Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 40, pagina 3584-3587

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, hedenmiddag te stemmen over de Spoedwet wegverbreding (31721) en de aangehouden motie-Vendrik (31700-A, nr. 66).

Op verzoek van het lid De Wit stel ik voor, zijn motie op stuk 31700-VI, nr. 36, opnieuw aan te houden, en op verzoek van het lid Van Velzen stel ik voor, ook haar motie op stuk 31700-VI, nr. 38, opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in de artikel 69, tweede lid, genoemde termijn van twee maanden voor deze moties opnieuw gaat lopen.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Op verzoek van de CDA-fractie benoem ik in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid Van Bochove tot lid in plaats van het lid Joldersma.

Het woord is aan de heer Vendrik.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Namens mevrouw Halsema verzoek ik u het volgende. In het jaar 2008 heeft het vierde kabinet-Balkenende 22 taskforces en 18 commissies ingesteld. Veel departementaal denk- en doewerk is als het ware op een vrij forse schaal geoutsourcet. Dat lijkt ons strijdig met de door de Kamer aangenomen motie van mevrouw Halsema op stuk 29508, nr. 3. Hierover zouden wij graag een debat voeren met het kabinet, in het bijzonder met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, maar niet eerder dan nadat wij van haar een brief hebben gekregen, waarin zij aangeeft hoe zij deze ontwikkeling wil verantwoorden in het licht van de aangenomen motie. Ik vraag u dus bij dezen om het kabinet, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, te verzoeken om tekst en uitleg te geven. Als zij bij wijze van spreken volgende week met deze brief komt, kunnen wij daarover een goed voorbereid debat met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voeren.

De voorzitter:

Ik stel voor dat wij dan wachten op de brief. Of zegt u dat u eigenlijk geen brief nodig hebt voor het debat?

De heer Vendrik (GroenLinks):

Jawel, voorzitter.

De voorzitter:

Ik doe dat soort dingen bij voorkeur in twee stappen. Stel dat de brief u helemaal overtuigt, dan hebt u helemaal geen debat nodig.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Dat sluit ik inderdaad niet 100% uit. Daar hebt u een punt. Ik vraag niet bij dezen al een debat aan, maar het zou heel wel kunnen zijn dat er een debat komt.

De voorzitter:

U kondigt het aan, maar na ommekomst van de brief komt u daarop terug.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Ik vraag u nu om het mogelijk te maken dat een brief wordt gevraagd aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De voorzitter:

Ik zie de heer Van Beek en anderen knikken. U krijgt dus instemming met uw verzoek.

Het stenogram van dit gedeelte van de vergadering zal worden doorgeleid naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Brinkman.

De heer Brinkman (PVV):

Voorzitter. Ik wil graag een spoeddebat met de minister van Justitie naar aanleiding van de uitzending van Reporter van de journalist Stegeman over de beveiliging op Schiphol. Wij hebben van de minister antwoorden op vragen gekregen. Daarin stelt hij dat het openbaar gebied is. Ik heb de noordkant van de ingang van Schiphol-Oost bekeken. Daar staat duidelijk een bordje dat het gebied valt onder de Luchtvaartwet. Volgens mij is de minister dus wel degelijk politiek verantwoordelijk. Ik wil alleszins uitsluiten dat een terroristische aanslag wordt gepleegd. Vandaar mijn vraag om een spoeddebat.

De heer Teeven (VVD):

Wij spreken morgen over een aanpassing van de artikelen 62 en 62a van de Luchtvaartwet. Die betreft de strafbaarstelling van het betreden van luchtvaartterreinen. De minister heeft een motie die door de Kamer is aangenomen, omgezet in wetgeving. Ik geef de heer Brinkman in overweging om de discussie die hij wil voeren, morgen te betrekken bij de behandeling van de artikelen 62 en 62a van de Luchtvaartwet. De spoed zie ik namelijk niet zo op dit moment.

De voorzitter:

Ik stel voor, mijnheer Brinkman, dat u dit morgen in het debat meeneemt.

