Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Veiligheid en JustitieStaatscourant 2017, 55421Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 27 september 2017, nummer 2130549, houdende wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (honderddrieënvijftigste wijziging)

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Gelet op de artikelen 2c, vijfde lid, 2l, eerste lid, 9, derde lid, 24, tweede lid, 37, tweede lid, 56 en 62, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, de artikelen 2.2, eerste lid, 3.77, elfde lid, 3.80a, vijfde lid, 3.86, achttiende lid, 3.96a, vijfde lid, 3.107a, vijfde lid en 5.1 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en artikel X, derde lid, van het Besluit modern migratiebeleid;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Voorschrift Vreemdelingen 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt het bedrag van € 5.276 vervangen door: € 5.345.

2. In het tweede lid wordt het bedrag van € 2.638 vervangen door: € 2.672.

B

In artikel 1.17 worden de bedragen van € 148 en € 43, achtereenvolgens vervangen door: € 150, € 44.

C

Artikel 3.1, derde lid, onderdeel j, komt te luiden:

  • j. Arbeid als zelfstandige toegestaan, arbeid in loondienst alleen toegestaan met TWV;.

D

Artikel 3.16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘artikel 6, eerste lid, onderdeel a of b, van de Wet inburgering’ vervangen door: artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering.

2. In het derde lid wordt ‘artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering’ vervangen door: artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inburgering.

E

Artikel 3.25 wordt als volgt gewijzigd:

1. ‘artikel 3.77, zevende lid’ wordt vervangen door: artikel 3.77, elfde lid.

2. ‘artikel 3.86, negentiende lid’ wordt vervangen door: artikel 3.86, achttiende lid.

F

In de tabel in artikel 3.34 komt rij p te luiden:

p. ‘medische behandeling’

In het kader van ‘medische behandeling’ als bedoeld in artikel 3.46, vierde lid, van het Besluit € 0, overige € 1.003

In het kader van ‘medische behandeling’ als bedoeld in artikel 3.46, vierde lid, van het Besluit € 0, overige € 396

G

In artikel 3.34 wordt de tarieftabel vervangen door:

I. Verblijfsdoel

II. Verlening of wijziging

III. Verlenging

a. ‘verblijf als familie- of gezinslid’

€ 240

€ 240

b. ‘verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene of vermogende vreemdeling’

€ 161 of als vermogende vreemdeling: € 2.137

€ 161, of als vermogende vreemdeling: € 1.069

c. ‘arbeid als zelfstandige’

In het kader van ‘arbeid als zelfstandige’ als bedoeld in artikel 3.30, zesde lid, van het Besluit € 321, overige € 1.336

€ 401

d. ‘arbeid als kennismigrant’

€ 938

€ 401

e. ‘verblijf als houder van de Europese blauwe kaart’

€ 909

€ 401

f. ‘seizoenarbeid’

€ 802

niet van toepassing

g. ‘overplaatsing binnen een onderneming’

€ 938

€ 401

h. ‘arbeid in loondienst’

€ 909

€ 401

i. ‘grensoverschrijdende dienstverlening’

€ 909

€ 401

j. ‘wetenschappelijk onderzoek in de zin van richtlijn 2005/71/EG’

€ 321

€ 321

k. ‘lerend werken’

€ 802

niet van toepassing

l. ‘arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel’

€ 0

€ 0

m. ‘studie’

€ 321

€ 161

n. ‘het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst’

€ 641

niet van toepassing

o. ‘uitwisseling, al dan niet in het kader van een verdrag’

€ 641

niet van toepassing

p. ‘medische behandeling’

In het kader van ‘medische behandeling’ als bedoeld in artikel 3.46, vierde lid, van het Besluit € 0, overige€ 1.016

In het kader van ‘medische behandeling’ als bedoeld in artikel 3.46, vierde lid, van het Besluit € 0, overige € 401

q. ‘tijdelijke humanitaire gronden’

In het kader van ‘buiten schuld’, met uitzondering van amv’s € 321, overige € 0

In het kader van ‘buiten schuld’, met uitzondering van amv’s € 321, overige € 0

r. ‘het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap’

€ 1.016

€ 401

s. ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’

In het kader van de regeling langdurig verblijvende kinderen € 161, overige€ 1016

In het kader van de regeling langdurig verblijvende kinderen € 161, overige € 401

t. alle overige verblijfsdoelen

€ 1.016

€ 401

H

In artikel 3.34a wordt de tarieftabel vervangen door:

I. Categorie

II. Verlening of wijziging

III. Verlenging

a. ‘verblijf als familie- of gezinslid’ indien het een kind betrtikel 3.343.34d komen te luiden:nderdeel NNet Voorschrift Vreemdelingen 2000 worden de bij dit besluit opgenomen bijlagen ingreft die verblijf vraagt bij een ouder

€ 240

€ 161

b. gezinslid van een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen welk gezinslid het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ aanvraagt

€ 161

€ 161

c. houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen in een andere lidstaat of een gezinslid daarvan die een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet aanvraagt

€ 161

€ 161

d. vreemdeling die valt onder artikel 41, eerste lid, van het op 23 november 1970 te Brussel tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij de op 12 september 1963 te Ankara gesloten Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije (Trb. 1971, 70) of artikel 6, 7 of 13 van het Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie

€ 51

€ 51

e. vreemdeling die in aanmerking komt voor de terugkeeroptie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet

€ 51

€ 51

f. vreemdeling met de nationaliteit van Australië, Canada, Nieuw Zeeland dan wel Zuid-Korea die het verblijfsdoel ‘uitwisseling’ aanvraagt, in het kader van het Working Holiday Scheme of het Working Holiday Programme

€ 51

niet van toepassing

g. vreemdeling met de nationaliteit van Canada die het verblijfsdoel ‘lerend werken’ aanvraagt, in het kader van het Young Workers Exchange Programme

€ 51

niet van toepassing

h. vreemdeling die werkzaamheden als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van het op 7 juni 2007 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland (Trb. 2007, 25) verricht en het verblijfsdoel ‘arbeid in loondienst’ aanvraagt

€ 65

€ 65

i. vreemdeling die met het oog op de voorlaatste alinea van de brief van 21 december 2007 van de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Verenigde Naties, behorend bij het op 21 december 2007 te New York tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de Zetel van het Speciale Tribunaal voor Libanon (Trb. 2007, 228), het verblijfsdoel ‘arbeid in loondienst’ aanvraagt

€ 65

€ 65

j. vreemdeling die het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ aanvraagt en die om vrijstelling van leges verzoekt, daarbij een gerechtvaardigd beroep doet op artikel 8 EVRM en aantoont niet te kunnen beschikken over middelen om aan de legesverplichting te kunnen voldoen

€ 0

€ 0

k. vreemdeling die blijkens een schriftelijke verklaring van de Minister in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, voor een verblijfsdoel verband houdend met niet-tijdelijke humanitaire gronden of met een ander verblijfsdoel dan genoemd in artikel 3.4, eerste lid, van het Besluit

€ 0

niet van toepassing

l. minderjarig kind dat een aanvraag indient voor ‘verblijf als familie- of gezinslid’ bij een vreemdeling die verblijf heeft gekregen of heeft aangevraagd voor het verblijfsdoel ‘tijdelijke humanitaire gronden’, tenzij die verblijfsvergunning is verleend op grond van artikel 3.48, eerste lid, onder g, of 3.48, tweede lid, onder a, van het Besluit

€ 0

€ 0

m. de vreemdeling in aanmerking komt voor verlenging van de verblijfsvergunning als bedoeld in artikel van 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid voor verblijf bij een vreemdeling aan wie in het kader van dreigend eergerelateerd geweld, slachtoffer mensenhandel of huiselijk geweld, een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden is verleend

niet van toepassing

€ 0

n. de broer en zus die een aanvraag indienen voor ‘verblijf als familie- en gezinslid’ bij een vreemdeling die verblijf heeft gekregen of heeft aangevraagd voor het verblijfsdoel ‘tijdelijke humanitaire gronden’ in het kader van het beleid voor de Afghaanse vreemdeling die een verwesterde, schoolgaande en minderjarige vrouw is

€ 0

€ 0

o. vreemdeling die een aanvraag indient in het geval, bedoeld in artikel 3.101, tweede lid, van het Besluit

€ 0

niet van toepassing

p. de vreemdeling waaraan een verblijfsvergunning is verleend in het kader van verblijf als gezinslid van een militair verbonden aan een hier te lande gevestigd internationaal militair hoofdkwartier (Joint Force Command-headquarters) onder de beperking ‘arbeid in loondienst’

€ 240

€ 0

I

In artikel 3.34c worden de bedragen van € 371 en € 237, achtereenvolgens vervangen door: € 376, € 240.

J

In de artikelen 3.34g, 3.43b en 3.43c wordt het bedrag van € 159 telkens vervangen door: € 161.

K

In artikel 3.34j worden de bedragen van € 264, € 159 en € 237, achtereenvolgens vervangen door: € 267, € 161, € 240.

L

In artikel 3.34k wordt het bedrag van € 105 vervangen door: € 106.

M

In artikel 3.48, eerste lid, wordt ‘artikel 6, eerste lid, onderdeel a of b, van de Wet inburgering’ vervangen door: artikel 6, eerste of tweede lid, van de Wet inburgering.

N

In artikel 3.51, eerste lid, wordt het bedrag van € 159 vervangen door: € 161.

O

De titel van afdeling 1 van hoofdstuk 4 komt te luiden:

AFDELING 1. GRENSBEWAKING EN TOEZICHT

P

Artikel 5.2 komt te luiden:

De maatregel, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Wet, wordt opgelegd, gewijzigd en opgeheven door de ambtenaar bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a en b, van de Wet, die tevens hulpofficier van justitie is, door de ambtenaar van politie met ter zake voldoende kennis en kunde die daartoe is aangewezen door de korpschef, of door de ambtenaar van de Dienst Terugkeer en Vertrek en de ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst die daartoe bevoegd zijn.

Q

In artikel 6.3, derde lid, wordt na ‘het Speciale Hof voor Sierra Leone,’ ingevoegd: het Kosovo Relocated Specialist Judicial Institution,

R

Na artikel 7.2c wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7.2d

Een op 1 oktober 2017 geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier, verleend onder de beperking ‘tijdsverloop asiel’, wordt vanaf dat tijdstip aangemerkt als een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier, verleend onder de beperking verband houdend met niet-tijdelijk humanitaire gronden.

S

Bijlage 1, behorend bij artikel 2.1, eerste lid, onder a, komt te luiden als aangegeven in de bijlage behorend bij deze regeling.

T

Bijlage 18, behorend bij artikel 3.33a, vervalt.

ARTIKEL II

  • 1. Artikel I, onderdelen C, D, E, F, M, O, P, Q, R, S en T treden in werking met ingang van 1 oktober 2017, met dien verstande dat artikel I, onderdeel F, terugwerkt tot en met 1 september 2017.

  • 2. Artikel I, onderdelen A, B, G, H, I, J, K, L en N treden in werking met ingang van 1 januari 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 27 september 2017

