Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201721501-07 nr. 1410

21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken

Nr. 1410 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 januari 2017

Hierbij zend ik u de geannoteerde agenda voor de Eurogroep en Ecofinraad van 26 en 27 januari te Brussel.

Het is mogelijk dat nog punten worden toegevoegd aan de agenda of dat bepaalde onderwerpen worden afgevoerd of worden uitgesteld tot de volgende vergadering.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem

Geannoteerde agenda t.b.v. de Eurogroep en Ecofinraad van 26 en 27 januari 2017 te Brussel

Eurogroep 26 januari

Ierland – zesde post-programma surveillancemissie (pps-missie)

Document: Het rapport behorende bij de zesde pps-missie van Ierland is nog niet beschikbaar.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Europese Commissie en de ECB zullen terugkoppelen over de zesde post-programma surveillancemissie in Ierland, die van 29 november tot 2 december plaats had. Een rapport is nog niet beschikbaar. Uit het statement dat na de missie is gepubliceerd blijkt dat de economische vooruitzichten positief blijven, hoewel Brexit voor onzekerheid zorgt. De sterke economische groei heeft bijgedragen aan het verbeteren van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en het herstel van de financiële sector. De overheid heeft een groot deel van de budgettaire meevallers echter gebruikt voor het verhogen van de uitgaven, in plaats van het sneller verlagen van de nog altijd hoge publieke schuldenlast. Blijvende budgettaire discipline is volgens het statement nodig om de kwetsbaarheid van de overheidsfinanciën verder te verminderen en om voldoende middelen voor investeringen te behouden. Blijvende aandacht voor het verlagen van niet-presterende leningen is nodig om de financiële stabiliteit te waarborgen en het vasthouden aan macroprudentiële maatregelen is noodzakelijk om een nieuwe fase van oververhitting op de woningmarkt te voorkomen.

Portugal – vijfde post-programma surveillancemissie (pps-missie)

Document: Het rapport behorende bij de vijfde pps-missie van Portugal is nog niet beschikbaar.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Europese Commissie en de ECB zullen terugkoppelen over de vijfde post-programma surveillancemissie in Portugal, die van 29 november tot 7 december plaats had. Een rapport is nog niet beschikbaar. Uit het statement dat na de missie is gepubliceerd blijkt dat de gematigde economische groei die sinds midden 2014 gaande is doorzet. Hogere groei wordt tegengehouden door de nog altijd hoge private en publieke schuldenlast en structurele economische problemen in arbeids- en productmarkten. De kwetsbaarheid van de overheidsfinanciën kan volgens het statement verder beperkt worden door een duidelijke strategie om tekort en schuld te verlagen. Er is met name ruimte voor het verhogen van de efficiëntie van de overheidsbestedingen. De overheid heeft stappen gezet om de financiële sector te versterken. Maar meer werk is nodig om het niveau van niet-presterende leningen voortvarend te verlagen. Ook is meer werk nodig om het economische groeipotentieel te verhogen door de langdurige werkloosheid te verlagen, het vaardighedenniveau van de beroepsbevolking te verhogen en rigide productmarkten te hervormen.

