32 710 XIV Jaarverslag en slotwet Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2010

Nr. 1 JAARVERSLAG VAN HET MINISTERIE VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT (XIV)

Aangeboden 18 mei 2011

Gerealiseerde uitgaven van LNV verdeld over de beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.)

Gerealiseerde uitgaven van LNV verdeld over de 				  beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x 				  € 1 mln.)

Gerealiseerde ontvangsten vna LNV verdeeld over de beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.)

Gerealiseerde ontvangsten vna LNV verdeeld over de 				  beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x 				  € 1 mln.)

INHOUDSOPGAVE

   

blz.

    

A.

ALGEMEEN

5

 

1.1

Aanbieding en dechargeverlening

5

 

1.2.

Leeswijzer

9

    

B.

HET BELEIDSVERSLAG

11

 

1.3.1

De Beleidsprioriteiten

11

 

1.3.2

De Beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen

26

  

21 Duurzaam ondernemen

26

  

22 Agrarische ruimte

37

  

23 Natuur

40

  

ILG-overzicht begrotingsmutaties 2010

46

  

24 Landschap en Recreatie

48

  

25 Voedselkwaliteit en Diergezondheid

53

  

26 Kennis en Innovatie

57

  

27 Reconstructie

65

  

28 Nominaal en onvoorzien

69

  

29 Algemeen

70

 

1.3.3

De Bedrijfsvoeringsparagraaf

73

    

C.

JAARREKENING

76

 

1.4.1

Verantwoordingsstaat

76

 

1.4.2

Saldibalans

77

 

1.4.3

Samenvattende verantwoordingsstaat inzake baten-lastendiensten van LNV

86

 

1.4.4

Toelichting bij de samenvattende verantwoordingsstaat inzake Baten-Lastendiensten

87

  

Algemene Inspectie Dienst (AID)

87

  

Dienst ICT Uitvoering (DICTU)

90

  

Dienst Landelijk Gebied (DLG)

94

  

Dienst regelingen (DR)

99

  

Plantenziektenkundige dienst (PD)

104

  

Voedsel en Warenautoriteit (VWA)

108

    

D.

BIJLAGEN

113

 

1.

Toezichtsrelaties en ZBO's/RWT's

113

 

2.

EU-bijlage

119

 

3.

Overzicht niet-financiële informatie over inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel 2010

126

 

4.

Lijst van afkortingen

127

A. ALGEMEEN

1.1 Aanbieding en dechargeverlening

Aan de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, het jaarverslag van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) over het jaar 2010 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 63 en 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie decharge te verlenen over het in het jaar 2010 gevoerde financiële beheer.

Ten behoeve van de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening is door de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 82 van de Comptabiliteitswet 2001 een rapport opgesteld. Dit rapport wordt separaat door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Rekenkamer met betrekking tot:

  • a. het gevoerde financieel beheer en materieelbeheer;

  • b. de ten behoeve van dat beheer bijgehouden administraties;

  • c. de financiële informatie in het jaarverslag;

  • d. de betrokken saldibalans;

  • e. de totstandkoming van de informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering;

  • f. de in het jaarverslag opgenomen informatie over het gevoerde beleid en de bedrijfsvoering.

Bij het besluit tot dechargeverlening dienen verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken te worden betrokken:

  • a. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2010;

  • b. het voorstel van de slotwet over 2010 dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt:

  • c. het rapport van de Algemene Rekenkamer over 2010 met betrekking tot het onderzoek van de centrale administratie van ’s Rijks schatkist en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • d. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer met betrekking tot de in het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2010 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten van het Rijk over 2010, alsmede met betrekking tot de Saldibalans van het Rijk over 2009 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 83, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, tweede lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 64 van de Comptabiliteitswet 2001 verklaart de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 64, derde lid van de Comptabiliteitswet 2001 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

1.2. Leeswijzer

De leeswijzer gaat in op de volgende onderwerpen:

  • 1. Opbouw jaarverslag;

  • 2. Experiment verantwoording nieuwe stijl;

  • 3. Controlenormen financiële en niet-financiële gegevens.

1. Opbouw jaarverslag

Het jaarverslag bevat een beleidsverslag, een jaarrekening en een aantal bijlagen. Deze bevatten informatie over het gevoerde beleid van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, daar waar het het voormalige Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) betreft. De ministeries van Economische Zaken en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zijn samengevoegd onder de naam Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. De naamswijziging heeft voor begrotingshoofdstuk XIII formeel bij tweede suppletoire begroting 2010 plaatsgevonden. Met de Incidentele Suppletoire Begroting 2011 zijn de begrotingshoofdstukken XIII en XIV daadwerkelijk samengevoegd onder begrotingshoofdstuk XIII.

Hoewel de naamgeving reeds in 2010 is aangepast vindt in de jaarverslagen 2010 van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie nog separaat verantwoording plaats. Het jaarverslag 2010 is daarbij grotendeels een spiegel van de begroting 2010, maar er wordt in de tekst niet meer expliciet verwezen naar de kabinetsdoelen van het kabinet Balkenende IV. Om toch op hoofdlijnen informatie te verschaffen over de afloop van het vorige kabinetsprogramma is in het beleidsprioriteitendeel van het beleidsverslag een tabel opgenomen met daarin de budgettaire consequenties en bereikte resultaten van de kabinetsdoelen.

2. Experiment verantwoording nieuwe stijl

Dit jaarverslag is evenals de jaarverslagen over 2008 en 2009 opgemaakt onder de condities en doelstellingen vanuit het experiment verantwoording nieuwe stijl. Het experiment voldoet aan de wens vanuit de Tweede Kamer en het kabinet om te komen tot meer politieke focus van de verantwoording.

De belangrijkste elementen van de verantwoording nieuwe stijl zijn:

  • Meer politieke focus door in het beleidsverslag alleen de opmerkelijke resultaten te rapporteren.

  • Verder wordt alleen verantwoording afgelegd over de prestatie-indicatoren die in de beleidsagenda 2010 staan en niet over de prestatie-indicatoren onder de beleidsartikelen.

  • Per beleidsartikel wordt ingegaan op de financiële verantwoording. De opmerkelijke verschillen tussen begroting en realisatie worden toegelicht evenals de belangrijkste slotwetmutaties. Aan het eind van elk artikel wordt ingegaan op de uitgevoerde evaluatie-onderzoeken.

Voor wat betreft het toelichten van significante verschillen in de uitgaven, ontvangsten en verplichtingen in de realisatie versus de vastgestelde begroting 2010 hanteer ik een ondergrens van € 3 mln. In sommige gevallen, waar politiek relevant, licht ik ook posten toe onder deze ondergrens.

3. Controlenormen financiële en niet-financiële gegevens

Het jaarverslag bevat zowel financiële als niet-financiële gegevens. Deze gegevens zijn aan verschillende controlenormen onderhevig. De controle van financiële informatie is gebaseerd op normen zoals deze voortvloeien uit de Comptabiliteitswet 2001 en de Rijksbegrotingsvoorschriften 2011 (RBV). De controle van beleidsinformatie en informatie over de bedrijfsvoering is gebaseerd op normen zoals deze voortvloeien uit de RBV. Ter borging van de betrouwbaarheid van de informatie inzake de prestatiegegevens in de begroting en het jaarverslag, heeft de Auditdienst net als in voorgaande jaren een audit uitgevoerd.

Op grond van artikel 8, 1e lid van de Wet Openbaarmaking uit Publieke middelen gefinancierde Topinkomens (WOPT) (Stb.2008,0000055709) dient een overzicht te worden opgenomen van medewerkers die in het verslagjaar meer verdiend hebben dan het gemiddelde belastbare loon van de minister. Dit gemiddelde belastbare jaarloon is voor 2010 vastgesteld op € 193 000. Er zijn geen functionarissen die in aanmerking komen voor deze publicatie. Derhalve is er geen bijlage topinkomens LNV toegevoegd.

B. HET BELEIDSVERSLAG

1.3.1 De Beleidsprioriteiten

Algemeen deel

Dit is het laatste beleidsverslag van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Met het aantreden van het kabinet Rutte-Verhagen op 14 oktober 2010 is het 75-jarig landbouwministerie gefuseerd met het ministerie van Economische Zaken in het nieuwe ministerie van Economische zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I).

Het kabinet is van mening dat de combinatie en bundeling van het algemene en specifieke economisch beleid, het beleid ten aanzien van de agrofoodsector en het beleid inzake innovatie in één ministerie de basis biedt voor een meer integrale en effectieve beleidsinzet ter versterking van de concurrentiekracht van de Nederlandse economie binnen de EU en in de wereld. «De landbouw is een belangrijke sector die zwaar moet meewegen in het economisch beleid», zo staat in het regeerakkoord. Dit blijkt onder andere uit de aanwijzing van topsectoren, zoals Agro-Food en Tuinbouw en uitgangsmaterialen, en de succesvolle economische clusters zoals de Greenports Venlo, Westland en de Bollenstreek en de Food Valley in Wageningen.

Voor veel land- en tuinbouwbedrijven is 2010 financieel-economisch gezien een duidelijk beter jaar dan het voor velen dramatisch slechte jaar 2009. Dat geldt vooral voor melkveehouders en glastuinders. Ook voor akkerbouwers en voor de meeste open grondtuinbouwbedrijven is 2010 een beter jaar dan 2009. Voor varkenshouders echter bleven de bedrijfsresultaten ook in 2010 mager en in de pluimveehouderij daalden de inkomens na een goed resultaat in 2009.

De inkomensverbetering van de gehele agrarische sector in 2010 is mede het gevolg van het economische herstel na de kredietcrisis. Dit herstel laat zich ook zien in een toegenomen export en in hogere prijzen van land- en tuinbouwproducten. De agrarische export groeide van € 60,5 miljard in 2009 naar € 65 miljard in 2010. Nederland heeft daarmee weer een stevige positie in de top van de ranglijst van landen die wereldwijd agrarische producten exporteren. Na de Verenigde Staten is Nederland de grootste exporteur van agrarische producten. Duitsland is voor de Nederlandse agrarische sector veruit de belangrijkste handelspartner. Meer dan een kwart (€ 17,2 miljard) van de Nederlandse agrarische export ging in 2010 naar Duitsland.

Door de goede economische positie gecombineerd met de sterke (kennis)infrastructuur heeft Nederland internationaal veel te bieden. Verduurzaming van de landbouw en innovatieve toepassingen bieden oplossingen voor mondiale vraagstukken.

In vervolg op de in 2009 gehouden 17e vergadering van de Commissie voor Duurzame Ontwikkeling van de VN heeft de in 2010 gehouden conferentie Landbouw, voedselzekerheid en klimaatverandering brede internationale erkenning opgeleverd voor duurzame landbouw als deel van de oplossing voor voedselzekerheid en de klimaatproblematiek. De conferentie heeft een concreet actieplan opgeleverd: een Roadmap for action met een analyse van de uitdagingen, de mogelijke oplossingen en concrete acties die daadwerkelijk bijdragen aan klimaatbestendige landbouw. De uitkomsten zijn en marge van de Klimaatconferentie in Cancún (december 2010) gepresenteerd.

Wereldmarktprijzen van diverse belangrijke landbouwproducten (tarwe, maïs, soja, suiker) zijn sinds de zomer van 2010 gestegen. De prijzen zijn inmiddels net zo hoog als tijdens de piek van 2008. Hierdoor is het Millenniumdoel om het aantal mensen dat in armoede leeft en het aantal mensen dat lijdt aan honger en ondervoeding in 2015 te halveren, crucialer dan ooit. De notitie «Landbouw, rurale bedrijvigheid en voedselzekerheid» uit 2008 (TK 31 250, nr. 14) was in 2010 leidend voor de LNV-inzet. In dit kader is € 50 mln extra vrijgemaakt voor investeringen in onder andere de ondersteuning aan (1) de Alliance for a green revolution in Africa (AGRA), (2) de Global Crop Diversity Trust, en (3) Empowering smallholder farmers in markets (ESFIM).

Nederland ondersteunt de door het bedrijfsleven en NGO’s opgezette Round Tables om de palmolie, cacao en sojasector te verduurzamen. Wegens het succes zijn in 2010 initiatieven genomen om te komen tot Round Tables voor de productgroepen koffie en thee. Ook is bijgedragen aan Standard and Trade Development Facility.

Nederland heeft actief en succesvol ingezet op een verbod voor het in de handel brengen van illegaal hout in de EU. In 2010 is daartoe, na een lang voorbereidingsproces, een EU-verordening vastgesteld. Daarmee zijn additioneel wettelijke maatregelen gerealiseerd in het kader van het FLEGT actieplan van de EU om duurzaam bosbeheer te bevorderen en handel in illegaal hout tegen te gaan. Voorts heeft de EU, na Ghana, ook met Kameroen en Congo-Brazaville vrijwillige FLEGT partnerschapsovereenkomsten afgesloten. Deze zorgen ervoor dat uit deze landen geen hout van illegale herkomst meer wordt verhandeld en het land wordt ondersteund in duurzaam bosbeheer en de uitvoering van de overeenkomst.

De toekomst van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) zoals ook in het regeerakkoord is genoemd en de ideeën over de uitwerking van de Houtskoolschets Europees Landbouwbeleid 2020 hebben ertoe geleid dat de Kamer op 26 november 2010 is geïnformeerd over de positie van het kabinet ten aanzien van de Mededeling van de Europese Commissie over de Toekomst van het GLB 2014–2020 (TK 28 625, nr. 108). De maatschappelijke dialoog over de toekomstige invulling van het GLB is voortgezet met onder andere een bijeenkomst in NEMO Amsterdam, gebruik van social media en bijeenkomsten en discussies op locaties in het land.

De Midterm Evaluatie van het Europees plattelandsbeleid is eind 2010 afgerond. De resultaten worden betrokken bij de voorbereidingen voor de volgende programmaperiode.

Op Europees niveau zijn in 2010 vele bijeenkomsten, workshops en conferenties georganiseerd over de belangrijkste thema’s van de hervorming van het Gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB). In Europa is de inventariserende fase nu afgerond en zijn de belangrijkste problemen in kaart gebracht. De Kabinetsvisie «Vis, als duurzaam kapitaal» is daarbij steeds leidraad geweest voor de Nederlandse inbreng. De Commissie wil haar voorstel voor het nieuwe GVB in mei 2011 op tafel leggen.

Het belang voor de aanpak van regeldruk op Europees niveau is groot. Om die reden heeft de toenmalige minister van LNV de vereenvoudiging van het Europees landbouwbeleid, in mei van het afgelopen jaar namens 22 lidstaten, een plan gepresenteerd waarin de Europese Commissie gevraagd wordt de regels en richtlijnen permanent te vereenvoudigen. Een aanzienlijke verzwaring van de nalevingskosten is vermeden door af te zien van de aanscherping van de oppervlaktevereisten in het Varkensbesluit. Hiermee wordt een toename van de nalevingskosten met € 60,5 mln. vermeden.

Domein: Duurzaam produceren

De land- en tuinbouw kunnen door vermindering van het energieverbruik een belangrijke bijdragen leveren aan de verduurzaming.

Met trots kan worden geconstateerd dat de land- en tuinbouw, mede door de beleidsmaatregelen, zeer goed op koers ligt om de energie- en klimaatdoelstellingen van dit kabinet te realiseren. Alle agrosectoren zijn in 2010 door LNV (via AgentschapNL) intensief ondersteund in de vormgeving van hun energie- en klimaatplannen. Bewustwording is gecreëerd (kennis en projecten (binnen transitiepaden) zijn gestart. Diverse innovatietrajecten en (onderzoeks-)projecten (zoals precisielandbouw, emissiearm veevoeder, klimaatneutraal produceren, koeien en kansen e.a.) zijn van start gegaan of doorgezet.

Kas als Energiebron is een van de weinige programma’s binnen de landelijke EnergieTransitie waar al meetbare impact is gerealiseerd. Dat heeft onderzoeksbureau TNO in 2010 vastgesteld in de «Omgevingsverkenning» in opdracht van het Productschap Tuinbouw en LNV.

De belangstelling voor de energiesubsidieregelingen Marktintroductie Energie Innovaties (MEI) en Investeringsregeling Energiebesparing (IRE) was ondanks de slechte financiële situatie vrij goed.

In 2010 was er veel belangstelling voor Het Nieuwe Telen; in zeven stappen naar 50% minder energieverbruik. Vooral buitenluchtdosering en luchtbeweging staan in de belangstelling bij ondernemers in alle belangrijke groentegewassen. Ook is in 2010 gewerkt aan de voorbereiding van het CO2-vereveningssysteem voor de glastuinbouw, dat in 2011 in werking treedt.

De biobased economy is een innovatieve en zeer kansrijke route voor Nederland. Subsidieregelingen en onderzoeksprogramma’s die zijn gestart tonen de grote interesse aan van bedrijven. Zowel het midden- en kleinbedrijf als grote bedrijven participeren actief in onderzoeksprogramma’s en pilots en demonstratieprojecten.

Het SER-advies biobased economy is opgeleverd eind 2010. Begin 2011 zal dit advies samen met een kabinetsreactie naar de Tweede Kamer gestuurd worden. Het onderzoeksprogramma Biosolar cells is 1 juli 2010 formeel van start gegaan. Het toegepast algenonderzoek van dit onderzoeksprogramma zal plaatsvinden in het algenonderzoekscentrum «Algae Parc». De bouw van het algencentrum in Wageningen wat mede door het rijk wordt gefinancierd, is in 2010 gestart met de verwachting dat in mei 2011 de faciliteit in gebruik kan worden genomen met een opening. Eind 2010 zijn alle 12 geselecteerde pilot en demonstratieprojecten bioraffinage gestart.

Voor de Small Business Innovation Research (SBIR) Agrologistiek Biomassa gericht op het MKB zijn 6 projecten geselecteerd voor de 2e fase, de pilot fase. In het voorjaar 2010 heeft het kabinet aanvullend € 15 mln. toegezegd aan de bouw van een pilot plant bioraffinage. Hiervoor zal mogelijk de staatssteunprocedure bij de Europese Commissie doorlopen moeten worden.

Om de verduurzaming van de veehouderij te realiseren, is in 2010 voortvarend gewerkt aan de doelstellingen van de Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij. Eind juni is door de convenantspartijen van de Uitvoeringsagenda een voortgangsrapportage opgesteld. Op 11 november 2010 heeft de Tweede Kamer deze besproken met de staatssecretaris van EL&I. Inmiddels zijn door betrokken partijen ambities voor 2015 geformuleerd met bijbehorende acties voor 2011 en verder.

Om de realisatie van integraal duurzame stallen te stimuleren zijn in 2010 twee openstellingen geweest van de Investeringsregeling Duurzame Stal- en Houderijsystemen, waarvoor een grote belangstelling was bij ondernemers. Dit geldt ook voor de SBIR Integraal Duurzame Stal- en houderijsystemen. Daarnaast wordt door ondernemers ook gebruik gemaakt van de fiscale mogelijkheden (MIA/Vamil) bij investeringen in duurzame stallen (volgens de maatlat duurzame veehouderij). In april 2010 is het herontwerptraject voor integraal duurzame stal- en houderijsystemen voor varkens afgerond. Eerder zijn al herontwerptrajecten afgerond voor koeien en legkippen. Deze worden inmiddels in de praktijk al benut.

In 2010 is het verzelfstandigingsproces van de biologische keten voortgezet, zowel op het gebied van vraagstimulering als kennis. De groei van de consumentenbestedingen aan biologische producten zet door.

Uit onderzoek van het LEI blijkt dat de omzet van de multifunctionele landbouwsector in 2 jaar tijd met bijna 28% is gestegen naar € 411 mln. De Taskforce multifunctionele landbouw werkt hard aan het versterken van de randvoorwaarden voor ondernemerschap en groei. De tijdelijke impuls die het ministerie van EL&I aan de multifunctionele landbouwsector geeft, werkt.

Ten aanzien van het mestbeleid is in 2010 de uitvoering gestart van het vierde actieprogramma Nitraatrichtlijn (2010–2013), zoals vastgelegd in Meststoffenwet en lagere regelgeving. De uitvoering van het vierde actieprogramma is in 2010 zonder grote problemen verlopen. Het overgrote deel van de melkveehouders heeft ook in 2010 gebruik gemaakt van de mogelijkheid van derogatie van de norm van maximaal 170 kg stikstof uit dierlijke mest per hectare per jaar, ondanks dat zij vanaf 2010 moeten betalen voor de kosten van monitoring van de effecten van de derogatie.

Na overleg met de Europese Commissie is besloten om de pilotprojecten kunstmestvervanger, waarin gekeken wordt of het mogelijk is om in de praktijk uit dierlijke mest producten te maken die kunstmest kunnen vervangen, met een jaar te verlengen tot eind 2011.

Zorgpunt is de omvang van de mestproductie, uitgedrukt in fosfaat. Medio 2010 bleek dat de fosfaatproductie in 2009 voor het tweede achtereenvolgende jaar hoger was dan het productieplafond dat door de Europese Commissie als voorwaarde aan de derogatie is verbonden. Het plafond voor de fosfaatproductie is 173 mln. kg fosfaat; de feitelijke fosfaatproductie door de veehouderij was in 2009 bijna 175 mln. kg. Een convenant tussen LTO Nederland en NEVEDI moet ervoor zorgen dat veehouders mineralenarmer voer gaan toedienen waardoor de fosfaatproductie gaat dalen.

2010 is het laatste jaar van de Nota duurzame gewasbescherming en het daaraan verbonden convenant. De eindevaluatie van de nota wordt eind 2011 verwacht.

In 2010 zijn diverse «dringend vereiste middelen» toegelaten (door het College toezicht gewasbeschermingsmiddelen en biociden) en vrijstellingen (art 38 Wgb) verleend. Dat geeft aan dat het effectieve gewasbeschermingsmiddelenpakket hier en daar krap is. De noodzaak geïntegreerde gewasbescherming breder toe te passen neemt daarmee alleen maar toe.

De achterliggende jaren is veel geïnvesteerd in de transitie naar een duurzame visserij. LNV/EL&I heeft in 2010 42 innovatie- en samenwerkingsprojecten van visserijondernemers en ketenpartijen op advies van het Visserij Innovatie Platform (VIP) ondersteund. De ingezette lijn is hiermee voortgezet. In 2010 was met de 42 projecten een totaalbedrag van € 9 mln. gemoeid. In inmiddels 14 actieve kenniskringen experimenteren visserijondernemers met alternatieve visserijtechnieken en nieuwe marktconcepten. Vissers experimenteren met en wisselen kennis uit over alternatieven voor de boomkorvisserij met als gevolg dat er minder bodemberoering plaatsvindt en het energieverbruik afneemt. Vooral in de pulsvisserij worden stappen gezet. In 2010 is het aantal belangstellenden dat investeringsverplichtingen wil aangaan voor deze techniek gegroeid van 5 tot 22. Dat was het maximum waarvoor de EU toestemming verleende. In de laatste week van 2010 heeft de EU ingestemd met het ophogen van dit aantal naar 42. Het via een EVF-innovatiesubsidie ontwikkelde sumwingvistuig, kent inmiddels een brede toepassing op de vloot.

Begin 2010 is het Plan van Uitvoering Mosseltransitie vastgesteld wat in 2020 moet leiden tot mosselzaadvangst los van de bodem. Daarmee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het natuurherstel van de Waddenzee. De transitie in de mosselsector ligt goed op koers. In 2009 is een mosselzaadbank ter grootte van 140 hectare gesloten. In 2010 is daar 70 hectare bijgekomen.

Het aalbeheerplan is in 2009 ingegaan. In 2010 is een visverbod van 3 maanden gedurende de schieraaltrek geweest. Alle vissers hebben zich goed aan het verbod gehouden. Dit jaar was het ook voor het eerst dat de vissers gedurende het visverbod met aangepaste aalfuiken op wolhandkrab konden vissen. Dit is goed verlopen.

Op wens van de Kamer is in september 2010 de pilot «decentraal aalbeheer» in Friesland van start gegaan. Alle 17 vissers in Friesland namen hieraan deel. Voor heel Friesland is een quotum bepaald, welke is verdeeld onder de vissers.

Domein: Kennis en innovatie

«De land- en tuinbouw verdienen versterking, nationaal, Europees en mondiaal. Gerichte investering in innovatie en verduurzaming in de agrofood-, tuinbouw- en visserijsector is nodig om de koppositie te behouden. Hierbij blijft een goede wisselwerking tussen kennis, praktijk en beleid een sleutelfactor voor succes in innovatie», zo staat in het regeerakkoord.

In deze «gouden driehoek» van ondernemers, kennisinstellingen en overheid zijn gezamenlijke innovatieprogramma’s ontwikkeld en innovatieve diensten ontstaan met oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Ook instrumenten als prijsvragen en SBIR’s zijn daarbij ingezet. Het programma Towards biosolar cells is in 2010 gestart met doel kennis over zonnecellen te ontwikkelen gebaseerd op de primaire stappen in de fotosynthese, dit om uiteindelijk te komen tot duurzame energietoepassingen. Ook is een investeringsimpuls verstrekt ten behoeve van vaccinontwikkeling voor opkomende dierziekten en zoönosen. Als uitwerking van de Strategische Kennis&Innovatieagenda (SKIA) zijn nieuwe trajecten gestart, zoals bijvoorbeeld voor juridisering en innovatietrajecten rond Aquacultuur (Algae Parc Wageningen), robotisering en nieuwe allianties/financieringen voor natuurbeleid. Op het gebied van mondiale voedselzekerheid zijn, mede op initiatief van de landbouwraden, een groot aantal projecten in ontwikkelingslanden gerealiseerd. Dergelijke projecten die vaak met kennisoverdracht of training beginnen, leiden in de uitrol tot betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven. Het percentage onderzoeksresultaten dat wordt benut door beleid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties ligt nog hoger dan in voorgaande jaren.

In juni 2010 is een nieuwe meerjarenovereenkomst 2011–2015 gesloten met de groene kennisinstellingen die zich hebben verenigd in de Groene Kenniscoöperatie (GKC). De GKC zal programma’s ontwikkelen die zich richten op drie thema’s: ontsluiten en verspreiden van actuele groene kennis naar kennisvragers, uitwerken van het concept Leven Lang Leren voor de sector agro & food en educatie.

Het aantal deelnemers binnen groen hoger en mbo-onderwijs stijgt. Er is een kwaliteitsimpuls aan het HAO verstrekt. Er zijn stimulansen gegeven voor een Center voor biobased economy en een HBO center voor Greenports. Binnen het MBO zijn ook kwaliteitsstimulansen verstrekt.

Het percentage door de onderwijsinspectie als voldoende beoordeelde AOC-opleidingen ligt hoger dan voorgaande jaren. Er is ook ingezet op professionalisering van docenten, bevorderen van de culturele diversiteit en verbetering van de examenkwaliteit.

Alle leerlingen in het groen voortgezet onderwijs volgen nu de maatschappelijke stage. Het aantal groene maatschappelijke stageplaatsen ligt zelfs boven het hiervoor gestelde doel.

Domein: Natuur, landschap en platteland

In 2010 is de evaluatie, midterm review (MTR), van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) uitgevoerd in een gezamenlijk project van het Interprovinciaal overleg (IPO) en LNV. De resultaten zijn vastgelegd in het rapport «ILG in uitvoering», dat op 24 september aan de Tweede Kamer is aangeboden (TK 29 717, nr. 17). In het regeerakkoord van het huidige kabinet is besloten tot een decentralisatie van ILG-taken en -verantwoordelijkheden naar de provincies. Met de provincies zal een nieuw bestuursakkoord worden afgesloten, een proces dat inmiddels in gang is gezet.

De voortgangsrapportage Groot Project Ecologische Hoofd Structuur (EHS) is naar de Kamer verstuurd (TK 30 825, nr. 59) en afgestemd met de MTR ILG. Het regeerakkoord kondigt de decentralisatie van de EHS, versoberingmaatregelen die de EHS raken (schrappen van robuuste verbindingen) en een decentralisatiekorting aan. Een herijkte EHS is onderdeel van de decentralisatieafspraken met de provincies. Het overleg met de provincies hierover is in 2010 gestart.

In het regeerakkoord staat dat de rijksbijdrage voor Recreatie om de Stad (RodS) wordt geschrapt. Op verzoek van het rijk doet het Kenniscentrum Recreatie een onderzoek naar de mogelijkheden om de inrichting van groen rondom de grote steden beter af te stemmen op de vraag van de recreant.

Ook is in het regeerakkoord afgesproken dat er in overleg met Vlaanderen een alternatief ontwikkeld wordt voor de ontpoldering van de Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen. Daarbij wordt ook gedacht aan de plannen die eerder door de Zeeuwse waterschappen zijn ontwikkeld. In 2010 heeft Deltares hiervoor opdracht gekregen (TK 30 862, nr. 45).

Ten aanzien van Natura-2000 heeft de staatssecretaris van EL&I eind 2010 voor 23 gebieden het aanwijzingsbesluit genomen, waaronder één wijzigingsbesluit. Er zijn nu in totaal 56 gebieden definitief aangewezen. Dit is minder dan gepland. De belangrijkste reden is dat de Tweede Kamer de minister van LNV begin 2010 heeft gevraagd geen definitieve aanwijzingsbesluiten te nemen totdat er duidelijkheid is over de stikstofproblematiek. Het opstellen van veel beheerplannen is ook vertraagd in afwachting van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Medio 2010 is de voorlopige PAS opgeleverd. Bij de maatschappelijke organisaties is steun voor deze aanpak en wordt het gezien als de oplossing voor het samen gaan van de ecologische en economische belangen. Met een bezoek van Europees Commissaris Potocnik is gewerkt aan Europese steun voor de Nederlandse aanpak.

In 2010 is de internationale doelstelling om het verlies aan biodiversiteit terug te dringen geëvalueerd. Geconstateerd is dat deze doelstelling maar ten dele is gehaald, en er voor de periode tot 2020 nieuwe, ambitieuze maar tegelijk ook realistische en haalbare doelen dienden te worden geformuleerd. In oktober 2010 heeft dit tijdens de 10eConferentie van Partijen bij het Biodiversiteitsverdrag in Nagoya geresulteerd in een Strategisch Plan 2011–2020, met daarin 20 meetbare biodiversiteitdoelen. Daarnaast is ook een protocol op het gebied van «access and benefit sharing» gerealiseerd. Deze zijn richtinggevend voor alle landen. De Europese Commissie heeft de voorbereiding van een EU-Biodiversiteitsstrategie ter hand genomen waarin de 20 doelen worden vertaald naar Europees beleid. Nederland werkt eveneens aan een actualisering van de beleidsprioriteiten naar aanleiding van de internationale besluitvorming.

Op verzoek van de Tweede Kamer is eind 2010 een Kabinetreactie opgestuurd op het PBL-rapport «Rethinking Global Biodiversity Strategies» (TK 26 407, nr. 51). Dit rapport is onderdeel van de Nederlandse bijdrage aan de TEEB-studie (The Economics of Ecosystems and Biodiversity), een studie in opdracht van UNEP en de Europese Commissie, die succesvol op de COP 10 in Nagoya is gepresenteerd.

Een belangrijk speerpunt van het nieuw aangetreden kabinet is de vermindering van bestuurlijke drukte, regeldruk en administratieve lasten.

Eind 2010 is een stuurgroep natuurcompensatie geformeerd. Doel van die stuurgroep is om het voor ondernemers en overheden makkelijker te maken om aan de verplichting tot natuurcompensatie te voldoen, door regelgeving te vereenvoudigen, het uitvoeringsproces van natuurcompensatie te verbeteren en manieren te zoeken om vraag en aanbod van compensatiegrond en -projecten bij elkaar te brengen.

Ook is in 2010 gestart met het verminderen van de vele (>10) groene gebiedscategorieën, met ieder een eigen beschermingsregime tot twee regimes. In 2011 wordt in samenwerking met het ministerie van Infrastructuur & Milieu (I&M) het voorstel om de huidige beleidscategorieën op het beleidsterrein van natuur, landschap en recreatie te vereenvoudigen uitgewerkt.

Ten aanzien van de bestuurlijke drukte rond de Wadden is op 19 november 2010 het advies van Berenschot naar de Tweede Kamer gestuurd (TK 29 684, nr. 88). Tegelijkertijd heeft de minister van I&M de Commissaris der Koningin van Friesland Jorritsma gevraagd om vóór 1 maart 2011 met aanvullende voorstellen voor de implementatie van het advies te komen. Het advies van Berenschot behelst ondermeer het opheffen van de Raad voor de Wadden, de Interdepartementale Waddenzee Commissie en de Advies- en Regiocommissie van het Waddenfonds.

Met de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet op 31 maart 2010 zijn rek- en ruimtemaatregelen van kracht geworden om de toepassing van de Natuurbeschermingswet 1998 in de praktijk beter hanteerbaar te maken, zonder de natuurdoelstellingen overboord te zetten. Zo is voorzien in kaders om de impasse te doorbreken rond bedrijfsontwikkeling rondom Natura 2000-gebieden als gevolg van de stikstofproblematiek.

Met het voorstel voor de integratie van de natuurwetgeving is tijdens de demissionaire periode van het vorige kabinet een pas-op-de-plaats gemaakt. Aangezien het voorstel mede uitvoering geeft aan belangrijke thema’s van het regeerakkoord, zoals het verwijderen van nationale koppen, decentralisatie en vereenvoudiging, wordt het wetsvoorstel inmiddels met voortvarendheid verder uitgewerkt.

Domein: Voedsel, dier en consument

2010 stond voor een groot deel in het teken van de Q-koorts. De omvang van de uitbraak van de Q-koorts in Nederland is uniek in de wereld. Veel mensen zijn ziek geworden, sommige ernstig of langdurig. Dit had (heeft) grote gevolgen voor het leven van deze mensen en hun omgeving. Ook de gevolgen voor getroffen geitenhouders en hun gezinnen zijn groot doordat op meer dan 90 bedrijven geiten en schapen zijn geruimd. De Commissie-Van Dijk heeft opdracht gekregen om de aanpak van de Q-koorts epidemie (2005–2010) te evalueren wat geresulteerd heeft in het rapport «Van verwerping tot verheffing» dat op 26 november 2010 naar de Kamer is gestuurd (TK 28 286, nr. 445). Inmiddels heeft het debat met de Kamer over deze evaluatie plaatsgevonden.

Op 23 juni 2010 is het zgn. Emzoo-programma afgerond met een symposium, waarbij het rapport «Emerging zoönosen: early warning and surveillance in the Netherlands» (RIVM-rapport 330 214 002, 2010) is gepresenteerd. Het daarin uitgewerkte «One Health»-concept waarin diverse aspecten van de volksgezondheid, diergezondheid, ecologische belangen en publieksperceptie samenkomen bij de beleidsvorming zal verder worden uitgewerkt.

LNV heeft zich ook in 2010 onverminderd ingezet voor het dierenwelzijn. Op 9 maart 2010 is de tweede voortgangsrapportage over de acties uit de Nota Dierenwelzijn en de eerste «Staat van het Dier» aangeboden aan de Tweede Kamer (TK 28 286, nr. 381). De realisatie van de nota Dierenwelzijn verloopt volgens planning. Voorbeelden in 2010 zijn de ingebruikname van het dodingapparaat voor meerval, het door de sector gemaakte Plan van aanpak Welzijn in de konijnenhouderij, de implementatie van I&R schapen en geiten en de verdere ontwikkeling van tussensegmenten.

In Europees verband blijft Nederland een actieve lidstaat. Mede op aandringen van Nederland heeft de Europese Commissie eind 2010 gewerkt aan een verklaring waarin gestreefd wordt naar het stoppen met castreren van varkens per 2018 en in de tussentijd gebruik maken van verdoofd castreren.

In 2010 is ook een start gemaakt met de vereenvoudiging en praktijkrijp maken van de Europese Welfare Quality protocollen, waarmee het welzijn van dieren kan worden gemeten op bedrijfsniveau. De monitor kan de ondernemer dienen als managementinstrument om het welzijn te verbeteren op het bedrijf, en is op termijn ook bruikbaar voor de verwerkende industrie, catering en retail om claims op dierenwelzijn te onderbouwen.

Ook in het regeerakkoord van de nieuwe regering Rutte-Verhagen is veel aandacht voor dierenwelzijn. Het kabinet zet in op vermindering van transporten over lange afstand van slachtvee en op de aanpak van misstanden bij dierenfokkers, illegale handel in exotische diersoorten en dierenmishandeling. Er komen 500 dierenpolitieagenten en een apart alarmnummer 1-1-4.

In het laatste kwartaal van 2010 zijn deze onderwerpen voortvarend opgepakt. Een concept-Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) is goeddeels afgerond voor een verplichte Identificatie & Registratie (I&R) van honden. Dit concept zal in februari 2011 ter consultatie worden voorgelegd. Verplicht I&R-systeem is een nuttig hulpmiddel voor toezichthoudende instanties om misstanden in de sector tegen te gaan (illegale hondenhandel). Tevens heeft het als bij-effect dat vermiste honden (nog) sneller bij hun eigenaar terugkomen. Ten slotte is er de verwachting dat verplichte I&R helpt om burgers bewuster met de aankoop van een hond om te gaan (geen impulsaankopen of kopen van illegale fokkers).

Daarnaast is de AMvB gezelschapsdieren in concept opgesteld. Dit concept-besluit is van toepassing op de partijen die nu onder het Honden- en Kattenbesluit 1999 (HKB’99) vallen, de bedrijfsmatige fokkers, handelaren, pensions en asiels voor honden en katten. Daarnaast is deze AMvB van toepassing op de detail- en groothandel en opvangcentra voor andere gezelschapsdieren. Het HKB’99 komt met de inwerkingtreding van dit besluit te vervallen. In deze AMvB zijn onder meer voorschriften opgenomen voor het fokken en socialiseren van gezelschapsdieren, verzorging, gezondheid huisvesting en vakbekwaamheid. Tevens is er een aanmeldplicht opgenomen. Meer gerichtere controle en handhaving van fokkerij is op basis van dit besluit mogelijk. Naar verwachting zal deze concept-AMvB in februari 2011 ter consultatie worden aangeboden.

Eind 2010 heeft de Taskforce Antibioticumresistentie dierhouderij een voorstel ingediend waarin de sector aangeeft welke maatregelen zij nemen om ter vermindering van het antibioticumgebruik in 2011 met 20% en in 2013 met 50% ten opzichte van 2009. Ter ondersteuning van deze sectorvoorstellen heeft de overheid (EL&I en VWS) in de brief van 8 december 2010 maatregelen aangekondigd die strekken tot onder meer aanscherping van de controle en handhaving (TK 29 683, nr. 65). De in die brief genoemde Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa) heeft tot taak het gebruik te toetsen en nieuwe, strengere normen voor het antibioticumgebruik te ontwikkelen en de dierenartsen aan te spreken op hun voorschrijfgedrag. Daartoe is een centraal registratiesysteem (database Vetcis) ontwikkeld dat verbonden is met sectorale databases waarmee het gebruik transparant wordt gemaakt. Een wijziging van de Diergeneesmiddelenwet is met spoed in voorbereiding genomen teneinde een zodanig centraal registratiesysteeem algemeen verbindend te kunnen verklaren.

De administratieve verplichtingen bij het afleveren en gebruik van diergeneesmiddelen zijn in 2010 vereenvoudigd. Dit levert een besparing in administratieve lasten op voor dierenartsen, veehouders en distributeurs van € 13 mln.

Het platform Verduurzaming Voedsel heeft als doel het aanbod van duurzaam geproduceerd voedsel op de Nederlandse markt in brede zin te vergroten. Door middel van stimulering en ondersteuning van verduurzamingsinitiatieven in de keten, wordt de kracht van de agrofoodsector optimaal benut. Het platform heeft het afgelopen jaar een start gemaakt in de ondersteuning van in totaal 19 projecten en initiatieven die bijdragen aan de verduurzaming van de keten en het voedselaanbod in supermarkten, horeca en catering. Naast het Platform is er het convenant Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten, bedoeld om specifiek de omzet van duurzame dierlijke producten (zgn. tussensegmenten) te laten groeien. Onder verantwoordelijkheid van dit convenant, zijn in 2009 en 2010 19 keteninitiatieven opgezet (waaronder haalbaarheidsstudies) die bijdragen aan een versnelling en opschaling van een diervriendelijker productie. Ook is er een communicatieplan opgesteld en zijn er diverse campagnes van het Beter Leven kenmerk van de Dierenbescherming ondersteund.

Om voedselverspilling tegen te gaan is in 2010 ca. € 0,9 mln. beschikbaar gesteld voor ondernemers met innovatieve ideeën om voedselverspilling in Nederland te verminderen.

Budgettaire consequenties en bereikte resultaten van de kabinetsdoelen

De afgelopen jaren werd het beleidsverslag opgebouwd aan de hand van de kabinetsdoelstellingen van het Kabinet Balkenende IV. Met de val van dit kabinet en het aantreden van het huidige kabinet komt deze indeling te vervallen. Het begrotingsjaar 2010 kende het grootste deel van het jaar een demissionair kabinet. Alleen de eerste zeven weken regeerde het vorige kabinet missionair. Concreet betekent dit dat de initiatieven die waren aangekondigd in de beleidsagenda 2010 niet volledig tot uitvoering zijn gebracht. De afspraak om de begroting en het jaarverslag aan elkaar te spiegelen blijft echter overeind. Om toch op hoofdlijnen informatie te verschaffen over de afloop van het vorige kabinetsprogramma wordt onderstaande tabel toegepast.

Nr.

Omschrijving kabinets- doelstelling/ project 

Nummer relevant beleids-artikel/

OD

Financieel belang: realisatie jaar 2010

(x € 1000)

Indicator bereikte resultaten

Begroting 2010

Realisatie 2010

Bron

1

Draagvlak Europa

29

N.v.t.

6

Armoedebestrijding

29.11

1 352

N.v.t.

11

Kwaliteit hoger onderwijs

Totaal

26.15 26.16

19 212

743 596

762 808

Kwaliteitsniveau groen onderwijs

   
    

• VO

73%

81%

Inspectie voor basisonderwijs

    

• MBO

88%

96%

Onderwijsinspectie (1)

    

Doorstroom groen onderwijs

   
    

• Voortijdig school verlaten (2)

20%

4,7%

Cfi

    

• Doorstroom MBO-BOL4 naar HO

35%

39% (3)

ROA

    

Aantal promovendi WUR

210

206

WUR (4)

14

Innovatief vermogen

21.11,

21.12, 21.13

26.15 en 26.16

16 561

• % innoverende agrarische bedrijven

13%

18%

LEI (mei telling 2009)

  

181 888

• Kennisbenutting door beleid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties

> 80%

85%

Prosu BV

 

Totaal

 

198 449

    

16

Regeldruk

Minder & merkbaar

   
    

• Minder regels:

  

www.overheid.nl

    

– Aantal regels wordt teruggebracht (vertrekpunt 500 stuks in 2007)

360

367

(5)

    

– Uitvoeringsregelgeving onder Wet dieren

 

Gaande

EL&I

    

– Integratie natuurwetgeving

 

Gaande

EL&I

    

• Minder administratieve lasten

– 5%

– 6,8%

EL&I

    

• Minder Nalevingskosten

 

– € 38,5 mln.

LEI-onderzoek

    

• Minder verkrijgingskosten subsidies

Vanaf 1/1/2010 lastenarm voor nieuwe regelingen

Gerealiseerd

EL&I

    

• Minder toezichtlasten

   
    

– Doelstelling – 25% in domeinen landbouw en vleesketen.

– 25%

Deels gerealiseerd

Eindrapportage regeldruk bedrijven april 2010

    

– Verbetering kwaliteit toezicht

 

Gaande

EL&I, Inspectieraad

    

• Minder Interbestuurlijke lasten (6)

 

Doorgeschoven

 
        
    

Makkelijker & merkbaar

   
    

• Dienstverlening

   
    

– 100% digitaal aanbod en 70% daadwerkelijk gebruik

100% aanbod

85% aanbod

EL&I

     

70% gebruik

90% gebruik

EL&I

    

– Convenant dienstverlening en e-overheid

Rapportcijfer 7

In 2010 geen meting (7)

EL&I

    

– Bewijs van goede diensten/toepassing normenkader dienstverlening.

 

Invoering bij DR en nVWA gaande

EL&I

    

• Vergunningen:

   
    

– Ruime toepassing Lex Silencio Positive (LSP)

4 extra LSP

2

EL&I

    

– Verdere bundeling van vergunningenstelstels

 

Gaande

EL&I

    

• Formulieren

   
    

– Aantal formulieren stabiliseren op ca. 100

Ca. 100 stuks

Gerealiseerd

EL&I

    

– Aanpak van de LNV formulieren uit top 25 van BZK.

 

Gerealiseerd

EL&I

    

• EU / Better Regulation

   
    

– Uitvoering simplification rolling program

 

Gaande

EU-programma

    

– Verbetering impact assesments

 

Gaande

Idem

    

– In 2011 implementeren EU voorstellen mbt voedselveiligheid, cohesiebeleid en landbouw/visserij

 

Gaande

idem

22

Duurzame productie en consumptie

21

22

25

37 291

7 089

7 576

• Aandeel duurzame energie in glastuinbouw t.o.v. totaal energieverbruik (8)

4%

1,3% (2 009)

LEI

  

• Energieefficiencyverbetering (t.o.v. 2005) bloembollen (9)

4,4%

4% (t.o.v. 2008)

WUR

 

Totaal

 

51 956

    
    

• Energieefficiencyverbetering (t.o.v. 2005) paddenstoelen

12%

5,9%

WUR

    

• Energieefficiencyverbetering (t.o.v. 2008) Voeding- en genotmiddelenindustrie (10)

12%

2,2%

AgentschapNL

    

• Groei consumentenbestedingen biologische landbouw (11)

10%

11,7% (€ 722,5 mln.)

Biologica (Biomonitor)

    

• Groei biologisch areaal (11)

5%

4,2% (53 948 ha.)

SKAL

    

• Nationaal Fosfaatoverschot (12)

55 mln. kg

27 mln.kg (2009)

CBS

    

• Nationaal stikstofoverschot (12)

390 mln. kg

351 mln.kg (2009)

CBS

    

• Afname milieubelastingpunten gewasbescherming

95%

(13)

PBL

    

• Voorzorgsniveau scholbestand

442 260 ton

435 248 ton(14)

Advisory Committee (ICES)

    

• Voorzorgsniveau tongbestand

37 660 ton

33 000 ton(14)

Idem

    

• Aantal alternatieve tonnen mosselzaad

8 000 ton

9 350 ton

Marinx

    

• Consumentenvertrouwen

3,5

3,4

VWA-monitor LNV

    

• Aantal scholen met smaaklessen

2 200

2 150

 

24

Bevorderen natuur

21

23

24

29

1 936

442 747

105 630

5 284

• De beleving van kwaliteit landschap incl. Nationale Landschappen (15)

7,3

7,6

PBL

 

Totaal

 

555 597

    

• Tevredenheid voorzieningen in platteland/stad/Nederland (16)

6,5/6,4/6,45

6,4/6,4/6,4

WUR: Concept rapport «De stand van het platteland 2010»

    

• Tevredenheid woonomgeving op platteland/stad/Nederland (16)

7,1/6,6/6,8

7,1/6,6/6,8

Idem

25

Verbeteren dierenwelzijn en meer duurzame stallen

21

7 794

• % naleving bestaande welzijnsnormen (17)

75%

64%–89%

AID

    

• % integraal duurzame stallen (18)

2,8%

2,6%

WUR

29

Realisatie complexe ruimtelijke opgaven

22

27

43 100

56 219

N.v.t.

 

Totaal

 

99 319

    

41

Maatschappelijke stages leerlingen voortgezet onderwijs

26.16

3 381

• Aantal groene maatschappelijke stageplaatsen

5 000

13 269

Agentschap NL(19)

    

• Aantal leerlingen VMBO-groen onderwijs dat maatschappelijke stage heeft gevolgd

5 000

8 000

AOC-Raad

 

Totaal uitgaven kabinetsdoelen

 

1 680 656

    

De bedragen in deze tabel illustreren het financieel belang in 2010 van een kabinetsdoel of -project. In het beleidsverslag 2009 (TK, 2009–2010, 32 360 XIV, nrs. 1–3) zijn de uitgaven over de jaren 2007 t/m 2009 opgenomen. De begroting is ingericht op beleidsartikelen en niet op kabinetsdoelen. Deze bedragen zijn daarom indicatief en niet 1-op 1 uit de administratie te herleiden. In dit overzicht zijn bepaalde bedragen uit de begrotingsadministratie aan één bepaalde doelstelling toegerekend.

Toelichting

  • (1) Cijfer komt uit het Concept onderwijsjaarverslag 2009/2010 van de Onderwijsinspectie.

  • (2) Betreft de realisatie 2008/2009. Met betrekking tot het percentage voortijdig school verlaten is bij de realisatie een andere meetmethode gehanteerd. In het jaarverslag is opgenomen: Het percentage leerlingen dat zonder startkwalificatie (minimaal mbo-2 niveau) het onderwijs verlaat, gemeten als percentage vmbo 3–4 leerlingen en mbo leerlingen ten opzichte van het totaal aantal leerlingen binnen het onderwijs. In de begroting 2010 is sprake van het percentage leerlingen zonder startkwalificatie (minimaal mbo-2 niveau) dat het onderwijs verlaat gemeten ten opzichte van alle leerlingen die het onderwijs verlaten. Dit wordt niet meer gemeten. Deze andere meetmethode verklaart het grote verschil. Het aantal schoolverlaters is immers kleiner dan het totaal aantal leerlingen op school.

  • (3) Dit betreft de realisatie over 2009. De realisatie over 2010 wordt later bekend.

  • (4) Cijfer komt uit concept begroting WUR 2011. Het betreft een prognose voor de realisatie 2010.

    De definitieve realisatie wordt opgenomen in het jaarverslag WUR 2010 dat in juni 2011 verschijnt.

  • (5) Het betreft het aantal ministeriële regelingen, AMvB’s en wetten. De realisatie van 367 bestaat uit 361 oud-LNV + 6 EL&I (domeinen landbouw en groen onderwijs)

  • (6) Betreft de vereenvoudiging van uitvoerings- en verantwoordingsverplichtingen ILG in het kader van de Midterm Review (MTR) 2010. De MTR is uitgevoerd, maar vereenvoudiging wordt als gevolg van het Regeerakkoord ingepast in vormgeving van decentralisatie natuurbeleid.

  • (7) Het is een tweejaarlijkse meting. De laatste meting is uitgevoerd in 2009.

  • (8) Realisatiecijfers lopen een jaar achter als gevolg van het niet parallel kunnen lopen van de onderzoeksprogrammering van externe partijen met de verantwoordingscyclus conform de Rijksbegroting. Realisatiecijfers over 2010 zullen in het Jaarverslag 2011 worden opgenomen. De realisatiecijfers 2009 worden in dit jaarverslag gepresenteerd.

  • (9) De energie-efficiencyverbetering bloembollen resp. paddenstoelen is de verbetering in het primair brandstofverbruik per eenheid product bepaald voor de sector bloembollen respectievelijk de sector paddenstoelenteelt, gerefereerd aan het referentiegebruik in 2005 en 2008.

    Voor de schatting van de totale broeiproductie zijn de volgende aannames gemaakt: 60% van de tulpen wordt niet via de veiling verkocht en 50% van de totale broeiproductie wordt geveild. Voor de schatting van het energieverbruik van de teelt is gebruik gemaakt van CBS-cijfers over beteelde areaal.

  • (10) Deze indicator is een gewogen gemiddelde van verschillende sectoren in de voeding- en genotmiddelenindustrie. Het betreft de realisatie in 2009. Het getal is opgebouwd uit energiebesparing door procesefficiency maatregelen en de intensivering van de product- en productieketenefficiency ten opzichte van 2008.

  • (11) De biologische keten blijft groeien, zowel in areaal als in consumentenbestedingen. De biologische keten groeide in 2010 sterker dan in 2009, dit geldt zowel voor de groei in consumentenbestedingen als voor de groei in biologische areaal. De streefdoelen voor 2011 liggen nog binnen bereik. De gegevens voor de groei in consumentenbestedingen zijn voorlopig, de definitieve cijfers worden in april 2011 gepubliceerd.

  • (12) Betreffen definitieve realisatiecijfers 2009. Cijfers over 2010 komen in najaar 2011 beschikbaar en zullen in het Jaarverslag 2011 worden opgenomen.

  • (13) De realisatie van de afname milieu-belastingpunten gewasbescherming loopt mee in de evaluatie van de nota Duurzame Gewasbescherming. Het evaluatierapport wordt eind 2011 verwacht.

    In het jaarverslag 2011 kan worden vastgesteld of de doelstellingen van de nota zijn gerealiseerd.

  • (14) Betreffen voorlopige realisatiecijfers 2010 uit het rapport «ICES Advice». Betrouwbare schattingen zijn in juni 2011 beschikbaar en zullen in het Jaarverslag 2011 worden opgenomen.

  • (15) Het cijfer onder «begroting 2010» betreft de streefwaarde voor 2007. De beleving van kwaliteit van landschap is gestegen van een 7,3 in 2007 tot een 7,6 in 2009.

  • (16) Het cijfer onder «begroting 2010» betreft de streefwaarde voor 2007. De tevredenheid van voorzieningen in platteland/stad/Nederland in 2010 is ten opzichte van 2007 iets gedaald tot 6,4/6,4/6,4. De tevredenheid woonomgeving in 2010 is ten opzichte van 2007 gelijk gebleven.

  • (17) De resultaten over 2009 laten een gedifferentieerd beeld zien, waarbij de hoogste naleving te vinden is in de kalversector (89%) en de laagste in de varkenssector (55%). Daarbij moet worden opgemerkt dat ook indien men niet voldeed aan één van de eisen uit de Besluiten de controle als niet-akkoord wordt gescoord. Elke niet-naleving, hoe gering ook, leidt dus tot een algehele niet-naleving op bedrijfsniveau. Wat betreft gezelschapsdieren (bedrijfsmatig gehouden honden) is het nalevingsbeeld in 2009 58%. Voor legkippen laten de controleresultaten een nalevingsbeeld zien van 64%.

    Voorlopige cijfers over 2010 laten zien dat het naleefniveau in de varkenssector inmiddels is toegenomen naar boven de 70%. Voor legkippen laten de controleresultaten een nalevingsbeeld zien van 64%.

  • (18) Het aandeel gerealiseerde integraal duurzame stallen bedroeg per 1 januari 2010 in totaal 2,6%. Rekening houdend met de toen nog in aanbouw zijnde stallen is de doelstelling van 2,8% integraal duurzame stallen in 2010 gehaald. De gegevens per 1 januari 2011 worden voorjaar 2011 gepubliceerd.

  • (19) Het aantal groene maatschappelijke stageplaatsen is gepubliceerd in het rapport «De praktijk leert» van AgentschapNL. Het betreft de realisatie 2009. De cijfers over 2010 zijn nog niet beschikbaar.

1.3.2 De Beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen

21 Duurzaam ondernemen

Duurzaam ondernemen

Duurzaam 			 ondernemen

Omschrijving

LNV streeft naar een vitaal en duurzaam agrocomplex met inbegrip van de visserij, waarbij:

  • de nationale en internationale marktpositie van het agrocomplex wordt versterkt;

  • van natuurlijke hulpbronnen en natuurlijke grondstoffen een duurzaam gebruik wordt gemaakt;

  • betrouwbare en hoogwaardige producten voortgebracht worden.

Deze beleidsdoelstelling richt zich op de verduurzaming van het agrocomplex in Nederland, waarbij zoveel mogelijk de Europese kaders worden gevolgd. De verduurzaming geldt niet alleen voor de milieuaspecten, maar ook voor de sociale en economische aspecten (bedrijfsontwikkeling en ondernemerschap).

1. Budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 000

21 Duurzaam ondernemen

Realisatie

Vastgestelde begroting 2010

Verschil

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

326 815

455 256

380 713

401 505

328 348

73 157

waarvan garanties

  

14 704

52 014

0

52 014

Uitgaven

264 536

404 192

286 924

289 898

322 986

– 33 088

Programma-uitgaven

59 934

197 897

92 375

98 846

160 797

– 61 951

21.11 Verbeteren van ondernemerschap en ondernemersklimaat

3 280

51 967

26 981

32 251

9 862

22 389

– Jonge agrariërs

1 012

2 666

4 294

4 002

4 000

2

– Ondernemerschap

2 268

1 439

17 084

24 688

2 540

22 148

– Bilaterale Economische Samenwerking

  

5 603

3 561

3 322

239

– Interne begrotingsreserve

 

47 862

 

0

0

21.12 Bevorderen van maatschappelijk geaccepteerde productievoorwaarden en dierenwelzijn

18 115

10 747

12 992

20 404

32 847

– 12 443

– Verbetering dierenwelzijn

4 123

4 981

4 982

8 165

18 955

– 10 790

– Nieuw mestbeleid

9 617

1 381

440

3 627

6 303

– 2 676

– Fytosanitair beleid

2 514

2 785

3 027

5 181

4 153

1 028

– Gewasbeschermingsbeleid

1 861

1 600

2 336

2 445

2 436

9

– Agrologistiek

  

2 207

986

1 000

– 14

21.13 Bevorderen van duurzame productiemethoden en bedrijfssystemen w.o. biologische landbouw

23 836

72 547

42 885

35 056

106 142

– 71 086

– Glastuinbouw

8 587

18 097

19 291

14 187

51 963

– 37 776

– Energie-efficiency VGI (MJA)

  

2 011

65

1 687

– 1 622

– Biobased Economy

  

2 755

4 914

6 077

– 1 163

– Biologische landbouw

6 050

3 139

4 186

2 998

4 086

– 1 088

– Intensieve veehouderij

1 172

1 825

5 667

4 030

21 859

– 17 829

– Melkveehouderij

1 711

3 648

3 639

3 552

4 690

– 1 138

– Akkerbouw

1 634

2 227

1 686

1 292

1 478

– 186

– Overige sectoren

171

5 796

481

162

108

54

– Innovatie en Samenwerking duurzame landbouw

4 511

5 526

1 625

1 367

2 794

– 1 427

– Multifunctioneel landbouw

 

286

1 280

1 936

2 800

– 864

– ICT-beleidsprogramma’s

  

264

553

2 600

– 2 047

– VAMIL

   

0

6 000

– 6 000

– Interne begrotingsreserve

 

32 003

 

0

0

0

21.14 Bevorderen duurzame vangst en kweek van vis en schelpdieren

5 824

57 149

9 517

11 135

11 946

– 811

– Duurzame visserijmethoden (EVF as 1)

 

19 326

165

79

2 471

– 2 392

– Aquacultuur, binnenvisserij, verwerking en afzet (EVF as 2)

  

861

1 158

1 158

– Innovatieve proefprocjecten (EVF as 3)

 

517

3 524

5 011

5 500

– 489

– Gebiedsgerichte activiteiten (EVF as 4)

   

0

0

– Technische bijstand (EVF as 5)

   

51

400

– 349

– Innovatie, Kennisontwikkeling en Verspreiding

5 824

7 613

4 967 

4 836

3 075

1 761

– Regeling garantstelling visserij

   

0

500

– 500

– Interne begrotingsreserve

 

29 693

 

 0

0

0

21.15 Bevorderen van duurzame ketens

8 879

5 487

 

0

0

0

– Bilaterale economische samenwerking

2 698

1 905

 

0

0

0

– Agrologistiek

486

736

 

0

0

0

– ICT Beleidsprogramma’s

3 627

854

 

 0

0

0

– Energie en Overig

2 068

1 572

 

0

0

0

– Biobased Economy

 

420

 

 0

0

0

       

Apparaatsuitgaven

204 602

206 295

194 549

191 051

162 189

28 862

21.21 Apparaat

21 335

22 158

22 597

12 434

19 012

– 6 578

21.22 Baten-lastendiensten

183 267

184 137

171 952

178 617

143 177

35 440

   

 

 

 

 

Ontvangsten

23 077

93 479

27 866

37 246

30 184

7 062

Toelichting op de verplichtingen

De hogere verplichtingenrealisatie wordt voor het grootste gedeelte verklaard door:

  • de in 2010 afgegeven garantiestellingen en borgstellingen (€ 52,0 mln.). Dit heeft te maken met het intrekken van het besluit Borgstellingsfonds en het besluit Borgstellingsfonds bijzondere borgstellingen. Hiermee zijn de afgegeven garanties overgegaan naar LNV;

  • het bedrag aan verliesdeclaraties dat is toegekend op basis van de garantiestelling borgstellingsfaciliteit (€ 6,4 mln.);

  • het voor nationale rekening nemen van Bedrijfstoeslagregeling (BTR)-toeslagen van de EU die onterecht zijn uitgekeerd (€ 10,8 mln.);

  • het hogere subsidiebedrag dat is toegekend voor de openstelling 2010 van de Investeringsregeling Jonge Agrariërs als gevolg van de toezegging van de Staatssecretaris van EL&I in het kader van de begrotingsbehandeling 2011 (€ 2,8 mln.);

  • het bedrag dat aan schadevergoeding is toegekend ten behoeve van de door telers geleden schade als gevolg van de Potato spindle tuber viroid (PSTVd) en de boktor (samen € 1,2 mln.).

Toelichting op de programma-uitgaven

Realisatie van ABA-midddelen

Op basis van het Aanvullend Beleids Akkoord (ABA) zijn er middelen aan het budget voor Dierenwelzijn toegevoegd. Dit budget is vooral ingezet voor de Investeringsregeling Duurzame Stallen en de SBIR-tender Duurzame Stallen. Omdat de hiermee gemoeide uitgaven voor het grootste gedeelte pas in 2011 en 2012 zullen plaatsvinden, is een bedrag van € 18,1 mln. doorgeschoven naar 2011. Ook zijn er middelen uit het aanvullend beleidsakkoord toegevoegd aan het budget voor de investeringsregeling luchtwassers. Hiervoor geldt dat het grootste gedeelte van de uitgaven pas in 2011 zullen plaatsvinden. Een bedrag van € 17,5 mln. is doorgeschoven naar 2011.

Van het budget voor de SBIR Agrologistiek/Biobased Economy dat uitgevoerd wordt door Agentschap NL, is in 2010 € 0,7 mln. uitgegeven. Het restant van het budget, € 2,5 mln. wordt doorgeschoven naar 2011. De uitgaven voor het Algencentrum hebben voor het grootste gedeelte in 2010 plaatsgevonden, een restantbudget van € 0,8 mln. schuift door naar 2011.

21.11 Verbeteren van ondernemerschap en ondernemersklimaat

Ondernemerschap

De uitgaven zijn hoger dan oorspronkelijk gepland omdat in de loop van 2010 enkele grote budgetten additioneel zijn toegevoegd aan de LNV-begroting. Het verschil wordt met name veroorzaakt door:

  • Als gevolg van de economische crisis hebben banken op basis van de garantiestelling borgstellingsfaciliteit een hoger bedrag aan verliesdeclaraties bij LNV gedeclareerd dan in voorgaande jaren. Om deze verliesdeclaraties te kunnen financieren is € 4,7 mln. aan de begrotingsreserve borgstellingsfaciliteit onttrokken.

  • De regeling ter compensatie van het levenslang fokverbod in het kader van Q-koorts is in het najaar opengesteld. De regeling behelsde een compensatie aan de groep besmette veehouders van wie tijdens de ruiming weinig drachtige dieren aanwezig waren. Deze groep veehouders lijden onevenredig veel schade in vergelijking met de besmette bedrijven waar relatief veel drachtige dieren zijn geruimd. Aan deze regeling is € 3,8 mln. uitgegeven.

  • LNV heeft besloten de Bedrijfstoeslagregeling (BTR)-toeslagen van de EU die onterecht zijn uitgekeerd voor nationale rekening te nemen. De Europese Commissie heeft geconstateerd dat boeren in het kader van de BTR onjuiste vergoedingen hebben gekregen omdat de Dienst Regelingen gebruik had gemaakt van een onjuist perceelsregister. LNV heeft daarom besloten om op basis van de EU-regelgeving de aangevraagde toeslagen 2009 te corrigeren en de boeren nationaal te compenseren voor dat deel van de BTR dat niet bij de EU kan worden gedeclareerd. In totaal is € 10,8 mln. aan de desbetreffende boeren uitbetaald ten laste van de LNV-begroting.

  • Omdat in 2010 uitbetaalde exportrestituties (circa € 0,6 mln.) niet in overeenstemming waren met de bepalingen van Verordening (EG) nr. 800/1999 konden zij niet worden gedeclareerd bij het Europees Landbouw Garantie Fonds. Deze uitgaven zijn daarom ten laste gebracht van dit OD.

21.12 Bevorderen van maatschappelijk geaccepteerde productievoorwaarden en dierenwelzijn

Verbetering dierenwelzijn

De lagere realisatie op dit onderdeel wordt vooral veroorzaakt doordat een groot deel van de voor 2010 geplande uitgaven, zo’n € 9,3 mln., voor de investeringsregeling duurzame stallen pas in 2011 zullen worden verricht. De regeling heeft vertraging opgelopen doordat de goedkeuring van de Europese Commissie (staatssteunmelding) pas medio 2010 is verkregen. Ook blijken veel aanvragers niet met hun investering te zijn gestart omdat zij niet in bezit waren van de benodigde vergunningen. Daarnaast is voor zo’n € 2,7 mln. aan budget overgeheveld naar artikel 26 ten behoeve van o.a. aanvullend dierenwelzijnsonderzoek, herontwerp diervriendelijke duurzame stallen en uitvoering van het meetprogramma integraal duurzame stallen.

Nieuw mestbeleid

Voor het mestbeleid is er in 2010 budget (€ 3,8 mln.) overgeheveld naar artikel 26 ten behoeve van aanvullende onderzoeks-, monitoring- en evaluatieprojecten (o.a. uitloop werkzaamheden van het LEI ten behoeve van monitoring derogatie, praktijkonderzoek en emissiemetingen mineralenconcentraat, de ex-ante evaluatie met betrekking tot landbouw en Kaderrichtlijn Water).

Fytosanitair beleid

De hogere realisatie is een gevolg van de schadevergoedingen ten behoeve van de Potato spindle tuber viroid (PSTvD) en de boktor. In het najaar van 2006 is geconstateerd dat het viroïde PSTVd in kuipplanten voorkomt. Op grond van de Europese Richtlijn 2000/29/EG was vernietiging van besmette planten/partijen noodzakelijk. Circa 52 telers hebben als gevolg van de fytosanitaire maatregelen schade geleden. Een aantal bedrijven heeft in 2010 een schadeclaim ingediend en deze zijn deels ook toegekend. Ook ten behoeve van de door telers geleden schade als gevolg van de (Oost-Aziatische) boktor zijn schadeclaims ingediend en toegekend.

21.13 Bevorderen van duurzame productiemethoden en bedrijfssystemen w.o. biologische landbouw

Glastuinbouw/Energie

De lagere realisatie wordt vooral veroorzaakt doordat een groot deel (€ 22,7 mln.) van de uitgaven ten behoeve van de MarktintroductieEnergieInnovatie (MEI) financiering niet tot betalingen hebben geleid doordat een deel van de aanvragers hun milieuvergunning en/of financiering niet op tijd rond kregen.

Daarnaast is er budget overgeheveld naar artikel 26 ten behoeve van aanvullend onderzoek onder andere op het gebied van de Kas als Energiebron, waaronder het Nieuwe Telen (€ 2,7 mln.). Daarnaast zijn enkele projecten bij de stimuleringsregeling duurzame glastuinbouw (Stidug) goedkoper uitgevallen omdat niet alle gedeclareerde onderdelen subsidiabel bleken (€ 3 mln.). Verder zijn er als gevolg van de economische crisis minder projecten binnen de de Investeringsregeling Energiebeparing (IRE) gerealiseerd dan gepland (€ 3,2 mln.). Tenslotte zijn ook de voor de regeling Energienetwerken gereserveerde gelden (€ 4,3 mln.) niet tot besteding gekomen omdat, als gevolg van verschillende Europese steunkaders, één regeling voor energienetwerken tussen glastuinbouwbedrijven en bijv. woonwijken, industrieën, zwembaden e.d. niet mogelijk bleek te zijn.

Energie-efficiency VGI

Het volledige budget voor dit onderdeel is in de loop van 2010 is samengevoegd met het budget voor glastuinbouw/energie. De uitgaven ten behoeve van de energie-efficiency van de Voedsel- en Genotsmiddelen Industrie (VGI) zijn dan ook op het onderdeel Glastuinbouw/Energie verantwoord.

Biobased Economy

De lagere realisatie op dit onderdeel (€ 1,2 mln.) wordt voornamelijk veroorzaakt doordat het FES-programma Groene Grondstoffen minder snel op gang is gekomen dan gepland. De bijbehorende uitgaven schuiven door naar 2011.

Biologische landbouw

De lagere uitgaven op dit onderdeel hebben betrekking op vrijwel alle ingezette instrumenten. Dit is met name zichtbaar bij de uitgaven ten behoeve van het Convenant Biologische Landbouw en de mediacampagne (€ 0,3 mln.). Ook was, gezien de marktontwikkeling op biologisch gebied, de inschatting dat de belangstelling voor de regeling Beroepsopleiding en Voorlichting Biologisch (€ 0,2 mln.) en de innovatieregeling biologisch (€ 0,4 mln.) sterker zou toenemen dan het geval was.

Intensieve veehouderij

De lagere realisatie op dit onderdeel wordt voor het grootste gedeelte veroorzaakt doordat de uitgaven ten behoeve van de gecombineerde luchtwassers merendeels pas in 2011 en 2012 zullen plaatsvinden, omdat de meeste agrariërs de aanvraag voor vaststelling hebben uitgesteld tot 2011 (openstelling 2008 en 2009). Daarnaast was de belangstelling voor de regeling fijnstofmaatregelen in 2010 beperkt, zodat er ook nauwelijks betalingen hebben plaatsgevonden. In totaal gaat het om resp. € 8,3 mln. en € 9 mln. die doorschuiven naar 2011 e.v. Daarnaast is er, doordat veel subsidieaanvragers geen aanvraag tot subsidievaststelling hebben ingediend, sprake van veel lagere uitgaven dan gepland bij de innovatieregeling intensieve veehouderij (€ 0,7 mln.).

Melkveehouderij

De lagere realisatie wordt vooral veroorzaakt doordat er veel subsidievaststellingen voor de innovatieregeling melkveehouderij later (in 2011) worden ingediend dan gepland (€ 0,8 mln.). Daarnaast is sprake van vertraging in de uitvoering van de pilotprojecten herstructurering melkveehouderij door tegenvallende planologische procedures.

Innovatie en samenwerking duurzame landbouw

De lagere realisatie wordt hier vooral veroorzaakt doordat de vaststelling van de subsidie ten behoeve van het Uitvoeringsprogramma Innovatie Landbouw Noord-Nederland (UILNN) is uitgesteld naar 2011.

ICT beleidsprogramma’s

Het budget dat bij ontwerpbegroting hiervoor beschikbaar was (€ 2,6 mln.) is specifiek bedoeld voor activiteiten van de nVWA ten behoeve van Client Export en is in de loop van 2010 naar het agentschapsartikel van de nVWA overgeheveld.

VAMIL

Omdat de eerste toekenningen van vergoedingen aan ondernemers als gevolg van het geleden rentenadeel op basis van de regeling willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) pas in 2011 zullen plaatsvinden, schuiven ook de bijbehorende betalingen (€ 6 mln.) door naar 2011.

21.14 Bevorderen van duurzame vangst en kweek van vis en schelpdieren

Duurzame visserijmethoden (EVF as 1)

De lagere realisatie komt doordat de in 2010 geplande investeringsregeling voor vissersvaartuigen van € 2 mln. niet meer is opengesteld. Er bleek weinig belangstelling voor te zijn vanwege de economische crisis, waardoor de banken moeizaam krediet verstrekken.

Aguacultuur, binnenvisserij, verwerking en afzet (EVF as 2)

De hogere realisatie is het gevolg van de eind 2009 opengestelde investeringsregeling voor mosselzaadinvanginstallaties. Hiervoor waren geen bedragen opgenomen in de begroting 2010. De regeling is voor € 1,7 mln. opengesteld en heeft in 2010 tot betalingen geleid.

Innovatie, Kennisontwikkeling en verspreiding

De overschrijding van € 1,8 mln. wordt onder andere veroorzaakt door de compensatieregeling voor aalvissers van € 1,2 mln. In 2009 is het Nederlandse aalbeheerplan ingegaan. Onderdeel hiervan is een tijdelijk vangstverbod op aal in de maanden oktober en november. De toenmalige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit had besloten om de aalvissers voor deze periode financieel te compenseren. In 2010 is de compensatie uitbetaald aan de aalvissers. Hiervoor waren geen middelen opgenomen in de begroting van 2010.

Apparaat

De lagere uitputting van de apparaatsgelden wordt veroorzaakt doordat met ingang van 2010 de Rijksrederij ondergebracht is bij het Rijkswaterstaat en het bijbehorende budget is overgeheveld naar het budget voor de baten-lasten diensten.

Baten-lastendiensten

Het grootste deel van de hogere bijdragen aan baten-lastendiensten wordt veroorzaakt door:

  • Bij Dienst Regelingen (DR) is er sprake van hogere uitgaven als gevolg van de herstelacties op het gebied van de perceelsregistratie (kosten € 17,2 mln.). Daarnaast is ten behoeve van enkele nieuwe regelingen (duurzame stallen, gecombineerde luchtwassers, visserijregelingen) budget overgeheveld vanuit het desbetreffende programmageld naar het agentschapsbudget (totaal € 3 mln.) en is budget overgeheveld uit de Borgstellingsreserve ten behoeve van uitvoeringskosten van Dienst Regelingen voor de garantieregeling borgstelingsfaciliteit (€ 0,5 mln.).

  • De hogere uitgaven bij de Dienst Landelijk Gebied (DLG) zijn veroorzaakt door toevoeging van de provinciale bijdrage aan het POP-betaalorgaan (€ 1,3 mln.) aan het budget en de betaling door LNV van oninbare vorderingen van DLG over 2007 met betrekking tot de provinciale bijdrage van Flevoland en Zuid-Holland (€ 0,2 mln).

  • Doordat het budget voor de Rijksrederij in de loop van 2010 naar het budget voor de baten-lastendiensten is overgeheveld (zie ook bij «apparaat»), is de realisatie van dit onderdeel € 8,8 mln. hoger dan oorspronkelijk begroot.

  • De hogere uitgaven bij het Algemene Inspectie Dienst (AID)onderdeel van de Voedsel- en Waren Autoriteit (nVWA) (€ 3,1 mln.) worden vooral veroorzaakt door aanvullende opdrachten vanuit LNV voor Europees geregelde controles inzake visserij (Illegal, Unregulated and Unreported (IUU) en aalbeheerplan) en inzake inkomenstoeslagen (investeringsregeling slachtpremie) en voor aanvullende controles op het gebied van de perceelsregistratie (zie DR). Ook bij het Plantenziektenkundige Dienst (PD)-onderdeel zijn er hogere uitgaven (€ 4,7 mln.), vooral als gevolg van extra werkzaamheden ter bestrijding van de boktor en als gevolg van eerder gemaakte afspraken over afbouw van het PD-pakket (validatie, TTT, fytogarant). De hogere uitgaven bij het VWA-onderdeel van de nVWA worden geheel veroorzaakt door de overheveling van het budget van € 2,6 mln. voor Client Export (zie hierboven, onder ICT-beleidsprogramma’s).

  • Bij alle baten-lastendiensten is budget toegevoegd ten behoeve van de loonbijstelling 2010.

Toelichting op de ontvangsten

Bedragen x € 1 000
 

Realisatie 2010

Begroting 2010

Ontvangsten visserij (o.a. FIOV)

12 542

4 993

FES-ontvangsten

5 501

22 645

Overige ontvangsten

19 203

2 546

Totaal ontvangsten

37 246

30 184

Ontvangsten visserij

Voor ontvangsten visserij is € 7 mln. meer gerealiseerd dan begroot. De meerontvangsten zijn voor een groot deel het gevolg van ontvangsten voor huur van mosselpercelen die eind 2009 zijn gefactureerd en begin 2010 zijn ontvangen (€ 5 mln.). Daarnaast ligt de oorzaak deels ook in de huurprijssystematiek voor mossel- en oesterpercelen. De berekening is op basis van de productie in de afgelopen drie jaren. Het begroot bedrag is berekend op basis van een normproductie die is berekend in 1995/1996.

FES-ontvangsten

De lagere ontvangsten zijn vooral te verklaren doordat met ingang van 2011 de FES-bijdragen aan projecten uitsluitend op de begrotingen van de vakdepartementen zullen worden verantwoord, en niet langer in de FES-begroting. Door deze aanpassing worden de kasritmes van een aantal lopende projecten aangepast tot de meest realistische inschatting op dit moment. Dit omdat door de nieuwe systematiek de flexibiliteit om voorgestelde wijzigingen in kaspatronen alsnog te accommoderen binnen het budgettaire beeld sterk afneemt. Op grond hiervan vindt in 2010 verlaging plaats ten gunste van 2011 en latere jaren. Het gaat om de projecten Plantkundig Onderzoek, Kas als Energiebron, Luchtkwaliteit, Ketenefficiency en Verminderen methaanemissie,

Overige ontvangsten

Er is sprake geweest van een onttrekking uit de begrotingsreserve borgstellingsfaciliteit (€ 5,3 mln.) Daarnaast zijn er ontvangsten in verband met door agrariërs aan banken betaalde provisies in het kader van de regeling garantstelling landbouw (€ 2,0 mln.) en zijn er meer boete ontvangsten mestbeleid binnen gekomen (€ 1,4 mln.). Ook de bijdragen van de provincies aan het POP-Betaalorgaan (€ 1,3 mln.) lopen via de ontvangsten op dit artikel. Verder heeft de Europese Commissie voor het 4e Nitraat actieprogamma (2010–2013) opnieuw derogatie verleend. Op 1 januari 2010 is de gewijzigde Meststoffenwet van kracht geworden. Onderdeel van deze wet is een verplichte bijdrage van de derogatiebedrijven aan de nationale kosten voor monitoring van de derogatie in casus de bekostiging van het Landelijk Meetnet Mestbeleid (€ 4,6 mln.).

Toelichting interne begrotingsreserves

Interne begrotingsreserve Landbouw

Bedragen in € 
 

Interne begrotingsreserve Landbouw

Stand 1/1/2010

18 505 377

+ bijschrijving van rente

80 791

Stand 31/12/2010

18 586 168

Interne begrotingsreserve Visserij

Bedragen in € 
 

Interne begrotingsreserve Visserij

Stand 1/1/2010

26 366 009

+ overige mutatie

1 309 695

Stand 31/12/2010

27 675 704

De overige mutatie een ontvangen bedrag van Provincie Flevoland en heeft betrekking op de eindafrekening van het FIOV programma 1994–1999.

Interne begrotingsreserve Borgstellingsfonds

Bedragen in € 
 

Interne begrotingsreserve Borgstellingsfonds

Stand 1/1/2010

58 997 582

+ storting BF (uitgave voor LNV)

2 000 000

– onttrekking garantstelling borgfaciliteit (ontvangst voor LNV)

– 4 707 000

– onttrekking uitvoeringskosten DR (ontvangst voor LNV)

– 500 000

– uitgaven verliesdeclaraties

– 4 222 417

+ ontvangsten provisies

+ ontvangsten vrijvallen depositorekening

164 277

3 288 679

– overige mutaties

– 146 101

Stand 31/12/2010

54 875 020

De storting in het borgstellingsfonds heeft plaatsgevonden om de innovatieve en duurzame land- en tuinbouwsector te stimuleren. LNV heeft per 1 juli 2009 «de garantstelling plus» voor duurzame investeringen verhoogd. Daarnaast is er een garantieregeling voor agrarische bedrijven opengesteld. Agrarische bedrijven met continuïteitsperspectief kunnen in aanmerking komen voor deze garantstelling. De overheid stelt zich voor 50 tot 80% garant.

Als gevolg van de economische crisis hebben banken op basis van de garantiestelling borgstellingsfaciliteit een hoger bedrag aan verliesdeclaraties bij LNV gedeclareerd dan in voorgaande jaren. Om deze verliesdeclaraties te kunnen financieren is € 4,7 mln. aan de begrotingsreserve borgstellingsfaciliteit onttrokken. Verder is er € 0,5 mln. onttrokken voor de uitvoeringskosten van deze regeling voor Dienst Regelingen.

Het bestuur van de Stichting Borgstellingsfonds voor de Landbouw heeft op 27 januari 2010 het besluit Borgstellingsfonds en het Besluit Borgstellingsfonds bijzondere borgstellingen ingetrokken. Daarmee zijn de rechten, aanspraken en verplichtingen van het bestuur van de Stichting Borgstellingsfonds voor de Landbouw overgegaan op de Minister. Voor een deel zijn de mutaties vanaf 27 januari 2010 alleen in de interne begrotingsreserve verwerkt. Dit zijn de mutaties uitgaven verliesdeclaraties, ontvangsten provisies, ontvangen saldo depositorekening. De ontvangsten rente en mutaties tot 27 januari zijn opgenomen als overige mutaties.

2 Slotwetmutaties
Bedragen x € 1 000
 

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Stand 2e suppletore begroting 2010

383 808

307 430

41 816

Mutaties Slotwet 2010

17 696

– 17 532

– 4 570

Stand Slotwet 2010 (realisatie)

401 504

289 898

37 246

Toelichting:

Verplichtingen

De hogere verplichtingenrealisatie hangt enerzijds samen met de in 2010 afgegeven garantiestellingen en borgstellingen € 52,0 mln. en daartegenover zijn er voor € 16,3 mln minder verplichtingen aangegaan (voor toelichting zie de uitgaven).

Verder wordt de openstelling 2010 van de investeringsregeling duurzame stallen pas begin 2011 verplicht. De oorzaak hiervan is dat de goedkeuring van de Europese Commissie vertraging heeft opgelopen zodat de regeling pas na de zomer opengesteld is in plaats van aan het begin van de zomer zoals oorspronkelijk voorzien was. De investeringsregeling duurzame stallen is van 15 september tot 15 oktober 2010 voor opengesteld. Omdat bij een tenderregeling alle voorstellen eerst beoordeeld en gerangschikt worden is het niet gelukt om in 2010 de verplichtingen aan te gaan (€ 15 mln.).

Uitgaven

De mutaties op het kasbudget zijn als volgt te verklaren:

  • Het voor nationale rekening nemen van Bedrijfstoeslagregeling (BTR)-toeslagen van de EU die onterecht zijn uitgekeerd is lager uitgevallen dan gepland (€ 1,2 mln.). Daarnaast zijn er hogere uitgaven in het kader van de exportrestituties. De oorzaak hiervan is dat de in 2010 uitbetaalde exportrestituties (circa € 0,6 mln.) niet in overeenstemming waren met de bepalingen van Verordening (EG) nr. 800/1999. Hierdoor konden zij niet worden gedeclareerd bij het Europees Landbouw Garantie Fonds. Deze uitgaven komen daarom ten laste van dit artikel.

  • De verliesdeclaraties van banken in het kader van de borgstellingsfaciliteit zijn lager uitgevallen dit wordt veroorzaakt doordat er minder is uitgekeerd aan verliesdeclaraties van banken op grond van de garantieregeling dan van te voren was geraamd. Bij de te verwachten uitbetalingen 2010 zat een schadeclaim van € 3 mln., deze is echter niet afgehandeld in 2010 aangezien de bank nog niet alle informatie had verstrekt. Daarnaast is in oktober 2010 een claim van ruim € 0,6 mln. volledig afgewezen. Verder heeft Dienst Regelingen garantieprovisies ontvangen van boeren voor elke afgegeven garantstelling onder de borgstellingsfaciliteit. Deze zijn ingezet ter dekking (gedeeltelijk) van het bedrag aan verliesdeclaraties van banken en daardoor is er minder onttrokken uit de interne begrotingsreserve (€ 5,6 mln.).

  • De benodigde storting in het Diergezondheidsfonds voor de uitbetaling in het kader van de regeling voor het levenslang fokverbod is lager uitgevallen (€ 1,2 mln.).

  • Er zijn minder schade-uitkeringen uitgekeerd aan telers die schade hebben geleden door de Aardappelspindelknolviroïde (PSTVd) en de boktor (€ 2,3 mln.).

  • Bij Stimuleringsregeling duurzame ontwikkeling glastuinbouw (Stidug) is er minder uitgegeven doordat niet alle, door de betrokken gemeenten gedeclareerde bedragen, subsidiabel bleken te zijn (€ 1,6 mln.).

  • De uitbetalingen voor het geleden rentenadeel in het kader van de regeling willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) zullen pas begin 2011 plaatsvinden (€ 6 mln.).

Ontvangsten

Door vertraging in de uitvoering van verschillende FES-programma’s is er € 5,2 mln. minder ontvangen uit het FES. Tevens is, als gevolg van lager uitvallende verliesdeclaraties, minder onttrokken uit de interne begrotingsreserve borgstellingsfonds voor de garantstelling regeling borgstellingsfaciliteit. De verliesdeclaraties van banken in het kader van de borgstellingsfaciliteit zijn lager uitgevallen dan vooraf was ingeschat. Daarnaast heeft Dienst Regelingen garantieprovisies ontvangen van boeren voor elke afgegeven garantstelling onder de borgstellingsfaciliteit. Deze zijn (gedeeltelijk) ingezet ter dekking van het bedrag aan verliesdeclaraties van banken. Tegenover deze lagere ontvangsten staan hogere ontvangsten uit hoofde van de huur van mosselpercelen die eind 2009 zijn gefactureerd en in 2010 zijn ontvangen (€ 5 mln), zijn er meer ontvangsten gerealiseerd bij de boete-inkomsten voor het mestbeleid (€ 1,4 mln.) en zijn er onvangsten op artikel 21 verantwoord in plaats van op artikel 26 (€ 1,2 mln.).

3. Overzicht afgeronde onderzoeken

Onderzoek onderwerp

Nummer AD of OD

Start

Afgerond

Vindplaats

Beleidsdoorlichting

Duurzaam ondernemen

21

2009

2010

TK 31 104 nr. 3 (19 mei 2010)

Effectenonderzoek

ex-post

Evaluatie investeringsregeling Jonge agrariërs

21.11

2010

2011

Eindrapport Bureau Bartels

(10 januari 2011)

 

Evaluatie Nota duurzame gewasbescherming

21.12

2010

2011

 
 

Tussentijdse evaluatie RLS module Demonstratieprojecten

21.12/21.13

2010

2010

LEI-rapport intern

(oktober 2010)

 

Evaluerende eindrapportage Convenant glastuinbouw en milieu 1997–2010

21.13

2010

2010

www.duurzameglastuinbouw.org

(15 december 2010)

 

Eindevaluatie comanagement motorvermogen

21.14

2009

2010

LEI rapport, 2010–062. (3 december 2010) www.lei.dlo.nl

Overig evaluatieonderzoek

Tussentijdse evaluatie POP-2

21.11

2010

2010

ECORYS Nederland BV met Witteveen+Bos, 2010.

www.regiebureau-pop.eu

(23 december 2010)

 

Ex-ante evaluatie landbouw en Kader Richtlijn Water 2 (Instrumenten)

21.12

2010

2011

 
 

Evaluatie EU fytorichtlijn (EUrapport)

21.12

2010

2010

http://ec.europa.eu/food/plant/strategy

Klik op final report of the evaluation

(31 mei 2010)

 

Evaluatie Koopmansgelden melkveehouderij

21.13

2011

2011

 
 

Tussentijdse evaluatie Europees Visserij Fonds

21.14

2010

2011

 
 

Tussentijdse evaluatie schelpdiervisserijbeleid

21.14

2010

2011

 

Toelichting

  • De start en/of afrondingsdata voor een aantal evaluaties zijn veranderd en in de tabel aangepast.

  • Een aantal evaluaties uit deze tabel was nog niet voorzien in begroting 2010.

  • Evaluatie energie-efficiency glastuinbouw is vervangen door Evaluerende eindrapportage Convenant glastuinbouw en milieu.

  • De Tussentijdse evaluatie schelpdiervisserijbeleid wordt in 2011 gekoppeld aan de tussenevaluatie van het MZI-beleid

22 Agrarische ruimte

Agrarische ruimte

Agrarische 			 ruimte

Omschrijving

LNV streeft naar een goede ruimtelijke structuur voor agrarische functies. Door het versterken van de ruimtelijke structuur ten behoeve van agrarische functies worden optimale condities geschapen voor de ontwikkeling van agrarische functies in het landelijk gebied. Een toekomstgerichte en concurrerende land- en tuinbouw is een belangrijke economisch drager van dit gebied.

1. Budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 000

22 Agrarische ruimte

Realisatie

Vastgestelde begroting 2010

Verschil

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

189 117

83 032

78 037

15 734

25 034

– 9 300

Uitgaven

42 530

56 950

83 920

89 380

63 489

25 891

Programma-uitgaven

31 771

45 628

72 776

78 323

52 542

25 781

22.11 Ruimte voor grondgebonden landbouw

25 086

24 710

27 493

28 134

22 782

5 352

waarvan ILG:

      

– Grondgebonden landbouw

16 128

17 539

22 504 

20 376

18 383

1 993

– Duurzaam ondernemen

   

0

1 993

– 1 993

– BTW Compensatie

   

0

652

– 652

waarvan niet ILG:

      

– Landinrichtingsprojecten Landbouw

8 958

7 171

4 989

7 758

 

7 758

– Grondgebonden Landbouw

   

0

1 754

– 1 754

22.12 Ruimte voor niet grondgebonden

landbouw

6 685

20 918

45 283

50 189

29 760

20 429

waarvan ILG:

      

– Stidug-projecten

4 467

8 667

7 704

7 089

7 126

– 37

– Greenports

 

11 888

30 592

43 100

22 406

20 694

– BTW Compensatie

   

0

228

– 228

–Verspreid liggend glastuinbouw

  

5 000

0

0

0

waarvan niet ILG:

      

– Infrastructuurregeling Glastuinbouw

2 218

363

1 987

0

0

0

       

Apparaatsuitgaven

10 759

11 322

11 144

11 057

10 947

110

22.21 Apparaat

182

139

    

22.22 Baten-lastendiensten

10 577

11 183

11 144

11 057

10 947

110

       

Ontvangsten

51 142

65 841

70 073

82 355

55 637

26 718

Toelichting op de verplichtingen

De lagere verplichtingenrealisatie wordt veroorzaakt doordat de verplichtingen in het kader van de motie van Geel voor de Greenportsprojecten al in 2009 zijn aangegaan, waardoor in 2010 deze verplichtingen niet zijn gerealiseerd.

Toelichting op de programma-uitgaven

22.11 Ruimte voor grondgebonden landbouw

Grondgebonden landbouw, niet-ILG

Met de provincies zijn via het ILG afspraken gemaakt over het aantal te realiseren hectares voor kavelruil en de kosten die hiermee gemoeid zijn. Omdat het voor het ILG beschikbare budget voldoende was, hoefde in 2010 geen beroep gedaan te worden op het kavelruilbudget dat buiten het ILG viel, waardoor een bedrag van € 1,8 mln. niet besteed is.

Landinrichtingsprojecten Landbouw

In het kader van het versneld afwikkelen van oude lopende landinrichtingsprojecten, doen zich op jaarbasis fluctuaties voor in de uitgaven/ontvangsten van deze projecten. In 2010 is voor € 7,7 mln. aan uitgaven ter realisatie van deze landinrichtingsprojecten gerealiseerd. Tegenover deze uitgaven staan ook hogere ontvangsten, van € 11,3 mln.

22.12 Ruimte voor niet grondgebonden landbouw

Greenports

In de loop van 2010 is € 17,7 mln. aan dit artikel toegevoegd ten behoeve van het Greenportsproject Mooi en Vitaal Delfland. Dit budget is via het ILG aan de provincies toegekend. Daarnaast is € 3 mln. meer gerealiseerd dan gepland, als gevolg van een versnelde uitvoering van de Nota Ruimte projecten.

Toelichting op de ontvangsten

Bedragen x € 1 000
 

Realisatie 2010

Begroting 2010

FES-ontvangsten

29 100

11 406

Landinrichtingsrente

40 260

42 161

Landelijke vereveningspot inrichting

11 319

0

Bijdrage van derden

1 676

2 070

Totaal ontvangsten

82 355

55 637

FES-ontvangsten

De hogere ontvangstenrealisatie wordt veroorzaakt doordat er in de loop van 2010 is € 17,7 mln. aan dit artikel is toegevoegd ten behoeve van het Greenportsproject Mooi en Vitaal Delfland.

Landelijke vereveningspot inrichting

Zie toelichting bij uitgaven Landinrichtingsprojecten Landbouw.

2. Slotwetmutaties
Bedragen x € 1 000
 

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Stand 2e suppletore begroting 2010

22 242

78 838

75 831

Mutaties Slotwet 2010

– 6 509

10 542

6 524

Stand Slotwet 2010 (realisatie)

15 733

89 380

82 355

Toelichting

De lagere verplichtingenrealisatie wordt veroorzaakt doordat enerzijds de verplichtingen in het kader van de motie van Geel voor de Greenportsprojecten al in 2009 zijn aangegaan en anderzijds doordat er in kader van versneld afwikkeling van oude lopende landinrichtingsprojecten meer verplichtingen zijn aangegaan.

De hogere uitgaven- en ontvangstenrealisatie worden verklaard doordat er in kader van versneld afwikkeling van oude lopende landinrichtingsprojecten zich op jaarbasis fluctuaties voordoen in de uitgaven/ontvangsten van deze projecten. Tegenover deze uitgaven staan ook hogere ontvangsten.

3. Overzicht afgeronde onderzoeken

Onderzoek

Onderwerp

Nummer AD of OD

Start

Afgerond

Vindplaats

Beleidsdoorlichting

Rapport Brede Heroverweging Leefomgeving en Natuur

22

2009

2010

TK 32 359 nr. 1 (1 april 2010)

      

Overig evaluatieonderzoek

Mid Term Review ILG

22

2010

2010

TK 29 717 nr. 17 (24 september 2010)

Toelichting

  • De landelijke rapportage MidTerm Review (MTR) Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) betreft de voortgang van de ILG-opgave na drie jaar ILG (2007–2009). Zie ook artikel 23/24/27.

23 Natuur

Natuur

Natuur

Omschrijving

LNV streeft naar behoud en verbetering van de biodiversiteit in Nederland, zodat de natuur kan bijdragen aan een leefbare samenleving. De natuur brengt in deze samenleving mensen en functies bij elkaar als het gaat om economisch vestigingsklimaat, luchtkwaliteit, gezondheid en recreatie. Door de realisatie van een herijkte Ecologische Hoofdstructuur worden de voorwaarden gecreëerd om de biodiversiteit te versterken.

1. Budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 000

23 Natuur

Realisatie

Vastgestelde begroting 2010

Verschil

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

2 325 621

327 833

397 951

340 855

297 259

43 596

waarvan garanties

83 134

33 663

83 505

54 076

52 323

1 753

Uitgaven

520 330

558 554

546 221

559 719

503 376

56 343

Programma-uitgaven

447 160

462 214

435 304

442 747

424 607

18 140

23.11 Verwerven Ecologische Hoofdstructuur

85 209

76 459

53 595

41 682

44 027

– 2 345

waarvan ILG

      

– Verwerven EHS

26 136

34 148

    

– Verwerven en inrichten Westerschelde

11 882

17 233

22 324

12 109

12 109

0

– BTW-compensatie

   

0

1 940

– 1 940

– waarvan niet ILG:

      

– Verwerven droge EHS

16 517

2 353

4 333

   

– Rente en aflossing

28 939

22 725

26 938

29 316

29 727

– 411

– NURG en Maaswerken

1 735

  

0

0

0

– Verwerven NURG

   

257

251

6

– IJsselmeer en Rijks-wateren

8 457

  

0

0

0

23.12 Inrichten Ecologische Hoofdstructuur

123 040

144 148

128 003

136 619

129 223

7 396

waarvan ILG:

      

– Inrichten EHS

66 763

69 753

64 084

78 685

63 685

15 000

– Inrichten robuuste verbindingen

 

16 406

17 304

16 200

16 200

0

– Milieukwaliteit EHS en VHR

39 790

43 340

34 475

29 989

32 079

– 2 090

– BTW-compensatie

   

0

3 579

– 3 579

waarvan niet ILG

      

– Inrichten EHS

 

7 542

5 696

5 184

500

4 684

– Mainport Rotterdam

 

6 307

6 433

6 561

6 562

– 1

– Natte natuur

 

800

11

0

6 618

– 6 618

– NURG en Maaswerken

8 030

     

23.13 Beheren Ecologische Hoofdstructuur

171 093

168 415

172 152

189 188

177 062

12 126

waarvan ILG:

      

– Programma Beheer

99 113

100 956

106 116

110 007

109 956

51

– Natuur overig

 

2 311

2 311

2 292

2 292

0

– BTW-compensatie

   

0

4 057

– 4 057

waarvan niet ILG:

      

– Beheer door SBB

53 806

52 510

52 940

56 458

51 829

4 629

– Behoud en herstel historische buitenplaatsen

2 531

2 476

2 346

2 990

2 700

290

– Overig beheer

15 643

10 162

8 439

17 441

6 228

11 213

23.14 Beheer van de natuur buiten de EHS en beschermen van de internationale biodiversiteit

67 818

73 192

81 554

75 258

74 295

963

waarvan ILG:

      

– Bijdrage nationale parken

4 272

4 222

4 320

4 308

4 308

0

– Soorten bescherming

1 240

1 156

2 955

2 902

1 156

1 746

– Beheer van natuur buiten EHS

9 859

7 895

8 820

9 571

9 568

3

– BTW-compensatie

   

0

516

– 516

waarvan niet ILG:

      

– Gegevens autoriteit natuur

4 771

7 214

9 305

9 028

2 000

7 028

– Beheer door SBB

12 340

11 944

12 956

12 149

11 624

525

– Bijdrage nationale parken

1 548

1 657

1 755

1 948

1 755

193

– Faunafonds

9 536

16 235

11 974

13 368

7 928

5 440

– Overige nationale bijdragen

15 432

11 188

16 594

12 779

12 797

– 18

– Internationale subsidies en contributies

1 081

1 328

417

356

779

– 423

– Natuurbeschermingswet

3 831

7 260

7 965

6 700

14 048

– 7 348

– Soortenbescherming

3 908

3 093

3 093

2 149

7 816

– 5 667

– Programma Biodiversiteit

  

1 400

0

0

0

Apparaatsuitgaven

73 170

96 340

110 917

116 972

78 769

38 203

23.21 Apparaat

7 214

7 442

11 682

14 486

11 659

2 827

23.22 Baten- lastendiensten

65 956

88 898

99 235

102 486

67 110

35 376

       

Ontvangsten

15 215

91 834

28 252

31 374

33 795

– 2 421

Toelichting op de verplichtingen

De hogere verplichtingenrealisatie houdt naast de hogere uitgavenrealisatie verband met het feit dat de uitfinanciering van een aantal amendementen inzake de GAN-regeling (Gegevensautoriteit Natuur) en de EGM-regeling (Effectgerichte Maatregelen) alleen betrekking heeft op de uitgavenrealisatie (zie OD’s 23.13 en 23.14).

Toelichting op de programma-uitgaven

BTW-compensatie

Bij Voorjaarsnota 2009 is voor 2010 € 15,2 mln. op diverse artikelonderdelen middelen toegevoegd vanuit het BTW-compensatiefonds. Deze toevoeging hing samen met het feit dat een deel van de uitgaven van het Investeringsbudget Landelijk Gebied niet declarabel is bij het BTW-compensatiefonds.

De middelen zijn bij Voorjaarsnota 2010 ingezet voor tegemoetkomingen in schade veroorzaakt door ganzen.

23.12 Inrichting

ILG Inrichten EHS

Het voormalig ministerie van Verkeer & Waterstaat heeft in 2010 een eenmalige bijdrage van € 15 mln. ter beschikking gesteld aan de provincie Limburg voor de gebiedsgerichte ontwikkeling van het Maaspark Well. Met de provincie Limburg is afgesproken om dit bedrag via het ILG ter beschikking te stellen.

ILG Milieukwaliteit EHS

De lagere uitgaven hangen samen met het feit dat de uitgavenraming in lijn is gebracht met het uitvoeringstempo van projecten om verdroging, vermesting en verzuring van bepaalde natuurgebieden tegen te gaan. De meerjarige bijdrage van VROM in 2010 is hierop aangepast.

Niet ILG Inrichten EHS

In verband met feit dat de werkzaamheden voor inrichting op grond van de Nota Nadere Uitwerking Rivierengebied in 2010 voor liepen op de vierjarige planning zijn de uitgaven hoger uitgevallen.

Niet ILG/Natte natuur

In het kader van de samenwerkingsafspraak Veiligheid en Natte natuur (Kaderrichtlijn Water) is er in 2010 € 6,4 mln. overgeheveld naar de begroting van voormalig V&W ten behoeve van projecten in het IJsselmeergebied, de Westfriese kust, Veluwe randmeer, Markermeer en IJmeer.

23.13 Beheer EHS

Niet ILG/Beheer door SBB

De hogere bijdrage aan Staatsbosbeheer houdt verband met uitgekeerde loonbijstelling, de kosten die samenhangen met de natuurbranden in de duinen van Schoorl en op de Strabrechtse heide en een vergoeding voor de door waterschappen verplicht gestelde onderhoudskosten aan watergangen, die door SBB zelf dienen te worden uitgevoerd.

Niet ILG/Overig beheer

Op de begroting 2009 zijn 2 amendementen verwerkt. Het gaat hier om amendement Cramer voor riettelers (€ 3 mln.) en amendement Jacobi en Atsma voor weidevogelbeheer (€ 5 mln.). In verband met het niet tijdig kunnen realiseren van de uitvoering van deze amendementen in 2009 zijn de kosten voor een deel in 2010 gerealiseerd (€ 3 mln.).De hogere uitgaven worden verder veroorzaakt door meeruitgaven aan de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer, onderdeel ganzen (€ 3.3 mln.)en het beheerplan visserij en mariene biodiversiteit op de BES-eilanden. Tevens is € 3,4 mln. meer betaald aan POP betalingen natuur en landschap dan bij de EU kon worden gedeclareerd omdat als basis voor de uitbetaling van de GLB-Bedrijfstoeslagregeling (BTR) 2009 in 2010 gebruik is gemaakt van een referentielaag van het perceelsregistratiesysteem die niet volledig voldeed aan de EU-regelgeving.

23.14 Beheer van de natuur buiten EHS en beschermen van de internationale biodiversiteit

Niet ILG/Gegevensautoriteit Natuur.

De hogere uitgaven houden verband met de uitfinanciering van in voorgaande jaren aangegane verplichtingen (€ 2,9 mln.) en werkzaamheden voor Natura 2000 (€ 1 mln.). Daarnaast heeft LNV in verband met de verzelfstandiging van de Gegevensautoriteit Natuur een financiële garantstelling voor de exploitatie beschikbaar gesteld van € 1,0 mln.

Niet ILG/Faunafonds

Op het onderdeel Faunafonds is € 5,4 mln. meer uitgegeven als tegemoetkoming in schade veroorzaakt door ganzen. De onderliggende prestatiegegevens worden toegelicht in het jaarverslag van het Faunafonds

Niet ILG/Natuurbeschermingswet (Natura 2000)

De lagere uitgavenrealisatie houdt verband met het feit dat in de raming budget is opgenomen voor uitvoeringkosten van Dienst Regelingen, de Gegevensautoriteit en de Dienst Landelijk gebied. Deze kosten zijn door de uitvoerende diensten verantwoord.

Niet ILG/Soortenbescherming

Voor de uitvoering van de leefgebiedenbenadering is € 1,8 miljoen beschikbaar gesteld aan de provincies (ILG) ten behoeve van een actief soortenbeleid dat zich richt op de instandhouding van bedreigde soorten die in onvoldoende mate gered kunnen worden door de maatregelen in het gebiedsgericht natuurbeleid. Daarnaast is € 3,5 mln. niet tot betaling gekomen.

U23.21 Apparaat

De hogere uitgaven worden voornamelijk veroorzaakt door personeelskosten van de Gegevensautoriteit Natuur die op het apparaatsonderdeel zijn verantwoord en uitgaven voor het gebruik van topografische en kadastrale gegevens in het kader van wettelijke basisregistraties.

U23.22 Baten en Lastendiensten

Dienst Regelingen

De bijdrage aan Dienst Regelingen (DR) is circa € 33 mln. hoger dan oorspronkelijk begroot. De hogere bijdrage houdt grotendeels verband met hogere beheer, controle en ontwikkelkosten voor de Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL). In 2010 is ook het natuuronderdeel van de Subsidieregeling Natuur en Landschap opengesteld. Ook het verplicht aanpassen van het perceelregistratiesysteem in verband met Europese regelgeving heeft tot hogere investerings- en uitvoeringskosten geleid.

Dienst Landelijk Gebied

De hogere bijdrage aan de Dienst Landelijke Gebied houdt voornamelijk verband met extra werkzaamheden bij het opstellen van beheersplannen in het kader van Natura 2000 en de toegekende loonbijstelling voor 2010.

Toelichting op de ontvangsten

Bedragen x € 1 000
 

Realisatie 2010

Begroting 2010

EU-bijdragen

461

2 096

Opbrengst jachtakten

1 403

1 031

Bijdragen van derden

26 967

30 106

Overige

2 543

562

Totaal

31 374

33 795

Toelichting

De meerjarige bijdrage van VROM in 2010 aan projecten om verdroging, vermesting en verzuring van bepaalde natuurgebieden tegen te gaan, is in lijn gebracht met het uitvoeringstempo. Dit heeft tot lagere ontvangsten geleid in 2010.

2. Slotmutaties
Bedragen x € 1 000
 

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Stand 2e suppletore begroting 2010

345 710

567 907

34 395

Mutaties Slotwet 2010

– 4 855

– 8 188

– 3 021

Stand Slotwet 2010 (realisatie)

340 855

559 719

31 374

Toelichting:

Verplichtingen

De lagere verplichtingenrealisataie houdt verband met het feit dat een deel van de uitgaven voor de SAN-regeling ganzen door de EU is vergoed. Hierbij was in de raming geen rekening gehouden. Bovendien zal een deel van het verplichtingenbudget in 2011 worden aangegaan. Hiertegenover staan € 1,8 mln. hoger gerealiseerde garantieverplichtingen omdat de particuliere natuurbeschermingsorganisaties een hoger beroep hebben gedaan op de garantieregeling dan was voorzien.

Uitgaven

De lagere uitgaven houden voornamelijk verband met de SAN-regeling ganzen (zie verplichtingen) en het feit dat de uitgavenraming in lijn is gebracht met het uitvoeringstempo van projecten om verdroging, vermesting en verzuring van bepaalde natuurgebieden tegen te gaan.

3. Overzicht afgeronde onderzoeken

Onderzoek Onderwerp

Nummer AD of OD

Start

Afgerond

Vindplaats

Beleidsdoorlichting

IBO Natuur

23

2008

2010

TK 31 588 nr. 3 (8 maart 2010)

 

Rapport Brede Heroverweging Leefomgeving en Natuur

23

2009

2010

TK 32 359 nr. 1 (1 april 2010)

      

Overig evaluatie-onderzoeken

Evaluatie beheer Oostvaardersplassen

23.13

2010

2010

TK 32 563 nr. 1 (22 november 2010)

 

Ex-ante evaluatie kosteneffectiviteit opvangbeleid winterganzen

23.14

2009

2010

Rapport CLM/LEI (maart 2010)

www.clm.nl

 

Balans van de Leefomgeving 2010

23

2009

2010

Rapport PBL (14 september 2010)

www.pbl.nl

 

EHS Groot project 2009

23

2010

2010

TK 30 825 nr. 59 (4 oktober 2010)

 

Mid-Term- Review ILG

23

2010

2010

TK 29 717 nr. 17 (24 september 2010)

Toelichting:

  • Het IBO Natuur onderzocht hoe de biodiversiteit in Nederland zo doeltreffend en efficiënt mogelijk zeker kan worden gesteld. Aanleiding voor het IBO was dat de EU de zorg had geuit dat het niet waarschijnlijk was dat de doelstelling om de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen in/door Nederland zou worden gehaald. In het IBO Natuur werd de conclusie getrokken dat de basisgedachte van het natuurbeleid: «het creëren van een robuust netwerk van gebieden», goed en nog steeds houdbaar is. Het IBO constateerde daarnaast wel verschillende financiële tekorten voor zowel verwerving & inrichting als voor kwalitatief goed beheer en het op peil brengen en houden van milieucondities. Met betrekking tot de geconstateerde tekorten geeft het IBO aan dat door nadrukkelijk rekening te houden met een aantal doelmatigheidsaspecten, getracht kan worden de geschetste tekorten te verminderen. In het Regeerakkoord Rutte-Verhagen zijn uitgangspunten geformuleerd voor een nieuw natuurbeleid. Centraal hierbij staan het realiseren van een kleinere (herijkte) EHS per 2018, en; na herijking van de EHS, de decentralisatie van natuurbeleid (i.c. ILG en EHS) naar de provincies.

  • De naamgeving van «Ex-ante onderzoek ganzenregeling en Faunafonds» (begroting 2010) luidt nu «Ex-ante evaluatie kosteneffectiviteit opvangbeleid winterganzen».

  • De balans van de Leefomgeving is een integrale studie van LNV en VROM die het planbureau van de Leefomgeving voortaan elke twee jaar zal uitbrengen als opvolger van de Milieubalans, Natuurbalans en Monitor Nota ruimte. In deze studie maakt het planbureau van de Leefomgeving de balans op van de ontwikkelingen in de afgelopen jaren op het gebied van onder meer verstedelijking, bereikbaarheid, milieu, klimaat en biodiversiteit.

  • De landelijke rapportage MidTerm Review (MTR) Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) betreft de voortgang van de ILG-opgave na drie jaar ILG (2007–2009). Zie ook artikel 22/24/27.

ILG-overzicht begrotingsmutaties 2010

In dit hoofdstuk zijn alle begrotingsmutaties 2010 met betrekking tot het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) samengevoegd. De begrotingsmutaties op het terrein van ILG hebben betrekking op meerdere operationele doelstellingen (zie onderstaand overzicht). Reden om deze te bundelen in een totaal overzicht is het vergroten van de leesbaarheid cq presenteerbaarheid van begrotingsmutaties op het ILG. Aangezien het hier om een financiële verantwoording gaat is gekozen om te komen tot een algemeen deel behorend bij de artikelgewijze toelichting in het financieel jaarverslag.

Overzicht uitgavenmutaties

Bedragen x € 1 000

1

2

3

4

5

6

Operationele doelstellingen

Begrotingsstand 2010

ILG-deel

Wijzigingen 1e suppletore begroting

Wijzigingen 2e suppletore begroting

Slotwet

Realisatie

22.11

20 376

   

20 376

22.12

29 532

17 657

 

3 000

50 189

23.11

12 109

2 799

– 2 799

 

12 109

23.12

111 964

 

15 000

– 2 090

124 874

23.13

112 248

51

  

112 299

23.14

15 032

1 749

  

16 781

24.11

17 638

– 8

  

17 630

24.12

12 126

– 8 000

  

4 126

24.13

11 429

38 150

– 17 700

– 2 525

29 354

24.14

11 227

300

  

11 527

27.11

55 601

2

– 500

64

55 167

27.12

27 058

156

 

– 9 380

17 834

Terugontvangen BTW-compensatie

15 310

– 14 800

 

– 510

0

Totaal

451 650

38 056

– 5 999

– 11 441

472 266

Algemeen

De mutaties bij 1e en 2e suppletore begroting zijn in de desbetreffende begrotingswetsvoorstellen toegelicht.

22.12 Ruimte voor niet-grondgebonden Landbouw

Op het onderdeel Greenports is in 2010 meer gerealiseerd. Deze meeruitgaven worden de komende jaren gecompenseerd.

23.13 Inrichten EHS

De lagere uitgaven hangen samen met het feit dat de uitgavenraming in lijn is gebracht met het uitvoeringstempo van projecten om verdroging, vermesting en verzuring van bepaalde natuurgebieden tegen te gaan. De uitgaven worden in latere jaren gedaan.

24.13 Groen en de stad

De lagere uitgaven houden verband met een aanpassing van het meerjarige uitgavenverloop met betrekking tot het realiseren van bufferzones rond de grote steden. De uitgaven zullen in latere jaren plaatsvinden.

27.12 Bodem en water

De lagere uitgaven hangen samen met meerjarig aangepast uitgavenverloop voor projecten in het kader van bodemsanering ad € 8,8 mln. en € 0,6 mln. in het kader van de zgn. synergiegelden. Het betreft hier onder meer projecten ter verbetering van de waterkwaliteit. De uitgaven zullen in latere jaren plaatsvinden.

24 Landschap en Recreatie

Landschap en Recreatie

Landschap en 			 Recreatie

Omschrijving

Het landschap heeft belangrijke waarden voor de samenleving. De verschillende bestaande landschappen beschikken ieder over een eigen identiteit en/of kwaliteit en vertegenwoordigen belangrijke cultuurhistorische, architectonische, ecologische, recreatieve en esthetische waarden. Een aantrekkelijk landschap biedt volop kansen voor welzijn en economie. Het Rijk wil het Nederlands landschap in al zijn diversiteit voor de toekomst behouden en ontwikkelen, met daarbij speciale aandacht voor de Nationale landschappen.

Het aanbod en de diversiteit van gebieden en plaatsen voor dagrecreatie is niet toereikend om tegemoet te komen aan de maatschappelijke behoefte en wens om te ontspannen. De toegankelijkheid van het landelijk gebied voor recreatief gebruik is nog onvoldoende en staat bovendien onder grote druk met name in de Randstedelijke gebieden.

Daarom heeft het Rijk in 2010 ingezet op het aantrekkelijk en toegankelijk maken van het landelijk gebied voor dagrecreatie. Het accent lag hierbij op het creëren van dagrecreatiemogelijkheden met name in en om steden, de Nationale Landschappen en de verbetering van de recreatieve toegankelijkheid door middel van het realiseren van landelijke routenetwerken voor wandelen, fietsen en varen. Tevens werd de aanleg van wandelpaden over boerenland gestimuleerd. Daarnaast is er ruimte geboden voor recreatief ondernemerschap ter vergroting en versterking van het aanbod van recreatieve voorzieningen.

1. Budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 000

24 landschap en Recreatie

Realisatie

Vastgestelde begroting 2010

Verschil

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

685 225

96 160

189 377

76 492

84 585

– 8 093

Uitgaven

180 276

193 151

124 882

140 330

138 175

2 155

Programma-uitgaven

146 768

152 986

83 705

105 630

105 281

349

24.11 Nationale Landschappen

15 922

14 321

20 888

19 163

21 728

– 2 565

waarvan ILG:

      

– Nationale landschappen

12 954

12 913

18 753

17 630

17 638

– 8

– BTW-Compensatie

   

0

546

– 546

waarvan niet ILG:

      

– Toegankelijkheid nationale landschappen

      

– Versterking, beheer en behoud landschapskwaliteiten

 

536

507

495

2 807

– 2 312

– Cultuurhistorie/Belvedere

  

29

0

0

0

– Monitoring, onderzoek en communicatie

2 968

872

1 599

1 038

737

301

– Landinrichting

      

24.12 Landschap Algemeen

5 728

7 432

4 819

9 336

21 564

– 12 228

waarvan ILG:

      

– Landschap generiek

2 874

2 618

1 318

4 126

12 126

– 8 000

– BTW-Compensatie

   

0

4

– 4

waarvan niet ILG:

      

– Agenda Landschap

  

1 988

3 720

7 700

– 3 980

– Projectfinanciering

2 854

4 814

1 513

1 490

1 734

– 244

– Inrichting, verbeteren ruimtelijke natuur

      

24.13 Groen en de Stad

84 994

92 188

20 143

37 664

23 239

14 425

waarvan ILG:

      

– Leefbaarheid

 

10 000

 

0

0

0

– Groen en de Stad (grootschalig groen)

82 244

76 817

13 550

29 354

11 429

17 925

– BTW-Compensatie

   

0

2 270

– 2 270

waarvan niet ILG:

      

– Beheer Groen en de Stad

 

2 000

3 000

3 958

4 000

– 42

– Inrichting recreatie in en om de stad

      

– Kaderwet LNV projectbijdrage

2 750

3 111

3 100

2 122

2 755

– 633

– Groene partners

   

3

2 000

– 1 997

– Netwerk veelzijdig platteland

 

260

493

227

785

– 558

– Groen rond nieuwe Amerikaanse ambassade

   

2 000

0

2 000

24.14 Recreatie algemeen

40 124

39 045

37 855

39 467

38 750

717

waarvan ILG:

      

– Groene hart impuls

10 582

  

0

0

0

– Toegankelijkheid

 

6 481

3 569

5 991

5 991

0

– Routenetwerken

 

5 466

5 596

5 536

5 236

300

– BTW-Compensatie

   

0

392

– 392

waarvan niet ILG:

      

– Routenetwerken

336

  

0

300

– 300

– Groene hart impuls

    

 

 

– Kennis en deskundigheid voor recreatie

1 653

1 801

2 566

1 853

1 674

179

– Staatsbosbeheer voor recreatieve voorzieningen

21 044

24 019

24 388

24 636

24 168

468

– Midden-Delfland & Grevelingen

1 072

1 278

1 736

1 451

989

462

Apparaatsuitgaven

33 508

40 165

41 177

34 700

32 894

1 806

24.21 Apparaat

5 521

5 688

6 173

0

0

0

24.22 Baten- lastendiensten

27 987

34 477

35 004

34 700

32 894

1 806

       

Ontvangsten

23 490

32 414

38 540

30 137

40 559

– 10 422

Toelichting op de verplichtingen

De lagere verplichtingenrealisatie wordt onder meer veroorzaakt door de inzet van middelen uit het BTW-compensatiefonds voor tegemoetkomingen in schade veroorzaakt door ganzen op artikel 23 (– € 3,0 mln.) en het feit dat geen verplichtingen zijn aangegaan voor «verwerving bos en landschap» (OD 24.11 – € 2,1 mln.). Daarnaast is verplichtingenbudget overgeheveld inzake Landschapsontwikkelingsplannen (OD 24.12 – € 1,8 mln.) en Groene Partners (OD24.13 – € 2,0 mln.)

Toelichting op de programma-uitgaven

24.11 Nationale Landschappen

Niet/ILG Versterking, beheer en behoud landschapskwaliteiten

Op het onderdeel «verwerving bos en landschap» zijn geen uitgaven gerealiseerd aangezien aan deze verwervingstaakstelling reeds is voldaan.

24.12 Landschap algemeen

ILG/ Landschap generiek

De lagere uitgaven houden verband met het volgende. Bij begroting 2010 zijn vanuit het FES middelen toegevoegd ter verbetering van de infrastructuur van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Hierop is bij Voorjaarsnota 2010 een meerjarige kasverschuiving verwerkt om zodoende aan te sluiten op planning van de werkzaamheden. Op grond hiervan is € 8 mln. budget naar latere jaren geschoven.

Niet ILG/Agenda Landschap

De lagere uitgaven houden verband met het volgende:

In 2010 is € 1,8 mln. beschikbaar gesteld aan gemeenten voor Landschaps Ontwikkelings Plannen (LOP). Dit loopt via de systematiek van verzameluitkering. Deze regeling beoogt medeoverheden ruimte te bieden voor lokaal maatwerk en het beperken van administratieve lasten bij het Rijk. Deze middelen zijn hiertoe bij begroting 2011 naar artikel 29 overgeheveld.

Een deel van de geplande uitgaven voor landschapsprojecten (ca. € 2,1 mln. ) is in 2010 niet tot betaling gekomen aangezien een aantal projecten later is opgestart dan gepland.

24.13 Groen en de stad

ILG/Groen en de stad (grootschalig groen)

De hogere uitgavenrealisatie houdt verband met het volgende.

  • LNV heeft in 2009 afspraken gemaakt met provincie Noord-Holland over de realisatie van 500 ha groen in de Haarlemmermeer in het kader van het Plan van Aanpak Schiphol en Omgeving (PASO). Hiertoe zijn in 2009 € 25,9 mln. verplichtingen aangegaan en is in 2010 bij Voorjaarsnota € 12,9 mln.aan uitgavenbudget via het ILG aan de provincie Noord Holland beschikbaar gesteld. De bijdrage aan Noord Holland voor het PASO is door diverse partijen (o.a. NV Schiphol, provincie en VROM) in het Groenfonds gestort. Onttrekking van deze middelen vindt plaats in 2011.

  • Ter uitvoering van de Nota Ruimte heeft het Kabinet Balkenende in projecten en gebieden geïnvesteerd die cruciaal zijn voor de nationale en ruimtelijke hoofdstructuur (TK 29 435, nr. 192). Voor deze projecten heeft het Kabinet o.m. € 46,5 mln. beschikbaar gesteld voor de periode 2010 t/m 2013 voor het project «Westflank Haarlemmermeer». Aan kasbudget is op grond hiervan € 7,5 mln. uitgegeven in 2010.

Hiertegenover staan lagere uitgaven ad € 2,5 mln. aangezien het uitgavenverloop met betrekking tot het realiseren van bufferzones rond de grote steden meerjarig is aangepast aan een meer realistisch kasritme en de uitgaven in latere jaren plaats vinden. De bijdrage van VROM is hieraan aangepast.

Niet ILG/ Groene partners

De uitgaven voor Groene Partners zijn uitgekeerd aan de betreffende steden via de systematiek van de verzameluitkering. Het budget is hiertoe bij Voorjaarsnota 2010 overgeheveld naar artikel 29.

Deze regeling beoogt medeoverheden ruimte te bieden voor lokaal maatwerk en het beperken van administratieve lasten bij het Rijk.

Niet ILG/ Groen rond nieuwe Amerikaanse Ambassade

Uit veiligheidsoverwegingen is besloten om de Amerikaanse Ambassade te verplaatsen. In verband met deze verplaatsing is bij Najaarsnota een bedrag van € 5 mln. beschikbaar gesteld voor compensatie van groen in de directe omgeving van de nieuwe ambassade. Hiervan is in 2010 € 2 mln. gerealiseerd. De regie hiervan ligt bij de Gemeente ’s-Gravenhage in samenspraak met de gemeente Wassenaar. De aangegane verplichting loopt van 2010 t/m 2012.

Toelichting op de ontvangsten

Bedragen x € 1 000
 

Realisatie 2010

Begroting 2010

Overige

30 137

40 559

Totaal ontvangsten

30 137

40 559

De lagere inkomsten zijn voornamelijk het gevolg van het feit dat de inkomsten ten behoeve van het Plan van Aanpak Schiphol en Omgeving (PASO) niet in 2010 van het Groenfonds zijn ontvangen. De ontvangsten worden in 2011 gerealiseerd.

2. Slotwetmutaties
Bedragen x € 1 000
 

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Stand 2e suppletore begroting 2010

83 325

147 377

49 309

Mutaties Slotwet 2010

– 6 833

– 7 047

– 19 172

Stand Slotwet 2010 (realisatie)

76 492

140 330

30 137

Toelichting

Verplichtingen en uitgaven

De lagere verplichtingen- en uitgavenrealisatie houdt voornamelijk verband met het uitgavenverloop tot het realiseren van bufferzones rond de grote steden en het feit dat een deel van het bedrag dat bij Najaarsnota beschikbaar is gesteld voor groen in de omgeving van de nieuwe Amerikaanse Ambassade in 2011 en 2012 tot betaling komt.

Ontvangsten

De lagere ontvangstenrealisatie houdt verband met het feit dat de geraamde ontvangsten vanuit het Groenfonds voor de kosten van het Plan van Aanpak Schiphol en Omgeving (PASO) pas in 2011 worden ontvangen. Tevens is sprake van lagere verkoopopbrengsten van het Bureau Beheer Landbouwgronden en een lagere bijdrage van VROM voor het realiseren van bufferzones rond de grote steden.

3. Overzicht afgeronde onderzoeken

Onderzoek Onderwerp

Nummer AD of OD

Start

Afgerond

Vindplaats

Beleidsdoorlichting

Rapport Brede Heroverweging Leefomgeving en Natuur

24

2009

2010

TK 32 359 nr. 1 (1 april 2010)

      

Overig evaluatieonderzoek

Mid-Term-Review ILG

24

2010

2010

TK 29 717 nr. 17 (24 september 2010)

 

Evaluatie Nationale Landschappen

24.11

2010

2011

 
 

Effectonderzoek landschapscampagne

24.12

2009

2011

 
 

Evaluatie Innovatieprogramma Recreatie & Ruimte 2009–2010

24.14

2010

2010

Rapport Kenniscentrum Recreatie, november 2010

Toelichting

  • De landelijke rapportage MidTerm Review (MTR) Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) betreft de voortgang van de ILG-opgave na drie jaar ILG (2007–2009). Zie ook artikel 22/23/27.

25 Voedselkwaliteit en Diergezondheid

Voedselkwaliteit en Diergezondheid

Voedselkwaliteit en Diergezondheid

Omschrijving

LNV streeft naar een kwalitatief hoogwaardig voedselaanbod, een verantwoord consumptiepatroon en een hoog gezondheidsniveau van de Nederlandse veestapel.

Deze doelstelling richt zich op een verantwoorde productie en consumptie van voedsel. Dierhouders, producenten en consumenten hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid. Dierhouders en producenten van voedsel zijn primair verantwoordelijk voor het waarborgen van de diergezondheid, voedselveiligheid en voedselkwaliteit. Consumenten hebben een eigen verantwoordelijkheid om op een zorgvuldige en veilige manier met voedsel en waarden rond voedsel om te gaan. LNV heeft als taak om – veelal in internationaal en Europees verband – eisen en randvoorwaarden te stellen waar binnen partijen hun verantwoordelijkheid kunnen invullen.

1. Budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 000

25 Voedselkwaliteit en Diergezondheid

Realisatie

Vastgestelde begroting 2010

Verschil

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

115 479

138 233

112 906

147 287

71 846

75 441

Uitgaven

110 588

136 807

107 538

138 811

72 336

66 475

Programma-uitgaven

30 365

45 797

30 723

75 576

32 089

43 487

25.11 Bevorderen van kwalitatief hoogwaardig voedselaanbod en consumptiepatroon

17 669

21 134

21 624

16 366

15 021

1 345

– Risicomanagement

575

1 310

1 792

2 943

2 757

186

– Voedselveiligheid

3 942

2 933

2 205

2 639

6 878

– 4 239

– Consument, transparantie en ketenomkering

4 149

3 774

3 596

7 576

4 534

3 042

– Destructie

8 811

12 530

13 430

2 638

0

2 638

– Biotechnologie

23

170

148

243

422

– 179

– Overig

169

417

453

327

430

– 103

25.12 Handhaven diergezondheidsniveau

12 696

24 663

9 099

59 210

17 068

42 142

– Preventieve diergezondheid

150

261

187

406

250

156

– I&R

1 604

307

225

5

1 460

– 1 455

– Monitoring, early warning en bewaking

4 797

4 771

2 444

4 454

4 999

– 545

– Handhaving veterinaire veiligheid

2 595

2 700

2 231

1 461

2 538

– 1 077

– Crisisorganisatie en –management

2 817

15 358

2 270

4 393

7 821

– 3 428

– Q-koorts

   

47 000

0

47 000

– Overig (BSE, BTW-varkenspest, Vogelpest (AI), schikking fokverbod KVP, overig)

733

1 266

1 742

1 491

0

1 491

Apparaatsuitgaven

80 223

91 010

76 815

63 235

40 247

22 988

U25.21 Apparaat

6 719

6 294

6 878

8 339

6 265

2 074

U25.22 Baten-lastendiensten

73 504

84 716

69 937

54 896

33 982

20 914

       

Ontvangsten

11 056

20 905

9 162

3 368

1 247

2 121

Toelichting op de programma-uitgaven en verplichtingen

25.11 Bevorderen van kwalitatief hoogwaardig voedselaanbod en consumptiepatroon

Destructie

Vanaf 2010 is de structurele overheidsbijdrage in de destructiekosten beëindigd. In 2010 heeft echter nog wel een nabetaling ad € 2,6 mln. plaatsgevonden inzake de afwikkeling van de destructiekosten over 2009.

25.12 Handhaven diergezondheidsniveau

I&R

De lagere realisatie houdt verband met het feit dat uitgaven van het I&R- systeem zijn verantwoord op artikel 25.22 als onderdeel van de bijdrage aan de Dienst Regelingen.

Handhaving veterinaire veiligheid en crisisorganisatie en management

De lagere realisatie op deze onderdelen houdt onder andere verband met een budgetoverheveling van € 2 mln. naar het Ministerie van Financiën ten behoeve van de extra controles door de douane van passagiers en passagiersbagage om de insleep van dierziekten te voorkomen. Daarnaast hebben budgetoverhevelingen plaatsgevonden ad € 0,4 mln. ten behoeve van onderzoek naar Rift Valley Fever .

Q-Koorts

Voor de bestrijding van de Q-koorts is een bedrag van € 47 mln. gestort in het Diergezondheidsfonds. Deze middelen dienen ter financiering van uitgaven voor o.a. vergoedingen voor geruimde dieren, ruimings- en bestrijdingskosten, vaccinatiekosten alsmede aan Q-koorts gerelateerde uitvoeringskosten van de Dienst Regelingen en de nVWA. Verantwoording van de uitgaven en ontvangsten van de bestrijding van Q-koorts vindt plaats in het Diergezondheidsfonds.

Overig, Aviaire Influenza (AI) onderzoek Indonesië

De hogere uitgaven houden verband met het meerjarige onderzoeksproject ter voorkoming van AI in Indonesië. Het ministerie van Buitenlandse zaken is hoofdfinancier van dit project.

25.22 Baten-lastendiensten

De hogere bijdrage houdt onder andere verband met hogere uitgaven voor de Voedsel en Waren Autoriteit voor fusie en transitie kosten (€ 7,9 mln.), uitstel van een voorgenomen tariefstijging, retributies en gederfde inkomsten als gevolg van het maximumplafond bij het roodvleesconvenant (€ 6,3 mln.), extra activiteiten in kader van vernieuwing Rijksdienst (€ 2,7 mln) en extra controleopdrachten. Verder is er sprake van hogere uitgaven bij de Dienst Regelingen in verband met de identificatie en registratie van schapen en geiten en extra uitvoeringsopdrachten.

Toelichting op de ontvangsten

Bedragen x € 1 000
 

Realisatie 2010

Begroting 2010

Uitvoering I&R runderen

600

600

BSE-laboratoria

364

430

EU-bijdrage Blauwtong 2008/Terugbetaling voorfinanciering DGF

2 311

0

Overig

93

217

Totaal

3 368

1 247

Toelichting

Voor de vaccinatiecampagne Blauwtong 2008 is van de EU in 2010 een bedrag van € 0,4 mln. ontvangen. Daarnaast zijn er middelen ad € 1,9 mln. ontvangen van het Diergezondheidsfonds. Dit betreft een terugbetaling op door LNV in 2008 voorgefinancierde middelen inzake de bijdrage van de EU voor de vaccinatiecampagne Blauwtong.

2. Slotwetmutaties
Bedragen x € 1 000
 

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Stand 2e suppletoire begroting 2010

126 747

125 840

5 679

Mutaties Slotwet 2010

20 540

12 971

– 2 311

Stand Slotwet 2010 (realisatie)

147 287

138 811

3 368

Toelichting

De hogere realisatie van de uitgaven ad € 13,0 mln. wordt vnl. veroorzaakt door extra uitgaven in het kader van de Nota Duurzaam Voedsel (€ 2,2 mln.), lagere uitgaven voor het handhaven van dierziekten (– € 0,3 mln.), hogere apparaatsuitgaven (€ 2,8 mln.) en € 8,3 mln. in verband met fusie- en transitiekosten en de gederfde inkomsten in verband met het maximumplafond bij het roodvlees-convenant.

De lagere ontvangsten hangen samen met een vertraging van het Aviaire Influenza-project in Indonesië waardoor geen declaratie is ingediend bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken en doordat de declaratie Blauwtong 2008/2009 bij de Europese Commissie nog niet volledig is ontvangen.

3. Overzicht afgeronde onderzoeken
 

Onderzoek onderwerp

Nummer

AD/OD

Start

Afgerond

Vindplaats

Effectenonderzoek ex-post

Evaluatie van de regeling inzake URA-categorie (Uitsluitend op Recept Afleveren)

25.11

2010

2011

 

Overig evaluatie-onderzoek

Voedselbeleid

25.11

2010

2012

 
 

Effect Smaaklessen

25.11

2010

2012

 
 

Grensoverschrijdende dierziekteoefening in Beneluxverband

25.12

2010

2011

 
 

Preventiebeleid (algemeen)

25.12

2011

2011

 
 

Onderzoek aanpak en bestrijding Q-koorts (Commissie van Dijk)

25.12

2010

2010

TK 28 286 nr. 443 (22 november 2010)

Toelichting

  • Naast bovenstaande evaluaties verschijnt er nu jaarlijks de monitoringsrapportage Staat van het Dier (Rapport Wageningen UR Livestock Research, februari 2010).

  • Er zijn een aantal evaluaties gestart die nog niet voorzien waren in begroting 2010 en een aantal evaluaties worden iets later afgerond.

26 Kennis en Innovatie

Kennis en Innovatie

Kennis en 			 Innovatie

Omschrijving

Het artikel richt zich op ontwikkeling en ontsluiting van voor beleid, samenleving en bedrijfsleven relevante kennis en het onderhouden van voorzieningen voor onderwijs aan (toekomstige) beroepsbeoefenaren.

LNV streeft naar:

  • State of the art van beleid en praktijk uitgedrukt in en ondersteund door groen onderwijs.

  • Culturele diversiteit benutten en bedienen.

  • Een goed functionerend stelsel van instellingen voor groen onderwijs.

  • Brede basiskennis bij de Nederlandse bevolking van voedsel en de groene leefomgeving.

  • Een goed functionerend hoogwaardig en internationaal kenniscentrum voor het agrofoodcomplex en de groene ruimte.

  • Kennisverspreiding gericht op duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden.

  • Kennisontwikkeling voor maatschappelijke vraagstukken.

  • Kennisverspreiding naar maatschappelijke partijen.

  • Publiek-private interactie met betrekking tot kennis en innovatie.

  • Vergroten van innovatievermogen bij bedrijven en in producten, processen en systemen ten behoeve van duurzame ontwikkeling.

1. Budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 000

26 Kennis en Innovatie

Realisatie

Vastgestelde begroting 2010

Verschil

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

980 764

1 030 041

1 032 653

1 042 130

971 800

70 330

Uitgaven

914 919

984 949

1 016 534

1 012 003

993 537

18 466

Programma-uitgaven

900 736

970 681

1 002 263

999 562

980 912

18 650

26.15 Kennisontwikkeling en innovatie

160 982

194 177

184 157

182 396

158 089

24 307

Kennisontwikkeling t.b.v. maatschappelijke vraagstukken

 

 

 

 

 

 

– DLO onderzoeksprogramma's

80 952

110 715

94 678

91 251

64 109

27 142

– DLO wettelijke onderzoekstaken

56 914

54 250

52 414

51 484

51 885

– 401

– Niet-DLO onderzoeksprogrammering

 

 

4 142

2 944

9 469

– 6 525

Ontsluiten van kennis via groen onderwijs voor bedrijfsleven en samenleving

 

 

 

 

 

 

– Groene Kenniscoöperatie

3 922

3 348

4 335

4 950

3 917

1 033

– School als kenniscentrum

 

5 000 

5 000

5 000

4 219

781

– Regeling Kennisverspreiding Innovatie Groen Onderwijs

5 638

4 672

5 407

3 762

7 188

– 3 426

– Overige onderzoeks-programmering

3 096

3 559

 

0

0

0

Bevorderen van innovaties bij stakeholders

 

 

 

   

– Bijdrage InnovatieNetwerk

3 227

2 840

3 102

3 630

3 770

– 140

– Innovatieopdrachten en subsidies

 

789

5 181

5 945

1 141

4 804

– Kenniskringen/lerende netwerken

1 891

2 155

1 672

2 688

1 205

1 483

– Kennisverspreidings projecten

5 342

5 674

3 930

5 242

6 040

– 798

– Natuur en milieueducatie

 

1 175

4 296

5 500

5 146

354

 

 

 

 

   

26.16 Waarborgen en vernieuwen onderzoek en onderwijs

741 776

774 483

818 106

817 166

822 823

– 5 657

– Bekostiging DLO Kennisbasis

43 189

48 286

44 378

43 993

46 277

– 2 284

– Bekostiging WU

147 733

154 283

159 589

157 397

158 679

– 1 282

– Bekostiging HBO-groen

57 226

59 960

63 453

64 654

68 370

– 3 716

– Bekostiging MBO-groen

125 224

140 813

149 601

144 677

124 276

20 401

– Bekostiging VOA

8 307

9 010

9 102

9 275

9 402

– 127

– Wachtgelden

 

 

 

12 514

12 500

14

– Bekostiging VMBO-groen

269 439

293 247

292 916

287 927

314 263

– 26 336

– Bekostiging Aequor

7 657

7 829

8 125

8 010

7 084

926

– Basisfinanciering overige

kennisinstellingen

2 022

–1 651

1 029

581

1 983

– 1 402

– Subsidies ondersteunings-structuur

7 236

9 034

10 981

9 395

6 864

2 531

– Praktijkleren

34 270

21 501

28 628

26 435

32 033

– 5 598

– Vernieuwing onderzoeksinfrastructuur

6 465

11 820

11 636

11 910

17 284

– 5 374

– Ontwikkeling kennisbeleid

8 139

5 416

7 938

13 704

4 139

9 565

– OCW-conforme onderwijs subsidies

24 869

14 935

30 730

26 694

19 669

7 025

       

Apparaatsuitgaven

14 183

14 267

14 271

12 441

12 625

– 184

26.21 Apparaat

13 146

13 030

12 570

11 812

11 919

– 107

26.22 Baten- lastendiensten

1 037

1 237

1 701

629

706

– 77

       

Ontvangsten

29 269

45 391

27 375

21 854

25 680

– 3 826

Toelichting op de verplichtingen

De hogere verplichtingenrealisatie hangt samen met een € 18,5 mln. hogere uitgavenrealisatie (voor toelichting zie de uitgaven), het vastleggen van de bekostigingsverplichting voor 2011 (€ 6,9 mln.), het vastleggen van additionele DLO-subsidies voor 2011 (€ 4,9 mln.) en meerjarige verplichtingen voor o.a. Towards Biosolar Cells, kwaliteit VMBO, Ontwikkelcentrum, groene plus lectoren, biobased economy, kwaliteit HBO en Greenports (€ 40 mln.).

Toelichting op de programma-uitgaven

26.15 Kennisontwikkeling en innovatie

DLO onderzoeksprogramma’s

Voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken is door DLO onderzoek uitgevoerd op o.a. de gebieden duurzaam produceren en consumeren, klimaat, diergezondheid, dierenwelzijn en voedselveiligheid. De hogere uitgavenrealisatie (€ 29,1 mln.) houdt voor het grootste gedeelte verband met uitvoering van diverse projecten waarvoor budgetten vanuit betrokken begrotingsartikelen en –onderdelen zijn overgeheveld naar DLO-onderzoeksprogramma’s.

Bedragen x € 1 000
DLO onderzoeksprogramma’s
 

Uitgaven

Begroting 2010

Verschil

Agroketens en visserij

59 496

37 661

21 835

Voedsel, dier en consument

6 783

3 742

3 041

Internationale samenwerking

8 401

6 395

2 006

Natuur, landschap en platteland

15 171

13 389

1 782

Kennis

1 343

1 231

112

DLO onderzoeksprogramma’s

57

1 691

– 1 634

Totaal

91 251

64 109

27 142

Additionele projecten bij Agroketens en Visserij zijn onder andere de projecten: ondersteuning Taskforce multifunctionele landbouw, Melkveeakademie, Telen met toekomst, Systeeminnovatie groene veredeling, Energiebesparing in de tuinbouw en Kenniskringen visserij. Op het gebied van Voedsel, dier en consument is onder andere meer besteed in het kader van onderzoek Rift Valley Fever en Voedselbalans. Op het gebied van internationale samenwerking is er meer uitgegeven in het kader van de ontwikkeling van de agrarische sector in Afghanistan.

Niet DLO onderzoeksprogrammering

Bij instellingen buiten DLO zijn onderzoeksopdrachten uitgezet zoals bijvoorbeeld «Uitwisseling ziekteverwekkende genen tussen micro-organismen uit de agrarische sector» en «Kerngebieden weidevogellandschap». De lagere uitgavenrealisatie wordt veroorzaakt doordat een aantal projecten zijn uitgevoerd via DLO onderzoeksprogramma’s (€ 1,5 mln.), Innovatiesubsidies (€ 4 mln.) en andere begrotingsartikelen (€ 0,5 mln.). Daarnaast is er voor € 0,5 mln. sprake van vertraging bij het formuleren van programma’s van eisen voor in 2010 aangemelde projecten waardoor de besteding voor deze projecten over de jaargrens heen loopt.

Groene Kenniscoöperatie

Via vraaggestuurde kennisprogramma’s is de verbinding tussen groene onderwijsinstellingen, onderzoeksinstellingen, bedrijfsleven, lagere overheden en maatschappelijke organisaties onderhouden, er is € 1 mln. meer uitgegeven vanwege een extra impuls als uitvloeisel van de in juni ondertekende meerjarenovereenkomst voor het ontsluiten, verspreiden en benutten van beschikbare kennis, Leven Lang Leren en Groene Kennis voor Burgers.

Regeling kennisverspreiding en innovatie groen onderwijs

Groene onderwijsinstellingen hebben verschillende projecten, met als doel kennisverspreiding en innovatie in het groene onderwijs, uitgevoerd. Hiervoor hebben de groene onderwijsinstellingen via deze regeling subsidie ontvangen. De lagere uitgavenrealisatie (€ 2 mln.) is een gevolg van minder projectaanvragen dan geraamd. Daarnaast hebben zich vertragingen voorgedaan bij de uitvoering door instellingen van lopende projecten met als gevolg lagere declaraties (€ 1,4 mln.).

Innovatieopdrachten en -subsidies

MKB Ondernemers en andere doelgroepen hebben innovatieve producten en diensten ontwikkeld met oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken en via onderlinge competitie (aanbesteding) opdrachten binnengehaald en in enkele gevallen subsidie ontvangen. De hogere uitgaven zijn een gevolg van additionele projecten waarvoor budgetten van andere onderdelen van artikel 26 aan dit begrotingsonderdeel zijn toegevoegd. Voorbeelden zijn: alternatieven voor antibiotica, innovatieprogramma Biodiversiteit, prijsvragen Voeding en Biodiversiteit en SBIR-programma’s (Small Business Innovation Research) op de gebieden biobased economy, natuurvriendelijk werken, eiwittransitie, recreatie en ruimte).

Kenniskringen/lerende netwerken

Binnen het kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN) zijn maatregelen ontwikkeld om negatieve gevolgen van verdroging, vermesting en verzuring tegen te gaan waardoor positieve effecten voor natuur en leefgebied. Meeruitgaven zijn een gevolg van een structurele intensivering van uitgaven gebaseerd op een ministeriële beslissing (€ 1,1 mln.) en het toevoegen van de BTW-plicht vanwege uitbesteding aan het Bosschap (€ 0,4 mln.).

Kennisverspreidingsprojecten

Door middel van kennisverspreidingsprojecten heeft LNV ingezet op een betere ontsluiting van ontwikkelde kennis voor gebruik door ondernemers en maatschappelijke groepen. Voorbeelden zijn smaaklessen voor het basisonderwijs en bedrijfsnetwerken biologische landbouw. De lagere uitgavenrealisatie wordt veroorzaakt doordat enkele projecten zijn uitgevoerd via DLO onderzoeksprogramma’s en Innovatieopdrachten- en subsidies.

26.16 Waarborgen en vernieuwen onderzoek en onderwijs

Bekostiging DLO Kennisbasis

In het kader van het Strategisch Plan WUR zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over de ontwikkelingsrichting van strategische expertises die van belang zijn voor de verdere ontwikkeling van de Nederlandse samenleving in een nationaal en internationaal perspectief. Ook is ingezet op de ontwikkeling van gezamenlijke onderzoeksprogramma’s in EU-verband (7e kaderprogramma). Op basis hiervan en de aanwijzingen van LNV is in 2010 funderend onderzoek uitgevoerd. Ten opzichte van de begroting was er een minderbesteding van € 2,3 mln. aan de orde, waar een meerbesteding aan DLO-onderzoeksprogramma’s (toegepast onderzoek) tegenover staat.

Bekostiging (WU, HBO, MBO, VMBO)

In aansluiting op maatschappelijke behoeften en wetgeving en in afstemming met OCW is de bekostiging van het groen onderwijs uitgevoerd en geactualiseerd. Voor Wageningen Universiteit (WU) en HBO-groen waren minderbestedingen aan de orde. Voor WU was er in 2010 sprake van een ten opzichte van 2009 lager aantal bekostigde promoties. Voor het HBO was er sprake van een technische verschuiving waarbij de uitgaven in het kader van de regeling Praktijkleren (€ 3,1 mln.) voor het HBO zijn betaald uit het onderdeel praktijkleren in plaats van uit bekostiging HBO-groen. Voor het MBO is er in het kader van maatregelen volgend uit het Aanvullend Coalitieakkoord 2009 € 3,8 mln. aanvullend besteed. Daarnaast is € 16,6 mln. samenhangend met stijging van mbo-leerlingaantallen gedekt uit ruimte ontstaan door daling van het aantal VO leerlingen. Voor het VO is een technische verschuiving van € 4,2 mln. aan de orde. Dit budget is overgeboekt naar het budget OCW-conforme subsidies, omdat de betreffende regelingen lopen via dat onderdeel. Een lager aantal bekostigde leerlingen VMBO-groen had een minderbesteding van € 22,1 mln. op het onderdeel bekostiging VMBO-groen tot gevolg.

Bekostigde aantallen binnen het groene onderwijs

Instrument

Type studenten/ getuigschriften/ promoties

Aantallen

Prijs

Bedrag

x € 1 000

Uitgaven 2010

x € 1 000

Bekostiging WU

Eerstejaars

Ongedeelde getuigschriften

Bachelor getuigschriften

Master getuigschriften

Promoties

Vaste componenten

1 278

44

390

642

210

3 840

43 874

24 583

19 291

93 060

4 908

1 930

9 587

12 385

19 543

109 044

157 397

Bekostiging HBO-groen

studenten

7 763

8 328

64 654

64 654

Bekostiging MBO-groen

studenten beroeps-opleidende leerweg

studenten beroeps-begeleidende leerweg

vaste componenten

16 931

10 176

6 257

3 642

105 942

37 063

1 672

144 677

Bekostiging VOA

leerlingen niveau 1

leerlingen niveau 2

2 131

6 293

1 995

798

4 252

5 023

9 275

Wachtgelden

Vaste component

   

12 514

Bekostiging VMBO-groen

leerlingen VMBO/ VBO

leerlingen VMBO / LWOO

Vaste componenten

18 600

14 300

7 026

10 647

130 684

152 249

4 994

287 927

Voor alle sectoren met uitzondering van het VO was er in 2010 sprake van een stijging van de bekostigde aantallen onderwijsdeelnemers.

Subsidies ondersteuningsstructuur

Er zijn subsidies verstrekt aan onderwijs ondersteunende instellingen voor ontwikkelen van leermiddelen (Ontwikkelcentrum), verzorgen van onderwijskundige begeleiding (Landelijke Pedagogische Centra), vernieuwing van examens VMBO in aansluiting op competentiegericht MBO en toetsing (CITO) en dienstverlening vernieuwing groen onderwijs. Meeruitgaven (€ 2,5 mln.) waren er voor het ontwikkelen van leermiddelen, verbetering examens, bevorderen culturele diversiteit en maatschappelijk stage.

Praktijkleren

In verband met onder meer kleinschaligheid van onderwijsinstellingen en een groot deel van de bedrijven in de groene sector zijn afzonderlijk middelen beschikbaar gesteld voor praktijkleren in gesimuleerde bedrijfssituaties. De lagere uitgavenrealisatie is een gevolg van minder op de betreffende regeling gebaseerde toekenningen aan instellingen (€ 3 mln.) en vrijstelling van BTW-plicht (€ 2,6 mln.).

Vernieuwing onderzoeksinfrastructuur

Er zijn stimulansen verstrekt voor samenwerkingsverbanden en strategische speerpuntprogramma’s bij onderzoekinstellingen gericht op het verbeteren van de kennisinfrastructuur en het innovatief vermogen van het bedrijfsleven. Het betreft de vier FES-projecten Transitie duurzame landbouw, TTI groene genetica, Aviaire Influenza en Towards Biosolar Cells. Het laatstgenoemde programma is in 2010 gestart en heeft als doel Achtergrondkennis over zonnecellen te ontwikkelen gebaseerd op de primaire stappen in de fotosynthese, dit met doel te komen tot duurzame energietoepassingen.

Er is € 5,4 mln. minder besteed als gevolg van aanpassing van het kasritme van lopende FES-projecten. De uitgaven lopen achter in verband met vertraging in de aanloop van projecten. De middelen die in 2010 minder zijn besteed worden in de volgende jaren ingezet.

Ontwikkeling kennisbeleid

Middelen zijn ingezet om innovaties in het kennisbeleid zelf (methoden en infrastructuur) te ondersteunen. De € 9,6 mln. hogere uitgaven zijn een gevolg van diverse additionele projecten. Het project met de hoogste uitgaven in dit kader was de investeringsimpuls ten behoeve van vaccinontwikkeling voor opkomende dierziekten en zoönosen (€ 7 mln.). Daarnaast waren er NWO-programma’s onder andere voor Zee en Kust, maatschappelijk verantwoord innoveren en biodiversiteit (€ 2 mln. hogere uitgaven) en enkele kleinere projecten (Prota, Ga voor gezond, Naar een dagelijks natuurbericht en Sociale staat van het platteland, € 0,6 mln. hogere uitgaven). Gedurende de Fashion week is via the green fashion competition gestimuleerd op maatschappelijk verantwoorde wijze over ondernemen binnen de mode-industrie na te denken.

OCW-conforme onderwijssubsidies

Subsidieregelingen algemeen onderwijsbeleid voor onderwijsvernieuwing onder andere op de gebieden maatschappelijke stage, professionalisering en functiemix zijn voor het groen onderwijs beschikbaar gesteld. Op basis van het in 2010 afgeronde sectorplan HAO is een kwaliteitsimpuls aan het HAO verstrekt. Er zijn ook stimulansen gegeven voor een Center voor biobased economy en een Kenniscentrum voedsel en Groen en HBO center of expertise Greenports in Zuid Oost Nederland. Meerbesteding is voor € 4,2 mln. een gevolg van een technische verschuiving van eerder aan bekostigingsmiddelen VO en MBO toegevoegde middelen die besteed zijn als OCW-conforme subsidies. Het betreft middelen voor de kwaliteitsagenda VO, functiemix en gratis lesmateriaal. Er is € 2,8 mln. meer besteed in verband met eerder genoemde stimulansen.

Toelichting op de ontvangsten:

Bedragen x € 1 000
 

Realisatie 2010

Begroting 2010

Rente en aflossing over de verstrekte lening aan de Stichting DLO inzake aankoop van grond en gebouwen

8 989

8 802

FES-ontvangsten

10 028

15 458

Overige ontvangsten

2 837

1 420

Totaal ontvangsten

21 854

25 680

De lagere FES-ontvangsten hangen samen met de eerder genoemde aanpassing van het kasritme van lopende FES-projecten. De niet in 2010 ontvangen middelen zijn voor de jaren 2011 en verder in uitwerking van het Regeerakkoord 2010 aan de begroting toegevoegd.

Overige ontvangsten betreffen met name een ontvangst van Buitenlandse Zaken ten behoeve van de ontwikkeling van de agrarische sector in Afghanistan en Europese ontvangsten ten behoeve van het wettelijk visserijonderzoek.

2. Slotwetmutaties
Bedragen x € 1 000
 

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Stand 2e suppletore begroting 2010

1 031 378

1 021 453

24 969

Mutaties Slotwet 2010

10 752

– 9 450

– 3 115

Stand Slotwet 2010 (realisatie)

1 042 130

1 012 003

21 854

Toelichting:

Verplichtingen

De mutatie bij de verplichtingen wordt voor het grootste gedeelte veroorzaakt doordat de verplichtingen in het kader van de bekostiging van het onderwijs 2011 in 2010 worden vastgelegd.

Uitgaven

De lagere uitgavenrealisatie wordt veroorzaakt door het volgende:

  • Er is € 1,2 mln. minder uitgegeven aan DLO-WOT projecten. Het betreft projecten waarvoor de ontvangst en opdrachtverlening zijn verlegd van LNV naar het departement van VWS.

  • Er is € 1,2 mln. minder uitgegeven voor bekostiging vmbo-groen vanwege een lagere dan geraamde declaratie van DUO voor bekostiging van groene afdelingen van scholengemeenschappen.

  • Er is € 2,2 mln. minder besteed aan subsidies ondersteuningsstructuur. De oorzaken hiervan zijn dat er in 2010 geen toekenning plaats heeft gevonden voor WURKS (dienstverlening vernieuwing groen onderwijs door de vakgroep Educatie en Competentie studies van Wageningen Universiteit), het project Groen onderwijs 2020 niet is gestart en dat verantwoordingsdocumenten voor een aantal projecten niet tijdig zijn ontvangen.

  • Er is € 2,8 mln. minder besteed aan praktijkleren vanwege het uitstellen van een arrangement voor internationaal praktijkleren.

  • Er is € 2,1 mln. minder besteed aan OCW-conforme onderwijssubsidies omdat enkele arrangementen (Harde knip, Kwaliteitsimpuls hoger onderwijs, Greenports en Biobased economy) voor een lager bedrag bevoorschot zijn dan oorspronkelijk geraamd.

Ontvangsten

De ontvangsten zijn lager uitgevallen doordat ontvangsten zijn verlegd van LNV naar het departement van VWS (€ 1,2 mln.), ontvangsten zijn uitgesteld naar 2011 (€ 0,1 mln.) en ontvangsten verantwoord zijn op andere begrotingsartikelen (namelijk artikel 21 en 29) (€ 1,8 mln.).

3. Overzicht afgeronde onderzoeken

Onderzoek

Onderwerp

Nummer AD of OD

Start

Afgerond

Vindplaats

Overig evaluatieonderzoek

Midterm review Groene Kenniscoöperatie

26.15

2008

2011

 
 

InnovatieNetwerk

26.15

2010

2010

De Beuk Organi-satieadvies, 3 juni 2010 LNV/DKI

Toelichting

  • In 2010 zijn er geen beleidsdoorlichtingen of effectenonderzoeken ex post gestart of afgerond.

  • De midterm review Groene Kenniscoöperatie zal later afgerond worden dan gepland.

  • In 2010 is de evaluatie InnovatieNetwerk over de tweede periode (2006–2010) gerealiseerd. Het InnovatieNetwerk heeft als taak het ontwikkelen en in de praktijk (doen) brengen van grensverleggende innovaties in de landbouw/agribusiness, ruimtelijke kwaliteit en een gezonde samenleving. Het betreft innovaties gericht op duurzame ontwikkeling en met een tijdshorizon van de (middel)lange termijn. Innovaties die doorbraken in denken en handelen kunnen realiseren. Door het bestuur van het Innovatienetwerk zijn voorafgaand aan de tweede periode van InnovatieNetwerk (2006–2010) targets geformuleerd: het in 2010 ontwikkelen van minimaal 30 robuuste (=klaar voor praktijkinvoering) concepten waarvan er minimaal 15 een aantoonbaar effect hebben in de praktijk (zichtbaar via realiseren eerste pilot, onderzoeks- of innovatieprogramma opgestart, verandering in beleid of bestuur, maatschappelijk en/of politiek debat). In de periode 2006–2010 zijn er 71 nieuwe concepten bijgekomen, waarvan er 36 inmiddels als robuust zijn aan te merken (voldoende uitgewerkt voor implementatie). Van alle concepten waaraan in de tweede periode is gewerkt, hebben er 38 effecten in de praktijk opgeleverd (6 uit de eerste periode, 32 uit de periode 2006–2009). Van deze 38 zijn er 34 als robuust aan te merken.

27 Reconstructie

Bodem, water en reconstructie zandgebieden

Bodem, water en 			 reconstructie zandgebieden

Omschrijving

LNV streeft naar het geven van een impuls aan de zandgebieden in Zuid- en Oost-Nederland en het veiligstellen van de gebruiksmogelijkheden van de bodem en het op orde krijgen en houden van een duurzaam watersysteem.

Het Rijk geeft prioriteit aan de reconstructie van de zandgebieden in Zuid- en Oost-Nederland (Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg). Deze reconstructie beoogt het realiseren van een goede ruimtelijke structuur, in het bijzonder voor duurzame landbouw, de natuur, het milieu en een duurzame waterhuishouding, evenals het creëren van een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat in de zandgebieden voor het realiseren van de reguliere beleidsdoelen in het landelijk gebied. Het doel is de (gebruiks)waarde van de bodem te behouden en waar nodig te herstellen. Het Rijk stimuleert daarom een duurzamer gebruik van de bodem.

De vijf betrokken provincies (Limburg, Noord-Brabant, Gelderland, Overijssel, Utrecht) hebben 12 reconstructieplannen opgesteld voor 12 reconstructiegebieden met de daarbij behorende uitvoeringsprogramma’s. De reconstructieplannen zijn inmiddels goedgekeurd door het Rijk en moeten in 2015 gerealiseerd zijn.

1. Budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 000

27 Bodem, water en reconstructie zandgebieden

Realisatie

Vastgestelde begroting 2010

Verschil

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

448 919

132 780

80 183

18 788

35 823

– 17 035

Uitgaven

83 964

71 304

79 977

92 019

118 482

– 26 463

Programma-uitgaven

63 227

50 846

60 413

73 454

100 202

– 26 748

27.11 Reconstructie zandgebieden

63 227

50 527

47 529

55 620

73 111

– 17 491

waarvan ILG

      

– Reconstructie zandgebieden

45 458

42 047

35 819

35 503

36 001

– 498

– Veenweidegebieden

 

6 001

7 999

19 664

19 600

64

– BTW Compensatie

   

0

1 155

– 1 155

waarvan niet ILG

      

– Agenda Vitaal Platteland

2 505

1 853

57

0

0

0

– Rijksacties MJP-2

1 262

226

 

0

16 020

– 16 020

– Voorfinanciering UC 2005/2006

14 002

 

3 588

0

0

0

– Reconstructie algemeen

 

400

66

453

335

118

– SGB UC 2001–2004

      

– Milieu (SGB) UC 2005–2006

      

27.12 Bodem en Water

 

319

12 884

17 834

27 091

– 9 257

waarvan ILG

      

– Duurzaam watergebruik

 

319

528

1 053

1 053

0

– Bodemsanering

      

– Waterkwaliteit

   

0

8 805

– 8 805

– Synergiegelden

  

12 356

16 781

17 200

– 419

– BTW Compensatie

   

0

33

– 33

Apparaatsuitgaven

20 737

20 458

19 564

18 566

18 280

286

27.21 Apparaat

237

197

 

0

0

27.22 Baten- lastendiensten

20 500

20 261

19 564

18 566

18 280

286

       

Ontvangsten

147

1 300

13 166

25 265

34 698

– 9 433

Toelichting op de verplichtingen

De lagere verplichtingenrealisatie houdt grotendeels verband met de bij begroting 2011 voor 2010 verwerkte neerwaartse ramingenbijstelling genoemd onder «Rijksacties MJP-2.

Toelichting op de programma-uitgaven

BTW-compensatie

Bij Voorjaarsnota 2009 zijn structureel op diverse OD’s middelen toegevoegd vanuit het BTW-compensatiefonds. Deze toevoeging hing samen met het feit dat een deel van de uitgaven van het Investeringsbudget Landelijk Gebied niet declarabel is bij het BTW-compensatiefonds.

De middelen zijn bij Voorjaarsnota 2010 ingezet ter compensatie voor extra kosten voor schade die is veroorzaakt door grotere aantallen overwinterende ganzen.

27.11 Reconstructie zandgebieden

Rijksacties MJP-2

Bij begroting 2011 is voor 2010 een neerwaartse ramingsbijstelling verwerkt van € 16 mln. Deze ramingsbijstelling doet geen afbreuk aan de met de provincies afgesproken doelen in het kader van het Investeringsbudget Landelijk Gebied.

27.12 Bodem en water

ILG/ Waterkwaliteit

ILG/Synergiegelden

De lagere uitgavenrealisatie hangt samen met een meerjarig aangepast uitgavenverloop voor projecten in het kader van bodemsanering ad € 8,8 mln. en € 0,6 mln. in het kader van de zgn. synergiegelden. Het betreft hier onder meer projecten ter verbetering van de waterkwaliteit. Op grond hiervan is ook de bijdrage van voormalig ministerie van V&W voor 2010 hierop aangepast (zie ontvangsten).

Toelichting op de ontvangsten:

Bedragen x € 1 000
 

Realisatie 2010

Begroting 2010

Bijdrage derden

25 265

34 698

Totaal ontvangsten

25 265

34 698

Zie de toelichting bij uitgaven OD 2712. Bodem en water.

2. Slotwetmutaties
Bedragen x € 1 000
 

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Stand 2e suppletore begroting 2010

19 072

101 387

34 854

Mutaties Slotwet 2010

– 284

– 9 368

– 9 589

Stand Slotwet 2010 (realisatie)

18 788

92 019

25 265

Toelichting

Uitgaven en ontvangsten

De lagere uitgaven en ontvangsten hangen voornamelijk samen met meerjarig aangepast uitgavenverloop voor projecten in het kader van bodemsanering en projecten in het kader van de zgn. synergiegelden. Op grond hiervan zijn ook de ontvangsten van voormalig ministerie van V&W voor 2010 hierop aangepast.

3. Overzicht afgeronde onderzoeken

Onderzoek Onderwerp

Nummer AD of OD

Start

Afgerond

Vindplaats

Beleidsdoorlichting

Rapport Brede Heroverweging Leefomgeving en Natuur

27

2009

2010

TK 32 359 nr. 1 (1 april 2010)

      

Overig evaluatieonderzoek

Mid Term Review ILG

27

2010

2010

TK 29 717 nr. 17 (24 september 2010)

Toelichting

  • De landelijke rapportage MidTerm Review (MTR) Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) betreft de voortgang van de ILG-opgave na drie jaar ILG (2007–2009). Zie ook artikel 22/23/24.

28 Nominaal en onvoorzien

Dit artikel bevat de posten prijsbijstelling, loonbijstelling en onvoorzien.

Budgettaire gevolgen van niet-beleidsartikelen

Bedragen x € 1 000

28 Nominaal en onvoorzien

Realisatie

Begroting 2010

Verschil

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

0

0

0

0

– 959

959

Uitgaven

0

0

0

0

– 959

959

28.11 Prijsbijstelling

0

0

0

0

0

0

28.12 Loonbijstelling

0

0

0

0

0

0

28.13 Onvoorzien

0

0

0

0

– 959

959

       

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de uitgaven en verplichtingen

De in 2010 bij Voorjaarsnota toegekende loon- en prijsbijstelling is toegedeeld naar de relevante artikelen en daardoor niet zichtbaar in de bovenstaande tabel.

Bij begroting 2010 was een restantdeel van de bij begroting 2009 opgelegde subsidietaakstelling op OD 28.13 (onvoorzien) verwerkt. Dit restant van de taakstelling is meegelopen in het saldo van mee- en tegenvallers 2010 op de LNV-begroting.

29 Algemeen

Algemeen

Op dit artikel worden de uitgaven, zowel apparaat als programma, toegelicht die niet vallen onder de beleidsartikelen. Dit betreft de apparaatsuitgaven van een aantal algemene onderdelen van LNV, internationale contributies en de uitvoering van EU maatregelen door onder meer de productschappen.

1. Budgettaire gevolgen van beleid
Bedragen x € 1 000

Algemeen

Realisatie

Begroting 2010

Verschil

2007

2008

2009

2010

Verplichtingen

267 442

249 656

304 795

316 897

277 272

39 625

Uitgaven

267 278

249 746

303 585

314 928

277 282

37 646

Programma-uitgaven

50 526

41 174

51 471

68 090

41 841

26 249

29.11 Internationale contributies

10 399

8 482

8 762

10 367

10 427

– 60

29.12 Uitvoering van EU-maatregelen

40 127

32 692

38 919

52 439

31 414

21 025

29.13 Verzameluitkeringen

  

3 790

5 284

0

5 284

Apparaatsuitgaven

216 752

208 572

252 114

246 838

235 441

11 397

29.21 Apparaat

206 323

188 133

206 732

213 961

226 181

– 12 220

29.22 Baten-lastendiensten

10 429

20 439

45 382

32 877

9 260

23 617

      

 

Ontvangsten

345 227

359 988

299 261

267 340

314 256

– 46 916

Toelichting op de uitgaven en verplichtingen

U29.12 Uitvoering van EU-maatregelen

In het kader van de goedkeuring van de rekeningen door de Europese Commissie voert de Commissie audits uit op de implementatie van de Europese regelgeving door de lidstaten. Op grond van deze audits kunnen forfaitaire financiële correcties worden opgelegd. In 2010 zijn over voorgaande jaren onder andere correcties opgelegd voor onvolkomenheden in het nationale perceelsregistratiesysteem dat wordt gehanteerd voor oppervlaktegerelateerde subsidieaanvragen en onvolkomenheden in de uitvoering van de subsidieregeling voor runderen. Met deze 2 correcties is een bedrag gemoeid van ruim € 23 mln. Deze correcties zijn het gevolg van niet door de Europese Commissie geaccepteerde nationale interpretaties van Europese regelgeving. Om dit soort correcties in de toekomst te voorkomen worden specifieke aandachtspunten voor de uitvoering en handhaving (zoals definities van begrippen) van nieuwe EU-regelgeving vooraf aan de Commissie ter instemming voorgelegd.

Daarnaast is sprake van lagere uitvoeringskosten bij de productschappen als gevolg van het vervallen van de regelingen voor zuivelrestitutie en suikerrestitutie.

U29.13 Verzameluitkeringen

In 2010 is vanuit de OD’s 24.12 Landschap Algemeen en 24.13 Groen en de Stad budget overgeheveld naar het OD Verzameluitkeringen voor groen in krachtwijken. Deze middelen zijn via het Ministerie van BZK aan gemeenten beschikbaar gesteld via het instrument Verzameluitkering.

U29.21 en U29.22 Apparaat en bijdrage baten-lasten diensten

Bedragen x € 1 000
 

Realisatie 2010

Begroting 2010

Personeel algemene leiding en stafdirecties

50 227

44 060

Personeel overige directies

42 348

41 961

Materieel

23 095

25 722

Materieel Ministerie algemeen en huisvesting

54 151

67 545

Overig personeel en post-actieven

44 140

46 893

Bijdrage aan baten-lasten diensten

32 877

9 260

Totaal apparaatsuitgaven

246 838

235 441

De hogere realisatie in de apparaatsuitgaven wordt veroorzaakt door de overkomst van een aantal facilitaire taken van EZ naar LNV, toegekende loonbijstelling, verhoging bijdrage-artikel DICTU vanwege de uitvoeringskosten ICT en de migratiekosten outsourcing kantoorautomatisering.

Toelichting op de ontvangsten

Bedragen x € 1 000
 

Realisatie 2010

Begroting 2010

Douaneheffingen op landbouwproducten

246 473

302 999

EU-ontvangsten

6 170

5 685

Overige ontvangsten

14 697

5 572

Totaal ontvangsten

267 340

314 256

Toelichting ontvangsten

De lagere inkomsten uit de douaneheffingen op landbouwproducten worden veroorzaakt door een afname van de ingevoerde hoeveelheid van buiten de Europese Unie.

2. Slotwetmutaties
Bedragen x € 1 000
 

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Stand 2e suppletore begroting 2010

309 766

309 762

262 056

Mutaties Slotwet 2010

7 131

5 166

5 284

Stand Slotwet 2010 (realisatie)

316 897

314 928

267 340

Toelichting

De hogere verplichtingen en uitgavenrealisatie houdt verband met uitgaven i.v.m. de migratie van de kantoorautomatisering.

De hogere ontvangstenrealisatie houdt voornamelijk verband met de bijdragen van de baten-lastendiensten in reeds door LNV betaalde facilitaire- en ICT uitgaven.

1.3.3 De Bedrijfsvoeringsparagraaf

I Inleiding

In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt verslag gedaan van relevante aandachtspunten in de bedrijfsvoering van LNV (XIV) en het Diergezondheidsfonds. De bedrijfsvoeringsparagraaf heeft conform de Comptabiliteitswet het karakter van een uitzonderingsrapportage. Er wordt verantwoording afgelegd over de financiële rechtmatigheid van de begrotingsuitvoering, totstandkoming van beleidsinformatie, het financieel en materieel beheer en overige aspecten in de bedrijfsvoering.

II Financiële rechtmatigheid en getrouwheid

Vanuit de mij bekende informatie zijn er geen materiële fouten en onzekerheden geconstateerd in de rechtmatigheid van financiële verantwoording die de tolerantiegrens op artikelniveau en/of op saldibalansniveau overschrijden.

III Totstandkoming van beleidsinformatie

Vanuit de mij bekende informatie zijn er geen belangrijke tekortkomingen geconstateerd in de totstandkoming van beleidsinformatie. Voor enkele indicatoren ontbreekt een goede onderbouwing.

IV Financieel en materieel beheer

Opvolging aanbevelingen Algemene Rekenkamer (AR). De AR heeft in het rapport bij het jaarverslag over 2009 geconcludeerd dat LNV opnieuw vooruitgang heeft geboekt in het financieel beheer. Belangrijkste aandachtspunten zijn: de Europese aanbestedingen bij de Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA), de controle op de besteding van ILG-gelden en de dossiervorming van niet-financiële beleidsinformatie. Hierop zijn volgende maatregelen genomen:

Europese aanbestedingen

De VWA heeft een nieuwe inkoopprocedure opgezet, voorschriften zijn aangepast en deskundigheid van de inkoop en naleving van de Europese voorschriften gecentraliseerd.

Besteding ILG-gelden

In 2010 zijn naar aanleiding van de rapportages van het Comité van Toezicht (CvT) de afspraken over de financiële verantwoording met de provincies herbevestigd. De financiële en niet financiële beleidsinformatie over de decentrale uitvoering in de jaarrekening van de provincies vormt de basis voor de verantwoording van de rechtmatige en doelmatige besteding van ILG-gelden door de minister. Het CvT heeft in haar twee rapportages voorstellen voor verbetering van de informatievoorziening en financiële verantwoording gedaan. Gezien de in het regeerakkoord aangekondigde decentralisatie van het ILG zijn de inspanningen meer gericht op een goede systematiek van eindverantwoording en minder op het verbeteren van het bestaande (te decentraliseren) systeem.

Dossiervorming niet financiële beleidsinformatie

De eisen inzake dossiervorming zijn nader uitgewerkt. Uit de accountantsrapportage blijkt dat de dossiervorming nog niet volledig aan de gestelde eisen voldoet. Voor enkele indicatoren ontbreekt een goede onderbouwing. Ook in 2011 zal hier aandacht voor zijn.

Met bovengenoemde maatregelen is naar mijn oordeel adequaat invulling gegeven aan het wegwerken van de geformuleerde aandachtspunten.

Betaalgedrag

Aan de Tweede Kamer is toegezegd dat ministeries in hun reguliere controle meer aandacht schenken aan het betaalgedrag. (90% van de facturen wordt binnen 30 dagen) betaald. LNV heeft deze doelstelling nog niet gerealiseerd. Dit blijft een aandachtspunt voor 2011.

Nationale verklaring

Dit is een verklaring op politiek niveau aan de Tweede Kamer en aan de Europese Commissie waarmee de minister van Financiën verklaart dat het financieel beheer van Europese geldstromen tot op het niveau van eindbegunstigden binnen Nederland op orde is.

Van de minister van EL&I (voorheen LNV) wordt een deelverklaring gevraagd inzake:

  • Het beheer van middelen uit het Europees Landbouwgarantiefonds en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling – tezamen GLB – en

  • het beheer van middelen uit het Europees Visserijfonds (EVF).

Op 17 februari 2011 heb ik de genoemde deelverklaringen, zonder voorbehoud, afgegeven aan de minister van Financiën. In de auditrapportages over de werking van de systemen zijn een aantal belangrijke aanbevelingen geformuleerd waaraan in 2011 opvolging wordt gegeven.

Afsluiting FIOV

LNV heeft de rapportage over de uitvoering van het FIOV-progamma over de periode 2000–2006 ingediend bij de Europese Commissie. De Auditdienst heeft hierbij geen goedkeurende controleverklaring afgegeven. Het totaal aan niet-rechtmatige en niet toereikend onderbouwde uitgaven was namelijk boven de tolerantie van 2%. De Europese Commissie bereidt momenteel een reactie voor op de afsluitende rapportage en de daarbij geformuleerde bevindingen en conclusie.

Opheffen Fondsen

De Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Visserij (O&S-fonds Visserij) is opgeheven en omgezet in een begrotingsreserve. De Stichting O&S-Fonds Landbouw en de Stichting Borgstellingsfonds worden in de loop van 2011 opgeheven.

De verplichtingen van beide fondsen worden vanaf 2010 in de interne begrotingsreserves verantwoord.

V Overige aspecten in de bedrijfsvoering

Regeerakkoord

Per 14 oktober 2010 zijn de ministeries van LNV en EZ opgegaan in het nieuwe ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I).

Organisatievernieuwing en krimp

In 2010 lag de focus bij het op orde brengen van de basis in de bedrijfsvoering en het realiseren van de voor dat jaar geldende 25% van de totale «Bekker-taakstelling». Op het terrein van externe inhuur is LNV voor 2010 binnen de rijksbrede norm van 13% gebleven.

Duurzaam inkopen

LNV heeft in 2010 de beschikbare duurzaamheidcriteria bij de aanbestedingen toegepast. Een globale scan over 2009 heeft aangetoond dat mogelijk de 100 % doelstelling onder druk kwam te staan. In de sturing op de bedrijfsvoering hebben de duurzaamheidscriteria dit jaar extra aandacht gekregen.

Huisvesting

In 2010 is de leidraad huisvesting vastgesteld. De leidraad draagt bij aan een efficiënte afstemming en doelgerichte besluitvorming. In 2010 is het thema plaatsonafhankelijk werken (POWER) uitgewerkt. Uitwerking heeft plaatsgevonden langs een viertal onderwerpen, te weten, een actualisatie van de circulaire Telewerken uit 1994, een leidraad digitale werkomgeving LNV (DWL), het ontwikkelen van een workshop voor het management en het initiatief tot het realiseren van aanlandwerkplekken op alle locaties.

Bedrijfsvoeringsystemen

Veel systemen zijn in 2009 en 2010 vernieuwd om technische redenen of als voortvloeisel van interdepartementale sharing. Voorbeelden hiervan zijn het E-procurement (inkoop) and Finance (E&F systeem) en de invoering van eDocs (Digitalisering Kerndepartement).

Vanaf 2009 functioneert het E&F-systeem binnen het kerndepartement. In 2010 zijn de drie baten-lastendiensten DR, nVWA en DLG gemigreerd naar E&F. Gegeven de complexiteit en omvang van een dergelijke operatie zijn de aanloopproblemen hierbij beperkt gebleven. Daarmee staat er een stabiel financieel systeem, wat verder uitgerold kan worden naar andere diensten en/of administraties. Momenteel worden de rapportages uit het financiële systeem nog verder verbeterd.

Informatiemanagement

Naar aanleiding van kritische opmerkingen van de Rekenkamer is de besturing op informatievoorziening ook bij LNV, in de vorm van regievoering op de grote ICT-projecten, versterkt. In de programma’s en projecten wordt een toenemende aandacht voor kwaliteitsbeheersing, het opstellen van valide business cases en het uitvoeren van professioneel risicomanagement geconstateerd.

Informatiebeveiliging

Door de verdergaande digitalisering van de bedrijfsprocessen neemt het belang van een goed werkend systeem van informatiebeveiliging toe. ISO 27 001 en ISO 27002. De ISO standaarden 27 001 en 27 002 zijn verwerkt in het Standaard Beveiligingsniveau (SBNi). In 2011 wordt de implementatie van het programma afgerond en geborgd binnen de staande organisatie.

C. JAARREKENING

1.4.1 Verantwoordingsstaat

Verantwoordingsstaat 2010 van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV)
Bedragen x € 1 000
  

(1)

(2)

(3)

Art.

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

 

2 488 704

536 056

 

2 637 090

498 939

 

148 386

– 37 117

           
 

Beleidsartikelen

         

21

Duurzaam ondernemen

328 348

322 986

30 184

401 505

289 898

37 246

73 157

– 33 088

7 062

22

Agrarische ruimte

25 034

63 489

55 637

15 734

89 381

82 355

– 9 300

25 892

26 718

23

Natuur

297 259

503 376

33 795

340 855

559 719

31 374

43 596

56 343

– 2 421

24

Landschap en recreatie

84 585

138 175

40 559

76 492

140 330

30 137

– 8 093

2 155

– 10 422

25

Voedselkwaliteit en diergezondheid

71 846

72 336

1 247

147 287

138 811

3 368

75 441

66 475

2 121

26

Kennis en Innovatie

971 800

993 537

25 680

1 042 130

1 012 003

21 854

70 330

18 466

– 3 826

27

Bodem, water en reconstructie in zandgebieden

35 823

118 482

34 698

18 788

92 019

25 265

– 17 035

– 26 463

– 9 433

  

 

 

 

      
 

Niet-beleidsartikelen

         

28

Nominaal en onvoorzien

– 959

– 959

0

0

0

0

959

959

0

29

Algemeen

277 272

277 282

314 256

316 897

314 929

267 340

39 625

37 647

– 46 916

De financiële en niet-financiële toelichting op de verantwoordingsstaat is opgenomen in het beleidsverslag.

1.4.2 Saldibalans

1.4.2.1 Saldibalans per 31 december 2010 van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Saldibalans per 31 december 2010

1)

Uitgaven ten laste van de begroting 2010

2 637 086 858,28

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting 2010

498 938 414,27

3)

Liquide middelen

115 324 686,63

6a)

Rekening-courant RHB

2 472 830 055,52

6)

Begrotingsreserves

101 136 892,29

6b)

Tegenrekening begrotings-

reserves

101 136 892,29

8)

Uitgaven buiten begrotings-verband (=intracomptabele vorderingen)

299 437 153,80

9)

Ontvangsten buiten begrotingsverband (=intra-comptabele schulden)

80 080 228,92

10)

Openstaande rechten

0,00

10a)

Tegenrekening openstaande rechten

0,00

11)

Extra-comptabele vorderingen

2 024 561 808,05

11a)

Tegenrekening extra-comptabele vorderingen

2 024 561 808,05

12a)

Tegenrekening extra-comptabele schulden

9 353,88

12)

Extra-comptabele schulden

9 353,88

13)

Voorschotten

2 896 541 829,95

13a)

Tegenrekening voorschotten

2 896 541 829,95

14a)

Tegenrekening garantiever- plichtingen

958 243 006,78

14)

Garantieverplichtingen

958 243 006,78

15a)

Tegenrekening openstaande verplichtingen

3 416 821 243,33

15)

Openstaande verplichtingen

3 416 821 243,33

16)

Deelnemingen

0,00

16a)

Tegenrekening deelnemingen

0,00

 

Totaal

12 449 162 832,99

 

Totaal

12 449 162 832,99

Toelichting op de saldibalans

Algemeen

De balansposten zijn bepaald en gewaardeerd overeenkomstig de geldende voorschriften van de Comptabiliteitswet. Indien van de geldende voorschriften wordt afgeweken, wordt dit nader toegelicht.

Toelichting per balanspost

Balanspost 1 Uitgaven ten laste van de begroting 2010

2 637 086 858,28

De uitgaven over 2010 zijn gespecificeerd in het jaarverslag van LNV (XIV), onderdeel uitgaven.

Balanspost 2 Ontvangsten ten gunste van de begroting 2010

498 938 414,27

De ontvangsten over 2010 zijn gespecificeerd in het jaarverslag van LNV (XIV), onderdeel ontvangsten.

Balanspost 3 Liquide middelen

115 324 686,63

De post liquide middelen is samengesteld uit de aanwezige banksaldi bij kasbeheerders inzake contante waarborgen en enkele kleine kassen. Tevens is hierin opgenomen het saldo van de bankrekening van LNV bij het Groenfonds per 31 december 2010 ad. € 112 965 376,19.

Balanspost 6 Begrotingsreserves

101 136 892,29

Deze post is per 31 december 2010 als volgt opgebouwd:

 
  

Begrotingsreserve Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw

18 586 168,16

Begrotingsreserve Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Visserij

27 675 704,43

Begrotingsreserve Borgstellingsfonds

54 875 019,70

LNV maakt gebruik van de mogelijkheid om interne begrotingsreserves aan te houden. De toevoegingen aan en onttrekkingen van deze reserves die respectievelijk ten laste of ten gunste van de begroting plaatsvinden zijn in het jaarverslag toegelicht bij artikel 21.

Balanspost 6a Rekening-Courant RHB-Financiën

2 472 830 055,52

Deze post geeft de vordering- en schuldverhouding weer tussen LNV en het Ministerie van Financiën per 31 december 2010.

