Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201929697 nr. 70

29 697 Gebiedsgerichte economische perspectieven en Regionaal Economisch Beleid

Nr. 70 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 september 2019

Elke regio in Nederland heeft iets eigens, iets dat «typisch Zeeuws» of «typisch Achterhoeks» is en door de eigen inwoners wordt herkend. Een eigen kracht die verbindt en energie geeft om als burger, bedrijf of overheid het gebied sterk en leefbaar te houden, nu en in de toekomst.

De Regio Deals sluiten aan op deze regionale kenmerken en kracht met geld, een integrale aanpak, kennis en andere middelen, om zo samen bij te dragen aan de brede welvaart in dat gebied. Zodat burgers perspectief hebben op goede scholing, een baan, een gezonde leefomgeving, een veilige samenleving en de benodigde voorzieningen. En waarbij het bedrijfsleven volop mogelijkheden heeft om te ondernemen, te innoveren, te groeien en werkgelegenheid te creëren. De kracht van de regio is ook nodig om een antwoord te vinden op maatschappelijke uitdagingen, zoals verduurzaming en digitalisering. We geloven in zelfbewuste en veerkrachtige regio’s, die in staat zijn nu en in de toekomst uitdagingen aan te gaan en problemen op te lossen. Met de Regio Deals willen we de eigen kracht van een gebied benutten en in partnerschap deze helpen te versterken.

Door middel van deze brief informeer ik u, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), over de aanpak van de derde tranche Regio Deals.

Hierbij bouw ik voort op de eerdere tranches van de Regio Deals. De voorstellen uit de tweede tranche zijn de afgelopen periode door Rijk en regio gezamenlijk uitgewerkt tot Regio Deals.1

Brede welvaart in de regio

Met het inzetten van Regio Deals kiest het Rijk met partners in de regio voor een gezamenlijke integrale aanpak van economische, sociale en ecologische opgaven die dáár aan de orde zijn. Meervoudige opgaven die kenmerkend zijn voor de regio vragen een gebiedsspecifieke, integrale aanpak. Dit is nodig, omdat iedere regio anders is. Er zijn regio’s die te maken hebben met transities en ontwikkelingen zoals bevolkingsdaling, waardoor de kwaliteit en beschikbaarheid van voorzieningen onder druk komen te staan. Andere regio’s hebben te maken met een meervoudige problematiek van hoge werkloosheid, toenemende onveiligheid en afnemende sociale cohesie. Weer andere regio’s hebben positieve economische groeicijfers, maar worden geconfronteerd met uitdagingen om hun economie circulair te maken en om te gaan met de gevolgen van klimaatverandering, waardoor de leefbaarheid van het gebied afneemt of verdere ontwikkeling geremd wordt.

De verscheidenheid aan regionale opgaven zien we terug in de eerste en tweede tranche van de Regio Deals2. Voorbeelden zijn het verbeteren van de leefbaarheid en economische structuurversterking in Zuid- en Oost-Drenthe, het perspectief op scholing, werk en veiligheid in Rotterdam-Zuid en Den Haag Zuidwest, het bieden van handelingsperspectief voor burgers en agrarische ondernemers die te maken hebben met bodemdaling in het Groene Hart of het investeren in een brede aanpak gericht op de koppositie van Brainport Eindhoven op hightech gebied.

Om in deze gevallen de opgaven te duiden en effectief aan te pakken is een regionale coalitie van overheden, burgers, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties nodig. Het Rijk werkt op uiteenlopende thema’s samen met regionale partijen. Partnerschap van het Rijk met de regio’s in het kader van de Regio Deals is aan de orde, wanneer regionale opgaven een bovenregionale uitstraling hebben en/of de draagkracht van de regio te boven gaan. Voor diverse opgaven is betrokkenheid van het Rijk noodzakelijk en biedt een gezamenlijke aanpak kansen om doelstellingen van de regio en het Rijk te realiseren. Daarbij zijn de extra financiële middelen uit de Regio Envelop voor de uitvoering van die aanpak een katalysator, een financiële impuls om een duurzame regionale ontwikkeling mede te bewerkstelligen. Deze eenmalige bijdrage uit de Regio Envelop kan, samen met bijdragen en investeringen van regionale partners, helpen om gezamenlijk een stap voorwaarts te zetten.

