Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2019-2020nr. 25, item 8

8 Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Tijdelijke regels omtrent het kunnen verlengen van huurovereenkomsten voor bepaalde tijd (Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten) ( 35431 ).

De voorzitter:

Een bijzonder welkom terug aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het is goed dat wij u weer in deze Kamer mogen begroeten!

Ik meld nogmaals dat de vaste interruptiemicrofoons, die met de hand worden bediend, zijn vervangen door een microfoon die met de voet kan worden bediend. Verder meld ik de leden dat ingeval u een motie indient, u de tekst zelf dient voor te lezen, en deze motie daarna rechts van u op een bankje dient neer te leggen. De Kamerbewaarder zal de motie dan na uw inbreng ophalen en verspreiden.

De beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw De Boer, die spreekt namens de fractie van GroenLinks.

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Ook ik maak graag gebruik van de gelegenheid om de minister welkom terug te heten.

Over de wet die vandaag aan ons voorligt, kan ik kort zijn. Mijn fractie staat achter het creëren van de mogelijkheid om tijdelijke huurcontracten in het licht van de coronacrisis tijdelijk met een of meerdere maanden te verlengen. De vraag is of het nu in de wet geregelde aantal maanden genoeg zal zijn, maar we vertrouwen erop dat de minister bij ons terug zal komen als dat niet het geval is.

Bij de behandeling van de wet in de Tweede Kamer en bij de korte schriftelijke behandeling hier is aan de orde geweest of er niet meer moet gebeuren om huurders die door het wegvallen van inkomsten ten gevolge van de huidige crisis in financiële problemen zijn gekomen, de hand toe te steken. Hierover is al veel gewisseld, wat ik niet zal herhalen. Naar aanleiding van de schriftelijke beantwoording van de vragen van enkele collega's in deze Kamer heb ik nog wel een enkele aanvullende vraag. In die beantwoording zegt de minister dat zij in overleg is met de Autoriteit woningcorporaties om huurders met betalingsproblemen tegemoet te komen, en dat het daarbij ook gaat om het toestaan van maatregelen die corporaties normaliter niet mogen nemen. Kan de minister aangeven op welke maatregelen hierbij wordt gedoeld? En gaat het daarbij ook om het ruimhartiger kunnen toepassen van de mogelijkheid van huurverlaging?

De minister geeft ook aan voornemens te zijn om in het wetsvoorstel huur en inkomensgrenzen de mogelijkheid van een tijdelijke huurkorting te creëren. Dit wetgevingsproces zal nog wel enige tijd in beslag nemen en kan dus geen bijdrage leveren als crisismaatregel. Is de minister bereid om, vooruitlopend op dit wetsvoorstel, ook tijdelijke huurkorting alvast eerder mogelijk te maken?

Dit waren mijn vragen. Ik kijk uit naar de beantwoording.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw De Boer. Dan geef ik graag het woord aan de heer Crone van de fractie van de Partij van de Arbeid.

De heer Crone (PvdA):

Voorzitter. Ik vind het ook heel fijn dat de minister er weer is. Ze heeft de afstand van 1,5 meter wel heel erg opgerekt het laatste anderhalve jaar, maar ik ben heel blij dat ze nu weer dichtbij is. We zouden die 1,5 meter nu graag weer willen overbruggen, maar dat mag niet, dan grijpt u in. Welcome back, minister.

Ik sluit me aan bij de vragen die zijn gesteld door mevrouw De Boer. Er komt straks nog een motie, zoals aangekondigd, van de heer Kox. Ik wil vooral onderbouwen waarom wij vinden dat er toch echt iets moet gebeuren, wat overigens ook in de Tweede Kamer door de voltallige oppositie is gevraagd.

Laat ik eerst zeggen dat ik blij ben met deze wet, minister. Die geeft steun, maar in de eerste plaats ook steun aan de verhuurders, want er gaat niet meer automatisch een contractverlenging plaatsvinden naar onbepaalde tijd. Dus dit is goed voor de verhuurders, ook voor de huurders. Maar in die balans missen we toch ook wat meer aandacht voor de huurders. Ik zal dit vooral toespitsen op het feit dat veel huurders nu in zware financiële problemen komen. De helft is al in problemen; dat weten we allang. En iedereen die kinderen heeft, die een huis zoekt of ergens wil huren, zelfs met zijn tweeën, die betaalt zomaar €700 of €800, of meer. En velen van ons, ook onze kinderen, hebben de laatste jaren al een huurverhoging gehad van tientjes per maand, en daar komt dit nu weer bovenop. En dan zou je maar een flexcontract hebben, en dat allebei kwijt zijn. Dan moet je naar de bijstand, en dan kun je dat dus niet meer betalen; de oude huur al niet, laat staan nog die verhoging erbij. Dus waar we terecht zo royaal zijn — laat ik het toch eens zeggen — voor de booking.coms van deze wereld, is bevriezing toch niet zo'n ingewikkeld ding voor verhuurders. De minister gaat erg uit van goed vertrouwen, van het doen van een oproep, van vriendelijk zijn. Dat hebben de Tweede Kamer en wij ook gezegd met betrekking tot de flexcontracten. Maar gelukkig zei de Kamer vorige week: voor flexcontracten kunnen we niet meer alleen maar een beroep doen op ondernemers; we moeten ze toch ook verplichten om voor flexwerkers wat te doen. Dus ik deel de opvatting over goed vertrouwen, maar er moet een stok achter de deur zijn. Daarom steun ik zo meteen graag de motie om de minister op te roepen tot een bevriezing te komen.

Over de modaliteiten valt te praten en zijn er vele mogelijkheden. Dat klemt temeer daar er natuurlijk geen sprake is van echte marktwerking. Mensen kunnen niet zeggen "nou ja, als de huur te hoog is, ga ik naar een ander huis", want dat huis is er niet. Dat staat nog los van het feit dat er geen zoektijd is, gelet op de coronaproblematiek. Op televisie zie je hoe moeilijk het voor kopers is om een huis te bezichtigen met een makelaar. Het is nu natuurlijk ook niet mogelijk om zomaar te verhuizen en een ander huis te vinden. Financieel is het voor de overheid zelfs nog wel gunstig, want als de huur niet omhooggaat, hoeft zij ook minder huurtoeslag uit te betalen. Natuurlijk zijn er al opties en voorzieningen, maar in dit opzicht is het zelfs een financiële meevaller voor de overheid als we dit nu doen. Maar vooropstaat het sociaal rechtvaardige gevoel. Mensen worden echt onder water geduwd, nog verder dan ze soms al onder water staan. Dat geldt juist voor de mensen die het het hardste nodig hebben. Daarom geven we graag steun aan de motie die straks zal worden ingediend om de verhuurders die het juist niet willen te binden. De goedwillenden hebben er geen last van, want die waren toch al het goede van plan. Die staan aan de kant van de minister en van ons. We vinden het altijd vervelend als de goedwillenden weer moeten lijden onder de kwaadwillenden.

Dank u wel, voorzitter.

Mevrouw De Boer (GroenLinks):

Ik dacht: de minister zal er op antwoorden, maar misschien is het toch goed om even een interruptie te plegen. Aan het begin van zijn bijdrage hoor ik de heer Crone zeggen dat deze wet vooral bedoeld is voor verhuurders, omdat als zij nu niks doen, een tijdelijk huurcontract niet wordt omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. Maar ik heb juist begrepen dat dat wél het geval is, dus dat nog steeds geldt dat als er geen opzegging plaatsvindt aan het eind van de huidige termijn, het gewoon een contract voor onbepaalde tijd wordt. Ik denk dat de minister dat misschien ook nog wel duidelijk zal maken, maar het lijkt mij een hele slechte zaak als hierover straks in de Handelingen iets komt te staan wat juridisch niet klopt. Ik weet niet of de heer Crone hier nog op wil reageren of dat wij gezamenlijk de minister vragen om helderheid hierin te verschaffen.

De heer Crone (PvdA):

Die bal ligt zo op de stip, dus die gaat de minister er straks wel in schieten. Maar de balans is wel duidelijk in deze wet. Uiteraard kan de verhuurder het altijd opzeggen, maar als hij dat niet doet, zou het voor onbepaalde tijd doorlopen. Laat de minister straks maar de juridische finetuning uitleggen. Maar die balans zat erin. Het is niet alleen een huurdersrecht om nu langer in je huis te mogen zitten. Het is ook in het belang van de verhuurder om niet automatisch aan een onbepaalde duur vast te zitten. Dat was overigens de enige reden waarom in de Tweede Kamer de VVD voorstemde, want die is natuurlijk erg liberaal georiënteerd. Die vond het wel fijn dat de verhuurder hierdoor beschermd werd. Anders had ze misschien niet eens voorgestemd.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Crone. Dan is het woord aan de heer Kox namens de fractie van de SP.

De heer Kox (SP):

Dank u wel, voorzitter. In normale tijden is een minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties al geen luxe, zou je kunnen zeggen. In tijden van crisis hebben we de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heel erg hard nodig. De minister is uitstekend vervangen, maar ik ben toch blij dat we nu weer met "het origineel" zaken kunnen doen. Ik hoop ook dat we zaken zullen kunnen doen.

Ik heb al bij eerdere wetsvoorstellen gezegd dat op dit moment de regering niet handelt op basis van het regeerakkoord maar op basis van wat het beste is voor het land en de burgers van dit land in deze ongekende en onbekende crisis. Daarom stelt het parlement ook veel vertrouwen in de regering en in de voorstellen van de regering. Dat doen we ook weer met dit wetsvoorstel, dat denk ik niet alleen in de Tweede Kamer maar ook hier met algemene stemmen aangenomen zal worden, ook al is nog lang niet alles duidelijk en waren er nog wel meer wensen aan de overkant en hier over hoe het wetsvoorstel ook vormgegeven had kunnen worden.

Maar, zoals gezegd, in tijden van crisis moet de regering handelen — het coronavirus wacht ook niet — en moet een parlement bereid zijn om ruime steun te geven aan onze regering. Maar dan moet het me toch van het hart dat de minister wel erg weinig robuust is met het nemen van begeleidende maatregelen op dit punt. Waar we andere ministers echt grote en forse stappen zien zetten, is deze minister naar de mening van mijn fractie toch wel aan de zuinige kant.

Laat ik een aantal voorbeelden noemen. Waarom is de verlenging maar zo kort? Het ziet ernaar uit dat we waarschijnlijk al in mei een vervolgwetsvoorstel moeten krijgen. Had dat niet beter wat langer gekund?

Een tweede punt is het volgende. Als we willen voorkomen dat huurders in onaanvaardbare problemen komen, was het dan niet verstandiger geweest om te zeggen: komend halfjaar wordt niemand uit huis gezet, tenzij er sprake is van criminele activiteiten? Nu is de uitspraak van de minister dat zij erop rekent dat verhuurders zich zullen weten te gedragen. Ik heb veel vertrouwen in veel verhuurders, maar ik heb niet alle vertrouwen in alle verhuurders. Dat betekent dat er toch problemen te voorzien zijn die voorkomen hadden kunnen worden met een robuustere maatregel van de kant van de regering.

Dan een derde opmerking. Waarom is er op dit moment nog geen ruimte voor verhuurders om huurschuld kwijt te schelden en de huur te verlagen? Ik begrijp dat de minister in onderhandeling is met de Autoriteit woningcorporaties, maar is daar al enig resultaat? Dat zou toch een voor de hand liggende, robuuste stap zijn geweest.

Over de vierde stap is al eerder gesproken. Waarom is er nu niet gekozen voor een tijdelijke huurstop? Als de regering erop mag rekenen dat het parlement — coalitie en oppositie — ruimhartig kijkt naar voorstellen, dan vind ik ook dat als de bijna voltallige oppositie in de Tweede Kamer en misschien wel de voltallige oppositie in deze Kamer een voorstel doen om te komen tot een tijdelijke huurstop, zij daar serieus naar moet kijken. Wij doen dat voorstel, omdat we weten dat als er problemen ontstaan, die in een grotere mate zullen ontstaan bij de huurders, omdat er onder de huurders nu eenmaal een grotere groep bewoners is die het eerst kwetsbaar zijn voor sociaal-economische teruggang. We weten — en de minister weet dat natuurlijk het allerbeste — dat onderzoek van het Nibud heeft laten zien dat er nu al 800.000 huurders zijn die al een dusdanig hoge huur betalen dat ze niet in staat zijn om de basisuitgaven te doen en dat bijna de helft van de huurders niet beschikt over de minimale buffer die volgens het Nibud nodig is.

Dan is het geen hogere wiskunde om te denken dat, als er klappen gaan komen, en die gaan er komen, die bij de huurders waarschijnlijk het allereerst, het allersnelst en het allerhardst neerslaan. Vandaar nogmaals mijn vraag aan de minister: waarom niet komen tot een tijdelijke huurstop? Als we die mogelijkheid grijpen, dan geven we in ieder geval enige ruimte aan een hele groep Nederlanders die hoogstwaarschijnlijk het eerst in de problemen komt. Daarover wil ik, vanwege het debat, al in eerste termijn een motie indienen.

De voorzitter:

Door de leden Kox, Koffeman, Van Strien, Van Rooijen, Gerbrandy, De Boer en Crone wordt de volgende motie voorgesteld:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

gezien de grote risico's die voortvloeien uit de huidige coronacrisis;

gezien de precaire situatie waarin nu al een aanzienlijk deel van de huurders van woonruimten verkeert;

ervan uitgaande dat die situatie zich in de komende periode eerder zal verslechteren dan zal verbeteren;

verzoekt de regering als noodmaatregel een tijdelijke huurstop mogelijk te maken voor zowel de sociale sector als de vrije sector,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter D (35431).

De voorzitter:

Ik verzoek om de motie rechts van u op het bankje neer te leggen. Er is een interruptie van de heer Van der Linden.

De heer Van der Linden (FvD):

Ik heb nog een vraag aan de indiener. De kwestie is net ook al even besproken, maar hoe ziet de heer Kox de term "mogelijk maken"? In principe is het toch voor iedere verhuurder mogelijk om een huurstop in te voeren? Het staat iedere verhuurder toch vrij om te zeggen: u heeft het moeilijk, zeker de sociale woningbouw, dus ik geef u een huurstop?

De heer Kox (SP):

Dat staat iedere verhuurder inderdaad vrij, maar het staat een heleboel verhuurders ook vrij om zo veel te vragen als ze maar willen, bijvoorbeeld in de vrije sector. De andere verhuurders staat het vrij om tot bepaalde grenzen een huurverhoging te vragen. Dat kan op basis van de gemiddelde huursomstijging, 2,6%, maar het kan ook op basis van de maximaal redelijke huur, tussen de 5% en de 6,5%, iets ruimer dus. Die mogelijkheden zijn er allemaal, maar ik wil graag dat de minister de mogelijkheid onderzoekt om met verhuurders een tijdelijke huurstop af te spreken. In de praktijk heeft een fiks aantal corporaties die beslissing zelf al genomen. Andere corporaties hebben een zeer beperkte huurverhoging doorgezet, maar er zijn ook particuliere verhuurders die heel grote huurstijgingen doorzetten. We leven op dit moment in een tijd van generieke maatregelen omdat die eenvoudig door te voeren zijn. Laten we daarom aan de minister vragen om het mogelijk te maken dat er een tijdelijke huurstop wordt ingevoerd.

De heer Van der Linden (FvD):

Dus ik kan de motie zo uitleggen dat er een oproep aan de minister wordt gedaan om vooral in gesprek te gaan met de sector om te kijken hoe de kwetsbare mensen waarover de heer Kox spreekt, kunnen worden ondersteund.

