7 Vragenuur

Vragen van het lid Klaver aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de versobering van de bijstand.

De heerKlaver (GroenLinks):

Voorzitter. Nog niet heel lang geleden stonden we hier in deze zelfde Kamer over ditzelfde onderwerp te spreken: de versobering van de bijstand, zoals de staatssecretaris die voor zich ziet. Toen spraken we op basis van uitgelekte stukken. De staatssecretaris zei toen dat hij daar niet op in kon gaan, en dat hij ook niet verantwoordelijk kan zijn als mensen hierdoor in paniek zijn geraakt.

Nu staan we hier weer, want afgelopen vrijdag is er een persbericht uitgekomen, dit keer van de staatssecretaris zelf, waarin hij tot in detail erop ingaat wat de consequenties zijn voor burgers. Zo geeft hij bijvoorbeeld aan dat er een baanzoekplicht komt voor jongeren, een tegenprestatie voor de uitkering en een scherpere inkomensnorm voor gezinnen in de bijstand. Uitgangspunt wordt dat hier niet het partnerinkomen gaat tellen, maar het gezinsinkomen.

De staatssecretaris schept onduidelijkheid voor al die mensen die in de bijstand zitten, en zorgt ervoor dat zij niet weten waaraan zij toe zijn. Ik doel onder andere op de Wajongeren, want zo duidelijk als de staatssecretaris is in zijn persbericht, zo onduidelijk is hij in zijn interview in de Volkskrant van afgelopen maandag, waarin hij op de vraag wat deze maatregel gaat betekenen voor mensen in de Wajong, zegt dat hij dat nog niet weet, dat dat nog moet worden bezien en dat dat nog verder zal worden uitgewerkt, en dit terwijl het advies nu al bij de Raad van State ligt. Wat gaat de toets op huishoudinkomen betekenen voor de Wajongeren?

StaatssecretarisDe Krom:

Mevrouw de voorzitter. Ik dank mijnheer Klaver voor de gestelde vraag. Het kabinet wil dat zo veel mogelijk mensen vanuit een uitkering gaan werken. Dat is ook heel hard nodig, omdat we in de komende periode te maken krijgen met tekorten op de arbeidsmarkt vanwege de vergrijzing en de ontgroening. We kunnen het ons dus niet veroorloven om mensen die graag willen werken, maar de kans niet krijgen, of mensen die kunnen werken maar het om andere redenen niet doen, thuis te laten zitten. Dat is sociaal onverantwoord, omdat werk nog steeds de beste garantie is voor het volwaardig meedraaien in de samenleving, maar het is ook economisch niet verantwoord, omdat we straks inderdaad te maken krijgen met die krapte op de arbeidsmarkt. Dat betekent dat we iedereen keihard nodig hebben.

De heer Klaver weet wat het kabinet aan het doen is. Het kabinet wil toe naar een meer activerend socialezekerheidsstelsel. Dat houdt ook in dat we nu eens moeten stoppen met het bedenken van honderd redenen waarom mensen niet aan het werk zouden kunnen. Werk moet gaan boven een uitkering. De bijstand is bedoeld als laatste vangnet en dus voor degenen die tijdelijk onvoldoende inkomsten hebben. Om die redenen heeft het kabinet besloten tot die maatregelen in de bijstand.

De heer Klaver heeft een concrete vraag gesteld over de Wajong. Hij weet dat we bezig zijn met de regeling Werken naar vermogen. In dat kader kom ik terug op de specifieke maatregelen.

De heerKlaver (GroenLinks):

De staatssecretaris heeft het voortdurend over de krapte op de arbeidsmarkt. In dat interview zegt hij ook dat het doel niet is om 150 mln. te bezuinigen, maar om mensen aan het werk te helpen. Ik heb de staatssecretaris de vorige keer ook gevraagd om eens uit te rekenen wat zo'n toets op het huishoudinkomen gaat doen ter bevordering van de arbeidsparticipatie. Hoeveel meer mensen krijgt de staatssecretaris straks aan het werk?

De staatssecretaris zegt ook dat we niet bezig moeten blijven met honderd redenen bedenken waarom mensen niet aan het werk kunnen. Ik zou zeggen: laat de staatssecretaris eens bedenken waarom deze mensen niet aan het werk zijn. Alsof er te veel mensen thuis zitten met het idee dat zij het eigenlijk wel prima vinden zo of omdat zij niet willen werken. Vaak is er sprake van een kwalitatieve mismatch, bijvoorbeeld dat er mensen thuis zitten die uit de bouw komen en die niet zomaar in de horeca of in de tuinbouw aan het werk kunnen. Die mensen moeten begeleid worden en daar is geld voor nodig, maar de staatssecretaris bezuinigt 400 mln. op de middelen om deze mensen aan het werk te helpen.

StaatssecretarisDe Krom:

De heer Klaver heeft deze vraag inderdaad al eerder gesteld. Toen heb ik ook het antwoord gegeven dat heel moeilijk te kwantificeren is wat deze maatregelen gaan opleveren in termen van toename van de arbeidsparticipatie. Dat is ook afhankelijk van heel andere factoren. De stand van de economie heeft bijvoorbeeld een groot effect op de mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Om die reden kan ik mij niet vastpinnen op getallen, als ik dat al zou willen, maar ik weet wel dat ingrepen die wij in het verleden hebben gedaan om de sociale zekerheid activerender te maken, hebben geleid tot een aanzienlijke uitstroom naar werk en een veel kleinere instroom naar uitkeringen. Op die weg wil dit kabinet voort. Wij vinden het niet sociaal dat mensen thuiszitten, als zij wel willen werken maar de kans niet krijgen. Verder vinden wij het nodig dat mensen die kunnen werken, dat ook inderdaad doen.

De heerKlaver (GroenLinks):

Er is inderdaad een uitstroom geweest vanuit de uitkering, maar deze ging niet altijd naar werk. Er zijn ook heel veel nuggers, niet-uitkeringsgerechtigden, bij gekomen. Door het kabinetsbeleid daalt het aantal banen met honderdduizend. Ik geloof wel dat het effect van deze maatregelen kwantificeerbaar is. Dat gebeurt vaker. De staatssecretaris is gewoon niet bereid om dat door te rekenen. Dat vind ik jammer. Het kabinet laat zich voorstaan op zijn zakelijkheid. De staatssecretaris moet mij dan ook de kans geven om hem aan het einde van deze periode af te rekenen op wat hij nu belooft; dat hij meer mensen aan het werk gaat helpen. Ik geloof er niet in.

StaatssecretarisDe Krom:

Ik ben bang dat ik hierover van mening verschil met de heer Klaver. Ik heb gemotiveerd en beargumenteerd waarom ik dat moeilijk kan kwantificeren, als ik dat al zou willen. De essentie van het verhaal is dat de sociale zekerheid meer activerend moet worden, omdat wij meer mensen aan het werk willen helpen. Werk gaat wat ons betreft boven een uitkering. Dat is sociaal en dat is economisch verantwoord.

Devoorzitter:

U hebt nog een halve minuut.

De heerKlaver (GroenLinks):

Echt waar? Fantastisch.

Voorzitter. Dat is het principe waar de staatssecretaris voortdurend op tamboereert, en daarover is de hele Kamer het volgens mij eens. Het gaat erom hoe je daar komt. De staatssecretaris beweert dat er meer mensen aan het werk gaan als wij een huishoudentoets invoeren, maar hij heeft geen idee welk effect dit heeft op de mensen die nu in de bijstand zitten. Hij kan mij niet vertellen hoeveel meer jongeren of hoeveel meer ouders dan aan het werk zullen gaan. Ik vind dit kwalijk, want de staatssecretaris doet beweringen zonder die te onderbouwen. Mijn vraag is heel simpel. Misschien kan de staatssecretaris dit niet uitrekenen, maar het CPB kan dit zeker. Staatssecretaris, laat het CPB alstublieft uitrekenen dat uw bewering klopt. Ik haal heel graag bakzeil als ik ongelijk heb en als dit wel zal bijdragen aan de arbeidsparticipatie, maar laat dit zien!

StaatssecretarisDe Krom:

In het verleden is bewezen dat een activerender stelsel van sociale zekerheid mensen aan het werk en uit een uitkering helpt en daarmee ook uit een sociaal isolement haalt. Die route is in het verleden al ingezet. Het kabinet bouwt voort op die successen uit het verleden door in het systeem meer prikkels in te bouwen om aan het werk te gaan. En inderdaad mijnheer Klaver, voor de mensen die begeleiding en hulp nodig hebben, zullen de nodige instrumenten beschikbaar zijn.

Devoorzitter:

Mijnheer Spekman, u hebt een halve minuut.

De heerSpekman (PvdA):

Eigenlijk zegt de staatssecretaris wat wij, volgens mij Kamerbreed, ook vinden, namelijk dat werk boven een uitkering gaat en dat je het best mag voelen als je de kont tegen de krib gooit. Dat kan echter nu al. Ik vind dat de staatssecretaris eigenlijk een kaalslag verdedigt voor heel veel mensen in het land: de uitkeringen worden verlaagd zonder dat hij kan aangeven dat die mensen aan het werk gaan. Sterker nog: in mijn ogen worden heel veel mensen getroffen die nu al hun stinkende best doen om aan een baan te komen, maar van wie de uitkering nu feitelijk wordt afgepakt. Kan de staatssecretaris mij beloven en bezweren dat de mensen die, door welke omstandigheid dan ook, niet aan het werk kunnen komen terwijl zij wel hun stinkende best doen, niet te maken krijgen met die verlaging van de uitkering?

StaatssecretarisDe Krom:

De wijzigingen waartoe het kabinet heeft besloten in de bijstand, zijn erop gericht om mensen te prikkelen om aan het werk te gaan. Nogmaals: ik vind het niet verantwoord dat er mensen zijn die thuis op de bank zitten en die graag willen werken maar daarvoor niet de kans krijgen. Ik vind dat die mensen kansen moeten krijgen. Daarbij gaat de komende krapte op de arbeidsmarkt sterk helpen. Het zal immers ook in het belang van werkgevers zelf zijn om ook te kijken naar groepen die nu iets verder van de arbeidsmarkt af staan en om die erbij te halen. Ik weet uit contacten met veel werkgevers dat daar een enorme wil aanwezig is om dit inderdaad voor elkaar te krijgen.

De heerUlenbelt (SP):

Er zitten nogal wat ex-politici thuis op de bank. Een van de voorstellen van de staatssecretaris is dat mensen in de bijstand ook verplicht kunnen worden tot sneeuwruimen. Daar hebben wij een hele discussie over gehad. De Kamer heeft toen een motie aangenomen die uitsprak dat ook politici die op de bank zitten, verplicht zouden moeten worden tot sneeuwruimen. Dat wil de staatssecretaris niet, maar waarom is er in zijn voorstellen geen sprake van "gelijke monniken, gelijke kappen"? Waarom worden ex-politici niet hetzelfde behandeld als mensen in de bijstand? Zou de staatssecretaris dit alsnog willen doen?

StaatssecretarisDe Krom:

Ik kan daar vrij kort over zijn. Voor iedereen die in de bijstand zit – dat geldt dus ook voor oud-politici die in de bijstand terechtkomen – gelden dezelfde rechten en verplichtingen.

Devoorzitter:

Hiermee zijn wij gekomen aan het eind van het mondelinge vragenuur.

Naar boven