33 Uitvoering motie-Vestering/Van Raan over geen stikstofdepositieruimte reserveren voor de uitbreiding van Lelystad Airport

Aan de orde is het tweeminutendebat Uitvoering motie-Vestering/Van Raan over geen stikstofdepositieruimte reserveren voor de uitbreiding van Lelystad Airport (35600, nr. 71).

De voorzitter:

We gaan direct door met het tweeminutendebat Uitvoering motie-Vestering/Van Raan over geen stikstofdepositieruimte reserveren voor de uitbreiding van Lelystad Airport. Dat debat voeren we met dezelfde minister, dus zij blijft nog even bij ons. Ik geef als eerste het woord aan de heer Van Raan, die zal spreken namens de Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Allereerst complimenten aan de minister voor Natuur en Stikstof voor het besluit dat zij heeft genomen om de PAS-melding van Lelystad Airport niet goed te keuren. In het schriftelijk overleg stelden we daar een hoop technische vragen over, die zijn opgeschort. Het eerste verzoek is eigenlijk of die vragen, nu de verificatie is geweest, alsnog kunnen worden beantwoord.

Voorzitter, drie moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister vanwege de grove fouten die ontdekt zijn, terecht tot de conclusie is gekomen dat Lelystad Airport geen natuurvergunning kan krijgen op basis van de gedane PAS-melding(en);

van mening dat het verloop van het proces en de ontdekte fouten de suggestie kunnen wekken dat er bewust frauduleus gehandeld is;

verzoekt de regering om de PAS-melding uit 2016 en de geactualiseerde PAS-melding uit 2019 (inclusief onderliggende stukken) met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Kröger.

Zij krijgt nr. 72 (35600).

De heer Van Raan (PvdD):

Een motie in het verlengde hiervan:

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende:

  • -dat de rekenmethodiek voor de stikstofdepositie van de luchtvaart eenduidig vastligt en het RIVM daar altijd een warmte-inhoud van 0 MW voor heeft toegepast;

  • -maar dat in de geactualiseerde PAS-meldingen voor Lelystad Airport van 2018 en 2019 opeens is gerekend met 43 MW, waardoor de maximale depositietoename onder de 1 mol/hectare/jaar bleef en een PAS-melding zou volstaan;

  • -dat dit de schijn heeft van een dubbele stikstofboekhouding en de minister terecht concludeerde dat de PAS-melding onjuist was;

verzoekt de regering alsnog forensisch accountantsonderzoek te laten uitvoeren naar alle stikstofdepositieberekeningen in de periode 2014 tot en met 2020 rondom Lelystad Airport,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan.

Zij krijgt nr. 73 (35600).

De heer Van Raan (PvdD):

Deze motie is met name bedoeld om dat vertrouwen terug te winnen, waar ook de minister van IenW altijd zo op gehamerd heeft. Zo'n accountantsonderzoek is daar cruciaal in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de laagvliegroutes niet zijn verdwenen, de PAS-melding van Lelystad Airport terecht is afgewezen en een autonome groei van Lelystad Airport nog steeds niet kan worden uitgesloten;

constaterende dat het openen van een vliegveld in de klimaat- en biodiversiteitscrisis onverantwoord is;

verzoekt de regering om Lelystad Airport definitief niet te openen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Kröger.

Zij krijgt nr. 74 (35600).

Dank u wel, meneer Van Raan. Dan is het woord aan mevrouw Kröger en zij zal spreken namens GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Voorzitter. Bijna alles wat mis kon gaan is misgegaan bij Lelystad Airport, zowel in de geluidsberekeningen, in de milieueffectrapportages en in de stikstofberekeningen. Het is daarom wat ons betreft van groot belang dat de minister heeft besloten om de natuurvergunning niet te verlenen. Ik denk dat het ongelofelijk belangrijk is dat alle onderliggende informatie en documentatie naar de Kamer komt. Ik steun dan ook de moties die de heer Van Raan daarover net heeft ingediend. Wij maken ons er grote zorgen over dat we de luchtvaart aldoor anders behandelen dan andere sectoren. Het moet afgelopen zijn met die uitzonderingspositie van de luchtvaart. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is om dit jaar een integraal besluit te nemen met betrekking tot Lelystad Airport en Schiphol;

constaterende dat het coalitieakkoord stelt dat alle sectoren hun evenredige stikstofbijdrage moeten leveren;

overwegende dat een evenredige stikstofbijdrage van elke sector betekent dat de stikstofuitstoot van de Nederlandse luchtvaart moet dalen;

overwegende dat eerst duidelijk moet zijn hoeveel de stikstofuitstoot van de Nederlandse luchtvaart moet dalen voordat een integraal besluit over de toekomst van Schiphol genomen kan worden;

verzoekt het kabinet eerst een stikstofreductiedoel voor de luchtvaart vast te stellen voordat een integraal besluit over Lelystad Airport en Schiphol genomen wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Van Raan.

Zij krijgt nr. 75 (35600).

Dank u wel. Dan is het woord tot slot aan de heer Van Campen. Hij zal spreken namens de VVD. Nee, hij ziet ervan af.

Dan zijn we aan het eind van de termijn van de Kamer gekomen. Ik kijk de minister even aan. Zij wil de moties wel even op papier hebben voordat zij een oordeel kan geven. Ik schors voor enkele minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Het woord is aan de minister voor haar oordeel over de vier ingediende moties.

Minister Van der Wal-Zeggelink:

Voorzitter. Ik begin bij de eerste motie, de motie op stuk nr. 72, over het delen van de PAS-meldingen uit 2016 en 2019, inclusief de onderliggende stukken. Deze gegevens zijn al via de Wob openbaar gemaakt. Die kunnen wij gewoon met uw Kamer delen. Deze motie krijgt dus oordeel Kamer.

De voorzitter:

Oordeel Kamer. Dan de tweede motie.

Minister Van der Wal-Zeggelink:

Ja, de motie op stuk nr. 73.

De voorzitter:

Meneer Van Campen wil iets vragen over de motie van een ander, de motie op stuk nr. 72, die oordeel Kamer krijgt.

De heer Van Campen (VVD):

De minister geeft oordeel Kamer. Wat betreft het dictum kan ik mij daar iets bij voorstellen. Alleen, de "van mening dat", waarin frauduleus handelen wordt gesuggereerd, vind ik nogal wat. Als de minister oordeel Kamer geeft, zou ik daar graag een reactie op willen. Hoe kijkt zij daarnaar?

Minister Van der Wal-Zeggelink:

Daar heeft de heer Van Campen absoluut een punt. Ik heb mij op het dictum gericht. Van frauduleus handelen of te goeder trouw is geen sprake. De verificatie heeft gewoon verschillen aangetoond. Die heb ik vanuit mijn rol als bevoegd gezag geconstateerd. Op grond daarvan heb ik de verificatie niet goedgekeurd.

De heer Van Raan (PvdD):

Meneer Van Campen doet precies wat wij nou juist willen voorkomen. Er is heel veel onrust over die berekeningen. Er staat "kan wekken". Er is niet gezegd dát het dat doet. Het is juist bedoeld om het weg te nemen.

De voorzitter:

Het oordeel van de minister blijft oordeel Kamer. We zijn bij de motie op stuk nr. 73.

Minister Van der Wal-Zeggelink:

Ik benadruk nogmaals dat wat mij betreft vanuit mijn rol van bevoegd gezag geen frauduleus handelen, te goeder trouw of wat dan ook ter discussie staat.

Dan de motie op stuk nr. 73, over het onderzoek. De berekeningen zijn uitgevoerd ten aanzien van de melding. De melding wordt niet gelegaliseerd. Wat het kabinet betreft is extra onderzoek dus niet nodig. Daarmee wordt de motie ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 73 wordt ontraden. De heer Van Raan heeft daar nog één korte vraag over.

De heer Van Raan (PvdD):

Ook deze motie is juist bedoeld om die mogelijke schijn weg te nemen. Bewoners hebben al aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Laten we als Kamer nou juist onze verantwoordelijkheid nemen om het wel te doen, zodat we burgers niet veroordelen tot het doen van aangifte. Ik zou de minister willen verzoeken om er nog eens met die blik naar te kijken en om misschien tot een ander oordeel te komen. Ik wil de motie ook wel even aanhouden, zodat we het even kunnen toelichten, maar het is echt bedoeld om burgers dat niet op te laten knappen.

Minister Van der Wal-Zeggelink:

Er zijn PAS-meldingen gedaan en er is een verificatieproces — dat is zeer zorgvuldig — op basis van criteria die door Rijk en provincies op dezelfde manier worden toegepast. Op basis van die criteria kan de verificatie niet worden goedgekeurd en kan niet tot legalisatie worden overgegaan. Daarin zit dat onderzoek al. Dat is de reden waarom het kabinet deze motie ontraadt.

Voorzitter. Dan de derde motie, de motie op stuk nr. 74, om Lelystad Airport definitief niet te openen. Het politieke debat moet nog gevoerd worden. Dat politieke debat wordt met uw Kamer en het kabinet gevoerd, met mijn collega van IenW, de heer Harbers. Deze motie ontraad ik dus.

Dan de vierde en laatste motie, de motie op stuk nr. 75, om eerst een stikstofreductiedoel voor de luchtvaart vast te stellen. Individuele aanvragen worden op hun eigen merites beoordeeld en niet op algemene doelstellingen. Dat is de reden waarom ik deze motie moet ontraden.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 75 wordt ontraden. Dank u wel. Mevrouw Kröger heeft daar nog een vraag over.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

In het coalitieakkoord wordt erover gesproken dat sectoren evenredige bijdragen moeten leveren. Dat suggereert dat er duidelijkheid is over wat een evenredige bijdrage is. Dan zijn individuele aanvragen te toetsen aan die evenredige bijdragen. Want hoe kunnen we anders bepalen of de luchtvaart een evenredige bijdrage levert?

Minister Van der Wal-Zeggelink:

Wij dagen de luchtvaartsector uit om een bijdrage te leveren en in te zetten op verduurzaming. Dat doe ik samen met collega's, zowel met die van IenW als met de minister voor Klimaat en Energie. Wij vragen daarom. Dat is die evenredige bijdrage. Maar wij leggen niet de koppeling met een integraal besluit ten aanzien van Lelystad Airport, omdat iedere vergunning en iedere individuele aanvraag op hun eigen merites worden beoordeeld.

De voorzitter:

Heel kort, mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Zou de minister dan toch misschien in een brief aan de Kamer kunnen uitleggen hoe een evenredige bijdrage van de luchtvaartsector dan wordt beoordeeld? Hoe kunnen wij als Kamer zien: dat is een evenredige bijdrage?

Minister Van der Wal-Zeggelink:

Dat is een beetje flauw. We hadden net het tweeminutendebat over Natuur en de hoofdlijnenbrief Stikstof. Dit is daar een onderdeel van. Ik heb tijdens het debat ook gezegd dat we heel nadrukkelijk niet alleen kijken naar de landbouwsector, maar juist ook naar andere sectoren, zoals de industrie, mobiliteit, binnenscheepvaart en luchtvaart. Iedereen zal hier een bijdrage aan moeten leveren.

De voorzitter:

Dank u wel. Dank voor de antwoorden van de minister voor Natuur en Stikstof, en ook voor de snelle terugkomsten en de korte schorsingen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik schors een heel enkel ogenblik. Dan gaan wij verder met het tweeminutendebat Wadden.

De vergadering wordt van 17.33 uur tot 17.34 uur geschorst.

Naar boven