8 Sponsorconvenant 2020-2022

Aan de orde is het VSO Sponsorconvenant 2020-2022 (35300-VIII, nr. 185).

De voorzitter:

De minister is in ons midden voor een VSO naar aanleiding van een schriftelijk overleg over het sponsorconvenant 2020-2022. Dit VSO is aangevraagd door mevrouw Westerveld van de fractie van GroenLinks. Maar u wilt niet het woord? Oké. U bent wel de eerste spreker op mijn lijst, maar dan ga ik naar de heer Heerema van de VVD, die wel graag het woord wil voeren.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Voorzitter. Ik heb één motie naar aanleiding van de berichtgeving over het sponsorconvenant.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op dit moment het sponsorconvenant geen restricties oplegt aan sponsoring uit onvrije landen of instanties uit onvrije landen;

van mening dat invloeden uit onvrije landen ver weg moeten blijven bij het Nederlandse onderwijs en dat het belangrijk is om hier ook binnen het sponsorconvenant restricties aan op te leggen;

verzoekt de regering om het sponsorconvenant uit te breiden met een verbod op sponsoring uit onvrije landen of instanties uit onvrije landen en bij de definitie van "onvrij land" aan te sluiten bij het rapport Freedom in the World van de Amerikaanse organisatie Freedom House, waarbij het gaat om landen die onze kernwaarden of vrijheden afwijzen, zoals godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Rudmer Heerema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 227 (35300-VIII).

Er is een korte vraag van de heer Kwint van de SP.

De heer Kwint (SP):

De heer Heerema zal niet verbaasd zijn dat ik deze vraag aan hem stel. Het is een manier om die vraag via hem ook bij het kabinet te neer te leggen. Ik denk dat we het streven delen, maar mijn fractie vraagt zich wel af of het verstandig is om je afhankelijk te maken van een Amerikaanse, door de overheid gefinancierde non-profitinstelling voor je eigen definiëring van wat wel of niet een vrij land is. Ik denk niet dat dat de hoofdstrekking is van de motie van de heer Heerema, maar ik zou het wel fijn vinden als de minister bij zijn appreciatie van de motie ook even wil stilstaan bij hoe hij dat dan praktisch voor zich ziet. Op het moment dat wij ons afhankelijk maken van de definiëring van Amerikaanse non-profitorganisaties, kunnen we onszelf immers ook kwetsbaar maken voor veranderende definities.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Dat kan heel makkelijk door in het verzoek het woordje "bijvoorbeeld" neer te zetten, maar het gaat mij erom dat we niet moeten blijven hangen in wat precies "onvrij" is. Maar we weten volgens mij allemaal wel welke kant we ongeveer op willen. Daar zijn meerdere partijen in deze Kamer ook mee bezig. De voorzitter van deze plenaire vergadering heeft daar zelf onlangs ook een voorzitterschap in gehad. Volgens mij moeten we dus kijken hoe we hierin een stap kunnen zetten. Dit is de eerste koers die ik uitzet. Ik ben ook benieuwd naar de reactie van de minister op uw vraag. Ik hoop dat we daar samen dan iets verder in kunnen komen.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Heerema. De volgende spreker op mijn lijst is de heer Kwint van de Socialistische Partij. Ik geef hem het woord.

De heer Kwint (SP):

Dank, voorzitter. De strijd tegen de sluipende marktwerking in het onderwijs gaat soms met hele grote en soms met hele kleine stapjes. Zonder mijn eigen voorstel van straks tekort te willen doen, denk ik dat dit een klein stapje is, maar wel een stapje dat genomen moet worden. We zien dat er een ongelofelijke groei is van particuliere bijles, bijles door particuliere instituten. Tot onze grote ergernis zien we ook dat zij gewoon adverteren op scholen zelf. Welke gelegenheid is dan mooier om daar bij de behandeling van een sponsorconvenant iets over te mogen indienen, mede namens GroenLinks? Het voorstel luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat niet alle leerlingen gebruik kunnen maken van betaald aanvullend onderwijs;

overwegende dat de Kamer eerder besloten heeft om de aanwezigheid van particuliere instituten voor aanvullend onderwijs op scholen te beperken;

verzoekt de regering particuliere instituten voor aanvullend onderwijs uit te zonderen van de mogelijkheid tot sponsoring van scholen in het sponsorconvenant en daarmee hun aanwezigheid op scholen nog verder te beperken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kwint en Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 228 (35300-VIII).

Dank u wel, meneer Kwint. Dan zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. We wachten heel eventjes op de moties. Nee, die zijn inmiddels bij de minister. Dan gaan we het katheder voor hem omhoog zetten en dan geef ik het woord aan de minister.

Minister Slob:

Voorzitter. Ik heb meegeschreven. Ik denk dus dat ik er wel uit kom. Dit VAO was aangevraagd door de heer Van Raan. Ik heb begrepen dat hij in quarantaine thuiszit. Hij zal ongetwijfeld meekijken, want dit is echt zijn favoriete onderwerp. Via u groet ik hem dus en ik wil heel kort via u iets in zijn richting zeggen. Dit is een schriftelijk overleg geweest. Ik heb de heer Van Raan daarin een aantal dingen niet toegezegd, omdat hij heel veel verboden wilde rond dit onderwerp. Dat kan niet zomaar allemaal, maar ik heb hem wel toegezegd dat we aan de checklist die de scholen volgende maand, in oktober, gaan krijgen, zullen toevoegen dat scholen, als er sprake is van sponsoring, de boodschap dienen te beoordelen op wenselijkheid. Dat betekent dat scholen altijd gevraagd wordt ook inhoudelijk te kijken naar waar het over gaat en of het wenselijk is. De keuze is dan uiteraard aan de scholen; dat is ook de verhouding die we met elkaar in de verantwoordelijkheden hebben. Daarin zou de heer Van Raan verder hebben willen gaan, maar de scholen worden op deze manier wel ook "gedwongen", tussen aanhalingstekens, om hier ook inhoudelijk naar te kijken.

Dan de motie van de heer Heerema over uitbreiding van het sponsorconvenant met een verbod op sponsoring uit onvrije landen. Ik wil beginnen met drie kanttekeningen. Allereerst is het sponsorconvenant niet volledig het eigendom van OCW of de landelijke overheid. Nee, wij zijn een van de partijen. Daarnaast zijn er de raden, de bonden, de leerlingen, LAKS en AVS, maar ook MKB-Nederland, VNO-NCW, de Groep Educatieve Uitgeverijen en dan vergeet ik er nog een paar. Het sponsorconvenant is eigendom van hen. Als je iets wil wijzigen, kun je dat dus inbrengen, maar dan moeten de anderen daar ook mee instemmen. Dat is één. Ik kan dit dus niet eenzijdig zomaar toevoegen aan het sponsorconvenant, als ik dat zou willen.

Het tweede punt weet de voorzitter uit een andere rol; volgens mij is de volledige titel: de parlementaire ondervragingscommissie ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen. Ik zeg in alle eerlijkheid dat ik dat nog even heb opgezocht. Niet alleen van daaruit weten we dat buitenlandse beïnvloeding echt een breed en heel ingewikkeld vraagstuk is. De Raad van State heeft eerder heel specifiek aangegeven dat het verbieden van financiering van organisaties uit bepaalde landen in grote mate strijdig is met het recht van vereniging. Dus daar zit een spanningsveld.

Het derde is dat de heer Kwint nog een vraag heeft toegevoegd, via de heer Heerema en via de voorzitter, in mijn richting: er is inderdaad geen objectieve lijst van onvrije landen. De lijst van Freedom House wordt bijvoorbeeld door ons ministerie van Buitenlandse Zaken als politiek gezien. Maar deze drie kanttekeningen plaatsend, en als ik de motie ook zo mag verstaan, ben ik wel bereid om in gesprek te gaan met de convenantspartijen over hoe een bepaling kan worden opgenomen in het convenant die op de mogelijke risico's van buitenlandse financiering wijst en scholen vraagt om een zorgvuldige afweging te maken omtrent de wenselijkheid van financiering uit het buitenland. En die bepaling zou aanvullend zijn op de al in het sponsorconvenant — dat heeft u natuurlijk al gezien — opgenomen bepaling, die aangeeft dat scholen de bron van financiering kenbaar moeten maken, waardoor inzichtelijk wordt gemaakt of scholen sponsoring ontvangen uit het buitenland. Dat zit dus al in het convenant. Dus als ik de motie zo mag verstaan, met deze drie kanttekeningen, dan geef ik haar oordeel Kamer.

De voorzitter:

Ik zie instemmend geknik door de indiener van de motie.

Minister Slob:

Dan de motie van de heer Kwint ...

De voorzitter:

Er is over die motie van de heer Heerema toch een korte vraag van de heer Kwint.

De heer Kwint (SP):

Gewoon even formeel. Als wij uiteindelijk gaan stemmen over die motie, dan staat de uitleg die de minister eraan geeft — waar ik overigens prima mee kan leven — wel heel ver af van het dictum van de heer Heerema. Dus dan zou ik willen voorstellen dat hij misschien bijvoorbeeld de verwijzing naar Freedom House eruit haalt. Of daar heel expliciet "bijvoorbeeld" aan toevoegt, omdat hoe de minister het nu uitlegt, echt anders is dan hoe de motie is ingediend.

De voorzitter:

Maar meneer Kwint, dat is voor uw eigen afweging natuurlijk. De minister heeft met deze uitleg de motie oordeel Kamer gegeven. En ik stel vast dat de heer Heerema daar instemmend op heeft geknikt, en dat dat dus de interpretatie is van de motie. Maar de heer Heerema vraagt het woord, en dat krijgt hij.

De heer Rudmer Heerema (VVD):

Ja, voorzitter. Inderdaad, instemmend knikken, maar wel even de woorden die de minister allemaal gezegd heeft nog even neer laten dalen. Ik zal even nadenken of ik het verzoek nog wat strakker kan formuleren, ook om het duidelijk te maken voor de stemming. Ik vraag daar zelf overigens ook om bij andere partijen, dus ik vind het wel netjes als ik dat dan zelf ook doe. Ik moet even teruglezen wat de minister precies gezegd heeft, want als het inderdaad zo ver af komt te staan van wat ik bedoel, dan blijven we toch een dispuut hebben. Maar ik denk dat we elkaar wel kunnen vinden.

Minister Slob:

Volgens mij heb ik echt aangesloten bij het dictum van deze motie, want deze motie vraagt om te kijken of in het sponsorconvenant hier een bepaling voor kan worden opgenomen. Ik heb alleen aangegeven dat ik niet de enige partij ben. Dit is niet iets van ons exclusief, maar we zijn een van de partijen. Maar uiteraard hebben wij, net zo goed als alle andere partijen, de mogelijkheid om eventuele wensen die er nog zijn, in te brengen; dat is één. Het tweede is dat het best ingewikkeld is wat je daar kunt doen, ook vanuit de begrenzingen die er zijn, ook in wet- en regelgeving, rond dit onderwerp. Daar komt nog bij dat er ook nog een discussie zal worden gevoerd hier in de Kamer naar aanleiding van het rapport van de door mij genoemde commissie onder leiding van de heer Rog. Daar moet zelfs ook nog een kabinetsreactie op gaan komen. Kortom, we zijn op allerlei manieren met dit onderwerp bezig, maar ik ben bereid dit in te brengen bij de andere partijen. En als u er "bijvoorbeeld" van maakt rond dat Freedom House — want daar heb ik inderdaad een kanttekening bij geplaatst — dan is, denk ik, de heer Kwint ook tevreden en heeft u misschien zijn stem ook wel binnen. Maar dat zal moeten blijken.

De voorzitter:

Ik stel vast dat de motie, mét deze interpretatie, oordeel Kamer heeft gekregen, en dat de motie mogelijk gewijzigd wordt. En als daardoor de appreciatie van het kabinet zou wijzigen, neem ik aan dat de minister dat via een e-mailtje aan de Kamer laat weten. Gaat u verder.

Minister Slob:

Voorzitter. Dan de motie van de heer Kwint en mevrouw Westerveld op stuk nr. 228 rond reclames over — zo noem ik het maar even — de bijlessen; het betaald aanvullend onderwijs. Net voordat de coronacrisis uitbrak, in februari, hebben we hier met elkaar over gesproken. Toen heeft u moties ingediend, die aangenomen zijn, en die wij nu aan het uitvoeren zijn. En daar hoort ook bij dat wij met de VO-raad en de scholen die daarachter zitten in gesprek zouden gaan — want dit speelt met name in het voortgezet onderwijs — over dat we dit zouden gaan ontmoedigen; dat is volgens mij ook een letterlijke passage uit die motie. U heeft ons als regering ook verzocht om afspraken te maken met scholen, met als doel dat er geen reclame wordt gemaakt voor private aanbieders van aanvullend onderwijs. Door de coronacrisis is de uitvoering van deze motie enigszins vertraagd. Maar nu komt er gelijk eentje overheen die eigenlijk weer verdergaat dan waar we nu, op basis van uw motie, mee bezig zijn. Dat vind ik een beetje ingewikkeld. Dus ik zou de heer Kwint eigenlijk willen vragen om zijn motie nog even aan te houden. Ik ga proberen u zo snel als mogelijk een update te geven van deze gesprekken, want er is wel aan gewerkt, alleen niet in het tempo waarmee we dat in februari dachten te kunnen doen. Dan kunt u zelf bepalen of u dat ver genoeg vindt gaan of dat u er nog een kop bovenop wilt zetten. Rond die tijd kan er altijd nog, op dezelfde manier als ik net tegen de heer Heerema heb gezegd, een wens worden ingediend bij het sponsorconvenant om te kijken of het daar ook onderdeel van kan zijn.

De voorzitter:

Ik kijk even of de heer Kwint daartoe bereid is.

Minister Slob:

Volgens mij, zeg ik even uit mijn hoofd, hebben we op 19 februari hier een VAO gehad, overigens naar aanleiding van een heel mooi algemeen overleg over schaduwonderwijs, zoals we het vaak noemen, en de onwenselijkheid daarvan.

De heer Kwint (SP):

Er zijn toen inderdaad twee voorstellen aangenomen. Eentje gaat over het faciliteren van particuliere bijles in de school en het ontmoedigen daarvan. Het andere gaat over het aanbod van reclame. Eerlijk gezegd heb ik er wel begrip voor dat dit in deze periode, hoewel het heel belangrijk is, niet altijd de eerste zorg is geweest die met de middelbare scholen besproken moest worden. Dus ik denk dat we de motie even aanhouden. Dan komen we er later op terug.

De voorzitter:

Prima.

Op verzoek van de heer Kwint stel ik voor zijn motie (35300-VIII, nr. 228) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Dan zijn we hiermee aan het eind gekomen van het VSO Sponsorconvenant, dat is aangevraagd door de heer Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren. Dat is mij inmiddels ook geworden, anders dan de sprekerslijst zei. Ik wens hem vanaf deze plek graag van harte beterschap.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemmingen over de ingediende moties zijn volgende week.

Naar boven