De heer Kox (SP):

Maar dan wel concreet, in de vorm, zoals ook de Tweede Kamer vroeg, via een tijdelijke huurstop. Dat is dus een permanente regeling. Die werkt niet door voor volgend jaar. Voor dit jaar gaat het om het mogelijk maken van een tijdelijke huurstop. Deze Kamer heeft niet het recht om een wet te amenderen, maar wel het recht om de minister te adviseren om dat te doen. Als we de huren dit jaar niet zouden verhogen, dan geven wij een groot deel van de Nederlandse bewoners die bijna zeker als eerste in de problemen komen, een beetje een buffer. Zoals gezegd, het Nibud vindt al dat de helft van de huurders die buffer niet heeft. Laten we daar voorzichtig mee zijn. Dat is het idee van de motie. Zoals gezegd, aan de overkant kreeg die de steun van alle fracties van de oppositie, op collega Van Haga na, maar die zit zelf een beetje in de branche. Ik kan mij voorstellen dat hij niet tekende. Alle andere oppositiepartijen hebben wel getekend. Als wij voortdurend voorstellen van de regering overnemen die de gevolgen van de crisis bestrijden, dan vind ik dat de regering ook voorstellen van een groot deel van de oppositie over zou mogen nemen.

De voorzitter:

De heer Van der Linden, de derde.

De heer Van der Linden (FvD):

Tot slot. Dat is duidelijk. De inhoud is ook duidelijk, maar het ging mij met name om de term "mogelijk maken". Is dat in gesprek gaan, of is dat ook het opleggen van verplichtingen?

De heer Kox (SP):

Over de modaliteiten moet de minister beslissen, want wij beschikken niet over het recht van amendement, maar de boodschap is duidelijk. Het dit jaar niet laten doorgaan van de huurverhoging zou buitengewoon goed zijn voor een groot deel van dat deel van de bevolking dat in de eerste linie staat als deze gezondheidscrisis sociaal-economische gevolgen krijgt.

De heer Schalk (SGP):

Ik neem aan dat ook vanaf de interruptiemicrofoon de minister welkom terug geheten mag worden. Ik heb een vraag ter verheldering aan de heer Kox. Met name door de heer Crone werd geanticipeerd op de in te dienen motie, waarbij hij aangaf dat er een stok achter de deur moet zijn en dat er bevriezing moet kunnen komen. Ik heb, net als de heer Van der Linden, heel goed gehoord dat u sprak over een mogelijkheid tot en niet een verplichting tot. Ik zou wel heel graag even geëxpliciteerd zien of dat inderdaad uw bedoeling is, namelijk dat we niet als Kamer iets opleggen. We kunnen niet amenderen, heeft meneer Kox terecht gezegd. Maar volgens mij luistert het dictum van de motie heel nauw.

De heer Kox (SP):

Inderdaad kunnen wij niet amenderen, zoals collega Schalk zegt. Dus deze Kamer kan niet zeggen: de huurverhoging moet bevroren worden. Dat heeft geen zin, want daar gaat deze Kamer niet over. Maar deze Kamer kan wel tegen de minister zeggen: kijk naar de gegevens en zie waar de klappen het eerst neer zullen komen; weet dat het niet verhogen van de huur in ieder geval, bijvoorbeeld in de ogen van het Nibud, ruimte zou bieden om die kwetsbare groep huurders in een kleine buffer te geven voor wat nog gaat komen. We weten niet wat er gaat komen. Dus de Kamer roept de minister op om al het mogelijke te doen om te kijken of er zo'n huurstop kan worden afgesproken. Wij kunnen haar niet opdragen om dat te realiseren; daar zijn meer partners voor. Maar de minister heeft mogelijkheden. We leven in een tijd van noodwetgeving, dus de minister heeft mogelijkheden om te zeggen: alles afwegende, vind ik dat dit moet gebeuren.

De heer Schalk (SGP):

Wat de heer Kox zegt, bevestigt mij in de positieve houding die ik ten opzichte van de motie heb: we gaan het niet verplichtend voorleggen aan de minister via deze motie, maar we vragen haar om de mogelijkheden te onderzoeken en waar mogelijk eventueel te gebruiken.

De heer Kox (SP):

De richting van de motie moet wel duidelijk zijn. De richting van de motie is, te bezien of een tijdelijke huurstop inderdaad gerealiseerd kan worden. Maar ik ben het met collega Schalk eens: de minister gaat daarover; deze Kamer gaat er niet over.

De heer Van der Burg (VVD):

Voor de helderheid: we kunnen de minister niks verplichten, vandaar ook een motie. Maar het is wel de intentie van de SP om het verplichtend op te leggen aan de hele sector. Dat heb ik toch juist?

De heer Kox (SP):

De intentie van de indieners van de motie is om te doen wat in de motie staat. Zoals collega Van der Burg heeft gezien, gaat het om een hele brede groep fracties. Die correspondeert ook met bijna de helft van de Tweede Kamer, dus het is niet een SP-voorstel. Het is aan de minister om na te gaan hoe zij dat zou kunnen realiseren. Wij kunnen haar niet verplichten, want wij kunnen de wet niet amenderen.

De heer Van der Burg (VVD):

Maar stel dat de minister aangeeft: ik ga in gesprek met de verschillende sectoren, zowel particulier als de corporaties. En stel dat zij op een gegeven moment aangeeft: een deel van de partijen is bereid om tot een huurverlaging of een huurstop over te gaan, maar een deel doet dat niet, en het is aan de sector. Hoe reageert u daar dan op? Want ik kan alleen u aanspreken en niet de mede-indiener.

De heer Kox (SP):

Als de minister deze motie, mocht die worden aangenomen, straks omarmt, dan doet zij daarmee dus wat deze Kamer wil, maar ook een groot deel van de Kamer aan de overkant. Dan heb ik er alle vertrouwen in dat we, als de minister ons komt informeren over hoever het ermee staat, daar verder over kunnen praten. Nog een keer: het is aan de minister en niet aan deze Kamer. Maar tot nu toe —- dat heb ik ook gezegd — vind ik het te weinig robuust dat de minister zegt: ik vertrouw erop dat verhuurders dit wel zullen gaan doen. Dat is te weinig.

De heer Crone (PvdA):

We moeten heel precies zijn in wat we nu willen. Dat is denk ik het belangrijkste. We willen die huurbevriezing. We kunnen dat niet wettelijk afdwingen. Dat is ook evident. Met "de stok achter de deur" heb ik het volgende bedoeld. Stel, de minister zoekt dit uit en komt tot de conclusie: goh, een heleboel verhuurders doen het niet, kiezen wél voor die huurverhoging en bevriezen de huren niet. Stel dat dit een hoog percentage van de verhuurders is. Dan wordt niet bereikt wat de indieners willen. Dan kan de minister, denk ik, zelf wel alle instrumenten verzinnen die nodig zijn om dan een stok achter de deur te zetten; dat hoeven wij niet per se te verzinnen. Maar ik vraag ook aandacht voor de omgekeerde situatie. Mijn mailbox stroom ook vol, net als waarschijnlijk die van de minister, met al die verhalen over die hoge stijgingen. Dan kan de minister toch niet met droge ogen zeggen: ik heb een beroep gedaan op mensen, op verhuurders, maar die doen het niet? Dan zal ze toch vanzelf ook wel ingrijpen, denk ik. Ik zou het als een soort inspanningsverplichting zien, maar gericht op resultaat. Ik wil dus ook wel een vorm van resultaatsverplichting.

De voorzitter:

Wat is uw vraag aan de heer Kox?

De heer Crone (PvdA):

Of hij het niet te zwak wil maken? Hij begon met te zeggen: dit is niet van de SP, dit is van allemaal. Ik vraag hem of hij het ermee eens is dat er toch wel een resultaat uit moet komen.

De heer Kox (SP):

Zoals ik al zei: de richting van de motie is duidelijk, net zo goed als de uitspraak aan de overkant duidelijk was. Hierin wordt uitgesproken: dit zouden we willen. Maar wat deze Kamer niet kan, is zeggen: zo moet het. En dus leggen we dit bij de minister neer. Ik hoop dat als deze motie wordt aangenomen, de minister de motie niet van haar af schuift, maar omarmt. En ik hoop dat ze daar dan mee aan de slag gaat. Dan hebben we er alle vertrouwen in en dan zijn we een stap verder dan we nu zijn.

De voorzitter:

Meneer Van der Burg, u heeft al drie keer over deze motie geïnterrumpeerd. Ik geef u nog één keer de kans.

