Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-2020nr. 26, item 3

3 Raad Buitenlandse Zaken Handel

Aan de orde is het VAO Raad Buitenlandse Zaken Handel (AO d.d. 20/11).

De voorzitter:

Aan de orde is het VAO Raad Buitenlandse Zaken Handel. Ik heet de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van harte welkom. Ik geef de heer Alkaya namens de SP het woord. De spreektijden zijn precies twee minuten. Echt waar.

De heer Alkaya (SP):

Dank u wel, voorzitter. Ik zal daar ruim onder blijven.

Voorzitter. Het verzet tegen CETA neemt toe. Het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Canada stuit op veel verzet, onder andere van lokale overheden. Onder andere de provincies Utrecht, Friesland en Noord-Brabant hebben zich tegen CETA uitgesproken. Verschillende gemeenten hebben zich ook uitgesproken tegen dit asociale vrijhandelsakkoord. In het algemeen overleg hebben we het hierover gehad en hebben we gezegd dat het uiterst belangrijk is dat de zorgen van lokale overheden ook in Brussel gehoord worden. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Canada CETA tot veel zorgen leidt bij lokale overheden, met name over de schadeclaims die kunnen voortvloeien uit het arbitragesysteem: Investment Court System;

constaterende dat meerdere provincies en gemeenten zich hebben uitgesproken tegen CETA, met steun van veel lokale partijen én lokale afdelingen van verschillende landelijke politieke partijen;

verzoekt de regering de zorgen van Nederlandse lokale overheden op te brengen in de komende Raad Buitenlandse Zaken Handel en in kaart te brengen in hoeverre vergelijkbare zorgen ook leven in andere lidstaten, en de Kamer vóór de plenaire behandeling van CETA hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Alkaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2084 (21501-02).

Dan ga ik eerst naar mevrouw Diks namens GroenLinks. Mevrouw Ouwehand is namelijk nog onderweg. O, mevrouw Ouwehand loopt net de zaal in. Wilt u direct achter het spreekgestoelte plaatsnemen? Nee? U wilt eerst even bijkomen van het rennen? Dan geef ik het woord aan mevrouw Diks namens GroenLinks.

Mevrouw Diks (GroenLinks):

Prima, voorzitter. Dank u wel. We hebben net het AO over de RBZ Handel gehad en daar ook even gesproken over het Groene Goederenakkoord. Dat is een akkoord om meer duurzame, eerlijk geproduceerde goederen wereldwijd te verhandelen. Dat is natuurlijk een akkoord dat een partij als GroenLinks enorm aanspreekt om juist met de hefboom van goede akkoorden te proberen om naar veel meer duurzame en eerlijke handel te komen. Daarover wil ik een motie indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de onderhandelingen over het EGA-akkoord voor tariefvrije handel in groene goederen sinds 2016 stilliggen;

overwegende dat de tariefliberalisatie voor groenegoederenhandel als hefboom kan worden gebruikt voor verduurzaming;

overwegende dat het wenselijk is dat Nederland actief en aanhoudend blijft aandringen op hervatting van de onderhandelingen over dit akkoord;

verzoekt de regering bij de reguliere voortgangsrapportages over handelsakkoorden verslag te doen van de concrete inspanningen die Nederland heeft verricht om de onderhandelingen over het milieugoederenakkoord vooruit te brengen in de betreffende verslagperiode,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Diks. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2085 (21501-02).

Mevrouw Diks (GroenLinks):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Diks. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren. Ik zie mevrouw Ouwehand met een paar stapels lopen. Dat zijn moties. Ik zou daarmee beginnen als ik u was, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, zeker, daar begin ik mee.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

spreekt uit dat het EU-Mercosur-verdrag van tafel moet;

verzoekt de regering de Europese Commissie te laten weten dat Nederland de steun voor het Mercosur-verdrag intrekt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2086 (21501-02).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

We hebben in de voortgangsrapportage over de handelsakkoorden gezien dat de Europese Commissie de onderhandelingen met Thailand opnieuw heeft geopend. Daar is de Kamer niet eerder over geïnformeerd. Landbouw is een onderdeel van dat verdrag. We vinden dat een slecht idee. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie de onderhandelingen over een alomvattend vrijhandelsverdrag met Thailand opnieuw heeft opgestart;

constaterende dat Thailand nog meer kippenvlees naar de EU exporteert dan Brazilië en veel meer dan Oekraïne;

verzoekt de regering zich duidelijk uit te spreken, zowel in de Raad als bij de Europese Commissie, tegen een handelsverdrag met Thailand waarin de landbouw is opgenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2087 (21501-02).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Tot slot mijn derde motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie de onderhandelingen over een alomvattend vrijhandelsverdrag met Thailand opnieuw heeft opgestart en dat de Kamer niet de kans heeft gehad om zich hierover uit te spreken;

constaterende dat de onderhandelingen zijn hervat op basis van een oud mandaat uit 2007;

constaterende dat Thailand wereldwijd de grootste exporteur van kippenvlees naar de Europese markt is, nog meer dan Brazilië en veel meer dan Oekraïne;

