29 683 Dierziektebeleid

Nr. 65 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 december 2010

De ministers Verburg en Klink hebben op 24 maart 2010 (Handelingen der Kamer II, vergaderjaar 2009–2010, nr. 67, blz. 5821–5850) met uw Kamer gesproken over de problematiek van antibioticumresistentie in relatie tot de veehouderij. Minister Verburg heeft vervolgens aan de taskforce Antibioticumresistentie dierhouderij, onder leiding van de heer Werner, gevraagd om voorstellen te doen om het antibioticumgebruik in de veehouderij terug te dringen met 20% in 2011 en 50% in 2013. Die voorstellen zijn door de taskforce op 25 november jl. gepresenteerd (bijlage).1 In deze brief geef ik u, mede namens de minister van VWS, mijn standpunt over de voorstellen. Ook informeer ik u hoe ik zal waarborgen dat de taskforce de toegezegde reductiedoelstellingen zal realiseren.

De aanpak volgens de taskforce

De taskforce stelt een aanpak voor die gebaseerd is op het verkrijgen van transparantie in het antibioticumgebruik door veehouders en dierenartsen en vervolgens het benchmarken en beoordelen van dat gebruik. Transparantie wordt verkregen door de centrale database Vetcis die gegevens uitwisselt met de databases van de afzonderlijke veehouderijsectoren. Dit moet een goed inzicht verschaffen in het gebruik per sector en de mogelijkheid bieden om afzonderlijke veehouders of dierenartsen te spiegelen aan vakgenoten. Een onafhankelijke stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa) zal vorm geven aan het benchmarken en veehouders en dierenartsen zullen dat zelf in de praktijk uitvoeren. De SDa zal normen ontwikkelen voor verantwoord antibioticumgebruik en daarmee zullen veelgebruikers en veelvoorschrijvers worden aangesproken op hun gedrag. Samen vormt dit de spil van de aanpak.

Daarnaast ontplooien de afzonderlijke dierhouderijsectoren diverse initiatieven die alle tot doel hebben het gebruik van antibiotica in de praktijk te verminderen.

De SDa zal aan de ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) rapporteren over de tendensen in het gebruik, zodat vastgesteld kan worden of de reductiedoelstellingen worden behaald.

De reactie van EL&I en VWS op die aanpak

Ik ben het eens met de door de commissie voorgestelde plannen voor reductie van antibioticumgebruik in de veehouderij. De minister van VWS en ik houden onverkort vast aan de toegezegde vermindering van het antibioticumgebruik met 20% in 2011 en een halvering in 2013 ten opzichte van 2009.

Ik zal samen met de SDa en de taskforce tussenresultaten benoemen die noodzakelijk zijn om te waarborgen dat de doelstellingen tijdig worden behaald.

Ik onderschrijf dat de centrale registratie van het gebruik cruciaal is. De Wet Dieren die nu bij de Eerste Kamer ligt, biedt de mogelijkheid om centrale registratie van antibiotica algemeen verbindend (avv) te verklaren. Daarmee moet een brede deelname worden gewaarborgd aan dit systeem dat door het bedrijfsleven zelf is opgezet. De totstandkoming van deze wet zal echter nog de nodige tijd vergen. Daarom zal ik een wetsvoorstel indienen waarmee, vooruitlopend op de Wet dieren, afspraken door een representatieve groep over centrale registratie van antibiotica algemeen verbindend verklaard kunnen worden. De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) zal toezicht houden op de naleving van de wet- en regelgeving bij de onder de avv-vallende partijen. Ik verwacht anderzijds dat alle veehouderijsectoren ook zelf in hun kwaliteitssystemen het centraal registreren van antibiotica door dierenartsen verplicht zullen stellen. Ik zal hen daarop aanspreken.

Ik zal de aanpak die de taskforce nu gaat uitvoeren versterken door de controle en handhaving van bepalingen ingevolge de Diergeneesmiddelenwet te intensiveren. Die intensivering spits ik toe op dierenartsen die niet centraal in het systeem Vetcis registreren. Ook zal de nVWA intensiever controleren bij dierenartsen en veehouders die niet deelnemen aan de kwaliteitssystemen van de veehouderijsectoren. Ik zal met de taskforce bezien of en hoe de nVWA deze controles met gerichte informatie van de SDa verder kan worden versterkt.

Behalve dat overtredingen van de Diergeneesmiddelenwet strafrechtelijk afgedaan kunnen worden zal de nVWA als daartoe aanleiding bestaat, overtredingen door dierenartsen voorleggen aan de klachtambtenaar van het Veterinair tuchtcollege. Dit tuchtcollege zal de zorgvuldigheid van het veterinaire handelen toetsen en kan in ernstige gevallen de bevoegdheid om het beroep van dierenarts uit te oefenen, tijdelijk of voorgoed intrekken.

Verder zal ik een aantal wettelijke eisen rondom het toepassen van antibiotica aanscherpen en de handhaving daarop richten. Ik noem hierbij de volgende punten.

  • De Wet Dieren die thans bij de Eerste Kamer voorligt, biedt de mogelijkheid tot het opleggen van bestuurlijke boetes. Hiermee kan slagvaardiger worden opgetreden bij overtredingen van bepalingen over diergeneesmiddelen.

  • Ik zal dierenartsen die de 3e/4e generatie cephalosporinen en fluorchinolonen gaan toepassen, verplichten om te voldoen aan aanvullende voorwaarden zoals een gevoeligheidstest. Dit zijn voor de volksgezondheid cruciale antibiotica.

  • Ik zal de mogelijkheid voor dierenartsen inperken om in uitzonderingssituaties andere dan toegelaten antibiotica toe te passen; de zogenaamde cascaderegeling.

  • De toepassing van antibiotica in groepen dieren zonder dat sprake is van klinisch zieke dieren (zogenaamde preventieve behandelingen) zal in beginsel niet meer worden toegestaan.

  • Ik zal het aanbieden in het slachthuis van slachtdieren die een overschrijding vertonen van de toegelaten residulimieten voor antibiotica, strafbaar stellen.

  • Ik zal mij in de EU inzetten voor een Europese norm voor toelaatbare gehaltes aan versleping van resten antibiotica en/of gemedicineerde voeders naar een volgende productiecharge in de veevoederfabriek. Vooruitlopend daarop zal ik, op basis van het laatste advies van Bureau Risicobeoordeling (nVWA) de nVWA alvast handhavend laten optreden wanneer zij aanlopen tegen een percentage versleping van 2½% of meer van de laagste toegestane dosering in diervoeders.

  • Ik zal het verbod op reclame voor antibiotica in vakbladen voor de veehouderij strikter handhaven.

Verder ben ik voornemens de SDa in de fase van totstandkoming financieel te ondersteunen. Na die fase dienen de direct betrokken partijen de financiering zelf op zich te nemen.

Ook ben ik bereid om onderzoek en innovatie rondom antibioticumgebruik en antibioticumresistentie te blijven ondersteunen. De sectoren vroegen daar om en ik zal met hen bezien hoe overheid en bedrijfsleven daaraan invulling gaan geven.

Voorts zal ik het gebruik van antibiotica inbrengen in de besprekingen rondom het tussensegment (convenant Marktontwikkeling Verduurzamen Dierlijke Producten). Een verminderde afhankelijkheid van antibiotica en daarmee gezondere dieren, past namelijk naadloos in het streven naar een duurzame voedselproductie. Zodoende kan een zorgvuldige omgang met antibiotica een rol spelen bij de vraag naar dierlijke producten.

Volgens de huidige wetenschappelijke inzichten moet het gebruik van antibiotica in de veehouderij over de gehele linie fors verminderen. Toch is het nog de vraag of dat volstaat en of op onderdelen specifieke maatregelen nodig zijn om de volksgezondheid beter te kunnen beschermen. De ministers Verburg en Klink hebben daarom aan de Gezondheidsraad nader advies gevraagd over de risico’s van het gebruik van antibiotica in de veehouderij voor de volksgezondheid. Dit advies kan aanleiding zijn om de aanpak zoals beschreven in deze brief, aan te scherpen. Wij verwachten dit advies medio 2011.

Overwegingen bij standpunt van EL&I en VWS

Alle convenantpartners in de taskforce hebben aangegeven hun uiterste best te doen om de reductiedoelstellingen te behalen. Dat is positief. Het benchmarken en toetsen van veehouders en dierenartspraktijken zijn naar mijn mening een belangrijke succesfactor voor de totale aanpak. Deze aanpak heeft tot effect dat vakgenoten elkaar praktische kennis kunnen aanreiken om antibiotica te kunnen verminderen en tegelijk gezondheidsproblemen te voorkomen. Voor de veelgebruikers of -voorschrijvers komen de sectoren met flankerende maatregelen om het gebruik alsnog te verminderen. Ik vind die aanpak van en voor vakgenoten van groot belang omdat een flinke vermindering van antibiotica hand in hand moet gaan met een verbreding van de praktische kennis om gezondheidsproblemen vóór te zijn.

Het simpelweg van bovenaf opleggen van minder antibioticumgebruik zou zonder die kennisverbreding immers kunnen leiden tot onaanvaardbare gezondheids- en dus welzijnsproblemen bij dieren. Al met al verwacht ik van deze aanpak een wezenlijke gedragsverandering bij alle betrokkenen. Zonder gedragsverandering is een succesvolle aanpak uitgesloten.

De taskforce benadrukt dat goed gecontroleerd en gehandhaafd moet worden. Ik onderschrijf het belang daarvan. Zoals hiervoor vermeld zal de nVWA zich richten op de controle van wettelijke bepalingen van met name de Diergeneesmiddelenwet en handhavend optreden bij overtredingen. Onjuist handelen door dierenartsen kan daarnaast ook via het veterinaire tuchtrecht worden aangepakt. De SDa ontwikkelt private normen voor zorgvuldigheid bij het gebruik van antibiotica. Deze normen kunnen een rol spelen bij de beoordeling van het handelen van de dierenarts door de tuchtrechter. Ik verwacht ook dat de veehouderijsectoren zelf sanctiebepalingen opnemen in hun kwaliteitssystemen voor deelnemers en dierenartsen die de zorgvuldigheidsnormen van de SDa overtreden.

Met haar gerichte controle-inspanningen bij dierenartsen en veehouders die niet deelnemen aan de kwaliteitssystemen, komt de nVWA tegemoet aan het signaal van de taskforce dat onwilligen het draagvlak onder deelnemers kunnen doen afbrokkelen.

Ik wil nog aantekenen dat de plannen van de taskforce de mogelijkheid bieden om exacter en accurater gegevens te verzamelen over het antibioticumgebruik in de diverse veehouderijsectoren. Tot nu toe waren slechts cijfers voorhanden van de farmaceutische industrie (FIDIN) en van de rapporten van het LEI over steekproeven bij bedrijven. Die cijfers vormen de basis voor de nulmeting van het gebruik anno 2009. Dit betekent dat het bepalen van de reductie tot en met 2011 met de oude manier van meten zal worden vastgesteld en dat vanaf 2011 de nieuwe manier zal worden bepaald. Ik verwacht zo spoedig mogelijk een eerste meting volgens de nieuwe systematiek van het antibioticumgebruik. Ik zal de taskforce daarop aanspreken.

De gevolgen van deze maatregelen voor de regeldruk en uitvoeringslasten

De huidige regels op het terrein van diergeneesmiddelen bevatten regels op het terrein van diergeneesmiddelen registratieverplichtingen voor ondernemers, handelaren, dierenartsen en houders van dieren. De bestaande administratieve lasten liggen rond de € 11 miljoen.

Het private centrale registratiesysteem, zoals hiervoor geduid, komt daar in beginsel naast te staan. Het brengt lasten met zich voor de deelnemers, die zij vrijwillig willen dragen in het licht van de verantwoordelijkheid die zij zelf voelen om antibiotica te verminderen.

Met een algemeen verbindend verklaring nemen de administratieve lasten voor het bedrijfsleven toe. Immers, van overheidswege wordt een ieder verplicht aan de oorspronkelijk private centrale registratie deel te nemen. Deze verplichting dient te worden nageleefd en daarop wordt toegezien, ook van overheidswege.

Het betreft in ieder geval een extra last boven de bestaande administratieve lasten van het wettelijk verplichte administratiesysteem en daarmee ook een kop op EU-verplichtingen.

De precieze omvang van die extra last is onder andere afhankelijk van het aantal in te voeren gegevens. De maatregel moet nog nader worden uitgewerkt maar een ruime opzet zou een verdubbeling kunnen betekenen van de bestaande administratieve lasten op basis van de Diergeneesmiddelenwet van € 11 miljoen. Ik zal die extra last zoveel mogelijk beperken, bijvoorbeeld door synergiewinst tussen het bestaande administratiesysteem en de gecentraliseerde registratie.

Verder zijn er nalevingkosten en toezichtkosten. De nalevingkosten voor de uitvoering van een gecentraliseerd systeem bedragen naar schatting € 5,3 miljoen eenmalig en daarnaast zijn er jaarlijkse kosten voor alle doelgroepen gezamenlijk. De toezichtkosten bedragen naar schatting jaarlijks € 300 000,– voor het gecentraliseerde systeem.

Deze toezichtkosten zijn onderdeel van de intensivering van het toezicht op de naleving voor de gehele aanpak van antibioticaresistentie dierhouderij, die circa € 1 miljoen op jaarbasis bedraagt.

De aanpak in de Europese Unie

De toenmalige vaste Kamercommissie voor LNV heeft mij op 13 oktober 2010 gevraagd om nadrukkelijk in te gaan op de wijze waarop in andere lidstaten wordt omgegaan met de vermindering van het gebruik van antibiotica in de veehouderij.

Ik kan u daarover melden dat in slechts weinig Europese landen wettelijke maatregelen bestaan die tot doel hebben om de verkoop van antibiotica door dierenartsen te verminderen. Dat neemt niet weg dat de meerderheid van de lidstaten overtuigd is van de noodzaak om het antibioticumgebruik te doen verminderen.

Ten opzichte van andere EU-lidstaten kent Nederland een hoger antibioticumgebruik. Hierbij dient de kanttekening te worden gemaakt dat er wezenlijke verschillen zijn in de gehanteerde berekeningsmethoden die vergelijkingen lastig maken. Bij het behalen van de doelstelling van een halvering van het antibioticumgebruik in 2013 zou Nederland van een grootverbruiker tot de middenmoot van Europa gaan behoren en terug zijn op het gebruiksniveau van circa tien jaar geleden.

Op 20 oktober 2010 hebben de veterinaire diensthoofden van de lidstaten gezamenlijk aanbevelingen gedaan voor de verdere Europese aanpak van antibioticumresistentie in de veehouderijsectoren. Onder de diensthoofden was brede overeenstemming over de noodzaak om te komen tot een geharmoniseerde monitoring van het antibioticumgebruik en het voorkomen van resistentie in de Europese lidstaten.

Naar mijn mening komen deze aanbevelingen in hoge mate overeen met de weg die Nederland is ingeslagen. Een effectieve Europese aanpak is misschien wel het allerbelangrijkste streven op de lange termijn. Een strikte Nederlandse aanpak zal onvoldoende vruchten afwerpen als niet ook andere landen de ontwikkeling van resistentie zullen tegengaan. Op 11 november 2010 heb ik de urgentie van de problematiek van antibioticumresistentie in mijn gesprek met Eurocommissaris Dalli nader onder de aandacht gebracht van de Europese Commissie. De problematiek heeft een hoge prioriteit bij de Commissie. Ik zal ook bij andere gelegenheden in de EU aandacht blijven vragen voor de aanpak van antibioticumresistentie.

Zodra in de EU een besluit is genomen over een communautaire aanpak zal ik bezien of de Nederlandse aanpak daarmee in overeenstemming kan worden gebracht.

Tot slot

Zoals al in de brief van 9 april 2010 (kamerstuk 29 683, nr. 53) werd aangegeven is ook na 2013 een verdere afname van het antibioticumgebruik nodig. Een structurele verbetering van diergezondheid is daarom noodzakelijk. Structurele verbetering van diergezondheid vormt ook een fundamenteel onderdeel van dierenwelzijn, bedrijfseconomische resultaten en een integraal duurzame veehouderij. Ik roep betrokken partijen dan ook op om zich hier voor in te blijven zetten en ook de lopende trajecten binnen mijn agenda voor integraal duurzame veehouderij hiervoor te benutten.

Gezien de belangrijke plaats die de veehouderij in onze samenleving inneemt, is het van belang dat zij het vertrouwen van de Nederlandse samenleving herwint. Het is daarom des te meer van belang dat de Nederlandse veehouderij op korte termijn een concrete vermindering van het antibioticumgebruik zal laten zien als haar bijdrage aan de vermindering van de resistentieproblematiek.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

H. Bleker


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven