32 637 Bedrijfslevenbeleid

Nr. 272 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 28 december 2016

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft op 7 december 2016 overleg gevoerd met de heer Kamp, Minister van Economische Zaken, over:

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 29 juni 2016 inzake de voorgenomen verkoop van een deel van het aandelenpakket N.V. NOM/Agiostorting BOM Capital I (Kamerstuk 29 697, nr. 24);

  • de brief van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Vice-Minister-President d.d. 1 juli 2016 met de kabinetsreactie op het SER-advies «Sociale ondernemingen; een verkennend advies» (Kamerstuk 32 637, nr. 246);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 4 juli 2016 inzake de ontsluiting van het Handelsregister als open data (Kamerstuk 32 802, nr. 28);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 7 juli 2016 met de beleidsevaluatie van en de kabinetsreactie op de Borgstelling MKB-kredieten (Kamerstuk 32 637, nr. 248);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 7 juli 2016 met de evaluatie van de microfinanciering via Qredits en actualiteiten Qredits en microfinanciering (Kamerstuk 31 311, nr. 174);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 19 september 2016 met het kabinetsstandpunt over conformiteitsbeoordeling en accreditatie (Kamerstuk 29 304, nr. 6);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 5 oktober 2016 inzake nieuwe stappen naar toekomstbestendige retail (Kamerstuk 27 838, nr. 15);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 10 oktober 2016 met de stand van zaken over de oprichting van het Nederlands Investerings Agentschap (NIA) (Kamerstuk 22 112, nr. 2218);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 10 oktober 2016 met de financieringsmonitor 2016–1 over mkb kredietverlening van het Nederlandse bedrijfsleven (Kamerstuk 32 637, nr. 255);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 24 oktober 2016 inzake de uitvoering van toezeggingen inzake kredietunies respectievelijk financieringsaanvragen (Kamerstuk 32 637, nr. 266);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 26 oktober 2016 met de derde periodieke rapportage van de Commissie van Aanbestedingsexperts (Kamerstuk 32 440, nr. 93);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 17 november 2016 met de najaarsrapportage regeldruk (Kamerstuk 29 515, nr. 397);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 6 december 2016 inzake de uitwerking van het Aanvullend Actieplan Mkb-financiering (Kamerstuk 32 637, nr. 270);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 21 november 2016 met de reactie op verzoek van het lid Dijkgraaf, gedaan tijdens de Regeling van werkzaamheden van 17 november 2016, over de uitvoering van de motie van het lid Bisschop c.s. over de uitvoering van de adviezen van de commissie-Balkenende (Kamerstuk 29 697, nr. 32);

  • de brief van de Minister van Economische Zaken d.d. 6 december 2016 inzake brainport Eindhoven (Kamerstuk 34 550 XIII, nr. 121).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

De voorzitter van de commissie, Vermeij

De griffier van de commissie, Nava

Voorzitter: Graus

Griffier: Konings

Aanwezig zijn vier leden der Kamer, te weten: Graus, Agnes Mulder, Mei Li Vos en Ziengs,

en de heer Kamp, Minister van Economische Zaken.

Aanvang 14.02 uur.

De voorzitter:

Er volgen mogelijk nog meer leden. Er is in ieder geval een afmelding van mevrouw Gesthuizen van de Socialistische Partij. Mevrouw Mulder van het CDA komt een halfuurtje later. Ik heet de mensen op de tribune van harte welkom, de mensen die thuis kijken of luisteren via het digitale kanaal, de Minister en zijn gevolg, en de Kamerleden die nu al aanwezig zijn. Ik stel een spreektijd voor van vier minuten per fractie met twee interrupties onderling.

De heer Ziengs (VVD):

Voorzitter. Op de agenda staat een onderwerp dat mij bijzonder aanspreekt: de toekomstbestendige retail, de winkeltjes, zeg maar. Het doel is om de overcapaciteit van vierkante winkelmeters terug te dringen. Wij streven naar bruisende en vitale stads- en dorpskernen waar winkels, horeca en cultuur een aantrekkelijk aanbod brengen. De Minister heeft hierin een actieve rol gepakt en terecht. Mijn complimenten daarvoor. De VNG draait nu langere tijd pilots waarin zogenaamde mengvormen getest worden. Inmiddels heb ikzelf meerdere pilots bezocht, onder andere in Zwolle, Rotterdam en Alkmaar. Daar heb ik prachtige voorbeelden gezien van hoe ondernemers in samenspraak met de lokale overheid tal van nieuwe winkelformules hebben bedacht. Graag wil ik van de Minister weten of hij al zicht heeft op de voortgang van de pilots en of er al voorlopige conclusies te trekken zijn.

De VVD is inmiddels bezig om een wetsvoorstel te maken waarbij de huidige starre Drank- en Horecawet gewijzigd wordt. Het blijft raar dat een horecabedrijf drank, etenswaren, tabak, maandverband en condooms mag verkopen, maar de slijter zelfs geen nootjes, kaas of worst mag toevoegen aan de kerstcadeaus.

De EU-regeldruk; in het vorige algemene overleg heb ik aandacht gevraagd voor de absurde eisen voor de productie van broodroosters en dergelijke die vanuit Europa op ons afkomen. De aangenomen motie-Ziengs/Gesthuizen (32 637, nr. 259) heeft, voor zover ik het kan beoordelen, nog geen navolging gekregen. Waarom heeft Nederland in het laatste EU-Commissieoverleg over normen zich in tegenstelling tot andere lidstaten niet uitgelaten over de formal objection, terwijl de boodschap van de Kamer heel duidelijk was? Dat is mijn tweede vraag aan de Minister.

Er komt een verbod op de verkoop van gasgestookte toestellen. De beschikbaarheid van Nederlands gas neemt af waardoor er gas uit het buitenland gehaald moet worden. Gastoestellen in Nederland zullen vanaf 2030 geschikt moeten zijn om te gaan draaien op G+-gas en H-gas. Momenteel schijnt er één fabrikant te zijn die in staat is voor de toekomst geschikte toestellen te leveren. Wederverkopers zitten nog steeds met voorraden. Mijn verzoek aan de Minister is om binnen het kabinet te bewerkstelligen dat de termijn die afloopt op 1 januari 2017 met een jaar wordt verlengd.

De ontsluiting van het Handelsregister als open data. De Kamer van Koophandel is er voor het Handelsregister – daar is de VVD altijd helder in geweest – maar ik zie toch ontwikkelingen in de markt waarbij verrijkte data worden aangeboden aan bedrijven door andere partijen. Partijen die grootafnemer zijn, weten deze bestanden te verbeteren. Is het een idee om deze partijen ook te betrekken bij de Kamer van Koophandelplannen voor open data en om kennis te nemen van hun visie? Kunnen apps of producten die de Kamer van Koophandel maakt ook beschikbaar komen voor alle marktpartijen? Kan de Minister aangeven hoe commercieel de Kamer van Koophandel als organisatie gewenst dient te zijn?

De Commissie van Aanbestedingsexperts heeft een adviserende rol, geen bemiddelende. De ervaring van de commissie leert dat partijen, ook na eventuele bemiddeling, een schriftelijk advies van de commissie op prijs stellen. Haar bekendheid is toegenomen maar is onder het midden- en kleinbedrijf nog beperkt. De commissie heeft het voornemen om haar bekendheid binnen het mkb te vergroten. Kan de Minister aangeven hoe de commissie denkt dit te gaan doen?

Tot slot kom ik op de informatievoorziening aan het mkb over financieringsmogelijkheden. Ik heb nog wat twijfel over de vraag of dit nu echt verbeterd is. Ik hoor graag de mening van de Minister. Een punt dat al vaker aan de orde is geweest, is het verpandingsverbod. Nederland is een van de weinige landen in Europa waar de wetgeving op dat punt nog niet is aangepast. Er liggen voorstellen, zowel van financiers als ondernemersvertegenwoordigers, om het Burgerlijk Wetboek te wijzigen. Kan de Minister iets zeggen over de voortgang?

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Mulder heeft zich iets sneller bij ons gevoegd dan na het voorspelde halfuur. Ik kan haar meteen het woord geven en zeg haar ook nog even dat we in de eerste termijn van de Kamer vier minuten spreektijd per fractie met twee onderlinge interrupties hebben afgesproken.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik kom uit de zaal hiernaast, waar het ging over nucleaire energie. Soms moet je even een deur verder.

Voorzitter. De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen om de Brainport Eindhoven te erkennen als mainport. We zouden graag van het kabinet willen horen of het de Brainport erkent als mainport, want in de brief die wij ontvingen, lijkt het erop dat de Brainport Eindhoven wordt erkend als economisch kerngebied van nationale betekenis. Tegelijkertijd houden Schiphol en de haven van Rotterdam de mainportstatus. Ik denk dan: het is van tweeën één. Of de Minister erkent, zoals het CDA graag wil, dat de Brainport Eindhoven ook een mainport wordt. Of de Minister erkent de Brainport Eindhoven als economisch kerngebied van nationale betekenis en schaft dan ook het mainportbeleid af, zoals de Rli (Raad voor de leefomgeving en infrastructuur) ook voorstelt. Ik kan de Minister namelijk niet helemaal volgen in zijn brief.

