Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen
overleg op 15 mei 2008 over sponsoring in het onderwijs.
De voorzitter:
Ik hanteer geen kerstregime, maar ik heb wel weinig tijd vandaag. Ik moet
u allen dus wel manen om u aan de tijd te houden.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Voorzitter. De sponsoring van scholen bedreigt de onafhankelijkheid en
de continuïteit van het onderwijs. Niettemin wordt een kwart van de scholen
gesponsord. Het sponsorconvenant wordt slecht nageleefd: ouders worden niet
ingelicht en de medezeggenschapsraad wordt vaak niet betrokken bij het sponsorbeleid.
Ruim 30% van de scholen vindt het sponsorgeld belangrijk voor het primaire
onderwijsproces. Het sponsorgeld wordt ingezet voor het onderhoud van gebouwen,
sportmateriaal en zelfs voor het onderwijspersoneel. Dat is onaanvaardbaar.
Het wetsvoorstel van oud-Kamerlid Dijksma bood daarvoor een oplossing. De
afspraken in het sponsorconvenant zouden wettelijk afdwingbaar worden. Helaas
werd het wetsvoorstel verworpen. Ik dien daarom de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat een kwart van de scholen wordt gesponsord;
constaterende dat het sponsorconvenant nauwelijks wordt nageleefd en dat
30% van de scholen sponsoring belangrijk vindt voor de financiering
van het primaire proces;
verzoekt de regering, een wettelijke regeling te maken waarin wordt verwezen
naar de inhoud van een geactualiseerd sponsorconvenant,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt,
wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 181(31200 VIII).
De heer Jan Jacob van Dijk (CDA):
Is de heer Van Dijk nu voor of tegen sponsoring?
De heer Jasper van Dijk (SP):
Dat heb ik al bij het algemeen overleg gezegd. Het gaat mij vooral om
de bestrijding van grootschalige en structurele sponsoring die de onafhankelijkheid
en de continuïteit van het onderwijs bedreigt.
De heer Jan Jacob van Dijk (CDA):
Dat is helder. U bent dus niet tegen sponsoring, tenzij het bepaalde perken
te buiten gaat. Wat voegt uw voorstel toe aan datgene wat er nu al in wetgeving
staat, bijvoorbeeld in de Wet medezeggenschap op scholen? Hierin staat dat
in schoolplannen ook al verplichtingen moeten worden opgenomen voor sponsoring.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Dat is eigenlijk het beste verwoord door de staatssecretaris toen zij
in haar tijd als Kamerlid haar wetsvoorstel indiende. Zij zei toen: met mijn
wetsvoorstel wordt het sponsorconvenant wettelijk afdwingbaar en krijg je
extra taken en mogelijkheden, bijvoorbeeld dat de Inspectie toeziet op het
sponsorbeleid van de scholen. Ik heb zojuist al gezegd dat een kwart van de
scholen wordt gesponsord en een derde van de scholen zegt dat belangrijk te
vinden voor het primaire onderwijsproces. Zij gebruiken het sponsorgeld onder
meer voor docenten. In dat geval gaat het mij te ver. Volgens mij gaat het
uw partij ook te ver dat sponsorgeld wordt gebruikt voor docenten. Daartegen
moeten wij ten strijde trekken.
Staatssecretaris Dijksma:
Voorzitter. Wij hebben natuurlijk al een uitgebreid overleg achter de
rug over sponsoring in het onderwijs. Ik hecht eraan om ook hier te zeggen
dat ik het volledig eens ben met degenen die zeggen dat het onderwijs natuurlijk
nooit afhankelijk mag worden van sponsorgelden. Dat uitgangspunt heeft deze
regering en deze persoon in het bijzonder al lang. Tegelijkertijd hebben wij
in dat algemeen overleg vastgesteld dat er een nieuw convenant moet komen
en dat uiteraard ook het overleg met convenantspartners moet worden aangegaan.
Ik hoor om die reden graag de standpunten van de verschillende partijen. Ik
houd aandacht voor de positie van de medezeggenschapsraad, omdat inmiddels
het personeel van een onderwijsinstelling eveneens via haar positie in de
raad inspraak kan hebben op het terrein van sponsoring. Ik heb verder natuurlijk
toegezegd om de suggesties van de Kamer over overgewicht en maatschappelijk
verantwoord ondernemen door sponsors mee te nemen. Dat heb ik met de Kamer
afgesproken en daarmee is een meerderheid tevreden gesteld. Ik ga er vanuit
dat wij de Kamer voor de zomer kunnen informeren over de wijze waarop de betrokken
partijen aankijken tegen het opnieuw aangaan van het convenant. Onder andere
de bekendheid van de regels zal een belangrijk gespreksonderwerp zijn. Om
die reden ontraad ik de Kamer de motie aan te nemen.
De heer Van Dijk noemde de inspectie. Ik kan de inspectie vragen om op
te treden indien wettelijke regels niet worden nageleefd. In het debat heb
ik toegezegd dat ik dat zal doen.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Deelt de staatssecretaris mijn mening dat het niet de bedoeling is dat
scholen het sponsorgeld inzetten voor het primaire onderwijsproces? Dat staat
immers in het convenant.
Staatssecretaris Dijksma:
Ik deel die mening. In het debat hebben wij uitvoerig van gedachten gewisseld
over de kwestie dat, als scholen aangeven dat zij het belangrijk vinden om
sponsormiddelen in te zetten voor het primaire proces, zij dat argument soms
ook gebruiken om het signaal af te geven dat zij de bekostiging niet toereikend
vinden. Dat staat in het onderzoeksrapport.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Het gaat mij er nu om dat scholen het geld inzetten voor het primaire
proces. Zij gebruiken dus het geld van de sponsors om daarmee bijvoorbeeld
het personeel te financieren. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport. De staatssecretaris
zegt iets anders, namelijk dat scholen van mening zijn dat dat geld nodig
is voor het primaire proces. Ik heb gezegd dat zij dat geld daarvoor gebruiken.
Staatssecretaris Dijksma:
Tijdens het debat hebben wij voorbeelden besproken: er werden docenten
gefinancierd van sponsorgelden. Zij waren echter niet de docenten die zich
met het curriculum van het onderwijs bezighielden. Die docenten werden ingezet
voor de zogenaamde extraatjes die de school in zijn programma aanbood. Als
wij deze discussie voeren, moet duidelijk zijn waarvoor dat geld wordt ingezet,
namelijk voor iets anders dan het primaire proces.
De heer Jasper van Dijk (SP):
Kan de staatssecretaris met 100% zekerheid garanderen dat een school
nog nooit sponsorgelden heeft ingezet voor het betalen van het reguliere onderwijspersoneel?
Deelt zij mijn mening dat in haar voormalige wetsvoorstel slechts werd verwezen
naar het convenant?
Staatssecretaris Dijksma:
Het laatste is absoluut waar: in mijn wetsvoorstel werd uitsluitend verwezen
naar de wettelijke verankering van het convenant. Ik wijs er overigens op
dat wij op dit moment geen convenant hebben. Dat is dus het eerste praktische
probleem waartegen de heer Van Dijk aanloopt. Het tweede is dat ik niet de
garantie kan geven dat een school nog nooit sponsorgelden heeft ingezet om
het reguliere onderwijspersoneel te betalen. Ik heb ook geen aanwijzingen
dat daarvan sprake is. Zelfs als er een wettelijke regeling is, kunnen wij
niet voorkomen dat iets dergelijks gebeurt. Mocht ik de aanwijzing hebben
dat dat gebeurt, dan kan ik de inspectie opdracht geven om in te grijpen.
Ik zal dan de eerste zijn die dat doet. Daarop kan de Kamer rekenen.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Volgende week dinsdag wordt er over de motie gestemd.
De vergadering wordt van 16.45 uur tot 17.00 uur geschorst.