De voorzitter:

Ik verzoek de leden te gaan staan. Ingekomen is bericht van het overlijden van het oud-lid van deze Kamer de heer H.J. Louwes. Ik lees de brief voor die ik aan zijn weduwe heb gezonden.

"Met diep leedwezen heeft de Eerste Kamer kennisgenomen van het overlijden op 2 juni jongstleden op 78-jarige leeftijd van uw echtgenoot, ingenieur H.J. Louwes, van 1963 tot 1979 lid van deze Kamer.

Zijn geboorteplaats, zijn woonplaats en de plaats van overlijden lagen in de huidige gemeente Marne, in het Groninger Hogeland. Na zijn studie aan de Landbouwhogeschool te Wageningen studeerde hij van 1946 tot 1947 landbouwkunde aan de University of Illinois te Urbana in de Verenigde Staten, waar hij de graad van Master of Science, Agriculture and Economics verwierf. Hendrik Jan Louwes was dus niet alleen een telg uit een boerendynastie van het Groninger Hogeland, hij was ook wereldburger. Naast een vanzelfsprekende, welhaast aangeboren, belangstelling voor het agrarisch bedrijf, bestaat er in die families van het Groninger Hogeland ook een bijna natuurlijke belangstelling, en welhaast aangeboren aanleg, voor politiek en bestuur. Dat uitte zich bij Hendrik Jan Louwes in een grote bereidheid tijd en talent te geven aan het openbaar bestuur: gemeenteraad, provinciale staten, nationale en Europese volksvertegenwoordiging. In die kwaliteiten kon hij zijn talenten in dienst stellen van de belangen van de landbouw in Nederland en in Europa. De familie Louwes kende de bestuurlijke traditie van vader op zonen en Hendrik Jan gaf daar nog een Europese dimensie aan.

Een ander kenmerk van deze rijzige-boerenbestuurders is hun gevoel voor humor. Ook Hendrik Jan Louwes kon goede grappen waarderen met een genoeglijk glaasje bij de hand. Dat gevoel voor humor blijkt ook uit de herinneringen die hij schreef over zijn lidmaatschap van deze Kamer: zijn optreden bij de beraadslaging over de Machtigingswet van het kabinet-Den Uyl, waarop hij zich tijdens de kerstdagen en Oud en Nieuw moest voorbereiden. En uit zijn relatie met zijn fractievoorzitter, Van Riel, die hem, zoals hij zelf schrijft, indeelde in de categorie "lui, maar intelligent", een categorie die Van Riel waardeerde, want degenen die daartoe behoorden, liepen hem het minst voor de voeten.

Wellicht anders dan verwacht, zijn deze noorderlingen ook gevoelig voor emoties. Vooral wanneer zij menen in hun eerlijke gevoelens en overtuigingen te worden aangetast. Dan kunnen de golven hoog gaan. Dan ontstaat karaktervolle onverzettelijkheid.

Persoonlijk bewaar ik daar nog herinneringen aan die mij heugen. Dat was het geval toen uw echtgenoot zijn zetel in de Eerste Kamer, waarin hij ondervoorzitter was, van zijn fractie, in 1977 dreigde te verliezen als gevolg van voorkeurstemmen in Gelderland. In de hoedanigheid die ik toen in onze partij bekleedde, ben ik met hem de barricaden opgegaan, met als resultaat een voor allen aanvaardbaar compromis. Hendrik Jan Louwes zou de hem oorspronkelijk toegedachte zetel in de Eerste Kamer gaan bekleden totdat hij zijn beginselen en zijn politieke denkbeelden na 1979 zou gaan uitdragen in het Europese Parlement, na de eerste directe verkiezingen voor dat parlement. Zo gaf het niet-gezochte incident nog een extra dimensie aan zijn politieke carrière, die hem tot een sieraad heeft gemaakt van zijn partij en van de familie waaruit hij voortkwam.

Ik spreek de hoop uit dat de goede herinneringen die velen aan hem bewaren en het grote respect dat hem wordt toegedragen, de familieleden tot troost mag zijn bij het dragen van het verlies."

(De aanwezigen nemen enkele ogenblikken stilte in acht.)

Naar boven