Handeling
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 69, item 8 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Vergadernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | nr. 69, item 8 |
Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling d.d. 18 mei 2026
Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling d.d. 18 mei 2026 (CD d.d. 12/05).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkeling d.d. 18 mei 2026. Ik heet van harte welkom de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Ik geef het woord aan de heer Hoogeveen, als eerste spreker van de zijde van de Kamer. Hij doet dat namens JA21.
De heer Hoogeveen (JA21):
Voorzitter, dank u wel. Drie moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ontwikkelingslanden via het Algemeen Preferentieel Systeem formeel toegang hebben tot de Europese markt met lagere heffingen en quota, maar in de praktijk vaak nog te maken hebben met non-tarifaire handelsbelemmeringen;
overwegende dat handel, investeringen en markttoegang op de lange termijn effectiever bijdragen aan economische ontwikkeling dan voortdurende afhankelijkheid van ontwikkelingshulp;
overwegende dat met de inwerkingtreding van het nieuwe Algemeen Preferentieel Systeem een logisch moment ontstaat om te bezien waar praktische knelpunten voor ontwikkelingslanden kunnen worden verminderd;
verzoekt de regering de Europese Commissie op te roepen om en marge van de implementatie van het nieuwe Algemeen Preferentieel Systeem te inventariseren welke laagdrempelige en op redelijke termijn uitvoerbare maatregelen mogelijk zijn om ontwikkelingslanden in staat te stellen te voldoen aan EU-standaarden en zo non-tarifaire belemmeringen te verminderen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het voorgestelde Global Europe-instrument tot 100 miljard euro aan nieuwe Oekraïnesteun mogelijk maakt, mede via leningen waarvoor de Europese Commissie geld op de kapitaalmarkt aantrekt;
constaterende dat de Europese Rekenkamer waarschuwt dat zulke leningen, zoals thans voorzien, niet vooraf volledig zijn afgedekt en risico's kunnen doorschuiven naar toekomstige EU-begrotingen en lidstaten;
constaterende dat de Commissie volgens het voorstel bovendien rente- en leenkosten kan subsidiëren zonder voorafgaand oordeel van vertegenwoordigers van de lidstaten;
overwegende dat steun aan Oekraïne niet mag worden gebruikt als vehikel voor het verder normaliseren van nieuwe gezamenlijke Europese schulden;
verzoekt de regering in de onderhandelingen als inzet te hanteren dat nieuwe Oekraïneleningen onder Global Europe niet verder leiden tot ongedekte gezamenlijke EU-schuld,
en gaat over tot de orde van de dag.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het voorgestelde Global Europe-instrument ruim 200 miljard euro aan extern EU-budget omvat;
constaterende dat de Europese Rekenkamer erop wijst dat in het voorstel de bestaande bestedingsdoelstelling voor migratie verdwijnt;
overwegende dat Europees buitenlandbudget nadrukkelijker zou moeten bijdragen aan terugkeer, opvang in de regio, grensbewaking en het tegengaan van irreguliere migratie;
verzoekt de regering in de onderhandelingen te bevorderen dat migratiebeperking expliciet en toetsbaar in Global Europe wordt verankerd,
en gaat over tot de orde van de dag.
Dank u wel. Ik zie twee interrupties.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik had een vraag over de eerste motie, over de non-tarifaire belemmeringen. Gaat dat wat JA21 betreft dan bijvoorbeeld ook om nationale normen rond — noem 'ns wat — klimaat, ontbossing, voedselveiligheid, pesticidegebruik, volksgezondheid? Dat soort zaken?
De heer Hoogeveen (JA21):
Dat is eigenlijk om het in kaart te brengen. Dat kwam ook aan de orde in het debat met de minister. Als je met landen spreekt in Afrika of met andere ontwikkelingslanden, zou je toch zeggen dat het niet zozeer gaat om de heffingen en de quota. Het gaat ons echt om die non-tarifaire belemmeringen. Dan hebben we het niet eens alleen over, zoals u zegt, voedselveiligheid of bepaalde certificaten, maar ook over omslachtige wet- en regelgeving, over nodeloos ingewikkelde fytosanitaire checks die vanuit de Europese Unie worden opgelegd en die moeilijk te handhaven zijn voor ontwikkelingslanden. Een kort voorbeeld dat ik kan geven, is black spot op bepaalde vruchten. De eis van de Europese Unie is dat het op een bepaalde manier gekoeld moet worden. Dat blijkt voor die landen heel lastig te zijn. Als we die landen kunnen helpen om dat te versimpelen, te vereenvoudigen, en in ieder geval om dat in kaart te brengen, zou dat hen heel erg helpen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ziet JA21 CBAM en EUDR ook als non-tarifaire belemmeringen?
