35 570 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2021

Nr. 184 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP EN VOOR BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS EN MEDIA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 februari 2021

In deze brief gaan wij in op de door uw Kamer aangenomen moties en amendementen van de afgelopen begrotingsbehandeling (Handelingen II 2020/21, nr. 15, items 5 en 11), het cultuurbegrotingsdebat (Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 147), en het mediabegrotingsdebat (Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 149).

Daarnaast ontving uw Kamer een opbrengstenbrief (Kamerstuk 30 420, nr. 357) met een reactie op alle aangenomen moties die zijn ingediend tijdens het WGO (Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 124) over emancipatie.

Begrotingsbehandeling

Moties

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 41

Het lid Rudmer Heerema

verzoekt de regering om samen met de pabo's ervoor te zorgen dat het curriculum van de pabo tijdens de curriculumherziening van het funderend onderwijs wordt aangepast en herzien op basis van de tussentijdse uitkomsten, en dat het curriculum van de pabo meer in lijn loopt met het proces van de curriculumherziening;

Reactie:

Wanneer SLO samen met vakdidactici en leraren start met het maken van concept-kerndoelen, worden ook lerarenopleidingen actief betrokken. Daarna worden deze concept kerndoelen in pilots op scholen in praktijk gebracht. De lerarenopleiders worden ook betrokken bij de uitvoering van de pilots.

Parallel aan de pilots zal het gesprek worden georganiseerd over de consequenties van de bijstelling van de kerndoelen op het curriculum van de lerarenopleidingen, waaronder de pabo. De aanpassingen van de programmering van de opleidingen kan vanaf dat moment ook plaatsvinden. Met de opleidingen zal bekeken worden welke aanpassingen gedaan kunnen worden, voordat de bijgestelde kerndoelen worden opgeleverd. Uw Kamer ontvangt de eerste tussenadviezen van de wetenschappelijke curriculumcommissie, waaronder het tussenadvies over de werkopdracht aan SLO voor het maken van concept kerndoelen. Een inhoudelijke reactie op de aanbevelingen van de commissie is aan de nieuwe Kamer.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 42

Het lid Rudmer Heerema

verzoekt de regering een fonds in te richten waarmee het huidige budget voor bewegingsonderwijs vanuit de prestatiebox, eerst voor twee jaar, beschikbaar komt voor innovatieve plannen van scholen in samenwerking met alo's om de wettelijke verplichting van twee uur bewegingsonderwijs te halen en het bewegen in brede zin steviger op school te verankeren, en de Kamer periodiek te informeren over de voortgang hiervan,

Reactie:

In de brief (Kamerstukken 31 293, 31 289 en 31 497, nr. 573) over moties en toezeggingen schreven wij in gesprek te zijn met externe partners over de invulling van een fonds voor innovatie in het bewegingsonderwijs. De knelpunten bij het realiseren van beweging en bewegingsonderwijs zijn zeer uiteenlopend. Daarom richten we een subsidieregeling in waarbij scholen zoveel mogelijk zelf de ruimte krijgen om plannen te ontwikkelen. Tegelijkertijd kan er gebruik worden gemaakt van bestaande expertise (van bijvoorbeeld de ALO’s) en beproefde oplossingen op regionaal niveau. De subsidie moet ten goede komen aan het realiseren van twee lesuren bewegingsonderwijs per week of aan de verankering van bewegen in brede zin. Bij dit laatste valt te denken aan een derde lesuur bewegingsonderwijs, naschoolse activiteiten of pauzespelen. Wij verwachten dat het fonds conform de motie voor het volgende schooljaar van kracht is.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 43

Van de leden Wiersma en Bruins

Verzoekt de regering om samen met de VSNU en de VH en samen met universiteiten en hogescholen ondernemerschapsvaardigheden mee te nemen in het in de strategische agenda hoger onderwijs en onderzoek genoemde leertraject brede vaardigheden en het mbo hierbij te betrekken, en de Kamer hierover in de voortgangsrapportage over de strategische agenda te informeren,

Reactie:

Deze motie wordt meegenomen in het leertraject brede vaardigheden. Dit is een lopend proces. Een korte update hierover zal worden toegevoegd aan de voortgangsrapportage van de Strategische Agenda, die gepubliceerd zal worden aan het einde van het eerste kwartaal 2021.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 44

De leden Wiersma en Paternotte

verzoekt de regering om mogelijk te maken dat instellingen binnen de huidige goedgekeurde kwaliteitsafspraken schuiven binnen de kwaliteitsmiddelen, om zo op instellingsniveau meer financiële ruimte mogelijk te maken om de kwaliteit van onlineonderwijs te verbeteren,

Reactie:

De uitvoering van deze motie is opgenomen in het corona-servicedocument. De formele afwikkeling wordt opgenomen in de voorgangsrapportage van de Strategische Agenda, die gepubliceerd zal worden aan het einde van het eerste kwartaal 2021.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 45

De leden Wiersma en Van der Molen

verzoekt de regering tevens om de beste praktijken voor erkenning van extracurriculaire activiteiten, als Studie Actief Certificaten, binnen overleggen met de VSNU, de VH en de MBO Raad te delen en te inventariseren, en over de voortgang hiervan de Kamer periodiek te informeren,

Reactie:

Via SURF worden onderwijsinstellingen opgeroepen samen met (lokale) studenten een certificaat (in de vorm van een EduBadge) te ontwikkelen zodat studenten die extracurriculaire activiteiten doen erkenning krijgen. Daarnaast zal met VNO-NCW worden gesproken om de bekendheid van de certificaten te vergroten. De opleverdatum van de certificaat is nog niet bekend.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 87

Het lid Westerveld

verzoekt de regering om met wetenschappers, docenten en studenten in gesprek te gaan met het oog op modernisering van de wetgeving [universitaire medezeggenschap];

Reactie:

Met de invoering van de Wet versterking bestuurskracht is de inspraak en zeggenschap in het hoger onderwijs versterkt en gemoderniseerd. De evaluatie van deze wetgeving is gestart en de uitkomsten worden rond de zomer van 2021 verwacht. Dit wordt besproken met de in de motie genoemde partijen. De Tweede Kamer wordt vervolgens geïnformeerd over de uitkomsten van de evaluatie, de gesprekken en (mogelijke) voornemens inzake aanpassing van wet- en regelgeving.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 47

Het lid Westerveld

verzoekt de regering, om de twee keer 20 miljoen euro in te zetten om kinderen te helpen die nu thuiszitten, bijvoorbeeld door hen van middelen en begeleiding te voorzien,

Reactie:

In de brief over moties en toezeggingen hebben wij uw Kamer geïnformeerd. De prestatieboxmiddelen voor thuiszitters zijn geen nieuwe middelen die zijn vrijgekomen. Dit zijn bestaande middelen afkomstig uit het sectorakkoord vo die in de kalenderjaren 2021 en 2022 beschikbaar worden gesteld aan schoolbesturen. Dit kan zowel preventief (bijvoorbeeld door het verbeteren van de verzuimregistratie), maar ook voor huidige thuiszittende ingeschreven leerlingen. De middelen gaan inderdaad niet rechtstreeks naar niet-ingeschreven leerlingen. Die groep wordt betrokken binnen de uitwerking van afstandsonderwijs als instrument voor thuiszitters. Op dit moment wordt door de VO-raad een servicedocument ontwikkeld waarin onder andere vermeld staat hoe scholen deze middelen kunnen inzetten. De verwachting is dat dit document in het voorjaar van 2021 onder schoolbesturen wordt verspreid.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 48

Het lid Westerveld

verzoekt de regering om met onderwijsinstellingen in gesprek te gaan om het Bindend Studieadvies te vervangen door een advies dat enkel adviserend is,

Reactie:

Uw Kamer zal medio april een brief over het bindend studieadvies ontvangen, waarin gereageerd zal worden op deze motie.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 49

De leden Westerveld, Kwint en Van den Hul

verzoekt de regering, om vanaf 2022 al te handhaven, over het boekjaar 2021, zodat dit geld komend jaar wordt uitgegeven waarvoor het bedoeld is, namelijk passend onderwijs voor kinderen, betere ondersteuning van leraren en het verkleinen van het aantal thuiszittende kinderen,

Reactie:

In de brief (Kamerstuk 31 497, nr. 371) Evaluatie en Verbeteraanpak Passend Onderwijs is een extra maatregel aangekondigd om ervoor te zorgen dat de reserves van samenwerkingsverbanden versneld worden afgebouwd. Samenwerkingsverbanden moeten voor 1 februari 2021 een gezamenlijk plan indienen om de reserves versneld af te bouwen. Als dat plan er niet komt of niet goed genoeg is, zal het budget van samenwerkingsverbanden in 2021 generiek worden gekort. Met deze maatregel wordt al in 2021 ingegrepen en wordt op deze manier invulling gegeven aan de motie.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 50

De leden Van den Berge, Van den Hul

verzoekt de regering een deskundig team op te richten, bestaande uit experts en ervaringsdeskundigen, dat mbo-instellingen en leerwerkbedrijven kan ondersteunen in de aanpak van stagediscriminatie, en dat tevens kabinet en Kamer kan adviseren over maatregelen om stagediscriminatie aan te pakken,

Reactie:

Tijdens de begrotingsbehandeling is de regering door de leden Van den Berge (GroenLinks) en Van den Hul (PvdA) verzocht om een deskundig team op te richten, bestaande uit experts en ervaringsdeskundigen. Dit team kan mbo-instellingen en leerwerkbedrijven ondersteunen in de aanpak van stagediscriminatie, en kan daarnaast kabinet en Kamer adviseren over maatregelen om stagediscriminatie aan te pakken. Samen met het onderwijsveld wordt bekeken hoe hieraan uitvoering kan worden gegeven. Hierbij is een goede afstemming met lopende initiatieven, zoals het nieuwe kennispunt Gelijke kansen, diversiteit en inclusie (GKDI) van belang. Uw Kamer wordt dit voorjaar geïnformeerd over de uitvoering van deze motie.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 51

De leden Van den Berge en Paternotte

verzoekt de regering om in gesprek te gaan met de kenniscoalitie om te onderzoeken hoe in de toekomst aan de 3%-norm voldaan kan worden,

Reactie:

Uw Kamer is in de brief (Kamerstuk 31 288, nr. 889) over de aanbieding van het advies van de kenniscoalitie geïnformeerd over de uitvoering van deze motie.

Kamerstuk 35 570 VIIII, nr. 52

Het lid Rog

verzoekt het kabinet, om in overleg met de sector primair en voortgezet onderwijs (besturen, schoolleiders en leraren) te verkennen of een deel van de lumpsum en/of subsidieregelingen kunnen worden omgebogen naar een structurele doelfinanciering voor scholen met relatief veel kinderen met een achterstand, zodat scholen gratis extra ondersteuning kunnen aanbieden in de vorm van bijvoorbeeld inhaalprogramma’s, huiswerkvrije scholen of huiswerkbegeleiding, teneinde meer kinderen kansen te bieden, en de Kamer daarover voor de zomer 2021 te informeren,

Reactie:

Momenteel bestaan er al aparte achterstandsmiddelen binnen de lumpsum waarmee scholen met relatief veel kinderen met een achterstand extra financiering ontvangen. Daarnaast kunnen scholen extra geld aanvragen middels diverse regelingen die zijn opgesteld om achterstanden ten gevolge van corona tegen te gaan. Het is aan een volgend kabinet om te besluiten over verdere financiering voor kinderen met een achterstand.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 53

De leden Rog en Van Meenen

verzoekt het kabinet, in overleg met de onderwijssector en de Inspectie, te verkennen hoe voorkomen kan worden dat de indicator «onderbouwrendement» kansenbelemmerend en risicomijdend gedrag bij scholen onbedoeld versterkt en op dit punt toe te werken naar een nieuwe vorm van toezicht, en de Kamer daarover te informeren voor de Voorjaarsnota,

Reactie:

We zijn nog steeds voornemens om deze verkenning vorm te geven, maar op dit moment gaan de actualiteiten voor. Er is een discussie geweest met de Inspectie van het Onderwijs over of deze indicator, gelet op de omstandigheden dit schooljaar, nog wel gemeten moest worden. Hier is uitgekomen dat we de scores op deze indicator juist wel in het zicht moeten houden, maar dat we de scholen in het po oproepen om kansrijk te adviseren en de scholen in het vo om kansrijk te plaatsen. In onze brief over corona en het funderend onderwijs is uw Kamer hierover nogmaals geïnformeerd over de overgang van het po naar het vo dit schooljaar. Verder wordt op dit moment met de Inspectie van het Onderwijs gekeken naar hoe zij de onderwijsresultaten van dit schooljaar in het po en in het vo mee laten wegen in hun oordeel.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 88

De leden Van der Molen, Kuik, El Yassini, Van Meenen en Van den Berge

verzoekt de regering om de MBO Card in stand te houden en deze middelen niet toe te voegen aan de koepelregeling cultuureducatie,

Reactie:

Mede naar aanleiding van deze motie zal € 500.000, wat initieel bestemd was om de koepelregeling cultuureducatie voor jongeren en kinderen mee te versterken en uit te breiden naar het middelbaar beroepsonderwijs, van 2021 tot en met 2024 ingezet worden om de MBO Card in stand te houden. In de brief over moties en toezeggingen mbo hebben wij uw Kamer reeds geïnformeerd over de uitvoering van deze motie.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 55

De leden Van der Molen, Bruins, Paternotte en Wiersma

verzoekt de regering om voor de mbo'ers die doorstromen naar het hbo de 1 februari-regeling aan te passen naar een 1 september-regeling en dit wetsvoorstel zo spoedig mogelijk naar de Kamer te sturen, waarbij de extra kosten gedekt worden uit de lumpsum van het hoger beroepsonderwijs (artikel 6),

Reactie:

Voor de uitvoering van deze motie is een wetswijziging nodig, deze wordt op dit moment voorbereid. Uw Kamer wordt rond de zomer geïnformeerd over de verdere uitvoering van deze motie.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 56

De leden Van der Molen en Paternotte

verzoekt de regering om de interesse onder instellingen te peilen om hieraan [studenten die onvoldoende studievoortgang bereikt hebben met goede begeleiding en duidelijke afspraken voor het tweede jaar, extra tijd te geven om te kijken of ze toch op de goede plek zitten] mee te doen, te inventariseren wat hiervoor nodig is, en de Kamer voor 1 juli 2021 hierover te informeren,

Reactie:

Uw Kamer zal medio april een brief over het bindend studieadvies ontvangen, waarin gereageerd zal worden op deze motie.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 57

De leden Van der Molen en Paternotte

verzoekt de regering tevens om de Kamer voor de beantwoording over het wetsvoorstel Variawet hoger onderwijs hierover te informeren,

Reactie:

De Eerste Kamer bereidt de behandeling van het wetsvoorstel Variawet hoger onderwijs, met daarin de verhoging van de leeftijdsgrens levenlanglerenkrediet, op dit moment schriftelijk voor.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 62

De leden Kwint (SP) en Van Meenen (D66)

verzoekt de regering de mogelijkheden te verkennen om de klassen op de scholen met de 10% meeste achterstandsleerlingen te verkleinen tot 23 leerlingen per klas, en de Kamer hierover voor de Tweede Kamerverkiezingen te informeren,

Reactie:

Uw Kamer wordt snel geïnformeerd over de uitvoering van deze motie.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 64

De leden Kwint, Westerveld en Van den Hul

verzoekt het kabinet, in overleg te gaan met docenten, hun beroepsorganisaties en vakbonden om te kijken hoe de positie van docenten ten opzichte van hun werkgever versterkt kan worden,

Reactie:

In de brief over moties en toezeggingen wordt weergegeven dat zowel zeggenschap als medezeggenschap van de leraar – waar mogelijk in overleg met het veld – binnen het bestaande beleid wordt versterkt.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 65

De leden Futselaar en Van den Hul

verzoekt de regering te onderzoeken wat de technische en financiële mogelijkheden zijn voor compensatie, hiervoor een aantal scenario's te ontwikkelen en deze uiterlijk in april 2021 naar de Kamer te sturen,

Reactie:

Uw Kamer wordt, conform het verzoek van deze motie, uiterlijk in april geïnformeerd over de technische en financiële mogelijkheden voor compensatie.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 67

Het lid Van Meenen

verzoekt de regering, de reserves van de samenwerkingsverbanden per direct terug te vorderen en deze in overleg met de Kamer opnieuw ten behoeve van de ondersteuning van kinderen en hun leraren te bestemmen,

Reactie:

Wanneer het geld niet besteed wordt, is het terugvorderen ervan juridisch complex. De wet schrijft voor dat schoolbesturen en samenwerkingsverbanden bekostiging van mij ontvangen en aan welke bestedingsvoorwaarden moet worden voldaan. Daar staat niets beschreven over het aanhouden van reserves en de mate waarin. Met de extra maatregel uit de brief Evaluatie en Verbeteraanpak Passend Onderwijs wordt wel hetzelfde beoogd, namelijk dat samenwerkingsverbanden die geen plannen maken of hier onvoldoende voortgang op maken minder geld krijgen.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 68

De leden Van Meenen en Westerveld

verzoekt de regering de verantwoording over deze middelen te vereenvoudigen en de mogelijkheid open te stellen om de middelen ook preventief in te zetten,

Reactie:

In de brief (Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 151) over de uitvoering van de motie over de regeling inhaal- en ondersteuningsprogramma's onderwijs 2020 is uitgewerkt hoe deze motie uitgevoerd zal worden. Begin 2021 zal een wijzigingsregeling worden gepubliceerd, waarmee de verantwoording over de op grond van deze regeling toegekende middelen ook voor aanvragen die nu onder het zwaardere verantwoordingregime vallen, onder het lichtere verantwoordingsregime (Model G1 van de jaarverslaglegging) wordt gebracht. In de motie wordt tevens verzocht de mogelijkheid open te stellen om de middelen ook preventief in te zetten. De inhaal- en ondersteuningsprogramma’s kunnen ook bijdragen aan het voorkomen van (verdere) leerachterstanden. Bovendien wordt in de wens om (extra) middelen preventief in te kunnen zetten voorzien door de subsidiereling «Extra hulp voor de klas» die op 17 december 2020 is gepubliceerd. Regio’s en scholen / instellingen konden subsidie aanvragen voor een tegemoetkoming in de extra kosten die scholen / instellingen tijdelijk maken om de continuïteit van het onderwijs tijdens de uitbraak van COVID-19 te kunnen waarborgen. Het kabinet heeft hier € 210 miljoen voor uitgetrokken.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 89

De leden Paternotte en Bruins

verzoekt de regering om op korte termijn het CPB te vragen de effecten van investeringen in kennis in kaart te brengen, dan wel het initiatief te nemen om de effecten beter in de kaart te brengen,

Reactie:

OCW heeft CPB eind 2020 gevraagd om haar zienswijze op de motie. Gezien de drukke werkzaamheden bij CPB t.b.v. Keuzes in Kaart (doorrekening verkiezingsprogramma’s) is CPB hier nog niet aan toegekomen. Medio februari staat een gesprek gepland tussen OCW en CPB over de motie. De Kamer zal zo snel als mogelijk geïnformeerd worden over de uitkomsten.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 70

De leden Paternotte en Van den Hul,

verzoekt de regering om te onderzoeken of, en zo ja, op welke wijze het mogelijk is om de algemene voorwaarden aan te passen zodat onderzoekers die in opdracht van de overheid onderzoek doen het recht op publiceren krijgen,

Reactie:

Bij de uitvoering van deze motie zullen niet de algemene voorwaarden van de ARVODI worden aangepast, maar het model van de onderzoeksovereenkomst. In het model zullen de artikelen over IE-recht, gebruiksrecht en publicatierecht worden bezien en waar nodig worden uitgebreid met meerdere oplossingsrichtingen. Naar verwachting zullen de aanpassingen dit voorjaar zijn doorgevoerd.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 71

De leden Paternotte en Van der Molen

verzoekt de regering, naast maximale inzet om studievertraging te voorkomen, de Kamer te informeren over onvermijdelijke vertraging en waar nodig studenten te ondersteunen die hierdoor in de problemen komen en specifiek te bezien of de ov-jaarkaart opnieuw verlengd moet worden,

Reactie:

In de brief (Kamerstukken 31 524 en 31 288, nr. 479) over gevolgen COVID-19 in mbo en ho staat aangegeven hoe wij deze motie uitvoeren. Daarnaast is de Tijdelijke regeling tegemoetkoming studenten in verband met de uitbraak van COVID-19 verlengd tot en met eind augustus 2021.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 72

De leden Paternotte en Westerveld

verzoekt de regering om proactief, in overleg met scholen, vervolgopleidingen en jongeren, concrete voorstellen op te stellen voor specifieke maatwerkroutes van het voortgezet onderwijs naar het hoger onderwijs,

Reactie:

Zoals in de brief (Kamerstuk 31 289, nr. 426) bij de aanbieding van het onderzoeksrapport «VO diploma’s met vakken op verschillend niveau» is gesteld, gaan wij in gesprek met de onderwijskoepels en LAKS om op basis van de uitkomsten van het onderzoek te verkennen wat de behoefte en mogelijkheden binnen iedere sector zijn om brede talentontwikkeling te stimuleren. Een belangrijk bespreekpunt is voor welke groep leerlingen het daadwerkelijk gaat over het centraal stellen van hun talenten en voor welke groep het een uitweg is om minder inzet te hoeven plegen op een vak waar ze niet goed in zijn. Dit gesprek is vertraagd vanwege de aandacht die nodig is om het onderwijs dit jaar goed vorm te kunnen geven in verband met de coronacrisis. Overigens is OCW intussen wel nauw betrokken bij de pilotgroep «Maatwerkdiploma, en dan» waar wordt ingezet op het belonen van vo-leerlingen die meer hebben gedaan in het vervolgonderwijs. Er wordt gezocht naar concrete mogelijkheden die er binnen de huidige regelgeving bestaan.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 73

De leden Van den Hul, Kwint en Westerveld

verzoekt de regering voorrang te verlenen aan vitale sectoren ook in de verdeling van de sneltestcapaciteit,

Reactie:

In de brief (Kamerstuk 25 295, nr. 948) die uw Kamer ontvangen heeft van de Minister van VWS is een reactie op deze motie opgenomen. In het primair onderwijs wordt gestart met sneltesten voor het personeel. Enkele schoolbesturen zijn op eigen initiatief al begonnen met een sneltestfaciliteit. Gekeken wordt hoe sneltesten zo snel mogelijk landelijk voor onderwijspersoneel in het primair onderwijs, en daarmee dus ook het speciaal onderwijs, ingezet kunnen worden. Daarbij wordt ook bezien wat dit voor de pedagogisch medewerkers van de kinderopvang kan betekenen.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 77

De leden Bruins, Van Meenen, Kuik en Smals

verzoekt de regering om de subsidie voor het Meld- en expertisepunt specialistisch vakmanschap te continueren voor de jaren 2021 en 2022 met € 200.000 per jaar en de dekking hiervoor te zoeken op artikel 4 van de begroting (middelbaar beroepsonderwijs), verzoekt de regering om de subsidie voor het Meld- en expertisepunt specialistisch vakmanschap te continueren voor de jaren 2021 en 2022 met € 200.000 per jaar en de dekking hiervoor te zoeken op artikel 4 van de begroting (middelbaar beroepsonderwijs),

Reactie:

In onze brief (Kamerstuk 30 012, nr. 135) over Routekaart Leren en Ontwikkelen hebben wij uw Kamer geïnformeerd over de uitvoering van deze motie. Door het kabinet is voorzien in een financiële bijdrage voor 2021 en 2022 voor het meld- en expertisepunt specialistisch vakmanschap ter ondersteuning van kleine, specialistische beroepsopleidingen die vaak ook door volwassenen worden gevolgd.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 78

De leden Bruins en Van den Berge

verzoekt de regering in gesprek te gaan met ondernemers, onderwijsinstellingen en bestaande aanbieders van excellentietrajecten, en met voorstellen te komen om de mogelijkheden voor het afleggen van excellentietrajecten uit te breiden,

Reactie:

Naar aanleiding van de motie wordt op korte termijn gestart met het voeren van gesprekken met de verschillende betrokkenen bij excellentie in het mbo. Hierbij worden in ieder geval gesprekken aangegaan met vertegenwoordigers van het beroepenveld en de mbo-instellingen, maar ook met studenten. Ook zal het gesprek gevoerd worden met het Netwerk mbo Excellent, dat nu als doel heeft om excellentiebeleid in het mbo stappen verder te brengen, om te bezien welke rol er voor het netwerk is weggelegd bij de uitvoering van de motie. Uw Kamer wordt later in 2021 nader geïnformeerd over de resultaten van de gesprekken en de voornemens die er zijn om excellentie in het mbo verder te verankeren.

Kamerstuk 35 570 VII, nr. 80

Het lid Van Raan

verzoekt de regering om mee te helpen het sponsorconvenant aan te scherpen met als doel kindermarketing buiten de deur te houden en actief toe te zien op de naleving, niet alleen bij scholen maar ook bij de aanbieders van de lespakketten,

Reactie:

Uw Kamer is reeds per brief geïnformeerd over deze motie.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 145

De leden Van der Molen en Wiersma

verzoekt de Minister, om met haar Vlaamse collega’s in gesprek te gaan om ervoor te zorgen dat ook Vlaanderen haar bijdrage levert [aan middelen voor de internationale Neerlandistiek infrastructuur] en de Kamer voor het zomerreces hierover te informeren,

Reactie:

Ook vanuit Vlaanderen wordt het belang van de internationale Neerlandistiek sterk onderschreven. Bij een volgend overleg van het Comité van Ministers van de Taalunie (naar verwachting juni 2021) zal de internationale Neerlandistiek opnieuw één van de bespreekpunten worden tussen de Nederlandse en Vlaamse Ministers. Ook op ambtelijk niveau is reeds contact met de Vlaamse collega’s naar aanleiding van deze motie. Het is uiteindelijk aan de Vlaamse regering zelf om te besluiten over een eventuele additionele bijdrage.

Amendementen

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 90

Het lid Bergkamp

Bevordering van de veiligheid van LHBTI personen in Nederland.

Reactie:

In onze opbrengstenbrief over emancipatie gaan wij in op de uitvoering van dit amendement

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 134

De leden Van der Molen en Westerveld

Opleidingsinfrastructuur Neerlandistiek

Reactie:

Het amendement dat gericht is op het handhaven en versterken van de bestaande vijf bestaande volwaardige vestigingen Nederlands zal dit jaar worden uitgevoerd. Op dit moment worden gesprekken gevoerd met de VSNU, het programmabureau Geesteswetenschappen en DLG om te komen tot procesafspraken.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 143

De leden van der Molen en Wiersma

Internationale infrastructuur Neerlandistiek

Reactie:

Via een nota van wijziging op de begroting is voor het jaar 2021 het budget voor Artikel 7 (Wetenschappelijk onderwijs) verlaagd met € 0,4 miljoen onder gelijktijdige verhoging van het budget voor Artikel 8 (Internationaal beleid) met € 0,4 miljoen (Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 94). Dit bedrag wordt aan de werkingsmiddelen voor 2021 van de Taalunie toegevoegd om de internationale Neerlandistiek infrastructuur in stand te houden.

Cultuurbegrotingsdebat

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 101

De leden Van de Berge en Kwint

verzoekt de regering, om eventuele onderuitputting in het tweede steunpakket met prioriteit in te zetten voor talentontwikkeling en cultuurparticipatie,

Reactie

Het is rijksbreed de afspraak bij coronasteunpakketten dat bij onderuitputting de middelen terugvloeien naar de schatkist. We verwachten geen onderuitputting bij de uitwerking van het tweede steunpakket en zullen uw Kamer informeren over het verloop van de uitputting.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 102

De leden Van den Berge, Van den Hul, en Kwint

verzoekt de regering, in gesprek te gaan met de taskforce culturele en creatieve sector, Platform Aanvang!, vertegenwoordigers van individuele makers, andere betrokken organisaties en instellingen die aanvullende steun ontvangen, om te komen tot maximale afspraken om ervoor te zorgen dat noodsteun ook bij individuele makers – inclusief zzp'ers en freelancers – terechtkomt,

Reactie:

Vanuit de specifieke steunpakketten voor de culturele en creatieve sector wordt € 126,50 miljoen besteed aan directe steun aan makers. Het gaat om de volgende instrumenten:

  • Subsidies via de zes rijkcultuurfondsen. Dit zijn stimuleringsregelingen voor zelfstandig werkende kunstenaars en creatieve professionals; met een budget van in totaal € 72,5 miljoen

  • Leningen via Cultuur+Ondernemen, waarvan ten minsten € 5 miljoen is gereserveerd voor zelfstandigen;

  • Scholing via het Werktuig Permanente Persoonlijke Ontwikkeling (PPO), met een budget van 19 miljoen;

  • Het Cultuurplan van de NPO, waarmee culturele producties worden gemaakt voor tv en radio, met een budget van € 10 miljoen;

  • Ondersteuning voor filmproducenten via het Abraham Tuschinski Fonds, met een budget van € 5 miljoen, en

  • Ondersteuning aan makers in alle geledingen van de culturele en creatieve sector via het Steunfondsrechtensector, met een budget van 15 miljoen.

Bovenstaande steun komt bovenop de verschillende vormen van indirecte steun, waarvan ook individuele makers profiteren. Het gaat dan om subsidies en leningen voor instellingen, onder meer om opdrachten gedurende de crisis voort te zetten, en steun via private fondsen zoals het Kickstart Cultuurfonds en het Nationaal Theaterweekend. Bij de uitwerking van deze verschillende steunpakketten is overleg gevoerd met de Taskforce Cultuur. Verschillende vertegenwoordigers uit het culturele en creatieve veld zijn in deze Taskforce verenigd. De oproep is en blijft dat instellingen, die vanuit het rijk steun ontvangen, deze steun zoveel mogelijk inzetten om makers en creatieve professionals aan het werk te houden.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 104

Het lid Geluk-Poortvliet

verzoekt de Minister, het gesprek aan te gaan met beide partijen om ze te bewegen er met elkaar uit te komen en als terugvalmogelijkheid te verkennen om de subsidie van circa € 205.000 voor CODART voortaan via een andere instelling in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld het Rijksmuseum, te laten lopen,

Reactie:

Er zijn gesprekken gaande met de partijen. Uw Kamer wordt uiterlijk voor het einde van het jaar geïnformeerd over de uitvoering van deze motie.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 107

De leden Paternotte en El Yassini

verzoekt de regering, met voorstellen te komen hoe het aanschaffen van kunst van individuele kunstenaars aantrekkelijker wordt, en de Kamer daarover voor het meireces 2021 te rapporteren,

Reactie:

Momenteel kunnen galeries die zijn toegelaten tot de KunstKoop bij de verkoop van werken hun klanten de mogelijkheid bieden gebruik te maken van de KunstKooplening. Hiermee kunnen particuliere kunstkopers een renteloze lening afsluiten en de aankoop gespreid betalen, waardoor de particuliere markt wordt versterkt en de verkoop van kwalitatief goede hedendaagse beeldende kunst en vormgeving wordt gestimuleerd. De Nederlandse Galerie Associatie (NGA) biedt sinds december 2020 de Kunst Kado Bon aan ter stimulatie van de aankoop van beeldende kunst die zijn aangesloten bij de NGA.

Dit voorjaar worden gesprekken gehouden met BKNL, het overlegorgaan voor de beeldende kunst, over alternatieve mogelijkheden.

Uw Kamer zal voor het meireces 2021 hierover geïnformeerd worden.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 108

De leden Paternotte, Belhaj en Sneller

verzoekt de regering, in overleg met de koninklijke familie en de Commissie Collectie Nederland te verkennen hoe dit in kaart gebracht kan worden, [of cultuurbezit van de koninklijke familie uit hoofde van het ambt of op persoonlijke gronden is verworven]

Reactie

Deze motie wordt gelezen in het licht van de door de Adviescommissie Bescherming Cultuurgoederen (Commissie-Pechtold) aanbevolen noodzaak voor een betere bescherming van cultuurgoederen in privaat bezit. De Commissie Collectie Nederland (onder leiding van dhr. Buma) onderzoekt nu welke cultuurgoederen in privaat bezit extra bescherming behoeven en aangewezen zouden moeten worden als beschermd cultuurgoed. Dit kunnen ook cultuurgoederen in het bezit van het Koninklijk Huis zijn. De Commissie Collectie Nederland adviseert hier in het najaar 2021 over. Uiteraard wordt de kamer zo spoedig mogelijk na ontvangst van dit advies geïnformeerd. Voor wat betreft het eigendom van de paleismeubels en de paleisgebonden ensembles van artistieke en cultuurhistorische waarde kan verwezen worden naar de brief (Kamerstuk 35 300 I, nr. 5) aan uw Kamer van de Minister-President.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 136

De leden Van den Hul en Belhaj

verzoekt de regering, om te onderzoeken hoe de richtlijnen van de NOW kunnen worden aangepast zodat steun niet met de NOW wordt verrekend,

Reactie:

Uw Kamer is geïnformeerd over de uitvoering van deze motie in de brief van het kabinet over aanpassingen in het economische steun- en herstelpakket als gevolg van de ontwikkeling in de bestrijding van het coronavirus. In deze brief en in de bijlage is een verduidelijking van het omzetbegrip binnen de NOW gegeven. Het omzetbegrip NOW sluit primair aan bij het jaarrekeningenrecht. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat als andere corona-gerelateerde subsidies volgens het jaarrekeningenrecht als omzet/opbrengsten worden gezien voor de instelling, het ook omzet is voor de NOW. Voor 5 rijksbrede subsidies is hier een uitzondering op gemaakt, deze worden altijd gekwalificeerd als omzet voor de NOW (o.a. TVL, TOGS). Bepalend bij de vraag of iets tot de NOW omzet gerekend moet worden is of een subsidie aansluit bij de reguliere activiteiten van de instelling. Dit is niet het geval als de extra steun een verlaging van de bedrijfskosten betreft, zoals een huurverlaging. Een compensatie voor misgelopen omzet dient wel tot de NOW omzet gerekend te worden. Ook als de steun wordt gebruikt voor uitgaven die niet tot de reguliere bedrijfsactiviteit van de onderneming behoren, zoals een eenmalige praktische aanpassing, telt deze steun niet mee in de omzet.

Mediabegrotingsdebat

Kamerstuk 35 554, nr. 14

De leden Sneller, El Yassini, Molen en Van der Graaf

verzoekt de regering, in de Mediabegrotingsbrief van najaar 2021 een eerste schets van deze aanvullende criteria voor het aantonen van maatschappelijke binding van omroepen op te nemen, inclusief een systeem voor controle daarvan;

verzoekt de regering, voorts te zorgen dat in de komende concessieperiode de stand van zaken ten opzichte van deze criteria al inzichtelijk wordt gemaakt door omroepen; verzoekt de regering, ten slotte te zorgen dat deze aanvullende criteria voor de concessieperiode die aanvangt in 2027 kunnen worden gehanteerd en ruim daarvoor in de Mediawet zijn verankerd,

Reactie:

Om tot geschikte legitimatiecriteria te komen die iets zeggen over de maatschappelijke worteling van de publieke omroepen voert het kabinet gesprekken met de omroepen, de NPO en verschillende experts. Op basis van deze gesprekken zal het kabinet komen tot een aantal criteria en bijbehorende toetsingssystematiek. In de Mediabegrotingsbrief 2022 zal een eerste schets van deze aanvullende criteria voor het aantonen van maatschappelijke binding van omroepen worden opgenomen, inclusief een systeem voor controle daarvan worden opgenomen. De Kamer wordt medio november 2021 geïnformeerd over de uitvoering van de motie door middel van de Mediabegrotingsbrief 2022.

Kamerstuk 35 554, nr. 21

Het lid Van den Hul

verzoekt de regering, te onderzoeken of het mogelijk is de voordelen van samenwerking te delen maar de eigen identiteit van de omroepen beter te borgen door het hanteren van een erkenningenhouder in plaats van een erkenninghouder, en de Kamer hier zo snel mogelijk over te informeren,

Reactie:

Deze motie zal worden uitgevoerd door middel van een extern onderzoek. Dit onderzoek zal in de tweede helft van 2021 worden opgeleverd. Het onderzoek zal, zodra dat gereed is, met de Kamer worden gedeeld.

