4 Arbeidsmarktbeleid zorgsector

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 14 december 2011 over arbeidsmarktbeleid zorgsector.

De voorzitter:

Vorige week is het Reglement van Orde gewijzigd in die zin dat de spreektijd bij een VAO twee minuten bedraagt, inclusief het indienen van de moties. In de toelichting daarop staat dat interrupties korte vragen zijn ter verheldering.

Ik heet de minister en de staatssecretaris welkom.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Ik heb inderdaad kennisgenomen van het nieuwe Reglement van Orde. Ik heb maar één motie. Daarom heb ik opeens heel veel tijd over.

De voorzitter:

Twee minuten!

Mevrouw Leijten (SP):

Het gevolg van deze nieuwe regel is dus dat sprekers hun twee minuten gaan opmaken.

Voorzitter. We hebben een debat gevoerd over arbeidsmarktbeleid in de zorg. De SP heeft uitgebreid onderzoek gedaan onder mensen die werken in de gehandicaptenzorg en ouderenzorg. Een van hun grote frustraties is het invullen van formulieren. Uit het onderzoek blijkt dat gemiddeld 80% van hen twee tot drie uur per dag bezig is met de administratie. Dat is niet motiverend. Ik heb de staatssecretaris uitgedaagd om binnen een jaar te komen met een doelstelling om dit te halveren. We zijn daar niet helemaal uitgekomen en daarom dien ik er een motie over in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat uit de SP-onderzoeken "De ouderenzorg aan het woord" en "De gehandicaptenzorg aan het woord" blijkt dat zorgverleners twee tot drie uur per dag bezig zijn met administratie;

van mening dat dit moet stoppen;

verzoekt de regering om binnen een jaar de bureaucratie met de helft te laten verminderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 137 (29282).

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. In het algemeen overleg heb ik ook een oproep gedaan om een actieplan te starten om meer hoger opgeleiden in de ouderenzorg te betrekken en om het werk aantrekkelijker te maken. Mijn collega van het CDA zal daar mede namens de SP een motie over indienen.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Voortman. Kennelijk rijden de treinen weer.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. De treinen rijden inderdaad weer, dus hier ben ik.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat door de verwachte uitstroom en de huidige lage instroom een tekort aan arbo-artsen dreigt;

van mening dat arbo-artsen een belangrijke rol vervullen in het signaleren van beroepsziekten, het voorkomen dat mensen met gezondheidsklachten uitvallen en daarmee ook een beroep op de curatieve zorg kunnen voorkomen of verminderen;

van mening dat deze problematiek niet alleen een zaak voor de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is, maar juist vraagt om een kabinetsbrede aanpak;

verzoekt de regering, de beroepsgroep arbo-artsen expliciet te betrekken in de jaarlijkse brief over de arbeidsmarkt in de zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 138 (29282).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat taakherschikking tussen medisch specialisten enerzijds en physician assistants en verpleegkundig specialisten anderzijds van groot belang is, zowel vanuit het oogpunt van kostenbeheersing in de zorg als in het kader van het verder vergroten van het carrièreperspectief voor verpleegkundigen;

constaterende dat de sector reeds de nodige stappen ten aanzien van taakherschikking heeft ondernomen, maar dat de tijd rijp is om dit op uitgebreidere schaal gestalte te geven;

verzoekt de regering, in overleg met relevante partijen in de sector vijf lokale pilots op het gebied van taakherschikking te starten, teneinde knelpunten te inventariseren en te analyseren, verbeteringen aan te brengen en financiële randvoorwaarden te creëren voor verdere taakherschikking binnen de zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 139 (29282).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de middelen bedoeld voor het opleiden en aantrekken van 12.000 extra arbeidskrachten in de zorg via ophoging van de zorgzwaartepakketten bij instellingen terecht zullen komen;

overwegende dat door deze manier van uitkeren het daadwerkelijk aanwenden van deze middelen voor het aantrekken en opleiden van verpleegkundigen en verzorgenden lastig te controleren zal zijn;

van mening dat voor het daadwerkelijk realiseren van 12.000 extra fulltimebanen in de zorg het ook van belang is dat die middelen ook daadwerkelijk besteed worden aan het aantrekken en opleiden van nieuw personeel en ook zo effectief mogelijk worden ingezet;

verzoekt de regering, deze middelen niet versleuteld via zorgzwaartepakketten, maar bijvoorbeeld via subsidie aan instellingen te verstrekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 140 (29282).