De heer Hoogeveen (JA21):
Wat JA21 betreft wel. Maar dat is niet waar deze motie toe oproept. Het gaat puur om in kaart brengen wat laagdrempelig is, wat haalbaar is en wat ontwikkelingslanden zou kunnen helpen. Mocht dat uit een analyse van de Europese Commissie komen — daar ga ik persoonlijk niet van uit — dan zou dat een positieve bijkomstigheid zijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Verkuijlen namens de VVD.
De heer Verkuijlen (VVD):
Dank, voorzitter. Ook dank aan de minister voor het constructieve debat dat we met hem hebben gevoerd. Ik heb een drietal moties, met name om die lijn te ondersteunen. De eerste.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de blokkade van de Straat van Hormuz de aanvoer van noodzakelijke grondstoffen en energie voor de productie van kunstmest belemmert;
overwegende dat de resulterende tekorten de voedselzekerheid in ontwikkelingslanden ernstig onder druk kunnen zetten;
overwegende dat de Nederlandse agro-sector wereldwijd vooroploopt met droogtebestendige zaden en innovatieve landbouwtechnieken die kunnen bijdragen aan het opvangen van deze tekorten;
verzoekt de regering om op Europees niveau te pleiten voor het actiever ondersteunen van de export van deze agro-innovaties naar kwetsbare landen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Verkuijlen (VVD):
De tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
van mening dat de Nederlandse belastingbetaler niet mag opdraaien voor de uitgaven van andere lidstaten;
van mening dat begrotingsdiscipline het beste in internationaal verband gewaarborgd kan worden;
verzoekt de regering om in Europees verband te allen tijde uit te dragen dat Nederland tegen nieuwe Europese financieringsinstrumenten is waarbij Nederland garant staat voor de schulden van andere Europese lidstaten;
verzoekt de regering om in Europees verband vast te houden aan het principe dat lidstaten uitsluitend garant staan naar rato van de omvang van hun economie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Verkuijlen (VVD):
Voorzitter, ten slotte de derde motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Global Gateway-strategie is ontwikkeld als een Europees antwoord op het Chinese Belt and Road Initiative;
overwegende dat de uitvoering van projecten binnen dit instrument door Chinese staatsbedrijven fundamenteel strijdig is met dit doel;
overwegende dat het onwenselijk is dat Europees belastinggeld vloeit naar staatsbedrijven uit landen die geen wederkerigheid bieden en die door massale staatssteun een oneerlijk speelveld creëren;
verzoekt de regering om in Europees verband te pleiten voor het invoeren van uitsluitingscriteria voor bedrijven uit derde landen bij aanbestedingen in strategische of hoogrisicosectoren binnen Global Gateway-projecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Kröger namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Een tweetal moties. De eerste is naar aanleiding van het feit dat Nederland ontbrak onder een statement van de SheDecides-groep, die zich uitsprak tegen de stappen die nu gezet worden om vrouwenrechten wereldwijd verder in te perken, onder andere door de regering in de VS, die het koppelt aan hulpprogramma's. De volgende motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat vrouwenrechten en lhbtiq+-rechten wereldwijd onder druk staan;
constaterende dat het nieuwe Amerikaanse beleid organisaties op het gebied van abortuszorg, inclusiviteit en gender- en lhbtiq+-rechten uitsluit van buitenlandse hulp;
constaterende dat Nederland ontbrak onder de internationale verklaring van 2 maart 2026 van onder andere Frankrijk en België die deze maatregelen veroordeelde;
overwegende dat Nederland zich altijd ferm heeft uitgesproken over vrouwenrechten, onder andere via SheDecides;
verzoekt het kabinet zich internationaal actief uit te spreken tegen het inperken van vrouwenrechten, lhbtiq+-rechten en seksuele en reproductieve rechten en gezondheidszorg, onder andere via SheDecides,
en gaat over tot de orde van de dag.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
De volgende motie gaat over de wederopbouw van Gaza. De minister gaf in het debat aan hier positief tegenover te staan. Ik hoop écht dat Nederland zich hier hard voor gaat maken.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de vernietigende oorlog in Gaza heeft geleid tot grootschalige verwoesting van woningen, ziekenhuizen en scholen;
overwegende dat investeringen in vredesopbouw en wederopbouw ook bijdragen aan de langetermijnstabiliteit en veiligheid van Europa;
overwegende dat in het conceptrapport van het Europees Parlement over Global Europe financiering van de wederopbouw van Gaza als prioriteit wordt aangemerkt;
verzoekt de regering binnen de EU de mogelijkheden voor een Gazawederopbouwfonds naar het model van de Oekraïne Faciliteit te onderzoeken, en zich anders in te zetten voor adequate financiering voor de wederopbouw van Gaza zonder verdringing van andere prioriteiten,
en gaat over tot de orde van de dag.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Stoffer als laatste spreker van de zijde van de Kamer in dit tweeminutendebat. Dat is hij namens de SGP.
