Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-2020nr. 26, item 2

2 Begroting Justitie en Veiligheid 2020

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2020 ( 35300-VI ).

De voorzitter:

Aan de orde is de begroting Justitie en Veiligheid, Kamerstuk 35300-VI. Ik heet de minister van Justitie en Veiligheid, de minister voor Rechtsbescherming en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van harte welkom. Vandaag is de eerste termijn van de zijde van de Kamer aan de orde. We hebben 24 sprekers.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik begin met mevrouw Helder namens de PVV-fractie.

Mevrouw Helder (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Ik dank elke politieagent vanuit de grond van mijn hart voor al het werk dat zij voor ons doen, voor al die keren dat zij hun vrije dagen inleverden om voor onze veiligheid te zorgen, voor al die keren dat zij, ondanks beledigingen, geweld en alle andere ellende, iedere dag weer, het uniform aantrekken en aan het werk gaan.

Voorzitter. Zij verdienen beter: meer collega's en minder taken. Daar gaat deze begroting niet bij helpen. Het is een flutbegroting, een begroting van niks, een kopie van de vorige. Weer zijn er de holle woorden dat er extra geld is voor meer blauw op straat, terwijl er geld is weggehaald via een slinkse omweg: via het niet-uitkeren van de prijsbijstelling is er de komende vijf jaar maar liefst 145 miljoen minder te besteden. Dit heeft rechtstreekse gevolgen voor de basisteams, maar daar horen we de minister niet over.

De politiecapaciteit daalt en de beloofde instroom van 1.100 agenten wordt niet gehaald. Wat wel stijgt, is het aantal taken: de mocromaffia, Taghi en kornuiten, de georganiseerde criminaliteit, persoonsbeveiliging, drugsproblematiek, ondermijning en het aantal verwarde personen waarvoor de politie nog steeds telkens moet uitrukken. In de begroting van de politie, waarvan je veel wijzer wordt dan van dat ding van de minister, staat op pagina 43 letterlijk: "Het vastgestelde budgettaire kader laat geen ruimte voor nieuwe uitdagingen, anders dan nieuw voor oud". En steeds meer doen met steeds minder mensen kan ook niet. Dus ik vraag weer aan de minister: welke taken gaan er vanaf?

Nog een citaat. "Het politieapparaat kraakte al, en nu is het door het kraken heen gezakt", om de korpschef maar eens te citeren. De minister heeft hierop nog geen begin van een antwoord, geen geld en geen langetermijnvisie. Om die langetermijnvisie vroeg ik exact één jaar geleden bij de begroting ook al.

Het kabinet kwam de afgelopen weken met 500 miljoen voor de aanpak van de stikstofproblematiek en met 460 miljoen voor de leraren. Deze minister komt met niets extra's voor de politie. Dat moet toch frustrerend voor hem zijn? Voorheen, als advocaat bij het advocatenkantoor Allen & Overy, verging het onderhandelen hem vast een stuk beter.

Voorzitter. Wat ook frustrerend is, is dat er wel altijd geld is, bijna een blanco cheque, voor de asielketen. Vorig jaar kwam daar ook weer 300 miljoen meer bij dan gepland. Dit jaar gaat het om 134 miljoen. Dat staat op pagina 18 van de begroting. Extra zuur is dat die tekorten bij de asielketen mede uit het budget van de politie worden vergoed. Het kabinet komt altijd met het verweer dat dit nu eenmaal een verdragsrechtelijke verplichting is. Maar de overheid heeft ook de plicht om voor de veiligheid van de burgers te zorgen, veiligheid in de zin van een daadkrachtig en doeltreffend optreden tegen grote en kleine criminaliteit. Raar maar waar: het recht op veiligheid staat niet in de Grondwet. Ik vraag aan de minister: waarom niet? Is het geen goed idee om dat vast te leggen? Dan is het ook een handvat in de ministerraad bij het onderhandelen over het broodnodige budget voor onze agenten.

Voorzitter. Voor als de minister nog twijfelt: in het verleden waren het CDA, de PvdA en de VVD hier voorstander van. Er ligt zelfs een initiatiefwetsvoorstel uit 2001, dus de minister kan er zo mee aan de slag. Zelfs de tekst voor het voorgestelde artikel ligt er al. Ik zou zeggen: indienen ter consultatie. Dat kost niets. Graag een reactie.

Dan de waardering voor het politiepersoneel. Daar schort het de laatste jaren nogal aan. Moesten er onder Rutte II 3.000 agenten weg, onder Rutte III moeten er 1.100 bij. Zo ga je niet met mensen om. In de zorg is er het kwaliteitskader personeelssamenstelling. Dat bevat onder meer normen voor voldoende vakbekwaam personeel en de plicht om te anticiperen op verwachte verschuivingen in taken. Waarom is dit er niet voor de politie? Dat hoor ik graag van de minister.

Nog erger: de PTSS-problematiek. Nog steeds krijg ik mails van agenten die in de kou staan met hun psychische problemen. Niets zo triest als dat. Waarom worden langlopende dossiers niet gewoon afgekocht? Waarom besteedt het ministerie miljoenen aan de landsadvocaat en kan er geen geld naar agenten die helaas niet meer zullen herstellen? Stop met die oeverloze discussies over de aansprakelijkheid en los het op, zou ik zeggen. De minister was arbeidsrechtadvocaat. Ik behandelde onder andere letselschadedossiers. Dat is weliswaar iets anders, maar ik denk dat we allebei echt wel weten dat werkgever en werknemer geen voordeel hebben van jarenlange discussies over de aansprakelijkheid. Graag een reactie dus.

Voorzitter. In dat kader een idee dat ook geen geld kost en waar ook waardering voor onze agenten uit spreekt: waarom de agenten niet onder de werking van de Veteranenwet brengen? En ik bedoel niet alleen agenten die worden uitgezonden op missies, maar alle agenten. Zij zetten zich namelijk ook met gevaar voor eigen leven in voor de veiligheid in Nederland. Inmiddels is het beroep zo zwaar en complex en is de druk op onze agenten zo groot dat deze vergelijking met militairen wel opgaat. Ik heb voorbeelden te over van agenten die in één dienst met zo veel geweld en dreiging te maken hebben gekregen, dat de geestelijke druk vergelijkbaar is. Daar komt de steeds toenemende roosterdruk bij. Niet voor niets begon ik mijn spreektekst met de waardering voor de agenten en verwees ik daarbij naar het inleveren van vrije dagen. Militairen zijn van huis door uitzendingen en oefeningen, politieagenten als gevolg van de roosterdruk. Roosters komen namelijk als concept en worden pas een week voor het ingaan vastgesteld en kunnen zelfs dan in het dienstbelang nog worden aangepast.

Bijkomend voordeel van het van toepassing zijn van de Veteranenwet is dat er dan één loket is voor de zorg en de kennis, kunde en expertise die men nu vanuit de Defensiehoek heeft. Ondanks de goede bedoelingen en de voorgestelde maatregelen bij de politie die op dit punt worden getroffen, krijg ik nog steeds signalen dat men zeer afhankelijk is van de leidinggevende. En ook die moet kunnen bouwen op een systeem waarin kennis en kunde aanwezig zijn. Agenten verdienen de benodigde zorg en structuur en die zijn al aanwezig in de Veteranenwet. Dus graag een reactie van de minister.

Tot slot, voorzitter — niet helemaal tot slot, maar op dit punt — wil ik nog kort iets zeggen over het stroomstootwapen. Daar gaan we het op een ander moment nog uitgebreider over hebben, maar nu wil ik iets zeggen over het geld, want daar gaat het vandaag over. Waarom moet de politie dit uit het bestaande, al te krappe budget halen? Kan dat wel? In de politiebegroting staat namelijk letterlijk dat nieuwe onderwerpen niet kunnen behoudens nieuw voor oud, ofwel: er moet iets worden gelaten om iets nieuws te kunnen doen. Ik hoor daar graag een reactie van de minister op.

Afrondend, voorzitter. De politie moet ook zichtbaar zijn op straat om het gezag te behouden. Dat betekent dat er structureel — ik herhaal het maar weer eens: structureel — meer geld voor de politie nodig is. Er wordt nu capaciteit weggehaald voor het bewaken en beveiligen van personen, ondanks de toezegde incidentele 10 miljoen uit de bijzondere bijdrage, zoals de minister vanochtend in een brief liet weten. Er is ook structureel geld nodig voor het team dat de minister na de moord op advocaat Wiersum heeft aangekondigd. Dat kost, naar verluidt, ongeveer 53 miljoen per jaar. Die capaciteit is er niet en het gaat dus ten koste van de basiseenheden. Weer die roosterdruk. Politiebureaus zijn hierdoor soms zelfs onbemand, en er zijn er al zo veel gesloten. Dat zei ik vorig jaar al. Ofwel: de zichtbaarheid van de politie op straat neemt af en daarmee ook het gezag. Vandaar mijn laatste zin, een mantra dat ik blijf herhalen: de PVV is van mening dat er naast structureel geld voor de politie een structureel ondermijningsfonds moet komen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Helder. Dan geef ik nu het woord aan ... De heer De Graaf staat op mijn lijstje, maar ik zie de heer Markuszower. O, wacht, ik zie de heer Azarkan nog voor een interruptie. U moet echt een beetje doorlopen, meneer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):

Excuus, voorzitter.