Het kabinet verkondigt vol trots op rijksoverheid.nl en in de pers dat de kabinetsdoelstelling voor regeldrukvermindering is behaald, maar ik begrijp het niet helemaal. Het kabinet heeft alleen nog maar voor 2,59 miljard aan maatregelen in kaart gebracht, maar die zijn toch nog niet gerealiseerd? Op 1 oktober was 2 miljard euro gerealiseerd. Dat bedrag was ongeveer net zo hoog als op 1 april 2016. Er zijn ook wel vraagtekens bij de bedragen te plaatsen. In het rijtje maatregelen zie ik staan dat de regeldrukvermindering door de nieuwe Wet DBA (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties) een behoorlijke besparing zal opleveren. Maar die Wet DBA werkt niet. We voeren daar ook debatten over in de Tweede Kamer. Die wet is uitgesteld. Hoe moet ik dat zien? Het is ook een voorbeeld voor de hervorming van de langdurige zorg, van de trekkingsrechten van het pgb. Kan de Minister er dus toch nog eens nader op ingaan?

Tijdens een heel aantal debatten dat ik met de Minister heb gehad, heb ik iedere keer gevraagd hoe het zit met de eenmalige veranderkosten. Zou het voor het totaalbeeld en voor de Europese nalevingskosten niet eerlijk zijn dat je die veranderkosten meeneemt in de doelstelling? Die kosten waren in 2016 respectievelijk 478 miljoen en 56,9 miljoen. Toch zegt de Minister nu dat de doelstelling is behaald. Maar misschien heb ik het verkeerd gezien en kan de Minister mij nog eens even meenemen in zijn denkwijze.

Ik kom nu op het nieuwe college regeldruk. De collega van de SP kon er vandaag helaas niet bij zijn, dus heeft zij mij gevraagd om ook namens haar te vragen of de nieuwe waakhond eigenlijk niet tandeloos gaat worden en met een te smal mandaat moet opereren. Waarom kan de nieuwe waakhond wetgeving in de ministerraadfase alleen nog toetsen op verzoek van de Minister? Zo wordt de waakhond toch een beetje de ambtenarij in getrokken. Ik heb juist over de onafhankelijke positie van de waakhond in het voortraject heel veel vragen gehad. En waarom vervalt het mandaat om regelgeving voor burgers en professionals te toetsen? Zeker in de zorg vindt het CDA dit hard nodig. Kan de Minister aangeven of het nieuwe college zelf kan bepalen welke informatie het nodig heeft en bij welke dossiers het betrokken is, en of het te allen tijde vrij is om een aanvullende zienswijze te geven? Is de Minister bereid het instellingsbesluit ook aan de Kamer voor te leggen?

Ik kom op de doorverwijzingsplicht van banken. Collega Gesthuizen van de SP heeft daar in het verleden vaker aandacht voor gehad. Het CDA heeft de SP daar altijd in gesteund. In het Verenigd Koninkrijk is een wet in werking getreden die banken verplicht om ondernemers die zij niet kunnen helpen door te verwijzen naar geselecteerde platforms, dus intermediaire partijen. Die brengen vervolgens ondernemers in contact met potentiële financiers. Ook collega Verhoeven van D66 heeft weleens aan de Minister gevraagd of hij zich zou willen laten inspireren door hetgeen in Engeland gebeurt. Misschien is de Minister daar al volop mee bezig en is het al helemaal uitgevoerd. Wij zouden daarom graag van hem horen hoe het daarmee staat. Heel veel ondernemers gaan in eerste instantie naar een bank toe en worden daar afgewezen, maar hoe gaat het dan verder? Kom je dan in het bos terecht waarin je niet terecht wilt komen omdat je niet meer weet hoe je verder kunt?

Ik heb nog wat losse punten. Er is een motie (34 329, nr. 16) aangenomen waarin wordt verzocht om voor 1 januari 2017 inzichtelijk te maken hoe vaak aanbestedingsprocedures in de afgelopen jaren te laat zijn ingetrokken en in hoeveel van die gevallen hierbij schadevergoedingen zijn uitgekeerd. Die informatie zouden wij dus voor 1 januari 2017 krijgen. Het is nu al december. Misschien kan de Minister daar in dit debat iets over zeggen.

Welke aangekondigde maatregel in de kabinetsreactie op het SER-rapport gaat er volgens het kabinet echt toe leiden dat er meer sociale ondernemingen komen? We weten dat het hart van deze Minister niet heel erg ligt bij sociale ondernemingen. Hij zegt altijd: een ondernemer die duurzaam wil zijn richting de toekomst en die continuïteit wil, is per definitie een sociale ondernemer, want dan is hij bezig met zijn mensen en bedrijf. Maar misschien kan de Minister wel aangeven hoe hij tegen deze vraag aankijkt.

De voorzitter:

Is het mogelijk dat u gaat afronden? Ik heb u al iets meer spreektijd gegeven omdat u ook namens de SP heeft gesproken.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ja, ik ben te enthousiast bezig, excuses. Ik zal inderdaad gaan afronden.

Wij krijgen signalen dat regelingen van de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) hoge uitvoeringskosten kennen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de regeling service design-vouchers. Is de Minister bereid om te kijken naar de balans tussen de hoogte van het vergeven subsidiebedrag, het geprojecteerde maatschappelijk rendement en de kosten voor overheid en bedrijven om dat rendement te bereiken?

Ik ga het hier maar bij laten.

Minister Kamp:

Ik begrijp niet helemaal waar het laatste punt van mevrouw Mulder op ziet. Zou ze dat nog een keer willen zeggen?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ja, hartelijk dank. Wij krijgen signalen dat je je bij sommige RVO-regelingen best kunt afvragen of de opbrengst en de kosten tot elkaar in verhouding staan. Specifiek zijn daarbij de service design-vouchers genoemd. Hoe kijkt de Minister tegen deze balans aan? Dat is van belang, ook voor ondernemers. We moeten goed kunnen bekijken wat er met dat geld gebeurt.

De voorzitter:

Dank voor die verduidelijking, want nu is het de Minister ook duidelijk wat u bedoelde. We gaan nu, tot slot van de eerste termijn van de Kamer, luisteren naar mevrouw Vos van de PvdA. Omdat er twee Vossen bij de PvdA zijn, zeg ik er altijd bij: mevrouw Mei Li Vos. Eigenlijk zijn er dus een vos en een vosje, zo zeg ik altijd liefkozend, maar ik zal u deze keer «mevrouw Mei Li Vos» noemen.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Inderdaad, dat «vosje» is mijn collega Jan Vosje.

Voorzitter. Bij ons liepen de printers vast. Ik was nog even aan het werken aan mijn notitie om alle punten scherp te krijgen, maar die heb ik dus niet bij me. Ik ga het daarom uit mijn hoofd doen.

Ik wil de Minister bedanken voor zijn onafzienbare inzet om de bedrijfsfinanciering voor het mkb te verbeteren. Volgens mij zijn er ook wel wat verbeterstappen gezet, zoals met de kredietunies en crowdfunding. Het kan natuurlijk altijd beter, maar ik zie een stijgende lijn ... Ah, daar worden mijn notities aangereikt; even kijken. Het gaat hartstikke goed, dus ik heb daar nu verder geen opmerkingen over. Ik hoop dat de stijgende lijn behouden blijft.

Ik wil graag een aantal andere punten aanstippen, zoals het sociaal ondernemerschap. Mijn collega Mulder heeft daar net ook iets over gezegd, maar ik wil dat doen in relatie tot de verkoop van de aandelen van de NOM (Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland), die verkocht zijn aan de provincies. Dat is hartstikke mooi. De provincies willen het financieringskapitaal van de NOM graag gebruiken voor sociale ondernemingen. Is de Minister het eens met die provinciale aandeelhouders? Vindt hij ook dat de provincies dat geld moeten kunnen inzetten voor de financieringsbehoeften van sociale ondernemingen? De definitie van «sociale onderneming» is nog niet duidelijk. Daar werkt mijn collega Jan Vosje aan in een notitie. Maar de bedrijven die wij zien als sociale ondernemingen, dus bedrijven die duurzaam investeren, zouden erg geholpen zijn met het kapitaal van de NOM. Graag een reactie van de Minister daarop.

