Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische Zaken en KlimaatStaatscourant 2018, 6398Besluiten van algemene strekking

Besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, in overeenstemming met de Minister voor Rechtsbescherming van 31 januari 2018, nr. WJZ / 18018309, tot vaststelling van het Protocol mijnbouwschade Groningen en tot instelling van de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen en van de Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen (Besluit mijnbouwschade Groningen)

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, in overeenstemming met de Minister voor Rechtsbescherming;

Gelet op artikel 4:81 en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

I. Algemeen

Artikel 1

In dit besluit en de hierbij behorende bijlagen wordt verstaan onder:

Commissie:

de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen, bedoeld in artikel 3;

Commissie advisering bezwaarschriften:

de Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen, bedoeld in artikel 9;

gebouwen en werken:

gebouwen en werken met uitzondering van:

  • a. industriegebouwen zoals gebouwen voor de vervaardiging van chemische producten;

  • b. infrastructurele werken zoals openbare wegen, openbare bruggen, openbare riolering, dijken en netten als bedoeld in artikel 1 van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 1 van de Gaswet;

schade:
  • a. fysieke schade aan gebouwen en werken die is ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg, en

  • b. materiële schade die het gevolg is van deze fysieke schade;

Protocol:

het Protocol mijnbouwschade Groningen, bedoeld in artikel 2;

vergunninghouder:

de houder van de bij koninklijk besluit van 30 mei 1963, nr. 39 (Stcrt. 126) verleende winningsvergunning en de houder van de opslagvergunning voor de gasopslag Norg.

II. Protocol mijnbouwschade Groningen

Artikel 2

Er is een Protocol mijnbouwschade Groningen voor de afwikkeling van aanvragen tot vergoeding van schade. Dit protocol is opgenomen in bijlage 1.

III. Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen

Artikel 3

  • 1. Er is een Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen, die bestaat uit twee deelcommissies:

    • a. de deelcommissie mijnbouwschade, en

    • b. de deelcommissie bezwaar.

  • 2. De deelcommissie mijnbouwschade heeft tot taak te besluiten op aanvragen tot vergoeding van schade en de overlastvergoeding als bedoeld in bijlage 2, met overeenkomstige toepassing van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht.

  • 3. De deelcommissie bezwaar heeft tot taak het nemen van beslissingen op bezwaar tegen besluiten als bedoeld in het tweede lid.

  • 4. De Commissie kan zich laten bijstaan door deskundigen.

  • 5. De Commissie kan aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat aanbevelingen doen die zij wenselijk acht met het oog op een doelmatige en voortvarende uitvoering van haar taken.

  • 6. De Minister van Economische Zaken en Klimaat stelt personeel en huisvesting ter beschikking aan de Commissie.

  • 7. Elke deelcommissie bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten minste twee andere leden.

  • 8. Aan de voorzitter van de Commissie, de voorzitter van de deelcommissie mijnbouwschade en de voorzitter van de deelcommissie bezwaar wordt, ieder voor zich mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en overige handelingen die verband houden met de in het tweede, respectievelijk derde lid bedoelde taken.

  • 9. Aan de voorzitter van de Commissie wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten voor de personele aangelegenheden van de Commissie.

Artikel 4

  • 1. De voorzitter van de Commissie is tevens voorzitter van de deelcommissie mijnbouwschade.

  • 2. De voorzitter en de andere leden worden, na consultatie, door de Minister voor Rechtsbescherming benoemd voor een termijn van twee jaar.

  • 3. De voorzitter van beide deelcommissies is, evenals één van de leden, meester in de rechten en kan bogen op ruime ervaring in de rechtspraak. Het andere lid dient te beschikken over een technische achtergrond, waarbij dient te worden beschikt over diepgaande en actuele kennis van de oorzaken en gevolgen van de aardbevingen in Groningen.

  • 4. De voorzitter en leden van de Commissie zijn onafhankelijk en bij hun benoeming wordt aandacht besteed aan de eventuele betrokkenheid van leden bij de aardbevingsproblematiek in Groningen.

  • 5. De voorzitter en de andere leden kunnen door de Minister voor Rechtsbescherming worden geschorst en ontslagen.

  • 6. Schorsing en ontslag vindt plaats:

    • a. wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen; of

    • b. op eigen verzoek van de voorzitter of andere leden.

  • 7. Er kunnen voor de voorzitter van de Commissie en de deelcommissies en andere leden van deze commissies plaatsvervangers worden benoemd. Het tweede tot en met het achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 8. De uit dit besluit voor de voorzitter van de Commissie, de voorzitter van de deelcommissie mijnbouwschade en de voorzitter van de deelcommissie bezwaar voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van hun afwezigheid over op hun plaatsvervanger.

Artikel 5

  • 1. Aan een voorzitter wordt een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor jaarlijks wordt vastgesteld.

  • 2. Aan de andere leden wordt, ieder voor zich, een vaste vergoeding per maand toegekend, waarbij de salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 16 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en de arbeidsduurfactor jaarlijks wordt vastgesteld.

Artikel 6

  • 1. De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast met inachtneming van het Protocol en maakt deze werkwijze bekend.

  • 2. Door de vaststelling van verschillende procedures voor verschillende gevallen streeft de Commissie naar een korte doorlooptijd, naar beheersbare proceskosten, naar de benodigde inhoudelijke zorgvuldigheid en uitkomsten die redelijk en billijk zijn. De Commissie onderbouwt haar keuzes en stelt hierover eens per jaar een verslag op als bedoeld in artikel 8.

  • 3. De Commissie baseert de procedures op de opgetreden bodembeweging, de aard of de omvang van de schade dan wel een combinatie hiervan, een en ander steeds met inachtneming van het belang van veiligheid van gebouwen en werken als bedoeld in artikel 1.

  • 4. De werkwijze omvat een prioritering van de te behandelen zaken met als uitgangspunt dat zaken zo snel mogelijk afgehandeld kunnen worden.

  • 5. De werkwijze omvat voorts de wijze waarop onderzoek wordt verricht, de kwaliteitseisen die gesteld worden aan de door de Commissie ingeschakelde deskundigen, de werkwijze van de deskundigen en de vergoeding van hun kosten.

Artikel 7

  • 1. De leden van de Commissie, het aan haar ter beschikking gestelde personeel en de door de Commissie ingeschakelde deskundigen verlangen of ontvangen geen instructies van derden die op een individuele zaak betrekking hebben.

  • 2. De leden brengen op persoonlijke titel hun kennis en ervaring in en treden niet op als vertegenwoordiger van een specifieke belangengroep.

Artikel 8

  • 1. De Commissie brengt periodiek en in elk geval een maal per jaar aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister voor Rechtsbescherming een verslag uit over haar werkzaamheden van het afgelopen jaar. In dit verslag wordt in elk geval aandacht besteed aan de door de Commissie gehanteerde werkwijze, procedures en beoordelingsmethodiek.

  • 2. De Commissie verstrekt desgevraagd aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister voor Rechtsbescherming de voor de uitoefening van hun taken benodigde inlichtingen. De ministers kunnen, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is, inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden.

  • 3. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de Commissie bewaard in het archief van dat ministerie.

IV. Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen

Artikel 9

  • 1. Er is een Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen.

  • 2. De Commissie advisering bezwaarschriften heeft tot taak de deelcommissie bezwaar te adviseren over te nemen beslissingen op bezwaar in verband met besluiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid.

Artikel 10

  • 1. De Commissie advisering bezwaarschriften bestaat uit een voorzitter, tevens lid, en ten minste twee andere leden.

  • 2. De artikelen 3, vierde tot en met negende lid, 4, tweede tot en met het achtste lid, 5, 6, eerste lid, 7 en 8, derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

V. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 11

  • 1. Schademeldingen die in de van periode 31 maart 2017, 12:00 uur tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit zijn voorgelegd aan het Centrum Veilig Wonen en bij het Centrum in behandeling zijn, worden geacht een aanvraag tot vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2 te zijn.