Conceptbegrotingen – Spanje en Litouwen

Document: De geactualiseerde conceptbegrotingen zijn te vinden onder de volgende link: http://ec.europa.eu/economy_finance/economic_governance/sgp/budgetary_plans/index_en.htm. De opinies van de Europese Commissie zijn op het moment van schrijven nog niet beschikbaar.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal spreken over de geactualiseerde conceptbegrotingen («DBPs») van Spanje en Litouwen. Beide landen hebben tijdens het reguliere DBP-proces vanwege de politieke situatie een DBP ingediend op basis van ongewijzigd beleid («no policy change»). Beide begrotingsplannen kregen van de Europese Commissie het oordeel «risk of non-compliance». Voor Spanje was dit het geval omdat de ingediende cijfers wat betreft zowel het feitelijk tekort als de structurele verbetering niet in lijn waren met de huidige aanbeveling in het kader van de correctieve arm. Voor Litouwen voorzag de Commissie op basis van de herfstraming een significante afwijking op de uitgavenregel. Inmiddels is in beide landen een nieuwe regering aangetreden. Spanje heeft 9 december een geactualiseerd DBP ingediend, Litouwen deed dit op 15 december. Op 17 januari heeft de Commissie haar opinies gepubliceerd. Spanje krijgt van de Commissie het oordeel «broadly compliant» en Litouwen «risk of non compliance». Spanje voldoet op basis van een geactualiseerde Commissieraming niet aan de doelstelling voor het feitelijk saldo in 2017, maar uit nadere analyse door de Commissie blijkt dat de vereiste begrotingsinspanning wel wordt geleverd. Op basis hiervan kan Nederland zich vinden in het oordeel «broadly compliant». Nederland onderschrijft daarnaast de oproep van de Commissie aan Spanje om aanvullende maatregelen te nemen indien nodig om te voldoen aan de vereisten van de correctieve arm. Litouwen dreigt significant af te wijken op de uitgavenregel. Bij een dreigende significante afwijking van de vereisten van de preventieve arm past het oordeel «risk of non-compliance». Litouwen heeft echter verzocht om toepassing van de hervormingsclausule. Hierover beslist de Commissie in het voorjaar. Toekenning hiervan zou de afwijking binnen de toegestane marges van de preventieve arm kunnen brengen.

Griekenland

Document: n.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: N.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal spreken over het ESM-programma voor Griekenland. Op 5 december heeft de Eurogroep de voortgang die tot dan toe was geboekt in de tweede voortgangsmissie verwelkomd. Deze voortgang zag onder andere op de invulling van de begroting voor 2017 in lijn met de afgesproken doelstelling van een primair overschot van 1,75%. De Eurogroep heeft hierbij de instellingen en Griekenland opgeroepen om zo snel mogelijk een akkoord te bereiken over de vereiste maatregelen om de tweede voortgangsmissie af te ronden. Dit betreft onder andere overeenkomst van de begroting van 2018 en hervorming van de arbeidsmarktwetgeving. Naar verwachting zullen de instellingen een update geven van de voortgang die sindsdien is geboekt.

Op 5 december heeft de Eurogroep ook goedkeuring gegeven voor de implementatie van de schuldmaatregelen voor de korte termijn. Zoals aangegeven in het verslag van de Eurogroep van 5 december (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1409) hebben de Griekse autoriteiten na de Eurogroep eenzijdig (zonder afstemming met de instellingen) nieuwe maatregelen aangekondigd. Het betreft een eenmalige uitkering aan gepensioneerden en uitstel van een geplande btw-verhoging voor een aantal eilanden. Deze eenzijdige invoering van de maatregelen riep vragen op over het proces (maatregelen dienen afgestemd te worden met de instellingen) en het commitment van de Griekse regering aan de programma-afspraken. Als gevolg hiervan werd de implementatie van de schuldmaatregelen voor de korte termijn opgeschort. Hierop heeft de Griekse Minister van Financiën een brief gestuurd aan de Eurogroepvoorzitter, waarin hij zijn committering aan de afspraken uit het programma bevestigt, zowel qua proces als inhoud en dat de genomen maatregelen eenmalig zijn. De instellingen hebben aangegeven dat de maatregelen de budgettaire doelstellingen niet in gevaar lijken te brengen. Ook hebben de instellingen, in reactie op de brief van de Griekse Minister van Financiën, aangegeven dat hun zorgen ten aanzien van de programmaverplichtingen zijn verlicht, in het bijzonder door de toezegging van Griekenland om compenserende maatregelen te nemen op pensioenterrein in het geval dat de begrotingsdoelstelling voor 2016 blijkt te zijn misgelopen. Op basis van deze beoordeling door de instituties is alsnog de weg vrijgemaakt om over te gaan tot implementatie van de schuldmaatregelen voor de korte termijn. Deze maand vindt daarover besluitvorming plaats in de bestuursgremia van het ESM en het EFSF.