Ik kom nu op de Retailagenda. Daar is ook allerlei beweging in. Het lijkt voorlopig vooral te gaan over het verminderen van het aantal vierkante meters, maar dat is niet het enige. Twee weken geleden las ik een heel interessant interview met een van de leden van de Retailagenda, de heer Wijnand Jongen. Hij zegt dat «onlifeshoppen» de nieuwe norm wordt voor mijn generatie, die van mijn kind en iedereen daartussenin. Wij leven online en offline en maken daar geen verschil meer tussen. In de agenda van de Minister lijkt het vooral te gaan om het verkleinen van het aantal vierkante meters, maar daarmee zijn we er niet. Het is belangrijk dat al die kleine winkels in de straten zijn te vinden, want ze zijn ontzettend belangrijk voor de leefbaarheid, aanspreekbaarheid, werkgelegenheid, het contact met de buurt en het subsidiëren van de voetbalvereniging. Zij moeten blijven bestaan. Dat is volgens mij ook het doel van de Minister. Wel moeten zij ook aanwezig zijn om hun producten en diensten te verkopen. Wijnand Jongen waarschuwt ervoor dat het voor een aantal heel grote partijen, zoals Bol.com en Amazon, de «winner takes all» is. Dat betekent dat er heel weinig ruimte is voor de kleine ondernemers. Hij zegt: misschien moet de overheid iets gaan doen aan de macht van de heel grote bedrijven, die behoorlijk destructief werkt voor alles wat wij belangrijk vinden aan ons ondernemersklimaat. Zit dat ook in de plannen van de Minister? Wordt daar ook aan gewerkt? Luistert hij ook goed naar de heer Wijnand Jongen? Zijn antwoord op de vraag of de overheid moest ingrijpen, is: ja. Ik ben benieuwd wat de Minister daarvan vindt.

Ik kom op open data bij de Kamer van Koophandel. Ik sluit me aan bij wat mijn collega Ziengs heeft gevraagd. Er is een stap gezet. De eerste 25 gegevens zijn al gratis. Maar heel veel bedrijven rondom de Kamer van Koophandel doen aan dataverrijking en hebben een goed model, waar veel vraag naar is. Zij moeten niet in de wielen worden gereden door de Kamer van Koophandel. We gaan nog een discussie voeren over de Wet markt en overheid en het beruchte amendement, maar het lijkt mij heel duidelijk: de Kamer van Koophandel is er voor de gegevens en moet geen dingen doen die de marktpartijen die eromheen zitten ook kunnen doen. Worden die marktpartijen ook betrokken bij de verdere beleidsvorming? Een van de marktpartijen zei: het lijkt zo rommelig, alsof er niet één goede visie is op de data van de Kamer van Koophandel.

Ik kom nu bij de Brainport. Ik zie dat de Minister moties uitvoert. Anders dan mijn collega Mulder ben ik erg blij dat Eindhoven wordt gezien als economisch kerngebied, want ik ben het eens met de Rli dat we misschien af moeten van de mainportgedachte en dat een economisch kerngebied een veel modernere en effectievere manier is om na te denken over dit soort belangrijke gebieden. De nieuwe maakindustrie, de werkgelegenheid die dat zal opleveren en alle spin-offs zullen voor de economie van Nederland in de komende jaren ontzettend belangrijk zijn. Ik ben dus benieuwd of er voor de verkiezingen wat meer resultaten komen dan de brief die de Minister net heeft gestuurd.

Volgens mij heb ik dan mijn punten wel gemaakt.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Vos. U was ook door uw spreektijd heen. Er is nog een interruptie van mevrouw Mulder.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik heb een vraag over de Brainport. Het CDA vindt het voor Nederland belangrijk dat wordt erkend dat het goed is wat daar allemaal gebeurt, inclusief de hele maakindustrie. Daar zal mevrouw Vos mij ook niet negatief over horen spreken. Ik ben heel trots op hoe ze dat daar doen. Het punt is alleen dat de Minister in zijn brief een beetje onduidelijk is. Hij zegt: of je kiest voor de mainport, of voor de andere aanpak. Maar in de brief loopt het door elkaar heen. Heeft mevrouw Mei Li Vos van de PvdA dat ook gesignaleerd? Dan moet je toch uiteindelijk een keuze maken: stoppen met mainport Schiphol, de mainport Rotterdamse haven en de datahub ook geen mainport noemen, en gewoon kiezen voor economische kernzones. Dat kan natuurlijk, maar de mainports hebben al heel veel naamsbekendheid. Ik vraag me dan ook af of dat verstandig is om te doen. Daarover gaat eigenlijk mijn vraag aan de PvdA-fractie.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Ik zag in die brief heel duidelijk een oud adagium van mij: bij twijfel, mompel. Ik zie ook dat het kabinet er nog niet uit is. In mijn motie gaf ik de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur gelijk: een mainport is een oude gedachte in de wereld van het internet, waarin een haven, Schiphol en fysieke bewegingen waarschijnlijk veel minder belangrijk worden. Maar het uiteindelijke resultaat, namelijk dat de regio Eindhoven wordt erkend als belangrijk economisch gebied, dat het kabinet daar meer op gaat inzetten en dat we dat ook veel meer integreren in ons economisch beleid, was voor mij de grote winst. In die zin was ik erg tevreden en gaf ik het kabinet het voordeel van de twijfel over die semantische discussie.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Het is goed om te merken dat wij het eens zijn over het belang van Eindhoven voor Nederland en om te horen dat nog steeds een beetje vaag is hoe het kabinet ertegen aankijkt. «Mompelen» is misschien wel het goede woord en misschien kan de Minister daar straks nog verder op ingaan.

De voorzitter:

Bedankt voor de inbreng in de eerste termijn van de Kamer. We gaan luisteren naar de Minister van Economische Zaken. Hij heeft aangegeven om, met uw welbevinden, meteen te willen doorgaan. Deze Minister werkt niet met blokjes. Ik stel voor dat we een beetje soepel zijn maar dat er maximaal twee interrupties per fractie zullen plaatsvinden.

Minister Kamp:

Mijnheer de voorzitter. Dit is een overleg over ondernemen en bedrijfsfinanciering. Het is prettig om vast te stellen dat we voor het tiende kwartaal op rij economische groei hebben in Nederland. Toen het kabinet begon, was er een krimp van 1%, terwijl er dit jaar, volgend jaar en naar verwachting ook het jaar daarna een groei van 2% is. We hebben de zaak wat dat betreft dus goed omgedraaid. Het is ook goed om te zien dat het aantal faillissementen lager is dan in tien jaar, alsmede dat het aantal werklozen sneller daalt dan in de afgelopen tien jaar het geval is geweest. De situatie begint er dus behoorlijk goed uit te zien. Uit de laatste kwartaalgegevens die ik heb gezien bleek dat de groei in het eurogebied 0,2% tot 0,3% was. In Nederland was die 0,7%. De laatste OESO-ramingen voor Nederland zijn ook weer naar boven bijgesteld. Dat ziet er dus allemaal goed uit.

Het is ook heel mooi dat de backbone van onze economie, het midden- en kleinbedrijf, na twee jaar omzetdaling nu weer te maken krijgt met een omzetgroei. Dat is heel goed. Het is ook heel goed dat de kredietaanvragen weer stijgen. Een tijdlang daalden het aantal kredietaanvragen en het totale bedrag, maar nu zijn die weer aan het stijgen. Het aantal kredietaanvragen ligt inmiddels weer boven het gemiddelde van de eurozone. Dat is een grote verbetering.

De zaken zijn ook aanzienlijk verbeterd als het gaat om de financiering van het bedrijfsleven. Waar er eerst veel behoefte bestond aan veel vreemd vermogen, zien we op dit moment dat het merendeel van de bedrijven geen externe financiering nodig heeft. Ook met de bedrijven die wel externe financiering nodig hebben, gaat het een stuk beter. Er worden veel meer aanvragen toegekend en veel minder geweigerd. Ik zal daar straks nog een paar nadere cijfers over geven als ik inga op hetgeen mevrouw Vos naar voren heeft gebracht.

Nu ik bij mevrouw Vos ben: zij eindigde met de brainports en de mainportdiscussie. Ook mevrouw Mulder sprak daarover. Het is misschien goed om dat alvast even kort met elkaar door te nemen. Er is geen enkele wet waarin staat: de mainport krijgt dit en de mainport krijgt dat. De mainport is een begrip dat wij gebruiken voor Schiphol en de haven van Rotterdam. Dat zijn natuurlijk mainports. Daarnaast is het heel goed denkbaar dat AMS-IX (Amsterdam Internet Exchange), een van de grootste internetknooppunten van de wereld, zich als mainport voor het digitale domein aandient. Dat kan ik me goed voorstellen. Tegenwoordig is er in Den Haag trouwens het op vijf na grootste internetknooppunt: de Netherlands Internet Exchange (NL-ix). De Kamer heeft gezegd dat hiernaast Eindhoven een bijzondere betekenis heeft. Ik ben dat ook van mening. De industriële kennisomgeving daar is ook voor het land als geheel van groot belang. Eindhoven zou zeker als mainport kunnen worden aangemerkt, zei de Kamer. Ook daarmee ben ik het eens.

Je kunt er ook een andere term voor gebruiken, zoals economische kernzone. Ik denk dat men in Eindhoven zelf mag uitmaken hoe men zich noemt. De term brainport is al flink ingeburgerd in de wereld. Eindhoven is al eens onderscheiden als de meest innovatieve regio van de wereld. Ik begrijp dat je zuinig bent op een begrip als mainport, maar voor mij zijn Schiphol en Rotterdam mainports, evenals Eindhoven. AMS-IX vind ik een mainport voor het digitale domein. Dat is de manier waarop ik ertegenaan kijk. Ik ga Eindhoven niet verbieden om de term brainport te gebruiken, als Eindhoven die wenst te gebruiken.