  • 2. De Commissie neemt de zaken bedoeld in het eerste lid over in de staat waarin deze zich bevinden.

Artikel 12

Uitsluitend geschillen die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit door de Raad van Arbiters Bodembeweging in behandeling zijn genomen en op de datum van inwerkingtreding van het besluit nog in behandeling zijn, worden door de Raad van Arbiters Bodembeweging afgehandeld, tenzij de geschilbeslechtingsprocedure door de eigenaar wordt beëindigd volgens de procedure van artikel 16 van het Reglement arbiter bodembeweging. In dat geval kan voor hetzelfde geschil een aanvraag worden ingediend bij de Commissie. De Commissie behandelt deze aanvraag met inachtneming van de reeds in de geschilbeslechtingsprocedure gewisselde stukken.

Artikel 13

De Commissie kan, vooruitlopend op een volledige werkwijze als bedoeld in artikel 6, een werkwijze vaststellen om aanvragen te behandelen waarvan eenvoudig is vast te stellen dat de schade is veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg.

Artikel 14

  • 1. Aanvragen tot vergoeding van schade waarvoor door de vergunninghouder al schade is vergoed of waarvoor door de vergunninghouder geen schadevergoeding is toegekend dan wel waarvoor een schadeclaim bij deze vergunninghouder in behandeling is of hiertoe een vordering bij de burgerlijke rechter is ingesteld, worden door de Commissie niet in behandeling genomen.

  • 2. De Commissie kan afwijken van het eerste lid ten einde onbillijkheden van overwegende aard te voorkomen.

Artikel 15

Dit besluit treedt in werking met ingang van 19 maart 2018.

Artikel 16

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mijnbouwschade Groningen.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

’s-Gravenhage, 31 januari 2018

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

BIJLAGE 1, BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2 VAN HET BESLUIT MIJNBOUWSCHADE GRONINGEN

Protocol houdende regels over de afhandeling van schade als gevolg van bodembeweging door gaswinning uit het Groningerveld (Protocol mijnbouwschade Groningen)

Artikel 1 (Begripsomschrijvingen)

In dit protocol wordt verstaan onder:

Besluit:

Besluit mijnbouwschade Groningen;

bouwkundige opname:

vaststelling van de staat van het gebouw of werk waarop de aanvraag tot vergoeding van schade betrekking heeft;

schade:

schade als bedoeld in artikel 1 van het Besluit;

deskundige:

een persoon die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals vastgesteld door de Commissie op basis van artikel 6, vijfde lid, van het Besluit.

Artikel 2 (Aanvraag tot schadevergoeding)

  • 1. Een aanvraag tot schadevergoeding wordt ingediend bij de Commissie via een door de Commissie vastgesteld formulier.

  • 2. De aanvraag bevat ten minste:

    • a. de naam en het adres van de aanvrager;

    • b. de datum;

    • c. de aard en het adres van het gebouw waarop het aanvraag betrekking heeft;

    • d. indien mogelijk, de datum of een inschatting van de datum waarop de schade is ontstaan;

    • e. een aanduiding van de oorzaak van de schade;

    • f. een beschrijving naar eigen inzicht van de aard en de omvang van de schade;

    • g. de inschatting van aanvrager of sprake zou kunnen zijn van een acuut onveilige situatie;

    • h. indien van toepassing de melding dat de schade bij een ander orgaan aanhangig is gemaakt.

Artikel 3 (Acuut onveilige situatie)

Als sprake zou kunnen zijn van een acuut onveilige situatie, laat de Commissie onmiddellijk maar in elk geval binnen 48 uur na indiening van de aanvraag, de situatie inspecteren en treft de Commissie in overleg met de aanvrager de benodigde maatregelen en informeert de Commissie de betreffende burgemeester.

Artikel 4 (Eerste reactie op aanvraag om schadevergoeding)

  • 1. De Commissie bevestigt de ontvangst van de aanvraag zo spoedig mogelijk, doch tenminste binnen één week na de ontvangst ervan en stelt de aanvrager in kennis van de te volgen procedure en de contactpersoon (zaakbegeleider) voor de aanvrager binnen de organisatie van de Commissie. De zaakbegeleider kan indien gewenst extra uitleg en informatie aan de aanvrager verschaffen.

  • 2. De Commissie stelt de aanvrager een termijn voor aanvulling van de gegevens en stukken als deze nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag en de aanvrager hierover redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

  • 3. De Commissie stelt de aanvrager desgewenst in de gelegenheid tot het geven van een mondelinge toelichting op zijn aanvraag.

Artikel 5 (Deskundigen)

  • 1. De Commissie kan naar aanleiding van een aanvraag om schadevergoeding één of meerdere deskundigen aanwijzen om de schade op te nemen en te rapporteren over de aard van de schade in het licht van de door de Commissie te maken beoordeling.

  • 2. De deskundige werkt volgens de werkwijze zoals vastgesteld door de Commissie op basis van artikel 6, vijfde lid, van het Besluit.

  • 3. De Commissie stelt de aanvrager in kennis van zijn voornemen om één of meerdere deskundigen aan te wijzen.

  • 4. De aanvrager kan binnen twee weken na verzending van de kennisgeving een zienswijze geven naar aanleiding van het voornemen.

  • 5. Indien uit de zienswijze naar het oordeel van de Commissie blijkt dat de deskundige niet voldoet aan de kwaliteitseisen, bedoeld in het tweede lid, of aan de eisen van onpartijdigheid, wijst de Commissie een andere deskundige aan.

Artikel 6 (Procedure)

  • 1. De Commissie beslist over de te volgen procedure en deelt deze mee aan de aanvrager. De procedure kan de in het tweede tot en met het vijfde lid omschreven stappen omvatten.

  • 2. De deskundige neemt de schade op en rapporteert over de aard van de schade in het licht van de door de Commissie te maken beoordeling.

  • 3. Indien de deskundige binnen de termijn zoals vastgesteld door de Commissie geen rapport kan uitbrengen, deelt de deskundige dit aan de Commissie mee voor het einde van de termijn en onder opgaaf van de reden(en). De deskundigen geeft daarbij een zo kort mogelijke termijn op waarbinnen wel kan worden gerapporteerd.

  • 4. Indien het voor het uitbrengen van een rapport noodzakelijk is dat meer deskundigen worden benoemd, kunnen deskundigen de Commissie daarom verzoeken. Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing.

  • 5. Een aanvrager kan binnen een door de Commissie vast te stellen termijn mondeling of schriftelijk zijn zienswijze geven op het rapport van de deskundige. De termijn kan op verzoek van de aanvrager met een door de Commissie vast te stellen termijn worden verlengd.

Artikel 7 (Besluit Commissie)

  • 1. De Commissie besluit op een aanvraag als bedoeld in artikel 3 van het Besluit. De Commissie past daarbij de regels van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht overeenkomstig toe, waaronder begrepen de regel dat fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de exploitatie van het Groningenveld zou kunnen zijn, vermoed wordt schade te zijn die veroorzaakt is door de exploitatie van het Groningenveld.

  • 2. Indien dit noodzakelijk is om op de aanvraag te kunnen besluiten, kan de Commissie deskundigen om een aanvullend rapport vragen.

  • 3. De Commissie stelt, afhankelijk van de aanvraag, bij een positief besluit op de aanvraag schadevergoeding vast als betaling van de in opdracht van aanvrager herstelde schade of als geldbedrag.

  • 4. De Commissie zal, indien aan de orde, een vergoeding toekennen van de door de schade veroorzaakte bijkomende kosten op basis van door de Commissie vast te stellen richtlijnen en bijlage 2.

  • 5. Het toekennen van vergoeding kan gepaard gaan met overdracht aan de Staat van de vordering van de aanvrager op de vergunninghouder ter zake van de schade die vergoed wordt.

Artikel 8 (Bouwkundige opname)

Bij het besluit, bedoeld in artikel 7, biedt de Commissie de aanvrager de mogelijkheid een bouwkundige opname te laten verrichten, tenzij er voor hetzelfde gebouw of werk al eerder een bouwkundige opname is gedaan.

Artikel 9 (Bezwaar)

  • 1. Tegen het besluit van de deelcommissie mijnbouwschade staat bezwaar open bij de deelcommissie bezwaar.

  • 2. De deelcommissie bezwaar schakelt de Commissie advisering bezwaarschriften in als onafhankelijke commissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3. De Commissie advisering bezwaarschriften wijst ambtshalve of op verzoek een deskundige aan die de aanvrager kan bijstaan, tenzij de zaak waarop het betrekking heeft hier evident geen aanleiding voor geeft. Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing.

BIJLAGE 2 BEHORENDE BIJ ARTIKEL 7, VIERDE LID, VAN HET PROTOCOL MIJNBOUWSCHADE GRONINGEN

Voor de volgende posten geldt als uitgangspunt een vaste vergoeding, tenzij de kosten aantoonbaar hoger zijn of anderszins worden vergoed:

Thuis blijven tijdens inspectie en/of schadeherstel

€ 95,– per dagdeel

Schoonmaakkosten

€ 150,– per schademelding

Overnachten

€ 100,– per nacht voor één of twee personen

€ 200,– per nacht voor meer dan twee personen

Advieskosten

€ 95,– per uur voor maximaal 20 uren

Verhuiskosten

Daadwerkelijk gemaakte kosten

Opslag van goederen

€ 40 per week

Reiskosten

€ 0,26 per kilometer

Voor de volgende schade geldt een vergoeding die afhankelijk is van de werkelijke kosten zoals door de schademelder zijn gemaakt: inboedel- en tuinschade, zorgkosten, inkomstenderving, redelijke juridische of andere begeleidingskosten.

OVERLAST VERGOEDING

De overlastvergoeding is € 250 tot maximaal € 1.000,–. De omvang van de overlastvergoeding wordt door de Commissie vastgesteld en is afhankelijk van de omvang van de schade en de overlast in de persoonlijke omstandigheden van de aanvrager.

TOELICHTING

1. Inleiding

Bij brief van 13 april 2017 (Kamerstukken II 2016/17, 33 529, nr. 330) is aan de Tweede Kamer aangekondigd dat er een nieuwe procedure komt voor de afhandeling van schademeldingen van bewoners als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld, waarbij NAM zal terugtreden uit de schadeafhandeling. Reden hiervoor is dat de huidige manier van afhandeling van schade in Groningen onvoldoende voortvarend is en niet leidt tot als rechtvaardig ervaren uitkomsten. Het feit dat NAM als veroorzaker van de schade ook opsteller is van het huidige schadeprotocol en -handboek en opdrachtgever is van het Centrum Veilig Wonen (hierna: CVW), draagt bij aan het beeld dat NAM grote invloed heeft op de schadeafhandeling. Het is daarom van belang dat de schadeafhandelingsprocedure onafhankelijk van NAM en onder verantwoordelijkheid van de overheid gaat plaatsvinden. De uitzonderlijke omstandigheid dat zich een groot aantal relatief gelijksoortige gevallen van schade voordoet in korte tijd, in combinatie met het feit dat deze zich in één regio van Nederland bevinden en er één schadeoorzaak is, rechtvaardigt dat de overheid zelf verantwoordelijkheid neemt voor de afhandeling van schadeverzoeken. De burger wordt op deze wijze ontlast. Een gang naar de rechter wordt voor hem waar mogelijk voorkomen. De burger zal niet worden belast met het verhaal op NAM door de Staat van de uitgekeerde bedragen.

Om deze reden is in dit besluit onder meer de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen (hierna: de Commissie) ingesteld met de opdracht om aanvragen tot vergoeding van schade als gevolg van de gaswinning in Groningen te behandelen. Dit laat de aansprakelijkheid van NAM op grond van artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek onverlet.

Met dit besluit wordt invulling gegeven aan de vier pijlers die door de regionale overheden maatschappelijke organisaties (in het bijzonder het Gasberaad en de Groninger Bodem Beweging) van groot belang worden geacht voor de toekomstige schade-afhandeling. De vier pijlers zijn kortweg: 1) De Staat neemt op ruimhartige wijze zijn verantwoordelijkheid voor de schadeafhandeling. 2) Schade dient op rechtvaardige wijze bepaald te worden. 3) De Staat komt haar zorgplicht na. Daarbij moet gewerkt worden aan herstel van vertrouwen van de inwoners in Groningen. 4) De schadeafhandeling wordt onafhankelijk van NAM en de Minister van Economische Zaken en Klimaat uitgevoerd. Het ontwerp, de inrichting en de uitvoering van het schadeprotocol worden onafhankelijk van NAM bepaald.

Met het besluit en het bijbehorend schadeprotocol neemt de Staat ruimhartig zijn verantwoordelijkheid, wordt voorzien in een ruimhartige, rechtvaardige en onafhankelijke schade-afhandeling en is er oog voor de menselijke maat. Het onderhavige besluit legt de basis voor een op het publiekrecht gebaseerde rechtvaardige afhandeling van schadeverzoeken waarbij de veiligheid van bewoners te allen tijde voorop staat. Een schade-afhandeling die is gericht op redelijke en billijke uitkomsten en waarbij het toepasselijke bestuursrecht borgt dat een einde komt aan de ongelijke positie voor bewoners. Een ruimhartige schade-afhandeling bovendien waarbij niet langer NAM, maar een onafhankelijke Commissie bepaalt of geleden schade voor vergoeding in aanmerking komt.

Bij besluiten die in het kader van het publiekrecht worden genomen, gelden voor alle stappen in het proces de regels vanuit de Algemene wet bestuursrecht. Deze regels hebben in essentie tot doel om voor een evenwichtige verhouding te zorgen tussen het bestuursorgaan dat besluiten neemt en de burger of het bedrijf als ontvanger van deze besluiten. Voor het bestuursorgaan dat besluiten neemt, gelden vanuit het publiekrecht regels over een zorgvuldige voorbereiding van besluiten, waarbij de mening van de belanghebbende goed moet worden betrokken, regels over de wijze waarop het bestuursorgaan deskundigen betrekt en over de manier waarop de aanvrager bij het oordeel van deze deskundigen wordt betrokken, als ook regels over bezwaar bij het bestuursorgaan en beroep bij de rechter.

De Commissie en de Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen zullen functioneren totdat er, zoals aangekondigd in het regeerakkoord 2017–2021, een Instituut Mijnbouwschade en een schadefonds is ingericht onder onafhankelijke publieke regie. Het besluit en Protocol moeten dan ook worden beschouwd als een eerste stap richting publieke schade-afhandeling van mijnbouwschade in Groningen. Het besluit voorziet niet in een eindsituatie en geeft ook geen invulling aan alle ambities die er zijn. Zo wordt er nog gewerkt om zo snel als verstandig mogelijk is herstel in natura voor de verzoeker te realiseren. Schade zal echter in eerste instantie worden vergoed door een schadebedrag vast te stellen of een factuur voor het herstel van schade te vergoeden. Ook immateriële schade en vermogensschade bij het MKB die niet het gevolg is van fysieke schade aan een gebouw komt vooralsnog niet voor vergoeding in aanmerking. Tevens dekt het huidige besluit en protocol om uiteenlopende redenen een aantal bestaande regelingen niet, die naar verwachting op termijn wel kunnen worden opgenomen. Het gaat hierbij om de werkzaamheden van de Commissie Bijzondere Situaties, het Programma Groninger Schuren en Stallen (PGSS), de waardevermeerderingsregeling en de waardeverminderingsregeling. Dit besluit realiseert dus niet alle wensen die er zijn, maar vormt wel een belangrijke aanzet in de richting van een publieke schade-afhandeling. De redenen waarom bepaalde zaken nog niet kunnen worden overgenomen worden later in deze toelichting uiteengezet.

2. Instelling en taken van de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen

2.1 Bevoegdheidsstructuur

Dit besluit legt een vorm van onverplicht, buitenwettelijk beleid vast. Het laat de civielrechtelijke aansprakelijkheid van de vergunninghouder onverlet en loopt vooruit op de wettelijke regeling van de schadeafhandeling. Vooruitlopend op die regeling ligt al een publieke taak besloten in de zorg voor een goede afhandeling van schade. Gegeven de aard van het in dit besluit neergelegde beleid is het de Minister van Economische Zaken en Klimaat die bevoegd bestuursorgaan is. Op grond dit besluit zijn bevoegdheden op basis van mandaat, machtiging of volmacht toegedeeld aan de Commissie. Niet tegenstaande de mandaatverhouding werkt de Commissie zelfstandig, in die zin dat uitdrukkelijk is geregeld dat de Commissie geen instructie ontvangt op individuele zaken.

2.2 Doel van de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen

In dit besluit wordt de Commissie ingesteld. Met dit besluit is gekozen voor een bestuursrechtelijke regeling voor de afhandeling van de schade in Groningen. De in deze regeling vastgelegde procedure behelst een laagdrempelige, voortvarende en met voldoende rechtswaarborgen omklede mogelijkheid voor de aanvragers om een vergoeding te krijgen voor de door hen geleden schade die is ontstaan door beweging van de bodem als gevolg van de gaswinning in het Groningenveld. De Commissie wordt in het leven geroepen om een oplossing te bieden voor de schade die het gevolg is van de beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg. Het Groningenveld betreft het veld waarvoor bij koninklijk besluit van 30 mei 1963, nr. 39 (Stcrt. 126) een winningsvergunning is verleend. Ook is de Commissie in het leven geroepen om een oplossing te bieden voor de schade door bodembeweging als gevolg van de gasopslag Norg.

Het betreft hier een commissie die belast is met de uitvoering van het beleid, zoals vastgelegd in het Protocol mijnbouwschade Groningen (hierna: Protocol), samengesteld uit deskundige en onafhankelijke personen die geen ambtenaar zijn. Deze instelling geschiedt door de Minister van Economische Zaken en Klimaat, in overeenstemming met de Minister voor Rechtsbescherming. De Minister van Economische Zaken en Klimaat is primair verantwoordelijk voor het beleid van de Commissie op het gebied van de afhandeling van de schade. De Minister voor Rechtsbescherming benoemt de leden van de (deel)commissies na consultatie en kan deze ook schorsen en ontslaan. Benoeming door de Minister voor Rechtsbescherming borgt dat de Commissie na consultatie onafhankelijk van nationale en regionale belangen kan functioneren. De Minister voor Rechtsbescherming kan leden ook schorsen en ontslaan op specifiek, in artikel 4, zesde lid, genoemde gronden. Schorsing en ontslag kan aan de orde zijn wegens ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie dan wel wegens andere zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen of op verzoek van de voorzitter of andere leden.

De voorzitters van de deelcommissies en de Commissie handelen op basis van een mandaat aan een niet-ondergeschikte van de Minister van Economische Zaken en Klimaat. De voorzitter van de Commissie heeft het mandaat om besluiten van organisatorische aard te nemen. Op basis van artikel 10:4 van de Awb moet door een niet-ondergeschikte met dit mandaat worden ingestemd. Met het feitelijk ter hand nemen van de opgedragen taken, zal de Commissie blijk geven van instemming met het mandaat.

Het voorliggende besluit staat niet op zichzelf. Op dit moment wordt door de Technische commissie bodembeweging gewerkt aan een beschouwing over hoe de afhandeling van schade veroorzaakt door mijnbouw in Nederland kan worden verbeterd. (Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 33 529, nr. 377). Inzichten die dit oplevert kunnen ook op termijn in het schadeprotocol worden vertaald.

2.3 Werkgebied van de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen

Het werkgebied van de Commissie betreft aanvragen tot vergoeding van de fysieke schade aan gebouwen en werken door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg. Met materiële schade als bedoeld in artikel 1 van het Protocol wordt gedoeld op de vergoeding voor bijkomende kosten voor materiële schade als gevolg van schade aan gebouwen en werken. Het werkgebied is niet nader geografisch begrensd. Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moet wat betreft de winning uit het Groningenveld, naar oordeel van de Commissie de schade naar haar aard redelijkerwijs schade kunnen zijn die veroorzaakt door beweging van de bodem als gevolg van mijnbouwactiviteiten in het Groningerveld. De Commissie kan in haar werkwijze bepalen welk technisch onderzoek zij nodig acht om te komen tot een oordeel over dit verband. Hierbij zal zij de regel in acht nemen dat fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de exploitatie van het Groningenveld zou kunnen zijn, vermoed wordt schade te zijn die veroorzaakt is door de exploitatie van het Groningenveld. Dit is het zogenaamde bewijsvermoeden zoals opgenomen in artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek, dat is opgenomen als het kader waarbinnen de Commissie een besluit neemt (zie artikel 7 van het Protocol). De Commissie dient de aanvraag tot vergoeding van schade immers te beoordelen met overeenkomstige toepassing van de regels van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht, zoals neergelegd in het Burgerlijk Wetboek. Het ligt in de rede dat de Commissie bij de uitleg van de regels van het civiele recht ook aansluiting zal zoeken bij de jurisprudentie.

2.4 Waarvoor kan een aanvraag worden ingediend

Uitgezonderd van de werkzaamheden van de Commissie zijn industriegebouwen en infrastructurele werken. Voor een nadere duiding wat industriegebouwen en infrastructurele werken zijn, wordt een aantal voorbeelden genoemd, die niet uitputtend zijn maar wel een goed beeld geven waar het bij industriegebouwen en infrastructurele werken om gaat. Het betreft bij infrastructurele werken voorzieningen voor algemeen en gemeenschappelijk gebruik die belangrijk zijn om de samenleving goed te laten functioneren. Het gaat daarbij zowel om infrastructurele werken die bovengronds als ondergronds zijn gelegen. Reden voor het uitzonderen van industriegebouwen en infrastructurele werken is dat de schade hier door professionele partijen bij NAM geclaimd kan worden. Een onafhankelijke beoordeling is hier minder nodig nu het aan beide kanten grote, professionele partijen betreft, die naar verwachting unieke schade zullen hebben.

Vanzelfsprekend valt particuliere riolering als bedoeld in de bouwregelgeving, gelegen in particuliere grond tot en met het aansluitpunt wel onder de reikwijdte van het Protocol. Het midden en klein bedrijf is door middel van deze begripsomschrijving nadrukkelijk niet uitgezonderd. Een aanvraag tot schadevergoeding aan gebouwen en werken van het midden- en kleinbedrijf niet zijnde een industriegebouw of infrastructureel werk komt voor afhandeling van de schade in aanmerking.

Ook agrarische bedrijven kunnen een aanvraag indienen bij de Commissie. Een veel voorkomend probleem bij agrarische bedrijven zijn lekkende mestkelders als gevolg van aardbevingen. De Commissie kan de schade hiervoor vergoeden en zal rekenschap geven van het protocol mestkelders zoals dat eerder werd toegepast. Verder valt onder de reikwijdte van de werkzaamheden van de Commissie ook de schade door bodembeweging die wordt veroorzaakt door de gasopslag in Norg.

Onder de gebouwen waarvoor een aanvraag tot vergoeding van de schade bij de Commissie kan worden ingediend, vallen ook monumenten en karakteristieke en beeldbepalende gebouwen. Bij de beoordeling van deze aanvragen zal rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van deze gebouwen en de bescherming die zij eventueel genieten en een gespecialiseerde deskundige ingeschakeld. Bij brief van 25 augustus 2017 (Kamerstukken II 2016/17, 33 529, nr. 382) is het Groningen Erfgoedprogramma 2017–2021 gepresenteerd. Dit erfgoedprogramma blijft onverminderd van kracht, en zal ook door de Commissie bij haar werkzaamheden worden betrokken. Bij de beoordeling van schade aan monumenten en waardevolle panden wordt de versterking en restauratiebehoefte zo mogelijk meegenomen om hiermee het aantal ingrepen bij erfgoed tot een minimum te beperken.

De Commissie is geen loket voor de thans geldende Regeling waardevermeerdering woningen gaswinning Groningerveld, die wordt uitgevoerd door het Samenwerkingsverband Noord-Nederland. Bezien zal worden of op termijn gekomen kan worden tot één loket voor beide voorzieningen.

2.5 Beslissingen van de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen

In de besluitvorming van de Commissie staat de vraag centraal of er sprake is van schade aan gebouwen en werken die wordt veroorzaakt door gaswinning uit het Groningenveld. Dit volgt uit de taken van de Commissie, zoals opgenomen in artikel 3, tweede en derde lid, van dit besluit, in combinatie met de in artikel 1 van het besluit opgenomen definities. Deze vraag wordt beoordeeld tegen de achtergrond van het civiele schadevergoedingsrecht. Dit is vastgelegd in artikel 7, eerste lid, van het Protocol. NAM heeft geen invloed op de besluitvorming in de procedure bij de Commissie. De beslissing van de Commissie op een aanvraag om schadevergoeding wordt aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Titel 4.4 van de Awb kent regels over de betaling van het toegekende bedrag, waaronder termijnen en wijze van betaling. Indien de Commissie besluit tot een vergoeding als betaling van in opdracht van aanvrager tot herstel van schade, zal de factuur van de door de bewoner ingeschakelde aannemer worden vergoed door de Commissie.

Dit besluit legt een vorm van onverplicht, buitenwettelijk beleid vast en kan voor deze delen worden gezien als een beleidsregel in de zin van artikel 4:81 van de Awb. Hoewel, zoals hierboven uiteengezet, met deze regeling geen afbreuk wordt gedaan aan de bestaande civiele rechten van belanghebbenden, komt dezelfde schade vanzelfsprekend niet tweemaal voor vergoeding in aanmerking.

De aanvrager kan na toekenning van de vergoeding door de Commissie geen schadevergoeding eisen van NAM bij de burgerlijk rechter voor het deel dat vergoed is door de Commissie. Voor zover de aanvrager echter meent dat een deel van de geleden schade niet is afgedekt door het besluit van de Commissie, kan aanvrager zich voor dat deel alsnog tot de civiele rechter wenden. Uiteraard staat tegen een besluit van de Commissie ook bezwaar en beroep open.

3. Deelcommissies

3.1 Deelcommissie mijnbouwschade

De Commissie bestaat uit twee deelcommissies met elk een te onderscheiden taak. De deelcommissie mijnbouwschade neemt de werkzaamheden over die nu voornamelijk door het CVW worden verricht. Deze commissie zal schademeldingen in ontvangst nemen, beoordelen en naar aanleiding van de beoordeling een besluit nemen.

3.1.1 Behandeling schadeposten door de deelcommissie mijnbouwschade

Naar aanleiding van een aanvraag om vergoeding van schade in verband met aardbevingen in Groningen, kent de deelcommissie mijnbouwschade naast de fysieke schade aan gebouwen of werken zoals omschreven in artikel 1 van het Besluit ook andere materiële schadeposten toe, zoals materiële gevolgschade of een overlastvergoeding als bedoeld in bijlage 2 van het Besluit. Over de vergoeding van immateriële schade loopt op dit moment hoger beroep in een zaak van rechtbank Noord-Nederland van 1 maart 2017 in de zaak met nr. C/19/109028 / HA ZA 15-33. Omdat het de wens is om de Commissie op korte termijn met de afhandeling van schade van start te laten gaan, is het niet opportuun nu al immateriële schade onder de taken van de Commissie te brengen. Daarbij moet worden opgemerkt dat via de Commissie Bijzondere Situaties in uitzonderlijke en bijzonder schrijnende situaties wel in vergoeding van immateriële schade wordt voorzien. Op langere termijn is het echter wenselijk dat alle immateriële schade door een onafhankelijke instantie kan worden beoordeeld. Dit sluit ook aan bij het voornemen van de Minister van Economische Zaken en Klimaat om alle schade die ontstaat door de gaswinning uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg onder publieke regie te brengen. Ook waardedaling van gebouwen zonder dat er sprake is van schade aan deze gebouwen, wordt niet door de Commissie behandeld. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft een uitspraak gedaan over de vergoeding van waardedaling (Gerechtshof Arnhem-Leeuwaarden van 23 januari 2018, nr. ECLI:NL:CHARL:2018:618). Mede gelet op de onzekerheden die hierover op dit moment nog bestaan, is er niet voor gekozen deze schade tot de taken van de deelcommissie mijnbouwschade te rekenen. Dit gelet op het tijdelijke karakter van de Commissie en de wens om de Commissie te laten besluiten over schade waar een zekere mate van duidelijkheid over bestaat en die in het algemeen ook op korte termijn kan worden afgehandeld. De zogenoemde complexe gevallen, waarvoor de Nationaal Coördinator Groningen (hierna: NCG) tot op heden een bemiddelende rol vervulde, zullen ook door de deelcommissie mijnbouwschade worden behandeld. Hierbij zal waar mogelijk samen met de Technische commissie bodembeweging en de commissie bodemdaling naar integrale oplossingen worden gezocht. In haar werkwijze kan de deelcommissie mijnbouwschade rekening houden met de meer complexe schadezaken die wellicht leiden tot een lange looptijd. Waar mogelijk zal de deelcommissie mijnbouwschade, als zij complexe schadezaken in behandeling krijgt, zoeken naar een meer integrale oplossing.

3.2 Leden deelcommissie mijnbouwschade en deelcommissie bezwaar

De deelcommissies bestaan uit een voorzitter en ten minste twee leden. De voorzitter van de deelcommissie mijnbouwschade is tevens voorzitter van de Commissie. De voorzitter van de Commissie neemt besluiten van organisatorische aard. Het is noodzakelijk dat bij zowel de deelcommissie mijnbouwschade Groningen als bij de deelcommissie bezwaar de voorzitter en één van de leden meester in de rechten is en kan bogen op ruime ervaring in de rechtspraak. Het tweede lid zal een technische achtergrond hebben, waarbij belangrijk is dat dit lid beschikt over diepgaande en actuele kennis van de oorzaken en gevolgen van de aardbevingen in Groningen. De onafhankelijkheid van de leden is essentieel voor het vertrouwen in de Commissie. Bij de benoeming zal dan ook worden gelet op de eventuele betrokkenheid van leden bij de aardbevingsproblematiek in Groningen. De leden van de deelcommissies worden initieel benoemd voor een termijn van twee jaar. Dit omdat op dit moment niet duidelijk is hoelang de Commissie zal functioneren. Als er wordt gekomen tot een meer definitieve situatie, zal dit leiden tot opheffing van de (deel-)commissie en ontslag van de leden.

Schorsing en ontslag van leden in een andere situatie dan opheffing van de Commissie, behoudens als hun eventuele benoemingstermijn is verlopen, vinden plaats door de betrokken Minister uitsluitend vanwege gebleken ongeschiktheid, onbekwaamheid of andere zwaarwegende redenen, die gelegen moeten zijn in de persoon van de bestuurder. Dit is een belangrijke bevoegdheid voor de Minister omdat hij hiermee gelegenheid heeft de kwaliteit van de Commissie te beïnvloeden.

4. Onafhankelijkheid van de Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen

De onafhankelijkheid van de Commissie is van groot belang. Om deze reden zijn in dit besluit hierover regels opgenomen. De leden, het secretariaat en de door de Commissie ingeschakelde deskundigen mogen niet door de Minister of anderen worden gestuurd. Daarom is bepaald dat de leden van de Commissie, het secretariaat of de ingeschakelde deskundigen geen instructies vragen of krijgen over individuele zaken. Dit is een belangrijke waarborg voor de onafhankelijkheid van de Commissie.

De Commissie brengt verslag uit aan de Minister over haar werkzaamheden. Dit verslag kan aanbevelingen bevatten over het besluit en het bijbehorende Protocol. Ook los van de periodieke verslaglegging kan de Commissie aanbevelingen doen aan de Minister over de werking van dit besluit met bijbehorend Protocol. Deze aanbevelingen kunnen aanleiding zijn voor de Minister te komen tot aanpassing van dit Protocol. Ook andere factoren kunnen leiden tot aanpassing van dit besluit of het bijbehorende protocol, zoals rechterlijke uitspraken.

5. Werkwijze Tijdelijke commissie mijnbouwschade Groningen

5.1 Vaststellen werkwijze

Uitgangspunt is dat de Commissie haar eigen werkwijze vaststelt en ook steeds actueel houdt. Dit betekent dat de werkwijze steeds dient te zijn afgestemd op recente kennis en ervaring en wetenschappelijke inzichten. Het vaststellen van de werkwijze is een interne werkinstructie die niet vatbaar is voor bezwaar en beroep. De Commissie kan indien zij dat wenst derden consulteren bij het vaststellen en wijzigen van de werkwijze. Bij toekomstige wijziging van het besluit zal eveneens worden voorzien in een vorm van consultatie. Het belangrijkste kader voor de Commissie is het Protocol. In het Protocol is vastgelegd dat bij de beoordeling van de schademeldingen de relevante bepalingen van het civielrechtelijke aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht tot uitgangspunt worden genomen. De Commissie beoordeelt of schade is ontstaan als gevolg van beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld of als gevolg van de gasopslag Norg. In de beoordeling wordt rekening gehouden met de artikelen 6:177 en 6:177a van het Burgerlijk Wetboek en de hierop gebaseerde jurisprudentie. Dit betekent dat, in overeenstemming met het civiele aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht, niet uitsluitend de kosten voor zaakschade voor vergoeding in aanmerking komen, maar ook de materiële gevolgschade. Daarnaast zal de Commissie indien aan de orde een overlastvergoeding als bedoeld in bijlage 2 van het Besluit toekennen. Ook is van belang dat de Commissie rekening houdt met de risico’s dat individuele schades ten onrechte niet, of gestelde schades ten onrechte wel worden erkend, gegeven de belasting van de aanvrager om in aanmerking te komen voor vergoeding van de schade en een overlastvergoeding als bedoeld in bijlage 2 van het Besluit. Aanvragen om schade kunnen zowel door particulieren als door MKB-bedrijven worden ingediend. Bij aanvragen van MKB-bedrijven zal ook rekening worden gehouden met de specifieke (materiële gevolg)schade die MKB-bedrijven kunnen lijden. Als het om complexe gevolgschade gaat is het in de praktijk wel mogelijk dat het bepalen van de fysieke schade en het vaststellen van de gevolgschade in gescheiden procedures plaatsvindt.

De werkwijze regelt verder de procedure voor de behandeling van schademeldingen als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld. In het Besluit zijn enkele onderwerpen opgenomen die in elk geval deel uit moeten maken van de werkwijze van de Commissie. Vanuit het oogpunt van transparantie is ook voorgeschreven dat de Commissie haar werkwijze bekendmaakt. Voor de hand ligt om dit via haar website te doen. Uit deze werkwijze zal volgen welke procedure wordt gevolgd bij de afhandeling van nieuwe schades en bestaande schades die nog niet in behandeling zijn. Uitgangspunt bij deze procedure is een adequate beoordeling van individuele schades die voor de aanvrager zo eenvoudig mogelijk is en waarvan de proceskosten redelijk zijn. Ook zal de werkwijze van de Commissie erop zijn gericht om zo veel mogelijk zaken zo snel mogelijk af te handelen. Tegelijk zal de prioriteit te allen tijde liggen op de gebouwen en werken waarvan de veiligheid in het geding is. Bij de werkwijze zal de Commissie voorts rekening houden met de opgetreden bodembeweging en de aard of de omvang van de schade. De keuze welke procedure wordt gevolgd, moet steeds afhankelijk zijn van de meest recente gegevens en inzichten ten aanzien van het bevingsbeeld en de kennis over schade. Van belang is dat iedere aanvraag op zijn eigen merites wordt beoordeeld. Afhankelijk van de aard en de omstandigheden, zal de Commissie bepalen welke procedure van toepassing is. Het ligt voor de hand dat de keuze van de procedure geënt zal zijn op een combinatie van omstandigheden, zoals beschreven in artikel 6, derde lid, van het Besluit. Verder wordt uiteraard ook waarde gehecht aan het ontzorgen, proactief en ruimhartig bijstaan van bewoners met eenvoudige en duidelijke procedures. Met de zaakbegeleider wordt hier ook invulling aan gegeven. De Commissie neemt bij het vaststellen van haar werkwijze bestaande afspraken die door het CVW met de desbetreffende woningcoöperaties zijn gemaakt voor zover mogelijk over. Ook is van belang dat de Commissie rekening houdt met de risico’s dat individuele schades ten onrechte niet, of gestelde schades ten onrechte wel worden erkend, gegeven de belasting van de aanvrager om in aanmerking te komen voor vergoeding van de schade en een overlastvergoeding als bedoeld in bijlage 2 van het Besluit. Jaarlijks rapporteert de Commissie aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat. In deze rapportage zal op bovengenoemde afwegingen worden ingegaan.

5.2 Beoordeling en besluit

De deelcommissie mijnbouwschade onderzoekt naar aanleiding van een aanvraag tot vergoeding van de schade de vraag of schade door bodembeweging is ontstaan en een oordeel geven over de vraag of gemelde schade vergoed wordt en zo ja, welke vergoeding hierbij hoort. Om dit goed te kunnen doen, zal de deelcommissie mijnbouwschade opnemers en beoordelaars van schade inschakelen als deskundigen. Vervolgens zal de deelcommissie op redelijke en billijke wijze beoordelen of naar haar oordeel de schade veroorzaakt is door de aanleg of exploitatie van de gaswinning uit het Groningenveld. De vastgestelde werkwijze in het Protocol en de door de Commissie vastgestelde werkwijze bieden voldoende flexibiliteit biedt om maatwerk te leveren. Op basis van deze beoordeling zal de Commissie de schade vergoeden. Dit wordt aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb, waartegen bezwaar en beroep openstaat.

De deelcommissie bezwaar beoordeelt in bezwaar diezelfde vraag aan de hand van het besluit van de deelcommissie mijnbouwschade. In de bezwaarfase kan de deelcommissie ook gebruik maken van deskundigen.

De Commissie zal voorzien in kwaliteitseisen voor voornoemde deskundigen. Het is van belang dat de deskundigen op een uniforme manier werken. Te denken valt bijvoorbeeld aan het opnemen van het standpunt van de melder van de schade bij het opnemen van de schade. Ook hierin zal de werkwijze van de Commissie voorzien.

6. Het Protocol mijnbouwschade Groningen

6.1 Algemeen

Het Protocol mijnbouwschade Groningen is als bijlage 1 bij dit besluit gevoegd. Kernelement van het Protocol is de onafhankelijke en ruimhartige beoordeling van schademeldingen. Dit wordt gerealiseerd met dit besluit.