De heer Brinkman (PVV):

Het verbaast mij ten enenmale dat de heer Teeven de spoed ervan niet inziet. Ik zie ook niet in wat het verband is tussen aan de ene kant strafbaarstelling en aan de andere kant de dreiging van een terroristische aanslag. Maar dat is aan de VVD.

De voorzitter:

Morgen is dus het debat.

Het woord is aan de heer Fritsma.

De heer Fritsma (PVV):

Voorzitter. Ik wil graag een spoeddebat met de staatssecretaris van Justitie over de zogenaamde Europaroute, via welke immigranten alle gangbare toelatingseisen voor Nederland kunnen omzeilen. Ik doe dit verzoek mede naar aanleiding van de berichtgeving hierover in De Telegraaf van 28 december jongstleden.

De heer Van de Camp (CDA):

Ik denk dat de heer Fritsma een punt heeft. De zogenaamde Belgiëroute of de U-bocht is een probleem. Ik zou dit echter niet eerder willen bespreken dan nadat de staatssecretaris de Kamer heeft geïnformeerd over de stand van zaken. Ik weet dat zij ermee bezig is om in Europa dit probleem aan te pakken. Na ontvangst van de brief zou ik even willen bekijken hoe wij die behandelen. Het spoedkarakter wil ik in die zin wel ondersteunen dat wij niet eindeloos moeten gaan wachten. Voor ons hoeft het echter niet op stel en sprong nog deze week afgekaart te worden.

De heer Anker (ChristenUnie):

De Telegraaf kwam tussen kerst en oud en nieuw echt niet met iets nieuws, maar met allemaal oude feiten. De staatssecretaris is ermee bezig. Ik sluit mij van harte aan bij de woorden van de heer Van de Camp. Dus eerst een brief. Het hoeft voor mij ook niet in een plenair debat, het mag ook in een algemeen overleg.

De heer De Krom (VVD):

De VVD-fractie wil graag met de staatssecretaris op korte termijn hierover spreken. Wij geven er echter de voorkeur aan om op dit punt eerst een brief van de regering te ontvangen.

De heer Spekman (PvdA):

Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de voorgaande sprekers en vooral bij de opmerking van de heer Anker.

De voorzitter:

Mijnheer Fritsma, u hebt steun voor uw verzoek om informatie. Na de informatieverstrekking zou een besluit kunnen worden genomen.

De heer Fritsma (PVV):

Het is prima dat er een brief komt. Ik stel wel voor dat die brief voor aanstaande dinsdag verschijnt. Het liefst ontvang ik die deze week. Het gaat hier namelijk om een spoedeisende bespreking.

De voorzitter:

Is er al een datum afgesproken voor het verzenden van de brief?

De heer Fritsma (PVV):

Nee.

De heer Van de Camp (CDA):

Ik vind volgende week dinsdag 12.00 uur prima.

De voorzitter:

Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Ik wil graag de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport interpelleren over de situatie bij de op een na grootste gehandicapteninstelling: Philadelphia. Die instelling dreigt failliet te gaan. Er is een conflict met de vakbonden. Bij aanvang van de interpellatie wil ik graag beschikken over het rapport van het College sanering zorginstellingen.

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Wij steunen dit verzoek van harte. Ik wil ook graag opheldering van de staatssecretaris met betrekking tot het artikel in Het Financieele Dagblad van 9 januari, waarin wordt ingegaan op de vraag of de cijfers over het financiële wanbeleid wel of niet kloppen.

Mevrouw Van Miltenburg (VVD):

Voorzitter. Ik zou graag zien dat het verzoek om een interpellatiedebat wordt omgezet in een verzoek om een spoeddebat. De staatssecretaris heeft eerder beloofd om komende vrijdag zowel het rapport van het College sanering zorginstellingen als een nadere brief naar de Kamer te sturen. Het lijkt mij handig dat die brief twee dagen eerder komt en dat die morgen uiterlijk om 12.00 uur bij de Kamer is, zodat wij donderdag een echt debat kunnen voeren aan de hand van stukken en niet aan de hand van meningen.

De heer Jan de Vries (CDA):

Voorzitter. De CDA-fractie is wat verbaasd over de hijgerigheid van de SP-fractie. Het kabinet heeft stukken toegezegd en die zullen deze week verschijnen. Als die stukken er zijn, is het passender om een spoeddebat te voeren dan om een interpellatie te houden.

De voorzitter:

Of misschien een gewoon debat.

De heer Jan de Vries (CDA):

Vanzelfsprekend. Liever heb ik nog een algemeen overleg. Daarmee ontlasten wij de agenda voor de plenaire vergadering.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik kan mij aansluiten bij het verzoek van mevrouw Van Miltenburg en bij de opvatting van de heer De Vries.

Mevrouw Wolbert (PvdA):

Voorzitter. Ik heb liever een AO. Als het niet anders kan, dan een spoeddebat, maar geen interpellatie.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. Dit is een belangrijke zaak. Als wij deze week de stukken krijgen, mag wat mij betreft hierover volgende week een debat worden gehouden.

De voorzitter:

Mevrouw Leijten, er is een aantal alternatieven genoemd. Iedereen wil over dit onderwerp praten, maar men wil eerst de stukken en dan een goed debat voeren. Wat is uw reactie?

Mevrouw Leijten (SP):

Het is bekend dat op 15 december het rapport van het College sanering zorginstellingen door de staatssecretaris is ontvangen en dat er een herstelplan is. Dat is op 1 januari ingegaan. Ik vind dat behandeling van dit onderwerp spoed heeft. Ik wil meegaan in het voorstel van mevrouw Van Miltenburg: morgen het rapport en de reactie ontvangen. Dan kunnen wij er donderdag uitgebreid over spreken in een gewoon debat of in een spoeddebat. Wel heb ik heel graag dat wij daarvoor de tijd krijgen. Ik wil dus het rapport hebben en als het kan een reactie, maar wel deze week, want er worden nu bij Philadelphia stappen gezet, terwijl volledig onduidelijk is of die terecht zijn.

De voorzitter:

Wij willen dit nieuwe jaar met goede voornemens beginnen en dus tijd nemen voor belangrijke debatten. Laten wij afwachten of wij morgen inderdaad de gevraagde stukken krijgen. Daartoe gaan wij druk uitoefenen. Morgen bespreken wij dan bij de regeling of wij een spoeddebat of een gewoon debat houden en dan kunnen wij vaststellen welke spreektijden wij hanteren. Morgen komt u hierop dus zelf bij de regeling van werkzaamheden terug.

Het woord is aan de heer Ormel.

De heer Ormel (CDA):

Voorzitter. De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft vorige week met de minister overleg gevoerd over de situatie in Gaza. Op verzoek van diverse leden vraag ik u om het verslag van dit algemeen overleg op de plenaire agenda te plaatsen.

De voorzitter:

Wij zullen dit verslag toevoegen aan de agenda. Ik wijs er wel op dat wij moeten letten op de manier waarop onze besluiten in de publiciteit komen. Met name over dit debat is buiten deze Kamer zeer veel verwarring ontstaan. Men denkt dat wij over dit onderwerp in het mondelinge vragenuur hebben gesproken. Misschien kunnen wij er allen voor zorgen dat wij duidelijk zijn over onze eigen procedures. Ik kijk niemand in het bijzonder aan, zeker niet de voorzitter van de commissie. Wij zullen het VAO toevoegen aan de agenda van deze week.

Het woord is aan de heer Roemer.

De heer Roemer (SP):

Voorzitter. Ik vraag u om het VAO Taxi, gepland voor morgen, uit te stellen. De vaste commissie heeft in haar procedurevergadering besloten dat er deze maand nog een aanvullend AO komt over de taxi. Het lijkt mij verstandig daarna een VAO te houden.

De voorzitter:

Ik stel voor, dit VAO af te voeren van de agenda. U moet op een nader moment aangeven dat u het VAO weer wilt agenderen.

Het woord is aan mevrouw Kant.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Ik zou graag nog deze week een debat hebben met de ministers van Economische Zaken en van Financiën over de voorgenomen uitverkoop van Essent.

