Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 89, pagina 6328-6329

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 15 mei 2008 over sponsoring in het onderwijs.

De voorzitter:

Ik hanteer geen kerstregime, maar ik heb wel weinig tijd vandaag. Ik moet u allen dus wel manen om u aan de tijd te houden.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. De sponsoring van scholen bedreigt de onafhankelijkheid en de continuïteit van het onderwijs. Niettemin wordt een kwart van de scholen gesponsord. Het sponsorconvenant wordt slecht nageleefd: ouders worden niet ingelicht en de medezeggenschapsraad wordt vaak niet betrokken bij het sponsorbeleid. Ruim 30% van de scholen vindt het sponsorgeld belangrijk voor het primaire onderwijsproces. Het sponsorgeld wordt ingezet voor het onderhoud van gebouwen, sportmateriaal en zelfs voor het onderwijspersoneel. Dat is onaanvaardbaar. Het wetsvoorstel van oud-Kamerlid Dijksma bood daarvoor een oplossing. De afspraken in het sponsorconvenant zouden wettelijk afdwingbaar worden. Helaas werd het wetsvoorstel verworpen. Ik dien daarom de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een kwart van de scholen wordt gesponsord;

constaterende dat het sponsorconvenant nauwelijks wordt nageleefd en dat 30% van de scholen sponsoring belangrijk vindt voor de financiering van het primaire proces;

verzoekt de regering, een wettelijke regeling te maken waarin wordt verwezen naar de inhoud van een geactualiseerd sponsorconvenant,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 181(31200 VIII).

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA):

Is de heer Van Dijk nu voor of tegen sponsoring?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dat heb ik al bij het algemeen overleg gezegd. Het gaat mij vooral om de bestrijding van grootschalige en structurele sponsoring die de onafhankelijkheid en de continuïteit van het onderwijs bedreigt.

De heer Jan Jacob van Dijk (CDA):

Dat is helder. U bent dus niet tegen sponsoring, tenzij het bepaalde perken te buiten gaat. Wat voegt uw voorstel toe aan datgene wat er nu al in wetgeving staat, bijvoorbeeld in de Wet medezeggenschap op scholen? Hierin staat dat in schoolplannen ook al verplichtingen moeten worden opgenomen voor sponsoring.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dat is eigenlijk het beste verwoord door de staatssecretaris toen zij in haar tijd als Kamerlid haar wetsvoorstel indiende. Zij zei toen: met mijn wetsvoorstel wordt het sponsorconvenant wettelijk afdwingbaar en krijg je extra taken en mogelijkheden, bijvoorbeeld dat de Inspectie toeziet op het sponsorbeleid van de scholen. Ik heb zojuist al gezegd dat een kwart van de scholen wordt gesponsord en een derde van de scholen zegt dat belangrijk te vinden voor het primaire onderwijsproces. Zij gebruiken het sponsorgeld onder meer voor docenten. In dat geval gaat het mij te ver. Volgens mij gaat het uw partij ook te ver dat sponsorgeld wordt gebruikt voor docenten. Daartegen moeten wij ten strijde trekken.

Staatssecretaris Dijksma:

Voorzitter. Wij hebben natuurlijk al een uitgebreid overleg achter de rug over sponsoring in het onderwijs. Ik hecht eraan om ook hier te zeggen dat ik het volledig eens ben met degenen die zeggen dat het onderwijs natuurlijk nooit afhankelijk mag worden van sponsorgelden. Dat uitgangspunt heeft deze regering en deze persoon in het bijzonder al lang. Tegelijkertijd hebben wij in dat algemeen overleg vastgesteld dat er een nieuw convenant moet komen en dat uiteraard ook het overleg met convenantspartners moet worden aangegaan. Ik hoor om die reden graag de standpunten van de verschillende partijen. Ik houd aandacht voor de positie van de medezeggenschapsraad, omdat inmiddels het personeel van een onderwijsinstelling eveneens via haar positie in de raad inspraak kan hebben op het terrein van sponsoring. Ik heb verder natuurlijk toegezegd om de suggesties van de Kamer over overgewicht en maatschappelijk verantwoord ondernemen door sponsors mee te nemen. Dat heb ik met de Kamer afgesproken en daarmee is een meerderheid tevreden gesteld. Ik ga er vanuit dat wij de Kamer voor de zomer kunnen informeren over de wijze waarop de betrokken partijen aankijken tegen het opnieuw aangaan van het convenant. Onder andere de bekendheid van de regels zal een belangrijk gespreksonderwerp zijn. Om die reden ontraad ik de Kamer de motie aan te nemen.

De heer Van Dijk noemde de inspectie. Ik kan de inspectie vragen om op te treden indien wettelijke regels niet worden nageleefd. In het debat heb ik toegezegd dat ik dat zal doen.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Deelt de staatssecretaris mijn mening dat het niet de bedoeling is dat scholen het sponsorgeld inzetten voor het primaire onderwijsproces? Dat staat immers in het convenant.

Staatssecretaris Dijksma:

Ik deel die mening. In het debat hebben wij uitvoerig van gedachten gewisseld over de kwestie dat, als scholen aangeven dat zij het belangrijk vinden om sponsormiddelen in te zetten voor het primaire proces, zij dat argument soms ook gebruiken om het signaal af te geven dat zij de bekostiging niet toereikend vinden. Dat staat in het onderzoeksrapport.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Het gaat mij er nu om dat scholen het geld inzetten voor het primaire proces. Zij gebruiken dus het geld van de sponsors om daarmee bijvoorbeeld het personeel te financieren. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport. De staatssecretaris zegt iets anders, namelijk dat scholen van mening zijn dat dat geld nodig is voor het primaire proces. Ik heb gezegd dat zij dat geld daarvoor gebruiken.

Staatssecretaris Dijksma:

Tijdens het debat hebben wij voorbeelden besproken: er werden docenten gefinancierd van sponsorgelden. Zij waren echter niet de docenten die zich met het curriculum van het onderwijs bezighielden. Die docenten werden ingezet voor de zogenaamde extraatjes die de school in zijn programma aanbood. Als wij deze discussie voeren, moet duidelijk zijn waarvoor dat geld wordt ingezet, namelijk voor iets anders dan het primaire proces.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Kan de staatssecretaris met 100% zekerheid garanderen dat een school nog nooit sponsorgelden heeft ingezet voor het betalen van het reguliere onderwijspersoneel? Deelt zij mijn mening dat in haar voormalige wetsvoorstel slechts werd verwezen naar het convenant?

Staatssecretaris Dijksma:

Het laatste is absoluut waar: in mijn wetsvoorstel werd uitsluitend verwezen naar de wettelijke verankering van het convenant. Ik wijs er overigens op dat wij op dit moment geen convenant hebben. Dat is dus het eerste praktische probleem waartegen de heer Van Dijk aanloopt. Het tweede is dat ik niet de garantie kan geven dat een school nog nooit sponsorgelden heeft ingezet om het reguliere onderwijspersoneel te betalen. Ik heb ook geen aanwijzingen dat daarvan sprake is. Zelfs als er een wettelijke regeling is, kunnen wij niet voorkomen dat iets dergelijks gebeurt. Mocht ik de aanwijzing hebben dat dat gebeurt, dan kan ik de inspectie opdracht geven om in te grijpen. Ik zal dan de eerste zijn die dat doet. Daarop kan de Kamer rekenen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Volgende week dinsdag wordt er over de motie gestemd.

De vergadering wordt van 16.45 uur tot 17.00 uur geschorst.