Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal2008-2009nr. 38, pagina 1722

Aan de orde is de stemming over het wetsvoorstel Bevordering duurzame arbeidsinschakeling jongeren tot 27 jaar (Wet investeren in jongeren) (31775).

(Zie vergadering van 29 juni 2009.)

De voorzitter:

Ik heet staatssecretaris Klijnsma en minister Hirsch Ballin van harte welkom in deze Kamer.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

De heer Thissen (GroenLinks):

Voorzitter. De fractie van GroenLinks zal tegen dit wetsvoorstel stemmen. Niet omdat wij niet willen investeren in jongeren, maar omdat wij dat anders en beter willen doen en het vooral willen houden binnen de werking van de Wet werk en bijstand. Deze wet wordt alom geprezen als een succesvolle wet, maar dit kabinet haalt de jongeren eruit. Van 18 tot 27 jaar heb je geen recht meer op een bijstandsuitkering. Je hebt dan hooguit recht op een inkomensvoorziening en je hebt recht op een plek die de gemeente jou verplicht moet aanbieden, zonder dat de gemeente de doorzettingsmacht heeft om toegang tot jeugdzorg, tot onderwijs, tot werk of wat dan ook te kunnen regelen. Het wordt een zware opdracht voor gemeenten, die overigens te maken krijgen met twee uitkeringssystemen. Het ene uitkeringssysteem heet de Wet investering jongeren, de inkomensvoorziening als het niet lukt om jongeren van 18 tot 27 jaar een plek te bieden. Het andere uitkeringssysteem heet Wet werk en bijstand voor alle leden van de beroepsbevolking van 28 tot 65 jaar. Dat is geen vermindering van administratieve lasten en regelgeving, maar een verzwaring van uitvoerende taken en dat gaat ten koste van de investering in mensen. Daarom stemt mijn fractie hartstochtelijk maar met grote droefheid tegen het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik verzoek de leden het karakter van stemverklaringen te bewaren. Een stemverklaring is een korte toelichting op de motieven voor het stemgedrag. Dat is iets anders dan een uitleg van wat er in het wetsvoorstel staat.

De heer Elzinga (SP):

Voorzitter. Gisteren heb ik in het debat de belangrijkste bezwaren van de SP-fractie bij het voorstel kenbaar gemaakt. Wij hebben juridische, maar vooral ook wetstechnische en uitvoeringstechnische bezwaren. Het was een goed debat, maar helaas hebben wij de staatssecretaris niet kunnen overtuigen. De staatssecretaris heeft ons echter evenmin kunnen overtuigen.

De belangrijkste afweging voor mijn fractie is dat een recessie absoluut het verkeerde moment wordt gevonden om te bezuinigen op jongeren. De structurele bezuinigingen, in het coalitieakkoord geraamd op 250 mln., zullen door de stijgende jeugdwerkloosheid binnen de kortste keren worden overschreden. De eenmalige investering van hetzelfde bedrag in het kader van het actieplan Jeugdwerkloosheid, een fantastische investering, is helaas nog niet eens een sigaar uit eigen doos. De SP-fractie stemt tegen deze wet inzake het bezuinigen op jongeren.

De voorzitter:

Ik zal ervoor zorgen dat er in een volgende vergadering van het College van Senioren voorbeelden komen van stemverklaringen.

De heer Schouw (D66):

Voorzitter. Na het sprankelende debat van gisteren is de D66-fractie tegen dit wetsvoorstel om twee redenen. Wat je wilt met dit wetsvoorstel, is ook te regelen in de Wwb en het wetsvoorstel bevat geen instrumenten voor doorzettingsmacht voor het lokaal bestuur om banen, stageplekken en onderwijs te garanderen. Dat is heel jammer en daarom stemmen wij tegen. Ik denk dat dit een voorbeeld is van een duidelijke stemverklaring.

Mevrouw Swenker (VVD):

Voorzitter. Hoewel wij het eens zijn met de doelstellingen van de staatssecretaris, vinden wij de wijze waarop dit in een aparte wet wordt vormgegeven, een slechte zaak. Het is volgens de VVD-fractie een overbodige wet, want de Wwb bevat alle instrumenten die nodig zijn om deze, overigens goede, doelstellingen te verwezenlijken. Om die reden stemt de VVD-fractie tegen. Dat was volgens mij ook een goede stemverklaring.

De voorzitter:

Ik begrijp dat u zichzelf allemaal heel geweldig vindt. Ik stel voor, te stemmen bij zitten en opstaan.

In stemming komt het wetsvoorstel

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van GroenLinks, de SP, de VVD, de PvdD en D66 tegen dit wetsvoorstel hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat het is aangenomen.

Dan zouden wij nu gaan stemmen over het wetsvoorstel Wijziging van de Zorgverzekeringswet, de Wet op de zorgtoeslag en enige andere wetten, houdende maatregelen om ook wanbetalers voor hun zorgverzekering te laten betalen (structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering) (31736). Ik heb echter geconstateerd dat de CDA-fractie een ordevoorstel wenst te doen.

De heer Van de Beeten (CDA):

Voorzitter. De CDA-fractie heeft naar aanleiding van de antwoorden die de minister vorige week heeft gegeven, de behoefte om vandaag niet tot stemming over te gaan, maar hem in een derde termijn nadere vragen te stellen. Ik sluit overigens niet uit dat andere woordvoerders na het antwoord van de minister daarop willen reageren.

De voorzitter:

Ik concludeer dat er een derde termijn is gevraagd en stel voor, deze te agenderen voor volgende week.

Daartoe wordt besloten.