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff

BIJLAGE 1, BEHOREND BIJ ARTIKEL 2.1, EERSTE LID, ONDER A, VOORSCHRIFT VREEMDELINGEN 2000

Luchthaven

Luchthavencode

Accra International Airport

ACC

Abu Dhabi International Airport

AUH

Bahrein International Airport

BAH

Boryspil International Airport

KBP

Ezeiza International Airport

EZE

Damman- King Fahd International Airport

DMM

Dar Es Salaam International Airport

DAR

Dubai International Airport

DXB

Dubai Al Maktoum International Airport

DWC

Entebbe International Airport

EBB

Guangzhou Baiyun International Airport

CAN

Hong Kong International Airport

HKG

Hamad International Airport

DOH

Istanboel International Atatürk Airport

IST

Istanboel Sabiha Gökçen International Airport

SAW

Izmir International Airport

ADB

Johan Adolf Pengel International Airport

PBM

Johannesburg International Airport

JNB

Kigali International Airport

KGL

Kuala Lumpur International Airport

KUL

Kuwait International Airport

KWI

Lagos International Airport

LOS

Lungi International Airport

FNA

Moskou Sheremetjevo International Airport

SVO

Muscat International Airport

MCT

Nairobi Jomo Kenyatta International Airport

NBO

New Delhi Indira Gandhi International Airport

DEL

Rafael Núnez International Airport

CTG

Roberts International Airport

RBO

Sao Paulo International Airport

GRU

Singapore Changi International Airport

SIN

Teheran Imam Khomeini International Airport

IKA

Tirana Nene Tereza International Airport

TIA

TOELICHTING

Algemeen

Deze regeling tot wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 bevat onder andere de jaarlijkse indexering van de legestarieven, een aanpassing in verband met de inwerkingtreding van Wet van 23 juni 2017 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding (Stb. 2017, 285) en de bijbehorende wijziging van het Besluit inburgering (Stb. 2017, 286) en de actualisering van de lijst met afschriftplichtige luchthavens.

De invoeringstermijn van deze regeling bedraagt minder dan twee maanden. Hiermee wordt afgeweken van het in het Kabinetsstandpunt inzake Vaste Verandermomenten neergelegde uitgangspunt. Deze uitzondering is toegestaan omdat artikel I, onderdelen C en F, spoedregelgeving betreft (Aanwijzing 174, vierde lid, onder b, van de Aanwijzingen voor de regelgeving).

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdelen A, B, G, H, I, J, K, L en N (artikelen 1.11, 1.17, 3.34, 3.34a, 3.34c, 3.34g, 3.34j, 3.34k, 3.43b, 3.43c en 3.51)

In de brief van 28 november 2012 aan de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken I 2012/13, 31 549, nr. K) is aangekondigd dat de legestarieven met ingang van 2014 worden geïndexeerd. De onderhavige regeling geeft voor het jaar 2018 uitvoering aan de indexering van de legestarieven.

De leges zijn geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de cao-lonen zoals berekend door het CBS (1,3%), conform de handelwijze bij de indexering van de leges die geheven worden in het kader van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Voor een nadere toelichting over het indexeringscijfer wordt verwezen naar de toelichting bij de Beschikking wijzigingspercentage optie- en naturalisatiegelden 2018 (Stcrt. 2017, 48295).

Onderdeel C (artikel 3.1, derde lid, onderdeel j)

Op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gezinsherenigingsrichtlijn (richtlijn 2003/86/EG) hebben de gezinsleden van de gezinshereniger, op dezelfde wijze als de gezinshereniger, recht op toegang tot arbeid in loondienst of als zelfstandige. Indien de referent in het bezit is van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als zelfstandige’ dient uit de arbeidsmarktaantekening die van toepassing is op het gezinslid ondubbelzinnig tot uitdrukking te komen dat naast dat arbeid in loondienst alleen is toegestaan met een tewerkstellingsvergunning het gezinslid ook is toegestaan arbeid als zelfstandige te verrichten. In het nieuwe onderdeel j van artikel 3.1, derde lid, is daarom een nieuwe arbeidsmarktaantekening opgenomen. Het bovenstaande volgt uit de uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 31 maart 2017 (201606704/1/V1).

Onderdelen D en M (artikelen 3.16, eerste en derde lid, en 3.48, eerste lid)

In deze artikelen zijn enkele verwijzingen naar de Wet inburgering geactualiseerd. Deze wijzigingen houden verband met de inwerkingtreding met ingang van 1 oktober 2017 van de Wet van 23 juni 2017 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding (Stb. 2017, 285) en het Besluit van 26 juni 2017 tot wijziging van het Besluit inburgering en enkele andere besluiten in verband met het toevoegen van het onderdeel participatieverklaring aan het inburgeringsexamen en de wettelijke vastlegging van de maatschappelijke begeleiding (Stb. 2017, 286).

Het participatieverklaringstraject bestaat uit twee onderdelen: een inleiding in de kernwaarden van de Nederlandse samenleving en de ondertekening van de participatieverklaring. De ondertekening van de participatieverklaring moet worden beschouwd als het sluitstuk op dit examenonderdeel. Daarbij verklaart de inburgeringsplichtige dat hij door middel van een inleiding op de kernwaarden kennis heeft genomen van de kernwaarden van de Nederlandse samenleving en dat hij deze respecteert.

In het overgangsrecht van bovengenoemde Wet van 23 juni 2017 is geregeld dat voor inburgeringsplichtigen, van wie de inburgeringsplicht uiterlijk de dag voor de datum van inwerkingtreding van die wet is gestart en die nog niet hebben voldaan aan hun inburgeringsplicht, het participatieverklaringstraject geen verplicht onderdeel is van het inburgeringsexamen. Niet-inburgeringsplichtigen hoeven het participatieverklaringstraject niet te volgen.

Onderdeel E (artikel 3.25)

In artikel 3.25 zijn de verwijzingen naar de artikelen in het Vreemdelingenbesluit 2000 geactualiseerd.

Onderdeel F (artikel 3.34, rij p)

In de brief van 11 april 2017 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II 2016/17, 19 637, nr. 2312) is aangegeven wat naar aanleiding van de uitspraak van het Grote Kamer van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 13 december 2016 (nr. 41738/10) de gevolgen voor het nationale beleidskader zijn. Het beleid is op 1 september 2017 in werking getreden (Stcrt. 2017, 50078). Onderdeel van het nieuwe beleid is dat de vreemdeling, die een jaar onafgebroken verblijf op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 heeft gehad, een verblijfsvergunning op grond van artikel 3.46, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 kan aanvragen. Voor het aanvragen van deze vergunning zullen geen leges worden gevraagd. Aangezien het beleid met ingang van 1 september 2017 in werking is getreden treedt dit onderdeel met terugwerkende kracht met ingang van die datum in werking.

Onderdeel O (titel van afdeling 1 van hoofdstuk 4)

In afdeling 1 van hoofdstuk 4 zijn naast bepalingen omtrent de grensbewaking, ook bepalingen neergelegd die zien op de bevoegdheden van verschillende ambtenaren bij de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Daarmee is een aanpassing van de titel van de afdeling passend.

Onderdeel P (artikel 5.2)

Tussen de kring van ambtenaren die bevoegd is tot het opleggen van de vrijheidsbeperkende maatregel bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, en de kring van ambtenaren die bevoegd is tot het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregelen neergelegd in artikel 59, 59a en 59b van de Vreemdelingenwet 2000 zit een discrepantie. Middels deze wijziging wordt deze opgeheven.

Dit onderscheid is ontstaan omdat in de loop der tijd de kring van ambtenaren die bevoegd is tot het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel is uitgebreid, om de continuïteit van het proces te waarborgen terwijl tevens moest worden geborgd dat ambtenaren met goede kennis van, en dagelijkse affiniteit met de Vreemdelingenwet 2000 de maatregel van vrijheidsontneming oplegden.

De maatregel van beperking van vrijheid van beweging, bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, wordt algemeen gezien als een minder dwingende maatregel dan de maatregel van vreemdelingenbewaring. De eisen voor wat betreft de proportionaliteit en evenredigheid die worden verbonden aan het opleggen van deze maatregel zijn ook minder zwaar dan die welke moeten worden gerespecteerd bij het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel.

Tegen deze achtergrond bestaat geen goede reden waarom de kring van ambtenaren binnen de politie en Koninklijke Marechaussee die bevoegd zijn tot het opleggen van een maatregel als bedoeld in artikel 56 eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000, kleiner dient te zijn dan die een vrijheidsontnemende maatregel kan opleggen. Ook de bepaling neergelegd in het tweede lid van artikel 5.2, dat de korpschef in spoedeisende gevallen bevoegd is tot het opleggen van de maatregel, kan tegen deze achtergrond vervallen. Het beperken van het mandaat van de korpschef tot spoedeisende gevallen hindert in de praktijk ook een efficiënte inzet van de beschikbare capaciteit. Het derde lid heeft geen zelfstandige betekenis en kan gelijk met het tweede lid vervallen.

In de opleiding en nascholing van de politie zal extra aandacht worden besteed aan de randvoorwaarden van deze maatregel. Daarbij moet worden bedacht dat die voorwaarden minder complex zijn dan die voor het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel.

De kring van bevoegde ambtenaren werkzaam voor de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Dienst Terugkeer en Vertrek die de maatregel kunnen opleggen blijft ongewijzigd.