Aanbevelingen voor het eurogebied (Europees Semester 2017)

Document: De conceptaanbevelingen voor de eurozone zijn te vinden op: https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/2017-european-semester-recommendation-euro-area_en_0.pdf

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Eurogroep zal spreken over de aanbevelingen voor het eurogebied. Na bespreking in de Eurogroep zal de Ecofin van januari de aanbevelingen goedkeuren. De Europese Raad van maart zal de aanbevelingen vervolgens bekrachtigen waarna de Ecofin van maart de aanbevelingen formeel aanneemt. De Kamer is per kamerbrief reeds geïnformeerd over de appreciatie van het kabinet (25 november 2016, Kamerstuk 21 501-20, nr. 1170).

In de aanbevelingen voor het eurogebied benoemt de Commissie gezamenlijke beleidsuitdagingen voor het eurogebied. De Commissie heeft de volgende aanbevelingen voor de eurozone voorgesteld: (1) bevorderingen van groei, aanpassingsvermogen, herbalancering en convergentie; (2) begrotingsbeleid en de fiscal stance voor de eurozone; (3) banencreatie en arbeidsmarkthervormingen; (4) voltooiing van de bankenunie en risicoreductie in de bankensector en (5) voltooiing van de EMU. De discussie zal zich vermoedelijk toespitsen op de aanbeveling over de fiscal stance voor de eurozone (de begrotingssituatie van eurolidstaten op geaggregeerd niveau). De Commissie pleit voor een positieve fiscal stance voor 2017. Het kabinet is geen voorstander voor een centrale rol van het concept fiscal stance. Zoals eerder aan de Kamer gecommuniceerd zijn voor Nederland de begrotingsafspraken van het SGP leidend voor het budgettaire beleid in het eurogebied. Zolang begrotingsbeleid binnen de regels van het SGP blijft, is het een nationale bevoegdheid. Daarnaast is volgens het kabinet niet duidelijk waarom de Commissie dit jaar een fiscal stance van 0,5% van het bbp voorstelt, terwijl vorig jaar een neutrale fiscal stance passend werd geacht.

De Eurogroep van december jl. heeft reeds gesproken over de fiscal stance voor de eurozone. De Eurogroep heeft kennis genomen van de mededeling van de Commissie over budgettaire verruiming. Hierbij heeft de Eurogroep aangegeven dat er een balans gevonden moet worden tussen het bereiken van houdbare overheidsfinanciën en het ondersteunen van het herstel door middel van investeringen. Nederland zal zich ervoor inspannen om de tekst van de aanbevelingen in lijn te brengen met het Eurogroep statement. Nederland hecht er tevens aan dat de aanbeveling die ziet op de bankenunie de routekaart zoals overgekomen door de Ecofinraad van 17 juni jl. volgt.

Interim-missie IMF Artikel IV eurozone

Document: n.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

Het IMF zal tijdens de Eurogroep een terugkoppeling geven van de interim-missie in het kader van de Artikel IV-consultatie voor de eurozone in 2017. Deze missie heeft in december plaatsgevonden. De bevindingen van de interim-missie van het IMF worden niet openbaar gemaakt. In het voorjaar volgt een tweede missie, waarna de Artikel IV-consultatie wordt afgerond. Het definitieve rapport van het IMF wordt openbaar gemaakt. Nederland zal de terugkoppeling van het IMF aanhoren.