Regionale opgaven en Brede Welvaart

Met de Regio Deals zet het kabinet in op het integraal en gezamenlijk aanpakken van regionale opgaven om daar de brede welvaart in Nederland te versterken. In haar position paper gaat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in op brede welvaart en regionale ontwikkelingen.

Brede welvaart gaat over het geheel van kwaliteit van leven, leefomgeving en economische welvaart, zoals blijkt uit de Monitor Brede Welvaart van het CBS.3 Naast economische aspecten is de brede welvaart dus ook gerelateerd aan de ecologische en sociaal-maatschappelijke aspecten van welvaart. Deze samenhang wordt vooral ook op het niveau van regio’s zichtbaar.

Het PBL onderscheidt in relatie tot brede welvaart de verschillende regionale opgaven grofweg in drie typen.4

Regio’s kunnen voor de opgave staan om groeipotenties ten aanzien van welvaart te verzilveren. Dit vraagt om een aanpak waarbij naast inzet op bijvoorbeeld kennis, innovatie en ondernemerschap ook in toenemende mate de aanwezigheid en nabijheid van hoogwaardige voorzieningen cruciaal is voor de ontwikkeling van het gebied.

Daarnaast kunnen regio’s voor de opgave staan om de kwaliteit van leven, of de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. Het gaat hier bijvoorbeeld om thema’s als scholing, werk, kwaliteit van wonen, veiligheid, milieu en een samenleving waaraan iedereen kan deelnemen.

Ten derde kunnen regio’s voor de opgave staan om nieuwe perspectieven te bieden aan burgers en bedrijven. Dit zijn regio’s waar sprake is van een transitie, bijvoorbeeld vanwege krimp of een relatief verouderde economische structuur en waarbij behoefte is aan nieuwe verdienmodellen voor bedrijven en om-, her- en bijscholing van de regionale beroepsbevolking.

De drie beleidsopgaven kunnen in alle regio’s in Nederland spelen.

Aanvullend op de drie genoemde opgaven wijst PBL op de grote maatschappelijke uitdagingen die impact hebben op de regio en waarbij de regio van belang is om oplossingen te ontwikkelen, uit te proberen en op te schalen om zo de maatschappelijke transities te kunnen versnellen. Een voorbeeld hiervan is de energietransitie.

Lessen en ervaringen

Met de Regio Deals wil het kabinet het partnerschap tussen Rijk en regio verder vormgeven. Het is daarom belangrijk de lessen en ervaringen mee te nemen in de vormgeving van de komende tranche. In mijn brief van 16 november jl.5 heb ik toegezegd u hierover te informeren.

Mijn uitnodiging voor voorstellen voor Regio Deals in de tweede tranche heeft veel energie losgemaakt in Nederland, wat resulteerde in een totaal van 88 regionale voorstellen. Er heeft een uitgebreide kwalitatieve analyse van de voorstellen plaatsgevonden, waarbij het gehanteerde afwegingskader6 over de brede welvaart als positief is ervaren als richtsnoer. Uiteindelijk heeft het kabinet binnen de kaders 12 voorstellen geselecteerd om uit te werken tot Regio Deals. Het aanmeldingsproces en afwegingskader van de derde tranche komen daarom op hoofdlijnen overeen met de vorige tranche.

Een aantal vragen in het afwegingskader is voor deze tranche aangescherpt om duidelijker te zijn richting de aanmeldende partijen over wat er van hen wordt verwacht en om te bevorderen dat kwalitatief sterke voorstellen worden aangemeld, die snel tot uitvoering kunnen worden gebracht. Daarnaast vindt ook de aanmeldingstermijn van regionale voorstellen dit jaar niet plaats in de zomerperiode waardoor regio’s voldoende ruimte krijgen om hun plannen uit te werken en met de betrokken regionale partijen af te stemmen.

Ik zal uw Kamer dit najaar de eerste voortgangsrapportage van de Regio Deals toezenden. In deze rapportage ga ik in op de voortgang van de tot nu toe gestarte Regio Deals en andere opgaven uit de eerste tranche en het monitoren van Brede Welvaart.

Afwegingskader derde tranche Regio Deals

De Regio Deals dragen bij aan de brede welvaart en versterken de kwaliteit van leven, werken, wonen, ondernemen, leren en recreëren in de regio. Rijk en regio werken vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid samen aan meervoudige opgaven op het snijvlak van economie, ecologie en sociale cohesie die in regio’s spelen en waarmee het perspectief voor burgers en bedrijven wordt verbeterd. Rijk en regio financieren de aanpak van deze opgaven ook gezamenlijk.

De voorstellen van de regio’s vormen een belangrijke aanzet voor de Regio Deals. Verdere uitwerking van de opgave, ambitie, doelen en aanpak zal plaatsvinden in overleg tussen de regionale partijen, het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de betrokken vakdepartementen, waarbij men gezamenlijk toewerkt naar een Regio Deal.

De invulling van de Regio Deal en de uitvoering daarvan zal voor inzet van de middelen uit de Regio Envelop mede beoordeeld worden op doelmatigheid en doeltreffendheid. Dit betekent dat de regionale opgave helder moet zijn en onderbouwd met feiten en cijfers en dat de geformuleerde oplossing logisch bijdraagt aan dit doel. Doelmatigheid vereist dat de kosten daarbij in verhouding staan tot de beoogde (maatschappelijke) baten. Daarnaast is van belang dat er voldoende output te verwachten is in de periode 2020–2022.

Het afwegingskader ziet op vier aspecten: inhoud, regionale inbedding, financiën en organisatie. Onderstaand schema werkt dit nader uit:

1. Inhoudelijke aspecten

a. In welke mate is er een te verwachten positief effect op brede welvaart? In hoeverre wordt de kwaliteit van leven, werken, wonen, veiligheid, ondernemen en recreëren in de regio verbeterd?

b. In hoeverre is er sprake van een meervoudige opgave?

– De opgave kent een samenspel van ecologische, economische en sociale elementen en gaat over meerdere beleidsdomeinen.

– De verschillende elementen vormen samen een onlosmakelijk verbonden opgave die een enkel beleidsdomein overstijgt e/o waarbij het geheel meer is dan de som der delen.

c. In hoeverre is er sprake van een integrale aanpak van de regionale opgave?

– Er is een duidelijk verband tussen de voorgestelde aanpak en de meervoudige regionale opgave (doeltreffendheid).

– De aanpak bestaat uit een aantal verschillende, samenhangende onderdelen.

– Op elk onderdeel wordt actie ondernomen.

d. Wordt er om brede samenwerking met, en niet-financiële inzet en bijdrage van het Rijk gevraagd in lijn met Rijksbeleid?

e. In welke mate en hoe leidt de aanpak van de Regio Deal tot een aantal concrete resultaten die in de periode 2020–2022 worden gerealiseerd? (Is er voldoende output te verwachten in de periode 2020–2022?)

f. Welke (objectieve) bronnen (onderzoeken, rapporten etc.) zijn er beschikbaar die een onderbouwing geven van de regionale opgave(n) en de urgentie daarvan?

2. Regionale aspecten

a. In welke mate is deze opgave kenmerkend voor deze regio?

b. Op welke doelgroep(en) richt de beoogde Regio Deal zich? Welke specifieke groep(en) gaat het verschil merken van deze Regio Deal en waarom? Op welke wijze is de doelgroep betrokken bij (het formuleren van) de aanpak?

c. Op welke manier is er bovenregionale uitstraling (regio-overstijgend effect) of gaat deze opgave de draagkracht van de regio te boven?

3. Financiële aspecten

a. Wordt aan het Rijk een bijdrage gevraagd binnen de bandbreedte van € 5–40 miljoen (incl. BTW) voor de uitvoering?

b. In welke mate zijn er toezeggingen/intenties omtrent (ten minste) evenredige publieke (van gemeenten/provincies/waterschappen) regionale financiering? Is inzichtelijk welke partijen voornemens zijn te investeren in de beoogde Regio Deal?

c. Op welke manier is financiële houdbaarheid op lange termijn (structurele financiering) geborgd?

d. In hoeverre is er een doelmatige besteding van middelen te verwachten en hoe is dat geborgd? Staat de gevraagde bijdrage vanuit de Regio Envelop in verhouding tot de omvang van de opgave en de geformuleerde ambitie en doelen?

4. Organisatorische aspecten

a. Is er voldoende organisatorisch vermogen (mensen en middelen) voor realisatie in 2020–2022?

b. Is er sprake van een bestaande regionale agenda, visie of programma (etc.)?

c. Op welke manier is aangegeven hoe de regionale governance wordt ingevuld? Is er bijvoorbeeld sprake van PPS/triple-helix samenwerking? Is er al sprake van een bestaande governance-structuur of moet deze met het sluiten van een eventuele Regio Deal nog worden vormgegeven?

Bij de selectie van uit te werken voorstellen tot Regio Deals wordt met name gekeken naar de bijdrage aan de brede welvaart, de meervoudigheid van de regionale opgaven, de integrale aanpak, de beschikbaarheid van de cofinanciering, de governance en de uitvoeringskracht in de regio en of de concrete te verwachten resultaten binnen de periode 2020–2022 kunnen worden bereikt.

In aanvulling op bovenstaande afwegingskader wordt bij de selectie van de derde tranche Regio Deals wederom gekeken naar een evenwichtige verdeling over de vier landsdelen7. Daarnaast wordt bij de selectie nadrukkelijk rekening gehouden met de vorige twee tranches van Regio Deals.

Financiële inzet Rijk en regio

De totale omvang van de beschikbare bijdrage uit de Regio Envelop voor de derde tranche bedraagt € 180 miljoen. Deze middelen zijn voor eenmalige bijdragen. De beschikbaarheid van structurele financiering dient daarom geborgd te worden door de regio.

Bij het ontwikkelen van de voorstellen en de nadere uitwerking daarvan in een Regio Deal zal rekening moeten worden gehouden met een financiële bandbreedte. Het is belangrijk om Regio Deals te sluiten met impact en tegelijkertijd gehoor te kunnen geven aan de grote behoefte om gezamenlijk met Rijk en regio opgaven aan te pakken. Daarnaast is het van belang dat op korte termijn op doelmatige en doeltreffende wijze tot inzet van de middelen uit de Regio Envelop kan worden gekomen. De bijdrage uit de Regio Envelop zal daarom een omvang hebben van minimaal € 5 miljoen en maximaal € 40 miljoen per Regio Deal.

De betrokkenheid en inzet van alle relevante partijen is van groot belang bij het sluiten van een Regio Deal. Dit komt onder meer tot uiting in de intentie van zowel Rijk als Regio om financiële middelen in te zetten voor het gezamenlijk aanpakken van de opgave. De bijdragen uit de Regio Envelop zijn maximaal 50% van de totale financiële omvang van een Regio Deal. De regionale overheden betrokken bij het voorstel dragen minimaal evenveel bij aan de Regio Deal als het Rijk vanuit de Regio Envelop. De middelen uit de Regio Envelop en van de regionale overheden zijn een vliegwiel voor andere investeringen door en in de regio. Daarnaast zal in de uit te werken deals ook deze keer worden verkend of er een koppeling kan worden gemaakt met andere (rijks)initiatieven die in de betreffende regio spelen. In voorkomende gevallen worden daarbij waar mogelijk ook andere financieringsbronnen beschouwd. De totale financiële omvang van de Regio Deal, waar de bijdrage uit de Regio Envelop één van de elementen in is, kent dan ook geen bovengrens.

Met de Regio Deals gaan Rijk en regio een partnerschap aan waarin gezamenlijke afspraken worden gemaakt over de ambitie, doelen, beoogde resultaten en inzet en aanpak van de regionale opgave. Alle partijen in dit partnerschap hebben zeggenschap over hun eigen betrokkenheid en kunnen zich inzetten om wederzijdse afspraken te maken. In het licht van de opmerkingen van de Algemene Rekenkamer in haar Verantwoordingsonderzoek 2018 over toepassing van de decentralisatie-uitkering wordt gewerkt aan een wetswijziging. Tot die tijd ben ik voornemens de middelen uit de Regio Envelop voor de derde tranche door middel van een specifieke uitkering beschikbaar te stellen aan de regio’s. De verantwoording verloopt via de SISA-systematiek waarbij de administratieve lasten zoveel mogelijk worden beperkt.

Procedure en startmoment

Vanaf 9 september 2019 kunnen regionale partners voorstellen aanmelden voor een Regio Deal bij het Ministerie van LNV. Ik nodig nadrukkelijk de regio’s die tot op heden nog geen Regio Deal met het Rijk hebben gesloten uit om een voorstel aan te melden. Nadere praktische informatie over de voorwaarden waar een aanmelding aan moet voldoen en het aanmeldingsformat voor het voorstel is digitaal beschikbaar via www.rvo.nl/regiodeals. Voorstellen die in aanmerking willen komen voor de derde tranche dienen te worden aangemeld vóór 1 december 2019. Ik nodig regio’s van harte uit om gedurende de aanmeldingsperiode in gesprek te gaan met medewerkers van mijn ministerie en de overige betrokken vakdepartementen om de ideeën met elkaar te verkennen en eventuele vragen te stellen. Partijen kunnen via de genoemde website contact opnemen.

Op basis van het hiervoor genoemde afwegingskader vindt vanaf 1 december een analyse plaats van de voorstellen door mijn ministerie en de betrokken vakdepartementen. Daarna bepaal ik in overleg met de Minister van BZK en de betrokken bewindspersonen begin 2020 welke voorstellen ik voornemens ben om samen met Rijks- en regiopartners verder uit te werken tot Regio Deals. Op basis van het voorstel van de regio wordt vervolgens door een gezamenlijk Rijk-Regio overleg gedurende enkele maanden toegewerkt naar een Regio Deal. De toekenning van de uiteindelijke financiële bijdrage aan een Regio Deal uit de Regio Envelop vindt bij afronding van het vervolgtraject plaats, wanneer de Regio Deal wordt gesloten. Ik ben voornemens de Regio Deals van deze derde tranche medio 2020 aan te gaan. Ik zal uw Kamer hierover informeren.

Tot slot

De eerste twee tranches van Regio Deals hebben veel energie opgeroepen om in Nederland samen aan de slag te gaan. Ik kijk uit naar deze volgende tranche met nieuwe regionale voorstellen waarmee we ook dit keer weer duurzame regionale ontwikkeling een impuls geven en de brede welvaart in Nederland verder versterken.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Kamerstuk 29 697, nrs. 60 t/m 69.

X Noot
2

Kamerstuk 29 697, nrs. 51, 53, 55, 57 en 60 t/m 69.

X Noot
4

PBL, Brede Welvaart en regionale ontwikkelingen, https://www.pbl.nl/publicaties/brede-welvaart-en-regionale-ontwikkelingen.

X Noot
5

Kamerstuk 29 697, nr. 56.

X Noot
7

Noord (Groningen, Friesland, Drenthe), Oost (Gelderland en Overijssel), Zuid (Limburg, Noord-Brabant en Zeeland) en West (Utrecht, Flevoland, Noord-Holland en Zuid-Holland).