Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor, haar motie (30800-XIV, nr. 76) wederom aan te houden. Dit betekent dat de termijn van twee maanden opnieuw aanvangt.

Ik stel voor, de vergadering op donderdag 8 maart aan te vangen om 14.00 uur, in plaats van om 13.00 uur.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Crone.

De heer Crone (PvdA):

Voorzitter. Minister Zalm zou wel in de vergaderzaal kunnen blijven, omdat het nu weer gaat over de Belastingdienst en de dienst Toeslagen. Ik zie dat hij daar wel oren naar heeft, maar de procedures zijn nu eenmaal zo dat hij de zaal toch moet verlaten. Ik heb hem trouwens een keer teruggeroepen toen hij op de gang iets zei wat hij niet hier had gezegd.

Afgelopen donderdag heeft de PvdA-fractie gevraagd om een brief van het kabinet over de klachten van de Nationale ombudsman, de heer Brenninkmeijer, over de dienst Toeslagen en de Belastingdienst. Het antwoord dat mijn fractie zojuist heeft gekregen, is verre van bevredigend. Ik vraag daarom een debat aan over dit onderwerp met de minister van Financiën.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Ik ondersteun dit verzoek, maar zou hieraan graag een vraag willen toevoegen. In het televisieprogramma Radar van gisteren is deze problematiek ook aan de orde geweest. Hierin kwamen met name de klachten naar voren over de benadering als men belt naar deze diensten – als men al contact krijgt – en het feit dat men 3,75% rente moet betalen over niet terecht ontvangen huurtoeslag. Daarom vraag ik de minister om van tevoren schriftelijk in te gaan op deze uitzending van Radar. De GroenLinksfractie vindt het onterecht dat er rente moet worden betaald. Dit moet ook in het spoeddebat aan de orde komen.

De heer Jansen (SP):

De SP-fractie ondersteunt het verzoek van de heer Crone. Wij gaan ervan uit dat alle problemen rond de uitbetaling van toeslagen in de breedste zin van het woord aan de orde kunnen komen.

De heer De Nerée tot Babberich (CDA):

Begrijp ik goed dat de heer Crone dit debat nog deze week wil houden?

De heer Crone (PvdA):

Ja.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ook mijn fractie ondersteunt het voorstel van de heer Crone van harte.

Mevrouw Dezentjé Hamming (VVD):

Ook de VVD-fractie ondersteunt het voorstel.

De voorzitter:

Ik stel voor, aan het verzoek te voldoen en het spoeddebat toe te voegen aan de agenda van deze week.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks):

Ik hoop dat ik dan wel die informatie krijg.

De heer Crone (PvdA):

Ik heb er geen behoefte aan om nu weer een brief van het kabinet te vragen. Wij hebben vorige week gedebatteerd over de huurtoeslag. Daarbij is ook gesproken over de heffingsrente. De GroenLinksfractie was er toen niet bij. Ik heb de uitzending van Radar gezien. Aan het eind van het programma werd gezegd dat de fracties van de SP en de PvdA dit debat zouden aanvragen. Ik ga nu niet weer om een brief vragen, maar ik wil wel een spoeddebat. Wij willen dat de invorderingsrente wordt kwijtgescholden. Dat is een politiek debat en geen brievendebat.

De voorzitter:

Volgens mij werd het verzoek van mevrouw Van Gent verder niet ondersteund. Daarom stel ik voor, conform mijn voorstel te besluiten.

Aldus wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Poppe.

De heer Poppe (SP):

Voorzitter. Morgenmiddag staat op de plenaire agenda de wetswijziging Wet bodembescherming. Ik zal niet op de inhoud ingaan, maar die wetswijziging kan vrij ingrijpend zijn. Over zeer korte tijd zal vak K met nieuwe ministers gevuld zijn en dan is er ook een minister van Milieu. Daarom doe ik nu het verzoek om dit punt van de agenda af te halen, zodat het in zijn geheel met de nieuwe minister besproken kan worden.

De heer Koopmans (CDA):

In de Kamer hebben wij de goede regel dat wij een wetsvoorstel dat wij met de nieuwe regering willen behandelen, controversieel kunnen verklaren. Dit wetsvoorstel is door de Kamer niet controversieel verklaard. Het voorstel van de heer Poppe lijkt ons daarom niet logisch.

Mevrouw Neppérus (VVD):

Ik kan mij heel simpel bij de heer Koopmans aansluiten. Ik begrijp dit echt niet.

De heer Samsom (PvdA):

Ik sluit mij daar ook bij aan. Wij kunnen nu wetsvoorstellen behandelen, waarvan wij het een paar maanden geleden goed vonden om ze te behandelen. Ik zeg daar wel bij dat, als de SP-fractie in de behandeling goede redenen vindt – ik bedoel niet van procedurele aard, maar van inhoudelijke – om het debat uit te stellen, de Kamer dat tijdens de behandeling van de wet kan besluiten.