Rapport Europese Rekenkamer over het SSM

Document: European Court of Auditors – Single Supervisory Mechanism – Good start but further improvements needed

http://www.eca.europa.eu/Lists/News/NEWS1611_18/SR_SSM_EN.pdf

Aard bespreking: gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

Tijdens de Eurogroep van 26 januari zal gesproken worden over het rapport van de Europese Rekenkamer (ERK rapport) over de opzet en organisatie van het Single Supervisory Mechanism (SSM). De ERK geeft in het rapport aan dat het SSM is opgericht zoals bedoeld, maar dat er wel verbeteringen nodig zijn. Zo wordt ondermeer geconstateerd dat het SSM beperkte invloed heeft op benodigde (personele) middelen. Ook is er sprake van gedeelde diensten binnen de ECB die zowel taken uitvoeren voor het monetair beleid als voor het SSM toezicht, waardoor het risico op belangenverstrengeling kan ontstaan. Daarnaast wordt opgemerkt dat de ECB onvoldoende vertegenwoordigd is bij on-site inspecties. Tot slot benoemt de ERK de beperkte toegang tot documenten van het SSM waardoor de ERK een beperkte reikwijdte heeft om controle te houden op het SSM («controle gat»).

De Eurogroep heeft eerder (december 2015) gesproken over het vermeende controlegat n.a.v. een brief van het Contact Comité, bestaande uit de hoofden van de nationale rekenkamers en de ERK. Toen concludeerde de Eurogroep dat er op de kwestie zou worden teruggekomen nadat de Commissie haar evaluatie van het SSM had gepubliceerd. Deze evaluatie zou verschijnen in de tweede helft van 2016 maar is thans uitgesteld tot maart dit jaar. In de aankomende Eurogroep zal een eerste bespreking van het ERK-rapport plaatsvinden. Raadsconclusies over het ERK-rapport zullen tijdens de Ecofinraad van 21 februari worden aangenomen.

In algemene zin deelt Nederland de conclusies en aanbevelingen uit het ERK rapport. Nederland is met name bezorgd over het vermeende «controlegat»», d.w.z.: de verschillen in de interpretatie van de inhoud en de reikwijdte van het controle mandaat van de ERK. De ERK heeft minder verstrekkende controlebevoegdheden bij de ECB dan enkele nationale rekenkamers bij hun nationale centrale banken. Nederland zal de Commissie (opnieuw) vragen om dit punt te adresseren in de evaluatie van het SSM en zal de Commissie (nogmaals) vragen om de juridische haalbaarheid van een «framework agreement»» tussen de ECB en de ERK te onderzoeken, welke het Werkingsverdrag en de onafhankelijkheid van de ECB niettemin volledig respecteert. Op deze manier zou er meer duidelijkheid bestaan over de interpretatie van het mandaat van de ERK om het bankentoezicht te controleren. Over het algemeen is Nederland van mening dat een aantal van de problemen zoals geïdentificeerd door de ERK, pragmatisch opgelost kunnen worden i.p.v. door wetswijzigingen.

Ecofinraad 27 januari

BTW – tijdelijke derogatie voor een algemene verleggingsregeling

Document: Geen document beschikbaar.

Aard bespreking: Presentatie

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Europese Commissie zal tijdens de Ecofin een presentatie geven over het op 21 december 2016 verschenen voorstel voor een tijdelijke toepassing van een algemene verleggingsregeling voor leveringen van goederen en diensten boven een bepaalde drempel.

In het kader van de strijd tegen BTW-carrouselfraude wordt het voor lidstaten die aan bepaalde voorwaarden voldoen mogelijk tijdelijk de verschuldigde btw op binnenlandse leveringen en diensten tussen ondernemers te verleggen naar de afnemer van die prestatie.

In het BTW-Actieplan van april 2016 heeft de Europese Commissie aangegeven dat zij met voorstellen voor een definitief btw-systeem op basis van het bestemmingslandbeginsel komt. Aangezien het nog enkele jaren zal duren voor het definitieve btw-systeem in werking zal kunnen treden, zijn ook nu maatregelen nodig om de btw-fraude te bestrijden. In de Raadsconclusies van mei 2016 heeft de Raad ook aangegeven dat de informatie die naar aanleiding van een tijdelijke toepassing van de verleggingsregeling wordt verkregen, nuttig kan zijn om een beslissing te nemen over wat de meest efficiënte manier is om btw-fraude te bestrijden.

Dit voorstel maakt het voor lidstaten die aan bepaalde voorwaarden voldoen mogelijk om tijdelijk een algemene verlegging van verschuldigde btw op binnenlandse leveringen en diensten tussen ondernemers (met een factuurbedrag boven de 10.000) naar de afnemer van die prestatie toe te passen. Bij de toepassing van deze algemene verleggingsregeling zal, bij B2B (Business to Business) leveringen en diensten, geen sprake meer zijn van een gefractioneerde betaling waarbij de lidstaten de btw stapsgewijs innen. De btw-afdracht en inning vindt dan in zijn geheel plaats door de laatste schakel in de keten die levert aan de (particuliere) eindconsument. Door deze verlegging naar de laatste schakel wordt btw-carrouselfraude in de tussenliggende schakels voorkomen. Op dit moment is het al mogelijk de verleggingsregeling toe te passen in bepaalde fraudegevoelige sectoren. Met dit voorstel wordt deze verleggingsregeling uitgebreid naar alle binnenlandse leveringen van goederen en diensten met een factuurbedrag boven de 10.000 euro. Het gaat hier om een tijdelijke maatregel tot 30 juni 2022.

Werkprogramma Malta

Document: n.v.t.

Aard bespreking: Presentatie

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

Dit is de eerste Ecofinraad onder het voorzitterschap van Malta. Het voorzitterschap zal een presentatie geven van zijn prioriteiten binnen de Ecofinraad voor de aankomende zes maanden. Er wordt geen discussie verwacht.

Europees Semester 2017

Document: De Annual Growth Survey 2017 is te vinden op: https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/2017-european-semester-annual-growth-survey_en_0.pdf

Het Alert Mechanism Report 2017 is te vinden op: https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/2017-european-semester-alert-mechanism-report_en_0.pdf

De conceptaanbevelingen voor de eurozone zijn te vinden op: https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/2017-european-semester-recommendation-euro-area_en_0.pdf

Aard bespreking: Aanname raadsconclusies

Besluitvormingsprocedure: Gekwalificeerde meerderheid voor eurozone aanbevelingen; consensus voor conclusies.

Toelichting:

De Ecofin zal conclusies aannemen over de «Annual Growth Survey 2017» (AGS), het «Alert Mechanism Report 2017» (AMR). De stukken vormen het startsein van de jaarlijkse budgettaire en economische coördinatie tussen lidstaten in het kader van het Europees Semester. De Kamer is per kamerbrief reeds geïnformeerd over de inhoud van deze documenten, de appreciatie van het kabinet en het proces (25 november 2016, Kamerstuk 21 501-20, nr. 1170). In december heeft, aan de hand van een presentatie van de Commissie, een eerste gedachtewisseling tussen de lidstaten plaatsgevonden over deze publicaties. Tevens zal de Ecofin de aanbevelingen voor het eurogebied goedkeuren. Voor de Nederlandse inzet wordt verwezen naar hetzelfde agendapunt op de Eurogroep agenda.

In de AGS blikt de Commissie vooruit op de belangrijkste economische beleidsuitdagingen voor het komende jaar. De Commissie stelt voor om in 2017 verder te werken aan de volgende drie prioriteiten: (1) bevorderen van investeringen, (2) implementatie van structurele hervormingen en (3) verantwoord begrotingsbeleid. Dit zijn grofweg dezelfde prioriteiten als in 2016. Lidstaten zouden daarbij volgens de Commissie moeten inzetten op eerlijke sociale uitkomsten en inclusieve groei. Nederland zal zich ervoor inzetten dat de conclusies voldoende de noodzaak reflecteren van verstandig begrotingsbeleid ten behoeve van houdbare overheidsfinanciën.

