Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik deel mee dat ingevolge artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde, de volgende aangehouden moties zijn vervallen: 32123-XI, nr. 16; 32123-XII, nr. 22; 32123-XII, nr. 35; 32123-VII, nr. 22; 32123-VII, nr. 24; 32030, nr. 8; 32030, nr. 9; 31371, nr. 283; 32123-XVIII nr. 40; 32123-XII nr. 28; 32125, nr. 10; 31389, nr. 51; 32123-XIV, nr. 33; 32123-XIV, nr. 35; 32123-XIV, nr. 38; 32123-XIV, nr. 39; 32123-X, nr. 41; 32123-VIII, nr. 86; 32123-VIII, nr. 87; 32123-XIV, nr. 93; 32123-XVIII, nr. 15; 32123-XI, nr. 48; 32123-A, nr. 51; 32123, nr. 46; 32123-XV, nr. 38; 32123-XI, nr. 45; 30162, nr. 13; 30162, nr. 15; 32222, nr. 6; 32222, nr. 9; 32123-A, nr. 28; 31874, nr. 63; 32123-A, nr. 53; 32123-A, nr. 59; 32123-A, nr. 66; 26485, nr. 78; 30597, nr. 123; 27017, nr. 61; 24557, nr. 110; 24557, nr. 115; 31989, nr. 21; 32123-A,nr. 90; 32123-A, nr. 93; 32123-A, nr. 94; 31968, nr. 11; 31968, nr. 12; 31968, nr. 13; 31968, nr. 14; 32123-XIV, nr. 135; 32123-XIV, nr. 137 en 28286, nr. 372.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda:

  • - het verslag van het algemeen overleg over kwaliteitszorg cure, d.d. 14 april 2010, met als eerste spreker het lid Van Gerven;

  • - het verslag van het algemeen overleg over de Landbouw- en Visserijraad op 19 en 20 april 2010, d.d. 14 april 2010, met als eerste spreker het lid Ouwehand;

  • - het verslag van het algemeen overleg over HWW Zorg in Den Haag, d.d. 15 april 2010, met als eerste spreker het lid Leijten.

  • - het verslag van het schriftelijk overleg over de informele EU-Sportraad, met als eerste spreker het lid Leijten.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Langkamp.

Mevrouw Langkamp (SP):

Voorzitter. Namens mevrouw Leijten verzoek ik u, het VSO over de informele Sportraad nog heden op de agenda te plaatsen, inclusief de stemmingen.

De voorzitter:

Ik zal proberen, het toe te voegen aan de agenda voor vandaag. Als ik iets probeer, dan lukt het meestal. In overleg met mevrouw Leijten is besloten om de stemming dinsdag te houden. Mevrouw Langkamp, het is echt waar. U kunt mij geloven, anders komt u in de loop van de regeling nog terug. Maar u weet: als ik iets zeg, dan is het ook zo.

Het woord is aan de heer Ulenbelt.

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Ik heb een vooraankondiging van een VAO voor aanstaande dinsdagavond. Ik begrijp dat dit een aantal collega's niet uitkomt, maar het betreft een motie die dreigt niet te worden uitgevoerd. Daarom wil ik een VAO aanvragen voor dinsdagavond.

De voorzitter:

Mijnheer Ulenbelt, u kondigt ook aan dat u wellicht een stemming nodig hebt?

De heer Ulenbelt (SP):

Ja!

De voorzitter:

Het is voor de leden met name heel belangrijk om te weten dat er dinsdag wellicht twee keer een stemming nodig is. Die stemming moet dan na 21.00 uur plaatsvinden, gezien de agenda.

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Het is heel goed dat u dit zegt.

De voorzitter:

Ja, want anders is men daar niet op voorbereid en dat is volgens mij in deze tijd niet zoals het hoort. Wij zullen het VAO en de stemming agenderen zoals verzocht.

Ik zie dat de heer Van Haersma Buma een opmerking wil maken.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik wil het even hebben over de besluitvorming over de stemming. Ik kan mij voorstellen dat wij beter op een ander moment kunnen stemmen. De heer Ulenbelt zal begrijpen dat het erg onhandig is om dinsdagavond laat te stemmen.

De heer Ulenbelt (SP):

Ik ben mij daarvan volledig bewust, mevrouw de voorzitter, maar het gaat niet om zomaar een uitspraak van de Kamer. Het moet misschien een uitspraak van de Kamer worden waarbij zij zo duidelijk mogelijk haar tanden laat zien.

De voorzitter:

Waarvan akte. Ik blijf bij het besluit over de agenda.

Het woord is aan de heer Heijnen.

De heer Heijnen (PvdA):

Voorzitter. In het missionaire kabinet met de Partij van de Arbeid is goed samengewerkt om de achterstand in de beloning van onder anderen leerkrachten en politieagenten in te lopen. Wij zijn nog niet weg of de staatssecretaris kondigt in de Volkskrant van vanochtend stiekem en in wollige bewoordingen salarisbevriezing aan. Daarmee wordt het probleem van dreigende tekorten aan leerkrachten en agenten niet kleiner, maar groter. Ik wil namens de Partij van de Arbeid graag de regering daarover aan de tand voelen, en wel zo spoedig mogelijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Wij steunen dat verzoek.

De voorzitter:

Wij zullen het onderwerp toevoegen aan de lijst, met een spreektijd van drie minuten per fractie. U weet, mijnheer Heijnen, dat het waarschijnlijk voor de verkiezingen niet meer lukt.

Het woord is aan de heer Jasper van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Ik heb een rappel over mijn schriftelijke vragen aan de staatssecretaris van OCW over sponsoring door roc's; graag spoedige beantwoording.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik heb een poosje geleden een aantal schriftelijke vragen gesteld, maar die zijn nog niet beantwoord. Ik loop ze even snel langs. Op 24 maart heb ik vragen gesteld over het bericht dat Japan een activist van Sea Shepherd heeft opgepakt en op 19 maart over verwaarloosde Shetland pony's. Daarop wil ik ook graag antwoord hebben. Op 12 maart jongstleden heb ik schriftelijke vragen gesteld over een dierenasiel met een belangrijke regiofunctie, dat de wacht is aangezegd. Deze kwestie is actueel, dus ik wil graag antwoord op deze vragen ontvangen. Op 24 februari heb ik twee setjes vragen ingediend over het welzijn van paarden. Het laatste setje vragen dat ik heb gesteld, gaat over dierproeven voor methaanproductie in de pensen van herkauwers. De minister heeft daarvoor een uitstelbericht naar de Kamer gestuurd, maar via u, voorzitter, wil ik haar op het hart drukken om deze vragen aanstaande dinsdag beantwoord te hebben in verband met de ontwikkelingen volgende week.

De voorzitter:

Zou het geen goed idee zijn om dit verzoek voor alle vragen in het stenogram op te nemen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat vind ik een prachtig voorstel; dank u wel.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Gerkens.

Mevrouw Gerkens (SP):

Voorzitter. In het vragenuurtje van afgelopen dinsdag heb ik, via de staatssecretaris van BZK, gevraagd of de minister van BZK nu eindelijk de gegevens over tapstatistieken van de AIVD en de MIVD naar de Kamer wil sturen. Dat was vooral omdat de desbetreffende motie was aangenomen. Wie schetst mijn verbazing? Ik heb net een brief ontvangen waarin staat dat er op dit moment overleg plaatsvindt met de ambtgenoot van Defensie over een reactie op dat verzoek en dat wij uiterlijk mei 2010 ter zake geïnformeerd zullen worden. Wij hebben gewoon gevraagd om het openbaar maken van de genoemde statistieken; ik vind dat die nu naar de Kamer gestuurd moeten worden. De minister weigert dit echter; ik wil dus een spoeddebat met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Mevrouw Azough (GroenLinks):

Voorzitter. Ik wil de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vragen om de tapstatistieken van de AIVD terstond, doch uiterlijk aanstaande dinsdag 12.00 uur naar de Kamer te sturen. Daar gaat hij zelf over. Voorts verneem ik graag wat precies de uitkomst is van het overleg met de minister van Defensie. Het lijkt mij dat er in ieder geval genoeg helderheid is over de statistieken van AIVD-taps; die moeten dus aanstaande dinsdag in de Kamer zijn.

