Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201429683 nr. 189

29 683 Dierziektebeleid

Nr. 189 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 september 2014

In het kader van het antibioticumbeleid voor de veehouderij informeren wij uw Kamer met deze brief over het SDa-rapport «Het gebruik van antibiotica bij landbouwhuisdieren in 2013»1. Tevens informeren we u over een aantal toezeggingen uit het AO Dierziekten en Antibioticagebruik van 15 januari jl. (Kamerstuk 29 683, nr. 183), waaronder de handhavingsaanpak antibiotica en sturen we u de quickscan melkveehouderij van de NVWA. Daarnaast informeren wij u over het antibioticumgebruik in de vleeskonijnenhouderij.

SDa-rapport «Het gebruik van antibiotica bij landbouwhuisdieren in 2013»

Op 17 juni 2014 heeft de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa) haar rapport over het gebruik van antibiotica over 2013 gepubliceerd (zie bijlage 1)2. Het belangrijkste resultaat uit deze rapportage betreft een verdere daling in het gebruik van antibiotica met 20,5%. Hiermee is de daling ten opzichte van 2009 57,7%. Het doel, 50% reductie ten opzichte van het gebruik in 2009, is hiermee ruimschoots behaald. Tevens vermeldt de rapportage een zeer sterke afname van alle derde keuze antibiotica. In de meeste sectoren die gemonitord worden is het gebruik van deze middelen tot vrijwel nul gedaald. Daarnaast is het aantal veelgebruikers (bedrijven in het actiegebied, «het rode gebied») in alle sectoren substantieel afgenomen. Wij zijn verheugd over deze resultaten en spreken onze waardering uit voor de inspanningen die de veehouders en hun dierenartsen ook het afgelopen jaar hebben geleverd.

Uit de rapportage blijkt dat de daling in het gebruik in 2013 het sterkst was in de varkenshouderij (30%) en de pluimveehouderij (29%) en wat minder geprononceerd in de kalverhouderij (15%). Het gebruik in de melkveehouderij is stabiel gebleven, maar in absolute zin het laagst.

De rapportage laat zien dat het gebruik in landbouwhuisdieren van antibiotica die van kritisch belang zijn voor de volksgezondheid verder is afgenomen. Een zeer sterke afname van alle derde keuze antibiotica wordt gerapporteerd. In 2013 is voor de derde en vierde generatie cefalosporinen sprake van een afname met 76% en voor fluoroquinolonen met 50%. Daarmee is ten opzichte van 2011 voor de derde en vierde generatie cefalosporinen sprake van een totale reductie van 98,5% en voor de fluoroquinolonen van 78,3%. Ook kritische antibiotica als aminoglycosiden en colistine zijn in 2013 opvallend minder verkocht met respectievelijk 40% en 35% daling.

Uit de rapportage blijkt dat de vier grote veehouderijsectoren een substantiële verschuiving laten zien van bedrijven uit het actiegebied («het rode gebied») naar het signaleringsgebied («het oranje gebied») en naar het streefgebied (het «groene gebied»). Voor de varkens- en vleeskuikensector geldt dat meer dan twee derde van de bedrijven zich in het groene gebied bevinden. Een zelfde verschuiving is eveneens zichtbaar bij de dierenartsen. Het aantal dierenartsen in het actieniveau is van 9,6% in 2012 gedaald tot 3,4% in 2013. Wel adviseert de SDa de sectoren aanvullende aandacht te besteden aan bedrijven in het oranje gebied zodat een verdere doorschuif plaatsvindt van het oranje naar het groene gebied. De SDa adviseert de sectoren en de beroepsgroep dierenartsen nader onderzoek te doen naar het verlagen van het aantal bedrijven in het oranje gebied, kritische succesfactoren te benoemen en de bijbehorende kennis en kunde over te dragen.

Wij ondersteunen dit advies en zullen hier in onze reguliere overleggen met de betrokken partijen ook aandacht aan besteden.

Voor wat betreft het structureel veelgebruik vermeldt de rapportage dat dit een probleem van beperkte omvang is in de sectoren waarvoor gegevens over een langere periode beschikbaar zijn. Dit betreft de kalver- en varkenshouderij (resp. 3,3 en 2,8%). Structureel veelgebruikers zijn in deze rapportage gedefinieerd als veehouders die drie achtereenvolgende jaren zich in het rode gebied bevinden. Volgens de rapportage mag geconcludeerd worden dat het benchmarken van bedrijven en de gekoppelde acties aan het rode gebied, zoals uitvoering van een verbeterplan, succesvol zijn.

