Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201833529 nr. 471

33 529 Gaswinning

Nr. 471 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 6 juni 2018

De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat over de brief van 29 maart 2018 inzake over gaswinning Groningen (Kamerstuk 33 529, nr. 457).

De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 5 juni 2018. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Diks

Adjunct-griffier van de commissie, Jansma

1

Kunt u aangeven hoe rekening gehouden wordt met de uitspraak van de heer Evers van het KNMI: «We moeten rekening houden met een toename van bevingen en zwaardere bevingen» bij het rondetafelgesprek van 17 mei 2018 ten aanzien van de voortgang van de versterking?

Antwoord

Het voorspellen van de ontwikkeling van aardbevingen is complex. In het recente advies van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) van 1 februari 2018 naar aanleiding van de aardbeving bij Zeerijp (Kamerstuk 33 529, nr. 424) wordt ingegaan op de huidige voorspellingmodellen voor aardbevingen. Uit die modellen blijkt dat indien het niveau van gaswinning uit het Groningenveld gelijk zou blijven het aantal aardbevingen na verloop van tijd weer zou toenemen. Daarmee zou ook de kans op zwaardere aardbevingen toenemen. Dit stemt overeen met de verwachting van het KNMI.

Het advies van SodM maakt ook duidelijk, dat diezelfde voorspellingmodellen aangeven dat een afname van het productieniveau zal leiden tot een afname van het aantal aardbevingen en daarmee ook met een lagere kans op zwaardere aardbevingen. Daarom heeft het kabinet besloten om een flinke afname van het productieniveau in gang te zetten en aan de deskundige partijen, waaronder het KNMI en SodM, advies te vragen over de consequenties daarvan voor de versterking van gebouwen. De Mijnraad zal deze adviezen integreren en voor 1 juli 2018 de bevindingen aan mij rapporteren.

2

Kunt u aangeven wanneer de adviesvragen rond veiligheidsrisico's en versterkingsopgave Groningen (Overheidsidentificatienummer 00000001003214369000, d.d. 20 april 2018) worden opgeleverd en met kabinetsreactie naar de Kamer worden gestuurd?

Antwoord

De antwoorden op de adviesvragen worden in separate rapporten door respectievelijk SodM, NEN, KNMI, TNO(-AGE) en het panel van hoogleraren, samen met het integrerende advies van de Mijnraad, uiterlijk 1 juli a.s. aan mij opgeleverd. Ik hecht er aan om dit advies eerst met vertegenwoordigers van de regio te bespreken. Vervolgens zal het kabinet er zo spoedig mogelijk een reactie aan toevoegen, waarna het geheel ter beschikking zal worden gesteld aan uw Kamer.

3

Kunt u inzichtelijk maken wat de vorderingen zijn van NAM ten aanzien van de 6.000 oude schadegevallen die nog afgehandeld moeten worden?

4

Welke mogelijkheden ziet u om voor wat betreft de oude schadegevallen snel een oplossing te bieden bij deze al heel lang lopende procedures nu voor veel gevallen een laatste inspanning van NAM uit is gebleven of geen oplossing heeft geboden?

Antwoord 3 en 4

Op 1 juni jl. heb ik uw Kamer de tweede voortgangsrapportage van NAM gestuurd over de afhandeling van de oude schademeldingen (Kamerstuk 33 529, nr. 470). Inmiddels heeft NAM 5.646 aanbiedingen verstuurd. Eigenaren hebben het aanbod in 59% van de gevallen (3.306) geaccepteerd. 7% van de eigenaren (392) heeft het aanbod afgewezen, in 35% van de gevallen (1.948) is nog geen reactie ontvangen. De cijfers laten zien dat met de gekozen aanpak inmiddels meer dan de helft van de schademeldingen is opgelost.

NAM verwacht 1 juli 2018 alle oude schademeldingen van een aanbod te hebben voorzien. Eigenaren die het aanbod van NAM afwijzen kunnen de schade voorleggen aan de Arbiter Bodembeweging. De komende periode zal worden verkend hoe het proces rondom de Arbiter Bodembeweging kan worden georganiseerd, zodat eigenaren die hier een beroep op doen zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen.

5

Is voor de oude niet door NAM afgehandelde schadegevallen mogelijk om een bedrag beschikbaar te stellen dat alleen te besteden is voor de verbouwing van het betreffende huis? Wat zijn daarvan de voor- en nadelen?

Antwoord

NAM doet een aanbod dat is gebaseerd op schade die in beeld is gebracht. Een bewoner kan vervolgens kiezen voor herstel via Centrum Veilig Wonen of het schadebedrag binnen 30 dagen uitgekeerd te krijgen op de eigen bankrekening. In ruim 70% van de gevallen kiest een bewoner voor het laten uitkeren van het schadebedrag. Eigenaren zijn vrij dit bedrag te besteden. Het bedrag kan daarmee ook onderdeel worden van een verbouwing van het huis.

6

Kunt u inzichtelijk maken wat de voortgang is ten aanzien van het omschakelen op hoogcalorisch gas of andere energiebronnen van de grote gebruikers van Gronings gas?

Antwoord

Met het grootste deel van de 53 grotere grootverbruikers die in het basispad1 voor de reductie van de vraag naar Groningsgas zijn opgenomen, is in de afgelopen weken een tweede individueel gesprek gevoerd. Ik ben de bedrijven erkentelijk voor de positieve houding en het begrip wat zij over het algemeen aannemen in deze gesprekken. Dit ondanks dat het afbouwtraject voor veel bedrijven als een onverwacht traject op hun agenda is gekomen. Inmiddels zijn al ongeveer 20 bedrijven in contact getreden met GTS. Met de overige van deze 53 grotere grootverbruikers zal dit tweede individuele gesprek de komende weken plaatsvinden. Deze gesprekken worden gevoerd op basis van de uitkomsten van het eerste gesprek en de (schriftelijke) reactie die deze bedrijven hebben gegeven op mijn eerdere brief. In de gesprekken wordt gevraagd of de bedrijven, die niet kunnen verduurzamen, samen met GTS de komende weken een concrete planning en aanpak van het omschakelen van laagcalorisch naar hoogcalorisch gas willen uitwerken. Inmiddels zijn al 20 bedrijven met GTS in contact getreden. De overige bedrijven waarmee het tweede individuele gesprek al heeft plaatsgevonden, moeten nog in contact treden met GTS.

Er is een aantal bedrijven dat heeft aangegeven te willen verduurzamen voor 2022. Daarmee gaat mijn ministerie in overleg om de plannen voor verduurzaming nader uit te werken. Voor zover er nog onzekerheid is volgen de bedrijven voorlopig een parallel traject, waarbij naast contact met GTS ook de plannen voor verduurzaming nader worden uitgewerkt. Onder verduurzaming versta ik in deze context zowel de productie van hernieuwbare energie als afname van restwarmte en elektrificatie.

Het streven is dat GTS en de bedrijven de voor de omschakeling benodigde stappen eind dit jaar meer concreet hebben uitgewerkt. De planning voor de omschakeling naar duurzaam is maatwerk per bedrijf.

De overige 117 grootverbruikers die direct aangesloten zijn op het netwerk van GTS hebben voor het overgrote deel schriftelijk gereageerd op mijn eerdere brief. De grootverbruikers die in eerste instantie geen reactie hadden gestuurd, heb ik een tweede brief gestuurd met het verzoek alsnog te reageren. Op enkele bedrijven na hebben nu alle bedrijven gereageerd op mijn verzoek. De bedrijven die nog niet gereageerd hebben zal mijn ministerie alsnog persoonlijk benaderen. Op basis van de binnengekomen reacties worden individuele gesprekken gepland met de bedrijven, waarbij de bedrijven met ambitie tot verduurzaming en de grotere verbruikers prioriteit krijgen. De eerste individuele gesprekken met deze groep hebben inmiddels plaatsgevonden.

7

Kunt u aangeven of de effecten van geleidelijk winnen in de afgelopen jaren te kwantificeren zijn? Wordt met het nieuwe winningsplan het geleidelijk winnen losgelaten?

Antwoord

Het CBS heeft, in opdracht van SodM, gekeken of het verminderen van de veldbrede seizoensfluctuaties een positief effect heeft gehad op het voorkómen van bevingen. Uit deze analyse blijkt dat het druksignaal (dat wil zeggen de reactie van de druk in het gasveld) in karakteristiek wel is veranderd door het verminderen van veldbrede seizoensfluctuaties, maar dat er nog steeds een duidelijke versnelling van de drukdaling voorafgaand aan de bevingen is waar te nemen. De effecten van zo egaal mogelijk houden van de maandelijkse gaswinning voor het Groningenveld als geheel lijken minimaal te zijn geweest, omdat regionale fluctuaties nog aanzienlijk konden zijn. Het zijn dus vooral de regionale fluctuaties die een bijdrage lijken te leveren aan het activeren van bevingen. Daarom geeft SodM in haar advies van 1 februari 2018 (Kamerstuk 33 529, nr. 424) aan dat regionale fluctuaties beperkt moeten worden tot +/- 50%. Hierbij zou de veldbrede beperking van de fluctuaties kunnen worden losgelaten, aldus het advies van SodM.

8

Zijn de mogelijkheden bekeken om extra stikstofcapaciteit uit de markt in te kopen als voorgesteld door TNO tijdens het rondetafelgesprek van 17 mei 2018?

Antwoord

Ja, deze mogelijkheden zijn bekeken. Zie voor een meer gedetailleerd antwoord het antwoord op vraag 20, waarin ik in ga op de haalbaarheid van de opties zoals genoemd door TNO.

9

Hoe verloopt de schadeafhandeling van nieuwe schadegevallen die worden aangeleverd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)?

Antwoord

De Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) behandelt de aanvragen om vergoeding van mijnbouwschade die vanaf 31 maart 2017 zijn ontvangen door het Centrum Veilig Wonen en vanaf 19 maart van dit jaar bij de TCMG zijn gemeld. De TCMG heeft per 19 maart 2018 ruim 11.500 schademeldingen van het CVW overgenomen. Wekelijks komen daar nieuwe meldingen bij. Inmiddels zijn dat ruim 2.100 nieuwe meldingen.

De TCMG heeft op 17 april haar voorlopige werkwijze bekendgemaakt. Deze werkwijze voorziet voor een afgebakende groep van aanvragen in een vereenvoudigde procedure waarmee naar verwachting van de TCMG 80% van de aanvragen kan worden afgehandeld. Inmiddels heeft de TCMG de eerste besluiten tot toekenning van schadevergoeding genomen.

10

Hoe worden de middelen besteed om grote afnemers van laagcalorisch gas over te doen schakelen op een andere energiebron?

Antwoord

Voor de verduurzaming wordt in eerste instantie gekeken naar bestaande regelingen zoals de SDE+ en de Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE). Het vergt nog nadere analyse of extra ondersteuning voor verduurzaming noodzakelijk is.

Voor ombouw van laagcalorisch gas naar hoogcalorisch gas is het uitgangspunt dat de kosten die GTS als gevolg van aanpassingen van het netwerk moet maken, kunnen worden verrekend in de tarieven die de ACM vaststelt. Er is nader verkend of het huidig wettelijk kader de mogelijkheid biedt voor GTS om de kosten voor de aanpassingen aan het netwerk en de aansluitingen «buiten de poort» van het bedrijf te verrekenen via de tarieven die worden vastgesteld door de ACM. Momenteel biedt de Gaswet hier onvoldoende mogelijkheden voor. De bevoegdheid voor het ACM om deze kosten mee te nemen bij het vaststellen van de tarieven zal dan ook geregeld moeten worden.

11

Kunt u inzichtelijk maken hoe het staat met de besteding van middelen ter compensatie van Groningen en de uitvoering van de compensatiemaatregelen?

Antwoord

In het onderstaande overzicht zijn de bestedingen tot eind 2017 weergeven van de Rijksmiddelen die beschikbaar zijn gesteld voor de uitvoering van het Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen, beleidsartikel 5.

Van de € 432,4 miljoen beschikbaar gestelde middelen is € 160,6 miljoen uitgeven.

Het begrotingsartikel voor het meerjarenprogramma NCG kent voor het grootste deel een 100% eindejaarsmarge. Dit houdt in dat budget dat in een bepaald jaar niet wordt benut, kan worden meegenomen naar volgende jaren en zo beschikbaar blijft voor de uitvoering van het Meerjarenprogramma.

Voor het onderdeel verduurzamingsopgave overig (B.2) geldt deze 100% eindejaarsmarge niet, maar worden de niet benutte middelen binnen de EZ begroting meerjarig beschikbaar gemaakt zodat het totale budget beschikbaar blijft. In de eerste suppletoire begroting worden de niet benutte middelen vervolgens telkens toegevoegd en worden de ramingen van de uitgaven geactualiseerd. Het effect van de 100% eindejaarsmarge systematiek is dat de eerste suppletoire begroting telkens het meest actuele overzicht geeft van dat voor dat jaar en verder beschikbare middelen. De eerste suppletoire begroting 2018 zal dan ook het meest geactualiseerde overzicht geven van de wijze waarop de nu nog resterende middelen in de komende jaren worden ingezet.

Daarnaast is de verwachting dat middelen uit het te bereiken akkoord tussen Rijk en Regio over de toekomstvisie van Groningen aan de begroting 2019 kunnen worden toegevoegd. De begroting 2019 zal dan een totaaloverzicht geven van de begrote aanwending van bestaande- en nieuwe middelen.

12

Kunt u inzichtelijk maken welke rol de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) nu nog heeft?

Antwoord

De betrokkenheid van de NCG bij de afhandeling van schade is geëindigd met de start van de publieke schadeafhandeling door de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen per 19 maart 2018. Dit is op 4 mei 2018 verwerkt in een wijziging van het Instellingsbesluit NCG.

De NCG voert momenteel de regie over de uitvoering van de bouwkundige versterking van woningen en gebouwen waarvan is geoordeeld dat die dusdanig ver in de procedure zijn, dat die onverkort worden uitgevoerd.

Andere onderdelen van het Meerjarenprogramma (MJP) zoals de opkoopregeling, het Erfgoedprogramma en activiteiten op het gebied van kennisopbouw en -deling over de gevolgen van de aardbevingen, lopen ook gewoon door.

13

Wanneer werden er voor het laatst bonussen gegeven voor het volume aan gaswinning, gashandel of gaswinsten, ergens in het Nederlandse gasgebouw?

Antwoord

Over de bedrijven met publieke aandeelhouders kan ik het volgende zeggen.

In het jaarverslag van EBN over 2017 wordt in detail gerapporteerd over het gehanteerde beloningsbeleid, de doelstellingen van de variabele beloning en het behaalde resultaat. Eén van de doelstellingen in 2017 was de winst van EBN. Daarnaast was ook het aantal exploratieboringen op nieuwe locaties op zee of land een criterium.

GasTerra kent voor 10–15% van de medewerkers een variabele beloning met meerdere criteria. Tot 2016 had één van deze criteria betrekking op de verkochte hoeveelheid Groningengas, binnen het wettelijke productieplafond. Op initiatief van de Minister van Economische Zaken hebben de betrokken partijen in het College van Gedelegeerd Commissarissen (dat bestaat uit vertegenwoordigers van het Ministerie van Economische Zaken (EZK), EBN, Shell en ExxonMobil) gezamenlijk besloten om vanaf 2016 dit criterium te schrappen als onderdeel van de variabele beloning. De variabele beloning voor de statutair directeur wordt jaarlijks toegelicht in het jaarverslag van GasTerra.

Wat betreft private partijen als NAM, Shell en ExxonMobil heb ik geen inzicht of er een variabele beloning is en, indien deze er is, hoe de variabele beloning wordt bepaald.

14

Worden alle mogelijkheden voor gasopslag in het binnen- en buitenland ingezet, ongeacht de eigenaar van die opslagen?

Antwoord

Op verzoek van uw Kamer heeft u in de bijlage van mijn brief van 29 maart een overzicht gekregen van de verschillende gasopslagen in het buitenland («L-Gasopslag en stikstofconversiecapaciteit», AGE 18-10.037, 23 maart 2018 (Kamerstuk 33 529, nr. 457)). De inzet van de gasopslagen wordt bepaald door de eigenaren die deze inzetten ten behoeve van hun eigen portfolio dan wel door marktpartijen die opslagruimte bij de eigenaar hebben gecontracteerd. Ook deze laatste partijen zetten de door hen gehuurde opslagruimte en het daarin opgeslagen gas in ten behoeve van hun eigen portfolio. Overheden hebben niet de bevoegdheden om instructies te geven aan marktpartijen over de wijze waarop zij hun opslagen dan wel de door hen gehuurde opslagruimte moeten inzetten.

Uitzondering op dit alles is de opslag UGS Norg die wordt ingezet als integraal onderdeel van het Groningensysteem. Op dit moment onderzoek ik of de opslag UGS Norg nog beter benut kan worden voor het verminderen van winning uit het Groningenveld. Zie voor een meer gedetailleerde beschrijving hiervan het antwoord op vraag 20.

15

Zijn, gelet op het gegeven dat Gasunie oude profielen lijkt te gebruiken voor de marktvraag naar Gronings gas tot 2030 uit de NEV2017, deze profielen nog wel actueel met alle aangekondigde maatregelen om de gasvraag te verlagen en wat is de impact daarvan om de toekomstige vraag naar Gronings gas?

Antwoord

Voor de gasvraag in het komend gasjaar baseert GTS zich op de realisaties van het voorgaande jaar (en de jaren daarvoor). Dit is de meest accurate inschatting van de gasvraag op de korte termijn. Op de langere termijn klopt het dat er een verschil is tussen hetgeen in de Nationale Energieverkenning (NEV) 2017 is meegenomen en de ambities van het kabinet uit het Regeerakkoord. Ieder jaar zal GTS haar raming voor het komend gasjaar actualiseren naar de dan geldende inzichten.

De impact van eventuele additionele verduurzamingsmaatregelen zit nog niet in de NEV 2017 verwerkt. Op basis van kosteneffectieve maatregelen om te komen tot 49% CO2-reductie in 2030 is er volgens PBL zicht op een additionele vermindering van het aardgasgasgebruik in de gebouwde omgeving met 0,4 tot 1,8 miljard Nm3 laagcalorisch gas in 2030.

16

Wordt de verschuiving van innovatiesubsidies van gaswinning naar geothermie ook doorgezet bij Energie Beheer Nederland B.V. (EBN), welke nog steeds mee-investeert in gasvelden?

Antwoord

Zoals aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 8 februari 2018 ga ik EBN ook een rol geven in geothermie. Deze maand zal ik de Kamer informeren hoe ik deze rol van EBN in geothermie wil vormgeven. Eén van de elementen die ik EBN heb gevraagd vooruitlopend op deze nieuwe rol, is om een innovatie roadmap voor geothermie op te stellen. Op het moment dat EBN feitelijk gaat deelnemen in geothermieprojecten zal EBN mede financieel verantwoordelijk worden voor de benodigde innovaties om geothermie te versterken en te versnellen.

17

Wat waren de jaarlijkse aardgasbaten voor de overheid vanaf 2010 tot en met 2017, onderverdeeld in baten uit het Groningenveld en de kleine gasvelden? Wat is de totale omvang van de aardgasbaten voor de regering uit het Groningenveld respectievelijk van de kleine gasvelden uitgedrukt in de waarde van de euro van 2018?

Antwoord

De jaarlijkse gasbaten op kasbasis, zoals opgenomen in de EZK-begroting en Jaarverslag, in de periode 2010–2017 zijn als volgt:

(€ miljoen op kasbasis excl. VPB)

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Gasbaten

7.658

11.166

11.840

13.343

10.505

6.425

1.927

2.374

Uit deze tabel blijkt dat de aardgasbaten sinds 2013 sterk zijn gedaald. De oorzaak hiervan ligt in een daling van zowel volume als prijs. De aardgasbaten bestaan uit een optelsom van verschillende elementen: de privaatrechtelijke afspraken met NAM, winst- en dividenduitkeringen van EBN, dividenduitkeringen van GasTerra en afdrachten van olie- en gasmaatschappijen op basis van de Mijnbouwwet. Het is niet mogelijk om al deze elementen uit te splitsen naar een deel Groningenveld en naar een deel dat geldt voor de kleine velden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de winst van EBN.

De inkomsten uit de vennootschapsbelasting die de Staat int bij oliemaatschappijen en bij de overheidsbedrijven die betrokken zijn bij de winning, distributie en verkoop van aardgas worden niet opgenomen in de EZK-begroting en Jaarverslag maar in het Financieel Jaarverslag Rijk. De betreffende vennootschapsbelasting over de periode 2010–2017 is als volgt.

(€ miljoen)

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

Vennootschapsbelasting

1.500

1.650

1.680

1.770

1.400

750

200

200

De Algemene Rekenkamer heeft in haar rapport «Besteding van aardgasbaten; feiten, cijfers en scenario’s», van 7 oktober 2014, de totale gasbaten over de periode 1960–2013 geraamd op € 265 miljard (Kamerstuk 34 000 XIII, nr. 10). Het is niet mogelijk om dit bedrag over de hele periode uit te splitsen in gasbaten uit de kleine velden en het Groningerveld.

18

Welke zijn de best beschikbare openbare kaarten van het gasnet voor Groningens gas respectievelijk hoogcalorisch gas en kunnen die kaarten naar de Kamer gestuurd worden?

Antwoord

De kaarten van het gasnet zijn beschikbaar via de website van GTS. Deze kunnen worden gedownload via https://www.gasunietransportservices.nl/downloads-en-formulieren «onder Kaart leiding systeem GTS.»

19

Wat is de omvang van de kosten die vanaf 2012 jaarlijks gemaakt zijn door de overheid voor de advisering door de instanties die de regering adviseren of ten behoeve daarvan onderzoek verrichten zoals het Staatstoezicht op de Mijnen, KNMI en TNO?

Hoe verhouden de uitgaven voor de maatschappelijke organisaties zich tot de uitgaven voor de advisering en onderzoek?

Antwoord

In onderstaande tabel zijn de kosten opgenomen die jaarlijks zijn gemaakt door overheid voor de advisering door instanties die de regering jaarlijks adviseren.

Opm. 1 Pas vanaf 2016 heeft SodM een eigen onderzoeksbudget. Tot en met 2015 werd SodM-onderzoek uit het eigen apparaatsbudget bekostigd.

Opm. 2 Over de bijdrage aan KNMI zijn over 2012 en 2013 geen gegevens beschikbaar.

Opm. 3 Er is pas vanaf 2013 een apart budget beschikbaar voor opdracht aan TNO-AGE, tot die tijd maakte dit onderdeel uit van algemeen onderzoek op gebied mijnbouw-bodembeweging.

Opm. 4 Bedragen 2018 zijn de geraamde bedragen.

Onderstaand zijn de bijdragen weergeven die vanaf 2016 zijn betaald aan maatschappelijke organisaties:

20

Kan worden toegelicht in hoeverre de door TNO gepresenteerde opties (tijdens het rondetafelgesprek over de Gaswinning in Groningen op 17 mei 2018) om sneller naar beneden te gaan in het tijdspad kunnen worden ingepast?

Antwoord

Door verschillende partijen, waaronder TNO, zijn aanvullende maatregelen aangedragen om de vraag naar Groningengas terug te dringen. Ik waardeer het zeer dat partijen meedenken om de vraag naar Groningengas terug te dringen. In algemene zin geldt dat deze opties al op mijn netvlies stonden. Wat betreft de alternatieve invulling van UGS Norg merk ik op dat GTS in haar advies (als bijlage bij de Kamerbrief van 29 maart jl. (Kamerstuk 33 529, nr. 457)) al heeft aangegeven dat zij met NAM gaat onderzoeken of het van 2022 mogelijk is om dit te vullen met geconverteerd H-gas nadat de stikstofinstallatie in Zuidbroek gereed is gekomen.

TNO presenteerde tijdens de ronde tafel op 17 mei jl. een aantal opties om sneller aan de reductie van de gasvraag te kunnen voldoen.

TNO gaf ten eerste aan dat het Norg opslagveld op een alternatieve manier kan worden ingezet, bijvoorbeeld door deze te vullen met geconverteerd H-gas in plaats van het gas uit Groningen. Deze optie had ik ook in beeld. Inmiddels heeft gezamenlijk overleg plaatsgevonden tussen TNO, GTS en mijn ministerie. De huidige mogelijkheden om UGS Norg te vullen met geconverteerd H-gas zijn echter beperkt. GTS heeft berekend dat dit in theorie maximaal 0,5 miljard Nm3 is. In deze berekeningen zijn de transport- en operationele beperkingen nog niet meegenomen, dus de daadwerkelijke potentiële besparing is mogelijk nog lager. Op het moment dat de stikstofinstallatie in Zuidbroek operationeel is (per oktober 2022) zou deze installatie in de zomer kunnen worden gebruikt om UGS Norg met geconverteerd H-gas te vullen. Op dit moment wordt onderzocht welke investeringen daar voor nodig zijn en wat de besparing op de Groningenproductie zou kunnen zijn.

TNO stelde ook dat als de bestaande stikstofinstallaties beter benut zouden worden de nieuwe stikstofinstallatie bij Zuidbroek minder economisch zou zijn. Ik heb dit bij GTS nagevraagd. TNO blijkt te zijn uitgegaan van de oude inzetstrategie wat betreft de inzet van de stikstofinstallaties. De stikstofinstallaties hebben de afgelopen jaren niet volledig gedraaid omdat een andere systematiek van winnen werd gevolgd (vlak produceren). GTS gaat in haar berekeningen die ten grondslag liggen aan de brief van 29 maart (Kamerstuk 33 529, nr. 457) er wel vanuit dat de stikstofinstallaties maximaal worden ingezet. Ondanks deze maximale inzet is het bouwen van een nieuwe stikstofinstallatie toch een noodzakelijke investering. Sterker nog, de stikstofinstallatie en een alternatieve inzet van UGS Norg zijn complementair aan elkaar, en geen substituten. Op de manier van het combineren van een stikstofinstallatie met een alternatieve inzet van UGS Norg zou eventueel een versnelling kunnen worden ingepast, maar pas na 2022.