Ik ga nu door naar de vragen en opmerkingen van de woordvoerders. De heer Ziengs sprak over de retailsector. Hij zei dat het niet alleen ging om het verminderen van het aantal meters in de klassieke winkelomgeving. Daarin heeft hij natuurlijk groot gelijk, hoewel dit wel een heel belangrijk probleem is. Op dit moment is er een overschot van 20% aan vierkante meters winkeloppervlakte. Dat verstoort de markt natuurlijk flink. Bovendien ontstaat er in een aantal steden een omgeving die voor de consument niet aantrekkelijk is. Die gebieden komen dan terecht in een spiraal naar beneden. Wij geven dus veel aandacht aan het opnieuw vormgeven van de binnensteden en winkelcentra, ook omdat we denken dat de verschuiving van klassieke winkels naar onlinewinkels zich zal doorzetten. Het is ook goed te begrijpen waarom dat zo werkt in de markt. In de klassieke winkelomgeving moet men zich dus aanpassen, bijvoorbeeld door het maken van mengvormen en door in te spelen op ontwikkelingen, dus door nieuwe dingen te bedenken.

Wat dat laatste betreft heeft de heer Ziengs steeds het voortouw genomen. Hij heeft het volgende gezegd. De omgeving verandert. De consument die naar een winkelcentrum toe gaat, wil winkelen, maar wil ook wat aan recreatie of cultuur doen. De klassieke winkelgebieden moeten zich onderscheiden van de onlinewereld doordat ze meer te bieden hebben, waaronder die combinaties. Ik vond dat de heer Ziengs daar een heel goed punt had. Op dit moment zijn er ook ontwikkelingen gaande op dit vlak. De heer Ziengs noemde de pilots. Er is een heleboel gaande met die pilots. 36 gemeenten zijn er op dit moment bij betrokken, alsmede 448 ondernemers. Dat zijn delicatessenwinkels, maar ook slijters en horecazaken. Het eerste halfjaar zijn we vooral bezig geweest met verkennen en in beeld brengen wat er allemaal speelt in de diverse gebieden. Inmiddels zijn we bezig met het opdoen van ervaringen daarmee. De pilots zijn op 1 juli gestart, dus we doen er nu al een halfjaar ervaring mee op. Het komende halfjaar – dat is snel, maar het kan wel – gaan we een interviewronde houden met de burgemeesters en andere bestuurders in de gemeenten om te bekijken hoe het naar hun idee heeft uitgepakt. We zullen vervolgens de stand van zaken zo snel mogelijk in beeld brengen voor de Kamer en er met haar over spreken. Het lijkt me een goede ontwikkeling om te bekijken hoe het uitpakt met de pilots en welke lessen we daaruit kunnen trekken voor het geheel.

De heer Ziengs sprak ook over de broodroosters. Ik lach daar nooit om. De heer Ziengs gaat weliswaar heel intensief in op de broodroosters, maar hij doet dit omdat het een voorbeeld is. Ik ben er inhoudelijk op ingegaan. Ik was het niet met hem eens. Als mensen worden geconfronteerd met broodroosters die aan de buitenkant heet worden en zich vervolgens branden, is dat niet prettig. Je dient dan niet onmiddellijk een klacht in bij de Europese Commissie, maar het blijft toch niet prettig om je te branden. Het zou goed zijn om met elkaar in de Europese Commissie te regelen dat een broodrooster dat van binnen heet wordt, van buiten niet heet wordt. Ik kan me daar best iets bij voorstellen. Maar goed, dit is een discussie die de heer Ziengs heeft aangesneden en waarover de Kamer opvattingen heeft. Er stond een stemming op de agenda voor 8 november jl., maar de Commissie heeft dit onderwerp toen niet in stemming gebracht. Er kon dus niet over worden gestemd. De Commissie is van plan om het conceptbesluit waarover de heer Ziengs sprak, te veranderen. Ik weet niet wat ze precies wil veranderen. We zullen zien wat daar uitkomt. Ik begrijp de belangstelling van de Kamer voor dit onderwerp heel goed, dus ik zal haar er verder ook bij betrekken.

De heer Ziengs sprak over de gastoestellen. Per 1 januari gaat er iets veranderen op dat gebied, terwijl er nog een heleboel van deze toestellen in voorraad zijn. De heer Ziengs pleitte in dit kader voor uitstel. Ik ga daar niet over, maar ik ben zeker bereid om de opmerkingen van de heer Ziengs aan mijn collega van VWS over te brengen. Ik zal met haar bezien of dit de aandacht heeft die het verdient en of het nodig is om hierover een reactie naar de Kamer te sturen, ook naar aanleiding van hetgeen de heer Ziengs bij dit algemeen overleg naar voren heeft gebracht.

Er is gesproken over het Handelsregister. De Kamer van Koophandel (KvK) krijgt hier altijd veel belangstelling. Ik moet zeggen dat ik echt tevreden ben over de Kamer van Koophandel. Vroeger waren er allerlei fysieke vestigingen met heel veel medewerkers, waar een ondernemer dan tijdens kantooruren terechtkon. In de nieuwe situatie vindt een groot deel van de dienstverlening online plaats. Op ieder moment van de dag of de nacht, ook in het weekend, kan een ondernemer die informatie nodig heeft terecht bij de digitale Kamer van Koophandel. Dat werkt echt goed. Het is ook prima dat er in aanvulling daarop nog fysieke vestigingen zijn. Ook de geleverde service is prima. Ik heb de Kamer van Koophandel onlangs dus nog gecomplimenteerd met de geboekte voortgang. Het budget is fors afgeknepen, maar desondanks is de dienstverlening naar mijn gevoel verder verbeterd. Dat lijkt me een goede zaak.

Dit neemt niet weg dat het verstandig is om te bekijken of de Kamer van Koophandel, die financiering krijgt, onbedoeld oneerlijke concurrentie pleegt met bedrijven. Het is altijd goed om daarop attent te zijn. Het mag niet. Dat houdt in dat de Kamer van Koophandel niet meer mag doen dan datgene wat zij volgens de wet mag. De KvK mag de kosten op een aantal punten doorberekenen. Het gaat dan wel om het doorberekenen van kosten en niet om een winstopslag. Om dat geheel in de hand te houden, moet de Kamer van Koophandel zich houden aan de Wet markt en overheid, waarin staat wat de KvK wel en niet mag doen. Daarnaast bevat de wet een apart artikel 33, waarin expliciet wordt gesteld dat wanneer er toch sprake is van ongewenste mededinging, de uitoefening daarvan binnen een jaar moet worden beëindigd. Ik meen dat de heer Ziengs en mevrouw Vos destijds betrokken zijn geweest bij die bepaling. Ik zorg ervoor dat deze bepalingen worden nageleefd. Mochten woordvoerders daarover op bepaalde punten zorgen hebben, dan kunnen ze mij dat altijd laten weten. Ik zal mij er dan verder in verdiepen.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Het is helder wat de Minister zegt, maar ik heb toch een vraag. De KvK heeft een buurtapp met realtime informatie. Die informatie is ook heel nuttig voor al die bedrijven eromheen, die ook ervan gebruikmaken. Als de Minister inderdaad zo op de regels voor de KvK zit, zegt hij dan ook dat die realtime informatie ook beschikbaar wordt gesteld aan de bedrijven die gegevens kopen van de KvK om die vervolgens te verrijken?

Minister Kamp:

Ik heb daar zo geen opvatting over. Ik ken de casus niet, zo moet ik met het schaamrood op de kaken bekennen. Ik zal mij erin verdiepen. Ik begrijp dat de vraagstelling van mevrouw Vos inhoudt dat zij vindt dat dit toch een gewenste activiteit is die voortgang zou moeten kunnen vinden.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Het is een activiteit die heel goed door de bedrijven eromheen kan worden uitgevoerd, verrijkt en gebruikt. Het gaat om de informatie erachter, dus realtime informatie dat een bedrijf is opgericht, weg is of wat dan ook. De KvK heeft die gegevens, maar de bedrijven die de informatie gebruiken voor hun dienstverlening, hebben die gegevens niet. Zeker in een tijd waarin alles heel snel gaat, is dit heel waardevolle informatie. De bedrijven kunnen die nu nog niet krijgen. De Minister zegt dat de KvK aan allerlei regels is gebonden en dat hier de Wet markt en overheid geldt. Kan de KvK deze informatie alleen voor zichzelf houden ten behoeve van de app die zij maakt, of moet die informatie worden gedeeld met andere bedrijven die misschien een vergelijkbare app, maar dan verrijkt, willen maken?

Minister Kamp:

Ik begrijp de benadering van mevrouw Vos. Ik zal erin duiken. Ik zal bekijken in hoeverre de regels hier worden nageleefd. Ik zal ook bekijken of er in de geest van de regels wordt gehandeld. Ik duik er dus in en kom erop terug.