De heer Vendrik (GroenLinks):

Voorzitter. Dat lijkt de fractie van GroenLinks een goed idee. Het lijkt mij ook verstandig om voorafgaand aan het debat een briefje te krijgen van de minister van Economische Zaken, wat nu precies haar positie is ten aanzien van deze voorgenomen overname van Essent.

De heer Graus (PVV):

Voorzitter. Ik heb vlak voor het kerstreces een motie ingediend, waarin werd gevraagd om energieaandelen in Nederlandse handen te houden. Vandaar dat ik dit verzoek uiteraard steun.

De heer Samsom (PvdA):

Voorzitter. Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Vendrik. Ik weet overigens niet of een briefje in deze kwestie voldoende is. Graag krijg ik tekst en uitleg over wat hier nu gaande is, alvorens wij daarover in deze Kamer een debat voeren.

De heer Hessels (CDA):

Voorzitter. Het is vooral belangrijk om hier te spreken over waar wij over gaan. Daarom is het goed om eerst van de minister in een uitgebreide brief te vernemen, hoe zij aankijkt tegen haar bevoegdheden in dit geheel, waar wij ook over gaan. Ik sluit mij daarom aan bij de woorden van de heer Samsom.

De heer Zijlstra (VVD):

Voorzitter. Ook wij willen graag een uitgebreide brief van de minister, waarin zij de mogelijkheden en onmogelijkheden aangeeft. Ik kan tellen, dus ik weet dat wij dat debat krijgen.

De heer Van der Ham (D66):

Voorzitter. Ook steun van de D66-fractie. In die brief zal waarschijnlijk staan dat het allemaal wel meevalt, omdat wij de boel hebben gesplitst, waar de SP overigens tegen was.

De voorzitter:

Mevrouw Kant, u heeft steun voor een spoeddebat.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Er is ook nog een verzoek om een brief. Ik vind het prima dat er vóór het debat een brief komt, alleen ik zou het niet voorwaardelijk willen stellen. Dat debat gaan wij gewoon deze week plannen. Als het kabinet van tevoren een brief wil sturen, is dat prima.

De voorzitter:

Ik zal mijn best doen om dat debat deze week te plannen. Volgens mij is daarvoor wel ruimte. De spreektijden zijn drie minuten per fractie.

Het woord is aan de heer Ulenbelt.

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Ik verzoek om een spoeddebat vóór 15 januari met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij heeft gezegd dat de regeling voor werktijdverkorting per 15 januari, aanstaande donderdag, zal worden beëindigd. Vanmorgen hebben de gezamenlijke werkgevers- en werknemersorganisaties hem dringend verzocht, deze regeling voort te zetten. Als hij wil reageren op het verzoek van werkgevers en werknemers, is mij dat welkom.

De heer Tichelaar (PvdA):

Voorzitter. Mijn fractie steunt het verzoek om een debat, zij het geen spoeddebat. Wij wensen van de minister informatie over de evaluatie van de werktijdverkortingsregeling, inzicht in het gesprek dat hij heeft gehad met de sociale partners en inzicht in wat hij voornemens is te doen na afloop van de werktijdverkorting. Dan hebben wij namelijk echt een debat, en geen spoeddebat met een lege huls.

De voorzitter:

Mijnheer Van Gent. Ik bedoel natuurlijk: mevrouw van Gent.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Dat komt vast door de stropdas, voorzitter.

De voorzitter:

Ik denk het, want het is zo verwarrend.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Maar ik dacht: uit solidariteit doe ik hem om.

Voorzitter. De GroenLinks-fractie is ook voor een debat, maar ik ben toch op zoek naar een tussenoplossing. Aangezien de minister de regeling dreigt te stoppen, zou ik graag spoedig door de minister geïnformeerd willen worden over de gang van zaken tot nu toe. Wellicht kan dat deze week. Daarna kunnen wij dan snel een debat houden. Ik heb er behoefte aan, eerst te worden geïnformeerd door de minister, maar dan wel deze week. Als dat niet gebeurt, wil ik wel het verzoek om een spoeddebat steunen.

Mevrouw Spies (CDA):

Voorzitter. Kortheidshalve sluit ik mij aan bij de suggesties van de collega's Tichelaar en Van Gent: eerst een antwoord van de minister op de vragen zoals die zijn geformuleerd, en daarna bekijken op welke wijze wij dat debat, wat ons betreft nog deze week, kunnen voeren.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Voorzitter. Daar ben ik het mee eens.

De heer Fritsma (PVV):

Voorzitter. Dit is een belangrijk onderwerp. De PVV-fractie wil ook een debat, maar eerst een brief.

De heer Blok (VVD):

Voorzitter. Ook de VVD wil met spoed een brief, gevolgd door een debat.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik sluit mij aan bij wat hierover is gezegd.

De voorzitter:

Mijnheer Ulenbelt, u hebt steun voor een brief en een debat, maar wel in die volgorde.

De heer Ulenbelt (SP):

Dat besef ik en daar ben ik blij om. Omdat de regeling aanstaande donderdag afloopt, zou ik de brief wel voor woensdag 16.00 uur willen hebben, zodat alsnog kan worden beslist om het spoeddebat op donderdag te houden, mocht de minister deze regeling niet willen voortzetten.

De voorzitter:

Dat lijkt mij een redelijk voorstel. Wij zullen het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Van Gerven.

De heer Van Gerven (SP):

Voorzitter. Vorige week beviel op de snelweg naar Goes een echtpaar van een, gelukkig, gezond jongetje van 34 weken oud, maar het had ook mis kunnen gaan. Dat heeft alles te maken met de verhuizing van klinische verloskunde van het ziekenhuis van Vlissingen naar het ziekenhuis in Goes. Dat is niet het enige incident; er zijn er meer. Daarom vraagt de SP een spoeddebat met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de Zeeuwse ziekenhuizen en de verloskunde.

Mevrouw Agema (PVV):

Voorzitter. Binnen zes dagen nadat er geen bevallingen meer werden gedaan in Vlissingen, ging het al drie keer mis. Onze fractie vindt dat te gek voor woorden en steunt dan ook van harte dit verzoek. Wij hopen dat de minister hier zijn verantwoordelijkheid zal nemen.

Mevrouw Schermers (CDA):

Voorzitter. Er moet een debat komen over de ziekenhuizen in Zeeland, maar de vraag is of dit het goede moment is. Wij wachten nog op het advies van de NMa. Ik stel voor om eerst een brief te vragen met een duidelijk tijdpad voor dat advies van de NMa en over hoe het zit met het ambulancespreidingsplan, en om daarna het verdere beleid te bepalen.

Mevrouw Sap (GroenLinks):

Voorzitter. GroenLinks steunt het verzoek om een spoeddebat. Wij vinden het belangrijk dat dit debat deze week wordt gevoerd, omdat het om zo'n gevoelig onderwerp gaat. Een zwangere vrouw kan natuurlijk niet tot volgende week wachten met bevallen. Wij hebben de minister in de publiciteit horen zeggen dat hij naar een oplossing streeft, dus ik vraag hem om op zo kort mogelijke termijn, nog deze week, een brief te sturen waarin de lijnen van die oplossing worden uitgewerkt, en u verzoek ik om het er dan toe te leiden dat wij nog deze week dat debat kunnen hebben.

De heer Van der Veen (PvdA):

Wij willen ook zo snel mogelijk een brief van de minister en daarna een debat.

De heer Van der Vlies (SGP):

Ik sluit mij aan bij wat de heer Van der Veen zei.

De heer Van Gerven (SP):

Er zijn voldoende stemmen voor een spoeddebat, dus daar wil ik aan vasthouden. Ik wil graag dat wij een brief krijgen over hoe de minister denkt te handelen, maar dat hoeft niet per se een voorwaarde te zijn. Wij kunnen gewoon een spoeddebat plannen en de minister zal ongetwijfeld een brief sturen.

De voorzitter:

Ik denk dat wij het spoeddebat morgenochtend kunnen houden. Dan heeft de minister nog enige tijd om de brief te schrijven. Er zijn echt 30 leden voor een spoeddebat, het is niet anders. De spreektijden zijn 3 minuten per fractie.