Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-2008nr. 8, pagina 459-461

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 3 oktober 2007 over de uitvoering van de pardonregeling.

De heer Fritsma (PVV):

Voorzitter. De fractie van de PVV is uiteraard altijd een fel tegenstander geweest van het generaal pardon. De regeling is er echter toch gekomen. Rond deze pardonregeling zijn duidelijke afspraken gemaakt. Die blijken nu niets waard te zijn. Daarom dien ik de volgende motie in, mede namens de heer Zijlstra van de VVD-fractie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris niet kan garanderen dat gemeenten stoppen met het geven van noodopvang aan uitgeprocedeerde asielzoekers;

verzoekt de regering, de pardonregeling onmiddellijk terug te draaien, omdat de regeling is doorgevoerd op uitdrukkelijke voorwaarde dat gemeenten zullen stoppen met het geven van noodopvang aan uitgeprocedeerde asielzoekers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Fritsma en Zijlstra. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 28(31018).

De heer Zijlstra (VVD):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in, mede namens de heer Fritsma.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,Zijlstra

constaterende dat er nog steeds burgemeesters zijn die aangeven dat zij geen gegevens willen verstrekken van illegalen die niet in aanmerking komen voor de pardonregeling;

constaterende dat bij de pardonregeling is afgesproken dat er zowel burgemeestersverklaringen worden afgegeven, als dat er gegevens verstrekt dienen te worden van illegalen;

constaterende dat een aantal burgemeesters slechts een deel van de gemaakte afspraken wenst na te komen;

verzoekt de regering, de burgemeesterverklaring uit de pardonregeling te schrappen en besluitvorming over toelating in het kader van de pardonregeling plaats te laten vinden op rijksniveau,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Zijlstra en Fritsma. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 29(31018).

Staatssecretaris Albayrak:

Voorzitter. De strekking van het verzoek in beide moties is mij bekend uit het debat dat wij vorige week over dit onderwerp hebben gevoerd. Beide moties zijn erop gericht de pardonregeling alsnog ongedaan te maken. De heer Fritsma stelt voor dit direct te doen. De heer Zijlstra stelt voor dit indirect te doen door de burgemeestersverklaring te schrappen. Beide moties zijn echter in essentie gericht op het ongedaan maken van de pardonregeling. Vorige week heb ik de pardonregeling al verdedigd en uitgelegd waarom die niet alleen rechtvaardig, maar ook noodzakelijk is. Daarom hoeft het mijns inziens geen betoog dat ik ontraad om een van de moties of beide aan te nemen.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik zal u eerlijk zeggen dat mij dit niet verrast. Toch zet de tweede motie niet de hele pardonregeling aan de kant; laten wij dat onderscheid wel maken. Wat mij betreft zouden wij de hele pardonregeling aan de kant mogen zetten; graag zelf. Daarom heb ik de eerste motie meeondertekend. In de tweede motie gaat het echter om een specifiek deel. Wij hebben in het debat van vorige week aangegeven dat dit deel in de uitvoering van de pardonregeling telkens niet goed blijkt te werken. Hiermee zet je niet de pardonregeling aan de kant op alle punten die wel helder zijn.

Staatssecretaris Albayrak:

De burgemeestersverklaring maakt een wezenlijk onderdeel uit van de pardonregeling. Als ik dit onderdeel eruit schrap, is de regeling niet meer de regeling die wij met de Kamer hebben afgesproken. Ik voeg er nog aan toe dat het dan ook niet meer de regeling zou zijn waar de maatschappij om heeft gevraagd. Het is niet mijn bedoeling om langs deze omweg alsnog de pardonregeling ter discussie te stellen. Om deze reden ontraad ik nogmaals het aannemen van deze motie.