De voorzitter:

De Minister vervolgt zijn beantwoording.

Minister Kamp:

Voorzitter. De heer Ziengs heeft gesproken over de Commissie van Aanbestedingsexperts. Hij vindt het belangrijk dat de bekendheid hiermee in het mkb wordt vergroot en vraagt zich af hoe we dat voor elkaar moeten krijgen. De Commissie van Aanbestedingsexperts heeft vooral gezorgd voor naamsbekendheid bij de brancheorganisaties. Vervolgens moeten de brancheorganisaties het aan hun leden doorgeven. Ik wil niet dat de Commissie van Aanbestedingsexperts met betaalde radiospotjes reclame voor zichzelf gaat maken. Het moet echt gericht zijn op degenen voor wie deze commissie van belang is. Ik vind het dus heel verstandig dat de commissie zich richt op de brancheorganisaties. Ook op de website van de MKB Servicedesk wordt gewezen op het bestaan van de Commissie van Aanbestedingsexperts. Zij is nu gesprekken aan het voeren, hetgeen ze in het jaar 2017 wil voortzetten, om te bekijken hoe de naamsbekendheid kan worden vergroot en hoe zo breed mogelijk kennis kan worden genomen van de presentaties die worden gegeven. We moeten dit aandachtspunt van de heer Ziengs maar eens meenemen in de eerstvolgende jaarrapportage over het functioneren van de Commissie van Aanbestedingsexperts. Ik zal haar vragen om in de jaarrapportages te vertellen wat er op dit punt is gedaan, wat de conclusies zijn en hoe de dan ontstane situatie wordt beoordeeld.

De heer Ziengs heeft ook gesproken over het informeren van het mkb over financieringsmogelijkheden. Ik denk dat wij op dat vlak een heel goede stap hebben gezet door de verschillende websites die financieringsmogelijkheden vermeldden te combineren in één website, de Nationale Financieringswijzer, die via het Ondernemersplein van de Kamer van Koophandel toegankelijk is. Iedereen kan daar terecht. Deze website is naar mijn mening nog niet perfect. Wij bekijken op dit moment dan ook hoe deze vanuit het oogpunt van de gebruiker verder verbeterd kan worden. We zullen daarin volgend jaar een verbeterslag maken. Door deze allemaal samen te voegen en daarbij de Kamer van Koophandel, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, MKB-Nederland en de banken te betrekken hebben wij de goede omgeving verzameld om dat goed te laten functioneren. Daarachter zit nog eens de Financieringsdesk van de Kamer van Koophandel. Ik denk dan ook dat wij die infrastructuur op dit moment goed voor elkaar hebben. De mogelijkheden die er zijn om deze verder te verbeteren zal ik gaan benutten.

De heer Ziengs sprak nu en al eerder over het verpandingsverbod. Hij zegt dat dit in andere landen niet geldt en dat je dat in Nederland eigenlijk zou moeten veranderen. Ik ben er dus mee aan de gang gegaan. Daarover zijn de gesprekken gaande. Dit ligt juridisch allemaal niet zo gemakkelijk. Daarvoor moet het Burgerlijk Wetboek gewijzigd worden en daar zitten verschillende haken en ogen aan. Met alle betrokkenen worden gesprekken gevoerd. Zodra wij daar duidelijkheid over hebben, zal ik dit samen met mijn ambtsgenoot van Veiligheid en Justitie verder oppakken. Dit onderwerp heeft dus de aandacht die de heer Ziengs heeft gevraagd.

Ik hoop dat dit de punten waren die de heer Ziengs naar voren heeft gebracht.

De heer Ziengs (VVD):

Het is heel goed dat er aandacht is voor het verpandingsverbod. Ik heb ook gezien dat op dit vlak de nodige acties worden ondernomen. Mijn vraag spitste zich meer toe op het tijdpad dat de Minister voor ogen heeft. Aandacht is goed en ik weet ook dat dit belangrijk is, maar wellicht is er een moment waarop het ei is gelegd.

Minister Kamp:

Ik denk dat het netjes is als ik dit zelf probeer af te handelen. De heer Ziengs weet dat mijn politieke leven in de loop van volgend jaar een einde krijgt. Laat ik zolang ik hier nog ben, proberen om dit tot een conclusie te brengen. Daar zal ik mijn best voor doen.

De voorzitter:

Dat wordt dus uiterlijk maart 2017.

Minister Kamp:

Nee, nee, nee. Dan krijgen we de formatie, voorzitter. En die duurt nog wel even. Ik houd zelf rekening met ongeveer juli volgend jaar.

De voorzitter:

Mij blijkt dat er geen leden zijn die nu willen interrumperen. Dan kan de Minister doorgaan met zijn betoog.

Minister Kamp:

Mevrouw Mulder heeft gesproken over de regeldruk. In het vorige kabinet, waar het CDA ook deel van uitmaakte, namen wij de regeldruk ook al bij de kop. Toen hadden wij ook al de ambitie om daar iets aan te doen. Wij hebben toen voor 1 miljard aan regeldruk verminderd. Die lijn hebben wij in dit kabinet doorgezet met 2,5 miljard. Mevrouw Mulder zegt: je hebt nu wel 2,6 miljard, maar je hebt het nog niet helemaal gerealiseerd. Dat klopt. Dit gaat in twee stadia. Eerst vullen wij dit in. We spreken op de ministeries met elkaar af wat er moet gebeuren. Dat wordt vervolgens uitgevoerd. Is het uitgevoerd, dan val je onder de 2 miljard. Hiervoor is indertijd een periode afgesproken en dit betekent dat wij de 2,5 miljard voor het einde van die periode met concrete maatregelen moeten hebben ingevuld. Dan is er dus niet alleen voor gekozen, maar dan is het ook werkelijkheid geworden. Dat moet dus voor het eind van deze kabinetsperiode – ik sprak er net al over – gerealiseerd zijn. Wij zijn ook van plan om dat voor elkaar te krijgen.

Mevrouw Mulder zegt terecht dat je kunt besluiten om dingen te doen, maar dat er ook nieuwe ontwikkelingen zijn. Dat is waar. Zij noemde een paar voorbeelden. Daar moet dan weer compensatie voor komen, want uiteindelijk moet de 2,5 miljard wel overeind blijven. Dat is immers een doelstelling. De vorige keer hebben wij ook gezegd dat er nog andere kosten zijn. Dat zijn de eenmalige kosten, die voor ondernemers ook van belang zijn. Op ondernemers drukken verder ook Europese lasten. Wij hebben afgesproken dat wij die vanaf 1 januari in beeld gaan brengen en dat gaan we ook doen. Wij hebben die niet bij deze vergelijking betrokken omdat dit een vergelijking is die over jaren wordt gemaakt. Wij willen daarbij graag volgen wat wij daadwerkelijk presteren en dat lukt niet goed als je iedere keer de definities verandert.

Mevrouw Mulder heeft verder naar Actal gekeken, waar zij een goede relatie mee heeft. Dat is heel prettig. De heer Ten Hoopen is voorzitter van het Adviescollege toetsing administratieve lasten. Ik heb met Actal ook een goede relatie. Ik heb dan ook regelmatig overleg met de heer Ten Hoopen. Onlangs heb ik met hem nog telefonisch overlegd. Ik vind dat de medewerkers en Actal onder leiding van de heer Ten Hoopen heel goed werk doen. Ik denk dat dit in de toekomst onverminderd belangrijk is.

Wij hebben nu twee dingen gedaan. Allereerst hebben wij de strategische advisering daar weggehaald. Die gaan we op een andere manier invullen. Actal is tijdelijk en, zoals de Kamer weet, kan Actal niet meer verlengd worden. Na Actal willen wij een nieuw regeldrukcollege instellen dat zich helemaal kan focussen op de administratievelastendruk, op de regeldruk. Dat kunnen we op een heel goede manier invullen en wel in overeenstemming met hetgeen mevrouw Mulder net zei. Het begint er namelijk mee dat je in het vroegst mogelijke stadium regeldruk voorkomt. Zodra een ministerie begint met het voorbereiden van nieuwe regels moet het Actal erbij betrekken en met dit college overleggen: wij zijn dit van plan; willen jullie eens naar het aspect van de regeldruk kijken en ons adviseren hoe wij de regeldruk kunnen beperken? Dat is de eerste en de belangrijkste toets die Actal doet.

Als het werkstuk op het ministerie klaar is, volgt een internetconsultatie waarbij iedereen kan reageren. Dat geeft Actal mooi de gelegenheid om desgewenst nog een keer te reageren. Het is mogelijk dat het wetsvoorstel naar aanleiding van de internetconsultatie of naar aanleiding van de advisering van de Raad van State wordt veranderd. Actal kan daarna van mening zijn dat het wetsvoorstel dan niet meer is zoals het was toen Actal daarover adviseerde en dan is het mogelijk dat Actal daarover opnieuw wil adviseren. Het lijkt mij heel nuttig dat het dat dan ook doet. Daar zijn twee mogelijkheden voor. Het is mogelijk dat het ministerie aan Actal vraagt om er gelet op de veranderingen opnieuw naar te kijken. Het is wat mij betreft ook mogelijk dat Actal daar zelf mee komt. Ik ben op dit moment bezig met het maken van uitvoeringsafspraken met Actal om ervoor te zorgen dat dit verder goed wordt ingevuld. Ik heb er vertrouwen in dat wij dat allemaal goed voor elkaar krijgen. Ik zei al dat ik het werk dat Actal en de opvolger van Actal verrichten onverminderd belangrijk vind.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Dank. Ik moet het dus zo opvatten dat het nieuwe college zelf kan bepalen welke informatie het nodig heeft en bij welke dossiers het betrokken is. Het staat het college dus te allen tijde vrij om een aanvullende zienswijze te geven. Dat blijft gewoon recht overeind.

Minister Kamp:

Ik weet niet of wij dit helemaal en alleen vanuit het huidige Actal moeten benaderen. Actal houdt op. Er komt een nieuw regeldrukcollege en dat moet goed kunnen functioneren. Wij hebben daar een drieslag voor in beeld en ik denk dat dat een heel goede drieslag is. Binnen die drieslag moet de opvolger van Actal, het nieuwe regeldrukcollege, kunnen doen wat noodzakelijk is. Wij maken daar nu met Actal goede, praktische afspraken over. Ik vind dat het college er in het allereerste stadium bij betrokken moet worden en dat het betrokken moet worden bij de internetconsultatie. Is daar aanleiding voor, dan moet het er in het laatste stadium nog een keer bij betrokken worden. Hoe wij dat precies vormgeven en waarop de samenwerkingsafspraken precies uitkomen, zullen wij zien. Het lijkt mij trouwens best goed om, zoals mevrouw Mulder voorstelde, dit met de Kamer te delen als dat allemaal uitgekristalliseerd is. Dan kunnen wij daar nog een keer apart verder over praten.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Ik dank de Minister voor de toezegging om het instellingsbesluit aan de Kamer voor te leggen. Dan kunnen wij het daar een keer goed met elkaar over hebben. Wij vinden het belangrijk dat het nieuwe college – dat is dus niet het Actal dat er nu is – zelf kan bepalen welke informatie het nodig heeft. Anders geven wij dat college onvoldoende de ruimte om de onafhankelijke rol echt waar te maken. Daar hecht het CDA in ieder geval aan. Tussen de regels door hoor ik dat, maar ik hoor ook dat hierover nog wordt overlegd. Ik wacht dit maar even af totdat het besluit aan de Kamer wordt voorgelegd. Kan de Minister al inschatten wanneer dat besluit aan de Tweede Kamer zal worden voorgelegd?

Minister Kamp:

Ik meen dat Actal medio volgend jaar eindigt, maar dat zeg ik uit mijn hoofd. Dat houdt in dat de zaak dan helemaal op orde moet zijn. Ik denk dat wij in de volgende voortgangsrapportage over de regeldruk kunnen vertellen wat de stand van zaken is. Het lijkt mij dat wij hierover tijdig met de Kamer van gedachten moeten wisselen, voordat de opvolger van Actal actief moet zijn. In de eerste helft van het volgende jaar zal ik dat op een daarvoor geëigend moment ook doen.

De voorzitter:

Dat is genoteerd door de griffier. De Minister vervolgt zijn beantwoording.

Minister Kamp:

Mevrouw Mulder sprak over het Verenigd Koninkrijk. Ik ben nog altijd een beetje boos op het Verenigd Koninkrijk, want het heeft een referendum gehouden waardoor het uit de Europese Unie zal stappen. Ik vind dat om een heleboel redenen heel treurig, maar goed, er zullen zeker nog goede dingen gebeuren. Mevrouw Mulder heeft er één bij de kop gepakt en mij dat als voorbeeld voorgehouden. Het ging om het volgende. Je bent ondernemer. Je hebt bij een bank een financiering aangevraagd, maar de aanvraag wordt afgewezen. Wat moet daar dan vervolgens mee gebeuren? In Nederland is er in dit geval een redelijke werkwijze. De banken hebben zelf Qredits opgericht. Wordt de aanvraag door een bank afgewezen, dan kan de bank makkelijk doorverwijzen naar Qredits. Die organisatie hebben zij niet voor niks opgericht. Banken bekijken nu zelf of zij de wijze waarop zij met de kleine zakelijke klanten omgaan, niet eens goed moeten uitschrijven om ervoor te zorgen dat tegenover deze ondernemers steeds consequent wordt gehandeld. Ik denk dat het heel belangrijk is dat de banken zich hiervan bewust zijn en dat zij op die manier op dit belangrijke onderwerp aan zelfregulering willen doen. Ik ben van plan om met de banken, met de vertegenwoordigers van de ondernemingen, de intermediairs en andere financiers in gesprek te gaan om te achterhalen hoe het nu precies zit met die doorverwijzing. Uiteindelijk is het immers de bedoeling dat iedere ondernemer voor een levensvatbaar en financierbaar ondernemingsplan financiering krijgt. Wij moeten geen mensen tussen wal en schip laten vallen. Het moment waarop de banken een aanvraag afwijzen, is zo'n moment dat van belang is. Ik wacht af wat er vanuit de banken komt en ik zal de gesprekken ook aangaan. Daarna zullen we bekijken hoe de situatie is en of er in andere landen, bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk, voorbeelden zijn waar wij iets mee kunnen doen.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Het is in ieder geval fijn dat de Minister dit oppakt. Op welke termijn gaat de Minister daarmee aan de slag en wanneer verwacht hij hierover iets terug te kunnen koppelen? Het is immers nog steeds een probleem en het zou mooi zijn als haast kan worden gemaakt.

Minister Kamp:

Het is nog steeds een probleem, maar wij moeten ons wel realiseren dat wij al hebben geregeld dat Qredits in de plaats van banken kan treden als banken een aanvraag afwijzen. Je kunt dan geholpen worden met financiering en je kunt er ook nog coaching bij krijgen. Qredits verstrekt leningen tot € 50.000, maar wij hebben inmiddels geregeld dat kredieten tot € 250.000 kunnen worden gegeven. Verder kun je ook voor werkkapitaal bij Qredits terecht. Op dat punt is dus al een flinke vooruitgang geboekt. Desalniettemin is een verdere verbetering mogelijk. Het lijkt mij dat ik moet proberen om in het tweede kwartaal van volgend jaar nadere informatie over de stand van zaken aan de Kamer te geven. Dat zal tegen het eind van het tweede kwartaal van het volgende jaar zijn.

De voorzitter:

Dat is ook genoteerd door de griffier. Is het duidelijk zo, mevrouw Mulder?

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Dit vind ik een heldere toezegging. Ik ben blij dat de Minister dit oppakt.

Minister Kamp:

Mevrouw Mulder heeft de motie op stuk nr. 16 (34 329) ingediend over aanbestedingsprocedures. In deze motie verzoekt zij de regering om voor 1 januari 2017 inzichtelijk te maken hoe vaak aanbestedingsprocedures in de afgelopen jaren te laat zijn ingetrokken en in hoeveel van die gevallen hierbij schadevergoedingen zijn uitgekeerd. Ik ben gewend dat mevrouw Mulder mij steeds vraagt wanneer ik daar nu mee kom, maar als ik vervolgens zeg dat ik er voor 1 januari mee kom, zoals in dit geval, dan trekt zij mij op 8 december weer aan de jas en vraagt zij mij hoe het er nu voor staat. Zo houden wij elkaar misschien te veel bezig. Ik heb gezegd dat ik hierop voor 1 januari aanstaande een reactie zal geven en ik ben van plan om mij daaraan te houden.

De voorzitter:

Dank u wel voor deze toezegging, Minister. Die was volgens mij al gedaan en die is opnieuw genoteerd. Dank u wel, mevrouw Mulder, voor het feit dat u hier zo bovenop blijft zitten.

Minister Kamp:

Mevrouw Mulder sprak over sociale ondernemingen. Daar hebben we wat mij betreft echt wel een probleem. Ik vind heel veel ondernemers erg sociaal. Ik heb al vaker gezegd dat ik absoluut het verschil niet zie tussen een fietsenwinkel van een enthousiaste ondernemer in een volkswijk in een grote stad, die daar een heel goede rol vervult, en iemand die een stichting heeft, daar een sociale onderneming in heeft en aan de directeur van die stichting vervolgens anderhalve ton laat uitkeren. Ik weet niet goed waarom ik het ene moet gaan bevoordelen boven het andere. Dat zie ik zo niet. Ik weet wel dat het kabinet hier een standpunt over heeft. We hebben hier een SER-advies over gekregen. Daarover heeft het kabinet een standpunt ingenomen. Mijn collega Asscher en ik zijn van plan om ons daaraan te houden. Mede namens hem heb ik heel recent een brief naar de Kamer gestuurd waarin wij dat nog eens hebben verwoord. De dingen die we met betrekking tot sociale ondernemingen in die kabinetsreactie en in die recente brief hebben verwoord, gaan wij uitvoeren. Wat mij betreft, is dat het dan wel.

Mevrouw Mulder sprak over de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Zij was kritisch over de balans tussen kosten en baten van sommige regelingen. Die Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is een tweede organisatie op het gebied van ondernemingen waar ik tevreden over ben. Ik vind het heel knap dat twee grote samengevoegde organisaties – eentje in de landbouwsfeer en eentje in de algemene sfeer – na een bezuinigingsopdracht toch een heel goede nieuwe dienstverlenende organisatie hebben laten ontstaan. Die organisatie functioneert goed, maar niemand doet alles goed. De uitvoeringskosten moeten we altijd goed in de gaten houden. Met de experimentele subsidieregeling service design-voucher ondersteun ik dingen die wij van belang vinden. Een mkb-ondernemer kan een kennisvraag laten beantwoorden door een kennisinstelling of een adviesbureau. Die voucher is € 3.000 waard. Dan moet hij zelf € 1.000 investeren. Dat is een experiment, waarvoor maximaal € 240.000 beschikbaar is. Ik begrijp dat mevrouw Mulder daar nu al kritisch over is. Dat betekent dat wij dat na enige tijd zullen gaan evalueren en dat we daar die opmerking van mevrouw Mulder bij zullen betrekken. Dan zal ik ook een gelegenheid zoeken om de Kamer daarover te informeren. Ik zie dit als een door haar gegeven voorbeeld: het gaat haar niet zozeer om die ene regeling; het gaat haar erom dat je bij alle regelingen die je met de beste bedoelingen hebt, de balans tussen kosten en baten altijd in de gaten moet houden. Dat is een terechte aansporing, die ik ook vast zal houden.

Mevrouw Vos sprak over de financiering van de ondernemingen. Voor haar doen liet zij zich in vriendelijke woorden uit. Dat stel ik altijd erg op prijs. Ik heb al aangegeven dat de meeste ondernemingen geen externe financieringsbehoefte hebben. Van het grootbedrijf wordt op dit moment, zoals mevrouw Vos weet, bijna 90% van de financieringsaanvragen helemaal gehonoreerd. In het gehele kleinbedrijf, dus inclusief het microbedrijf, hadden we in het jaar 2014 een toekenningspercentage van 44%. In 44% van alle gevallen werd een aanvraag volledig gehonoreerd. Op dit moment zitten we op 73%. Dat is een enorme groei in een paar jaar. Dat komt ook doordat we daar, zoals mevrouw Vos al zei, heel hard aan trekken. We hebben al twee keer achter elkaar een pakket gemaakt om de financiering van het mkb te stimuleren. Op dit moment zijn er meer regelingen beschikbaar dan waarvan gebruik wordt gemaakt. Wij hoeven dus geen nieuwe regelingen meer te bedenken. Wij moeten ervoor zorgen dat datgene wat we hebben opgezet, maximaal gebruikt gaat worden. Ik denk echt dat we nu heel snel verbetering zien in de financiering van het mkb in Nederland. Ik denk dat dat een heel goede zaak is.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

In de consternatie over mijn vergeten aantekeningenbriefje vergat ik zojuist deze vraag te stellen. Ik zie inderdaad een toename van de financiering, maar er is een probleem – daar hoor ik vaker over – met de zogeheten valley of death. Daar is in het AO over groene groei over gesproken. Die term betekent: je hebt als ondernemer heel veel investeringen gedaan om iets nieuws te maken, maar er zit vaak een gat tussen het moment waarop je die uitvinding hebt gedaan en het moment waarop je die daadwerkelijk kunt uitrollen en klanten hebt die gaan betalen, zodat je quitte kunt draaien. Volgens mij is er alleen voor groene groei een valley-of-deathfinanciering, maar ik ken bijvoorbeeld een klein bedrijf in Amsterdam dat iets heel moois maakt waarmee journalisten met behulp van een algoritme makkelijker kunnen «pitchen»; algoritmen zijn de toekomst. Ik heb met dat bedrijf geprobeerd om te zoeken in de verschillende financieringsmogelijkheden, maar die zijn niet zo goed te vinden. Zou de Minister kunnen aangeven – dat hoeft niet nu, hoor – wat hij bedrijven adviseert die innovatief zijn, investeringen hebben gedaan in een uitvinding en even in die dode fase zitten? Wat zou voor hen dan een optie kunnen zijn?

Minister Kamp:

Laat ik dat als aandachtspunt meenemen. Zoals mevrouw Vos zegt, richten onze huidige regelingen, zoals de vroegefasefinanciering, de Seed Capital-faciliteit en de innovatiekredieten, zich met name op de groenegroeibedrijven. Dat zijn er steeds meer, omdat we helemaal over willen stappen op een circulaire economie, zodat uiteindelijk alle bedrijven deel moeten uitmaken van groene groei. Mevrouw Vos kijkt naar een andere groep. Ik denk dat het nuttig is om dat nader te bekijken. We hebben een breed scala van financieringsfaciliteiten voor het mkb. Dat gaat van klein naar groot, van het begin van een bedrijf totdat het bedrijf helemaal draait. In alle stadia hebben we daar voorzieningen voor. Mijn collega van Financiën en ik kijken naar een nationale financieringsinstelling, waarin mogelijk ook de zojuist door mij genoemde regelingen ondergebracht zullen worden. Ik denk dat het goed is om dan ook te kijken naar de groep die vergelijkbaar is met de groene groeiers, maar niet echt tot die groep behoort. Dat aandachtspunt van mevrouw Vos neem ik dus mee.

Mevrouw Vos sprak ook over de retail. Op dat punt heb ik de heer Ziengs een aantal woorden in de mond gelegd. Daar heeft hij niet tegen geprotesteerd, maar die woorden waren ook van mevrouw Vos afkomstig. Mevrouw Vos is met name bezorgd over de ontwikkeling in de onlinemarkt. Zij zegt dat een heel groot deel van die markt naar de grote jongens gaat en zij vroeg of de kleintjes niet beschermd moeten worden of op de een of andere manier extra aandacht moeten krijgen. Met betrekking tot de werking van de markt hebben wij een onafhankelijke toezichthouder. We hebben daar wetgeving voor en we hebben een toezichthouder. De oplossing moet in de eerste plaats daarvandaan komen, maar het lijkt mij helemaal niet verkeerd dat ik in een volgend gesprek dat ik met de ACM heb, dit specifiek ga behandelen om te bekijken hoe dit zit, hoe deze ontwikkeling eruitziet, wat er op dat punt relevant is in de wetgeving en bij de toezichtmogelijkheden en hoe de ACM en wij dit beoordelen. Ik neem dus ook dat aandachtspunt van mevrouw Vos mee.

Met het door mevrouw Vos genoemde punt van de Brainport ben ik de beantwoording begonnen. Het punt van de Kamer van Koophandel heb ik meegenomen toen ik inging op wat de heer Ziengs daarover heb gezegd. Ik hoop dat ik hiermee de punten van de woordvoerders heb behandeld.

De voorzitter:

Ik dank de Minister voor de beantwoording. Ik zie dat er behoefte is aan een tweede termijn. Er is per fractie anderhalve minuut spreektijd en er kan, als dat nodig is, maximaal één keer onderling worden geïnterrumpeerd.

De heer Ziengs (VVD):

Voorzitter. In mijn eerste termijn heb ik direct een compliment uitgedeeld aan de Minister over de aanpak van de retail. Ik wijs hem nog even op een leuk voorbeeld dat het in de zaaltjes altijd goed doet, namelijk de combinatie van bricks en clicks. Je ziet op dit moment de ontwikkeling dat met name onlinewinkels zich in groten getale gaan vestigen in fysieke winkels, omdat een consument toch ook wil voelen, ruiken, kijken, ruilen enzovoorts.

De broodroosters worden natuurlijk een hilarisch onderwerp, maar ik heb in het vorige debat aangegeven dat wat de Minister schetste, wat overtrokken was, want er was nog nooit een klacht geweest over de broodroosters zoals die gemaakt worden. Als je dat hele productieproces moet veranderen, gaat dat in Europa in totaal 100 miljoen kosten. Mijn vraag is dus alsnog: als er een wijziging komt van het voorstel uit Europa, gaat de Minister dan conform het dictum van de motie aangeven dat Nederland daartegen is? Is die ruimte er dan nog? Ik wil namelijk niet dat we later geconfronteerd worden met een uitspraak waarmee we het paard alsnog achter de wagen spannen.

Het laatste punt betreft de gasgestookte toestellen. Ik heb veel waardering voor het feit dat de Minister dit oppakt. Dit ligt inderdaad bij een ander ministerie, maar ik hoop dat wij spoedig het bericht kunnen ontvangen hoe dit geregeld kan worden.

Het antwoord over het verpandingsverbod is fantastisch. Ik ga ervan uit dat de Minister nu ook zeker weet dat er na de verkiezingen een snelle coalitievorming zal plaatsvinden, zodat hij kan genieten van een zomerreces. Ik houd er in ieder geval rekening mee dat dit probleem gedurende die periode inderdaad getackeld is.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. Om op dat laatste punt, het verpandingsverbod, in te gaan: ik meen mij te herinneren dat de Minister mijn collega Jaco Geurts al eerder, volgens mij in het AO over marktwerking en mededinging, heeft toegezegd dat hij daar verder mee aan de slag zal gaan. Het is goed dat dat de snelheid krijgt die het verdient.

Ik dank de Minister voor de beantwoording van de vragen, die hij allemaal langs is gegaan. Ik dank hem ook voor de toezegging over Actal nieuwe stijl. We zullen met elkaar goed in de gaten houden dat het volgend jaar onafhankelijk genoeg kan functioneren en dat dit terugkomt in de Kamer, zodat we het daar nog over kunnen hebben.

Ik dank de Minister ook voor de helderheid over de Brainport, zodat we niet meer hoeven te mompelen; dat is een mooie conclusie.

De motie bracht ik even ter herinnering naar voren. Daar krijgen we ongetwijfeld voor 1 januari bericht over.

Mijn laatste punt is de BMKB-regeling (Borgstelling mkb-kredieten). De Minister geeft aan dat hij van alles doet voor het mkb. Ik wil toch nog een dringende oproep tot de Minister doen: als hij komend jaar toch merkt dat die verhoging van het percentage met ruim 1% misschien niet helemaal nodig is, wil hij dan goed bekijken of die verhoging echt strikt noodzakelijk is? Als het inderdaad verder aantrekt en als er minder vraag is naar de BMKB-regeling, misschien hoeft dit dan niet in de totale som van de financiering. Daarvoor vraag ik in dit AO nog de aandacht van de Minister.

Mevrouw Mei Li Vos (PvdA):

Voorzitter. Ik heb toch nog een antwoord gemist, maar het kan ook aan mij en aan een chronisch slaapgebrek liggen. Dat gaat over het sociaal ondernemerschap. De drie noordelijke provincies zijn voor 50% eigenaar van de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij en hebben moties aangenomen om sociale ondernemingen, los van de definitie daarvan, te helpen. Ik vraag mij af of de Staat, die ook voor 50% in de NOM zit, dit ook gaat stimuleren en het eens is met die moties.

We hadden het zojuist over de valley-of-deathfinanciering. De Minister gaat dit punt uitzoeken. Ik ben benieuwd wanneer we het resultaat kunnen verwachten. Als de medewerkers van de Minister er behoefte aan hebben, kan ik hun de casus sturen waar het om gaat. Het is een heel innovatief bedrijf, maar ondanks alles past het bedrijf op de een of andere manier, alle subsidiewijzers aflopend, nergens tussen. Misschien kan ik die informatie meegeven aan de Minister. Ik kan de informatie ook e-mailen, als hij dat wil. Het gaat om verhalenmarkt.nl.

De voorzitter:

De Minister kan meteen antwoorden.

Minister Kamp:

Voorzitter. De heer Ziengs zei dat er over die broodrooster nog nooit een klacht is ingediend. Ik moet zeggen dat ik, als ik zo'n broodrooster vast zou pakken en mijn vingers zou verbranden, ook niet meteen achter de computer zou gaan zitten om een klacht in te dienen bij de Europese Commissie. Het is dus heel goed denkbaar dat het toch voor een heleboel mensen vervelend is als zij zich branden aan zo'n ding. Die discussie hebben wij hier gevoerd. Wat ik met die motie ga doen? Als ik een baldadige bui zou hebben, zou ik zeggen dat ik van plan was om die motie eens een keer uit te gaan voeren, maar dat zou ongepast zijn. Ik voer moties namelijk altijd uit, als dat maar even kan. Dat geldt ook voor deze motie. We zullen dus even bekijken hoe het voorstel van de Europese Commissie er precies uitziet. Dan zullen we die motie ernaast houden en dan zullen we bekijken hoe we daar vervolgens in de geest van die motie op moeten reageren, maar het uitgangspunt is dus dat we dat gaan doen.

Met betrekking tot de verpanding wees mevrouw Mulder erop dat dit bij een andere gelegenheid al door een van haar fractiegenoten naar voren is gebracht. Dat kan ik mij ook nog herinneren.

Mevrouw Mulder vroeg of ik de verhoging van de premie voor de BMKB-regeling nog ter discussie zou willen stellen. Dat ben ik niet van plan. We hebben daar een bedrag tussen 300 miljoen en 400 miljoen bij moeten leggen aan verliezen op die BMKB-regeling. De premie die we daarvoor vroegen, was dus te veel te laag. Op dit moment moeten we uit de EZ-begroting naar onze inschatting ieder jaar nog steeds ruim 8 miljoen bijleggen om de betaalde premies aan te vullen tot datgene wat noodzakelijk is om de te maken kosten en verliezen af te dekken. Ik denk dat de door ons doorgevoerde verhoging dus een redelijke verhoging is. De besluitvorming is achter de rug en ik wil mij daar gewoon aan vasthouden.

Over de NOM wordt in het noorden toch wel verschillend gedacht. Mevrouw Vos sloeg ook aan op een volgens mij in Drenthe aangenomen motie over de aanwending van het investeringskapitaal van de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij voor laagdrempelige financiering van sociale ondernemingen. Die motie is vervolgens ook in de andere twee NOM-provincies aan de orde gesteld. In Groningen is ze aangehouden, in Friesland is ze verworpen. Het is dus een wat gemengd beeld. We kunnen vaststellen dat op dit moment de aandeelhouders, te weten de provincies en het Rijk, bezig zijn met het maken van een instructie voor de organisatie over de besteding van het ROM-kapitaal. Dat proces is in volle gang. Naar het zich laat aanzien, zal het in het eerste halfjaar van 2017 worden afgerond. In juli/augustus zal dat in beeld worden gebracht bij de Kamer, waarna we daarover kunnen spreken. De Kamer moet zich wel realiseren dat de overheid in de nieuwe situatie voor de helft aandeelhouder is, waar ze dat eerst voor 99,97% was.

De voorzitter:

Dank u wel voor de beantwoording in tweede termijn, Minister. Zijn er nog aanvullende vragen, nabranders en uitbranders? Er zijn nogal wat toezeggingen gedaan.

  • De Minister zal de Kamer informeren over de voortgang van de pilots in het kader van de Retailagenda en over de uitkomsten van de interviews met burgemeesters hierover.

Minister Kamp:

Ja, burgemeesters en wethouders.

De voorzitter:

Burgemeesters en wethouders. Dat is genoteerd.

  • De Minister zal de Kamer op de hoogte houden van de besluitvorming over broodroosterregelgeving in Brussel.

Minister Kamp:

Ja.

De voorzitter:

Sorry, dat is wel grappig.

  • De Minister van EZ zal de vragen van het lid Ziengs over gasgekookte toestellen bespreken met de Minister van VWS en de Kamer hiervan een terugkoppeling geven.

Minister Kamp:

Ja, mits «gasgekookte» wordt veranderd in «gasgestookte».

De voorzitter:

Precies. Had ik dat niet gezegd? Dat staat er wel. We zullen het straks in de Handelingen terugzien. Volgens mij had ik het goed gezegd.

  • De Minister zal zich nader verdiepen in het naleven van de regelgeving rondom de buurtapp van de Kamers van Koophandel.

Minister Kamp:

Ja.

De voorzitter:

  • Het instellingsbesluit voor een nieuw college voor de regeldruk, de opvolger van Actal, zal in de eerste helft van het jaar 2017 aan de Kamer worden voorgelegd.

Minister Kamp:

Ik zal de Kamer informeren over dat instellingsbesluit.

De voorzitter:

  • De Minister zal in gesprek gaan met banken en sector over de financiering voor ondernemers en de rol die banken kunnen oppakken bij een betere doorverwijzing van kansrijke projecten. De Kamer zal hierover aan het einde van het tweede kwartaal van het jaar 2017 worden geïnformeerd.

Minister Kamp:

De banken zijn bezig met zelfregulering op dit punt. We zullen daarover met alle betrokkenen spreken. Vervolgens zullen we de Kamer daarover informeren.

De voorzitter:

Dank voor de aanvulling.

  • De Kamer zal in juli/augustus 2017 nader worden geïnformeerd over de verkoop van de NOM-aandelen, waarbij ook aandacht zal worden besteed aan sociaal ondernemerschap.

Minister Kamp:

Ja. Nog één punt: ik moet iets overleggen met mijn collega van VWS. Dat zal ik doen. Vervolgens zal zij reageren richting de Kamer, omdat het haar portefeuille betreft. Verder verheug ik mij op een foto van u met uw laarzen, en van de heer Ziengs met zijn broodrooster in de hand. Dat zal een mooie foto worden!

De voorzitter:

Dank u wel, Minister. Dan zijn wij vroegtijdig aan het eind van dit algemeen overleg gekomen. Er is geen VAO aangevraagd, een unieke situatie. Voor de liefhebbers: om 16.00 uur gaan we hier verder met een algemeen overleg over de gastvrijheidseconomie. Ik dank alle aanwezigen.

Sluiting 15.12 uur.

Naar boven