De voorzitter:

Dit lijkt mij een ander voorstel. Steunt u het verzoek van mevrouw Gerkens?

Mevrouw Azough (GroenLinks):

Ik steun het niet, maar toch wil ik wel de tapstatistieken aanstaande dinsdag ontvangen. Afhankelijk van de reactie hierop van de minister, wil ik graag dat dinsdag alsnog het spoeddebat aan de orde komt.

De voorzitter:

Ik begrijp het: u wilt het verzoek in tweeën knippen.

De heer Heijnen (PvdA):

Voorzitter. Wij steunen het verzoek van mevrouw Gerkens niet, maar kunnen ons wel voorstellen dat het kabinet tegemoetkomt aan de vraag van mevrouw Azough.

De voorzitter:

Mevrouw Gerkens, zullen wij het stenogram doorgeleiden en aanstaande dinsdag eventueel op uw verzoek terugkomen?

Mevrouw Gerkens (SP):

Voorzitter. Dit lijkt mij een uitstekend voorstel. Ik denk dat de minister goed gehoord heeft wat de Kamer wil. Ik verwacht dan ook dat hij aanstaande dinsdag de cijfers op tafel heeft gelegd.

De voorzitter:

Mocht de minister het niet helemaal goed gehoord hebben, dan kan hij het stenogram alsnog bekijken.

Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van de regeling van werkzaamheden. Wij kunnen overgaan tot de stemmingen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Dames en heren, een aantal van u heeft de presentielijst nog niet getekend. Wilt u bij uzelf nagaan of u dat wel gedaan heeft? De heer Atsma heeft dat bijvoorbeeld nog niet gedaan. Er zijn vast nog vele anderen die dat niet hebben gedaan, althans gezien de lege plekken op de lijst. Zij moeten dat alsnog doen en degenen die dit wel hebben gedaan, moeten gaan zitten, zodat wij weten waar wij aan toe zijn.

Dit is een bijzonder moment, want we gaan stemmen over koninkrijkswetgeving, bestaande uit een tiental wetsvoorstellen op de Kamerstukken nummers 32017 (R1884), 32018 (R1885), 32019 (R1886), 32020 (R1887), 32026 (R1888), 32041 (R1890), 32178 (R1898), 32179 (R1899), 32186 (R1901) en 32213 (R1903).

Ik heet in het bijzonder de minister-president van de Nederlandse Antillen welkom, onze bewindslieden, de gevolmachtigde ministers, de bijzondere gedelegeerden in de loges en de belangstellenden op de tribune.

Allereerst geef ik het woord aan de minister-president van de Nederlandse Antillen, mevrouw De Jongh-Elhage.

Mevrouw De Jongh-Elhage:

Mevrouw de Voorzitter. Graag wil ik u bedanken voor de bijzondere gelegenheid die u mij vandaag biedt om hier in deze zaal op deze voor de Antillen zo belangrijke dag het woord te mogen voeren. De afgelopen dagen is in deze Tweede Kamer het pakket rijkswetten en de wijziging van het Statuut behandeld die het mogelijk maken dat de eilanden van de Nederlandse Antillen op 10 oktober aanstaande hun nieuwe status verkrijgen. Het land de Nederlandse Antillen zal ophouden te bestaan. Aan de beraadslagingen hebben ook de bijzondere gedelegeerden van de Staten van de Nederlandse Antillen en van Aruba kunnen deelnemen. Dat is een prachtig voorbeeld van de gezamenlijkheid binnen het Koninkrijk. Ik ben dankbaar voor hun inbreng in dit debat.

Zo dadelijk zult u over het wetgevingspakket, de amendementen en moties stemmen. Dat is een belangrijk, bepalend moment in het proces van staatkundige hervorming van ons Koninkrijk. Ik hoop dat u in uw besluitvorming dit historische moment voor alle landen van het Koninkrijk en voor de eilanden Curaçao, Sint-Maarten, Bonaire, Saba en Sint-Eustatius onderkent. De bevolking van elk van de eilanden van de Nederlandse Antillen heeft in referenda kunnen kiezen voor een nieuwe staatkundige toekomst. Ze sprak zich in overgrote meerderheid uit voor een andere bestuurlijke status voor de eilanden binnen het Koninkrijk. Hoeveel politieke en geografische verschillen er ook zijn, onze bevolking hecht grote waarde aan het behoud van die historische banden binnen het Koninkrijk. Naast zaken die ons scheiden, is er veel dat ons bindt en zal blijven binden.

Ik verwacht dat straks, als de nieuwe verhoudingen zijn uitgekristalliseerd, samenwerking op tal van terreinen nieuwe impulsen zal krijgen. Er zullen nieuwe kansen komen voor samenwerking. De wetten waarover u dadelijk zult stemmen, bieden hiervoor een hechte basis.

Voorzitter. Misschien was het doorsnijden van oude banden wel nodig om levensvatbare en veelbelovende nieuwe relaties te laten opbloeien. Ook onze banden met Aruba krijgen hierdoor een nieuwe en veelbelovende vorm. Ik ben heel blij met de steun die onze Arubaanse vrienden aan het proces hebben gegeven.

Het ordentelijk opheffen van een land en het opzetten van nieuwe staatkundige entiteiten is niet eenvoudig gebleken. Er zijn dan ook maar weinig geslaagde voorbeelden van in de wereld. Wij moesten bovendien nieuwe verhoudingen binnen het verband van het Koninkrijk ontwerpen en formuleren. Het is een complex proces, maar wij zullen erin slagen! Dat is vandaag nog eens onderstreept.

De resultaten die vandaag voorliggen, hebben wij bereikt door goed en in wederzijds vertrouwen samen te werken aan een ingewikkeld en uitgebreid stelsel van wetgeving. Dat is niet altijd even gemakkelijk geweest. Maar omdat wij allen hetzelfde doel voor ogen hadden en de vraagstukken met een positieve instelling hebben benaderd, zijn wij er uitgekomen. Dat stemt tot grote dankbaarheid omdat ons einddoel nu echt in zicht komt.

Voorzitter. Het pakket van wetgeving dat thans voorligt, vormt een stevig fundament voor de op te richten nieuwe entiteiten en waarborgt samenwerking op een aantal belangrijke terreinen. Met de wetgeving op de gebieden van de rechtshandhaving, het financieel toezicht en de politie worden de veiligheid en het welzijn van onze bevolking zeker gesteld. Ik ben ervan overtuigd dat wij op deze manier veel van de huidige problemen doeltreffender zullen kunnen aanpakken. De opheffing van de huidige dubbele bestuurslaag maakt een gerichte inzet op veel terreinen mogelijk.

Wij hebben de afgelopen dagen intensief van gedachten gewisseld over de vraag hoe onze gemeenschappelijke zorg voor de aanpak van de internationale, grensoverschrijdende criminaliteit op de beste manier kan worden vormgegeven. Wij beseffen dat de Kamer een optimale bescherming van de burgers voor ogen heeft. Dat is ook onze zorg. Het zijn onze mensen en onze gemeenschappen die de zorg nodig hebben. Het zijn ook onze bestuurders die daarvoor verantwoordelijk zijn. Zij willen en moeten die verantwoordelijkheid nemen. Daarom is het voor ons wezenlijk dat de gemeenschappelijk onderkende noodzaak om gezamenlijk deze ergste vormen van criminaliteit doelgericht en doelmatig aan te pakken in de lokale korpsen wordt verankerd. Wij zijn er dankbaar voor dat het vernieuwde amendement-Remkes/Van Bochove/Leerdam vanuit die gemeenschappelijk gevoelde zorg een goed kader biedt voor een gezamenlijke aanpak van de criminaliteitsbestrijding binnen de eigen korpsen, voor de veiligheid van onze burgers en voor de opbouw van volwaardige korpsen. Dit is een blijk van saamhorigheid en een voorbeeld van de wijze waarop we samen kunnen werken aan de toekomst.