In dit protocol is beschreven langs welke stappen schade kan worden gemeld, in behandeling wordt genomen en wordt beoordeeld. Van belang is dat de aanvrager gedurende het aanvraagproces ondersteund kan worden door een zaakbegeleider. Deze zaakbegeleider kan gedurende het besluitvormingsproces ondersteuning bieden. De besluiten zijn een nadere invulling en concretisering van de algemene regels die gelden voor alle besluiten van de overheid op basis van de Awb. Dit betekent ook dat dit protocol moet worden gelezen in combinatie met de Awb en de regels die hierin zijn opgenomen voor het nemen van besluiten en de behandeling van bezwaar en beroep tegen deze besluiten.

6.2 Acuut onveilige situatie

Van belang is om zo snel mogelijk vast te stellen of er sprake is van een acuut onveilige situatie. De deelcommissie mijnbouwschade beoordeelt als eerste een ontvangen aanvraag om schadevergoeding op deze vraag. De aanvrager kan aangeven of er sprake is van een acuut onveilige situatie, maar de deelcommissie kan ook zelf het vermoeden hebben dat er sprake is van een acuut onveilige situatie. In beide gevallen zal de deelcommissie de burgemeester van de betrokken gemeente hierover informeren en de situatie zo snel mogelijk laten inspecteren en waar nodig maatregelen voorstellen. Dit kan bijvoorbeeld zijn het voorstel dat de bewoners van een huis tijdelijk ergens anders verblijven of het plaatsen van stutten. De kosten hiervoor worden gedragen door de Commissie. Als bij inspectie door de Commissie blijkt dat er sprake is van een acuut onveilige situatie zal de Commissie dit doorgeven aan de burgemeester van de betrokken gemeente. Het is vervolgens aan de gemeente om te beoordelen of gebruik moet worden gemaakt van bevoegdheden die uit hoofde van de Woningwet 2015 voorhanden zijn. Het is van groot belang dat bevoegde autoriteiten adequaat handelen bij een acuut onveilige situatie. De deelcommissie zal dan ook gebruik maken van het Protocol Acuut Onveilige Situatie (AOS) en Evacuatie zoals dat door het CVW is opgesteld. Ook zal rekenschap worden gegeven van het Draaiboek acuut onveilige situaties zoals dat is opgesteld door de Groninger aardbevingsgemeenten.

6.3 Eerste opname van de schade

Na de eerste check op een acuut onveilige situatie neemt de deelcommissie mijnbouwschade een aanvraag om vergoeding van de schade in behandeling als het alle gegevens bevat zoals vermeldt in artikel 2, tweede lid van het Protocol. De deelcommissie stelt in haar werkwijze vast in welke gevallen een deskundige de schade op zal nemen en eventueel gelijk zal taxeren.

Een reden voor de deelcommissie om aanvragen zonder betrokkenheid van een deskundige af te wijzen, is als deze schade al is vergoed door NAM of als een lopende schadeclaim bij NAM in behandeling is. In het aanvraagformulier kan hieraan aandacht worden besteed.

Uitgangspunt van het schadevergoedingsrecht is dat elke schade slechts eenmaal voor vergoeding in aanmerking komt. Indien een schade al door NAM als exploitant van het Groningenveld is vergoed, zal het aanvraag om schadevergoeding niet in behandeling worden genomen. Ook indien een aanvraag om schadevergoeding al bij NAM in behandeling is of hierover bijvoorbeeld een procedure loopt voor de civiele rechter, zal een aanvraag niet in behandeling worden genomen. Het kan ook zijn dat NAM eerder een aanvraag om schadevergoeding heeft afgewezen. Ook in dit geval zal de deelcommissie dit aanvraag als uitgangspunt afwijzen tenzij er sprake is van een evident onbillijke uitkomst, hierbij valt te denken aan gevallen waarin de schademelders wel een aanbod tot schadevergoeding van de NAM hebben gekregen maar dit aanbod niet geaccepteerd hebben (de zogenaamde eenzijdig gesloten dossiers). Aanvragen die sinds 1 april 2017 door het CVW zijn ontvangen, zullen op basis van het overgangsrecht in het Besluit door de deelcommissie worden overgenomen zonder dat hiervoor verdere actie nodig is van de aanvrager.

6.4 Deskundigen

In het besluit en het Protocol zijn enkele regels opgenomen over de inschakeling van deskundigen. Deze volgen als uitgangspunt de regels die hiervoor gelden op basis van de Awb en de hierop gebaseerde jurisprudentie. De deelcommissie mijnbouwschade kan zich laten bijstaan door deskundigen. Deze deskundige moet aan kwaliteitseisen voldoen en onafhankelijk zijn. De deelcommissie stelt de aanvrager op de hoogte van de inschakeling van de deskundige en geeft hierbij ook aan welke deskundige in wordt geschakeld. De aanvrager kan hierover zijn mening (‘zienswijze’) geven, die de deelcommissie zal betrekken bij de definitieve keuze van de deskundige. Het is uiteraard van belang dat een deskundige niet alleen voldoet aan de eisen die de Commissie stelt voor deskundigen, maar ook dat de aanvrager vertrouwen heeft in deze deskundige. De deelcommissie zal ook aanvragen om schadevergoeding behandelen met betrekking tot monumenten en karakteristieke, beeldbepalende gebouwen. Ook hiervoor kan het wenselijk zijn om deskundigen in te schakelen met een bijzondere expertise op dit gebied. Het is van groot belang dat de door de deelcommissie ingeschakelde deskundigen onafhankelijk zijn. Dit omdat de deelcommissie af zal gaan op het oordeel van deze deskundige waar het gaat om de aard en de oorzaak van de schade. Het is vervolgens aan de Commissie om een oordeel te geven over de vraag of de aanvraag voor vergoeding in aanmerking komt, mede in het licht van het hiervoor beschreven bewijsvermoeden. Het advies van de deskundige is onafhankelijk. Het is om die reden ten principale niet nodig dat de aanvrager zelf ook nog een deskundige inschakelt. Uiteraard staat dit de aanvrager wel vrij.

De Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen zal ambtshalve of op verzoek deskundigheid inschakelen, tenzij de zaak waarop het betrekking heeft hier evident geen aanleiding voor geeft. De aanvrager wordt betrokken bij de keuze van de deskundige. De deskundige zal de aanvrager bijstaan

6.5 Procedure

De Commissie stelt haar eigen werkwijze vast. Hierbij zal zij rekening houden met allerlei factoren, waaronder de opgetreden bodembeweging, de aard of de omvang van de schade dan wel een combinatie hiervan. Tevens dient de werkwijze het belang van een duidelijke, zorgvuldige en voor aanvrager eenvoudig te hanteren procedure te borgen waarbij de veiligheid van bewoners te allen tijde voorop staat.

6.5.1 Aanvraag

De procedure start bij een aanvraag tot schadevergoeding. De aanvrager kan in ieder geval een melding doen via een formulier dat door de deelcommissie Mijnbouwschade wordt opengesteld of per brief. Uitgangspunten bij het nader uitwerken van de meldingsprocedure door de deelcommissie zijn het borgen toegankelijkheid en laagdrempeligheid voor de aanvrager.

6.5.2 Zaakbegeleider

De aanvrager krijgt vanaf het moment dat de melding wordt gedaan een zaakbegeleider toegewezen. De zaakbegeleider zal de aanvrager gedurende het besluitvormingsproces proactief bijstaan en waar mogelijk ontzorgen in de procedure bij de deelcommissie mijnbouwschade door uitleg en informatie verschaffen over bijvoorbeeld het advies van de deskundige, het besluit van de deelcommissie en de procedurele mogelijkheden. Bij de procedure staat hoor en wederhoor centraal.

6.5.3 Besluit

Als de deelcommissie mijnbouwschade over voldoende informatie beschikt neemt een besluit. Dit besluit kan zowel inhouden een vergoeding in een geldbedrag als betaling van de factuur voor herstel van de schade tot de hoogte van het door de Commissie vastgestelde bedrag. Dit maakt de beoordeling van deze eventuele nieuwe aanvragen eenvoudiger. Bij constructieve schade is herstel van de schade niet altijd de beste weg, en kan het de voorkeur verdienen het gebouw te versterken en dus te volstaan met het vaststellen van een bedrag.

De deelcommissie kan advies van de Technische Commissie Bodembeweging (TCBB) en advies van de Commissie Bodemdaling indien aanwezig betrekken in haar besluitvorming. Bestaande werkafspraken tussen de TCBB, de Commissie en NCG kunnen als uitgangspunt dienen bij het vaststellen van de werkwijze en werkafspraken tussen de Commissie, TCBB en de Commissie Bodemdaling. Wanneer de Commissie wegens de omvang van de schade of een verhoogd risico denkt dat er sprake kan zijn van het versneld opnemen in het versterkingsprogramma, dan kan dit ter afweging aan de NCG en aanvrager worden voorgelegd. 1 Het staat de aanvrager uiteraard ook vrij om dit bij de NCG kenbaar te maken. Wanneer de commissie wegens de omvang van de schade of een verhoogd risico denkt dat er sprake kan zijn van het versneld opnemen in het versterkingsprogramma, dan wordt dit ter afweging aan de NCG voorgelegd. Ook de aanvrager zou hier zelf om kunnen verzoeken.

6.5.4 Overdragen vordering

De Commissie kan bij het toekennen van een vergoeding de aanvrager verzoeken de vordering op de vergunninghouder ter zake van de schade die door de Staat wordt vergoed aan de Staat over te dragen. De Staat zal een dergelijk verzoek enkel doen in uitzonderlijke gevallen. Hierbij kan gedacht worden aan situaties waarin het schadebedrag uitzonderlijk hoog is of waar sprake is van een complexe situatie.

6.5.5 Bezwaar

De besluiten die de deelcommissie mijnbouwschade neemt besluiten in de zin van de Awb waartegen bezwaar en beroep openstaat. Het bezwaar tegen een besluit van de deelcommissie mijnschouwschade wordt behandeld door de deelcommissie bezwaar. Om een grondige heroverweging van genomen besluiten te waarborgen, is de Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften mijnbouwschade Groningen ingesteld. Deze commissie adviseert de deelcommissie bezwaar over de behandeling van bezwaarschriften. Het betreft hier een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb. Dit houdt onder meer in dat indien de beslissing op bezwaar afwijkt van het advies van de Commissie advisering bezwaarschriften, in de beslissing de reden voor die afwijking vermeld wordt en het advies met de beslissing meegezonden wordt. Voor de Tijdelijk commissie advisering bezwaarschriften gelden dezelfde regels met betrekking tot werkwijze en onafhankelijkheid als voor de Commissie.

De Commissie advisering bezwaarschriften zal uit eigen beweging of op verzoek van degene die bezwaar heeft aangetekend een deskundige aanwijzen die de aanvrager kan bijstaan tenzij de zaak waarop het betrekking heeft hier evident geen aanleiding voor geeft. Degene die bezwaar heeft aangetekend wordt door de Commissie advisering bezwaar op de hoogte gesteld van de het voornemen één of meer deskundigen aan te wijzen en hierbij wordt ook aangegeven welke deskundigen het betreft. Degene die bezwaar heeft ingediend, kan een zienswijze geven naar aanleiding van dit voornemen. Als blijkt dat de deskundige niet voldoet aan de kwaliteitseisen, waaronder de eis van onpartijdigheid, zal de Commissie advisering bezwaar een andere deskundige aanwijzen. Met deze procedure is verzekerd dat er in de bezwaarfase voldoende mogelijkheid bestaat om gekwalificeerde en onafhankelijke deskundigen aan te wijzen die degene die bezwaar heeft ingediend, bijstaat met technische kennis tijdens deze procedure.

De Arbiter bodembeweging heeft veel ervaring opgedaan met het behandelen van zaken in een vergelijkbare fase als de fase waarin de Commissie advisering bezwaarschriften optreedt. Van de ervaringen van de Arbiter bodembeweging kan deze Commissie advisering bezwaarschriften gebruik maken bij het opstellen van haar werkwijze. Belangrijke stappen in de werkwijze van de Arbiter bodembeweging zijn onder meer de mogelijkheid voor betrokkenen om een zienswijze te geven en de mogelijkheid om een zogenaamde schouw te houden. Daarbij komen één of meer leden van de Commissie advisering bezwaarschriften kijken naar de schade aan een woning. Deze elementen kunnen ook worden opgenomen als vaste elementen van de werkwijze van de Tijdelijke commissie advisering bezwaarschriften, uiteraard met inachtneming van de regels die de Algemene wet bestuursrecht stelt aan de behandeling van bezwaren.

6.6 Bouwkundige opname

Een bouwkundige opname (ook wel 0-meting genoemd) is gebruikelijk bijvoorbeeld voor aanvang van grote bouwprojecten. Bij een bouwkundige opname wordt de staat van een gebouw schriftelijk en visueel vastgelegd. In het geval van gaswinning uit het Groningenveld is het na een bouwkundige opname makkelijker de oude en nieuwe situatie te vergelijken. Er is overwogen om bij de eerste opname van schade ook een bouwkundige opname voor te schrijven. Geconstateerd is echter dat de bouwkundige opname erg arbeidsintensief is, waardoor er maximaal enkele honderden per week kunnen worden gerealiseerd. Gekozen is dan ook om de bouwkundige opname te faciliteren, maar niet dwingend op enig moment in de procedure voor te schrijven. Hiermee kunnen lange doorlooptijden worden voorkomen en relatief kleine schades sneller worden afgehandeld. Het is aan de Commissie om de bouwkundige opname te operationaliseren. De bouwkundige opnamen die zij uitvoert, hoeven niet identiek te zijn aan de bouwkundige opnamen die eerder door het CVW zijn uitgevoerd.

7. Uitvoering van het Besluit mijnbouwschade Groningen

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) zal worden belast met de ondersteuning van de Commissie. De uitvoeringsorganisatie zal haar werkzaamheden verrichten in de regio Groningen.

8. Overgang van de oude naar de nieuwe situatie

Het oude schadeproces is op 31 maart 2017 om 12.00 uur gesloten. Sinds die tijd zijn geen schadegevallen meer afgehandeld. Wel zijn deze geregistreerd door het CVW en is de schade opgenomen. De Commissie zal deze zaken van het CVW overnemen. Het is niet de bedoeling dat de zaken weer van voor af aan worden opgepakt. Verrichte onderzoeken of genomen stappen zullen door de Commissie worden meegenomen bij de verdere afhandeling. Het is voor de Commissie van belang om, om zaken effectief te kunnen behandelen, over de bestaande dossiers te beschikken. De gegevens die de Commissie ontvangt of verzameld zullen worden verwerkt met inachtneming van Wet bescherming persoonsgegevens. Deze wet bevat de grondslag om dit te kunnen doen. Zaken die voor 31 maart 2017 zijn gemeld worden niet afgehandeld door de Commissie.

De Commissie bijzondere situaties zal voorlopig haar werk voortzetten. In de toekomst zullen de taken van deze commissie echter in publieke regie worden gebracht. De Arbiter Bodembeweging de zaken die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling die bij hem voorliggen afhandelen, maar vanaf dat moment geen nieuwe zaken in behandeling nemen.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes


X Noot
1

Het versterkingsprogramma is neergelegd in het Meerjarenprogramma Aardbevingsbestendig en Kansrijk Groningen 2017–2021 (zie hierover ook Kamerstukken II 2017/18, 33 529, nr. 403).