Het saldo rekening-courant met het Ministerie van Financiën is als volgt samengesteld:

Toelichting

 

Bedrag

LNV

1 915 243 289,44

LNV / EOGFL / EM (LEF)

557 586 766,08

Totaal

2 472 830 055,52

  

Op de rekening-courant LNV / EOGFL / EM (LEF) vindt verantwoording plaats van de Europese regelingen van het Europees LandbouwGarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor de PlattelandsOntwikkeling (ELFPO). Bij een deel van deze regelingen vindt nationale financiering plaats waardoor de rekening-courant niet gelijk is aan de vordering op de Europese Commissie.

Balanspost 6b Tegenrekening begrotingsreserves

101 136 892,29

Deze post geeft de vordering- en schuldverhouding weer tussen LNV en het Ministerie van Financiën per 31 december 2010.

Balanspost 8 Uitgaven buiten begrotingsverband

299 437 153,80

Onder de uitgaven buiten begrotingsverband zijn bedragen opgenomen die niet ten laste van de begroting behoeven te worden gebracht. Dit omdat deze uitgaven met derden zullen worden verrekend.

Toelichting

De uitgaven buiten begrotingsverband zijn als volgt te specificeren:

 

Bedrag

Diverse uitgaven

1 743 176,31

Vorderingen DLG inzake POP

4 521 913,39

Vordering provincies inzake ILG

10 574 903,63

Te verrekenen met Diergezondheidsfonds (DGF)

2 089 848,70

Te verrekenen met derden

10 003 251,89

EU uitgaven ELGF

223 791 023,83

EU uitgaven ELFPO

22 561 619,64

EU uitgaven specifiek Viss.maatregelen

559 094,02

Gefinancierde interventievoorraad

22 423 948,26

Vorderingen personeel

1 168 374,13

Totaal

299 437 153,80

Vorderingen DLG inzake POP

Het betreft hier vorderingen op derden van Dienst Landelijk Gebied naar aanleiding van de uitvoering van het Plattelands Ontwikkelings Programma.

Vordering op provincies ten behoeve van Inrichting Landelijk Gebied (ILG)

Dienst Landelijk Gebied draagt zorg voor de uitvoering van de ILG. De provincies stellen gelden beschikbaar voor deze uitvoering. Per balansdatum heeft DLG voor zes provincies een bedrag van € 28 964 466,20 voorgefinancierd en door zes provincies is een bedrag van € 20 141 509,44 vooruitbetaald. Dienst Regelingen heeft voor een bedrag van € 1 751 946,87 te vorderen.

Te verrekenen met DGF

Dienst Regelingen is belast met de uitvoering van de dierziektebestrijding. De financiële middelen voor de dierziektebestrijding zijn in het DierGezondheidsFonds beschikbaar. De vordering van € 2 089 848,70 zal door DGF in 2011 aan Dienst Regelingen worden betaald.

Te verrekenen met derden (provincies, andere departementen, begrotingsfondsen, Europese Unie etc.

Dienst Regelingen voert ten behoeve van derden diverse regelingen uit en declareert deze periodiek bij de opdrachtgevers.

EU uitgaven ELGF en ELFPO

De gelden die LNV voor de Europese fondsen ELGF en ELFPO voorfinanciert betreffen de declaraties van de maanden november (16/10 – 30/11) en december. De gedeclareerde bedragen van deze maanden zijn in 2011 ontvangen respectievelijk in de maanden januari en februari. De navolgende tabellen geven inzicht in de totaalbedragen van uitgaven en ontvangsten met betrekking tot het ELGF en ELFPO van de jaren waarvan de declaraties nog niet door de Europese Commissie zijn vastgesteld.

ELGF overzicht
 

Omschrijving

Bedrag

Restant ELGF vordering voorgaande dienstjaren

613 690,32

 

Boekjaar 2010, in 2009 gerealiseerde uitgaven  1

569 590 674,00

Vordering 31 december 2009

570 204 364,32

 

Boekjaar 2010, in 2010 gerealiseerde uitgaven

325 596 481,61

 

Ontvangsten uit ELGF boekjaar 2010

–/– 894 473 110,44

 

Afwikkeling boekjaar 2009

– 613 690,32

Nog te vorderen boekjaar 2010 2

714 045,17

 

Boekjaar 2011, in 2010 gerealiseerde uitgaven

223 076 978,66

Vordering 31 december 2010

223 791 023,83

X Noot
1

Het boekjaar voor het ELGF loopt van 16 oktober tot en met 15 oktober van het volgende jaar.

X Noot
2

Te vorderen als gevolg van correcties in de jaaraangifte 2010. Naar verwachting zal de Europese Commissie de jaaraangifte 2010 in 2011 definitief vaststellen en de correctie verrekenen.

ELFPO overzicht
 

Omschrijving

Bedrag

Restant ELFPO schuld voorgaande dienstjaar

–/– 531 382,85

 

Boekjaar 2010, in 2009 gerealiseerde uitgaven  1

17 739 156,61

Vordering 31 december 2009

17 207 773,76

 

Boekjaar 2010, in 2010 gerealiseerde uitgaven

44 991 923,92

 

Ontvangsten uit ELFPO boekjaar 2010

–/– 65 941 777,12

 

Afrekening 2009

531 382,85

Nog verschuldigd 2

–/– 3 210 696,59

 

Boekjaar 2011, in 2010 gerealiseerde uitgaven

25 772 316,23

Vordering 31 december 2010

22 561 619,64

X Noot
1

Het boekjaar voor het ELFPO loopt van 16 oktober tot en met 15 oktober van het volgende jaar.

X Noot
2

Te vorderen als gevolg van correcties in de jaaraangifte 2010. Naar verwachting zal de Europese Commissie de jaaraangifte 2010 in 2011 definitief vaststellen en de correctie verrekenen.

EU uitgaven specifieke Visserijmaatregelen

DR voert specifieke maatregelen uit op visserij gebied op grondslag van Europese regelgeving en declareert de bedragen bij de Europese Commissie.

Gefinancierde interventievoorraad
 

Boter

Magere melkpoeder

Pallets

Totaal

Beginvoorraad

25 158 334,66

29 663 675,27

0,00

54 822 009,93

Aankopen

0,00

0,00

198 740,00

198 740,00

Verkopen

–/– 5 091 686,87

–/– 7 796 201,90

–/– 36 910,00

–/– 12 924 798,77

Waardeverminderingen

–/– 20 066 647,79

394 644,89

0,00

–/– 19 672 002,90

Eindvoorraad

0,00

22 262 118,26

161 830,00

22 423 948,26

Vorderingen Personeel

Sedert de overgang van de salarisadministratie naar P-direkt zijn verstrekte voorschotten een onderdeel geworden van de uitgaven buiten begrotingsverband. Pas bij definitieve afrekening vindt eventuele belasting van de begroting plaats. Dit is van toepassing op salarisvoorschotten, onderwijs- c.q. opleidingsvoorschotten, pensioenpremie ten gevolg van het verlenen van verlof buiten bezwaar, voorschotten met betrekking tot reiskosten binnen- en buitenland.

Balanspost 9 Ontvangsten buiten begrotingsverband

80 080 228,92

Onder de ontvangsten buiten begrotingsverband zijn de bedragen opgenomen die niet ten gunste van de begroting behoeven te worden gebracht. Dit omdat deze ontvangsten zullen worden verrekend.

Toelichting

De ontvangsten buiten begrotingsverband zijn als volgt te specificeren:

 

Bedrag

Algemeen

1 086 982,90

Contante waarborgen productschappen

2 847 009,41

DLG overige opdrachten

15 428 141,19

DLG/BBL aankoop gronden

7 201 173,04

Reservering bezwaar SFSH

1 551 919,07

Werkkapitaal ELFPO

41 523 801,70

Bommenregeling

8 356 285,34

Schulden aan personeel

653 489,97

Projecten

1 431 426,30

  

Totaal

80 080 228,92

Contante waarborgen productschappen

De productschappen ontvangen per bank gelden van het bedrijfsleven als zekerheidsstelling voor in- en uitvoercertificaten en uitvoerrestituties. Als aan de voorwaarden voor de certificaten en restituties is voldaan dan betalen de productschappen op verzoek van de belanghebbende de bedragen terug.

DLG overige opdrachten

Voorschotten door DLG ontvangen van overige opdrachtgevers ten behoeve van specifieke projecten.

DLG/BBL aankoop gronden

Ontvangen voorschot van BBL voor de aankoop van gronden in het kader van de uitvoering van de ILG.

Reservering bezwaar SFSH

In het kader van de superheffing voor melkproducenten wordt het aan het ELGF verschuldigde bedrag bepaald op basis van de landelijke overschrijding. De som van de door de individuele heffingplichtige verschuldigde bedragen is in de regel hoger dan de landelijke overschrijding. Regelgeving schrijft voor dat de som van de individuele heffingsopleggingen niet kleiner mag zijn dan het aan het ELGF verschuldigde bedrag. De op deze wijze ontstane extra heffing wordt het «schommelfonds» genoemd. Het «schommelfonds» kan gebruikt worden in die gevallen waarbij als gevolg van een beslissing op bezwaar aan een heffingplichtige eerder opgelegde heffing moet worden gecorrigeerd.

Werkkapitaal ELFPO

In verordening 1290/2005 (art 25 lid 1) is bepaald dat na vaststelling door de commissie van het programma voor plattelandsontwikkeling (2007–2013) een voorfinanciering van 7% zal plaatsvinden van de bijdrage uit het ELFPO voor het betreffende programma. In 2007 heeft de commissie het programma voor plattelandsontwikkeling van Nederland goedgekeurd en de voorfinanciering aan LNV betaald. In 2010 heeft de Europese Commissie het werkkapitaal verhoogd met 7,5 mln. in het kader van de toevoeging van de Health Check maatregelen aan het ELFPO. Bij de afsluiting van het programma zal het werkkapitaal worden verrekend.

Bommenregeling

Dienst Regelingen voert in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken de bommenregeling uit. Voor de uitgaven van deze regeling stelt het Ministerie van Binnenlandse Zaken vooraf gelden beschikbaar aan Dienst Regelingen.

Schulden aan personeel

Sedert de overgang van de salarisadministratie naar P-direkt zijn reserveringen een onderdeel geworden van de ontvangsten buiten begrotingsverband. Volgens de regeling Individueel Keuze Arbeidsvoorwaarden Pakket (IKAP) kan het personeel van LNV bedragen reserveren voor doelen die in deze regeling zijn benoemd.

Projecten

LNV voert projecten uit voor specifieke opdrachtgevers. Deze opdrachtgevers stellen vooraf bij wijze van voorschot de financiële middelen beschikbaar. Na afronding van de projecten vindt financiële afwikkeling plaats.

Balanspost 11 Extra Comptabele Vorderingen

2 024 561 808,05

De extra comptabele vorderingen hebben betrekking op nog te ontvangen middelen, welke voortvloeien uit uitgaven die ten laste van de begroting zijn gebracht en nog met derden zullen worden verrekend, alsmede opgelegde mestheffingen.

Toelichting

De extra comptabele vorderingen zijn als volgt te specificeren:

 

Bedrag

Diverse vorderingen LNV

16 771 931,31

Vorderingen uit garantiestellingen

18 372 123,09

Mineralenboekhouding Bureau Heffingen

3 304 773,90

Landbouwgronden

933 480 338,98

Leningen

107 797 273,92

Gestelde zekerheden

944 835 366,85

Totaal

2 024 561 808,05

Diverse vorderingen LNV

Vorderingen welke tot ontvangsten voor de nationale begroting leiden. Het betreft onder andere vorderingen op andere departementen (VROM inzake ILG-aandeel voor 3,2 mln.) alsmede vorderingen op ambtenaren inzake aanloopvoorschotten, doorlopende voorschotten in verband met dienstreizen en salarissen.

Vorderingen uit garantiestellingen

In 2010 heeft LNV de rechten en verplichtingen van de Stichting Borgstellingsfonds voor de Landbouw overgenomen. Het gaat hier om vorderingen op agrarische ondernemingen die overgenomen zijn van kredietinstellingen. Deze vorderingen komen voort uit leningen waarop garantstellingen van LNV van toepassing waren.

Mineralen Boekhouding Bureau Heffingen

Vorderingen in het kader van de uitvoering en inning van de mineralen-, varkens- en overschotheffing.

Landbouwgronden

Het saldo van de landbouwgronden bestaat voornamelijk uit een langlopend renteloos voorschot van LNV aan het Bureau Beheer Landbouwgronden van € 450 mln. waarvoor door het Bureau Beheer Landbouwgronden gronden zijn verworven die na doorlevering aan eindbeheerders leiden tot doelrealisatie. Daarnaast is er een bedrag van € 376 mln. nog te vorderen uit hoofde van landinrichtingsrente door grondeigenaren te betalen in afgesloten landinrichtingsprojecten, welke in het algemeen in 26 jaar worden geïnd. Voorts heeft Dienst Landelijk Gebied nog € 107 mln. te vorderen uit hoofde van nog niet afgesloten landinrichtingsprojecten.

Leningen

 

Bedrag

WUR (Stichting DLO)

85 010 128,68

WUR Praktijkonderzoek

18 895 219,03

WUR IAC/ILRI

3 891 926,21

Totaal

107 797 273,92

Gestelde zekerheden

Dit betreffen zekerheden die bij de uitvoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid worden gevraagd. De uitvoering hiervan vindt plaats bij de Betaalorganen.

 

Bedrag

Productschappen Vee, Vlees en Eieren

91 990 337,06

Productschap Tuinbouw

15 474 252,56

Dienst Regelingen

837 370 777,23

Totaal

944 835 366,85

Balanspost 12 Extra comptabele schulden

9 353,88

Balanspost 13 Voorschotten

2 896 541 829,95

Onder voorschotten wordt verstaan de vooruit verstrekte gelden, welke op 31 december 2010 nog niet waren verrekend.

(x € 1 000)

Beleidsartikelen

2010

2009

2008

2007

2006 en eerder

Totaal

21 Duurzaam ondernemen

48 688

22 893

11 725

7 244

20 845

111 395

22 Agrarische ruimten

70 565

65 801

38 094

20 595

0

195 055

23 Natuur

417 184

301 627

320 763

278 619

38 782

1 356 975

24 Landschap en recreatie

101 416

46 567

116 407

115 052

3 713

383 155

25 Voedselkwaliteit & Diergezondheid

14 802

2 455

721

249

3 307

21 534

26 Kennis en innovatie

327 176

107 279

59 232

54 442

29 125

577 254

27 Reconstructie

73 060

56 827

48 372

45 458

400

224 117

29 Algemeen

25 055

720

150

1 032

100

27 057

Totaal

1 077 946

604 169

595 464

522 691

96 272

2 896 542

Verloop van de voorschotten gedurende het dienstjaar 2010

Bedrag

Beginstand 1 januari 2010

2 542 295 332,31

Verstrekte voorschotten

1 150 717 422,16

Eindafgerekende voorschotten

– 796 470 924,52

Eindstand 31 december 2010

2 896 541 829,95

Als de toename van de voorschotten als gevolg van de uitvoering van de Wet Inrichting Landelijk Gebied (€ 472 mln.) buiten beschouwing wordt gelaten is de stand van de openstaande voorschotten afgenomen met € 118 mln. ten opzichte van eind 2009. De voorschotten in het kader van de Wet Inrichting Landelijk Gebied worden pas in 2014 of later eindafgerekend.

Balanspost 14 Garantieverplichtingen

958 243 006,78

De garantieverplichtingen per 31 december 2010 zijn voorwaardelijke financiële verplichtingen aan derden die pas tot uitbetaling als bij de wederpartij zich bepaalde omstandigheden voordoen.

Het overzicht van de garantie verplichtingen per 31 december 2010

Artikel

a) ten behoeve van

b) aan

Ingangs datum

looptijd in jaren

Maximaal verleend

Lopende verplichting

21

Garantie verplichtingen

  

840 902 739,60

477 887 100,80

      

23

a)Rente en aflossingen van leningen inzake aankoop van natuurgebieden en landschappen

    
 

b) Alg. Spaarbank voor Nederland

01-04-1992

30

3 630 241,73

2 297 705,45

  

05-06-1992

30

4 537 802,16

2 873 218,64

  

11-07-1997

19

6 096 874,52

2 714 466,18

 

b) Bank Nederlandse Gemeenten

02-06-1997

18

5 912 147,70

2 266 990,53

  

22-10-1998

30

4 991 582,38

3 799 800,15

  

15-03-1999

30

4 084 021,94

3 186 491,80

  

30-06-1999

20

2 362 505,84

1 321 258,44

  

30-01-2001

20

2 834 516,70

1 904 453,46

  

28-02-2001

30

9 075 604,32

7 625 579,99

  

01-10-2001

20

5 230 000,00

3 502 767,74

  

19-11-2001

30

9 075 000,00

7 490 720,36

  

24-12-2002

10

9 100 000,00

9 100 000,00

  

18-09-2003

20

18 513 818,97

11 329 299,15

 

b) ASF Graf.Bedr./Telegraaf/Fortis

15-12-1997

20

2 359 657,12

1 143 193,64

 

b) Ned. Waterschaps Bank

01-09-2002

10

12 942 443,00

9 152 442,99

 

b) Ministerie van Financiën

15-12-2003

10

9 076 000,00

7 866 000,00

  

01-06-2004

10

21 452 780,72

13 412 780,72

  

15-11-2004

10

9 076 000,00

7 976 000,00

  

15-12-2004

10

24 100 000,00

21 130 000,00

  

05-01-2005

10

22 100 000,00

19 870 000,00

  

15-09-2005

10

16 064 658,84

14 035 000,00

  

30-12-2005

10

9 076 000,00

8 116 000,00

  

19-01-2006

10

45 000 000,00

41 220 000,00

  

26-01-2006

10

21 110 000,00

19 330 000,00

  

14-03-2006

10

9 076 000,00

8 366 000,00

  

31-01-2007

10

65 090 000,00

61 460 000,00

  

31-01-2007

10

9 076 000,00

8 566 000,00

  

02-07-2007

10

8 967 515,49

8 505 000,00

  

31-01-2008

10

9 076 000,00

8 746 000,00

  

02-06-2008

10

2 586 310,86

2 414 310,86

  

23-06-2008

10

22 000 000,00

21 270 000,00

  

02-02-2009

10

9 076 000,00

8 916 000,00

  

27-02-2009

10

20 000 000,00

19 630 000,00

  

11-09-2009

10

3 678 465,17

3 497 000,17

  

30-09-2009

10

10 000 000,00

9 807 000,00

  

01-12-2009

10

15 000 000,00

14 707 000,00

  

23-12-2009

26

13 610 000,00

13 610 000,00

  

23-12-2009

26

12 140 000,00

12 140 000,00

  

16-07-2010

10

1 545 796,70

1 545 796,70

  

01-04-2010

10

9 076 000,00

9 076 000,00

  

01-04-2010

10

15 000 000,00

15 000 000,00

  

06-08-2010

10

15 000 000,00

15 000 000,00

  

03-11-2010

10

15 000 000,00

15 000 000,00

 

Subtotaal artikel 23

  

542 799 744,16

479 920 276,97

26

b) Gebouwen en terreinen voor gesubsidieerde scholen Agrarisch onderwijs

  

12 000 000,00

435 629,01

 

Totaal generaal

  

1 395 602 483,76

958 243 006,78

Balanspost 15 Openstaande verplichtingen

3 416 821 243,33

De openstaande verplichtingen per 31 december 2010 kunnen vanaf 2011 tot betaling leiden.

(x € 1 000)

Beleidsartikelen

Stand per 01-01-2010

In 2010 aangegaan +

Negatieve bijstelling –/–

Uitgaven –/–

Stand per 31-12-2010

21 Duurzaam ondernemen

193 968

349 490

29 258

289 898

224 302

22 Agrarische ruimte

186 926

15 733

0

89 380

113 279

23 Natuur

1 446 544

286 779

1 289

559 719

1 172 315

24 Landschap en recreatie

508 040

76 491

1 773

140 330

442 428

25 Voedselkwaliteit & Diergezondheid

18 089

147 286

2 468

138 810

24 097

26 Kennis en innovatie

943 168

1 042 130

7 166

1 012 003

966 129

27 Reconstructie

340 546

18 788

1

92 019

267 314

29 Algemeen

1 284

316 897

863

314 928

2 390

Subtotaal

3 638 565

2 253 594

42 818

2 637 087

3 212 254

Buiten begrotingsverband

93 860

153 792

27 100

15 985

204 567

Totaal generaal

3 732 425

2 407 386

69 918

2 653 072

3 416 821

1.4.3 Samenvattende verantwoordingsstaat inzake baten-lastendiensten van LNV

Bedragen x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijke vastgestelde begroting

Algemene Inspectiedienst

   

Totale baten

63 626

70 260

6 634

Totale lasten

63 626

70 415

6 789

Saldo van baten en lasten

0

– 155

– 155

    

Totale kapitaalontvangsten

4 770

5 894

1 124

Totale kapitaaluitgaven

8 490

11 412

2 922

    

Dienst ICT Uitvoering

   

Totale baten

119 430

127 921

8 491

Totale lasten

119 430

128 016

8 586

Saldo van baten en lasten

0

– 95

– 95

    

Totale kapitaalontvangsten

25 000

9 430

– 15 570

Totale kapitaaluitgaven

41 095

20 759

– 20 336

    

Dienst Landelijk Gebied

   

Totale baten

117 475

136 365

18 890

Totale lasten

117 475

139 460

21 985

Saldo van baten en lasten

0

– 3 095

– 3 095

    

Totale kapitaalontvangsten

9 737

5 095

– 4 642

Totale kapitaaluitgaven

17 446

8 845

– 8 601

    

Dienst Regelingen

   

Totale baten

129 911

179 546

49 635

Totale lasten

129 911

178 733

48 822

Saldo van baten en lasten

0

813

813

    

Totale kapitaalontvangsten

15 000

2 743

– 12 257

Totale kapitaaluitgaven

32 034

35 242

3 208

    

Plantenziektenkundige Dienst

   

Totale baten

18 690

25 670

6 980

Totale lasten

18 690

25 580

6 890

Saldo van baten en lasten

0

90

90

    

Totale kapitaalontvangsten

1 000

989

– 11

Totale kapitaaluitgaven

2 000

2 549

549

    

Voedsel en Warenautoriteit

   

Totale baten

165 823

189 750

23 927

Totale lasten

165 823

195 273

29 450

Saldo van baten en lasten

0

– 5 523

– 5 523

    

Totale kapitaalontvangsten

9 849

7 712

– 2 137

Totale kapitaaluitgaven

17 644

11 023

– 6 621

1.4.4 Toelichting bij de samenvattende verantwoordingsstaat inzake Baten-Lastendiensten

Algemene Inspectie Dienst (AID)

Algemeen

De Algemene Inspectiedienst (AID) is een handhavingorganisatie van LNV die, door middel van de instrumenten controle, verificatie en opsporing, de naleving van de LNV-regelgeving op programmatische wijze bevordert.

De AID zit samen met de PD en de VWA in een fusieproces. De fusie moet op 1 januari 2012 zijn beslag krijgen. In april 2010 is de AID samen met haar fusiepartners van start gegaan met de vorming van tijdelijke werkorganisaties.

Gespecificeerde verantwoordingsstaat 2010

Bedragen x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

63 226

68 694

5 468

70 660

Opbrengst overige departementen

 

1 397

1 397

0

Opbrengst derden

300

169

– 131

575

Rentebaten

100

0

– 100

12

Vrijval uit voorzieningen

    

Bijzondere baten

    

Totaal baten

63 626

70 260

6 634

71 247

     

Lasten

    

Apparaatskosten

    

– personele kosten

40 628

53 951

13 323

51 027

– materiële kosten

18 746

13 250

– 5 496

15 397

Rentelasten

298

196

– 102

392

Afschrijvingskosten

    

– materieel

2 281

2 046

– 235

2 248

– immaterieel

1 673

972

– 701

690

Overige lasten

    

– dotaties voorzieningen

    

– bijzondere lasten

    

Totaal lasten

63 626

70 415

6 789

69 754

Saldo van baten en lasten

0

– 155

– 155

1 493

Toelichting

De AID heeft over 2010 een negatief exploitatieresultaat behaald van € 0,1 mln.

In 2010 zijn € 6,6 mln. hogere opbrengsten gerealiseerd dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door Q-koorts, visserijcontrole en andere aanvullende opdrachten op het reguliere werkpakket. De lasten overstijgen de begroting met € 6,8 mln. De stijging van de lasten wordt veroorzaakt hogere salariskosten (mede het gevolg van de CAO stijging in 2010), reiskosten en inhuur van externen.

Balans per 31 december 2010

Bedragen x € 1 000
 

Balans 2010

Balans 2009

Activa

  

Immateriële activa

3 967

3 321

Materiële activa

  

– grond en gebouwen

203

160

– installaties en inventarissen

66

149

– overige materiële vaste activa

9 592

9 146

Voorraden

0

0

Debiteuren

312

754

Nog te ontvangen

1 928

476

Liquide middelen

3 092

9 148

Totaal activa:

19 160

23 154

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

  

– exploitatiereserve

3 315

3 315

– verplichte reserve

0

0

– onverdeeld resultaat

– 155

1 493

Leningen bij het MvF

7 765

8 546

Voorzieningen

90

101

Crediteuren

804

2 157

Nog te betalen

7 341

7 542

Totaal passiva

19 160

23 154

Kasstroomoverzicht per 31 december 2010

Bedragen x € 1 000
  

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(3)=(2)–(1)

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2010 + stand depositorekeningen 

6 421

9 148

2 727

2.

Totaal operationele kasstroom

3 954

– 538

– 4 492

 

Totaal investeringen (–/–)

– 4 770

– 6 862

– 2 092

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

680

2 794

2 114

3.

Totaal investeringskasstroom

– 4 090

– 4 068

22

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

0

– 1 493

– 1 493

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

   
 

Aflossingen op leningen (–/–)

– 3 720

– 3 057

663

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

4 090

3 100

– 990

4.

Totaal financieringskasstroom

370

– 1 450

– 1 820

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2010 (=1+2+3+4)

6 655

3 092

– 3 563

Prestaties

De prestaties van de AID bestaan uit het aantal directe uren per product waartoe de AID een opdracht heeft gekregen. Onderstaande tabel geeft per productgroep de gerealiseerde uren weer.

In uren 1

Begroting 2010

Realisatie

2010

controle

391 213

391 775

verificatie

167 976

159 481

opsporing

95 111

100 750

beleidsadvisering

14 118

13 555

handhavingscommunicatie

5 136

3 713

Werkvoorbereiding

27 519

24 724

Totaal

701 073

693 998

X Noot
1

Uren exclusief de uren Q koorts.

Doelmatigheidsgegevens

 

Realisatie 2010

Begroting 2010

Gegronde klachten versus contacten met gecontroleerden (%)

0,00014

0,0196

Goedkeurende accountantsverklaring

n.v.t.

n.v.t.

Gemiddelde kostprijs (€/uur)

93,55

92,10

Gerealiseerde verkoopbare uren als percentage totale aanbod productieve formatie (%)

Ntb 1

100

Ziekteverzuim (%)

4,5 2

4,3

Treffers bij selecte controles (%)

22

15

Tijdigheid uitgevoerde verificaties (%)

88

90

Kosten per controle (€/stuk)

1

895

Kosten per verificatie (€/stuk)

1

595

Kosten per onderzoek (€/stuk)

1

315 000

X Noot
1

KPI is als gevolg van het werken in tijdelijke werkorganisatie niet meer apart voor de AID te bepalen.

X Noot
2

Verzuimcijfers tm april 2010, als gevolg van start tijdelijke werkorganisaties

Dienst ICT Uitvoering (DICTU)

Profiel

De Dienst ICT Uitvoering (DICTU) is binnen LNV verantwoordelijk voor het leveren van ICT services en – ondersteuning aan alle onderdelen van LNV en ondersteuning van enkele aan het aanverwante PBO’s en ZBO’s. De missie van DICTU luidt: «De Dienst ICT Uitvoering draagt bij aan het succes van LNV door te zorgen voor betrouwbare, gestandaardiseerde en kostenefficiënte ICT services die de bedrijfsprocessen van LNV optimaal ondersteunen». DICTU levert aan haar opdrachtgevers de volgende ICT services:

  • Applicatiebeheer en ontwikkeling;

  • Inrichting en beheer van werkplekken;

  • Beheer van de technische infrastructuur.

Bij de levering van deze diensten wordt onderscheid gemaakt in standaard dienstverlening en bijzondere dienstverlening met een maatwerk karakter.

Financieel resultaat

2010 heeft voor DICTU in het teken gestaan van:

  • Afronding van het veranderingsprogramma en het boeken van voortgang ten aanzien van het reduceren van het aantal FTE’s, van 385 FTE (in 2008) naar 225 FTE (ultimo in 2011). Ultimo 2010 waren er 280 FTE in dienst bij DICTU.

  • Reductie van het aantal externe inhuur door outsourcing, het resultaatgericht uitbesteden van een aantal projecten en doorgevoerde efficiency maatregelen. Ultimo 2010 zijn er 234 FTE ingehuurd ten opzichte van 319 FTE ultimo 2009.

  • Boeken van voortgang op programma’s ter verbetering van kwaliteit en betrouwbaarheid van ICT-services.

  • Het structureel verbeteren van de informatiebeveiliging binnen LNV om te kunnen voldoen aan de strenge eisen voor de Europese betaalorganen.

  • Het verder verbeteren van het applicatielandschap om ook in de toekomst betrouwbare en kostenefficiënte ICT dienstverlening te kunnen blijven bieden.

DICTU heeft over 2010 een financieel resultaat behaald van – € 0,1 mln. Het vaststellen van de resultaatbestemming is een verantwoordelijkheid van de Secretaris-Generaal van LNV, in zijn hoedanigheid van eigenaar van DICTU. Vooruitlopend op besluitvorming hierover is het resultaat van – € 0,1 mln gerubriceerd onder het eigen vermogen. Het eigen vermogen komt hiermee uit op € 1,0 mln positief. Het eigen vermogen blijft hiermee ruim binnen het plafond van 5% van de gemiddelde jaaromzet over de afgelopen 3 jaar.

Begrotings- en realisatiecijfers baten-lastendienst DICTU

Bedragen x € 1 000
 

1

2

(3)=(2)–(1)

 

Baten

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2009

Opbrengst moederdepartement

119 430

122 372

2 942

112 065

Opbrengst overige departementen

 0

281

281

 0

Opbrengst derden

 0

4 817

4 817

2 263

Rentebaten

0

451

451

 0

Vrijval uit voorzieningen

 0

 0

0

 0

Bijzondere baten

0

0

0

 0

Totaal baten

119 430

127 921

8 491

114 328

     

Lasten

    

Apparaatskosten

    

– personele kosten

50 153

65 595

15 442

71 287

– materiële kosten

51 482

48 195

– 3 287

33 641

Rentelasten

1 700

1 120

– 580

1 141

Afschrijvingskosten

    

– materieel

6 688

4 661

– 2 027

5 037

– immaterieel

9 407

4 607

– 4 800

2 603

Overige lasten

   

 

– dotaties voorzieningen

0

2 246

2 246

387

– bijzondere lasten

0

1 592

1 592

 

Totaal lasten

119 430

128 016

8 586

114 096

     

Saldo van baten en lasten

0

– 95

– 95

232

Algemene Toelichting

Opbrengst moederdepartement/overige departementen/ derden

Hogere opbrengst ad € 8 mln. is het gevolg van meer omzet op ontwikkelprojecten en ontvangen bijdrage van het moederdepartement ter dekking van de projectkosten migratie kantoorautomatisering.

Personele kosten

De personeelskosten zijn hoger dan begroot door de extra werkzaamheden en vertraging in het outsourcingstraject kantoorautomatisering.

Hogere inhuurkosten personeel is voornamelijk het gevolg van meer externe inhuur teneinde te kunnen voldoen aan de ontwikkelvraag van de opdrachtgevers.

Dotatie voorzieningen

In 2010 is 2,2 mln gedoteerd aan de voorziening reorganisatiekosten voor bekende en aangewezen herplaatsingkandidaten als gevolg van de uitvoer van het Bedrijfsplan DICTU.

Bijzondere lasten

In het zicht van het buiten gebruikstellen van kantoorautomatisering gerelateerde activa heeft er een waardevermindering plaatsgevonden ad € 1,6 mln. ten laste van het resultaat. Deze last is niet voorzien in de kaderbegroting 2010.

Balans per 31 december 2010

Bedragen x € 1 000
 

Balans 2010

Balans 2009

Activa 

  

Immateriële activa 

23 533

19 503

Materiële activa 

  

– grond en gebouwen 

  

– installaties en inventarissen 

5 862

10 448

– overige materiële vaste activa 

  

Debiteuren 

18 962

9 389

Nog te ontvangen

3 914

5 703

Liquide middelen 

1 120

4 863

Totaal activa

53 391

49 906

   

Passiva 

  

Eigen Vermogen 

  

– exploitatiereserve 

1 139

907

– verplichte reserve

0

0

– onverdeeld resultaat 

– 95

232

Leningen bij het Ministerie van Financiën

  

– > 1jaar

20 421

19 996

– > 5 jaar

  

Voorzieningen 

2 633

387

Crediteuren 

10 236

5 405

Nog te betalen kosten

19 057

22 979

Totaal passiva 

53 391

49 906

Algemene toelichting

Het verloop van de exploitatiereserve is als volgt:

Bedragen x € 1 000
 

31-12-2010

31-12-2009

Stand 1 januari

907

– 9 283

Resultaatverwerking (2008\2009)

232

907

Vrijval (+) / aanvulling (–) wettelijke reserves

 

– 6 619

Saldo (2009: conform jaarrekening 2009)

1 139

– 14 995

Stelselwijziging: overboeking saldo

 

15 902

Stand 31 december (na stelselwijziging)

1 139

907

Conform de Regeling baten-lastendiensten 2011 is bij de exploitatie- en verplichte reserve rekening gehouden met het vervallen van de verplichte reserve. Dit verklaart de vrijval van de verplichte reserve zoals deze ultimo 2009 in de boeken stond.

De exploitatiereserve is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. De maximaal toegestane omvang van de exploitatiereserve bedraagt € 6 mln. Met een eigen vermogen van € 1 mln. blijft DICTU ruim binnen dit plafond.

Voorzieningen

Dit betreft een reorganisatievoorziening voor nu bekende en aangewezen herplaatsingskandidaten als gevolg van de uitvoer van het bedrijfsplan DICTU.

Kasstroomoverzicht 2010

Bedragen in € 1 000
  

Oorspronkelijk vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil realisatie en begroting (3)=(2)–(1)

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2010

0

4 863

4 863

2.

Totaal operationele kasstroom

16 095

7 585

– 8 510

 

Totaal investeringen (–/–)

– 25 000

– 10 304

14 696

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

– 25 000

– 10 304

14 696

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

0

0

0

 

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (–/–)

– 16 095

– 10 455

5 640

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

25 000

9 430

– 15 570

4.

Totaal financieringskasstroom

8 905

– 1 025

– 9 930

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2010

(=1+2+3+4)

0

1 119

1 119

Algemene toelichting

Rekening courant saldo bij het Ministerie van Financiën per 31 december vertoont een positief saldo van € 1,1 mln.

In 2010 is een bedrag van € 1,7 mln geïnvesteerd in ICT-gerelateerde materiële vaste activa en € 8,6 mln. in immateriële vaste activa (voornamelijk bestaande uit software ontwikkeling).

Prestaties per productgroep en doelmatigheidsgegevens

Omschrijving

2007

2008

2009

2010 Realisatie (MCS-3)

1. Kostprijzen per product (groep)

    

a. Werkplek (per stuk x €)

1 936

2 440

2 450

2 225

b. Aantal Werkplekken

9 150

9 500

9 500

10 000

c. Infrastructuur (x € 1 K)

26 400

23 700

19 100

23 844

d. 1 Productieve uren

292 000

215 000

d. 2 Productieve uren (dir. en indir. van intern en extern pers.)

586 000

582 000

698 000

654 000

2. Tarieven/uur

    

a. Senior medew. (ontwikkeling)

125

129

142

132

b. Medior medew. (bouw)

105

107

117

107

c. Junior medew. (test en beheer)

95

95

100

97

3. Omzet per prod.groep (pxq)

    

A. Werkplekservices

17 700

23 000

24 500

21 801

B. Infrastructuur

26 400

23 700

21 100

23 844

C. Applicatieservices vanaf 2008 incl. outsourcing.

21 200

28 900

25 100

17 438

D. Ontwikkeling incl. detachering

29 600

21 900

27 100

37 607

E. Directe doorbelastingen incl. inhuur en tot 2008: outsourcing. Vanaf 2010 incl. WPO Migratie

36 300

20 600

18 900

27 406

Totale omzet

131 200

118 100

116 700

128 096

4. Gem. bezetting FTE totaal (excl. externe inhuur)

342

315

305

280

Toelichting prestaties en doelmatigheidsgegevens

Omdat Dictu vanaf 1 januari 2008 een baten-lasten dienst is, geeft het prestatie en doelmatigheidsoverzicht in de cijfers vóór 2008 inkomsten en uitgaven weer. Vanaf het boekjaar 2008 is sprake van opbrengsten en kosten.

Dienst Landelijk Gebied (DLG)

Profiel

De Dienst Landelijk Gebied (DLG) realiseert groene plannen voor 16 miljoen Nederlanders. DLG zoekt daarbij altijd naar samenwerking en oplossingen die passen bij de (bestuurlijke) wensen en de eigenschappen van het gebied. Bij het inrichten van groene gebieden voor recreatie, natuur, water of landbouw, vertaalt DLG abstract beleid naar uitvoering in concrete projecten. Voor zijn opdrachtgevers verwerft en ontwikkelt de dienst gronden, richt die grond opnieuw in en draagt het gebied vervolgens over aan gebiedsbeherende instanties en individuele agrariërs.

Ook brengt DLG geldstromen bij elkaar en heeft de dienst inzicht in subsidiemogelijkheden. DLG werkt binnen één opdracht veelal voor meerdere (overheids)opdrachtgevers. en maakt daarbij gebruik van het uitgebreide netwerk van overheden en organisaties. DLG is een baten-lastendienst van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). De dienst werkt voor bestuurlijke opdrachtgevers en voert wettelijke taken uit.

Financieel resultaat

De Dienst Landelijk Gebied heeft over 2010 een positief resultaat behaald uit normale bedrijfsuitoefening van € 1,5 mln. Het Regeerakkoord voorziet in de decentralisatie van Rijkstaken op het terrein van natuur. Dit zal consequenties hebben voor de omvang van de uit te voeren taken van DLG. In het licht hiervan heeft DLG besloten om een aantal ICT-investeringen stop te zetten. Uit een door november 2010 uitgevoerde impairmenttest is gebleken, dat als gevolg van een verwachte vermindering van taken, de investeringen niet kunnen worden terugverdiend. Dit heeft ertoe geleid dat DLG in 2010 een afwaardering op immateriële vaste activa van € 4,6 mln. heeft moeten doorvoeren. Daarmee komt het uiteindelijke exploitatieresultaat van DLG over 2010 op € 3,1 mln. negatief.

Resultaat 2010

Bedragen x € 1 000

Resultaat uit normale bedrijfsuitoefening

1 553

Afwaardering Immateriële vaste activa

– 4 649

Saldo van Baten en Lasten

– 3 095

In afwachting van besluitvorming over de resultaatbestemming door de opdrachtgever, staat het behaalde resultaat voorlopig als onverdeeld resultaat op de balans. DLG zal de eigenaar toestemming vragen om het negatieve resultaat te verrekenen met de exploitatiereserve.

Begrotings- en realisatiecijfers baten-lastendienst DLG

Bedragen x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2010

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

102 294

110 252

7 958

111 940

Opbrengst overige departementen

6 012

7 515

1 503

6 455

Opbrengst derden

9 019

18 433

9 414

21 159

Rentebaten

150

0

– 150

13

Vrijval uit voorzieningen

0

165

165

498

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

117 475

136 365

18 890

140 065

     

Lasten

    

Apparaatskosten

    

– personele kosten

73 244

87 501

14 257

88 351

– materiële kosten

35 489

39 738

4 249

43 292

Rentelasten

933

541

– 392

754

Afschrijvingskosten

    

– materieel

1 795

1 353

– 442

1 393

– immaterieel

5 914

8 867

2 953

5 708

Overige lasten

  

0

 

– dotaties voorzieningen

100

1 460

1 360

496

– bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

117 475

139 460

21 985

139 994

Saldo van baten en lasten

0

– 3 095

– 3 095

71

BATEN

DLG heeft in 2010 ten opzichte van 2009 € 1,6 mln. minder opbrengst moederdepartement geboekt.

De opbrengsten voor opdrachten van overige departementen zijn licht gestegen. De opbrengsten voor opdrachten derden zijn met € 2,5 mln. afgenomen. In totaal zijn de opbrengsten met € 3,7 mln. afgenomen ten opzichte van 2009.

LASTEN

Ten opzichte van de realisatie 2009 heeft DLG in 2010 € 0,5 mln. minder kosten gerealiseerd.

De personele kosten zijn € 0,9 mln. lager, dan in 2009. DLG heeft in 2010 de materiële kosten ten opzichte van 2009 met € 3,6 mln. verlaagd. Daarnaast heeft DLG in 2010 een voorziening van € 1,5 mln. voor verlieslatende huurcontracten getroffen.

De afschrijvingskosten zijn in 2010 € 3,1 mln. hoger dan in 2009 mede als gevolg van de afwaardering van immateriële vaste activa.

Balans per 31 december 2010

Bedragen x € 1 000
 

Balans 2010

Balans 2009

Activa

  

Immateriële activa

3 488

10 113

Materiële activa

  

– grond en gebouwen

2 045

0

– installaties en inventarissen

1 683

1 840

– overige materiële vaste activa

672

3 612

Voorraden

0

0

Debiteuren

6 542

9 059

Overige nog te ontvangen

6 451

6 654

Liquide middelen

8 824

3 320

Totaal activa

29 705

34 598

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

  

– exploitatiereserve

6 140

6 068

– onverdeeld resultaat

– 3 095

71

Leningen bij het MvF

4 969

8 014

Voorzieningen

1 681

818

Crediteuren

2 190

1 430

Overige nog te betalen

17 820

18 197

Totaal passiva

29 705

34 598

Met ingang van 1 januari 2010 schrijft de Regeling baten-lastendiensten 2011 voor dat bestaande wettelijke reserves bij het opstellen van de jaarrekening 2010 te worden toegevoegd aan de exploitatiereserve. Dit betreft een stelselwijziging.

Het Eigen Vermogen per 31 december 2010 komt uit op € 3,0 mln. Het percentage Eigen Vermogen ten opzichte van de gemiddelde jaaromzet over de afgelopen drie jaar, bedraagt 2,2%.

Kasstroomoverzicht per 31 december 2010

Bedragen x € 1 000
  

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(3)=(2)–(1)

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2010 + stand depositorekeningen 

5 395

3 320

– 2 075

2.

Totaal operationele kasstroom

7 709

9 254

1 536

 

Totaal investeringen (–/–)

9 737

3 197

– 7 064

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

4 255

3 740

3.

Totaal investeringskasstroom

– 9 737

1 059

– 10 804

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (–/–)

7 709

5 648

– 2 061

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

9 737

840

– 8 897

4.

Totaal financieringskasstroom

2 028

– 4 808

– 6 836

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2010 (=1+2+3+4)

5 395

8 824

3 429

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de Rekening-courant met het Ministerie van Financiën (RHB). Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van rente, zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

De stand van de Rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) per 31 december 2010 bedraagt € 8,8 mln. Ten opzichte van het saldo per 1 januari 2010 zijn de liquide middelen met € 5,5 mln. toegenomen.

De operationele kasstroom is in 2010 toegenomen. De voornaamste oorzaak ligt in een verlaging van de debiteurenpositie met € 2,5 mln.

De investeringen in 2010 zijn lager dan de € 9,7 mln. die in de begroting is opgenomen. Na vaststelling van de begroting heeft DLG de investeringsbegroting begin 2010 bijgesteld naar € 5,4 mln. Naar aanleiding van het Regeerakkoord heeft DLG besloten minder te investeren, waardoor het uiteindelijke investeringsvolume in 2010 is uitgekomen op € 3,2 mln.

Daarnaast is het Regeerakkoord directe aanleiding geweest om een aantal ICT-investeringen stop te zetten en af te waarderen.

De afgelopen jaren heeft DLG telkens minder geïnvesteerd (en als gevolg daarvan geleend), waardoor de aflossing op leningen lager is dan begroot. Daarnaast is DLG terughoudend met het aangaan van nieuwe leningen.

Prestatiegegevens

Prestaties en kwalitatieve indicatoren

Overzicht doelmatigheidsindicatoren c.q. kengetallen per 31 december 2010

Omschrijving generieke deel

2007

2008

2009

2010

2011

Kostprijzen per product (groep)

Tarieven/ uur

€ 92,84

€ 100,76

€ 101,22

€ 105,33

 

Omzet 1 per productgroep (pxq)

     

Verwerving en vervreemding grond

19 451

20 967

22 644

20 084

 

Exploitatie grond

1 144

1 613

1 523

1 722

 

Plan vorming

17 162

23 429

23 094

21 759

 

Plan uitvoering

43 478

42 441

41 110

43 577

 

Adviezen aanvragen

5 721

8 820

6 675

3 856

 

Uitvoeren subsidie regelingen

10 297

8 212

10 047

11 019

 

Adviezen algemeen en beleid

16 018

19 990

24 448

26 214

 

Informatieverstrekking

1 144

829

1 499

988

 

Totaal

114 415

126 300

131 040

129 219

 
      

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

1 265

1 361

1 352

1 278

 

Saldo van baten en lasten (%)

1,90%

– 0,08%

0,05%

– 2,27%

 
      

Klanttevredenheid

6,9

7,3

X Noot
1

Excl. additionele opbrengsten

In 2009 heeft DLG onderzoek laten verrichten naar de klanttevredenheid onder diverse opdrachtgevers. DLG kreeg een 6,9 als cijfer. Het klanttevredenheidsonderzoek wordt iedere twee jaar opnieuw uitgevoerd. In 2011 streeft DLG om minimaal een 7,3 te halen.

Prestaties

Inzet in uren en % van totaal uren per productgroep

Producten

Realisatie 2010

Begroting 2010

Verwerving en vervreemding grond

189 117

16%

111 091

10%

Exploitatie grond

16 218

1%

19 365

2%

Plan vorming

204 897

17%

183 293

16%

Plan uitvoering

410 340

34%

520 085

46%

Adviezen aanvragen

36 315

3%

121 462

11%

Uitvoeren subsidie regelingen

103 764

9%

69 493

6%

Adviezen algemeen en beleid

246 841

20%

110 660

10%

Informatieverstrekking

9 305

1%

4 058

0%

Totaal

1 216 797

100%

1 139 507

100%

In 2010 heeft DLG 1 216 797 direct productieve uren gerealiseerd. Dat is 77 290 uren meer dan was begroot. DLG heeft in 2010 met name meer uren besteed aan advisering en beleid.

Doelmatigheidsgegevens

 

Realisatie 2010

Begroting 2010

Gemiddeld aantal productieve uren per fte werkzaam in de projecten

1 365

1 325

Verhouding tussen directe en indirecte uren

68,5% / 31,5%

68,1% / 31,9%

Gemiddelde prijs per uur (EL&I-tarief)

€ 105,33

€ 106,83

Het gemiddeld aantal productieve uren is in 2010 uitgekomen op 1 365 per fte. In de meerjarenbegroting van DLG is rekening gehouden met een jaarlijkse verbetering van het aantal productieve uren per fte.

De verhouding tussen directe en indirecte uren is nagenoeg gelijk aan de begroting. De komende jaren streeft DLG er naar het percentage direct productieve uren stapsgewijs te verhogen.

De gemiddelde prijs per uur wordt berekend door de totale kosten van normale bedrijfsuitoefening te delen door het aantal direct productieve uren. De gemiddelde prijs per uur is lager dan begroot omdat de totale kosten relatief minder zijn gestegen dan het aantal direct productieve uren.

Dienst regelingen (DR)

Profiel

Dienst Regelingen (DR) is sinds 1 januari 2006 een Baten-Lastendienst van het Ministerie van EL&I, voorheen LNV. Samen met enkele andere uitvoerende organisaties van LNV is DR vooral «huisuitvoerder» van landbouw- en natuurregelingen. Het moederdepartement is de belangrijkste opdrachtgever van DR. Daarnaast streeft DR er actief naar om met haar expertise op het gebied van met name de uitvoering van «Europese regelingen» en als facilitair bedrijf bij crisis, ook andere (overheids)opdrachtgevers te verwerven. DR wil daarbij partner zijn voor opdrachtgevers vanuit een transparante en zakelijke verhouding. De opdrachten van DR betreffen met name:

  • De uitvoering van EU-regelingen, verordeningen en verplichtingen;

  • Identificatie en Registratie van dieren, percelen en bedrijven;

  • Vergunningen en ontheffingen;

  • Subsidieregelingen en financieringsregelingen;

  • Het plattelandsontwikkelingsbeleid;

  • Het mestbeleid;

  • De crisisbestrijding.

Enerzijds gaat het om het uitvoeren van subsidieregelingen (bijv. Bedrijfstoeslagregeling), waarbij de subsidieverkrijger «direct voordeel» heeft bij de uitvoering. Anderzijds betreft het de uitvoering «regulerende regelingen» (bijvoorbeeld in het mestbeleid, dat gericht is op het bereiken van milieudoelstellingen). Doelgroepen zijn met name agrarische ondernemers, maar ook bijvoorbeeld natuurbeschermingsorganisaties.

Financieel resultaat

Het vaststellen van de financiële verantwoording en resultaatbestemming is de verantwoordelijkheid van de Secretaris-Generaal van LNV, in zijn hoedanigheid van eigenaar van DR. De financiële verantwoording, de controleverklaring en het voorstel voor resultaatbestemming worden aan hem voorgelegd. Vooruitlopend op de besluitvorming hieromtrent is het saldo van baten en lasten over het boekjaar 2010 van € 0,8 mln. positief, gerubriceerd onder het eigen vermogen.

Begrotings- en realisatiecijfers baten-lastendienst DR

Bedragen x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting 1

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

108 411

160 111

51 700

155 768

Opbrengst overige departementen

5 300

2 307

– 2 993

4 294

Opbrengst derden

16 000

17 088

1 088

17 013

Rentebaten

200

40

– 160

150

Totaal baten

129 911

179 546

49 635

177 225

     

Lasten

    

Apparaatskosten

    

– personele kosten

68 041

95 291

27 250

84 613

– materiële kosten

37 170

64 364

27 194

72 794

Rentelasten

1 900

1 669

– 231

1 422

Afschrijvingskosten

    

– materieel

1 300

415

– 885

795

– immaterieel

21 500

16 994

– 4 506

14 310

Overige lasten

    

– dotaties voorzieningen

   

0

– bijzondere lasten

    

Totaal lasten

129 911

178 733

48 822

173 934

     

Saldo van baten en lasten

0

813

813

3 291

X Noot
1

Het betreft hier de begrotingsstand zoals gepubliceerd in de LNV-begroting 2010

Baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement is ruim € 50 mln. hoger dan initieel begroot. Dit is deels veroorzaakt, doordat de overeengekomen opdracht hoger lag dan initieel begroot. In de loop van 2010 is de begroting hierop aangepast. Daarnaast was sprake van extra werkzaamheden in het kader van herstel perceelsregistratie en de omvorming van programmabeheer naar SNL.

De hogere bijdrage moederdepartement vertaalt zich ook in hogere personele en materiële kosten bij Dienst Regelingen.

Opbrengst overige departementen

De werkzaamheden die Dienst Regelingen voor andere departementen verricht zijn voor een aanzienlijk deel incidenteel. Hierdoor is de opbrengst overige departementen lastig te ramen en kan de opbrengst per jaar fluctueren.

Balans per 31 december 2010

Bedragen x € 1 000
 

31-12-2010

31-12-2009

Activa

  

Immateriële vaste activa

37 796

40 086

Materiële vaste activa

  

– grond en gebouwen

759

806

– installaties en inventarissen

1 423

1 654

– overige materiële vaste activa

 

0

Debiteuren

2 051

3 131

Nog te ontvangen

13 137

10 905

Liquide middelen

15 726

23 182

Totaal activa

70 892

79 764

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

  

– exploitatiereserve

3 741

450

– verplichte reserves

0

0

– onverdeeld resultaat

813

3 291

Leningen bij het MvF

14 262

27 192

Voorzieningen

0

0

Crediteuren

2 353

7 733

Nog te betalen

49 723

41 098

Totaal passiva

70 892

79 764

Eigen Vermogen

Het verloop van de exploitatiereserve is als volgt:

Bedragen x € 1 000
 

31-12-2010

31-12-2009

Stand 1 januari

450

– 49 428

Resultaatverwerking 2009 (en 2008)

3 291

534

Vrijval (+) / aanvulling (–) wettelijke reserves

 

9 258

Saldo (2009: conform jaarrekening 2009)

3 741

– 39 636

Stelselwijziging: overboeking saldo

 

40 086

Stand 31 december (na stelselwijziging)

3 741

450

Conform de Regeling baten-lastendiensten 2011 is bij de exploitatie- en verplichte reserve rekening gehouden met het vervallen van de verplichte reserve. Dit verklaart de vrijval van de verplichte reserve zoals deze ultimo 2009 in de boeken stond.

De exploitatiereserve is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. De maximaal toegestane omvang van de exploitatiereserve bedraagt € 8,806 mln. Met een Eigen Vermogen van € 4,5 mln. blijft DR ruim binnen dit plafond.

Kasstroomoverzicht

Bedragen x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2010

+ stand depositorekeningen

13 271

23 181

9 910

2.

Totaal operationele kasstroom

22 800

25 044

2 244

 

Totaal investeringen (–/–)

– 15 000

– 17 581

– 2 581

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

2 743

2 743

3.

Totaal investeringskasstroom

– 15 000

– 14 838

162

 

Eenmalige uitkering aan

 

moederdepartement (–/–)

   
 

Eenmalige storting door

 

het moederdepartement (+)

   
 

Aflossingen op leningen (–/–)

– 17 034

– 17 661

– 627

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

15 000

0

– 15 000

4.

Totaal financieringskasstroom

– 2 034

– 17 661

– 15 627

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2010

(=1+2+3+4)

19 037

15 726

– 3 311

Toelichting op kasstromen

In het kasstroomoverzicht worden de gerealiseerde bedragen vergeleken met de oorspronkelijk vastgestelde begroting 2010. Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2010 is sprake van een Rekening-Courantstand per 1 januari 2010 die € 9,9 mln. hoger is.

De investeringen hadden met name betrekking op software (€ 17,3 mln.).

Gelet op de beschikbare liquiditeit heeft Dienst Regelingen in 2010 geen beroep op de leenfaciliteit hoeven te doen.

Het rekening-courantsaldo komt hiermee ultimo 2010 uit op € 15,7 mln. In de begroting was uitgegaan van een saldo van € 19,0 mln.

Overzicht doelmatigheids- en kwaliteitsindicatoren

Overzicht doelmatigheids indicatoren 

2007

2008

2009

2010

Tarieven/uur 1

€ 58,35

€ 64,19

€ 93,80

€ 90,50

Index ten opzichte van 2009 (2009=100)

62,2

68,4

100,0

96,5

Omzet per productgroep

(x € 1 000)

    

Omzet GLB

   

45 520

Omzet Programma Beheer

   

30 265

Omzet NMB

   

17 138

FTE-totaal

    

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

1 063

1 087,5

1 080,8

1 064,5

Saldo van baten en lasten (%)

    

Saldo van baten en lasten

(in € 1 000)

– 15 178

534

3 291

813

Saldo van baten en lasten als % van de totale baten

– 9,2%

0,3%

1,9%

0,5%

Gerealiseerde productiviteit 2

76,3%

77,7%

75,8%

76,8%

X Noot
1

Door een stelselwijzing in het kostprijsmodel per 2009 zijn de uurtarieven t/m 2008 niet vergelijkbaar. Zodoende is voor de indexering het jaar 2009 als basisjaar genomen.

X Noot
2

Deze indicator betreft de productiviteit van ambtelijke medewerkers en zegt iets over de doelmatigheid van de bedrijfsvoering: hoe efficiënt is de dienst geweest? Directe uren buiten jaarplan en indirect (productieve) uren worden ook in deze indicator meegenomen. Uren voor ziekte en verlof niet. Hoe hoger het percentage, hoe efficiënter het omzettingsproces van beschikbare naar productieve uren. De gerealiseerde productiviteit is in 2010 toegenomen tot 76,8%.

Overzicht kwaliteitsindicatoren

2007

2008

2009

2010

Gegrond verklaarde bezwaarschriften (%) 1

31%

23%

28%

22%

Behandeltijd (in dagen)

n.v.t.

117

101

118

Behandeltijd (in werkdagen)

n.v.t.

84

72

85

Aandeel digitaal verwerkte aanvragen DR 2

n.v.t.

40%

74%

85%

Betaalschema BTR 3

  

86,3%

43,05%

Aantal klachtenbrieven 4

77

65

46

46

Telefonische bereikbaarheid:

    

Service-level 5

59%

75%

73%

62%

 

Binnen 30 sec

Binnen 30 sec

Binnen 30 sec

Binnen 30 sec

Bereikbaarheid 6

89%

94%

95%

88%

Klanttevredenheid 7

6,2

6,4

6,8

6,8

Tevredenheid praktijkpanels

    

over opvolging adviezen 8

voldoende

niet gemeten

neutraal

neutraal

X Noot
1

Deze indicator beoogt de kwaliteit van het proces van de uitvoering en/of de kwaliteit van de uitvoering te meten. Ten opzichte van 2009 is sprake van een forse verbetering.

X Noot
2

DR wil de dienstverlening naar de doelgroep optimaliseren door zoveel mogelijk informatie digitaal uit te wisselen. De indicator heeft betrekking op aanvragen die binnen GDI worden ingewonnen. Het cijfer over 2007 is niet gemeten.

X Noot
3

Uitbetaling van de BTR vindt plaats binnen de vastgestelde EU-regelgeving. De indicator heeft betrekking op de uitbetaling per 31 december. Er is geen sprake van een slechter resultaat dan 2009, maar van een ander betaalschema. De realisatie voldoet aan de doelstelling.

X Noot
4

De ontvangen klachten zijn divers en variëren van te lange doorlooptijden en onjuiste registraties tot klachten met betrekking tot regelgeving en beleid van EL&I. Het aantal klachten is ten opzichte van 2009 gelijk gebleven. In 2010 hadden de meeste klachten betrekking op de BTR en de perceelsregistratie.

X Noot
5

Het betreft hier het percentage binnengekomen calls dat binnen 30 seconden is behandeld.

X Noot
6

Het betreft hier het percentage binnengekomen calls dat daadwerkelijk wordt opgenomen.

X Noot
7

Het betreft hier de score van een tweejaarlijks klanttevredenheidsonderzoek. Het laatst bekende cijfer dateert van eind 2009.

X Noot
8

Sinds 2004 maakt DR gebruik van praktijkpanels. In deze panels worden vragen voorgelegd aan vertegenwoordigers van de agrarische sector. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om beoordeling van een conceptformulier, een verzoek om mogelijke knelpunten in de uitvoering aan te geven of een keuze te maken uit verschillende uitvoeringsvarianten, echter niet om beleidsvragen. DR vindt het van belang dat het bij de deelnemers aan de praktijkpanels duidelijk is wat er met de uitkomsten hiervan wordt gedaan. In het voorjaar 2008 is gestart met een andere vorm van doelgroepparticipatie. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een internetpanel en kunnen deelnemers ook nog voor een fysieke bijeenkomst worden gevraagd. Het grote voordeel van de nieuwe panels is, dat ze meer flexibel zijn in te zetten. In 2010 zijn echter geen fysieke bijeenkomsten geweest en is geen gebruik gemaakt van een (internet)panel waardoor geen recente gegevens bekend zijn en de realisatie van 2009 gehandhaafd blijft.

Plantenziektenkundige dienst (PD)

Algemeen

De opdracht van de Plantenziektenkundige Dienst (PD) is het weren, vrijwaren, bestrijden en beheersen van ziekten en plagen in de plantaardige sector. Dit om een duurzame, concurrerende en veilige land- en tuinbouw te bevorderen, de handel zoveel mogelijk ongestoord te laten plaatsvinden en het Nederlands landschap in stand te houden. Een duurzame, veilige en concurrerende land- en tuinbouw betekent onder andere minder gebruik en minder afhankelijkheid van chemische bestrijdingsmiddelen. Het voorkomen, dan wel beperken van ziekten en plagen levert daaraan een belangrijke bijdrage.

De PD zit samen met de AID en de VWA in een fusieproces. De fusie moet op 1 januari 2012 zijn beslag krijgen. In april 2010 is de PD samen met haar fusiepartners van start gegaan met de vorming van tijdelijke werkorganisaties.

Gespecificeerde verantwoordingsstaat 2010

Bedragen x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2010

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2009

Baten

    

Opbrengst moederdepartement

16 539

22 335

5 796

22 654

Opbrengst overige departementen

0

406

406

0

Opbrengst derden

2 151

2 663

512

2 601

Rentebaten

0

0

0

33

Vrijval uit voorzieningen

0

266

266

619

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

18 690

25 670

6 980

25 907

     

Lasten

    

Apparaatskosten

    

– personele kosten

9 947

14 782

4 835

13 416

– materiële kosten

7 518

9 675

2 157

10 140

Rentelasten

125

112

– 13

147

Afschrijvingskosten

    

– materieel

481

457

– 24

485

– immaterieel

619

473

– 146

544

Overige lasten

    

– dotaties voorzieningen

0

81

81

1 027

– bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

18 690

25 580

6 890

25 759

Saldo van baten en lasten

0

90

90

148

Toelichting

De PD heeft over 2010 een positief exploitatieresultaat behaald van € 0,1 mln. De opbrengsten zijn € 5,8 mln. hoger dan begroot. In de opbrengst moederdepartement is naast de structurele bijdrage o.a. de bijdrage voor de bestrijding van de Aziatische, Oost-Aziatische en Boskoop Boktor (€ 2 mln.), Security Onderzoek en kennisinstellingen (€ 0,6 mln.), CMV (€ 0,7 mln.) en Team Innovatieve Exoten (€ 1,1 mln.) opgenomen.

De opbrengst van overige departementen betreft een bijdrage van het ministerie van VWS voor projecten met betrekking tot de tijgermuggen en de exotische muggen. De opbrengsten derden betreffen inspecties, audits, beleidsadvies en projecten.

De kosten specialistische inhuur externen en uitzendkrachten zijn, als gevolg van het fusieproces, ten opzichte van 2009 gestegen en blijven een punt van aandacht.

Balans per 31 december 2010

Bedragen x € 1 000
 

Balans 2010

Balans 2009

Activa

  

Immateriële activa

847

934

Materiële activa

  

– grond en gebouwen

57

0

– installaties en inventarissen

1 113

2 208

– overige materiële vaste activa

1 070

1

Voorraden

41

0

Debiteuren

451

378

Nog te ontvangen

5 059

2 394

Liquide middelen

313

4 372

Totaal activa:

8 951

10 287

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

  

– exploitatiereserve

241

240

– verplichte reserve

0

0

– onverdeeld resultaat

90

148

Leningen bij het MvF

1 614

2 110

Voorzieningen

2 048

2 308

Crediteuren

689

928

Nog te betalen

4 269

4 553

Totaal passiva

8 951

10 287

Kasstroomoverzicht per 31 december 2010

Bedragen x  € 1 000
  

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(3)=(2)–(1)

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2010 + stand depositorekeningen 

1 500

4 372

2 872

2.

Totaal operationele kasstroom

1 000

– 2 499

– 3 499

 

Totaal investeringen (–/–)

– 1 000

– 1 463

– 463

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

589

589

3.

Totaal investeringskasstroom

– 1 000

– 874

126

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

0

– 148

– 148

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (–/–)

– 1 000

– 938

62

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

1 000

400

– 600

4.

Totaal financieringskasstroom

0

– 686

– 686

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2010 (=1+2+3+4)

1 500

313

– 1 187

Prestaties

De prestaties van de PD bestaan uit het aantal directe uren per product waartoe de PD een opdracht heeft gekregen. Onderstaande tabel geeft per productgroep de gerealiseerde uren weer.

In uren

Begroting 2010

Realisatie

Inspecties

33 167

29 484

Audits

7 524

3 676

Diagnoses

31 170

37 165

Beschikkingen

8 550

11 166

Implementatie

40 230

43 437

Advies

34 665

36 453

Kennis

20 599

21 886

Totaal

175 905

183 267

Kwalitatieve indicatoren

Fytosanitair indicatoren

Nr

Indicator

Begroting 2010

Realisatie 2010

1

Weren

0,88%

0,10%

2

Monitoren

1%

0,81%

3

vrijwaren

1%

0,01%

4

Notificaties (inkomend)

1%

0,25%

5

Aantal Quick scans

76

27

6

Aantal PRA's

5

53

Definities

  • Weren=Aantal Q-vondsten bij weren/ aantal zendingsinspecties weren x 100%

  • Monitoren=Aantal Q-vondsten bij monitoren / aantal bedrijfs- en perceelinspecties monitoring x 100%

  • Vrijwaren=Aantal Q-vondsten bij vrijwaren / aantal zendingsinspecties vrijwaren x 100%

  • Notificaties=Aantal zendingen afgekeurd door landen / aantal zendingen naar landen x 100%

Kennis

Nr

Indicator

Begroting 2010

Realisatie 2010

1

Expertbijdragen

216

616

2

Publicaties

19

87

3

Diagnostische protocollen

17

168

Toelichting

  • 1. Vraag gestuurd werk, in 2010 veel verzoeken voor kennisoverdracht afgehandeld.

  • 3. Meer productie door komende accreditatie Laboratorium

Klanttevredenheid

Nr.

Indicator

Begroting 2010

Realisatie 2010

1

Bezwaar

16

10

2

Klachten

8

2

3

Klanttevredenheid/Klachten product advies

>3

2

4

Afgehandelde diagnoses

6 000

5 729

a

Doorlooptijd inspecties

90

90

c

Doorlooptijd notificaties

15

13

Doorlooptijd in minuten. Doorlooptijd diagnoses varieert van 1 uur tot 3 maanden.

Definities

  • Doorlooptijd inspecties (werkdagen)=Tijd geplande aanvang inspectie minus feitelijke aanvangstijd

  • Doorlooptijd notificaties (werkdagen)=Het gemiddelde aantal werkdagen tussen diagnose van een Q-vondst en het uitsturen van een notificatie naar het exporterende land.

Voedsel en Warenautoriteit (VWA)

Algemeen

De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) werkt aan veilig en gezond voedsel, veilige producten en gezonde dieren. Daartoe brengt de VWA risico’s in beeld, beoordeelt ze, communiceert erover met, en maakt ze beheersbaar in de samenleving.

De VWA draagt bij aan het beheersen en verminderen van gezondheids- en veiligheidsrisico’s. Hiertoe bewaakt de VWA de veiligheid van voedsel, consumentenartikelen en diergezondheid in de hele productie en handelsketen.

De VWA wil haar missie realiseren door het uitoefenen van drie kerntaken:

  • 1. toezicht op naleving van wet en regelgeving op het gebied van voedsel, waren, diergezondheid en dierenwelzijn;

  • 2. risico beoordeling en onderzoek: het signaleren van analyseren van (mogelijke) bedreigingen en het uitvoeren van wetenschappelijke risicobeoordeling;

  • 3. risicocommunicatie: het communiceren over risico’s en het beheersen en verminderen daarvan op basis van betrouwbare informatie.

De VWA ontvangt een bijdrage van LNV (beleidsartikelen 21 en 25) en het ministerie van volksgezondheid, Welzijn en Sport (beleidsartikel 41).

Gespecificeerde verantwoordingsstaat 2010

Bedragen x € 1 000
 

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Baten

   

Opbrengst moederdepartement

19 890

41 166

21 276

Opbrengst overige departementen

80 484

81 564

1 080

Opbrengst DGF

500

3 290

2 790

Opbrengst derden

64 949

63 259

– 1 690

Rentebaten

 

46

46

Vrijval uit voorzieningen

 

425

425

Bijzondere baten

   

Totaal baten

165 823

189 750

23 927

    

Lasten

   

Apparaatskosten

   

– personele kosten

105 365

139 041

33 676

– materiële kosten

51 862

49 055

– 2 807

Rentelasten

986

791

– 195

Afschrijvingskosten

   

– materieel

3 794

3 881

87

– immaterieel

3 116

1 806

– 1 310

Overige lasten

   

– dotaties voorzieningen

700

699

– 1

– bijzondere lasten

   

Totaal lasten

165 823

195 273

29 450

Saldo van baten en lasten

0

– 5 523

– 5 523

Toelichting

De VWA heeft over 2010 een negatief resultaat van € 5,5 mln. behaald.

De totale ontvangsten zijn € 23,9 mln. hoger dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door:

  • De ontvangen additionele financiering voor het financieringstekort op tarieven en het roodvleesconvenant ad € 6,3 mln.

  • De bijdrage voor cliënt ad € 3,5 mln.

  • Diergezondheidsfonds ad € 3,3 mln.

  • de ontvangen bijdrage voor de financiering van de kosten voor de realisatie van de fusie ad € 7,9 mln.

De personele kosten zijn € 33,7 mln. hoger dan begroot. Dit wordt mede veroorzaakt door de opname van reis- en verblijfskosten ad € 10,8 mln. onder overige personeelskosten.

Balans per 31 december 2010

Bedragen x € 1 000
 

Balans 2010

Balans 2009

Activa

  

Immateriële activa

6 164

3 795

Materiële activa

  

– grond en gebouwen

2 052

2 843

– installaties en inventarissen

2 361

2 665

– overige materiële vaste activa

6 744

8 358

Voorraden

1 207

1 411

Debiteuren

11 067

11 224

Nog te ontvangen

10 075

5 724

Liquide middelen

31 014

36 012

Totaal activa

70 684

72 032

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

  

– exploitatiereserve

5 693

7 095

– verplichte reserve

0

0

– onverdeeld resultaat

– 5 523

– 1 402

Leningen bij het MvF

10 428

9 758

Voorzieningen

22 426

22 394

Crediteuren

5 630

6 555

Nog te betalen

32 030

27 632

Totaal passiva

70 684

72 032

Kasstroomoverzicht per 31 december 2010

Bedragen x € 1 000
  

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(1)

Realisatie

(2)

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(3)=(2)–(1)

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2010 + stand depositorekeningen 

42 153

36 012

– 6 141

2.

Totaal operationele kasstroom

6 910

– 1 687

– 8 597

 

Totaal investeringen (–/–)

– 9 849

– 6 305

3 544

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

 

962

962

3.

Totaal investeringskasstroom

– 9 849

– 5 343

4 506

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

   
 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

   
 

Aflossingen op leningen (–/–)

– 7 795

– 4 718

3 077

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

9 849

6 750

– 3 099

4.

Totaal financieringskasstroom

2 054

2 032

– 22

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2010 (=1+2+3+4)

41 268

31 014

– 10 254

Prestaties

Inspecties en keuringsuren

Inspecties en keuringen

Begroting 2010

aantal uren

Realisatie

Voedselveiligheid

184 000

147 122

Productveiligheid

44 000

43 614

Drank, horeca, tabak

98 000

118 425

Overige inspecties

161 000

89 791

(netto) Keuringsuren

253 000

337 116

Bestuurlijke boetes

Aantal boetebeschikkingen per wet

Begroting 2010

Realisatie

Warenwet

2 500

3 223

Tabakswet

1 000

1 483

Drank- en horecawet

200

345

Wet Gewasbescherming en Biociden

300

498

Gezondheid en Welzijnswet voor dieren

50

8

Geneesmiddelenwet

10

17

Aantal bezwaren en beroepen

Begroting 2010

Realisatie 2010

Bezwaren

400

624

Beroepen

100

101

Hoger beroep

10

39 1

X Noot
1

waarvan 34 betrekking hebben op de Tabakswet.

Kostprijs

Kostprijs (gemiddeld per uur)

Begroting 2010

Realisatie 2010

VWA

€ 114,32

€ 113,25

De nacalculatorische kostprijs is bijna 1 % lager de in de begroting opgenomen kostprijs. De nacalculatorsche kostprijs (€ 113,25) is lager dan de in de begroting opgenomen kostprijs (€ 114,32), maar hoger dan in de definitieve voorcalculatie VWA 2010 (€ 111,15).