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Voorzitter. Eén van de aspecten die aan de orde kwamen in het debat over de arbeidsmarkt in de zorg, was het aantal mensen dat momenteel ontslagen wordt in de zorg. Uit de cijfers blijkt dat het gaat om 9000 mensen in de ggz. Ook vallen er ontslagen in ziekenhuizen en in de thuiszorg. Op 26 januari zal een debat specifiek over de ggz worden gevoerd. Ik wil graag een toezegging van het kabinet dat het de Kamer voorafgaand aan dit debat inzichtelijk maakt hoeveel mensen nu precies ontslagen zullen worden in de ggz, wat er met deze mensen gebeurt en welk sociaal plan deze mensen hebben. Het liefst hoor ik natuurlijk ook dat ze behouden worden voor de zorg, omdat je de kwaliteit van de ggz met deze mensen overeind houdt en voorkomt dat zorgmijders uit het zicht verdwijnen.

Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veel medewerkers in de zorg te maken krijgen met agressie en dat de mogelijkheid om anoniem aangifte te doen een belangrijke bijdrage kan leveren aan de veiligheid van zorgverleners;

overwegende dat bij het doen van anonieme aangifte bij voorkeur gebruik dient te worden gemaakt van de mogelijkheden uit de OM-handleiding Opnemen (deels) anonieme aangifte/verklaring, maar dat het doen van aangifte op basis van personeelsnummer niet wordt uitgesloten in deze OM-handleiding;

overwegende dat niet alle arrondissementsparketten bereid zijn in bijzondere gevallen gebruik te maken van de mogelijkheid om aangifte te doen op personeelsnummer;

verzoekt de regering, alles in het werk te stellen om de verschillen tussen de parketten op dit punt weg te nemen en het doen van aangifte op personeelsnummer landelijk mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kuiken en Marcouch. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 141 (29282).

Mevrouw Uitslag (CDA):

Voorzitter. We hebben vorige week een goed debat gehad over de arbeidsmarkt in de zorg. Het is de staatssecretaris en de minister menens. Toch vonden wij dat wij hen een steuntje in de rug moesten geven ten aanzien van verpleegkundigen van niveau 4 en 5, met name in de ouderenzorg. Daarom dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de afgelopen jaren het aantal verpleegkundigen is afgenomen, met name in de ouderenzorg;

van mening dat deze hbo-verpleegkundigen van groot belang zijn, ook als "handen aan het bed";

tevens van mening dat een goede mix van zorgprofessionals ten goede komt aan de kwaliteit van zorg- en hulpverlening;

overwegende dat wanneer wij deze verpleegkundigen weer willen betrekken bij de ouderenzorg, het van groot belang is hier aandacht aan te besteden tijdens de opleiding maar ook carrièreperspectieven te bieden aan het bed;

verzoekt de regering, hiervoor een plan van aanpak te maken en dit zo snel mogelijk naar de Kamer toe te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Uitslag en Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 142 (29282).