De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik heb één motie. Die luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de lidstaten in de Raad van de Europese Unie een politiek akkoord hebben bereikt over een nieuw sanctiepakket tegen kolonisten;
overwegende dat over de inhoud van deze sancties niets bekend is;
overwegende dat deze sancties niet los kunnen worden gezien van pleidooien vanuit verschillende lidstaten voor opschorting van het handelsdeel van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël;
verzoekt de regering inzichtelijk te maken hoe de sancties en een eventuele opschorting van de associatieovereenkomst de handel met Nederland raken, en de Kamer onverwijld te informeren over eventuele Israëlische tegenmaatregelen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister voor de appreciatie van de ingediende moties.
Minister Sjoerdsma:
Voorzitter, dank. Dank ook aan de Kamerleden voor de ingediende moties en het constructieve debat.
De motie op stuk nr. 294 geef ik oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 295 geef ik oordeel Kamer, maar ik zeg er wel twee dingen bij. Eén: de constatering dat de Commissie volgens het voorstel bovendien rente- en leenkosten kan subsidiëren zonder voorafgaand oordeel van vertegenwoordigers van de lidstaten, klopt feitelijk niet. De Raad stemt daarmee in en er wordt ook over gerapporteerd aan deze Kamer. Twee: ook de overweging die daarachteraan komt, over steun aan Oekraïne, klopt niet. Maar het verzoek krijgt oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 296 moet ik ontraden zoals die hier staat. Ja, migratie is belangrijk — dat is echt een van de prioriteiten binnen Global Europe — maar het is echt wel breder dan migratiebeperking. Zoals het hier staat, is het dus te nauw.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 296: ontraden.
Minister Sjoerdsma:
De motie op stuk nr. 297 van de heer Verkuijlen: oordeel Kamer, met verwijzing naar wat we hebben gewisseld in het debat.
Wat betreft de motie op stuk nr. 298: dat is staand beleid. Ik ben in een goede bui, dus oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 298: oordeel Kamer.
Minister Sjoerdsma:
De motie op stuk nr. 299 luistert iets nauwer. Dat weet de heer Verkuijlen ook uit het debat. Als ik 'm zo kan interpreteren dat we de uitsluiting nog nader specificeren en dat het niet voor álle bedrijven uit álle derde landen geldt en alleen voor specifieke strategische sectoren, dan is de motie uitvoerbaar en kan die oordeel Kamer krijgen. Anders niet. Ik zie dat er geknikt wordt, voorzitter.
De voorzitter:
De heer Verkuijlen stemt daar non-verbaal mee in.
Minister Sjoerdsma:
Dat is mooi.
De motie op stuk nr. 300 krijgt uiteraard oordeel Kamer; van harte gesteund.
De motie op stuk nr. 301 krijgt oordeel Kamer, mits dat niet leidt tot extra budget.
De motie op stuk nr. 302 is overbodig.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de appreciaties en voor zijn aanwezigheid.
Minister Sjoerdsma:
Ik dank de voorzitter voor de gastvrijheid.
De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal vanmiddag worden gestemd. Ik schors heel kort, totdat de minister van Buitenlandse Zaken aanwezig is. Dan zullen we verdergaan met het tweeminutendebat Ministeriële vergadering Raad van Europa.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-tk-20252026-69-8.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.