Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-2011nr. 32, pagina 2-3

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 28 oktober 2010 over het rapport Onderzoek DSB Bank (commissie-Scheltema); plan van aanpak cultuurverandering DNB.

De voorzitter:

Het wordt een lange dag vandaag. Ik wijs erop dat wij vandaag het kerstregime hanteren. Dit betekent dat er alleen moties kunnen worden ingediend.

Ik heet de minister van Financiën welkom.

De heer Van Vliet (PVV):

Voorzitter. Ik zal de motie voorlezen, maar ik vraag eerst aandacht voor een punt van orde. Het algemeen overleg vond plaats op 28 oktober jongstleden en het VAO is pas vandaag. In de tussentijd zijn er heel veel VAO's geweest waarvan het algemeen overleg veel recenter is gevoerd. Dit punt wil ik even hebben gemaakt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat uit de rapporten van de commissie-De Wit en de commissie-Scheltema is gebleken dat DNB heeft gefaald in zijn rol als prudentieel toezichthouder;

overwegende dat juist DNB een onkreukbaar imago moet hebben om zijn rol naar behoren te kunnen vervullen;

overwegende dat een ruime meerderheid van de Tweede Kamer overtuigd is van de noodzaak van een cultuurverandering bij DNB om het vertrouwen terug te winnen;

constaterende dat hiertoe een plan van aanpak is opgesteld;

verzoekt de regering om een executive officer te benoemen die onafhankelijk van de President van DNB de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het plan van aanpak draagt en rechtstreeks aan de minister rapporteert,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Vliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10(32432).

De heer Groot (PvdA):

Hierop aansluitend heb ik een korte vraag aan de minister; hij kan die dan meteen meenemen in zijn antwoord. Is de minister het ermee eens dat deze motie betekent dat de president van de Nederlandsche Bank opzij wordt gezet en dat de bedrijfsvoering van de Nederlandsche Bank in feite direct wordt aangestuurd door de minister van Financiën? Als dit het geval is, lijkt deze motie mij geen goede zaak.

De voorzitter:

Dit is een vraag aan de minister, maar de heer Van Vliet mag kort reageren zo hij dat wil.

De heer Van Vliet (PVV):

Dit is een goede vraag van de heer Groot, maar mijn antwoord op die vraag is nee. De motie is niet zo bedoeld. Wij weten dat de president tot medio volgend jaar in functie blijft. Mijn motie is puur gericht op het plan van aanpak om tot een cultuurverandering te komen. Ik ben oprecht van mening dat dit niet in handen moet blijven van de zittende president. Dit gaat wat mij betreft dus niet om de bedrijfsvoering.

De voorzitter:

Ik geef de heer Huizing nog gelegenheid voor een verhelderende vraag, maar ik sta geen eindeloze interrupties toe.

De heer Huizing (VVD):

Dit geldt ook voor de periode na het vertrek van de huidige president. Met de motie wordt een situatie gecreëerd waarin er naast de president nog iemand anders mede verantwoordelijk is voor de bedrijfsvoering. Klopt dat?

De heer Van Vliet (PVV):

Nee. Het gaat over het plan van aanpak. Zodra dat is geïntroduceerd, kan de executive officer weer verdwijnen.

De heer Huizing (VVD):

De heer Van Vliet is het toch met mij eens dat de cultuurverandering die wij hebben besproken, langer zal duren dan een half of driekwart jaar?

De heer Van Vliet (PVV):

Het uitwerken van het plan van aanpak hoeft volgens mij niet langer te duren. Ik zou het rampzalig vinden als dit zo veel langer zou moeten duren.

De voorzitter:

De heer Koolmees is er niet of nog niet. Daarom geef ik nu het woord aan mevrouw Sap van GroenLinks.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Voorzitter. De fractie van GroenLinks heeft een motie opgesteld over de vermenging van de functies van bewindvoerder en curatoren die in de praktijk soms ongewenste effecten kan hebben. Zij luidt als volgt.

De SapKamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de DSB Bank de bewindvoerders en curatoren dezelfde personen zijn;

constaterende dat er van de huidige Faillissementswet een scheve prikkel uitgaat waarbij een bewindvoerder veel omzet tegemoet kan zien wanneer deze bij bepaalde faillissementen ook wordt aangesteld als curator;

verzoekt de minister om op korte termijn samen met de minister van Veiligheid en Justitie stappen te nemen om deze scheve prikkel in de Faillissementswet weg te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Sap. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 11(32432).

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister De Jager:

Voorzitter. Ik begin met de motie van de heer Van Vliet. Juist in moeilijke tijden voor de toezichthouder – en ik laat er geen onduidelijkheid over bestaan dat we daarin nu verkeren – is het belangrijk om diens onafhankelijkheid te bewaken. Soms is dat een lastige zaak, zeker als we wensen voor verbeteringen in de toekomst hebben. Met het plan van aanpak, dat ik 16 augustus hier in de Kamer heb gebracht en waarover we hebben gedebatteerd, hebben we volgens mij uiteindelijk een gevoelige maar juiste balans kunnen vinden voor het bewaken van de onafhankelijkheid van het toezicht en de toezichthouder de Nederlandsche Bank, en daarmee voor diens ontegenzeggelijke afstand van de politiek, inclusief de minister van Financiën, en ook voor de wens van ons allen dat zaken beter en anders moeten. Het plan van aanpak was stevig en werd in de Kamer breed gedragen. Het is belangrijk om je te realiseren dat het in dat plan van aanpak, bij het vormgeven en realiseren van de wensen, gaat om verschillende veranderingen, waaronder een cultuurverandering. Laten we niet alleen focussen op de cultuurverandering, het gaat dus om verschillende veranderingen. Daartoe is, met name op aandringen van het ministerie van Financiën, een commissie van wijzen samengesteld met een zeer grote deskundigheid. Deze kijkt mee en denkt continu mee over het veranderingsproces. Het is belangrijk om te constateren dat wij dit hebben gedaan.

Ten tweede geldt binnen de Nederlandsche Bank een collegiale verantwoordelijkheid van de hele directie, sowieso voor het gehele bestuur van de Nederlandsche Bank. Laten we dus ook niet slechts focussen op één bepaalde persoon; dat zou tekortdoen aan de governancestructuur en aan die ene persoon, en ook niet terecht zijn. Het is dus belangrijk dat een wijze is vastgesteld waarin, zowel via de collegialiteit van het bestuur als met de commissie van wijzen, wordt geborgd dat het proces goed verloopt. De Kamer mag mij, de minister van Financiën, natuurlijk aanspreken op hoe dat plan van aanpak in de komende tijd tanden gaat krijgen; dat was immers een van de zaken die wij wilden.

Het plan van aanpak is integraal. De vraag van de heer Groot is dus heel terecht: het is niet slechts een plan van aanpak, maar het gaat om de gehele bedrijfsvoering. Als deze motie zou worden gevolgd, zou daarmee heel de Nederlandsche Bank direct aan de minister van Financiën rapporteren. Dat is in strijd met de governance-uitgangspunten, die niet alleen wij hanteren, maar ook het stelsel van centrale banken in Europa, juist om de onafhankelijkheid van de centrale banken te bewaren. Ik vind de motie allereerst dus niet nodig, omdat we afstand al hebben geborgd, evenals de onafhankelijkheid door de collegialiteit van het bestuur en de commissie van wijzen in het plan van aanpak. Verder is de motie gewoon strijdig met een belangrijk uitgangspunt van het toezicht. Daarom ontraad ik de motie, omdat zij raakt aan de onafhankelijkheid van onze centrale bank. Wij vinden die allemaal een groot goed en hebben er destijds, samen met Duitsland, hard voor gestreden dat die in Europa overeind bleef staan.

Ik kom bij de motie van het lid Sap. Het staat al zo in de motie, maar de minister van Veiligheid en Justitie gaat niet samen met mij, maar echt uitsluitend zelf over de Faillissementswet; ik ga daar in het geheel niet over. En natuurlijk worden curatoren aangesteld door de onafhankelijke rechterlijke macht. De rechter benoemt zowel de bewindvoerders als de curatoren en er is een onafhankelijke toets bij de benoeming. Ook bij de curatoren vindt er een onafhankelijke toets plaats. Het is niet mijn terrein, maar ik begrijp dat bij het benoemen van curatoren opnieuw een weging plaatsvindt. Dat gebeurt dus niet vanuit een 100% automatisme. Ik ben bereid de portee van deze motie door te geleiden naar de minister van Veiligheid en Justitie. Ik verzoek mevrouw Sap de motie aan te houden tot de minister van Veiligheid en Justitie er een inhoudelijk oordeel over gegeven heeft, want ik ga daar niet over. Als de motie toch in stemming wordt gebracht, rest mij niets anders dan haar te ontraden, want ook ik zou het onprettig vinden als bij een andere begrotingsbehandeling een motie wordt aangenomen die mijn beleidsterrein betreft, zonder dat daarbij de bijbehorende argumenten zijn gemeld. In ieder geval is de onafhankelijkheid nu geregeld. Als mevrouw Sap vindt dat het anders moet, wil ik het bespreken met de minister van Veiligheid en Justitie.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Ik bedank de minister voor het feit dat hij het gestelde in de motie wil doorgeleiden naar de minister van Veiligheid en Justitie. Ik zie echter voor de minister van Financiën een iets grotere rol dan hij zelf ziet. In het debat hebben wij het daar al over gehad. Wij zullen toch moeten overwegen of wij in de toekomst voor bijvoorbeeld financiële instellingen uitzonderingen maken in de faillissementswetgeving, dan wel de wetgeving op dit punt aanscherpen. Ik zie graag dat de minister zijn eigen rol in dezen goed bewaakt. Als hij kan toezeggen dat hij de motie samen met zijn collega zal bekijken en dat zij de Kamer in hun reactie zullen laten weten of zij mogelijkheden zien om op dit punt op korte termijn stappen te nemen, ben ik bereid de motie aan te houden tot het moment waarop de Kamer de brief van de ministers ontvangt.

Minister De Jager:

Dat zeg ik toe.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Sap stel ik voor, haar motie (32432, nr. 11) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De stemming over de overgebleven motie zal dinsdag aanstaande plaatsvinden.