De voorzitter:

U bent zo jong en zo energiek.

De heer Azarkan (DENK):

Ja, u heeft helemaal gelijk. Ik werd op het verkeerde been gezet, omdat mevrouw Helder zei "op dit punt". Ik dacht dat er nog een tweede deel van haar betoog was.

De voorzitter:

Nee, dat zei ze al een tijdje geleden. Maar goed, stel uw vraag.

De heer Azarkan (DENK):

Dank. Ik kan heel veel van wat mevrouw Helder over de politie zegt, onderschrijven. Ook ik ben ontzettend blij dat er dienders zijn die dag in, dag uit keihard werken om Nederland veiliger te maken. Ik heb dat vaak gezegd. Ik merk ook op dat er een aantal keren in de afgelopen periode misstanden zijn geweest, waarbij seksuele intimidatie van vrouwen, racisme en discriminatie aan de orde waren. Dat doet een heleboel van die dienders geen goed. Ik vraag me af hoe mevrouw Helder daartegen aankijkt.

Mevrouw Helder (PVV):

De heer Azarkan weet dat heel goed, want daar hebben we tijdens diverse AO's Politie ook over gesproken. Discriminatie en racisme zijn altijd fout, door wie dan ook, tegen wie dan ook en hoe dan ook. Dus daar spreken wij ons altijd, zij het vanuit een andere invalshoek, tegen uit. En dat zal ik altijd blijven doen. Het punt is wel dat we verschillend denken over hoe het opgelost moet worden. En we denken ook verschillend over de oorzaak. Mijn fractie is geen voorstander van die diversiteitslobby, om het maar zo te noemen. Ik denk gewoon dat daardoor ook een polariserend effect is ontstaan. Nogmaals, discriminatie is fout. Dat moet intern worden opgelost. Ik voel er ook niet zo veel voor om dat in de media steeds groter te maken, want ik denk dat wij daar op die manier niet bij helpen. Wij helpen wel als wij ervoor zorgen dat er voldoende geld voor de politie is, zodat zij met voldoende mensen hun werk kunnen doen en er ook voldoende capaciteit is om dergelijke misstanden wel degelijk het hoofd te kunnen bieden.

De heer Azarkan (DENK):

Dat is een helder antwoord. We zagen ook problemen ontstaan bij de Landelijke Eenheid, waardoor in ieder geval de bestrijding van zware misdaad en terrorisme gevaar loopt. Het is van belang dat we ons daarover uitspreken. Mijn vraag aan mevrouw Helder is de volgende. Die structurele misstanden doen het beeld van de politie en van een heleboel dienders geen goed. Hoe denkt zij dat te kunnen aanpakken? Er afstand van nemen is één, maar ik hoor in haar bijdrage totaal geen ideeën over de wijze waarop je dat probleem adresseert en hoe we de situatie kunnen verbeteren. Hoe kunnen we nou een politiekorps maken dat een goede afspiegeling is van de samenleving, waarin vrouwen niet seksueel geïntimideerd worden en waar mensen met kennis en zonder aanzien des persoons hun werk doen?

Mevrouw Helder (PVV):

Ten eerste, ik wil het geen structureel probleem noemen, want dan zet je echt de hele organisatie als "fout" weg. Dat is één. Dat zal ik ook nooit doen. Ik wil ervoor waken dat een krantenartikel geen eigen leven gaat leiden. Ik merk wel op dat met name de NRC iedere keer toch dezelfde casus weer aan het opwarmen is. Dat wordt vervolgens in talkshows uitgebreid besproken, en dan lijkt het op een structureel probleem, maar is het dat niet. Ik heb nogmaals gezegd: discriminatie moet je keihard aanpakken, maar je moet er wel oog voor hebben en blijven houden dat iedereen binnen de politie gelijkwaardig is en dat iedereen aan dezelfde regels moet voldoen. Ik denk dat wij er in de AO's Politie ook al woordje over hebben gewisseld — een robbertje over hebben gevochten — dat dát niet gebeurt. Dat zorgt er ook voor dat mensen zich niet meer gekend voelen. En blijkbaar: als je ergens op drukt waar het pijn doet, dan komt het er ergens anders uit. Ik vind niet dat er een structureel probleem is. Ik vind dat er een keer gestopt moet worden met dat diversiteitsgedoe. Ik vind dat dat mensen tegen elkaar opzet, waardoor dit probleem nu vergroot wordt.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Markuszower namens de PVV.

De heer Markuszower (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Ik zou mijn inbreng willen beginnen met een urgente kwestie. Ik hoop dat minister Grapperhaus goed wil luisteren. Het gaat namelijk over de bedreigingen en de fatwa's die mijn fractievoorzitter al vijftien jaar lang ontvangt. Mijn partijpolitieke verhaal komt zo dadelijk wel, maar dit overstijgt het partijpolitieke belang.

U herinnert zich, minister Grapperhaus, dat mijn fractievoorzitter de heer Wilders in augustus vorig jaar in de aanloop naar de Mohammed-cartoonwedstrijd een fatwa over zich uitgeroepen kreeg van de invloedrijke Pakistaanse geestelijke Khadim Hussein Rizvi. De fatwa over de heer Wilders luidde als volgt: iedereen die bekenden heeft in Nederland, moet hen benaderen en zeggen dat ze die blasfemist, de godslasteraar, moeten vermoorden. Iedere moslim die in Nederland woont, moet naar het huis van die godslasteraar gaan en hem vermoorden, aldus Khadim Hussein Rizvi over de heer Wilders. Eergisteren is de heer Wilders door het OM en de politie geïnformeerd dat die Pakistaanse islamitische prediker zijn fatwa tegen de heer Wilders heeft herhaald, nadat ze een filmpje daarover uit het Urdu hadden laten vertalen. Daaruit bleek dat Rizvi, nadat hij in mei van dit jaar was vrijgelaten uit de gevangenis, na een detentie van een halfjaar wegens verzet tegen de vrijspraak van de christelijke Asia Bibi in Pakistan, opnieuw ten overstaan van een grote menigte de heer Wilders bedreigt met de dood. Zijn oproep om Wilders te onthoofden, werd enthousiast ontvangen door een menigte moslims die daarna allemaal leuzen gingen roepen om Wilders te onthoofden, zijn keel door te snijden. We weten dat volgelingen van islamitische predikers fatwa's daadwerkelijk opvolgen. Het is een doodvonnis dat wordt uitgesproken. Er zijn meer dan anderhalf miljard moslims in de wereld, een kwart van de wereldbevolking. Een aantal daarvan, een behoorlijk percentage zelfs, volgt deze islamitische prediker en volgt dus ook zijn fatwa. Zo ook Yunaid I.

Vorig jaar riep dezelfde imam dus ook al op Geert Wilders te vermoorden. Meerdere Pakistani hebben toen de daad bij het woord proberen te voegen en reisden af naar Nederland om Geert Wilders in zijn huis of bij de Tweede Kamer af te slachten. Gelukkig werd een van deze daders gepakt. Gelukkig waren de rechters zo verstandig deze terrorist bijna twee keer zo veel gevangenisstraf te geven als het OM eiste. Hulde voor deze rechters, maar dit toont dus wel aan dat die islamitische prediker Rizvi heel erg serieus moet worden genomen. En een jaar na de eerste fatwa doet hij weer. Vandaag, nu, doet de heer Wilders weer aangifte tegen deze man. Ik weet dat politie en OM en ook de diensten hiervan op de hoogte zijn, sinds eind oktober om precies te zijn, maar mijn oproep aan de minister is: doe meer, verdedig onze democratie, verdedig onze parlementariërs, sta voor de vrijheid van meningsuiting en accepteer nooit bedreigingen of geweld! Sleur uw Pakistaanse collega-minister er bij de haren bij, dwing hem deze levensgevaarlijke Rizvi, die ook heeft gezegd dat op Nederland een atoombom gegooid moet worden, op te pakken. Wat gaat u nu doen, minister Grapperhaus? Het gaat hier om een Nederlands parlementslid, een fractievoorzitter van de tweede partij van Nederland, een oppositieleider die voor de tweede maal wordt bedreigd met een fatwa en meer dan dat. Is de Pakistaanse ambassadeur al ontboden nadat u hiervan wist sinds eind oktober? Is de arrestatie van Rizvi geëist? Heft u de Nederlandse ambassadeur al teruggeroepen? Heeft u al samen met uw collega Blok besproken welke acties Nederland jegens Pakistan kan nemen? Het OM, zo is bekend, heeft na de eerste fatwa tegen de heer Wilders een rechtshulpverzoek aan Pakistan gedaan om de autoriteiten aldaar te bewegen Rizvi te verhoren als verdachte van bedreiging en opruiing, net als de nationale cricketspeler Latif die een premie van 3 miljoen Pakistaanse roepie op het hoofd van Wilders had gezet. Gaat u nu steviger stappen ondernemen? Ik hoor graag van u wat u hebt gedaan en wat u gaat doen. Hoe staat het na deze tweede fatwa met de veiligheid van de heer Wilders, die door bedreigingen en fatwa's al meer dan vijftien jaar zijn vrijheid kwijt is en nu opnieuw moet vrezen dat idioten hem thuis of in de Tweede Kamer gaan opzoeken om zijn keel door te snijden? Hoe staat het daarmee, vraag ik aan de minister. Is de beveiliging voldoende op orde?