Een andere optie die TNO voorstelde was het maximaal benutten van de beschikbare en contracteerbare capaciteit in het buitenland, met name de opslag en stikstofconversie in Duitsland. Echter, deze buitenlandse bergingen zijn meegenomen bij de marktinschatting van de buitenlandse netbeheerders (TSO’s, in Nederland: GTS). Deze bergingen zijn in kaart gebracht en zijn als bijlage bij mijn brief gevoegd («L-Gasopslag en stikstofconversiecapaciteit», AGE 18–10.037, 23 maart 2018 (Kamerstuk 33 529, nr. 457)). In mijn gesprekken met de buurlanden vraag ik of de buurlanden zelf mogelijkheden zien om bestaande installaties zo goed mogelijk te benutten. Deze gesprekken verlopen constructief.

TNO gaf verder aan dat men een nieuwe vraagcurve voor gas vanuit het regionale net (RNB) zou kunnen bepalen op basis van de voorgestelde maatregelen sinds het verschijnen van de Nationale Energie Verkenning (NEV) 2017. Voor de gasvraag in het komend gasjaar baseert GTS zich op de realisaties van het voorgaande jaar (en de jaren daarvoor). Dit is de meest accurate inschatting van de gasvraag op de korte termijn. Op de langere termijn klopt het dat er een verschil is tussen hetgeen in de Nationale Energieverkenning (NEV) 2017 is meegenomen en de ambities van het kabinet uit het Regeerakkoord. Ieder jaar zal GTS haar raming voor het komend gasjaar actualiseren naar de dan geldende inzichten.

TNO noemde verder als optie om nieuwe kleine offshore velden in de Noordzee versneld te ontwikkelen die de importafhankelijkheid van Nederlands gas kan beperken. Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar de omvang en kwaliteit van de kleine velden op de Noordzee. Het is nog niet bekend of, wanneer en met welke capaciteit deze worden geproduceerd. Wanneer hier meer duidelijkheid over is, zal GTS deze informatie meenemen in haar analyse. Over de kleine velden werd uw Kamer separaat geïnformeerd met een brief van 30 mei (Kamerstuk 33 529, nr. 469, brief 30 mei jl. betreffende Gaswinning uit de kleine velden in de energietransitie).

Daarnaast noemde TNO nog als optie om stikstof additioneel in te kopen. Dit is één van de maatregelen die ik in mijn brief van 29 maart jl. heb opgenomen als aanvullende maatregel om de Groningenproductie te reduceren. Ik kan u melden dat voordat extra stikstof kan worden ingezet er ook (beperkte) aanpassingen aan het GTS-netwerk nodig zijn. De eerste oriënterende gesprekken tussen GTS en de stikstofleverancier vinden op dit moment plaats. Indien overeenstemming tussen partijen wordt bereikt, zullen de benodigde aanpassingen in 2020 gereed zijn en de additionele stikstof geleverd worden.

21

Waarom is het doel van de wet Minimalisering gaswinning Groningerveld, te weten de afbouw van de gaswinning in Groningen, niet in de voorgestelde wetstekst zelf opgenomen?

Antwoord

In de consultatieversie van het wetsvoorstel was het minimaliseren van de gaswinning uit het Groningenveld inderdaad niet in de wijziging van de Mijnbouwwet zelf opgenomen. De in de consultatieversie voorgestelde maatregelen hadden wel als effect dat er niet meer gas uit het Groningenveld zou worden gewonnen dan nodig is voor de leveringszekerheid. In het wetsvoorstel zoals dit naar uw Kamer is gezonden (Kamerstuk 34 957, nr. 2) is het minimaliseren van de inzet van het Groningenveld ook in de wijziging van de Mijnbouwwet zelf opgenomen. De houder van de winningsvergunning Groningenveld moet hiermee rekening houden bij het opstellen van de operationele strategie.

22

Hoe moet de voorgenomen discretionaire bevoegdheid van de Minister om alle belangen gewicht toe te kennen worden geduid? Kan het voorgenomen afwegingskader worden toegelicht?

Antwoord

In het wetsvoorstel is bepaald dat de Minister van EZK bij het vaststellen van de operationele strategie het veiligheidsbelang en het maatschappelijk belang betrekt dat verbonden is aan het niet kunnen voorzien van eindafnemers van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas. Zolang er meer gas noodzakelijk is om de leveringszekerheid te borgen dan gelet op de seismische activiteit van het Groningenveld wenselijk wordt geacht moet de Minister van EZK een afweging maken tussen het veiligheidsbelang van personen in het aardbevingsgebied en de het belang van eindverbruikers die voor hun gasvoorziening afhankelijk zijn van de levering van laagcalorisch gas.

Ik merk hierbij op dat de belangen die moeten worden afgewogen verschillend van aard zijn en belangen niet «in dezelfde weegschaal» kunnen worden gelegd en dat er geen «vanzelfsprekende» uitkomst is. De weging tussen deze belangen is daarmee geen mathematische maar een bestuurlijke afweging, waarbij ik een zwaarwegende betekenis hecht aan veiligheid. Dit is in het wetsvoorstel vorm gegeven in de voorgestelde artikelen 52d en 52e van de Mijnbouwwet.

Bij de vaststelling van de operationele strategie kijk ik in hoeverre wordt voldaan aan de veiligheidsnorm van 10-5 en in hoeverre de verschillende categorieën eindafnemers kunnen worden voorzien van laagcalorisch gas. Ook is het belangrijk om te kijken naar het tempo van het afbouw van de vraag en het tempo van versterken. Indien zicht is op een verbetering van de situatie in Groningen, kan dit reden zijn om dit mee te nemen in de afweging. Daarnaast neem ik in mijn afweging de maatschappelijke ontwrichting mee als gevolg van enerzijds de gevolgen van bodembeweging en anderzijds van het afsluiten van een groot aantal bedrijven. In de toelichting van het wetsvoorstel is aangegeven dat het uitgangspunt is dat het winningsniveau wordt vastgesteld op de hoeveelheid gas die nodig is voor de leveringszekerheid.

23

Kan worden verduidelijkt onder welke omstandigheden de Minister in de gaswinning kan ingrijpen, dat wil zeggen over kan gaan tot wijziging van de operationele strategie

Antwoord

De operationele strategie wordt jaarlijks vastgesteld. De strategie kan tussentijds worden aangepast, maar gelet op de lange doorlooptijd van de procedure ligt dit minder voor de hand. In het wetsvoorstel is daarom bepaald dat de Minister in een aantal gevallen in aanvulling of afwijking van de operationele strategie een tijdelijke maatregel kan opleggen. Het gaat om een substantiële afwijking van de vraag naar laagcalorisch gas of een onverwachte gebeurtenis waardoor vanuit veiligheidsoogpunt een andere verdeling van de productie uit het Groningenveld noodzakelijk is.

24

Kan worden toegelicht hoe de verschuiving van verantwoordelijkheid voor het te winnen niveau van de NAM naar de Staat van invloed is voor wat betreft de aansprakelijkheid?

Antwoord

De NAM blijft altijd betalen voor schade als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld. Het wetsvoorstel «nooit meer dan nodig» beoogt geen verandering te brengen in de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de NAM. Hiertoe is bepaald dat artikel 6: 178, onderdeel c, van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is. Dit betekent dat ingevolge dit wetsvoorstel de risicoaansprakelijkheid op de vergunninghouder van het Groningenveld blijft rusten, ook al bepaalt de Minister van EZK voortaan het te winnen niveau. En dit betekent dus ook dat NAM betaalt voor de schade.

Ik heb een tweede wetsvoorstel in voorbereiding over de afhandeling van schade als gevolg van de aardbevingen in Groningen. Dit wetsvoorstel zal voor de zomer worden geconsulteerd. In dit wetsvoorstel zal ik opnieuw bezien wat een passende regeling is voor de aansprakelijkheid voor schade als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld, mede in het licht van de beoogde situatie dat ik hiermee het winningsniveau bepaal en de schade publiekrechtelijk zal gaan afhandelen. Ook zal ik in dit wetsvoorstel vastleggen dat NAM blijft betalen voor de schade.

25

Kan worden verduidelijkt op welke wijze benodigde zorgplichten vastgelegd zullen worden? Wie is aansprakelijk voor het nemen van preventieve maatregelen om schade te voorkomen?

Wie is wanneer en op welke gronden verantwoordelijk voor de schadeafhandeling en schadevergoedingen? Bij wie komt de versterkingsverplichting te liggen? Hoe verhoudt zich dit tot het schrappen van het wetsartikel dat schade moet worden voorkomen?

Antwoord

In het wetsvoorstel wordt voorgesteld om de zorgplicht voor de vergunninghouder van het Groningenveld op te nemen in een nieuw artikel in de Mijnbouwwet. Deze zorgplicht sluit aan bij de nieuwe procedure waarin de Minister van EZK het te winnen niveau bepaalt en de vergunninghouder verplicht is om niet meer maar ook niet minder te winnen. Daar past de zorgplicht uit artikel 33 Mijnbouwwet niet bij. Dit neemt uiteraard niet weg dat de vergunninghouder de opgedragen winning vanzelfsprekend wel zo zorgvuldig en professioneel mogelijk moet uitvoeren. De nieuwe zorgplicht is dan ook op deze wijze geformuleerd.

In genoemd wetsvoorstel is ook een bepaling opgenomen dat de Minister van EZK de maatregelen neemt die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden om te voorkomen dat de veiligheid wordt geschaad als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld. Daarmee wordt de basis gecreëerd voor de publieke aansturing en uitvoering van het versterkingsprogramma. Echter, deze bepaling laat de aansprakelijkheid voor de kosten die gepaard gaan met het versterken onverminderd bij de vergunninghouder.

Wat betreft de afhandeling van schade heeft de overheid dit met het Besluit mijnbouwschade Groningen (Stcrt. 2018, nr. 6398) naar zich toe getrokken. Bij de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen kan nu om een vergoeding van de schade worden verzocht. Ook kunnen degenen die schade hebben, zich nog steeds tot de vergunninghouder wenden op grond van artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek. Zoals aangekondigd in het regeerakkoord wordt op een later moment te voorzien in een meer definitieve voorziening voor de publieke schade-afhandeling van de schade als gevolg van bodembeweging door gaswinning uit het Groningenveld en de gasopslag Norg.

26

Hoe gaan veiligheidsbelang en veiligheidsbeleving zich verhouden tot leveringszekerheid en maatschappelijk belang? Hoe verhoudt zich de voorgestelde samenhang tussen leveringszekerheid enerzijds en veiligheidsbelang anderzijds zich tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het recht op ongestoord genot van de woning?

Antwoord

Met betrekking tot het eerste deel van deze vraag wijs ik op mijn antwoord op vraag 22 over de afweging van de genoemde belangen. Zoals daar aangegeven is het uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat het winningsniveau wordt vastgesteld op de hoeveelheid gas die nodig is voor de leveringszekerheid. Zolang er meer gas noodzakelijk is om de leveringszekerheid te borgen dan gelet op de seismische activiteit van het Groningenveld wenselijk wordt geacht, maak ik een afweging tussen het veiligheidsbelang van personen in het aardbevingsgebied en het belang van eindverbruikers die voor hun gasvoorziening afhankelijk zijn van de levering van laagcalorisch gas. Ik kijk daarbij in ieder geval in hoeverre wordt voldaan aan de veiligheidsnorm van 10-5 en in hoeverre de verschillende categorieën eindafnemers kunnen worden voorzien van laagcalorisch gas. Ik kijk naar het tempo van het afbouw van de vraag en het tempo van versterken van gebouwen in het gebied. Daarnaast neem ikin mijn afweging de maatschappelijke ontwrichting mee als gevolg van enerzijds de gevolgen van bodembeweging en anderzijds van het afsluiten van een groot aantal bedrijven.

Naast risico’s voor veiligheid veroorzaken de aardbevingen ook op grote schaal scheuren in huizen en gebouwen en deze overlast kan ook leiden tot onzekerheid bij bewoners. Daarom neemt het kabinet maatregelen om de gaswinning uit Groningen zo snel mogelijk volledig te beëindigen. Overigens merk ik op dat het veiligheidsbelang zoals gedefinieerd in het wetsvoorstel niet ziet op het ongestoord genot van de woning. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) ziet onder andere toe op het recht op bescherming van privé en gezinsleven, woning en correspondentie (gezamenlijk ook wel aangeduid als de persoonlijke levenssfeer). Artikel 8 EVRM beoogt daarbij niet alleen een verbod om inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer, maar ook een positieve verplichting voor de staat om inbreuken op de persoonlijke levenssfeer te voorkomen. Om daadwerkelijk voorrang te kunnen geven aan de veiligheid van omwonenden neemt het kabinet meetregelen om de behoefte aan Groningengas in hoog tempo te verminderen. Het wetsvoorstel heeft hierin een belangrijk aandeel omdat de winning van gas uit het Groningenveld het sluitstuk wordt van de behoefte aan laagcalorisch gas. De maatregelen en het wetsvoorstel maken een snelle verlaging van de winning mogelijk, die noodzakelijk is voor de veiligheid in het gaswinningsgebied, de veiligheid van leveringszekerheid bij eindafnemers en het maatschappelijk belang van leveringszekerheid.

27

Kan worden toegelicht waarom het jaarlijks plan van de beheerder van het gastransportnet en daarmee ondernemingen die een direct commercieel belang hebben aan de grondslag komen te liggen van de door de Minister vast te stellen operationele strategie? In hoeverre is hier sprake van tegengestelde belangen?

Op welke wijze worden transparantie en controleerbaarheid geborgd?

Antwoord

GTS heeft als beheerder van het landelijk gastransportnetwerk geen belang bij de gaswinning. GTS brengt in samenspraak met relevante partijen aanbod en vraag naar laagcalorisch gas in kaart en legt dit vast in een raming. Op grond van de raming van GTS stelt NAM, als vergunninghouder van het Groningenveld op mijn verzoek een of meerdere operationele strategieën op. Bij het vaststellen van de operationele strategie wordt een aantal onafhankelijke adviseurs betrokken (zoals SodM, TNO en Mijnraad). Alle adviezen, waaronder de raming van GTS, en de operationele strategie van NAM worden openbaar gemaakt en zijn daarmee dus controleerbaar.

28

In hoeverre worden belangen van bewoners buiten het zogenaamde effectgebied van het Groningerveld meegenomen? Kan worden verduidelijkt wat hun rechten zijn?

Antwoord

Het gebied waar de operationele strategie betrekking op heeft, sluit aan bij de huidige procedure rondom winningsplannen. Voor de vaststelling van de operationele strategie voorziet het wetsvoorstel in de mogelijkheid voor een ieder om te reageren op het voorgenomen besluit tot vaststelling van de operationele strategie. Ook inwoners buiten het gebied waarop de operationele strategie betrekking heeft kunnen dus reageren op voorgenomen besluit.

29

Op welke wijze worden andere ministeries bij besluitvorming omtrent de gaswinning betrokken?

Antwoord

In de brief aan uw Kamer (Kamerstuk 33 529, nr. 355) is aangegeven dat verschillende ministeries op verschillende besluiten rondom Groningen reeds betrokken zijn. Het wetsvoorstel brengt daarin geen verandering. Kort gezegd is de verdeling tussen mijn ministerie en de andere ministeries als volgt. In de Mijnbouwwet zijn de bevoegdheden voor het verlenen van vergunningen en het instemmen met winningsplannen en opslagplannen belegd bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat. Met het nieuwe wetsvoorstel wordt hierbij aangesloten door de bevoegdheid voor het vastleggen van de operationele strategie ook bij deze Minister te beleggen.

Dit neemt niet weg dat ik andere ministeries betrek bij de besluitvorming over de gaswinning uit het Groningenveld. Ministeries worden specifiek betrokken, bijvoorbeeld het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) betreffende woningen en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) bij de infrastructuur. De betrokkenheid van deze ministeries hoeft echter niet in de Mijnbouwwet te worden opgenomen. Immers, sinds 2013 worden alle belangrijke besluiten over de gaswinning Groningen in de ministerraad genomen.

30

In hoeverre is, gelet op wat TNO in het rondetafelgesprek van 17 mei 2018 aangaf namelijk dat de huidige stikstofcapaciteit zodanig benut zou kunnen worden dat winning uit het Groningerveld nu al fors terug zou kunnen worden gebracht en de suggestie van TNO dat de gasopslag bij Langelo nu al gevuld zou kunnen worden met hoogcalorisch gas vermengd met stikstof, dat het geval? Wat zou dit betekenen voor de winning van Gronings gas? En in hoeverre zijn daar risico's aan verbonden voor de inwoners boven de gasopslag in Langelo?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 20 voor een schets van de haalbaarheid van de opties zoals genoemd door TNO en de gevolgen daarvan voor de gaswinning uit het Groningenveld.

Voor de gasopslag bij Norg/Langelo maakt het qua veiligheid voor omwonenden niet uit of de gasopslag wordt gevuld met puur Groningen gas of met pseudo-Groningen gas (hoogcalorisch gas, dat door menging met stikstof op Groningse kwaliteit is gebracht).

Als er pseudo-Groningen gas zou worden gebruikt om de gasopslag bij Norg/Langelo te vullen, zou er in de zomermaanden minder gas nodig zijn uit het Groningenveld. Dit zou ongewenste fluctuaties in de winning kunnen veroorzaken. Daarom zou hiervoor een zodanige winningsstrategie ontworpen moeten worden, dat de winning blijft binnen de grenzen die SodM verantwoord acht.

31

Kunt u een gedetailleerd overzicht geven van de verdeling van de aardgasopbrengsten tussen Exxon, Shell en de Staat onder het huidige gasgebouw? Kunt u daarbij aangeven hoe de aardgasbaten tot nu toe in euro’s zijn verdeeld?

Antwoord

De opbrengsten van het Groningengas worden op grond van de MOR-Overeenkomst verdeeld tussen NAM (en haar aandeelhouders Shell en ExxonMobil) en de Staat. Hierbij wordt de opbrengst verdeeld in drie schijven, namelijk een 95/5, een 85/15 en een 64/36 schijf. Van de 95/5 schijf komt 95% toe aan de Staat en 5% netto aan NAM, voor de 85/15 schijf komt 85% toe aan de Staat en bij de 64/36 schijf is dit 64%. In de 95/5 en 85/15 schijf worden alleen opbrengsten verdeeld. De kosten van de winning worden verrekend in de 64/36 schijf. De verdeling van de opbrengst is in diverse Kamerstukken toegelicht (Kamerstuk 28 109, nr 1 en 33 529, nr 30). Over de periode 2006–2016 bedroeg de totale winst uit het Groningengas € 95 miljard, waarvan € 84 miljard toekwam aan de Staat en € 11 miljard aan NAM.

32

Hoeveel gas zal er onder de kabinetsplannen in de grond blijven zitten?

Antwoord

De verwachting is dat circa 450 miljard Nm3 Groningengas niet geproduceerd zal worden.

33

Wat is de waarde van het gas dat in de grond blijft zitten?

Antwoord

Bij een gasprijs van 15 ct/m3 bedraagt de verwachte omzet hiervan bijna € 70 miljard.

34

Van wie is de juridische en economische eigendom van dit gas?

Antwoord

Bij het verlenen van de concessie in 1963 heeft NAM de eigendom van het gas verkregen. Hierbij is het onderscheid tussen juridische en economische eigendom niet van belang; het betreft dus zowel het juridische als het economische eigendom.

35

Heeft u voor de toekomst een andere verdeling van de aardgasopbrengsten op het oog? Zo ja, hoe komt deze verdeling eruit te zien?

Antwoord

Ik ben in gesprek met Shell en ExxonMobil over aanpassingen in het gasgebouw. Hierbij komt de verdeling van de opbrengsten aan de orde. Het overleg bevindt zich inmiddels in de afrondende fase en ik hoop uw Kamer hierover op korte termijn te informeren.

36

Worden de kosten van schadeherstel en versterking verdeeld tussen Exxon, Shell en de Staat conform de verhoudingen van de aardgasopbrengsten?

Antwoord

Zie antwoord vraag 35.

37

Op welke wijze kan de Staat afdwingen bij de NAM dat de winning op termijn daadwerkelijk naar nul gaat?

Antwoord

Recent heb ik uw Kamer een wetsvoorstel toegestuurd waarin bepaald wordt dat NAM niet meer Groningengas zal winnen dan noodzakelijk is voor de leveringszekerheid (Kamerstuk 34 957). Deze hoeveelheid wordt door mij vastgesteld in een operationele strategie voor het winnen van gas uit het Groningenveld. NAM is verplicht de operationele strategie uit te voeren, dus niet meer en niet minder te winnen dan voorgeschreven in de operationele strategie. Op deze wijze wordt verzekerd dat, op het moment dat dit mogelijk is, de winning daadwerkelijk naar nul gaat.

38

Waarom is er bij het aangaan van de overeenkomst tussen Exxon, Shell en de Staat niet voorzien in een einddatum of andere gronden om de overeenkomst te beëindigen? Onder welke omstandigheden kan het huidige contract wel worden beëindigd?

Antwoord

In 1963 is de Overeenkomst van Samenwerking gesloten. Destijds stelde de toenmalige Minister van Economische Zaken De Pous het sluiten van deze overeenkomst als voorwaarde om de concessie Groningen aan NAM te verlenen. De voorgenomen organisatie van gaswinning en gasafzet van Groningengas is uiteengezet in de Nota De Pous (Kamerstuk 6767, nr. 1) en is destijds besproken met uw Kamer. De overeenkomst is voor onbepaalde duur aangegaan en eindigt op het moment dat de aardgasvelden in de winningsvergunning Groningen economisch zijn uitgeput. Op dit moment ben ik in gesprek met Shell en ExxonMobil over aanpassing van het gasgebouw. Ik hoop deze gesprekken op korte termijn af te ronden en streef ernaar dat de aangepaste afspraken zoveel mogelijk openbaar worden.

39

Heeft de NAM druk uitgeoefend op de Staat om onder bestaande aansprakelijkheden uit te komen, in lijn met de uitspraak: «De invloed van de NAM verder zal verminderen: waar NAM minder controle kan uitoefenen kan zij ook minder verantwoordelijkheden voor dragen»?

Antwoord

NAM heeft geen druk uitgeoefend om onder de bestaande aansprakelijkheid uit te komen. NAM heeft wel aangegeven van mening te zijn dat de Minister van EZK de afweging moet maken tussen veiligheid en leveringszekerheid en dat dit niet aan NAM is.

40

Kunt u bevestigen dat de NAM voor eeuwig aansprakelijk blijft voor schade als gevolg van de gaswinning? Blijven de achterliggers van de NAM ook aansprakelijk mocht de NAM failliet gaan of anderszins ophouden te bestaan?

41

Op welke manier kan verzekerd worden dat Shell en Exxon aansprakelijk blijven voor schadeherstel en versterking mocht de NAM niet meer bestaan of niet meer aan haar verplichtingen kunnen voldoen?

Antwoord vraag 40 en 41

Op grond van de Mijnbouwwet is, na beëindiging van de winning, de laatste vergunninghouder aansprakelijk voor de schade. Als NAM de laatste houder van de vergunning is dan blijft NAM aansprakelijk.

Het stellen van garanties door Shell en ExxonMobil voor het nakomen van de verplichtingen is een onderdeel van de besprekingen over de aanpassingen in het gasgebouw. Als een akkoord bereikt is, zal ik uw Kamer hierover informeren.

42

De NAM beloofde dividenduitkeringen op te schorten; wat is de substantie van deze belofte? Is deze toezegging juridisch bindend? Zal de NAM over 2018, 2019 en 2020 dividend uitkeren? Kan de Staat dividenduitkeringen tegenhouden mochten Shell en Exxon per se uit willen keren?

Antwoord

NAM heeft eind 2017 aangegeven dat zij haar dividendbeleid heeft herzien met als resultaat dat NAM de dividendbetalingen aan de aandeelhouders voorlopig heeft opgeschort. Een dergelijke toezegging is juridisch niet bindend, maar ik ga er vanuit dat NAM deze belofte zal nakomen.

43

In hoeverre is de NAM verplicht reserves aan te houden om aan aansprakelijkheidsverplichtingen te kunnen voldoen? Hoe verhouden de huidige reserves zich tot de verwachte schade?

Antwoord

NAM is op grond van het Burgerlijk Wetboek verplicht om schade als gevolg van bodembeweging door gaswinning te vergoeden. Het is niet verplicht hiervoor reserves aan te houden, maar in het kader van goede bedrijfsvoering dient de onderneming rekening te houden met toekomstige verplichtingen. Ultimo 2017 had NAM een voorziening getroffen van bijna € 900 miljoen voor kosten die verband houden met aardbevingen. Ik vind het van belang dat NAM ook in de toekomst financieel robuust is om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen.

44

Klopt het dat er in de huidige berekeningen van de toekomstige vraag naar Gronings gas gebruik wordt gemaakt van verouderde schattingen, zoals dhr. Peters aangaf tijdens het rondetafelgesprek? Zo ja, kun u inzichtelijk maken hoe de toekomstige vraag naar Gronings gas op basis van nieuwe schattingen berekend kan worden?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 15 en vraag 20.

45

Wat is het huidige en te verwachten effect van het besluit om de winning van Gronings gas naar nul terug te brengen op de internationale markt en handel?

Antwoord

Het is niet te zeggen hoe de markt en de handel uiteindelijk zullen reageren op de effecten van het besluit om de winning van Groningengas naar nul terug te brengen. Vooralsnog zijn er op de Title Transfer Facility (TTF, de virtuele handelsplaats) geen prijsschokken geweest naar aanleiding van deze beslissing en eerdere beslissingen over de omvang van de winning. Dat toont aan dat de markt en de handel deze beslissingen vooralsnog hebben kunnen opvangen doordat er voldoende gas uit andere bronnen beschikbaar was.

46

Hoe ziet het verdere proces eruit voor de tweehonderd grootgebruikers, gelet op hetgeen in de brief (Kamerstuk 33 529, nr. 457) staat dat er inmiddels gesprekken zijn gevoerd met industriële grootverbruikers, die de Groningsgas brief hebben ontvangen en wat is de huidige stand van zaken?

Antwoord

Zie antwoord vraag 6

47

Wat zijn de randvoorwaarden voor bedrijven om over te stappen op andere vormen van gas? Zijn deze voldoende in beeld gebracht? Zo ja, hoe wordt hier verder mee omgegaan? Zo nee, wanneer verwacht men hier duidelijkheid in te kunnen scheppen en wie is in verband daarmee aan zet?