De afspraken die we met elkaar gemaakt hebben over versteviging van onze vitale instituties ter waarborging van de veiligheid en de rechtszekerheid van de burger, over goed bestuur, gezonde overheidsfinanciën en de bestrijding van de internationale criminaliteit, geven daadwerkelijk inhoud aan de geest van het Statuut, zoals deze de opstellers ervan voor ogen heeft gestaan: een goede samenwerking op basis van gelijkwaardigheid. Dit is een samenwerking als gelijke partners, elk met zijn eigen verantwoordelijkheden en verplichtingen. Dit is een samenwerking van gelijke partners, die uit overtuiging ook de wil hebben om elkaar waar nodig bij te staan, een samenwerking die elk van ons versterkt.

We gaan een nieuwe tijd in, een tijd om te beginnen met de opbouw van nieuwe landen en structuren. Daarbij past ook een gezamenlijk beleid ten aanzien van de toekomst van het Koninkrijk. Dit is iets waar we samen aan moeten werken. De motie waarin gevraagd wordt om bij de herziening van het Statuut vier talen te erkennen, illustreert de gezamenlijkheid en de diversiteit in het Koninkrijk. Bij de vernieuwing van het Statuut zullen we ook een oplossing moeten vinden voor het democratisch deficit dat nu nog bestaat. Waar de democratie de basis is voor elk van onze gemeenschappen en voor ons samenzijn in het Koninkrijk, kan en mag er ten aanzien van de belangrijkste wet van ons Koninkrijk geen sprake zijn van een democratisch deficit.

Er is de afgelopen jaren door heel veel mensen heel hard gewerkt. Dankzij de onvermoeibare inzet van al onze adviseurs en medewerkers en dankzij de grote betrokkenheid van verschillende bewindslieden aan beide zijden van de oceaan is deze complexe en belangrijke wetgeving, waarover de Kamer de afgelopen dagen heeft gesproken en waarover zij zo dadelijk gaat stemmen, gereedgekomen.

Ik dank u allen. Namens de bevolking van de Nederlandse Antillen: leve het Koninkrijk!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de door de delegatie van de Nederlandse Antillen aangewezen bijzondere gedelegeerde, de voorzitter van de Staten, de heer Atacho.

De heer Atacho:

Zeer geachte voorzitter, leden van de Kamer, leden van de delegatie uit Aruba en de Nederlandse Antillen, dames en heren! Binnen enkele ogenblikken neemt u een belangrijke beslissing voor het staatkundig proces binnen het Koninkrijk der Nederlanden. De afgelopen dagen hebben wij de behandeling mogen meemaken van de zogeheten consensusrijkswetten en de wijziging van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Met dit pakket van wetgeving krijgt de komende ontmanteling van het land Nederlandse Antillen een steeds concretere vorm en wordt de nieuwe status van de eilanden Curaçao en Sint-Maarten meer en meer werkelijkheid. Ook de nieuwe staatkundige positie van de kleinere eilanden Bonaire, Saba en Sint-Eustatius komt hierbij steeds duidelijker in beeld. Het is aan u, leden der Staten-Generaal, om deze belangrijke stap op deze weg te markeren.

Het was de afgelopen dagen niet altijd even gemakkelijk, maar we hebben uiteindelijk als verantwoordelijke volksvertegenwoordigers met elkaar kunnen discussiëren en hebben, met de wens van de bevolkingen op de eilanden in onze gedachten, onze standpunten en meningen naar voren gebracht. Terugblikkend stel ik met voldoening vast dat wij daarin zijn geslaagd. Zo dadelijk zult u stemmen over het gehele pakket aan wetgeving. Daarmee gaan we verder op de weg naar de nieuwe staatkundige statussen van de eilanden. Natuurlijk wordt vandaag de procedure niet afgerond. Ook de Eerste Kamer der Staten-Generaal zal zich hierover moeten uitspreken, en de wijziging van het Statuut zal nog bij landsverordening moeten worden aanvaard. Ik meen ervan te mogen uitgaan dat te zijner tijd ook dit laatste zonder moeite zal plaatsvinden, zowel in de Staten van de Nederlandse Antillen als in de Staten van Aruba.

Ik wil graag mijn erkentelijkheid betuigen aan u allen voor uw bijdrage, voor uw inbreng en vooral voor het werk dat u allen hebt verzet om deze wetgeving tot stand te brengen. Mevrouw de voorzitter. Ik dank u voor de kundige wijze waarop u de vergaderingen steeds in goede banen hebt weten te leiden en voor de spreekwoordelijke gastvrijheid die u ons hebt geboden.

We gaan nu op weg naar de volgende stap in het proces. Ik doel op de stemmingen. Het is een proces dat uiteindelijk zal moeten uitmonden in een nieuwe status voor Curaçao, Sint-Maarten en de eilanden Bonaire, Saba en Sint-Eustatius. De meerderheid van mijn delegatie stemt in met de voorliggende voorstellen van rijkswet, met de wijzigingen van het Statuut, met de reactie van de regering op de amendementen en met het gewijzigde amendement-Remkes c.s. op stuk nr. 10, ter vervanging van het amendement op stuk nr. 9, ten aanzien van de ontwerprijkswet politie van Curaçao, Sint-Maarten en Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. De pijnpunten in dit amendement zijn naar tevredenheid afgehandeld. Ik dank u allen.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik geef tot slot het woord aan de heer Lee. Hij is door de delegatie van Aruba aangewezen als bijzondere gedelegeerde en is voorzitter van de Staten van Aruba.

De heer Lee:

Mevrouw de voorzitter, parlementariërs van het Koninkrijk, ministers, staatssecretaris, dames en heren. De Arubaanse delegatie ondersteunt het doel van het ingeslagen staatkundige proces om inhoud te geven aan de wens van de bevolkingen van de Nederlandse Antillen om respectievelijk landen binnen het Koninkrijk te worden, in het geval van Curaçao en Sint-Maarten, of onderdeel te worden van het Nederlandse staatsbestel, in het geval van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba.

Uit de verslagen en de verhandelingen ter zitting moge duidelijk zijn geworden dat de Arubaanse delegatie het belangrijk vindt dat artikel 27 van het Statuut wordt gewijzigd. In het licht daarvan moeten de daartoe ingediende amendementen gezien worden van Dammers en anderen en van Wever en Thijsen.

Voorts acht de Arubaanse delegatie het van groot belang dat er op korte termijn een geschillenregeling komt om zodoende langslepende en politieke conflicten te voorkomen. Ten slotte bestaat er eensgezindheid ter zake van de wenselijkheid van de verbetering van de rechtsbescherming in belastingzaken. Hiertoe dient het amendement van de heer Bikker.

Onze delegatie wil het kort en krachtig houden. Wij steunen de voorgestelde veranderingen in het belang van het Koninkrijk, rekening houdend met de wens van de respectievelijke bevolkingen. Wij vertrouwen erop dat er rekening zal worden gehouden met de wens van de Arubaanse delegatie zoals hiervoor uitgedrukt. Wij hopen dat u de nodige steun verleent aan de totstandkoming van de nieuwe landen binnen het Koninkrijk.

Naar boven