Onderdeel Q (artikel 6.3, derde lid)

Met de wet van 12 oktober 2016, Staatsblad 2016, 428 is het op 15 februari 2016 te Pristina tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kosovo betreffende de vestiging van het Kosovo Relocated Specialist Judicial Institution in Nederland (Tractatenblad , 2016, 27, en 75), goedgekeurd. Met ingang van 1 januari 2017 is het verdrag in werking getreden. Daarmee kan het instituut vanaf die datum rechtshandelingen verrichten en procedures laten starten. Gegeven de verplichtingen in het verdrag ten aanzien van de personen die verschijnen voor dat instituut en gezien de vergelijkbare positie die Nederland krachtens de betreffende zetelverdragen op dit punt heeft ten opzichte van internationale tribunalen die in Nederland zetelen, ligt het in de rede het instituut ook te brengen onder de uitzondering neergelegd in de bepaling van artikel 6.3, derde lid.

Onderdeel R (artikel 7.2d)

Het moderne migratiebeleid kent een aantal nieuwe beperkingen ten opzichte van de voorheen gehanteerde beperkingen. Op grond van artikel X, eerste lid, van het Besluit modern migratiebeleid (Stb. 2010, 307) zijn de oude beperkingen omgezet in de nieuwe beperkingen. Bij deze omzetting is de beperking ‘tijdsverloop asiel’ niet omgezet in de beperking ‘niet-tijdelijk humanitair’. Dit gebeurt nu alsnog.

De reeds voor 1 oktober 2017 afgegeven verblijfsdocumenten, waarop de oude beperking is aangetekend, blijven geldig tot de geldigheidsduur verstrijkt of de vergunning is ingetrokken. Hiermee wordt voorkomen dat houders van een verblijfsvergunning regulier met de beperking ‘tijdsverloop asiel’ op 1 oktober 2017 hun verblijfsdocument zouden moeten laten vervangen. Vervanging van de oude verblijfsdocumenten vindt plaats op het natuurlijke moment waarop de geldigheidsduur moet worden verlengd. Daarbij wordt de nieuwe beperking op het nieuwe verblijfsdocument aangetekend. Artikel 7.2d regelt dat de oude beperking vanaf 1 oktober 2017 direct wordt aangemerkt als de nieuwe beperking. Dit betekent dat de vreemdeling die houder is van een verblijfsvergunning in het kader van ‘tijdsverloop asiel’ wordt aangemerkt als houder van een verblijfsvergunning verband houdend met niet-tijdelijk humanitaire gronden. Deze wijziging verandert niets aan de rechten en plichten die bij de verblijfsvergunning horen. De vreemdelingen die het betreft zullen per brief worden bericht over deze wijziging.

Onderdeel S (bijlage 1, behorend bij artikel 2.1, eerste lid, onder a)

Bijlage 1, behorend bij artikel 2.1, eerste lid, onder a, wijst de vervoerders aan die de documenten van hun passagiers dienen te fotograferen, te fotokopiëren of te scannen. Hiervoor zijn alle vervoerders aangewezen indien zij vanaf bepaalde luchthavens naar Nederland vliegen. Om de luchtvaartmaatschappijen niet onnodig te belasten, is de opsomming beperkt tot een aantal luchthavens waarvandaan niet gedocumenteerde vreemdelingen worden aangevoerd. Teneinde de maatregel zo effectief mogelijk te laten zijn, wordt de lijst met luchthavens steeds geactualiseerd aan de hand van ervaringsgegevens.

De ervaringsgegevens van februari 2017 tot en met juli 2017 hebben geleid tot een aangepaste lijst van drieëndertig afschriftplichtige luchthavens. Tweeëndertig luchthavens die het laatste half jaar op de lijst worden genoemd, blijven gehandhaafd. De luchthaven van Kilimanjaro is van de lijst afgehaald en de luchthaven van Izmir is aan de lijst toegevoegd.

Onderdeel T (bijlage 18, behorend bij artikel 3.33a)

Artikel 3.33a (oud) is bij de 116e wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (Stcrt. 2013, 9199) komen te vervallen. Abusievelijk is de bijbehorende bijlage niet komen te vervallen. Met deze wijziging wordt dit hersteld.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff