Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333192 nr. 12

33 192 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de uitbreiding van het gebruik van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen in verband met het verbeteren van de identiteitsvaststelling van de vreemdeling

Nr. 12 MOTIE VAN HET LID GESTHUIZEN

Voorgesteld 23 januari 2013

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op dit moment de mogelijkheid bestaat om vingerafdrukken van een verdachte te vergelijken met de vingerafdrukken in de Basis Voorziening Vreemdelingen (BVV) indien vermoed wordt dat de verdachte vreemdeling is;

overwegende dat niet is aangetoond waarom deze mogelijkheid ook zou moeten bestaan indien een opsporingsonderzoek op een dood spoor is beland, er geen vermoeden van de identiteit van de verdachte is en er derhalve geen aanleiding is om te vermoeden dat de verdachte een vreemdeling is;

nader overwegende dat zonder vermoeden van de identiteit van een verdachte de kans dat verdachte een vreemdeling zal zijn kleiner is dan de kans dat verdachte niet-vreemdeling zal zijn;

concluderende dat derhalve van de door de regering gewenste mogelijkheid in zulke gevallen alsnog de vingerafdrukken in de BVV te scannen op overeenkomsten met de bij het misdrijf gevonden sporen een stigmatiserend en discriminerend signaal uitgaat, als ook dat deze wijze van werken daadwerkelijk tot discriminatie zou leiden;

verzoekt de regering, niet over te gaan tot invoering van het voorgestelde artikel 107 lid 6, sub b, Vreemdelingenwet,

en gaat over tot de orde van de dag.

Gesthuizen