Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2004-2005nr. 12, pagina 643

Aan de orde is de eindstemming over het Voorstel van wet van het lid Halsema, houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot invoering van de bevoegdheid tot toetsing van wetten aan een aantal bepalingen van de Grondwet door de rechter (28331).

(Zie vergadering van 12 oktober 2004.)

De voorzitter:

Ik geef de heer Luchtenveld gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.

De heer Luchtenveld (VVD):

Voorzitter. Wij hadden gevraagd of wij op verschillende dagen zouden kunnen stemmen over de amendementen en over het wetsvoorstel, omdat wij in de gelegenheid wilden zijn om een eindafweging te maken zodra duidelijk was hoe precies de tekst zou luiden van de artikelen waaraan constitutionele toetsing mogelijk zou zijn. Dit is nu duidelijk. Ik stel vast dat alle amendementen die de VVD-fractie – soms met andere fracties – heeft ingediend, inmiddels zijn overgenomen in nota's van wijziging. Ik stel verder vast dat de amendementen waar wij bezwaar tegen hebben, door de Kamer zijn verworpen.

Er blijft dan nog een punt over, namelijk de vorm van constitutionele toetsing. Wij geven de voorkeur aan toetsing door een constitutionele raad of een constitutioneel hof boven toetsing door iedere rechter. Wij hebben in het Kamerdebat echter kunnen vaststellen dat daarvoor zelfs geen gewone meerderheid is op dit moment. Dus staan wij nu voor de vraag of wij als tussenstap een constitutionele toetsing zullen accepteren zoals in dit wetsvoorstel is neergelegd. Alles afwegende heeft de VVD-fractie besloten dit te doen en voor dit wetsvoorstel te stemmen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fractie van het CDA tegen dit wetsvoorstel hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat het is aangenomen. Hierbij zij aangetekend dat de Groep Lazrak afwezig is.

Mevrouw Halsema, ik vraag u als initiatiefnemer van dit wetsvoorstel of u bereid bent om de verdediging van dit wetsvoorstel in de Eerste Kamer op u te nemen.

Mevrouw Halsema (GroenLinks):

Voorzitter. Dit is mij een grote eer en ik verheug mij erop om daarna weer bij u te mogen terugkeren.

De voorzitter:

Dit is een interessante mededeling. Dank u wel.