In het Alert Mechanism Report (AMR) worden aan de hand van een scoreboard met indicatoren en indicatieve drempelwaarden mogelijke macro-economische onevenwichtigheden opgespoord. Aan de hand van het scoreboard wordt bepaald welke lidstaten onderworpen worden aan nader onderzoek. Deze diepteonderzoeken moeten uitwijzen of en in welke mate de betreffende lidstaten te kampen hebben met macro-economische onevenwichtigheden en in welke mate deze een risico vormen voor de lidstaten zelf en de Europese Unie als geheel. De Commissie is voornemens om dit Semester dertien lidstaten nader te onderzoeken om vast te stellen in welke mate zij kampen met onevenwichtigheden. De Commissie zal ook voor het vijfde jaar op rij een diepteonderzoek uitvoeren naar mogelijke onevenwichtigheden in de Nederlandse economie die verband houden met de hoge schulden van huishoudens, voornamelijk als gevolg van de situatie op de woningmarkt. Daarnaast zal de Commissie kijken naar het overschot op de lopende rekening en de onderliggende onbalans tussen besparingen en investeringen. Nederland zal zich inzetten voor conclusies die het belang van verdere beleidsmaatregelen om onevenwichtigheden aan te pakken onderschrijven.

Stand van zaken Bazelse Comité

Document: n.v.t.

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Ecofinraad zal spreken over bankenhervormingen die op dit spelen in het Bazelse Comité. Op dit moment worden in het Bazelse Comité meerdere initiatieven geconsulteerd en/of uitgewerkt. Deze initiatieven zien onder meer op de harmonisatie van de interne modellenbenadering, die banken na goedkeuring door de toezichthouder zelf gebruiken om kredietrisico’s in te schatten. Ook zouden aan de uitkomsten van deze modellen mogelijk ondergrenzen worden gesteld («kapitaalvloeren»). De Kamer wordt periodiek geïnformeerd over de voortgang van deze Bazelse discussies.1

De gedachtewisseling in de Raad ziet op de stand van zaken van de initiatieven. Het Bazelse Comité heeft nog niet – zoals verwacht – een akkoord bereikt over deze hervormingen. De meeting waarop dit moest gebeuren in januari 2017 is tot nader order uitgesteld omdat meer tijd nodig is om het voorstel uit te werken. Indien het Bazelse Comité tot afspraken komt zullen deze altijd nog moeten worden geïmplementeerd in Europese wet- en regelgeving, voordat de eisen van kracht worden voor Europese banken.

Meerdere lidstaten hebben al eerder in de Raad aandacht gevraagd voor dit onderwerp, omdat de impact van deze herzieningen mogelijk groot zal zijn. Naar aanleiding hiervan zijn Raadsconclusies aangenomen.2 Zoals eerder aangegeven dienen de eisen ten aanzien van de interne modellenbenadering steviger en verbeterd te worden, zodat de kredietrisico’s door banken die hier gebruik van maken niet worden onderschat en de resultaten tussen banken onderling beter vergelijkbaar worden. Tegelijkertijd is het wenselijk te voorkomen dat de kapitaaleisen in het risicogewogen kapitaaleisenraamwerk niet meer zouden aansluiten bij de risico’s op de bankbalansen. In het kader hiervan is het belangrijk dat ondermeer oog is voor de hypotheekportefeuille van Nederlandse banken.

Rapport over financiering van de EU-begroting

Document: Future Financing of the EU, Final report and recommendations of the High Level Group on Own Resources

Aard bespreking: Gedachtewisseling

Besluitvormingsprocedure: n.v.t.

Toelichting:

De Raad zal spreken over het eindrapport van een inter-institutionele werkgroep o.l.v. oud-premier van Italië en oud-commissaris Mario Monti, over de financiering van de EU-begroting. Dit eindrapport is gepubliceerd op 17 januari 2017. De werkgroep van Monti is in het voorjaar van 2014 opgericht op basis van een gezamenlijke verklaring van de Raad en het Europees Parlement om het financieringsstelsel van de EU te evalueren. De werkgroep bevat leden van de Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement. Het eindrapport bouwt voort op eerdere tussenrapportages en is gevoed door discussies met belanghebbenden. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de conferentie met nationale parlementen op 7 en 8 september 2016 in Brussel. De Commissie kan adviezen uit het eindrapport meenemen in het voorstel voor een volgend MFK en volgend Eigen Middelen Besluit. Deze voorstellen worden voor het einde van 2017 verwacht.

In het eindrapport geeft de werkgroep een aantal aanbevelingen. De belangrijkste aanbevelingen zijn:

  • 1. Hervorming van de financiering van de EU-begroting zou samen moeten gaan met hervorming van de uitgaven van de EU-begroting. De uitgaven van de EU zouden meer gericht moeten worden op uitgaven die Europese meerwaarde genereren, zoals investeringen in R&D en interne en externe veiligheid van de EU.

  • 2. De financiering van de EU-begroting moet eenvoudig, evenwichtig en efficiënt zijn. Van de bestaande financieringsbronnen zouden de BNI-afdracht en douaneheffing behouden moeten blijven, omdat deze eenvoudig en transparant zijn. De BTW-afdracht kent een ingewikkelde berekening en zou daarom hervormd of vervangen kunnen worden. Kortingen op de afdrachten compliceren de financiering van de EU-begroting. Deze zouden niet langer nodig zijn als de financiering van de EU-begroting evenwichtiger wordt vormgegeven.

  • 3. Een nieuw eigen middel zou potentieel de meerderheid van de EU-begroting kunnen vullen. De werkgroep noemt een groot aantal mogelijke nieuwe eigen middelen voor de EU-begroting, zoals het afromen van de inkomsten uit het Europese Emissiehandelssysteem (ETS), de invoering van een Europese elektriciteitsbelasting of een financiële transactie taks. Daarbij stelt de werkgroep dat de bevoegdheid voor belastingheffing bij de nationale lidstaat blijft. Ook zou het niet moeten leiden tot extra belastingdruk voor de Europese burger, omdat de totale uitgaven van de EU niet stijgen. Hogere EU-afdrachten uit een nieuw eigen middel worden gecompenseerd door lagere EU-afdrachten op basis van andere eigen middelen (het BNI-middel daalt automatisch als de opbrengst uit andere eigen middelen toeneemt).

De Nederlandse inzet is al jaren gericht op het realiseren van een transparant en controleerbaar stelsel van eigen middelen voor de EU, waarbij de kosten eerlijk verdeeld zijn tussen de lidstaten en waarbij de afdrachten zo voorspelbaar mogelijk zijn. Nederland heeft in de onderhandelingen over het huidige Eigen Middelen Besluit ingezet op financiering van de nationale bijdragen aan de EU-begroting via een BNI-bijdrage. Hierdoor wordt de afdracht aan de EU overzichtelijker. Nederland is traditioneel kritisch over een nieuw eigen middel voor de EU. Ook heeft Nederland in de onderhandelingen voor het huidige Meerjarig Financieel Kader bepleit dat het behoud van een correctie op de afdrachten essentieel is, zolang de netto bijdrage van Nederland aan de EU – in vergelijking met andere EU-lidstaten met een vergelijkbaar welvaartsniveau – onevenredig hoog is. De Commissie zal de adviezen van de werkgroep naar verwachting meenemen in de voorstellen voor een volgend MFK en het bijbehorende Eigen Middelen Besluit. Deze voorstellen worden voor het einde van 2017 verwacht. Na het verschijnen van de voorstellen kan het dan zittende kabinet een standpunt bepalen voor de onderhandelingen. De kamer wordt hier uiteraard over geïnformeerd.


X Noot
1

Zie bijvoorbeeld: Aanhangsel Handelingen II 2016/17, nr. 46 en Kamerstuk 21 501-07, nr. 1409.