Mevrouw Dijkstra (D66):

Voorzitter. Kortheidshalve zal ik mij beperken tot de moties. Ik waarschuw de staatssecretaris en de minister maar even; die ene motie komt er toch weer aan.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat mensen in toenemende mate zorg willen ontvangen in hun vertrouwde thuisomgeving;

overwegende dat wijkverpleegkundigen noodzakelijk zijn om deze zorg in de buurt te organiseren en faciliteren;

overwegende dat wijkverpleegkundigen goedkoper werken dan verpleegkundigen in zorginstellingen en dat het aanbieden van deze functie de ouderenzorg voor zorgstudenten aantrekkelijker kan maken;

verzoekt de regering, een deel van de gereserveerde middelen voor de 12.000 extra zorgmedewerkers in te zetten voor de opleiding van 2000 nieuwe wijkverpleegkundigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijkstra en Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 143 (29282).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ouders en/of andere direct betrokkenen van een ziek kind veel kennis kunnen hebben van en ervaring kunnen hebben met voorbehouden handelingen bij de verpleging van het kind;

constaterende dat zij voor de uitvoering van een (of meer) voorbehouden handeling(en) in het ziekenhuis afhankelijk zijn van BIG-geregistreerde professionals;

verzoekt de regering, bij gebleken geschiktheid ouders en/of andere direct betrokkenen een certificaat te verstrekken voor de uitvoering van voorbehouden handeling(en) in het ziekenhuis,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijkstra en Voortman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 144 (29282).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met jobcarving – een bundeling van eenvoudige taken en/of het afsplitsen van eenvoudige taken van bestaande zorgfuncties – succesvol nieuwe banen te creëren zijn in ziekenhuizen en andere zorginstellingen;

overwegende dat mensen met een uitkering hierdoor meer kansen hebben op de arbeidsmarkt en professionals in de zorg zich hierdoor beter kunnen focussen op het moeilijker werk;

verzoekt de regering, in overleg met de brancheorganisaties jobcarving in ziekenhuizen en andere zorginstellingen te stimuleren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 145 (29282).

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

De minister gaat één vraag beantwoorden en reageren op negen moties.

Minister Schippers:

Voorzitter. Ik begin met het reageren op de moties. De eerste motie waarop ik moet reageren, is de motie-Voortman op stuk nr. 138. Daarin wordt gesteld dat de problematiek van de arbo-artsen niet alleen een zaak voor de minister van Sociale Zaken is, maar juist vraagt om een kabinetsbrede aanpak. Ik wil de Kamer het aannemen van deze motie ontraden. Naar mijn mening is dit primair een zaak van sociale partners zelf. Misschien zou het helpen om bedrijfsartsen wat beter te betalen. Dan worden mensen misschien weer wat enthousiaster om dit werk te gaan doen. Als dit al ergens een plekje heeft in het kabinet, dan is het bij de minister van Sociale Zaken. Ik zal wel de vinger aan de pols houden.

In de motie van het lid Voortman op stuk nr. 139 wordt de regering verzocht om in overleg met relevante partijen in de sector vijf lokale pilots te starten. Tijdens het AO hebben wij hierover gesproken. Ik zei toen al dat ik niet precies op de hoogte ben van deze vijf pilots, maar dat ze wel worden opgestart. Dat klopt, ze worden opgestart. Dat gebeurt samen met V&VN en met de beroepsorganisatie van de physician assistants. Ik vind daarom de motie overbodig. Dit gebeurt immers al en wij zijn hier al mee bezig.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

De minister zegt dus dat wat ik in de motie vraag, gewoon al in de praktijk wordt uitgevoerd?

Minister Schippers:

Het gebeurt al.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Oké. Dan wil ik mijn motie intrekken. Ik zal bij het volgende overleg over dit onderwerp gaan vragen naar de stand van zaken.

De voorzitter:

Aangezien de motie-Voortman (29282, nr. 139) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Minister Schippers:

In de motie op stuk nr. 141 wordt de regering verzocht, alles in het werk te stellen om de verschillen tussen arrondissementsparketten op dit punt weg te nemen en het doen van aangifte op personeelsnummer landelijk mogelijk te maken. Anonieme aangifte is al mogelijk binnen het wettelijk kader in het strafproces. Dit is nader uitgewerkt in de OM-handleiding Opnemen (deels) anonieme aangifte/verklaring. Het gebruik van het personeelsnummer is in de OM-handleiding niet geregeld, maar ook niet uitgesloten. Alle arrondissementsparketten hebben de mogelijkheid om voor deze variant te kiezen na een weging van de omstandigheden van het geval. In die zin bestaat deze mogelijkheid al landelijk. Ik heb tijdens het overleg toegezegd dat ik via de minister van Veiligheid en Justitie aandacht zal vragen voor situaties waar knelpunten zijn opgemerkt. Dat heb ik al toegezegd. De motie is dus overbodig.

De voorzitter:

U ontraadt de motie?

Minister Schippers:

De motie is overbodig.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

De motie is inderdaad een beetje als stok achter de deur bedoeld. Daarom wil ik haar graag aanhouden als de minister mij kan toezeggen dat zij mij, na overleg, even per brief informeert over de uitkomst van dat overleg.

Minister Schippers:

Ja, dat zeg ik toe.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Kuiken stel ik voor, haar motie (29282, nr. 141) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Schippers:

In de motie van mevrouw Dijkstra op stuk nr. 144 wordt de regering verzocht, bij gebleken geschiktheid ouders en/of andere direct betrokkenen een certificaat te verstrekken voor de uitvoering van voorbehouden handeling(en) in het ziekenhuis. Ik wil de Kamer het aannemen van deze motie ontraden. Het gaat hierbij niet om Wet-BIG-beoefenaren. Dit zou een nieuwe administratieve last betekenen. In de praktijk kunnen bovendien al afspraken worden gemaakt. Ik heb wel toegezegd tijdens het algemeen overleg dat ik aan het kwaliteitsinstituut zal vragen hoe wij dit meer ingang in ziekenhuizen kunnen laten doen vinden. Hierom heeft mevrouw Uitslag gevraagd. Ik ben echter niet zo'n voorstander van wat in de motie wordt gevraagd.

Ik kom tot slot bij de motie van mevrouw Dijkstra op stuk nr. 145. Daarin wordt de regering verzocht om in overleg met de brancheorganisaties jobcarving in ziekenhuizen en andere zorginstellingen te stimuleren. Ook deze motie wil ik de Kamer ontraden. Ik vind dat dit een taak is van ziekenhuizen en zorginstellingen zelf. De overheid wil een beetje kleiner worden. Wij moeten daarom onze grenzen kennen.

Mevrouw Kuiken heeft gevraagd om een toezegging voorafgaande aan het debat van naar ik meen 26 januari over de geestelijke gezondheidszorg. Zij wil dat ik een toezegging doe over hoeveel mensen er eventueel worden ontslagen, wat er met die mensen gebeurt en welk sociaal plan er zal komen. Ik zal proberen om aan deze vragen te voldoen. Ik zal er in ieder geval voor zorgen dat de informatie die ik dan ter beschikking heb, op tijd bij de Kamer is.

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner:

Voorzitter. Ik kom op de motie-Leijten op stuk nr. 137 waarin de regering wordt verzocht om de doelstelling voor het terugbrengen van de regeldruk te kwantificeren. Ik zou haar willen vragen om deze motie aan te houden. Er ligt een stapel van 30 cm dik op mijn bureau met regels die mogelijk kunnen worden afgeschaft, waaraan bepaalde instellingen willen meedoen. Ik zou die graag willen bestuderen. Mevrouw Leijten krijgt voor de kerst nog een zeer ambitieuze brief daarover. Naar aanleiding daarvan zou ik graag met haar spreken over een target die we kunnen stellen op de inzet die we daarin gaan genereren.

Mevrouw Leijten (SP):

We spreken al heel lang in de politiek over het verminderen van de bureaucratie. Als er nu een stapel van zoveel centimeter op het bureau van de staatssecretaris ligt, dan wil ik daarop wachten. Ik ga ervan uit dat wij kort na het kerstreces daarover verder spreken. Daarom zal ik de motie aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Leijten stel ik voor, haar motie (29282, nr. 137) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De brief van de staatssecretaris komt voor de kerst.

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner:

In de motie-Voortman op stuk nr. 140 wordt gevraagd om een andere verdeelsystematiek in te voeren voor de gelden die gaan resulteren in 12.000 extra arbeidsjaren en de scholing daarvoor. Die motie moet ik ontraden, omdat we gekozen hebben voor de systematiek waarmee het systeem het minst wordt belast, die het meest regelarm is, die draagvlak heeft bij alle partners van het convenant en waarmee de gelden op de snelste en eerlijkste weg worden verdeeld. We monitoren die verdeling. Daarmee hebben we een glashelder instrument gecreëerd daarvoor.

In de motie-Dijkstra/Voortman op stuk nr. 143 wordt gevraagd om de middelen voor 12.000 extra zorgmedewerkers ook ter beschikking te stellen voor 2.000 nieuwe wijkverpleegkundigen. Ik herhaal: die 12.000 extra medewerkers en de middelen daarvoor zijn heel nadrukkelijk bedoeld voor de intramurale zorg. Deze motie moet ik dus ontraden.

In de motie-Uitslag/Leijten op stuk nr. 142 wordt verzocht om heel concreet een plan van aanpak te maken voor de carrièreperspectieven en voor onder andere de taakverschuiving van verpleegkundigen in de ouderenzorg. Daar zal ik met veel plezier aan tegemoetkomen. Die motie is ondersteuning van beleid.

De voorzitter:

Bedoelt u oordeel Kamer?

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner:

Of die motie is overbodig, want wat wordt verzocht zijn we al aan het doen. Het is een sympathieke maar overbodige motie.

De voorzitter:

Daarmee zijn alle moties behandeld of beantwoord. Mevrouw Uitslag, hebt u nog een nabrander?

Mevrouw Uitslag (CDA):

Om onduidelijkheid te voorkomen, heb ik een vraag over de conclusie van de staatssecretaris. De projecten die nu lopen voor hbo-verpleegkundigen zijn meer in de breedte bedoeld. Wij vragen om een specifieke focus op hbo-verpleegkundigen in de ouderenzorg. "Ondersteuning beleid" zou natuurlijk fantastisch zijn. Ik weet niet goed wat de staatssecretaris nu eigenlijk aan ons adviseert.

De voorzitter:

De staatssecretaris probeert het opnieuw.

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner:

Ik wil heel graag in onderling overleg zo concreet en specifiek mogelijk tegemoetkomen aan de visie en inzichten die leven in de Kamer. Wat mij betreft, zei ik "ondersteuning beleid". Het gaat om dingen die ik graag doe. Als dat de voorkeur heeft van mevrouw Uitslag en mevrouw Leijten, zal ik dat met alle liefde zo noemen.

Mevrouw Leijten (SP):

In het debat ging het om een specifiek plan van aanpak om meer verpleegkundigen terug te krijgen in de ouderenzorg. Dat verzoeken wij ook. Als de staatssecretaris hier zegt dat zij dat plan voor mij heeft, hoeven we de motie niet in stemming te brengen. Maar dan zou ik wel graag willen weten wanneer het plan van aanpak ons bereikt.

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner:

Begrijp ik nu goed dat beide Kamerleden een verschillend antwoord op dezelfde motie willen?

De voorzitter:

Ik denk dat het het meest helder is als u concreet aangeeft of zij "oordeel Kamer" is of niet, en wanneer er eventueel een stuk komt, staatssecretaris.

Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten-Hyllner:

De Kamer kan in januari dat stuk van mij verwachten.

Mevrouw Leijten (SP):

Dan kunnen wij de motie intrekken.

De voorzitter:

Aangezien de motie-Uitslag/Leijten (29282, nr. 142) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemmingen over de moties vinden morgen plaats.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven