Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201426991 nr. 425

26 991 Voedselveiligheid

Nr. 425 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 juli 2014

Op 26 juni jongstleden is uw Kamer geïnformeerd over het feit dat de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) bij een vleeskalverbedrijf het verboden antibioticum furazolidon heeft aangetroffen (Kamerstuk 26 991, nr. 422). Furazolidon behoort tot de groep nitrofuranen. Deze groep antibiotica is volgens de Europese Verordening (EU) nr. 37/2010 verboden voor gebruik bij voedsel producerende dieren.

In de brief van 26 juni is reeds gemeld dat de NVWA in april dit jaar monsters heeft genomen op 20 kalverbedrijven. Daarbij is bij één kalverbedrijf in urinemonsters van de aanwezige kalveren de verboden stof furazolidon aangetroffen. De furazolidon was afkomstig van een partij diervoeder op het betreffende bedrijf. Het onderzoek door de NVWA is daarna uitgebreid naar de leverancier (diervoederhandelaar) van het betreffende diervoeder.

In deze brief informeer ik u, mede namens de Minister van VWS, over de meest recente bevindingen en stand van zaken tot heden.

Nieuwe bevindingen NVWA

Uit onderzoek bij de diervoederhandelaar is gebleken dat, naast de in de Kamerbrief van 26 juni al gemelde vier kalverbedrijven en één melkveebedrijf, door de betreffende diervoederhandelaar ook grondstoffen voor diervoeders geleverd zijn aan vier mengvoederbedrijven.

Uit de verschillende onderzoeken is nu het volgende bekend:

  • De NVWA heeft alle leveringen uit 2014 door de diervoederhandelaar aan de vier mengvoerbedrijven bemonsterd en geanalyseerd op furazolidon. Daaruit bleek dat drie van de vier mengvoederbedrijven de door de diervoederhandelaar geleverde, met furazolidon verontreinigde, grondstof verwerkt hebben in mengvoer. De positieve monsteruitslagen kunnen worden gerelateerd aan leveringen door de diervoederhandelaar in de periode van

  • 1 maart tot 5 juni.

  • Bij het vierde mengvoederbedrijf is geen verontreiniging aangetroffen.

  • Op dit moment is bekend dat het verontreinigde diervoeder van één van de drie mengvoerbedrijven is geleverd aan 97 varkenshouderijen en 5 kalverbedrijven in Nederland. Daarnaast is er verontreinigd diervoeder geleverd aan

  • 11 bedrijven in Duitsland. Het onderzoek naar het aantal bedrijven aan wie door de andere twee mengvoerbedrijven is geleverd loopt.

    • Op de veehouderijbedrijven waarvan bekend is dat zij verontreinigd veevoeder hebben gekregen, wordt nu op basis van een risicogebaseerde steekproef onderzoek ingesteld om te bepalen in welke mate de dieren en/of het vlees is verontreinigd met de verboden stof. Daarnaast loopt nog nader onderzoek naar andere voedersporen.

    • De veehouderijbedrijven worden per brief gewezen op hun verplichtingen, waaronder de verplichting om de dieren waarin furazolidon kan zitten te traceren en te zorgen dat deze niet in de voedselketen worden gebracht.

  • Via het RASFF systeem heeft Nederland op 15 juli de Duitse autoriteiten gemeld dat er verontreinigde veevoer geleverd is aan elf Duitse bedrijven.

BuRO advies

Het onafhankelijke Bureau risicobeoordeling en onderzoeksprogrammering (BuRO) van de NVWA heeft eerder een advies uitgebracht over de volksgezondheidsrisico’s. BuRO concludeerde dat, op basis van Europese risicobeoordelingen en gemeten gehaltes, consumenten die vlees of organen hebben gegeten waarin residuen van furazolidon aanwezig zijn, geen ontoelaatbaar gezondheidsrisico hebben opgelopen. In de eerder genoemde brief van 26 juni jl. bent u hierover geïnformeerd.

Naar aanleiding van de positieve bedrijfsmonsters bij de bovengenoemde mengvoederbedrijven is BuRO gevraagd of het eerder uitgebrachte advies bijstelling dan wel aanvulling behoeft.

Als nadere uitkomsten uit het onderzoek door de NVWA en het advies van BuRO beschikbaar zijn zullen wij u nader informeren.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma