kunnen zeggen dat dit een heel zorgvuldige, proportionele toepassing van de bevoegdheid was. Het is niet massaal, maar terughoudend gebeurd.

Heeft dit geleid tot succes? Mevrouw Gesthuizen vroeg namelijk ook of dit nog ergens toe leidt. Als wij dat doen, leidt dit tot een trefferpercentage van 38. Dat zijn dus zaken waarbij er enig verband bestaat tussen de opsporingsporen en de gemaakte zoekslag. Dat is een percentage waaraan je iets hebt in de opsporing. Het leidt in die gevallen dus tot nadere daderidentificatie. Bij zo'n hoog percentage kun je dus niet zeggen dat de inzet van die bevoegdheid geen nut heeft. Aan de hand van de cijfers stel ik tegelijkertijd vast dat het allemaal heel proportioneel gebeurt. Het Openbaar Ministerie doet dit dus niet uit de losse pols. Ik kom overigens nog terug op de vraag of de rechter-commissaris daarbij betrokken moet worden.

De heer Fritsma (PVV):

Van vreemdelingen die in Nederland een verblijfsvergunning willen krijgen, mag je verwachten dat zij geen misdaden hebben gepleegd en die ook niet zullen plegen. Het is simpel zat. In dat licht vraag ik de staatssecretaris hoe hij denkt over de handhaving van het openbareordecriterium. Dit geldt niet voor Nederlanders, maar wel voor vreemdelingen. Het houdt in dat met toepassing van de glijdende schaal het verblijfsrecht kan worden ingetrokken in het geval van een gepleegd misdrijf. Nu is de handhaving van het openbareordecriterium een probleem. Hier ligt een heel mooie kans. Deze gegevens kunnen worden gebruikt voor de handhaving van het openbareordecriterium. Ik heb dus een amendement ingediend om het gebruik van deze gegevens te vergemakkelijken. Hoe denkt de staatssecretaris daarover? Dit is namelijk ook een heel mooie gelegenheid om de misdaad beter aan te pakken.

Staatssecretaris Teeven:

De heer Fritsma vraagt mij om al in te gaan op het amendement op stuk nr. 10 waarin wordt geregeld dat de aangebrachte beperking te vervallen komt. Ik voel hierin mee met verschillende leden van de Kamer: het moet wel proportioneel zijn. Diverse leden hebben terecht gezegd dat dit gegevensbestand voor een ander doel is opgebouwd. Je kunt niet alle gegevens zomaar voor elk doel gebruiken. Dat is de reden van de zware toets van de Wet bescherming persoonsgegevens. Die moeten we respecteren. Mevrouw Arib en de heer Azmani hebben daarvoor terecht aandacht gevraagd. Je kunt niet alles voor alles gebruiken. Je kunt het standpunt innemen dat de overheid beschikt over grote gegevensverzamelingen en dat er altijd een resultaat uit komt als wij alles met elkaar matchen; dat hoor ik de heer Fritsma een beetje doen. In andere gremia hoor ik vertegenwoordigers van de PVV echter juist vaak zeggen dat wij terughoudend moeten zijn en de privacy van de Nederlandse burger moeten beschermen. Een wedervraag past mij niet helemaal, maar toch vraag ik de heer Fritsma: hoe zit het? Moeten wij het in alle opzichten ruim nemen met de privacy of alleen nu het om vreemdelingen gaat?

De heer Fritsma (PVV):

De staatssecretaris heeft het over Nederlanders, maar wij hebben het natuurlijk over het vreemdelingenbeleid en over niet-Nederlanders. Zij moeten voldoen aan het openbareordecriterium. Dat is óók relevant! De Wet bescherming persoonsgegevens neemt ook niet weg dat vreemdelingen moeten voldoen aan het openbareordecriterium. Het openbareordecriterium moet gewoon gehandhaafd worden; wij hebben de glijdende schaal niet voor niets. Nogmaals, waarom gebruikt de staatssecretaris deze gegevens niet voor de handhaving van het openbareordecriterium, waaraan vreemdelingen hoe dan ook moeten voldoen? Anders laat je te veel criminele vreemdelingen lopen!

Staatssecretaris Teeven:

Nogmaals, omdat de regering dat niet proportioneel acht. Overigens wijs ik erop dat ook het vorige kabinet geen wijzigingen heeft aangebracht in artikel 106, zevende lid. Ook hier geldt de eis van proportionaliteit, zeker als het gaat om de overdracht van de informatie in een vreemdelingenbestand aan opsporingsautoriteiten. Ook het vorige kabinet heeft geen voorstel gedaan om dit artikel te wijzigen. Blijkbaar vinden achtereenvolgende kabinetten van verschillende signatuur dit een proportioneel besluit. Dit wetsvoorstel ligt er al even! Ik wijs de heer Fritsma er nog maar eens op.

De heer Fritsma (PVV):

Dit is inderdaad een jij-bak. Ik wijs de staatssecretaris erop dat het vorige kabinet dankzij de PVV de glijdende schaal heeft verscherpt. Dat betekent dat het verblijfsrecht van criminele vreemdelingen makkelijker kan worden afgepakt. Dat is maar goed ook, want wij hebben in dit land een groot probleem met criminaliteit, misdaad en straatterreur. Als je de kans hebt om het verblijfsrecht van criminelen in te trekken, moet je die pakken. Nogmaals, de glijdende schaal is er niet voor niets. Die is dankzij de PVV aangescherpt, maar moet natuurlijk wel gehandhaafd worden! Je hebt niet zo veel aan een glijdende schaal die niet wordt gehandhaafd. Mijn enige verzoek aan de staatssecretaris is om voor die handhaving te zorgen. Dit is een gouden kans om de handhaving beter op orde te krijgen.

Staatssecretaris Teeven:

Het kabinet wil graag handhaven. Wij zijn daar druk mee bezig. Daarom brengen wij dit wetsvoorstel, dat al een tijdje op de plank lag, ook in procedure. Dat doen wij juist omdat wij denken dat het een zorgvuldige bijdrage is. Ik wil niet zeggen dat het overkill is wat de heer Fritsma voorstelt, maar het kabinet maakt de keuze om het op deze manier te doen. Het vorige kabinet heeft eenzelfde keuze gemaakt. Het is dus niet zo inconsequent. Het kabinet daarvoor heeft die keuze ook op deze manier gemaakt. Blijkbaar hebben achtereenvolgende kabinetten gezegd dat dit een goede afweging is die past binnen de handhavingsdoelstelling en de criteria van de Wet bescherming persoonsgegevens. Ik denk dat dit bestendig beleid is. Dat lijkt me met het oog op de handhaving heel verstandig.

De heer Fritsma heeft veel vragen gesteld en hij heeft recht op uitgebreide antwoorden, voorzitter. Daarom doe ik het zo.

De voorzitter:

U leek te preluderen op de beoordeling van het amendement op stuk nr. 10.

Staatssecretaris Teeven:

Ja. Ik moet dat amendement ontraden omdat ik het disproportioneel vind, zoals ik al zei. Mevrouw Gesthuizen heeft nog gevraagd waar de grens ligt voor de opsporing. Ik moet vaststellen dat de grenzen voor de opsporing al zijn vastgesteld. Overigens is daarover een brief gestuurd door de toenmalige minister van Justitie. Hij heeft die brief in 2007 verzonden. In die brief staan dezelfde voorwaarden als die op dit moment zijn opgenomen in het wetsvoorstel.

Mevrouw Arib vroeg welke vormen van fraude worden voorkomen. Bij een steekproef bij de Basis Voorziening Vreemdelingen is gebleken dat 20% van de vreemdelingen meerdere registraties had. Dat is daadwerkelijk naar voren gekomen. Binnen die groep van 20% die meerdere registraties had, gebruikt meer dan 50% aliassen. Lookalikefraude, de verwisseling van identiteiten, kan worden voorkomen door dit wetsvoorstel. Ook diefstal van identiteit kan ermee worden voorkomen. Het is erg belangrijk dat wij dit in een vroeg stadium herkennen, bij bijvoorbeeld de bestrijding van mensenhandel, uitbuiting van vrouwen en dwang- en schijnhuwelijken. Daaraan is het wetsvoorstel ook een belangrijke bijdrage. Zo weten wij vroeg met wie wij daadwerkelijk te maken hebben.

De heer Azmani heeft gevraagd waarom fraude niet wordt geregistreerd in de keten. Wij hebben natuurlijk vier organisaties die in de dagelijkse praktijk te maken hebben met de controle van identiteitsdocumenten van vreemdelingen, het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het visumproces, de Koninklijke Marechaussee voor de grensbewaking en het toegangsproces, de Vreemdelingenpolitie voor het toezicht op de vreemdelingen en de IND voor het verblijf in Nederland. Buitenlandse Zaken registreert. De KMar registreert het aantal toegangsweigeringen. Dat wordt bijgehouden op hun Expertisecentrum Identiteitsfraude & Documenten op Schiphol. Dat registreert het aantal toegangsweigeringen op basis van valse of vervalste documenten. Wanneer de Vreemdelingenpolitie in het kader van toezicht op valse of vervalste documenten stuit, wordt dat ook geregistreerd. Het is echter niet altijd mogelijk om vast te stellen of er sprake is van kwade opzet. Daarom worden niet alle gevallen als fraude aangemerkt, maar registratie is er wel degelijk. Ik denk wel dat er nog enige verbetering nodig is rondom de registratie in de keten. Het is een beetje de vraag of we er klaar voor zijn. Als dit wetsvoorstel in werking is, zou de volledige registratie van fraude voor elkaar moeten zijn. Daar zal het kabinet zijn inspanning op richten.

De heer Azmani vroeg nog of wordt voorkomen dat iemand anders de inburgeringstoets doet. Bij inburgering wordt al biometrie gebruikt om ervoor te zorgen dat degene die zich aanmeldt voor de toets, ook degene is die de toets daadwerkelijk doet.

Verder heeft de heer Azmani gevraagd of de biometrische gegevens bij intrekking van de vergunning worden afgenomen. Nee, hierin voorziet het wetsvoorstel niet. Dat is dus niet zo. Als er sprake is van intrekking van de vergunning, worden er geen biometrische gegevens afgenomen.

Mevrouw Berndsen had het over het beleid van andere landen. Op dit moment werkt het Verenigd Koninkrijk daadwerkelijk met tien vingerafdrukken. Die ervaringen zijn positief, zowel met betrekking tot de vaststelling van de tien, als met betrekking tot het maatschappelijk draagvlak. Dit komt doordat de foutmarge hoger is bij het afnemen van twee vingerafdrukken. Die foutmarge neem je weg. Ook voor de vreemdeling is er daardoor eerder duidelijkheid.

De heer Van Hijum vroeg ten aanzien van het regeerakkoord naar plannen over DNA. Hij weet dat daarover wordt gesproken in het regeerakkoord. Ik inventariseer op dit moment de mogelijkheden. Ik breng in kaart voor welke groep vreemdelingen dit na inwerkingtreding een meerwaarde heeft, als dit wetsvoorstel door beide Kamers wordt goedgekeurd. Ook dat is weer vanuit het oogpunt van subsidiariteit, en niet proportionaliteit, belangrijk. DNA past bij omstandigheden met een toch net iets zwaardere inbreuk. Hoewel dit in het regeerakkoord staat, moeten wij natuurlijk beoordelen of het daadwerkelijk een meerwaarde heeft. Dat wordt op dit moment geïnventariseerd.

De heer Azmani heeft nog gevraagd of de koppelingen tussen de Basis Voorziening Vreemdelingen en INDiGO al klaar is. Er is een koppeling met het Burgerlijk Wetboek. Voor dit specifieke onderdeel, tien vingerafdrukken, moet in het kader van dit wetsvoorstel nog een koppeling naar de basisvoorziening worden gerealiseerd.

De heer Van Hijum heeft gevraagd naar de stand van zaken ten aanzien van mobiele apparatuur. Wanneer komt de uitrol daarvan? Dit is een onderdeel van de totale automatiseringsslag die we op dit moment bij de nationale politie aan het maken zijn. De Kamer heeft hierover al een aantal keren met de minister van Veiligheid en Justitie gesproken. De pilot met de mobiele apparatuur is onlangs afgerond. Het resultaat van de pilot is dat met minder politiemensen meer controles sneller kunnen worden verricht. Hierdoor was het ook minder nodig dat vreemdelingen voor nader onderzoek moesten worden meegenomen naar het politiebureau om hun identiteit of status vast te stellen, wat voor vreemdelingen ook weer een inbreuk is als hun dit wordt gevraagd. Op basis van de ervaringen is nu besloten tot de landelijke uitrol. Die wordt nu voorbereid en zal in het eerste halfjaar van 2013 moeten zijn gerealiseerd. Dat is de stand van zaken op dit moment.

De heer Van Hijum heeft gevraagd of er goed is gekeken naar de bescherming van de vreemdelingenadministratie tegen hackers. De centrale opslag van vingerafdrukken van asielzoekers vindt al geruime tijd plaats in de Basis Voorziening Vreemdelingen. De bestaande beveiliging is voldoende. Ook dit is dus voldoende beveiligd tegen hackers. We hebben er enige ervaring mee opgedaan.

Dan heb ik …

De voorzitter:

De twee amendementen-Berndsen, op stuk nrs. 8 en 9.

Staatssecretaris Teeven:

Maar niet dan nadat ik de expliciete vraag van mevrouw Arib over de rol en de bevoegdheid van de rechter-commissaris heb beantwoord. Mevrouw Arib heeft de gedachte geuit dat de rechter-commissaris een betere rem zou kunnen vormen dan de officier van justitie op het jaarlijkse aantal te verrichten vergelijkingen van sporen met de vingerafdrukken uit de BVV. Ik denk overigens niet dat dit licht wordt ingezet. Slechts bij een gering aantal zaken, namelijk 75 per jaar, vindt die sporenvergelijking plaats. Het was wel niet het punt van mevrouw Arib, maar ik denk ook dat de officier van justitie die bevoegdheid zorgvuldig en proportioneel toepast. Gezien het aantal zaken, gezien de bijzondere inbreuk en gezien de doelstelling van het verzamelen van vreemdelingengegevens, zal het kabinet de door mevrouw Arib gestelde vraag over de rol van de rechter-commissaris bevestigend beantwoorden. In de praktijk zal dit betekenen dat de officier van justitie zijn afweging maakt, kijkende naar het opsporingsproces waaraan hij leiding geeft, en vervolgens een vordering bij de rechter-commissaris indient, die gelet op de door de officier van justitie aangedragen argumenten al dan niet een beschikking afgeeft op basis waarvan de gegevens in de BVV kunnen worden geraadpleegd. Gezien het geringe aantal opvragingen door het Openbaar Ministerie, maar gezien ook het feit dat er een inbreuk plaatsvindt doordat de gegevensverzameling voor een ander doel wordt geraadpleegd – verschillende Kamerleden hebben hiervoor aandacht gevraagd – lijkt het me niet onzinnig. Voordat de Kamer over dit onderwerp zal stemmen, zullen we dus met een nota van wijziging komen om hieraan uitvoering te geven.

Ik kom nu op het amendement van mevrouw Berndsen op stuk nr. 8. In het wetsvoorstel is een bepaling opgenomen met het doel de wet te evalueren en aan te passen indien de noodzaak daartoe is aangewezen. Het zit dus al in de wet, maar ik ben het met mevrouw Berndsen eens dat dat geen horizonbepaling is, zoals zij dat in het amendement op stuk nr. 8 omschrijft. Het amendement van mevrouw Berndsen heeft een dwingender karakter. Het kan een hamerstuk zijn als de wet zijn werking heeft bewezen. Het zal echter een wat uitgebreidere wetsbehandeling betekenen als de wet na verloop van tijd zou moeten worden ingetrokken. Ik laat het oordeel over dit amendement aan uw Kamer. Ik heb er geen verzet tegen, maar het is natuurlijk wel meer werk.

Ik kom bij het amendement van mevrouw Berndsen over de strijdigheid die er voor Turkse immigranten zou zijn met het associatierecht EG-Turkije. Ik wijs erop dat dit wetsvoorstel uitvoerig is getoetst aan het associatierecht. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State is de memorie van toelichting op dit punt aangepast. Het advies van de Raad van State sterkte ons ook in de opvatting dat er geen strijdigheid is met het associatierecht. Wij moeten wel bedenken dat de redenen waarom wij de vingerafdrukken afnemen evengoed kunnen gelden voor Turkse onderdanen. Brondocumenten zijn niet allemaal altijd betrouwbaar en fraude met de identiteit kan zich ook voordoen bij Turkse onderdanen. Voor een betrouwbare identiteitsvaststelling is de afname van vingerafdrukken ook bij Turkse onderdanen nodig. Ik zeg niet dat het niet anders zou kunnen, maar ik zeg wel dat het kabinet die keuze gewoon niet wil maken. Om die reden ontraad ik het amendement.

De voorzitter:

Ik constateer dat er behoefte is aan een tweede termijn.

De heer Van Hijum (CDA):

Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor zijn antwoorden. Het debat ging in belangrijke mate over proportionaliteit. Hoe je het ook wendt of keert, het gaat tot op zekere hoogte om een inbreuk op de privacy en integriteit. Er is echter een maatschappelijk belang gemoeid met dit voorstel. Dat ligt met name in de fraude, het misbruik van de procedures dat in de praktijk helaas voorkomt. Wij vinden het belangrijk dat het draagvlak onder het asiel- en vreemdelingenbeleid in stand blijft. Dat kan alleen door zorgvuldig onderscheid te maken tussen de mensen die een legitiem beroep doen op verblijf in Nederland en de mensen wie dat niet toekomt.

In verband met de vraag hoeveel illegale migranten via de voordeur binnenkomen, heb ik een samenvatting gegeven aan de medewerkers van de heer Teeven. Ik zou het op prijs stellen als ik daarop een reactie kan krijgen. Dat hoeft niet per se in de tweede termijn. Als de staatssecretaris zegt dat hij het graag nader zal uitzoeken en dat hij er schriftelijk op terugkomt, heb ik dat liever, als dat voor de zorgvuldigheid nodig is, dan een kort antwoord waarmee wij niet zoveel kunnen. Als de staatssecretaris er tijd voor nodig heeft, heb ik daar alle begrip voor. Ik stel een reactie wel op prijs.

Ik dank hem ook voor zijn toezegging naar aanleiding van mijn praktische vragen over de uitrol van Blackberry's en de check op het materieel. Wij moeten niet alleen wetten en regels bedenken, maar ze moeten ook uitgevoerd worden.

Ik zal mijn fractie adviseren om in te stemmen met het wetsvoorstel.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Toch wel een teleurstellend debat. Wij zijn namelijk geen millimeter opgeschoten. Ik heb de staatssecretaris in mijn eerste termijn en in interrupties herhaaldelijk duidelijk gemaakt, welke problemen ik zie bij dit wetsvoorstel. Jammer dat de staatssecretaris dan niet thuis geeft. Ik zal proberen hem met de volgende motie op andere gedachten te brengen wat betreft het door mij zo verfoeide artikel 107, lid 6, sub b van de Vreemdelingenwet.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op dit moment de mogelijkheid bestaat om vingerafdrukken van een verdachte te vergelijken met de vingerafdrukken in de Basis Voorziening Vreemdelingen (BVV) indien vermoed wordt dat de verdachte vreemdeling is;

overwegende dat niet is aangetoond waarom deze mogelijkheid ook zou moeten bestaan indien een opsporingsonderzoek op een dood spoor is beland, er geen vermoeden van de identiteit van de verdachte is en er derhalve geen aanleiding is om te vermoeden dat de verdachte een vreemdeling is;

nader overwegende dat zonder vermoeden van de identiteit van een verdachte de kans dat verdachte een vreemdeling zal zijn kleiner is dan de kans dat verdachte niet-vreemdeling zal zijn;

concluderende dat derhalve van de door de regering gewenste mogelijkheid in zulke gevallen alsnog de vingerafdrukken in de BVV te scannen op overeenkomsten met de bij het misdrijf gevonden sporen een stigmatiserend en discriminerend signaal uitgaat, als ook dat deze wijze van werken daadwerkelijk tot discriminatie zou leiden;

verzoekt de regering, niet over te gaan tot invoering van het voorgestelde artikel 107 lid 6, sub b, Vreemdelingenwet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Gesthuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 12 (33192).

De heer Fritsma (PVV):

Voorzitter. Ik heb in eerste termijn al aangegeven dat er grote problemen bestaan op het gebied van identiteitsvaststelling en dat deze wet een verbetering is in vergelijking met de huidige situatie. Ik heb de twee tekortkomingen al toegelicht en verwoord in twee amendementen. Natuurlijk handhaaf ik de amendementen. Ik wil twee moties indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gemeenten, Koninklijke Marechaussee en Vreemdelingenpolitie het sterke vermoeden hebben dat op grote schaal door vreemdelingen wordt gefraudeerd met identiteiten en documenten;

overwegende dat gebleken is dat desondanks vrijwel nooit tot aangifte van deze fraude of strafrechtelijke vervolging van de fraudeplegers wordt overgegaan;

overwegende dat het onacceptabel is dat het plegen van fraude bij verblijfsaanvragen zonder consequenties blijft;

verzoekt de regering, te bewerkstelligen dat in alle gevallen aangifte wordt gedaan van fraude inzake verblijfsaanvragen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Fritsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 13 (33192).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in een substantieel aantal verblijfsaanvragen sprake is van fraude op het gebied van identiteit of anderszins;

van mening dat toelating van fraudeurs voorkomen en het plegen van fraude ontmoedigd moet worden;

verzoekt de regering, er zorg voor te dragen dat gepleegde fraude altijd wordt tegengeworpen bij de reguliere verblijfsaanvraag en ook bij toekomstige verblijfsaanvragen van de fraudeur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Fritsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 14 (33192).

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Voorzitter. De staatssecretaris geeft aan dat de totale omvang van fraude niet bekend is. Dat zegt hij klip-en-klaar. Hij zegt ook dat het systeem INDiGO nu nog geen betrouwbare cijfers geeft, maar dat dit begin april wel eens het geval zou kunnen zijn. Waarom wachten wij dan niet op die gegevens, voor wij überhaupt verdergaan met de behandeling van deze wetswijziging, vraag ik de staatssecretaris.

In verband met de Turken wijs ik de staatssecretaris op zijn eigen memorie van toelichting, waarin hij op pagina 16 nadrukkelijk aangeeft dat sprake is van belemmering van het recht op vrij personenverkeer als je die biomedische kenmerken vastlegt. Dat zou dan toch ook een belemmering moeten zijn voor de Turken? Waarom wordt wel een uitzondering gemaakt voor de Zwitsers en niet voor de Turken?

Ten slotte constateer ik dat de staatssecretaris wat mij betreft onvoldoende antwoord heeft gegeven op de bezwaren die ik naar voren heb gebracht en de vragen die ik heb gesteld in het kader van de privacy. Mijn fractie zal zich beraden of zij al of niet steun kan geven aan deze wetswijziging.

Mevrouw Arib (PvdA):

Voorzitter. Ik bedank de staatssecretaris voor zijn antwoorden. Ik ben hem zeer erkentelijk voor zijn belangrijke toezegging om niet de officier van justitie, maar de rechter-commissaris de definitieve beslissing te laten nemen over het gebruik van de database voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Dat is een zeer belangrijke toezegging. Ik dank hem daarvoor omdat hiermee ook een belangrijke waarborg wordt ingebouwd bij de inbreuk op de privacy en de integriteit van mensen.

Op één vraag heb ik onvoldoende antwoord gekregen, namelijk of dit wetsvoorstel ook geldt voor mensen die al een verblijfsvergunning hebben. De staatssecretaris zei dat deze wet ook op hen van toepassing is om er zeker van te zijn dat ze zijn wie ze zijn. Mensen die hier al verblijven – dat zijn duizenden mensen – moeten zich straks gaan melden. De staatssecretaris heeft zelf gesproken over de proportionaliteit en over de vraag in hoeverre dit een zwaar middel is. Mensen die hier rechtmatig verblijven, zijn mensen die een vergunning hebben. Ze staan ingeschreven in het bevolkingsregister. Dus nogmaals: ik wil weten waarom dit wetsvoorstel ook van toepassing is op deze categorie vreemdelingen, die hier rechtmatig verblijft. Ik ontvang hierop graag een antwoord.

De heer Azmani (VVD):

Voorzitter. Ik kan ook erg kort zijn. Ik dank de staatssecretaris voor de gegeven antwoorden. De doelstelling van dit wetsvoorstel is duidelijk. Dat is een sluitende bronnenregistratie, zoals de staatssecretaris ook verwoordt. Het gaat om de identiteitsvaststelling. Dat daar als nevendoel bij komt dat je daadwerkelijk fraude kunt detecteren, lijkt mij alleen maar een goede zaak. Er is sprake van de nodige waarborgen, waarover ik al in de eerste termijn heb aangegeven dat die uitgebreid zijn gemotiveerd in de memorie van toelichting en in de nota naar aanleiding van het verslag. Ik zie veel wetsvoorstellen in deze Kamer, ook tijdens de afgelopen periode. Ik vond dit wetsvoorstel zeer uitgelijnd.

INDiGO en de koppeling met de BVV zie ik graag tegemoet. Ik ben heel benieuwd wanneer die zal plaatsvinden. De staatssecretaris noemde april 2013. Dit is in het kader van de detectie binnen de hele vreemdelingenketen ook goed bij de eventuele opsporing van fraude.

Ook als reactie op wat mevrouw Arib heeft gezegd in haar tweede termijn, noem ik het natuurlijke moment voor alle mensen die al in Nederland verblijven. Het gaat op een natuurlijke wijze via een natuurlijk moment. In het kader van de verlenging van het verblijfsdocument, en dus geen oproep, heb ik gevraagd waarom een natuurlijk moment niet ook een intrekkingsmoment kan zijn. Daarvoor geldt namelijk een belang: een bewaartermijn van tien jaar als iemand het land dient te verlaten. Dan gaat die periode lopen. Het intrekkingsmoment is dus juist bedoeld voor de mensen die hier om bepaalde redenen, bijvoorbeeld criminele antecedenten, geen verblijfsrechten meer hebben. Men wil dat kunnen detecteren. Ik geef de staatssecretaris graag mee dat ook de situatie waarin een verblijfsvergunning wordt ingetrokken, een natuurlijk moment is.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Staatssecretaris Teeven:

Voorzitter. Ik dank de leden voor hun inbreng in tweede termijn. Ik dank de heer Van Hijum voor zijn opmerkingen. Ik zal voor de stemming over het wetsvoorstel schriftelijk reageren op het stuk dat hij mij heeft verstrekt. Wij kenden het stuk niet, dus het lijkt mij goed dat wij daarop reageren. Ik zal ook op een ander onderwerp schriftelijk reageren, dus dat kan in één reactie gebeuren. De Kamer zal die reactie ontvangen voordat over het wetsvoorstel wordt gestemd.

Het is spijtig dat mevrouw Gesthuizen zegt dat wij geen millimeter zijn opgeschoten. Ik kende de inbreng van haar fractie al, want het wetsvoorstel ligt er al enige tijd, dus ik wist dat wij van mening verschillen. Ik heb echter geprobeerd, ook door hetgeen ik mevrouw Arib heb toegezegd, om meer waarborgen in te bouwen. Ook de motie op stuk nr. 12, van mevrouw Gesthuizen, ziet op dit punt. Die motie wil ik ontraden. Ik heb een extra waarborg ingebouwd. Ook heb ik verwezen naar de gemiddeld 75 gevallen waarin navraag wordt gedaan. Ik vind het bedoelde artikel niet stigmatiserend. Wij moeten proberen zo veel mogelijk in dit land gepleegde misdrijven van enige zwaarte daadwerkelijk tot een oplossing te brengen. Dat zijn wij verplicht aan de aangevers van misdrijven, de slachtoffers en de nabestaanden. Het is geen verhaal van stigmatisering, maar een verhaal van afweging van de zwaarte van het maatschappelijk belang versus privacybelang. De extra waarborg die nu in het wetsvoorstel komt, is naar mijn mening voldoende.

Ik dank de heer Fritsma voor zijn woorden op dit punt en de steun die zijn fractie waarschijnlijk aan dit wetsvoorstel geeft. Wij zijn het niet eens over een aantal zaken. De heer Fritsma wil verder gaan. Ik begrijp precies wat hij zegt, maar uit oogpunt van proportionaliteit wil de regering de door hem beoogde stap niet maken.

In de motie op stuk nr. 14, van de heer Fritsma, wordt de regering verzocht er zorg voor te dragen dat gepleegde fraude altijd wordt tegengeworpen bij de reguliere verblijfsaanvraag en ook bij toekomstige verblijfsaanvragen van de fraudeur. Dat is in feite al opgenomen, maar moet op een aantal terreinen nog worden ingevoerd. Dat zullen wij nog doen, dus om die reden vind ik de motie overbodig. Ik zou de motie bijna kunnen zien als ondersteuning van beleid.

In de motie op stuk nr. 13, eveneens van de heer Fritsma, wordt de regering verzocht te bewerkstelligen dat in alle gevallen aangifte wordt gedaan van fraude bij verblijfsaanvragen. Laat helder zijn dat de regering niet wil dat er wordt gefraudeerd bij verblijfsaanvragen. In het regeerakkoord staat dan ook dat wij dergelijke fraude zullen tegengaan. Als de overheid echter daadwerkelijk serieus wil responderen op fraude bij verblijfsaanvragen, dan moet er wel sprake zijn van de bereidheid op grote schaal om aangifte te doen van die fraude. Overigens denk ik wel dat we er ook alles aan moeten doen om te voorkomen – daar ziet dit wetsvoorstel veel meer op – dat die fraude daadwerkelijk plaatsvindt, op de preventie dus. In die zin denk ik dat er geen bezwaar tegen bestaat dat er een inspanningsverplichting is van de zijde van het kabinet om ervoor te zorgen dat als er sprake is van fraude, er ook daadwerkelijk een adequate reactie komt.

De voorzitter:

U ontraadt dus de motie op stuk nr. 13?

Staatssecretaris Teeven:

Ik ontraad de motie niet. Ik probeer duidelijk te maken dat het kabinet met de heer Fritsma van mening is dat fraude moet worden tegengegaan. Dit wetsvoorstel heeft vooral een preventieve werking. Alles wat je preventief kunt oplossen, hoef je daarna niet meer repressief te doen. Dat betekent dat je ook geen opsporing hoeft in te stellen. Het kabinet is het met de heer Fritsma eens dat fraude die betrekking heeft op identiteitsdocumenten, moet worden tegengegaan. Volgens mij wordt dat op brede schaal in de Kamer gedeeld. Dan kan repressie noodzakelijk zijn en dus ook het bevorderen van het doen van aangifte. In die zin betekent dat ondersteuning van beleid van het kabinet.

De voorzitter:

Geldt dat voor beide moties? Ik vraag dit even voor de duidelijkheid.

Staatssecretaris Teeven:

Ja, dat geldt voor beide moties.

De heer Fritsma (PVV):

De staatssecretaris zegt nu dat het ondersteuning van beleid is, maar het probleem is dat het geen ondersteuning van de huidige uitvoeringspraktijk is. Ik heb die motie ingediend omdat onder andere in het rapport "Het topje van de ijsberg", dat de staatssecretaris zelf heeft aangehaald, geconcludeerd is dat er bijna nooit aangifte wordt gedaan bij ontdekte fraude. Dat is toch vreemd, want als je verblijfsaanvragen indient met valse paspoorten, valse salarisspecificaties om aan de inkomenseis te voldoen en noem maar op, dan is het toch logisch dat de IND dat aanpakt middels het doen van aangiften?

Staatssecretaris Teeven:

Zeker, en als dat weinig gebeurt, dan moeten we bekijken of dat niet meer moet gebeuren. Ik ben samen met de heer Fritsma van mening dat repressie een noodzakelijke aanvulling kan zijn op een preventief wetsvoorstel als het onderhavige. Het kabinet zal zich daarvoor ook inspannen. Dan komt de vraag aan de orde of de heer Fritsma zijn motie wil handhaven of dat hij de toezegging van het kabinet om daarvan serieus werk van te maken, voldoende vindt om de motie aan te houden. Die vraag ligt nu voor. Ik ben niet tegen wat de heer Fritsma hierover zegt, maar hij spreekt over aangifte in alle gevallen. Je kunt je inspannen om ervoor te zorgen dat er voorbeelden worden gesteld. Dat is ook het doel van repressie: fraude tegengaan. Dat betekent dat je soms ook moet opsporen en vervolgen. Daarvoor zal het kabinet zich inspannen, maar of dat in alle gevallen leidt tot aangifte, kan ik de heer Fritsma niet beloven.

De heer Fritsma (PVV):

Gelet op de huidige situatie is die inspanningsbelofte niet voldoende. Nogmaals, er wordt in geval van fraude bijna nooit aangifte gedaan. Dat is raar als mensen met valse paspoorten en valse salarisspecificaties en noem maar op komen aanzetten. Juist om dat te ontmoedigen, moet er aangifte worden gedaan. Als de staatssecretaris toezegt dat dat in alle gevallen zal gebeuren, wil ik die motie natuurlijk wel intrekken.

Staatssecretaris Teeven:

Nu wordt het allemaal wat helderder. In alle gevallen aangifte doen, ga ik niet toezeggen. We blijven dus verdeeld op het punt van alle gevallen. Als de heer Fritsma de motie wijzigt en daarin stelt dat de regering zich moet inspannen om te zorgen dat er meer aangifte wordt gedaan, dan gaan we ons daarvoor ook daadwerkelijk inspannen. Zo'n motie vind ik ondersteuning van beleid. Maar als de motie het woordje "alle" erin laat staan, dan moet ik de motie ontraden.

De heer Fritsma (PVV):

Met alle respect, er wordt nu bijna nooit aangifte gedaan. Als ik dus met de staatssecretaris meega om ervoor te zorgen dat er meer aangifte wordt gedaan, dan zijn er een of twee extra aangiften en dat is natuurlijk veel te weinig. Waarom legt de staatssecretaris voor het kabinet de lat niet wat hoger? Als Jan met de pet de belastingdienst flest, volgt er aangifte. Maar vreemdelingen, hoe je het ook wendt of keert – het staat in de rapportages – komen er altijd mee weg. Daar moet toch een einde aan komen?

Staatssecretaris Teeven:

Het is zo goed wat mevrouw Arib daarover heeft gezegd. Dat vond ik heel mooi aan haar inbreng. Zij zei dat dit een belangrijke wet is, want die voorkomt dat er meer fraude plaatsvindt. Daarom is die bronregistratie, waarover in de tweede termijn nog een vraag werd gesteld, ook belangrijk. Ook de heer Azmani haalde dat aan in zijn inbreng. De wet zorgt voor meer preventie. En dan is er altijd een stuk waar die preventie niet werkt. Daar moet je dan repressie hebben. De heer Fritsma constateert met mij dat er weinig aangifte wordt gedaan. Het kabinet zegt dat meer te gaan doen en de heer Fritsma zegt dat het altijd moet gebeuren. Dat verdeelt ons. Als de heer Fritsma zijn motie op dit punt handhaaft, dan moet ik hem ontraden.