verzoekt de regering zich in de Raad en bij de Europese Commissie te verzetten tegen de onderhandelingen met Thailand en duidelijk te maken dat het mandaat, het zogenaamde ASEAN-mandaat, niet meer voldoet wat Nederland betreft,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2088 (21501-02).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter, de laatste opmerking. De CDA-fractie merkte over die onderhandelingen over een vrijhandelsdeal met Thailand op: nou, we zien wel wat er op ons afkomt. Dat lijkt me nou juist niet de bedoeling als je de Europese landbouw wil omschakelen naar een duurzamer voedselsysteem.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Ouwehand. Ik kijk naar de minister: kan ze direct reageren? De laatste moties worden rondgedeeld. De minister wil vijf minuten schorsen. Dan schors ik de vergadering tot 13.30 uur.

De vergadering wordt van 13.26 uur tot 13.34 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering en geef de minister het woord.

Minister Kaag:

Dank, mevrouw de voorzitter. Dank ook aan de commissie. Ik zal heel kort het advies van het kabinet meegeven. In het AO dat hieraan voorafging, zijn veel punten de revue gepasseerd die niet per se op de handelsagenda of de Handelsraad staan voor morgen. Ik kijk uit naar de voortzetting van dat debat.

In reactie op de motie op stuk nr. 2084 van het lid Alkaya ga ik in op de essentiële paragraaf: "verzoekt de regering de zorgen van Nederlandse lokale overheden op te brengen in de komende Raad Buitenlandse Zaken/Handel en in kaart te brengen in hoeverre vergelijkbare zorgen ook leven in andere lidstaten, en de Kamer vóór de plenaire behandeling van CETA hierover te informeren". Ik wil van tevoren stellen dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de onderhandeling en de ratificatie. Dat is een zorgvuldig doorlopen proces, ook door het vorige kabinet en voortgezet door dit kabinet. Het is onmogelijk om voor andere landen, de 28, in kaart te brengen wat mogelijk lokale zorgen zijn van land tot land. 13 landen hebben al wel geratificeerd, dat is belangrijk, en een aantal andere landen zit in hetzelfde proces als Nederland.

Ik wil ook aantekenen dat wat de regering betreft een deel van de kritiek feitelijk onjuist is. Daar komt nog een apart debat over met de Kamer op 12 december. Dus als ik namens de Kamer in kaart moet brengen wat de zorgen zijn in 27 andere lidstaten, is dat eigenlijk een onuitvoerbare zaak. Ik acht dit ook de zaak van de lidstaten zelf.

Ik kan in het gesprek met anderen over CETA wel bekijken welke zorgen opkomen in gesprekken met lokale overheden, want wij willen natuurlijk een zo groot mogelijk draagvlak hebben en creëren op basis van de kabinetsinschatting van het CETA. Zoals de motie nu is geformuleerd, ontraad ik haar.

De motie op stuk nr. 2085 kan ik overnemen. Wij zullen dat continu blijven doen. Dit is dus ondersteuning van beleid. Overnemen.

De voorzitter:

Voordat u verdergaat. Heeft iemand bezwaar tegen het overnemen van de motie?

Minister Kaag:

O, excuus, oordeel Kamer.

De voorzitter:

Dan wordt er over gestemd. Gaat u verder.

De heer Weverling?

De heer Weverling (VVD):

Het is ondersteuning beleid, krijgt oordeel Kamer en dan wordt er over gestemd, begrijp ik.

De voorzitter:

Daar heeft u helemaal gelijk in. U bent wel scherp, zou ik zeggen, want als het ondersteuning van beleid is, is het eigenlijk een beetje overbodig. Dan is het ontraden. Over welke motie heeft u het? De motie van mevrouw Diks? Ingewikkeld. Overnemen, met uitzondering van het bezwaar van de PVV. Dan zullen wij die opmerking ook meenemen. Ik zou het daarbij laten.

Mevrouw Diks (GroenLinks):

De stemming was toch overbodig, omdat de PVV het in stemming wil brengen? Of, nee, het overnemen kan toch niet, omdat de PVV de motie in stemming wil brengen? Dus is het oordeel Kamer.

De voorzitter:

Ja, maar wat de heer Weverling bedoelt ... Die discussie gaan wij hier nu niet uitgebreid voeren. Wij hebben een beoordelingskader en daarin wordt precies aangegeven wat het inhoudt. Bij ondersteuning beleid is het gewoon overbodig. Maar goed, dat is voor een ander moment, zou ik zeggen.

Gaat u verder.

Minister Kaag:

Dank, mevrouw de voorzitter. Dan naar aanleiding van de motie op stuk nr. 2086. Het hele Mercosur-traject moet politiek nog starten en het moet nog op de juiste momenten worden besproken. Ik ontraad deze motie.

Dan de motie op stuk nr. 2087. Het is niet conform WTO om een groot deel van wat een mogelijk akkoord kan bevatten, er uit te halen. Het gaat er dan om dat het dan niet "substantially all trade" moet bevatten. Het is onmogelijk om nu al een grote sector er uit te halen. Het is in strijd met de WTO. Ik ontraad deze motie dus.