Antwoord

De algehele randvoorwaarden voor de omschakeling van gas heb ik in mijn brief van 29 maart jl. (Kamerstuk 33 529, nr. 457) aangegeven. De randvoorwaarden van individuele bedrijven zijn veelal gelegen in een goede afstemming met GTS over de concrete planning en uitwerking, waarin onder andere de timing, veiligheid en benodigde aanpassingen een plek krijgen. Dit is ook de reden dat ik bedrijven verzoek om met GTS in contact te treden voor een concrete uitwerking, zodat randvoorwaarden voldoende in beeld worden gebracht.

Daarnaast heb ik bedrijven nadere informatie gevraagd over de verwachtingen omtrent de NOx-emissies als gevolg van omschakeling naar hoogcalorisch gas. Deze informatie heb ik nodig om de vragen omtrent NOx-emissie goed in beeld te krijgen.

Tenslotte heb ik met VEMW afgesproken dat zij aangeven of en op welke onderwerpen er nog nadere duidelijkheid voor bedrijven nodig is.

48

Wat is de stand van zaken van het afbouwen van contracten met partijen in het buitenland?

Antwoord

Voor de vraag naar Gronings gas is de fysieke vraag van afnemers van belang. Met het buitenland zijn afspraken gemaakt over de afbouw van hun vraag naar L-gas. Daarnaast zijn als gevolg van de aardbeving in Zeerijp gesprekken gevoerd over mogelijkheden tot versnelde afbouw. U bent hierover in mijn brief van 29 maart jl. geïnformeerd en zult van de voortgang met enige regelmaat op de hoogte worden gehouden. Contracten, bijvoorbeeld van GasTerra met buitenlandse partijen, zijn niet op de fysieke vraag van invloed. Het afbouwen van dit soort contracten speelt dan ook geen rol in het bepalen van de toegestane Groningenproductie.

49

Welke effecten worden verwacht op de prijs van (Gronings) gas?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 45.

50

Welke stikstofcapaciteit bestaat er nu en welke behoefte bestaat er nu voor een nieuwe stikstoffabriek?

Antwoord

Met de bestaande base-load installaties Ommen en Wieringermeer kan tussen de 20 en 23 miljard Nm3 geconverteerd H-gas worden geproduceerd, afhankelijk van het percentage stikstofinzet. Daarnaast zal de installatie op Pernis (base-load) als back-up functioneren ingeval van uitval op Wieringermeer. De bestaande installatie Zuidbroek in combinatie met de stikstofcaverne Heiligerlee wordt, vanwege het beperkte volume, ook ingezet als back-up voor zowel Ommen als Wieringermeer.

Dat het kabinet GTS heeft gevraagd om een nieuwe stikstoffabriek te bouwen heeft als reden dat dit de snelste en meest effectieve mogelijkheid is om de productie uit het Groningenveld zo snel mogelijk te reduceren, in eerste instantie voorbij het door SodM geadviseerde niveau van 12 miljard Nm3, daarna naar 0.

51

Op welke wijze worden huishoudens betrokken bij de afbouw van Gronings gas?

Antwoord

Een andere manier van verwarmen vraagt vaak om meer isolatie en andere installaties en toestellen in huis. Voor al deze veranderingen zijn ingrepen nodig in en om de woning. De komende jaren zal een handelingsperspectief ontwikkeld worden voor huishoudens, waarbij aardgas steeds minder vanzelfsprekend en aantrekkelijk zal worden.

Zoals ik in mijn brief van 29 maart heb aangegeven is er volgens PBL zicht op een vermindering van het aardgasgebruik in de gebouwde omgeving met 0,4 tot 1,8 miljard Nm3 laagcalorisch gas in 2030, op basis van kosteneffectieve maatregelen om te komen tot 49% CO2-reductie (zie antwoord vraag 101). Gemeenten maken voor 2021 een warmteplan waardoor een duidelijke planning en fasering ontstaat. Dit doen zij samen met betrokken stakeholders, waaronder huishoudens.

Gemeenten kunnen verder voor 1 juli 2018 aanvragen indienen bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om deel te nemen aan proeftuinen voor het aardgasvrij maken van bestaande wijken. Belangrijke onderdelen van de toetsingscriteria voor de selectie van de proeftuinen zijn de wijze waarop burgers, bedrijven en andere gebouweigenaren betrokken worden bij het aardgasvrij maken van de wijk en op de wijze waarop draagvlak wordt georganiseerd. Het betrekken van burgers en bedrijven zal ook een belangrijk onderdeel zijn van het kennis- en leerprogramma dat in samenwerking met de VNG, het IPO en de Unie van Waterschappen wordt uitgewerkt.

Huishoudens worden op verschillende manieren ondersteund bij de ingrepen die nodig zijn in en om de woning. Een andere manier van verwarmen vraagt vaak om meer isolatie en om andere installaties en toestellen. De komende jaren zullen diverse maatregelen genomen worden waardoor het verbruik van aardgas steeds minder aantrekkelijk wordt en tegelijkertijd duurzame maatregelen worden aangemoedigd. Met de publiekscampagne «Energie besparen doe je nu» wordt de bewustwording vergroot. Subsidies als de ISDE (€ 100 mln in 2018) en goedkope leningen van het Nationaal Energiebespaarfonds kunnen helpen om een concrete stap te zetten.

In het kader van het Klimaat- en energieakkoord worden verdere afspraken gemaakt om te komen tot betaalbare en laagdrempelige alternatieven voor huishoudens en om draagvlak bij en participatie van burgers verder te verhogen.

52

Welke mogelijkheden ziet u om bij gasimport naast prijs ook te sturen op CO2-afdruk?

Antwoord

Laat ik voorop stellen dat ik bij import niet stuur op de prijs en ook niet kan sturen op de prijs. De markt bepaalt de prijs. Wat betreft de CO2-afdruk geldt dat deze bij extra import zal toenemen omdat het transport van gas dat vanuit het buitenland wordt aangevoerd tot meer CO2 uitstoot zal leiden dan het transport van lokaal geproduceerd gas. Dit vanwege de langere transportroute en de voor het transport benodigde compressie waarbij CO2 vrij komt.

53

Welke mogelijkheden ziet u om bij gasimport naast prijs ook te sturen op CO2-afdruk?

Antwoord

Zie antwoord vraag 52.

54

Welke mogelijkheden ziet u om bij gasimport naast prijs ook te sturen op CO2-afdruk?

Antwoord

Zie antwoord vraag 52.

55

Welke mogelijkheden ziet u om bij gasimport naast prijs ook te sturen op CO2-(voet)afdruk

Antwoord

Zie antwoord vraag 52.

56

Welke mogelijkheden ziet u om te grote afhankelijkheid van specifieke landen te voorkomen?

Antwoord

Nederland kent, in lijn met de Europese regels, een open gasmarkt. Het staat marktpartijen vrij om gas aan te kopen waar en bij wie zij willen. Daarnaast zijn er producenten en aanbieders die uit eigen beweging gas naar Nederland brengen. Door dit alles kent Nederland een zeer goed functionerende gasmarkt waarop geen sprake is van een dominante partij.

Gezien de uitstekende wijze waarop onze markt ook fysiek verbonden is met de ons omringende landen en markten, en ook door de aanwezigheid van een LNG-terminal, verwacht ik op dit vlak ook in de toekomst geen problemen.

57

Welke mogelijkheden ziet u om de beschikbare capaciteit van de gasopslag bij Norg beter te benutten?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 20.

58

Hoe wordt de verhoogde seismische energie in de eerste vier maanden van 2018 ten opzichte van heel 2017 meegenomen in de herziening van de versterkingsoperatie?

Antwoord

SodM, KNMI, TNO-AGE en NEN onderzoeken de te verwachten seismische dreiging gegeven de versnelde afbouw van de gaswinning en de consequenties daarvan voor de versterkingsoperatie. De Mijnraad levert op basis van de rapporten van deze kennisinstellingen uiterlijk 1 juli 2018 een integrerend advies. Op basis van dit rapport wil ik met de regio tot afspraken komen over de herziening van de versterkingsoperatie.

59

Hoe wordt de verhoogde seismische energie in de eerste vier maanden van 2018 ten opzichte van heel 2017 meegenomen in de herziening van de veiligheidsnormen?

Antwoord

De veiligheidsnorm wordt niet herzien: het uitgangspunt blijft dat leven, wonen en werken in Groningen even veilig moet zijn als elders in Nederland. Daarom is de veiligheidsnorm voor geïnduceerde aardbevingen vastgesteld op het niveau van een individueel risico van 10–5 per jaar. Dit houdt in dat de kans dat iemand komt om te overlijden ten gevolge van het bezwijken van (delen van) een gebouw niet groter mag zijn dan 1 op de 100.000 per jaar. Om dit veiligheidsniveau te bereiken worden gebouwen geïnspecteerd en (mogelijk) versterkt aan de hand van de Nationale Praktijkrichtlijn voor aardbevingsbestendig bouwen (NPR 9998). De NPR 9998 wordt doorontwikkeld aan de hand van voortschrijdende kennis en inzichten, waarbij ook actuele inzichten in seismische dreiging worden betrokken.

60

Klopt het dat met leveringszekerheid «voldoende voorraad om aan de vraag te kunnen voldoen» werd bedoeld, ongeacht waar die vraag op was gebaseerd? Is dit nog steeds het uitgangspunt van leveringszekerheid?

Antwoord

Met leveringszekerheid werd en wordt bedoeld dat afnemers van gas op het juiste moment en in de juiste kwaliteit (laag- of hoogcalorisch) en met de benodigde hoeveelheid worden beleverd, ook wanneer de vraag hoog is (zie ook Kamerstuk 33 529, nr. 278). Dit laat onverlet dat het ook mogelijk is om maatregelen te nemen om deze vraag te beperken. Met mijn brief van 29 maart jl. heb ik uiteengezet hoe het kabinet de vraag de komende jaren wil laten dalen, zodat het niveau behorende bij leveringszekerheid sterk omlaag gaat.

61

Wat is het minimale niveau van gaswinning om de huidige basisinfrastructuur van gas te kunnen voorzien?

62

Wat is het minimale niveau van gaswinning om de huidige woningvoorraad van gas te kunnen voorzien?

Antwoord vraag 61 en 62

Het aardgasgebruik van de huidige woningvoorraad is niet gedefinieerd. Wel is de kleinverbruikersmarkt gedefinieerd als afnemers met een verbruik kleiner dan 40 m3 per uur. De gemiddelde omvang van het gebruik van deze groep is ongeveer 12 miljard Nm3 per jaar. Voor deze groep is het gebruik afhankelijk van de temperatuur. In een koud jaar zal het minimale niveau hoger zijn dan in een warm jaar. Het totale binnenlandse gebruik van aardgas is gemiddeld ongeveer 35 tot 40 miljard Nm3 per jaar. Ongeveer de helft hiervan is laagcalorisch gas.

63

Gaat bij wet worden vastgesteld dat de gaswinning over vier jaar gedaald moet zijn naar 4 miljard Nm3 per jaar?

Antwoord

Nee. Wel zal ik bij wet vastleggen dat er niet meer mag gewonnen dan nodig en zullen we maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de vraag naar gas zo snel mogelijk daalt. Volgens het basispad van het kabinet zal dit dalen naar 7 miljard Nm3 per jaar in een koud jaar en 4 miljard Nm3 per jaar in een gemiddeld jaar in 2022.

64

Wanneer kan de optie om het gasopslagveld Norg anders in te zetten in het systeem om op die manier maximaal 5 miljard kuub gas minder te winnen uit het Groningenveld, zoals voorgesteld door TNO, worden ingezet en wat is de impact op de vraag naar Gronings gas?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 20.

65

Klopt het dat de helft van het Gronings gas naar het buitenland wordt geëxporteerd?

Wanneer is het laatste contract afgesloten?

Antwoord

De totale vraag naar laagcalorisch gas bestaat voor ongeveer de helft uit Nederlandse vraag en de helft uit buitenlandse vraag uit België, Frankrijk en Duitsland. Deze vraag wordt ingevuld door middel van verrijking (toevoeging van hoogcalorisch gas aan Groningengas, zolang de bandbreedtes van Gronings het te leveren gas niet worden overschreden), kwaliteitsconversie (het toevoegen van stikstof aan hoogcalorisch gas) en winning van gas uit het Groningenveld. Gronings gas is als zodanig in het gassysteem niet meer specifiek te herkennen. Hierdoor kan ook niet worden aangegeven hoeveel Gronings gas er in het buitenland wordt gebruikt. In 2008 en 2009 zijn voor het laatst langetermijncontracten van GasTerra met buitenlandse partijen verlengd. Geheel nieuwe langetermijncontracten met buitenlandse partijen zijn al langer niet afgesloten.

66

Kan worden toegelicht waarom er niet op een eerder moment voor gekozen is geen nieuwe exportcontracten meer aan te gaan om zo de vraag naar Gronings gas te verminderen?

Antwoord

Voor de behoefte aan Gronings gas is de fysieke vraag door gebruikers naar dit gas van belang. Contracten, bijvoorbeeld van GasTerra met buitenlandse partijen, zijn niet op de fysieke vraag van invloed. Alle (verlengingen van) exportcontracten dateren van voor de aardbeving in Huizinge in 2012 en zijn afgesloten in een andere maatschappelijke context.

67

Zijn er duurzame alternatieven te bedenken waardoor er geen ombouw van hoog- naar laagcalorisch gas hoeft plaats te vinden? Welke gevolgen heeft deze investering voor de uiteindelijke overgang naar een klimaatneutrale energievoorziening?

Antwoord

Uit de gesprekken blijkt dat met name biomassa, geothermie, restwarmte en elektrificatie mogelijke alternatieven kunnen zijn voor de ombouw naar hoogcalorisch gas. Het is afhankelijk van de individuele situatie of één van deze alternatieve daadwerkelijk toepasbaar is. Deze alternatieve dragen bij aan de overgang naar een klimaatneutrale energievoorziening.

68

Welke snellere en goedkopere stikstofproductiefaciliteiten worden er in de industrie en in andere landen toegepast?

Antwoord

In Nederland heeft GTS gekozen voor produceren van stikstof via een cryogene productietechniek. Ten eerste omdat deze installatietechniek het meest efficiënt is vergeleken met andere technieken om stikstof met een hoge capaciteit te produceren. Ten tweede vanwege het feit dat pseudo laagcalorisch gas (hoogcalorisch gas gemengd met stikstof) moet voldoen aan de Regeling gaskwaliteit waarin een zeer laag zuurstofgehalte is opgenomen. Dit lage zuurstofgehalte kan alleen worden bereikt indien de geproduceerde stikstof zo zuiver mogelijk is, hetgeen alleen wordt bereikt met cryogene stikstofproductie.

Daarnaast is er voor gekozen om één fabriek op een centrale locatie te bouwen en niet te kiezen voor meerdere kleine installaties verspreid over het land.

De voornaamste redenen hiervoor zijn volgens GTS:

  • Door op één locatie te bouwen en de installatie op de back-bone van het transportnet aan te sluiten kunnen de verschillende stikstofinstallaties elkaar opvangen ingeval van uitval. Dit komt de leveringszekerheid ten goede. bij meerdere installaties meer downstream in het systeem is dit alleen mogelijk tegen zeer hoge kosten

  • Het verkrijgen van vergunningen zal veel lastiger worden (met risico op vertraging van het project) omdat er op meerdere locaties (mogelijk dichter in de buurt van de bebouwde omgeving) gebouwd dient te worden.

Tot slot houdt GTS ook rekening met de wens om zeer grote hoeveelheden stikstof te produceren opdat meerdere miljarden m3 aan hoogcalorisch gas kunnen worden geconverteerd. Deze combinatie van factoren leidt er toe dat het toepassen van alternatieve stikstoffaciliteiten en -technieken geen optie is.

69

Kan worden toegelicht waarom wordt gekozen voor het aanboren en exploreren van een nieuw gasveld in de Noordzee in plaats van in te zetten op duurzamere bronnen en/of productieprocessen?

Antwoord

Mits de winning veilig en verantwoord kan plaatsvinden en zolang we het gas zelf nodig hebben, geef ik de voorkeur aan gaswinning uit de Nederlandse kleine velden boven de import van gas. Dit heeft voordelen voor het klimaat, energievoorzieningszekerheid en werkgelegenheid. Dat neemt overigens niet weg dat tegelijkertijd ook in de mijnbouwsector wordt ingezet op verduurzaming van de productieprocessen en het invullen van de energievraag met duurzame energiebronnen.

70

Kan worden toegelicht wat wordt bedoeld met de kanttekening dat «in principe» in 2022 geen industriële grootverbruikers meer zijn die laagcalorisch gas gebruiken?

Antwoord

De kanttekening is er bijvoorbeeld op gericht dat het niet de inzet is dat grootverbruikers die verduurzamen en nog een zeer beperkte vraag naar gas overhouden (bijvoorbeeld vanwege een back up faciliteit die ingezet wordt op het moment dat de duurzame energie tijdelijk niet beschikbaar is), voor deze zeer beperkte restvraag ombouwen naar hoog calorisch gas.

71

Wat wordt precies verstaan onder «publieke kosten» als gevolg van aanpassingen in en/of aan het netwerk? Op welke wijze zullen deze kosten worden opgevangen?

Antwoord

De «publieke» kosten zijn de kosten die GTS moet maken voor aanpassing van het netwerk en de aansluiting «buiten de poort» van het bedrijf. Zoals al aangeven bij het antwoord op vraag 10 zal de bevoegdheid voor ACM om deze kosten mee te nemen bij het vaststellen van de tarieven geregeld moeten worden.

72

Waar is de bandbreedte van 40% op gebaseerd? Op welke wijze kan er een meer nauwkeurige inschatting van de kosten worden gemaakt?

Antwoord

GTS bepaalt de beoogde maatregelen in eerste instantie en in dit stadium indicatief. Dit leidt tot de genoemde bandbreedte. Als in een nader traject met een aangesloten partij meer duidelijkheid over de precieze maatregel omtrent de wijze waarop de omschakeling van laagcalorisch naar hoogcalorisch wordt vastgesteld, kan tevens een betere inschatting van de kosten worden gemaakt.

73

Zijn er claims te verwachten van grootverbruikers die versneld op andere bronnen moeten overschakelen? Zo ja, hoe hoog kunnen deze uitvallen en hoe wordt dat begroot? Zo nee, kan dat worden gegarandeerd?

Antwoord

Vooralsnog ga ik, op basis van de gevoerde gesprekken met bedrijven, uit van een vrijwillige ombouw door de grootverbruikers en verken ik mogelijkheden om vrijwillige medewerking te kunnen stimuleren.

74

Staat het genoemde laagcalorisch gasveld op de Noordzee in contact met het Groningenveld? Wat is de kosten-batenverhouding van dit specifieke veld voor de staat?

Antwoord

Het bedoelde laagcalorisch gasveld in een gebied dat zich uitstrekt over het Nederlandse en Duitse deel van de Noordzee heeft geen verbinding met het Groningenveld. Via de staatsdeelneming door EBN in de opsporing en winning en de door de desbetreffende vergunninghouder aan de Staat verschuldigde belastingen en specifieke mijnbouwwettelijke afdrachten komt net als bij andere winningsprojecten circa 70% van de met de winning behaalde resultaten toe aan de Staat. Over de verdeling van de verwachte aardgashoeveelheid tussen Nederland en Duitsland, alsmede over de omvang daarvan zijn op dit moment nog geen concrete uitspraken te doen. Er is op dit moment nog geen winningsvergunning voor dit gasveld aangevraagd.

75

Hoeveel Gronings gas kan jaarlijks minder geproduceerd worden bij volledige isolatie van de sociale woningbouwvoorraad?

Antwoord

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) geeft aan dat in de ruim 2,2 miljoen zelfstandige sociale huurwoningen van corporaties in totaal circa 2,5 miljard Nm3 gas verbruikt wordt.2 Als volledige isolatie overeen komt met het aardgasvrij maken van de sociale huurvoorraad, is er in potentie dus sprake van een reductie van het aardgasgebruik met circa 2,5 miljard Nm3. Uiteraard vergt het aardgasvrij maken van bestaande bouw een grote inspanning.

76

Waarom is ervoor gekozen om de Minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit toe te laten zien op de verminderde gasvraag door de glastuinbouwsector? Is gezien de benodigde alternatieve warmtebronnen het niet meer voor de hand liggend om dit onder verantwoordelijkheid van de Minister van Economische Zaken en Klimaat te houden?

Antwoord

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is verantwoordelijk voor de land- en tuinbouw en het voor deze sectoren van toepassing zijnde specifieke energie- en klimaatbeleid, waaronder het klimaatbeleid in de glastuinbouw. Vanaf 2004 werkt de Minister van LNV in samenwerking met de sector aan de energietransitie van de glastuinbouw met concrete afspraken over de CO2-reductie, waarbij ook de andere verduurzamingsopgaven voor de glastuinbouw worden betrokken. De glastuinbouw is vertegenwoordigd aan de landbouw klimaattafel waar de bijdrage aan de Nationale klimaatopgave vanuit het LNV-domein vorm zal krijgen. Daarbij gelden voor verdergaande ontwikkeling van de glastuinbouw naar klimaatneutraal ook randvoorwaarden die aan andere tafels spelen, zoals de regionale inbedding van de warmtevraag. Over dergelijke cross-over thema’s zullen afspraken worden gemaakt in het kader van het nationale klimaatakkoord, waarvoor de Minister van EZK eindverantwoordelijk is.

77

Welke gevolgen heeft minder vlak winnen voor het risico op bevingen?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 7.

78

Kan het voorgestelde tijdspad worden vertaald naar de verwachte vermindering van de gasbaten en de gevolgen daarvan voor de komende begrotingen?

Antwoord

De aardgasbaten staat op de begroting van EZK en zijn generale ontvangsten. Het te verwachten verlies aan aardgasbaten is inmiddels verwerkt middels de eerste suppletoire begroting van EZK (Kamerstuk 34 960 XIII).

Het besluit van het kabinet om de gaswinning uit het Groningenveld op zo kort mogelijke termijn volledig te beëindigen, leidt naar de huidige inzichten tot een verlaging van de gasbatenreeks met € 150 miljoen in 2018, die oploopt tot € 900 miljoen in 2022. Zie tabel 1:

Het te verwachten verlies per begrotingsjaar buiten de meerjarenperiode en tot 2030 is nog niet inzichtelijk gemaakt.

79

Op welke wijze wordt de Kamer geïnformeerd over de voortgang en impact van de voorgestelde maatregelen?

Antwoord

Met de mijn brief van 29 maart jl. is uw Kamer geïnformeerd over de maatregelen die het kabinet neemt om de vraag naar Groningengas zo snel mogelijk af te bouwen (Kamerstuk 33 529, nr. 457). Uw Kamer is sindsdien ook aanvullend geïnformeerd via onder meer een technische briefing (26 april jl.). Binnenkort ontvangt u een voortgangsbrief, waarin ik de stand van zaken ten aanzien van de maatregelen uiteenzet.

80

Hoe denkt u wettelijk om te gaan met situaties waarin de berekende en opgelegde hoeveelheid te winnen gas hoger is dan de minimale hoeveelheid die nodig is voor gebruik? Kan een dergelijke hoeveelheid additioneel worden opgeslagen voor later gebruik?

Antwoord

In het wetsvoorstel betreffende het minimaliseren gaswinning Groningenveld wordt voorgesteld dat NAM niet meer mag winnen dan nodig is om aan de leveringszekerheid te voldoen. De minimale hoeveelheid die nodig is voor gebruik wordt, in de systematiek van dat wetsvoorstel, ieder jaar opnieuw vastgesteld door GTS, op basis van kennis uit het verleden. De benodigde hoeveelheid volgt zodoende uit de raming van GTS gebaseerd op de graaddagensystematiek en de effectieve inzet van andere middelen om te voorzien in laagcalorisch gas. Als de raming van GTS te hoog blijkt mag NAM het «teveel» niet winnen. De graaddagensystematiek geeft een dynamisch beeld van de vraag, waarmee op basis van de weersvoorspelling de behoefte aan laagcalorisch gas, zowel in volume als in capaciteit, redelijk goed kan worden ingeschat. Aan het einde van het gasjaar moet de hoeveelheid gewonnen gas uit het Groningenveld binnen het door de formule gegenereerde jaarvolume blijven.

81

Bestaan er al afspraken over het inkopen van extra stikstof?

Antwoord

Het additioneel inkopen van stikstof is één van de maatregelen die ik onderzoek, als aanvullende maatregel ten opzichte van het basispad zoals opgenomen in mijn brief aan uw Kamer van 29 maart jl. (Kamerstuk 33 529, nr. 457). Op dit moment lopen oriënterende gesprekken tussen GTS en de stikstofleverancier. De insteek is dat in de loop van 2020 de extra stikstof inclusief de benodigde aanpassingen aan het GTS-netwerk gereed kunnen zijn.

82

Hoe wordt de onrust over de versterkingsopgave onder gedupeerden weggenomen? Blijven zij tot na de zomer in onzekerheid of kunnen er nu garanties worden gegeven?

Antwoord

Daar waar bewoners al versterkingsadviezen hebben ontvangen, of waar de uitvoering van de versterking zelfs al is gestart, gaat de versterking door zoals oorspronkelijk gepland. Ten aanzien van de versterking van de overige woningen is er sprake van een pauze, omdat het kabinet zich hiervoor wil baseren op het advies van de Mijnraad. Ik acht het onverstandig daarop vooruit te lopen. Zie voor nadere toelichting ook mijn brief aan de regiobestuurders d.d. 22 mei 2018, waarvan ik een afschrift aan uw Kamer heb gezonden (Kamerstuk 33 529, nr. 468).

83

Welke capaciteit zal de nieuw te bouwen stikstoffabriek bij Zuidbroek krijgen, gaat het om 7 dan wel om 10 miljard kuub (bcm) per jaar?

Antwoord

De huidige inschatting van GTS is dat er bij een koud jaar in 2023 7 miljard Nm3 geconverteerd H-gas kan worden geproduceerd. Indien de nieuwe installatie aan de UGS Norg wordt gekoppeld, zou dit in theorie kunnen oplopen tot 10 miljard Nm3. GTS en NAM zijn op dit moment aan het onderzoeken wat hier voor nodig is en wat de daadwerkelijke geconverteerd H-gas productie in dat geval zal zijn.

84

Waarom is de locatie Zuidbroek gekozen voor deze fabriek?

Antwoord

GTS heeft in 2014/2015 verschillende locaties voor de bouw van de stikstofinstallatie onderzocht in de gemeenten Oldambt, Veendam en Menterwolde. Er is daarbij vooral gelet op de afstand tot woningen in verband met geluid, omgevingsveiligheid, landschappelijke inpassing, wateraspecten, archeologie en de aan- en afvoerleidingen van gas en stikstof. Op basis van deze criteria kwam de locatie in de Tussenklappenpolder bij Zuidbroek er als beste uit. De Minister van Economische Zaken heeft in 2015 de locatie Zuidbroek in de Tussenklappenpolder als voorkeurslocatie aangewezen.

85

Hoe verhoudt de bouw van deze stikstoffabriek zich met het aldaar geplande windmolenpark, welke afspraken zijn daarover gemaakt?

Antwoord

De stikstofinstallatie en het windmolenpark zijn twee aparte ontwikkelingen van verschillende initiatiefnemers; respectievelijk GTS en YARD Energy + Innogy Windpower Netherlands BV.

Er is een risicoanalyse uitgevoerd om te bepalen of de afstand tussen de geplande ontwikkelingen volstaat. Bij het berekenen van de afstanden is uitgegaan van het «handboek risicozonering windturbines». De conclusie uit dit rapport is dat de gasinfrastructuur en de windturbines op een veilige afstand van elkaar liggen.

Twee van de 35 geplande windturbines bevinden ten zuiden van de geplande stikstofinstallatie. Voor de bouw van deze turbines zal gebruik gemaakt worden van de toegangsweg die door GTS wordt aangelegd ten behoeve van de werkzaamheden voor de stikstofinstallatie. Met de aanleg van deze weg wordt al in 2018 begonnen in verband met voorbereidende (grond) werkzaamheden. Tussen GTS en Yard worden afspraken gemaakt over het gebruik van de weg.

86

Hoeveel elektriciteit vraagt de stikstoffabriek per jaar en met het elektriciteitsgebruik van hoeveel huishoudens komt dit overeen?

Antwoord

De hoeveel elektriciteit die de stikstofinstallatie gaat gebruiken is afhankelijk van de temperatuur en het seizoen. Het maximale opgenomen vermogen van de fabriek is 90 MWe. Dit komt overeen met het elektriciteitsverbruik van ca. 90.000 huishoudens. In de zomermaanden wordt er onderhoud gepleegd aan de installaties en is er een verminderde gasvraag. Daarom zullen de stikstofinstallaties in deze periode niet de volledige capaciteit kunnen leveren.

87

Is er een inkeerregeling voor afnemers van Gronings gas die bij nader inzien dat Gronings gas op dat moment niet nodig hebben, hoewel ze eigenlijk contractueel verplicht zijn het af te nemen?

Antwoord

Nee, een dergelijke regeling is er niet en zou ook niet per se leiden tot een lagere hoeveelheid winning van Gronings gas. Bij de vaststelling van de hoeveelheid te winnen Groningengas ga ik uit van de fysieke behoefte aan laagcalorisch gas en de overige mogelijkheden, naast Groningen, om daarin te voorzien zoals de conversie-installaties. Gecontracteerde hoeveelheden en contracten spelen daarbij geen rol.

88

Klopt het dat gas niet ingekocht wordt als Gronings gas maar slechts per energie-eenheid?

Antwoord

Dit klopt. Gas wordt in Nederland ingekocht als een hoeveelheid energie. De handel op de virtuele gashandelsplaats TTF is kwaliteitsloos en is in euro’s per megawatt. Pas als het gas fysiek moet worden geleverd wordt duidelijk om welke kwaliteit het gaat. De afnemer moet dan aan GTS opgeven op welk afleverpunt het gas met worden afgeleverd. De codering van het afleverpunt geeft aan of het gaat om L- of om H-gas.

89

Is het een mogelijkheid om contracten met bedrijven te sluiten om tijdelijk geen Gronings gas te gebruiken?

Antwoord

Bedrijven gebruiken laagcalorisch gas, dit hoeft niet specifiek Gronings gas te zijn. Het is in theorie mogelijk om afspraken te maken met bedrijven om tijdelijk geen laagcalorisch gas af te nemen, bijvoorbeeld op koude momenten met een hoge gasvraag. Dit is echter alleen een mogelijke oplossing verband houdend met de capaciteitsmatige leveringszekerheid, de beschikbaarheid van voldoende gas op uur- of dagbasis. Zulke afspraken hebben geen significante impact op de vraag naar laagcalorisch gas op jaarbasis en leiden daarmee ook niet tot een lagere winning uit het Groningenveld.

90

Hoeveel potentie is er voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) om minder aardgas te gebruiken? Hoe wordt minder aardgasverbruik onder mkb'ers gestimuleerd?

Antwoord

De potentie voor het midden- en kleinbedrijf (mkb) om minder aardgas te gebruiken is niet eenduidig te bepalen. Deze hangt af van het type bedrijf, de hoeveelheid aardgas die nodig is voor de bedrijfsprocessen en de productieprocessen zelf. De belangrijkste maatregelen om aardgasverbruik te reduceren richten zich op energiebesparing en het stimuleren van verduurzaming.

Afhankelijk van de specifieke kenmerken van de mkb’er, zoals het verbruik kan deze in aanmerking komen voor de ISDE of de SDE+. Daarnaast worden investeringen van mkb’ers die een forse energiebesparing opleveren gestimuleerd door de energie-investeringsaftrek (EIA).

Indien een mkb’er meer dan 25.000 aardgas gebruikt, is deze op grond van het Activiteitenbesluit bovendien verplicht om alle erkende energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder te nemen. In het convenant MeerJarenAfspraak energie-efficiëntie voor niet-ETS-bedrijven (MJA3), zijn daarnaast afspraken gemaakt over energie-efficiëntie in verschillende sectoren als geheel. De overheid overlegt binnen de convenantstructuur regelmatig met de betrokken branches. Dit heeft positieve effecten op energiegebruik en dus ook op het reduceren van het aardgasverbruik.

91

Hebben inmiddels alle aangeschreven bedrijven gehoor gegeven aan de oproep om met een schriftelijke reactie te komen? Zo nee, welke stappen onderneemt u in richting van de betreffende bedrijven?

Antwoord

Zie antwoord vraag 6.

92

Is er inmiddels zicht op het identificeren van de grootverbruikers die een aansluiting hebben op regionale netten? Hoeveel bedrijven zijn benaderd?

Antwoord

Inmiddels heb ik van de grootste regionale netbeheerders informatie ontvangen over grootverbruikers op regionale netten. Op dit moment bestudeer ik deze informatie en ik vraag binnenkort de regionale netbeheerders om een aantal bedrijven te benaderen voor gesprek samen met mijn ministerie over ombouw of verduurzaming.

93

Hoever liggen de grootverbruikers van het hoogcalorisch gasnet? Kan de afstand per bedrijf aangegeven worden?

Antwoord

De afstand tot het hoogcalorisch net verschilt per bedrijf en varieert voor de 53 grotere grootverbruikers van minder dan 1 kilometer tot ruim 30 kilometer. Een exacte afstand per bedrijf kan pas worden gegeven als het pijplijntraject per bedrijf concreet is uitgewerkt.

94

Welke van deze bedrijven kunnen gemakkelijk zonder veel extra kosten overschakelen op hoogcalorisch gas? Welk van deze bedrijven kunnen dat vanwege de te grote afstand tot het hoogcalorisch gasnet niet en wat zijn voor deze bedrijven de alternatieven in de zin van bijvoorbeeld duurzame warmte?

Antwoord

De 53 grotere grootverbruikers in het basispad kunnen op basis van de analyse van GTS overschakelen op hoogcalorisch gas tegen kosten per kubieke meter gas die lager of vergelijkbaar zijn met de kosten voor de nieuw te bouwen stikstoffabriek. De kosten per kubieke meter gas worden niet alleen bepaald door de afstand tot het hoogcalorische net, maar in belangrijke mate ook door het gasverbruik van de grootverbruiker.

Voor de overige 117 direct door GTS aangesloten grootverbruikers en de grootverbruikers op de regionale netten, moet nog nader onderzocht worden wat de kosten zijn en wat eventuele alternatieven zijn op het gebied van verduurzaming.

95

Wordt er actief aangestuurd op verduurzaming of wordt de afweging voor verduurzaming of omschakeling naar hoogcalorisch gas geheel aan de bedrijven zelf gelaten?

Antwoord

Zoals ik mijn brief van 29 maart jl. (Kamerstuk 33 529, nr. 457) heb aangegeven, heeft een overgang naar duurzame alternatieven mijn voorkeur. In de gesprekken met bedrijven brengt mijn ministerie dit ook altijd expliciet onder de aandacht en bespreekt samen met het bedrijf of er mogelijkheden zijn voor verduurzaming.

96

Klopt het dat voorgestelde alternatieven van Duitsland bij lange na niet genoeg zullen zijn om aan de gewenste vraagvermindering te kunnen voldoen? Welke andere alternatieven of aanvullende maatregelen zijn denkbaar? Welke afspraken zijn hierover met Duitsland gemaakt?

Antwoord

Duitsland werkt op alle niveaus (overheid, netbeheerders, energiebedrijven) hard mee aan het identificeren van mogelijkheden om de behoefte aan laagcalorisch gas versneld (beperkt) te verminderen.

In Keulen is een elektriciteitscentrale omgebouwd naar een aansluiting op hoogcalorisch gas. GTS bekijkt op dit moment met de Duitse netbeheerders wat het effect hiervan is op de Duitse vraag naar Groningengas. Dit kan, in het ideale geval al vanaf oktober 2018, oplopen tot een maximale besparing van 1 miljard Nm3 laagcalorisch gas per jaar. Dit komt overeen met een verlaging van de productie uit het Groningenveld met maximaal 0,7 miljard Nm3. Zoals ook genoemd in mijn brief van 29 maart heeft ook GTG Nord, de netbeheerder van het marktgebied van EWE, een aantal projecten om de Duitse vraag naar Groningengas te reduceren. Het gaat dan om het realiseren van een conversiefaciliteit, waarbij Groningengas gemengd wordt met hoogcalorisch gas, en de bouw van een stikstofinstallatie. Het Duitse ministerie heeft zich positief uitgelaten over de projecten. Beide projecten liggen momenteel ter goedkeuring bij de Duitse energietoezichthouder. Deze goedkeuring is noodzakelijk om de projectkosten en de operationele kosten via de transporttarieven te kunnen terugverdienen.

97

Kan worden toegelicht waarom het tot dusver niet is gelukt tot concrete afspraken te komen met de buurlanden? Op welk moment gaat de gaskraan voor hen definitief dicht, ongeacht of zij al dan niet alternatieven voorhanden hebben?

Antwoord

Er zijn afspraken gemaakt met de buurlanden dat de export van laagcalorisch gas tussen 2020 en 2030 volledig wordt afgebouwd. De gaskraan voor de buurlanden gaat, wat betreft laagcalorisch gas, definitief dicht in 2030.

98

Welke andere alternatieven of aanvullende maatregelen zijn denkbaar om ook voor België en Frankrijk tot een verminderde vraag te komen? Welke afspraken zijn hierover te maken?

Antwoord

Tussen 2020 en 2030 wordt de export van laagcalorisch gas naar België en Frankrijk volledig afgebouwd. Er vindt overleg plaats me de overheden van beide landen of een versnelde afbouw mogelijk is. Ik verwacht daarover binnen enkele weken uitsluitsel te krijgen. Hierbij gaat het overigens om beperkte hoeveelheden.

Er zijn niet of nauwelijks maatregelen denkbaar om op een andere manier te voorzien in de vraag naar laagcalorisch gas uit België en Frankrijk, omdat de industrie in de betreffende laagcalorisch gas gebieden al grotendeels is omgebouwd. Zie wat dat betreft ook de rapportage van TNO over de in die landen aanwezige conversie-installaties (bijlage bij mijn brief van 29 maart jl. (Kamerstuk 33 529, nr. 457)).

99

Op welke wijze wordt gegarandeerd dat huishoudens niet een torenhoge rekening voor de benodigde verduurzamingsmaatregelen gepresenteerd krijgen? Welke maatregelen en/of tegemoetkomingen zijn denkbaar?

Antwoord

De inzet van het kabinet is om de energie- en klimaattransitie zo kostenefficiënt mogelijk te realiseren. Dit moet ervoor zorgen dat de energierekening voor huishoudens betaalbaar blijft. In het Klimaatakkoord wordt dit uitgangspunt verder invulling gegeven. Aan de sectortafel gebouwde omgeving is bijvoorbeeld aan de orde wat de mogelijkheden zijn voor verduurzaming van het vastgoed van woningcorporaties. Afspraken hierover worden gemaakt met Aedes vereniging van woningcorporaties, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Woonbond. Inzet is dat door de investeringen van woningcorporaties om het woningbestand te verduurzamen, de energierekening van de individuele huurders daalt, terwijl de huren niet te fors stijgen.

Om de betaalbaarheid voor eigenaar-bewoners te bevorderen wordt gekeken of banken leningen met aantrekkelijke voorwaarden en passende looptijden kunnen gaan aanbieden, waarbij de financieringslasten in ieder geval gedeeltelijk kunnen worden opgebracht uit de besparing op de energierekening. Mogelijk kunnen ook vormen van gebouwgebonden financiering hier een rol in spelen.

100

Op welke wijze wordt de 90 miljoen euro uit de klimaatenveloppe ingezet, met andere woorden: welke maatregelen en/of tegemoetkomingen aan huishoudens worden hiermee bekostigd?

Antwoord

In de brief van de Minister van BZK, de Minister van EZK en de VNG van 3 april 2018 en de bijlage bij de brief (Kamerstuk 32 847, nr. 345) wordt toegelicht hoe de middelen die beschikbaar gekomen zijn voor het aardgasvrij maken van bestaande wijken worden besteed. Er wordt een bedrag van € 85 miljoen beschikbaar gesteld voor zogeheten proeftuinen voor aardgasvrije wijken. Dit bedrag wordt via een decentralisatie-uitkering ter beschikking gesteld aan een selectie van gemeenten. Gemeenten kunnen zich tot 1 juli aanmelden voor deze proeftuinen. De Minister van BZK zal uiterlijk 1 oktober een keuze maken uit de ingediende voorstellen. Dit gebeurt mede op basis van het advies van een commissie van de meest betrokken stakeholder.

Het geld is bedoeld als bijdrage voor het aardgasvrij maken van een specifieke wijk of buurt. De middelen dienen te worden ingezet voor het sluiten van de businesscase en kunnen het onrendabele deel van de investeringen in woningen, andere gebouwen en de warmte-infrastructuur van de wijk compenseren. De personele inzet vanuit de beleidskern van gemeenten valt buiten deze middelen. De precieze besteding van de middelen is aan de geselecteerde gemeenten zelf.

Het budget zal worden ingezet voor het aardgasvrij maken van koop- en huurwoningen, maar ook voor het aardgasvrij maken van andere gebouwen die in de wijk aanwezig zijn (zoals een school, een kantoor of een horecagelegenheid). Dit gebeurt bijvoorbeeld door het isoleren van gebouwen (beperking van de warmtevraag), het uitbreiden van en aansluiten op een warmtenet of het plaatsen van warmtepompen. Dit levert huishoudens een toekomstbestendige, duurzame woning op. In een convenant leggen het Rijk en de geselecteerde gemeente de te bereiken resultaten vast en worden afspraken gemaakt over de monitoring en de besteding van de middelen.

De resterende € 5 miljoen wordt besteed aan een (landelijk) kennis- en leerprogramma dat gericht is op het ondersteunen van alle gemeenten en het opbouwen van kennis over de randvoorwaarden die nodig zijn om tot een verdere opschaling te komen van het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving.

101

Hoe kan de bandbreedte van 0.4–1.8 miljard Nm3 laagcalorisch gas in de gebouwde omgeving worden verklaard? Op welke wijze kan er een meer nauwkeurige inschatting worden gemaakt?

Antwoord

GTS heeft de vraagreductie van laagcalorisch gas gebaseerd op de studie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL): «Kosten energie- en klimaattransitie in 2030 – update 2018». De bandbreedte van 0,4 – 1,8 miljard Nm3 (bcm) is gebaseerd op verschillende maatregelenpakketten van PBL. In deze studie zijn namelijk verschillende pakketten van maatregelen uitgewerkt om te komen tot 49% emissiereductie in 2030.Zo zijn er pakketten die tegen de laagste kosten dit tussendoel in 2030 realiseren. Deze indicatieve pakketten komen tot een bijbehorende emissiereductie van (slechts) 0,8 megaton in de gebouwde omgeving, omdat op korte termijn dit relatief dure maatregelen zijn. Dat komt overeen met een vermindering van het aardgasgebruik van 0,4 miljard Nm3.

Daarnaast zijn er pakketten die gericht zijn op een verdergaande kostenefficiënte transitie na 2030. Aangezien de gebouwde omgeving voor een aanzienlijke opgave staat richting 2050, zijn er ook redenen om, ondanks de hogere kosten op korte termijn, wel al richting 2030 een forsere CO2-reductie in de gebouwde omgeving te realiseren. In mijn brief van 26 april jl. bij PBL-notitie «Kosten Energie- en Klimaattransitie in 2030 – update 2018» maak ik melding van een beleidsopgave voor het Klimaatakkoord van 3,4 Mton om daarmee tot een maximale uitstoot van 15,3 Mton in 2030 te komen (Kamerstuk 32 813, nr. 186). Dit zou resulteren in een afname in het aardgasgebruik van 1,8 miljard Nm3in de gebouwde omgeving.

Zodra duidelijk is welke maatregelen worden genomen kan er een nauwkeurige inschatting worden gemaakt. Als voorbeeld heeft GTS in haar scenarioanalyse (bijgevoegd bij mijn brief van 29 maart jl. (Kamerstuk 33 529, nr. 457)) de maatregel uit het regeerakkoord uitgewerkt, zoals het voornemen om voor het eind van de kabinetsperiode jaarlijks 30.000 tot 50.000 bestaande woningen aardgasvrij te maken. Deze maatregel zal een reductie opleveren van ongeveer 0,8 miljard Nm3 per jaar in 2030. Daarbij wil ik wel de kanttekening plaatsen dat de besparing op de Groningenproductie lager zal zijn, omdat een deel van deze markt met pseudo-laagcalorisch gas (hoogcalorisch gas bijgemengd met stikstof) wordt beleverd.

102

Kan worden toegelicht wat het kost om een eengezinswoning «van het gas» af te krijgen? Dit met als voorbeeld een jaren »30-woning, een jaren ’70-woning, een jaren ’90-woning en een nieuwbouwwoning met een gasaansluiting?

Antwoord

Een andere manier van verwarmen vraagt naast isolatie, andere warmte-installaties en andere toestellen in huis, ook om andere energienetten en meer duurzame energiebronnen. Het is daarom niet eenvoudig om in generieke zin uitspraak te doen over de kosten van het aardgasvrij maken van een eengezinswoning uit een specifieke bouwperiode. Deze kosten zijn ook afhankelijk van de specifieke situatie, zoals de kenmerken van de woning (vloeroppervlak, onderhoudsstaat, type woning, aantal buitenzijden) en de aanpak (het gekozen alternatief, de mate van isolatie, een individuele of collectieve aanpak). Op basis van de «verkenning tool aardgasloze bestaande woningen» van Nieman Raadgevende Ingenieurs en Milieu Centraal wordt geschat dat de investeringskosten voor het aardgasvrij maken van woningen zich momenteel in een bandbreedte van circa € 10.000 en € 35.000 bevinden.3

Mijn inzet is om de omslag zo kostenefficiënt mogelijk te maken. Ook zal goed gekeken worden hoe de kosten (en baten) van de transitie verdeeld worden, zodat iedereen mee kan doen. Dit is ook onderdeel van de besprekingen in het kader van het Klimaatakkoord. Samen met belangrijke stakeholders proberen we een beeld te krijgen van de kosten die nodig zijn om in de komende jaren bestaande wijken «van het gas» te halen en hoe we deze benodigde kosten verder kunnen verlagen.

Vanaf dit jaar halen we – samen met gemeenten – de eerste bestaande wijken van het aardgas. Met de ervaringen die we opdoen in die wijken bouwen we verder en schalen we op. Zo leren we steeds meer over de juiste aanpak en de inzet van technieken en kunnen kosten verder dalen. De transitie in de gebouwde omgeving wordt bovendien gekoppeld aan een innovatieprogramma. Binnen dit programma wordt uitgewerkt hoe de markt een beter en goedkoper aanbod kan creëren en welke mix van maatregelen kan worden ingezet voor verschillende gebouwtypen en in verschillende gebieden. Dit doen we met o.a. de Bouwagenda en de Topsector Energie. Deze aanpak en de innovaties moeten leiden tot de meest kosteneffectieve combinatie van besparen en duurzame maatregelen in de warmtevoorziening.

103

Wat is inmiddels meer te zeggen over afspraken met netbeheerders over hoe de afsluitkosten voor huishoudens zo laag mogelijk te houden?

Antwoord

De netbeheerders hebben toegezegd hieraan te gaan werken en met één uitvoeringssystematiek te komen. Ik heb de netbeheerders gevraagd mij hierover te informeren. Ook wordt dit onderwerp besproken bij de tafel Gebouwde Omgeving van het Klimaatakkoord.

104

Is er een gedetailleerd noodplan of afschakelplan voor aardgas opgesteld, ook op bedrijfsniveau?

Antwoord

Zoals ik in mijn brief van 29 maart jl. heb geschreven (Kamerstuk 33 529, nr. 457), is het afschakelen van gasafnemers gecompliceerd. Indien tot afschakelen moet worden overgegaan dan schrijft Europese wetgeving voor dat prioriteit moet worden gegeven aan de levering van gas aan zogenaamde beschermde afnemers, te weten huishoudens en essentiële sociale diensten zoals zorginstellingen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de gasvraag van beschermde afnemers in buurlanden. Nederland hanteert, mede op basis van de Verordening (EU) 2017/19384, de navolgende prioriteitsvolgorde waarbij nummer 1 de hoogste prioriteit op gaslevering heeft:

  • 1. huishoudens;

  • 2. volksgezondheid;

  • 3. openbare orde en veiligheid;

  • 4. kritische processen in industrie, nuts- en basisvoorzieningen;

  • 5. overige industrie, openbare gebouwen, bedrijven.

Indien een afschakeling noodzakelijk is, worden gebruikers van laagcalorisch gas gedurende een lange periode (of voorgoed) afgesloten van het gasnet. Dit dient door de daartoe gekwalificeerde monteurs te gebeuren om veiligheidsrisico’s te voorkomen. Een gecontroleerde afschakeling is noodzakelijk en vormt de basis voor het veilig weer inschakelen van de gasvoorziening. Wordt het gasnet drukloos door de afschakelhandeling, dan kan de integriteit van het net niet langer worden gegarandeerd. Om de veiligheid van het net te kunnen garanderen bij het opnieuw op druk brengen moet door de netbeheerders een bijzonder arbeidsintensief en kostbaar proces worden doorlopen.

Voor wat betreft niet-beschermde afnemers zullen netbeheerders in dat geval actie moeten nemen om hen individueel, handmatig en op locatie af te sluiten. Hierbij zijn zowel landelijke netbeheerders als de regionale netbeheerders in Nederland en in de buurlanden aan zet. De Nederlandse netbeheerders hebben al aangegeven dat dit, vooral gezien het grote aantal aangeslotenen, een bijzonder ingewikkelde procedure is, temeer omdat de gasafsluiters zich op het eigen terrein (of in het eigen pand) van de afnemer bevindt. De monteur moet met instemming van de afnemer toegang tot het terrein en gebouw krijgen of moet deze toegang forceren met behulp van een functionaris met doorzettingsmacht.

Teneinde bovenvermelde complicaties nader uit te werken wordt door EZK gezamenlijk met GTS aan een «Bescherm- en Herstelplan Gas» gewerkt. Dit plan wordt volgens de structuur van een nationaal crisisplan (NCP) opgezet en is gericht op het veilig afschakelen en een snel en veilig herstel van de gaslevering. Het plan beschrijft de structuur, werkwijze, en verdeling van taken en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen ten behoeve van een effectieve aanpak van grootschalige calamiteiten en crises in de gasvoorziening. Uiterlijk aan het einde van het vierde kwartaal 2018 zal ik uw Kamer hierover nader informeren.

105

Kunt u een reactie geven op de tijdens het rondetafelgesprek over de gaswinning in Groningen van 17 mei 2018 gedane voorstel voor de alternatieve inzet van de Norg gasberging?

Antwoord

Zie het antwoord op vraag 20.


X Noot
1

In mijn brief van 29 maart heb ik het «basispad» van GTS opgenomen, met daarin de maatregelen die volgens GTS voldoende zeker zijn om nu al te kunnen meenemen (Kamerstuk 33 529, nr. 457). Vervolgens geef ik het basispad van het kabinet, gebaseerd op de vraagvermindering die het kabinet ten minste denkt te moeten en kunnen realiseren. En ten slotte noem ik de maatregelen die het kabinet daar bovenop in gang heeft gezet, met hun potentiële invloed op de gaswinning.

X Noot
2

Deze berekening is gemaakt op basis van een gemiddeld aardgasverbruik van ongeveer 1.100 Nm3 per huurwoning. De bron voor het gemiddelde aardgasverbruik, de klimaatmonitor databank van Rijkswaterstaat, maakt hierbij geen onderscheid tussen een sociale huurwoning of een particuliere huurwoning.

X Noot
3

Zie voor dit rapport de webpagina «aardgasvrij» van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl): https://www.rvo.nl/sites/default/files/2018/06/Rapport%20verkennende%20studie%20tool%20aardgasvrije%20woningen_0.pdf.

X Noot
4

Verordening (EU) 2017/1938van het Europees parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010.