Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 69, item 14 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 69, item 14 |
Voorzitter: Paulusma
Regio's en grensoverschrijdende samenwerking
Aan de orde is het tweeminutendebat Regio's en grensoverschrijdende samenwerking (CD d.d. 25/03).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Regio's en grensoverschrijdende samenwerking. Ik heet de leden van de Kamer van harte welkom. Ik heet de minister in vak K van harte welkom. Wij gaan beginnen met mevrouw Boelsma-Hoekstra, die spreekt namens de fractie van het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Boelsma-Hoekstra (CDA):
Ik heb één motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in het coalitieakkoord is opgenomen dat de regering met strategische agenda's zal werken om samen met de regio's grote opgaven in een gebied integraal en gezamenlijk te realiseren;
overwegende dat verschillende regio's cruciale bijdragen kunnen leveren voor een strategisch autonomer Nederland op gebieden als energie, schone industrie, voedselzekerheid en veiligheid;
overwegende dat met slimme strategische agenda's die in gezamenlijkheid tussen verschillende ministeries, zoals BZK, Defensie, IenW, OCW en VRO, en in goed overleg met medeoverheden worden opgesteld grote stappen gezet kunnen worden;
verzoekt de regering inzichtelijk te maken hoe deze strategische agenda's opgesteld zullen worden en hoe interdepartementale betrokkenheid en regionale betrokkenheid hierbij geborgd worden, en daarbij aan te geven wanneer de eerste regio's opgepakt zullen worden en welke regio's zullen worden opgepakt,
en gaat over tot de orde van de dag.
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar de heer Vermeer, die spreekt namens de fractie van de BBB. Gaat uw gang.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. De BBB heeft vorig jaar een motie ingediend voor een plattelandstoets. Die motie is aangenomen met 111 stemmen vóór. Daarin vroeg de Kamer om te onderzoeken hoe zo'n toets een rol kan spelen bij overheidsbeleid en wet- en regelgeving, met oog voor de economische, maatschappelijke en sociale gevolgen voor het platteland. Maar voor de BBB was die motie nooit bedoeld als een interne denkoefening op het ministerie. De bedoeling was juist dat de gevolgen voor het platteland zichtbaar zouden worden voordat besluiten genomen zouden worden. De minister heeft laten weten dat het kabinet de plattelandstoets wil laten aansluiten bij bestaande beleidsprocessen. Dat klinkt netjes, maar het risico is dat de toets daarmee verdwijnt in de Haagse beleidsmachine. Dan krijgt de Kamer nog steeds geen hard instrument in handen.
De BBB wil daarom de volgende stap zetten. In nieuw beleid, aangekondigd in Kamerbrieven, AMvB's, besluiten en wetgeving, moet gewoon herkenbaar staan wat de gevolgen zijn voor dorpen, buitengebieden en grensregio's voor bereikbaarheid, voorzieningen, regeldruk, uitvoerbaarheid, economie en leefbaarheid. Daarom dien ik de volgende motie in.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kamer eerder de motie-Van der Plas (36410, nr. 121) over het uitwerken van een plattelandstoets heeft aangenomen;
constaterende dat de regering deze plattelandstoets wil laten aansluiten bij bestaande beleidsprocessen;
overwegende dat de plattelandstoets bedoeld is om de gevolgen van beleid, wet- en regelgeving voor het platteland zichtbaar en controleerbaar te maken;
verzoekt de regering om bij nieuw beleid, wet- en regelgeving, AMvB's en besluiten met mogelijke gevolgen voor het platteland voortaan een herkenbare passage plattelandstoets op te nemen, waarin wordt ingegaan op de economische, maatschappelijke en sociale gevolgen voor het platteland;
verzoekt de regering de Kamer zo snel mogelijk te informeren over hoe deze plattelandstoets structureel wordt geborgd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie de heer Flach een beweging maken, maar dat is volgens mij niet voor een vraag aan de heer Vermeer. De heer Vermeer kan dus rustig gaan zitten, denk ik. Meneer Flach, gaat uw gang.