De voorzitter:

U gaat nu naar de vijfde motie?

Minister Kaag:

Ja, ik ga nu naar nummer 5; de motie op stuk nr. 2088, ook van mevrouw Ouwehand. In de formulering van de motie wordt een aantal dingen gevraagd. De onderhandelingen met Thailand zijn hervat op basis van de politieke discussie en met name de democratisering van het land; ze waren daarom stopgezet. Er is een mandaat vastgelegd in het ASEAN-kader. Dat bevat ook een aantal andere landen. De regering vindt het dus niet wenselijk om zich te verzetten tegen onderhandelingen met Thailand; het is misschien niet eens mogelijk. Ik heb in het AO gezegd dat ik de wens herken dat een mandaat zich aanpast aan de tijd en dat wij nu in 2019 niet meer werken met een mandaat uit 2007. Dus wij gaan bij de Commissie pleiten voor een aanpassing van het mandaat. Om maar een inschatting te maken: dat we het helemaal kunnen openbreken en dat Nederland zich kan verzetten, daar kan ik helemaal niets over zeggen. Als de motie wordt aangehouden en wordt aangepast — het werkwoord "verzetten" tegen onderhandelingen wordt bijvoorbeeld aangepast en aan de regering wordt bijvoorbeeld een verzoek gedaan om te kijken naar een aanpassing van het mandaat — dan is het een ander verhaal. Maar dat is misschien niet de opzet van de indiener.

De voorzitter:

Kort, mevrouw Ouwehand. Gaat uw gang.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Nu roept de minister weer nieuwe vragen op. De Kamer heeft vorige week een voortgangsverslag gekregen van de onderhandelingen die de Europese Commissie mede namens Nederland voert. Daarin staat dat op 14 oktober in de Raadsconclusies — daar heeft Nederland dus over meebeslist — is besloten om de onderhandelingen te hervatten. Nederland heeft daar dus een stem in. En nu zegt de minister: maar wij kunnen ons niet verzetten. Dat vind ik gek.

Minister Kaag:

Het is niet wenselijk om je te verzetten. Het mandaat is vastgesteld. Het is niet WTO. Dat zou heel gek zijn. Volgens mijn bedoelt de indiener van deze motie een aantal dingen. Zij wil sowieso geen onderhandeling starten en sowieso niet over landbouw. Er zijn dus een aantal dingen die hierbij samenlopen. Wat ik hier zeg, is wat ik ook in het AO heb gezegd, namelijk dat ik bereid ben — want ik vind dit relevant — om te kijken naar een aanpassing van het mandaat aan het jaar 2019, aan wat er nu speelt. Maar ons verzetten tegen onderhandelingen met Thailand op basis van een al eerder vastgesteld mandaat dat is stilgelegd omdat er een politieke kwestie was, is niet coherent. Als het die kant op gaat, ontraad ik de motie. Ik suggereerde een aanpassing of een aanhouding, waardoor we nog kunnen kijken wat er mogelijk is om het aan te passen.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Maar als we dat doen, wat gaat de minister dan morgen in de Raad zeggen? Dan moet toch duidelijk worden dat Nederland twijfels heeft bij dat mandaat? Anders zegt de rest van de Raad als we straks vinden dat het mandaat toch anders had gemoeten: tja, dat had je wel even eerder kunnen zeggen.

Minister Kaag:

Ik weet nu even niet over welke Raad mevrouw Ouwehand spreekt; ik heb nu even de tekst niet voor me. Er was geen Handelsraad. Er zijn verschillende Raden. Ik weet niet of het over de Landbouwraad gaat of over een andere Raad. In ieder geval hoef ik mijn spreektekst hier niet te delen. Ik heb gezegd dat ik ga vragen om een aanpassing op basis van 2019 en een aantal kwesties die net zijn besproken in het AO. Maar wij gaan er niet naar streven, zoals wordt vermeld in de motie op stuk nr. 2087, om landbouw uit de discussies en onderhandelingen te halen. Dus dat loopt in elkaar over.

De voorzitter:

Ja. En volgens mij zijn de verschillen tussen de regering en de Partij voor de Dieren ook duidelijk. Maar het staat u vrij om die motie aan te houden of aan te passen of in stemming te brengen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat laatste. Over de motie op stuk nr. 2087 dan nog. De minister zegt dat je landbouw er niet uit kunt halen. Dan moet Nederland zich tegen de onderhandelingen keren. Dan mag de minister deze motie zo lezen. Dat is wat de motie zegt.

Minister Kaag:

Ik heb haar al ontraden.

De voorzitter:

Oké, dus dat heeft ook niet geholpen, mevrouw Ouwehand.

Dank u wel.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering tot 14.15 uur en dan gaan we eerst stemmen over de ingediende moties. Daarna hebben we een korte regeling van werkzaamheden en daarna gaan we verder met de behandeling van de begroting van Justitie en Veiligheid.

De vergadering wordt van 13.42 uur tot 14.18 uur geschorst.