De heer Fritsma (PVV):

Ik wil een betere uitleg van de staatssecretaris. De pardonregeling is tot stand gekomen op de uitdrukkelijke voorwaarde dat de gemeenten stoppen met het geven van noodopvang aan uitgeprocedeerde asielzoekers. Dus de voorwaarden op grond waarvan die regeling is doorgedrukt, vervallen nu. U geeft immers zelf aan, ook tijdens het AO, dat u niet kunt garanderen dat de gemeenten stoppen met het geven van noodopvang. De tweezijdige afspraken zijn dus nog slechts eenzijdige afspraken. Ik kan niet anders dan de indruk krijgen dat u iedereen een loer hebt gedraaid.

Staatssecretaris Albayrak:

De afspraak is dat de burgemeestersverklaringen sinds 1 oktober jongstleden bij het ministerie van Justitie worden ingediend. Het is te vroeg om nu al de conclusie te trekken dat de afspraken niet zouden worden nagekomen. De noodopvang moet eind 2009 dicht zijn. Op dit moment zijn alle werkzaamheden erop gericht om de noodopvang op dat moment te sluiten. Wij hebben daarover inderdaad afspraken met de gemeenten gemaakt. Uit de praktische samenwerking op dit moment krijg ik geen aanwijzingen dat dat proces gevaar loopt. Dat de heer Fritsma anders betoogt omdat hij intrinsiek tegen deze regeling is, verbaast mij eerlijk gezegd niet.

De heer Fritsma (PVV):

Ik heb tijdens het AO een brief overgelegd van de gemeente Eindhoven waarin duidelijk staat dat deze gemeente niet voornemens is om te stoppen met het geven van noodopvang. Die afspraken worden gewoon niet nagekomen.

De voorzitter:

U hoeft het debat van het AO niet over te doen. U hebt een motie ingediend.

De heer Fritsma (PVV):

Nogmaals, kan de staatssecretaris garanderen dat alle gemeenten wel stoppen met het geven van noodopvang? Dat is de afspraak op grond waarvan het generaal pardon is doorgevoerd.

Staatssecretaris Albayrak:

Dit onderwerp is in het debat uitgebreid aan de orde geweest. Ik heb daar herhaaldelijk het antwoord gegeven dat ik op dit moment in de praktijk geen problemen heb met welke gemeente dan ook, als het gaat om de medewerking van de gemeenten aan de afspraken. Daar blijf ik bij.

De heer Zijlstra (VVD):

Denkt u dat burgemeesters namens de gemeenten spreken, als zij zich over zaken uitspreken?

Staatssecretaris Albayrak:

Ik heb op dit moment de samenwerking met de gemeenten opgezocht in de vorm van bijvoorbeeld de sluiting van de noodopvang en wat daarvoor nodig is. Een belangrijk deel van de doelgroep in de noodopvang krijgt een verblijfsvergunning. Het probleem lost zich voor het overgrote deel vanzelf op. Over het overblijvende deel, waar geen sprake zal zijn van vergunningverlening, heb ik gezegd dat ik zal kijken of er mogelijkheden zijn om mensen alsnog in een centrale vorm van opvang te nemen, bijvoorbeeld gezinnen met kinderen. Dat is het deel van de afspraken met de burgemeesters waarvoor ik verantwoordelijk ben en wat ik zal nakomen. Dit proces zal op zijn vroegst ver in 2008 in de praktijk zichtbaar worden. Er zullen nog vele momenten komen om met de heer Zijlstra en alle anderen in de Kamer van gedachten te wisselen over de vraag of die afspraken inderdaad van beide kanten worden nagekomen. Dat is alles wat ik op dit moment te melden heb.

De voorzitter:

Wij stoppen het debat. Ik kan uit eigen ervaring constateren dat het een herhaling van het AO wordt. Er zijn moties ingediend; die komen volgende week dinsdag op de stemmingslijst.

De heer Zijlstra (VVD):

De staatssecretaris heeft mijn vraag niet beantwoord.

De voorzitter:

Volgens mij is er uitgebreid gereageerd op de ingediende moties.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt van 10.23 uur tot 10.30 uur geschorst.