Kamerstuk 33 846, nr. 60

De leden El Yassini en Kwint

verzoekt de regering tevens, ervoor zorg te dragen dat de btw-verlaging op digitale publicaties ook daadwerkelijk tot een prijsverlaging van publicaties leidt door in gesprek te gaan met uitgevers, ze duidelijk te maken dat de btw-verlaging is bedoeld voor de consument en hierbij het middel naming-and-shaming niet te schuwen; verzoekt de regering tevens, om de eventuele financiële ruimte die binnen de begrotingen van bibliotheken zou ontstaan door de prijsdalingen, in te zetten voor de verhoging van het aanbod van content jeugd binnen e-books voor de openbare bibliotheek naar 75%,

Reactie:

Op 27 januari 2021 is een gesprek gevoerd tussen MOCW, Stas FIN (Fiscaliteit en Belastingdienst) met een delegatie van Mediafederatie. De uitkomsten van dit gesprek zullen door de Stas FIN worden gemeld aan Kamer.

Kamerstuk 33 846, nr. 65

De leden Kwint en van den Berge

verzoekt de regering, de knelpunten die dit veroorzaken in kaart te brengen en met aanbieders van studiematerialen in gesprek te gaan om dit te verbeteren,

Reactie:

Op 26 januari 2021 heeft een ambtelijk gesprek plaatsgevonden met MBO Raad en JOB (jongerenorganisatie MBO) met als doel: geven van voorlichting over Wvbp in relatie tot studiemateriaal MBO en maken van afspraken over wijze van informeren MBO sector hierover. In februari 2021 wordt de Tweede Kamer over de uitvoering van de motie nader geïnformeerd d.m.v. een brief.

Kamerstuk 35 570 VII, nr. 103

Het lid Geluk-Poortvliet

verzoekt de regering te onderzoeken wat er nodig is om de toekomst van de bladmuziekcollectie van de Stichting Omroep Muziek en de toegang daartoe veilig te stellen, en de Kamer daarover voor 1 februari 2021 te informeren,

Reactie:

In de uitgangspunten voor het nieuwe cultuurstelsel 2021–2024 staat opgenomen dat beheer en behoud van de collecties de eigen verantwoordelijkheid is van instellingen. Daarbij heeft SOM van 2016 tot en met 2019 een éénmalige projectsubsidie van ruim € 1 miljoen van OCW ontvangen voor digitalisering van de bladmuziekcollectie. De voorwaarde aan deze bijdrage was dat de geschatte structurele kosten voor beheer en behoud van de collectie volledig onder de verantwoordelijkheid van SOM zouden vallen. Gegeven de motie wordt wel bekeken wat er nodig is om de toekomst van de bladmuziekcollectie van SOM en toegang daartoe veilig te stellen. Voor het zomerreces zal de Kamer hier verder over worden geïnformeerd.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 105

De leden Kwint en El Yassini

verzoekt de regering, om met spoed in gesprek te gaan met de betrokken branches, zoals die zich verenigd hebben in de campagne Bewaar je ticket, om zo spoedig mogelijk in kaart te brengen wat nut, noodzaak en geschatte kosten van een zogenaamde voucherbank, zoals ook ingericht voor de reisbranche, zouden kunnen zijn.

Reactie:

Om tot een voorstel tot ondersteuning van de evenementensector te komen is er overleg gevoerd met de branches. Inmiddels heeft het kabinet in zijn brief van 21 januari over uitbreiding van het economisch steun- en herstelpakket gemeld de sector tegemoet te komen door het opzetten van een garantieregeling. Bij de uitwerking zal de sector eveneens worden betrokken.

Bij het in kaart brengen van nut, noodzaak en geschatte kosten van een zogenaamde voucherbank voor de evenementensector is gebleken dat de mogelijkheid van een voucherbank enkele belemmeringen kent waardoor deze optie in de visie van het kabinet minder geschikt is om op korte termijn uit te werken. Bij de reisbranche, waar een dergelijk instrument is ingezet, is er sprake van Europese regelgeving inzake pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen. Bij de evenementensector is deze regelgeving afwezig en is er geen bestaand fonds waarvan gebruik kan worden gemaakt. Oprichting van een dergelijke instantie, alsmede verwerving van sectorale data en kennis voor uitvoering van een kredietfaciliteit kost tijd.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 130

Het lid Kwint

verzoekt de regering, via het Beloningskader Presentatoren Publieke Omroep of anderszins ervoor zorg te dragen dat niemand die voor de publieke omroep werkt, of dit nu in dienstverband of in opdracht is, meer geld betaald krijgt voor zijn werkzaamheden voor de publieke omroep dan de WNT-norm,

Reactie:

Uw Kamer wordt uiterlijk vóór het zomerreces 2021 geïnformeerd over de uitvoering van deze motie.

Kamerstuk 35 570 VIII, nr. 132

De leden Kwint, Ouwehand en Westerveld

verzoekt de regering, in overleg met de publieke omroep te komen tot een afspraak waarin artiesten gewoon fatsoenlijk betaald worden voor hun diensten,

Reactie:

Vooropgesteld staat dat de publieke omroep zelf over de (fatsoenlijke) betaling van artiesten in programma’s gaat en de overheid de publieke omroep dat vanwege zijn onafhankelijke positie niet kan verplichten. Het verzoek zal geagendeerd worden voor bestuurlijk overleg met de publieke omroep. De Kamer zal voor komend zomerreces op de hoogte worden gebracht van de uitkomst van dit overleg.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

Naar boven