Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202028345 nr. 234

28 345 Aanpak huiselijk geweld

31 015 Kindermishandeling

Nr. 234 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 juni 2020

Voor en tijdens de coronacrisis is in het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) verder gewerkt aan het behalen van de doelen van dit programma: het eerder en beter in beeld krijgen en het stoppen en duurzaam oplossen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Binnen het programma is al veel bereikt. De ontwikkelde kaders zijn van belang om geweld duurzaam op te lossen. We noemen hier een paar belangrijke mijlpalen:

  • De VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs en de VNG-commissie Bestuur en Veiligheid hebben het kwaliteitskader «Werken aan veiligheid voor lokale (wijk) teams en gemeenten» vastgesteld en gemeenten zijn gestart met de implementatie.

  • De partners in het programma Geweld hoort nergens thuis hebben overeenstemming bereikt over het werken volgens de visie gefaseerde ketenzorg.

  • De bouwstenen voor de multidisciplinaire en specialistische aanpak (MDA++) voor hulp aan gezinnen met complexe problemen waar structureel geweld speelt, zijn door de leden van de stuurgroep GHNT vastgesteld als een leidraad voor regionale implementatie.

  • In het programma Geweld hoort nergens thuis is tevens gestart met de onderdelen die voor de tweede helft van de looptijd van het programma op de agenda staan: het werken in de regio’s met de visie gefaseerde ketenzorg, MDA++ en het kwaliteitskader «Werken aan veiligheid in lokale (wijk)teams en gemeenten», Ieder kind geïnformeerd, het verbeteren van traumascreening en traumahulp en het project «wij doorbreken de cirkel van geweld».

Voor de versterking van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling heeft het Rijk bij voorjaarsnota extra middelen beschikbaar gesteld (Kamerstuk 35 450 XVI, nr. 1). Voor Veilig Thuis is jaarlijks 38,6 miljoen euro extra beschikbaar gesteld. Daarnaast is structureel 14 miljoen euro beschikbaar voor het creëren van benodigde extra opvangplekken voor acute crisissituaties in de vrouwenopvang en voor het oplossen van door- en uitstroomproblematiek. Structureel is 1,5 miljoen euro uitgetrokken voor de kosten die voortkomen uit de stijging van het aantal slachtoffers dat contact legt met de Centra Seksueel Geweld (CSG’s). In 2020 en 2021 jaarlijks 5 miljoen euro beschikbaar voor gemeenten voor de uitvoering van de actieagenda Schadelijke praktijken, die uw Kamer op 18 februari jl heeft ontvangen (Kamerstukken 28 345 en 31 015, nr. 228).

De voortgang van het programma treft u in bijgaande vierde voortgangsrapportage Geweld hoort nergens thuis aan1. In deze brief geven we de belangrijkste ontwikkelingen aan binnen het programma. Achtereenvolgens gaan we in op:

  • Extra maatregelen in verband met de coronacrisis

  • Eerder en beter in beeld en duurzaam oplossen

  • Monitoring en onderzoek

  • Onderzoeksrapporten

  • Moties en toezeggingen

Over de stand van zaken van de vereenvoudiging van de jeugdbeschermingsketen wordt u geïnformeerd in de aanbiedingsbrief bij de voortgangsrapportage van het programma Zorg voor de Jeugd.

Extra maatregelen in verband met de coronacrisis

De noodzakelijke maatregelen die het kabinet heeft genomen om het coronavirus te bestrijden hebben ook effect op gezinnen in een kwetsbare situatie. Hoewel dit niet blijkt uit de beschikbare cijfers van de meeste organisaties, zijn er zorgen dat door oplopende stress en spanningen, minder bewegingsvrijheid en veel thuis zijn kindermishandeling of huiselijk geweld kunnen toenemen, zoals ook blijkt uit het verslag van de Werkgroep Sociale Impact van de Coronacrisis. Op basis van de zorgen die leefden en op basis van signalen uit het buitenland, hebben we onder andere met gemeenten, hulpverleningsorganisaties en het onderwijs diverse maatregelen genomen.

In de eerste plaats zijn maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat de gezinnen zelf ontlast worden en de mogelijkheid vergroot wordt om laagdrempelig hulp te vragen. In de tweede plaats zijn maatregelen ingevoerd om ervoor te zorgen dat buren, omstanders en professionals alert blijven op oplopende spanningen en op signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling en vervolgens handelen.

  • Voor kinderen in een kwetsbare (gezins)situatie noodopvang, begeleiding door school, kinderopvang, gastouderopvang en/of inzet van een jeugdprofessional georganiseerd. Leerplichtambtenaren, jeugd- en gezinscoaches, jeugdhulp en wijkteams zijn langsgegaan bij leerlingen over wie zorgen bestaan, waarbij zij ook kijken welke (onderwijs)begeleiding en eventueel opvang nodig is voor leerlingen. Het contact zoeken met de leerling staat hierbij centraal.

  • De noodopvang voor kinderen in een kwetsbare positie en voor kinderen van ouders met een vitaal beroep is de afgelopen periode gemonitord. Uit deze monitor en uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders bleek dat een aantal leerlingen miste na de (gedeeltelijke) heropening van de scholen. Scholen werken daarom samen met leerplicht, jeugd- en gezinscoaches, jeugdhulp en wijkteams om alle leerlingen in beeld te krijgen en ze naar school te laten komen. Het contact zoeken met de leerling staat hierbij centraal.

    Hiernaast werken de partners van het programma Zorg voor de Jeugd (Ministeries VWS, OCW en J&V, gemeenten, beroepsverenigingen, cliënt- en ouderorganisaties en branches gespecialiseerde jeugdhulp) samen met het Nederlands Jeugdinstituut, AKJ, de Kindertelefoon en de Associatie Wijkteams met het doel om kinderen, jongeren en hun opvoeders in deze tijd zo goed mogelijk te ondersteunen in de coronatijd. Er is een nieuwe website met informatie en tips voor schoolleiders, leraren, intern begeleiders en zorgcoördinatoren om de aanwezigheid op school te stimuleren2.

  • MIND Korrelatie bereikbaar per app, chat of telefoon om professionele hulp te geven bij vragen over opvoeding of spanningen binnen relaties.

  • Veilig Thuis heeft op 25 mei jl. een landelijke chatfunctie ingevoerd waarmee slachtoffers, plegers en omstanders (buren, vrienden) van huiselijk geweld en kindermishandeling laagdrempeliger contact kunnen opnemen met Veilig Thuis. In de eerste twaalf werkdagen (vanaf 25 mei tot en met 9 juni) zijn er ruim 1000 chatgesprekken gevoerd door Veilig Thuis. Deze gesprekken duurden gemiddeld zo’n 20 minuten. Niet alleen werd er advies gevraagd door omstanders, ook mensen die vragen hadden over hun eigen situatie wisten de chat te vinden.

  • In navolging van onder andere Frankrijk en België is op 1 mei jl. een codewoord ingevoerd voor het melden van huiselijk geweld bij apotheken. Slachtoffers van huiselijk geweld kunnen door het noemen van het codewoord «masker 19» bij de apotheek op een laagdrempelige manier hulp vragen. De apotheker werkt conform de meldcode en kan een melding doen bij Veilig Thuis (en in geval van acute nood uiteraard de politie inschakelen via noodnummer 112). Bij verschillende regionale Veilig Thuis-organisaties zijn inmiddels enkele meldingen binnengekomen via het codewoord bij de apothekers. Met betrokken partijen wordt periodiek geëvalueerd.

  • Er is een nieuwe voorlichtingscampagne gestart die gericht is op omstanders en slachtoffers zelf, waarin hen gesprekstips en handelingsperspectieven worden geboden.

  • De organisaties van hulpverleners hebben samen met het Ministerie van VWS richtlijnen en handvatten ontwikkeld voor professionals, die door de kennisinstituten Nederlands Jeugd Instituut (NJI), Movisie en de beroepsgroepen breed zijn gedeeld. Zo maken de kindcheck, het bespreken van de gezinssituatie en de mantelzorgverleningscheck ook onderdeel uit van de richtlijn «GGZ en corona». Ook heeft de artsencoalitie een oproep gedaan om onder andere actiever te vragen naar de thuissituatie en om indien nodig hulp aan te bieden.