In 2013 heeft de SDa de verschillen tussen de antibioticagebruiksgegevens en de verkoopgegevens nader onderzocht (zie ook Kamerstuk 29 683, nr. 168 van 29 augustus 2014). De conclusie van deze analyse is dat de SDa de overeenkomst tussen de registraties van de verkoopcijfers en de gebruiksgegevens als goed beoordeelt. Beide registraties komen in hoge mate overeen. De verschillen over 2012 zijn volgens de SDa voornamelijk toe te wijzen aan registratiefouten van geleverde verpakkingsaantallen. De verschillen over 2013 kunnen volgens de SDa worden verklaard door veranderingen in de omvang van voorraden en verkochte antibiotica die gebruikt worden in andere diersectoren.

De SDa constateert in dat verband dat 90% van de in 2013 gebruikte 3e en 4e generatie cefalosporines en 45% van de fluoroquinolonen niet te herleiden is naar de gemonitorde veehouderijsectoren. Zij adviseert daarom om diersectoren waar relevant gebruik wordt verwacht (konijnen, geiten, paarden en eventueel gezelschapsdieren) ook te gaan monitoren en geeft aan dat het voorschrijfpatroon van dierenartsen van deze kritische middelen in deze sectoren nadere aandacht behoeft.

Wij zijn met de SDa van mening dat het gebruik van antibiotica in andere sectoren ook restrictief en zorgvuldig moet worden toegepast. Ten aanzien van kritische antibiotica zijn ook al enkele maatregelen van kracht. Zo moeten voor alle gebruik van derde keuze antibiotica, dus ook in de andere diersectoren inclusief gezelschapsdieren, een verplichte gevoeligheidsbepaling worden uitgevoerd. Daar wordt dit jaar ook door de NVWA gericht op geïnspecteerd. Daarnaast vindt er al een monitoring in de schapen-, geiten- en konijnenhouderij op het gebruik van antibiotica plaats door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) en via de Antibioticawijzer van het LEI. Uit deze monitoringsgegevens blijkt dat het gebruik van derde keuze antibiotica in deze sectoren laag is. In de formularia voor de geiten- en schapenhouderij is het gebruik van 3e keuze middelen niet opgenomen, gezien er geen noodzaak is voor het voorschrijven van deze middelen in deze twee sectoren. Dierenartsen gebruiken deze formularia als leidraad bij het voorschrijven. Wij onderschrijven de noodzaak om meer inzicht te krijgen in het gebruik van derde keuze antibiotica bij gezelschapsdieren en paarden. Hierover zullen wij in contact treden met de beroepsgroep dierenartsen. Over de uitkomsten van dit overleg en de vervolgaanpak zullen wij uw Kamer nader informeren.

De SDa houdt voor 2014 vast aan de huidige invulling van de benchmarksystematiek, maar is met sectoren in overleg over een verdere verfijning ervan. Deze processen worden uiterlijk eind 2014 afgerond.

Tot slot geeft de SDa aan dat de resistentieproblematiek tot nu werd aangepakt door met name in te zetten op reductiedoelstellingen. De SDa acht de tijd rijp voor meer diersoort specifieke doelstellingen waarbij de ontwikkelingen op het gebied van resistentie leidend moeten zijn. Hiervoor zal de SDa een evaluatie uitvoeren van het effect van de reductie van het antibioticumgebruik op het voorkomen van resistentie bij landbouwhuisdieren en op basis van de resultaten bezien in hoeverre de benchmarksystematiek hierop dient te worden aangepast. De SDa verwacht eind 2015 hierover een advies uit te brengen.

De gezamenlijke inzet van de veehouders en de dierenartsen hebben geleid tot een forse reductie. Dit heeft ook geleid tot een daling in resistentievorming bij landbouwhuisdieren. Onze waardering voor deze inzet is groot. Maar we zijn er nog niet. De ambitieuze 70% reductiedoelstelling vóór het einde van 2015 is nog niet bereikt. De sectororganisaties en de beroepsgroep dierenartsen zullen de komende anderhalf jaar de zeilen bij moeten zetten, mede gezien de constatering van de SDa dat de afname lijkt af te vlakken.

Zoals aangegeven in de brief van 4 juni jl. (Aanhangsel Handelingen II 2013/14, nr. 2134) zal in overleg met experts, de SDa en de betrokken sectoren worden bezien welk beleid na 2015 nodig is, gericht op een verdere vermindering van resistentievorming en resistentieverspreiding in de veehouderij. Wij zullen u hierover nader informeren.

Rapportage Commissie van Toezicht SDa

Begin dit jaar heeft de Commissie van Toezicht SDa ons voor de tweede keer geïnformeerd over haar bevindingen. De Commissie constateert dat de SDa bewust werkt aan de borging van de onafhankelijkheid en transparantie in de besluitvorming. Zo heeft de SDa een reglement opgesteld over de taken en werkwijze van het expertpanel en de verantwoordelijkheid van het SDa bestuur ten opzichte van het expertpanel. Dit reglement draagt in belangrijke mate bij aan de borging van het onafhankelijk functioneren van het expertpanel. De Commissie concludeert dat de SDa zijn status als professionele autoriteit hiermee verder heeft versterkt.

Maran rapportage

Op 26 juni is de MARAN-2014 gepubliceerd door het Centraal Veterinair Instituut (CVI) in samenwerking met de NVWA en het RIVM. Deze rapportage is een reflectie van de totale verkoop aan antibiotica ten behoeve van de veehouderij en de resistentie-ontwikkelingen die relevant zijn met betrekking tot humane gezondheid. Voor het tweede achtereenvolgende jaar is sprake van een daling van resistente ESBL-bacteriën in de veehouderijsectoren. Dit is een positief signaal. Wij zullen u dit najaar nader berichten over de resultaten en welke duiding wij hier aan geven.

Handhaving illegale handel en gebruik antibiotica

Terugblik NVWA Inlichtingen- en Opsporingsdienst

Zoals toegezegd in het AO van 15 januari jl. schetsen wij een beeld van de handhaving op het gebied van diergeneesmiddelen, inclusief (illegale) antibiotica van de afgelopen jaren en blikken wij vooruit naar de toekomst. Met betrekking tot de vondst van het verboden antibioticum furazolidon in diervoeder en de maatregelen die naar aanleiding van deze vondst door de NVWA zijn getroffen, hebben wij u bij brieven van 26 juni, 18 juli, 25 juli, 31 juli en 20 augustus geïnformeerd (Kamerstuk 26 991, nrs. 422, 425, 426, 427 en 428). In deze brief gaan wij daarom alleen in op de algemene handhavingsaanpak en andere lopende zaken.

De NVWA-Inlichtingen- & Opsporingsdienst (NVWA-IOD) richt zich voornamelijk op complexe, ketengerelateerde, georganiseerde en internationaal georiënteerde criminaliteit.

De inzet van inlichtingen en opsporing heeft tot doel het inzicht in naleving en overtreding te vergroten en de naleving te verhogen. In de jaren 2012 tot 2014 heeft de NVWA-IOD meerdere onderzoeken uitgevoerd en/of afgerond naar de illegale handel in, het illegaal voorhanden hebben van en het illegaal toedienen van antibiotica bij dieren. De NVWA-IOD heeft opvolging gegeven aan diverse signalen inzake illegale handelingen met betrekking tot antibiotica. Naar aanleiding hiervan zijn drie inkomende rechtshulpverzoeken van andere lidstaten, twee strafrechtelijke onderzoeken van beperkte omvang en twee omvangrijke strafrechtelijke onderzoeken uitgevoerd of worden nog uitgevoerd. Binnen de NVWA-IOD zijn ongeveer 27.600 uur aan bovenstaande onderzoeken besteed.

De strafrechtelijke afdoening

Eén omvangrijk strafrechtelijk onderzoek betrof de illegale handel in en het illegaal toedienen van antibiotica bij vleeskuikens. Het andere omvangrijke strafrechtelijke onderzoek betreft de vondst van het verboden antibioticum furazolidon.

In de eerste zaak is vervolging ingesteld tegen 8 verdachten. Op 12 juni heeft de Rechtbank Groningen het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in deze zaak. Het Openbaar Ministerie is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan. In deze zaak had het Openbaar Ministerie al aan 21 afnemers van illegale antibiotica een transactie aangeboden waarvan de hoogte varieerde tussen € 2.500,– en € 5.500,–. Achttien afnemers hebben het transactieaanbod aanvaard. Drie afnemers hebben het transactieaanbod niet aanvaard. Het Openbaar Ministerie beraadt zich op dit moment over de afdoening van de zaken tegen deze 3 verdachten.

Terugblik Toezicht

Met de inwerkingtreding van de Wet dieren en onderliggende regelgeving is het mogelijk om voorschriften met betrekking tot diergeneesmiddelen voor dierenartsen en veehouders via bestuursrechtelijke maatregelen (bestuursdwang) te handhaven. Zo is het vanaf 1 januari 2013 mogelijk om op basis van de Wet Dieren bestuursrechtelijk op te treden bij het aanbieden van een dier met een residugehalte boven de MRL. De bestuurlijke boete bedraagt bij deze overtreding 2.500 euro. Vóór die datum moest de NVWA bewijzen dat de veehouder de administratieve verplichtingen had overtreden of dat de wachttermijn niet was gerespecteerd. Deze zaken konden alleen met een strafrechtelijke sanctie worden afgedaan.

Bij diergeneesmiddelencontroles is op veehouderijbedrijven en bij dierenartsen beoordeeld of de regels omtrent diergeneesmiddelen goed worden nageleefd. In 2013 zijn in dat kader 56 processen-verbaal, 57 boeterapporten en 86 waarschuwingen opgelegd aan veehouders (inclusief Nationaal Plan Residuen) en 8 processen-verbaal, 8 berechtingsrapporten, 5 boeterapporten en 36 waarschuwingen voor dierenartsen. In 2012 zijn 93 processen-verbaal opgelegd aan veehouders en 37 processen-verbaal/ berechtingsrapporten opgelegd aan dierenartsen (poortwachteronderzoeken).

Op één kalverbedrijf zijn bestuursrechtelijke maatregelen genomen in verband met het aantreffen van het verboden antibioticum furaltadone (TK 26 991 Nr. 392). De kalverhouder krijgt een korting op de inkomenssteun uit het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de kosten van de hercontroles en analyse van de monsters worden in rekening gebracht. Onder leiding van het Functioneel Parket wordt strafrechtelijk onderzoek gedaan. Over de strafrechtelijke afdoening kan daarom nog geen mededelingen worden gedaan.

Vooruitblik

Illegale handel en gebruik van antibiotica is ontoelaatbaar. Opsporing en strikte aanpak van illegale praktijken zijn van groot belang. Daarom voert de NVWA, mede naar aanleiding van bovenstaande vondsten van verboden antibiotica, op basis van een risico-gerichte benadering, in 2014 extra onderzoek uit naar de handel in en het gebruik van illegale antibiotica en groeibevorderaars.

Het toezicht op antibiotica vormt een speerpunt voor de NVWA. De NVWA en het Openbaar Ministerie werken samen op basis van een effectieve handhavingsstrategie. Per casus wordt een optimale inzet bepaald van bestuursrecht, strafrecht of een combinatie van beide. De NVWA gebruikt de formularia en richtlijnen die door de beroepsgroep zijn opgesteld, als norm voor zorgvuldig voorschrijfgedrag voor dierenartsen. De NVWA zet permanent in op Quickscan onderzoeken. In 2013 is de Quickscan antibioticum melkvee uitgevoerd (zie bijlage)3. In 2014 staan er onderzoeken gepland in diverse diersectoren. Daarnaast worden risicogebaseerde controles uitgevoerd bij veehouders en dierenartsen. De door productschappen (PVV en PPE) verstrekte gegevens van «veelgebruikers» uit de melkvee-, varken-, vleeskuiken- en kalversector worden daarbij gecombineerd met andere risicofactoren. De Quickscan onderzoeken, de risicogebaseerde controles en de aanpak van illegale stromen vormen de speerpunten in de handhaving om te komen tot vermindering en verbetering van het antibioticagebruik in de veehouderij.

Omdat illegaliteit zich niet aan grenzen houdt, zet Nederland zich in om met Denemarken en de deelstaten Nordrhein-Westfalen en Niedersachsen afspraken te maken om de samenwerking in de aanpak van illegale handel in antibiotica te intensiveren.

Quickscan Melkveehouderij

De NVWA heeft in 2013 een quickscan antibioticagebruik in de melkveehouderij uitgevoerd. De gegevens hebben betrekking op het jaar 2012. Doel is het verkrijgen van een kwalitatief beeld van het antibioticagebruik, de mate waarin melkveehouders voldoen aan de logboekverplichting en het voorschrijfgedrag van de dierenartsen in deze sector. In de bijlage treft u het volledige rapport aan. Er zijn 100 melkveebedrijven bezocht, waarbij 78 dierenartsenpraktijken zijn betrokken. De resultaten stemmen ons tot tevredenheid. Uit de quickscan komt een positief beeld naar voren. De NVWA constateert dat dierenartsen bij het voorschrijven van antibiotica in de melkveehouderij zorgvuldig en restrictief zijn. Er zijn geen grote afwijkingen gevonden. De rapportage heeft dan ook niet geleid tot het opmaken van berechtingsrapporten voor het Veterinair Tuchtcollege.

Dit beeld komt overeen met de gegevens die we tot nu toe van de Stichting Diergeneesmiddelen autoriteit hebben ontvangen. De afwijkingen die gevonden zijn, zijn veelal van administratieve aard zoals een onjuiste wijze van noteren. Aandachtspunt betreft de bevinding dat op 13 (van de 100) bedrijven melk van met antibiotica behandelde koeien aan kalveren werd gevoerd. Dit is in het kader van mogelijke resistentievorming niet wenselijk en verboden. Zoals aangegeven in de beantwoording van vragen van het lid Thieme (Aanhangsel Handelingen II 2012/13, nr. 397) van 29 oktober 2012, over antibioticaresistentie bij kalveren door melk, heeft dit de aandacht van de melkveehouderijsector. We zullen de sector op basis van deze resultaten nogmaals attenderen op de eerder gemaakte afspraken hierover. Ook hebben we dit onderwerp bij de Europese Commissie geagendeerd (zie Kamerstuk 29 683, nr. 172).

Preventieve maatregelen

Tijdens het Algemeen Overleg Dierziekten en Antibioticagebruik van 15 januari jl is toegezegd u schriftelijk te informeren over de vraag van de heer Van Gerven over een aantal specifieke maatregelen om het verspreiden van bacteriën in de veehouderij te voorkomen. Hij wees hierbij op het reinigen van drinkwatersystemen en stallen en het afvoeren van afvaldrab uit luchtwassers. Ten algemene geldt dat een goede basishygiëne van belang is voor het verlagen van de verspreidingskans. In de bestaande ketenkwaliteitssystemen zijn hiervoor algemene eisen opgenomen die moeten bijdragen aan het voorkomen van insleep van bacteriën of andere ziektekiemen waardoor een hogere diergezondheid gerealiseerd kan worden. Goede reiniging en ontsmetting vormen onderdeel van de ketenkwaliteitssystemen. Het regelmatig grondig reinigen van drinkwaterinstallaties maakt onderdeel uit van deze kwaliteitseisen in de diverse veehouderijsectoren. Met betrekking tot de afvoer van spuiwater van luchtwassers zijn regels opgesteld in het kader van mest- en bodembeleid. Bij mestverwerkingsinstallaties worden doorgaans zuiveringstechnieken toegepast, waarmee lozing van antibiotica en resistente bacteriën op oppervlaktewater wordt verminderd of voorkomen. Over de omvang van de verspreiding van antibioticaresistentie in het milieu is nog veel onbekend. Daarom wordt momenteel samen met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een onderzoeksagenda opgezet om dit onderwerp verder te verkennen (Kamerstuk 32 620, nr. 91).

Antibioticagebruik in de vleeskonijnenhouderij

Het antibioticumbeleid in de veehouderij heeft zich de afgelopen jaren vooral toegespitst op het reduceren en zorgvuldiger gebruik van antibiotica in de vier grote veehouderijsectoren waar 90 tot 95% van het veterinaire gebruik van antibiotica in Nederland plaatsvindt. Het is daarnaast van belang ook zicht te krijgen op het gebruik in de kleine sectoren. In onze brief van november 2013 (Kamerstuk 29 683, nr 172) hebben wij u geïnformeerd over het gebruik in de schapen- en geitenhouderij. In deze brief informeren wij u over een andere sector met een relatief beperkte omvang: de vleeskonijnenhouderij. Deze bestond in Nederland in 2012 uit 60 bedrijven met in totaal 43.000 voedsters (zoogkonijnen).

De vleeskonijnensector registreert vrijwillig het gebruik van antibiotica via de website van de antibioticawijzer. Over het gebruik in 2012 zijn de gegevens door het LEI verzameld. De nadere analyse van de gegevens is te vinden op de website www.antibioticawijzer.nl. In totaal heeft 62% van de konijnenbedrijven de wijzer ingevuld. Deze vertegenwoordigen 88% van het aantal voedsters. Het gemiddeld antibioticagebruik ligt op 133 dagdoseringen met een individuele range van 0 tot 331. Dit betekent niet alleen een zeer hoog gebruik maar ook een grote bedrijfsvariëteit. 85% van de antibiotica betreft eerste keuzemiddelen, 14% betreft tweede keuzemiddelen. Gebruik van derde keuzemiddelen komt bijna niet voor.

We vinden het onwenselijk dat de vleeskonijnensector zo afhankelijk is van het gebruik van antibiotica. Het gebruik in deze sector moet vanuit het oogpunt van volksgezondheid en een duurzame dierhouderij fors worden gereduceerd. De sector deelt deze mening en werkt aan een plan van aanpak voor vermindering van het antibioticagebruik. De sector zet zich in voor een sectordekkende registratie van het gebruik en heeft ons gevraagd dit te realiseren via regelgeving conform de vier grote sectoren aangevuld met de eisen van het afsluiten van een één op één overeenkomst tussen ondernemer en dierenarts en het nemen van preventieve maatregelen via een bedrijfsgezondheidsplan en-behandelplan zoals deze nu zijn opgenomen in de UDD-regeling die sinds 1 maart van kracht is. De grote variatie in gebruik tussen veel- en weiniggebruikers biedt ruimte om te leren van elkaar. Via de bestaande studieclubs zal hier aandacht aan worden besteed.

Tevens zet de sector zich in voor het niet meer gebruik maken van derde keuze antibiotica. Deze intentie wordt verder uitgewerkt in een plan van aanpak.

We waarderen het dat de sector op deze wijze haar verantwoordelijkheid wil nemen en zijn met de sector in overleg over de wijze waarop wij de aanpak van de sector met de gevraagde regelgeving kunnen ondersteunen.

In aanvulling op deze gegevens zal de NVWA deze herfst een quickscan uitvoeren in de vleeskonijnensector, waarmee het voorschrijfgedrag van dierenartsen in deze sector nader in beeld wordt gebracht.

Internationaal

In het algemeen overleg van 15 januari 2014 heeft het lid Geurts verzocht om inspanningen van de FAO op het gebied van de internationale aanpak van antibioticaresistentie te ondersteunen. Antibioticaresistentie is bij uitstek een problematiek die grensoverschrijdend moet worden aangepakt. De WHO heeft hierbij een regisserende rol. De WHO is door de lidstaten verzocht om in 2015 een wereldwijd actieplan voor de aanpak van antibioticaresistentie te presenteren, en de tripartiete samenwerking tussen WHO, FAO en OIE ten behoeve van die aanpak te versterken.

Ter voorbereiding van het actieplan worden enkele ministeriële conferenties georganiseerd. De Minister van VWS heeft op verzoek van en samen met de WHO op 25 en 26 juni 2014 een van deze conferenties georganiseerd. U wordt in een separate brief over de uitkomst van deze conferentie geïnformeerd.

Wij vinden de tripartiete samenwerking van groot belang omdat deze de noodzakelijke integrale One Health aanpak van de problematiek waarborgt. Op basis van het toekomstige actieplan zullen wij bezien hoe we activiteiten die voortkomen uit de tripartiete samenwerking, waaronder FAO activiteiten die gericht zijn op de One Health aanpak, verder kunnen ondersteunen.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Schippers


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl