Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2016-2017 | 21501-20 nr. 1193 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2016-2017 | 21501-20 nr. 1193 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 maart 2017
Hierbij bied ik u aan, mede namens de Minister-President, de geannoteerde agenda van de Europese Raad van 9 en 10 maart 2017.
De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders
De Europese Raad (ER) zal spreken over banen, groei en concurrentievermogen, externe veiligheid en defensie, migratie en de actuele ontwikkelingen in de buitenlandse betrekkingen. Daarnaast zal worden stilgestaan bij het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en zal naar verwachting een besluit worden genomen over de voorzitter van de ER voor de periode 1 juni 2017 tot 30 november 2019. Op de tweede dag zal à 27 de eerder aangevangen discussie over de toekomst van de EU worden voortgezet. De ontwerpconclusies voor deze ER zijn vastgelegd in raadsdocument nr. 5577/17.
Banen, groei en concurrentievermogen
Binnen het Europees Semester coördineren de EU-lidstaten in samenspraak met de Commissie jaarlijks hun economisch- en begrotingsbeleid. De Commissie presenteerde op 22 februari jl. de landenrapporten. Hierin gaat zij in op het economisch beleid van de lidstaten en beoordeelt zij de mate van economische onevenwichtigheden. Ook velt de Commissie een oordeel over de voortgang op landenspecifieke aanbevelingen uit het vorige Semester 2016.
De ER bespreekt in deze context de economische situatie in de EU en zal naar verwachting de groeiprioriteiten voor komend jaar bekrachtigen, zoals neergelegd in de Annual Growth Survey (AGS) gepubliceerd op 16 november 2016. Deze prioriteiten omvatten net als in 2016 het doorvoeren van structurele hervormingen, gezonde overheidsfinanciën en het aanjagen van investeringen, ondersteund door een verdere verdieping van de interne markt. Uw Kamer is per brief geïnformeerd over de AGS, de appreciatie van het kabinet en het proces (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1170).
De afgelopen maanden is in verschillende Raadsformaties gesproken over deze AGS en over thematische onderdelen van de landenspecifieke aanbevelingen van voorgaande Semestercycli. Deze discussies en eventueel daarbij behorende Raadsconclusies worden door het Maltese voorzitterschap samengevat in een syntheserapport. Dit syntheserapport zal via de RAZ van 7 maart a.s. worden toegezonden aan de ER.
Tegelijk met de AGS presenteerde de Europese Commissie in november 2016 ook voorstellen voor aanbevelingen voor de Eurozone als geheel. De ER zal worden uitgenodigd om de Eurozone-aanbevelingen te bekrachtigen. Deze aanbevelingen heeft de Raad Economische en Financiële Zaken op 26 januari jl. behandeld en goedgekeurd. Uw Kamer is hier reeds over geïnformeerd (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1170; Kamerstuk 21 501-07, nr. 1410; en Kamerstuk 21 501-07, nr. 1412). De RAZ van 7 maart a.s. zal deze aanbevelingen doorgeleiden aan de ER. Na bekrachtiging zal de ECOFIN Raad van 21 maart a.s. deze aanbevelingen formeel aannemen.
De ER zal het belang van voortgang op de Interne Markt onderstrepen. Ook zal de ER, in lijn met de tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap aangenomen Interne Markt Agenda, een oproep doen om snelle en ambitieuze voortgang te bewerkstelligen op voorstellen die door de Commissie onder de verschillende Interne Markt strategieën zijn uitgebracht. Binnen de Raad bestaat brede steun voor verdere versterking van de Interne Markt. Het kabinet zet zich als bekend in voor een diepere en eerlijkere Interne Markt. Verdere vrijmaking kan tal van mogelijkheden opleveren voor consumenten en bedrijven. Daarnaast is belangrijk dat de Interne Markt eerlijk is en dat ook werknemers op bescherming kunnen rekenen.
Tijdens de ER van juni 2017 zal de voortgang die is geboekt op de Interne Markt Agenda meer substantieel besproken worden. Tijdens de ER in maart zal tevens gesproken worden over enkele onderwerpen op het gebied van handelspolitiek.
Externe veiligheid en defensie
Deze ER zal conform de conclusies van de ER van 15 december jl. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1176) de voortgang op het terrein van het Europese veiligheids- en defensiebeleid bespreken. Tegen de achtergrond van de verslechterde internationale veiligheidssituatie heeft de ER geconcludeerd dat Europa op dit terrein meer eigen verantwoordelijkheid moet nemen, en heeft de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger verzocht voorstellen te doen ter versterking van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid. De Raad Buitenlandse Zaken van 6 maart a.s. zal hierover conclusies aannemen die de basis zullen vormen voor de discussie tijdens deze ER. Het gaat hier met name om een structuur voor de planning- en aansturing van militaire EU-trainingsmissies (Military Planning and Conduct Capability (MPCC), een Coordinated Annual Review on Defence (CARD) en een mogelijke invulling van permanente gestructureerde samenwerking (PESCO)). Onder de lidstaten is brede consensus over de geboekte voortgang op deze dossiers. Uw Kamer heeft ter voorbereiding van de RBZ van 6 maart a.s. op 27 februari jl. een geannoteerde agenda ontvangen (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1723).
Migratie
De ER zal de voortgang bespreken van de EU migratie-inzet op de gehele centrale Middellandse Zeeroute. Onderdeel daarvan zijn de recent door de Commissie voorgestelde maatregelen gericht op Noord-Afrika en Libië in het bijzonder1, maar ook de langere termijn trajecten zoals de Valletta-agenda en het partnerschapsraamwerk. Het kabinet acht het van groot belang dat de EU gezamenlijk tot een duurzame en effectieve aanpak komt om irreguliere migratie beheersbaar te maken, te voorkomen dat mensen de levensgevaarlijke reis naar Europa wagen en mensensmokkel hard aan te pakken. Het kabinet steunt de door de Commissie ingezette lijn, inclusief de intensivering van de migratiesamenwerking met landen in Noord-Afrika, als onderdeel van een ketenbenadering. De Commissie doet hiertoe ook adequate en concrete voorstellen.
Er is brede steun van de lidstaten voor deze voorstellen. Dit werd onderstreept door de verklaring die tijdens de informele Europese Raad van 3 februari 2017 (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1192) werd aangenomen. De voortgang van het EU-partnerschapsraamwerk zal worden besproken op basis van een rapport van de Hoge Vertegenwoordiger dat op 2 maart jl. is verschenen en waarvan een appreciatie uw Kamer toegaat in het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 6 maart 2017. De voortgang die met derde landen is geboekt in het kader van dit raamwerk en de Valletta agenda vertaalt zich nog niet in een vermindering van het aantal verdrinkingen en de irreguliere instroom via de centrale Middellandse Zeeroute. Het kabinet zal daarom blijven benadrukken dat de lidstaten en de EU hun inspanningen onverminderd voortzetten op de gehele route, met aandacht voor mensensmokkel, grensbeheer, betere opvang, grondoorzaken en terugkeer.
Daarnaast blijft de inzet van het kabinet dat onverminderd werk wordt gemaakt van de effectieve en zorgvuldige implementatie van bestaande afspraken op migratieterrein, zoals de afspraken over herplaatsing en de uitvoering van de EU-Turkije Verklaring. Hierin onderstreept het kabinet het belang van gedeelde verantwoordelijkheid en solidariteit. De vijfde voortgangsrapportage over de implementatie van de EU-Turkije Verklaring is op 2 maart jl. verschenen. Uw Kamer ontvangt hiervan een appreciatie bij de geannoteerde agenda voor de JBZ-Raad van 27-28 maart a.s. Ten slotte blijft het kabinet zich conform de motie van het lid Verhoeven (Kamerstuk 34 648, nr. 6) inzetten voor een spoedige herziening van het Gemeenschappelijk Europees Asielsysteem. Het is evenzeer van belang dat het uiteindelijke resultaat – een robuust en toekomstbestendig Gemeenschappelijk Europees Asiel Systeem met en een mechanisme om ook in crisissituaties adequaat te kunnen handelen – daar niet onder lijdt.
Buitenlandse Betrekkingen (o.m. Westelijke Balkan)
De regeringsleiders zullen stilstaan bij recente ontwikkelingen in de Westelijke Balkan. Het kabinet hecht groot belang aan stabiliteit in de buurlanden van de Europese Unie. Dit wordt in de Raad breed gedragen. Nederland acht het daarbij essentieel dat concrete resultaten worden bereikt door de landen van de Westelijke Balkan in hun respectievelijke hervormingsagenda’s, zoals opgesteld in het kader van hun toetredingstrajecten. Dat geldt in het bijzonder voor de rechtsstaathervormingen. Nederland zal zich in EU-kader en ook bilateraal blijven inzetten om de respectieve landen aan te spreken op en te ondersteunen in het hervormingsproces.
Europees Openbaar Ministerie (EOM)
Op 14 februari jl. hebben 17 lidstaten een brief ondertekend die is gericht aan de voorzitter van de ER, Donald Tusk (ST 4 2017 INIT). Hierin verzoeken deze lidstaten de ontwerpverordening inzake het EOM voor te leggen aan de ER in overeenstemming met de procedure van artikel 86, lid 1, tweede alinea, Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Nederland heeft deze brief niet ondertekend (Kamerstuk 32 317, nr. 458). Dit aangezien de nationale procedure nog niet is afgerond tot de eindtekst van de ontwerpverordening beschikbaar is en beide Kamers van het parlement zich daarover een finaal oordeel hebben kunnen vormen. Dit betekent dat Nederland vooralsnog niet zal deelnemen. De verwachting is op dit moment dat de ER kennis zal nemen van de uitkomst van de RAZ op 7 februari jl., waar de Raad vaststelde dat het de ontwerpverordening ontbrak aan de voor besluitvorming vereiste unanimiteit. Hierna zal de procedure voor nauwere samenwerking zoals omschreven in artikel 86 VWEU (waarbinnen ten minste 9 lidstaten verder samenwerken op een terrein waarover geen unanimiteit tussen de betrokken lidstaten te bereiken was) aan kunnen vangen. De mogelijkheid bestaat voor alle Lidstaten om in een later stadium deel te nemen aan nauwere samenwerking. Nederland zal de besprekingen in het kader van nauwere samenwerking actief volgen en daarbij in het bijzonder aandacht vragen voor de financiering van het EOM, samenwerking tussen het EOM en niet-deelnemende lidstaten en de impact van de oprichting van het EOM op Eurojust.
Voorzitter ER/Eurotop
De ER zal naar verwachting een besluit nemen over de voorzitter van de ER voor de periode 1 juni 2017 tot 30 november 2019. Conform de procedure als vastgelegd in het EU-Verdrag kiest de Europese Raad zijn voorzitter voor een periode van twee en een half jaar. De voorzitter is eenmaal herkiesbaar. Er zijn vooralsnog geen andere kandidaten bekend dan de huidige voorzitter van de Europese Raad dhr. Tusk. Ook zullen de lidstaten van de eurozone voor dezelfde ambtstermijn een besluit nemen over de voorzitter van de Eurotop. Deze persoon is in de regel dezelfde als de voorzitter van de ER.
Toekomst van de Europese Unie
Tijdens de ER zal ook de discussie over de verdere ontwikkeling van de EU aan de orde komen, in het verlengde van besprekingen in Bratislava en Malta. Eerder in het proces heeft Nederland samen met België en Luxemburg een gezamenlijke visie neergelegd in een non-paper, dat uw Kamer reeds eerder is toegegaan (bijlage bij Kamerstuk 21 501-20, nr. 1192). De Commissie heeft op 1 maart jl. een White Paper als input voor het debat ingebracht2. Tijdens de herdenking van 60 jaar Verdrag van Rome eind maart zal deze discussie opnieuw centraal staan. Het kabinet heeft uw Kamer eerder de inzet voor de Bratislava Top en een verslag over de uitkomsten van die Top toegestuurd (zie Kamerstuk 21 501-20, nr. 1143 en Kamerstuk 21 501-20, nr. 1150). Het kabinet houdt vast aan de in deze brief vastgelegde inzet, alsmede de inzet zoals geformuleerd in de Staat van de Europese Unie (Kamerstuk 34 648, nr. 1).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-20-1193.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.