De heer Flach (SGP):
De heer Vermeer roept altijd vragen op, maar dit gaat om een punt van orde. Ik was net iets te laat binnen om te verzoeken aan de Kamer of ik deel zou mogen nemen aan dit tweeminutendebat. Ik heb namelijk niet deelgenomen aan het commissiedebat.
De voorzitter:
Ik ga eens even naar uw collega's kijken. Iedereen vindt het uitstekend. Ik zet u op de lijst. Dank. De heer Vermeer vindt het ook goed. Dan gaan wij nu luisteren naar de heer Clemminck, die spreekt namens de fractie van JA21.
De heer Clemminck (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Het Rijk werkt voor iedereen. Het is belangrijk dat het Rijk ook het goede voorbeeld geeft. Daarom heb ik mede namens de heer Flach van de SGP een motie over de spreiding van de rijkswerkgelegenheid.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de vestiging van rijksdiensten en zbo's grote invloed heeft op werkgelegenheid, economische vitaliteit en voorzieningen in de regio's;
constaterende dat de minister heeft aangegeven dat de sturingsmogelijkheden bij zbo's kleiner zijn, maar dat hierover wel met collega's wordt gesproken;
overwegende dat spreiding van rijkswerkgelegenheid een concreet instrument is om regio's te versterken en de overconcentratie in de Randstad tegen te gaan;
verzoekt de regering een voorstel uit te werken voor meer passende doelstellingen rond de spreiding van rijkswerkgelegenheid en een voorstel uit te werken waarmee er meer op de locatiekeuze van zelfstandige bestuursorganen zou kunnen worden gestuurd, waarbij waar mogelijk actief wordt gestuurd op vestiging buiten de Randstad,
en gaat over tot de orde van de dag.
Dank u wel. Dan gaan wij nu ten slotte luisteren naar de heer Flach. Die spreekt namens de fractie van de SGP. Gaat uw gang.
De heer Flach (SGP):
Voorzitter. Dank nogmaals voor de coulance, dat ik deel mag nemen aan dit debat. Ik heb het commissiedebat destijds niet kunnen bijwonen, maar het is een dermate belangrijk onderwerp dat het me altijd aan het hart gaat. Maar ja, zo is het nu eenmaal met een kleine fractie. Daarom dank dat ik deze motie kan indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat verschillende schoolbesturen besloten hebben met ingang van deze zomer kleinere scholen te sluiten;
overwegende dat scholen voor de leefbaarheid van dorpen en het platteland een cruciale rol vervullen en dat de landelijke regelgeving het verantwoord voortbestaan van deze scholen zo veel mogelijk moet ondersteunen;
verzoekt de regering ervoor te zorgen dat sluiting van kleinere scholen de komende jaren in ieder geval niet het gevolg is van wijziging van de regelgeving voor de instandhouding van scholen, en met de VNG in gesprek te gaan over mogelijkheden om het voortbestaan van kleinere scholen te bevorderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Flach (SGP):
Ik realiseer me heel goed dat dit een motie is die allerlei raakvlakken heeft met OCW. Tegelijkertijd zijn het zaken die van vitaal belang zijn voor kleine kernen, die dus in de regio erg leven.
Tot zover.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik nu even naar de minister in vak K, die mij hopelijk met een gebaar gaat aangeven hoeveel tijd hij nodig heeft voor de appreciaties. De minister vraagt om tien minuten, hoor ik. Daar maak ik er zeven van. Daarna hoop ik u te zien. Ik schors voor zeven minuten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Regio's en grensoverschrijdende samenwerking. We zijn toegekomen aan de appreciaties van de ingediende moties door de minister. Ik geef hem daartoe graag het woord. Gaat uw gang.
Minister Heerma:
Dank u, voorzitter. Het betreft een viertal moties dat is ingediend naar aanleiding van een commissiedebat dat wij een tijdje terug met elkaar hadden, waarin veel belangrijke onderwerpen voor de regio en de grensregio langs zijn gekomen. Ik vond het een mooi debat, waarbij de verschillende woordvoerders zich als ambassadeur voor de regio hebben opgesteld. Ik zal het hier kort houden en me beperken tot de ingediende moties.
Ik begin bij de motie van CDA, D66 en GroenLinks-Partij van de Arbeid, met betrekking tot de strategische agenda's. Zoals ik tijdens het debat op 25 maart heb toegezegd, zal ik de Kamer voor het zomerreces informeren over de gesprekken die ik deze periode voer met de regio's en provincies over de te ontwikkelen strategische agenda's. In deze brief informeer ik u over hoe ik hier de komende periode verder uitwerking aan wil geven. Ik voorzie dat ik voor het einde van het jaar uw Kamer kan informeren over de concrete uitvoering van de passage en het proces dat ik voor me zie. Ik zal in die brief ingaan op deze motie, die ik daarom oordeel Kamer laat.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 182 krijgt oordeel Kamer.
Minister Heerma:
Dan de motie van de heer Vermeer van de BBB. Tijdens het commissiedebat was hij zeer kritisch over een woord dat ik nog één keer zal gebruiken, namelijk "rural proofing". Vanaf nu spreken we met elkaar … Ik zie hem ook hier ineenkrimpen. Ik heb tijdens het commissiedebat aangegeven dat een ander departement ook al spreekt over de plattelandstoets en dat wij dat voorbeeld zullen volgen. Als ik de motie zo kan interpreteren dat het lid Vermeer van de BBB verzoekt om het regionale perspectief goed te laten borgen bij de toetsing van nieuw beleid, wet- en regelgeving, AMvB's en besluiten met mogelijke gevolgen voor regio's, dan zou ik nog steeds moeten zeggen dat de motie ontijdig is.
Ik heb in het debat van 25 maart wel toegezegd werk te maken van het beter borgen van het regionaal perspectief in de manier waarop het Beleidskompas wordt aangevlogen, meer specifiek in de uitvoeringstoets decentrale overheden als het gaat om beleid dat medeoverheden raakt, en in de grenseffectentoets. Zo heb ik in het debat van 25 maart ook toegezegd om de regio's die centraal staan in het Nationaal Programma Vitale Regio's nadrukkelijk te betrekken bij de toetsing van beleidsvoornemens waarbij de verwachting is dat er negatieve regionale effecten kunnen optreden. Op dit moment ben ik in gesprek over hoe ik hier concreet uitwerking aan kan geven. Hierover informeer ik de Kamer richting het einde van dit jaar in de voortgangsbrief over het nationaal programma. Daarin zal ik nadrukkelijk ook hierop ingaan. Ik verzoek de heer Vermeer om die af te wachten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 183 krijgt de appreciatie ontijdig. Daarom kijk ik naar de heer Vermeer of hij deze motie wil aanhouden. Gaat uw gang.
De heer Vermeer (BBB):
Voorzitter, die wil ik op voorhand nog even niet aanhouden. Ik heb ook nog een vraag aan de minister. Waar zit de weerstand tegen een eenvoudig punt als het opnemen van een herkenbare passage over de plattelandstoets?
Minister Heerma:
Zoals ik in de beantwoording in het commissiedebat gezegd heb, heb ik enige twijfel om steeds nieuwe toetsen toe te voegen. Ik heb aangegeven, niet alleen in het coalitieakkoord, maar ook in de afspraak met de lokale overheden naar aanleiding van het rapport-Polman, dat de uitvoeringstoets decentrale overheden de plek is waar dingen landen. We zijn bezig om die nu uit te werken en om juist ook hierin nadrukkelijk aandacht te besteden aan de regio's en de grensregio's. Ik wil daar gewoon uitvoering aan geven. De heer Vermeer kan daarin kijken of zijn vermoedens dat het allemaal te ambtelijk zou worden — die sprak hij namelijk zojuist hier in de Kamer uit — terecht zijn. Met de toezegging die ik al gedaan heb, kan hij bekijken of het resultaat niet gewoon is conform hij wil.
De voorzitter:
Daarmee blijft de appreciatie ontijdig. Ik kijk tot slot naar de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
Dit stelt mij niet helemaal gerust. De minister heeft het toch weer over een bestuurlijke uitvoeringstoets, terwijl dit gaat over het effect op het platteland en niet op het bestuur. We gaan de zaakjes afwachten. Ik zal me hierop beraden.
De voorzitter:
Ik doe toch nog even een check. Is "zich beraden" aanhouden of indienen? Indienen, hoor ik. Dan blijft de appreciatie ontijdig. De heer Vermeer houdt de motie niet aan.
De motie op stuk nr. 184.
Minister Heerma:
Met de toevoeging "vooralsnog", want beraden kan ook de komende tijd nog. Maar de intenties van de BBB zijn duidelijk. Het is ook een consequente lijn.
Dan de motie van de leden Clemminck en Flach van JA21 en de SGP met betrekking tot de doelstellingen over de spreiding van werkgelegenheid en specifiek de zelfstandige bestuursorganen. Ik wil deze motie oordeel Kamer geven. Ik beschouw de motie als in lijn met de aanpak die het kabinet heeft om toe te werken naar een betere spreiding van rijkswerkgelegenheid over het land. Net als de indieners gaat het er mij ook om dat wij als kabinet samen met de regio's werken aan een aanpak om rijkswerkgelegenheid strategischer in te zetten. Ik wil dat rijkswerkgelegenheid in de regio bijdraagt aan de kwaliteit van de regio en stuwend is, met rijkstaken en rijksbanen die goed aansluiten bij het potentieel van die regio. Ik zet me daar de komende periode voor in. Daarmee laat ik de motie dus aan het oordeel van de Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 184 krijgt oordeel Kamer. Dat zou op een compliment van de heer Clemminck moeten kunnen rekenen. Gaat uw gang, meneer Clemminck.
Minister Heerma:
Hoop doet leven!
De heer Clemminck (JA21):
Uiteraard, een compliment! Nee, ik heb nog een vraag aan de minister. Het verzoek is om met een voorstel te komen. Kan de minister iets zeggen over wanneer we dat voorstel als Kamer mogen verwachten?
Minister Heerma:
Volgens mij ligt het in de planning dat ik in september met de jaarlijkse stand van zaken van de spreiding van werkgelegenheid over het land kom. Ik wil die sowieso meenemen. Laat ik dus zeggen dat ik voor het einde van het jaar met een reactie op deze motie kom.
Dan kom ik bij de laatste motie, vanuit de SGP, de motie op stuk nr. 185. Dat is de motie waar ik het meest mee worstel. De heer Flach gaf het zelf eigenlijk ook al aan: de motie hoort hier eigenlijk niet thuis. De ingewikkeldheid is dat, als alles regio wordt, elke motie hier ingediend kan worden, ook als die eigenlijk op een ander beleidsterrein hoort. Ik heb in het commissiedebat aangegeven dat ik me wel een ambassadeur voor de regio voel. De heer Flach was trouwens niet aanwezig bij dat commissiedebat en vroeg hier aan de voorkant heel netjes toestemming om toch mee te doen. Maar ook al voel ik mij een ambassadeur, ik ben niet de minister van alle zaken die de regio raken. Ik zou de heer Flach dus willen verzoeken deze motie aan te houden. De motie is namelijk ontijdig omdat die bij een collega thuishoort. Ik zou de heer Flach daarbij de toezegging willen doen dat ik het verzoek ook onder de aandacht van de minister van OCW zal brengen.
De heer Flach (SGP):
Dank voor dit antwoord van de minister. Ik begrijp dat heel goed. Ik worstelde er zelf ook mee. Tegelijkertijd proeft de minister hier ook in dat ik op zoek ben naar een bondgenoot om juist dit soort cruciale voorzieningen op meerdere plekken in het kabinet duidelijk voor het voetlicht te brengen. Die leven namelijk enorm in die kleine dorpskernen. Ik kom tegemoet aan het verzoek van de minister en zal 'm voor dit moment aanhouden.
De voorzitter:
Op verzoek van de heer Flach stel ik voor zijn motie (29697, nr. 185) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter:
Hiermee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat. Ik dank de leden en ik dank de minister.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik schors voor een enkel ogenblik. Na de schorsing gaan wij door met het volgende en ook laatste debat.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-69-14.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.