De heer Van der Burg (VVD):

Ik wil toch een kleine correctie aanbrengen. De heer Kox zei zojuist: de uitspraak van de overkant is duidelijk. Maar ik meen toch dat de uitspraak aan de overkant het verwerpen van deze motie was? In die zin is hij duidelijk, maar hij is anders dan de heer Kox hier uitlegt en suggereert. Bent u dat met mij eens, meneer Kox?

De heer Kox (SP):

Ik ben het volledig met u eens dat inderdaad aan de overkant alle oppositiepartijen minus Van Haga vóór de motie hebben gestemd, maar de coalitiepartijen hebben er niet voor gestemd. Dat betekent inderdaad dat daar voor een meerderheid twee stemmen ontbraken. Maar ik kan ook tellen, en ik zie dat de kans bestaat dat hier in deze Kamer de motie wél wordt aangenomen. Dan is een groot deel van het parlement aan beide zijden ervoor. Ik vraag de minister om dan te zeggen: fijn, ik heb de richting begrepen, ik omarm de motie en ik ga kijken wat ik ermee kan doen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Kox.

Wenst een van de leden nog het woord in de eerste termijn? Dat is niet het geval. Ik hoor dat de minister graag een schorsing van vijf minuten wil.

De vergadering wordt van 15.45 uur tot 15.50 uur geschorst.

De voorzitter:

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van het wetsvoorstel 35431, Tijdelijke regels omtrent het kunnen verlengen van huurovereenkomsten voor bepaalde tijd. Ik geef het woord aan de minister van BZK.

Minister Ollongren:

Heel veel dank, voorzitter. Ik ben ook erg blij om weer in uw midden te zijn. Dat ben ik persoonlijk. Dat ben ik ook om de reden dat we hier vandaag zijn, namelijk omdat we nu alles op alles moeten zetten om te doen wat er moet gebeuren voor mensen in Nederland, want we zijn in behoorlijk zwaar weer beland. Het feit dat u hier vandaag vergadert over een aantal voorstellen van het kabinet, geeft aan dat ook de democratie in dit instituut daar hard aan trekt en mee bezig is. Daar ben ik u dankbaar voor, evenals voor de vriendelijke woorden die gesproken zijn over mijn terugkeer.

De crisis raakt iedereen. Die raakt ook huurders. Ik wil meteen maar bij het begin van de beantwoording zeggen dat ik me daar heel erg bewust van ben en dat kabinet zich daar ook heel erg bewust van is. Stientje van Veldhoven, die dit deel van mijn pakket heeft waargenomen, heeft ook direct maatregelen genomen, waaronder deze tijdelijke wet. Zij is ook het gesprek aangegaan met verhuurders en brancheorganisaties om echt te voorkomen dat mensen uit hun huis worden gezet in de omstandigheid dat ze helemaal geen alternatief hebben. Dat zijn hele concrete zaken. Hele concrete stappen ook die gezet zijn om dat soort dingen te voorkomen. Ik denk dat het heel goed is dat dit is gebeurd.

Voorzitter. De specifieke aandacht voor huurders in dezen is volkomen terecht. Dat zal ik nooit ontkennen. Maar ik wijs er wel op, als u zegt dat ik op dit moment geen groot gebaar maak naar de huurders, dat we als kabinet, als overheid een groot gebaar maken naar de inkomenskant van mensen. Dat is de noodmaatregel die het kabinet heeft genomen: een breed steunpakket voor huishoudens om te zorgen dat deze hun inkomen zo veel als mogelijk behouden. Door het steunen van de salarissen, van de lonen. Door te zorgen dat er iedere maand een bedrag wordt bijgeschreven, zodat mensen hun gewone lasten kunnen blijven dragen. Dat is de route die is gekozen. De hoogte van de uitkering, die ongewijzigd is, uiteraard. De huurtoeslag, die specifiek voor huurders geldt.

Daarbinnen heb je nog mensen die heel specifiek door de coronacrisis toch in de problemen komen. Dáárvoor moet er maatwerk komen. Daarvoor zorgen we dat er geen huisuitzettingen kunnen zijn. Daarvoor zorgen we ervoor — dat is het wetsvoorstel dat voorligt — dat tijdelijk huurcontracten kunnen worden verlengd met een korte periode. Dat is de benadering waarvoor is gekozen. Dat is dus niet helemaal de invalshoek van de huurkant, maar de invalshoek van de inkomenskant. Inderdaad ging het daar in de Tweede Kamer ook over. Daar werd voor een deel gesuggereerd om bijvoorbeeld te maximeren tot inflatieniveau. Er waren ook vragen over bevriezing van de huren, heel algemeen. Dat zou op zich kunnen, maar dat was dan een andere benadering geweest. Als je de inkomenskant doet, is het niet logisch om de groep huurders op dezelfde generieke manier te benaderen.

Ik ben overigens blij dat ik merk dat ook de verhuurders hier buitengewoon gevoelig voor zijn. Op mensen die echt in de problemen komen, wordt maatwerk toegepast, heel breed, over de hele line, van de woningbouwcorporaties tot de particuliere verhuurders. Bovendien heeft de IVBN aangekondigd dat ze haar leden adviseert zeer matig te zijn met huurverhogingen. Inflatie plus één maximaal adviseert de IVBN aan haar leden. Dat alles geeft aan dat iedereen het heel serieus neemt en ook zijn verantwoordelijkheid daarin wil nemen — gematigde huurverhoging. Uiteraard weten we nog niet precies waar we tegen aankijken, maar dat het zo zijn effect zal hebben, is evident.

Ik stel voor dat ik nu even de vragen beantwoord die zien op de wet zoals die voorligt en dat ik daarna terugkom, via de route van de ingediende motie, op het algemene punt van de hoogte van de huren en de eventuele bevriezing daarvan.

Ik begin bij mevrouw De Boer van GroenLinks. Zij vroeg of dit lang genoeg is. Dat is de vraag. Ik denk dat het daarom goed is dat in het wetsvoorstel ook staat dat verlenging mogelijk is, uiterlijk tot 1 december. Tegen die tijd zullen we zien in welke situatie we dan zitten. Mocht er dán nog iets nodig zijn, kan dat niet meer met een verlenging in deze wet, maar moet er een nieuw wetsvoorstel komen. Dat betekent dat we voor eind mei de afweging maken voor verlenging binnen het kader van deze spoedwet. Als er na afloop van deze spoedwet wel iets zou moeten, dan betekent dat dat het kabinet in het najaar weer met een voorstel zou moeten komen. Zo zit het in elkaar.

Het gesprek met de Autoriteit loopt, en trouwens ook met Aedes. We bekijken echt samen wat er mogelijk is om maatwerk toe te passen voor mensen die in betalingsproblemen komen. Onderdeel van die gesprekken is anticiperen op de mogelijkheden voor tijdelijke huurkorting voor mensen die in het kader van corona in de problemen zijn gekomen. Ik wijs er ook nog op — dat heeft ook wel verband met wat ik straks nog ga zeggen — dat ik van de aangenomen motie-Ronnes in de Tweede Kamer, die vraagt om specifiek te kijken naar huurders die door de crisis in de problemen zijn gekomen, heb gezegd dat het heel nuttig is om dat te doen. Ik ga de Tweede Kamer daarover informeren, en ik wil de Eerste Kamer dan hetzelfde laten weten.

Mevrouw De Boer vroeg of er nog andere regels zijn die maatwerk belemmeren. Hoe zit het met de tijdelijke huurkorting? Ik werk aan het wetsvoorstel over huur en inkomensgrenzen, met de intentie om de belemmeringen weg te nemen om tijdelijk een huurkorting te geven. Daar ben ik dus heel hard mee bezig. Ik hoop dat dat heel snel naar de Kamer kan. Ik sta altijd open voor andere signalen over andere belemmeringen die er zouden kunnen zijn. Nogmaals, het gesprek daarover is gaande en de wet is in wording, en volgt zo spoedig mogelijk.

De heer Crone zei: door deze wet lijkt u zich vooral te richten op de verhuurders en wat minder op de huurders. In deze wet moeten huurder en verhuurder iets doen, maar ze is juist bedoeld voor de huurder, want het is de huurder die niet de mogelijkheid heeft, gegeven de crisis, om om te kijken naar iets anders en die de mogelijkheid krijgt om te gaan verlengen. Het gaat natuurlijk over diegenen die bewust en misschien ook juist doordat ze daarnaar op zoek waren, een tijdelijk huurcontract hebben afgesloten. Het gaat om zo'n 20.000 contracten in Nederland, en daar gaat het ook weer om een beperkt deel. Want niet iedereen heeft een contract dat nu afloopt. Maar voor die huurders biedt dit natuurlijk een oplossing, en idem ook voor de verhuurders. Als verhuurder en huurder het eens zijn, is dat een makkelijke manier om een tijdelijk probleem op te lossen. Ik kom straks nog even te spreken over de bevriezing.

Over de verlenging waar de heer Kox over sprak, heb ik al gesproken. Ook over de Autoriteit heb ik het gehad.

Ik wil dan toch afronden met de motie. Ik begin met te zeggen dat ik de zorg die ik onderliggend proef, ook uit het interruptiedebatje van zonet, heel goed begrijp. Hoe zorgen we dat we bepaalde huurders die echt in de problemen komen, helpen en dat de verhuurder dat ook echt gaat doen? Ik heb net gezegd dat het kabinet dat vooral doet door zich te richten op de inkomens van mensen en door te zorgen dat er specifieke oplossingen voor specifieke problemen zijn. Er wordt dus gezorgd voor maatwerk: reparatie aan de inkomenskant, en de huurtoeslag kan natuurlijk altijd nog worden ingezet in het geval van een inkomensverlaging. Die benadering leidt ertoe dat, als het goed is, de huurders die echt in de knel komen ook worden geholpen, bijvoorbeeld omdat ze geen huurverhoging krijgen. Per saldo kan het daar wel op neerkomen. Ik noemde net al de motie-Ronnes, die zegt: kijk specifiek naar de mensen die in de problemen komen. Dat gaan we doen: specifieke groepen.

Als ik dat zo beluister, dan denk ik: we zijn het eigenlijk in grote lijnen helemaal met elkaar eens. Het enige is dat ik wel benadruk dat, als de heer Kox generiek voor alle huurders in de sociale en de vrije sector een huurstop wil, dat nooit zijn bedoeling kan zijn. Want dan zou hij ook voor mensen die een meer dan royaal inkomen hebben, die dat prima zouden kunnen betalen, een huurstop willen invoeren. Ik kan me niet voorstellen dat dat de bedoeling is. Ik zie de heer Kox bij de interruptiemicrofoon staan, dus wellicht gaat hij dat nu verduidelijken.

De voorzitter:

Ik zie hem ook. De heer Kox.

De heer Kox (SP):

Dat is toch wel de bedoeling. We worden er door de regering keer op keer op gewezen dat het in deze tijd niet mogelijk is om voor hele specifieke maatwerkgerichte oplossingen te kiezen en dat we dus voor generieke oplossingen kiezen. Hier gaat het ook om een generieke oplossing. Het gaat er niet om dat dit ons huurbeleid voor de komende jaren zal zijn. Er wordt voorgesteld dat de minister uitzoekt of er een tijdelijke huurstop gerealiseerd kan worden, ook in de vrije sector. Ik vind het te makkelijk dat de minister zegt: dus ook mensen met hoge inkomens en grote huizen. De minister weet ook dat een aanzienlijk deel van de vrije sector inmiddels gehuurd wordt door mensen die eigenlijk in een sociale huurwoning zouden moeten zitten, maar die daar niet in terechtkunnen en die zich nu blauw betalen aan particuliere verhuurders. Ik heb in mijn eerste termijn gezegd dat de helft van de Nederlandse huurders volgens het Nibud problemen heeft om voldoende buffer te hebben om de basisvoorzieningen te kunnen betalen. Maatwerk is goed als je het over hele kleine groepen hebt. Maar als 800.000 huurders volgens het Nibud nu al in de problemen zitten en de helft van de huurders onvoldoende buffer heeft, dan moeten we in deze crisis niet voor maatwerk gaan maar voor een generieke oplossing.

Dat is wel degelijk de bedoeling van de motie. Dat was in de Tweede Kamer duidelijk en dat is hier ook duidelijk. Het is fijn dat we het erover eens zijn dat huurders in de problemen kunnen komen en dat we daar iets voor moeten doen, maar het lijkt me te ingewikkeld om dat via een traject van maatwerk te doen in deze tijd, waarin woningcorporaties en verhuurders overbelast zijn.

Minister Ollongren:

De heer Kox legt zijn motie uit door te zeggen: het gaat mij inderdaad om de hele linie, dus generiek voor alles huurders, inclusief de mensen met hoge inkomens, die ook kunnen huren en die het best zouden kunnen missen. Ik wil echt op zoek naar een manier. Nogmaals, ik ben het helemaal eens met iedereen die zorgen heeft over huurders die echt in de problemen komen. Ik ken de cijfers van het Nibud. Hoewel die zijn verbeterd ten opzichte van de cijfers die ook weleens door Kox en anderen worden aangehaald, weet ik dat het voor een substantieel aantal huishoudens nog steeds heel erg krap is. Deze crisis kan net betekenen dat het over het randje gaat en dat wil ik niet. Ik wil er echt alles aan doen om dat te voorkomen, maar ik vraag me af of een generieke huurstop zijn doel niet voorbijschiet. We moeten op allerlei manieren inspringen en bijspringen. Hoe beter je dat kunt richten op de mensen die het echt nodig hebben — en dus niet generiek, ook voor de mensen voor wie het niet nodig is — hoe beter dat mij lijkt.

De voorzitter:

De heer Kox heeft nog een korte vraag. U krijgt straks ook nog een tweede termijn.

De heer Kox (SP):

Het is toch een beetje zoals de minister van Sociale Zaken net zei: we treffen op dit moment stomme maatregelen, generieke maatregelen, die we liever specifiek zouden treffen. Maar de tijd is er niet naar om op dit moment specifieke maatregelen te treffen, want wie moet dat uit gaan voeren en hoe moet dat uitgevoerd worden? Soms moet je kiezen voor het model dat voorhanden is en dat is een generieke regeling. Dat was het idee in de Tweede Kamer van een groot deel van de fracties daar en dat is het idee in deze Kamer. Ik hoop dat de minister luistert naar dat deel van het parlement en ook zou kunnen zeggen: oké, jullie nemen veel van onze ideeën over; ik ben bereid om dit idee van andere partijen over te nemen.

Minister Ollongren:

Nee. Ik kan me heel goed voorstellen dat Koolmees dat op die manier heeft gezegd, maar de andere zijde van die redenering is: juist omdat we aan de inkomenskant zo fors en generiek inzetten, is het niet logisch om dat aan de huurkant op dezelfde generieke manier te doen. Het supplement bij de inkomensondersteuning is dat je kijkt naar specifieke groepen aan de huurkant. Voor nu. Ik heb het nu over deze periode, waarin we dat doen. Bij een langdurige recessie, een crisisachtige situatie en inkomensachteruitgang moet je natuurlijk weer opnieuw gaan kijken. De motie is overigens toch net iets anders dan de motie die in de Tweede Kamer lag. Nogmaals, we komen elkaar een heel eind tegemoet als het gaat over de mensen die het echt nodig hebben, maar de uitleg van het generieke karakter — voor alles en iedereen in de sociale sector en de vrije sector — maakt het heel erg lastig, denk ik.

De heer Crone (PvdA):

Ik begrijp dat de minister zich afvraagt of ze dan niet te veel mensen gaat helpen die het niet nodig hebben. Los van wat de heer Kox daarover zei, namelijk dat we bij wijze van spreken ook niet niemand helpen omdat Booking.com uit de band vliegt. Dus als u een huurgrens wilt aanleggen — ik heb er geen verstand van, maar het Nibud wel — zeg dan bijvoorbeeld: boven de €1.500 doe ik geen bevriezing. Dan hebben we het in ieder geval over de groep waarover het gaat. Want het gaat natuurlijk vooral om die mensen die niet onder de generieke voorzieningen vallen: beide partners — man en vrouw enzovoorts — hebben een flexcontract gehad, zijn nu beiden werkloos en hebben geen opdrachten meer. Die krijgen nog niks. Die moeten naar de bijstand van de gemeente. Die kunnen natuurlijk niet meer die €700, €800, €1.100 betalen die ze nu betalen, en dan nog eens 5% erbovenop. Die voorbeelden ken ik letterlijk uit de meest nabije omgeving. Die mensen zijn geholpen, al is het maar met een halfjaar uitstel. Dus we hebben allerlei opties. Ik begrijp dat u het nog een beetje wilt beperken, maar u gaat toch niet zeggen: ik kan 80% helpen, maar omdat 20% het niet nodig heeft, doe ik die 80% maar niet?

De voorzitter:

Uw vraag is duidelijk, meneer Crone.

Minister Ollongren:

Ik ben eigenlijk op zoek naar hoe ik die 20% kan helpen. Of zeg ik het nu verkeerd? Ik bedoel: die 80%, als het 80% zou zijn. Stel dat het 80% is — dat denk ik niet, maar oké, even voor de sake of arguments — dan wil ik díe mensen helpen, maar inderdaad niet die 20%. Dat is toch het verschil. Het ondersteunen van inkomens van mensen is gewoon een big bazooka, waarbij je niet te veel tijd hebt om precies te kijken. Want ook de mensen die bij Booking.com werken, kunnen inkomensverlies hebben. Dat compenseren we. Nogmaals, het gaat over het hier en nu en de korte termijn. Maar als je dit nu zou doen, dan vraag je alle verhuurders om dit te financieren, want daar komt het natuurlijk vandaan. Het is niet geld dat ik overmaak; het is geld dat verhuurders niet meer krijgen. Diezelfde verhuurders — zeker de woningbouwcorporaties — vragen we ook om voor voldoende woningen in de sociale sector te zorgen. Dat wordt wel heel lastig op het moment dat zij niet meer de ruimte hebben om te investeren in het bouwen van nieuwe woningen. Dus het heeft ook een andere kant, wil ik alleen maar zeggen.

De voorzitter:

Meneer Crone, nog een korte aanvullende vraag. Er is straks ook nog een tweede termijn.

De heer Crone (PvdA):

Daarom de laatste poging. Ik wil graag meedoen — en de Tweede Kamer waarschijnlijk ook — met nadenken over de vraag: welke groep moeten we dan niet helpen? Maar als we hier toch vaststellen — dat doen we al jaren — dat 80% in de problemen zit, zou ik zeggen: neem die 20% voor lief of neem een grens waarboven die huurbevriezing niet hoeft. Ik zeg €1.500, omdat ik er geen verstand van heb, maar dan bereiken we in ieder geval de middengroepen die ook niet in de sociale sector zitten; want ook daar zijn afspraken te maken.

De heer Schalk (SGP):

Aansluitend op wat de heer Crone zegt, heb ik een vraag aan de minister en misschien ook nog wel aan meneer Kox. We hebben het gehad over mogelijkheden, we hebben het gehad over verplichtingen, maar ik heb een vraag over die noodmaatregel. Moet een noodmaatregel altijd generiek zijn? Of kan een noodmatregel het ook in zich hebben dat er onderscheid wordt gemaakt? Dat vind ik wel een belangrijke vraag in dit verband.

Minister Ollongren:

Ik denk niet dat een noodmaatregel altijd generiek moet zijn. Een noodmaatregel kan ook goed specifiek zijn. Maar wij proberen volgens mij nu te duiden wat precies de intentie van de indieners is. Ik was eigenlijk op zoek naar de ruimte. De heer Crone en ik kunnen natuurlijk discussiëren over de vraag of het inderdaad 80% van de mensen is. De motie-Ronnes bijvoorbeeld roept ook op om dat allemaal precies uit te zoeken. Nogmaals, als het gericht is op mensen die ook daadwerkelijk in de problemen komen, sta ik helemaal aan de zijde van degenen die dat willen. Uit het onderzoek zal dan ook wel blijken over welke aantallen we het hebben. Dan kun je het specifiek richten op die groep, ook als die groot is; dat zouden grote aantallen kunnen zijn, maar dat weet ik op dit moment niet precies.

De heer Gerbrandy (OSF):

De minister had net zorgen om de woningcorporaties, die dan ook minder inkomen hebben en minder kunnen investeren. In dit huis heb ik naar voren gebracht dat de regering daar ook zelf een enorme bijdrage aan kan leveren door de verhuurdersheffing dan niet toe te passen. Er hangt daarover nog een motie boven de markt. Maar uw inzicht dat de corporaties wel erg benadeeld worden door die huurstop, is in die andere regeling van de regering natuurlijk ook aan de orde. Wilt u daar even op reflecteren?

Minister Ollongren:

Zeker. In september, bij Prinsjesdag, is aangekondigd dat we via de verhuurderheffing juist het bouwen van nieuwe woningen door de woningbouwcorporaties gaan stimuleren. Zij kunnen een korting krijgen op de verhuurderheffing als zij snel nieuwbouw realiseren in de sociale sector. Dat hebben we dus in beeld. Dat is die beroemde 1 miljard. Dat is allemaal in gang gezet. De verhuurderheffing en de mogelijkheid tot een korting daarop om nieuwbouw te stimuleren zijn eigenlijk al volop ingezet. We hebben overigens hetzelfde gedaan voor investeringen in verduurzaming. Ik realiseer me dat dus heel goed. De verhuurderheffing is er. Er is korting op mogelijk voor woningbouwcorporaties die daarin mee willen en die willen bouwen en verduurzamen. De indicatieve bestedingsruimte van woningbouwcorporaties is voldoende om aan hun drie taken te voldoen: zorgen voor lage, betaalbare huren, zorgen voor nieuwbouw en zorgen voor verduurzaming. Die ruimte is dus voldoende. Maar op het moment dat je daar een hap uit haalt vanwege een maatregel als een totale bevriezing van de huren over de hele linie, haal je daar natuurlijk wel een belangrijk element weg. Dat zou volgens de schattingen ertoe kunnen leiden dat er tot tussen de 30.000 tot bijna 60.000 nieuwbouwwoningen niet gebouwd worden in de sociale sector. Dat vind ik wel fors.

De heer Van Strien (PVV):

Volgens mij is datgene wat de motie vraagt, een generieke huurstop, technisch redelijk eenvoudig te realiseren. Een specifieke huurstop — 85%, 80%, 75% of welk percentage dan ook — is daarentegen heel moeilijk te realiseren. Mijn vraag is a of de minister het daarmee eens is en, zo ja, b of zij dan niet gewoon tot de conclusie kan komen dat er dan maar een generieke huurstop komt.

Minister Ollongren:

Dat kan ik niet zó beamen. Ik heb juist net betoogd dat het maatwerk wel degelijk al gebeurt en dat men echt op zoek gaat naar de mensen die in de problemen komen. Dat gebeurt nu al. Dat is al gaande. Ik heb ook betoogd dat ik vind dat het belangrijk is om dat voor die groepen, ook als dat op de een of andere manier via wet moet gebeuren, te realiseren. Ik denk dus dat het wél gericht kan gebeuren. Ik zei alleen zonet in het debatje met de heer Crone dat we het natuurlijk wel heel goed moeten gaan bekijken met elkaar als hij zegt dat het 80% is. Maar ik denk dus niet dat dat op zichzelf een belemmerende factor is.

De heer Van Strien (PVV):

De indieners van die motie zien nu juist dat dat specifieke maatwerk bij lange na niet voldoende uitwerking krijgt. Dat is de reden waarom ze om zo'n generieke maatregel vragen.

Minister Ollongren:

Strikt genomen vraagt de motie, denk ik, om te bezien of het kan. Ik heb in de beantwoording van de vragen van uw Kamer geschetst wat ik in ieder geval doe, en dat is precies dát. Ik sta in deze uitzonderlijke situatie maatregelen toe die woningbouwcorporaties normaal niet zouden mogen nemen. Ik heb zonet in reactie op mevrouw De Boer ook verwezen naar het wetsvoorstel huur en inkomensgrenzen, waarmee belemmeringen voor verhuurders weggenomen worden om tijdelijke huurkortingen toe te passen. Ik denk dus dat er diverse mogelijkheden zijn om juist die groep ook echt te bereiken.

De voorzitter:

Dank u wel, minister, voor uw betoog. U bent toch aan het eind van uw betoog?

Minister Ollongren:

Ja. Dank.

De voorzitter:

Thans komen we bij de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik geef het woord aan de heer Crone namens de Partij van de Arbeid.

De heer Crone (PvdA):

Dank u, voorzitter. Ik wil het heel kort houden, want soms is het leven toch gewoon kiezen. Het is kiezen tussen: doe ik het goede, of wacht ik op het betere? En we hebben nu niet veel tijd om op het betere te wachten. De heer Koolmees heeft dat soort dingen ook gezegd. Er zullen nog miljarden te veel blijken te zijn uitgegeven, over een paar maanden en zelfs al weken. En ik denk dat al jarenlang duidelijk is dat er een tekort is en dat de markt hier niet werkt, omdat mensen niet makkelijk een ander, een goedkoper of een betaalbaar huis kunnen vinden. Ik zie dan te veel mensen die inleveren. Dat zijn juist de jongeren, die nu al in de flexcontracten zitten, maar ook heel veel werknemers leveren in. Zij of hun partner verliezen hun baan of een deel van hun baan. Ik zou dus zeggen: minister, laat het betere niet de vijand van het goede zijn. Doe niet te lang onderzoek, want we weten het. En het heeft ook geen zin om in september te constateren dat in juli de huren hadden moeten worden bevroren. Het is structureel niet zo erg voor de verhuurders, want die verhoging komt er toch een keer. Het gaat dus om een tijdelijke maatregel van misschien een halfjaar. Dat is tijdelijk; dit gaat niet over structureel. In de motie staat ook dat het tijdelijk is. Soms is het dus kiezen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Crone. Dan geef ik het woord aan de heer Kox namens de fractie van de SP.

De heer Kox (SP):

Voorzitter, dank u wel. Ik bedank de minister voor haar antwoorden. We doen hier geen wedstrijd wie het het beste voor de huurders opneemt. We leven in tijden waarin de regering er voor ons allemaal zou moeten zijn, en het parlement ook. Maar dan moeten we wel een beslissing nemen, zoals collega Crone zei. En op dit punt is er toch een vreemde tegenstelling. Anderhalf uur geleden hoorden we nog: fijn, maar we moeten nu generiek handelen om effect te hebben; we leven in een noodsituatie en het coronavirus wacht ook niet. Vervolgens komt er een voorstel van een groot deel van het parlement voor een eveneens generieke regeling. Het is inderdaad niet het beste — onder andere omstandigheden zouden we het er waarschijnlijk ook niet over eens zijn — maar deze maatregel heeft onmiddellijk effect en is uitvoerbaar. Vandaar dus dat ik de mededeling van de minister dat zij zal zien wat zij kan doen, te mager vind. Ik hoor haar zeggen dat zij het generiek niet ziet zitten. Dan vind ik dat de Kamer zich daarover moet uitspreken. Als de Kamer de motie aanneemt, ga ik ervan uit dat de minister daar ook vol gas mee aan de slag gaat.

De heer Van der Burg (VVD):

De heer Crone merkte net op dat de indieners vragen om een tijdelijke huurstop. Nu zadelen we, althans de meerderheid van deze Kamer, de minister op met een onmogelijke opgave. In de Tweede Kamer is namelijk "niet uitvoeren" gezegd, en deze Kamer lijkt, als ik de ondertekening zie, "wel uitvoeren" tegen de minister te zeggen. Welke van de twee Kamers is haar het meeste lief? Zoiets wordt het bijna.

Maar in het kader van het compromis merk ik even het volgende op. Wij nemen heel veel wetgeving aan, waaraan u steeds refereert, die gaat over twee of drie maanden. Dat hebben we net bijvoorbeeld gedaan rondom covid et cetera en dat gaan we straks ook nog een aantal keren doen. Betekent dat dat u tevreden bent als de minister zegt dat zij gaat kijken of zij een tijdelijke huurstop voor twee, drie maanden kan doorvoeren en daarna het oude regime kan laten gelden? Zijn de indieners dan tevreden met de minister?

De heer Kox (SP):

First things first. Eerst gaat deze Kamer zeggen wat zij vindt dat er moet gebeuren. Daarna gaat de minister laten zien wat zij daarmee gaat doen.

Verder wijs ik collega Van der Burg op het volgende — hij is hier nog niet zo lang, maar hij draait al heel lang mee in de politiek. We hebben hier ooit de casus Frans Weekers gehad. Als staatssecretaris zei hij: als u deze motie aanneemt, kan ik die niet uitvoeren, want de Tweede Kamer heeft die niet aangenomen. Toen hebben we hier mooie momenten gehad. Toen heb ik voorgesteld, namens alle collega-fractievoorzitters: zullen we dan de minister-president er maar bij halen?

Het is wel degelijk zo dat deze Kamer een relatie heeft met de regering. Als deze Kamer zegt dat zij wil dat het zo gebeurt, dan is een regering die goed verkeert met het parlement, gehouden om die motie te gaan uitvoeren. We hebben dat dus al een keer gehad. Dan behoort dat tot het levend staatsrecht. De vindplaats kan ik nog wel doorgeven. Frans Weekers zei daarna dat hij het begrepen had en dat hij niet meer zou zeggen dat hij een motie van deze Kamer niet kon uitvoeren omdat elders een vergelijkbare motie niet aangenomen was, dus dat is al opgelost.

De heer Van der Burg (VVD):

UIteraard heeft de heer Kox gelijk dat hij tot de mastodonten van de Eerste Kamer behoort en dat ik nog slechts een jongeling ben in deze Kamer. Sterker nog, ik heb nog niet eens mijn maidenspeech gehouden. Dat laat onverlet dat er een verschil is tussen een amendement en een motie, die slechts een vraag van ons aan de minister is. Zij heeft wel degelijk de keuze om een motie niet uit te voeren. Ik refereer aan het beroemde moment met Gerrit Zalm en de tekst "ik voer deze motie niet uit".

De heer Kox (SP):

Dat was geen hoogtepunt in de parlementaire democratie, zoals wij allemaal weten. Zalm zelf heeft daar ook nog zijn bedenkingen over gehad. Overigens ging het hier over een motie in de Tweede Kamer. Het dictum van deze motie is vergelijkbaar met een motie in de Tweede Kamer.

De voorzitter:

De heer Crone heeft nog een vraag aan de heer Kox.

De heer Crone (PvdA):

Mag ik eerst even corrigeren? Ik was erbij toen meneer Zalm dat zei. Dat was geen politiek dédain voor het parlement. De geluidsinstallatie viel uit bij een nachtelijke stemming, vlak voor het reces, en hij moest dus roepen, omdat de geluidsinstallatie het niet deed: "ik voer hem niet uit". Een minister mag vaker zeggen dat hij hem niet uitvoert. Daar is vervolgens debat over geweest. Ik verdedig hier minister Zalm, maar zeker niet op dat punt.

Via de voorzitter heb ik de volgende vraag aan de heer Kox, maar ook aan hemzelf. Het is toch te gek voor woorden als wij hier zeggen dat de minister iets niet mag uitvoeren wat wij willen omdat de Tweede Kamer dat heeft afgewezen? Dan mogen wij dus nooit meer een wet afwijzen die zij heeft aangenomen. Voorzitter, ik zou aan u willen vragen: dat is toch niet onze positie? Wij mogen hier toch alles afwijzen of overnemen, of niet? Anders moeten wij onszelf opheffen. Ik zou aan de heer Van der Burg willen vragen om die woorden terug te nemen. U mag toch wel iets anders vinden dan de Tweede Kamer, als persoon?

De voorzitter:

U bent nu de heer Kox aan het interrumperen, dus ik leg de vraag nog even aan de heer Kox voor.

De heer Crone (PvdA):

Ik probeerde u in de strijd te trekken, want het gaat om de positie van de Kamer. In die zin ben ik ernstig. Het is toch raar als wij hier tegen elkaar gaan zeggen dat wij niet iets mogen vragen aan de minister, omdat de Tweede Kamer dat ons verboden heeft? Dat zou te gek voor woorden zijn. Dan moeten we onszelf opheffen.

De heer Kox (SP):

Ik heb er alle vertrouwen in dat de minister, als deze Kamer een uitspraak doet, naar goed geweten zal handelen en zal proberen de uitspraak van de Kamer in beleid om te zetten. Dan komt ze daarmee terug en dan kunnen we daarover spreken. Dan kan de Tweede Kamer er ook over spreken. Zoals gezegd, het levend staatsrecht heeft ons al geleerd dat het nooit zo kan zijn dat een bewindspersoon in deze Kamer zegt iets niet te kunnen doen omdat de overkant het verboden heeft.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Kox. Wenst een van de leden nog het woord in tweede termijn? Dat is niet het geval. Minister, bent u in de gelegenheid om direct te reageren? Dat is het geval. Dan geef ik het woord aan de minister van BZK.

Minister Ollongren:

Dank, voorzitter. Het enige wat nog rest, is een conclusie over datgene wat net gewisseld is en nog toegevoegd is door de leden over de motie. Het levend staatsrecht en Gerrit Zalm laat ik even aan degenen die daarover net een interruptiedebat voerden. Ik heb mijn kanttekeningen geplaatst bij de motie. Ik heb herhaald wat ik ook in de Tweede Kamer heb gezegd, generiek over de inkomenskant en specifiek over de huurkant. Ik begrijp dat de indieners zeggen dat zij toch op zoek zijn naar een noodmaatregel die een generieke werking heeft. Ik moet natuurlijk afwachten wat er gebeurt.

Het eerste wat ik afwacht is of de motie wordt aangenomen. En als dat zou gebeuren ... Tja, "als, dan" is nooit verstandig, maar ik denk dat de indieners toch graag van mij willen weten wat ik dan ga doen. Nou, dan zal ik dat meenemen in de gesprekken met de woningbouwcorporaties en de verhuurderorganisaties, waar ik net ook al aan refereerde, en met de andere ministeries. En ja, dan moet ik daar weer op terugkomen. Dat is volgens mij het enige wat ik op dit moment daarover kan zeggen. Nogmaals, mijn oproep is: geef mij alle ruimte om te zoeken naar de mensen, de huurders, die het nodig hebben, zonder generieke maatregel. En als u toch een generieke maatregel wilt, dan heeft dat allerlei consequenties. Daar zal ik dan mee om moeten gaan en daar zal ik de Kamer dan over berichten.

De heer Van der Linden (FvD):

Ik heb nog een vraag. De heer Kox gaf het al aan: in dit huis zijn er heel veel grote voorstellen, met superspoed, over tientallen miljarden doorheen gegaan. Hier ligt nu eigenlijk een sympathieke motie voor. De bedoeling is goed besproken. Volgens mij is iedereen in de basis op hoofdlijnen het wel eens over waarvoor het zou moeten dienen en dat de omschrijving uitlegbaar en uitvoerbaar is. De minister geeft aan dat zij in gesprek gaat als deze motie wordt aangenomen. Wat let de minister nu om gewoon te zeggen: op zo veel grote thema's, met zo veel geld, zijn we het in dit huis met coalitie en oppositie eens geworden; ik omarm dit gewoon, ik ga ermee aan de slag en u hoort van mij? Dat is toch eigenlijk geen enkel probleem?

Minister Ollongren:

Allereerst natuurlijk alle waardering voor de wijze waarop we samenwerken en de wijze waarop de Tweede Kamer en de Eerste Kamer de crisis het hoofd aan het bieden zijn, en voor de maatregelen. En ik geloof en hoop ook dat de tijdelijke wet voor de tijdelijke contracten, waarover het hier gaat, op een ruime meerderheid in dit huis kan rekenen. Daar ben ik buitengewoon dankbaar voor. Wat mij belet om zo genereus te zijn als u nu suggereert, is dat ik vind dat ik wel consequent moet zijn. Ik heb hier in de Tweede Kamer eigenlijk hetzelfde debat over gevoerd. Ik heb daar hetzelfde betoogd. Dat is dus de positie van het kabinet. Dus nogmaals, ik heb geprobeerd het te omkleden met heel veel warme woorden op het punt van waar we het wel helemaal over eens zijn. Dus die common ground is er, en die heb ik ook echt benoemd. Maar het zou niet consequent zijn om, gegeven het debat dat slechts enkele dagen geleden in de Tweede Kamer werd gevoerd, hiervan af te wijken.

De heer Van der Linden (FvD):

Dan heb ik nog één slotvraag eigenlijk. Wat is nu de definitieve appreciatie van die motie? Is dat "oordeel Kamer" of is dat "ontraden"? Want dat "oordeel Kamer" zou u dan ook zo kunnen laten, als gebaar of politieke uitspraak. Er zijn immers twee huizen, en daar gaat deze dan over.

Minister Ollongren:

Dat is een ingewikkelde. Misschien doe ik nu iets wat niet kan, en dan hoor ik dat wel van de voorzitter. Ik heb een uitleg gegeven aan de motie, maar de indiener van de motie bestreed deze uitleg. De indiener van de motie heeft dus eigenlijk in het debat de motie nader geduid. Dat is natuurlijk onderdeel van de Handelingen, en daarmee ook onderdeel van hoe de motie bedoeld is. En die duiding is: die is bedoeld als generieke maatregel, voor alle huurders. Daarmee zou ik het volgende willen zeggen. Kijk, ik zie ook dat deze motie mogelijkerwijs een meerderheid haalt. Ik respecteer dus de indiening, ik respecteer de uitkomst van de stemmingen, maar op dat specifieke punt van de generieke werking, moet ik wel consequent zijn ten opzichte van hetgeen ik in de Tweede Kamer heb gezegd. Dat is niet de keuze die het kabinet heeft gemaakt, en derhalve kan ik op dat punt niet anders dan consequent zijn en zeggen: dat deel ontraad ik. En de motie gaat daarover. Nogmaals, met dus alle respect voor datgene wat deze Kamer doet en wat de indieners beogen.

De voorzitter:

Dank u wel, minister.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik kom tot de afhandeling van dit wetsvoorstel. Wenst een van de leden stemming over dit wetsvoorstel? Dat is het geval. Dan stel ik voor dat we vandaag aan het eind van deze vergadering direct stemmen over het wetsvoorstel. Tevens stel ik voor om bij de volgende vergadering te stemmen over de ingediende motie. Ik neem aan dat de heer Kox daarover nu een voorstel van orde wil indienen. Daar krijgt hij uiteraard de gelegenheid voor.

De heer Kox (SP):

Dank u wel, voorzitter. Omdat nog niet zeker is of wij volgende week vergaderen, omdat al zeker is dat wij de week daarop niet vergaderen en omdat zeker is dat de datum van de huurverhoging 1 juli is, brengen we zo ons en ook de minister, die aan de slag moet als de motie aangenomen wordt, in de problemen. Dus ik verzoek in dit bijzondere geval vanavond ook over de motie te stemmen.

De voorzitter:

Dat is een ordevoorstel van de heer Kox. Zijn voorstel is om direct vanavond te stemmen over de motie. Ik kijk even of daar brede steun voor is in de Kamer. Ik zie iedereen knikken.

De heer Crone (PvdA):

Voorzitter ...

De voorzitter:

Meneer Crone, één ogenblikje. Ik ben even een ordevoorstel aan het behandelen. Ik zie dat geen van de fracties zich daartegen verzet. Er is dus unanieme steun voor dit ordevoorstel. Daarmee is het ordevoorstel ook aanvaard door de Kamer. Er zal dus direct vanavond, in beginsel na de stemming over het wetsvoorstel, worden gestemd over de motie onder letter D (35431).

Is daarmee ook tegemoetgekomen aan hetgeen de heer Crone nog wilde inbrengen? Dat is het geval.

Dan schors ik nu de vergadering voor tien minuten in verband met een extra schoonmaakrondje en in afwachting van de komst van de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst.

De vergadering wordt van 16.31 uur tot 16.40 uur geschorst.