Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2002-2003nr. 27, pagina 1931-1940

Aan de orde is het debat over de uitvoering van de gewijzigde motie-De Nerée tot Babberich c.s. over de Hanzelijn en de ondertunneling van de A2 (28600, nr. 59).

(Zie vergadering van 12 november 2002).

De voorzitter:

Ik wijs de leden erop dat zij twee minuten hebben in eerste termijn. In tweede termijn mogen zij alleen spreken over een motie die zij indienen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Tijdens de financiële beschouwingen op 12 november jl. heeft de Kamer de motie-De Nerée tot Babberich c.s. aangenomen. Deze motie gaat over de aanleg van de Hanzelijn, de ondertunneling van de A2 bij Maastricht en het terugbrengen van de bezuinigingen op het openbaar vervoer.

De wens van een grote kamermeerderheid was dat in 2005 de schop de grond in zou gaan voor de Hanzelijn en dat men vanaf volgend jaar zou kunnen beginnen met de voorbereidingen en de grondaankopen. De bedoeling was om in 2007 te beginnen met de daadwerkelijke ondertunneling van de A2 bij Maastricht en de bezuiniging op het stads- en streekvervoer in de jaren 2003 tot en met 2006 jaarlijks met 25 mln euro te verminderen.

De fractie van het CDA heeft dit debat om de volgende reden aangevraagd. De motie, die met een grote kamermeerderheid is aangenomen, is helder. De regering kan dan twee dingen doen: zij kan de motie uitvoeren en zij kan de motie niet uitvoeren. De Kamer heeft twee brieven gekregen. In beide brieven zegt de regering gevolg te geven aan de wens van de Kamer, maar als je de brieven leest, blijkt dat dit niet gebeurt. In 2005 wordt niet begonnen met de bouw van de Hanzelijn, in 2007 wordt niet begonnen met de ondertunneling van de bottleneck Maastricht en de bezuinigingen op het openbaar vervoer worden in de jaren 2003 tot en met 2006 niet met 25 mln euro per jaar teruggedraaid.

Dit zijn niet zomaar punten. Dit zijn punten waar de Kamer, in ieder geval de fractie van het CDA, zeer aan hechtte en hecht. De tunnel in Maastricht dient de bottleneck voor het verkeer op te lossen, maar heeft ook een functie bij de leefbaarheid in en de duurzaamheid van de stad. Met de Hanzelijn wordt een al veel te lang ontbrekende schakel ingevuld tussen west, oost en noord. Tevens wordt hierdoor veel wegverkeer vervangen door spoorverkeer en dat geldt zowel voor het vrachtvervoer als voor het personenvervoer. Verder gaat het erom overal in Nederland een goed openbaarvervoernetwerk te kunnen handhaven. Deze zaken bevorderen dus niet alleen de mobiliteit; ook de duurzaamheid en het milieu zijn hiermee gediend. Het CDA heeft de genoemde motie om die reden ingediend en om dezelfde reden hechten het CDA ook nu nog aan de uitvoering van deze motie.

Wij vragen de regering daarom bij dezen de motie alsnog uit te voeren.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Voorzitter. De inzet van de motie-De Nerée tot Babberich had de volledige steun van GroenLinks. Ook ons is er veel aan gelegen dat de Hanzelijn volgens de afspraken die met de regio zijn gemaakt, wordt aangelegd en dat met die aanleg daadwerkelijk wordt begonnen in 2005.

De ondertunneling van de A2 bij Maastricht heeft ook de warme steun van de fractie van GroenLinks. Door deze ondertunneling kan een heel belangrijk leefbaarheids- en gezondheidsprobleem in Maastricht worden opgelost. Het terugdraaien van de korting op de exploitatie van het stads- en streekvervoer, de bussen, de trams, de metro's, is GroenLinks uit het hart gegrepen. Wij waren wel een beetje teleurgesteld over de inzet van de motie: er werd verzocht deze korting slechts met minder dan de helft terug te draaien. GroenLinks pleit ervoor, deze korting geheel terug te draaien.

Met de dekking van de motie had GroenLinks problemen omdat deze mede werd betaald met stadsvernieuwingsgelden. Wij hebben dat ook gezegd toen de motie ter stemming kwam. Wij vinden dat je het mensen in de stadsvernieuwingswijken, die het al moeilijk hebben, niet moeilijker moet maken, doordat zij langer op geld moeten wachten om projecten te kunnen realiseren. Wij hebben dat in een stemverklaring gezegd en vervolgens gesuggereerd om deze projecten te financieren door het kwartje van Kok niet terug te geven aan de burger, maar hiervoor te gebruiken.

Ik ben het helemaal met de voorgaande spreker eens dat het kabinet de motie niet of heel minimaal en halfslachtig uitvoert. Ik vind het een beetje laf dat dit niet ronduit wordt gezegd. Ik kan mij er wel in vinden dat het kabinet problemen heeft met de dekking. Het kabinet draait met een truc en wat gerommel de korting op het stads- en streekvervoer met de helft terug in 2003, maar daarna niet meer. Het gebruikt daarvoor ICES/KIS-gelden. Bij de behandeling van de begroting voor onderwijs is gesmeekt om die gelden te gebruiken om de bezuiniging op het hoger onderwijs terug te draaien, maar dat kon niet. Nu kunnen zij wel tijdelijk hiervoor worden gebruikt. Dat vind ik raadselachtig, want die gelden zijn daar niet voor bedoeld.

De voorzitter:

Uw tijd is om. U hebt zelfs een halve minuut meer gekregen, want ik ben erg genereus vandaag.

De heer Van der Vlies (SGP):

Mijnheer de voorzitter. Mijn fractie heeft de motie-De Nerée tot Babberich meeondertekend Deze werd aanvaard door de Kamer. Een door de Kamer aanvaarde motie dient naar letter en geest te worden uitgevoerd. Dat moet zelfs ruimhartig gebeuren. Getuige de brieven van de beide ministers gebeurt dat niet.

De SGP-fractie had sterke inhoudelijke redenen om deze motie te steunen voor de aanleg van de Hanzelijn, een belangrijke schakel in het hoofdspoorwegnet, de ondertunneling bij Maastricht, het leefklimaat in die omgeving en een mitigering van de reductie op het regionaal openbaar vervoer. Er waren ook politiek-bestuurlijke redenen, zoals de gerede verwachtingen in de regio's. De afspraken met de regio's werden eigenlijk gebruuskeerd en dat in de context van vaker voorkomende terugtrekkende bewegingen wat betreft de datum van aanpak van infrastructurele werken. Er is ook nog een onevenwichtigheid tussen investeringen in de regio's in en buiten de Randstad. Dat waren drie inhoudelijke redenen om deze lijn te kiezen, maar de motie wordt niet op tijd en met een andere dekking uitgevoerd. Mijn fractie vindt dat dit niet kan en dat de motie gewoon dient te worden uitgevoerd.

Gisteren kwam het CDA ermee naar buiten dat het kwartje van Kok niet moet worden teruggegeven, maar in een fonds voor wegen en openbaar vervoer gestopt moet worden. Toen vroeg ik mij af of dit de next-bestoplossing was voor het niet aanvaarden van de motie. Ik heb intussen van de woordvoerder van het CDA begrepen dat dit niet speelt, en dat is maar goed ook.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Het is misschien het beste om hierover meteen opheldering te geven. Deze motie gaat over de periode vanaf 2003. Wij willen er nu antwoord op hebben, zodat wij in 2003 zekerheid hebben. Het gaat niet over een langere periode, want het teruggeven van het kwartje begint een jaar later.

De heer Van der Vlies (SGP):

Zo heb ik het begrepen.

Mevrouw Kant (SP):

Voorzitter. Wij hebben al duidelijk gemaakt dat wij voorstanders zijn van wat in de motie is gevraagd; de aanleg van de Hanzelijn, de ondertunneling van de A2 bij Maastricht en het beperken van de bezuiniging op het streekvervoer. Wij zijn daar helder in geweest en wij hebben voor de motie gestemd, maar wij hebben erbij gezegd dat wij wel problemen hebben met de dekking. Desalniettemin vindt ook mijn fractie dat moties die zijn aangenomen, uitgevoerd moeten worden. Wij hebben ook voor die motie gestemd. Ik hoop echter wel dat wij voor het probleem van de dekking een betere oplossing vinden dan was voorgesteld. Belangrijkste is dat een oplossing gevonden wordt, want die drie punten zijn voor ons heel essentieel. Om die reden hebben wij de motie uiteindelijk gesteund.

Er moet dus een oplossing gevonden worden voor de dekking. Dit kabinet komt niet met een oplossing. Dekking uit ICES-gelden is voor ons echt onbespreekbaar. Er gebeurt niet veel. Het probleem wordt op de lange baan geschoven en dat was absoluut niet de bedoeling van de indiener van de motie.

Ik heb nog wel een vraag aan de woordvoerder van de CDA-fractie. Ik heb het dilemma een beetje geschetst. Ik hoop dat de CDA-fractie op het idee kan komen dat er andere keuzes gemaakt kunnen worden. Je kunt binnen het totale pakket van wegenaanleg misschien bedenken dat als je de ondertunneling van de A2 bij Maastricht zo belangrijk vindt, je op een ander terrein iets op de lange baan moet schuiven. Ik denk daarbij aan de A4 bij Delft. Misschien moet er gewoon gekozen worden. Wellicht kan nog eens worden nagedacht of dat geen oplossing zou kunnen zijn.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Het gaat mij om het formele punt dat de Kamer een motie heeft aangenomen. Wij hebben daarover nagedacht en de motie weloverwogen met grote meerderheid aangenomen. Ik weet dat u reserves had over de dekking. Voor een meerderheid van de Kamer was dat niet het geval. De Kamer heeft die uitspraak gedaan en dan wil ik dat die motie wordt uitgevoerd.

Mevrouw Kant (SP):

Ik heb duidelijk aangegeven dat ik het er volstrekt mee eens ben dat die motie moet worden uitgevoerd. Ik doe een beroep op u om te proberen uit de patstelling te komen. Het is erg belangrijk. Wij willen wel dat er iets gebeurt. Misschien wilt u nog eens nadenken of u geen serieuze suggesties kunt doen voor een andere dekking van dit probleem.

Mevrouw Giskes (D66):

Voorzitter. Dit is een goede gelegenheid om nog een keer te kunnen zeggen dat de fractie van D66 er een groot voorstander van is dat de uitvoering van de Hanzelijn of de ondertunneling van de A2 niet naar achteren wordt geschoven in de tijd en dat er absoluut niet gekort zou mogen worden op de bijdrage aan het openbaar vervoer. Wij hebben daar destijds al uitvoerig over gesproken. Wij zijn het eens met het doel. Wij vinden zelfs dat de subsidies voor het openbaar vervoer helemaal intact moeten blijven. Wij hebben op onze tegenbegroting daarvoor al dekkingsvoorstellen ingediend. Ik benadruk dat subsidies van het openbaar vervoer niet zomaar subsidies zijn, maar bijdragen aan de exploitatie. Je kunt dat niet over een kam scheren met andere subsidies.

Wij hebben niet voor de motie-De Nerée tot Babberich gestemd. Bij de stemverklaring heb ik gezegd dat wij de dekking niet goed genoeg vonden. Aanvankelijk werd zelfs een greep gedaan in de pot van de kennisinfrastructuur. Dat vonden wij helemaal een slechte ruil. Dekking via de woningbouwgelden was evenmin onze eerste keuze. Uiteindelijk heeft de fractie van D66 zelf gezegd dat als er dan toch in de tijd geschoven moet worden met projecten, naar de afbouw van de Betuwelijn gekeken moet worden. De afbouw kan wel wat in de tijd worden opgeschoven. Voor dat idee was geen meerderheid te vinden.

De fractie van D66 is van mening dat de motie die wel is aangenomen om die doeleinden te bereiken, wel moet worden uitgevoerd. Wij steunen het pleidooi van de heer Buma om dat full swing te laten gebeuren. Ik hoop van harte dat wij vandaag te horen zullen krijgen dat dit het geval zal zijn.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Voorzitter. De fractie van de Partij van de Arbeid was ontstemd toen zij de reactie van het kabinet las op de uitvoering van de motie-De Nerée tot Babberich. Wat moet gebeuren, is dat in 2005 kan worden begonnen met de aanleg van de Hanzelijn en dat in 2007 kan worden begonnen met de ondertunneling van de A2 en dat die onzalige bezuinigingen op het stads- en streekvervoer worden teruggenomen. Wat het kabinet gewoon moet doen, is niets anders dan de motie uitvoeren zoals die is aangenomen door een brede meerderheid in de Tweede Kamer. Dat is het parlementaire gebruik. Daaraan zou het kabinet zich gewoon moeten houden.

Ik kan mij voorstellen dat je kunt discussiëren over de dekking die is opgenomen in de motie-De Nerée tot Babberich. Wij hebben die motie gesteund en zullen dat ook blijven doen. Natuurlijk is het voor ons bijvoorbeeld vanaf 2004 denkbaar dat wij het kwartje van Kok inzetten om allerlei projecten op het terrein van openbaar vervoer en leefbaarheid te realiseren die dit kabinet in de regio als het ware links laat liggen. Wellicht ziet het CDA na 22 januari ook weer het licht op dat terrein. In ieder geval heeft de fractievoorzitter reeds aangekondigd dat hij met betrekking tot dat kwartje tot nadere inzichten is gekomen. Dat is een goede zaak, maar het was natuurlijk mooier geweest als de CDA-fractie in september de motie van mevrouw Van Nieuwenhoven had gesteund. Zij had toen al willen regelen dat het kwartje werd ingezet. Laten wij vandaag vooral tegen elkaar zeggen dat wij het debat met de regering voeren. De regering is nu aan zet en zij moet de motie uitvoeren. De PvdA-fractie zal daar ook scherp op letten.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik ben blij met uw laatste zinnen, want wij moeten natuurlijk wel de bal spelen. Dat is de motie van vandaag. U zegt dat er straks misschien geld komt door het kwartje van Kok, maar dan geeft u de regering de mogelijkheid om de motie te laten liggen en te wachten op dat kwartje. Waar het mij om gaat, is dat wij in meerderheid een motie hebben aangenomen waar in 2003 al geld voor nodig is, maar dat komt er helemaal niet met het kwartje van Kok. Dat is een heel andere discussie. Die discussie moeten wij niet voeren, omdat wij onszelf dan niet serieus nemen. Ik wil het dus echt daarop concentreren.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Ik heb klip en klaar gezegd dat de PvdA-fractie de uitvoering van die motie belangrijk vindt en dat het geld al in 2003 nodig is. Om die reden hebben wij de motie ook gesteund. U begint zelf de discussie over het kwartje van Kok. Dan moet u mij niet verwijten dat ik de regering op het verkeerde been zet. De regering luistert voorlopig misschien wel veel meer naar de heer Verhagen – dat is jammer, hoor – dan naar ons.

De heer Hofstra (VVD):

Voorzitter. Waarom, waarom, zo vraagt de VVD-fractie zich af, voert het kabinet deze motie niet gewoon uit. Er staat heel helder in wat er zou moeten gebeuren. Als ik probeer om voor het kabinet een antwoord op die vraag te vinden, dan bekruipt mij het gevoel dat het vooral gebeurt omdat men niet op Rijkswaterstaat en Railinfrabeheer durft te bezuinigen. Ik ken die instituten. Die zijn ontzettend groot en volgens mij kan er best wel op bezuinigd worden.

Een ander voor ons belangrijk punt is dat het realiseren van infrastructuur ons blijkbaar wat boven het hoofd groeit, maar wij moeten toch in staat zijn om zo'n Hanzelijn, waar jaren op gestudeerd is, snel aan te leggen. Het kabinet wil toch ook de procedures versnellen. Met de A2 in Maastricht is het natuurlijk ingewikkelder, maar ook daar geldt: waar een wil is, is een weg. Als de regering ons ritme overneemt, dan zegt zij straks misschien wel dat zij geld overhoudt. Dat is niet erg, want dat krijgt de minister van Financiën niet vanzelf terug. Dat blijft mooi in het Infrafonds zitten. Dat kan daarna ook weer gebruikt worden voor die onderuitputting.

Het kwartje van Kok geven wij natuurlijk terug aan de automobilist. Daar hoeft mevrouw Dijksma zich geen zorgen over te maken.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Volgens mij moet u zich daar zorgen over maken.

De heer Hofstra (VVD):

Nee, wij geven het vrolijk terug aan de automobilist.

Voorzitter. De vraag is alleen of de Kamer dit niet bij amendement moet regelen. Natuurlijk is er een dwarsverband met de VROM-begroting, maar daar moeten wij nog over stemmen. Wellicht is dat toch nog een overweging. Dan kan de Kamer het eventueel zelf nog wel amenderen in de betreffende wetten.

De heer Alblas (LPF):

Voorzitter. De LPF-fractie steunt hetgeen door de vorige sprekers bijna unaniem naar voren is gebracht. Ook wij dringen aan op uitvoering van de motie. Wij plaatsen daar nog één kanttekening bij. Wij begrijpen dat de dekking ICES-KIS-gelden nu opgevoerd is. Daar is een vraag over gesteld en daar zou ik graag wat meer over horen. Ik zal het hier nu bij laten, want ik wil eerst horen wat de regering op dit punt te melden heeft.

Minister De Boer:

Voorzitter. De discussie gehoord hebbende, zou ik bijna zeggen: waar een wil is, is een weg. Het gaat om de A2, de Hanzelijn en de korting op het openbaar vervoer. Allereerst merk ik op dat in de motie van de heer De Nerée tot Babberich is gevraagd in de periode 2003 tot en met 2006 de opgelegde taakstelling te reduceren met 25 mln euro per jaar. In deze vier jaren gaat het dus om een verlichting van de taakstelling van in totaal 100 mln euro. Bij de begrotingsbehandeling in tweede termijn heb ik toegezegd, mij in het kabinet sterk te zullen maken voor een verdere reductie van de taakstelling. Dat heb ik vervolgens gedaan en het resultaat daarvan is dat bovenop de door mij voorgestelde reductie 21 mln euro extra beschikbaar komt voor het openbaar vervoer. Met dat extra bedrag wordt de OV-taakstelling in de periode 2003 tot en met 2006 met 106 mln euro gereduceerd, waarvan 36 mln in 2003. Dat betekent in concreto dat wij in feite meer doen dan in de motie wordt gevraagd. Mijn voorstel is bovendien van structurele aard en werkt door tot na 2006. Ik meen dat met het nu voorliggende voorstel voldoende recht wordt gedaan aan het belang van het openbaar vervoer. De boodschap is goed doorgekomen: de kortingen volgens het strategisch akkoord wél, maar voor de rest worden er geen kortingen toegepast.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Wij wilden de bezuinigingen in twee instanties terugdraaien en niet boven op elkaar: een deel in de begroting van Verkeer en Waterstaat en een deel in het kader van de financiële beschouwingen. U kunt dus niet de 21 mln euro en de andere gelden tegenover deze 4 x 25 mln euro plaatsen. Volgens mij leent u het bedrag van 21 mln euro gewoon bij de ICES-KIS-gelden en moet u het later terugbetalen. Dan krijgen wij over een aantal jaren een bezuiniging op andere projecten.

Minister De Boer:

Nogmaals, het is structureel. De tweede bezuinigingsronde van 70 mln euro, waarvan 58 mln betrekking had op de OV-taakstelling, is na veel gepraat teruggebracht tot deze proporties. Ik vind dat een goed resultaat en ik handhaaf de stelling dat het meer is dan waarom in de motie wordt gevraagd.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

De minister heeft bij zijn brief een tabel gevoegd waaruit duidelijk moet worden hoe hij aan dat bedrag komt. Het lijkt mij dat er een enorm gat valt. Voor komend jaar vindt hij 36 mln waarmee nog maar de helft van de bezuiniging wordt goedgemaakt. De reizigers worden met de andere helft opgescheept. Voor het jaar daarop is er maar 13 mln en daarna maar 20 mln. Die 100 mln haalt hij dus niet bij elkaar. Hij leent eenmalig geld bij de kennisinfrastructuur en daarna valt er een diep gat. De CDA-fractie heeft gelijk dat dit onderdeel van de motie niet wordt uitgevoerd.

Minister De Boer:

Het schema van kortingen op het openbaar vervoer hebben wij getemporiseerd over de gehele periode. Dat ziet u ook in het overzicht. Ik blijf dus zeggen dat wij de kortingen op het openbaar vervoer in hoge mate ongedaan hebben gemaakt.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Zei de minister: getemporiseerd over de gehele periode heen?

Minister De Boer:

Over de periode tot en met 2006.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Kunt u het in gewoon Nederlands zeggen? Ik snap er geen biet van.

Minister De Boer:

Na het debat met de Kamer hebben wij het bedrag zoals afgesproken verdeeld over de periode. Het ene jaar gebeurt er wat minder en het andere jaar wat meer. Wij smeren het dus uit. Per saldo is het bedrag dus hetzelfde.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Er klopt helemaal niets van wat u zegt. Het komend jaar maakt u 36 mln goed, daarna 13, vervolgens 20, dan 4 en ten slotte weer 4. Daar telt u bovendien nog 45 mln bij. Dat is echter voor de chipkaart en het betreft dus een ander budget.

Minister De Boer:

Ik begrijp de heer Duyvendak niet helemaal. Ik snap bijvoorbeeld het door hem voorgestelde budget niet. Ik heb mijn redenering overigens uitgebreid uiteengezet aan de Kamer en dus ook aan de heer Duyvendak, in mijn brief van 11 november. Noch van de heer Duyvendak, noch van iemand anders heb ik daarop commentaar ontvangen. In de brief staat het allemaal keurig opgeschreven.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Wij hebben nu een debat erover en dus krijgt u nu het commentaar. Ik begrijp dat u geen weerwoord hebt.

Minister De Boer:

Nogmaals, ik heb erover geschreven in mijn brief van 11 november. Het staat er keurig in. Ik heb de heer Duyvendak niet gehoord naar aanleiding van die brief. Het ware misschien handiger geweest als hij dat wel had gedaan.

Voorzitter. Het volgende punt dat telkens terugkomt, is de vernieuwde aanleg van de A2 bij Maastricht. De Kamer en het kabinet verschillen er niet over van mening dat dit een ongelooflijk belangrijke ontwikkeling is. Een oplossing voor het probleem bij Maastricht moet er komen, zoals genoemd staat in het Strategisch akkoord. Er is veel over gesproken. De minister-president is erop aangesproken tijdens de algemene beschouwingen en wij hebben gezegd dat wij op dat punt actie gaan ondernemen. Ik heb toen toegezegd dat ik naar Maastricht zou gaan en dat wij het daar zouden bespreken. Dat is ook gebeurd. Wat mij betreft komt een oplossing voor het probleem van Maastricht steeds dichterbij. In een gezamenlijke verklaring die ik met de regio heb uitgesproken, is afgesproken dat er in 2006 of zoveel eerder als mogelijk, een tracébesluit wordt genomen en dat de financiering dan verzekerd is. Aansluitend daarop zal met de concrete uitvoering begonnen worden. Ik zal mij uiteraard aan deze afspraak houden. Het gebeurt dus in 2006 of zoveel eerder als mogelijk.

Ik weet dat de regio heel graag een tunnel wil in Maastricht. Ik zal ervoor zorgen dat het alternatief van de regio niet alleen financieel, maar ook procedureel mogelijk wordt gemaakt. Financieel zal ik dit doen door in de periode 2011 tot 2015 door een maximumbijdrage te reserveren op de begroting van Verkeer en Waterstaat. Zoals de Kamer weet kan dit niet eerder, omdat er vóór 2010 geen geld voor dit project beschikbaar is in het MIT; ik bedoel dan uiteraard zonder dat er andere projecten voor geschrapt worden. Procedureel zal ik dit doen door het alternatief van de regio mee te nemen in de tracéwetprocedure die als wettelijke verplichting geldt voor alle projecten die wij uitvoeren. Die geldt dus net zo hard voor de A2 in Maastricht. Volgens een wettelijk voorschrift ben ik verplicht meer alternatieven te bekijken. In de intentieovereenkomst over de A2 bij Maastricht, die op dit moment wordt opgesteld naar aanleiding van een samenwerkingsconvenant dat wij indertijd al getekend hadden in Maastricht, wil ik afspreken om reële alternatieven die voldoen aan de kwaliteitseisen van alle betrokken partijen, mee te nemen in de procedure.

