Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2020-2021nr. 7, item 6

6 Stemming motie Tijdelijke wet maatregelen covid-19

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Tijdelijke bepalingen in verband met maatregelen ter bestrijding van de epidemie van covid-19 voor de langere termijn (Tijdelijke wet maatregelen covid-19),

te weten:

  • -de gewijzigde motie-Otten c.s. over adequate borging van de rol van de Eerste Kamer (35526, letter M, was letter J).

(Zie vergadering van 26 oktober 2020.)

De voorzitter:

We stemmen eerst over de motie 35562, letter M, de gewijzigde motie van het lid Otten cum suis inzake inzake adequate borging van de rol van de Eerste Kamer bij instemming met ministeriële regelingen. Wenst een van de leden een stemverklaring over de motie af te leggen? Dat is het geval.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

De heer Recourt. Desgewenst mag het ook over andere moties. Dat verzoek heeft mij al bereikt.

De heer Recourt (PvdA):

Dank, voorzitter. Dit is meteen een stemverklaring over drie moties. De verklaring luidt als volgt. Concrete maatregelen tegen het verspreiden van het coronavirus moeten snel genomen kunnen worden met democratische controle voor- en achteraf. Vanwege de spoed is een verschillende rol voor de Tweede en Eerste Kamer te verdedigen, zolang de Eerste Kamer haar reflectieve rol maar blijft nemen. Dat is en blijft mogelijk. Wij zijn daarom tegen de moties van Otten en Van Rooijen. Wat betreft de verlenging van de wet iedere drie maanden, is die spoed er niet. Niets staat dus in de weg om democratische controle te versterken met een zware voorhang, dus met instemmingsrecht. De regering wilde dit niet toezeggen ondanks herhaaldelijke vragen van onder meer onze fractie over dit onderwerp. De motie-Janssen cum suis vraagt om dit zo snel mogelijk te realiseren. Dit kan met een correctie van de wet bij eerste verlenging uitgevoerd worden zonder vertraging van de invoering van de wet. Daarom stemmen wij voor de motie-Janssen cum suis.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Recourt. Wenst een van de andere leden een stemverklaring af te leggen? De heer Dittrich.

De heer Dittrich (D66):

Dank u wel, voorzitter. Gisteren hebben we een lang debat gehad over de coronawet. In de samenleving is daar ontzettend veel onrust over. Dat begrijpen we, want het gaat over de inperking van grondrechten. Maar de wet biedt goede mogelijkheden voor parlementaire controle. Als er maatregelen worden voorgesteld, zullen we die zorgvuldig bekijken. Daarom stemt D66 voor de coronawet.

Over de moties zou ik willen zeggen dat wij tegen alle moties stemmen. Ik wil dat wel even toespitsen. De motie van de heer Janssen cum suis van de SP vinden we op zich interessant, maar we hebben gister de minister horen zeggen dat hij de Kamer en de zorgen in de Kamer over de rol van de Eerste Kamer goed gehoord heeft. Wij willen daarop terugkomen wanneer we de verlenging van de wet hier in de Kamer zullen bespreken.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Dittrich. Wenst een van de overige leden een stemverklaring af te leggen? De heer Van Pareren namens Forum voor Democratie.

De heer Van Pareren (FvD):

Dank u wel, voorzitter. Forum voor Democratie gaat voor slagkracht in deze nood, maar ook voor verbinding in deze nood. Wij zijn overtuigd van de kracht van onze bevolking. Wij zijn helemaal voor een verstandige, maar echt verstandige vrijheid voor onze bevolking en juist ook voor de belangrijke rol die de Eerste Kamer moet spelen bij alle maatregelen die gaan komen. Daarom stemt Forum voor Democratie tegen deze wet.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Pareren. Wenst een van de andere leden een stemverklaring af te leggen? Dat is niet het geval. Dan is het wachten nu op de beker met de nummers. Over het wetsvoorstel mag u nu een stemverklaring afleggen, meneer Van Hattem. Dat mag ook straks. U wenst dat nu te doen. Gaat uw gang. Het woord is aan meneer Van Hattem namens de PVV.

De heer Van Hattem (PVV):

Voorzitter. Ik ging ervan uit dat de stemverklaringen zojuist over de moties gingen, maar als het over de wet gaat, heb ik ook een stemverklaring.

Voorzitter. Zo dadelijk herdenken wij 75 jaar vrijheid en daarmee ook de zwaar bevochten vrijheden en onze kostbare vrijheden. Deze spoedwet COVID-19 zorgt voor disproportionele inperkingen van deze vrijheden en de grondrechten van onze burgers. De PVV komt juist op voor deze vrijheid en zal dan ook tegen deze spoedwet stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Hattem. Wenst een van de overige leden nog een stemverklaring af te leggen? De heer Nicolaï namens de Partij voor de Dieren.

De heer Nicolaï (PvdD):

Dank u wel, voorzitter. Ik dacht even dat het alleen om stemverklaringen over de moties ging. Onze fractie zal tegen deze wet stemmen. Er worden voor ons gevoel ongebreidelde bevoegdheden aan de minister gegeven met onvoldoende parlementaire controle. Dat de rol van de Eerste Kamer geheel is weggeschreven, is onverteerbaar. Het eendimensionale karakter van de wet is voor ons onverteerbaar. En het feit dat er geen bevoegdheid komt voor het fokverbod voor nertsen — een tijdbom wat betreft de verspreiding van COVID-19 — is ook onverteerbaar. Dus wij stemmen tegen de wet.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Nicolaï. Wenst een van de overige leden een stemverklaring af te leggen over moties of de wet? De heer Otten namens de Fractie-Otten.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Voorzitter. Wij vinden de spoedwet disproportioneel en te vergaand en de invloed van de Eerste Kamer te marginaal. Ik heb gisteren gezegd dat de Eerste Kamer zijn bestaansrecht verspeelt als we hiermee instemmen. Wij kunnen dus niet voor de spoedwet stemmen. Wij zullen daartegen stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Otten. Wenst een van de overige leden een stemverklaring af te leggen? Dat is niet het geval. Ik verzoek de leden zo dadelijk duidelijk hun stem met het woord "voor" dan wel "tegen" uit te brengen, zonder enige bijvoeging.

In stemming komt de gewijzigde motie-Otten c.s. (35526, letter M).

Vóór stemmen de leden: Otten, Van Pareren, Pouw-Verweij, Van Rooijen, Van Strien, Teunissen, De Vries, Van Wely, Van Apeldoorn, Berkhout, Beukering, Bezaan, Cliteur, Dessing, Faber-van de Klashorst, Frentrop, Gerkens, Van Hattem, Hermans, Janssen, Ton van Kesteren, Koffeman, Kox, Van der Linden en Nicolaï.

Tegen stemmen de leden: Oomen-Ruijten, Pijlman, Prins-Modderaar, Recourt, Rietkerk, Rombouts, Rosenmöller, Schalk, Sent, Stienen, Veldhoen, Vendrik, Verkerk, Van der Voort, Vos, Adriaansens, Arbouw, Atsma, Backer, Van Ballekom, Bikker, De Blécourt-Wouterse, De Boer, Bredenoord, Bruijn, De Bruijn-Wezeman, Van der Burg, Crone, Van Dijk, Dittrich, Doornhof, Essers, Ganzevoort, Geerdink, Gerbrandy, Van Gurp, Jorritsma-Lebbink, Karimi, Niek Jan van Kesteren, Keunen, Klip-Martin, Kluit, Knapen, Koole, Meijer, Moonen en Nooren.

De voorzitter:

Ik constateer dat deze gewijzigde motie met 25 stemmen voor en 47 stemmen tegen is verworpen.