Tweede Kamer der Staten-Generaal

35 470 Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

Nr. 2 BIJLAGEN BIJ HET FINANCIEEL JAARVERSLAG VAN HET RIJK 2019

Vergaderjaar 2019–2020

1 RIJKSREKENING VAN UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Op grond van artikel 2.35, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016, neemt de Minister van Financiën in het Financieel Jaarverslag van het Rijk de rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk op. Deze rekening, de Rijksrekening genoemd, is het overzicht op het totaalniveau van de rijksbegroting van alle uitgaven en ontvangsten van de rijksdienst in een jaar die binnen begrotingsverband zijn gerealiseerd. Voor de departementale en niet-departementale begrotingen zijn in tabellen 1.1, 1.2 en 1.3 de verplichtingen, kasuitgaven en kasontvangsten opgenomen In aanvulling op de gegevens onder de begroting voor Nationale schuld vermelden de tabellen 1.4 en 1.5 de voor 2019 onder de begroting van Nationale schuld oorspronkelijk geraamde en de gerealiseerde rentekosten onderscheidenlijk rentebaten. Deze gegevens zijn opgesteld in overeenstemming met het hier toepasselijke transactiestelsel. De tabellen 1.6 t/m 1.9 hebben betrekking op baten-lastenagentschappen die zoals het woord aangeeft het batenlastenstelsel als begrotingsstelsel hanteren. Tabel 1.10 blijft leeg vanwege het in 2019 niet voorkomen van verplichtingen-kasagentschappen.

In de onderstaande tabellen worden de verschillen in de verschillenkolom niet toegelicht. Voor die toelichtingen wordt verwezen naar de betrokken jaarverslagen. Let op! Door afrondingen kunnen er verschillen ontstaan met de cijfers op de Rijkssaldibalans.

Tabel 1.1 Verplichtingen 2019 van de departementale en niet departementale begrotingen ( x € 1.000)
     
 

Onderdeel

Oorspronkelijk

Realisatie

Verschil

  

vastgestelde

  
  

begroting

  
     
     

I

Koning

43.252

43.900

648

IIA

Staten-Generaal

145.530

180.193

34.663

IIB

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

121.353

140.007

18.654

III

Algemene Zaken

67.346

66.433

‒ 913

IV

Koninkrijksrelaties

80.239

168.546

88.307

V

Buitenlandse Zaken

9.742.702

10.518.235

775.533

VI

Justitie en Veiligheid

12.891.256

13.691.839

800.583

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

5.421.259

5.632.895

211.636

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

41.611.603

44.552.015

2.940.412

IXA

Nationale Schuld1

31.340.308

36.372.027

5.031.719

IXB

Financiën

19.022.542

14.928.647

‒ 4.093.895

X

Defensie

12.724.903

12.750.654

25.751

XII

Infrastructuur en Waterstaat

9.524.800

8.105.024

‒ 1.419.776

XIII

Economische Zaken en Klimaat

13.582.971

14.028.147

445.176

XIV

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

999.569

1.646.883

647.314

XV

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

36.096.842

39.062.522

2.965.680

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

16.235.749

20.987.808

4.752.059

XVII

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

1.921.265

4.043.528

2.122.263

A

Infrastructuurfonds

6.762.581

6.132.835

‒ 629.746

B

Gemeentefonds

30.147.959

31.075.999

928.040

C

Provinciefonds

2.407.659

2.499.097

91.438

F

Diergezondheidsfonds

34.585

30.401

‒ 4.184

H

BES-fonds

38.279

43.176

4.897

J

Deltafonds

897.616

834.221

‒ 63.395

     
     
 

Totalen

251.862.168

267.535.032

15.672.864

X Noot
1

Van de Nationale schuld zijn in dit overzicht de verplichtingen opgenomen, exclusief de renteverplichtingen. Voor de renteuitgaven, die op transactiebasis worden verantwoord, zie tabel 1.4.

Tabel 1.2 Kasuitgaven 2019 van de departementale en niet departementale begrotingen ( x € 1.000)
     
 

Onderdeel

Oorspronkelijk

Realisatie

Verschil

  

vastgestelde

  
  

begroting

  
     
     

I

Koning

43.252

43.900

648

IIA

Staten-Generaal

145.530

173.466

27.936

IIB

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

121.353

134.038

12.685

III

Algemene Zaken

67.346

66.433

‒ 913

IV

Koninkrijksrelaties

108.756

196.440

87.684

V

Buitenlandse Zaken

9.976.656

10.552.429

575.773

VI

Justitie en Veiligheid

12.899.909

13.662.272

762.363

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

5.560.406

5.616.794

56.388

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

42.024.208

43.075.430

1.051.222

IXA

Nationale Schuld1

31.340.308

36.372.027

5.031.719

IXB

Financiën

7.534.228

9.434.461

1.900.233

X

Defensie

10.477.053

10.719.469

242.416

XII

Infrastructuur en Waterstaat

9.618.660

8.004.956

‒ 1.613.704

XIII

Economische Zaken en Klimaat

4.609.162

5.337.066

727.904

XIV

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

914.741

1.534.184

619.443

XV

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

36.132.349

39.075.594

2.943.245

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

16.471.358

18.014.003

1.542.645

XVII

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

3.096.124

3.046.803

‒ 49.321

A

Infrastructuurfonds

7.368.034

5.760.760

‒ 1.607.274

B

Gemeentefonds

30.147.959

31.297.982

1.150.023

C

Provinciefonds

2.407.659

2.467.056

59.397

F

Diergezondheidsfonds

34.585

30.401

‒ 4.184

H

BES-fonds

38.279

44.316

6.037

J

Deltafonds

1.042.886

1.075.768

32.882

     
     
 

Totalen

232.180.801

245.736.048

13.555.247

     
X Noot
1

Van de Nationale schuld zijn in dit overzicht de kasuitgaven opgenomen, exclusief de renteuitgaven. Voor de renteuitgaven, die op transactiebasis worden verantwoord, zie tabel 1.4.

Tabel 1.3 Kasontvangsten 2019 van de departementale en niet departementale begrotingen ( x € 1.000)
     
 

Onderdeel

Oorspronkelijk

Realisatie

Verschil

  

vastgestelde

  
  

begroting

  
     
     

I

Koning

0

166

166

IIA

Staten-Generaal

4.215

4.399

184

IIB

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

5.865

6.225

360

III

Algemene Zaken

6.931

6.340

‒ 591

IV

Koninkrijksrelaties

38.292

55.740

17.448

V

Buitenlandse Zaken

459.511

805.178

345.667

VI

Justitie en Veiligheid

1.600.564

1.645.512

44.948

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

679.437

753.124

73.687

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.329.157

1.397.629

68.472

IXA

Nationale Schuld1

31.962.341

31.862.542

‒ 99.799

IXB

Financiën

158.920.430

163.660.324

4.739.894

X

Defensie

311.693

406.415

94.722

XII

Infrastructuur en Waterstaat

19.378

51.906

32.528

XIII

Economische Zaken en Klimaat

4.179.847

3.454.550

‒ 725.297

XIV

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

88.597

124.064

35.467

XV

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

1.870.949

1.896.181

25.232

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

87.563

749.048

661.485

XVII

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

79.692

59.102

‒ 20.590

A

Infrastructuurfonds

7.368.034

5.809.341

‒ 1.558.693

B

Gemeentefonds

30.147.959

31.297.982

1.150.023

C

Provinciefonds

2.407.659

2.467.056

59.397

F

Diergezondheidsfonds2

34.585

40.205

5.620

H

BES-fonds

38.279

44.316

6.037

J

Deltafonds

1.042.886

1.119.754

76.868

     
     
 

Totalen

242.683.864

247.717.099

5.033.235

     
X Noot
1

Van de Nationale schuld zijn in dit overzicht de ontvangsten opgenomen, exclusief de rentebaten. Voor de rentebaten, die op transactiebasis worden verantwoord, zie tabel 1.4.

X Noot
2

De realisatie is € 166.000 hoger dan de ontvangsten in de verantwoordingsstaat van het Diergezondheidsfonds. Dit is toegelicht in het jaarverslag 2019 van het ministerie van LNV bij de saldibalanspost Ontvangsten ten gunste van de begroting van dit fonds.

Het gerealiseerde saldo van de kasuitgaven en de kasontvangsten over 2019, zoals dat uit de tabellen 1.2 en 1.3 blijkt - het verschil tussen € 245,7 miljard en € 247,7 miljard, zijnde een positief verschil (overschot) van € 2,0 miljard – heeft geen directe relatie met het EMU-saldo 2019 van het Rijk. De saldoberekeningen van beide opstellingen verschillen daartoe teveel van elkaar. Een belangrijk verschil vormen de uitgaven en ontvangsten van Nationale Schuld (IXA) die betrekking hebben op de financieringstransacties (de aflossingen en de aangetrokken leningen in verband met de tekortfinanciering en herfinanciering). Deze zijn wel in de tabellen 1.2 en 1.3 meegenomen, maar tellen niet mee in de berekening van het EMU-saldo. Ook wordt het EMU-saldo opgesteld op transactiebasis, terwijl hier de gepresenteerde opstelling op kasbasis is. Het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) 2010 schrijft voor welke uitgaven en ontvangsten als relevant voor het EMU-saldo worden aangemerkt.

Tabel 1.4 Rentekosten 2019 (op transactiebasis) van de begroting Nationale Schuld ( x € 1.000)
     
 

Onderdeel

Oorspronkelijk

Realisatie

Verschil

  

vastgestelde

  
  

begroting

  
     
     

IXA

Nationale Schuld

5.846.675

5.650.162

‒ 196.513

     
     
 

Totalen

5.846.675

5.650.162

‒ 196.513

Tabel 1.5 Rentebaten 2019 (op transactiebasis) van de begroting Nationale Schuld ( x € 1.000)
     
 

Onderdeel

Oorspronkelijk

Realisatie

Verschil

  

vastgestelde

  
  

begroting

  
     
     

IXA

Nationale Schuld

1.709.625

1.350.182

‒ 359.443

     
     
 

Totalen

1.709.625

1.350.182

‒ 359.443

Tabel 1.6 Lasten 2019 van de baten-lastenagentschappen ( x € 1.000)
     
 

Onderdeel

Oorspronkelijk

Realisatie

Verschil

  

vastgestelde

  
  

begroting

  
     
     

AZ

Dienst Publiek en Communicatie

92.012

126.896

34.884

BZK

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens

93.691

107.804

14.113

BZK

Logius

228.779

207.565

‒ 21.214

BZK

P-Direkt

98.656

100.244

1.588

BZK

Uitvoeringsorganistie bedrijfsvoering Rijk

235.286

273.524

38.238

BZK

FM Haaglanden

122.438

134.725

12.287

BZK

SSC-ICT Haaglanden

318.791

272.421

‒ 46.370

BZK

Rijksvastgoedbedrijf

1.185.175

1.221.561

36.386

BZK

Dienst Huurcommissie

12.630

12.210

‒ 420

J&V

Centraal Justitieel Incassobureau

140.288

140.861

573

J&V

Dienst Justitiële Inrichtingen

2.155.063

2.385.545

230.482

J&V

Immigratie- en naturalisatiedienst

370.508

481.548

111.040

J&V

Justis

41.250

41.351

101

J&V

Nederlandse Forensisch Instituut

77.483

82.431

4.948

OCW

Dienst Uitvoering Onderwijs

281.363

336.125

54.762

OCW

Nationaal Archief

39.662

43.124

3.462

DEF

Paresto

66.376

71.027

4.651

I&W

Rijkswaterstaat

2.448.832

2.743.242

294.410

I&W

Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut

83.042

86.000

2.958

I&W

Inspectie Leefomgeving en Transport

145.629

156.869

11.240

EZK

Rijksdienst voor ondernemend Nederland

514.005

703.243

189.238

EZK

Agentschap Telecom

48.713

50.700

1.987

EZK

Dienst ICT Uitvoering

284.200

304.591

20.391

EZK

Nederlandse Emissieautoriteit

10.116

9.101

‒ 1.015

LNV

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

365.932

395.382

29.450

VWS

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

345.100

383.161

38.061

VWS

Centrum Informatiepunt Beroepen in Gezondheidszorg

73.671

87.414

13.743

VWS

College ter Beoordeling Geneesmiddelen

53.000

51.050

‒ 1.950

     
     
 

Totalen

9.931.691

11.009.715

1.078.024

Tabel 1.7 Baten 2019 van de baten-lastenagentschappen ( x € 1.000)
     
 

Onderdeel

Oorspronkelijk

Realisatie

Verschil

  

vastgestelde

  
  

begroting

  
     
     

AZ

Dienst Publiek en Communicatie

92.012

126.403

34.391

BZK

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens

93.691

106.448

12.757

BZK

Logius

228.779

207.518

‒ 21.261

BZK

P-Direkt

98.656

101.099

2.443

BZK

Uitvoeringsorganistie bedrijfsvoering Rijk

235.286

280.824

45.538

BZK

FM Haaglanden

122.438

135.286

12.848

BZK

SSC-ICT Haaglanden

318.791

293.742

‒ 25.049

BZK

Rijksvastgoedbedrijf

1.185.175

1.235.494

50.319

BZK

Dienst Huurcommissie

12.630

11.878

‒ 752

J&V

Centraal Justitieel Incassobureau

140.288

141.883

1.595

J&V

Dienst Justitiële Inrichtingen

2.155.063

2.343.710

188.647

J&V

Immigratie- en naturalisatiedienst

370.508

459.066

88.558

J&V

Justis

41.250

43.549

2.299

J&V

Nederlandse Forensisch Instituut

77.483

84.368

6.885

OCW

Dienst Uitvoering Onderwijs

281.363

337.010

55.647

OCW

Nationaal Archief

39.662

43.325

3.663

DEF

Paresto

66.376

69.258

2.882

I&W

Rijkswaterstaat

2.457.832

2.764.979

307.147

I&W

Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut

83.042

85.248

2.206

I&W

Inspectie Leefomgeving en Transport

145.629

157.174

11.545

EZK

Rijksdienst voor ondernemend Nederland

514.005

703.664

189.659

EZK

Agentschap Telecom

48.713

49.480

767

EZK

Dienst ICT Uitvoering

284.200

309.923

25.723

EZK

Nederlandse Emissieautoriteit

10.116

9.506

‒ 610

LNV

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

365.932

342.295

‒ 23.637

VWS

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

345.100

379.419

34.319

VWS

Centrum Informatiepunt Beroepen in Gezondheidszorg

73.671

95.063

21.392

VWS

College ter Beoordeling Geneesmiddelen

53.000

54.494

1.494

     
     
 

Totalen

9.940.691

10.972.106

1.031.415

Tabel 1.8 Kapitaaluitgaven 2019 van de baten-lastenagentschappen ( x € 1.000)
     
 

Onderdeel

Oorspronkelijk

Realisatie

Verschil

  

vastgestelde

  
  

begroting

  
     
     

AZ

Dienst Publiek en Communicatie

0

0

0

BZK

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens

4.000

15.110

11.110

BZK

Logius

400

410

10

BZK

P-Direkt

18.317

12.493

‒ 5.824

BZK

Uitvoeringsorganistie bedrijfsvoering Rijk

1.727

1.603

‒ 124

BZK

FM Haaglanden

16.062

13.112

‒ 2.950

BZK

SSC-ICT Haaglanden

116.833

92.886

‒ 23.947

BZK

Rijksvastgoedbedrijf

1.032.105

872.691

‒ 159.414

BZK

Dienst Huurcommissie

0

2.380

2.380

J&V

Centraal Justitieel Incassobureau

6.923

15.030

8.107

J&V

Dienst Justitiële Inrichtingen

44.535

23.125

‒ 21.410

J&V

Immigratie- en naturalisatiedienst

24.200

43.355

19.155

J&V

Justis

0

2.007

2.007

J&V

Nederlandse Forensisch Instituut

10.613

6.663

‒ 3.950

OCW

Dienst Uitvoering Onderwijs

‒ 10.794

‒ 34.219

‒ 23.425

OCW

Nationaal Archief

‒ 7.751

‒ 769

6.982

DEF

Paresto

235

‒ 66

‒ 301

I&W

Rijkswaterstaat

127.796

37.951

‒ 89.845

I&W

Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut

4.402

2.706

‒ 1.696

I&W

Inspectie Leefomgeving en Transport

200

9

‒ 191

EZK

Rijksdienst voor ondernemend Nederland

20.499

13.247

‒ 7.252

EZK

Agentschap Telecom

7.113

6.043

‒ 1.070

EZK

Dienst ICT Uitvoering

52.200

43.386

‒ 8.814

EZK

Nederlandse Emissieautoriteit

1.700

140

‒ 1.560

LNV

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

31.761

23.871

‒ 7.890

VWS

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

4.000

7.937

3.937

VWS

Centrum Informatiepunt Beroepen in Gezondheidszorg

13.134

23.401

10.267

VWS

College ter Beoordeling Geneesmiddelen

1.500

119

‒ 1.381

     
     
 

Totalen

1.521.710

1.224.621

‒ 297.089

Tabel 1.9 Kapitaalontvangsten 2019 van de baten-lastenagentschappen ( x € 1.000)
     
 

Onderdeel

Oorspronkelijk

Realisatie

Verschil

  

vastgestelde

  
  

begroting

  
     
     

AZ

Dienst Publiek en Communicatie

0

0

0

BZK

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens

2.000

0

‒ 2.000

BZK

Logius

0

0

0

BZK

P-Direkt

8.000

5.110

‒ 2.890

BZK

Uitvoeringsorganistie bedrijfsvoering Rijk

1.000

318

‒ 682

BZK

FM Haaglanden

9.100

4.369

‒ 4.731

BZK

SSC-ICT Haaglanden

47.118

49.392

2.274

BZK

Rijksvastgoedbedrijf

701.000

594.964

‒ 106.036

BZK

Dienst Huurcommissie

0

3.545

3.545

J&V

Centraal Justitieel Incassobureau

2.971

1.790

‒ 1.181

J&V

Dienst Justitiële Inrichtingen

10.000

3.159

‒ 6.841

J&V

Immigratie- en naturalisatiedienst

10.800

7.126

‒ 3.674

J&V

Justis

0

0

0

J&V

Nederlandse Forensisch Instituut

6.763

7.099

336

OCW

Dienst Uitvoering Onderwijs

1.248

22.125

20.877

OCW

Nationaal Archief

0

600

600

DEF

Paresto

0

0

0

I&W

Rijkswaterstaat

79.981

26.796

‒ 53.185

I&W

Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut

2.673

1.282

‒ 1.391

I&W

Inspectie Leefomgeving en Transport

0

18

18

EZK

Rijksdienst voor ondernemend Nederland

12.500

8.239

‒ 4.261

EZK

Agentschap Telecom

6.000

3.535

‒ 2.465

EZK

Dienst ICT Uitvoering

23.000

15.955

‒ 7.045

EZK

Nederlandse Emissieautoriteit

1.300

31

‒ 1.269

LNV

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

18.723

52.155

33.432

VWS

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

0

6

6

VWS

Centrum Informatiepunt Beroepen in Gezondheidszorg

6.567

3.201

‒ 3.366

VWS

College ter Beoordeling Geneesmiddelen

0

30

30

     
     
 

Totalen

950.744

810.845

‒ 139.899

Tabel 1.10 Verplichtingen, kasuitgaven en kasontvangsten 2019 van de verplichtingen-kasagentschappen ( x € 1.000)
 

Onderdeel

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil

     

In 2019 waren er geen verplichtingen-kasagentschappen.

    
     

2 SALDIBALANS VAN HET RIJK PER 31 DECEMBER 2019

Saldibalans van het Rijk per 31 december 2019

DEBET

 

31-12-2019

31-12-2018

  

CREDIT

 

31-12-2019

31-12-2018

OMSCHRIJVING

 

€ mln.

€ mln.

  

OMSCHRIJVING

 

€ mln.

€ mln.

          

1

Uitgaven ten laste van de begroting

251.386

242.125

  

12

Ontvangsten ten gunste van de begroting

249.067

245.162

          

2

Vorderingen buiten begrotingsverband

14.570

14.440

  

13

Schulden buiten begrotingsverband

26.280

24.809

 

(intra-comptabele vorderingen)

     

(intra-comptabele schulden)

  
          

3

Liquide Middelen

3.519

2.555

  

14

Saldi begrotingsfondsen

23

19

          

4

Saldo geldelijk beheer van het Rijk

11.568

14.904

  

15

Saldi begrotingsreserves

5.673

4.035

          
 

Totaal intra-comptabele posten

281.044

274.025

   

Totaal intra-comptabele posten

281.044

274.025

          

5

Openstaande rechten

28.017

23.625

  

16

Tegenrekening openstaande rechten

28.017

23.625

          

6

Vorderingen

60.174

56.420

  

17

Tegenrekening vorderingen

60.174

56.420

          

7

Tegenrekening extra-comptabele schulden

328.165

332.634

  

18

Schulden

328.165

332.634

          

8

Voorschotten

173.987

153.350

  

19

Tegenrekening voorschotten

173.987

153.350

          

9

Tegenrekening andere verplichtingen

149.849

137.612

  

20

Andere verplichtingen

149.849

137.612

          

10

Deelnemingen

41.623

42.731

  

21

Tegenrekening deelnemingen

41.623

42.731

          

11

Tegenrekening garanties

179.728

178.134

  

22

Garanties

179.728

178.134

          
 

Totaal extra-comptabele posten

961.542

924.506

   

Totaal extra-comptabele posten

961.542

924.506

          
 

TOTAAL-GENERAAL

1.242.586

1.198.531

   

TOTAAL-GENERAAL

1.242.586

1.198.531

Toelichting op de saldibalans van het Rijk

De saldibalans van het Rijk is een optelling van de goedgekeurde saldibalansen van de afzonderlijke begrotingshoofdstukken, die geconsolideerd wordt met de saldibalans van de centrale administratie van 's Rijks Schatkist. Voor een nadere toelichting op de cijfers wordt verwezen naar de jaarverslagen van de ministeries of begrotingsfondsen. Let op! Door afrondingsverschillen kunnen de sommen van bepaalde onderdelen afwijken van andere tabellen.

In de vergelijkende cijfers in de saldibalans van het Rijk per 31 december 2019 zijn de gecorrigeerde bedragen opgenomen zoals die op 4 juni 2019 door de minister van Financiën aan de Tweede Kamer zijn aangeboden.1 Dit betrof correcties in de voorschotten voor Toeslagen per 31 december 2018 bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Op 1 januari 2019 is het ministerie van Economische Zaken en Klimaat opgesplitst in het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De saldibalans geeft per 31 december 2018 het beeld van voor de opsplitsing weer.

Ad 1) Uitgaven ten laste van de begroting

Onder de post uitgaven ten laste van de begroting worden de gerealiseerde uitgaven van het betreffende begrotingsjaar opgenomen van alle ministeries en begrotingsfondsen. Ook hierin meegenomen zijn de rentekosten zoals opgenomen in tabel 1.4 van de rijksrekening.

Ad 2) Vorderingen buiten begrotingsverband(intra-comptabele vorderingen)

Onder de post vorderingen buiten begrotingsverband worden de uitgaven opgenomen die in een later jaar met een ander onderdeel van het Rijk dan wel met een derde worden verrekend. Onder deze post staan alleen de vorderingen waarvan wordt verwacht dat binnen een afzienbare termijn verrekening zal plaatsvinden. Het totaal van deze post is 14.570 miljoen euro, waarvan 12.241 miljoen euro uit kas-transverschillen bestaat. Voor de toelichting van de kas-transverschillen verwijzen wij u naar toelichting Saldibalans Nationale Schuld IXA.

Ad 3) Liquide middelen

Onder de post liquide middelen worden de saldi bij de banken en de contante gelden opgenomen.

Ad 4) Saldo geldelijk beheer van het Rijk

Onder de post saldo geldelijk beheer van het Rijk wordt opgenomen: de door Financiën overgenomen uitgaven en ontvangsten binnen begrotingsverband van afgesloten begrotingsjaren. De definitieve afsluiting van een begrotingsjaar vindt plaats nadat de Staten-Generaal de Slotwetten hebben aangenomen, waarna de eindbedragen voor de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op het afgesloten begrotingsjaar worden overgeboekt op de post saldo geldelijk beheer van het Rijk. Het saldo geldelijk beheer is hiermee een meerjarige optelling (cumulatie) van alle door het parlement goedgekeurde uitgaven en ontvangsten van het Rijk tot en met het laatst afgesloten boekjaar.

Ad 5 en 16) Openstaande rechten

Rechten zijn een voorfase van de ontvangsten. Onder de post openstaande rechten worden opgenomen: vorderingen die niet voortvloeien uit met derden te verrekenen begrotingsuitgaven, maar op andere wijze ontstaan. Rechten kunnen ontstaan doordat conform wettelijke regelingen vastgestelde aanslagen aan derden worden opgelegd (bijvoorbeeld belastingen, college- en schoolgelden) of op grond van doorberekening van de kosten van verleende diensten of geleverde goederen.

Ad 6 en 17) Vorderingen (extra-comptabel)

Onder de post extra comptabele vorderingen worden de vorderingen opgenomen, die zijn voortgevloeid uit uitgaven ten laste van de begroting. Het gaat dan om reeds verrichte uitgaven, die binnen begrotingsverband zijn geboekt en waarvoor op termijn nog een verrekening met derden dan wel met een ander onderdeel van het Rijk zal plaatsvinden. Tevens zijn hierin de uitgaven opgenomen, die in eerste instantie op derdenrekeningen zijn geboekt, maar waarvan de verrekening met derden dan wel een ander onderdeel van het Rijk niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden, terwijl verrekening wel mogelijk is.

Ad 7 en 18) Schulden

Onder de post schulden worden schulden opgenomen die zijn voortgevloeid uit ontvangsten ten gunste van de begroting. Net als bij extra-comptabele vorderingen gaat het om reeds ontvangen bedragen welke geboekt zijn binnen begrotingsverband en waarvoor nog op termijn een verrekening plaats zal vinden. Ook uitgegeven leningen worden onder de post schulden opgenomen.

Ad 8 en 19) Voorschotten

Onder de post voorschotten worden de bedragen opgenomen die aan derden zijn betaald vooruitlopend op een later definitief vast te stellen c.q. af te rekenen bedrag. De vergelijkende cijfers voor voorschotten per 31 december 2018 komen niet overeen met de rijkssaldibalans per 31 december 2018. Het betreft correcties in de voorschotten die zijn verwerkt in het jaarverslag 2019 van de Staten-Generaal (€ 6 mln.)2 en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (€ 34 mln.)3

Ad 9 en 20) Andere verplichtingen

Onder de post andere verplichtingen wordt het saldo opgenomen van aangegane verplichtingen en hierop verrichte betalingen. Het saldo heeft zowel betrekking op de binnen als buiten begrotingsverband geboekte verplichtingen.

Ad 10 en 21) Deelnemingen

Onder de post deelnemingen worden alle deelnemingen in besloten en naamloze vennootschappen en internationale instellingen opgenomen. De waardering van de deelnemingen geschiedt op basis van de oorspronkelijke aankoopprijs. In enkele gevallen geschiedt de waardering tegen de nominale waarde van het aandeel in het gestort en opgevraagd kapitaal.

Ad 11 en 22) Garantieverplichtingen

Onder de post garanties worden de bedragen opgenomen die de hoofdsommen vormen van afgegeven garanties aan derden en garanties van ministeries aan het ministerie van Financiën. Een afgegeven garantie wordt gezien als een verplichting en moet ook op dezelfde manier in de administratie worden verwerkt. Er is dus geen verschil in de registratie van garantieverplichtingen en andersoortige verplichtingen. Een verschil tussen een garantie en een andere verplichting is wel dat de hoofdsom van een garantie veelal niet of slechts gedeeltelijk tot uitbetaling zal leiden.

Ad 12) Ontvangsten ten gunste van de begroting

Onder de post ontvangsten ten gunste van de begroting worden de gerealiseerde ontvangsten van het betreffende begrotingsjaar opgenomen van alle ministeries en begrotingsfondsen en de renteontvangsten zoals opgenomen in tabel 1.5 van de rijksrekening.

Ad 13) Schulden buiten begrotingsverband

(intra-comptabele schulden)

Onder de post schulden buiten begrotingsverband worden de ontvangsten geboekt die in een later jaar met een ander onderdeel van het Rijk dan wel met een derde worden verrekend.

Ad 14) Saldi begrotingsfondsen

Onder de post saldi begrotingsfondsen worden saldi van het betreffende begrotingsjaar opgenomen. Het betreft hier alleen4 het saldo van het Diergezondheidsfonds.

Ad 15) Saldi begrotingsreserve

Onder de post saldi begrotingsreserve worden de interne reserves van de ministeries opgenomen. Het gaat hier om de volgende reserves:

  • Nationale Hypotheekgarantie en Woningcorporaties, Woningcorporaties (BZK);

  • FOM (BZ)

  • DGGF, DRIVE en DTIF (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking);

  • Borgstelling MKB-kredieten, Groeifaciliteit, Garantie Ondernemingsfinanciering, Garantie MKB-financiering, Maatregelen voor CO2 reductie, Duurzame energie, Geothermie, Garantieregeling ECN verstrekte leningen (EZK);

  • Export kredietverzekeringen, Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschades, garantie Tennet en DGS BES eilanden (Financiën);

  • Asiel (J&V);

  • Landbouw, Visserij, Stikstof, Risicovoorziening jonge boeren, Apurement, Borgstellingsfaciliteit (LNV);

  • Museaal Aankoopfonds en Risicopremie garantstelling onderwijsinstellingen (OCW);

  • WFZ, Stimuleringsregeling wonen en zorg, Pallas (VWS).

3 NATIONALE VERKLARING 2020

Op grond van het besluit van de ministerraad van 20 maart 2020, vanuit mijn positie en verantwoordelijkheid als minister van Financiën inzake het financieel beheer van middelen voor de hierna genoemde fondsen in gedeeld beheer en op basis van de tot mij ter beschikking staande informatie, verklaar ik hierbij namens het Nederlandse kabinet, dat:

Betreffende: functioneren van de beheers – en controlesystemen5Het functioneren van de door Nederland opgezette systemen en daarin vervatte maatregelen voor het beheer en de controle van de gelden inzake:

  • de landbouwfondsen: het ELGF en het ELFPO;

  • de structuur- en investeringsfondsen: EFRO, EFMZV, ESF, EFMB;

  • de migratie- en veiligheidsfondsen: het AMIF en ISF;

naar mijn beste weten een redelijke mate van zekerheid bieden voor de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende transacties alsmede voor de subsidiabiliteit van de desbetreffende subsidieaanvragen. Het functioneren van de opgezette systemen en daarin vervatte maatregelen voor het beheer en de controle van de gelden voor alle landbouwfondsen, alle structuur- en investeringsfondsen en alle migratie- en veiligheidsfondsen, naar behoren hebben gefunctioneerd. 

Betreffende: getrouwheid rekeningen en rechtmatigheid uitgaven

De in de bijlagen opgenomen en bij de EC ingediende rekeningen van de landbouwfondsen, de structuur- en investeringsfondsen en de migratie- en veiligheidsfondsen een getrouw beeld geven en de in de rekeningen opgenomen uitgaven die ter vergoeding bij de EC zijn ingediend, per saldo (netto) uitgaven van €1.164.240.744 naar mijn beste weten wettig en regelmatig zijn, tot op het niveau van eindbegunstigden. De mij bekende lopende onderzoeken6 en/of correctievoorstellen in verband met de goedkeuring van de ingediende rekeningen door de Europese Commissie, zijn verantwoord in de bijgevoegde toelichting. De bevestigingen en eventuele punten van voorbehoud in deze verklaring zijn beperkt tot zaken van materieel belang en vloeien direct voort uit audits en laten onverlet inherente interpretatie van Europese regelgeving.

Hoogachtend, de minister van Financiën,

W.B. Hoekstra

Toelichting bij de Nationale Verklaring 2020

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de systeemoordelen en de foutpercentages per fonds in de Nationale Verklaring weer.

Fonds

Systeemoordeel*

Foutpercentage

Totale Subsidiabele kosten (€)

Periode

ELGF en ELFPO

Functioneert

<2%

€ 791.949.169,36

16 oktober 2018 tot en met 15 oktober 2019

ESF

Functioneert

<2%

€ 161.878.575,00

1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019

EFMB

Functioneert

<2%

€ 210.660,00

1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019

EFRO

Functioneert

<2%

€ 172.017.958,95

1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019

EFMZV

Functioneert

<2%

€ 21.054.066,53

1 juli 2018 tot en met 30 juni 2019

Migratie- en veiligheidsfondsen

Functioneert

<2%

€ 17.100.314,61

16 oktober 2018 tot en met 15 oktober 2019

Totaal fondsen

  

€ 1.164.240.744,45

 

*voor wat betreft de onderzochte key requirements (noodzakelijke vereisten aan het systeem)

Weging en verantwoordingstolerantie Voor de weging van de te rapporteren aandachtspunten in de verklaring gelden de volgende criteria:

  • Kwantitatief: wanneer het percentage onrechtmatigheden in de rekeningen betreffende de uitgaven van de fondsen in gedeeld beheer groter is dan 2%. Hierbij geldt tevens dat het effect niet kon worden tenietgedaan door corrigerende maatregelen. Een afwijking van materieel belang is per definitie aanwezig wanneer het oordeel van de Auditdienst Rijk (ADR) bij de rekeningen betreffende de uitgaven niet goedkeurend is.

  • Kwalitatief: informatie is van materieel belang als het weglaten of onjuist weergeven daarvan de beslissingen die gebruikers op basis van de Nationale Verklaring nemen zou kunnen beïnvloeden. De materialiteit van de post of de fout is afhankelijk van de omvang daarvan, beoordeeld onder de bijzondere omstandigheden waaronder het weglaten of onjuist weergeven plaatsvindt. Hierbij wordt rekening gehouden met de bevindingen van de Auditdienst Rijk inzake de controle op de fondsen in gedeeld beheer. Niet goedkeurende oordelen van de Auditdienst vormen per definitie aanleiding om de relevante aandachtspunten op te nemen in de Nationale Verklaring en de toelichting hierop.

Goedkeuring Europese CommissieDe Europese Commissie bepaalt uiteindelijk de EU-conformiteit van de nationale implementatie en uitvoering van EU-regelgeving. Daardoor is er, zolang de Europese Commissie de rekeningen nog niet formeel heeft vastgesteld, een voorbehoud over aard en omvang van financiële correcties die de EC kan opleggen.

Meldingen antifraude bureau OLAF Europese Commissie Het antifraude bureau van de Europese Commissie, Office Européen de la Lutte Antifraude (OLAF), kan onderzoeken starten naar onregelmatigheden, waaronder vermoedens van fraude met EU-subsidies. In deze Nationale Verklaring worden per fonds (eventuele) bijzonderheden genoemd.

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB): het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)

Verklaring betaalorgaan Het betaalorgaan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft overeenkomstig artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 908/2014 van de Commissie bij de over de periode 16 oktober 2018 tot en met 15 oktober 2019 bij de Europese Commissie (EC) ingediende rekeningen verklaard dat deze een waarheidsgetrouw, volledig en nauwkeurig beeld geven en dat de beheers- en controlesystemen een redelijke zekerheid bieden dat de onderliggende transacties wettig en regelmatig zijn.

Bij zowel de administratieve controles door het betaalorgaan, de controles ter plaatse bij eindbegunstigden door de technische diensten als de accountantscontrole door de Auditdienst Rijk (ADR) als certificerende instantie zijn fouten (door de begunstigden ten onrechte gedeclareerde bedragen) geconstateerd. Dit geldt zowel voor het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) als het Europees Landbouwfonds voor de Plattelandsontwikkeling (ELFPO). Op grond van de door het betaalorgaan ingediende controlestatistieken en de uitkomsten van de accountantscontrole is het resterende foutpercentage voor ELGF 0,59% en voor ELFPO 3,28%. Voor de uitgaven en ontvangsten van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid als geheel, ELFPO en ELGF samen, blijven de fouten onder de toegestane verantwoordingstolerantie van 2%.

Het foutenpercentage van ELFPO van 3,28% wordt voornamelijk veroorzaakt door dat begunstigden van projectsubsidies niet aan alle subsidievoorwaarden voldoen.

Rapportage certificerende instantie De ADR heeft, in de functie van certificerende instantie, geoordeeld dat;

  • de bij de Europese Commissie in te dienen rekeningen voor het ELGF-begrotingsjaar 2019 dat op 15 oktober 2019 is geëindigd, in elk materieel opzicht een waarheidsgetrouw, volledig en nauwkeurig beeld geven van de aan het ELGF en ELFPO in rekening gebrachte totale netto-uitgaven,

  • uit de vaststelling of het betaalorgaan aan de accreditatiecriteria voldoet, blijkt dat de interne controleprocedures van het betaalorgaan naar behoren hebben gefunctioneerd voor het ELGF en ELFPO,

  • de uitgaven die ter vergoeding bij de Europese Commissie zijn ingediend in het kader van het ELGF en ELFPO, in alle materiële opzichten wettig en regelmatig zijn.

De ADR heeft in het certificerend auditrapport van het ELFPO een belangrijke aanbeveling gedaan om bij de beoordeling van provinciale POP-projecten, voor (project-)specifieke subsidie-eisen vanuit de openstellingsbesluiten, controlevragen aan de beoordeling toe te voegen.

Bekende lopende onderzoeken en/of correctievoorstellen door de Europese Commissie, Europese Rekenkamer en OLAF De EC bepaalt uiteindelijk de EU-conformiteit van de nationale implementatie en uitvoering van EU-regelgeving. De bevestigingen in deze verklaring laten daarom onverlet inherente interpretatie van Europese regelgeving door de EC. Het antifraude-DG van de EC (OLAF) kan onderzoeken starten naar vermoedens van onregelmatigheden, waaronder vermoeden van fraude met EU-subsidies.

Er is bij het ELGF en het ELFPO geen sprake van lopende OLAF onderzoeken.

Met betrekking tot de volgende lopende onderzoeken door de EC is (nog) geen correctievoorstel ontvangen7:

  • Gemeenschappelijk Marktordening Groente en Fruit: in 2019 is een follow up audit gestart over de openstaande bevinding uit audit 2016 omtrent de redelijkheid van kosten. Bilateraal en uitwisseling van informatie heeft eind 2019 plaatsgevonden. Definitieve correctievoorstel komt naar verwachting begin 2020.

  • ELFPO: ANLB EU-audit maart 2018. In 2019 heeft het bilateraal plaatsgevonden en verdere uitwisseling van informatie. Definitieve correctievoorstel komt naar verwachting begin 2020.

  • Grondgebonden regelingen en Graasdierpremie: de EC heeft in haar planning eind maart 2020 een follow up audit opgenomen van de in 2017 uitgevoerde audit.

Europese Structuur- en Investeringsfondsen: Europees Sociaal Fonds (ESF), Europees Fonds voor Meest Behoeftigen (EFMB), Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV), en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO)

Oordeel Certificerings Autoriteit en Audit Autoriteit De Certificerings Autoriteit (CA) heeft overeenkomstig het bij de Europese Commissie ingediend certificaat verklaard, dat de jaarrekeningen volledig, nauwkeurig en waarachtig zijn, dat de in de jaarrekeningen opgenomen uitgaven in overeenstemming zijn met het toepasselijke recht en zijn gedaan voor concrete acties die zijn geselecteerd aan de hand van de voor het operationeel programma geldende criteria voor financiering, die in overeenstemming zijn met het toepasselijke recht, dat de bepalingen van de fondsspecifieke verordeningen met betrekking tot de beschikbaarheid van documenten in acht zijn genomen..

De Audit Autoriteit (AA) oordeelt dat de toegepaste beheers- en controlesystemen van de Management Autoriteit ESF, EFMB, EFRO en het EFMZV8 naar behoren functioneren. De beweringen in de beheersverklaring worden door de uitgevoerde auditwerkzaamheden niet in twijfel getrokken. De jaarrekeningen geven een getrouw beeld en de uitgaven in de jaarrekeningen zijn wettig en regelmatig.

Beheersverklaringen Management Autoriteit EFRO, EFMZV, ESF, EFMB De Management Autoriteiten EFRO, EFMZV en Uitvoering van Beleid verklaren dat de informatie in de jaarrekeningen 2018/2019 naar behoren wordt weergegeven, volledig en accuraat is overeenkomstig de vigerende verordeningen, dat de uitgaven die in de jaarrekeningen zijn opgenomen zijn gebruikt voor het beoogde doel, zoals gedefinieerd in vigerende verordeningen en overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en dat het beheers- en controlesysteem dat voor het operationele programma is opgezet de nodige garanties biedt met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, in overeenstemming met het toepasselijke recht. 

Bekende lopende onderzoeken en/of correctievoorstellen door de Europese Commissie, Europese Rekenkamer en OLAF Er is bij het ESF, het EFMB, het EFMZV en het EFRO geen sprake van lopende onderzoeken en/of correctievoorstellen.

Europese Migratie- en Veiligheidsfondsen: Asiel, Migratie en Integratiefonds (AMIF) 2014-2020, en het Fonds voor de Interne Veiligheid (ISF)

AMIF en ISF

De Audit Autoriteit (AA) oordeelt dat de toegepaste beheers- en controlesystemen van het AMIF en het ISF van de Verantwoordelijke Autoriteit naar behoren functioneren. De beweringen in de beheersverklaringen van AMIF en ISF worden door de uitgevoerde auditwerkzaamheden niet in twijfel getrokken.

Beheersverklaringen Verantwoordelijke Autoriteit

AMIF De directeur Directie Regie Migratieketen verklaart dat de informatie in de jaarrekening naar behoren wordt weergegeven, volledig en accuraat overeenkomstig artikel 63, lid 7 van Verordening (EU) nr. 1046/2018, de uitgaven van de Unie gebruikt zijn voor het beoogde doel in overeenstemming met het nationaal programma en overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en dat het beheers- en controlesysteem dat voor het nationaal programma is opgezet naar behoren heeft gefunctioneerd tijdens het in aanmerking genomen begrotingsjaar en de nodige garanties heeft geboden met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, in overeenstemming met het toepasselijke recht.

Naast de in de hoofdtekst genoemde subsidiabele kosten heeft de Verantwoordelijke Autoriteit op 13 februari 2020 conform de regelgeving ook voorschotten gedeclareerd in Brussel voor een bedrag van € 34.702.487.

ISF De directeur Directie Regie Migratieketen verklaart dat de informatie in de jaarrekening naar behoren wordt weergegeven, volledig en accuraat overeenkomstig artikel 63, lid 7 van Verordening (EU) nr. 1046/2018, de uitgaven van de Unie gebruikt zijn voor het beoogde doel in overeenstemming met het nationaal programma en overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer en dat het beheers- en controlesysteem dat voor het nationaal programma is opgezet naar behoren heeft gefunctioneerd tijdens het in aanmerking genomen begrotingsjaar en de nodige garanties heeft geboden met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen, in overeenstemming met het toepasselijke recht.

Naast de in de hoofdtekst genoemde subsidiabele kosten heeft de Verantwoordelijke Autoriteit op 13 februari 2020 conform de regelgeving ook voorschotten gedeclareerd in Brussel voor een bedrag van € 16.081.729,50.

Bekende lopende onderzoeken of correctievoorstellen door de Europese Commissie, Europese Rekenkamer en OLAF Er is geen sprake van lopende onderzoeken of correctievoorstellen.

4 DE BELASTING- EN PREMIEONTVANGSTEN IN 2019

Tabel 1 De belasting- en premieontvangsten in 2019 op EMU-basis (in miljoenen euro)
 

Miljoenennota 2019

Realisatie FJR 2019

Verschil

Kostprijsverhogende belastingen

95.776

93.893

‒ 1.882

Invoerrechten

3.253

3.445

192

Omzetbelasting

59.636

57.744

‒ 1.892

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

2.201

2.347

147

Accijnzen

12.270

12.090

‒ 180

- waarvan Accijns van lichte olie

4.456

4.574

118

- waarvan Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

4.028

3.888

‒ 140

- waarvan Tabaksaccijns

2.623

2.547

‒ 77

- waarvan Alcoholaccijns

335

331

‒ 4

- waarvan Bieraccijns

457

422

‒ 35

- waarvan Wijnaccijns

371

330

‒ 41

Belastingen van rechtsverkeer

5.585

5.897

312

- waarvan Overdrachtsbelasting

2.848

3.017

168

- waarvan Assurantiebelasting

2.737

2.880

144

Motorrijtuigenbelasting

4.290

4.210

‒ 80

Belastingen op een milieugrondslag

5.870

5.569

‒ 301

- waarvan Afvalstoffenbelasting

192

205

13

- waarvan Energiebelasting

5.390

5.065

‒ 325

- waarvan Waterbelasting

288

297

9

- waarvan Brandstoffenheffingen

0

1

1

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en andere producten

274

269

‒ 4

Belasting op zware motorrijtuigen

198

185

‒ 13

Verhuurderheffing

1.720

1.688

‒ 32

Bankbelasting

478

449

‒ 29

    
    

Belastingen op inkomen, winst en vermogen

94.648

100.507

5.860

Inkomstenbelasting

1.986

4.859

2.872

Loonbelasting

59.701

60.915

1.214

Dividendbelasting

5.556

6.286

730

Kansspelbelasting

538

572

34

Vennootschapsbelasting

25.308

25.949

642

Schenk- en erfbelasting

1.558

1.926

369

    

Overige belastingontvangsten

201

294

93

- Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

141

158

17

    

Totaal belastingen

190.624

194.695

4.071

Premies volksverzekeringen

43.495

39.434

‒ 4.061

Premies werknemersverzekeringen

68.971

68.295

‒ 676

- waarvan zorgpremies

43.360

42.671

‒ 689

    

Totaal belastingen en premies op EMU-basis

303.091

302.425

‒ 667

Tabel 2 De belasting- en premieontvangsten in 2019 op kasbasis (in miljoenen euro)
 

Miljoenennota 2019

Realisatie FJR 2019

Verschil

Kostprijsverhogende belastingen op kasbasis

94.182

92.428

‒ 1.754

Invoerrechten

3.241

3.397

156

Omzetbelasting

58.126

56.473

‒ 1.653

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

2.201

2.288

87

Accijnzen

12.250

12.067

‒ 183

- waarvan Accijns van lichte olie

4.450

4.559

109

- waarvan Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

4.021

3.911

‒ 110

- waarvan Tabaksaccijns

2.617

2.509

‒ 109

- waarvan Alcoholaccijns

335

331

‒ 4

- waarvan Bieraccijns

456

426

‒ 31

- waarvan Wijnaccijns

370

331

‒ 39

Belastingen van rechtsverkeer

5.558

5.863

305

- waarvan Overdrachtsbelasting

2.829

3.016

187

- waarvan Assurantiebelasting

2.729

2.847

118

Motorrijtuigenbelasting

4.275

4.222

‒ 53

Belastingen op een milieugrondslag

5.863

5.528

‒ 335

- waarvan Afvalstoffenbelasting

192

196

4

- waarvan Energiebelasting

5.383

5.033

‒ 351

- waarvan Waterbelasting

288

298

11

- waarvan Brandstoffenheffingen

0

1

1

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en andere producten

273

269

‒ 4

Belasting op zware motorrijtuigen

196

184

‒ 11

Verhuurderheffing

1.720

1.687

‒ 33

Bankbelasting

478

449

‒ 29

    

Belastingen op inkomen, winst en vermogen op kasbasis

94.743

100.507

5.764

Inkomstenbelasting kas

1.986

4.859

2.872

Loonbelasting kas

59.799

60.914

1.115

Dividendbelasting

5.556

6.286

730

Kansspelbelasting

536

572

36

Vennootschapsbelasting

25.308

25.949

642

Schenk- en erfbelasting

1.558

1.926

369

    

Niet nader toe te rekenen belastingontvangsten

201

281

80

- Belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

141

158

17

    

Belastingen op kasbasis

189.125

193.216

4.091

KTV Belastingen (aansluiting naar EMU-basis)

1.499

1.479

‒ 20

    

Premies volksverzekeringen op kasbasis

43.320

39.271

‒ 4.049

KTV premies vvz (aansluiting naar EMU-basis)

175

163

‒ 12

    

Premies werknemersverzekeringen (Op EMU-basis)

68.971

68.295

‒ 676

- wv zorgpremies

43.360

42.671

‒ 689

    

Totaal belastingen en premies op EMU-basis

303.091

302.425

‒ 667

5 UITGAVEN EN NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

Deze bijlage biedt een overzicht van de verschillende manieren waarop de uitgaven en de niet-belastingontvangsten van de overheid worden weergegeven. Er wordt een vergelijking gemaakt tussen de begroting van 2019 zoals gepresenteerd in de Miljoenennota 2019 en de realisatie van dat jaar in het Financieel Jaarverslag van het Rijk. De overheidsuitgaven kunnen op kasbasis, maar ook op transactiebasis worden geregistreerd. In het eerste geval worden transacties geboekt in de periode waarin betaling plaatsvindt, in het tweede geval de periode waarin rechten en verplichtingen zijn ontstaan. Op de departementale begrotingen worden de uitgaven op kasbasis geregistreerd: welke bedragen worden van de bankrekeningen van het Rijk afgeschreven. Bij het saldo van de overheid (EMU-saldo) wordt niet uitgegaan van de uitgaven op kasbasis, maar op transactiebasis: de uitgaven worden geboekt in de periode waarin rechten en verplichtingen zijn ontstaan. Bij de tabellen hieronder worden de gebruikte begrippen verder toegelicht.

Tabel 5.1 bevat alle netto-uitgaven van de Rijksoverheid: de optelsom van de uitgaven minus de niet-belastingontvangsten. Om de uitgaven te beheersen is er een uitgavenplafond. De uitgaven onder het uitgavenplafond mogen het uitgavenplafond niet overschrijden. Het uitgavenplafond is op zijn beurt gesplitst in drie verschillende deelplafonds: het plafond Rijksbegroting, het plafond Sociale Zekerheid en het plafond Zorg. De meeste netto-uitgaven vallen onder een van de drie plafonds. Er zijn echter ook uitgaven en ontvangsten die niet onder een plafond vallen.

In het bovenste deel van de tabel zijn de uitgaven uitgesplitst in de begrotingsgefinancierde en de premiegefinancierde uitgaven. De begrotingsgefinancierde uitgaven worden betaald uit belastingen en zijn de optelling van alle uitgaven en niet-belastingontvangsten op de departementale begrotingen. Dit zijn de uitgaven waarvoor het parlement autorisatie verleent door de begrotingen aan te nemen. Naast de begrotingsgefinancierde uitgaven zijn er ook premiegefinancierde uitgaven. De uitgaven aan zorg en sociale zekerheid worden voornamelijk gefinancierd uit de premies. In het onderste deel van de tabel zijn de begrotings- en premiegefinancierde uitgaven per deelplafond opgeteld.

Tabel 5.1 Netto-uitgaven naar type en plafond

(in miljoenen euro)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

bron

Begrotingsgefinancierde netto-uitgaven

    

Plafond Rijksbegroting

140.317

138.995

‒ 1.321

Tabel 5.5

Plafond Sociale Zekerheid

23.118

22.553

‒ 565

Tabel 5.6

Plafond Zorg

2.331

2.271

‒ 60

Tabel 5.7

Netto-uitgaven buiten het uitgavenplafond

15.079

18.032

2.953

Tabel 5.8

Totaal begrotingsgefinancierde netto-uitgaven

180.845

181.852

1.007

Tabel 5.4

Premiegefinancierde netto-uitgaven

    

Plafond Sociale Zekerheid

58.114

58.207

93

Tabel 5.6

Plafond Zorg

69.107

67.462

‒ 1.645

Tabel 5.7

Totaal premiegefinancierde netto-uitgaven

127.220

125.669

‒ 1.551

 

Totaal netto-uitgaven

308.065

307.521

‒ 544

 
     

Plafond Rijksbegroting

140.317

138.995

‒ 1.321

Tabel 5.5

Plafond Sociale Zekerheid

81.232

80.760

‒ 471

Tabel 5.6

Plafond Zorg

71.438

69.733

‒ 1.705

Tabel 5.7

Totaal netto-uitgaven onder het uitgavenplafond

292.986

289.488

‒ 3.498

 

Netto-uitgaven buiten het uitgavenplafond

15.079

18.032

2.953

Tabel 5.8

Totaal netto-uitgaven

308.065

307.521

‒ 544

 

Tabel 5.2 geeft alle uitgaven zoals die vermeld zijn in de individuele begrotingshoofdstukken van de Rijksbegroting. In die hoofdstukken zelf zijn de uitgaven verdeeld over verschillende beleids- en niet-beleidsartikelen, maar in de tabel wordt alleen het totaal per begrotingshoofdstuk weergegeven. Het betreft hier de kasuitgaven van de begrotingshoofdstukken. Alleen voor het begrotingshoofdstuk van Nationale Schuld zijn de bedragen op transactiebasis.

Tabel 5.2 Uitgaven begrotingen
 

(in miljoenen euro)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

1

De Koning

43

44

1

2A

Staten-Generaal

146

173

28

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

121

134

13

3

Algemene Zaken

67

66

‒ 1

4

Koninkrijksrelaties

109

196

88

5

Buitenlandse Zaken

9.977

10.552

576

6

Justitie en Veiligheid

12.738

13.662

924

7

Binnenlandse Zaken

5.482

5.617

135

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

41.984

43.075

1.091

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

7.370

7.023

‒ 347

9B

Financiën

7.534

9.434

1.900

10

Defensie

10.477

10.719

242

12

Infrastructuur en Waterstaat

9.553

8.005

‒ 1.548

13

Economische Zaken en Klimaat

4.486

5.337

851

14

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

882

1.534

652

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

36.136

39.076

2.940

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

16.414

18.014

1.600

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

3.096

3.047

‒ 49

50

Gemeentefonds

30.148

31.298

1.150

51

Provinciefonds

2.408

2.467

59

55

Infrastructuurfonds

7.368

5.761

‒ 1.607

58

Diergezondheidsfonds

35

63

29

60

Accres Gemeentefonds

303

0

‒ 303

61

Accres Provinciefonds

42

0

‒ 42

64

BES-fonds

38

44

6

65

Deltafonds

1.043

1.076

33

AP

Aanvullende Posten

5.573

0

‒ 5.573

90

Consolidatie1

‒ 7.796

‒ 6.010

1.786

HGIS

Internationale Samenwerking2

(5.308)

(5.289)

(-20)

 

Totaal

205.776

210.410

4.634

X Noot
1

Dit betreft een correctie voor dubbeltellingen die ontstaan door het «bruto-boeken» van bijdragen. Het bruto-boeken houdt in dat zowel het departement dat bijdraagt, als het departement dat ontvangt de uitgaven op zijn begroting opneemt. Het gaat voornamelijk om bijdragen via de begroting van Infrastructuur en Milieu aan het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

X Noot
2

In deze tabel zijn de niet-belastingontvangsten voor Internationale Samenwerking toegerekend aan de begrotingen waarop deze worden verantwoord. De totale uitgaven voor Internationale Samenwerking zijn tussen haakjes vermeld en lopen niet mee in de totaaltelling.

Tabel 5.3 bevat alle niet-belastingontvangsten op de verschillende begrotingshoofdstukken van de Rijksbegroting. Dit betreft alle ontvangsten die geen belasting- of premie-ontvangst zijn. Denk bijvoorbeeld aan het dividend dat uitgekeerd wordt door staatsdeelnemingen, het terugbetalen van studieschulden of de opbrengst van boetes en schikkingen. Ook hier geldt dat alle bedragen op kasbasis zijn, behalve de begroting van Nationale Schuld, die deels op transactiebasis is opgesteld. Omdat hier inzicht wordt gegeven in de niet-belastingontvangsten worden de ontvangsten vanuit het uitgeven van nieuwe staatschuld niet meegeteld. Deze ontvangsten komen in bijlage 6 aan bod bij de bepaling van het EMU-saldo.

Tabel 5.3 Niet-belastingontvangsten begrotingen
 

(in miljoenen euro)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

1

De Koning

0

0

0

2A

Staten-Generaal

4

4

0

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

6

6

0

3

Algemene Zaken

7

6

‒ 1

4

Koninkrijksrelaties

38

56

17

5

Buitenlandse Zaken

460

805

346

6

Veiligheid en Justitie

1.601

1.646

45

7

Binnenlandse Zaken

679

753

74

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.329

1.398

68

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

11.097

12.155

1.058

9B

Financiën

2.389

4.254

1.865

10

Defensie

312

406

95

12

Infrastructuur en Milieu

19

52

33

13

Economische Zaken

4.180

3.455

‒ 725

14

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

89

124

35

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

1.871

1.896

25

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

88

749

661

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

80

59

‒ 21

50

Gemeentefonds

0

0

0

51

Provinciefonds

0

0

0

55

Infrastructuurfonds

7.368

5.614

‒ 1.754

58

Diergezondheidsfonds

35

40

5

65

Deltafonds

1.043

1.090

47

AP

Aanvullende Posten

34

0

‒ 34

90

Consolidatie

‒ 7.796

‒ 6.010

1.786

HGIS

Internationale Samenwerking

(148)

(181)

(33)

 

Totaal

24.931

28.558

3.627

Tabel 5.4 geeft per begrotingshoofdstuk de netto-uitgaven weer, oftewel de uitgaven (tabel 5.2) minus de niet-belastingontvangsten (tabel 5.3). De daaropvolgende tabellen (tabel 5.5 tot en met tabel 5.7) geven per deelplafond aan welke uitgaven er onder vallen, op welk begrotingshoofdstuk deze staan, en of de uitgaven begrotings- of premiegefinancierd zijn.

Tabel 5.4 Netto-uitgaven begrotingen
 

(in miljoenen euro)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

1

De Koning

43

44

0

2A

Staten-Generaal

141

169

28

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

115

127,813

12

3

Algemene Zaken

60

60

0

4

Koninkrijksrelaties

70

141

70

5

Buitenlandse Zaken

9.517

9.747

230

6

Justitie en Veiligheid

11.137

12.017

879

7

Binnenlandse Zaken

4.802

4.864

62

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

40.655

41.678

1.023

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

‒ 3.727

‒ 5.132

‒ 1.405

9B

Financiën

5.145

5.181

36

10

Defensie

10.165

10.313

148

12

Infrastructuur en Waterstaat

9.533

7.953

‒ 1.580

13

Economische Zaken en Klimaat

307

1.883

1.576

14

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

794

1.410

616

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

34.265

37.179

2.915

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

16.326

17.265

939

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

3.016

2.988

‒ 29

50

Gemeentefonds

30.148

31.298

1.150

51

Provinciefonds

2.408

2.467

59

55

Infrastructuurfonds

0

147

147

58

Diergezondheidsfonds

0

23

23

60

Accres Gemeentefonds

303

0

‒ 303

61

Accres Provinciefonds

42

0

‒ 42

64

BES-fonds

38

44

6

65

Deltafonds

0

‒ 14

‒ 14

AP

Aanvullende Posten

5.539

0

‒ 5.539

90

Consolidatie

0

0

0

HGIS

Internationale Samenwerking

(5.161)

(5.108)

(53)

 

Totaal

180.845

181.852

1.007

Tabel 5.5 Netto-uitgaven onder plafond RIjksbegroting
 

(in miljoenen euro)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

1

De Koning

43

44

0

2A

Staten-Generaal

141

169

28

2B

Overige Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

115

128

12

3

Algemene Zaken

60

60

0

4

Koninkrijksrelaties

50

78

27

5

Buitenlandse Zaken

9.517

9.747

230

6

Veiligheid en Justitie

11.137

12.017

879

7

Binnenlandse Zaken

4.802

4.886

84

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

38.538

39.929

1.391

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

5.548

5.446

‒ 103

9B

Financiën

5.172

5.549

378

10

Defensie

10.168

10.308

140

12

Infrastructuur en Milieu

9.533

7.953

‒ 1.580

13

Economische Zaken

4.075

4.267

192

14

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

794

1.410

616

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

609

452

‒ 157

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

3.253

3.407

154

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

3.030

3.001

‒ 29

50

Gemeentefonds

26.501

27.501

1.000

51

Provinciefonds

2.408

2.467

59

55

Infrastructuurfonds

0

147

147

58

Diergezondheidsfonds

0

0

0

60

Accres Gemeentefonds

303

0

‒ 303

61

Accres Provinciefonds

42

0

‒ 42

64

BES-fonds

38

44

6

65

Deltafonds

0

‒ 14

‒ 14

80

Prijsbijstelling

546

0

‒ 546

81

Arbeidsvoorwaarden

1.907

0

‒ 1.907

86

Algemeen

1.985

0

‒ 1.985

90

Consolidatie1

0

0

0

HGIS

Internationale Samenwerking2

(5.127)

(5.071)

(-56)

 

Totaal

140.317

138.995

‒ 1.321

Tabel 5.6 Netto-uitgaven onder plafond Sociale Zekerheid
 

(in miljoenen euro)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

20.644

20.566

‒ 77

50

Gemeentefonds

1.933

1.987

55

AP

Aanvullende Posten

542

0

‒ 542

 

Begrotingsgefinancierde netto-uitgaven

23.118

22.553

‒ 565

40

Sociale Verzekeringen

58.114

58.207

93

 

Premiegefinancierde netto-uitgaven

58.114

58.207

93

     
 

Totaal netto-uitgaven plafond Sociale Zekerheid

81.232

80.760

‒ 471

Tabel 5.7 Netto-uitgaven onder plafond Zorg
 

(in miljoenen euro)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

597

461

‒ 135

50

Gemeentefonds

1.714

1.809

95

AP

Aanvullende Posten

20

0

‒ 20

 

Begrotingsgefinancierde netto-uitgaven

2.331

2.271

‒ 60

41

Zorg

69.107

67.462

‒ 1.645

 

Premiegefinancierde netto-uitgaven

69.107

67.462

‒ 1.645

     
 

Totaal netto uitgaven plafond Zorg

71.438

69.733

‒ 1.705

Tabel 5.8 geeft per begrotingshoofdstuk de uitgaven weer die buiten het uitgavenplafond vallen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om uitgaven die niet meetellen in het begrotingstekort (het EMU-saldo), zoals het verstrekken van (studie)leningen, de bijdrage van het Rijk aan de sociale fondsen of de opbrengst van het verkopen van staatsdeelnemingen. Daarnaast zijn er uitgaven die wel EMU-saldorelevant zijn, maar buiten het uitgavenplafond zijn geplaatst, zoals de uitgaven aan de zorgtoeslag.

Evenals bij voorgaande tabellen geldt dat de genoemde bedragen in tabel 5.8 op kasbasis zijn, behalve het begrotingshoofdstuk van Nationale Schuld dat deels op transactiebasis wordt opgesteld en zijn de uitgaven aan het aflossen van en de ontvangsten uit het uitgeven van de staatsschuld niet in deze tabel opgenomen.

Tabel 5.8 Netto-uitgaven buiten het uitgavenplafond
 

(in miljoenen euro)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

4

Koninkrijksrelaties

20

63

43

7

Binnenlandse Zaken

0

‒ 23

‒ 23

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

2.117

1.749

‒ 369

9A

Nationale Schuld (Transactiebasis)

‒ 9.275

‒ 10.577

‒ 1.302

9B

Financiën

‒ 26

‒ 368

‒ 342

10

Defensie

‒ 3

5

8

12

Infrastructuur en Waterstaat

0

0

0

13

Economische Zaken en Klimaat

‒ 3.768

‒ 2.384

1.384

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

13.012

16.161

3.149

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

12.477

13.397

920

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

‒ 13

‒ 13

0

58

Diergezondheidsfonds

0

23

23

AP

Aanvullende posten

538

0

‒ 538

HGIS

Internationale Samenwerking1

(34)

(37)

(3)

 

Totaal netto-uitgaven buiten het plafond

15.079

18.032

2.953

Tabel 5.9 geeft de totale netto-uitgaven HGIS aan per begrotingshoofdstuk. Deze uitgaven aan internationale samenwerking worden gecoördineerd door het ministerie van Buitenlandse Zaken maar verwantwoord op de individuele begrotingen. In bovenstaande tabellen zijn deze middelen onderdeel van de totalen per begroting. Onderaan deze tabellen staat het totaal aan HGIS-uitgaven over alle begrotingen.

Tabel 5.9 Netto HGIS-uitgaven begrotingen
 

(in miljoenen euro)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

5

Buitenlandse Zaken

1.404

1.359

‒ 46

6

Veiligheid en Justitie

33

35

2

7

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

0

1

0

8

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

60

62

1

9B

Financiën

291

327

36

10

Defensie

205

184

‒ 21

12

Infrastructuur en Waterstaat

26

26,00

0

13

Economische Zaken en Klimaat

26

25

‒ 1

14

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

30

30

0

15

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

0

1

0

16

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

21

22

1

17

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

3.030

3.001

‒ 29

86

Algemeen

0

0

0

 

Totaal plafondrelevante netto-uitgaven HGIS

5.127

5.071

‒ 56

9B

Financiën

34

37

3

 

Totaal niet-plafondrelevante netto-uitgaven HGIS

34

37

3

     
 

Totaal netto-uitgaven HGIS

5.161

5.108

‒ 53

Tabel 5.10 geeft een overzicht van de aardgasbaten. De tabel laat zien dat de aardgasbaten niet alleen op kasbasis, maar ook op transactiebasis worden geregistreerd. Dit wordt gedaan omdat het EMU-saldo – volgens Europese methodiek – wordt berekend op transactiebasis, terwijl de rijksbegroting op kasbasis wordt opgesteld.

Tabel 5.10 Aardgasbaten

(in miljoenen euro)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

Niet-belastingontvangsten

1.900

578

‒ 1.322

Vennootschapsbelasting

700

450

‒ 250

Totaal kasbasis

2.600

1.028

‒ 1.572

    

Niet-belastingontvangsten

400

‒ 72

‒ 472

Vennootschapsbelasting

50

100

50

Totaal kas-transverschil (ktv)

450

28

‒ 422

    

Niet-belastingontvangsten

1.500

650

‒ 850

Vennootschapsbelasting

650

350

‒ 300

Totaal transactiebasis

2.150

1.000

‒ 1.150

6 EMU-SALDO EN EMU-SCHULD

Tabel 6.1 betreft een overzicht van de budgettaire kerngegevens; de inkomsten, de uitgaven, het EMU-saldo en de EMU-schuld. Het betreft de inkomsten en uitgaven van het Rijk die relevant zijn voor het EMU-saldo. Om van dit het EMU-saldo Rijk tot het saldo van de gehele overheid (de collectieve sector) te komen dient ook het EMU-saldo van de decentrale overheden meegeteld te worden.

Tabel 6.1 Budgettaire kerngegevens

(in miljarden euro, tenzij anders aangegeven)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

Inkomsten (belastingen en sociale premies)

303,1

302,4

‒ 0,7

    

Netto-uitgaven onder plafonds

293,0

289,5

‒ 3,5

Rijksbegroting

140,3

139,0

‒ 1,3

Sociale Zekerheid

81,2

80,8

‒ 0,5

Zorg

71,4

69,7

‒ 1,7

Overige netto-uitgaven

0,3

‒ 2,7

‒ 3,1

Gasbaten

‒ 1,7

‒ 0,6

1,1

Zorgtoeslag

5,0

0,0

‒ 5,0

Overig

‒ 3,0

4,9

8,0

Totale netto-uitgaven

293,3

286,8

‒ 6,6

    

EMU-saldo centrale overheid

9,8

15,7

5,9

EMU-saldo decentrale overheden

‒ 1,5

‒ 1,6

‒ 0,1

    

EMU-saldo collectieve sector

8,3

14,0

5,8

EMU-saldo collectieve sector (in procenten bbp)

1,0%

1,7%

0,7%

    

EMU-schuld collectieve sector

403,5

394,6

‒ 8,9

EMU-schuld collectieve sector (in procenten bbp)

49,6%

48,6%

‒ 1,0%

    

Bruto binnenlands product (bbp)

813

812

‒ 0,7

Tabel 6.2 geeft het EMU-saldo van de hele collectieve sector weer. Dit EMU-saldo (ook wel het overheidssaldo genoemd) is de optelsom van alle inkomsten en uitgaven van de Rijksoverheid en de decentrale overheden. De inkomsten en uitgaven van de Rijksoverheid zijn in meer detail te vinden in bijlage 4 en bijlage 5. Om tot het EMU-saldo te komen worden hier enkele correcties op toegepast: sommige uitgaven tellen niet mee voor het EMU-saldo (zie tabel 6.3) en voor sommige posten telt een ander bedrag mee voor het EMU-saldo dan in de Rijksbegroting (op kasbasis) is opgenomen (zie tabel 6.4).

Tabel 6.2 EMU-saldo
 

(in miljoenen euro, + is overschot)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

1

Belasting- en premieontvangsten

303.090

302.424

‒ 666

2

Totale netto-uitgaven

308.065

307.521

‒ 544

3

Af: niet EMU-saldo relevante uitgaven

‒ 15.389

‒ 17.531

‒ 2.143

4

Bij: Kas-transverschillen en overige posten

‒ 647

3.224

3.870

5

Bij: EMU-saldo decentrale overheden

‒ 1.484

‒ 1.621

‒ 137

6

EMU-saldo collectieve sector (1-2-3+4+5)

8.283

14.037

5.754

De uitgaven die wel op de Rijksbegroting staan, maar die niet meetellen voor het EMU-saldo staan vermeld in tabel 6.3. Wat er wel en niet meetelt voor het EMU-saldo is vastgesteld door Eurostat in het Manual on Government Deficit and Debt.

Tabel 6.3 Uitgaven niet-relevant voor het EMU-saldo

(in miljoenen euro, + is uitgave)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

Rente-ontvangsten swaps

‒ 1.354

‒ 1.095

‒ 259

Opbrengst beëindigen renteswaps

0

1

‒ 1

Studieleningen

2.117

1.749

369

Netto-verkoop staatsbezit

280

335

‒ 55

Diverse leningen

38

90

‒ 52

Rijksbijdragen aan de sociale fondsen

22.239

25.836

‒ 3.597

Rente sociale fondsen

0

0

0

Kasbeheer

‒ 7.887

‒ 9.448

1.561

Overig

‒ 44

64

‒ 108

Totaal

15.389

17.531

‒ 2.143

Tabel 6.4 geeft de posten weer die wel meetellen voor het EMU-saldo, maar die niet, of niet op dezelfde manier in de Rijksbegroting staan. Voor een deel ervan geldt dat voor het EMU-saldo wordt gerekend met de uitgaven en ontvangsten op transactiebasis, terwijl de Rijkbegroting op kasbasis wordt opgesteld. Om tot het EMU-saldo te komen moet daarom bovenop de uitgave of ontvangst op kasbasis ook nog een kas-transverschil (ktv) worden meegeteld. Daarnaast is er een aantal posten die niet op de Rijkbegroting staan, zoals bijvoorbeeld het positieve of negatieve saldo van agentschappen, en de kosten van zorgverzekeraars.

Tabel 6.4 Kas-transverschillen en overige posten

(in miljoenen euro, + is saldoverbeterend)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

KTV gasbaten

100

72

‒ 28

KTV EU-afdrachten

0

289

289

KTV LIV/LKV

0

‒ 13

‒ 13

KTV OV-jaarkaart

0

31

31

KTV Defensie

0

138

138

Overige kas-transverschillen

‒ 39

203

242

Mutatie begrotingsreserves

‒ 94

1.610

1.704

EMU-saldo agentschappen en rest centrale overheid

0

613

613

Overig

‒ 35

1.469

1.504

Subtotaal Rijk

‒ 68

4.411

4.479

Eigen risico dragers WGA/ZW

387

313

‒ 74

Zorgbemiddelingskosten

‒ 966

‒ 1.429

‒ 464

Overig

0

‒ 71

‒ 71

Subtotaal sociale fondsen

‒ 578

‒ 1.187

‒ 609

    

Totaal

‒ 647

3.224

3.870

Tabel 6.5 geeft de verdeling van het EMU-saldo over de verschillende onderdelen van de collectieve sector. In tabel 6.6 wordt het EMU-saldo van het Rijk verder uitgesplitst.

Tabel 6.5 Opbouw EMU-saldo collectieve sector

(in miljoenen euro, - is tekort)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

EMU-saldo Rijk

2.860

8.949

6.089

EMU-saldo sociale fondsen

6.907

6.709

‒ 198

EMU-saldo decentrale overheden

‒ 1.484

‒ 1.621

‒ 137

EMU-saldo collectieve sector

8.283

14.037

5.754

EMU-saldo collectieve sector (in procenten bbp)

1,0%

1,7%

0,7%

Tabel 6.6 EMU-saldo Rijk

(in miljoenen euro, - is uitgave / tekort)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

Belastingontvangsten

190.624

194.695

4.071

Netto begrotingsgefinancierde uitgaven

‒ 180.845

‒ 181.852

‒ 1.007

Af: niet EMU-saldo relevante uitgaven

15.389

17.531

2.143

Betaalde rijksbijdrage en rente aan sociale fondsen

‒ 22.239

‒ 25.836

‒ 3.597

Kas-transverschillen en overige posten Rijk

‒ 68

4.411

4.479

EMU-saldo Rijk (centrale overheid )

2.860

8.949

6.089

Tabel 6.7 geeft het financieringstekort financieringstekort van het Rijk. Het financieringstekort financieringstekortfinancieringstekortis het bedrag dat het Rijk op kasbasis in een jaar tekort komt, of over heeft. Het financieringstekort financieringstekort is daarmee dus ook het bedrag dat in een jaar extra moet worden geleend of, bij een overschot, waarmee schulden kunnen worden afgelost. Waar het EMU-saldo een begrip op transactiebasis is, is het financieringstekort financieringstekort dus op kasbasis. Dat betekent dat naast de belastingontvangsten en de uitgaven op de begrotingen er nog een aantal correcties moet worden toegepast. Ten eerste zijn de belastingen zoals die meetellen voor het EMU-saldo berekend op transactiebasis. Om tot de belastingen op kasbasis te komen moet het kas-transverschil hier dus vanaf worden getrokken. Hetzelfde geldt voor posten op de rijksbegroting die niet op kasbasis zijn. Allereerst is dat de rente op de staatsschuld: deze staan in de rijksbegroting op transactiebasis, terwijl voor het financieringstekort financieringstekortfinancieringstekortalleen de kasuitgaven meetellen. Daarnaast wordt geld storten in (of opnemen uit) een begrotingsreserve op de begroting gezet als uitgave of ontvangst, terwijl het geld niet daadwerkelijk de schatkist verlaat of binnenkomt.

Tabel 6.7 Financieringssaldo Rijksoverheid

(in miljoenen euro, - is uitgave / tekort)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

Belastinginkomsten (kasbasis)

189.125

193.216

4.091

Netto begrotingsgefinancierde uitgaven

‒ 180.845

‒ 181.852

‒ 1.007

Af: kas-transverschil rentelasten

‒ 940

‒ 871

69

Mutatie begrotingsreserves

‒ 94

1.610

1.704

Mutaties derdenrekeningen

0

435

435

Financieringssaldo Rijksoverheid

7.246

12.537

5.291

Het financieringssaldo werkt een op een door in de staatsschuld. Voor een financieringstekort financieringstekort moet immers geleend worden, terwijl een overschot gebruikt kan worden om schulden af te lossen. Tabel 6.8 geeft de ontwikkeling van de EMU-schuld weer. De EMU-schuld betreft de hele collectieve sector, dus ook het tekort van decentrale overheden en agentschappen heeft invloed op de EMU-schuld.

Tabel 6.8 Opbouw EMU-schuld collectieve sector

(in miljoenen euro, - is overschot)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

EMU-schuld begin jaar

410.169

405.504

‒ 4.665

Financieringssaldo Rijksoverheid

‒ 7.246

‒ 12.537

‒ 5.291

EMU-saldo decentrale overheden

1.484

1.621

137

EMU-saldo rest centrale overheid

0

‒ 237

‒ 237

Schatkistbankieren decentrale overheden

‒ 900

‒ 900

0

Overig

0

1.179

1.179

EMU-schuld einde jaar

403.507

394.630

‒ 8.877

EMU-schuldquote (in procenten bbp)

53,1%

48,6%

‒ 4,5%

Tabel 6.9 bevat de ontwikkeling van de EMU-schuldquote (de EMU-schuld in verhouding tot het bbp). Behalve het begrotingstekort of -overschot heeft ook de ontwikkeling van het bbp zelf invloed op de schuldquote, dit is weergegeven als het noemereffect.

Tabel 6.9 Opbouw EMU-schuldquote

(in procenten bbp)

MN 2019

FJR 2019

Verschil

EMU-schuldquote begin jaar

53,1

52,4

‒ 0,6

Noemereffect bbp

‒ 2,6

‒ 2,5

0,1

Financieringssaldo Rijksoverheid

‒ 0,9

‒ 1,5

‒ 0,7

EMU-saldo decentrale overheden

0,2

0,2

0,0

EMU-saldo rest centrale overheid

0,0

0,0

0,0

Schatkistbankieren decentrale overheden

‒ 0,1

‒ 0,1

0,0

Overig

0,0

0,1

0,1

EMU-schuldquote einde jaar

49,6

48,6

‒ 1,0

In tabel 6.10 en tabel 6.11 staat een historisch overzicht van de afgelopen tien jaar voor zowel het EMU-saldo van de collectieve sector als de totale EMU-schuld, in euro's en in procenten van het bbp.

Tabel 6.10 Historisch overzicht EMU-saldo

(in miljarden euro, - is tekort)

2010

2011

2012

2013

2014

EMU-saldo

‒ 33,5

‒ 28,8

‒ 25,6

‒ 19,3

‒ 14,5

bbp

639

650

653

660

672

EMU-saldo (in procenten bbp)

‒ 5,2%

‒ 4,4%

‒ 3,9%

‒ 2,9%

‒ 2,2%

      
 

2015

2016

2017

2018

2019

EMU-saldo

‒ 14,0

0,1

9,3

10,6

14,0

bbp

690

708

738

774

812

EMU-saldo (in procenten bbp)

‒ 2,0%

0,0%

1,3%

1,4%

1,7%

Tabel 6.11 Historisch overzicht EMU-schuld

(in miljarden euro, - is tekort)

2010

2011

2012

2013

2014

EMU-schuld

378,7

401,2

432,4

446,8

455,6

bbp

639

650

653

660

672

EMU-schuld (in procenten bbp)

59,2%

61,7%

66,2%

67,7%

67,8%

      
 

2015

2016

2017

2018

2019

EMU-schuld

446,0

438,4

420,1

405,5

394,6

bbp

690

708

738

774

812

EMU-schuld (in procenten bbp)

64,6%

61,9%

56,9%

52,4%

48,6%

Tabel 6.12 en tabel 6.13 geven een aansluiting tussen de cijfers zoals deze zijn gepresenteerd in bijlage 1 Rijksrekening en bijlage 6 EMU-saldo en EMU-schuld.

Tabel 6.12 Aansluiting uitgaven Rijksrekening en budgettaire kerngegevens

(in miljarden euro)

FJR 2019

Bron

Totaal kasuitgaven begrotingen

245,7

FJR bijl. 1

Rentekosten

5,7

FJR bijl. 1

Totaal kasuitgaven begrotingen en rentekosten

251,4

 
   

Af: uitgaven aflossing vaste schuld

30,1

H9A artikel 11

Af: uitgaven vlottende schuld

4,9

H9A artikel 11

Af: consolidatie

6,0

Tabel 5.2

Totaal uitgaven begrotingen

210,4

Tabel 5.2

   

Af: niet-belastingontvangsten begrotingen

28,6

Tabel 5.3

Totaal netto-uitgaven begrotingen

181,9

Tabel 5.4

   

Totaal premiegefinancierde netto-uitgaven

125,7

 

w.v. Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktrelaties

58,2

Tabel 5.6

w.v. Zorg

67,5

Tabel 5.7

   

Totaal netto-uitgaven (begrotingen en premies)

307,5

Tabel 5.1

w.v. Netto-uitgaven onder het uitgavenplafond

289,5

Tabel 5.1

w.v. Netto-uitgaven buiten het uitgavenplafond

18,0

Tabel 5.1

   

Af: niet EMU-saldo relevante uitgaven

17,5

Tabel 6.2

Bij: kas-transverschillen en overige posten

‒ 3,2

Tabel 6.2

   

Totaal netto-uitgaven relevant voor EMU-saldo

286,8

Tabel 6.1

Tabel 6.13 Aansluiting ontvangsten Rijksrekening en budgettaire kerngegevens

(in miljarden euro)

FJR 2019

Bron

Totaal kasontvangsten begrotingen

247,7

FJR bijl. 1

Rentebaten

1,4

FJR bijl. 1

Totaal kasontvangsten begrotingen en rentebaten

249,1

 
   

Af: uitgifte vaste schuld

21,1

H9A artikel 11

Af: mutatie vlottende schuld

0,0

H9A artikel 11

Af: consolidatie

6,0

Tabel 5.2

Af: niet-belastingontvangsten

28,6

Tabel 5.3

Totaal belastingen op kasbasis

193,2

FJR bijl. 4

   

Premie-inkomsten op kasbasis

107,6

 

w.v. Volksverzekeringen

39,3

FJR bijl. 4

w.v. Werknemersverzekeringen (EMU-basis)

68,3

FJR bijl. 4

   

Totale inkomsten op kasbasis

300,8

 
   

Kas-transverschillen inkomsten

1,6

 

w.v. kas-transverschillen belastingen

1,5

FJR bijl. 4

w.v. kas-transverschillen premies volksverzekeringen

0,2

FJR bijl. 4

   

Totaal belastingen en premies op EMU-basis

302,4

Tabel 6.1

7 FISCALE REGELINGEN

Sinds 2002 wordt budgettaire informatie over fiscale regelingen opgenomen in de Miljoenennota en het Financieel Jaarverslag van het Rijk. In de Miljoenennota worden ook onder andere het beleidsverantwoordelijk departement en de afgeronde en geplande evaluaties vermeld. Meer beleidsmatige informatie over fiscale regelingen wordt opgenomen in de begrotingen en jaarverslagen van de verschillende vakdepartementen.

In het Financieel Jaarverslag wordt alleen het budgettaire belang gegeven van de fiscale regelingen waarvan op dat moment voorlopige realisatiegegevens over 2019 beschikbaar zijn. Dit betreft de afdrachtverminderingen in de loonbelasting voor zeevaart en speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) en de investeringsfaciliteiten in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting waarvoor een aanmeldingsverplichting geldt, namelijk de energie-investeringsaftrek (EIA), milieu-investeringsaftrek (MIA) en willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). De voorlopige realisaties van deze regelingen worden hier vermeld. Definitieve realisaties worden pas in de loop van 2020 bekend en worden opgenomen in Miljoenennota 2021. Voor de overige fiscale regelingen zal in Miljoenennota 2021 een geactualiseerde raming voor 2019 worden opgenomen, op basis van de meest recente gegevens op dat moment.

De investeringsregelingen en de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk zijn gebudgetteerde regelingen met een systematiek van meerjarige budgetegalisatie.

7.1 Afdrachtverminderingen in de loonbelasting

Tabel 7.1.1 laat de voorlopige (geschatte) realisaties van de betreffende afdrachtverminderingen over 2019 zien. De realisaties zijn gebaseerd op geaggregeerde informatie vanuit de loonaangiften.

Tabel 7.1.1 Gegevens afdrachtverminderingen over 2019 (stand mei 2020 in miljoenen euro)

Afdrachtvermindering

Raming 2019 (MN 2020)

Voorlopige realisatie 2019

Speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)

1.237

1.175

Zeevaart

108

109

Het totale beschikbare budget voor de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk voor het jaar 2019 bedroeg € 1.237 miljoen (exclusief € 8 miljoen voor zelfstandigen). De geschatte voorlopige realisatie is € 1.175 miljoen. Met deze realisatie is er een lichte onderuitputting van ruim € 60 miljoen. De onderuitputting wordt conform de geldende systematiek in 2021 aan het budget toegevoegd. De definitieve verzilvering van de S&O-afdrachtvermindering over 2019 wordt in juli 2020 vastgesteld.

De afdrachtvermindering zeevaart is geen gebudgetteerde regeling. De voorlopige realisatie voor 2019 is vrijwel gelijk aan de raming in Miljoenennota 2020. Het budgettaire belang van deze regeling is vrij constant over de jaren.

7.2 Investeringsfaciliteiten

Tabel 7.2.1 bevat voorlopige realisatiegegevens over het jaar 2019 voor de investeringsfaciliteiten waarvoor een aanmeldingsverplichting geldt.

Tabel 7.2.1 Gegevens investeringsfaciliteiten over 2019 (stand mei 2020 in miljoenen euro)

Regeling

Budget 2019 (MN 2020)

Voorlopige realisatie 2019

Energie-investeringsaftrek (EIA)

147

127

Milieu-investeringsaftrek (MIA)

114

126

Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil)

25

20

Uit de voorlopige realisatiecijfers blijkt dat van het beschikbare budget voor de EIA van € 147 miljoen circa € 127 miljoen is gebruikt. Vanaf 2019 is het aftrekpercentage verlaagd van 54,5 naar 45 procent, waardoor er ruimte is geweest om de Energielijst te verruimen. Hiermee wordt het budget naar verwachting doelmatiger besteed.

In de afgelopen jaren was er vaak sprake van overschrijding bij de MIA en onderuitputting bij de Vamil. Naar aanleiding van de evaluatie die in 2018 aan de Kamer is aangeboden,9 is budget geschoven van de Vamil naar de MIA. Per 2019 bedraagt daarmee het MIA-budget € 114 miljoen en het Vamil-budget € 25 miljoen, waarmee naar verwachting een betere balans tussen de regelingen wordt gevonden. In 2019 wordt het MIA-budget overschreden met ruim € 10 miljoen. De onderuitputting in de Vamil bedraagt € 5 miljoen. Om het budgetbeslag van elektrische voertuigen in de MIA te beheersen, is vanaf 2020 het aftrekpercentage op deze voertuigen verder verlaagd van 27 procent naar 13,5 procent.

Achtergrond

Op basis van de Vamil mag willekeurig worden afgeschreven op aangewezen milieu-investeringen. Deze regeling leidt in principe, evenals de andere regelingen voor vervroegde afschrijving, tot een liquiditeits- en rentevoordeel voor de belastingplichtige. Het budgettaire belang wordt berekend met de netto contante waarde-methode gebaseerd op het gemelde investeringsbedrag.

Het budgettaire belang van de EIA en MIA wordt gebaseerd op gemelde investeringsbedragen, in principe volgens de volgende formule: budgettair belang = (investeringsbedrag -/- correctiepercentage) * aftrekpercentage faciliteit * gemiddeld marginaal belastingtarief.

8 BELEIDSMATIGE MUTATIES NA NAJAARSNOTA

Om het budgetrecht van het parlement te borgen, worden beleidsmatige mutaties die na de Najaarsnota leiden tot een overschrijding van het budget op artikelniveau aan de beide Kamers gemeld. In deze bijlage is een overzicht opgenomen van deze beleidsmatige mutaties. Hierbij is een ondergrens gehanteerd van 2 miljoen euro. De specifieke verantwoording over de mutaties is opgenomen in de Kamerstukken van de departementen. Voor de volledigheid wordt vermeld in welk Kamerstuk de betreffende mutatie aan de Tweede Kamer is gemeld. Ook wordt weergegeven of het een uitgavenverplichting (U) of een verplichtingenmutatie (V) betreft.

Tabel 8.1. Beleidsmatige mutaties

Begrotingshoofdstuk

Art. nr

Omschrijving

Bedrag (mln.)

Kamerstuk

U

V

6 Justitie en Veiligheid

31 Politie

Frictiekosten en aanvulling op uitzendbudg. RST en TBO (van BZK/KR)

2,4

TK 35 300 VI nr. 97

x

x

7 Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

4 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Voorlopige realisatie

10,2

TK 35300 VII nr. 92

x

 

8 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

3 Voorgezet onderwijs

Verplichtingen art 3 slotwetmutatie

347,8

Departementaal Jaarverslag

 

x

10 Defensie

3 Taakuitvoering landstrijdkrachten

Bijstellen materiele en personele uitgaven w.o militaire uitrustingen

15

TK 35300 X nr. 48

x

x

10 Defensie

3 Taakuitvoering landstrijdkrachten

Hogere uitgaven voor instandhouding materieel

15

TK 35300 X nr. 48

x

x

10 Defensie

4 Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

Hogere uitgaven instandhouding luchtwapensystemen

16

TK 35300 X nr. 48

x

 

10 Defensie

7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

Hogere uitgaven instandhouding luchtwapensystemen

10

TK 35300 X nr. 48

x

x

10 Defensie

7 Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

Hogere uitgaven voor kleding en uitrusting, div personele en materieel

15

TK 35300 X nr. 48

x

x

9B Financiën

1 Belastingen

Overige bekostiging CAF-11

5

TK 35300 IX nr. 14

x

x

12 Infrastructuur en Waterstaat

98 Apparaatsuitgaven kerndepartement

Decemberbrief Verplichtingenschuif contract sap beheer

12,3

TK 35300 XII nr. 85

 

x

14 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

12 Natuur en biodiversiteit

Monitoring en evaluatie

11,3

TK 35 350 XIV nr. 1

 

x

14 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

12 Natuur en biodiversiteit

Regio Deals (subsidies)

72,8

TK 35 350 XIV nr. 1

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

1 Volksgezondheid

Verhoging verplichtingenbudget voor Nationaal Preventieprogramma

4,5

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

1 Volksgezondheid

Verhoging verplichtingenbudget voor opdrachtverlening aan het RIVM

4,5

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

1 Volksgezondheid

Verhoging verplichtingenbudget voor opdrachtverlening aan de NVWA

9,1

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

1 Volksgezondheid

Verplichtingenruimte subsidies programma Gezondheidsbevordering

13,1

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

3 Langdurige zorg en ondersteuning

Verplichtingenruimte pgb 2.0

2,7

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

3 Langdurige zorg en ondersteuning

Verplichtingenruimte subsidies en opdrachten

2,3

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

3 Langdurige zorg en ondersteuning

Verplichtingenruimte van 2019 naar 2020 voor subsidieverlening CIZ

86,5

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

3 Langdurige zorg en ondersteuning

Verplichtingenruimte BIKK Wlz van 2020 naar 2019

118,8

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

3 Langdurige zorg en ondersteuning

Verplichtingen 2020 Rijksbijdrage Wlz

3050

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

3 Langdurige zorg en ondersteuning

Verhoging verplichtingenbudget RVO voor Stimuleringsregeling e-Health

40

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

4 Zorgbreed beleid

Verplichtingenruimte van 2020 naar 2019 Zorginstituut

4,8

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

4 Zorgbreed beleid

Verhoging verplichtenruimte SOV-regeling

24,8

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

4 Zorgbreed beleid

Verplichtingenruimte zorgbreed beleid

6,7

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

4 Zorgbreed beleid

Verplichtingenraming ZonMw

60

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

4 Zorgbreed beleid

Verplichtingenruimte van 2020 naar 2019 Caribisch Nederland

73

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

4 Zorgbreed beleid

Verplichtingenruimte opdrachten

2,5

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

4 Zorgbreed beleid

Verplichtingenruimte opleidingen

222

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

4 Zorgbreed beleid

Verhoging verplichtingenruimte subsidies stichting SBOH

25

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

5 Jeugd

Verplichtingen van 2020 naar 2019 subsidies

10

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

7 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Tweede Wereldoorlog

Verhoging verplichtingenbudget inkomensoverdrachten

211,7

TK 35 300 XVI nr. 145

 

x

16 Volksgezondheid, Welzijn en Sport

8 Tegemoetkoming specifieke kosten

Zorgtoeslag

700

TK 35 300 XVI nr. 145

x

x

55 Infrastructuurfonds

15 Hoofdvaarwegennet

Bijdragen derden hoofdvaarwegennet

8

TK 35300 XI nr. 85

x

x

Toelichting

Frictiekosten en aanvulling op uitzendbudg. RST en TBO (van BZK/KR)

BZK heeft eenmalig een extra bijdrage van 2,4 miljoen euro aan de politie overgemaakt voor de kosten bij het Recherche SamenwerkingsTeam (RST) in verband met de uitzending van personeel naar Caribisch Nederland en de landen Curaçao, Aruba en Sint Maarten. Omdat de politie via de begroting van JenV wordt bekostigd heeft BZK de middelen overgeboekt van haar begroting naar die van JenV. Vanuit JenV zijn deze middelen via een bijzondere bijdrage overgemaakt aan de politie. Het doel van de besteding lag in 2019, waardoor het van belang was dat de middelen nog in 2019 overgeboekt konden worden naar de politie.

Voorlopige realisatie

De uitgaven in 2019 voor de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP) zijn circa 10 miljoen euro hoger uitgevallen dan geraamd bij tweede suppletoire begroting 2019. RVO.nl heeft in 2019 meer vaststellingen behandeld dan verwacht, waardoor het uitgekeerde subsidiebedrag hoger uitkomt dan begroot.

Verplichtingen art 3 slotwetmutatie

Dit betreft een correctieboeking. Verplichtingen voor de subsidieregeling Sterk Techniekonderwijs waren in 2020 geboekt, waar 2019 het correcte jaar is waarin de verplichtingen zijn aangegaan. Dit is gecorrigeerd in de financiële administratie.

Bijstellen materiele en personele uitgaven w.o militaire uitrustingen

Dit betreft voornamelijk uitgaven voor instandhouding van het materieel voor het verhogen van voorradenen het inhalen van achterstanden, zoals voor militaire uitrustingen. Als gevolg van afwijkingen van verwachte leveringen worden de uitgaven voor de betreffende voorraadaanvullingen aangepast.

Hogere uitgaven voor instandhouding materieel

Dit betreft uitgaven voor instandhouding van het materieel voor het verhogen van voorraden en het inhalenvan achterstanden zoalsvoor infan­teriegevechtsvoertuigen. Bij instandhouding van materieel is Defensie afhankelijk van de levering van onderdelen voor (wapen)systemen, waarvan het moment van levering niet altijd is te voorspellen. Door eerdere levering van deze voorraden zijn de uitgaven op deze post na NJN hoger uitgavellen dan voorzien.

Hogere uitgaven instandhouding luchtwapensystemen

Het budget voor instandhouding is met 15,3 miljoen euro overschreden door snellere leveringen dan bij de tweede suppletoire begroting werd verwacht en door het eerder versturen van facturen voor onderhoud van onder meer de C-130 Hercules en een hogerebijdrage aan ForeignMilitary Sales (FMS) voor de luchtwapensystemen.

Hogere uitgaven voor de instandhouding van materieel

Dit betreft een overschrijding van 10 miljoen euro voor diverse personele en materiele uitgaven, zoals een hogere instroom van eigen en ingehuurd personeel en hogere uitgavenvoor de instandhouding van het materieel. Als gevolg van eerder dan verwachtte leveringen en een hogere behoefte aan personele capaciteit zijn er hogere uitgaven dan ten tijde van de NJN werd voorzien.

Hogere uitgaven voor kleding en uitrusting, div personele en materieel

Dit betreft vooral uitgaven voor het inhalen van achterstanden en het verhogen van voorraden voor kleding en uitrusting. Het verhogen van voorraden hangt o.a. samen met snellere leveringen dan initieel verwacht en daardoor hogere uitgaven na NJN.

Overige bekostiging CAF-11

Als reactie op het in november 2019 uitgekomen rapport van de commissie Donner reserveert het ministerie van Financiën 5,4 miljoen euro (zowel verplichtingen als kas) voor de gedupeerde ouders, zoals is beschreven in de Kamerbrief van 15 november jl. (Kamerstukken II, 2019/20, 31066, nr. 538). Uiteindelijk zijn de gedupeerde ouders gecompenseerd voor een bedrag van 4,3 miljoen euro in 2019.

Decemberbrief verplichtingenschuif contract sap beheer

Ten behoeve van een tweejarige verlenging van het contract met ATOS, voor ICTdienstverlening, is het verplichtingenbudget verhoogd (12,3 miljoen euro). Het moment dat het contract verlengd is viel te laat in het jaar om de ophoging van het verplichtingenbudget nog op te kunnen nemen in de Najaarsnota.

Monitoring en evaluatie

Het verplichtingenbudget bij overige stelselactiviteiten wordt verhoogd met 11,3 miljoen euro. Dit hangt samen met het aangaan van een meerjarige verplichting met betrekking tot het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM). Hiertoe wordt verplichtingenruimte uit volgende jaren naar voren gehaald. Abusievelijk is het verplichtingenbudget voor dit onderdeel bij tweede suppletoire niet verhoogd. Wel is deze verhoging conform de Rijksbegrotingsvoorschriften aan beide kamers gemeld in de Veegbrief.

Regio Deals (subsidies)

Het was gebruikelijk om de regiodeals als decentrale uitkeringen (DU’s) via een storting in het provinciefonds over te maken. Dit was gelijk aan kas=verplichting. De Algemene Rekenkamer (ARK) gaf in zijn verantwoordingsonderzoek 2018 aan dat het gebruik van het instrument decentralisatie uitkering (DU), voor Regio Deals zoals toegepast in de eerste tranche Regio Deals niet rechtmatig is. Afspraken hierin zouden de beleids- en bestedingsvrijheid beperken. LNV is met EZK en de fondsbeheerders (BZK en FIN) en de regio in gesprek gegaan over het aanpassen van de Regio Deals. Er is een toetsingskader opgesteld t.b.v. een DU. Hierna is voor de bestaande deals het toetsingskader toegepast om te beoordelen of de DU kon worden aangepast of dat deze moest worden omgezet in een specifieke uitkering (SPUK). Het toetsingskader is pas opgesteld en toegepast na de 2e suppletoire begroting waardoor deze mutatie pas na de 2e suppletoire begroting aan de Kamers is gemeld in de Veegbrief.

In overleg met de regio Rotterdam Zuid is de deal omgezet in een SPUK. Het gevolg is dat de deals nu via de begroting art. 12 lopen en er dus verplichtingenruimte gecreëerd diende te worden , ook voor 2020 en 2021.

Extra toelichting mutaties Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Op de VWS-begroting betreffen de beleidsmatige mutaties na Najaarsnota voornamelijk verplichtingenmutaties. Een deel van de verplichtingenstanden op de VWS-begroting is dit jaar na Najaarsnota geactualiseerd, doordat informatie niet tijdig beschikbaar was. Deze mutaties zijn gemeld in de zgn. Veegbrief. De inzet is om de komende jaren de aanpassingen van verplichtingenstanden waar mogelijk eerder te actualiseren, om het aantal beleidsmatige mutaties na Najaarsnota te verkleinen.

Verhoging verplichtingenbudget voor Nationaal Preventieprogramma

Voor het uitvoeren van het Nationaal Preventieprogramma is het verplichtingenbudget verhoogd ten laste van het verplichtingenbudget 2020, omdat het programma een meerjarig kasritme kent en er in 2019 verplichtingen aan zijn gegaan voor 2020 en latere jaren.

Verhoging verplichtingenbudget voor opdrachtverlening aan het RIVM

Het verplichtingenbudget wordt verhoogd ten behoeve van de opdrachtverlening 2020 aan het RIVM voor de programma's Sport, Beleidsondersteuning Geneesmiddelen en Medische Technologie, Risicoschatting en Beoordeling ten bate van Beleid en Volksgezondheid en Zorg.

Verhoging verplichtingenbudget voor opdrachtverlening aan de NVWA

Het verplichtingenbudget op het instrument bijdragen agentschappen is met 9,1 mln. euro verhoogd. De mutatie betreft alleen verplichtingen en komt ten laste van het verplichtingenbudget 2020. De mutatie hangt samen met de opdrachtverlening aan de NVWA voor het jaar 2020 en betreft een technische administratieve begrotingswijziging op het verplichtingenniveau.

Verplichtingenruimte subsidies programma Gezondheidsbevordering

Binnen het programma Gezondheidsbevordering worden meerjarige subsidies aangegaan op het gebied van preventie van schadelijk middelen gebruik, voeding en letsel. Om de verplichtingen aan te kunnen gaan is het verplichtingenbudget verhoogd ten laste van het verplichtingenbudget 2020 voor preventie van schadelijk middelen gebruik, voeding en letsel.

Verplichtingenruimte pgb 2.0

De verplichtingenruimte voor de uitvoeringskosten trekkingsrecht PGB 2020 2,7 miljoen euro is naar voren gehaald in verband met de doorontwikkeling van het PGB2.0-systeem.

Verplichtingenruimte subsidies en opdrachten

In verband met verplichtingen die in 2019 worden aangegaan voor diverse subsidies en opdrachten wordt verplichtingenruimte van 2020 naar 2019 geschoven.

Verplichtingenruimte van 2019 naar 2020 voor subsidieverlening CIZ

Dit betreft het naar voren halen van verplichtingenruimte uit 2020 voor de subsidieverlening aan het CIZ

Verplichtingenruimte BIKK Wlz van 2020 naar 2019

Voor het aangaan van verplichtingen die betrekking hebben op 2020 is er voor 118,8 miljoen euro aan verplichtingenruimte uit 2020 naar 2019 geschoven voor de Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) in de Wlz.

Verplichtingen 2020 Rijksbijdrage Wlz

Dit betreft het naar voren halen van verplichtingenruimte uit 2020 voor de subsidieverlening aan het CIZ.

Verhoging verplichtingenbudget RVO voor Stimuleringsregeling e-Health

Om de verplichting aan de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) voor de uitvoering van de Stimuleringsregeling e-Health te kunnen registreren is er 40 miljoen euro verplichtingenbudget overgeboekt van 2020 naar 2019.

Verplichtingenruimte van 2020 naar 2019 Zorginstituut

Het Zorginstituut heeft gedurende het jaar aanvullende middelen ingezet voor onderzoeken, bijvoorbeeld voor de totstandkoming van pakketadviezen en onderzoeken in het kader van het traject ‘Zinnige Zorg’. Om in 2020 gelijk verder te kunnen gaan is er verplichtingruimte van 4,8 miljoen euro naar voren gehaald.

Verhoging verplichtenruimte SOV-regeling

Voor de uitvoering van de subsidie regeling onverzekerden SOV-regeling is er voor het CAK voor 24,8 miljoen euro aan verplichtingen ruimte uit 2020 naar voren gehaald.

Verplichtingenruimte zorgbreed beleid

In verband met verplichtingen die in 2019 worden aangegaan op het artikel zorgbreed beleid, wordt verplichtingenruimte van 2020 naar 2019 geschoven.

Verplichtingenraming ZonMw

Het verplichtingenbudget is aangepast voor onder andere de vastlegging van toezeggingen voor de meerjarige programma’s Zorgevaluatie en Gepast Gebruik (47 miljoen euro), Leefstijlgeneeskunde (4 miljoen euro), Weer thuis (6 miljoen euro) en Initiatieven eenzaamheid (2,5 miljoen euro).

Verplichtingenruimte van 2020 naar 2019 Caribisch Nederland

Er wordt 73 miljoen euro aan verplichtingen naar voren gehaald voor het betalen van zorgcontracten op Caribisch Nederland.

Verplichtingenruimte opdrachten

In verband met verplichtingen die in 2019 worden aangegaan voor diverse opdrachten wordt verplichtingenruimte van 2020 naar 2019 geschoven.

Verplichtingenruimte opleidingen

Deze mutatie hangt samen met het eerder aangaan van verplichtingen van diverse subsidies voor opleidingen, subsidies voor het Stagefonds Zorg en de subsidieregeling opleiding tot advanced nurse practitioner en opleiding tot physician assistant. Ook ten aanzien van regionaal arbeidsmarktbeleid wordt het verplichtingenbudget verhoogd.

Verhoging verplichtingenruimte subsidies stichting SBOH

Voor subsidies aan de stichting SBOH voor artsen in opleiding wordt de verplichtingruimte met 25 miljoen euro verhoogd.

Verplichtingen van 2020 naar 2019 subsidies

Het verplichtingenbudget voor subsidies is met 10 miljoen euro verhoogd. De mutatie betreft alleen verplichtingen en komt ten laste van het verplichtingenbudget 2020. De mutatie hangt samen met het vastleggen van subsidies voor 2020.

Verhoging verplichtingenbudget inkomensoverdrachten

Het verplichtingenbudget voor de inkomensoverdrachten is met 211,7 miljoen euro verhoogd. De mutatie betreft alleen verplichtingen en komt ten laste van het verplichtingenbudget 2020. De mutatie hangt samen met het tijdig vastleggen van uitkeringen voor 2020.

Zorgtoeslag

In tegenstelling tot voorafgaande jaren is besloten om vooruitlopend op de Slotwet/Jaarverslag reeds een technische bijstelling te doen aan de uitgaven- en ontvangstenkant ten aanzien van de zorgtoeslag. De totale uitgaven aan de zorgtoeslag wijzigen niet. Het betreft een opwaartse bijstelling van 700 miljoen euro ten opzichte van de tweede suppletoire wet aan de uitgavenkant en een opwaartse bijstelling van 700 miljoen euro aan de ontvangstenkant.

Bijdragen derden hoofdvaarwegen

Bij het project Nieuwe Sluis Terneuzen treden mogelijk meer risico’s op dan nu geraamd. Om deze reden heeft Vlaanderen besloten de risicoreservering te verhogen middels een extra bijdrage. Deze extra bijdrage is nog in 2019 ontvangen.

9 RISICOREGELINGEN VAN HET RIJK 2019

Tabellen 9.1, 9.2 en 9.3 geven een totaaloverzicht van directe en indirecte risicoregelingen van het Rijk. Voor details over onderstaande garantiere- gelingen en achterborgstellingen wordt verwezen naar begrotingen en jaarverslagen van de betreffende vakdepartementen.

Garanties

Een garantie is een voorwaardelijke, financiële verplichting van het Rijk aan een derde buiten het Rijk, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet. Garantieregelingen worden als verplichting opgenomen in de begroting van het betreffende vakdepartement.

Tabel 9.1 bevat de garantieregelingen van het Rijk. Alle regelingen met een uitstaand risico groter dan 100 miljoen euro zijn weergegeven. Alle regelingen met een uitstaand risico, een risicoplafond en mutaties kleiner dan 100 miljoen euro zijn samengevat in de post «Overig». Het overzicht bevat alle garanties met de stand ultimo 2019. Ontwikkelingen daarna zijn niet in het overzicht opgenomen omdat die buiten de reikwijdte van het jaarverslag 2019 vallen. Deze worden meegenomen in het overzicht van risicoregelingen van het Rijk bij de Miljoenennota 2021.

In het overzicht worden achtereenvolgens de begroting, het begrotingsartikel en de omschrijving van de garantie weergegeven. Daarachter staat voor de jaren 2018 en 2019 het bedrag dat daadwerkelijk als risico is verleend dan wel door de Tweede Kamer is geautoriseerd, genaamd de «uitstaande garanties». Onder de uitstaande garanties vallen ook de garanties die in eerdere jaren zijn verstrekt. In 2019 zijn er garanties verleend, maar zijn er ook garanties komen te vervallen. Dit is terug te lezen in de kolommen «verleende garanties» en «vervallen garanties».

Een garantieregeling van het Rijk kent vrijwel altijd een maximum, het zogenoemde plafond. Dit plafond kan een jaarlijks plafond zijn (per jaar mag een maximaal bedrag aan garanties worden verleend) of een totaalplafond (er mogen nooit meer garanties verleend worden dan het plafond). In tabel 9.1 is onderscheid gemaakt tussen beide soorten plafonds. Bij internationale organisaties is gekozen het garantieplafond gelijk te stellen aan de uitstaande garanties. Hiervan is sprake bij de Europese garanties (EFSF, EFSM en ESM) en de garanties van een aantal internationale financiële instellingen.

Tabel 9.1 Door het Rijk verleende garanties (in miljoenen euro)

b

a

Omschrijving

Uitstaande garanties 2018

Verleende garanties 2019

Vervallen garanties 2019

Uitstaande garanties 2019

Garantie-plafond 2019

Totaal plafond 2019

VIII

7

Bouwleningen academische ziekenhuizen

163,9

 

12,7

151,2

 

176,6

VIII

14

Achterborgovereenkomst NRF

322,7

43,0

37,7

328,0

 

380,0

VIII

14

Indemniteitsregeling

288,1

379,6

417,4

250,4

 

300,0

IXB

2

Single Resolution Fund

4163,5

  

4163,5

 

4163,5

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

9768,9

  

9768,9

 

9768,9

IXB

3

Financieringsmaatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO)

5507,0

  

5507,0

 

5507,0

IXB

3

Garantie en vrijwaring inzake verkoop en financiering van staatsdeelnemingen

309,2

  

309,2

 

309,2

IXB

4

European Investment Bank (EIB)

9895,5

  

9895,5

 

9895,5

IXB

4

European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)

2880,0

60,0

 

2940,0

 

2940,0

IXB

4

European Financial Stability Facility (EFSF)

34154,2

  

34154,2

 

34154,2

IXB

4

European Bank for Reconstruction and Development (EBRD)

589,1

  

589,1

 

589,1

IXB

4

DNB - deelneming in kapitaal IMF

43303,7

529,2

 

43832,9

 

43832,9

IXB

4

Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)

719,5

14,9

 

734,4

 

734,4

IXB

4

Wereldbank

4525,2

862,3

 

5387,4

 

5387,4

IXB

4

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

2400,0

50,0

 

2450,0

 

2450,0

IXB

4

European Stability Mechanism (ESM)

35445,4

 

15,5

35429,9

 

35429,9

IXB

5

Exportkredietverzekering

16338,9

4748,1

4684,4

16402,6

10000,0

 

XIII

2

Microkredieten (Qredits)

100,0

25,0

 

125,0

 

130,0

XIII

2

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

597,9

40,9

317,9

320,9

400,0

 

XIII

2

Groeifaciliteit

103,7

11,3

23,8

91,2

135,0

 

XIII

2

Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)

1858,9

537,5

528,1

1868,3

765,0

 

XIII

2

MKB-financiering

68,2

200,0

 

268,2

 

268,2

XIV

11

Garantie voor investeringen & werkkapitaal landbouwondernemingen

333,0

36,8

39,9

329,9

120,0

 

XIV

12

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

346,5

 

19,0

327,5

 

327,5

XVII

2,3,9

Instellingen voor de gezondheidszorg

250,9

0,9

43,9

207,9

 

207,9

XVII

1

Dutch Trade and Investment Fund (DTIF)

8,2

0,5

 

8,7

 

140,0

XVII

1

Garantie Dutch Good Growth Fund (DGGF)

80,6

77,1

 

157,6

 

675,0

XVII

5

Garanties Internationale samenwerking - Netwerk internationaal ondernemen (IS-NIO)

138,0

 

19,0

119,0

 

199,0

XVII

5

Garanties IS-Raad van Europa

176,7

 

176,7

   

XVII

5

Garanties Regionale Ontwikkelingsbanken

2155,5

65,8

 

2221,3

 

2221,3

  

Overig

374,7

59,0

37,0

396,8

122,0

301,7

  
  

Totaal

177.368

7.742

6.373

178.737

11.542

160.489

Tabel 9.2 bevat de uitgaven en ontvangsten behorende bij de door het Rijk verstrekte garanties in 2018 en 2019. Alleen garanties waarbij de daadwerkelijke uitgaven en ontvangsten groter zijn dan 50 duizend euro worden weergegeven. De in de tabel getoonde uitgaven betreffen de schade-uitkeringen op afgegeven garanties. De in de tabel getoonde ontvangsten betreffen zowel ontvangen premies, provisies en dergelijke als op derden verhaalde (schade-)uitkeringen.

Tabel 9.2 Uitgaven en ontvangsten op de door het rijk verstrekte garanties (in miljoenen euro)

b

a

omschrijving

Uitgaven

Ontvangsten

Uitgaven

Ontvangsten

   

2018

2018

2019

2019

VI

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

4,1

 

2,0

 

IXB

1

Garantie procesrisico's

0,2

 

0,2

 

IXB

2

Terrorismeschades (NHT)

 

0,9

 

0,9

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

 

0,6

 

0,5

IXB

3

Garantie en vrijwaring inzake verkoop en financiering van staatsdeelnemingen

0,1

4,9

 

4,8

IXB

5

Exportkredietverzekering

26,5

244,6

184,7

217,6

XIII

2

Microkredieten

   

0,2

XIII

2

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

0,1

7,8

3,2

7,8

XIII

2

Groeifaciliteit

0,5

4,1

2,0

3,0

XIII

2

Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)

22,2

35,0

23,7

37,2

XIII

2

MKB-financiering

 

0,2

 

0,3

XIII

4

Aardwarmte

1,0

  

0,4

XIV

11

Garantie voor investeringen & werkkapitaal landbouwondernemingen

  

2,3

 

XVII

1

Dutch Trade and Investment Fund (DTIF)

3,7

0,9

4,7

1,0

XVII

1

Garantie Dutch Good Growth Fund (DGGF)

1,9

1,4

1,3

1,2

XVII

1

Garantie Fonds Opkomende Markten (FOM)

 

0,4

0,9

0,1

XVII

5

Garanties Internationale samenwerking - Netwerk internationaal ondernemen (IS-NIO)

 

2,5

  
  

Totaal

60,3

303,3

225,0

275,0

Achterborgstellingen

Naast het risico uit garantieregelingen staat het Rijk ook indirect bloot aan risico’s uit achterborgstellingen. In die gevallen wordt de daadwerkelijke garantieverplichting niet afgegeven door het Rijk maar door een daarvoor aangewezen tussenpersoon, bijvoorbeeld een stichting. Het Rijk wordt pas aangesproken zodra de tussenpersoon niet aan haar verplichtingen kan voldoen. In de begroting van het betreffende vakdepartement worden achterborgstellingen niet als verplichting opgenomen. De achterborgstellingen zijn opgenomen in tabel 9.3.

Het risico uit de achterborgstellingen (in tabel 9.3) is niet één op één te vergelijken met het risico uit de garantieregelingen (in tabel 9.1). Bij achterborgstellingen worden de risico’s soms gedeeld met gemeenten. Zo worden de verplichtingen die het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) voor 1 januari 2011 is aangegaan voor 50 procent gedekt door gemeenten en voor 50 procent door de rijksoverheid. Verplichtingen aangegaan na deze datum worden volledig door de rijksoverheid gedekt. Bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) wordt de gehele positie met gemeenten gedeeld.

Per achterborgstelling zijn er verschillende mogelijkheden om eventuele schade te dekken. Het WSW beschikt over een fondsvermogen en kan daarnaast indien nodig obligo ophalen bij deelnemende woningcorporaties ter hoogte van circa € 3 miljard. Ook kunnen woningcorporaties in financiële problemen onder bepaalde voorwaarden een aanvraag doen voor saneringssteun. Saneringssteun wordt bekostigd via een heffing aan corporaties en deze middelen lopen via een risicovoorziening op de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Alle woningcorporaties zijn op basis van de wet verplicht om deze heffing te betalen. Financiële problemen bij corporaties worden in eerste instantie dus betaald door de corporatiesector zelf via het fondsvermogen WSW, obligo en de saneringsheffing. Pas daarna komen Rijk en gemeenten in beeld via de achtervang. De achtervang is nog niet eerder aangesproken.

De Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ) kent een soortgelijke regeling. Ook hier wordt eerst het bufferkapitaal van de stichting aangesproken om schade te dekken. Daarna moeten de zorginstellingen met een door het WFZ geborgde lening een percentage (maximaal 3 procent van de uitstaande garanties van de deelnemende zorginstelling) van het leningenbedrag afdragen (obligo). Mocht dit onvoldoende zijn om de verplichtingen van het WFZ na te komen, dan kan het WFZ een beroep doen op de rijksoverheid. Bij het WEW geldt geen obligoverplichting. Hier dienen huizen als onderpand, waardoor de schade zich beperkt tot eventuele restschulden na gedwongen verkoop. Het WEW teert bij verlies direct in op het bufferkapitaal.

Tabel 9.3 Achterborgstellingen van het Rijk (in miljoenen euro)

b

a

omschrijving

Geborgd vermogen

Geborgd vermogen

Bufferkapitaal

Obligo

   

2018

2019

2019

2019

       

XVI

2

Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ)

7.100

6.764

291,3

202,3

VII

3

WSW-achterborgstelling

79.800

80.061

527

3.036

VII

3

WEW-achterborgstelling

205.000

214.000

1.380

n.v.t.

  

Totaal Achterborgstellingen

291.900

300.825

2.198

3.238

10 NORMERINGSSYSTEMATIEK GEMEENTEFONDS EN PROVINCIEFONDS

Uitgangspunten

Gemeenten en provincies beschikken over verschillende inkomstenbronnen om de uitgaven voor hun taken te financieren. Eén van de belangrijkste inkomstenbronnen voor decentrale overheden is de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en het Provinciefonds.

De normeringssystematiek «samen trap op, samen trap af» bestaat sinds 1994 en bewerkstelligt een evenredige, actuele, inzichtelijke en beheersbare indexatie van het Gemeentefonds en Provinciefonds. Het betreft één integrale indexatie voor zowel loon-, prijs- als volumeontwikkelingen.

Beleidsintensiveringen, ombuigingen, mee- en tegenvallers en nominale ontwikkelingen op de Rijksbegroting hebben via de normeringssystematiek direct invloed op de omvang van de fondsen («samen trap op, samen trap af»). De jaarlijkse toe- en afname van het Gemeentefonds en het Provinciefonds die voortvloeit uit de koppeling aan de Rijksuitgaven wordt het accres genoemd.

Berekening van de accresontwikkeling

Bij de bepaling van de omvang van accresrelevante uitgaven (aru) vormen de netto-uitgaven van het Rijk onder het uitgavenplafond het startpunt. Netto betekent dat de Rijksuitgaven worden gesaldeerd met de niet-belastingontvangsten. Op de netto-uitgaven onder het uitgavenplafond (A) worden correcties (B) doorgevoerd voor verschillende posten zoals het Gemeentefonds en Provinciefonds zelf. Na correcties resteert post (C) de accresrelevante uitgaven, die de basis vormen voor de accresberekening. Het accres wordt bepaald door de ontwikkeling van de aru (de procentuele groei van de accresrelevante uitgaven in een jaar, post D) te vermenigvuldigen met de grondslag (posten E en G).

Tabel 10.1 Berekening accressen

(in miljoenen euro, tenzij anders aangegeven)

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Uitgaven Rijksbegroting

123.797

138.995

Uitgaven Sociale Zekerheid

78.625

80.760

Uitgaven Zorg

70.662

69.733

A) Netto-uitgaven onder uitgavenplafond

273.085

289.488

   

B) Correcties

‒ 40.475

‒ 42.578

w.v. Gemeentefonds, Provinciefonds en Btw-compensatiefonds

‒ 23.374

‒ 32.698

w.v. overige Rijksbijdragen aan gemeenten en provincies

‒ 17.666

‒ 10.575

w.v. overboekingen met GF, PF en BCF

639

1.158

w.v. correctie conjuncturele WW-uitgaven

‒ 74

‒ 163

w.v. financieringsverschuivingen

0

‒ 301

   

C) Accresrelevante uitgaven (aru) = A+B

232.610

246.910

D) Ontwikkeling aru jaar t (%)

 

6,1%

   

Gemeentefonds

  

E) grondslag (t-1)

 

17.633

F) accres (= E * D) jaar t

 

1.084

   

Provinciefonds

  

G) grondslag (t-1)

 

2.454

H) accres (= G * D) jaar t

 

151

Toelichting correcties

Om de aru te berekenen wordt uitgegaan van de netto Rijksuitgaven onder het uitgavenplafond gecorrigeerd voor enkele posten:

  • 1. Rijksuitgaven aan gemeenten en provinciesUitgaven onder het uitgavenplafond die het Rijk overmaakt naar gemeenten en provincies worden uit de aru gecorrigeerd. Deze overdrachten zijn immers bestemd voor de financiering van uitgaven door gemeenten en provincies zelf en maken derhalve geen onderdeel uit van de rijksuitgaven waarop de trap-op-trap-af van toepassing is. Deze correctie is ook nodig om een onbedoelde doorwerking van het accres op accres in hetzelfde jaar te voorkomen. Rijksuitgaven die op deze wijze gecorrigeerd worden zijn onder andere de algemene-, decentralisatie- en integratie-uitkeringen van het Gemeentefonds en Provinciefonds, de uitgaven van het Btw-compensatiefonds, de bijstand en de integratie uitkering sociaal domein.

  • 2. Uitgavenmutaties in de WW als gevolg van de conjunctuurHet uitgavenplafond wordt gecorrigeerd voor mutaties in de WW-uitgaven als gevolg van de conjunctuur. Het Rijk hoeft zodoende mee- en tegenvallers in de WW-uitgaven als gevolg van de conjunctuur niet op te vangen binnen het uitgavenplafond. Om deze reden zijn deze uitgaven ook niet relevant voor het accres.

  • 3. Financieringsverschuivingen en overboekingen met GF, PF en BCFFinancieringsverschuivingen zijn verschuivingen van geldstromen binnen het Rijk die niet tot meer of minder bestedingsruimte van het Rijk leiden, maar zonder correctie wel effect zouden hebben op het accres. Dit zijn dus schuiven tussen accresrelevante uitgaven en niet-accresrelevante uitgaven. Bij een schuif is per saldo geen sprake van meer of minder uitgaven op rijksniveau, maar is alleen sprake van een andere financieringsbron. Denk bijvoorbeeld aan overhevelingen van departementale begrotingen naar het Gemeentefonds en Provinciefonds en financieringsverschuivingen tussen de inkomsten- en de uitgavenkant.

Verticale ontwikkeling accres

De aru wordt dus bepaald door de ontwikkeling van de netto-uitgaven onder het plafond tussen twee begrotingsjaren. Tussen het opstellen van een enkel begrotingsjaar en de realisatie van dat jaar vinden er ook mutaties plaats waardoor de bij het opstellen van de begroting geraamde accressen uiteindelijk afwijken van de gerealiseerde accressen zoals deze bij het FJR worden vastgesteld. Onderstaande tabel geeft een toelichting op de accressen zoals deze geraamd werden voor 2019 en de uiteindelijke realisatie over dat jaar.

De gerealiseerde netto-uitgaven onder het uitgavenplafond zijn lager dan verwacht bij het opstelling van de begroting 2019. Door de «trap op, trap af»-systematiek is ook de ontwikkeling van de accresrelevante uitgaven lager dan begroot voor dit jaar. Ten opzichte van de laatste bijstelling van het accres bij de Miljoenennota 2020 is het accres voor het gemeentefonds met 16 miljoen euro gestegen. Voor het provinciefonds is deze stijging ten opzichte van de laatste bijstelling 2 miljoen euro.

Tabel 10.2 Verticale ontwikkeling accres

(in miljoenen euro, tenzij anders aangegeven)

MN 2019

FJR 2019

Uitgaven Rijksbegroting

140.317

138.995

Uitgaven Sociale Zekerheid

81.232

80.760

Uitgaven Zorg

71.438

69.733

A) Netto-uitgaven onder uitgavenplafond

292.987

289.488

   

B) Correcties

‒ 42.289

‒ 42.578

w.v. Gemeentefonds, Provinciefonds en Btw-compensatiefonds

‒ 31.814

‒ 32.698

w.v. overige Rijksbijdragen aan gemeenten en provincies

‒ 10.527

‒ 10.575

w.v. overboekingen met GF, PF en BCF

119

1.158

w.v. overige correcties

‒ 67

‒ 163

   

C) Accresrelevante uitgaven (aru) = A+B

250.698

246.910

D) Ontwikkeling aru jaar t (%)

6,9%

6,1%

   

Gemeentefonds

  

E) grondslag (t-1)

17.731

17.633

F) accres (= E * D) jaar t

1.219

1.084

   

Provinciefonds

  

G) grondslag (t-1)

2.314

2.454

H) accres (= G * D)

159

151

11 REGEERAKKOORDMIDDELEN OP DE AANVULLENDE POST

In deze bijlage zijn de mutaties van de regeerakkoordmiddelen op de aanvullende post algemeen opgenomen. Het betreft de mutaties die Najaarsnota 2019 zijn verwerkt voor het jaar 2019. De mutaties betreffen overhevelingen naar begrotingen en kasschuiven. Na de Najaarsnota 2019 hebben echter geen additionele overhevelingen, daar waar de Regeerakkoordreserveringen reeds waren uitgeput bij Najaarsnota 2019. Daarnaast bevat deze bijlage de nieuwe stand bij Financieel Jaarverslag Rijk 2019 (tabel 11.1). Daar waar een 0 in de reeksen staat, is de mutatie en/of de stand kleiner dan 0,5 miljoen euro. De reserveringen Regeerakkoord die volledig zijn uitgeput, worden niet meer in tabel 11.2 weergegeven. De toelichtingen bij de mutaties staan in de verticale toelichting aanvullende post algemeen.

Tabel 11.1. Mutaties Regeerakkoordmiddelen aanvullende post (in mln. euro)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Ontvangende begroting

Totaal

0

0

0

0

0

0

0

Hoofdstuk en artikel

Tabel 11.2. Resterende RA-reserveringen op de aanvullende post bij Miljoenennota 2020 (in mln. euro)
  

2019

2020

2021

2022

2023

2024

 

Saldo

 

566.782

828.550

882.975

649.500

675.500

 

Openbaar bestuur

      

A3

Belastingdienst

 

30.432

49.600

110.000

  

A4

Reservering transitie werkgevers zorg en overheid

  

200.000

200.000

200.000

200.000

 

Veiligheid

      

B5

Politie

  

23.000

47.000

47.000

47.000

B6

Digitalisering werkprocessen strafrechtketen

  

45.100

46.000

  
 

Milieu

      

E23

Envelop klimaat

 

35.000

106.000

97.000

56.000

46.000

E25

Natuur en waterkwaliteit

 

40.000

    
 

Landbouw

      

F29

Cofinanciering Fonds warme sanering varkenshouderij

 

4.000

4.000

4.000

3.000

1.000

 

Onderwijs, onderzoek en innovatie

      

G33

Aanpak werkdruk primair onderwijs

    

40.500

96.500

G39

Maatschappelijke diensttijd

 

35.400

72.600

93.100

98.900

100.000

 

Zorg

      

H57

Bevorderen digitaal ondersteunende zorg

 

3.600

10.000

10.000

5.000

5.000

H59

Preventiemaatregelen

   

10.225

9.100

8.000

H62

Onafhankelijke cliëntondersteuning

   

10.000

10.000

10.000

H64

Brede aanpak LVB, daklozen en zwerfjongeren

      

H65

Belonen van uitkomsten

  

2.650

5.650

  
 

Overdrachten bedrijven

      

J101

Eigen vermogen Invest NL (niet EMU-saldorelevant)

 

170.000

170.000

170.000

170.000

153.000

 

Overige uitgaven

      

L105

Reservering regionale knelpunten

 

177.750

65.600

   

L107

Stimulering ombouw laagcalorisch naar hoogcalorisch

 

15.000

30.000

30.000

  

L108

Gasfonds Groningen

 

55.600

50.000

50.000

10.000

9.000

12 VERTICALE TOELICHTING

De Verticale Toelichting bevat voor iedere begroting een cijfermatig overzicht van budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan in de uitgaven en niet-belastingontvangsten sinds de Miljoenennota 2020. Per begroting wordt een cijfermatig overzicht gepresenteerd van de voornaamste mutaties, gevolgd door een toelichting hierop.

De Verticale Toelichting onderscheidt drie categorieën mutaties:

  • 1. mee- en tegenvallers;

  • 2. beleidsmatige mutaties;

  • 3. technische mutaties.

Alle overboekingen, desalderingen, statistische correcties en mutaties die niet tot een ijklijn (deelplafond) behoren, zijn in de laatste categorie «technische mutaties» geclusterd. Overigens hebben sommige overboekingen en desalderingen wél een beleidsmatig karakter. Dit komt tot uitdrukking in de toelichtingen. Ingeval samenhangende mutaties in meerdere categorieën voorkomen, worden deze eenmaal toegelicht.

De totalen per begroting worden in eerste instantie gepresenteerd exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen. Door middel van een aansluitregel wordt het deel van de begroting dat onder HGIS valt, zichtbaar gemaakt. De veranderingen die optreden binnen het HGIS-deel van de begroting worden gepresenteerd en toegelicht in de verticale toelichting van alle HGIS-uitgaven. De laatste regel geeft per begroting de totaalstand inclusief HGIS.

De ondergrens voor mutaties die apart zichtbaar worden in de tabellen is afhankelijk van de omvang van de begroting en verschilt voor de verschillende categorieën mutaties. De post diversen bevat de mutaties die onder de ondergrens vallen en wordt in beginsel alleen toegelicht indien zich bijzonderheden voordoen. Als samenhangende mutaties in meerdere categorieën voorkomen, worden ze eenmaal toegelicht.

De bedragen in de tabellen zijn in miljoenen euro. Door afrondingen kan het totaal afwijken van de som der onderdelen.

Tabel 12.1. Samenvattend overzicht mutaties sinds Miljoenennota 2019

Bedragen in miljoenen euro’s

Mutaties uitgaven

Mutaties ontvangsten

 

De Koning

0,6

0,2

 

Staten Generaal

27,9

0,2

 

Overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten en de Kiesraad

12,7

0,4

 

Algemene Zaken

‒ 0,9

‒ 0,6

 

Koninkrijksrelaties

87,7

17,4

 

Buitenlandse Zaken

571,8

295,8

 

Justitie en Veiligheid

922,7

44,9

 

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

135,0

73,7

 

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.089,9

68,5

 

Nationale Schuld

‒ 346,8

1.058,1

 

Financiën

1.861,9

1.865,9

 

Defensie

258,2

89,7

 

Infrastructuur en Milieu

‒ 1.548,0

32,5

 

Economische Zaken

851,9

‒ 725,3

 

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

651,8

35,5

 

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

2.939,7

25,2

 

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

1.599,2

661,5

 

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

0,0

0,0

    
 

Sociale Verzekeringen

43,1

‒ 50,3

 

Zorg

‒ 1.727,9

‒ 22,7

 

Gemeentefonds

1.150,0

0,0

 

Provinciefonds

59,4

0,0

 

Infrastructuurfonds

‒ 1.607,3

‒ 1.558,7

 

Diergezondheidsfonds

28,6

28,6

 

Accres Gemeentefonds

‒ 302,6

0,0

 

Accres Provinciefonds

‒ 41,8

0,0

 

BES fonds

6,0

0,0

 

Deltafonds

32,9

76,9

 

Prijsbijstelling

‒ 624,2

0,0

 

Arbeidsvoorwaarden

‒ 2005,4

0,0

 

Koppeling Uitkeringen

‒ 458,1

‒ 33,7

 

Algemeen

‒ 2485,2

0,0

 

Homogene Groep Internationale Samenwerking

‒ 19,5

33,0

    
    
    
   

ris

De Koning

I DE KONING: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

43,3

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 0,3

 

‒ 0,3

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,2

 

0,2

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,7

 

0,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,6

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

43,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

43,9

I DE KONING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

0,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,2

 

0,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,2

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,2

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Diversen

Deze meevaller wordt voor 0,2 miljoen euro verklaard door lagere materiële kosten bij Communicatie KH (Rijksvoorlichtingsdienst) en lagere uitgaven aan personeel bij het Kabinet van de Koning. Daarnaast was de doorwerking van de CAO van de sector Rijk naar de grondwettelijke uitkering van de Koning lager dan de oorspronkelijke ramingen.

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft een som van mutaties van de uitgekeerde eindejaarsmarge en loon- en prijsbijstelling.

Technische mutaties

Diversen

Dit betreft een som van mutaties van de uitgekeerde eindejaarsmarge en loon- en prijsbijstelling.

Niet-belastingontvangsten

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft de eindafrekening van het in 2018 verstrekte voorschot aan het ministerie van Defensie voor het Militaire Huis.

Staten Generaal

IIA STATEN-GENERAAL: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

145,5

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 3,5

 

‒ 3,5

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Bedrijfsvoering tk

6,7

Tijdelijke huisvesting

‒ 5,7

Vervangingsinvesteringen tk

20,7

Diversen

1,6

 

23,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

8,1

 

8,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

27,9

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

173,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

173,5

IIA STATEN-GENERAAL: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

4,2

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,2

 

0,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,2

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

4,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

4,4

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Diversen

Dit is een optelling van de realisatiecijfers van de begroting van de Staten-Generaal. De onderuitputting wordt met name veroorzaakt door lagere uitgaven als gevolg van de vertraging van de renovatie van het Binnenhof.

Beleidsmatige mutaties

Bedrijfsvoering TK

Het budget voor bedrijfsvoering van de Tweede Kamer wordt in 2019 en 2020 opgehoogd voor investeringen in informatiebeveiliging, de toegankelijkheid van debatten en continuïteit van de dienstverlening.

Tijdelijke huisvesting

Deze post betreft onderbesteding op vervangingsinvesteringen en bedrijfsvoeringskosten vanwege de vertraging in het tijdelijke huisvestingsproject van de Staten-Generaal. Een deel van de uitgaven vinden later dan voorzien plaats. Daarom zijn de middelen met een kasschuif doorgeschoven naar 2020.

Vervangingsinvesteringen TK

Aan de begroting van de Tweede Kamer zijn middelen toegevoegd voor vervangingsinvesteringen in audiovisuele middelen en de verhuizing van het datacenter.

Diversen

Het oningevulde deel van de taakstelling uit Rutte I en II is structureel met generale middelen en in 2023 deels vanuit een correctie op fractiekosten ingevuld. Daarnaast is de negatieve eindejaarsmarge uit 2018 toegevoegd aan de begroting van de Staten-Generaal. Het deel van de negatieve eindejaarsmarge dat samenhangt met de oningevulde taakstelling 2018 is generaal gecompenseerd.

Verder zijn er generale middelen toegevoegd aan de begroting van Staten-Generaal voor de parlementaire ondervragingscommissie (flitsenquête) naar ongewenste beïnvloeding van maatschappelijke en religieuze organisaties in Nederland uit onvrije landen.

Technische mutaties

Diversen

Vanaf de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zijn middelen overgeboekt voor extra beveiligingsmiddelen en informatiemateriaal bij het bezoek aan het parlement door VO-leerlingen. Daarnaast is de tranche 2019 van de loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan de begroting van de Staten-Generaal. Ook zijn er middelen overgeboekt vanaf de begroting van BZK voor bedrijfsvoeringskosten van de Eerste Kamer voor de tijdelijke huisvesting samenhangend met de renovatie Binnenhof.

Niet-belastingontvangsten

Diversen

Dit betreft de optelling van de voorlopige realisatiecijfers van de ontvangsten op de begroting van de Staten-Generaal. De Tweede Kamer heeft meer ontvangsten gerealiseerd dan geraamd.

Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT, KABINETTEN VAN DE GOUVERNEURS EN DE KIESRAAD: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

121,4

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Realisatie

8,4

Voorlopige realisatie

‒ 10,1

 

‒ 1,7

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

6,8

 

6,8

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

7,6

 

7,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

12,7

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

134,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

134,0

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT, KABINETTEN VAN DE GOUVERNEURS EN DE KIESRAAD: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

5,9

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,0

 

0,0

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,4

 

0,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,4

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

6,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

6,2

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Realisatie

Dit betreft een bijstelling van de voorlopige realisatiecijfers van de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De bijstelling komt met name doordat in de voorlopige realisatiecijfers de maand december nog niet was meegenomen.

Voorlopige realisatie

Dit is een optelling van de voorlopige realisatiecijfers van de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De onderuitputting komt met name doordat de maand december nog niet meegenomen was in de voorlopige realisatiecijfers.

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft een som van meerdere kleine mutaties. Zo hebben de hogere kosten voor het Hoger Beroep Vreemdelingen (HBV) geleid tot bijstelling van de raming voor de jaren 2019 en 2020. Hiervoor zijn middelen toegevoegd aan de begroting van de Raad van State. Aan de begroting van de Kanselarij der Nederlandse Orde zijn middelen toegevoegd voor de implementatie van het nieuwe digitale systeem LINT. Daarnaast zijn de niet-bestede middelen uit 2018 voor het doorvoeren van een reorganisatie en modernisering van de Algemene Rekenkamer aan de begroting van 2019 toegevoegd. Ook is de eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. Tot slot, de wisselkoersen leiden tot tegenvallers in het budgettaire beeld bij de Kabinetten van de Gouverneurs, die niet door de Kabinetten kunnen worden opgevangen. Daarom is besloten deze autonome ontwikkeling generaal te compenseren.

Technische mutaties

Diversen

Dit betreft een som van meerdere kleine mutaties. Conform de afspraak in de taken-middelenanalyse zijn middelen overgeboekt vanaf de begroting van BZK naar de begroting van de Raad van State voor de afschaffing van dubbelbenoemingen. Daarnaast zijn vanaf de begroting van BZK middelen overgeheveld naar de begroting van de Kiesraad voor de verbetering van het Ondersteunende Software Verkiezingen (OSV) systeem. Ook is de loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. Tevens zijn er middelen overgeheveld van de begroting van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor de wettelijke taken van de Kinderombudsman.

Niet-belastingontvangsten

Technische mutaties

Diversen

Dit betreft hoger uitgevallen ontvangsten van de Algemene Rekenkamer voor internationale uitgevoerde projecten en detacheringen en de jaarlijkse indexatie van de Nationale Ombudsman op de tarieven die gesteld worden voor de medeoverheden.

Algemene Zaken

III ALGEMENE ZAKEN: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

67,3

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 1,8

 

‒ 1,8

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 0,9

 

‒ 0,9

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

1,8

 

1,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 0,9

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

66,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

66,4

III ALGEMENE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

6,9

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 0,2

 

‒ 0,2

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 0,4

 

‒ 0,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 0,6

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

6,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

6,3

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Diversen

Dit betreft een som van meerdere mutaties. Dit betreft met name een vertraging die is opgetreden in de uitvoering van een aantal ICT-projecten, deels door capaciteitstekort en deels doorgeschoven naar 2020. Daarnaast is bij een aantal innovatieprojecten bij de Rijksvoorlichtingsdienst onderuitputting opgetreden.

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft enkele bijstellingen als compensatie voor de ontvangstenverlaging.

Technische mutaties

Diversen

Dit betreft een som van mutaties van de uitgekeerde eindejaarsmarge, loon- en prijsbijstelling en diverse overboekingen van en naar de begroting van AZ.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Diversen

De lagere ontvangsten hangen voornamelijk samen met lagere uitgaven van de Rijksvoorlichtingsdienst. Het betreft lagere materiële kosten bij de Rijksvoorlichtingsdienst.

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Dit betreft een neerwaartse bijstelling van de ontvangsten van per saldo 0,4 miljoen euro.

Koninkrijksrelaties

IV KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

108,8

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Voorlopige realisatie

‒ 34,8

Diversen

‒ 1,8

 

‒ 36,6

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Wederopbouw

28,0

Wisselkoersreserve

7,9

Diversen

‒ 2,3

 

33,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Overbruggingskrediet luchthaven sxm

13,2

Diversen

26,9

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Lening lopende inschrijving curacao 2019-2049

34,2

Liquiditeitssteun 2e tranche sxm

16,5

Diversen

0,0

 

90,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

87,7

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

196,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

196,4

IV KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

38,3

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Realisatie

‒ 11,6

Voorlopige realisatie

11,3

 

‒ 0,3

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,6

 

0,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

9,6

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Diversen

7,6

 

17,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

17,4

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

55,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

55,7

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Voorlopige realisatie

Dit is een optelling van de voorlopige realisatiecijfers van de begroting van Koninkrijksrelaties. De grootste posten zijn de niet-bestede middelen voor de wederopbouw (circa 25,4 miljoen euro) en het saldo van de wisselkoersreserve (circa 7,9 miljoen euro). Deze middelen worden buiten de eindejaarsmarge om toegevoegd aan de begroting van 2020.

Diversen

Dit betreft een bijstelling van de voorlopige realisatiecijfers van de begroting van Koninkrijksrelaties. Een aantal facturen is niet meer tot betaling gekomen in 2019.

Beleidsmatige mutaties

Wederopbouw Sint Maarten

De middelen voor wederopbouw op Sint Maarten die in 2018 niet zijn besteed, zijn buiten de eindejaarsmarge om aan de begroting 2019 van Koninkrijksrelaties toegevoegd.

Wisselkoersreserve

Het saldo van de wisselkoersreserve eind 2018 is buiten de eindejaarsmarge om toegevoegd aan de begroting 2019 van Koninkrijksrelaties.

Diversen

Mede gelet op de situatie in Venezuela biedt Nederland in 2019 en 2020 op diverse terreinen ondersteuning in antwoord op bijstandsverzoeken van Aruba en Curaçao. In Curaçao wordt bijgedragen aan de uitbreiding en verbouwing van de vreemdelingenbewaring. In Aruba wordt bijgedragen aan de inventarisatie van irreguliere arbeid, aan het onderwijs en aan de rechtshandhaving. Een deel van de middelen voor de ondersteuning zijn middels een kasschuif doorgeschoven naar 2020 (2,1 miljoen euro). Daarnaast zijn in 2019 middelen voor de Integriteitskamer doorgeschoven naar 2020 (0,2 miljoen euro).

Technische mutaties

Overburggingskrediet luchthaven SXM

Vanuit de wederopbouwmiddelen voor Sint Maarten die gereserveerd staan op de aanvullende post is een gedeelte overgeboekt naar de begroting van Koninkrijksrelaties om het overbruggingskrediet (13,3 miljoen euro) voor de luchthaven op Sint Maarten te financieren. In het wederopbouwfonds bij de Wereldbank zijn reeds middelen gereserveerd voor de luchthaven. Wanneer deze worden vrijgegeven zal een verrekening plaats vinden met het overbruggingskrediet.

Diversen

Vanaf de begroting van BZK zijn middelen overgeboekt voor de informatiebeveiliging van Shared Service Organisatie Caribisch Nederland (SSO-CN) (3,4 miljoen euro), voor bestuursontwikkeling (4,1 miljoen euro), voor het Algemeen Pensioenfonds Curaçao i.v.m. een aanvulling op de wisselkoersverschillen voor pensioengerechtigden (1,2 miljoen euro) en voor Sint Eustatius in het kader van de Tijdelijke wet taakverwaarlozing (1,9 miljoen euro). Daarnaast zijn in 2019 vanuit de begrotingen van de Ministeries van SZW en VWS middelen overgeboekt voor sociaaleconomische initiatieven (3,5 miljoen euro). Ook zijn de jaarlijkse departementale bijdragen aan SSO-CN overgeboekt naar de begroting van Koninkrijksrelaties. Gelet op de situatie in Venezuela heeft Nederland in 2019 de ondersteuning aan Aruba en Curaçao voortgezet. Hiervoor zijn middelen overgeboekt vanaf de Aanvullende Post (3,9 miljoen euro). Vanuit de begroting van het Ministerie van IenW zijn middelen overgeheveld voor de afronding van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (1 miljoen euro). Tot slot zijn de loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties (1,4 miljoen euro).

Lening lopende inschrijving Curacao 2019-2049

Er is een nieuwe lening middels lopende inschrijving verstrekt aan Curaçao voor de periode 2019-2049.

Liquiditeitssteun 2e tranche SXM

Om niet de volledige liquiditeitsbehoefte van Sint Maarten voor 2019 uit de wederopbouwmiddelen te financieren is besloten om de volgende tranches liquiditeitssteun met een lopende inschrijving te verstrekken.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Realisatie

Dit betreffen voornamelijk meerontvangsten als gevolg van aflossingen op leningen door Curaçao en Sint Maarten.

Voorlopige realisatie

Dit is een optelling van de voorlopige realisatiecijfers van de ontvangsten op de begroting van Koninkrijksrelaties. Het betreft met name niet-geraamde rente- en aflossingsontvangsten.

Diversen

Dit betreft een bijstelling van de voorlopige realisatiecijfers van de ontvangsten op de begroting van de Koninkrijksrelaties als gevolg van de wisselkoersafrekening 2019.

Beleidsmatige mutaties

Diversen - Rijksbegroting

De rente-ontvangsten zijn aangepast als gevolg van afgesloten leningen aan Curaçao en Sint-Maarten in 2017 en begin 2019.

Technische mutaties

Diversen - Rijksbegroting

In 2019 zijn de budgetten geactualiseerd als gevolg van de huidige wisselkoers van de dollar ten opzichte van de euro. Daarnaast is er na verrekening van de rijksbijdrage voor Team Bestrijding Ondermijning (TBO) en Recherchesamenwerkingsteam (RST) over 2017 en 2018 4,3 miljoen euro teruggevloeid naar de begroting van Koninkrijksrelaties. Dit bedrag is ingezet voor het dekken van frictiekosten en tekorten op de uitzendbudgetten bij RST en TBO.

Diversen - Niet relevant voor het uitgavenplafond

Dit betreffen voornamelijk meerontvangsten als gevolg van aflossingen op leningen door Curaçao en Sint Maarten.

Buitenlandse Zaken

V BUITENLANDSE ZAKEN: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

8.496,4

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Correctieboeking

644,9

Realisatie 2019

65,8

 

710,7

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Bijstelling n.a.v. eu-begroting 2019

‒ 17,2

Dab 1: surplus eu-begroting 2018

‒ 176,0

Inzet reservering voor nacalculatie

‒ 318,5

Spring forecast 2019

‒ 33,6

Uitstel surplus 2018

88,0

 

‒ 457,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Overboeking reservering voor nacalculatie

318,5

 

318,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

571,8

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

9.068,2

Totaal Internationale samenwerking

1.484,2

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

10.552,4

V BUITENLANDSE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

383,7

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Correctieboeking

644,9

Diversen

‒ 11,0

 

633,9

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Nacalculatie incl. bronnenrevisie

‒ 318,5

Diversen

‒ 19,6

 

‒ 338,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

295,8

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

679,5

Totaal Internationale samenwerking

125,7

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

805,2

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Bijstelling n.a.v. eu-begroting 2019

De raming van de BNI-afdracht in 2019 is met 17 miljoen euro neerwaarts bijgesteld omdat de raming van de overige inkomsten op de Europese begroting voor 2019 hoger uitviel dan verwacht.

Dab 1: surplus eu-begroting 2018

De Europese Commissie heeft in april 2019 de eerste aanvullende begroting (DAB1) gepresenteerd met daarin het surplus voor de Europese begroting over 2018. Het surplus viel in totaal uit op 1,8 miljard euro, wat voor Nederland incidenteel een lagere BNI-afdracht van 88 miljoen euro in 2019 als gevolg had. Bij de Voorjaarsnota is dit bedrag geboekt. Echter, bij het indienen van de Ontwerpbegroting leek de eerste aanvullende begroting niet meer in 2019 aangenomen te worden. Daarom is een correctie geboekt (zie mutatie uitstel surplus 2018). Bij Najaarsnota bleek het Europees Parlement de begroting tegen verwachting in toch aangenomen te hebben. Daarom is het bedrag alsnog geboekt. Het effect voor 2020 wordt bij de Voorjaarsnota 2020 verwerkt. Door de correctie is in de tabel eenbedrag van ‒ 176 miljoen euro zichtbaar. Deze moet echter in samenhang gezien worden met de mutatie "uitstel surplus"(88 miljoen euro). Het totale efffect van de mutatie op de begroting van 2019 is dus ‒ 88 miljoen euro.

Inzet reservering voor nacalculatie

Naar aanleiding van de bronnenrevisie van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het Nederlandse BNI opwaarts bijgesteld. Voor 2019 leidde dit via de jaarlijkse nacalculatie van de EU-afdrachten tot ophoging van de BNI-afdracht van 318 miljoen euro. Eerder was hiervoor in de begroting een reservering getroffen. De overboeking betreft de overboeking van de reservering vanaf de Aanvullende Post naar de begroting van BZ. Het restant van de resververing is vrijgevallen ten gunste van het generale beeld.

Spring forecast 2019

De Spring Forecast 2019 leidde per saldo in 2019 voor lagere afdrachten. Structureel leidde dit tot voor Nederland tot hogere afdrachten.

Uitstel surplus 2018

Uitstel van uitbetaling van het surplus over 2018 leidde tot een verschuiving van de neerwaartse bijstelling van de raming van de Europese afdrachten van 2019 naar 2020. Dit was omdat de eerste aanvullende begroting naar verwachting niet meer in 2019 door het EP zou worden aangenomen. Zie ook toelichting onder "Dab 1".

Technische mutaties

Overboeking reservering voor nacalculatie

Naar aanleiding van de bronnenrevisie van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het Nederlandse BNI opwaarts bijgesteld. Deze mutatie betreft de overboeking van de reservering die hiervoor was opgenomen op de aanvullende post naar de begroting van BZ.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Diversen

Dit bedrag betreft de realisatie van de EU-afdrachten over het jaar 2019.

Beleidsmatige mutaties

Nacalculatie incl. bronnenrevisie

Naar aanleiding van de bronnenrevisie van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het Nederlandse BNI opwaarts bijgesteld. Voor 2019 leidt dit via de jaarlijkse nacalculatie van de EU-afdrachten tot ophoging van deze afdracht van 318 miljoen euro. Eerder is hiervoor in de begroting een reservering getroffen.

Diversen

Onder de post diversen vallen mutaties die verband houden met de Spring Forecast 2019 (-6,7 miljoen euro). Met de zesde aanvullende begroting over 2018 is de raming van het effect van de Spring Forecast 2018 op de invoerrechten op basis van nieuwe ramingen en realisaties naar beneden bijgesteld. Dit heeft compensatie vanuit de BNI-afdrachten van de lidstaten als gevolg en betekent voor Nederland een opwaartse bijstelling van deze afdracht van 13 miljoen euro Door de late aanname van de zesde aanvullende begroting 2018 is dat effect naar 2019 doorgeschoven als negatieve overige ontvangst.

Justitie en Veiligheid

VI JUSTITIE EN VEILIGHEID: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

12.704,8

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Extra middelen rechtsbijstand

15,0

Invulling taakstelling

39,3

Lagere njn. bijdrage aan ind

‒ 24,3

Materieel sso's apparaatsuitgaven

18,3

Meevaller njn. rechtsbijstand

‒ 15,0

Nog onverdeeld apparaatsuitgaven

‒ 170,2

Slotwet: mee- en tegenvallers

‒ 40,4

Tegenvaller njn. bijdrage aan coa

20,6

Tegenvaller njn. bijdrage aan dji

25,0

Diversen

‒ 25,2

 

‒ 156,9

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Asiel: coa herijkingsreeks oda oud en nieuw (non-oda)

149,1

Asiel: coa mutatie vjn (oda)

‒ 22,9

Asiel: coa non-oda

‒ 40,1

Asiel: ind basisfinanciering

41,5

Asiel: ind mpp

32,9

Asiel: mpp nidos

‒ 20,7

Asiel: oda-toerekening

24,7

Asiel (van buza)

19,4

Eindejaarsmarge

24,7

Extra middelen aanpak ondermijning

110,0

Extra middelen rechtsbijstand

45,0

Extra middelen stroomstootwapens

25,0

Herstellen weeffout asiel onderwijs

‒ 45,6

Kasschuif frictiekosten

‒ 47,8

Kasschuif ondermijningsbestrijdingsfonds (b12)

‒ 64,9

Kasschuiven: dji frictiekosten

77,1

Meevaller wsnp rechtsbijstand

‒ 21,0

Prognosemodel justitiële ketens (pmj)

49,0

Ramingsbijstelling/ dekking problematiek jenv

‒ 79,5

Rechtsbijstand

‒ 19,7

Rechtspraak

50,0

Versleuteling interne problematiek

‒ 26,8

Diversen

118,0

 

377,4

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

B12 ondermijningsbestrijdingsfonds

100,0

B5 politie

49,8

B6 digitalisering werkprocessen strafrechtketen

70,0

Herstellen weeffout asiel onderwijs

45,6

Loonbijstelling

310,8

Prijsbijstelling

44,5

Diversen

81,7

 

702,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

922,7

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

13.627,4

Totaal Internationale samenwerking

34,8

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

13.662,3

VI JUSTITIE EN VEILIGHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

1.600,6

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Afpakken

‒ 68,3

Meevaller njn. ontvangsten coa

15,1

Tegenvaller njn. boeten en transacties

‒ 51,1

Diversen

22,8

 

‒ 81,5

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Asiel: inzet asielreserve

21,5

Prognosemodel justitiële ketens (pmj)

‒ 29,3

Ramingsbijstelling/ dekking problematiek jenv

75,7

Diversen

‒ 5,8

 

62,1

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

64,4

 

64,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

44,9

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

1.645,5

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

1.645,5

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Extra middelen rechtsbijstand

Dit betreft een herschikking om de meevaller rechtsbijstand bij Najaarsnota (NJN) toe te voegen aan de extra middelen (45 miljoen euro) die het kabinet beschikbaar heeft gesteld voor de rechtsbijstand.

Invulling taakstelling

Bij NJN is de restanttaakstelling (ad 53,1 miljoen euro) voor 39,3 miljoen euro ingevuld met onderuitputting op de uitgaven en een aantal meevallers op de ontvangsten. Het resterende bedrag van de taakstelling dat na NJN nog moest worden ingevuld was 13,8 miljoen euro.

Lagere NJN. bijdrage aan IND

Deze meevaller van 24,3 miljoen euro is een combinatie van een hogere productie die moet worden bekostigd van 12,7 miljoen euro (een tegenvaller) en een meevaller van 37 miljoen euro als gevolg van een aanpassing van de kostprijzen Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Deze wijziging in de kostprijs IND is doorgevoerd, omdat de kosten bij IND lager zijn gebleken dan de kostprijzen.

Materieel SSO's apparaatsuitgaven

De tegenvaller bij materieel Shared Service Organisaties (SSO’s) apparaatsuitgaven bestaat onder andere uit een tegenvaller bij Directie Informatievoorziening en Inkoop van 5,7 miljoen euro, een tegenvaller bij Directie Personeel en Organisatie van 5,6 miljoen euro, een tegenvaller van 2,2 miljoen euro bij Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en een tegenvaller van 1,3 miljoen euro bij het Diensten Centrum vanwege nagekomen facturen uit voorgaande jaren. Verder bestaat deze post uit diverse kleine mutaties.

Meevaller NJN. rechtsbijstand

Bij de rechtsbijstand werd bij NJN een meevaller van circa 15 miljoen euro verwacht. Dit bedrag is samengesteld uit het te verwachten aantal afgegeven toevoegingen (circa 5 miljoen euro); de vertraging van de uitvoering van het project intensiveringen Zo Snel Mogelijk (circa 8,5 miljoen euro) en een kleine meevaller bij het programma herziening stelsel rechtsbijstand (circa 1,5 miljoen euro). Samen met de 45 miljoen euro die het kabinet extra beschikbaar stelt voor rechtsbijstand en de inzet van 13 miljoen euro binnen het programmabudget kan hierdoor 73 miljoen euro worden ingezet voor een tijdelijke toelage voor een groot deel van de sociaal advocatuur in de periode 2020 tot en met 2021.

Nog onverdeeld apparaatsuitgaven

Artikel 92 is een verdeel-artikel waarop nog te verdelen budgetten en taakstellingen worden geboekt in afwachting van een exacte toedeling aan de beleids- of apparaatsartikelen. Ten laste van artikel 92 kunnen geen betalingen worden verricht. Bij Slotwet is artikel 92 op nul gezet. De onderbesteding wordt verklaard door twee omvangrijke posten. Op artikel 92 zijn de gelden geparkeerd in het kader van de brede aanpak ondermijning (110 miljoen euro) en zijn gelden gereserveerd voor maatregelen te nemen in het kader van de rechtsbijstand (60 miljoen euro). Op deze posten zijn in 2019 geen betalingen verricht. Naast een kleine overboeking naar artikel 33, zijn de overige middelen op artikel 92 vrijgevallen en hebben aldus bijgedragen aan het invullen van een tweetal taakstellingen op de Justitie en Veiligheid (JenV)-begroting. Het betreft de eveneens op artikel 92 opgenomen restant taakstelling onderuitputting (13,8 miljoen euro) en het JenV-aandeel in het tekort op de realisatie afpakken (23,8 miljoen euro).

Slotwet: mee- en tegenvallers

Deze post bevat enkele mee- en tegenvallers als gevolg van verschillen tussen raming en realisatie in 2019 die zijn verwerkt bij Slotwet 2019. Zo heeft zich een meevaller voorgedaan van 6,4 miljoen euro op de verkeershandhavingsmiddelen doordat de oplevering van trajectcontroles op het onderliggend wegennet vertraging heeft opgelopen. Bij het MH17-dossier is er een onderschrijding van 5,3 miljoen euro omdat een gedeelte van de verwachte kosten voor de vervolging en berechtiging van MH17-verdachten zich niet hebben voorgedaan, met name vanwege het later aanvangen van de eerste zittingsdag dan eerder verwacht werd. Bij het onderdeel versterken vreemdelingenketen was er ruim 5,7 miljoen euro onderuitputting omdat het beroep van Curaçao en Aruba op deze middelen niet in 2019 tot betaling is gekomen. Verder bestaat deze post uit diverse kleine mutaties.

Tegenvaller NJN. bijdrage aan COA

De bezetting bij Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) kwam bij NJN hoger uit dan in de begroting werd verwacht. In de begroting 2019 werd uitgegaan van een gemiddelde bezetting in de opvang van 23.500. De meeste recente verwachting was dat de gemiddelde bezetting van asielzoekers bij COA in 2019 op zou lopen naar 24.800. Dit vergde een extra bijdrage aan het COA van 20,6 miljoen euro.

Tegenvaller NJN. bijdrage aan DJI

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) heeft dit jaar meer forensische zorg ingekocht dan verwacht in de ontwerpbegroting. Daarom is hiervoor bij NJN extra budget beschikbaar gesteld binnen de JenV-begroting.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mutaties. De grootste mutaties zijn een desaldering van 12 miljoen euro. bij Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), de vrijval reservering egalisatieschuld huisvesting binnen HGIS van 12 miljoen euro en een vrijval van onbestemde middelen voor 11,3 miljoen euro op artikel 92 die is ingezet voor invulling van de taakstelling 2019.

Beleidsmatige mutaties

Asiel: COA herijkingsreeks ODA oud en nieuw (non-ODA)

De toerekening aan official development assistance (ODA) van de kosten van de eerstejaarsopvang van asielzoekers is met ingang van 2019 conform de verduidelijkte richtlijn van OESO-DAC herijkt. Dit leidt er onder meer toe dat de kosten voor vastgoed en overhead niet meer mogen worden toegerekend en dat de toerekening en kosten voor rechtsbijstand, tolken IND en voorlichting wel. Voorts wordt de eerstejaarsasielopvang voortaan op individueel niveau wordt bepaald. Daarnaast is een verbetering van de toerekeningsystematiek doorgevoerd. In de nieuwe systematiek wordt de raming gebaseerd op de verwachte bezetting in het COA in plaats van de asielinstroom. Dit leidt tot een transparantere, schokbestendigere en doelmatigere toerekening. Gevolg van deze herijking is dat per saldo minder kosten mogen worden toegerekend aan ODA. Deze lagere toerekening is éénmalig generaal gedekt en toegevoegd aan de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). Deze herijkingsreeks (non-ODA) is ook op de JenV-begroting inzichtelijk gemaakt en moet worden bezien in samenhang met de posten COA non-ODA en COA mutatie VJN (ODA).

Asiel: COA mutatie VJN (ODA)

De nieuwe systematiek voor de ODA-toerekening heeft geleid tot aanpassing van de stand van de ODA-toerekening voor de eerstejaarsasielopvang. Zie toelichting bij de COA herijkingsreeks ODA oud en nieuw (non-ODA). Dat heeft tezamen met de nieuwe Meerjaren Productie Prognose (MPP) geleid tot aanpassing van de ODA-toerekening.

Asiel: COA non-ODA

De ramingsbijstelling naar aanleiding van de MPP en de stabielere financiering voor het COA heeft geleid tot een verhoging van de uitgaven voor het COA. Deze reeks voor het COA moet worden bezien in relatie tot de volgende posten: COA mutatie VJN (ODA) en de COA herijkingsreeks ODA oud en nieuw (non-ODA). Tezamen zorgden deze drie mutaties voor de benodigde verhoging van het budget voor COA.

Asiel: IND basisfinanciering

Het kabinet heeft extra middelen ter beschikking gesteld voor de stabiele financiering van de asielketen, waaronder voor de IND.

Asiel: IND MPP

De ramingsbijstelling op basis van de MPP is tot en met 2021 verwerkt.

Asiel: MPP Nidos

Op basis van de MPP-raming werd voor Nidos een lagere bezetting verwacht. De uitgaven aan Nidos zijn daarop aangepast.

Asiel: ODA-toerekening

Vanwege de hogere asielinstroom in 2018 is de ODA-toerekening naar boven bijgesteld. JenV heeft 24,7 miljoen euro van de begroting van BHOS ontvangen.

Asiel (van BuZa)

De kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen worden volgens afspraken binnen OESO-DAC toegerekend aan ODA. De raming van de gemiddelde bezetting van het COA is conform reguliere systematiek bijgesteld van 23.500 naar 24.800 waardoor de ODA-toerekening gestegen is.

Eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge van 24,7 miljoen euro is toegevoegd aan de begroting van JenV.

Extra middelen aanpak ondermijning

Het kabinet heeft incidenteel 110 miljoen euro geïnvesteerd in een breed offensief tegen de georganiseerde ondermijnende criminaliteit, zodat in ieder geval het eerste deel van de versterking van aanpak van de ondermijnende criminaliteit tot en met begin 2021 kan worden gerealiseerd. Het gaat om zowel repressieve als preventieve maatregelen met een focus op: oprollen, afpakken en voorkomen.

Extra middelen rechtsbijstand

Voor de rechtsbijstand is 45 miljoen euro extra beschikbaar gesteld uit de rijksbrede onderuitputting. Samen met de verwachte onderuitputting van 15 miljoen euro in 2019 op de rechtsbijstand op de begroting van JenV en de inzet van 13 miljoen euro binnen het programmabudget kan hierdoor 73 miljoen euro worden ingezet voor een tijdelijke toelage voor een groot deel van de sociaal advocatuur in de periode 2020 tot en met 2021.

Extra middelen stroomstootwapens

Het kabinet heeft incidenteel geïnvesteerd in veiligheid en bescherming. Het kabinet heeft als onderdeel daarvan 25 miljoen euro vrijgemaakt voor de invoering van het stroomstootwapen ten behoeve van de uitrusting van agenten, naast de 5 miljoen euro incidenteel die het kabinet bij voorjaarsnota beschikbaar heeft gesteld voor de financiering van het stroomstootwapen.

Herstellen weeffout asiel onderwijs

Voortaan wordt de toerekening aan ODA van onderwijsuitgaven ten behoeve van asielzoekerskinderen op de begroting van OCW geboekt in plaats van op de begroting van JenV. Hiervoor hebben een aantal budgettair neutrale boekingen plaatsgevonden tussen de begrotingen van JenV en BHOS en van BHOS en OCW. Op de begroting van JenV is de overboeking van de JenV-begroting naar de BHOS-begroting zichtbaar (niet-HGIS naar HGIS; deze gelden zijn vervolgens van BHOS naar OCW overgeheveld).

Kasschuif frictiekosten

Ter financiering van de frictiekosten van de capaciteitsafbouw DJI is een kasschuif bij DJI doorgevoerd ten gunste van 2020 en verder, en ten laste van 2019. Hiermee zijn de middelen in de juiste jaren beschikbaar gekomen.

Kasschuif ondermijningsbestrijdingsfonds (B12)

Op basis van de meerjarige versterkingsplannen van betrokken regionale en landelijke partners zijn de incidentele gelden voor de versterking van de aanpak van ondermijnende criminaliteit over de jaren verdeeld.

Kasschuiven: DJI frictiekosten

De kasschuif van 77,1 miljoen euro is bedoeld ter financiering van de frictiekosten van de capaciteitsafbouw van DJI. Hiermee zijn onder meer de frictiekosten van de sluiting van vier gevangenislocaties gefinancierd, zoals aangekondigd in de brief capaciteitsmaatregelen DJI (Kamerstukken 24587, nr. 725) en de capaciteitsafbouw van justitiële jeugdinrichtingen (JJI’s), zoals aangekondigd in de brief aanpak jeugdcriminaliteit (kamerstuk 28741, nr. 53).

Meevaller Wsnp rechtsbijstand

De wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) is in werking getreden op 1 oktober 2013. De vergoedingensystematiek van de Wsnp kent een periode van 6 jaar. Een zaak moet binnen 6 jaar leiden tot een betaling. De systematiek is na 6 jaar herijkt. Uit de realisaties blijkt dat het incassorisico lager is geweest dan geraamd.

Prognosemodel justitiële ketens (PMJ)

Dit betreft de budgettaire verwerking van de uitkomsten van het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ). De raming van de capaciteitsbehoefte in de justitiële ketens is verwerkt in de diverse uitgavenramingen op de JenV-begroting, voor de jaren 2019-2021, waaronder voor het Openbaar Ministerie en DJI.

Ramingsbijstelling/ dekking problematiek jenv

JenV heeft verschillende incidentele meevallers, waaronder het afromen van het eigen vermogen boven de 5% bij de agentschappen, en de prijsbijstelling ingezet ter dekking van de problematiek.

Rechtsbijstand

De meevallers in 2019 t/m 2021 volgend uit de PMJ-raming zijn ingezet om ingeboekte besparingen vanaf 2022 te compenseren. De besparingen gaan niet door vanwege het aanhouden van het Wetsvoorstel duurzaam stelsel rechtsbijstand.

Rechtspraak

De Rechtspraak kampt met een structureel tekort door de autonome terugloop van het aantal zaken en het uitblijven van baten van het inmiddels stopgezette digitaliseringsprogramma "Kwaliteit en Innovatie".

Versleuteling interne problematiek

JenV interne problematiek is voor 3 jaar gedekt door de kosten (naar rato) over verschillende begrotingsartikelen te versleutelen.

Diversen

De post diversen bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder 5 miljoen euro incidenteel voor de aanschaf van toerusting voor de politie, extra middelen voor de Autoriteit persoonsgegevens in verband met extra werkzaamheden voortvloeiend uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de ramingsbijstelling Raad voor de Rechtspraak voor asielzaken. Ook bevat deze post de toegevoegde middelen voor de campagne tegen antisemitisme (1 miljoen euro per jaar t/m 2021), voor het Uitstapprogramma voor prostituees (RUPS) (1 miljoen euro per jaar t/m 2021), structureel 1 miljoen euro voor het tegengaan van drugsdumpingen en structureel 3 miljoen euro voor aanpak van contrabande. Voor dit laatste heeft het kabinet structureel 3 miljoen euro gereserveerd. Daarnaast heeft het kabinet incidenteel geïnvesteerd in veiligheid en bescherming. Het kabinet heeft als onderdeel daarvan 10 miljoen euro vrijgemaakt voor een aanvullende impuls voor het stelsel van het bewaken en beveiligen ter verlichting van de druk op basispolitiezorg. Ruim 0,1 miljoen euro betreft een bijdrage aan het OM in verband met terugbetalingen op eerder ontvangen afpakgelden.

Technische mutaties

B12 ondermijningsbestrijdingsfonds

Er is incidenteel 100 miljoen euro van de aanvullende post naar JenV overgeheveld voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit, zoals aangekondigd in de Nota van Wijziging (Kamerstukken 35000-VI, nr. 12).

B5 politie

JenV heeft Regeerakkoordmiddelen vanaf de aanvullende post ontvangen voor verschillende doeleinden bij de Politie, onder andere voor het terugdringen van arbeidsverzuim en voor het centraliseren van arrestantenzorg. Een deel van de middelen is ingezet voor dekking van problematiek op de JenV-begroting. Daarnaast is de volgende tranche van B5 Politie (bestedingsplan 2018) overgeheveld.

B6 digitalisering werkprocessen strafrechtketen

De Regeerakkoordmiddelen voor de digitalisering van werkprocessen in de strafrechtketen zijn overgeheveld naar de JenV-begroting. De middelen worden besteed aan verscheidende projecten met als doel om papier uit de keten te krijgen, de dienstverlening te verbeteren en te investeren in de kernsystemen. Een deel van de middelen is ingezet voor dekking van tekorten in de justitiële ketens.

Herstellen weeffout asiel onderwijs

Voortaan wordt de toerekening aan ODA van onderwijsuitgaven ten behoeve van asielzoekerskinderen op de begroting van OCW geboekt in plaats van op de begroting van JenV. Hiervoor heeft een aantal budgettair neutrale boekingen plaatsgevonden tussen de begrotingen van JenV en BHOS en van BHOS en OCW. Op de begroting van JenV is de overboeking van de JenV-begroting naar de BHOS-begroting zichtbaar (niet-HGIS naar HGIS; deze gelden zijn vervolgens van BHOS naar OCW overgeheveld).

Loonbijstelling

De loonbijstelling tranche 2019 is toegevoegd aan de begroting van JenV.

Prijsbijstelling

De prijsbijstelling tranche 2019 is toegevoegd aan de begroting van JenV.

Diversen

In de post diversen zitten verschillende onderdelen, waaronder de Regeerakkoordmiddelen B10 voor de bestrijding van ondermijnende criminaliteit en de overheveling van middelen voor de landelijke vreemdelingenvoorzieningen naar het gemeentefonds. Daarnaast bestaat deze post ook uit diverse desalderingen en overboekingen met andere departementen waarbij de grootse mutaties zijn: desalderingen bij DT&V (12 miljoen euro) en DJI (8,4 miljoen euro), een verrekening met OCW met betrekking tot de onderuitputting onderwijs Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI’s) voor 8,4 miljoen euro en twee overboekingen naar het gemeentefonds van in totaal 13,4 miljoen euro voor de aanpak jihadisme (6,5 miljoen euro) en het faciliteitenbesluit (6,9 miljoen euro).

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Afpakken

Er is in totaal circa 68 miljoen euro minder afgepakt dan bij ontwerpbegroting was geraamd. In 2019 is één grote zaak ontvangen: Telia (183,7 miljoen euro). Het aantal grote zaken is bepalend voor de opbrengsten per jaar aan afpakken. Hierdoor fluctueren de opbrengsten per jaar.

Meevaller NJN. ontvangsten COA

De meevaller bij NJN op de ontvangsten van het COA bedraagt 15,1 miljoen euro. Deze meevaller bestaat uit de afrekening van de bijdrage aan COA in 2018 van 12 mln, waar in de begroting 2019 geen rekening mee is gehouden en de afroming van het eigen vermogen van COA met 3,1 miljoen euro bovenop de in de begroting geraamde afroming van 24 miljoen euro

Tegenvaller NJN. boeten en transacties

Bij Boeten & Transacties (B&T)-ontvangsten was bij NJN de verwachting dat er zich een minderopbrengst zou voordoen van 51,1 miljoen euro. De minderopbrengst werd vooral veroorzaakt door minder beschikkingen uit trajectcontroles (met name door de Trajectcontrole A4 - Leiden, die tot en met mei uit stond in verband met wegwerkzaamheden) en door minder beschikkingen dan geraamd, opgelegd door de politie op kenteken. Deze tegenvaller komt in lijn met de motie Zijlstra en Samson per 2017 ten laste van het generale beeld.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mutaties waaronder een meevaller bij de afrekening over 2018 bij Nidos van 12,4 miljoen euro, hogere opbrengst aan griffierechten van 5,3 miljoen euro en een meevaller bij IND bij de afrekening 2018 van 5 miljoen euro. Daarnaast is er een tegenvaller op de administratiekostenvergoeding van 4,9 miljoen euro.

Beleidsmatige mutaties

Asiel: inzet asielreserve

De resterende middelen in de asielreserve zijn ingezet voor de problematiek.

Prognosemodel justitiële ketens (PMJ)

Dit betreft de budgettaire verwerking van de uitkomsten van PMJ. De raming van de capaciteitsbehoefte in de justitiële ketens is voor de jaren 2019-2021 verwerkt in de diverse ontvangstenramingen op de JenV-begroting, waaronder administratiekosten van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en griffierechten.

Ramingsbijstelling/ dekking problematiek jenv

JenV heeft verschillende incidentele meevallers, waaronder het afromen van het eigen vermogen boven de 5% bij de agentschappen, ingezet ter dekking van de problematiek.

Diversen

De post diversen betreft de actualisatie van de raming voor B&T.

Technische mutaties

Diversen

De post diversen bestaat uit een aantal mutaties, waarbij de grootste worden toegelicht. Dit zijn: een desaldering van 12,1 miljoen euro bij de DT&V en een desaldering op het onderdeel DJI van 8,4 miljoen euro.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

5.481,3

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Realisatie huurtoeslag

‒ 61,9

Voorlopige realisatie

‒ 29,8

Diversen

‒ 2,3

 

‒ 94,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Ejm h7

48,2

Ejm h7 (specifieke inzet)

‒ 28,4

Kasschuif step

‒ 22,5

Diversen

28,6

 

25,9

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Gf res (klimaatakkoord)

‒ 36,2

Gf/vng (klimaat)

150,0

Ondersteuning gemeenten klimaat

‒ 98,5

Diversen

148,4

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Benzinestations en bodemwinning

34,7

Diversen

4,6

 

203,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

135,0

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

5.616,3

Totaal Internationale samenwerking

0,5

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

5.616,8

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

679,4

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Realisatie huurtoeslag

‒ 65,2

Diversen

2,0

 

‒ 63,2

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Huurtoeslag

‒ 33,1

Diversen

26,9

 

‒ 6,2

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Kadercorrectie ontv veiling locaties benzinestations en bodemwinning

‒ 34,5

Diversen

115,7

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Kadercorrectie ontv veiling locaties benzinestations en bodemwinning

34,5

Diversen

27,4

 

143,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

73,7

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

753,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

753,1

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Realisatie huurtoeslag

Voor de huurtoeslag is sprake van een overuitputting van het budget van 31,4 miljoen euro ten opzichte van de ontwerpbegroting 2019. Dit is het gevolg van lagere ontvangsten. Er is 98,5 miljoen euro minder binnengekomen als gevolg van lagere terugvorderingen. In 2019 is 67,1 miljoen euro minder uitgegeven dan begroot. De lagere uitgaven zijn het saldo van lagere voorschotten en hogere nabetalingen.

Voorlopige realisatie

Dit is een optelling van de voorlopige realisatiecijfers van de hele BZK-begroting. De grootste post is de circa 9,8 miljoen euro onderuitputting op het budget voor loonheffingsafdracht in het kader van de werkkostenregeling, doordat de afdracht niet meer in 2019 heeft plaatsgevonden. Daarnaast betreft het onder meer circa 5,2 miljoen euro onderuitputting op het budget voor externe inhuur, circa 2,3 miljoen euro onderuitputting op de bijdrage aan het Rijksvastgoedbedrijf voor paleizen en circa 2,6 miljoen euro onderuitputting op de investeringspost doordat er diverse projecten doorgeschoven zijn naar 2020.

Diversen

Dit betreft met name de onderuitputting op Urgenda-middelen. De niet-bestede middelen uit 2019 worden toegevoegd aan de begroting 2020.

Beleidsmatige mutaties

Ejm H7

De eindejaarsmarge van 54,6 miljoen euro is toegevoegd aan de begroting van BZK. Hiervan heeft BZK 6,4 miljoen euro ingezet via het generale beeld voor dekking van problematiek binnen de eigen begroting.

Ejm H7 (specifieke inzet)

BZK heeft een deel van de eindejaarsmarge binnen de eigen begroting ingezet, onder andere voor de Omgevingswet, het aanvullen van het negatief eigen vermogen 2018 van SSC-ICT, de desinformatiecampagne, de woondeals en de archiefachterstanden bij Doc-Direkt.

Kasschuif STEP

Op basis van een herziene prognose van RVO.nl is het kasritme van de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector (STEP) aangepast. Aanvragen konden worden gedaan tot eind 2018. De subsidies worden twee jaar na verlening vastgesteld en uitbetaald in de periode tot aan het voorjaar 2022.

Diversen

Er zijn middelen toegevoegd aan de begroting van BZK voor de niet-huisvestingskosten die de gebruikers (Staten-Generaal, Raad van State, AZ) maken vanwege de renovatie van het Binnenhof. Daarnaast zijn middelen toegevoegd aan de begroting van BZK voor de Omgevingswet (cumulatief 40 miljoen euro t/m 2025) en voor bijdragen aan de AIVD voor de bestrijding van Jihadisme (5 miljoen euro structureel), het uitvoeren van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (5 miljoen euro in 2019) en voor capaciteitsuitbreiding voor het uitvoeren van de Geïntegreerde Aanwijzing (14,5 miljoen euro structureel vanaf 2022 met ingroeipad). Verder heeft BZK een deel van de loon- en prijsbijstelling en de eindejaarsmarge ingezet voor onder andere de omgevingswet, het aanzuiveren van het negatief eigen vermogen 2018 van SSC-ICT, de woondeals en de archiefachterstanden bij Doc-Direkt.

Technische mutaties

GF RES (Klimaatakkoord)

In het Interbestuurlijke programma (IBP) is afgesproken dat de Regionale Energiestrategieën (RES) in 2019 vorm moeten krijgen. De rijksbijdrage aan de RES is bedoeld om gemeenten in staat te stellen expertise te verwerven, te overleggen met stakeholders en burgerparticipatie te organiseren. Het budget hiervoor is vanaf de begroting van BZK overgeheveld naar het gemeentefonds. Gemeenten kunnen de middelen besteden aan het inhuren van expertise en het organiseren van bijeenkomsten.

GF/VNG (klimaat)

Aan de begroting van BZK zijn middelen toegevoegd voor aan het klimaatakkoord gerelateerde taken van gemeenten. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten aanvullende middelen krijgen ter ondersteuning van het realiseren van de RES, de transitievisies warmte, het goed informeren van bewoners en particuliere gebouweigenaren en om in voorkomende gevallen een start te maken met het opstellen van uitvoeringsplannen op wijkniveau. Verder kan met de middelen een start worden gemaakt met laadpalenbeleid voor elektrisch vervoer. Het budget zal worden verstrekt aan het Gemeentefonds.

Ondersteuning gemeenten klimaat

BZK heeft middelen ter beschikking gesteld aan gemeenten voor de ondersteuning van de decentrale overheden bij het realiseren van de Regionale Energie Strategie (RES) bij de transitievisies warmte (71,7 miljoen euro), de wijkaanpak (14,4 miljoen euro) en informatievoorziening voor de burger via energieloketten (12,4 miljoen euro). Deze middelen zijn overgeboekt naar het gemeentefonds, aanvullend op de al gereserveerde middelen in de Klimaatenvelop voor onder andere de Proeftuinen Aardgasvrije Wijken en de RES. Daarnaast heeft BZK 6,5 miljoen euro overgeboekt naar het btw-compensatiefonds.

Diversen - Rijksbegroting

Vanaf de aanvullende post zijn middelen overgemaakt voor het innovatieprogramma Gebouwde Omgeving (25 miljoen euro) en de Regionale Energiestrategieën (12,5 miljoen euro). Daarnaast is de loon- en prijsbijstelling toegevoegd aan de begroting van BZK (34,3 miljoen euro). Ook hebben op de begroting van BZK verschillende desalderingen plaatsgevonden. Zo zijn de uitgaven van de dienstverlening aan notarissen bij Doc-Direkt en de uitgaven met betrekking tot de dienstverleningsafspraken met de Shared Service Organisaties (SSO's) gedesaldeerd (circa 45 miljoen euro). Tevens zijn de meerontvangsten uit afrekeningen 2018 met organisaties zoals KOOP, Geonovum, Kadaster en RWS ingezet voor problematiek binnen de BZK-begroting (16 miljoen euro). Ook is de jaarlijkse achtervangvergoeding van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) (in 2019 29,8 miljoen euro) via de begroting van BZK gestort in de bestemde risicovoorziening NHG. In 2019 hebben meerdere departementen ook bijgedragen aan het beheer van de Basisregistratie personen (5 miljoen euro) en de dienstverlening door FMH in 2018 en 2019 (circa 6 miljoen euro).

Daarnaast zijn Urgenda-middelen uit 2019 teruggeboekt naar de begrotingsreserve bij het Ministerie van EZK (circa 28 miljoen euro). Deze middelen worden in 2020 weer toegevoegd aan de BZK-begroting. In 2019 zijn ook middelen voor de subsidieregelingen van het Meerjarige Missiegedreven Innovatie Programma (MMIP) voor Energie-innovaties in de gebouwde omgeving (7,3 miljoen euro) en de subsidieregeling innovaties aardgasvrije wijken en gebouwen vanuit de Demonstratie energie-innovatie regeling (12 miljoen euro) overgeboekt naar de begroting van het Ministerie van EZK. Naar de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten en de Kiesraad zijn middelen overgeboekt voor de kosten van dubbelbenoemingen bij de Raad van State (2,4 miljoen euro). Ook hebben er meerdere overboekingen plaatsgevonden naar de begroting van Koninkrijksrelaties voor onder andere kosten van technische ondersteuning bij bestuursontwikkeling (1,4 miljoen euro) en de informatiebeveiliging van Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) (3,4 miljoen euro).

Benzinestations en bodemwinning

In 2017 is de te betalen vennootschapsbelasting (VPB) door BZK over de generale ontvangsten in de begroting verwerkt. Naast de winst op de veiling van locaties van benzinestations langs Rijkswegen blijkt dat ook VPB moet worden betaald over de bodemwinning. Op basis van de huidige inzichten is de raming van de te betalen VPB geactualiseerd. In 2019 is hierbij rekening gehouden met de gerealiseerde ontvangsten in de jaren 2016 tot en met 2018.

Diversen - Niet relevant voor het uitgavenplafond

De geraamde te betalen vennootschapsbelasting (VPB) over de generale ontvangsten inzake de veiling van locaties voor benzinestations is gecorrigeerd van kader Rijksbegroting naar het kader Niet-relevant voor het uitgavenplafond. Volgens de begrotingsregels vallen veilingopbrengsten namelijk niet onder het uitgavenplafond.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Realisatie huurtoeslag

Voor de huurtoeslag is sprake van een overuitputting van het budget van 31,4 miljoen euro ten opzichte van de ontwerpbegroting 2019. Dit is het gevolg van lagere ontvangsten. Er is 98,5 miljoen euro minder binnengekomen als gevolg van lagere terugvorderingen. In 2019 is 67,1 miljoen euro minder uitgegeven dan begroot. De lagere uitgaven zijn het saldo van lagere voorschotten en hogere nabetalingen.

Diversen

Dit is een optelling van de realisatiecijfers van de ontvangsten op de hele BZK-begroting. Het betreft onder andere meerontvangsten met betrekking tot veiligheidsonderzoeken.

Beleidsmatige mutaties

Huurtoeslag

Voor de huurtoeslag is sprake van een overuitputting van het budget van 31,4 miljoen euro ten opzichte van de ontwerpbegroting 2019. Dit is het gevolg van lagere ontvangsten. Er is 98,5 miljoen euro minder binnengekomen als gevolg van lagere terugvorderingen. In 2019 is 67,1 miljoen euro minder uitgegeven dan begroot. De lagere uitgaven zijn het saldo van lagere voorschotten en hogere nabetalingen.

Diversen

Conform de regeling agentschappen is het surplus eigen vermogen 2018 van FMHaaglanden (FMH) en Rijksvastgoedbedrijf (RVB) bij Voorjaarsnota 2019 afgeroomd (13,1 miljoen euro). Het bedrag is ingezet voor het aanzuiveren van het negatief eigen vermogen in 2018 van SSC-ICT. Daarnaast heeft de verkoop van bufferzonegronden geleid tot incidentele meeropbrengsten (3,8 miljoen euro). Ook zijn er overlopende ontvangsten geweest voor onder andere de centrale bekostiging en rijksbrede ICT-voorzieningen (8,5 miljoen euro).

Technische mutaties

Kadercorrectie ontvangsten veiling locaties benzinestations en bodemwinning

De generale ontvangsten inzake de veiling van locaties voor benzinestations en bodemwinning zijn gecorrigeerd van kader Rijksbegroting naar het kader Niet-relevant voor het uitgavenplafond. Volgens de begrotingsregels vallen delfstofbaten en veilingopbrengsten namelijk niet onder het uitgavenplafond.

Diversen - Rijksbegroting

Het betreft onder andere de jaarlijkse desaldering voor Doc-Direkt voor de dienstverlening aan notarissen en een desaldering voor de ontvangsten van de Shared Service Organisaties (SSO's) (circa 45 miljoen euro). Daarnaast zijn de detacheringsontvangsten en –uitgaven structureel hoger bijgesteld (0,7 miljoen euro) en nemen de ontvangsten voor veiligheidsonderzoeken structureel toe (1,5 miljoen euro) als gevolg van de structurele toename van de aanvragen voor veiligheidsonderzoeken.

De jaarlijkse achtervangvergoeding van de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) zijn via de BZK-begroting in de risicoreserve gestort in de risicovoorziening NHG (29,8 miljoen euro). Daarnaast hebben de laatste ontvangsten op de verkoop van de bufferzonegronden van het voormalige Bureau Beheer Landbouwgronden geleid tot een hogere ontvangst van 5 miljoen euro. Tot slot hebben de vaststellingen van bijdragen voor 2018 aan organisaties zoals KOOP, Geonovum, Kadaster en RWS tot meerontvangsten geleid (16 miljoen euro).

Kadercorrectie ontvangsten veiling locaties benzinestations en bodemwinning

De generale ontvangsten inzake de veiling van locaties voor benzinestations en bodemwinning zijn gecorrigeerd van kader Rijksbegroting naar het kader Niet-relevant voor het uitgavenplafond. Volgens de begrotingsregels vallen delfstofbaten en veilingopbrengsten namelijk niet onder het uitgavenplafond.

Diversen - Niet relevant voor het uitgavenplafond

De veilingopbrengsten van de benzinestations langs Rijkswegen vielen in 2019 hoger uit dan geraamd (17 miljoen euro). De meevaller is ten gunste gekomen van het generale beeld. Daarnaast was er in 2019 ook sprake van meeropbrengsten uit bodemmaterialen uit 2018 en 2019 (8,4 miljoen euro).

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

41.923,9

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Meevaller studiefinanciering (r)

‒ 50,0

Mutaties studiefinanciering autonoom (r)

‒ 55,5

Referentieraming

84,0

Slotwetmutatie

‒ 34,7

Tegenvaller reisvoorziening gift

25,0

Diversen

‒ 35,8

 

‒ 67,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Beta techniek

41,0

Compensatie tegenvallende reclame-inkomsten

40,0

Convenant extra geld aanpak lerarentekort

300,0

Herstellen weeffout asiel onderwijs

45,6

Inzet lpo tranche 2019

‒ 145,3

Kasschuif ov

50,0

Kasschuif werkdrukmiddelen g33 po

40,5

Diversen

4,5

 

376,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Loonbijstelling tranche 2019

876,8

Prijsbijstelling tranche 2019

163,6

Diversen

34,5

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Leningen studiefinanciering

‒ 89,7

Meevaller uitgaven studiefinanciering (nr)

‒ 128,0

Mutaties studiefinanciering autonoom (nr)

‒ 179,1

Uitdeling prijsbijstelling niet-relevant tranche 2019

72,2

Diversen

30,5

 

780,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

1.089,9

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

43.013,7

Totaal Internationale samenwerking

61,7

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

43.075,4

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

1.329,2

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Mutaties studiefinanciering autonoom ontvangsten (r)

‒ 30,8

Diversen

‒ 11,3

 

‒ 42,1

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

6,6

 

6,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

29,4

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Diversen

74,5

 

103,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

68,5

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

1.397,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

1.397,6

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Meevaller studiefinanciering (r)

Deze post bestaat voornamelijk uit een meevaller van 30 miljoen euro doordat door het nieuwe PVS (Programma Vernieuwing Studiefinanciering)-systeem minder achterstallig lager recht (ALR) is geboekt. Hierdoor zijn ook minder kortlopende vorderingen als relevante uitgaven geboekt.

Mutaties studiefinanciering autonoom (r)

De uitgaven aan studiefinanciering zijn voor 2019 circa 56 miljoen euro lager. Dit wordt deels veroorzaakt door lagere uitgaven op de omzettingen van prestatiebeurs in gift in de beroepsopleidende leerweg in het mbo. Ook zijn er lagere uitgaven aan de OV-studentenkaart omdat uit de realisatie 2018 blijkt dat het aandeel ho-studenten dat de reisvoorziening activeert lager is dan aanvankelijk geraamd. Dit valt mede te verklaren doordat het aandeel internationale studenten zonder recht op ov stijgt. Daarnaast bestaat deze post uit diverse mutaties die onder de ondergrens vallen.

Referentieraming

Uit de Referentieraming 2019 blijkt dat het totale aantal leerlingen en studenten hoger uitvalt dan de aantallen die in de OCW-begroting 2019 waren geraamd. Dit geldt vooral in het hoger onderwijs en het primair onderwijs.

Slotwetmutatie

Deze post bestaat voor een groot deel uit een meevaller van 35 miljoen euro op de bekostiging in het primair onderwijs als gevolg van lagere uitgaven op de gewichtenregeling en hogere fusieopbrengsten.

Tegenvaller reisvoorziening gift

Het budget voor de OV-studentenkaart die als gift wordt uitgekeerd is met 25 miljoen euro verhoogd op basis van realisatiegegevens. Sinds 2019 vallen onder deze post ook de OV-uitgaven die een directe gift betreffen (voornamelijk bol 1 en bol 2). Deze uitgaven vallen hoger uit.

Diversen (mee- en tegenvallers)

Deze post bestaat uit diverse mee- en tegenvallers die onder de ondergrens vallen.

Beleidsmatige mutaties

Bèta techniek

Het Kabinet heeft structureel 41 miljoen euro vrij gemaakt voor bèta-techniek. Deze middelen worden ingezet ter demping van de herverdeeleffecten van de herziening van de bekostiging in het hoger onderwijs, naar aanleiding van het advies van de Commissie Van Rijn (10 miljoen euro in het hbo en 27 miljoen euro in het wo). Daarnaast wordt er 4 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de zij-instroom leraren in het mbo voor de sector bèta-techniek.

Compensatie tegenvallende reclame-inkomsten

Op basis van de motie Pechtold (Kamerstuk 35 000, nr. 17) worden de tegenvallende reclame-inkomsten voor 2019 met 40 miljoen euro gecompenseerd.

Convenant extra geld aanpak lerarentekort

In het najaar van 2019 is een convenant gesloten waarin een gezamenlijke aanpak tegen het personeelstekort in het primair en voortgezet onderwijs is afgesproken. Eén van de maatregelen is een extra investering in het primair en voortgezet onderwijs van 300 miljoen euro in 2019. Zowel voor het primair als het voortgezet onderwijs wordt 150 miljoen euro beschikbaar gesteld.

Herstellen weeffout asiel onderwijs

Voortaan worden onderwijsuitgaven ten behoeve van asielzoekerskinderen op de OCW-begroting toegerekend aan ODA. Hiervoor vindt een budgettair neutrale boeking plaats tussen de begrotingen van BHOS en OCW.

Inzet lpo tranche 2019

Een deel van de verplichte loon-en prijsbijstelling tranche 2019 wordt ingezet als dekking voor de taakstelling op artikel 91 en de onderhoud- en vervangingsproblematiek bij DUO.

Kasschuif ov

In 2019 wordt 50 miljoen euro vooruitbetaald aan OV-bedrijven voor het studentenreisproduct in 2020. Contractueel is vastgelegd dat OCW de vergoeding voor de OV-studentenkaart uiterlijk medio januari van het betreffende jaar aan de vervoerbedrijven betaalt. Door de betaling aan de vervoerbedrijven (gedeeltelijk) al aan het eind van het voorafgaande jaar in plaats van aan het begin van het betreffende jaar te doen, kan zonder af te wijken van de afspraken met de vervoerbedrijven een bijdrage worden geleverd aan de optimalisering van de kasritmes van de staat over de jaren heen.

Kasschuif werkdrukmiddelen G33 po

Deze kasschuif vindt plaats om de werkdrukmiddelen vanuit 2022 en 2023 naar voren te schuiven waardoor het budget eerder beschikbaar is, namelijk al in schooljaren 2019/2020 tot en met 2022/2023.

Diversen

Deze post bestaat uit beleidsmatige mutaties die onder de ondergrens vallen

Technische mutaties

Loonbijstelling tranche 2019

De tranche 2019 van de loonbijstelling is overgemaakt naar OCW.

Prijsbijstelling tranche 2019

De tranche 2019 van de prijsbijstelling is overgemaakt naar OCW.

Diversen

Deze post bestaat uit technische mutaties die onder de ondergrens vallen.

Meevaller uitgaven studiefinanciering (nr)

Deze post bestaat grotendeels uit een meevaller van 130 miljoen euro op de niet-relevante rentedragende lening. Uit de realisatiegegevens van DUO tot en met juli 2019 blijkt dat de stijgende trend in de leenbedragen van de afgelopen jaren dit jaar kleiner is.

Mutaties studiefinanciering autonoom (nr)

De niet-plafondrelevante uitgaven aan studiefinanciering zijn voor 2019 circa 179 miljoen euro lager. Ruim de helft van dit bedrag wordt veroorzaakt door lager geraamde uitgaven aan leningen (rentedragende lening, collegegeldkrediet en levenlanglerenkrediet) als gevolg van lagere realisatie in 2018. De andere helft wordt veroorzaakt door diverse mutaties.

Leningen studiefinanciering

Deze post wordt voor een groot deel veroorzaakt doordat de uitgaven aan leenvoorziening met 147 miljoen euro lager uitvallen. Uit de realisatiegegevens van DUO blijkt dat de stijgende trend in leenbedragen van de afgelopen jaar over 2019 kleiner is.

Uitdeling prijsbijstelling niet-relevant tranche 2019

De tranche 2019 (niet-relevant) van de prijsbijstelling is overgemaakt naar de begroting van OCW.

Diversen - Niet-relevant voor het uitgavenplafond

Deze post bestaat uit twee niet-plafondrelevante mutaties die onder de ondergrens vallen.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Mutaties studiefinanciering autonoom ontvangsten (r)

De niet-relevante ontvangsten van terugbetaalde leningen zijn naar boven bijgesteld op grond van de realisatie in 2018.

Diversen

Deze post bestaat uit mee-en tegenvallers die onder de ondergrens vallen

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Deze post bestaat uit beleidsmatige mutaties die onder de ondergrens vallen.

Technische mutaties

Diversen - Rijksbegroting

Deze post bestaat uit technische mutaties die onder de ondergrens vallen.

Diversen - Niet-relevant voor het uitgavenplafond

Deze post bestaat uit niet-relevante mutaties die onder de ondergrens vallen.

Nationale Schuld (Transactiebasis)

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

7.370,0

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Rente vaste schuld

‒ 192,6

Diversen

‒ 4,1

 

‒ 196,7

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 7,1

 

‒ 7,1

Technische mutaties

 

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Verstrekte leningen

‒ 190,6

Diversen

47,6

 

‒ 143,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 346,8

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

7.023,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

7.023,2

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

11.097,0

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Rente vlottende schuld

‒ 100,2

Diversen

‒ 0,9

 

‒ 101,1

Technische mutaties

 

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Mutatie in rekening courant en deposito

1.372,1

Rente derivaten

‒ 259,0

Diversen

46,0

 

1.159,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

1.058,1

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

12.155,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

12.155,0

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Rente vaste schuld

De rentelasten op de vaste schuld vallen mee als gevolg van lagere rentestanden, een kleiner dan verwachte financieringsbehoefte en als gevolg van vervroegde aflossingen tussen begin september 2018 en eind december 2019.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mee- en tegenvallers die onder de ondergrens vallen.

Beleidsmatige mutatie

Diversen

Deze post bestaat uit diverse beleidsmatige mutaties die onder de ondergrens vallen.

Technische mutaties

Verstrekte leningen

Deze mutatie betreft een kleinere vraag naar leningen bij agentschappen (- 291 miljoen euro) en een grotere vraag naar leningen bij rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s) (100 miljoen euro).

Diversen

Dit betreft een som van meerdere mutaties. De grootste mutatie betreft de mutatie op de totale rekening courantstanden van alle agentschappen samen (44,8 miljoen euro).

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Rente vlottende schuld

De rentebaten op de vlottende schuld zijn ca. 100 miljoen euro lager uitgevallen. Dit komt door minder ontvangen rente op de kortlopende schuld die lager is uitgevallen als gevolg van het begrotingsoverschot.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mee- en tegenvallers die onder de ondergrens vallen.

Technische mutaties

Mutatie in rekening courant en deposito

De eindstanden op de rekeningen courant en deposito’s van de sociale fondsen, RWT’s en derden en de decentrale overheden samen zijn per saldo 1.372 miljoen euro hoger uitgevallen. Dit betekent voor het Rijk een extra instroom van middelen.

Rente derivaten

Het Agentschap heeft in de laatste maanden van 2018, na het opstellen van de begroting van 2019, nog rentederivaten voortijdig beëindigd. Dit is gedaan om het renterisico op de schuldportefeuille bij te sturen. Bij de voortijdige beëindiging van renteswaps wordt de netto contante waarde van de toekomstige rentestromen in één keer ontvangen. Als gevolg hiervan dalen de rentebaten op derivaten in latere jaren.

Diversen

De aflossingen op leningen binnen het schatkistbankieren zijn per saldo hoger uitgevallen dan was geraamd bij het opstellen van de begroting.

Financiën

IXB FINANCIËN: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

7.205,7

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Afdrachten staatsloterij

102,8

Belasting- en invorderingsrente

38,5

Bijdrage aan sso's

15,4

Bijstelling bcf

‒ 35,3

Ict opdrachten

22,7

Overig materieel

‒ 28,7

Overige opdrachten

‒ 15,3

Schades ekv

‒ 55,0

Diversen

‒ 14,0

 

31,1

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Bijdrage logius (gdi)

68,0

Bijstelling bcf

194,8

Eigen personeel (overig bd)

47,0

Inhuur externen

47,4

Kapitaaluitbreiding tennet

410,0

Kasschuiven

‒ 146,9

Rvu (dekking problematiek)

‒ 30,1

Diversen

3,0

 

593,2

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Loonbijstelling

78,9

Diversen

90,4

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Aankoop air france-klm (holding)

744,4

Invest-nl

50,0

Schades ekv

184,7

Teruggave gelden smp/anfa

‒ 33,0

Uitgaven verkoop sabb

93,3

Diversen

28,9

 

1.237,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

1.861,9

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

9.067,6

Totaal Internationale samenwerking

366,8

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

9.434,5

IXB FINANCIËN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

2.385,1

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Afdrachten staatsloterij

102,8

Belasting- en invorderingsrente

182,3

Boetes en schikkingen

15,4

Dividenden staatsdeelnemingen

140,0

Dnb winstafdracht

40,8

Doorbelasten kosten vervolging

41,5

Mutatie begrotingsreserve ekv

‒ 51,0

Diversen

38,1

 

509,9

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Rvu (dekking problematiek)

95,1

Diversen

2,5

 

97,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Recuperaties ekv

‒ 127,1

Schaderestituties ekv

‒ 44,9

Diversen

16,6

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Dividenden financiele deelnemingen

36,3

Dividenden financiele deelnemingen volksbank

212,5

Dividenden staatsdeelnemingen

541,0

Recuperaties ekv

127,1

Verkoop sabb

490,5

Diversen

6,4

 

1.258,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

1.865,9

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

4.251,0

Totaal Internationale samenwerking

2,8

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

4.253,8

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Afdrachten staatsloterij

Om te voldoen aan de wettelijke bepalingen in de WOK (Wet op de Kansspelen), dat alle afdrachten van de Staatsloterij aan de staat toekomen, is een boekhoudkundige reeks opgenomen voor afdrachten staatsloterij.

Belasting- en invorderingsrente

De uitgaven voor de belasting- en invorderingsrente zijn ca. 38,5 miljoen euro hoger dan verwacht. Dit is met name het gevolg van hogere belastingteruggaven en verminderingen waarover rente moet worden vergoed en van gewijzigde verdeelsleutels met de sociale fondsen, die ertoe leiden dat een groter deel van de renteontvangsten en -uitgaven wordt verantwoord op begroting IX.

Bijstelling BCF

De bijdrage aan gemeenten is ca. 87 miljoen euro lager uitgevallen dan geraamd, omdat gemeenten minder btw gedeclareerd hebben dan verwacht. De bijdrage aan provincies is ca. 51 miljoen euro hoger uitgevallen dan geraamd, omdat provincies meer btw gedeclareerd hebben dan verwacht.

Bijdrage aan sso's

Met name als gevolg van een technische herschikking tussen Bijdrage aan sso's en de Materiële uitgaven is de realisatie op dit onderdeel hoger dan oorspronkelijk begroot. Daarnaast zijn de bijdrage aan sso's hoger dan geraamd door een toename van diensten die geleverd worden door sso's.

ICT opdrachten

De Belastingdienst staat voor een grote opgave op het gebied van ICT. Het proces om de (reguliere) ICT in den brede te verbeteren wordt opgepakt. De hiermee samenhangende investeringen in ICT die in 2019 worden verricht, leiden tot meer ICT-uitgaven dan geraamd.

Schades ekv

Het totaal aan schade-uitkeringen in 2019 is geraamd op 190 miljoen euro. Bij Voorjaarsnota werd voorzien dat er zich een grote schade zou voordoen op een ekv-polis in Mexico, die niet eerder was geraamd. Binnen het geraamde totaal van 190 miljoen euro komen de voorlopige schade-uitkeringen naar verwachting 49 miljoen euro hoger uit dan geraamd in de 1e suppletoire begroting en de definitieve schade-uitkeringen naar verwachting 55 miljoen euro lager uit.

Overig materieel

Een deel van de uitgaven die begroot waren onder overig materieel zijn bij nader inzien gerealiseerd en verantwoord onder Bijdrage SSO en in mindere mate bij Bijdrage ZBO’s/RWT en ICT opdrachten. Dit heeft in 2019 geleid tot lagere uitgaven op Overig materieel.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mee- en tegenvallers die onder de ondergrens vallen.

Beleidsmatige mutaties

Bijdrage logius (gdi)

Het budget is in lijn gebracht met de raming van de uitgaven aan Logius voor de ICT-dienstverlening. De kosten voor de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) aan Logius worden gedekt binnen de begroting van Financiën

Bijstelling bcf

Dit betreft de jaarlijkse bijstelling van de raming van het btw-compensatiefonds (BCF).

Eigen personeel (overig bd)

In verhouding tot het eerder vastgestelde formatiekader is sprake van een overschrijding. Om het budget in lijn te brengen met de nieuwe formatiekaders wordt de verwachte meevaller bij de belasting- en invorderingsrente als dekking ingezet. Deze meevaller wordt naar toekomstige jaren geschoven om aan te sluiten bij het juiste tempo.

Inhuur externen

De uitgaven voor externe inhuur zijn hoger dan voorzien. Dit wordt veroorzaakt door een onderbezetting op eigen personeel ten opzichte van de nieuwe kaders, waardoor meer externe inhuurkrachten voor ICT zijn ingezet voor beheer en onderhoud en nieuwe wetgeving. De hogere uitgaven worden verder verklaard door meer uitzendkrachten bij de Belastingtelefoon om de toenemende gesprekken op te vangen.

Kapitaaluitbreiding TenneT (niet relevant voor uitgavenplafond)

Dit betreft een kapitaalinjectie van 410 miljoen euro aan het Nederlandse deel van TenneT. Deze kapitaalstorting is een verplichting geworden voor de Nederlandse staat nadat gebleken is dat TenneT aanvullende middelen nodig heeft voor behoud van de kredietwaardigheid.

Kasschuiven

Met behulp van kasschuiven worden middelen van 2019 doorgeschoven naar 2020 en verder, waarmee het budget in lijn gebracht wordt met het ritme van de verwachte uitgaven. Een deel van de schuif heeft betrekking op de budgetten voor het personeel van de Belastingdienst. Daarnaast vindt een aantal kleinere kasschuiven plaats, waaronder een schuif van middelen voor Invest-NL en de uitvoeringskosten van fiscale beleidswijzigingen.

RVU (dekking problematiek)

Een uitspraak van de belastinginspecteur heeft tot gevolg dat de vertrekregeling bij de Belastingdienst niet als Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) wordt aangemerkt (zie ook antwoord op Kamervragen 2018–2019, aanhangsel nr. 945). De hieruit resulterende meevaller wordt ingezet als onderdeel van de dekking voor de bijdrage aan Logius.

Diversen

Deze post bestaat uit beleidsmatige mutaties die onder de ondergrens vallen.

Technische mutaties

Loonbijstelling

De loon- en prijsbijstelling tranche 2019 wordt toegevoegd aan de departementale begrotingen.

Diversen

Deze post bestaat uit technische mutaties die onder de ondergrens vallen.

Aankoop air france-klm (holding) (niet relevant voor uitgavenplafond)

Op 26 februari 2019 is bekend gemaakt dat de staat aandelen Air France-KLM koopt. In de incidentele suppletoire begroting is een maximumbedrag van 1 miljard euro opgenomen. Vervolgens is er een Nota van Wijziging (NvW) naar de Kamer gestuurd waarin dit bedrag naar beneden is bijgesteld tot ca. 744 miljoen euro.

Invest-NL (niet relevant voor uitgavenplafond)

In december 2019 is de Machtigingswet oprichting Invest-NL in werking getreden. Op basis hiervan heeft de minister van Financiën Invest-NL N.V. opgericht met de Staat als enig aandeelhouder. De eerste kapitaalstorting bedroeg 50 miljoen euro.

Schades ekv

Na de revisie van de nationale rekeningen verwerkt het CBS de schaderestituties van de EKV als financiële transacties. Dit betekent dat de schaderestituties geen effect hebben op het EMU-saldo. Volgens de begrotingsregels betekent dit dat de schaderestituties daarom ook niet meer plafondrelevant zijn. Met deze mutatie wordt deze aanpassing budgettair verwerkt.  Daarnaast komen de voorlopige schade-uitkeringen naar verwachting 49 miljoen euro hoger uit dan geraamd in de 1e suppletoire begroting binnen het geraamde totaal van 190 miljoen euro .

Teruggave gelden smp/anfa (niet relevant voor uitgavenplafond)

Binnen de EU is een nieuw ritme afgesproken voor de teruggave van gelden SMP/ANFA aan Griekenland.

Uitgaven verkoop sabb (niet relevant voor uitgavenplafond)

Deze mutatie betreft de uitgaven die gemoeid zijn met de aandelenverkoop Saudi British Bank (SABB). De uitgaven bestaan onder andere uit het schikkingsbedrag, de belastingverplichtingen en verkoopkosten.

Diversen

Deze post bestaat uit niet-plafondrelevante mutaties die onder de ondergrens vallen.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Afdrachten staatsloterij

Om te voldoen aan de wettelijke bepalingen in de WOK (Wet op de Kansspelen) dat alle afdrachten van de Staatsloterij aan de staat toekomen wordt een boekhoudkundige reeks opgenomen voor afdrachten staatsloterij.

Belasting- en invorderingsrente

De ontvangsten voor de belasting- en invorderingsrente zijn ca. 182 miljoen euro hoger dan eerder geraamd. Dit is met name het gevolg van hogere belastingaanslagen waarover rente moet worden betaald en van gewijzigde verdeelsleutels met de sociale fondsen, die ertoe leiden dat een groter deel van de rente-uitgaven wordt verantwoord op begroting IXB.

Boetes en schikkingen

Dit betreft een mutatie op de ontvangsten van de boetes en schikkingen. Bij de boeteontvangsten heeft zich een meevaller voorgedaan van ca. 15 miljoen euro. Dit is met name het gevolg van een toename van het aantal verzuimboetes en van gewijzigde verdeelsleutels met de sociale fondsen, die ertoe leiden dat een groter deel van de boeteontvangsten wordt verantwoord op begroting IXB.

Dividenden staatsdeelnemingen

De nieuwste winstrealisaties van de staatsdeelnemingen leiden tot een hogere dividendraming.

Dnb winstafdracht

De raming winstafdracht DNB wordt aangepast n.a.v. de meest recente winstrealisatie.

Doorbelasten kosten vervolging

De aan burgers en bedrijven doorbelaste kosten van vervolging, die voortkomen uit het niet betalen van belasting, vallen hoger uit. Dit wordt veroorzaakt door een stijging van het aantal invorderingsmaatregelen (zoals aanmaningen) bij de Belastingdienst.

Mutatie begrotingsreserve ekv

Ontvangen premies worden gestort in de begrotingsreserve, tegenover uitgaven aan definitieve schades op afgesloten polissen en de uitvoeringskosten van Atradius die gedekt worden met onttrekkingen uit de begrotingsreserve.

Diversen

Deze post bestaat uit diverse mee- en tegenvallers die onder de ondergrens vallen.

Beleidsmatige mutaties

RVU (dekking problematiek)

Een uitspraak van de belastinginspecteur heeft tot gevolg dat de vertrekregeling bij de Belastingdienst niet als Regeling Vervroegde Uittreding (RVU) wordt aangemerkt (zie ook antwoord op Kamervragen 2018–2019, aanhangsel nr. 945). Deze meevaller wordt ingezet als onderdeel van de dekking voor de bijdrage aan Logius.

Diversen

Deze post bestaat uit beleidsmatige mutaties die onder de ondergrens vallen.

Technische mutaties

Recuperaties ekv

Na de revisie van de nationale rekeningen verwerkt het CBS de schaderestituties en recuperaties van de exportkredietverzekering (EKV) als financiële transacties. Dit betekent dat de schaderestituties en recuperaties geen effect hebben op het EMU-saldo. Volgens de begrotingsregels betekent dit dat de schaderestituties en recuperaties daarom ook niet meer plafondrelevant zijn. Met deze mutatie wordt deze aanpassing budgettair verwerkt.

Schaderestituties ekv

Na de revisie van de nationale rekeningen verwerkt het CBS de schaderestituties van de EKV als financiële transacties. Dit betekent dat de schaderestituties geen effect hebben op het EMU-saldo. Volgens de begrotingsregels betekent dit dat de schaderestituties daarom ook niet meer plafondrelevant zijn. Met deze mutatie wordt deze aanpassing budgettair verwerkt.

Diversen - Rijksbegroting

Deze post bestaat uit technische mutaties die onder de ondergrens vallen.

Dividenden financiele deelnemingen

Het uiteindelijk ontvangen dividend financiële deelnemingen is 36 mln hoger uitgekomen.

Dividenden financiële deelnemingen volksbank

De Volksbank heeft zoals 16 december 2019 aangekondigd in de Veegbrief begrotingsmutaties 2019 Ministerie van Financiën, na goedkeuring van de toezichthouder (DNB/ECB), een kapitaaluitkering van 250 miljoen euro voorgesteld aan haar aandeelhouder NLFI. In 2019 is 212,5 miljoen euro hiervan ontvangen. De resterende 37,5 miljoen euro betreft terug te ontvangen dividendbelasting en wordt naar verwachting in 2020 ontvangen.

Dividenden staatsdeelnemingen

De nieuwste winstrealisaties van de staatsdeelnemingen leiden tot een hogere dividendraming.

Recuperaties ekv

Na de revisie van de nationale rekeningen verwerkt het CBS de schaderestituties en recuperaties van de exportkredietverzekering (EKV) als financiële transacties. Dit betekent dat de schaderestituties en recuperaties geen effect hebben op het EMU-saldo. Volgens de begrotingsregels betekent dit dat de schaderestituties en recuperaties daarom ook niet meer plafondrelevant zijn. Met deze mutatie wordt deze aanpassing budgettair verwerkt.

Verkoop sabb

De Staat heeft in 2019 491 miljoen euro ontvangen als gevolg van de verkoop van de aandelen in SABB.

Diversen - Niet relevant voor het uitgaven plafond

Deze post bestaat uit niet-plafondrelevante mutaties die onder de ondergrens vallen.

Defensie

X DEFENSIE: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

10.270,6

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Bijstellen voorlopige rekening

‒ 25,3

Lagere realisatie div. optronica projecten, munitie f16

‒ 30,7

Project digitale veiliheid is nog niet aanbesteed

‒ 111,6

Diversen

‒ 27,8

 

‒ 195,4

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Bijstellen materiele en personele uitgaven w.o militaire uitrustingen

15,0

Budget convenant brigade speciale beveiligingsopdrachten (bsb)

15,3

Digitale veiligheid

75,5

Doorwerking ontvangsten

48,0

Eindejaarsmarge 2018

81,5

Hogere uitgaven instandhouding luchtwapensystemen

16,0

Hogere uitgaven voor instandhouding materieel

15,0

Hogere uitgaven voor kleding en uitrusting, div personele en materieel

15,0

Kasschuif tbv dekking abvw 2019

31,7

Diversen

29,1

 

342,1

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Interne herschikking

33,0

Kasschuiven julibrief 2019

‒ 300,0

Loonbijstelling

144,0

Overboeking c20 uitbreiding slagkracht, cyber en werkgeverschap

110,0

Prijsbijstelling

91,5

Diversen

43,3

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Diversen

‒ 10,2

 

111,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

258,2

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

10.528,8

Totaal Internationale samenwerking

190,6

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

10.719,5

X DEFENSIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

310,3

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 3,0

 

‒ 3,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Bijstellen ontvangsten

48,0

Diversen

16,0

 

64,0

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Interne herschikking

33,0

Diversen

13,8

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Diversen

‒ 18,1

 

28,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

89,7

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

400,0

Totaal Internationale samenwerking

6,4

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

406,4

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Bijstellen voorlopige rekening

Dit is het saldo van diverse mutaties waaronder het bijstellen van bekostiging van wetenschappelijk onderzoek wegens een toename in opdrachten voor kennisgebruik en het bijstellen van IT-exploitatie projecten wegens een lagere realisatie voor onderhoud aan netwerken en datacenters. Daarnaast betreft dit lagere personele en materiële uitgaven als gevolg van minder salaris en persoonlijk gebonden uitgaven voor in het buitenland geplaatste attaches en een verlaging van materiele uitgaven wegens het achterblijven van facturen van FMS-vliegeropleidingen.

Lagere realisatie div. optronica projecten, munitie F16

De realisatie van de uitgaven voor nieuw materieel is per saldo 30,6 miljoen euro lager dan voorzien in de tweede suppletoire begroting. Dit betreft vertragingen in enkele investeringsprojecten zoals de optronica projecten, Standard Missile en munitie voor de F16. Daarentegen zijn ook enkele projecten sneller dan verwacht gerealiseerd zoals de F35 en de mijnenbestrijdingscapaciteit.

Project digitale veiligheid is nog niet aanbesteed

Bij IT is de realisatie van de uitgaven 111,6 miljoen euro lager dan was voorzien in de tweede suppletoire begroting. De verplichtingen voor de IT-projecten digitale veiligheid en delen van het GrIT project zijn nog niet aangegaan.

Diversen

Dit is een saldo van verschillende mutaties, waaronder het bijstellen van claims voor Chroom-6 en de Invictus Games.

Bijstellen aflossing lening ABP

De bijstelling van de lening ABP betreft tussentijdse aflossingen op de lening van het kapitaaldekkingsstelsel voor de militaire pensioenen.

Beleidsmatige mutaties

Bijstellen materiële en personele uitgaven w.o. militaire uitrustingen

Dit betreft uitgaven voor instandhouding van het materieel wegens het verhogen van voorraden en het inhalen van achterstanden zoals voor militaire uitrustingen.

Budget convenant brigade speciale beveiligingsopdrachten (bsb)

Ten behoeve van bescherming van diplomaten en ambassades door de brigade speciale beveiligingsopdrachten hevelt het Ministerie van Buitenlandse Zaken 15,3 miljoen euro over naar Defensie.

Digitale veiligheid

Om de betrouwbaarheid en continuïteit van de digitale veiligheid te waarborgen is 75,5 miljoen euro aan de Defensiebegroting toegevoegd.

Doorwerking ontvangsten

De IT-uitgaven op artikel 7 (Defensie Materieel Organisatie) zijn met 21 miljoen euro verhoogd als gevolg van hogere ontvangsten. Deze verhoging wordt gerealiseerd door betalingen van andere departementen aan Defensie voor het gebruik van het Netherlands Armed Forces Integrated Nework (zie ook niet-belastingontvangsten). Daarnaast is er een internationaal samenwerkingsverband voor onderhoud aan M-fregatten beëindigd waarbij Nederland 14,7 miljoen euro heeft ontvangen van de resterende middelen. Deze verkregen ontvangsten van 14,7 miljoen euro (zie ook niet-belastingontvangsten) zijn ingezet voor hogere instandhoudingsuitgaven van CZSK.

Eindejaarsmarge 2018

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2018 aan de begroting van Defensie in 2019.

Hogere uitgaven instandhouding luchtwapensystemen

Het budget voor instandhouding is met 15,3 miljoen euro overschreden door snellere leveringen dan verwacht en het eerder versturen van facturen voor onderhoud van onder meer de C-130 Hercules en een hogere bijdrage aan Foreign Military Sales (FMS) voor de luchtwapensystemen.

Hogere uitgaven voor instandhouding materieel

Dit betreft uitgaven voor instandhouding van het materieel wegens het verhogen van voorraden en het inhalen van achterstanden zoals voor infanteriegevechtsvoertuigen.

Hogere uitgaven voor kleding en uitrusting, div personele en materieel

Dit betreft hogere uitgaven voor militaire kleding en uitrusting om de voorraad verder aan te vullen.

Kasschuif tbv dekking abvw 2019

De uitgaven ten behoeve van de dekking van het in 2019 afgesloten arbeidsvoorwaardenakkoord zijn met deze kasschuif in het juiste kasritme gezet.

Diversen

Dit betreft diverse uitgaven waaronder structureel toegevoegde middelen voor de invulling van een deel van de capaciteitendoelstelling van de NAVO, uitvoering van de Wet op de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten en het toevoegen van budget voor Chroom-6.

Technische mutaties

Interne herschikking

Defensie herschikt budget binnen haar begroting op basis van de jaarlijkse mid-term review.

Kasschuif julibrief 2019

Met de kasschuif in het voorjaar van 2019 is het kasritme in lijn gebracht met de verwachte bestedingen.

Loonbijstelling

De loonbijstelling tranche 2019 is toegevoegd aan de departementale begrotingen.

Overboeking C20 uitbreiding slagkracht, cyber en werkgeverschap

In het regeerakkoord is structureel 1,51 miljard euro aan extra budget voor de krijgsmacht vrijgemaakt. De reeks C20 uitbreiding slagkracht, cyber en werkgeverschap was eerder al gedeeltelijk aan de Defensiebegroting toegevoegd. Met deze overboeking van de aanvullende post staat nu het volledige bedrag op de Defensiebegroting.

Prijsbijstelling

De prijsbijstelling tranche 2019 is toegevoegd aan de departementale begrotingen.

Diversen

De bijstelling van de lening ABP betreft tussentijdse aflossingen op de lening van het kapitaaldekkingsstelsel voor de militaire pensioenen.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Diversen

Dit is het saldo van verschillende mutaties waaronder lagere verkoopopbrengsten voor de F-16 en hogere btw-ontvangsten voor de bevoorrading van oorlogsschepen.

Beleidsmatige mutaties

Bijstellen ontvangsten

Dit is het saldo van verschillende mutaties, waaronder een ontvangst van 21 miljoen euro door betalingen die andere departementen hebben gedaan aan Defensie voor het gebruik van het Netherlands Armed Forces Integrated Network. Het saldo van ontvangsten wordt ook beïnvloed door een incidentele ontvangst(terugbetaling) van 14,7 miljoen euro bij CZSK vanuit een beëindigd internationaal samenwerkingsverband voor onderhoud aan M-fregatten.

Diversen

Dit betreft het saldo van diverse mutaties waaronder hogere personele ontvangsten zorgdeclaraties en hogere ontvangsten uit de VN en van bondgenoten voor de bijdragen aan missies.

Technische mutaties

Interne herschikking

Defensie herschikt budget binnen haar begroting op basis van de jaarlijkse mid-term review.

Diversen

De technische mutaties bij de niet-belastingontvangsten bestaan uit een saldo van diverse mutaties, waaronder een afdracht van het surplus van het agentschap operations (OPS).

Herijking aflossing lening abp

Bij Najaarsnota 2018 is een groot deel van de financieringsconstructie met het ABP voor de overgang van het omslagstelsel naar het kapitaaldekkingsstelsel voor militaire pensioenen versneld afgelost. Defensie herijkt nu de reeds ingeboekte afbetalingen.

Infrastructuur en Waterstaat

XII INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

9.527,0

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Laadinfra

‒ 15,0

Regeringsvliegtuig

‒ 16,2

Diversen

‒ 21,8

 

‒ 53,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Dekking voor vullen taakstellende onderuitputting

‒ 23,5

Ejm regeringsvliegtuig

28,3

Invullen taakstellende onderuitputting

32,5

Kasschuif dkti-regeling 2019

‒ 21,7

Kornwerderzand

40,0

Diversen

‒ 1,7

 

53,9

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Actualisatie investeringsritme

‒ 1.544,3

E23 envelop klimaat

65,9

Inpassing dbfm a16 rotterdam

‒ 95,2

Inpassing dbfm a24 blankenburgverbinding

‒ 181,9

Loon- en prijsbijstelling 2019

213,8

Diversen

‒ 7,2

 

‒ 1.548,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 1.548,0

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

7.979,0

Totaal Internationale samenwerking

26,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

8.005,0

XII INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

19,4

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 3,7

 

‒ 3,7

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

36,2

 

36,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

32,5

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

51,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

51,9

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Laadinfra

Middelen uit het Klimaatakkoord (15 miljoen euro) voor laadinfrastructuur, bedoeld om gemeenten te ondersteunen bij de plaatsing hiervan, zijn in 2019 niet tot besteding gekomen.

Regeringsvliegtuig

Een deel van de kosten (16,2 miljoen euro) voor de aankoop van het regeringsvliegtuig zijn in 2019 niet meer tot betaling gekomen. Het gaat voornamelijk om inklaringskosten.

Diversen

Deze post bevat per saldo lagere uitgaven dan verwacht. Dit zijn onder andere een autonome meevaller vanwege uitblijvende facturering c.q. vertraging in de opdrachtuitvoering en opdrachtverlening bij Duurzame Mobiliteit (-3,1 miljoen euro), lagere uitgaven door RVO voor werkzaamheden op het terrein van subsidies Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (-1,6 miljoen euro), en lagere uitgaven op het apparaatsartikel i.v.m. minder afgesloten contracten voor interne dienstverlening (-1,5 miljoen euro). Bovendien is er een aantal kleinere meevallers op personeelskosten ivm lagere inhuur/interne dienstverlening.

Beleidsmatige mutaties

Dekking voor vullen taakstellende onderuitputting en Invullen taakstellende onderuitputting

De taakstellende onderuitputting op artikel 99 nominaal en onvoorzien is budgettair ingevuld op de beleidsbegroting van IenW (HXII). Om 2019 te ontlasten is middels een kasschuif budget uit de jaren 2020, 2021 en 2022 naar 2019 gehaald om de negatieve eindejaarsmarge 2018 te dekken.

Ejm regeringsvliegtuig

In 2016 is een reservering getroffen van 90 miljoen euro op de IenW-begroting voor de vervanging van het regeringsvliegtuig. In 2017 is het koopcontract voor de levering van het nieuwe regeringsvliegtuig getekend en is het oude regeringsvliegtuig verkocht. Het niet-bestede deel (28,3 miljoen euro) van de reservering voor het regeringsvliegtuig uit 2018 is toegevoegd aan de IenW-begroting 2019. Dit omdat één van de betalingen voor de vervanging van het Regeringsvliegtuig pas later plaatsvindt. Eind 2019 was het niet-bestede deel nog 16,2 mln, zie toelichting onder Regeringsvliegtuig hierboven.

Kasschuif dkti-regeling 2019

Voor de DKTI (Demonstratieregeling Klimaattechnologieën en -innovaties in transport) zijn in het jaar 2019 middelen toegevoegd aan de beleidsbegroting van IenW bij Nota van Wijziging (Kamerstukken II 2018-2019, 35 000 XII, nr. 6). Omdat de innovatieve projecten een meerjarig karakter hebben, is het kasritme middels deze kasschuif aangepast aan het moment dat de projecten tot uitbetaling komen.

Kornwerderzand

Ten behoeve van de verbreding van de sluis en bruggen bij Kornwerderzand is een bijdrage van 40 miljoen euro beschikbaar gesteld in 2019. Deze middelen zijn nog niet tot besteding gekomen.

Diversen

Dit is een saldo van verschillende beleidsmatige mutaties, waaronder (de dekking van) bijdragen aan prioritaire dossiers, o.a. een bijdrage van 3,4 miljoen euro in 2019 aan BZK voor het Informatiepunt Omgevingswet. Tevens valt de dekking van de negatieve eindejaarsmarge uit 2018 onder dit saldo.

Technische mutaties

Actualisatie investeringsritme

Zowel middelen uit de investeringsimpuls voor bereikbaarheid als reguliere bestedingsmiddelen zijn bij ontwerpbegroting 2020 uit de jaren 2019 t/m 2021 geschoven naar latere jaren. Met een analyse van totale projectportefeuille en de mogelijkheden om programmering, raming en realisatie van projecten te optimaliseren, is het risico op onderuitputting opnieuw in kaart gebracht. Deze analyse heeft geleid tot een plafondcorrectie waarmee middelen in een op dat moment zo realistisch mogelijk kasritme zijn gezet.

E23 envelop klimaat

Via een Nota van Wijziging zijn de Regeerakkoordmiddelen uit de Klimaatenvelop 2019 voor Mobiliteit (43,4 miljoen euro) en Circulaire Economie (22,5 miljoen euro) aan de begroting van IenW toegevoegd (Kamerstukken II, 2018–2019, 35 000, nr. 6).

Inpassing dbfm a16 rotterdam en a24 blankenburgverbinding

De projectbudgetten voor de DBFM (Design, Build, Finance & Maintain)-projecten A16 Rotterdam en A24 Blankenburgverbinding zijn omgezet in begrotingsreeksen voor betaling van de jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding.

Loon- en prijsbijstelling 2019

De tranche 2019 van de loon- en prijsbijstelling is overgemaakt naar de departementale begroting.

Diversen

Deze post bestaat met name uit overboekingen van en naar andere departementen, waarvan de belangrijkste zijn:

  • een bijdrage (15 miljoen euro) vanuit het Klimaatakkoord (via de Begroting BZK) ten behoeve van Laadinfrastructuur.;

  • een bijdrage van LNV vanuit de regio-envelop ten behoeve van het herstel van de zeehaven op Saba (12,5 miljoen euro) ;

  • een bijdrage van EZK voor het maritiem informatievoorziening servicepunt;

  • een overboeking naar Defensie t.b.v. MOC Kustwacht (-9,4 miljoen euro);

  • aantal decentrale uitkeringen aan het Gemeentefonds en/of Provinciefonds in het kader van o.a. de Waterschapsverkiezingen, Ruimtelijke adaptatie, Zoetwatervoorziening en het programma Beter benutten (-41,4 miljoen euro);

  • aantal overboekingen naar het BTW Compensatiefonds (-19,1 miljoen euro)

Aangezien de bijdrage aan de waterschapsverkiezingen van het DF komt, heeft er op artikel 26 (fondsvoeding) ook een desaldering plaatsgevonden (-12 miljoen euro).

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Diversen

Er zijn op HXII minder ontvangsten binnengekomen uit bestuurlijke boetes (-2 miljoen euro), minder uitgaven gedaan voor Baten-Lastendiensten dan vooraf geraamd (-1,4 miljoen euro) en het ontvangstenbudget op HXII is verlaagd door de overboeking van de bijdrage van andere landen aan het programma van de Global Commission on Adaptation ( GCA) naar het Deltafonds (-1,9 miljoen euro). Daartegenover staan hogere ontvangsten voor facilitaire zaken voor derden (1,7 miljoen euro).

Technische mutaties

Diversen

Op deze post zijn hogere ontvangsten binnengekomen dan geraamd, met name vanwege het feit dat de bijdrage aan de waterschapsverkiezingen (van het DF naar het gemeentefonds) via HXII loopt. Daarnaast zijn er hogere ontvangsten t.b.v. interne dienstverlening (o.a. voor agentschappen, 6 miljoen euro) en is op HXII de bijdrage van cofinancierders aan de te realiseren doelstellingen van de Global Commision on Adaptation binnengekomen.

Economische Zaken en Klimaat

XIII ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

4.460,6

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Co investment venture capital

‒ 15,3

Fundamenteel onderzoek

‒ 30,1

Innovatiekrediet

‒ 16,7

Isde

‒ 15,6

Onderuitputting klimaatmiddelen verduurzaming industrie

‒ 16,7

Sde

‒ 92,4

Sde+

‒ 331,2

Sde+

349,1

Seed

‒ 30,8

Storting bmkb

16,9

Storting in begrotingsreserve duurzame energie

91,1

Storting in reserve duurzame energie aangemeld in de veegbrief

‒ 72,0

Terugbetaling acm-boete

45,6

Thematische technolgy transfer

‒ 15,9

Diversen

‒ 133,3

 

‒ 267,3

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Dekking interne problematiek

‒ 40,2

Eindejaarsmarge toekomstfonds 2018

93,6

Eindejaarsmarge 2018

19,2

Interne problematiek

38,7

Lagere prognose uitgaven verduurzaming (groningen)

‒ 16,8

Resterende ruimte apparaat

‒ 16,5

Storting in reserve duurzame energie aangemeld in de veegbrief

72,0

Toename schadebetalingen (groningen)

71,8

Verlaging bijdrage aan npg

‒ 45,0

Diversen

‒ 28,5

 

148,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Bijdrage nam voor nationaal programma groningen

150,0

Bijdrage nam voor uitvoeringskosten rvo

58,2

E23 envelop klimaat

122,8

Onttrekking begrotingsreserve maatregelen voor co2-reductie

171,0

Overboeking bzk maatregelen voor co2-reductie

‒ 35,0

Overboeking reservering groningen

82,6

Reservering l108 groningen reeks van de aanvullende post .

44,4

Verlaging onttrekking begrotingsreserve maatregelen co2-reductie

‒ 55,2

Diversen

79,0

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Brutering vergoeding interim-akkoord

273,0

Nettobetaling nam conform interim-akkoord

90,0

Diversen

‒ 9,6

 

971,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

851,9

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

5.312,5

Totaal Internationale samenwerking

24,6

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

5.337,1

XIII ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

4.179,8

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Ontvangsten voor schadervergoedingen groningen

‒ 43,2

Diversen

23,7

 

‒ 19,5

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Aanpassing raming volume aardgasbaten

‒ 30,0

Dekking interne problematiek

23,3

Lagere ontvangsten acm-boetes

‒ 24,2

Schadebetalingen (groningen)

35,9

Uitvoeringskosten groningen

‒ 36,8

Versnelde afbouw winning groningengas

‒ 80,0

Diversen

‒ 18,7

 

‒ 130,5

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Aanpassing raming volume aardgasbaten

30,0

Bijdrage nam voor nationaal programma groningen

150,0

Bijdrage nam voor uitvoeringskosten rvo

58,2

Onttrekking begrotingsreserve maatregelen voor co2-reductie

171,0

Verlaging onttrekking begrotingsreserve maatregelen co2-reductie

‒ 55,2

Versnelde afbouw winning groningengas

80,0

Diversen

21,2

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Aanpassing raming prijs aardgasbaten

‒ 490,0

Aanpassing raming volume aardgasbaten

‒ 30,0

Aardgasbaten

‒ 202,3

Ets-ontvangsten

60,1

Meevaller ets-ontvangsten (niet-plafondrelevant)

80,0

Ode extra inkomsten na vr

132,5

Ontvangsten ode

‒ 230,5

Verhoging aardgasbaten interim-akkoord

150,0

Versnelde afbouw winning groningengas

‒ 80,0

Versterking eigen vermogen ebn

‒ 450,0

Diversen

29,7

 

‒ 575,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 725,3

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

3.454,6

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

3.454,6

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Co investment venture capital

Bij de start van het co-investeringsfonds is 10 mln aan voorschot verstrekt waarmee de eerste investeringen in ondernemingen konden worden gefinancierd. In 2019 is een tweede voorschot verstrekt van 5 miljoen euro. Dit ritme van uitfinanciering verloopt trager dan aanvankelijk bij de start van het fonds werd aangenomen, daarom bleef er 15 mln in 2019 onbenut.

Fundamenteel onderzoek

Betreft onderuitputting van de regeling Toekomstfondskrediet Onderzoeksfaciliteiten 6,4 miljoen euro, waarvan 5 miljoen euro als gevolg van het niet kunnen inpassen van een kasschuif binnen de kaders van de Rijksbegroting. Het restant komt door vertraagde bevoorschotting. Voor Fundamenteel en toegepast onderzoek is 23,6 miljoen euro niet benut. Deze ruimte zal conform de fondsconstructie worden doorgeschoven naar 2020 voor een tweede tender in het kader van de regeling Thematische Technology Transfer.

Innovatiekrediet

De kasuitgaven op het Innovatiekrediet fluctueren jaarlijks door individuele uitbetalingsafspraken met bedrijven op basis van afgesproken mijlpalen. Daarnaast werden in 2018 en 2019 minder verplichtingen aangegaan dan de jaarlijks geraamd 70 miljoen euro. Dit heeft ook doorwerking gehad in de kasuitgaven.

Isde

Bij de in 2019 afgegeven beschikkingen voor de ISDE is sprake van vertraging in de uitbetaling van voorschotten, waardoor de realisatie lager is uitgevallen dan bij Najaarsnota gepland. Het overgebleven budget is in de reserve duurzame energie gestort. Het niet-uitgekeerde bedrag zal naar verwachting in 2020 alsnog uitbetaald worden.

Onderuitputting klimaatmiddelen verduurzaming industrie

Deze post bevat onderuitputting op de klimaatmiddelen Verduurzaming Industrie uit de klimaatenvelop 2019 en middelen voor Urgendadoelen (buiten de Begrotingsreserve maatregelen CO2-reductie). De onderuitputting op de klimaatenveloppemiddelen is vooral ontstaan doordat deze middelen bij aanvang van het jaar slechts voor één jaar beschikbaar waren, de structurele middelen ingaande 2020 volgden pas na het afsluiten van het Klimaatakkoord. Dit impliceerde dat enkel eenjarige projecten gefinancierd konden worden en aan deze eis voldeden maar weinig projecten.

Sde/Sde+

Op het geheel van de subsidiecategorieën die onder de SDE en SDE+ vallen is in 2019 minder uitgegeven dan bij Najaarsnota was verwacht. Dit wordt veroorzaakt door vertragingen uitval bij projecten, onder andere door de netproblematiek. Het overgebleven budget is in de reserve duurzame energie gestort.

Seed

Deze onderbenutting van het kasbudget werd onder andere veroorzaakt doordat er een lager dan begroot aantal toekenningen is gedaan voor de Seed Business Angels waardoor de kasrealisatie lager was dan oorspronkelijk geraamd. Daarnaast vindt de uitfinanciering van de verplichtingen plaats op basis van liquiditeitsbehoefte van de Seedfondsen. Dit kan van jaar op jaar fluctueren. Naast de onderbenutting in 2019 was er overlopende onderbenutting uit 2018 die niet verschoven kon worden naar de jaren waarin de uitgaven worden verwacht.

Storting in begrotingsreserve duurzame energie

Bij Najaarsnota werd nog verwacht dat er in totaal 902,6 miljoen euro in de reserve duurzame energie gestort zou worden aan onbenut gebleven begrotingsmiddelen voor de MEP, SDE, SDE+ (inclusief flankerend beleid en TenneT/aanleg net op zee), ISDE en HER. Vooral door additionele onderuitputting op de SDE en de ISDE valt de storting 91,1 miljoen euro hoger uit en komt uit op een bedrag van 993,7 miljoen euro.

Storting in reserve duurzame energie

Betreft de geplande storting in de reserve duurzame energie die in de Veegbrief is aangemeld.

Terugbetaling acm-boete

Door een uitspraak van het CBb heeft ACM begin juli 2019 een boete die eerder was ontvangen, inclusief rente moeten terugbetalen.

Thematische technolgy transfer

In 2019 kon dit budget vanwege de kaders van de Rijksbegroting niet meerjarig over de komende jaren worden verspreid conform het gewenste kasritme, daardoor bleef dit budget in 2019 onbenut.

Diversen

Deze post bestaat uit mee-en tegenvallers die onder de ondergrens vallen.

Beleidsmatige mutaties

Dekking interne problematiek

Met name op de DEI, TSE en uitkoopregeling is sprake van fors lagere realisatie op de kasbudgetten, alsmede op het RVO-budget voor de uitvoering van de MEP/SDE/SDE+ en op de bijdrage aan de NEa. Hier staan enkele grote tegenvallers tegenover, zoals de algemene bijdrage aan de uitvoeringskosten van RVO, netbeheersubsidies Caribisch Nederland en tekort op het SCAN-programma van EBN. Met deze mutatie worden alle tegenvallers met meevallers gedekt.

Eindejaarsmarge toekomstfonds 2018

Dit betreft het toevoegen van de onderuitputting en de hoger dan geraamde ontvangsten van het Toekomstfonds 2018 aan de begroting van EZK.

Eindejaarsmarge 2018

De eindejaarsmarge van EZK over 2018 bedraagt 19,2 miljoen euro. Deze is aan de begroting van EZK toegevoegd.

Interne problematiek

De interne problematiek bestond grotendeels uit de nog in te vullen taakstelling die op het artikel nominaal en onverdeeld stond. Deze taakstelling is nu ingevuld. Daarnaast is een aantal uitgaven (Nationaal Coördinator Groningen (NCG), Verduurzaming Industrie, klimaatmiddelen) gedekt uit de eindejaarsmarge.

Lagere prognose uitgaven verduurzaming (groningen)

In 2019 is de versterking in Groningen nog onvoldoende op snelheid gekomen waardoor er nog zeer beperkt subsidieaanvragen zijn geweest voor de regeling duurzaamheid in combinatie met versterking. De uitgaven voor deze post zijn daarom naar beneden bijgesteld. Deze middelen blijven meerjarig beschikbaar.

Resterende ruimte apparaat

Op het apparaatsartikel 40 laten de prognoses ruimte zien. Deze ruimte wordt grotendeels veroorzaakt door een restant van de eindejaarsmarge en loon- en prijsbijstellingen.

Storting in reserve duurzame energie

Bij 2e suppletoire begroting 2019 is nog uitgegaan van een storting in 2019 van niet-bestede middelen voor de MEP, SDE, SDE+, HER en ISDE in de reserve duurzame energie van 903 miljoen. Op basis van de laatste prognoses zal dit bedrag naar verwachting 72 miljoen euro hoger uitvallen, waarmee de totale storting uitkomt op 975 miljoen euro. De daadwerkelijke storting is afhankelijk van de exacte omvang van de uitgaven duurzame energie die pas eind 2019 is vast te stellen.

Toename schadebetalingen (groningen)

De verwachte schadebetalingen worden bij Najaarsnota verhoogd voor Groningen. De verwachte stijging van de uitgaven komt voornamelijk door de stuwmeerregeling en versnellingen van de Tijdelijke Commissie Mijnbouw Groningen (TCMG).

Door de stuwmeerregeling worden de uitgaven voor schadebetalingen in 2019 hoger dan gepland.

Verlaging bijdrage aan npg

De bijdrage aan het Nationaal Programma Groningen kan in 2019 door de regio niet volledig omgezet worden in kansrijke projecten. Deze middelen blijven meerjarig beschikbaar voor het Nationaal Programma Groningen.

Diversen – beleidsmatige mutaties

Deze post bestaat uit beleidsmatige mutaties die onder de ondergrens vallen.

Technische mutaties

Bijdrage nam voor nationaal programma groningen

In het akkoord op hoofdlijnen met Shell en Exxon Mobil is afgesproken dat de NAM in totaal 500 miljoen euro bijdraagt aan het Nationaal Programma Groningen. Op verzoek heeft de NAM haar bijdrage 2018 verschoven naar 2019. Daardoor is in 2019 in totaal 150 miljoen euro gestort.

Bijdrage nam voor uitvoeringskosten rvo

Uitvoeringskosten RVO voor afwikkeling schadevergoedingen en declaratie van deze uitvoeringskosten bij de NAM. Later is dit verhoogd. Hogere uitvoerkosten RVO op basis van offerte, hier staan hogere inkomsten van de NAM tegenover.

E23 envelop klimaat

In het Regeerakkoord is een envelop van 300 miljoen euro per jaar (2018-2030) opgenomen op de aanvullende post voor klimaat (maatregel E23 uit het Regeerakkoord). Voor 2019 is er een bedrag van 122,8 miljoen euro overgeheveld naar de begroting van EZK.

Onttrekking begrotingsreserve maatregelen voor co2-reductie

Op basis van de interdepartementaal afgesproken verdeling van de middelen in de reserve Maatregelen CO2-reductie wordt 495,4 miljoen euro aan middelen onttrokken aan de reserve, waarvan 171 miljoen euro in 2019 en 324,5 miljoen euro in 2020. Dit budget is vervolgens met een aparte mutatie verdeeld over resp. art. 2 en art. 4 van de EZK-begroting en de begrotingen van I&W, BZK en LNV.

Overboeking bzk maatregelen voor co2-reductie

Deze mutatie betreft de overheveling van de middelen in de reserve Maatregelen CO2-reductie van de EZK-begroting naar de begroting van BZK.

Overboeking reservering groningen

Dit betreft een overboeking vanuit de aanvullende post voor Groningen. Het betreft onder andere organisatiekosten voor de NCG en het kerndepartement, werkbudget, bijdragen aan provincie en gemeenten en een bijdrage van 42 miljoen euro aan batch 1588.

Reservering l108 groningen reeks van de aanvullende post

Deze mutatie betreft middelen die zijn overgeheveld naar het Nationaal Programma Groningen (NPG).

Verlaging onttrekking begrotingsreserve maatregelen co2-reductie

Op basis van de interdepartementaal afgesproken verdeling van de middelen in de reserve Maatregelen CO2-reductie is 495,5 miljoen euro aan middelen onttrokken aan de reserve, waarvan 171 miljoen euro voor 2019 en 324,5 miljoen euro voor 2020. Dit budget is vervolgens verdeeld over de begrotingen van EZK, IenW, BZK en LNV (Kamerstuk 32 813, nr. 340). Op basis van de prognose van deze ministeries zal een deel van deze budgetten in 2019 niet worden besteed. In totaal bedraagt dit 55,2 miljoen euro: 15,1 miljoen euro voor EZK, 12,5 miljoen euro voor LNV en 27,6 miljoen euro voor BZK. Om de onbestede middelen wel beschikbaar te houden voor volgend jaar, vloeien deze terug naar de begrotingsreserve op de EZK-begroting. Als gevolg hiervan wordt de geraamde onttrekking aan de Begrotingsreserve Maatregelen CO2-reductie met 55,2 miljoen euro verlaagd.

Diversen – technische mutaties

Deze post bestaat uit technische mutaties die onder de ondergrens vallen.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Ontvangsten voor schadevergoedingen groningen

De NAM heeft aangegeven dat de Stuwmeerregeling à 45 miljoen euro niet valt onder de reguliere schade-overeenkomst en is daarom in 2019 door NAM niet betaald. EZK is in gesprek met NAM hierover. Naar verwachting worden deze middelen in 2020 alsnog overgemaakt.

Diversen– mee- en tegenvallers

Deze post bestaat uit mee-en tegenvallers die onder de ondergrens vallen.

Beleidsmatige mutaties

Aanpassing raming volume aardgasbaten – beleidsmatige mutaties, technische mutaties, niet relevant voor het uitgavenplafond, niet- belastingontvangsten

De ministerraad heeft op 8 februari jl. besloten tot versnelde afbouw van de gaswinning in Groningen. Deze beleidsmatige beslissing wordt nu conform begrotingsregels in de aardgasbaten verwerkt. Dit volume-effect is relevant voor het uitgavenplafond en wordt generaal behandeld.

Dekking interne problematiek

Deze post bevat een deel van de dekking voor de interne problematiek van EZK. Dekking voor de interne problematiek komt uit de eindejaarsmarge 2018, nagekomen ontvangsten, een kleiner voorschot voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), enkele ramingsbijstellingen van ontvangsten en onverdeelde middelen op het artikel voor nominaal en onvoorzien.

Lagere ontvangsten acm-boetes

De ontvangsten van de ACM-boetes worden naar beneden bijgesteld. Door onzekerheid over gerechtelijke uitspraken en het moment waarop dit in de tijd plaatsvindt, fluctueert het saldo van de door ACM ontvangen en terugbetaalde boetes. Op dit moment verwacht de ACM 24,2 miljoen euro minder aan boetes te ontvangen.

Schadebetalingen (groningen)

Op 13 juni 2019 is de stuwmeerregeling opengesteld door de TCMG. De uitgaven voor de schadebetalingen die vallen onder de stuwmeerregeling waren niet eerder begroot. Daardoor worden de uitgaven voor schadebetalingen in 2019 hoger dan gepland. Daar staan ook hogere ontvangsten van NAM tegenover.

Uitvoeringskosten groningen

De uitvoeringskosten voor de schadebetalingen die samenhangen met de stuwmeerregeling zijn lager in vergelijking met de reguliere schadeafhandeling. Daarnaast waren de uitvoeringskosten in 2018 lager dan gepland waardoor er nog een bedrag beschikbaar was uit 2018 wat ingezet is voor de uitvoeringskosten in 2019. In totaal vallen daardoor in 2019 de uitvoeringskosten voor RVO ter ondersteuning van de TCMG lager uit dan oorspronkelijk geraamd. Daar staan ook lagere ontvangsten van NAM tegenover.

Versnelde afbouw winning Groningengas – beleidsmatige mutaties, technische mutaties, niet relevant voor het uitgavenplafond, niet- belastingontvangsten

Deze mutatie betreft het terugbrengen van de gaswinning onder de 12 BCM in het gasjaar 2019-2020.

Diversen – beleidsmatige mutaties

Deze post bestaat uit beleidsmatige mutaties die onder de ondergrens vallen.

Technische mutaties

Bijdrage nam voor nationaal programma Groningen

In het akkoord op hoofdlijnen met Shell en Exxon Mobil is afgesproken dat de NAM in totaal 500 miljoen euro bijdraagt aan het Nationaal Programma Groningen.

Bijdrage NAM voor uitvoeringskosten rvo

Conform het schadeprotocol is de NAM op afstand van de schadeafhandeling gezet en voert RVO.nl de schadeafhandeling uit. De uitvoeringskosten van RVO.nl voor de schadeafwikkeling worden achteraf door EZK gedeclareerd bij de NAM

Onttrekking begrotingsreserve maatregelen voor co2-reductie

Op basis van de interdepartementaal afgesproken verdeling van de middelen in de reserve Maatregelen CO2-reductie wordt 495,4 miljoen euro aan middelen onttrokken aan de reserve, waarvan 171 miljoen euro in 2019 en 324,5 miljoen euro in 2020. Dit budget is vervolgens met een aparte mutatie verdeeld over resp. art. 2 en art. 4 van de EZK-begroting en de begrotingen van I&W, BZK en LNV.

Verlaging onttrekking Begrotingsreserve Maatregelen CO2-reductie

Op basis van de interdepartementaal afgesproken verdeling van de middelen in de reserve Maatregelen CO2-reductie is 495,5 miljoen euro aan middelen onttrokken aan de reserve, waarvan 171 miljoen euro voor 2019 en 324,5 miljoen euro voor 2020. Dit budget is vervolgens verdeeld over de begrotingen van EZK, IenW, BZK en LNV (Kamerstuk 32 813, nr. 340). Op basis van de prognose van deze ministeries zal een deel van deze budgetten in 2019 niet worden besteed. In totaal bedraagt dit 55,2 miljoen euro: 15,1 miljoen euro voor EZK, 12,5 miljoen euro voor LNV en 27,6 miljoen euro voor BZK. Om de onbestede middelen wel beschikbaar te houden voor volgend jaar, vloeien deze terug naar de begrotingsreserve op de EZK-begroting. Als gevolg hiervan wordt de geraamde onttrekking aan de Begrotingsreserve Maatregelen CO2-reductie met 55,2 miljoen euro verlaagd.

Diversen - technische mutaties

Deze post bestaat uit technische mutaties die onder de ondergrens vallen.

Aanpassing raming prijs aardgasbaten

Deze post betreft het bijstellen van de aardgasbaten naar aanleiding van de lagere gasprijs (prijseffect).

Aardgasbaten

Bij de veegbrief is een tegenvaller gemeld ten opzichte van Najaarsnota van 220 miljoen euro Het betreft tegenvallende gasbaten door verminderde gaswinning en aardbevingsgerelateerde kosten.

Ets-ontvangsten

De ETS-ontvangsten zijn bij Voorjaarsnota geraamd op basis van een verwacht ETS-prijspad door het PBL. De gemiddelde prijs gedurende het jaar is hoger gebleken dan de verwachting van het PBL. Daardoor zijn de daadwerkelijke opbrengsten hoger dan de raming.

Meevaller ets-ontvangsten (niet-plafondrelevant)

Zie de toelichting bij de ETS-ontvangsten.

Ode inkomsten na vr

Dit betreft de laatste tranche van de ODE-ontvangsten in 2019. Deze gegevens waren pas bekend nadat de mutaties voor de Voorlopige Rekening waren aangeleverd.

Ontvangsten ode

De inkomsten uit de ODE zijn achtergebleven bij de in de begroting geraamde inkomsten. Bij de bepaling van de ODE-tarieven dienen vooraf inschattingen te worden gemaakt voor o.a. het elektriciteits- en gasverbruik. Aangezien het gerealiseerde verbruik daarvan kan afwijken, zullen de daadwerkelijke opbrengsten in het algemeen afwijken van de geraamde ontvangsten.

Verhoging aardgasbaten interim-akkoord

Deze mutatie bestaat uit de hogere winstafdrachten van EBN (90 miljoen euro) en NAM (60 miljoen euro) in het kader van het interim-akkoord met Shell en Exxon over de snellere beëindiging van de Groninger gaswinning.

Versnelde afbouw winning groningengas

Deze mutatie betreft het terugbrengen van de gaswinning onder de 12 BCM in het gasjaar 2019-2020.

Versterking eigen vermogen ebn

Het eigen vermogen van EBN wordt in 2019 eenmalig met 450 miljoen euro versterkt. Dit vindt plaats door een lagere dividendafdracht aan de Staat.

Diversen – niet relevant voor het uitgavenplafond

Deze post bestaat uit niet-plafondrelevante mutaties die onder de ondergrens vallen.

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

XIV LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

852,2

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 35,2

 

‒ 35,2

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Begrotingsreserve stikstof

500,0

Interne problematiek lnv

17,2

Problematiek landbouwbeleid (glb, nvwa en fosfaat)

25,5

Ramingsbijstelling njn

17,0

Diversen

‒ 12,1

 

547,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Bijdrage regio envelop uit de ap

146,0

E23 envelop klimaat

32,4

F30 enveloppe agrarische bedrijfsopvolging

50,0

L105 overboeking regionale knelpunten vanaf ap 2019

59,9

Regiodeal 2019 brainport eindhoven

‒ 41,6

Verzamelboeking 2e tranche regiodeals provincie

‒ 67,2

Diversen

‒ 40,2

 

139,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

651,8

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

1.504,0

Totaal Internationale samenwerking

30,2

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

1.534,2

XIV LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

88,6

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

9,1

 

9,1

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

7,3

 

7,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

19,1

 

19,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

35,5

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

124,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

124,1

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Diversen

Dit betreft het saldo van verschillende autonome ramingsbijstellingen op de LNV-begroting. Zo is de bijdrage aan RVO.nl (4,5 miljoen euro) lager uitgevallen en zijn enkele subsidieregelingen niet volledig tot uitputting gekomen. Daarnaast valt onder deze post de technische verwerking van de stortingen in de begrotingsreserves.

Beleidsmatige mutaties

Begrotingsreserve Stikstof

Bij de Najaarsnota is besloten een begrotingsreserve stikstof op te richten. Randvoorwaardelijk voor aanwending van deze middelen is dat eerst in kaart wordt gebracht welke (kostenefficiënte)stikstofmaatregelen genomen kunnen worden, wat deze opleveren qua vermindering van stikstofdepositie en wat de budgettaire gevolgen van de maatregelen zijn.

Interne Problematiek LNV

Deze verzamelpost bestaat uit een aantal tegenvallers die LNV dekt middels meevallers en ombuigingen. De tegenvallers bestaan o.a. uit betalingen aan de kustwacht, meerwerk van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de versterkte handhavingsstrategie voor mestbeleid.

Problematiek Landbouwbeleid (GLB, NVWA, Fosfaat)

LNV heeft een aantal tegenvallers op haar begroting, zoals de gevolgen van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven over retributies bij de Nederlandse Voedsel- en warenautoriteit (NVWA) en extra kosten bij de RVO door de vele procedures die voortkomen uit de wet- en regelgeving omtrent het fosfaatrechtensysteem. Daarnaast zijn er implementatiekosten voor het nieuwe Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

Ramingsbijstelling NJN

Dit betreft een verzamelpost met diverse ramingsbijstellingen, waaronder middelen voor de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) (4,6 miljoen euro), een bijdrage aan gemeente Almere ten behoeve van de Floriade (2,5 miljoen euro) en een storting in de reserve apurement (5,0 miljoen euro).

Diversen

Deze post bestaat uit het saldo van diverse mutaties, waaronder de vrijval van aan de NVWA beschikbaar gestelde Brexit middelen (6 miljoen euro), doorverdelingen van diverse budgetten binnen de LNV-begroting en kasschuiven.

Technische mutaties

Bijdrage regio envelop uit de AP

Naast de middelen voor Eindhoven, Zeeland en de BES-eilanden zijn er ook middelen beschikbaar gesteld voor de 2e tranche van de regio-envelop. Het betreft twaalf projecten waarmee meervoudige knelpunten in verschillende regio’s kunnen worden verholpen. Dit gebeurt in samenwerking met de andere overheden. Deze middelen worden vanaf de LNV-begroting doorgezet naar het provinciefonds en het gemeentefonds. Bij deze overboekingen is sprake van een btw-compensatiefonds afdracht (BCF).

E23 Envelop klimaat

In het Regeerakkoord is een enveloppe van 300 miljoen euro per jaar (2018-2030) opgenomen op de Aanvullende Post voor klimaat (maatregel E23 uit het Regeerakkoord). Voor 2019 is er met een Nota van Wijziging een bedrag van 32,4 miljoen euro overgeheveld naar de begroting van LNV.

F30 Fonds bedrijfsopvolging agragrische sector

Dit betreft de overboeking van middelen voor bedrijfsopvolging in de agrarische sector van de Aanvullende Post naar de begroting van LNV. In het Regeerakkoord is opgenomen dat er, om de bedrijfsopvolging binnen het boerenbedrijf te steunen, een fonds voor ondersteuning van bedrijfsopvolging bij jonge agrariërs komt. Dit wordt vormgegeven via een garantieregeling waarmee starters/overnemers aanvullende investeringen kunnen doen voor verduurzaming. Daarnaast worden jonge agrariërs ondersteund bij de socio-economische aspecten van overnames.

L105 Overboeking regionale knelpunten vanaf AP 2019

Deze overboeking betreft middelen vanuit de regio-envelop voor de preferente opgaven Eindhoven en Zeeland. Ook zijn er middelen beschikbaar gesteld voor de BES-eilanden. Deze middelen worden vanaf de LNV-begroting doorgezet naar het provinciefonds en het gemeentefonds.

Regiodeal 2019 Brainport Eindhoven

Met deze overboeking worden middelen van de regio-envelop via de begroting van LNV doorgezet naar het Gemeentefonds.

Verzamelboeking 2e tranche regiodeals provincie

Deze mutatie betreft de overboeking van de middelen die beschikbaar zijn gesteld van de LNV-begroting naar het provinciefonds, zodat de regio’s aan de slag kunnen met het verhelpen van de regionale knelpunten.

Diversen

Onder deze post vallen onder andere de uitkeringen uit de regio envelop, zoals de regiodeals Zeeland (9,2 miljoen euro), Zeehaven Saba (12,5 miljoen euro), ZaanIJ (3,8 miljoen euro) en overige regiodeals van de 2e tranche. Verder betreft deze post de uitkering van de loon- en prijsbijstelling over de relevante onderdelen van de LNV-begroting en andere technische mutaties, zoals een desaldering met betrekking tot de identificatie en registratie van dieren door RVO (5,2 miljoen euro) .

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Diversen

Dit betreft een verzamelpost van ontvangsten mee- en tegenvallers. Deze post bestaat onder andere uit diverse ramingsbijstellingen op de ontvangsten.

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Deze post bestaat voornamelijk uit desalderingen van ontvangstenmeevallers die ingezet zijn ter dekking van interne problematiek.

Technische mutaties

Diversen

Hieronder vallen desalderingen, waaronder een declaratie van RVO bij de EU ten behoeve van uitgaven voor de Rijksrederij en het EFMZV (7,3 miljoen euro) en een desaldering met betrekking tot identificatie en registratie van dieren door RVO (5,2 miljoen euro).

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

36.135,4

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Vrijval subsidies

‒ 33,1

Diversen

‒ 46,6

Sociale zekerheid

 

Aio

16,1

Compensatie dagloon

‒ 31,5

Duo

‒ 30,3

Herstel niet-automatisch herstarten wkb

215,0

Kindregelingen

‒ 64,7

Loonkostenvoordeel

‒ 132,5

Participatiewet

‒ 46,6

Toeslagenwet

‒ 25,0

Vrijval middelen

‒ 20,0

Wajong

‒ 98,9

Diversen

15,2

 

‒ 282,9

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Kasschuiven uitgavenplafond rijksbegroting

‒ 18,4

Diversen

10,3

Sociale zekerheid

 

Dekking herstel niet-automatisch herstarten wkb

‒ 29,9

Herijking light model

36,8

Inzet voor dekking algemene problematiek

‒ 21,7

Kasschuiven uitgavenplafond sociale zekerheid

‒ 57,2

Kindregelingen

‒ 83,0

Uitboeken activeren quotum

‒ 15,0

Uitdelen nominale ontwikkeling

448,6

Diversen

9,1

 

279,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Naar gf: bijdrage maatschappelijke begeleiding

‒ 32,6

Diversen

‒ 32,6

Sociale zekerheid

 

Participatiewet

‒ 199,0

Diversen

26,3

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Rijksbijdrage ouderdomsfonds

3.104,1

Rijksbijdrage zez

49,1

Diversen

27,7

 

2.943,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

2.939,7

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

39.075,1

Totaal Internationale samenwerking

0,5

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

39.075,6

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

1.870,9

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 3,0

Sociale zekerheid

 

Kindregelingen

‒ 120,3

Wajong

22,2

Diversen

34,4

 

‒ 66,7

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,5

Sociale zekerheid

 

Diversen

4,0

 

4,5

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

6,9

Sociale zekerheid

 

Diversen

49,1

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Diversen

31,6

 

87,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

25,2

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

1.896,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

1.896,2

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Vrijval subsidies

De verlaging met 33 miljoen euro heeft diverse oorzaken, maar is vooral een gevolg van een ander kasritme bij de meerjarige subsidies (o.a. Armoedesubsidies; Ontwikkeladvies 45+), van lagere subsidiedeclaraties dan waar eerder rekening mee is gehouden (o.a. Dienstverlening Werkzoekenden en projecten Samenwerking en Regie Arbeidsmarkt) en van subsidievaststellingen naar aanleiding van einddeclaraties die niet meer op tijd konden plaatsvinden (o.a. DWSRA).

Diversen - Rijksbegroting

Dit betreft voornamelijk onderuitputting op de budgetten van verschillende artikelen. Het gaat o.a. om opdrachten budgetten op artikel 1 (arbeidsmarkt), budgetten die vallen onder Inburgering en de budgetten op het apparaatsartikel.

AIO (Aanvullende Inkomensondersteuning Ouderen)

De uitkeringslasten van de AIO zijn hoger uitgevallen doordat zowel het aantal AIO-gerechtigden als de hoogte van de gemiddelde uitkering ten tijde van het opstellen van de begroting is onderschat. Het aantal AIO-gerechtigden valt met name hoger uit door een kleinere uitstroom dan verwacht, daarnaast heeft ook een groter aantal personen een AIO-uitkering aangevraagd dan verwacht. De gemiddelde uitkering valt iets hoger uit door samenstellingseffecten. Door onder andere de afschaffing van de partnertoeslag stromen er steeds meer mensen uit met relatief een lage gemiddelde uitkering (onvolledige AOW met partnertoeslag) en stromen huishoudens in met een relatief hogere gemiddelde uitkering (onvolledige AOW zonder partnertoeslag). Dit effect is iets groter dan verwacht.

Compensatie dagloon

Via een kasschuif was 32,5 miljoen euro naar 2019 verschoven ter dekking van dagloon compensatie. Inmiddels is de inschatting dat compensatie in 2019 1 miljoen euro zal kosten. Het restant van het bedrag is vrijgevallen (-/- 31,5 miljoen euro).

Dienst Uitvoering Onderwijs DUO

De onderbesteding op Leningen van ruim 30 miljoen euro bij DUO is het gevolg van een lager volume inburgeraars dat in 2019 een deel van de toegekende lening heeft opgenomen. Hier zien we dat de nawerking van de tijdelijke sterke toename van asielmigranten in 2015 en 2016 aan het afnemen is. Het gemiddeld opgenomen bedrag valt in 2019 lager uit. Het lijkt erop dat het opnemen van leningen van recentere instromers wat traag op gang komt.

Herstel niet-automatisch herstarten WKB

De Belastingdienst is er bij een onderzoek naar het niet-gebruik van de WKB achter gekomen dat er een groep mensen is die ten onrechte geen WKB heeft ontvangen. Het kabinet gaat deze omissie herstellen voor de periode vanaf 2013 tot en met het lopende toeslagjaar. Dit leidt tot incidentele uitgaven van in totaal naar verwachting 420 miljoen euro verdeeld over 2019 en 2020. De eerste inschatting was dat hiervan in 2019 215 miljoen zou worden uitgekeerd. Bij Najaarsnota 2019 en daarna is deze verdeling tussen 2019 en 2020 nog bijgesteld (zie toelichting onder beleidsmatige mutaties). De uitvoering wordt daarnaast ook naar de toekomst toe aangepast.

Kindregelingen

De neerwaartse bijstelling op de kindregelingen is grotendeels het gevolg van lager dan verwachte uitgaven kinderopvangtoeslag (KOT) en kindgebonden budget (WKB). De bijstelling van de uitgaven KOT is het saldo van verschillende tegengestelde effecten. Het gebruik van kinderopvang is sterker gestegen dan eerder werd verwacht. Daarentegen sluiten de voorschotbetalingen beter aan bij de vastgestelde hoogte van de KOT (beschikkingen) en zijn er minder nabetalingen. Per saldo resulteert een meevaller op de uitgaven KOT. De meevaller bij de WKB wordt deels verklaard door een iets positievere inkomensontwikkeling dan eerder aangenomen. Daarnaast sluiten de voorschotbetalingen beter aan bij de vastgestelde hoogte van het kindgebonden budget (beschikkingen) dan eerder werd verwacht.

Loonkostenvoordeel

De realisatiecijfers van het Loonkostenvoordeel (LKV) over 2018 (uitbetaling in 2019) laten een meevaller in 2019 zien.

Participatiewet

De raming van de Participatiewet heeft betrekking op de Participatiewet, inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen (IOAZ) en bijstand voor zelfstandigen voor startende ondernemers (Bbz).

De raming is neerwaarts bijgesteld door de verwerking van de realisatiecijfers over 2018 in de ramingen voor de regelingen IOAW (- 35 miljoen euro), IOAZ (- 2 miljoen euro) en BBZ (- 2 miljoen euro). Daarnaast is er bij de IOAW rekening gehouden met verminderde doorstroom vanuit de WW (- 8 miljoen euro). In de begrotingsregels die door dit kabinet zijn vastgesteld is afgesproken dat het uitgavenplafond wordt aangepast voor de conjuncturele component van de bijstand. Hierdoor valt de verwerking van de realisatiecijfers 2018 in de bijstandsraming onder de technische mutaties.

Toeslagenwet

De uitgaven aan de Toeslagenwet (TW) zijn naar beneden bijgesteld. De neerwaartse bijstelling komt grotendeels door een lager aantal TW-aanvragen bij Wajong-uitkeringen dan oorspronkelijk verwacht.

Wajong

De uitkeringslasten Wajong zijn lager uitgevallen dan van tevoren begroot. Dit komt onder andere doordat er meer Wajongers werken dan verwacht, wat zorgt voor een lagere gemiddelde uitkering.

Diversen - Sociale zekerheid

Diverse mutaties waaronder de verwerking van de realisatiecijfers bij Najaarsnota. Deze leiden bijvoorbeeld tot een opwaartse bijstelling binnen de Wet tegemoetkoming loondomein en neerwaartse bijstellingen op de IOW en TW.

Beleidsmatige mutaties

Kasschuiven uitgavenplafond rijksbegroting

Dit betreffen kleine kasschuiven onder plafond Rijksbegroting. Dit zijn onder andere kasschuiven voor amendementen op de begroting, voor Caribisch Nederland en voor de Inspectie SZW.

Diversen - Rijksbegroting

Hieronder vallen onder andere de dekking afkomstig van de post nominaal onvoorzien (artikel 99), de eindejaarsmarges onder plafond Rijksbegroting, de regeling kansen voor kinderen, tel mee met taal en de veranderopgave inburgering.

Dekking herstel niet-automatisch herstarten WKB

Deze reeks bestaat uit dekking voor de incidentele kosten voor het herstellen van ten onrechte niet ontvangen van kindgebonden budget, in het kader van het hierboven beschreven herstel niet-automatisch herstarten WKB.

Herijking light model

Elk jaar wordt het bekostigingsmodel van het UWV (Light model) herijkt. Deze herijking leidt ieder jaar tot een budgetneutrale schuif tussen premie- en begrotingsgefinancierde uitvoeringskosten.

Inzet voor dekking algemene problematiek

SZW ontvangt in 2019 eenmalig 21,7 miljoen euro terug van de SVB vanwege het exploitatiesaldo over 2018. Een deel hiervan (20,2 mln) is het gevolg van de schikking die de SVB heeft getroffen met Capgemini. Deze teruggave van 21,7 mln wordt ingezet als dekking voor de algemene problematiek waaronder voor onvermijdelijke uitvoeringskosten CIZ.

Kasschuiven uitgavenplafond sociale zekerheid

Hieronder vallen onder andere een kasschuif voor de herziening van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (BBZ), een kasschuif voor de vereenvoudiging van de Wajong en een kasschuif voor een IT-plan bij SVB.

Kindregelingen

In 2019 zijn de verwachte 215 miljoen euro aan uitgaven voor de herstelactie kindgebonden budget (zie eerdere toelichting) op grond van realisaties lager uitgekomen. Deze uitgaven schuiven door naar 2020. Bij Najaarsnota werd een bijstelling van ‒ 83 miljoen euro verwacht. Deze verwachting is op grond van realisaties nog opwaarts herzien met 28 miljoen euro. Deze herziening valt onder de post Diversen.

Uitboeken activeren quotum

Eerder werd gedacht dat de overheid de banenafspraak niet zou halen en hiermee in totaal niet voldoende banen volgens de banenafspraak zouden worden gecreëerd. Hiervoor is een besparingsverlies op de bijstand ingeboekt. Nu blijkt dat de overheid en de markt samen wel voldoende banen hebben gecreëerd. Daarom is het besparingsverlies weer uitgeboekt.

Uitdelen nominalen ontwikkeling

De toegekende loon- en prijsindexatie is verdeeld over de artikelen. Hiermee zijn de begrotingsgefinancierdeuitkeringen op het prijspeil van 2019 gebracht. Zie ook de toelichtingen onder Koppeling uitkeringen.

Diversen - Sociale zekerheid

Hieronder vallen onder andere de eindejaarsmarges onder plafond Sociale Zekerheid, middelen om de OPS-slachtoffers financieel tegemoet te komen en dienstverlening SVB (5 mln).

Technische mutaties

Naar GF: bijdrage maatschappelijke begeleiding

Dit betreft een decentralisatie uitkering die een bijdrage geeft aan het gemeentefonds voor de maatschappelijke begeleiding.

Diversen - Rijksbegroting

Dit betreft een groot aantal overboekingen aan verschillende departementen. Er worden bijvoorbeeld diverse bedragen overgemaakt aan het gemeentefonds om gemeenten te compenseren voor kosten aan uiteenlopende onderwerpen, met name decentralisatie-uitkeringen. Dit betreft onder andere een uitkering aan het gemeentefonds in het kader van Perspectief op Werk (-9 miljoen euro). Vanuit SZW wordt ook bijgedragen aan een Verhoging van het taalniveau van statushouders (-20 miljoen euro).

Participatiewet

De Participatiewet-raming is bijgesteld aan de hand van de werkloosheidscijfers van het CPB (-83 miljoen euro) en de verwerking van realisatiegegevens over 2018 (-117 miljoen euro). In de begrotingsregels is afgesproken dat het SZ-plafond hiervoor wordt aangepast.

Diversen - Sociale zekerheid

Dit betreft onder andere een overboeking aan het gemeentefonds (-27,6 miljoen euro) en een afrekening van SVB over jaar 2018 (21,2 miljoen euro).

Rijksbijdrage vermogenstekort ouderenfonds

Op basis van het Centraal Economisch Plan van het CPB is de raming voor de rijksbijdrage aan het vermogenstekort van het Ouderdomsfonds opwaarts bijgesteld.

Rijksbijdrage zez

De hogere realisatie hangt samen met een hoger dan geraamd aantal uitkeringen van de eenmalige ZEZ-compensatieregeling.

Diversen - Niet relevant voor het uitgavenplafond

Dit betreft onder andere mutaties in de arbeidsongeschiktheidsregelingen.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Diversen - Rijksbegroting

Het grootste deel van de slotwetmutatie heeft betrekking op de ontvangsten van de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO). Dit bedrag heeft betrekking op facturen voor schoonmaakwerkzaamheden, waarvan betaling niet in 2019 zal plaatsvinden maar pas in 2020.

Kindregelingen

De ontvangsten uit terugvorderingen kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget zijn lager uitgekomen dan verwacht. Bij beide regelingen waren er met name over de toeslagjaren 2017 en 2018 minder terugontvangsten. De Belastingdienst heeft wijzigingen in de uitvoering doorgevoerd die gericht zijn op het terugdringen van terugvorderingen. Het effect hiervan op de terugontvangsten treedt sneller op dan verwacht.

Wajong

De ontvangsten betreffen een terugbetaling van het UWV aan te veel ontvangen middelen in 2018. Het voorschot dat in 2018 aan het UWV is overgemaakt met betrekking tot de Wajong en re-integratie Wajong bleek achteraf circa 22 miljoen euro hoger te zijn dan de uitgaven van het UWV in dat jaar. Dit bedrag is in 2019 terugbetaald.

Diversen - Sociale zekerheid

Hieronder vallen verschillende mutaties waaronder de afrekening van het UWV en SVB over 2018 en de ontvangsten op de Toeslagenwet.

Beleidsmatige mutaties

Diversen - Rijksbegroting

Dit betreft de eigen bijdragen van deelnemers die zich inschrijven in het personenregister Kinderopvang. Deze eigen bijdragen worden vanaf 2019 onder de ontvangsten geboekt en niet meer in mindering op de uitgaven gebracht.

Diversen - Sociale zekerheid

Hieronder valt de nominale ontwikkeling van de beleidsmatige mutaties op ontvangsten.

Technische mutaties

Diversen - Rijksbegroting

De raming van de ontvangsten van de schoonmaakorganisatie RSO is aangepast aan nieuwe inzichten over het aansluitschema van de departementen, de dienstverlening en doorontwikkeling van de RSO en het prijsniveau2019 (5 miljoen euro).

Diversen - Sociale zekerheid

De ontvangsten van de SVB vanwege het exploitatiesaldo over 2018 worden ingezet voor budgettaire knelpunten in de uitvoering in latere jaren.

Diversen - Niet relevant voor het uitgavenplafond

Werkgeversbijdragen kinderopvangtoeslag

Deze ontvangsten zijn hoger uitgekomen door een hogere premiegrondslag dan bij begroting was voorzien. Ook betreft dit voor een deel de eindafrekening van UWV over jaar 2018 (8,4 mln).

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

16.392,8

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Realisatie apparaat

‒ 29,6

Realisatie opdrachten

‒ 23,8

Realisatie subsidies

‒ 46,6

Diversen

‒ 6,7

Zorg

 

Diversen

‒ 13,6

 

‒ 120,3

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Affinanciering transitie autoriteit jeugd

43,6

Begrotingsreserve garanties

200,0

Informatiebeleid

17,6

Kasschuif - jeugdautoriteit vangnet cruciale jeugdhulp

‒ 20,0

Kasschuif - middelen transitieautoriteit jeugd

‒ 33,5

Kasschuif g39 maatschappelijke diensttijd

‒ 33,7

Kasschuif inzicht

‒ 20,0

Kasschuif sectorplanplus

‒ 23,8

Kasschuif set

‒ 21,3

Subsidieregeling bosa

‒ 15,0

Diversen

‒ 44,3

Zorg

 

Kasschuif hoofdlijnenakkoord ggz

‒ 29,0

Kasschuif sectorplanplus

‒ 55,4

Stimulering medisch specialisten in loondienst/participatiemodel (h58)

‒ 16,0

Diversen

‒ 19,2

 

‒ 70,0

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Buurtsportcoaches

‒ 60,8

G39 maatschappelijke diensttijd

50,0

Loonbijstelling

82,1

Diversen

205,4

Zorg

 

Diversen

‒ 2,0

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Bikk wlz

33,9

Rijksbijdrage wlz

950,0

Zorgtoeslag

494,1

Diversen

37,0

 

1.789,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

1.599,2

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

17.992,0

Totaal Internationale samenwerking

22,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

18.014,0

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

87,6

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 13,6

 

‒ 13,6

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

38,5

 

38,5

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

41,6

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Ontvangsten zorgtoeslag

594,7

Diversen

0,3

 

636,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

661,5

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

749,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

749,0

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Realisatie apparaat

Deze post bestaat uit diverse mee- en tegenvallers op het apparaatsartikel (per saldo valt er circa 30 miljoen euro vrij). Het betreft zowel personele- als materiële uitgaven.

Realisatie opdrachten

Deze post bestaat uit diverse mee- en tegenvallers op het instrument opdrachten, waaronder vrijval van 7,9 miljoen euro bij opdrachten voor de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en vrijval van 6,3 miljoen euro bij opdrachten voor de participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen.

Realisatie subsidies

Deze post bestaat uit diverse mee- en tegenvallers op het instrument subsidies. De grootste post betreft vrijval van 28,6 miljoen euro bij sportsubsidies.

Diversen - Rijksbegroting

Dit betreft het saldo van diverse in omvang relatief geringe mee- en tegenvallers op alle instrumenten behalve opdrachten, subsidies en het apparaatsartikel. Per saldo doet de grootste meevaller zich voor bij het instrument bijdrage aan ZBO’s (9,1 miljoen euro).

Diversen - Zorg

Dit betreft het saldo van diverse in omvang relatief geringe mee- en tegenvallers bij de begrotingsgefinancierde zorguitgaven. De grootste post betreft vrijval van 7,5 miljoen euro op het instrument subsidies voor opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt.

Beleidsmatige mutaties

Affinanciering transitie autoriteit jeugd

Dit betreft middelen voor de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ) voor herziene aanvragen van subsidies en tijdelijke liquiditeitssteun aan diverse jeugdinstellingen in 2018.

Begrotingsreserve garanties

Er wordt een begrotingsreserve garanties aangehouden. Hierover is de Kamer per vertrouwelijke brief geïnformeerd.

Informatiebeleid

Om digitalisering in de zorg te versnellen zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor thema’s als authenticatie in de zorg, privacy en informatieveiligheid in de zorg, uitvoeringstaken agentschap CIBG, faciliteren verbinding zorgveld en het programma data, programma gegevensuitwisseling en programma internationaal.

Kasschuif - jeugdautoriteit vangnet cruciale jeugdhulp

In de Voorjaarsnota is voor de periode 2019 ‒ 2021 20 miljoen euro gepositioneerd bij de Jeugdautoriteit om tijdelijke liquiditeitssteun toe te kunnen kennen als de zorgcontinuïteit in gevaar komt. In 2019 heeft de Jeugdautoriteit dit budget nog niet hoeven inzetten en daarom wordt deze 20 miljoen euro geheel doorgeschoven naar 2020.

Kasschuif - middelen transitieautoriteit jeugd

De regeling van de Transitieautoriteit Jeugd (TAJ) voorzag van 2014 tot en met 2018 in een tegemoetkoming in frictiekosten door transformatie van het zorglandschap en in eventuele tijdelijke liquiditeitssteun bij het in gevaar komen van de zorgcontinuïteit. In de Voorjaarsnota zijn extra middelen (43,6 miljoen euro) beschikbaar gesteld om de instellingen die op grond van voorwaarden van de TAJ-regeling in aanmerking kwamen voor een subsidie te kunnen financieren (aangezien het meerjarig subsidieplafond nog niet was bereikt). Van de regeling wordt 33,5 miljoen euro in 2019 niet beschikt. Middels een kasschuif worden deze middelen meegenomen naar 2020.

Kasschuif g39 maatschappelijke diensttijd

Met deze kasschuif wordt het kasritme in lijn gebracht met de verwachte bevoorschotting van de projecten.

Kasschuif inzicht

Het kasritme voor de subsidieregeling InZicht is aangepast in verband met de latere openstelling en de gewijzigde opzet van de regeling.

Kasschuif sectorplanplus

Naar aanleiding van nieuw beschikbaar gekomen cijfers over de subsidieaanvragen, wordt het kasritme in lijn gebracht met de verwachte bevoorschotting.

Kasschuif set

Aan de Stimuleringsregeling E-health Thuis (SET) is in 2019 minder besteed, doordat de regeling later is opengesteld en de regeling nog bekendheid moest genereren binnen het veld. Middels deze kasschuif blijven de middelen beschikbaar voor de stimulering van E-health.

Subsidieregeling bosa

De subsidieregeling Stimulering Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties (BOSA) is sinds 1 januari 2019 opengesteld. De subsidieregeling zit in de beginfase en in 2019 is niet het volledige bedrag tot besteding gekomen. Dit leidt tot 15 miljoen euro onderuitputting.

Diversen - Rijksbegroting

Deze post is het saldo van een groot aantal in omvang relatief geringe mutaties. Dit betreft onder meer een verhoging van het budget voor de tegemoetkoming Q-koortspatiënten (11,5 miljoen euro in 2019), middelen voor het bewaren en toegankelijk houden van de dossiers van het MC Slotervaart en MC IJsselmeerziekenhuizen (7,5 miljoen euro in 2019) en middelen voor de viering van 75 jaar vrijheid in Nederland (5 miljoen euro in 2019). Deze mutaties zijn ook bij Voorjaarsnota 2019 gemeld. Daarnaast vallen middelen vrij voor diverse ZonMw-programma’s (12 miljoen euro) en voor de uitkeringen op grond van de Wetten voor Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen (11 miljoen euro). Ook vallen Regeerakkoord middelen vrij voor Onbedoelde zwangerschappen (7,9 miljoen euro), Alcohol, tabak, drugs, voeding (3,1 miljoen euro), Geestelijke verzorging (1,7 miljoen euro), Onafhankelijke cliëntondersteuning (2 miljoen euro) en Uitkomstgerichte zorg (1,9 miljoen euro). Deze mutaties zijn ook bij Najaarsnota 2019 gemeld.

Kasschuif hoofdlijnenakkoord ggz

Dit betreft de aanpassing van het kasritme van de regeling VIPP ggz (een subsidieprogramma om een impuls te geven aan de digitalisering in de ggz). Hiermee blijven de bestuurlijk toegezegde middelen die samenhangen met het hoofdlijnenakkoord ggz beschikbaar.

Kasschuif sectorplanplus

VWS ondersteunt door middel van subsidies initiatieven gericht op nieuwe personeelsinstroom in de zorg middels SectorplanPlus. Met deze kasschuif wordt het budget aangepast aan het juiste kasritme.

Stimulering medisch specialisten in loondienst/participatiemodel (h58)

De in het Regeerakkoord gereserveerde middelen voor stimulering van medisch specialisten in loondienst/participatiemodel komen in 2019 niet tot besteding.

Diversen - Zorg

Deze post betreft onder meer het naar beneden bijstellen van de raming van de Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT) (6,9 miljoen euro). Deze mutatie is ook bij Voorjaarsnota 2019 gemeld. Daarnaast vallen middelen vrij voor de subsidieregeling waarmee medisch specialisten worden gefaciliteerd bij de overstap naar loondienst (7,1 miljoen euro).

Technische mutaties

Buurtsportcoaches

Dit betreft een overboeking naar het gemeentefonds voor de buurtsportcoaches.

G39 maatschappelijke diensttijd

De resterende middelen voor 2019 zijn vrijgegeven vanuit de aanvullende post voor een derde ronde projecten. Het in stappen vrijgeven van middelen past bij de vroege fase van dit programma, waarbij de ervaringen uit pilotprojecten worden gebruikt om het definitieve instrument te ontwikkelen.

Loonbijstelling

Dit betreft tranche 2019 van de loonbijstelling.

Diversen - Rijksbegroting

Deze post bestaat uit een groot aantal mutaties. De grootste categorie betreft de overheveling van Regeerakkoordmiddelen naar de VWS-begroting voor H59 Preventieakkoord (23 miljoen euro in 2019) en H59 Onbedoelde zwangerschappen (12 miljoen euro in 2019). Dit is eerder bij Nota van Wijziging verwerkt. Ook is bij Voorjaarsnota 2019 20 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de Jeugdautoriteit. Daarnaast zijn diverse overboekingen naar andere begrotingshoofdstukken verwerkt (ca. 28 miljoen euro).

Diversen - Zorg

Deze post betreft onder meer de loonbijstelling van het plafond Zorg (14,5 miljoen euro) en een overboeking naar de beschikbaarheidsbijdrage zorgopleidingen voor extra opleidingsplaatsen ggz (15 miljoen euro).

Bikk wlz

Dit is de bijstelling van de Bijdrage in Kosten van Kortingen (BIKK) naar aanleiding van de ramingen van het Centraal Planbureau.

Rijksbijdrage wlz

Dit is de bijstelling van de Rijksbijdrage Wlz naar aanleiding van de ramingen van het Centraal Planbureau.

Zorgtoeslag

Ten opzichte van de ontwerpbegroting is in 2019 de netto zorgtoeslag met ‒ 100,6 miljoen euro bijgesteld (494,1 miljoen euro uitgaven minus 594,7 miljoen euro ontvangsten). In de VWS-begroting worden de netto uitgaven aan zorgtoeslag weergegeven (dat wil zeggen de uitgaven aan zorgtoeslag verminderd met de terugvorderingen van zorgtoeslag). Bij Slotwet worden de uitgaven en ontvangsten zorgtoeslag bruto gepresenteerd.

Diversen - Niet relevant voor het uitgavenplafond

In het kader van de koopkrachtbesluitvorming over 2020 is de zorgtoeslag structureel verhoogd. De uitbetaling van de zorgtoeslag in januari 2020 valt in december 2019, daarom valt 15,4 miljoen euro in 2019. Daarnaast zijn de uitgaven voor de Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten hoger uitgevallen (21,4 miljoen euro).

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Diversen - Rijksbegroting

Dit betreft de realisatie van ontvangsten verspreid over de gehele begroting.

Beleidsmatige mutaties

Diversen - Rijksbegroting

Deze post betreft onder meer hogere ontvangsten als gevolg van een terugbetaling door het CIBG in verband met afrekeningen over voorgaande jaren en correcties in het kostprijsmodel (8,9 miljoen euro) en hogere ontvangsten op beleidsartikel 4 als gevolg van diverse herzieningen en vaststellingen van subsidies (1,3 miljoen euro). Deze mutaties zijn ook bij Najaarsnota 2019 gemeld. Ook zijn terugbetalingen van een verstrekte lening aan het CAK (4,6 miljoen euro) en het CIZ (3,5 miljoen euro) verwerkt.

Technische mutaties

Diversen - Rijksbegroting

Deze post betreft onder andere een desaldering bij de projectdirectie Antonie van Leeuwenhoek terrein vanwege hogere uitgaven voor en ontvangsten van derden (11,5 miljoen euro) en een desaldering van de bijdrage van het CIBG in verband met kosten voor SSC ICT (5,3 miljoen euro). Deze mutaties zijn ook bij Voorjaarsnota 2019 gemeld. Daarnaast betreft dit een aantal in omvang relatief geringe desalderingen waarbij hogere ontvangsten (en uitgaven) zijn verwerkt.

Ontvangsten zorgtoeslag

In de VWS-begroting worden de netto uitgaven aan zorgtoeslag weergegeven (de uitgaven aan zorgtoeslag verminderd met de terugvorderingen van zorgtoeslag). Bij Slotwet worden de uitgaven en ontvangsten zorgtoeslag bruto gepresenteerd. Dit leidt onder meer tot een verhoging van de ontvangsten van zorgtoeslag (terugvorderingen van te veel of ten onrechte ontvangen zorgtoeslag) van 594,7 miljoen euro.

Diversen - Niet relevant voor het uitgavenplafond

Deze post bevat een terugontvangst m.b.t. de regeling Tegemoetkoming Buitengewone Uitgaven.

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

XVII BUITENLANDSE HANDEL & ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,0

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

3046,8

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

3046,8

XVII BUITENLANDSE HANDEL & ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019,0

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

13,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,0

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

13,4

Totaal Internationale samenwerking

45,7

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

59,1

De begroting voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking bestaat uit HGIS-uitgaven en ontvangsten, en niet-HGIS-ontvangsten. De HGIS-uitgaven en ontvangsten worden in de VT HGIS toegelicht. Er hebben zich geen mutaties voorgedaan op de niet-HGIS-ontvangsten op de begroting van Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking.

Sociale Verzekeringen

SOCIALE VERZEKERINGEN: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

58.424,0

Mee- en tegenvallers

 

Sociale zekerheid

 

Aow

‒ 87,3

Wazo

50,5

Ziektewet

114,0

Diversen

‒ 57,0

 

20,2

Beleidsmatige mutaties

 

Sociale zekerheid

 

Herijking light model

‒ 36,8

Diversen

‒ 13,2

 

‒ 50,0

Technische mutaties

 

Sociale zekerheid

 

Nominale ontwikkeling

‒ 93,3

Ww

190,7

Diversen

‒ 24,5

 

72,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

43,1

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

58.467,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

58.467,1

SOCIALE VERZEKERINGEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

310,3

Technische mutaties

 

Sociale zekerheid

 

Ww

‒ 54,1

Diversen

3,8

 

‒ 50,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 50,3

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

260,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

260,0

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

AOW (Algemene Ouderdomswet)

Het aantal AOW’ers viel iets lager uit dan verwacht, doordat de sterfte in 2018 hoger uitviel dan verwacht. Dit werkt meerjarig door doordat het verwachte aantal AOW’ers ook in latere jaren lager uitkomt dan ten tijde van de Begroting 2019 werd verwacht.

Wazo

De WAZO laat een tegenvaller zien ten opzichte van de verwachting bij Miljoenennota 2019. Voor 2019 liggen de uitgaven aan zwangerschapsverlof voornamelijk hoger vanwege een hoger gebruik van de ZEZ-compensatieregeling (regeling voor zwangere zelfstandigen) dan eerder geraamd.

Ziektewet (ZW) 

De ZW-uitkeringslasten zijn hoger dan werd begroot. Dit komt omdat het aantal uitkeringen meer is toegenomen dan waarmee rekening werd gehouden. Vooral het aantal ZW-uitkeringen bij flexkrachten en in verband met ziekte bij zwangerschap is hoger uitgevallen. De gemiddelde hoogte van de jaaruitkering is juist minder hoog dan waarvan uit werd gegaan. Dit doet een deel van de hogere uitkeringslasten teniet.

Diversen

Hieronder vallen verschillende mee- en tegenvallers waaronder meevallers op de WAO en WGA en een tegenvaller op de IVA. De ontwikkelingen in de IVA en WGA hangen deels samen, voortkomend uit een hoger dan verwachte doorstroom van WGA naar IVA.

Beleidsmatige mutaties

Herijking light model

Elk jaar wordt het bekostigingsmodel van het UWV (Light model) herijkt. Deze herijking leidt ieder jaar tot een budgettair neutrale schuif tussen premie- en begrotingsgefinancierde uitvoeringskosten.

Diversen

Aan de hand van uitvoeringsinformatie van het UWV is het premiegefinancierde re-integratiebudget voor 2019 naar beneden bijgesteld. Hieronder vallen tevens de kasschuiven voor plafond Sociale Zekerheid, waaronder voor de uitvoeringskosten van de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB).

Technische mutaties

Nominale ontwikkeling

Deze mutatie betreft een aanpassing in de geraamde nominale ontwikkeling onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid als gevolg van CEP 2019-ramingen van loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van mutaties in uitgavenramingen binnen de sociale zekerheid.

WW

De uitkeringslasten van de Werkloosheidswet (WW) zijn opwaarts bijgesteld. Met name het volume valt hoger uit dan geraamd. Dit komt doordat het aandeel WW-uitkeringen waar geen betaling tegenover staat (nuluitkeringen) lager lag. Ook de gemiddelde jaaruitkering in de WW valt hoger uit dan verwacht. In de begrotingsregels is afgesproken dat het SZ-plafond hiervoor wordt aangepast.

Diversen

Hieronder vallen bruteringseffecten (-25 mln). Bruteringen houden verband met de koppeling van diverse uitkeringen aan het nettominimumloon. Een brutering komt voor als de bruto uitkering meer verandert dan de netto uitkering, bijvoorbeeld door wijzigingen in de fiscaliteit. Hierdoor kunnen de uitgaven van SZW stijgen of dalen terwijl de belastinginkomsten één-op-één meebewegen. Een brutering heeft geen effect op het saldo van de overheid. Om deze reden wordt het uitgavenplafond Sociale Zekerheid gecorrigeerd voor bruteringen. Dit is daarmee een technische mutatie waar het uitgavenplafond Sociale Zekerheid voor gecorrigeerd wordt.

Niet-belastingontvangsten

Technische mutaties

WW

De overheid is eigenrisicodrager voor de WW. UWV verhaalt de uitkeringslasten op overheidswerkgevers. Deze lasten staan als ontvangsten op de begroting. Het verhaal is in 2019 lager uitgevallen dan geraamd.

Zorg

ZORG: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019

76.421,0

Mee- en tegenvallers

 

Zorg

 

Actualisatie wlz-uitgaven

184,8

Actualisering zorguitgaven

‒ 55,2

Genees- en hulpmiddelen

‒ 213,8

Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijns verblijf

‒ 88,1

Grensoverschrijdende zorg

‒ 26,7

Huisartsenzorg

‒ 80,8

Jeugdhulp

350,0

Medisch specialistische zorg

‒ 56,0

Multidisciplinaire zorgverlening

‒ 49,8

Overig eerstelijnszorg

‒ 99,2

Persoonsgebonden budgetten

‒ 61,0

Ramingsbijstelling opleidingen

‒ 225,0

Wijkverpleging

‒ 440,8

Wlz buiten contracteerruimte

33,4

Ziekenvervoer

‒ 52,4

Zorg in natura

‒ 67,3

Diversen

‒ 16,9

 

‒ 964,8

Beleidsmatige mutaties

 

Zorg

 

Ambulantisering ggz-domein

50,0

Kasschuif hoofdlijnenakkoord ggz

‒ 29,0

Kasschuif sectorplanplus

‒ 55,4

Nominaal en onverdeeld zvw

‒ 72,0

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

‒ 120,0

Ramingsbijstelling wlz

‒ 37,3

Tegenvaller wlz

190,0

Diversen

78,0

 

4,3

Technische mutaties

 

Zorg

 

Jeugdhulp

‒ 350,0

Loon- en prijsbijstelling 2019 wmo/jeugd

‒ 187,3

Loon- en prijsontwikkeling

‒ 79,2

Diversen

‒ 150,7

 

‒ 767,2

  

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 1.727,9

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

74.693,1

ZORG: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019

4.983,2

Mee- en tegenvallers

 

Zorg

 

Bijstelling eigen bijdrage wlz

‒ 25,3

Diversen

2,5

 

‒ 22,8

  

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 22,7

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

4.960,5

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Actualisatie Wlz-uitgaven

Op basis van de prognose van augustus 2019 van de NZa is het beschikbare Wlz-kader 2019 met 130 miljoen euro verhoogd. Bovenop deze extra beschikbare middelen is, in het licht van de toename van wachtlijsten, in 2019 een extra bedrag van 60 miljoen euro beschikbaar gesteld. Omdat de begrotingsstand 11 miljoen hoger was dan het bedrag dat correspondeert met het Wlz-kader, stijgt de uitgavenraming in de begroting 179 miljoen euro. Bij het Financieel jaarverslag Rijk is op basis van de actuele voorlopige inzichten de overschrijding met circa 6 miljoen euro naar boven bijgesteld.

Actualisering zorguitgaven

De meest recente uitvoeringsinformatie over de curatieve zorg in 2018 laat een additionele onderschrijding zien ten opzichte van de uitvoeringsinformatie ten tijde van het jaarverslag 2018; de structurele doorwerking is circa 15 miljoen euro Daarnaast is een ramingsbijstelling op het geneesmiddelenkader verwerkt van 40 miljoen euro in 2019.

Genees- en hulpmiddelen

In 2018 was er sprake van een onderschrijding bij genees- en hulpmiddelen door met name scherpere inkoop door zorgverzekeraars en hoger dan eerder ingeschatte opbrengsten van de centrale prijsafspraken van geneesmiddelen door VWS (prijsarrangementen). De structurele doorwerking in de begroting bedraagt circa 120 miljoen euro. Verder is in 2019 sprake van een onderschrijding van ca. 94 miljoen euro door onder andere een beperkte toename van het geneesmiddelengebruik.

Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijns verblijf

Op basis van gegevens van het Zorginstituut zijn de realisatiecijfers geactualiseerd. Voor de geriatrische revalidatiezorg vallen de uitgaven in 2019 ca. 10 miljoen euro lager uit. Daarnaast is in 2017 het eerstelijnsverblijf overgeheveld van de Wlz naar de Zvw. De cijfers over 2017 en 2018 lieten eerder al een onderschrijding van het kader zien. De beschikbare groeimiddelen vanuit het hoofdlijnenakkoord wijkverpleging worden daarmee niet volledig uitgeput. De onderschrijding over 2019 is 78 miljoen euro.

Grensoverschrijdende zorg

Op basis van cijfers van het CAK en het Zorginstituut is de (meerjarige) trend van de uitgaven aan grensoverschrijdende zorg vastgesteld. Naar aanleiding hiervan zijn de uitgaven aan grensoverschrijdende zorg bij Voorjaarsnota met 47 miljoen euro neerwaarts bijgesteld. Daarnaast blijkt uit nieuwe realisatiecijfers bij het Jaarverslag dat de uitgaven aan de post Zvw-verzekerden 13 miljoen euro hoger uitvallen en de uitgaven aan de post zorg bij verdragsgerechtigden 7 miljoen euro hoger uitvallen.

Huisartsenzorg

Op basis van actuele gegevens van het Zorginstituut wordt een onderschrijding van 81 miljoen euro verwerkt. Deze onderschrijding is grotendeels te verklaren uit de doorwerking van de onderschrijding 2018. Daarnaast wordt de volumegroei die is toegekend aan de sectoren huisartsen en multidisciplinaire zorg niet volledig opgemaakt.

Jeugdhulp (twee reeksen onder resp. mee/tegenvallers en technische mutaties)

Gemeenten zijn nog niet in staat geweest om de transitie- en transformatiedoelen van de decentralisatie van de Jeugdhulp binnen een termijn van vier jaar te realiseren. Er is sprake van een volumestijging en uitgavenstijging. Daarvoor komt het kabinet de gemeenten de komende jaren tegemoet met een extra budget van in totaal 420 miljoen euro in 2019, 300 miljoen euro in 2020 en 300 miljoen euro in 2021. De middelen zijn vanuit de VWS begroting aan het Gemeentefonds toegevoegd en vervolgens in het juiste kasritme gezet (van vier naar drie jaar, waardoor de middelen in 2019 van 350 miljoen euro stijgen naar 420 miljoen euro).

Medisch specialistische zorg

Uit de actuele voorlopige realisatiecijfers over 2019 komt naar voren dat de uitgaven bij de sector medisch specialistische zorg 56 miljoen euro lager zijn dan in de stand begroting 2019.

Multidisciplinaire zorgverlening

Op basis van actuele gegevens van het Zorginstituut is een onderschrijding zichtbaar van circa 50 miljoen euro bij de multidisciplinaire zorgverlening. De onderschrijding is gegroeid sinds 2018, doordat de gewenste beweging van de tweede lijn naar de eerste lijn minder snel verloopt dan gedacht.

Overig eerstelijnszorg

Bij diverse sectoren binnen de eerstelijnszorg zijn de onderschrijdingen van 2018 structureel verwerkt in de begroting. Het betreft onder meer 47 miljoen euro bij fysiotherapie, 20 miljoen euro bij tandheelkundige zorg en 16 miljoen euro bij zintuiglijk gehandicaptenzorg.

Persoonsgebonden budgetten

In 2018 is een deel van de herverdelingsmiddelen in het Wlz-kader onbesteed gebleven (130 miljoen euro). Dit was binnen het Wlz-kader verdeeld in 61 miljoen euro aan persoonsgebonden budgetten en 69 miljoen euro aan zorg in natura. Dit is nu structureel verwerkt in de begroting.

Ramingsbijstelling opleidingen

De uitgaven aan opleidingen zijn in 2019 en verder naar verwachting lager dan eerder geraamd. Het Capaciteitsorgaan constateert dat er steeds meer artsen in opleiding tot specialist (aios) in deeltijd werken. Deze trend zet naar verwachting de komende jaren door. Tevens leiden ziekenhuizen minder gespecialiseerde verpleegkundigen en medisch ondersteunend personeel op dan waarmee in de raming van het Capaciteitsorgaan rekening is gehouden.

Wijkverpleging

De onderschrijding over 2019 bij de wijkverpleging is naar huidig inzicht 441 miljoen euro. Hierbij is al rekening gehouden met de verwerking van de 80 miljoen euro technische schuif naar de Wlz in verband met de zorglasten van Wlz-geïndiceerden, die voorheen ten onrechte via de Zvw zijn betaald.

Wlz buiten contracteerruimte

Dit betreft de som van de actualisaties in de Wlz buiten de contracteerruimte. Deze worden structureel verwerkt in de begroting.

Ziekenvervoer

Bij de uitgaven voor ambulances is sprake van een onderschrijding van 44 miljoen euro. De onderschrijding bij de ambulancediensten is de afgelopen jaren steeds incidenteel verwerkt met het oog op de herijking in 2019 en de daarbij komende wijziging in bekostiging. Daarnaast zijn de uitgaven aan overig ziekenvervoer naar beneden bijgesteld met ca. 8 miljoen euro.

Zorg in natura

In 2018 is een deel van de herverdelingsmiddelen in het Wlz-kader onbesteed gebleven (130 miljoen euro). Dit was binnen het Wlz-kader verdeeld in 61 miljoen euro aan persoonsgebonden budgetten en 69 miljoen euro aan zorg in natura. Dit wordt structureel verwerkt in de begroting.

Diversen

Dit betreft de overige actualiseringen in de Zvw en Wlz. Hieronder valt onder meer de actualisering van de geriatrische revalidatiezorg (12 miljoen euro structureel).

Beleidsmatige mutaties

Ambulantisering ggz-domein

Middels het Hoofdlijnenakkoord ggz en Zorg op de Juiste Plaats wordt binnen het ggz-domein ingezet op ambulantisering van de zorg. Dit leidt tot meer zorg in het gemeentelijk domein, zowel voor beschermd wonen als voor begeleiding. In totaal is er een reeks beschikbaar van 50 miljoen euro in 2019 oplopend naar structureel 95 miljoen euro in 2022 beschikbaar. De middelen worden na ondertekening van het Hoofdlijnenakkoord ggz door de VNG gestort in het Gemeentefonds.

Kasschuif hoofdlijnenakkoord ggz

Dit betreft de aanpassing van het kasritme van de regeling VIPP ggz (een subsidieprogramma om een impuls te geven aan de digitalisering in de ggz). Hiermee blijven de bestuurlijk toegezegde middelen die samenhangen met het hoofdlijnenakkoord ggz beschikbaar.

Kasschuif sectorplanplus

VWS ondersteunt door middel van subsidies initiatieven gericht op nieuwe personeelsinstroom in de zorg middels SectorPlanPlus. Met deze kasschuif wordt het budget aangepast aan het juiste kasritme.

Nominaal en onverdeeld zvw

Dit betreft niet ingezette middelen voor Voorwaardelijke Toelating en het verlagen van de beschikbare groeiruimte voor diverse Zvw-sectoren (niet zijnde hoofdlijnenakkoordsectoren of genees- en hulpmiddelen).

Ramingsbijstelling geneesmiddelen

De uitgaven aan geneesmiddelen zijn in 2019 en verder naar verwachting lager dan eerder geraamd. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de uitgaven aan geneesmiddelen van 120 miljoen euro in 2019 oplopend tot 230 miljoen euro in 2021.

Ramingsbijstelling wlz

In de raming van de Wlz-uitgaven is rekening gehouden met een jaarlijkse volumegroei van de uitgaven. Op basis van de actualisatiegegevens ten tijde van de Voorjaarsnota 2019 is de raming van de volumegroei met 52 miljoen euro verlaagd in 2020 oplopend tot 165 miljoen euro vanaf 2021. Daarnaast wordt de raming van het beroep op aanspraken voor dagbesteding, vervoer en huishoudelijke hulp neerwaarts bijgesteld (83 miljoen euro structureel). Deze ramingsbijstelling van de Wlz-uitgaven op de begroting was mogelijk zonder het Wlz-kader bij te stellen.

Tegenvaller wlz

Op grond van uitvoeringsinformatie en het mei-advies 2019 van de NZa zijn de gereserveerde herverdelingsmiddelen 2019 van 200 miljoen euro volledig en structureel beschikbaar gesteld, én is het Wlz-kader vanaf 2019 structureel met 270 miljoen euro verhoogd. Gedeeltelijke dekking van de aanvullende middelen is gevonden in een schuif vanuit de wijkverpleging (80 miljoen euro structureel) en vanaf 2020 in de middelen die aan de contracteerruimte worden toegevoegd als gevolg van de aanzuigende werking van het kwaliteitskader (190 miljoen euro structureel). Er resteert in 2019 een incidentele tegenvaller van 190 miljoen euro.

Diversen

Dit betreft een aantal kleinere mutaties, waaronder extra middelen voor uitvoerende taken van gemeenten als gevolg van de invoering van de Wet verplichte ggz (20 miljoen euro) en extra middelen voor zorgkantoren voor de implementatie van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg (10 miljoen euro). Daarnaast vallen middelen vrij voor de subsidieregeling waarmee medisch specialisten worden gefaciliteerd bij de overstap naar loondienst (7,1 miljoen euro).

Technische mutaties

Loon- en prijsbijstelling 2019 wmo/jeugd

Dit betreft de overheveling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2019 naar de algemene uitkering van het gemeentefonds voor de overgehevelde budgetten van Wmo en Jeugd.

Loon- en prijsontwikkeling

Ten opzichte van de CPB-raming bij de ontwerpbegroting 2019 is de raming van de loon- en prijsontwikkeling in de zorg op basis van nieuwe CPB ramingen naar beneden bijgesteld.

Diversen

Dit betreft onder meer het overhevelen van de middelen voor kwaliteitsgelden curatieve zorg (ca. 30 miljoen euro) naar de VWS-begroting en van de middelen voor de invoering van Wet verplichte ggz (20 miljoen euro) naar het Gemeentefonds. Daarnaast vinden in omvang geringe overhevelingen van plafond Zorg naar de VWS-begroting (plafond Rijksbegroting) en vice versa plaats.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Bijstelling eigen bijdrage wlz

Er is sprake van lagere inkomsten uit de eigen bijdragen Wlz en een tegenvaller bij de inkomsten als gevolg van internationale verdragen. Daarnaast zijn op basis van voorlopige realisatiegegevens over 2018 van het Zorginstituut en de NZa de opbrengsten van de eigen bijdragen Wlz geactualiseerd.

Diversen

De ontvangsten in de Wlz zijn 2,5 miljoen euro hoger uitgevallen.

Gemeentefonds

GEMEENTEFONDS: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

30.148,0

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Wijziging betalingsverloop au 2019

‒ 34,5

Wijziging betalingsverloop du 2019

‒ 51,9

Diversen

‒ 1,2

 

‒ 87,6

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Jeugdhulp

70,0

Wijziging betalingsverloop alg.-uitk. 2018

33,2

Wijziging betalingsverloop dec.-uitk. 2018

276,1

Diversen

2,7

 

382,0

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Aardgasvrije wijken

34,1

Afrekening accres 2018 incidenteel

‒ 147,7

Afrekening accres 2018 structureel

‒ 147,7

Afrekening bcf 2018

‒ 66,9

Buurtsportcoaches

73,3

Jeugdhulp

350,0

Loon- en prijsbijstelling 2019

260,8

Maatschappelijke begeleiding

32,6

Mutatie accres tranche 2019

‒ 144,0

Ondersteuning gemeenten klimaat

98,5

Perspectief op werk

35,0

Regiodeals, tweede tranche

37,0

Regio-enveloppe eindhoven 2019

41,6

Regionale energiestrategie

34,6

Voorlopige afrekening bcf 2019

80,8

Diversen

133,7

Sociale zekerheid

 

Loon- en prijsbijstelling 2019

57,2

Diversen

‒ 2,6

Zorg

 

Ambulantisering in de ggz

38,0

Loon- en prijsbijstelling 2019

57,0

 

855,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

1.150,0

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

31.298,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

31.298,0

GEMEENTEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,0

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Wijziging betalingsverloop AU en DU 2019

Dit betreft de wijziging van het betalingsverloop voor de algemene uitkering en decentralisatie uitkeringen 2019. Een beperkt deel van de uitkeringen kon in 2019 niet meer tot betaling komen. Omdat gemeenten recht hebben op deze bedragen wordt het kasbudget 2020 met dit bedrag opgehoogd. Dat maakt het mogelijk om de uitkeringen in 2020 alsnog tot betaling te laten komen.

Diversen – mee- en tegenvallers

Deze post bestaat uit diverse mutaties die onder de ondergrens vallen, waaronder wijzigingen in het betalingsverloop van de voormalige integratie uitkering sociaal domein.

Beleidsmatige mutaties

Jeugdhulp – beleidsmatig en technisch

Gemeenten zijn nog niet in staat geweest om de transitie- en transformatiedoelen van de decentralisatie van de jeugdhulp binnen een termijn van vier jaar te realiseren. Daarvoor komt het kabinet de gemeenten de komende jaren tegemoet. Het extra budget in 2019 bedroeg 420 mln,, waarvan 70 miljoen euro als beleidsmatige mutatie en 350 miljoen euro als technische mutatie.

Wijziging betalingsverloop AU en DU 2018

Dit betreft de afrekening van het betalingsverloop voor de algemene uitkering en decentralisatie uitkeringen 2018. Een beperkt deel van de uitkeringen kon in 2018 niet meer tot betaling komen. Omdat gemeenten recht hebben op deze bedragen is het kasbudget van 2019 met dit bedrag opgehoogd. Dit maakte het mogelijk om de uitkeringen in 2019 alsnog tot betaling te laten komen.

Diversen – beleidsmatig

Deze post bestaat uit diverse mutaties die onder de ondergrens vallen, waaronder wijzigingen in het betalingsverloop van de voormalige integratie uitkering sociaal domein.

Technische mutaties

Aardgasvrije wijken mutatie

Voor het programma Aardgasvrije wijken heeft BZK in 2019 34,1 miljoen euro overgeheveld naar het gemeentefonds. Met deze uitkering ontvingen de 28 deelnemende gemeenten uit de eerste tranche het resterende deel van het toegezegde budget.

Afrekening accres 2018

De omvang van het gemeentefonds ademt mee met de Rijksbegroting. Omdat het Rijk in 2018 meer heeft uitgegeven dan het jaar ervoor, ontvangen gemeenten accres. Het definitieve accres voor 2018 ligt 147,7 miljoen euro lager ten opzichte van de raming ten tijde van de Miljoenennota 2019. Deze bijstelling van de accrestranche die betrekking heeft op 2019 en verder is structureel verwerkt bij Voorjaarsnota. De verwerking van de accrestranche 2018 die betrekking heeft op het boekjaar 2018 is incidenteel verwerkt bij Voorjaarsnota.

Afrekening bcf 2018

Gemeenten kunnen uitgaven aan btw terugvragen via het btw-compensatiefonds (bcf). Wanneer er ruimte overblijft onder het plafond van het bcf wordt dit aan het gemeentefonds toegevoegd. De definitieve afrekening van het bcf 2018 is ‒ 66,9 miljoen euro.

Buurtsportcoaches

Dit betreft de overboeking vanuit de ministeries van VWS (60,8 miljoen euro) en OCW (12,5 miljoen euro) voor de decentralisatie-uitkering buurtsportcoaches 2019. Aan deze decentralisatie-uitkering zijn voorwaarden verbonden die volgens de Algemene Rekenkamer niet zijn toegestaan. Omdat gemeenten deze middelen ten tijde van de Voorjaarsnota verwachtten, is besloten om ze in 2019 wel als decentralisatie-uitkering met voorwaarden uit te keren. Voor 2020 en verder zijn de achterliggende afspraken tussen Rijk en gemeenten aangepast.

Loon- en prijsbijstelling 2019 – rijksbegroting

Jaarlijks worden de budgetten van de voormalige integratie-uitkering sociaal domein gecorrigeerd voor loon- en prijsbijstellingen. De middelen in de voormalige integratie-uitkering sociaal domein vallen deels onder het plafond rijksbegroting.

Maatschappelijke begeleiding

De middelen voor de jaarlijkse bijdrage aan het programma Maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden zijn vanuit SZW overgeboekt (32,6 miljoen euro).

Mutatie accres tranche 2019

Op basis van de geactualiseerde begroting van het Rijk voor 2019 lag de accrestranche 2019 voor het gemeentefonds 144,0 miljoen euro lager dan de raming ten tijde van de Miljoenennota 2019.

Ondersteuning gemeenten klimaat (incl. regionale energiestrategie)

BZK heeft voor de periode 2019 t/m 2021 middelen ter beschikking gesteld (140 miljoen euro). Deze middelen zijn aanvullend op de al gereserveerde middelen in de Klimaatenvelop voor onder andere de Proeftuinen Aardgasvrije Wijken. Nadruk bij deze aanvullende middelen ligt op de ondersteuning van de decentrale overheden bij het realiseren van de regionale energiestrategieën (34,6 miljoen euro) bij de transitievisies warmte (71,7 miljoen euro), de wijkaanpak (14,4 miljoen euro) en informatievoorziening voor de burger via energieloketten (12,4 miljoen euro). Daarnaast heeft BZK een overboeking van 6,5 miljoen euro naar het btw-compensatiefonds gemaakt.

Perspectief op werk

In het kader van de Intentieverklaring Perspectief op Werk (PoW) hebben 35 gemeenten namens hun arbeidsmarktregio elk een impulsfinanciering van 1 miljoen euro ontvangen voor hun actieplan om de kansen op de arbeidsmarkt optimaal te benutten.

Regiodeals, tweede tranche

Vanuit LNV zijn de middelen voor de tweede tranche van de regiodeals toegevoegd. Het betreft de middelen voor vijf gemeenten.

Regio-enveloppe Eindhoven 2019

De middelen voor de tranche 2019 vanuit de regio-enveloppen uit het Regeerakkoord zijn vanuit LNV overgeboekt. Deze bijdrage is bestemd voor Brainport Eindhoven. Aan deze decentralisatie-uitkering zijn voorwaarden verbonden die volgens de Algemene Rekenkamer niet zijn toegestaan. Omdat de regio Eindhoven deze middelen ten tijde van de Voorjaarsnota verwachtte, is besloten om ze in 2019 nog als decentralisatie-uitkering met voorwaarden uit te keren. De implicaties voor de vormgeving van deze bijdrage in volgende jaren worden momenteel bezien.

Voorlopige afrekening bcf 2019

Gemeenten kunnen uitgaven aan btw terugvragen via het btw-compensatiefonds (bcf). Wanneer er ruimte overblijft onder het plafond van het bcf wordt dit aan het gemeentefonds toegevoegd. Tussentijds wordt de ruimte geraamd. Op basis van de raming vond bij Miljoenennota een voorlopige afrekening plaats (80,8 miljoen euro) tussen het btw-compensatiefonds en het gemeentefonds voor het lopende uitvoeringsjaar.

Diversen - technisch

Er zijn diverse bedragen overgeboekt naar het gemeentefonds ovoor uiteenlopende onderwerpen, met name decentralisatie-uitkeringen. Deze vallen onder de ondergrens.

Loon- en prijsbijstelling 2019 – sociale zekerheid

Jaarlijks worden de budgetten van de voormalige integratie-uitkering sociaal domein gecorrigeerd voor loon- en prijsbijstellingen. De middelen in de voormalige integratie-uitkering sociaal domein vallen deels onder het plafond sociale zekerheid

Diversen – sociale zekerheid

Deze post bestaat uit diverse mutaties die onder de ondergrens vallen.

Ambulantisering in de ggz

Middels het «Hoofdlijnenakkoord ggz» en «Zorg op de Juiste Plaats» wordt binnen het ggz-domein ingezet op ambulantisering van de zorg. Dit leidt tot meer zorg in het gemeentelijk domein. Daartoe zijn er middelen toegevoegd aan het gemeentefonds.

Loon- en prijsbijstelling 2019 – zorg

Jaarlijks worden de budgetten van de voormalige integratie-uitkering sociaal domein gecorrigeerd voor loon- en prijsbijstellingen. De middelen in de voormalige integratie-uitkering sociaal domein vallen deels onder het plafond zorg.

Provinciefonds

PROVINCIEFONDS: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

2.407,7

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Wijziging betalingsverloop au 2019

‒ 26,3

Wijziging betalingsverloop du 2019

‒ 5,7

Diversen

0,0

 

‒ 32,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,0

 

0,0

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Afrekening accres 2018 incidenteel

‒ 22,7

Afrekening accres 2018 structureel

‒ 22,7

Mit 2019

14,2

Regiodeals, tweede tranche

67,2

Voorlopige afrekening bcf 2019

11,0

Diversen

44,3

 

91,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

59,4

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

2.467,1

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

2.467,1

PROVINCIEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,0

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Wijziging betalingsverloop AU en DU 2019

Dit betreft de wijziging van het betalingsverloop voor de algemene uitkering en decentralisatie uitkeringen 2019. Een beperkt deel van de uitkeringen kon in 2019 niet meer tot betaling komen. Omdat provincies recht hebben op deze bedragen wordt het kasbudget 2020 met dit bedrag opgehoogd. Dat maakt het mogelijk om de uitkeringen in 2020 alsnog tot betaling te laten komen.

Technische mutaties

Afrekening accres 2018

De omvang van het provinciefonds ademt mee met de Rijksbegroting. Omdat het Rijk in 2018 meer heeft uitgegeven dan het jaar ervoor, ontvangen provincies accres. Het definitieve accres voor 2018 ligt 22,7 miljoen euro lager ten opzichte van de raming ten tijde van de Miljoenennota 2019. Deze bijstelling van de accrestranche die betrekking heeft op 2019 en verder is structureel verwerkt bij Voorjaarsnota. De verwerking van de accrestranche 2018 die betrekking heeft op het boekjaar 2018 is incidenteel verwerkt bij Voorjaarsnota.

Mit 2019

Ten behoeve van de uitvoering van het decentrale deel van de MKB Innovatiestimulering Topsectoren, de MIT 2019, heeft EZK 14,2 miljoen euro overgeboekt ten behoeve van de provincies.

Regiodeals, tweede tranche

Dit betreft een verzamelboeking vanuit LNV voor de tweede tranche van de regiodeals. De verzamelboeking is bestemd voor bijdragen aan zeven verschillende provincies.

Voorlopige afrekening bcf 2019

Provincies kunnen uitgaven aan btw terugvragen via het btw-compensatiefonds (bcf). Wanneer er ruimte overblijft onder het plafond van het bcf wordt dit aan het provinciefonds toegevoegd. Een tekort wordt aan het provinciefonds onttrokken. Bij de Miljoenennota vond een voorlopige afrekening plaats (11 miljoen euro) tussen bcf en het provinciefonds voor het lopende uitvoeringsjaar.

Diversen – technisch

Er zijn diverse bedragen overgemaakt aan het provinciefonds om gemeenten te compenseren voor kosten aan uiteenlopende onderwerpen, met name decentralisatie-uitkeringen. Deze vallen onder de ondergrens.

Infrastructuurfonds

INFRASTRUCTUURFONDS: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

7.368,0

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Saldo 2019 hoofdvaarwegennet realisatie

‒ 17,3

Diversen

‒ 36,4

 

‒ 53,7

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Saldo 2018

351,5

Saldo 2019 hoofdwegennet

‒ 44,0

Saldo 2019 megaprojecten verkeer en vervoer

‒ 58,7

Saldo 2019 spoorwegen

‒ 103,6

Saldo 2019 verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

24,1

Diversen

‒ 15,1

 

154,2

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Actualisatie investeringsritme

‒ 1.544,3

Actualisatie ontvangsten 2019

‒ 38,1

Afrekening t3 2018 prorail

46,7

Bijdragen derden hoofdwegennet

37,2

Inpassing dbfm a16 rotterdam

‒ 95,2

Inpassing dbfm a24 blankenburgverbinding

‒ 181,9

Kornwerderzand

40,0

Prijsbijstelling 2019

126,7

Diversen

‒ 98,7

 

‒ 1.707,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 1.607,3

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

5.760,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

5.760,8

INFRASTRUCTUURFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

7.368,0

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

‒ 5,1

 

‒ 5,1

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Saldo 2018

155,9

Saldo 2019 hoofdwegennet ontvangsten

‒ 46,0

Saldo 2019 megaprojecten verkeer en vervoer ontvangsten

‒ 156,9

Diversen

5,6

 

‒ 41,4

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Actualisatie investeringsritme

‒ 1.544,3

Actualisatie ontvangsten 2019

‒ 38,1

Afrekening t3 2018 prorail

46,7

Bijdragen derden hoofdwegennet

37,2

Inpassing dbfm a16 rotterdam

‒ 95,2

Inpassing dbfm a24 blankenburgverbinding

‒ 181,9

Kornwerderzand

40,0

Prijsbijstelling 2019

126,7

Diversen

‒ 98,7

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Saldo 2018

195,5

 

‒ 1.512,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 1.558,7

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

5.809,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

5.809,3

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Saldo 2019 hoofdvaarwegennet realisatie

De lagere uitgaven op het hoofdvaarwegennet realisatie wordt voornamelijk veroorzaakt door vertraging bij een aantal projecten waaronder de Nieuwe Sluis Terneuzen (-5,7 miljoen euro) en het project Lemmer-Delfzijl 1 (-2,6 miljoen euro) en de Maasroute 2e fase (-1,1 miljoen euro).

Diversen

Onder diversen vallen verschillende mutaties die bij Slotwet zijn opgetreden, voornamelijk op de artikelen Spoor (-16,6 miljoen euro, grotendeels door vertraging in belsuitvorming rondom het project infraspeed en bij aanleg HSL-Zuid) en het artikel Hoofdwegennet (per saldo ‒ 7,5 miljoen euro, voornamelijk door vertraging bij het project Wantijbrug).

Beleidsmatige mutaties

Saldo 2018 - uitgaven en niet-belastingontvangsten

Het voordelig saldo over 2018 is in 2019 toegevoegd aan de begroting van het Infrastructuurfonds. Het saldo 2018 bedraagt 351,5 miljoen euro op de uitgaven en 155,9 miljoen euro op de ontvangsten, waardoor het netto saldo (uitgaven minus ontvangsten) uitkomt op 195,5 miljoen euro

Saldo 2019 Hoofdwegennet

Er is minder uitgegeven dan verwacht op het artikel Hoofdwegennet. Dit bedrag bestaat met name uit lagere uitgaven aan beheer en onderhoud (-6,1 miljoen euro) door vertraging in de vervanging- en renovatieprojecten van KWN200 Rijnlandse Boezemwater en door een gewijzigd kasritme bij het project Vervanging en Investering Tunnels II.

Saldo 2019 Megaprojecten verkeer en vervoer

Er is minder uitgegeven dan verwacht op het artikel Megaprojecten verkeer en vervoer. Dit bedrag bestaat met name uit:

  • Lagere uitgaven aan project ERTMS (-54,5 miljoen euro) doordat de programmabeslissing later genomen is dan gepland, als gevolg van het opvolgen van aanbevelingen van de Bureau ICT Toetsing (BIT-toets).

  • Lagere uitgaven aan project Zuidas Dok (-19,2 miljoen euro) door uitloop van werkzaamheden aan de OV-terminal.

  • Hogere uitgaven dan verwacht (+20,1 miljoen euro) aan Programma Hoogfrequent Spoor.

Saldo 2019 Spoorwegen

Op dit artikel was sprake van:

  • Lagere uitgaven aan beheer en onderhoud (-12,6 miljoen euro) door lagere uitgaven aan ProRail omdat de subsidievaststelling 2018 lager uit is gevallen en de compensatie BTW gebruiksvergoeding december niet meer tot betaling is gekomen in 2019.

  • Lagere uitgaven aan aanleg (-82,0 miljoen euro) door vertraging bij onder andere het project Fietsparkeren Den Haag en Zwolle (-24,0 miljoen euro) en het programma overwegen (-14,0 miljoen euro) door een langere doorlooptijd in de planuitwerking.

  • Lagere uitgaven aan geïntegreerde contracten (-9,0 miljoen euro) doordat betalingen voor Infraspeed niet meer plaats hebben gevonden in 2019.

Saldo 2019 Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Er is minder uitgegeven dan verwacht op het artikel. Dit bedrag bestaat uit:

  • Lagere uitgaven aan Verkenningen (-5,0 miljoen euro) o.a. korte termijnmaatregelen A2 Den Bosch-Deil

  • Per saldo lagere uitgaven aan Reserveringen (-12,3 miljoen euro) door hogere uitgaven aan MOC Kustwacht (+8,8 miljoen euro) en lagere uitgaven aan Metropool Regio Den Haag (-9,8 miljoen euro) en subsidieregeling Derde Spoor Duitsland (1,7 miljoen euro).

  • Hogere uitgaven dan verwacht op Investeringsruimte Wegen (+37,0 miljoen euro) door terugbetaling aan Rijkswaterstaat voor een Landelijk Tunnelregisseur.

Diversen

Deze post bestaat voornamelijk uit saldo 2019 Hoofdvaarwegennet (-7,0 miljoen euro) o.a. doordat de reservering Kornwernderzand in 2019 niet tot uitgaven heeft geleid (-40,0 miljoen euro), lagere uitgaven op het project Lichtere IJmuiden (energiehaven) (-24,8 miljoen euro) en hogere uitgaven aan o.a. Renovatie Waalbrug door Chroom 6 (+13,3 miljoen euro) . Daarnaast nog uitgaven aan Spoorknoop Groningen (-4,7 miljoen euro) en project Daalsetunnels (-4,1 miljoen euro).

Technische mutaties

Actualisatie programma - uitgaven en niet-belastingontvangsten

Dit betreft het deel van de actualisatie waarbij de prognoses voor de ontvangsten en de prognose hoofdvaarwegennet zijn bijgesteld middels desalderingen.

Afrekening t3 2018 prorail - uitgaven en niet-belastingontvangsten

Per tertaal verstrekt IenW een voorschot aan subsidie aan ProRail op basis van de door ProRail ingeschatte uit te voeren werkzaamheden in dat tertaal. Vervolgens is op basis van de werkelijke uitgaven het voorschot van het tertaal ervoor afgerekend. In t3 was het voorschot hoger dan de afrekening. Dit verschil is als ontvangst geboekt.

Bijdragen derden hoofdwegennet- uitgaven en niet-belastingontvangsten

De hogere bijdragen van derden hebben vooral betrekking op de projecten A15 Ressen (extra werk aanleg snelfietsroute), N35 Nijverdal-Wierden (extra werk aan ecoduct ivm spoor), N18 Varsseveld-Enschede (Bijdrage Haaksbergen voor verdiepte ligging Geukerdijk) en Beter Benutten (Extra bijdrage van de prov GLD aan het project Multimodaal Overslag Het Zwarte Schaar Doesburg in verband met hogere kosten voor zwaardere damwanden).

Inpassing DBFM a 16 Rotterdam en a24 Blankenburgverbinding - uitgaven en niet-belastingontvangsten

De projectbudgetten voor de DBFM-projecten A16 Rotterdam en A24 Blankenburgverbinding zijn omgezet in begrotingsreeksen voor betaling van de jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding.

Kornwerderzand - uitgaven en niet-belastingontvangsten

Ten behoeve van de verbreding van de sluis en bruggen bij Kornwerderzand is een bijdrage van 40 miljoen euro beschikbaar gesteld in 2019.

Prijsbijstelling 2019 - uitgaven en niet-belastingontvangsten

De prijsbijstelling tranche 2019 voor het Infrastructuurfonds is vanuit de IenW-begroting toegevoegd.

Diversen - uitgaven en niet-belastingontvangsten

Deze post bestaat voor een belangrijk deel uit overboekingen naar het PF/GF (-36,2 miljoen euro, o.a. voor Smart mobility, het programma beter benutten en slimme/duurzame mobiliteit) en naar het BCF (-22,3 miljoen euro). Daarnaast is er budget overgeboekt naar HXII artikel 25 (Brede Doel Uitkering),in het kader van het Kwaliteitsprogramma Blankenburgverbinding (-20,2 miljoen euro) en het programma Beter Benutten en Snelfietsroutes (-12,5 miljoen euro) .

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Diversen

De per saldo lagere ontvangsten zijn met name het gevolg van het uitblijven van een ontvangst van de gemeente Amsterdam inzake afrekening BTW (-9,5 miljoen euro) en lagere ontvangsten op het hoofdwegennet (-7.5 miljoen euro). Daartegenover staan hogere ontvangsten op het hoofdvaarwegennet (9,2 miljoen euro).

Beleidsmatige mutaties

Saldo 2019 hoofdwegennet ontvangsten

Deze post bestaat met name uit lagere ontvangsten dan verwacht vanuit provincie Limburg door vertraging ontstaan door stikstof problematiek (-25,0 miljoen euro) en vertraging in een tracébesluit op N33 Zuidbroek Appingedam (-22,3 miljoen euro).

Saldo 2019 megaprojecten verkeer en vervoer ontvangsten

Deze post bestaat met name uit ontvangsten van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Vught voor het Programma Hoogfrequent Spoor-project Meteren-Boxtel die niet in 2019 plaatsvinden (-130 miljoen euro) en vertraging bij Zuidas Dok waardoor de bijdrage vanuit Provincie Noord-Holland niet meer in 2019 plaatsvindt (-27,0 miljoen euro).

Diversen

Deze post bestaat voornamelijk uit saldo 2019 Hoofdvaarwegennet (-7,0 miljoen euro) bestaande uit het niet tot besteding komen van de reservering Kornwernderzand (-40,0 miljoen euro) en Lichtere IJmuiden (energiehaven) (-24,8 miljoen euro) en hogere uitgaven aan o.a. Renovatie Waalbrug door Chroom 6 (+13,3 miljoen euro) . Daarnaast nog uitgaven aan Spoorknoop Groningen (-4,7 miljoen euro) en project Daalsetunnels (-4,1 miljoen euro).

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Dit is het Saldo 2018 dat in 2019 is toegevoegd aan de begroting van het Infrastructuurfonds.

Diergezondheidsfonds

DIERGEZONDHEIDSFONDS: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

34,6

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Slotwetmutatie 2019 mbt crisisreserve

6,0

Diversen

‒ 3,2

 

2,8

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Correctie standen dgf om plafonds op nul te laten sluiten

‒ 5,2

Diversen

0,1

 

‒ 5,1

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

7,8

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Toevoeging eindsaldo dgf 2018 aan 2019

23,1

 

30,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

28,6

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

63,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

63,2

DIERGEZONDHEIDSFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

34,6

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

2,8

 

2,8

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Aansluiting standen aan begroting dgf 2020

‒ 28,3

Correctie standen dgf

23,1

Diversen

0,1

 

‒ 5,1

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

7,8

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Aansluiting standen aan begroting dgf 2020

23,1

Correctie standen dgf

‒ 23,1

Toevoeging eindsaldo dgf 2018 aan 2019

23,1

 

30,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

28,6

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

63,2

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

63,2

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Diversen

Deze post bevat enkele mutaties als gevolg van verschillen tussen raming en realisatie in 2019.

Technische mutaties

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Dit betreft de toevoeging van het eindsaldo 2018 ad 23,1 miljoen euro aan 2019 en de vorming van een crisisreserve ad 7,8 miljoen euro.

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Diversen

Deze post bevat enkele mutaties als gevolg van verschillen tussen raming en realisatie in 2019.

Beleidsmatige mutaties

Aansluiting standen aan begroting DGF 2020

Dit is een verzamelpost van mutaties met betrekking tot aansluiting standen aan de begroting diergezondheidsfonds 2020.

Correctie standen DGF

Deze mutatie betreft een correctie van de standen van het diergezondheidsfonds.

Technische mutaties

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Dit betreft de toevoeging van het eindsaldo 2018 ad 23,1 miljoen euro aan 2019 en de vorming van een crisisreserve ad 7,8 miljoen euro.

Accres Gemeentefonds

ACCRES GEMEENTEFONDS: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

302,6

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Accres tranche 2018

‒ 295,3

Accres tranche 2019

‒ 89,1

Bijstelling bcf

‒ 285,5

Diversen

0,0

 

‒ 669,9

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Accres gemeentefonds

439,4

Accres tranche 2019

‒ 54,9

Afrekening bcf

‒ 354,2

Bijstelling bcf

337,0

 

367,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 302,6

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

ACCRES GEMEENTEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,0

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

Uitgaven

Accres tranche 2018 & accres tranche 2019

De indexatie van het gemeentefonds ademt mee met de Rijksbegroting. Op basis van de gerealiseerde begroting van het Rijk voor 2018 en de geactualiseerde begroting voor 2019 wijzigde de accrestranche 2018 respectievelijk 2019 voor het gemeentefonds.

Accres gemeentefonds

Het bijgestelde accres wordt bij Voorjaarsnota en Miljoenennota overgeboekt aan het gemeentefonds.

Bijstelling BCF

Het plafond van het BCF is gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF.

Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en provinciefonds. Bij een realisatie later dan het plafond, komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. De toevoeging of uitname wordt over het gemeentefonds en provinciefonds verdeeld conform de aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF in het gerealiseerde jaar.

In 2019 is het aandeel van de gemeenten 112,4 miljoen euro in de geraamde ruimte onder het plafond voor 2019 bestemd voor het Gemeentefonds. De definitieve berekening van het plafond en de bijbehorende afrekening van het BCF voor 2019 vindt plaats bij Voorjaarsnota 2020.

Accres Provinciefonds

ACCRES PROVINCIEFONDS: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

41,8

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Accres tranche 2018

‒ 45,3

Bijstelling bcf

‒ 33,4

Diversen

‒ 1,8

 

‒ 80,5

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

38,7

 

38,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 41,8

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

ACCRES PROVINCIEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,0

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

Uitgaven

Accres tranche 2018 & accres tranche 2019

De indexatie van het pronvinciefonds ademt mee met de Rijksbegroting. Op basis van de gerealiseerde begroting van het Rijk voor 2018 en de geactualiseerde begroting voor 2019 wijzigde de accrestranche 2018 respectievelijk 2019 voor het provinciefonds. De wijziging in de tranche 2019 valt onder de post diversen.

Accres provinciefonds

Het bijgestelde accres wordt bij Voorjaarsnota en Miljoenennota overgeboekt aan het gemeentefonds. Deze overboeking valt onder de post diversen.

Bijstelling BCF

Het plafond van het BCF is gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het provinciefonds en provinciefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF.

Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en provinciefonds. Bij een realisatie later dan het plafond, komt het verschil ten gunst van het gemeentefonds en provinciefonds. De toevoeging of uitname wordt over het gemeentefonds en provinciefonds verdeeld conform de aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF in het gerealiseerde jaar.

In 2019 is het aandeel van de provincies 17,7 miljoen euro in de geraamde ruimte onder het plafond voor 2019 bestemd voor het Provinciefonds. De definitieve berekening van het plafond en de bijbehorende afrekening van het BCF voor 2019 vindt plaats bij Voorjaarsnota 2020.

BES-fonds

BES-FONDS: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

38,3

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

0,0

 

0,0

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

6,0

 

6,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

6,0

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

44,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

44,3

BES-FONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,0

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

Uitgaven

Technische mutaties

Diversen

De loon- en prijsbijstelling zijn toegevoegd aan het BES-fonds. Tevens is het fonds geactualiseerd als gevolg van de huidige wisselkoers van de dollar ten opzichte van de euro.

Deltafonds

DELTAFONDS: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

1.042,9

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Saldo 2019: investeren in waterveiligheid realisatie

‒ 18,3

Diversen

‒ 18,1

 

‒ 36,4

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Kasschuiven investeren in waterkwaliteit

‒ 33,9

Kasschuiven investeren in waterveiligheid

66,3

Saldo 2018

24,5

Saldo 2019 investeren in waterkwaliteit

‒ 33,5

Saldo 2019 investeren in waterveiligheid

61,7

Saldo 2019 investeren in zoetwatervoorziening

‒ 17,6

Diversen

‒ 10,2

 

57,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

12,0

 

12,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

32,9

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

1.075,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

1.075,8

DELTAFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

1.042,9

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Diversen

7,6

 

7,6

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Kasschuiven investeren in waterveiligheid

36,5

Diversen

‒ 9,2

 

27,3

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

12,0

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Diversen

29,9

 

41,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

76,9

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

1.119,8

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

1.119,8

Uitgaven

Mee-en tegenvallers

Saldo 2019: investeren in waterveiligheid realisatie

De lagere uitgaven op het artikel investeringen in Waterveiligheid zijn voornamelijk het gevolg van vertraagde financiële afwikkeling bij de waterschapsprojecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma-2 (HWBP-2, ‒ 10 miljoen euro), vertraging bij het project Versterking Eemdijk (-6,5 miljoen euro). en door vertraagde besluitvorming bij de waterschapsprojecten van het HWBP (-7 miljoen euro).

Diversen

De twee belangrijkste meevallers onder de post diversen bestaan uit een vertraging bij het project aanpak ecologie grote wateren (-6,3 miljoen euro) en lagere uitgaven voor het project Afsluitdijk omdat de beschikbaarheidsvergoeding Q3-2019 van het project niet is betaald (-4,9 miljoen euro).

Beleidsmatige mutaties

Kasschuiven investeren in waterkwaliteit

Om binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma toegepast. Door middel van een kasschuif via artikel 01.02 zijn de bedragen in de juiste jaren geplaatst.

Kasschuiven investeren in waterveiligheid, uitgaven en niet-belastingontvangsten

Om binnen het Deltafonds tot een sluitende programmering te komen, zijn budgettair neutrale kasschuiven over de diverse jaren via het aanlegprogramma toegepast. De omvangrijkste kasschuiven hebben zich voorgedaan bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Saldo 2018, uitgaven en niet-belastingontvangsten

Het voordelig saldo over 2018 is bij Voorjaarsnota 2019 toegevoegd aan de begroting van het Deltafonds. Het saldo 2018 bedroeg 24,5 miljoen euro op de uitgaven en ‒ 5,5 miljoen euro op de ontvangsten, waardoor het netto saldo (uitgaven minus ontvangsten) uitkwam op 29,9 miljoen euro.

Saldo 2019 investeren in waterkwaliteit

Op artikel 7 is minder uitgegeven dan verwacht, met name doordat de pilots aanvullende zuivering van medicijnresten door waterschappen later starten (-25 miljoen euro).

Saldo 2019 investeren in waterveiligheid

Op artikel 1 is per saldo meer uitgegeven dan voorzien, met name door versnellingen op projecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma en reserveringen die doorschuiven naar komend jaar, zoals Koppelstukken Markermeerdijk waar betalingen eerder plaatsvinden (+19 miljoen euro) en Vecht-Zuid door samenvoeging van twee projecten (+7 miljoen euro). Daartegenover staan ook vertragingen in andere projecten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma, zoals het project Rivierverruiming Rijn en Maas (-6 miljoen euro) door vertraging in bestuurlijke afspraken en in project Ijsseldelta fase 2 door actualisatie van de uitvoeringsplanning (-6 miljoen euro).

Saldo 2019 investeren in zoetwatervoorziening

Op artikel 2 is minder uitgegeven dan verwacht, voornamelijk door vertragingen in project Lopikerwaard (-9,5 miljoen euro) als gevolg van een complex gebiedsproces en project Ecologische Maatregelen Markermeer (-7,6 miljoen euro) als gevolg van de Raad van State-uitspraak over Programma Aanpak Stikstof.

Diversen

Deze post bestaat met name uit het saldo 2019 van het artikel netwerkgebonden kosten en overige uitgaven (-13,7 miljoen euro), het saldo 2019 van het DBFM contract Afsluitdijk (+10,1 miljoen euro) en het saldo 2019 van beheer, onderhoud en vervanging (-9,1 miljoen euro).

Technische mutaties

Diversen, uitgaven en niet-belastingontvangsten

Dit is een saldo van verschillende technische mutaties, waaronder het uitkeren van de prijsbijstelling 2019 (23,9 miljoen euro), een overboeking naar Rijkswaterstaat voor de uitvoering van het programma Duurzaam voor Elkaar (3,7 miljoen euro) en enkele desalderingen wegens een overboeking aan het Gemeentefonds en Provinciefonds in het kader van Zoetwatervoorziening. (-5,2 miljoen euro).

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Diversen

Onder deze post vallen een terugbetaling door het waterschap Hollandse Delta voor onderdelen van de compenserende maatregelen in zoetwatervoorziening (6,9 miljoen euro) en per saldo lagere ontvangsten (-4,2 miljoen euro) op het artikel investeren in waterveiligheid (voornamelijk het gevolg van lagere ontvangsten bij het HWBP omdat niet alle waterschappen in de gelegenheid waren de solidariteitsbijdrage in zijn geheel in 2019 te betalen).

Beleidsmatige mutaties

Diversen

Onder deze post valt het saldo 2018 niet-belastingontvangsten (-5,5 miljoen euro).

Technische mutaties

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Dit is het Saldo 2018 dat in 2019 is toegevoegd aan de begroting van het Deltafonds.

Prijsbijstelling

PRIJSBIJSTELLING. : UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

624,2

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Uitkeren prijsbijstelling

‒ 553,4

Diversen

7,2

Sociale zekerheid

 

Diversen

‒ 7,7

Zorg

 

Diversen

‒ 2,1

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Uitkeren prijsbijstelling

‒ 72,9

Diversen

4,7

 

‒ 624,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 624,2

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

PRIJSBIJSTELLING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,0

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

Uitgaven

Prijsontwikkeling

De prijsbijstelling wordt berekend door de grondslag (de prijsgevoelige gedeelten van de departementale begrotingen) te vermenigvuldigen met de betreffende prijsontwikkeling. De prijsontwikkeling wordt geactualiseerd op basis van de ramingen van het Centraal Planbureau. Het uitgavenplafond wordt aangepast voor loon- en prijsontwikkelingen. Prijsontwikkelingen staan daarom onder de (post diversen van) technische mutaties.

Uitkeren prijsbijstelling

De prijsbijstelling tranche 2019 is uitgekeerd aan de departementen.

Diversen

De post diversen bevat de ontwikkeling van de prijsbijstelling voor de verschillende uitgavenplafonds. Daarnaast bevat de post diversen de uitkering van de prijsbijstelling tranche 2019 op de deelplafonds Sociale zekerheid en Zorg. Vanwege de kleine omvang van de betreffende mutaties vallen deze onder de post diversen.

Arbeidsvoorwaarden

ARBEIDSVOORWAARDEN: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

2005,4

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Loon- en prijsontwikkeling

‒ 198,9

Loonbijstelling tranche 2019

‒ 1711,7

Diversen

3,4

Sociale zekerheid

 

Loonbijstelling tranche 2019

‒ 69,5

Diversen

‒ 10,5

Zorg

 

Diversen

‒ 18,1

 

‒ 2005,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 2005,4

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

ARBEIDSVOORWAARDEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,0

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

Uitgaven

Technische mutaties

Loon - en prijsontwikkeling

De uitgaven voor de loonbijstelling zijn lager uitgevallen dan begroot als gevolg van inzichten op basis van de CEP 2019 van het Centraal Planbureau in de ontwikkeling van de lonen en sociale werkgeverslasten.

Loonbijstelling tranche 2019

De loonbijstelling tranche 2019 is overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Koppeling Uitkeringen

KOPPELING UITKERINGEN: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

458,1

Beleidsmatige mutaties

 

Sociale zekerheid

 

Uitdelen nominale ontwikkeling

‒ 449,1

Diversen

‒ 0,1

 

‒ 449,2

Technische mutaties

 

Sociale zekerheid

 

Diversen

‒ 8,9

 

‒ 8,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 458,1

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

KOPPELING UITKERINGEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

33,7

Beleidsmatige mutaties

 

Sociale zekerheid

 

Diversen

‒ 4,0

 

‒ 4,0

Technische mutaties

 

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Diversen

‒ 29,7

 

‒ 29,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 33,7

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Uitdelen nominale ontwikkeling

Dit is een overboeking naar de begroting van SZW (hoofdstuk 15) om de begrotingsgefinancierde uitkeringen op prijspeil 2019 te brengen.

Niet-belastingontvangsten

Technische mutaties

Diversen

Dit betreft de uitkering van de nominale ontwikkeling van de werkgeversbijdrage Kinderopvangtoeslag. Deze telt niet mee voor het uitgavenplafond om dubbeltelling te voorkomen.

Algemeen

ALGEMEEN: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

2485,2

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Afboeking loon- en prijsbijstelling tranche 2018 (plafond r)

‒ 18,9

Afboeking loon- en prijsbijstelling tranche 2019 (plafond r)

‒ 19,0

Afboeking reservering wederopbouw sint maarten

‒ 177,7

Diversen

‒ 0,9

 

‒ 216,5

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Invullen in=uittaakstelling rijksbegroting

829,2

Kasschuif aanvullende middelen klimaatakkoord: warmtefonds

‒ 250,0

Kasschuif a3 belastingdienst

‒ 181,9

Kasschuif f29 cofinanciering fonds warme sanering varkenshouderij

‒ 62,6

Kasschuif l107 stimulering ombouw laagcalorisch naar hoogcalorisch

‒ 15,0

Kasschuif reservering groningen

‒ 15,3

Kasschuif reservering wederopbouw sint maarten

190,9

Opboeken in=uittaakstelling rijksbegroting

‒ 776,4

Reservering klimaatakkoord

400,0

Reservering venezuela

23,8

Vrijval reservering bni-revisie

‒ 181,6

Diversen

‒ 17,7

Sociale zekerheid

 

Diversen

0,0

 

‒ 56,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Overboeking b12 ondermijningsbestrijdingsfonds

‒ 100,0

Overboeking b5 politie

‒ 37,2

Overboeking b6 digitalisering werkprocessen strafrechtketen

‒ 70,0

Overboeking c20 uitbreiding slagkracht, cyber en werkgeverschap

‒ 110,0

Overboeking e23 envelop klimaat

‒ 300,0

Overboeking f30 fonds bedrijfsopvolging agrarische sector

‒ 50,0

Overboeking g39 maatschappelijke diensttijd

‒ 35,0

Overboeking g43 intensivering erfgoed en monumenten

‒ 35,6

Overboeking h59 preventiemaatregelen

‒ 41,2

Overboeking l105 reservering regionale knelpunten

‒ 209,7

Overboeking l108 gasfonds groningen

‒ 44,4

Overboeking reservering aanvullende middelen klimaatakkoord naar bzk

‒ 150,0

Overboeking reservering bni-revisie

‒ 318,5

Overboeking reservering groningen

‒ 82,6

Diversen

‒ 128,1

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Kasschuif j101 eigen vermogen invest-nl (niet-plafondrelevant)

‒ 400,0

Kasschuif j101 investnl

‒ 50,0

Overboeking j101 eigen vermogen invest-nl

‒ 50,0

 

‒ 2212,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 2485,2

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

ALGEMEEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

0,0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

0,0

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

0,0

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

0,0

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Afboeking loon- en prijsbijstelling tranche 2018 (plafond r)

Een deel van de gereserveerde loon- en prijsbijstelling is in 2019 niet tot besteding gekomen en wordt daarom afgeboekt.

Afboeking loon- en prijsbijstelling tranche 2019 (plafond r)

Een deel van de gereserveerde loon- en prijsbijstelling is in 2019 niet tot besteding gekomen en wordt daarom afgeboekt.

Afboeking reservering wederopbouw sint maarten

In 2017 is 550 miljoen euro gereserveerd op de aanvullende post voor de wederopbouw van Sint Maarten. Van de gereserveerde middelen voor 2019 is 177,7 miljoen euro niet tot besteding gekomen. Deze middelen blijven behouden en worden toegevoegd aan de begroting van de aanvullende post voor 2020.

Diversen

De post diversen bevat de afboeking van de niet tot besteding gekomen Duitse oorlogsuitkeringen.

Beleidsmatige mutaties

Invullen in=uittaakstelling rijksbegroting

De in=uittaakstelling voor 2019, de boekhoudkundige tegenhanger van de opgeboekte eindejaarsmarges, is gedurende 2019 gedeeltelijk ingevuld.

Kasschuif aanvullende middelen klimaatakkoord: warmtefonds

Met deze kasschuif worden de middelen die bij het sluiten van het Klimaatakkoord gereserveerd zijn voor een warmtefonds voor woningeigenaren in het juiste kasritme gezet.

Kasschuif A3 belastingdienst

Een deel van de beschikbare middelen voor Beheerst vernieuwen voor de Belastingdienst voor 2019 komt dit jaar niet tot besteding en wordt middels een kasschuif naar latere jaren geschoven.

Kasschuif F29 cofinanciering fonds warme sanering varkenshouderij

LNV heeft een kasschuif aangevraagd om de middelen op zo’n manier te verdelen dat de warme sanering van de varkenshouderij in samenwerking met lokale stakeholders doelmatig uitgevoerd kan worden. Deze kasschuif zet de gereserveerde in het juiste kasritme.

Kasschuif L107 stimulering ombouw laagcalorisch naar hoogcalorisch

Het ritme van het budget voor de ombouw van industriële grootverbruikers van laag- naar hoogcalorisch gas komt niet meer overeen met de momenten waarop de middelen daadwerkelijk noodzakelijk zijn. Met deze kasschuif worden de middelen in het juiste ritme geplaatst.

Kasschuif reservering Groningen

Voor 2019 was op de aanvullende post nog 97,9 miljoen euro beschikbaar voor Groningen waarvan nu 82,6 miljoen euro aan de begroting van EZK toegevoegd voor o.a. de versterkingsoperatie ‘batch 1588’ en de operationele kosten voor het woonbedrijf. De resterende middelen van 15,3 miljoen euro komen in 2019 niet tot besteding maar blijven beschikbaar voor Groningen en worden d.m.v. deze kasschuif toegevoegd aan de jaren 2020-2022.

Kasschuif reservering wederopbouw sint maarten

In 2017 is 550 miljoen euro gereserveerd op de aanvullende post voor de wederopbouw van Sint Maarten. Van de gereserveerde middelen is 191 miljoen euro nog niet tot besteding gekomen. Deze middelen zijn bij Financieel Jaarverslag Rijk 2018 afgeboekt en worden nu middels kasschuif weer toegevoegd aan de begroting van de aanvullende post voor 2019.

Opboeken in=uittaakstelling rijksbegroting

Bij Voorjaarsnota zijn de eindejaarsmarges uit 2018 toegevoegd aan de departementale begrotingen. De in=uittaakstelling, de boekhoudkundige tegenhanger van de opgeboekte eindejaarsmarges, wordt ingeboekt op de aanvullende post.

Reservering klimaatakkoord

Voor het Klimaatakkoord zijn er middelen gereserveerd op de aanvullende post. Middelen worden na sluiting van het Klimaatakkoord uitgekeerd onder voorbehoud van een doelmatig bestedingsplan met daarin onder andere aandacht voor hoe en wanneer wordt geëvalueerd en hoe hiervoor data worden verzameld. Middelen kunnen, afhankelijk van de overwegingen op het gebied van doelmatigheid, voor meerdere jaren worden uitgekeerd.

Reservering Venezuela

Het kabinet maakt generale middelen vrij voor de bijstandsverzoeken van Aruba en Curaçao voor de toegenomen migratie als gevolg van de politieke situatie in Venezuela. De specifieke besteding van de middelen wordt gecoördineerd door de staatssecretaris van BZK en de middelen worden gereserveerd op de aanvullende post.

Vrijval reservering bni-revisie

Naar aanleiding van de bronnenrevisie van het CBS is het Nederlandse BNI opwaarts bijgesteld. Voor 2019 leidt dit via de jaarlijkse nacalculatie van de EU-afdrachten tot ophoging van deze afdracht met 318 miljoen euro. Eerder is hiervoor in de begroting een reservering van 500 miljoen euro getroffen. De verhoging van de afdracht wordt overgeboekt naar de begroting van Buitenlandse Zaken. De resterende 182 miljoen euro komt ten goede van de staatsschuld.

Diversen - Rijksbegroting

Onder de post diversen vallen overhevelingen van de aanvullende post naar verschillende begrotingen. Het gaat hier voornamelijk om middelen van het Regeerakkoord zoals cultuur, warme sanering varkenshouderij, visserij.

Diversen - Sociale zekerheid

Deze post bestaat uit de opboeking van de in=uittaakstelling op het deelplafond Sociale Zekerheid. De in=uittaakstelling is de boekhoudkundige tegenhanger van de opgeboekte eindejaarsmarges.

Technische mutaties

Overboeking B12 ondermijningsbestrijdingsfonds

Er is incidenteel 100 miljoen euro van de aanvullende post naar het ministerie van Justitie en Veiligheid overgeheveld ten behoeve van de aanpak van ondermijnende criminaliteit zoals aangekondigd in de Nota van Wijziging (Kamerstukken 35000-VI, nr. 12).

Overboeking B5 politie

JenV ontvangt middelen vanaf de aanvullende post voor verschillende doeleinden uit het Regeerakkoord met betrekking tot de Politie, onder andere voor het terugdringen van arbeidsverzuim, voor een vrijgestelde hulpofficier voor ieder basisteam en voor het centraliseren van arrestantenzorg. Daarnaast is de volgende tranche van B5 Politie (bestedingsplan 2018) overgeheveld.

Overboeking B6 digitalisering werkprocessen strafrechtketen

De Regeerakkoordmiddelen voor de digitalisering van werkprocessen in de strafrechtketen zijn overgeheveld naar de JenV-begroting. De middelen worden besteed aan verscheidende projecten met als doel om papier uit de keten te krijgen, de dienstverlening te verbeteren en te investeren in de kernsystemen. Een deel van de middelen wordt ingezet voor dekking van tekorten in de justitiële ketens.

Overboeking C20 uitbreiding slagkracht, cyber en werkgeverschap

In het regeerakkoord is structureel 1,51 miljard euro aan extra budget voor de krijgsmacht vrijgemaakt. De reeks C20 uitbreiding slagkracht, cyber en werkgeverschap was eerder al gedeeltelijk aan de Defensiebegroting toegevoegd. Met deze overboeking van de aanvullende post staat het volledige bedrag op de Defensiebegroting toegevoegd.

Overboeking E23 envelop klimaat

In het regeerakkoord is een enveloppe van 300 miljoen euro per jaar opgenomen op de aanvullende post voor klimaat (maatregel E23 uit het regeerakkoord). Nadat het Klimaatakkoord is afgesloten, zijn de middelen overgeheveld naar de departementale begrotingen van BZK, EZK, IenW en LNV.

Overboeking F30 fonds bedrijfsopvolging agrarische sector

In het regeerakkoord is opgenomen dat er, om de bedrijfsopvolging binnen het boerenbedrijf te steunen, een fonds voor ondersteuning van bedrijfsopvolging bij jonge agrariërs komt. Dit wordt vormgegeven via een garantieregeling waarmee starters/overnemers aanvullende investeringen kunnen doen voor verduurzaming. Daarnaast worden jonge agrariërs ondersteund bij de socio-economische aspecten van overnames. Voor 2019 wordt 50 miljoen euro en voor 2020 wordt 25 miljoen euro overgeboekt naar de begroting van LNV.

Overboeking G39 maatschappelijke diensttijd

De resterende middelen voor 2019 voor Maatschappelijke diensttijd worden vrijgegeven voor een derde ronde projecten. Deze middelen worden toegevoegd aan de begroting van VWS. Het in stappen vrijgeven van middelen past bij de vroege fase van dit programma, waarbij de ervaringen uit pilotprojecten worden gebruikt om het definitieve instrument te ontwikkelen.

Overboeking G43 intensivering erfgoed en monumenten

Dit betreft de overboeking van de resterende middelen uit de Regeerakkoordreeks voor erfgoed en monumenten naar de begroting van OCW.

Overboeking H59 preventiemaatregelen

In het regeerakkoord zijn middelen vrijgemaakt voor preventiemaatregelen. Deze worden ingezet voor het Nationaal Preventieakkoord met als doel het verbeteren van de gezondheid van mensen, voor de preventie en ondersteuning bij onbedoelde (tiener) zwangerschappen en onderzoek naar de effectiviteit van preventieve interventies.

Overboeking L105 reservering regionale knelpunten

Deze overboeking betreft middelen vanuit de regio envelop voor de preferente opgaven Eindhoven en Zeeland. Ook zijn er middelen beschikbaar gesteld voor de BES-eilanden. De middelen uit de Regio Envelop worden vanaf de LNV-begroting doorgezet naar het provinciefonds en het gemeentefonds of lopen direct via de departementale begrotingen.

Overboeking L108 gasfonds groningen

Voor het Nationaal Programma Groningen wordt 44,4 miljoen euro overgeheveld van de middelen die hiervoor op de aanvullende post staan gereserveerd naar de begroting van EZK. Hiervan is 2,4 miljoen euro voor kleine projecten in de regio en 42 miljoen euro voor de versterking van woningen in Batch 1588.

Overboeking reservering aanvullende middelen klimaatakkoord naar bzk

Vanuit de Klimaatenvelop zijn middelen aan de begroting van BZK toegevoegd voor het voortzetten van het innovatieprogramma CO2-neutrale gebouwde omgeving. Dit programma stimuleert de ontwikkeling van een betaalbaar en aantrekkelijk verduurzamingsaanbod voor verschillende gebouwtypen, productiemethoden waarmee grote schaal bereikt kan worden en techniek voor inpassing van het nieuwe aanbod in het energiesysteem van de gebouwde omgeving. Tevens zijn ook middelen toegevoegd voor de Regionale Energie Strategie (RES), die de regio’s ondersteunt met expertise voor het organiseren van participatie en voor de uitbreiding van de gemeentelijke taken op dit gebied.

Overboeking reservering bni-revisie

Naar aanleiding van de bronnenrevisie van het CBS is het Nederlandse BNI opwaarts bijgesteld. Voor 2019 leidt dit via de jaarlijkse nacalculatie van de EU-afdrachten tot ophoging van deze afdracht met 318 miljoen euro. Eerder is hiervoor in de begroting een reservering van 500 miljoen euro getroffen. De verhoging van de afdracht wordt overgeboekt naar de begroting van Buitenlandse Zaken.

Overboeking reservering groningen

Dit betreft een overboeking vanuit de aanvullende post voor Groningen. Het betreft onder andere organisatiekosten, werkbudget, bijdragen aan provincie en gemeenten en een bijdrage van 42 miljoen euro voor de versterking van woningen in Batch 1588. de kosten bovengronds voor Groningen bestemd voor de projecten in 2019.

Diversen - Rijksbegroting

Deze post betreft de overboeking van de aanvullende post van tranche 2019 van de loon- en prijsbijstelling voor de middelen onder deelplafond Rijksbegroting.

Kasschuif J101 eigen vermogen invest-nl (niet-plafondrelevant)

Er is in totaal 450 miljoen euro uit 2019 doorgeschoven naar 2024.

Overboeking J101 eigen vermogen invest-nl (niet-plafondrelevant)

De middelen voor de kapitaalinjectie bij Invest-NL worden van de aanvullende post overgeheveld naar begroting IXB. De mutatie heeft alleen betrekking op het nationale deel van Invest-NL.

Consolidatie

CONSOLIDATIE: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

‒ 7.796,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Consolidatie

1.785,5

 

1.785,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

1.785,5

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

‒ 6.010,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

‒ 6.010,4

CONSOLIDATIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019 (excl. IS)

‒ 7.796,0

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Consolidatie

1.785,5

 

1.785,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

1.785,5

  

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019 (subtotaal)

‒ 6.010,4

Totaal Internationale samenwerking

0,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

‒ 6.010,4

De post Consolidatie wordt gebruikt voor het corrigeren van de Rijksbegroting voor dubbeltellingen die ontstaan door het bruto-boeken van bijdragen. Het bruto-boeken houdt in dat zowel het departement dat bijdraagt, als het departement dat ontvangt de uitgaven op zijn begroting opneemt. Het ontvangende departement raamt daarnaast de te ontvangen bijdragen ook aan de ontvangstenkant van de begroting. Hierdoor wordt het rekenkundig niveau van de totale rijksuitgaven en de rijksontvangsten hoger dan het feitelijk niveau. Op de post Consolidatie wordt hiervoor gecorrigeerd. De hoogte van de post wordt in belangrijke mate bepaald door de bijdragen van de begroting van Infrastructuur & Waterstaat aan het Infrastructuurfonds en het Deltafonds.

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING: UITGAVEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019

5.308,3

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

De realisatie van crisisbeheersingsoperaties is uitgekomen op een bedrag

‒ 69,8

Nog te verdelen i.v.m.wijzigingen bni en/of toerekeningen

44,9

Overig armoedebeleid

22,0

Diversen

‒ 93,0

 

‒ 95,9

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Asiel

‒ 19,4

Asiel: oda-toerekening

‒ 150,9

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde

‒ 31,4

Budget convenant brigade spec. beveiligingsopdrachten (bsb)

‒ 15,3

Dekking intensiveringen os/oda

‒ 78,9

Eindejaarsmarge apparaat

19,0

Eindejaarsmarge bz

‒ 58,0

Eindejaarsmarge (ida)

145,4

Eindejaarsmarge non-oda

25,5

Herijking asiel

149,1

Hgis-bijstelling

‒ 62,6

Ida

‒ 145,4

Kasschuif ida (wereldbank)

179,9

Kasschuif vredespaleis

‒ 53,0

Multilaterale samenwerking

21,6

Nog onverdeeld (hgis)

‒ 23,4

Nog te verdelen i.v.m.wijzigingen bni en/of toerekeningen

59,1

Onderwijs

15,0

Reservering vredespaleis

50,0

Veiligheid en rechtstaatontwikkeling

‒ 15,5

Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden

18,1

Diversen

2,7

 

31,6

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

41,2

Niet relevant voor het uitgavenplafond

 

Diversen

3,4

 

44,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

‒ 19,5

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

5.288,8

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2019

Stand Miljoenennota 2019

147,6

Mee- en tegenvallers

 

Rijksbegroting

 

Ontvangsten os

‒ 18,8

Diversen

‒ 5,6

 

‒ 24,4

Beleidsmatige mutaties

 

Rijksbegroting

 

Middelenafspraak huisvesting

19,2

Diversen

3,5

 

22,7

Technische mutaties

 

Rijksbegroting

 

Diversen

34,8

 

34,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2019

33,0

Stand Financieel Jaarverslag van het Rijk 2019

180,6

Uitgaven

Beleidsmatige mutaties

Asiel

De kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers uit DAC-landen worden volgens afspraken binnen OESO-DAC toegerekend aan ODA (officialdevelopment assistance). De raming van de gemiddelde bezetting van het COA is cf. reguliere systematiek bijgesteld van 23.500 naar 24.800 waardoor de ODA-toerekening stijgt.

Asiel: ODA-toerekening

De kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers worden toegerekend aan het budget voor Official Development Assistance (ODA). De herziene MPP-raming voor de instroom van asielzoekers leidt tot een neerwaartse bijstelling van de ODA-toerekening. Daarnaast vindt de nacalculatie over 2018 plaats. Dit leidt tot een overheveling tussen de begroting van BHOS en JenV.

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde

Deze mutatie bestaat uit een aantal onderliggende mutaties die samen leiden tot een neerwaartse bijstelling van ca. 27 miljoen euro. Ten eerste wordt de contributiebijdrage aan de VN voor crisisbeheersingsoperaties met ca. 15miljoen euro naar beneden bijgesteld als gevolg van een lagere realisatie. Een deel van deze middelen wordt aangewend voor het opvangen van negatieve koerseffecten op de BZ begroting. Het ODA-deel komt ten goede aan de begroting van BHOS. Het overige deel wordt via de eindejaarsmarge meegenomen naar 2020. Verder wordt het budget van het Stabiliteitsfonds met 8 miljoen euro naar beneden bijgesteld omdat minder aanvragen zijn binnengekomen dan verwacht en wordt 5 miljoen euro ingezet voor contra-terrorisme, mensenrechten en internationale rechtsorde.

Budget convenant brigade speciale beveiligingsopdrachten (bsb)

Ten behoeve van bescherming van diplomaten en ambassades door de BSB hevelt BZ 15,3 miljoen euro over naar Defensie.

Dekking intensivering OS/ODA

Dit betreft de dekking van verschillende intensiveringen van budgetten binnen de BHOS-begroting vanaf artikel 5.4. «Nog te verdelen i.v.m. wijzigingen BNI en/of toerekeningen», waarvan de grootste multilaterale samenwerking (27 miljoen euro), onderwijs (15 miljoen euro) en private sector ontwikkeling (12,9 miljoen euro) zijn.

Eindejaarsmarge apparaat, BZ en non-ODA

Dit betreft een deel van de doorverdeling van de HGIS-eindejaarsmarge.

Eindejaarsmarge (ida)

Deze mutatie betreft de verrekening van de bij het jaarverslag 2018 gemelde betaling door Financiën aan de Wereldbank, die gepland was voor 2019. Deze mutatie ging ten koste van de HGIS-eindejaarsmarge. Het budget voor 2019 is door Financiën teruggeboekt naar BZ en binnen de HGIS doorverdeeld ter compensatie van de eindejaarsmarge.

Herijking asiel

De toerekening aan ODA van de kosten van de eerstejaarsopvang van asielzoekers wordt met ingang van 2019 conform de verduidelijkte richtlijn van OESO-DAC herijkt. Daarnaast wordt een verbetering van de toerekeningsystematiek doorgevoerd. Dit leidt tot een transparantere, schokbestendigere en doelmatigere toerekening. De per saldo lagere toerekening wordt éénmalig structureel generaal gedekt.

HGIS-bijstelling

Conform de reguliere systematiek is het HGIS-budget bijgesteld op basis van de economische groeiverwachting van het Centraal Planbureau.

Ida

Deze mutatie betreft de verrekening van de bij het jaarverslag 2018 (Kamerstuk 34 776, nr. 4) gemelde betaling door Financiën aan de Wereldbank, die gepland was voor 2019. Het budget voor 2019 is teruggeboekt naar BZ.

Kasschuif ida (wereldbank)

Het betaalritme van betalingen aan de Wereldbank (IDA) is op de begroting van Financiën IXB herzien.

Kasschuif (vredespaleis)

De middelen die bij Voorjaarsnota zijn toegevoegd aan de aanvullende post ten behoeve van de renovatie van het Vredespaleis worden doorgeschoven naar 2022, omdat deze naar verwachting niet eerder tot besteding komen. Ook de resterende 3 miljoen euro van de RA-middelen van OCW (reeks G43) bestemd voor de renovatie zijn doorgeschoven naar 2022.

Multilaterale samenwerking

Het budget voor multilaterale samenwerking is bij Voorjaarsnota meerjarig verhoogd. Dit komt door de verhoging van de jaarlijkse bijdrages aan UNICEF, UNDP, speciale multilaterale activiteiten en een verwachte kapitaalverhoging bij de African Development Bank in 2020.

Nog onverdeeld (hgis)

Deze post bestaat uit een som van verschillende mutaties (onderuitputting) binnen de HGIS die via de eindejaarsmarge meegenomen worden naar 2020. De mutaties zijn toegelicht in de Najaarsnota.

Nog te verdelen i.v.m. wijzigingen bni en/of toerekeningen

Op het ODA-budget wordt gewerkt met overprogrammering, om het budget zo volledig mogelijk uit te putten. Dit betekent dat een minstand in de begroting gedurende het jaar wordt ingelopen met onderuitputting op het ODA-budget (vnl. op de begrotingen van BZ en BHOS). De ervaring leert namelijk dat bij ODA altijd minder uitgegeven kan worden dan geraamd door onvoorspelbare factoren in ontwikkelingslanden (bijvoorbeeld politieke instabiliteit).

Deze mutatie is een optelsom van verschillende plussen en minnen (onderuitputting) binnen het ODA-budget op de begrotingen van BZ en BHOS en resulteerde bij Najaarsnota in een stand van 45 miljoen euro op artikel 5.4. De minstand is aan het einde van het jaar weggewerkt.

Onderwijs

Het budget voor onderwijs wordt conform de prioriteiten uit de BHOS-nota verhoogd met 15 miljoen euro, waaronder met 5 miljoen euro voor het Orange Knowledge Programme (OKP).

Reservering Vredespaleis

Voor de renovatie van het Vredespaleis is 50 miljoen euro gereserveerd op de aanvullende post uit de generale middelen.

Veiligheid en rechtstaatontwikkeling

Het budget voor veiligheid en rechtstaatontwikkeling is per saldo met 15,5 miljoen euro verlaagd. Dit is met name veroorzaakt door lagere uitgaven door de post in Kaboel (10,5 miljoen euro). Daarnaast is op verschillende posten, waaronder Kampala (1,8 miljoen euro) en Juba (1 miljoen euro), sprake van onderuitputting op programma’s op het gebied van veiligheid en rechtstaatontwikkeling.

Versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden

Het artikel voor versterkte private sector en arbeidsmarkt in ontwikkelingslanden is verhoogd ten behoeve van onder andere ondernemingsklimaat, financiële sectorontwikkeling en duurzame productie en handel.

Diversen

De post diversen bestaat uit een saldo van diverse kleine mutaties binnen de HGIS.

Technische mutaties

Diversen

Deze post betreft enkele desalderingen op de begrotingen van BZ en Defensie en overhevelingen tussen verschillende departementen van HGIS naar niet-HGIS (en vice versa). Daarnaast bevat de post diverse niet plafondrelevante mutaties voor de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB).

Niet-belastingontvangsten

Mee- en tegenvallers

Ontvangsten OS

De OS-ontvangsten zijn lager dan geraamd. Dit komt voornamelijk doordat de restfondsen van afgeronde activiteiten van tevoren moeilijk te voorspellen zijn.

Diversen

De raming voor de ontvangsten van de internationale financiële instellingen op de begroting van Financiën is neerwaarts bijgesteld.

Beleidsmatige mutaties

Middelenafspraak huisvesting

Deze mutatie betreft ontvangsten uit verkoop van onroerend goed in Khartoem en Londen. Een deel van deze opbrengsten (totaal 21,2 miljoen euro) is dit jaar opnieuw geïnvesteerd. Het overige deel (19,2 miljoen euro) is meegenomen naar 2020 waarbij de middelenafspraak huisvesting geldig is. Deze afspraak houdt in dat BZ opbrengsten uit verkoop van vastgoed kan inzetten ten behoeve van rationalisering en versobering van de eigen vastgoedportefeuille.

Diversen – beleidsmatige en technische mutaties, ontvangsten

De ontvangsten van de Internationale Financiële Instellingen waren voor een klein deel geen onderdeel van de HGIS. Deze zijn nu volledig omgelabeld van niet-HGIS naar HGIS-middelen. De technische mutaties bestaan hoofdzakelijk uit enkele desalderingen, waarvan de grootste (20 miljoen euro) wordt veroorzaakt door hogere ontvangsten uit de verkoop van vastgoed door BZ.

13 TOELICHTING OP DE ONDERUITPUTTING IN 2019

Bij het Financieel Jaarverslag Rijk 2018 is een motie aangenomen om inzichtelijk te maken welke factoren hebben geleid tot de onderbesteding.10 Gezien het focusonderwerp van dit Financiaal Jaarverslag, wordt in deze bijlage een samenvattend overzicht gegeven van de onderuitputting op de departementale begrotingen.

Op alle begrotingen is er sprake van onderuitputting in 2019. Totaal telt dit op tot 1,75 miljard euro. Tabel 13.1 geeft inzicht in de verdeling hiervan over de verschillende departementale begrotingen onder het deelplafond Rijksbegroting. Daarna volgt een korte toelichting per begrotingshoofdstuk. De Verticale Toelichting in bijlage 12 geeft per begrotingshoofdstuk meer gedetailleerde informatie over de mutaties die hebben plaatsgevonden.

Tabel 13.1. Onderuitputting per begrotingshoofdstuk

(in miljoenen euro; - is onderuitputting)

2019

2A. Staten-Generaal

‒ 4

2B. Overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten en de Kiesraad

‒ 1

3. Algemene Zaken

‒ 2

4. Koninkrijksrelaties

‒ 36

6. Justitie en Veiligheid

‒ 178

7. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (incl. W&R)

‒ 42

8. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

‒ 118

9. Financiën

‒ 159

10. Defensie

‒ 136

12. Infrastructuur en Waterstaat

‒ 54

13. Economische Zaken en Klimaat

‒ 147

14. Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

‒ 35

15. Sociale Zaken en Werkgelegenheid (R)

‒ 77

16. Volksgezondheid, Welzijn en Sport (R)

‒ 187

50. Gemeentefonds

‒ 88

51. Provinciefonds

‒ 32

55. Infrastructuurfonds

‒ 49

65. Deltafonds

‒ 44

86. Aanvullende post

‒ 217

HGIS

‒ 146

Totaal plafond Rijksbegroting

‒ 1.751

Staten-Generaal en Overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten en de Kiesraad

De onderuitputting op de begroting van de Staten-Generaal wordt met name veroorzaakt door lagere uitgaven als gevolg van de vertraging van de renovatie van het Binnenhof. De onderuitputting op de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad is voornamelijk het gevolg van meevallers bij de bestuursrechtspraak van de Raad van State en decoraties van de Kanselarij.

Algemene Zaken

De onderuitputting betreft een neerwaartse bijstelling van 1,2 miljoen euro onder andere door de vertraging en of het doorschuiven van een aantal ICT-projecten. Als gevolg van de inhuizing van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden en de verhuizing van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten was er een capaciteitstekort voor de uitvoering van een aantal ICT-projecten.

Koninkrijksrelaties

De grootste posten binnen de onderuitputting op de begroting van Koninkrijksrelaties zijn de niet-bestede middelen voor de wederopbouw (ca. 25,4 miljoen euro) en het saldo van de wisselkoersreserve (ca. 7,9 miljoen euro). Deze middelen worden via een 100 procent eindejaarsmarge meegenomen naar de begroting van 2020.

Justitie en Veiligheid

De onderuitputting bij Justitie en Veiligheid wordt verklaard door twee omvangrijke posten. Bij Najaarsnota zijn middelen op artikel 92 geboekt in het kader van de brede aanpak ondermijning (110 miljoen euro) en zijn gelden gereserveerd voor maatregelen te nemen in het kader van rechtsbijstand (60 miljoen euro). Op deze posten zijn in 2019 geen betalingen verricht.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De onderuitputting op de begroting van BZK bestaat uit verschillende posten. De grootste post is de onderuitputting op het budget voor loonheffingsafdracht in het kader van de werkkostenregeling (ca. 9,8 miljoen euro), doordat de afdracht niet meer in 2019 heeft plaatsgevonden. Daarnaast betreft het onder meer onderuitputting op het budget voor externe inhuur, de bijdrage aan het Rijksvastgoedbedrijf voor paleizen en op de investeringspost doordat er diverse projecten doorgeschoven zijn naar 2020. De niet-bestede Urgenda-middelen uit 2019 worden via de eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting 2020.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

De onderuitputting van OCW bestaat voornamelijk uit een incidentele meevaller op studiefinanciering en een incidentele meevaller op de bekostiging in het primair onderwijs als gevolg van lagere uitgaven op de gewichtenregeling en hogere fusieopbrengsten.

Financiën

De onderuitputting op de begroting van Financiën wordt grotendeels verklaard door lagere uitgaven en hogere ontvangsten op de Belasting- en invorderingsrente (BIR). Daarnaast vallen de ontvangsten op de overige niet-belastingontvangsten (boetes en schikkingen en doorbelasten kostenvervolging) ook hoger uit.

Defensie

De voornaamste onderuitputting voor Defensie bevindt zich op het investeringsartikel waar Defensie een 100 procent eindejaarsmarge heeft. Defensie neemt deze onderuitputting mee naar de volgende jaren om alsnog invulling te geven aan de geraamde projecten. Daarnaast treedt er een onderuitputting van 32,6 miljoen euro op de overige artikelen. Dit wordt met name veroorzaakt door een achterblijvende vulling van de openstaande vacatures.

Infrastructuur en Waterstaat (incl. fondsen)

Een deel van de onderuitputting op de begroting van IenW wordt veroorzaakt doordat middelen vanuit het Klimaatakkoord voor laadinfrastructuur (15 miljoen euro) en het regeringsvliegtuig (16,2 miljoen euro) niet tot bestemming zijn gekomen. Op de fondsen wordt de onderuitputting verklaard door vertraging bij projecten zoals de HSL-Zuid, het project Wantijbrug en de Hoogwaterbeschermingsprogramma’s.

Economische Zaken en Klimaat

Bij EZK is er met name onderuitputting op klimaatmiddelen, met als oorzaak uitval of uitstel van projecten. Er zijn daarnaast hoger dan geraamde ontvangsten op het Toekomstfonds; hiervoor geldt een 100 procent eindejaarsmarge. Tenslotte is er onderuitputting op het apparaatsartikel, veroorzaakt door een restant eindejaarsmarge.

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

De onderuitputting wordt voornamelijk veroorzaakt door vrijval van de aan de NVWA beschikbaar gestelde middelen voor Brexit, onderuitputting op de klimaatmiddelen en lager uitgevallen subsidieregelingen.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid (R)

Ongeveer de helft van de onderuitputting wordt veroorzaakt door onderuitputting op diverse subsidie- en opdrachtenbudgetten. Dit betreft onder andere de subsidie in het kader van de sectorplannen en het integratiebudget wat lager is uitgevallen dan geraamd.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport (R)

De onderuitputting bij VWS treedt vooral op bij de subsidiebudgetten (103 miljoen euro) en opdrachtbudgetten (46 miljoen euro); deze is wijdverspreid over de beleidsartikelen. De grootste post betreft onderuitputting van ca. 40 miljoen euro bij sportsubsidies. Verder valt er ca. 12 miljoen euro vrij bij de programma’s van ZonMw en ca. 11 miljoen euro voor de uitkeringen op grond van de Wetten voor Verzetsdeelnemers en Oorlogsgetroffenen.

Gemeentefonds en Provinciefonds

De onderuitputting op het gemeentefonds en provinciefonds betreffen wijzigingen van het betalingsverloop voor de algemene uitkering en decentralisatie uitkeringen 2019. Een beperkt deel van de uitkeringen kon in 2019 niet meer tot betaling komen. Omdat gemeenten en provincies recht hebben op deze bedragen wordt het kasbudget 2020 in beide fondsen met de onderuitputting opgehoogd. Dat maakt het mogelijk om de uitkeringen in 2020 alsnog tot betaling te laten komen.

Aanvullende post

In 2017 is 550 miljoen euro gereserveerd op de aanvullende post voor de wederopbouw van Sint Maarten. Van de gereserveerde middelen voor 2019 is 177,7 miljoen euro niet tot besteding gekomen. Deze middelen blijven behouden en worden toegevoegd aan de begroting van de aanvullende post voor 2020. De onderuitputting wordt verder verklaard doordat een deel van de gereserveerde loon- en prijsbijstelling in 2019 niet tot besteding is gekomen.

HGIS

De onderuitputting binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking betreft een saldo van verschillende mutaties op de begrotingen binnen de HGIS, met name op de begrotingen van BZ, Defensie, en BHOS. Op de begroting van BZ is sprake van verschillende realisaties die samen optellen tot ‒ 30 miljoen euro. Op de begroting van Defensie is sprake van onderuitputting (ca. ‒ 70 miljoen euro) op het budget internationale veiligheid (BIV).


X Noot
1

Bijlage bij Kamerstukken II 2018-2019, 35 200, nr. 7.

X Noot
2

Zie toelichting post 12/12a bij de saldibalans in jaarverslag 2019 van de Staten-Generaal.

X Noot
3

Zie toelichting post 12/12a bij de saldibalans in jaarverslag 2019 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

X Noot
4

De saldi van het Deltafonds en het Infrastructuurfonds zijn opgenomen onder post 12 Ontvangsten ten gunste van de begroting.

X Noot
5

Conform Europese regelgeving zijn de verantwoordingsperiodes per fonds verschillend. De periode waarop de verklaring betrekking heeft wordt per fonds in de toelichting middels een tabel weergegeven.

X Noot
6

Lopende onderzoeken of correctievoorstellen door de Europese Commissie worden verantwoord in de toelichting bij de Nationale Verklaring. 

X Noot
7

Zie bijlagen bij de NV voor uitgebreide toelichting

X Noot
8

Voor wat betreft de onderzochte key requirements

X Noot
10

 Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 200, nr. 19  

Naar boven