De tracéwetprocedure eindigt met een tracébesluit in 2006, overeenkomstig de afspraak die daarover gemaakt is binnen de gemeenschappelijke verklaring die ik net noemde. Deze afspraak wordt in de intentieovereenkomst nog vóór de MIT-behandeling op 9 december getekend. Daarmee kan ik alleen maar zeggen dat de urgentie die de Kamer hecht aan de aanleg van de A2 bij Maastricht, door dit kabinet niet alleen wordt onderkend, maar ook wordt onderschreven.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik begin met er mijn waardering voor uit te spreken dat de minister zo met het dossier bezig is en zijn best doet om met Limburg tot overeenstemming te komen. Ik kom toch even terug op de motie. De minister zei dat er geen geld beschikbaar is in het MIT voor 2010. Dat is het punt van de Kamer. Zij heeft namelijk uitgesproken dat er geld van elders wordt gehaald om wel geld beschikbaar te krijgen voor 2010. Is de minister bereid dat geld te besteden? De minister moet blij zijn, want hij krijgt het geld er zomaar bij om het te besteden.

Minister De Boer:

Zoals ik zei zal de maximale financiële bijdrage in de periode 2011-2015 voor het oplossen van de problematiek rond de A2 bij Maastricht voldoende zijn om het alternatief van de regio ook te kunnen uitvoeren. Een bijdrage in deze periode is dan ook meer dan voldoende qua timing om de uitvoering in 2007 te verzekeren. Daar zie ik geen problemen meer. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een stukje voorfinanciering – daar doelt de heer Van Haersma Buma waarschijnlijk op – maar ook door andere mogelijke financieringsconstructies die uit het proces van PPS kunnen komen. Daardoor zou er wat mij betreft ook in 2007 kunnen worden gestart met de uitvoering van het project zelve.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

De regering zegt dat zij de motie uitvoert, maar in de motie staat heel uitdrukkelijk vanaf het jaar 2007 rijksgeld opgenomen voor de ondertunneling van de A2. Dat doet de minister gewoon niet.

Minister De Boer:

Ik denk dat het belangrijk is dat de A2 er komt en dat wij tot werkbare alternatieven komen, om ervoor te zorgen dat de A2 er komt. Ik probeer nu duidelijk uit te leggen hoe dat het kabinet voor ogen staat.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Het is natuurlijk fijn dat de minister met de regio in een goed gesprek is geraakt, maar de Kamer heeft hem een opdracht gegeven.

Minister De Boer:

Wij hebben die opdracht van de Kamer goed begrepen. Daar is helder over gecommuniceerd. De Kamer heeft daarover een brief gekregen van de minister van Financiën. Ik refereer voorts ook weer even aan de brief van mijzelf van 11 november.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Het is natuurlijk allemaal mooi en aardig dat de A2 er ook in de visie van de minister moet komen, maar de Kamer heeft in meerderheid een lijn uitgestippeld waarlangs hij dient te lopen. Er zijn middelen naar de A2 gesluisd vanaf het jaar 2007. Dat zijn rijksmiddelen. Dat is geen kwestie van voorfinanciering vanuit de regio, om de rekening dan later weer elders te leggen. In de motie staan gewoon harde garanties. Ik constateer dat de minister die motie vandaag gewoon naast zich neer legt.

Minister De Boer:

Ik meen dat dit even moet worden geplaatst in de context van de drie punten die hier aan de orde zijn: de korting op het openbaar vervoer, de A2, waar wij het nu over hebben, en de Hanzelijn. Als ik mijn verhaal even kan afmaken, wordt het misschien wat duidelijker.

De uitvoering in 2007 kan wat mij betreft doorgang vinden. Ik denk dan bijvoorbeeld aan constructies als bij de A59 of de N11, waar private partijen betalen op basis van beschikbaarheid, dus op het moment dat de weg daadwerkelijk is gerealiseerd. Voorfinanciering betekent niet per definitie dat de bijdrage van de regio omhoog gaat. Zij kan er uiteraard wel voor benut worden. Ik hecht eraan te zeggen dat de A2 bij Maastricht een project met gezamenlijke belangen is. Ik ben blij dat mevrouw Dijksma er nog even op terugkomt. Ik wil dit project gezamenlijk met de regio, in goed overleg, tot een succes maken. Dat is zeker ook de inzet van het kabinet. Ik begrijp dat het overleg tussen mijn ministerie en Maastricht dezelfde richting uitgaat.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Toch nog één keer. Er is een uitspraak van de Tweede Kamer, dat deze rijksweg zodanig belangrijk is dat er geld uit de rijksmiddelen naartoe moet. Wij hebben aangegeven hoe wij dat willen. Nu vind ik het heel waardevol dat de minister met de regio praat, maar hij heeft dat geld in zijn achterzak. Er kan begonnen worden met de aanleg van die weg. Alle afspraken zijn heel mooi, maar ik verzoek de minister nogmaals, de kameruitspraak alstublieft helemaal uit te voeren. Met die motie heeft de Kamer willen aangeven, dat de weg er in 2007 moet komen. Dat moet niet nog een jaar extra duren, doordat uit allerlei potjes geld bij elkaar moet worden gehaald. Wij hebben een potje gevonden. De motie wil zeggen: de Kamer vindt dat het moet.

Minister De Boer:

De heer Van Haersma Buma stelt terecht dat het belangrijk is dat er goed overleg is met de regio. Het was overigens een opdracht van de Kamer aan mij om daarover met de regio in overleg te treden. Wij verschillen niet van mening over het tempo van aanleg van de A2 bij Maastricht. In de stukken staat: 2006 of zoveel eerder. Daarover verschillen wij niet van mening. Op het stukje financiering kom ik graag zo meteen terug, omdat ik het in de context wilde plaatsen van OV-korting, A2 en de Hanzelijn.

De financiering van de Hanzelijn.

De voorzitter:

Ik zie dat er wederom leden willen interrumperen, maar wij laten de minister nu even uitspreken, want anders moet hij steeds refereren aan wat hij nog gaat zeggen. Daar voel ik niets voor.

Mevrouw Giskes (D66):

Maar het is wel iedere keer hetzelfde met de minister, voorzitter. Wij moeten altijd wachten tot het verhaal klaar is. Nu is het verhaal klaar, maar nu is het "einde verhaal".

De voorzitter:

Er zijn ongeveer twaalf interrupties geweest en de minister kan tussen die interrupties net twee zinnen uitspreken. Ik geef toe dat dit uw eerste interruptie zou zijn, maar wij kunnen niet aan de gang blijven.