  • Speciaal voor het onderwijs is de app «Meldcode onderwijs» gelanceerd, in navolging van het succesvolle gebruik van de app «Meldcode kinderopvang». De app helpt onderwijsprofessionals juist in deze tijd bij het signaleren van problemen en maakt het makkelijker en laagdrempeliger om advies te vragen bij Veilig Thuis. De app levert tevens een stevige bijdrage aan een duurzame borging van het gebruik van de meldcode in de diverse geledingen van het onderwijs.

Wat weten we over huiselijk geweld en kindermishandeling ten tijde van de coronacrisis?

Of huiselijk geweld en kindermishandeling is toegenomen na invoering van de maatregelen is niet eenduidig aan te geven. Hieronder geven we weer wat daar nu over bekend is.

  • Uit de cijfers van Veilig Thuis blijkt dat het aantal meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling in deze periode niet is toegenomen. Ook bij de politie is er in deze periode geen significante stijging of daling geconstateerd van incidenten van huiselijk geweld. Wel hebben meer kinderen contact opgenomen met de Kindertelefoon over oplopende spanningen thuis. Over de gehele linie ziet de Kindertelefoon dat de onderwerpen waarover kinderen contact opnemen niet zozeer zijn veranderd, maar dat deze nu worden gerelateerd aan de coronacrisis.

  • Op verzoek van Augeo heeft het Verwey-Jonker Instituut onderzoek gedaan naar de vraag of geweld in kwetsbare gezinnen, waar geweld speelt of heeft gespeeld, tijdens de coronacrisis is toe- of afgenomen. Daarnaast is op verzoek van de Minister van VWS onderzoek gedaan naar de gevolgen van de crisis op de hulp en ondersteuning in deze gezinnen. Het onderzoeksrapport bieden wij u hierbij aan3. Uit het onderzoek blijkt onder andere het volgende:

    • o Er is geen significant verschil in het aantal incidenten van geweld ten opzichte van de periode voor de crisis. Wel is in te veel gezinnen nog steeds sprake van geweld.

    • o Ten tijde van de coronamaatregelen voelden tieners zich veiliger. In gezinnen waar het beter gaat geven betrokkenen aan dat dit komt doordat dagelijkse verplichtingen wegvallen, er minder stress is doordat er minder mensen over de vloer komen, dat omgangsregelingen rustiger verlopen en dat er meer motivatie is om in deze situatie confrontaties te vermijden.

    • o Gezinnen die ervaren dat het niet beter gaat ten tijde van de coronamaatregelen, geven aan dat dit veroorzaakt wordt door de druk om thuisscholing te verzorgen, doordat er minder rustmomenten zijn omdat iedereen thuis is, doordat een uitlaatklep buitenshuis is weggevallen, doordat hulpverlening is weggevallen of doordat deze op een andere manier wordt geboden en door oplopende spanningen over de inkomenssituatie.

    • o Als de relatie met de hulpverlening voor de crisis goed was, is het oordeel ook ten tijde van de maatregelen positief en als deze niet goed was, is het oordeel negatief.

Het is op zichzelf positief dat het geweld in gezinnen waar al sprake was van geweld, in de coronacrisis over het algemeen niet is toegenomen. Het gaat om gezinnen die veelal geïsoleerd leven. Het effect van de coronamaatregelen lijkt voor deze gezinnen beperkt te zijn. Desondanks is er in deze gezinnen nog steeds sprake van geweld en blijft hulpverlening nodig.

Samen met de organisaties die betrokken zijn bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling willen we nagaan welke lessen en inzichten uit deze onderzoeken relevant zijn voor de hulpverlening in het verdere verloop van de coronacrisis en daarna.

Eerder en beter in beeld en duurzaam oplossen

De progressie op de actielijn van het programma «Eerder en beter in beeld» zet zich voort. Zo worden in het onderwijs grote stappen gezet in de implementatie van de meldcode. Zo ontwikkelen de Algemene Vereniging voor Schoolleiders, PO-Raad en VO-raad vanuit de Beweging tegen Kindermishandeling een veldnorm onderwijs, in navolging van de goede ervaringen die in de ziekenhuizen zijn opgedaan met het werken met een veldnorm huiselijk geweld en kindermishandeling. De veldnorm is een praktisch middel dat de signalering en aanpak van kindermishandeling op scholen kan stimuleren en ondersteunen.

Stijging adviesvragen en meldingen en Veilig Thuis

Naar aanleiding van de signalen over een sterke stijging van het aantal adviesvragen en meldingen bij Veilig Thuis is in opdracht van het Ministerie van VWS in samenwerking met de VNG een onderzoek door Significant Public uitgevoerd. Dit onderzoek is op 17 april jl. naar uw Kamer gestuurd (Kamerstuk 28 345, nr. 230). Het onderzoek is uitgevoerd vóór de coronacrisis en gaat over de jaren 2017, 2018 en 2019. Het onderzoek laat zien dat tussen 2017 en 2019 het aantal adviesvragen gemiddeld met 39% is toegenomen en het aantal meldingen met 28% (met grote variatie tussen de regio’s) met als belangrijkste oorzaak de invoering van de verbeterde meldcode in 2019. De stijging van het aantal meldingen en adviesvragen laat zien dat huiselijk geweld en kindermishandeling beter in beeld komen. Dit is een van de doelen van het programma Geweld hoort nergens thuis.

Deze stijging leidt voor Veilig Thuis en ketenpartners echter ook tot een toename van de werkdruk, mogelijk verlies van kwaliteit van werk, het niet in alle gevallen kunnen afronden van diensten binnen de wettelijke termijnen en partnerschap dat onder druk komt te staan. Daarbij willen we benadrukken dat bij acuut gevaar of onveiligheid altijd gehandeld wordt.

Landelijk hebben we samen met de VNG, het Landelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT) vervolgacties voor de korte termijn en lange termijn geïnventariseerd. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen oplossingen die ketenbreed moeten worden opgepakt, bijvoorbeeld in onderlinge samenwerking door de wijkteams, en gemeenten, en oplossingen die specifiek voor Veilig Thuis van toepassing zijn.

De drie belangrijkste vervolgacties naar aanleiding van dit onderzoek zijn:

Ten eerste is er jaarlijks, vanaf 2020, structureel 38,6 miljoen euro extra beschikbaar gekomen bij voorjaarsnota voor de versterking van Veilig Thuis in de regio’s. Deze extra middelen komen boven op de middelen die vanaf 2018 beschikbaar zijn gesteld om de geraamde stijging op te vangen. De extra middelen kunnen bijvoorbeeld worden ingezet voor uitbreiding van formatie en verbeteren van naleving van de wettelijke termijnen bij Veilig Thuis en/of haar samenwerkingspartners.

Ten tweede wordt in kaart gebracht wat de stand van zaken per regio is waar het gaat om het versterken van lokale (wijk)teams, in samenhang met de eerder genoemde implementatie van het kwaliteitskader «Werken aan veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten. Parallel daaraan laten we een analyse uitvoeren op de actuele samenwerkingsafspraken tussen Veilig Thuis-organisaties en lokale (wijk)teams. Hierna wordt in overleg met relevante partijen bepaald wat goede vervolgstappen zijn, ook met het oog op de ontwikkelingen in de jeugdbescherming om tot de noodzakelijk vereenvoudiging in het werkveld te komen. Hierover informeren we u in de volgende voortgangsrapportage van het programma GHNT.

Ten derde faciliteert de VNG het uitwisselen van ervaringen van de centrumgemeenten vrouwenopvang over het opdrachtgeverschap ten opzichte van de Veilig Thuis-organisaties. Hierbij zal de afstemming worden gezocht met het Landelijk Netwerk veilig Thuis (LNVT) en haar achterban.

Duurzaam oplossen

Voor de gezinnen waar structureel ernstig geweld en de meest complexe problematiek speelt zijn de bouwstenen voor de multidisciplinaire en specialistische aanpak (MDA++) ontwikkeld. Om ervoor te zorgen dat regio’s aan de slag kunnen gaan met deze kaders en deze regionaal verduurzamen, kunnen regio’s een beroep doen op deskundigheid uit de expertpool en kunnen projecten die hierop gericht zijn financiële ondersteuning aanvragen via de projectenpool van het programma. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft het Zorg- en Veiligheidshuis Regio Utrecht gevraagd een handreiking te maken voor de organisatie van MDA++ in een Zorg- en Veiligheidshuis (ZVH), te gebruiken door regio’s waar de wens bestaat om MDA++ (mede) in een ZVH te organiseren.

Daarnaast zijn voldoende opvangmogelijkheden in de vrouwenopvang nodig. Uit onderzoek4, dat op 17 april jl. door de Minister van VWS is aangeboden aan de Tweede Kamer, blijkt onder meer dat sprake is van een capaciteitstekort. Het kabinet stelt daarom structureel 14 miljoen per jaar beschikbaar voor het creëren van benodigde extra opvangplekken en voor het oplossen van door- en uitstroomproblematiek. In de bijgevoegde vierde voortgangsrapportage gaan we nader in op de onderzoeksresultaten5.

In de beleidsreactie op het rapport van de Inspectie van Justitie en Veiligheid over de aanpak van de stalking door Bekir E. zijn verschillende maatregelen aangekondigd.6 Politie, OM, reclassering, Veilig Thuis, Slachtofferhulp NL en Raad voor de Rechtspraak zijn hiermee aan de slag gegaan en hebben ook al verschillende maatregelen afgerond. Zo heeft de politie georganiseerd dat beschermingsbevelen, zoals contact- en locatieverboden, die volledig en correct worden aangeleverd snel zichtbaar zijn voor alle agenten, inclusief de meldkamer. Conform de aanbeveling van de Inspectie voor Justitie en Veiligheid zullen de relevante partijen medio 2020 ook rapporteren aan de Inspectie over de door hen geboekte voortgang. De Inspectie voor Justitie en Veiligheid zal vervolgens de rapportage bestuderen en toetsen in de praktijk.

Monitoring en onderzoek

Eind dit jaar sturen we u de volgende publicatie van de impactmonitor huiselijk geweld en kindermishandeling. In deze publicatie worden ook gegevens over de outcome opgenomen die beschikbaar komen vanuit het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut naar de effecten van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling dat november 2020 verschijnt. De meest recente beleidsinformatie van Veilig Thuis over de tweede helft van 2019 met onder meer gegevens over de adviesvragen en meldingen is in april 2020 verschenen en is tevens in het online dashboard van de impactmonitor verwerkt7.

Om onderzoek naar huiselijk geweld en kindermishandeling mogelijk te maken zijn het afgelopen half jaar calls uitgezet voor onderzoek naar goede aanpakken voor vroegsignalering en onderzoeken naar variabelen die voorwaardelijk zijn om te kunnen samenwerken en regisseren rondom complexe casuïstiek. Onderzoeken naar herstel van veiligheid en systeemgerichte aanpakken van trauma als gevolg van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn reeds gestart. Later dit jaar worden onderzoekspartijen uitgenodigd met voorstellen te komen voor onderzoek naar het thema «professionele norm en kennisverwerving».

Onderzoeksrapporten

Evaluaties van de Wet verplichte meldcode en van de VIR

De Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en de Verwijsindex Risicojongeren (VIR) zijn gelijktijdig geëvalueerd. Beide evaluaties zijn bijgevoegd bij deze brief8. Eveneens ontvangt u hierbij het verkennend onderzoek naar hoe organisaties (per sector) de rol van een aandachtsfunctionaris (of van een deskundig collega) hebben vormgegeven bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling.

De komende maanden worden de evaluaties van de VIR en van de meldcode en het verkennend onderzoek naar aandachtsfunctionarissen besproken met de betrokken partijen, zoals gemeenten, beroepsorganisaties, aanbieders en professionals. Het is de bedoeling om met deze partijen na te gaan welke concrete vervolgstappen we kunnen zetten om de samenwerking tussen professionals te verbeteren en de implementatie van de verbeterde meldcode duurzaam te borgen binnen de regio’s en de sectoren. Uw Kamer zal einde van dit jaar over de vervolgstappen worden geïnformeerd en de beleidsreactie ontvangen op beide wetsevaluaties.

Wat als het geweld niet stopt?, longitudinale studie huiselijk geweld en kindermishandeling

Hierbij sturen we u het rapport «Wat als het geweld niet stopt?», een onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut naar de effecten van de aanpak huiselijk geweld binnen gezinnen in de vier grote gemeenten9. Onderzocht is wat de langetermijngevolgen zijn binnen gezinnen en welke factoren van invloed zijn op het doorbreken van geweld. De onderzoekers geven aan dat:

  • Het beter gaat met de kinderen als het geweld daadwerkelijk stopt.

  • Traumabehandeling van de ouders en kinderen belangrijk is.

  • Het informele netwerk als belangrijk wordt ervaren.

  • In de gezinnen sprake is van multiproblematiek die een multidisciplinaire aanpak vergt waarbij aandacht voor de gevolgen voor de kinderen nodig is.

  • Partnergeweld en kindermishandeling een hardnekkig probleem is, waarbij vaak sprake is van herhaling.

Deze longitudinale studie maakt deel uit van een groter onderzoeksprogramma dat eind 2020 gereed zal zijn. Daarin wordt onderzocht of de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling leidt tot een afname van het geweld in gezinnen en tot verbetering van de opvoedingsvaardigheden van de ouders en het welzijn van de ouders en kinderen. De uitkomsten van dit onderzoek zullen de basis vormen voor de outcome-indicatoren in de impactmonitor Huiselijk geweld en kindermishandeling die u eind dit jaar ontvangt bij de volgende voortgangsrapportage van het programma Geweld hoort nergens thuis.

Online seksueel geweld

Op verzoek van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen hebben we onderzoek laten doen naar online seksueel geweld. Het literatuuronderzoek «Het fenomeen online seksueel geweld, Een literatuuronderzoek naar de kennis over omvang, aard en aanpak» bieden wij u hierbij aan10.

Het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) deed verkennend onderzoek naar het fenomeen online seksueel geweld en bracht bestaande (inter)nationale literatuur en praktijkervaring in kaart. Online seksueel geweld kan ernstige impact op het slachtoffer hebben die vergelijkbaar is met fysiek en seksueel geweld.

Bij de aanpak van online seksueel geweld zijn uiteenlopende partijen betrokken, waarbij duidelijk werd dat er een grote mate van versnippering bestaat in de aanpak. De bestaande interventies zijn met name voor kinderen en jongeren, waarvan bij het merendeel van de interventies de effectiviteit nog onbekend is. De onderzoekers pleiten daarom voor effectonderzoek. Een deel van de aanbevelingen uit het onderzoek sluit aan bij reeds in gang gezette acties door het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zoals de herdefiniëring en begrenzing van strafrechtelijke aansprakelijkheid voor online en offline seksuele misdrijven in de modernisering van de zedenwetgeving. Binnenkort wordt de kamer geïnformeerd over de voortgang van de aanpak online kindermisbruik. Hierin zijn een aantal concrete maatregelen genomen die aansluiten bij een aantal aanbevelingen in dit onderzoek. Voor de andere aanbevelingen wordt bekeken hoe deze opgenomen worden in beleidsvorming, of er aanvullende activiteiten nodig zijn en of vervolgonderzoek nodig is.

Wettelijk instrumentarium schadelijke praktijken

Als maatregel van de actieagenda schadelijke praktijken heeft de Universiteit Leiden in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid onderzoek gedaan naar het juridisch instrumentarium dat kan worden gebruikt voor de aanpak van de schadelijke praktijken huwelijksdwang, achterlating en vrouwelijke genitale verminking11. Er is onder meer onderzocht welke instrumenten er nu zijn en of hier nog middelen in ontbreken. Hierbij is ook expliciet gekeken naar voorbeelden van andere landen. In het algemeen concluderen de onderzoekers dat er voldoende juridische instrumenten zijn die kunnen worden ingezet. Hierbij gaat het wel veelal over generieke instrumenten. Dit vraagt erom dat professionals zich ervan bewust zijn dat inzet van deze middelen ook in het geval van schadelijke praktijken uitkomst kan bieden. Specifiek beleid en kaders kunnen hierbij helpen, die zijn er nog niet altijd. In de komende periode wordt samen met betrokken partijen gekeken hoe de bevindingen gebruikt kunnen worden om de middelen beter in te zetten.

Moties en toezeggingen

Opvang voor slachtoffers van huiselijk geweld en eergerelateerd geweld zonder verblijfsvergunning

Op 21 februari 2017 heeft het Eerste Kamerlid Strik (GroenLinks) vragen gesteld over de opvang van slachtoffers van huiselijk en eergerelateerd geweld. Naar aanleiding daarvan hebben de toenmalige bewindslieden toegezegd te laten onderzoeken hoe de vrouwenopvang in de praktijk omgaat met het verlenen van toegang tot de opvang van deze slachtoffers die een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning op grond van hun slachtofferschap (Handelingen I 2016/17, nr. 19, item 5). De resultaten van dit onderzoek12 hebben we op 7 februari 2018 aangeboden aan de Eerste Kamer. Daarbij is de toezegging gedaan dat de Minister van VWS de Tweede Kamer zou informeren over het vervolg. Met onderstaande informatie wordt opvolging gegeven aan deze toezegging.

Uit het onderzoek bleek dat gemeenten verschillend omgingen met het beschikbaar stellen van opvangplekken aan slachtoffers huiselijk en eergerelateerd geweld gedurende de behandeltijd van de aanvraag voor een verblijfsvergunning. Wij vinden het onwenselijk dat deze slachtoffers niet overal in de vrouwenopvang terecht zouden kunnen. De wethouders van de gemeenten die verantwoordelijk zijn voor de vrouwenopvang hebben op 22 juni 2018 afgesproken deze slachtoffers op te vangen. Hiermee wordt voorkomen dat deze categorie slachtoffers wordt geweigerd op grond van het feit dat zij nog geen (beslissing op hun aanvraag voor een) verblijfsvergunning op humanitaire gronden hebben. Gemeenten ontvangen sinds 2018 per jaar structureel 2,5 miljoen euro ter compensatie voor de kosten die hieruit voortkomen.13

Bovenstaande afspraak is vervolgens vastgelegd in de AMvB «Opvang van slachtoffers van huiselijk geweld en eergerelateerd geweld zonder verblijfsvergunning»14. Deze AMvB schrijft voor dat slachtoffers van huiselijk geweld en eergerelateerd geweld die (nog) niet over een verblijfsvergunning beschikken onder de Wmo 2015 vallen en recht hebben op opvang. Deze oplossing sluit goed aan bij de praktijk en maakt een consistente aanpak mogelijk vanuit alle gemeenten. De aanpak is bovendien in lijn met de EU-richtlijn minimumnormen voor de rechten, ondersteuning en bescherming van slachtoffers van strafbare feiten.

Onderwijs aan kinderen in de opvang

Tijdens het algemeen overleg Onderwijs en zorg op 5 februari jl. (Kamerstuk 31 497, nr. 359) heeft het lid van uw Kamer Van den Hul (PvdA) gevraagd naar de stand van zaken van onderwijs voor kinderen in de opvang en gevraagd om daarbij ook het concept «Handle with Care» mee te nemen. Hieronder geven we u de laatste stand van zaken weer.

Momenteel loopt het onderzoek naar kinderen in de opvang. Dit is toegezegd in de antwoorden op de Kamervragen van de leden Kerstens en Van den Hul (Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nr. 694). Het onderzoek is een samenwerking tussen VNG, Valente (voorheen de Federatie opvang) en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en geeft inzicht in het draagvlak en de implementatie van het normenkader kinderen in de opvang. In dit onderzoek wordt onderwijs voor kinderen in de opvang meegenomen. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is hierbij betrokken. Eind 2020 ontvangt uw Kamer de uitkomsten van dit onderzoek.

Snelle sociale steun op school aan kinderen die thuis te maken hebben gehad met een ernstig geweldsincident of andere problematiek is belangrijk. Dit kan op verschillende manieren. In een klein aantal gemeenten wordt deze snelle steun geboden en in een aantal gevallen gebeurt dit via de methode «Handle with Care». Hierbij ontvangen leerkrachten een signaal, zodat zij sociale steun aan een kind kunnen bieden en zo hun veerkracht kunnen vergroten. Zo is in Tilburg een pilot gestart, waarbij leerkrachten worden ingelicht over kinderen die in de maatschappelijke opvang verblijven. In het programma GHNT wordt lering getrokken uit de opgedane ervaringen en worden deze breed gedeeld. Het laatste heeft tot doel om te faciliteren dat lokaal goede en duurzame werkwijzen ingericht worden. In de voortgangsrapportage is de stand van zaken van het organiseren van snelle sociale steun voor kinderen opgenomen.

GREVIO

Tijdens het debat over de aanpak van bedreiging en stalking op 30 januari jl. (Handelingen II 2019/20, nr. 48, item 8), heeft de Minister van VWS toegezegd u voor het zomerreces te informeren over de stand van zaken van de aanpak naar aanleiding van het evaluatierapport van de Group of Experts on Action against Violence against Women and Domestic Violence (hierna GREVIO) over de wijze waarop de Nederlandse overheid de verplichtingen van het Verdrag van Istanbul naleeft. Dit rapport, almede onze reactie hierop, hebben wij op 20 januari 2020 mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, naar uw Kamer gestuurd (Kamerstuk 28 345, nr. 227).

GREVIO is over het algemeen positief over de wijze waarop de Nederlandse overheid zich al decennialang inspant om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld te voorkomen en te bestrijden. Naast het benoemen van positieve zaken, geeft GREVIO in het rapport aanbevelingen voor verbetering als het gaat om het naleven van de verdragsverplichtingen.

In onze reactie aan GREVIO op het rapport hebben wij aangegeven dat wij in eerste instantie de gedane aanbevelingen voor verbetering zorgvuldig willen onderzoeken. Zo brengen wij momenteel in beeld aan welke aanbevelingen inmiddels uitvoering wordt gegeven, wat de mogelijkheden zijn binnen het huidige beleid en welke aanbevelingen een nadere verkenning vragen. Waar dat van toepassing is worden de aanbevelingen besproken met externen, zoals onder andere experts en NGO’s. Op basis daarvan willen we beargumenteerde keuzes maken over de vraag welke aanbevelingen op welke manier worden opgevolgd. Vanwege de coronacrisis is enige vertraging opgelopen in deze aanpak. De verwachting is dat deze vertraging de komende maanden wordt ingehaald, zodat we de uitkomsten van het proces in het najaar met u kunnen delen.

Motie Aware-systeem

Tijdens het debat over de aanpak van bedreiging en stalking op 30 januari jl. hebben de leden Buitenweg (GroenLinks) en Kuiken (PvdA) een motie ingediend om het Aware-systeem beschikbaar te stellen aan alle slachtoffers van bedreiging en stalking met de hoogste risicotaxatie. Aware staat voor Abused Women’s Active Response Emergency (Kamerstuk 29 279, nr. 570). Dit is een persoonlijk alarmsysteem gekoppeld met de meldkamer van de politie, voor mensen die te maken hebben met ernstige belaging of bedreiging in de relationele sfeer. Het is een methodiek om mensen in een afhankelijkheidsrelatie te beschermen en te versterken, zodat zij veilig in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. Aan de inzet van het alarmsysteem wordt altijd een hulpverleningstraject gekoppeld. De gemeente heeft de rol van inkoper van dit systeem en heeft een coördinerende rol in overleggen tussen politie, de vrouwenopvang en Veilig Thuis over de inzet van het systeem.

Een rondvraag langs gemeenten laat zien dat centrumgemeenten Aware gebruiken. Wel zijn er verschillen tussen gemeenten in de vraag naar en het aanbod van dit systeem. Uit de rondvraag blijkt ook dat de methode van toeleiding en besluitvorming verschilt, in sommige regio’s ligt dit bij Veilig Thuis, bij anderen bij de vrouwenopvang of is het een samenwerking tussen politie, Veilig Thuis en de vrouwenopvang. Movisie heeft in 2011 onderzoek gedaan naar de effectiviteit van de inzet van Aware. Omdat de verschillen tussen gemeenten groot blijken te zijn, gaat de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport samen met de VNG vervolgonderzoek doen naar het gebruik van Aware, waarbij ook slachtoffers en betrokken partijen worden gevraagd naar de ervaringen met Aware en waarin specifiek aandacht wordt besteed aan stalking.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H.M. de Jonge

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
4

«Opvangplaatsen voor acute crisissituaties», Regioplan, 6 maart 2020.

X Noot
5

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
6

Kamerstuk 29 279, nr. 540.

X Noot
8

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
9

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
10

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
11

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
12

«Toegang tot de opvang van slachtoffers zonder eerdere verblijfsstatus. Een verkennend onderzoek naar de wijze waarop toegang tot de opvang wordt geborgd, voor slachtoffers van huiselijk en eergerelateerd geweld zonder eerdere verblijfsstatus», Significant, 3 november 2017.

X Noot
13

Dit bedrag wordt toegevoegd aan de Decentralisatie uitkering Vrouwenopvang.

X Noot
14

Deze AMvB is gepubliceerd op 26 november 2019 (Stb. 2019, nr. 418), en het Koninklijk Besluit-inwerkingtreding op 2 december (Stb. 2019, nr. 439).