De heer Poppe (SP):

Ik ben er een van: je doet het wel of je doet het niet, en als je het doet, dan doe je het goed. Daarmee bedoel ik te zeggen dat, als je een debat aangaat met een van de bewindspersonen, dan maak je dat ook af. Dan haak je niet af bij de staatssecretaris als er problemen komen, zoals de heer Samsom nu voorstelt, om te wachten tot er een nieuwe minister geïnstalleerd is. Het kan zo zijn dat het onderwerp niet controversieel verklaard is, maar toen was ook niet bekend op welke termijn er een regering zou komen. Nu hebben wij op zeer korte termijn een minister van Milieu. Dit wetsvoorstel kan zeer ingrijpende milieugevolgen hebben en dan vind ik het op zijn plaats om het met de nieuwe minister te bespreken. Ik heb natuurlijk gisteravond NRC/Handelsblad gelezen en ik ben ook op andere wijze geïnformeerd over het feit dat er een andere reden is om met de behandeling door te gaan. Zegt u dat dan gewoon, mijnheer Koopmans.

De voorzitter:

Het lijkt mij niet nodig dat wij dat nu helemaal gaan uitdiepen. U hebt geen steun voor uw voorstel.

De heer Poppe (SP):

Voorzitter, nog een moment. Het gaat erom dat een van de geachte afgevaardigden van de CDA-fractie morgen op dat onderwerp zijn maidenspeech wil houden en dat vind ik geen argument.

De voorzitter:

Mijnheer Poppe, u hebt geen steun voor uw voorstel. Het debat blijft op de agenda staan.

Het woord is aan mevrouw Dezentjé Hamming

Mevrouw Dezentjé Hamming (VVD):

Voorzitter. Met de beantwoording van de minister in het vragenuur vervalt mijn behoefte aan een spoeddebat. Ik laat dus het aanvragen daarvan achterwege.

De voorzitter:

Dank u wel.

Het woord is aan de heer Fritsma.

De heer Fritsma (PVV):

Voorzitter. Ik verzoek om het verslag van het algemeen overleg van afgelopen donderdag over eergerelateerd geweld op de plenaire agenda te zetten, als het kan nog deze week. Dit verzoek doe ik mede namens de fractie van GroenLinks.

De voorzitter:

Ik begrijp dat u dat deze week nog wilt, maar u weet ook dat de agenda erg krap is. Wij doen het zo gauw mogelijk, maar het wordt waarschijnlijk na het krokusreces.

Het woord is aan de heer Ulenbelt.

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Ik verzoek u, het verslag van het algemeen overleg over arbozaken op de plenaire agenda te zetten. In verband met het belang van het onderwerp wil ik het graag nog voor het reces behandelen.

De voorzitter:

Hiervoor geldt hetzelfde. Ik zal mijn uiterste best doen, maar waarschijnlijk wordt het toch na het krokusreces.

Het woord is aan mevrouw Azough.

Mevrouw Azough (GroenLinks):

Voorzitter. Enige tijd geleden is bij de regeling door de beoogde coalitiepartijen PvdA, CDA en ChristenUnie gevraagd om uitstel van behandeling van de wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Wie schetst mijn verbazing: afgelopen donderdag blijkt deze wetswijziging alsnog, op de valreep, op de plenaire agenda te zijn gezet voor deze week. Dit onderwerp heeft in de afgelopen maanden en in de verkiezingscampagne een belangrijke rol gespeeld in het publieke debat. Het is in de ogen van mijn fractie een controversieel onderwerp. Het lijkt mij volstrekt logisch dat dit wetsvoorstel met een nieuw kabinet en met een nieuwe bewindspersoon wordt besproken. Ik vraag dan ook om uitstel van behandeling.

De heer Teeven (VVD):

Voorzitter. De VVD-fractie wil dat verzoek ondersteunen. Het is mijn fractie ook ter ore gekomen dat er inmiddels een amendement met een verregaande strekking wordt voorbereid door de drie beoogde regeringsfracties, namelijk het CDA, de PvdA en de ChristenUnie. Mijn fractie wil zich daar wel goed op kunnen voorbereiden. In het verleden is op verzoek van de PvdA-fractie een aantal keer uitstel verleend. Ik wil de woorden die de heer Poppe net sprak aanhalen: je doet het niet of je doet het goed. Daarom steunt mijn fractie het verzoek van de fractie van GroenLinks.

De heer Fritsma (PVV):

De fractie van de PVV steunt het verzoek niet omdat de wijziging van deze Rijkswet zeer urgent is. Wij willen dat het wetsvoorstel op de agenda van aanstaande donderdag blijft staan.