Minister De Boer:

Voorzitter. Wat de financiering van de Hanzelijn betreft, ik zou er nog eens de nadruk op willen leggen dat het kabinet besloten heeft, deze lijn aan te leggen. Dat besluit is dus al genomen. Maar de Hanzelijn zal wel worden aangelegd in het tempo dat hierbij procedureel mogelijk is. En bij het besluit is nadrukkelijk ook over de financiering gesproken. Op dit moment is er voor alle tot 2010 beschikbare middelen een bestemming; er is dus geen vrije ruimte. Het besluit over de Hanzelijn betekent dus dat er in 2006 voor de daadwerkelijke aanleg van deze lijn geld zal moeten worden gevonden in het Infrastructuurfonds. Dit kan betekenen dat andere projecten moeten worden uitgesteld. Het kabinet heeft besloten, hierin nu geen keuze te maken, omdat wij weten dat in vier jaar tijd allerlei zaken zich zodanig kunnen ontwikkelen dat er weer wat ruimte ontstaat. Deze ontwikkelingen kunnen overigens ook tot een vertraging bij andere projecten leiden.

Er is nog een relatie gelegd met de reservering voor risico's. Bij zo'n reservering is er altijd een kans dat de beheersmaatregelen bij grote projecten een ander risicoprofiel opleveren, een groter of een kleiner risico. Dit betekent dat wij de dekking uitstellen, maar als er in het MIT geen ruimte zal ontstaan, zullen er andere projecten moeten worden uitgesteld. Het gaat dan bijvoorbeeld om een jaar uitstel van uitvoering van het project Vleuten-Geldermalsen en twee jaar uitstel van de aanleg van de rondweg van de A7. Uiteraard ben ik bereid om deze keuze vast te leggen en vervolgens te bezien hoe het MIT in de komende vier jaar zal worden uitgevoerd.

Voorzitter. Ik meen dat ik hiermee expliciet duidelijk heb gemaakt dat de Hanzelijn zal worden uitgevoerd, maar wel in het tempo dat mogelijk is. Als wij het daar niet over eens zijn, praten wij langs elkaar heen. Dit is overigens ook impliciet opgenomen in de brief van mijn collega van Financiën.

De voorzitter:

Mevrouw Giskes wilde nog interrumperen, maar zij heeft blijkbaar niet geluisterd naar deze uiteenzetting, dus ik geef nu het woord aan de heer Van Haersma Buma.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Ik mocht niet eerder interrumperen, maar ik heb nog een paar vragen over het betoog van de minister. Hij zegt dat er geen vrije ruimte is; die uitspraak kon ik mij op 11 november nog voorstellen, maar sindsdien is er een motie aangenomen waarin de Kamer heeft uitgesproken dat er geld voor de Hanzelijn beschikbaar zal zijn. Hij kan dus onmogelijk volhouden dat er geen vrije ruimte is en dat het geld ergens anders vandaan moet komen.

Zal ik mijn andere vragen straks stellen?

De voorzitter:

U kunt ze beter nu allemaal stellen, want ik geef geen gelegenheid voor een tweede termijn.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. De minister maakt ons eerst nog enigszins blij door mede te delen dat de aanleg in 2007 zal beginnen, maar hij geeft aan dat er bij de financiering gebruik zal worden gemaakt van het risicoprofiel. Nu hebben wij daar verleden week een overleg over gehad. De risico's kunnen kleiner of groter worden, maar de kans is heel groot dat ze groter worden, dus ook het geld dat voor het risicoprofiel gereserveerd is, vormt geen garantie dat de spoorweg überhaupt in 2007 zal worden aangelegd. De minister zegt dat het procedureel ook niet eerder kan, maar er kan in 2003 allang met bijvoorbeeld grondaankoop worden begonnen. Er moet dus wel wat geld beschikbaar worden gesteld.

Tot slot. Ik citeer niet uit geheime stukken, maar gewoon uit de berichten die ik zo nu en dan over de Hanzelijn krijg. In september werd er nog uitgegaan van aanleg van de lijn in de periode najaar 2005-najaar 2009. Ik snap niet hoe de start in twee maanden ineens twee jaar uitgesteld blijkt te zijn.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

De minister zegt dat hij, als hij op tijd zou willen beginnen met de Hanzelijn, andere projecten moet laten sneuvelen. Dat vind ik de omgekeerde wereld. De Hanzelijn stond namelijk al. De minister heeft het project eerst laten sneuvelen, omdat hij ergens anders geld voor nodig had. Hij moet nu niet met dit verhaal komen aanzetten. De dekking voor de motie is aanwezig.

Mevrouw Giskes (D66):

In het verlengde daarvan merk ik op dat het project toegezegd is aan de regio en ook gepland is. Bij ons is overtuigend gebracht dat het goed is om die Hanzelijn aan te leggen. Wij hebben daarmee ingestemd en willen gewoon dat dat wordt uitgevoerd. Als er financiële problemen zijn en er wordt een dekking voor gevonden, dan kan het natuurlijk gewoon doorgaan. De minister vroeg mij daarnet om te wachten, omdat de A2 en Hanzelijn een samenhang zouden hebben, maar die samenhang is er niet. Het enige wat beide projecten bindt, is dat de minister ze naar achteren wil schuiven om geld vrij te maken. Dat is de enige samenhang.

De heer Hofstra (VVD):

De minister is de man van de spoedwet. Hulde daarvoor! Maar wat ik nou niet begrijp, is dat hij zo volgzaam reageert met de mededeling dat pas in tweeduizendzoveel met de Hanzelijn kan worden begonnen. Dat kan echt veel eerder als wij dat willen. Flevoland is relatief nieuw land. Je kunt daar zonder veel complicaties een spoorlijn bouwen. Ik roep de minister op om dat te doen.

De Kamer heeft het budgetrecht. Dat kan in dit debat geen discussie zijn. De Kamer geeft de minister meer geld. En dan gaat de minister zich vervolgens in bochten wringen om dat niet te accepteren. Wees er blij mee! Volg onze ritmes, het geld loopt niet weg. Als de minister voor een stukje gelijk zou hebben en er zou vertraging dreigen, kan hij er misschien nog iets anders mee doen.

De heer Alblas (LPF):

De minister zegt dat hij niet met de Hanzelijn kan aanvangen alvorens de tracéprocedure, de hele inpassing gereed is. Door het CDA wordt nu gezegd dat reeds met grondaankopen kan worden begonnen. Kan dat inderdaad als het tracé nog niet vastgesteld is?

Minister De Boer:

De heer Van Haersma Buma heeft het gehad over het risicoprofiel. Ik heb dat zijdelings aangestipt, omdat het ook in de brief van de minister van Financiën terugkwam. Hij heeft gelijk. Ten aanzien van het risicoprofiel bij de Betuwelijn en de HSL-Zuid gaan wij er met 95% zekerheid vanuit dat het zo ook gaat gebeuren. Dan zit die marge in die 5% en dat is niet de wereld.

Is er ruimte om grondaankopen te doen? Die ruimte zoeken wij in de begroting. Het proces mag daarop niet vastlopen. Kleinere dingen moeten alvast gedaan kunnen worden.

In de redenering over het twee jaar bijplussen kan ik mij niet vinden. Toen ik aantrad, dit project leerde kennen en mij erin ben gaan verdiepen, ben ik natuurlijk ook gaan kijken of het tempo waarin het gerealiseerd wordt, in overeenstemming met de werkelijkheid is. Mijn werkelijkheid is dat niet geprobeerd is om het een beetje te vertragen. Maar vertragen om geld te vinden is wel de insteek die wij later gekozen hebben. Wij wilden de Hanzelijn met vijf jaar vertragen om geld te vinden. In het debat met de Kamer zijn wij echter tot andere conclusies gekomen. Omgekeerd geredeneerd hebben wij het project willen aanpassen aan de realiteit, aan het mogelijke uitvoeringstempo. Ik denk dat dat een belangrijk punt is.

Mevrouw Dijksma zegt dat wij de Hanzelijn laten sneuvelen voor andere projecten. Dat is helemaal niet de bedoeling. Het is ontzettend belangrijk dat die Hanzelijn er komt. Wij gaan er niet vanuit dat de lijn vijf jaar vertraagd wordt. Dat is zeker niet de insteek van deze minister.

Mevrouw Giskes zegt dat de hier genoemde projecten niet naar achteren moeten worden verschoven om geld vrij te maken. Dat is ook niet de insteek; wij zullen het niet doen.

De heer Hofstra refereert aan het budgetrecht van de Kamer. Wie ben ik om te zeggen dat dat anders is.

De vraag van de heer Alblas over grondaankopen heb ik reeds beantwoord.

Minister Hoogervorst:

Voorzitter. Ik ben nieuw in dit debat. Ik heb alleen de bespreking van het onderwerp in de ministerraad meegemaakt. Een aantal zaken behoeft verduidelijking, met name de verzachting van de taakstelling bij het openbaar vervoer. De heer Duyvendak leeft in de veronderstelling dat het kabinet op dat punt slechts een gering bedrag aanbiedt. Ik heb de precieze cijfers niet bij de hand, maar volgens mij gaat het om 106 mln. Dat is meer dan de heer Duyvendak denkt. Wij zullen de Kamer nog precies schriftelijk informeren over de geldstroom.

Het kabinet zal de Kamer nauwkeurig informeren over de mogelijkheden en onmogelijkheden bij de fasering van de A2 en de Hanzelijn. Als minister van Financiën ben ik altijd bereid om de door de Kamer in haar motie aangegeven financiering te aanvaarden en te bezuinigen op stadsvernieuwing. Dat geldt evenwel niet voor het opslokken van de uitgavenreserve, want dat is niet te rijmen met goed rentmeesterschap. Het zou neerkomen op het inpikken van de broodnodige reserve van het volgende kabinet. Ik weet overigens niet hoeveel kopjes wij Rijkswaterstaat kleiner moeten maken om genoemde bezuinigingstaakstelling te halen, maar dat zullen er heel wat zijn. Misschien leidt dit ertoe dat een heleboel projecten niet doorgaan en dan houden wij heel veel over in de kas. Ik ben bereid om een en ander nog eens goed te bezien, maar ik ben niet voor onnodige bezuinigingen. Het lijkt mij verstandig dat wij de fasering en de temporisering van de verschillende maatregelen met het bijbehorende prijskaartje goed in beeld brengen, nog preciezer dan is gebeurd in de brieven die wij de Kamer hebben gestuurd. Ik zal dan aan het kabinet voorstellen om alsnog de financieringsbronnen die in de motie van de Kamer worden genoemd, te overwegen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

De minister gaat nogmaals uitleggen wat al uitgelegd is.

De voorzitter:

Dat hebt u zelf ook continu gedaan.

Minister Hoogervorst:

In de brief zullen wij aangeven hoe wij denken dat de motie nog beter kan worden uitgevoerd dan wij hadden voorgesteld. Het zal echter toch niet de bedoeling van de heer Van Haersma Buma zijn dat bruto bezuinigingen worden doorgevoerd om een project te financieren waarmee misschien niet in 2003 kan worden begonnen? Hij wil toch niet op stadsvernieuwing bezuinigen terwijl dat niet nodig is?

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Als het nodig is, wil mijn fractie dat wel. De Kamer heeft een motie aangenomen, waarin een dekking is aangegeven. Als de Kamer het wil, moet het zo gaan.

Minister Hoogervorst:

Mijn vraag aan u was, of u op stadsvernieuwing wilt bezuinigen, als dat niet nodig is.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Als er andere mogelijkheden zijn, hoor ik die heel graag. U bent de minister van Financiën. Het doel moet wel bereikt worden. Ik hoor nu van u dat er gepraat en nagedacht gaat worden. De Kamer heeft gezegd wat zij wil. Zij draagt u dat op.

Minister Hoogervorst:

Dat de Kamer een motie indient waarin staat dat in 2003 de aanleg van de Hanzelijn van start moet gaan, wil niet zeggen dat dan ook daadwerkelijk met de aanleg kan worden begonnen. U steekt de spade niet in de grond.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik ben er nog toe bereid ook!

Minister Hoogervorst:

Het tempo gaat zienderogen vooruit.

De voorzitter:

Mevrouw Dijksma, u pakt de dragline?

Mevrouw Dijksma (PvdA):

De opstelling van de minister van Financiën tegenover de Kamer verbaast mij. Ik heb het gevoel dat hij een discussie, die wellicht eerder had moeten plaatsvinden, na afloop nog een keer wil overdoen. Toen de Kamer bij de algemene financiële beschouwingen dit voorstel deed, had hij alternatieve vormen van dekking moeten aangeven.

Minister Hoogervorst:

Daar gaat het niet om.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Als u zegt dat u de dekking voor 2003, zoals die hier staat, laat staan en dat u vanaf 2004 wilt nadenken over het inzetten van het kwartje van Kok, zodat alles op tijd kan beginnen, dan zijn wij na vanavond zeer goede vrienden. Maar ik denk niet dat u dat gaat doen.

Minister Hoogervorst:

Het gaat mij helemaal niet om alternatieve financiering. Het gaat mij erom dat de minister van Verkeer en Waterstaat zegt dat een aantal dingen niet zo snel kan als de Kamer zou willen. Ik neem aan dat hij dat niet zonder reden zegt. De Kamer kan ons dan wel geld aanreiken, maar wij hebben dat misschien helemaal niet nodig. Ik wil liever niet onnodig bezuinigen, want de bezuinigingen die hier voorliggen, zijn vervelend. Anders hadden we ze wel zelf verzonnen. Ik wil liever niet meer bezuinigen dan nodig is en geld in het laatje overhouden, terwijl ik zeker weet dat een aantal projecten niet eerder kan beginnen dan de minister van Verkeer en Waterstaat op dit moment aangeeft. Wij willen het volgende voorstellen. Wij zullen straks horen hoe de motie van de Kamer luidt. Deze lag volgens mij al klaar voordat ik gesproken had. We zullen daar graag naar luisteren. Wij zullen de zaak dan nog even mee terugnemen naar het kabinet. We zullen nog eens goed naar de fasering kijken. We zullen dat royaal doen en wij zullen niet proberen om zaken naar achteren te drukken. Als het in 2004 kan, kan het in 2004. Nogmaals, we kijken dan naar de financieringsbronnen, zoals aangereikt in de motie. Het is niet de bedoeling van het kabinet om dit allemaal weg te moffelen, maar het is ook niet de bedoeling om onnodig vervelende bezuinigingen neer te laten slaan op verschillende departementen, terwijl we weten dat het geld niet eerder kan worden uitgegeven. Dat is het enige wat ik probeer te zeggen.

Mevrouw Dijksma (PvdA):

Voorzitter. Dat betwijfel ik. U zegt dat die spade niet op tijd de grond in kan gaan. Wij krijgen echter uit de regio's het bericht dat dit wel kan. We hebben hier dan vandaag met elkaar wel een raar verhaal.

Minister Hoogervorst:

Als u onze antwoorden niet vertrouwt, kan ik daar ook niets aan doen. We zullen naar eer en geweten deze vragen beantwoorden.

De voorzitter:

Er is naar mijn mening voldoende van gedachten gewisseld over dit onderwerp. Ik krijg de indruk dat de Kamer dadelijk een tweede, derde, vierde ronde gaat beginnen met dezelfde argumenten. Ik heb aangegeven dat we een korte ronde zouden houden. We zijn al bijna een uur bezig. Het is nu tijd voor de tweede termijn, waarin u als Kamer de gelegenheid hebt om moties in te dienen. De moties beginnen met "De Kamer, gehoord de beraadslaging" en niet met hele betogen. De heren Van der Vlies en Duyvendak hebben nog niets gezegd. Zij krijgen de gelegenheid om dat alsnog te doen.

De heer Van der Vlies (SGP):

Voorzitter. Er is welhaast een punt van orde. Ik hoor de minister van Financiën zojuist zeggen: we nemen de zaak mee terug naar het kabinet. Dat is staatsrechtelijk gesproken een relevante opmerking. Dat zou kunnen betekenen dat er schorsing van beraadslaging wordt gevraagd door de bewindslieden. We moeten de tweede termijn dan nu niet houden. We moeten dan de brief afwachten en daarna verder debatteren. De bewindslieden hebben nu wel in de gaten dat zij de Kamer voor zover ik het zie kamerbreed tegenover zich vinden, als het gaat om de temporisering van de tenuitvoerlegging van de motie.

De voorzitter:

Mijnheer Van der Vlies, u heeft gelijk. Ik kreeg echter bij een paar woordvoerders niet de indruk dat zij hiertoe bereid waren. Ik kreeg de indruk dat er zeker van de kant van het CDA een motie op komst was. Als er echter een meerderheid in de Kamer is en als de ministers om schorsing verzoeken, leg ik dat aan de Kamer voor. Als dat verzoek door eenieder wordt gesteund, zal ik dit debat schorsen.

De heer Van der Vlies (SGP):

Voorzitter. Het is andersom. De minister heeft een mededeling gedaan. Hij verzoekt de Kamer hem de tijd te geven om in het kabinet de puntjes op de i te zetten. De minister vraagt om schorsing van de beraadslaging. Dat hoeft de Kamer dus niet te doen in dit geval. Dat komt uit het vak K.

De voorzitter:

Misschien is het goed dat ik dan nu het debat over dit VAO schors.

Mevrouw Giskes (D66):

U trekt iedere keer voorbarige conclusies. U meent uit beelden af te kunnen leiden wat de gang van zaken is. Laat u de mensen hier alstublieft het woord voeren. Dat is het minste wat u kan doen.

De voorzitter:

Ik was van plan de heer Van Haersma Buma het woord te geven en niet u. Als u even wacht, dan horen we van de heer Van Haersma Buma wat zijn standpunt is.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Ik heb geen behoefte aan een schorsing, als deze er slechts toe leidt dat nog een keer wordt uitgelegd waarom de regering niet doet wat de Kamer vraagt. Ik ga alleen akkoord als de bedoeling is dat de regering daarmee uitvoering geeft aan de motie.

De heer Duyvendak (GroenLinks):

Voorzitter. Ik wil graag een aanvullende opmerking maken. Ik kreeg ook eerst de indruk dat de minister nog eens wilde gaan uitleggen wat hij bedoelde. We hebben daar geen behoefte aan. Als de minister echter zegt dat hij opnieuw een politieke afweging wil gaan maken, is er reden tot schorsing.

Minister Hoogervorst:

Voorzitter. Wij willen deze motie uitvoeren en zullen naar aanleiding van het debat naar een andere invulling zoeken.

Mevrouw Giskes (D66):

Ik heb een aanvullend verzoek. Als wij toch nog post krijgen van de minister wil ik dat hij uitlegt waarom wij tot voor kort het idee kregen dat de Hanzelijn op datum x kon beginnen, terwijl nu blijkt dat het niet voor datum y kan.

De voorzitter:

Mijn conclusie om nu het debat te schorsen was kennelijk juist. Wij wachten af waarmee de regering komt en dan kan het debat voor een volgende termijn worden geopend.

De vergadering wordt enige momenten geschorst.