De voorzitter:

Dat doet de heer Fritsma.

Staatssecretaris Teeven:

Ik heb dat de heer Fritsma nog niet horen zeggen. Hij denkt volgens mij nu nog na. Als hij is uitgedacht en hij vindt de toezegging van de staatssecretaris voldoende, dan zijn we het eens. Zo is het en moeilijker kan ik het niet maken.

De heer Fritsma (PVV):

Nee, de toezegging is te licht want het is helemaal niet moeilijk om ervoor te zorgen dat er meer aangiftes komen, omdat er nu helemaal geen aangiftes zijn. Ik handhaaf de motie.

Staatssecretaris Teeven:

Je kunt het onmogelijke niet ...

De voorzitter:

De heer Fritsma handhaaft zijn motie en de staatssecretaris ontraadt haar. Motie op stuk nr. 14 is ondersteuning beleid en dus oordeel Kamer.

Staatssecretaris Teeven:

Ik heb goed naar mevrouw Berndsen geluisterd en ik vond het jammer dat ze zei dat ze onvoldoende antwoord had gekregen en dat het kabinet haar onvoldoende tegemoet was gekomen. Ik heb met betrekking tot de horizonbepaling gezegd dat we de effectiviteit van de wet gaan bekijken. Ik heb het mezelf echt horen zeggen. Mevrouw Berndsen maakt hier een amendement over, dus ik neem aan dat zij het een belangrijk onderwerp vindt. Ik vind het ook een belangrijk onderwerp, dus ik ben haar in die zin wel tegemoet gekomen. Het kabinet is niet doof geweest voor de argumenten van de fractie van D66.

Verder wijst mevrouw Berndsen erop dat het op pagina 16 van de memorie van toelichting bij de strijd met de discriminatieverboden om EU-burgers gaat. Ik wijs mevrouw Berndsen erop dat op pagina 18 van de memorie van toelichting is betoogd dat het opnemen van vingerafdrukken niet leidt tot een beperking van de rechten waartoe het verbod op discriminatie zich uitstrekt. Het staat ook op pagina 18 van de memorie. Dat antwoord had ik dus al gegeven.

De voorzitter:

Mevrouw Berndsen mag nog even reageren.

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Ik verwees naar een alinea op pagina 16, maar laten we daar niet over redetwisten. Ik heb gezegd dat ik onvoldoende antwoord heb gekregen op vragen die ik heb gesteld in het kader van de privacy. Ik heb de staatssecretaris niet horen zeggen dat hij de horizonbepaling met een positief advies naar de Kamer stuurt. Dus in hoeverre is hij mij nu tegemoet gekomen? Hij heeft gezegd dat het oordeel Kamer is.

Staatssecretaris Teeven:

Ik zal helder zijn in tweede termijn. Ik zeg mevrouw Berndsen toe dat ik in de brief, waarin ik reageer op de stukken van de heer Van Hijum en op de opmerkingen van de heer Azmani met betrekking tot INDiGO, voor de stemming nader zal reageren op het amendement.

De voorzitter:

Dat betekent dat u uw oordeel over het amendement wellicht wijzigt?

Staatssecretaris Teeven:

Ja, daar beraad ik me nog even op.

De voorzitter:

Dat is helder.

Staatssecretaris Teeven:

Met betrekking tot de Turkse onderdanen wijs ik op de jurisprudentie van het Hof van Justitie voor de Europese Unie. In de jurisprudentie heeft het Hof aan de beperkte markttoegangsrechten van Turkse onderdanen een accessoir verblijfsrecht gekoppeld om de daadwerkelijke uitoefening van die rechten op het grondgebied van de lidstaat mogelijk te maken. Bij de huidige stand van het Unierecht hebben Turkse onderdanen echter geen recht op vrij personenverkeer of vrij verkeer van werknemers, zelfstandigen en diensten. De werkingssfeer van de associatieovereenkomst is derhalve beperkter dan de werking van het EG-verdrag. Dat maakt naar mijn oordeel het onderscheid gerechtvaardigd.

Tot slot vroeg mevrouw Arib of het rechtmatig verblijf ook geldt voor mensen die een verblijfsvergunning hebben. Dit onderwerp heeft enig verband met de opmerking van de heer Azmani over het intrekken. Wanneer neem je nu tien vingerdrukken af en wanneer neem je de gezichtsscan af? De heer Azmani heeft over hetzelfde onderwerp vragen gesteld, vanuit een andere optiek. Het lijkt me handig dat ik daar even over nadenk en voor de stemming een brief schrijf met mijn standpunt op beide onderdelen. Ik denk dat ik hiermee op alle opmerkingen heb gereageerd.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de staatssecretaris voor zijn deelname aan het debat van hedenavond. Dat geldt ook voor alle deelnemers aan het debat. Wij stemmen aanstaande dinsdag over de amendementen en over de moties.

Sluiting 22.19 uur.