De heer De Wit (SP):

Ik steun het verzoek van mevrouw Azough. Haar verwijzing naar de reden van uitstel die de heer Dijsselbloem destijds aanvoerde, kan eigenlijk tot niets anders leiden dan tot het besluit dat dit debat niet met het huidige, maar met het nieuwe kabinet moet worden gevoerd.

De heer Dijsselbloem (PvdA):

Ik steun het verzoek van de fractie van GroenLinks niet. Een belangrijk punt is dat de commissie voor Justitie dit wetsvoorstel niet controversieel heeft verklaard. Ik heb later toch uitstel gevraagd van behandeling omdat dit wetsvoorstel inmiddels onderwerp was van de formatiebesprekingen. Het is uiteindelijk niet in het akkoord terechtgekomen, dus dat argument is niet meer valide. Het andere argument dat ik toen aanvoerde, was dat er nog overleg gaande was over een amendement met het ministerie. Dat overleg is afgerond en het nieuwe amendement is vanmorgen ingediend. Dat argument is dus ook van tafel. Wat mij betreft, kunnen wij verder gaan met de behandeling van dit wetsvoorstel.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Misschien is dit punt niet besproken in aanwezigheid van de heer Wijffels, maar wellicht is het daarbuiten wel aan de orde geweest. Ik steun het verzoek van mevrouw Azough. De fractie van D66 acht dit een controversieel onderwerp en vindt dat het met het nieuwe kabinet moet worden besproken.

De heer Slob (ChristenUnie):

Mijn fractie steunt het verzoek niet. Ik snap ook de verbazing van mevrouw Azough niet helemaal. Vorige week is immers tijdens de regeling van werkzaamheden netjes gevraagd of dit wetsvoorstel op de agenda kon worden geplaatst voor deze week. Daar heeft geen enkele partij op gereageerd, dus misschien heeft zij niet helemaal opgelet. Ik denk dat nu het moment is om dit wetsvoorstel te behandelen. De heer Dijsselbloem heeft daar de argumenten al voor gegeven.

Mevrouw Sterk (CDA):

Ik sluit mij aan bij de opmerkingen van de woordvoerders van de fracties van de PvdA en de ChristenUnie.

Mevrouw Azough (GroenLinks):

Ik verbaas mij over de weigering van de beoogde coalitiepartijen om met een nieuw kabinet, met hun nieuwe kabinet en hun nieuwe bewindspersoon, hierover te spreken. Ik vind dat echt onbegrijpelijk. Dit is wel degelijk een controversieel onderwerp. Voorzitter, ik hoop dat u de andere argumenten mee wilt nemen in uw afweging.

De voorzitter:

Dit onderwerp is niet controversieel verklaard door de Kamer. Daarnaast is een meerderheid van de Kamer ervoor om het onderwerp gewoon te behandelen deze week. Daarom besluit ik om dat ook te doen. Wij gaan het gewoon behandelen.

Mevrouw Azough (GroenLinks):

Dan wil ik graag een nadere toelichting van de beoogde coalitiepartijen – misschien kan dat voorafgaand aan het debat – over de uitkomsten van hun onderhandelingen en wat deze hebben opgeleverd op dit specifieke punt.

De voorzitter:

Tijdens dat debat hebt u alle gelegenheid om dergelijke vragen te stellen.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Juist bij dit soort onderwerpen en bij de vorming van een kabinet dient rekening te worden gehouden met een minderheid in de Kamer. Dit is wel degelijk een controversieel onderwerp.

De voorzitter:

U krijgt alle gelegenheid om daarover te spreken.

De heer Slob (ChristenUnie):

Afgelopen donderdag was er in deze Kamer alle ruimte voor iedere fractie, ook die van GroenLinks, om over het regeerakkoord te spreken. Daar is toen geen gebruik van gemaakt. Ieder onderwerp had toen aan de orde gesteld kunnen worden en nu wil mevrouw Azough ineens uitleg hebben over een onderdeel van het regeerakkoord.

Mevrouw Koşer Kaya (D66):

Dat was een gesprek met de informateur.

De voorzitter:

Mevrouw Koşer Kaya, ik had u het woord niet gegeven. Wij hebben hier geen discussie, maar wij bepalen de agenda tijdens de regeling van werkzaamheden. Wij hebben vastgesteld dat dit debat deze week wordt gevoerd. Er is een besluit genomen en ik sluit de discussie over dit onderwerp.

De heer Teeven (VVD):

Ik zou er nog wel iets over willen opmerken.

De voorzitter:

Dat is helaas te laat.

De heer Teeven (VVD):

U geeft de regeringspartijen ook twee keer het woord.

De voorzitter:

Ik had het onderwerp al afgerond en dus is het nu afgerond.

Naar boven