nr. 381
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 maart 2010
Hierbij ontvangt u conform mijn toezegging de tweede voortgangsrapportage
over de Nota Dierenwelzijn en de Nationale Agenda Diergezondheid en de monitoringsrapportage «Staat
van het Dier»1. Beide documenten geven een
beeld van de stand van zaken rond dierenwelzijn en diergezondheid in Nederland.
In de tweede voortgangsrapportage beschrijf ik de stand van zaken van
de uitvoering van de Nota Dierenwelzijn en Nationale Agenda Diergezondheid
over het jaar 2009. Daarbij is voor dezelfde opzet gekozen als vorig jaar.
Om inzichtelijk te kunnen maken wat het effect van het dierenwelzijns- en
diergezondheidsbeleid is, is de Staat van het Dier opgesteld. Dit betreft
een monitoringsrapportage waarin het niveau van dierenwelzijn en diergezondheid
van gehouden dieren in Nederland, met uitzondering van proefdieren, wordt
beschreven. Deze eerste rapportage betreft een nulmeting. Bij herhaalde metingen
geeft de rapportage inzicht in de ontwikkeling van het welzijn en de gezondheid
van gehouden dieren en het effect van het dierenwelzijns- en diergezondheidsbeleid.
Nederland is met de Staat van het Dier de eerste EU-lidstaat die zo uitgebreid
over welzijn en gezondheid van gehouden dieren rapporteert.
Voortgangsrapportage
Afgelopen jaar is er opnieuw veel gebeurd op het gebied van dierenwelzijn
en diergezondheid. Er is door zowel de overheid als de maatschappelijke partijen
hard gewerkt aan diverse acties om daarmee de ambities uit beide bovengenoemde
nota’s te realiseren.
Een kernpunt uit mijn aanpak is om ketenpartijen te stimuleren om via
het koopgedrag van de consument verbetering van dierenwelzijn te bereiken.
In dit kader is het Convenant Duurzame Dierlijke Producten tot stand gekomen.
De uitwerking die dat nu al heeft, is een succes. Een veelbelovende ontwikkeling
is de recente aankondiging van de Dierenbescherming, Albert Heijn en Vion
om samen te zorgen voor een substantieel tussensegment varkensvlees.
Ik verwacht dat deze ontwikkeling binnen Nederland en Noordwest-Europa navolging
krijgt.
Een ander succes is dat op 1 januari 2009 de streefwaarde van 1,2%
integraal duurzame stallen ruim is gerealiseerd. Ook zie ik goede ontwikkelingen
in de pluimveesector. Er is een aanpassing van de nationale regelgeving voor
het bedwelmen en doden van pluimvee. Daarnaast is er met de sector een afspraak
gemaakt over een nationale plus voor dierenwelzijn bovenop de Europese eisen
voor het houden van vleeskuikens en een afspraak over uitfasering van de huidige
methode van het elektrisch waterbad per 1 januari 2011.
Voor vissen is per 1 januari 2010 de maatlat Duurzame Aquacultuur
van kracht.
Op het gebied van diergezondheid is het Centrum Monitoring Vectoren van
start gegaan, is er overeenstemming bereikt met het bedrijfsleven over de
aanpassing van het Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten
en is de Nota Diergeneesmiddelen uitgebracht. Daarnaast wil ik niet ongenoemd
laten de afronding van het onderzoek naar het welzijn van circusdieren, de
twee door het Voedingscentrum gevoerde mediacampagnes waarin het thema dierenwelzijn
een rol speelde en de Nederlandse inzet voor het verbeteren van het dierenwelzijns-
en diergezondheidsbeleid in Europees verband. Het afgelopen jaar is veelvuldig
contact geweest met de Europese Commissie over o.a. de nieuwe EU-strategie
voor diergezondheid, de transportverordening, etikettering van dierenwelzijn,
castratie van varkens, het behoud van het Europees verbod op de legbatterij
en Nederland heeft de Commissie gevraagd om welzijnsregelgeving voor vleeskuikenouderdieren,
kalkoenen, nertsen en konijnen voor te bereiden. Als laatste wil ik nog noemen
de twee adviezen die de Raad voor Dieraangelegenheden in 2009 aan mij heeft
uitgebracht: een over de rol van de dierenarts voor het algemeen belang en
een tweede over de rollen en verantwoordelijkheden van de overheid en andere
partijen voor het welzijn en de gezondheid van gehouden dieren.
Op bijna alle dossiers is vooruitgang geboekt. De uitvoering van acties
duurt echter soms langer dan voorzien. Dit heeft te maken met de complexiteit
van de onderwerpen, maar is ook een gevolg van maatschappelijke en wetenschappelijke
ontwikkelingen die leiden tot nieuwe inzichten. Herprioritering is hiervan
het gevolg, omdat niet alles in een keer kan. Daar waar onvoldoende vooruitgang
wordt geboekt, zal ik de vinger aan de pols houden en mij ervoor inzetten
dat ook deze acties worden gerealiseerd.
Staat van het dier
De Staat van het dier is in opdracht van LNV opgesteld door Wageningen
Livestock UR. WUR heeft gegevens verzameld over 25 meetpunten aan de hand
waarvan een beeld wordt geschetst van het niveau van dierenwelzijn en diergezondheid
van gehouden dieren in Nederland.
De Staat van het Dier maakt inzichtelijk waar we nu staan. Conclusies
over behaalde resultaten en het effect van het beleid zijn op grond van deze
eerste rapportage niet te trekken, omdat het een nulmeting betreft. De verzamelde
gegevens hebben zoveel mogelijk betrekking op het jaar 2009. Daar waar er
geen gegevens waren over 2009 is gebruikgemaakt van gegevens uit het jaar
2008. De gegevens zijn afkomstig van diverse bronnen die elders al worden
verzameld. Pas op grond van vervolgmetingen kunnen conclusies worden getrokken
of we de gewenste richting op gaan en de snelheid waarmee. Het benoemen van
streefwaarden voor meetpunten maakt ontwikkelingen beter meetbaar. Ik zie
dit als een volgende stap in het proces.
Het heeft de voorkeur om te rapporteren aan de hand van outcomemeetpunten:
meetpunten waarmee welzijn en gezondheid direct aan het dier kan worden gemeten.
Bij de keuze van de meetpunten was het echter al duidelijk dat er weinig gegevens
beschikbaar zijn om outcome te kunnen meten. Daarom wordt er vooral gerapporteerd
aan de hand van outputmeetpunten. Hierbij gaat het om concrete producten of
prestaties van het beleid die moeten bijdragen aan verbetering van dierenwelzijn
en/of diergezondheid. De resultaten van het EU-project Welfare Quality die
eind vorig jaar beschikbaar zijn gekomen, bieden handvatten om in de toekomst
met outcomemeetpunten te gaan werken. De toepassingsmogelijkheden worden momenteel
bekeken en uw Kamer zal hierover worden geïnformeerd.
Het verschijnen van de Staat van het Dier en de tweede Voortgangsrapportage
vormen een geschikt moment om samen met maatschappelijke partijen terug te
blikken op de afgelopen twee jaar en te kijken naar de toekomst. Mijn ministerie
zal hiervoor in het najaar van 2010 een conferentie organiseren.
Volgend jaar zal de tweede Staat van het Dier in april verschijnen. Dit
heeft te maken met de dataverzameling voor de Staat van het Dier. In april
kan een completer beeld worden gegeven over het voorgaande jaar dan in februari.
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
G. Verburg