Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-2010nr. 38, pagina 3684-3685

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 10 december 2009 over verbetering verantwoording en begroting.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Voorzitter. Ik heb een motie over het subsidiekader.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het nieuwe subsidiekader subsidies tot € 25.000 door de ontvanger niet meer hoeven te worden verantwoord en subsidies tot € 125.000 in beperkte mate;

constaterende dat de ministeries in 2007 meer dan 70.000 subsidies hebben verstrekt, waarvan meer dan 90% in de categorie tot € 25.000 valt;

overwegende dat miljarden aan belastinggeld aan subsidies worden besteed en dat daarom een zeer zorgvuldige verantwoording noodzakelijk is;

overwegende dat bij het (gedeeltelijk) wegvallen van de verantwoording, de kans op misbruik en fraude bij subsidieontvangers kan toenemen;

verzoekt de regering, af te zien van de invoering van dit nieuwe subsidiekader en opnieuw een stringente verantwoording van subsidies in te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Tony van Dijck. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 12(31865).

De heer Weekers (VVD):

Voorzitter. Ik heb twee moties. Er is sprake van het kerstregime, dus ik begrijp dat ik alleen de moties mag voordragen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Algemene Rekenkamer heeft geconstateerd dat een afslanking en meer efficiency van het subsidieverleningsproces ook bijdragen aan effectievere inzet van de subsidiegelden zelf en dat in dat kader het zeer grote aantal subsidiebeslissingen onder de € 25.000 opvalt;

overwegende dat de Algemene Rekenkamer daarom heeft geadviseerd om vóór de instelling van een nieuwe regeling, dan wel als onderdeel van het inbouwen van het nieuwe subsidiekader in de diverse departementale subsidiewetten nog eens nadrukkelijk te bezien of deze subsidieregen de meest effectieve manier is om het beoogde beleid uit te voeren;

verzoekt de regering, dit advies integraal over te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Weekers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 13(31865).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Algemene Rekenkamer vraagtekens heeft gezet bij de effectiviteit van met name het grote aantal kleine subsidies;

constaterende dat er een aanzienlijk besparingspotentieel aanwezig is in de rijksuitgaven ten aanzien van subsidieregelingen;

constaterende dat in het Instrumentenoverzicht Rijk in het verleden geen beoordeling van de doelmatigheid en doeltreffendheid van de subsidieregelingen is opgenomen;

van mening dat een dergelijk oordeel noodzakelijk is om het besparingspotentieel eventueel te kunnen benutten;

verzoekt de regering om in het Instrumentenoverzicht Rijk dat in 2010 verschijnt, een beoordeling op doelmatigheid en doeltreffendheid van de verschillende subsidieregelingen op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Weekers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 14(31865).

De heer Bashir (SP):

Voorzitter. Ik zal in verband met het kerstregime alleen mijn motie voorlezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,Bashir

overwegende dat "kleine" subsidies verstrekt worden zonder verantwoording achteraf;

overwegende dat de kans op misbruik daardoor toeneemt;

verzoekt de regering om ook voor de kleine subsidies een verantwoording achteraf in te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Bashir. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 15(31865).

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister Bos:

Voorzitter. Als u mij toestaat, maak ik graag een kleine opmerking naar aanleiding van het vorige debatje. Ik weet niet of dit nog in de Handelingen over dat debatje kan worden opgenomen. Ik realiseer me dat ik niet reageerde toen een van de leden zei dat het Openbaar Ministerie niet tot vervolgonderzoek overgaat vanwege de grote kring van betrokkenen. Ik heb gezegd dat ik vermoed dat dit de reden is en dat ik dat niet zeker weet, omdat ik dat rapport nog niet gelezen heb.

In de motie van de heer Van Dijck op stuk nr. 12 wordt de regering verzocht, af te zien van de invoering van het nieuwe subsidiekader en opnieuw een stringente verantwoording van subsidies in te voeren. Die motie ontraad ik, omdat wij niet alleen ernstig betwijfelen of het type verantwoording dat de heer Van Dijck van ons vraagt in de praktijk echt zal leiden tot substantieel betere handhaving en betere opsporing van gevallen waar het mis gaat, maar ook omdat het niet proportioneel zal zijn in termen van de middelen die je zult moeten inzetten, ten opzichte van de uiteindelijke opbrengsten.

In de eerste motie van de heer Weekers op stuk nr. 13 wordt ons gevraagd om het advies van de Algemene Rekenkamer integraal over te nemen om bij het inbouwen van het nieuwe subsidiekader in de diverse departementen de subsidiewetten nog eens nadrukkelijk te bezien of deze subsidieregen de meest effectieve manier is om het beoogde beleid uit te voeren. Mocht de Kamer deze motie aannemen, dan zal ik dit verzoek uiteraard aan mijn collega's doorgeven, want daar wordt de actie verwacht. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer.

In de tweede motie van de heer Weekers op stuk nr. 14 wordt ons gevraagd om in het Instrumentenoverzicht Rijk, ook wel de subsidiebijbel genoemd, in 2010 een beoordeling op doelmatigheid en doeltreffendheid van de verschillende subsidieregelingen op te nemen. Ook daar gaat het in essentie om oordelen die de beleidsverantwoordelijke ministers en staatssecretarissen dienen te nemen, maar wij zijn bereid om het maximale te doen om de Kamer in dat overzicht inzicht te verschaffen in doelmatigheid en doeltreffendheid, mocht de Kamer deze motie aannemen, al is het maar door nauwgezet aan te geven welke beleidsdoorlichtingen of evaluaties reeds op het betreffende instrument van toepassing zijn geweest en wat wij daaruit te weten zijn gekomen. Dus ook hier laat ik het oordeel uiteindelijk aan de Kamer, als ik de motie op deze manier mag opvatten.

Over de motie van de heer Bashir op stuk nr. 15 heb ik eenzelfde opmerking als over de motie van de heer Van Dijck, namelijk dat wij er niet van overtuigd zijn dat het type verantwoording dat hij voorstaat, leidt tot een betere handhaving en dat de proportionaliteit van die inspanning ten opzichte van het resultaat dat wij ermee denken te boeken, betwijfelen. Die motie ontraad ik.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik stel voor, de moties morgen in stemming te brengen.

Daartoe wordt besloten.

De vergadering wordt van 11.24 uur tot 11.35 uur geschorst.