Extern gerichte indicatoren

Klachten over handelen VWA

Deze indicator heeft betrekking op de uitvoering van beleid door VWA medewerkers (inclusief facturering) Het beleid zelf is vastgesteld door de beide opdrachtgevers; LNV en VWS. In de onderstaande tabel staat behalve het absolute aantal klachten ook het relatieve belang ervan weergeven in kolom %. Dit percentage is berekend over het aantal klachten te delen door het aantal inspecties respectievelijk monsteranalyses te delen door het aantal uren en voor de keuringen- door het aantal uren.

Werkzaamheden

Begroting 2010

Realisatie 2010

Inspecties

487 000

398 952

Monsteranalyses

230 271

Keuringen

253 000

337 116

Werkzaamheden

Begroting 2010

Realisatie 2010

Inspecties

0,01%

0,02%

Monsteranalyses

0%

0%

Keuringen

0,02%

0%

Afhandelsnelheid en informatieverzoek en klachten/incidenten melding

Het streven is dat de informatieverzoeken en klachten/incidentmeldingen die bij de meldkamer van de VWA binnenkomen binnen 6 weken worden afgehandeld. Voor een deel van deze verzoeken kan de behandeltermijn van 6 weken vaak niet worden gehaald, omdat het handhavingtraject langer is.

Klachten/incidentenmeldingen

Begroting 2010

Realisatie

Totale hoeveelheid verzoeken en klachten/meldingen

50 000

38 391

Waarvan klachten over voedsel, producten en dieren

7 000

4 135

Percentage behandeling verzoeken, klachten/meldingen < 6 weken

95%

95,1%

Klachten ITAT (drank\tabak)

 

3 472

Bekendheid

Met betrekking tot de naamsbekendheid van de nVWA wordt een onderscheid gemaakt tussen spontane en geholpen naamsbekendheid.

Bekendheid

Begroting 2010

Realisatie 2010

Spontaan

20%

16%

Geholpen

80%

76%

Gevoel van product- en voedselveiligheid

Voedselveiligheid

Begroting 2010

Realisatie 2010

Voedingsmiddelen worden steeds veiliger

3,41

Ik maak me zorgen over de veiligheid van voedingsmiddelen

2,63

Ik voel me onbehaaglijk over de veiligheid van voedingsmiddelen

2,50

Indicator: «Het vertrouwen van de consumenten in voedsel» was voor 2010 3,37 (2008: 3,30, 2009 3,46).

D. BIJLAGEN

1. TOEZICHTRELATIES EN ZBO’s/RWT’s

 

Externe organisatie (met wettelijke en/of bestuurlijke taak)

Afkorting

RWT

ZBO

Functie

(Beleids-) artikel(en)

Realisatie van de ramingen in de begroting

Bijdrage LNV 2010

(x € 1 000)

URL

1

Agrarische Opleidingscentra (13)

AOC’s

X

 

De AOC’s zijn de kennisinstellingen / opleidingsinstituten voor voeding, natuur en milieu op MBO/VMBO-niveau.

26

507 635

124 276

 

2

Bureau Beheer Landbouwgronden

Commissie Beheer Landbouwgronden

BBL

CBL

X

X 1

X

BBl is belast met de verwerving van onroerend goed voor het realiseren van overheidsdoelen in het landelijk gebied met betrekking tot de thema’s natuur, landbouw, recreatie, landschap, water en milieu

23, 24

2

 

www.dlg.nl

3

College Toelating Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (vh. CTB)

CTgB

X

X

Het Ctgb oordeelt over de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden op basis van Europees geharmoniseerde wet- en regelgeving.

21

1 724

 261

www.ctgb.nl

4

AOC Raad (Bureau Erkenningen)

BE

X

 

Bureau Erkenningen (BE) van de AOC Raad, in de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Rgb), aangewezen als instantie voor het verstrekken van vakbekwaamheidsbewijzen gewasbescherming.

    

5

Faunafonds

FF

X

X

Taken FF:

het bevorderen van maatregelen ter voorkoming en bestrijding van schade door dieren behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten; het in daarvoor in aanmerking komende gevallen verlenen van tegemoetkomingen in geleden schade, aangericht door dieren behorende tot de beschermde inheemse diersoorten; gedeputeerde staten van de provincies van advies dienen over de uitvoering van taken die hen zijn opgedragen krachtens de Flora- en faunawet;

de minister van advies dienen bij het ontwerp van algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen.

23

13 368

7 928

www.faunafonds.nl

6

Herinrichtingscommissie Oost-Groningen & Drents-Groningse Veenkoloniën 3

 

X

 

24

 

 

 

7

Hogere Agrarische Onderwijsinstellingen (6)

HAS

X

 

De HAS’en zijn de kennisinstellingen / opleidingsinstituten voor voeding, natuur en milieu op HBO-niveau.

26

79 664

68 370

 

8

Kamer voor de Binnenvisserij3

KVB

 

X

 

 

 

 

 

9

Raad voor de Plantenrassen

RvP

 

X

De Raad voor plantenrassen geeft uitvoering aan de Zaaizaad- en Plantgoedwet op het gebied van toelating van plantenrassen en verlening van intellectuele eigendomsbescherming m.b.t. plantenrassen (kwekersrecht).

29

 

 900

www.plantenrassen.nl

10

Reconstructiecommissie Midden Delfland3

 

X

 

24

   

11

Regionale Grondkamers (5)

 

X

Bevorderen van goede pachtverhoudingen in Nederland, toetsen van de inhoud van pachtovereenkomsten aan de dwingend rechtelijke bepalingen van de Pachtwet, uitvoeren van een prijstoetsing en toetsen van overeenkomsten van korte duur, bepalen van verpachte waarde.

 

 

 

www.grondkamers.nl

12

Rendac BV

X

 

Ophalen, verwerken en (laten) vernietigen van dierlijke restmaterialen en kadavers (categorie 1- en 2-materiaal, niet bestemd voor consumptie).

25

2 638

 

www.rendac.com

13

Staatsbosbeheer

SBB

X

X

Staatsbosbeheer richt zich op de volgende hoofddoelstellingen:

het instandhouden, herstellen en ontwikkelen van natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden in de gebieden van Staatsbosbeheer;

het bevorderen van recreatie in zo veel mogelijk gebieden van staatsbosbeheer;

het leveren van een bijdrage aan de productie van milieuvriendelijke en vernieuwbare grondstoffen zoals hout.

23, 24

93 243

87 621

www.staatsbosbeheer.nl

14

Stichting Bloembollenkeuringsdienst

BKD

X

X

Stichting BKD geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet, Landbouwkwaliteitsbesluit bloembollen, de Plantenziektenwet en aan Europese wetgeving m.b.t. bloembollen.

 

 

 

www.bkd.nl

15

Stichting Borgstellingsfonds Landbouw 4

BF

 

X

Het doel van het Borgstellingsfonds is de ontwikkeling van de landbouw te bevorderen.

BF voert twee regelingen uit: Besluit Borgstellingsfonds (Bbf) en Besluit Bijzondere Borgstellingen (BF+)

Bbf verleent subsidie in de vorm van garanties t.b.v. ontwikkeling van landbouwbedrijven. BF+ verleent garanties t.b.v. vernieuwing en herstructurering (bijv. duurzaamheid).

 

 

 

 

16

Stichting Centraal Orgaan Kwaliteitsaangelegenheden Zuivel

COKZ

X

X

Controle en inspectie, erkenningen, keuringen van zuivelproducten en het uitreiken van merken, tekenen van bewijsstukken op basis van de Landbouwkwaliteitswet.

25

5

 

www.cokz.nl

17

Stichting Controlebureau Pluimvee, Eieren en Eiproducten

CPE

X

X

Controle op grond van het Landbouwkwaliteitsbesluit (LKB) Eieren en het LKB Eiproducten van de naleving van de wettelijke regels voor eieren vastgelegd in onder andere het Legkippenbesluit en de EU-verordening voor de handelsnormen voor eieren.

 

 

 

www.cpe.nl

18

Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek

DLO

X

 

In het algemeen belang bijdragen aan strategisch en toepassingsgericht onderzoek op het gebied van productie, verwerking, afzet en handel van agrarische producten, van de visserij, van het natuur- en milieubeheer, van de openluchtrecreatie en van het beheer en de inrichting van het landelijk gebied.

26

186 728

162 271

http://www.wur.nl/NL/

19

Stichting Fonds MKZ-AI 4

 

X

financiële ondersteuning t.b.v. bedrijfsvoortzetting/ -continuïteit bieden aan agrarische- en MKB-ondernemers die onevenredig getroffen zijn door MKZ/AI-maatregelen

    

20

Stichting Kwaliteitscontrole Alternatieve Landbouwproductiemethoden

SKAL

X

X

Stichting Skal geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet m.b.t. biologische productiemethoden.

 

 

 

www.skal.nl

21

Stichting Kwaliteitscontrolebureau Groente en Fruit

KCB

X

X

Stichting KCB geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet, de Plantenziektenwet en de Landbouwkwaliteitsregeling Controle Groenten en Fruit voor import en export.

21

 

 

www.kcb.nl

22

Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw

NAK-T

X

X

Stichting Naktuinbouw geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet, de Zaaizaad- en Plantgoedwet en de Plantenziektenwet m.b.t. tuinbouwteeltmateriaal in de sectoren bloemisterij-, fruit- en groentegewassen.

 

 

 

www.naktuinbouw.nl

23

Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdiensten (Zaaizaad en Pootgoed Landbouwgewassen)

NAK

X

X

Stichting NAK geeft uitvoering aan de Landbouwkwaliteitswet, de Zaaizaad- en Plantgoedwet en de Plantenziektenwet m.b.t. zaaizaad en pootgoed in de sector landbouwgewassen.

 

 

 

www.nak.nl

24

Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds Landbouw4

O&S lb

 

X

Het doel is de bevordering van de ontwikkeling en sanering van de landbouw. (art. 2 statuten)

Door te bevorderen dat maatregelen worden genomen en voorzieningen worden getroffen, die kunnen leiden tot een verbetering van de structuur van de landbouw.

    

25

Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds Visserij4

O&S vis

 

X

Het doel is de ontwikkeling en sanering van de zee- en kustvisserij te bevorderen. (art. 2 statuten)Door te bevorderen dat maatregelen worden genomen en voorzieningen worden getroffen, die kunnen leiden tot een verbetering van de structuur van de bedrijfsmatige uitgeoefende Nederlandse zee- en kustvisserij, waaronder begrepen de vangst en aanvoer, van de handel in door zee- en kustvisserij verkregen producten en van die producten en be- en verwerkende industrie.

 

 

 

 

26

Wageningen Universiteit

WU

X 6

 

Wageningen Universiteit is de belangrijkste Europese Universiteit op het gebied van de Life Sciences. Onderzoekers en studenten van Wageningen Universiteit richten zich op onderwerpen op het terrein van de voeding, gezondheid, natuur en leefomgeving.

 26

160 684

158 675

http://www.wur.nl/NL/

X Noot
1

Staatsbosbeheer en BBL zijn ZBO, maar vallen niet onder de Kaderwet ZBO.

X Noot
2

De bijdrage is opgenomen in het Investeringsbudget Landelijk Gebied en loopt daarom via de provincies.

X Noot
3

Opheffing voorgenomen

X Noot
4

In opheffing

X Noot
5

De bijdrage aan de Stichting Centraal Orgaan Kwaliteitsaangelegenheden Zuivel en de bijdrage aan het Bureau Diergeneesmiddelen worden vanaf 2008 geleverd door het Ministerie van VWS.

X Noot
6

De onderwijsinstellingen zijn partieel ZBO, namelijk voor het deel waarin zij examens afnemen en beoordelen.

2. EU-BIJLAGE

1. Inleiding

Deze EU-bijlage biedt inzicht in de Europese geldstromen die relevant zijn voor de beleidsterreinen van LNV. Deze bevat een samenhangend overzicht van deze geldstromen en de cofinanciering met LNV-middelen en middelen van andere overheden en private partijen. De betreffende EU-middelen zijn gestoeld op het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) en het EU-Structuurbeleid. Binnen het GLB zijn twee pijlers te onderscheiden. De eerste pijler bestaat voor een klein deel nog uit het klassieke markt- en prijsbeleid en voor het grootste deel uit de zgn. (merendeels ontkoppelde) inkomenssteun. De tweede pijler is het plattelandsbeleid. Het markt- en prijsbeleid richt zich op het stabiliseren van de landbouwprijzen en -inkomens. Hiervoor worden instrumenten ingezet als exportrestituties en interventiemaatregelen. Dit klassieke markt- en prijsbeleid is de laatste jaren stap voor stap afgebouwd en inmiddels grotendeels vervangen door een generiek systeem, de van de productie ontkoppelde directe inkomenssteun, die is verbonden aan maatschappelijke prestaties op het gebied van milieu, natuur, voedselveiligheid en dierenwelzijn. Het plattelandsbeleid richt zich op versterking van de concurrentiekracht van de landbouw, op diversificatie van de plattelandseconomie en op het zorgdragen voor natuur- en landschapsbeheer.

Het GVB is in de eerste plaats gericht op de ontwikkeling van een verantwoorde visserijketen waarmee een evenwichtige en duurzame exploitatie van de visstand wordt bevorderd. Hiertoe zijn in EU-verband regels opgesteld onder andere ten aanzien van minimummaaswijdten, minimum maten, gesloten tijden en gebieden en beperkingen voor bepaalde visserijmethoden. Tevens zijn afspraken gemaakt ter bevordering van stabiliteit van de vismarkt. Het EU-structuurbeleid is tot slot gericht op versterking van de sociale en economische cohesie tussen de regio’s in de EU. Naast het plattelandsbeleid uit de 2e pijler van het GLB, zijn ook vanuit dit beleid maatregelen gericht op de ontwikkeling van het platteland aan de orde.

2. Geldstromen

Aan de genoemde elementen van het Europese beleid op het terrein van LNV zijn geldstromen naar de lidstaten verbonden. Vanaf oktober 2006 bestaan er twee fondsen voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, te weten het Europese Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europese Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). De geldstromen uit de eerste pijler worden volledig Europees gefinancierd. Bij de plattelandsmaatregelen uit de 2e pijler dient er sprake te zijn van nationale cofinanciering door de overheid.

Het GVB bestaat voornamelijk uit gezamenlijke afspraken en regelgeving op communautair niveau. De gezamenlijke afspraken en regelgeving uit het GVB worden vanuit Brussel ondersteund door subsidies verbonden aan het Europees Visserij Fonds (EVF). Voor de uitvoering van het Europees structuurbeleid zijn meerjarige afspraken over doelstellingen gemaakt (Doelstelling 2, D2). De afspraken verbonden aan Doelstelling 2 worden deels medegefinancierd vanuit het Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling (EFRO).

In tabel 1 is een overzicht van de ontvangen programmagelden vanuit de EU opgenomen. De uitgaven uit hoofde van het markt- en prijsbeleid en de inkomenssteun geschieden buiten begrotingsverband en komen via officieel erkende betaalorganen in Nederland (DR en DLG) rechtstreeks vanuit de EU bij de belanghebbende terecht. Deze uitgaven worden door de betaalorganen (buiten de LNV-begroting) verantwoord richting de Europese Commissie. Uitgaven en ontvangsten voor plattelandsbeleid die behoren tot het Plattelandsontwikkelingsplan (POP) worden voor wat betreft de uitgaven door LNV wel op de LNV-begroting verantwoord.

Tabel 1 Programma-uitgaven voor het jaar 2010 (x € 1 mln.)
 

Begroting 2010

Realisatie 2010

Financieringsbron Beleid

EU 1

LNV

Overig 2

EU1

LNV

Overig2

GLB

      

Inkomens- en productiesteun/markt- en prijsbeleid

1 000

n.v.t.

n.v.t.

1 027

n.v.t.

n.v.t.

Waarvan Artikel 68

(22,0)

2,3

n.v.t.

0

0

0

       

Plattelandsontwikkelingsprogramma POP-2 2007–2013

      

Verbetering van het concurrentievermogen van de land- en bosbouwsector (as 1)

20,9

8,9

12

14,9

9,0

5,9

Verbetering van het Milieu en het platteland (as 2)

20,9

0,8

21,6

19,0

0,7

18,3

De leefkwaliteit op het platteland en diversificatie van de plattelandseconomie (as 3)

20,9

0

62,6

21,2

0

21,2

Uitvoering leader-aanpak (as 4)

7,0

0

14

8,6

0

8,6

Kosten technische bijstand

0,6

0,35

0,35

0,3

0,15

0,15

       

POP-NU (Nieuwe uitdagingen)

14,9

3,2

1,7

0

0

0

       

Totaal

1 085,2

15,55

112,25

1 091,0

9,85

54,15

X Noot
1

De EU-bijdragen worden buiten begrotingsverband geraamd en verantwoord. De EU-ontvangsten betreffen de bij de EC gedeclareerde uitgaven over de periode 16 oktober 2009 t/m 15 oktober 2010.

X Noot
2

De post «Overig» betreft de nationale cofinanciering door andere overheden dan het Rijk (provincies, gemeenten, waterschappen en private partijen)

Toelichting

Inkomenssteun- en productiesteun

De bij de EU gedeclareerde uitgaven over de periode 16 oktober 2009 t/m 15 oktober 2010 bedraagt € 1 027 mln. Hiervan heeft € 807 mln. betrekking op uitbetalingen voor rechtstreekse steun aan agrariërs in de vorm van de Bedrijfstoeslagregeling (BTR) en heeft een bedrag van € 220 mln. betrekking op exportrestituties en steunmaatregelen van landbouwproducten.

POP

Ter uitvoering van de maatregelen uit de Verordening worden rijksregelingen en provinciale programma’s ingezet. POP2 is op 20 juli 2007 door de Europese Commissie goedgekeurd en in 2009 op basis van het Health Check besluit en het economisch herstelplan aangepast. De uitgaven kunnen middels de N+2-regeling worden ingelopen. Tot en met 2010 is er € 167 mln. bij de EU gedeclareerd waarmee het beschikbare budget tot en met 2008 (€ 143 mln.) is gehaald.

De tot en met 2010 gerealiseerde bijdrage van de EU blijft op enkele onderdelen achter bij de raming. De oorzaak ligt hierbij vooral bij as 1 Verbetering concurrentiekracht (achterblijvende uitgaven voor verduurzaming en verbetering infrastructuur circa € 10 mln.) en bij as 3 Leefkwaliteit platteland (€ 12 mln.).

Douane-rechten op landbouwproducten

Tegenover de Europese subsidie-uitgaven staan ook afdrachten aan de EU. De voor LNV relevante afdrachten zijn de zogenaamde douanerechten op landbouwproducten en productieheffingen. Deze douanerechten en productieheffingen zijn een deel van de totale afdrachten van Nederland aan de Europese Unie van circa € 3 miljard per jaar. Verantwoording over de EU-afdrachten vindt plaats via het jaarverslag van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Tabel 2 Ontvangsten in 2010 uit hoofde van heffingen en douanerechten op landbouwproducten (in € mln.)
 

Begroting

Realisatie

Douanerechten op landbouwproducten en productieheffingen

303

246

Toelichting

Deze ontvangsten worden verantwoord op artikel 29 van de LNV-begroting. De lagere ontvangsten zijn het gevolg van de economische crisis waardoor de invoer van landbouwproducten is afgenomen.

3. De eerste pijler van het GLB (markt- en prijsbeleid, inkomenssteun)

Het markt- en prijsbeleid richt zich op de stabilisatie van landbouwprijzen en -inkomens. Sinds 1992 is regelmatig sprake van hervormingen van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. In hoofdlijnen kan worden gesteld dat de klassieke instrumenten als exportrestituties, productiesteun en interventie getransformeerd worden naar vormen van inkomenssteun. In 2006 heeft de ontkoppeling van de productie plaatsgevonden. Een groot aantal steunregelingen (zoals akkerbouw, dierlijke regelingen met uitzondering van de slachtpremies) zijn daarbij opgenomen in de bedrijfstoeslagregeling.

In november 2008 heeft de EU in het kader van de Health Check het landbouwbeleid opnieuw aangepast. Op voorstel van de Commissie is de EU verder gegaan op de weg die was ingeslagen in de Mid Term Review van 2003 met het doel het GLB verder te moderniseren en bij te sturen zodat de EU-landbouw beter in kan spelen op de groeiende vraag naar landbouwproducten. Het markt- en prijsbeleid wordt verder afgeslankt.

Ontkoppeling

Met de Health Check is afgesproken dat de nog resterende gekoppelde betalingen grotendeels zullen worden ontkoppeld. In 2009 is de implementatie van deze afspraak voorbereid met als resultaat dat in 2012 alle steunregelingen in Nederland zullen zijn ontkoppeld, waarbij reeds in 2010 een eerste grote stap is gezet met de ontkoppeling van de slachtpremie. In 2012 worden de laatste stappen gezet met de ontkoppeling van de aardappelzetmeelsteun als belangrijkste onderdeel.

Artikel 68

Met het Health Check-akkoord is een zogenaamd artikel 68 geïntroduceerd waarmee een deel van de nationale enveloppe voor inkomenssteun kan worden herbestemd voor het stimuleren van bijvoorbeeld milieuvriendelijke landbouw, kwaliteitslandbouw en risicoverzekeringen. Van belang is daarbij dat gebruik van artikel 68 betekent dat de betreffende middelen behouden blijven in de eerste pijler. Afgesproken is dat het vanaf 2010 mogelijk wordt om artikel 68 toe te passen. Verschillende doelen, waaronder dierenwelzijnmaatregelen, kunnen met het nu gecreëerde artikel 68 worden gediend.

Van belang is in dit verband eveneens dat deze artikel 68-maatregelen kunnen worden gefinancierd met ongebruikte middelen uit de nationale enveloppe voor inkomenssteun. Bij de huidige stand van zaken betekent dit dat voor Nederland in de jaren 2010 en 2011 ongeveer € 22 miljoen per jaar aan onbenutte bedrijfstoeslagen alsnog via artikel 68 kunnen worden ingezet. In 2009 zijn de maatregelen ontwikkeld die Nederland wil inzetten via artikel 68 en deze zijn conform de Europese afspraken gemeld. In 2010 zijn de volgende maatregelen toegepast:

  • de stimulering van de bouw van integraal duurzame stallen, met name gericht op dierenwelzijn;

  • een stimulans voor een brede weersverzekering;

  • de ondersteuning van de introductie van de elektronische I&R voor schapen en geiten;

  • een vaarvergoeding ten behoeve van de exploitatie van percelen die per boot moeten worden bereikt.

In 2010 hebben geen uitgaven plaatsgevonden in het kader van artikel 68. De wettelijke termijn voor uitbetaling is 30 juni 2011. Deze maatregelen worden in 2011 voortgezet, aangevuld met maatregelen om diervriendelijke productiemethoden verder te stimuleren.

Deze toepassing van artikel 68 geeft, in combinatie met het aangepaste Plattelandsbeleid (zie de volgende paragraaf), invulling aan een innovatieve en duurzame productie en maatschappelijke dienstverlening, waaronder:

  • het stimuleren van de bouw van dier- en milieuvriendelijke stallen;

  • bovenwettelijke dierenwelzijnmaatregelen;

  • een brede weersverzekering voor alle open teelten en alle weerrisico’s;

  • een centrale database voor een I&R-systeem voor schapen en geiten;

  • een vaarvergoeding voor boeren in waterrijke gebieden;

  • verbetering van waterkwaliteit en -kwantiteit;

  • reductie van milieuverliezen uit de landbouw;

  • ondersteuning van landbouwers in maatschappelijk waardevolle gebieden.

Zuivel

In 2010 zijn voor de zuivel in hoofdlijnen onderstaande aanpassingen doorgevoerd :

  • De interventiemechanismen voor boter en magere melkpoeder

    In de huidige regeling kan tegen vaste prijzen en voor een vastgestelde periode magere melkpoeder en boter ter interventie worden aangeboden tot max. 109 000 resp. 30 000 ton. Dit systeem werd in 2009 aangevuld door een inschrijvingsprocedure waarbij het maximumprijsniveau niet het huidige interventieprijsiveau mag overschrijden. Ruim 80 000 ton boter en 280 000 ton magere melkpoeder werden in 2009 uit de markt genomen.Deze voorraden zijn in 2010 weer grotendeels op de markt gebracht doordat de zuivelmarkt sterk verbeterde. De botervoorraad is geheel verkocht en van de melkpoeder is nog 80 000 ton beschikbaar voor de verkoop.

  • Particuliere opslagregeling voor boter en kaas

    De particuliere opslagregeling voor kaas is in 2009 afgeschaft.Voor boter is de regeling omgevormd tot een facultatieve regeling, waarbij de Commissie jaarlijks beoordeelt of, gezien de marktontwikkelingen, het nodig is steun te verlenen. In 2010 is ruim 50 000 ton boter in de particuliere opslag gegaan.

  • Afzetsteun voor melkeiwit

    De steunmaatregel voor melkeiwit is door de goede marktsituatie in 2010 niet toegepast.

  • Melkquotering

    Besloten werd om de melkquotering te laten eindigen op 1 april 2015. Door de quota jaarlijks uit te breiden wordt een zachte landing van het systeem bewerkstelligd. In het quotum jaar 2010/2011 is het melkquotum in Nederland met 1% verhoogd.

4. De tweede pijler van het GLB (plattelandsbeleid)

Het Plattelandontwikkelingsprogramma (afgekort POP) is een Europees subsidieprogramma dat gericht is op de ontwikkeling van het platteland in brede zin. In de uitvoering ervan is sprake van EU- en nationale cofinanciering. Het POP 2007–2013 (ook wel POP2) volgt op de eerste periode 2000–2006.

Programmadocument POP2

Nederland heeft voor de programmeringperiode 2007–2013 een landsdekkend POP opgesteld, zonder opdeling in regionale of provinciale programma’s. Dit programma is in juni 2007 goedgekeurd door de Europese Unie. De uitvoering van dit programma loopt in grote lijnen via twee sporen: een sectoraal spoor (via het ondernemersprogramma van LNV) en een gebiedsgericht programma (deels via het Investeringsbudget Landelijk Gebied).

In het EU-plattelandsbeleid is sprake van vier hoofddoelen, «assen» genoemd, waarbinnen Europa een aantal maatregelen voorstelt. Elke lidstaat maakt een programma waarin de vier assen terugkomen:

As 1. Verbetering van het concurrentievermogen van de land- en bosbouwsector.

As 2. Verbetering van het milieu en het platteland.

As 3. De leefkwaliteit op het platteland en diversificatie van de plattelandseconomie.

As 4. Invoeren van de Leader-aanpak

Het aan de Health Check besluiten aangepaste Nederlandse Plattelandsontwikkelings Programma is eind 2009 goedgekeurd, waardoor de komende jaren aanvullend ca € 150 miljoen beschikbaar komt voor ondersteuning van maatschappelijke waarden op het gebied van natuur-, milieu-, gebied- en waterkwaliteit, innovatie en duurzame energie. De uitvoering van de maatregelen zal voor een belangrijk deel door de provincies ter hand worden genomen, inclusief de nationale cofinanciering.

In 2010 heeft een midterm review plaatsgevonden van het Europees plattelandsbeleid. In 2011 wordt bekeken in hoeverre dit aanleiding geeft voor aanpassingen van het programma.

Financiële verordening (EG) nr. 1290/2005

Bij de (inhoudelijke) verordening hoort de verordening met betrekking tot financiering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid die op 21 juni 2005 door de Europese Commissie is vastgesteld. In de financiële verordening is onder meer bepaald dat voor POP het N+2 regime gaat gelden. De financiële verordening bevat daarnaast (gedetailleerde) bepalingen met betrekking tot toezicht, evaluatie, beheer en controle. Nederland ontvangt voor het POP in de periode 2007–2013 ruim € 593 miljoen EU financiering (incl. Health Check middelen). Voor een groot deel van deze gelden mag de EU financiering maximaal 50% bedragen. Derhalve dient Nederland de Europese gelden altijd op te hogen met een minstens even grote bijdrage. In het programmadocument is hierin voorzien. Tegelijk met de Health Check voorstellen is het oorspronkelijk budget met € 9 mln. opgehoogd waarvoor de nationale financiering van 50% ook van toepassing is.

Met het health-check accoord zijn extra modulatiegelden (€ 97 mln.) toegevoegd aan het POP-2 plafond. Afgesproken is dat de lidstaat hier zorg draagt voor 25% co-financiering en dat het EU-aandeel 75% bedraagt.

5. De structuurfondsen: Europees Visserij Fonds

Europees Visserij Fonds (EVF)

De Europese Commissie heeft, in het kader van Europees Visserij Fonds (EVF), een communautaire bijdrage van € 48,6 miljoen toegekend aan Nederland voor de periode 2007–2013. Daarnaast levert Nederland een nationale bijdrage van € 72,1 miljoen. Onderstaand tabel bevat een overzicht van de uitgaven in 2010.

Tabel 3 Europees Visserij Fonds (EVF) (x € 1 mln.)
 

Begroting 2010

Realisatie 2010

Financieringsbron Beleid

EU 1

LNV 2

Overig

EU

LNV

Overig

Europees Visserijfonds (EVF)

6,9

8,3

1,0

2,45

6,33

0,4

       

Duurzame visserijmethodes (As 1 EVF)

1,3

2,4

0,08

Aquacultuur, binnenvisserij, verwerking en afzet (As 2 EVF)

2,0

2,0

0,9

1,2

Innovatieve proefprojecten (As 3 EVF)

2,2

3,5

1,4

5,0

Gebiedsgerichte activiteiten (As 4 EVF)

1,0

 

1,0

0,1

 

0,4

Technisch bijstand (As 5 EVF)

0,4

0,4

 

0,05

0,05

 
X Noot
1

De communautaire bijdrage van de EU wordt geboekt op een artikel buiten begrotingsverband.

X Noot
2

De nationale bijdrage voor het EVF wordt verantwoord op begrotingsartikel U21.14 «Bevorderen duurzame vangst en kweek van vis en schelpdieren».

Toelichting

De lagere realisatie op As 1 komt doordat de in 2010 geplande investeringsregeling voor vissersvaartuigen van € 2 mln. niet meer is opengesteld. Er bleek weinig belangstelling voor te zijn vanwege de economische crisis, waardoor de banken moeizaam krediet hebben verstrekt.

De realisatie van As 2 is het gevolg van de in eind 2009 opengestelde investeringsregeling voor mosselzaadinvanginstallaties. De regeling is voor € 1,7 mln. opengesteld en heeft in 2010 tot betalingen geleid. De realisatie is lager omdat de investeringsregeling verwerking en afzet (€ 0,8 mln.) en de compensatieregeling aalvissers (€ 1 mln.) die in 2010 zijn opengesteld nog niet tot betalingen hebben geleid.

De hogere realisatie in As 3 heeft te maken met de uitbetalingen van de in voorgaande jaren aangegane verplichtingen. In As 3 vindt cofinanciering plaats van meerjarige innovatieve projecten die door het Visserij Innovatie Platform zijn geselecteerd.

As 4 betreft projecten die door de provincies worden voorgedragen. De nationale bijdrage wordt ook door de provincies geleverd. De regeling is in 2010 twee keer opengesteld. Het betreft meerjarige projecten waarvan de uitbetaling voor een groot deel in latere jaren zal plaatsvinden.

3. OVERZICHT NIET-FINANCIËLE INFORMATIE OVER INKOOP VAN ADVISEURS EN TIJDELIJK PERSONEEL 2010

Uitgaven voor inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel (inhuur externen) conform definitie Informatiestatuut 2007 – bijlage 4.

Uitgaven (x € 1 000)
 

totaal LNV 

Apparaat en programmakosten

 

1. Interim-management

2 260

2. Organisatie- en Formatieadvies

2 662

3. Beleidsadvies

4 109

4. Communicatieadvisering

727

Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4)

9 758

5. Juridisch Advies

1 258

6. Advisering opdrachtgevers automatisering

7 888

7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie

7 459

(Beleids)ondersteunend (som 5 t/m 7)

16 605

8. Uitzendkrachten (formatie & piek)

39 877

Ondersteuning bedrijfsvoering (som 8)

39 877

Totaal uitgaven inhuur externen (som 1 t/m 8)

66 240

De inkoop van adviseurs en tijdelijk personeel heeft voor € 16,7 mln. betrekking op staf- en beleidsdirecties en voor circa € 49,5 mln. op de agentschappen. Hiermee blijft de uitgavenrealisatie 2010 met 12,7 % binnen de rijksbrede norm van 13% voor 2010.

Het betreft hier de inhuur van externen conform de definities zoals opgenomen in de Rijksbegrotingsvoorschriften.

4. LIJST VAN AFKORTINGEN

ABA

Aanvullend Beleids Akkoord

AI

Aviaire influenza

AID

Algemene Inspectiedienst

AR

Algemene Rekenkamer

AKV

Agro Ketens en Visserij

AOC

Agrarisch Opleidingscentrum

AMvB

Algemene Maatregel van Bestuur

BOL

Beroepsopleidende leerweg

BES

Bilaterale Economische Samenwerking

BF

Borgstellingsfonds

BSE

Bovine Spongiform Encephalopathy

BTR

Bedrijfstoeslag Rechten

BZK

Binnenlandse Zaken

CITES

Convention on International Trade in Endangered Species

CLIENT

Controle landbouwgoederen Import Export naar een Nieuwe Toekomst

CITO

Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling

DICTU

Dienst ICT Uitvoering

DWL

Digitale werkomgeving LNV

DLG

Dienst Landelijk Gebied

DLO

Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek

DR

Dienst Regelingen

E&F

E-procurement en Financials

EG

Europese Gemeenschap

EZ

Economische Zaken

EMG

Effectgerichte Maatregel

EFRO

Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling

EHS

Ecologische Hoofd Structuur

EL&I

Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

ELFPO

Europees Landbouwfonds voor de Plattelands Ontwikkeling

ELGF

Europees Landbouwgarantiefonds

EU

Europese Unie

EVF

Europese Visserijfonds

FES

Fonds Economische Structuurversterking

FIOV

Financieringsinstrument voor de oriëntatie van de Visserij

GLB

Gemeenschappelijk Landbouw Beleid

GVB

Gemeenschappelijk Vissrij Beleid

GAN

Gegevensautoriteit Natuur

GKC

Groene Kenniscoöperatie

HAO

Hoger Agrarische Onderwijs

HBO

Hoger Beroeps Onderwijs

HKB’99

Honden- en Kattenbesluit 1999

IUU

Unregulated and Unreported

I&R

Identificatie en Registratie

IBO

Interdepartementaal BeleidsOnderzoek

ICT

Informatie Communicatie Technologie

ILG

Investeringsbudget Landelijk Gebied

IPO

Interprovinciaal Overleg

IRE

Investeringsregeling Energiebesparing

LEI

Landbouw Economisch Instituut

LTO

Land en Tuinbouw Organisatie

LOPS

Landschapsontwikkelingsplannen

LNV

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

LWOO

Leerweg Ondersteunend Onderwijs

MBO

Middelbaar beroepsonderwijs

MEI

Marktintroductie Energie Innovaties

MJA

Meerjaren afspraken

MTR

Midterm Review

NGO

Non Goverment organization

NURG

Nadere Uitwerking Rivierengebied

OCW

Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

OBN

Overlevingsplan Bos- en Natuur

OD

Operationele Doelstelling

O&S

Ontwikkeling & Saneringsfonds

PAS

Programmatische Aanpas Stikstof

PSTVD

Potato spindle tuber viroid (aardappelspindelknolviroïde)

PASO

Plan van Aanpak Schiphol en Omgeving

POWER

Plaatsonafhankelijk werken

PD

Plantenziektenkundige Dienst

POP

Plattelands Ontwikkelings Programma

RODS

Recreatie om de Stad

SAN

Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer

SBB

Staatsbosbeheer

SBIR

Small Business Innovation Research Programma

SDA

Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit

STIDUG

Stimuleringsregeling duurzame glastuinbouw

SBNi

Standaard Beveiligingsniveau

SN

Subsidieregeling Natuurbeheer

SNL

Subsidieregeling Natuur en Landschap

TEEB-studie

The Economics of Ecosystems and Biodiversity

UILNN

Uitvoeringsprogramma Innovatie Landbouw Noord-Nederland

Vamil

Regeling willekeurige afschrijving milieu-investeringen

V&W

Verkeer en Waterstaat

VO

Voortgezet onderwijs

VGI

Voedings- en Genotsmiddelen Industrie

VHR

Vogel- en Habitatrijchtlijn

VMBO

Voortgezet Middelbaar Beroepsonderwijs

VOA

Voorbereidende en Ondersteunende Activiteiten

VROM

Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu

nVWA

nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit

VWS

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

WU

Wageningen Universiteit

WUR

Wageningen Universiteit Researchcentrum

Naar boven