De begroting Justitie en Veiligheid. Die zou over cijfers moeten gaan. Hoeveel geven we uit en is het genoeg? Is het genoeg om de Nederlandse rechtsstaat robuust te maken en om Nederland veilig te maken? Zolang het ministerie verrot is, zolang het acteert zoals alleen maffiabendes acteren, heeft het natuurlijk weinig zin om naar de cijfers te kijken. Want het is allemaal niet niks. Julio Poch werd door minister Hirsch Ballin, de CDA-voorganger van Grapperhaus voor de Argentijnse leeuwen gegooid: Barbertje moest hangen om een hoger staatsbelang te dienen. Alle ontlastende documenten inzake Poch en alle documenten die het laakbare gedrag van Hirsch Ballin en de ambtenaren van dit ministerie en het OM konden aantonen, verdwenen.

Een paar jaar later gaf de VVD-minister van Justitie en Veiligheid Opstelten de opdracht om Geert Wilders politiek af te maken, à la Pim Fortuyn, alleen dan via het Openbaar Ministerie van de minister. Grapperhaus en alle topambtenaren van het Openbaar Ministerie houden angstvallig essentiële informatie achter in deze zaak. Niemand mag weten hoe corrupt dit ministerie is. Ze doen er alles aan om te verhullen hoe zij en hun voorgangers en de topambtenaren de fundamenten van de rechtsstaat hebben vertrapt. Noord-Korea is jaloers op de manier waarop dit ministerie en dit OM met de fractievoorzitter van de tweede partij van Nederland, een kritisch parlementslid en oppositieleider, omgaan. En Noord-Korea is jaloers op de manier waarop successievelijke ministers en ambtenaren met dit gedrag wegkomen.

Wie zijn wel blij met dit ministerie? Dat zijn de pedofielen van Nederland. Zij worden amper gepakt. Als ze gepakt worden, krijgen ze zelden echte straffen. Als ze gepakt worden en lid blijken te zijn van de kaste van Grapperhaus, als ze werknemer blijken te zijn van Grapperhaus, als zij oud-bestuurslid zijn van de jongerenvereniging van de VVD, de partij van minister Dekker, als zij hoofdofficier van justitie zijn, dan worden ze door hun vrienden gematst. Die pedofielen, die zich vergrijpen aan jonge weerloze slachtoffers, ontspringen dan de dans. De maffia is keihard, maar zorgt wel goed voor zijn eigen mensen en naar nu is gebleken ook voor zijn eigen pedofielen.

Het ministerie sjoemelt en rommelt door. Ze verdoezelen het als asielzoekers ernstige misdaden plegen. Nederland mag dat niet weten: dat zou de PVV alleen maar in de kaart spelen.

De heer Groothuizen (D66):

De heer Markuszower gebruikt zijn gebruikelijke woorden, maar hij beschuldigt ook allerlei mensen ergens van. Ik zou hem willen vragen, die beschuldigingen te onderbouwen.

De heer Markuszower (PVV):

Ik heb veel beschuldigingen geuit. Welke moet ik onderbouwen?

De heer Groothuizen (D66):

Onder andere dat pedofielen de hand boven het hoofd wordt gehouden door het Openbaar Ministerie.

De heer Markuszower (PVV):

Daar zijn laatst toch mondelinge vragen over gesteld? Volgens mij was u toen stil. Het betrof een oud-collega van u, dus ik begrijp wel dat u toen stil was. Maar wat is er aan de hand? Er is een ring van pedofielen. Een ring van volwassen mannen die misbruik hebben gemaakt van jongeren, van kinderen onder de 18. Tien of elf daarvan — hou me ten goede — zijn veroordeeld voor die misdaad. Eén van hen is niet vervolgd. Dat was een plaatsvervangend hoofdofficier van justitie, een werknemer van de minister, een oud-bestuurslid van de jongerenpartij van de VVD, een oud-collega van u van D66 en lid van de magistratuur. Ja, en die is op een of andere vreemde, gekke manier — u kent het dossier — niet vervolgd. Hij is niet vervolgd, want er zou een foutje zijn gemaakt. We hebben het daar laatst uitgebreid over gehad ...

De voorzitter:

Ja, dat klopt, bij het mondelinge vragenuur. De heer Groothuizen.

De heer Markuszower (PVV):

De details zijn toch bij u bekend? We hoeven hier de magistratuur toch niet nog verder te laten afgaan door dit verhaal te herhalen? Ze hebben gewoon een van uw vrienden gematst. Tien zijn er veroordeeld en één, hun vriendje, is de dans ontsprongen.

De voorzitter:

Meneer Markuszower, het woord is nu aan de heer Groothuizen.

De heer Groothuizen (D66):

Het is meer een punt van orde, maar ik vind deze beschuldigingen gewoon niet op hun plek. De casus kent iedereen ...

De heer Markuszower (PVV):

Maar is het niet waar wat ik zeg?

De heer Groothuizen (D66):

Voorzitter, ik dacht dat ik het woord had.

De voorzitter:

Ja, gaat u verder.

De heer Groothuizen (D66):

De heer Markuszower draagt geen enkel bewijs aan voor de beschuldiging die hij doet, namelijk dat het een bewuste actie is om iemand te matsen. Dan kun je vervolgens een hele casus oplepelen hier voor de Kamer — ik denk dat we hem allemaal kennen — maar daar zit natuurlijk geen enkel bewijs bij. Ik zou hem willen vragen daarmee op te houden.

De heer Markuszower (PVV):

Het gaat hier uiteindelijk om de waarheid. De waarheid is dat er tien voor hetzelfde misdrijf zijn veroordeeld en één niet. Die ene was plaatsvervangend hoofdofficier van justitie. Hij was oud-bestuurslid van de jongerenpartij van de VVD. Hij was oud-werknemer van het ministerie van minister Grapperhaus. En hij is de dans ontsprongen. Dat zijn de feiten, dat is de waarheid. Heel misschien is het geen opzet, maar is het knulligheid. Ook goed, maar ik denk dat het opzet was.

De voorzitter:

De heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):

In aanvulling op wat collega Groothuizen heeft gezegd: ik neem ook wel aanstoot aan het feit dat de heer Markuszower zegt dat het door de ministers en door bewindspersonen wordt toegedekt en dat dat hun vriendjes zijn. Ik neem daar aanstoot aan en ik wil hem vragen om dat goed te onderbouwen, vervolgens aangifte daarvan te doen of het echt terug te nemen. Ik vind dat gewoon een verkeerde manier van debatteren.

De heer Markuszower (PVV):

Ik heb niet gezegd: het komt door. Ik stel vast dat deze persoon, deze pedofiel ... Anderen zijn daar wel voor veroordeeld. Tien anderen die in dezelfde ring van pedofilie zaten zijn veroordeeld, maar één niet. Wie was die ene? Dat was een werknemer van Grapperhaus. Dat was een oud-bestuurslid van de jongerenpartij van minister Dekker. Dat was een plaatsvervangend hoofdofficier. Hij is gematst door zijn vriendjes van de magistratuur, die in overweldigende meerderheid lid zijn — niet van DENK — van D66, GroenLinks en de PvdA.

De heer Azarkan (DENK):

Het is toch van tweeën een. Zegt de heer Markuszower dat de reden dat deze persoon niet is gestraft, is dat hij een bekende is van en vriendjes is met deze minister? Dat wil ik graag horen.

De heer Markuszower (PVV):

Dat heb ik niet gezegd. Ik stel gewoon vast dat je, als je hoog in de kaste zit, als je hoog genoeg in dat Openbaar Ministerie zit, met alles wegkomt. Dan kan je Julio Poch 3.000 dagen in de gevangenis laten zitten in Argentinië. Dan kan je de fractievoorzitter van de tweede partij van Nederland vervolgen. Dan kan je met pedofilie wegkomen. Dat zeg ik.

De heer Van Dam (CDA):

Op de grens van een punt van orde en een interruptie. Ik heb niet zozeer de behoefte om iets te vragen, maar als ik blijf zitten, heb ik het gevoel dat ik dit accepteer. Wat hier allemaal gezegd wordt ... Het is niet de eerste keer dat de heer Markuszower dat doet.

De heer Markuszower (PVV):

Het zal zeker ook niet de laatste keer zijn.

De voorzitter:

Meneer Markuszower, we zijn net begonnen. De heer Van Dam heeft het woord.

De heer Van Dam (CDA):

Ik sta hier eigenlijk alleen maar om te zeggen dat ik dit in essentie zo fout vind wat hier gedaan wordt, zo misplaatst en zo werkelijk bezijden de waarheid, dat ik dat statement gewoon wil maken. Dank u wel.

De voorzitter:

Dan heeft u uw punt gemaakt. Ik stel voor dat u verdergaat, meneer Markuszower.

De heer Markuszower (PVV):

Ik stel voor dat ik toch even antwoord. Twee dingen. Eén. Meneer Van Dam van het CDA, het zal niet de laatste keer zijn. Als iedereen hier zwijgt zal ik spreken.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Markuszower (PVV):

Nee een ding nog, voorzitter. Het tweede is dat ik altijd merk dat als mensen de inhoud vervelend vinden, als mensen het moeilijk vinden om de inhoud te adresseren, als mensen de waarheid lastig vinden, dan gaan ze zeuren, dan gaan ze ziederen, dan gaan ze huilen over de toon.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Markuszower (PVV):

De toon. Dat is altijd Nederland op z'n best. Het CDA op z'n best. De toon. Praat eens over de inhoud. Face the truth. Ga eens kijken naar de waarheid. Pak de pedofiel die nu de dans is ontsprongen. Zorg dat hij wordt opgepakt en alsnog wordt vervolgd. Dat moet u doen.

Wat doet het ministerie nog meer? Het knoeit met onderzoeksgegevens. Het wetenschappelijk onderzoeksbureau WODC blijkt helemaal niet onafhankelijk te zijn. De politieke leiding van dit ministerie duwt de wetenschappers richting de politiek gewenste uitkomst.

De voorzitter:

Is het nog op het vorige punt, meneer Van den Berge?

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Toch een punt van orde, voorzitter. Ik vind niet dat de heer Markuszower zo over personen kan praten die niet deelnemen aan dit debat. Dat wil ik toch even gezegd hebben.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Markuszower (PVV):

Klokkenluiders bij dit ministerie benijd ik niet. Onder Grapperhaus en Dekker wordt keihard afgerekend met klokkenluiders. Kritiek op hun beleid en hun ministerie wordt niet getolereerd. Ook hier zien we die slinksheid. Met een vroom gezicht beweert Grapperhaus — hij zit wel in de zaal, dus ik mag het erover hebben — voor draaiende camera's dat hij klokkenluiders waardeert en dat hij hen zal beschermen. Maar terwijl hij dat zegt worden klokkenluiders afgeluisterd en vervolgd door zijn Openbaar Ministerie. Geen klokkenluider is meer veilig bij dit ministerie en dit OM, met als gevolg dat vele wantoestanden onder het tapijt blijven. Er is één constante factor op dit ministerie: de factor van onbetrouwbaarheid. Zowel de ambtenaren als de ministers wedijveren met elkaar wie de meest onbetrouwbare is. Soms wint een CDA'ers, soms een VVD'er en soms een topambtenaar die vaak van dezelfde kleur is als zijn bewindspersonen. Omdat de ministers en topambtenaren zo onbetrouwbaar zijn, sijpelt die onbetrouwbaarheid door naar boven en naar beneden. Iedereen liegt daar op het ministerie en op dat Openbaar Ministerie. Ze liegen tegen de Kamer. Ze liegen voor de camera. Ze liegen tegen elkaar. Het grootste slachtoffer van hun wangedrag is Nederland, want Nederlanders krijgen niet de veiligheid die zij verdienen.

De pakkans is laag in Nederland. Er worden te weinig misdadigers vervolgd. De opgelegde straffen zijn veel te laag. Volwassenen, daders tot en met 22 jaar, die verschrikkelijke misdaden zoals moord en verkrachting plegen, worden volgens het jeugdstrafrecht berecht en krijgen daardoor belachelijk lage straffen. En tegenwoordig krijgen zij vaak niet eens straffen, maar een foei-gesprek. Het is toch eigenlijk niet te geloven.

De VVD had natuurlijk gevangenissen moeten bijbouwen, maar heeft ze gesloten.

De heer Azarkan (DENK):

Ik heb een vraag over het zwaarder straffen. Ik hoorde de heer Markuszower zeggen dat in het geval Junaid, de meneer die Geert Wilders wilde vermoorden, een twee keer zo zware straf is opgelegd als de officier van justitie had geëist. De heer Markuszower zei: hulde, dat doen we goed. Nou lijkt het net alsof hij in dit deel zegt: we straffen te laag. Dus ik begrijp het niet meer. Straffen we nou te laag, of is het alleen goed genoeg als het over zaken gaat die de PVV aangaan?

De heer Markuszower (PVV):

Nou, goed genoeg? Ikzelf geef terroristen liever levenslang. Maar kijk, als dingen goed gaan, moet je zeggen dat ze goed gaan. En als dingen niet goed gaan, dan gaan ze niet goed. Dat moet je dan ook kunnen zeggen.

De heer Azarkan (DENK):

Zo is het. En de vraag is of het nou goed gaat met het rechtspreken. Of gaat het alleen goed als het de PVV uitkomt?

De heer Markuszower (PVV):

Nee, over het algemeen zijn de straffen die in Nederland worden opgelegd, veel te laag. Dat heb ik al heel vaak gezegd. De eis van het OM is te laag en de straf die wordt opgelegd is te laag. Over het algemeen geldt dat. Voor dit specifieke geval geldt: hulde aan de rechters.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Markuszower (PVV):

De VVD had natuurlijk gevangenissen moeten bijbouwen, maar heeft ze gesloten. Daardoor lopen nu meer dan 11.000 veroordeelden vrij rond en is het gevangeniswezen geïmplodeerd. Er is te weinig gemotiveerd personeel en het is er een feest voor de gevangenen. Er zijn absurde vrijheden. Drugs, porno, feesten; alles kan in de Sander Dekkergevangenissen. En alles wordt naar binnen gesmokkeld.

Het tbs-systeem is een stinkende beerput, en de bodem van die beerput is nog lang niet in zicht. Het tbs-stelsel zit vol met personen die niet thuishoren in klinieken omdat ze niet behandelbaar zijn. Zij horen dus in een gevangenis thuis. Binnen de muren van de tbs-klinieken is volop agressie. Meer dan één keer per week vindt er wel ergens in een tbs-kliniek een ernstig incident plaats. Sinds 2017 zijn er al minimaal 70 incidenten geweest waarbij sprake was van ernstig lichamelijk letsel. Diezelfde tbs-klinieken moffelen cijfers over ontsnappingen en criminaliteit weg omdat ze anders hun subsidie kwijtraken. Het tbs-systeem is een centenkwestie geworden, en heeft echt niks meer met de veiligheid van onze maatschappij te maken. Sluit die tbs-klinieken!

Voorzitter. De gehele strafrechtketen functioneert op dit moment niet en de beide ministers hebben de problemen de afgelopen jaren niet opgelost, maar juist erger gemaakt.

Voorzitter, dan nog het volgende. De Nederlandse rechter mag niet toetsen aan de Grondwet, wel aan internationale verdragen. Omdat we in Nederland tot over onze oren aan internationale verdragen vastzitten, wordt zo'n beetje alles wat we doen en laten in dit land getoetst aan al die verdragen. En zo kan het zijn dat wij hier in Nederland gehouden zijn aan allerlei krankzinnige uitspraken van wereldvreemde rechters uit het buitenland. Wij hebben ze niet benoemd, wij hebben ze niet gekozen, wij kunnen ze niet ontslaan. Wij worden meegesleurd in hun moreel verwerpelijke uitspraken, vorige week nog. Het Europese Hof van Justitie van die verschrikkelijke Europese Unie heeft besloten dat producten uit Judea en Samaria niet meer het etiket "Made in Israël" mogen voeren. Turkije bezet Noord-Cyprus, Marokko bezet de Westelijke Sahara en zo zijn er nog wel 200 andere gebieden in de wereld waar de status van wordt betwist. Alleen Israël wordt door dit antisemitische hof veroordeeld. Israël, dat nota bene de bewuste gebieden niet heeft bezet, maar juist heeft bevrijd. Judea en Samaria zijn een integraal onderdeel van de Joodse staat Israël. Onze minister van Justitie laat het gewoon gebeuren dat niet kopen bij Joden weer de norm wordt in Nederland. De anti-Joodse vrienden van D66 en GroenLinks, die rechters van dat gekke hof in Brussel, krijgen nu met steun van de VVD, het CDA en de ChristenUnie in Nederland alle ruimte om Joden en Israël te boycotten en te delegitimeren. De rechters van de EU hebben nu hun ware, antisemitische aard laten zien, en VVD, CDA en ChristenUnie staan erbij en kijken ernaar, net als de minister van Justitie.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Markuszower. Dan geef ik nu het woord aan de heer Emiel van Dijk. Hij spreekt ook namens de PVV-fractie.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Voorzitter, dank u wel. Het Nederlandse asielbeleid loopt compleet uit de klauwen. Agressieve en gewelddadige asielzoekers mogen in Nederland blijven. Asielzoekers die met leugens en bedrog de IND voor de gek houden met hun vluchtverhalen, krijgen verblijfsvergunningen. En ook tourbussen vol met Moldaviërs mogen allemaal de procedure in. Alle azc's zitten vol en het doemscenario van de opening van nieuwe asielzoekerscentra voor gelukzoekers wordt straks weer werkelijkheid. Er zijn minstens 5.000 nieuwe bedden nodig, en wellicht zelfs 9.000 als de huidige gemeenten geen opvang meer willen bieden. Het is namelijk een feit dat in plaatsen met een COA-locatie, ik quoot "significant meer geregistreerde incidenten" van criminaliteit voorkomen. In plaats van daar korte metten mee te maken, doet het kabinet praktisch niets. Alle halfzachte lapoplossingen waar het kabinet wél mee is gekomen, hebben jammerlijk gefaald. Niet alleen de Mark Harbers-asieltuigexpress — u weet wel: de privébuslijn voor asoasielzoekers — is een complete flop gebleken. De PVV heeft dit al vanaf het eerste moment gezegd. Zolang je het tuig niet uitzet, en als dat niet meteen lukt, in ieder geval vastzet, dan blijven deze problemen zich voordoen. Een blinde had kunnen zien aankomen dat als je overlastgevers niet vastzet, maar ze te eten geeft, ze geld toestopt voor kleding en daarmee crimineel gedrag beloont, dit het resultaat zou zijn.

Voorzitter. Het is om je kapot te schamen. Maar wat misschien nog wel beschamender is, is de houding van de partijen die deze ellende allemaal hebben veroorzaakt. Een VVD'er zit bij Wakker Nederland stoere taal uit te slaan, terwijl een CDA'er alle ochtendkranten weet te vinden om vooral veel daadkracht op dit thema te veinzen. Dit alles om maar te verhullen dat het juist partijen als het CDA en de VVD waren die aan de wieg stonden van dit regeringsbeleid. Zij zitten nu nota bene in de regering, maar ze doen helemaal niks. Sterker nog, ze doen juist het tegenovergestelde en voeren de agenda van D66 en GroenLinks uit. Ze praten en praten, en zoeken de media op, maar op het moment dat er dictaten uit Brussel komen die het ons verbieden om illegalen vast te zetten, die het ons verbieden om asielzoekers af te wijzen en die het ons verbieden om terroristen uit te zetten, zijn ze nergens te bekennen.

Trouwens, dat neem ik terug. Ze zijn altijd wel in de plenaire zaal te vinden, om de voorstellen die de PVV indient om de massa-immigratie te stoppen en illegalen het land uit te knikkeren, iedere keer te torpederen. Onze oproep aan de regering om alle illegale vreemdelingen in afwachting van hun vertrek uit Nederland vast te zetten, is verworpen door de VVD en het CDA. Onze oproep aan de regering om niet in te stemmen met het VN-migratiepact, ook wel het Marrakeshpact genoemd, is ook verworpen door de VVD en het CDA. Ons voorstel om het faciliteren van mensensmokkel strafbaar te stellen, ook actueel, is verworpen door de VVD en het CDA. Ons voorstel om een totale asielstop te bewerkstelligen, is verworpen door de VVD en het CDA, maar ook door Forum voor Democratie.

Voorzitter. Er kunnen blijkbaar nog wel wat meer asielzoekers bij. Zoals u ziet, zijn het alle partijen die in de media en op Twitter een grote waffel hebben over het aanpakken van de overlast en de illegaliteit, die onze voorstellen continu verwerpen. En als je ze vraagt waarom deze partijen tegenstemmen, dan komen ze soms met een excuus over de toon — dat hebben we net al gezien — de haalbaarheid of de wenselijkheid van onze voorstellen, en dus over de wenselijkheid van bijvoorbeeld minder EU-regels of de wenselijkheid van het uitzetten van illegale vreemdelingen. Maar kwamen de regeringspartijen VVD en CDA dan zelf met voorstellen die de regering opdragen om al die EU-verdragen aan te passen door desnoods te dreigen om de geldkraan in Brussel dicht te draaien als dit niet gebeurt? Nee, niets van dat.

Maar nu terug naar de kern van het probleem. Onze grenzen staan wagenwijd open en er komen bootladingen vol nepvluchtelingen binnen. We weten niet wie die mensen zijn. Een meerderheid heeft helemaal geen identiteitsbewijs. Ze liegen dat het geschreven staat en ze draaien de IND-beslismedewerkers een rad voor de ogen met gefabriceerde vluchtverhalen. Veel van die oplichters krijgen een verblijfsstatus omdat het onveilig zou zijn in Syrië. We weten überhaupt niet of het Syriërs zijn. Wat is dit voor een waanzin? Het kabinet blijft ondertussen gewoon iedere ongeletterde die het woordje "asiel" kan uitspreken, al dan niet met behulp van door de overheid gesubsidieerde asieladvocaten, in de procedure nemen. Het kabinetsbeleid gaat tegen het gezond verstand van mensen in. Er is niemand hier die het snapt. Maar het is niet alleen dat, want het gaat ook nog eens in tegen het door het kabinet alom bewierookte EU-beleid, zelfs tegen de EU-regels, zoals de Dublinrichtlijn. Die verplicht de landen van eerste aankomst namelijk om de asielprocedure af te handelen en, als het aan de PVV ligt, direct af te wijzen. Maar zelfs daar wil het kabinet niet aan. EU-regels die zeggen dat asielzoekers als ze bij ons in Nederland aankomen, terug moeten worden gestuurd naar het land waar ze de EU zijn binnengekomen, worden steevast genegeerd. De laatste cijfers: van de ruim 10.320 Dublinclaims tot en met september dit jaar zijn er slechts 1.760 personen daadwerkelijk overgedragen aan de verantwoordelijke landen. Van meer dan 80% weten we niet waar ze zijn. Dat is wrang. Dan zijn er een keer van die verschrikkelijke EU-regels die in het voordeel van Nederland kunnen en moeten worden ingezet, en dan laat het kabinet dat na. Wanneer er EU-regels zijn die het belang van de Nederlandse belastingbetaler en onze veiligheid schaden, dan moeten die ineens wél strikt worden nageleefd. Kijk naar het hele stikstofverhaal, de pulsvisserij die de nek wordt omgedraaid of de export van WW-uitkeringen naar Polen. Je kunt het zo gek niet bedenken, of de Nederlander moet bloeden voor het handhaven van waanzinnige EU-dictaten.

Voorzitter. Hoe zit dat nu? Mensen die door vijf, zes, zeven en soms veel meer veilige landen zijn gereisd, worden gewoon tot Nederland toegelaten. Ze mogen hier in de procedure, terwijl ze via de grens met België of Duitsland hier naar binnen zijn gekomen. Waarom ondermijnt de regering haar eigen asielbeleid door deze Dublinafspraken te negeren? Ons hele toelatingsbeleid wordt door dit kabinet gefrustreerd. De staatssecretaris staat erbij en kijkt ernaar. We hebben nog niet één voorstel en nog niet één toezegging gezien waaruit blijkt dat het kabinet orde op zaken gaat stellen. Ik snap dat eigenlijk ook wel, want als de staatssecretaris dit wel zou doen, dan zou ze direct GroenLinks worden uitgeknikkerd. Ik bedoel natuurlijk de VVD, maar ja, dat verschil is tegenwoordig vaak ver te zoeken. VVD en GroenLinks staan in de praktijk namelijk hetzelfde asielbeleid voor. De VVD praat wel stoer, maar buigt al bijna een decennium voor linkse partijen. Denk aan het niet strafbaar stellen van illegaliteit, het instellen van een kinderpardon en natuurlijk de bed-bad-broodregelingen voor illegalen. Het zijn allemaal dossiers waar de VVD, om indruk te maken op GroenLinks, door de knieën is gegaan. Zoals mijn fractievoorzitter al zei: van vroemvroem- naar bakfietspartij, die VVD.

Voorzitter. Waar staan we nu? We hebben een Terugkeerrichtlijn uit Brussel. We hebben een Asielprocedurerichtlijn uit Brussel. We hebben een Schengengrenscode uit Brussel. We hebben de Opvangrichtlijn uit — u raadt het al — Brussel. We gaan allang niet meer over ons eigen uitzettingsbeleid en toelatingsbeleid. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat de regering de regie compleet uit handen heeft gegeven, en niet alleen uit handen heeft gegeven, maar nota bene ook weigert om de soevereiniteit op dit gebied terug naar Nederland te halen, alle problemen daar gelaten? Iedereen hier weet dondersgoed wat er moet gebeuren: we moeten zelf weer over ons toelatingsbeleid gaan. Er zijn hier vele wegen die naar Rome leiden. Zo kunnen we het VN-Vluchtelingenverdrag opzeggen, zolang we nog in de EU zitten een opt-out à la Denemarken bedingen, of ons bijvoorbeeld terugtrekken uit het Verdrag voor de Rechten van de Mens. Maar daar is men te laf voor. Men kiest liever voor Brussel en vreemdelingen dan voor de Nederlander.

Dit laatste wordt ook weer duidelijk met de vele miljoenen euro's die deze staatssecretaris uitkeert aan procedures stapelende asielzoekers, omdat de behandeling van hun aanvraag zo lang duurt. Goh, wat vervelend. Dat grapje kost dit jaar 5,5 miljoen euro. Volgend jaar krijgen die oplichters 17 miljoen euro. Het is compleet de schaamte voorbij. Asielzoekers krijgen hier alles gratis, terwijl de Nederlander keihard moet werken en driedubbel en dwars door de overheid gepakt wordt. Het is dan ook een complete schoffering door de staatssecretaris van de Nederlander, als je het mij vraagt. Zij doet namelijk niets aan dit misbruik, behalve de IND nog een zak belastinggeld toeschuiven. De Nederlandse belastingbetaler draait hoe dan ook op voor de rekening. Het is een schande.

Het resultaat van al dit beleid vertaalt zich in de volgende cijfers. Het afgelopen jaar zijn van de ruim 21.000 vreemdelingen die moesten vertrekken, er slechts meer dan 9.000 aantoonbaar vertrokken: 44%. Waar is die overige 56%, vraag ik aan de staatssecretaris. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de vele tienduizenden illegalen die zich in Nederland verschansen. Er gaat dus bijna niemand weg. Je zou als gelukszoeker ook wel gek zijn. We hebben hier namelijk een staatssecretaris die doodleuk in Nieuwsuur zit te verkondigen dat we natuurlijk bedden blijven regelen voor mensen die hier helemaal niet mogen zijn. Dat is gewoon een open uitnodiging aan nepvluchtelingen om hier toch vooral naartoe te komen. De staatssecretaris regelt wel een slaapplek voor ze.

Afsluitend, voorzitter. De afgelopen tien jaar heeft er een VVD'er aan het hoofd van het ministerie van JenV gestaan. Inmiddels zijn er al vier VVD-bewindspersonen voortijdig vertrokken. We zijn in die tijd van ruim 16 miljoen inwoners naar bijna 18 miljoen nu gegaan. We hebben er bijna een miljoen allochtonen bij gekregen. We zijn drie, vier terreuraanslagen verder. Vele tienduizenden niet-westerse allochtonen hebben we erbij in de bijstand. Vele tientallen miljarden aan belastinggeld zijn er over de balk gesmeten om de massa-immigratie te bekostigen, met als resultaat een tekort van 80.000 woningen en wachtlijsten voor gewone Nederlanders van soms meer dan vijftien jaar. En dan elk jaar 100.000 man erbij: een stad ter grootte van Leiden, ieder jaar weer. Het is dweilen met de kraan open.

Dit is de staat van Nederland op dit moment, dankzij het labbekakkerige VVD-beleid. De zogenaamde partij van de doeners. Wat een farce en wat een nepperds! Maar het is nog niet te laat voor de VVD, want nu is er Ankie Broekers-Knol op Justitie om de problemen op te lossen. Ik neem aan dat de staatssecretaris vandaag goed geluisterd heeft naar de PVV. Ik ben dan ook benieuwd of ze in tegenstelling tot al die andere VVD'ers wel een doener is en kiest voor een eind aan deze waanzin en de Nederlander weer op de eerste plek zet.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Emiel van Dijk. Dan geef ik nu het woord aan de heer De Graaf, ook namens de PVV.

De heer De Graaf (PVV):

Dank u wel, voorzitter. De veiligheidsdiensten van ons land brengen regelmatig een rapport uit onder de noemer Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland. In dat rapport geven ze het terrorismedreigingsniveau een rapportcijfer tussen de 1 en de 5. Al jaren staat het cijfer in Nederland op 4 en dat zal voorlopig niet zakken als het aan dit kabinet ligt. 4 betekent "substantieel" en dat betekent volgens de diensten dan weer dat de kans op een aanslag reëel is.

De oorzaak van het hoge dreigingsniveau is een combinatie van een aantal zaken, waarvan mijn collega's er al een aantal hebben besproken. Nederland is bijvoorbeeld ook een wapendepot voor criminelen, Nederland is een narcostaat en de rechtsstaat is in verval. Maar de allerbelangrijkste factoren zijn natuurlijk de open grenzen en de islam en de islamisering. Als we aan die factoren niets doen, zal het dreigingsniveau in ons land nooit meer onder de 4 zakken. Nee, het zal eerder stijgen naar 5 en daar in de toekomst blijven. De diensten — we blijven het herhalen omdat het gewoon waar is en omdat wij dat vinden — doen ongelofelijk veel goed werk, maar ze kunnen ook niet alles. Zelf noemen de diensten het hoge dreigingsniveau het nieuwe normaal. Technisch gezien is dat natuurlijk juist, en dat snap ik ook best vanuit de diensten. Zij kunnen politiek niets, daarvoor hebben we het ministerie en de minister. Maar het is natuurlijk dramatisch als daarop niet wordt ingegrepen.

Dit kabinet is verantwoordelijk voor de open grenzen, het faciliteert islamisering en maakt van het eens zo netjes aangeharkte touwtje-uit-de-brievenbus-Nederland een ongehoord onveilige, criminele, islamitische terroristenbende. Onder de verantwoordelijkheid van de minister is het normaal geworden dat er regelmatig bloed vloeit door de straten van Nederland. Het is het nieuwe normaal. De veiligheidsdiensten hebben te maken met zeker 500 jihadisten en duizenden sympathisanten in Nederland. Door de open grenzen weten we nooit exact hoeveel er in ons land verblijven en hier plannen smeden om Allah te eren met nog meer bloedvergieten.

Voorzitter. Het is de minister en dit kabinet nog niet genoeg. Gisteren kwamen er twee vrouwen aan in Nederland, hiernaartoe gestuurd door de Turkse sultan Erdogan. Deze vrouwen zijn collaborateurs. Politiek correcten noemen het uitreizigers, maar wij noemen ze gewoon zoals ze zijn: collaborateurs. Zij hebben moedwillig gekozen voor het kalifaat van Abu Bakr Al-Baghdadi, de duivel hebbe zijn ziel. Zij hebben moedwillig gekozen voor het kalifaat, waar de islamitische regels tot in de perfectie werden uitgevoerd en dat promotiefilmpjes over de wereld stuurde waarin de islamitische regels werden verheerlijkt middels onthoofdingen, mensen die levend werden gebarbecued of verbrand, mensen die in een kooi de verdrinkingsnood in werden gestuurd. Ja, er waren zelfs talloze filmpjes en foto's waarop te zien is dat jonge kinderen, soms nog geen 10 jaar oud, gevangenen in oranje pakken een nekschot toedienen. Nu worden we geconfronteerd met de filmpjes waarop kalifaatkinderen de rest van de wereld toesnauwen dat ze ons zullen slachten, dat ze ons zullen vermoorden.

Voorzitter. Wat ons betreft dragen mannen en vrouwen die ervoor kiezen om daar te wonen, bij aan de instandhouding van islamitisch geweld en terreur. Hun kinderen zijn daar wel door beschadigd, maar hebben heel vaak ook daden begaan. Zij herstellen daar niet meer van. Die kinderen, en ook die ouders, moeten we niet in Nederland. De minister is een aantal keren gewaarschuwd door zijn eigen diensten, bijvoorbeeld in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland nummer 42, waarin staat: "IS zet kinderen in bij gewelddadigheden". Twee rapporten later: "De minderjarigen hebben bewust een traject van afstomping en gewenning aan gruwelijkheden doorlopen en zijn mogelijk geweldsbereid. Daarnaast is het mogelijk dat IS doelbewust kinderen in kan zetten voor gewelddadigheden in Europa." Dan het Dreigingsbeeld nummer 46: "Terugkeerders zullen de slachtofferrol kiezen en deze misbruiken om publicitaire druk te genereren om daarmee de kans groter te maken terug te keren en de overheid in slaap te sussen aangaande de risico's van hun terugkeer." In Dreigingsbeeld 47 staat: "Van minderjarige jongens kan een dreiging uitgaan."

Hoeveel waarschuwingen willen dit kabinet en de minister van JenV hebben? Hoeveel waarschuwingen gaat hij nog in de wind slaan? Want die kinderen hebben natuurlijk niet gekozen voor een leven bij terreurouders en hebben niet gekozen voor een leven in Al-Hol. Maar wat nog veel belangrijker is: wij hebben hier in Nederland, en helemaal de PVV niet, niet gekozen voor de islam. Wij PVV'ers stellen de veiligheid van Nederland voorop. De bescherming tegen terreur is voor de PVV wél belangrijk. Het is de hoogste prioriteit. Kinderen uit het kalifaat vormen volgens de diensten een bedreiging voor onze veiligheid. Ik heb zojuist vier quotes uit de rapporten van de diensten aangehaald. Iedere psycholoog, opvoedkundige en wat voor agoog dan ook weet dat kinderen die op die manier zijn opgegroeid, niet meer te resocialiseren zijn. Sterker nog, deradicalisering is een pseudowetenschappelijk sprookje. Het risico op ellende is eenvoudigweg te groot. Wie van de Kamerleden wil een kind in de klas bij zijn kinderen dat heeft meegedaan aan executies? Wie wil het? Wie neemt het kind in huis dat heeft gezworen ons te zullen slachten? En wie gelooft er nog zo in maakbaarheid dat hij of zij dat risico aandurft? Ik geloof niemand.

Voorzitter. Laat duidelijk zijn: ik heb geen hekel aan kinderen. Maar heel veel van die kinderen haten ons weer wel. Ik houd van mijn eigen kinderen en ik houd ook van de kinderen van de Kamerleden hier. De PVV wil dat kinderen in Nederland niet nodeloos worden blootgesteld aan geweldsdreiging. Voorkomen is nog steeds beter dan genezen.

Voorzitter. De kinderen uit Al-Hol worden misbruikt om de collaborateurs van Abu Bakr Al-Baghdadi terug naar Nederland te halen. Dat komt door het VN-Vluchtelingenverdrag, het Kinderrechtenverdrag en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Aan die verdragen heeft Nederland zich uitgeleverd. Het wordt tijd dat we die verdragen opzeggen. Daar wil ik natuurlijk graag een reactie op van de minister. Als de kinderen terugkomen, hebben ze recht op een gezinsleven. Daarna komt de gezinshereniging op gang. Dat is de realiteit. Dan zijn niet alleen de kinderen terug, maar ook de collaborateurs zelf. Nederland wordt daarmee een terrorstaat. Maar het kabinet wil nog steeds de grenzen niet sluiten. Het zijn de ngo's zoals VluchtelingenWerk Nederland die zich daarvoor inzetten en het zijn uiteindelijk rechters die beslissen. De minister ligt met de pootjes omhoog op de rug en verschuilt zich achter vage excuses aangaande zijn verantwoordelijkheid, maar uiteindelijk doet hij niks, want hij zegt niks te kunnen. Erdogan bepaalt dus wie er in Nederland terechtkomt. Wij willen het tuig hier niet.

Dan de vraag hoe die vrouwen van Al-Hol naar Ankara zijn gekomen. We kunnen met een satelliet de kleinste details overal ter wereld op de vloer zien liggen, maar de minister weet niet door wie en hoe de vrouwen zijn geholpen naar Ankara? Hierover moet meer duidelijkheid komen. Niks individuele gevallen om je achter te verschuilen, want jihad is een collectief gebeuren en dit is een onderdeel van de jihad. Ik wil volledige openheid van de minister.

Voorzitter. Ik zei het al, gisteren werd wederom pijnlijk duidelijk dat Erdogan bepaalt wie er naar Nederland mag. Niet Rutte, niet minister Grapperhaus, nee, het is Erdogan. Het is te zot voor woorden. Onze oproep is en blijft dan ook: stuur ze terug! Niemand er meer in, geen collaborateur moet terug naar Nederland. Als de grenzen openblijven, als wij de islamisering laten voortwoekeren, als we geen grote maatregelen durven nemen, zal het dreigingsniveau in de toekomst alleen maar toenemen. Dan zal er veel, veel meer bloed door de straten van ons land vloeien. Dat is eenvoudigweg de realiteit als wij doorgaan op de weg die wij nu gaan. Verdragen moeten gewoon worden opgezegd. Wij moeten zorgen voor ons eigen land en de veiligheid van onszelf en onze kinderen, voor nu en voor de toekomst. Daar hebben wij die verdragen niet bij nodig, want die werken alleen maar tegen een goede veiligheid en die werken de islamisering verder in de hand. Alleen sterke leiders beschermen hun volk tegen die dreiging. Zij beschermen hun volk tegen geweld, maar het keurkorps van zwakke ruggengraten dat ons land nu bestuurt en in de greep heeft, is, door de grenzen niet te sluiten en de islamisering niet terug te dringen, zelf een onderdeel van dat gevaar geworden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer De Graaf. Dan geef ik nu het woord aan ...

De heer Van den Berge.

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Ik wilde even tot het einde van het betoog wachten. Ik heb een vraag aan de PVV. Kleurrijke kinderen die in Den Haag niet naar school durven omdat ze worden uitgescholden voor Zwarte Piet. Een aanval op een vreedzaam congres van Kick Out Zwarte Piet. Hitlergroeten bij de intocht van Sinterklaas. We staan hier bij de begroting van Justitie en Veiligheid. Is de heer De Graaf het met GroenLinks eens dat wij dat ook moeten aanpakken?

De heer De Graaf (PVV):

Elke Hitlergroet is walgelijk, laten wij dat vooropstellen. Er werden een aantal onderdelen opgesomd. Er zijn kinderen die niet naar school durven omdat ze worden uitgescholden voor Zwarte Piet. Ik begrijp niet waar de leegschedeligheid van mensen vandaan komt om mensen met een kleurtje voor Zwarte Piet uit te schelden. Dat zijn niet mijn mensen. Dat is van de week ook gebeurd op de tribune bij FC Den Bosch. Die mensen, ik sprak net over leegschedeligheid, dat zijn leegschedels die Zwarte Piet combineren met een Hitlergroet. Het slaat allemaal nergens op. Ik heb er letterlijk geen woorden voor. Daarom vond ik het gebaar gisteren van Georginio Wijnaldum met Frenkie de Jong erg mooi. Laten wij daar als politiek vooral met onze fikken vanaf blijven. Niet zoals vanmorgen in het AD meteen op de activistische toer van: wat zou Wijnaldum van Zwarte Piet vinden? Laat dat voetbal zijn en laat Zwarte Piet iets anders zijn.

Als kinderen voor Zwarte Piet worden uitgescholden, dan moet daartegen worden opgetreden. Heel hard en heel duidelijk. Zwarte Piet heeft niets met racisme te maken en moet daar zeker niet aan gekoppeld worden. De leegschedels die dat doen, zijn wat mij betreft geen haar beter dan iedereen die om inclusiviteit en diversiteit schreeuwt, omdat zij een binaire kleurtjesobsessie hebben en alleen nog maar zwart-wit tv kijken. GroenLinks is daar een onderdeel van. Stop met die oproep om alles maar divers te maken. Laat mensen beoordeeld worden op hun kunnen, op hun prestaties, op hun inzet, dan maakt kleur helemaal niets uit. Ik zie die kleuren niet. Ik heb helemaal niets met een beoordeling op kleur. Ik zie wel heel veel linkse Nederlanders, ik zie mensen, ook in het kabinet, op tv en in de kranten met alleen maar een kleurtjesmanie. Ik zie een oud-wethouder van Den Haag, de heer Baldewsingh, die toen hij nog wethouder was opriep om het stadhuis te ontwitten. Waar haalt hij het uit zijn racistische hoofd vandaan? Stop daarmee. Ik roep heel Nederland op daarmee te stoppen.

De heer Van den Berge (GroenLinks):

De heer De Graaf begon zo mooi door afstand te nemen van racisme en discriminatie. Dat waardeer ik.

De heer De Graaf (PVV):

Zo ben ik ook geëindigd.

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Nee, want driekwart van de Nederlanders is de polarisatie en de verruwing in de samenleving spuugzat. Wat de heer De Graaf hier doet, is olie op het vuur gooien en die polarisatie en verruwing aanwakkeren. Dat zouden wij niet moeten doen. Wij zouden verbinding en dialoog moeten zoeken. We zouden moeten kijken hoe wij de polarisatie voorbij kunnen komen. Het begon zo mooi, maar hij eindigt toch weer met olie op het vuur en dat vind ik heel erg jammer.

De heer De Graaf (PVV):

Nee, voorzitter. Meneer Van den Berge is blijven hangen in zijn eigen interruptie. Hij heeft niet geluisterd naar mijn antwoord. Ik heb heel Nederland opgeroepen om te stoppen met die discriminatie en het racisme, ook de mensen die het stadhuis willen ontwitten, ook mensen die zeggen dat er een Black Achievement Month moet komen. Waar is de White Achievement Month? Ik wil hem niet. Laten we ophouden met alles op kleur te beoordelen. Dat is wat GroenLinks doet. Ik polariseer hier niet mee. Het is GroenLinks, het is het kabinet, het zijn de media die op die manier polariseren, want zij maken iedereen bewust van hun kleur. Ik heb vrienden van alle kleuren en ik ben mij daar nog nooit bewust van geweest. Ik ben me bewust geworden van hun kleur omdat mij dat continu via de tv en via de politiek wordt ingeprent. Ik ben het zó kotsbeu. Stop met dat racisme, ook vanaf de andere kant. Dus mijn oproep is niet polariserend. Nee, ik eindig netjes in het midden.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer De Graaf.

Dan ga ik nu naar mevrouw Yeşilgöz-Zegerius namens de VVD.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Drie jaar geleden reed ik 's avonds laat naar huis. Ik was er bijna toen ik paar harde knallen hoorde. Gek genoeg wist ik meteen dat het geen vuurwerk was, maar dat het schoten waren. Ik zag een man in een witte auto springen en met zijn handlanger, die al achter het stuur zat, wegscheuren. Ze misten mijn auto op een haar na. Het kenteken kon ik nog net onthouden, maar helaas heb ik de daders zelf niet goed genoeg gezien. Ik heb 112 gebeld, het kenteken doorgegeven en een ambulance besteld. Maar de hulp kwam voor het slachtoffer, dat voorovergebogen achter het stuur van zijn auto zat, duidelijk te laat. Pas uren later, toen ik inmiddels een paar meter verderop veilig in mijn bed lag, begon ik mij te realiseren wat er zojuist was gebeurd. Ik was getuige geweest van een liquidatie, van een afrekening, van een moord. Gewoon bij mij op de hoek, in een verder zo rustige woonwijk.

Natuurlijk was dat heftig om mee te maken, en het zit tot op de dag van vandaag in mijn geheugen. Maar ik ben volwassen. Kan je nagaan wat een impact een dergelijke gebeurtenis heeft op een kind dat zich veilig waant op zijn school in Amsterdam-Osdorp en daar vanaf het schoolplein hetzelfde ziet gebeuren, slechts een paar maanden nadat ik dat zag aan de andere kant van de stad. Dit mogen we nooit normaal gaan vinden, en daarom moeten we er alles aan doen om dit soort misdaad te bestrijden.

De georganiseerde drugscriminaliteit is in ons land een miljardenbusiness. Inmiddels is het ons wel zeer duidelijk dat de kopstukken nergens meer voor terugdeinzen. Al is Nederland de afgelopen jaren wederom aantoonbaar veiliger geworden en geven mensen zelf ook aan zich veiliger te voelen, dit beeld en dit gevoel zijn zeer fragiel. Ik denk dat wij dat allemaal beseffen. Dergelijke vreselijke incidenten zorgen ervoor dat het veiligheidsgevoel en het vertrouwen dat de overheid, de politiek, wij, er zijn om de mensen thuis zo veilig mogelijk te houden, zeer kwetsbaar zijn. Ook de VVD herkent de zorg dat onze rechtsstaat het zou kunnen verliezen van de georganiseerde misdaad. Maar de mensen thuis hebben er niets aan dat wij ons zorgen maken. Mensen willen actie zien van ons. Zij willen zien dat wij met elkaar vastberaden zijn om de rechtsstaat altijd te verdedigen, opdat niet het tuig de baas is op straat, maar wij met elkaar.

Voorzitter. De aanpak van georganiseerde misdaad vraagt wat de VVD betreft om een brede aanpak en tegelijkertijd om een focus op drie pijlers: preventie — even kort gezegd: hoe voorkomen we dat kleine crimineeltjes uitgroeien tot grote drugsbazen? — repressie en dus het hard aanpakken van criminelen en, als derde pijler, het onderuithalen van het verdienmodel.

Ik begin graag met de eerste: preventie. Ik heb de afgelopen tijd met heel veel deskundigen gesproken, deskundigen in de zorg, de jeugdzorg, het onderwijs en bij politie en justitie en met journalisten met kennis van deze materie. Eigenlijk geven ze allemaal hetzelfde aan: we leven in een tijd waarin het ongelofelijk makkelijk is om heel snel heel veel geld te verdienen, een tijd die onvergelijkbaar is met een paar jaar geleden, juist door de grote hoeveelheden drugs die in omloop zijn en door de enorme bedragen die te verdienen zijn. Deskundigen geven misschien wel voor het eerst sinds decennia aan een blinde vlek te hebben, een blinde vlek voor jongeren die al op heel jonge leeftijd geronseld worden voor drugsklusjes. Deze jongeren maken razendsnel carrière in het criminele circuit. Tegen de tijd dat ze in beeld komen bij instanties is het eigenlijk al veel te laat.

Hier zijn dus echt een gedegen analyse en een stevige inzet nodig, zowel op individueel niveau als op gezins- en wijkniveau. Ik heb al eerder aangegeven dat ik het erg goed vind dat deze ministers preventie in dit kader als een onmisbare schakel zien. Ik zou graag van de minister voor Rechtsbescherming, die ook verantwoordelijk is voor het beleid rond jongeren die het criminele pad op gaan, horen hoe deze analyse opgepakt wordt en wanneer we daar meer over kunnen verwachten.

Voorzitter. In de brede aanpak is de tweede pijler repressie en opsporing. Met andere woorden, het hard en effectief pakken van het tuig dat denkt ons land te kunnen gebruiken als hun speelterrein waar zij de regels maken. Dat kunnen we en dat mogen we nooit toestaan.

Voorzitter. Ik zei al dat ik mij de afgelopen tijd uitvoerig heb laten informeren over hoe je dit probleem het beste aanpakt. Dat was niet alleen met Nederlandse experts maar ook met internationale. Immers, en helaas voor hen, er zijn landen om ons heen die veel meer ervaring hebben met georganiseerde misdaad dan wij. Zo heb ik mij kunnen verdiepen in de Italiaanse antimaffiawetgeving. Binnenkort zal ik daar ook zijn om face to face te spreken met degenen die de strijd daar leiden. Maar gelukkig hoeven we daar niet op te wachten, want ze hebben al enkele goede ideeën gedeeld met ons. Zo hebben de Italianen, om te voorkomen dat drugsbaronnen vanuit de gevangenis hun zaakjes verder afhandelen en zelfs moordcommando's aansturen, een gevangenisregime met stevige beperkingen ingesteld voor deze criminelen. Ze worden geïsoleerd van de buitenwereld en van medegevangenen.

Wat de VVD betreft is een dergelijk regime ook hard nodig in Nederland. Eerder dit jaar zagen we al dat criminelen vanuit de gevangenis aanslagplegers buiten de muren konden aansturen en ontsnappingen organiseerden. Deze gevangenen hebben binnengesmokkelde telefoontjes en andere hulpmiddelen tot hun beschikking en kunnen doorgaan met hun criminele activiteiten. Dit moet echt stoppen. Ook in Nederland moeten drugsbazen in een streng regime belanden. Minister Dekker heeft al positief gereageerd op dit wetsvoorstel. Op dit voorstel, moet ik zeggen; het is nog geen wet. Ik vraag hem op welke termijn hij verwacht dat hij dit uitgewerkt heeft. Wanneer kan het ingevoerd worden? Wat de VVD betreft is dit liever vandaag dan morgen. Dat mag duidelijk zijn.

Voorzitter. Ik wil er hier ook graag bij stilstaan dat het ontzettend belangrijk is dat we laten zien, en ervoor zorgen, dat misdaad niet loont. Dat begint al op straat. De VVD is een groot voorstander van de Rotterdamse patseraanpak. Het fenomeen is niet nieuw. Steden als Amsterdam kenden het vroeger ook, maar Rotterdam is wel een van de weinige gemeenten die volhouden en doorzetten. Daar neem ik dus graag een voorbeeld aan. Deze aanpak is gericht op het in beslag nemen van spullen die met crimineel geld zijn verkregen. Leg maar uit hoe je aan die dure bak komt. Als je dat niet kan, ben je hem kwijt. Pak die statussymbolen maar af. Pak die criminele rolmodellen aan. Dit moet natuurlijk hand in hand gaan met het opzetten van effectieve preventieprogramma's, waar ik het zojuist over had. Je kunt niet aan de ene kant proberen jongeren op het goede pad te houden als ze aan de andere kant zien dat leeftijdsgenoten met crimineel geld de wereld kunnen kopen. Dan wordt zo'n baantje bij de Albert Heijn een stuk minder interessant en is de stap richting criminaliteit wel heel snel gemaakt.

Voorzitter. Wat de VVD betreft is dit een uitstekend voorbeeld van hoe je op straat laat zien dat wij de baas zijn, en niet de criminelen. Ik wil de ministers oproepen om het gesprek aan te gaan met de regioburgemeesters en de nationale politie en aan te moedigen dat dit instrument over het hele land wordt uitgerold. Ik zou hier graag een toezegging op willen, en straks, als die gesprekken ook hebben plaatsgevonden, een terugkoppeling.

Voorzitter. Ik stel voor dat ik mijn blokje afmaak. Ik heb nog één alinea.

De voorzitter:

Ja, dat is prima.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Want die is in het verlengde hiervan. Vervolgens is het natuurlijk ook de vraag wat je doet met de goederen die je in beslag neemt. Wat de VVD betreft gaat er zo veel mogelijk terug de gemeenschap in. Pak het af van de criminelen en geef het aan de mensen in de kwetsbare wijken die het slachtoffer worden van deze lui. Of het nu een pand, een auto of kleding is, geef het terug. Graag een reactie van de minister op hoe we dit vorm kunnen geven.

De heer Van Nispen (SP):

Ik was hier al een beetje bang voor. Ik probeer echt, oprecht, alle plannen en voorstellen vanuit de VVD serieus te nemen, over hoe we georganiseerde criminaliteit beter kunnen aanpakken. Maar ik heb toch een beetje het gevoel dat ik hier naar de pyromaan zit te luisteren die aanbiedt te komen blussen. Want is het niet de VVD geweest die sinds 2010 de leiding heeft op dit ministerie van Justitie en Veiligheid? Is het niet de VVD geweest die, afwisselend met het CDA, sinds 1966 de minister van Justitie levert? Dus kan de VVD vandaag erkennen dat het de spuigaten uit is gelopen met de georganiseerde criminaliteit en dat er veel te hard bezuinigd is op de politie? Inmiddels schreeuwen de burgemeesters moord en brand. Agenten kunnen nog nauwelijks in hun wijken terecht om hun werk te doen. Er zijn grote problemen die veroorzaakt zijn door de VVD. Kan de VVD daar ook eerlijk over zijn? Want pas als je daar eerlijk over bent, kunnen we de voorstellen van de VVD weer serieus nemen.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Ik ben er heel erg trots op dat de VVD, ook samen met andere partijen, de verantwoordelijkheid neemt, door te besturen en door deze zware taken op te pakken. Er is ook heel veel gebeurd. Ik sta hier ook om te staan voor alles wat volgens mij nog beter kan en om te zeggen: wat mij betreft kan het op deze manier nog beter. Ik zou dus eigenlijk eerder steun verwachten van de SP voor een nog effectievere aanpak van de criminaliteit, in plaats van er een Haags spelletje van te maken. Ik kom hier met concrete voorstellen, dus ga daar dan op in, zou ik zeggen.

De heer Van Nispen (SP):

Mevrouw Yeşilgöz noemt het nu een "Haags spelletje" ...

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Dat is het.

De heer Van Nispen (SP):

... maar ik vind het treurig om geen enkel spoortje van reflectie te tonen. Want als je niet erkent wat je in het verleden fout hebt gedaan en waar je medeverantwoordelijk voor bent, namelijk een groot tekort aan politiecapaciteit ... We zien wat er aan de hand is. Burgemeesters kloppen bijvoorbeeld dagelijks bij ons aan om te zeggen dat er wat moet gebeuren. En dan komen er weer allerlei plannetjes. Ik heb gezegd dat ik de plannen zeer serieus neem. Maar ik verwacht toch ook van de VVD dat ze eerlijk zijn. Ik had gehoopt om verrast te worden. Ik had gehoopt dat de VVD een keer eerlijk zou zijn en zou zeggen: wij hebben in het verleden grote fouten gemaakt, want er is veel te hard bezuinigd op de politie. De minister zei vorige week zelf in een debat: wat je in één jaar hebt afgebroken, duurt wel vier jaar om weer op te bouwen. Dat zou de VVD zich moeten aantrekken. Ik neem alles serieus, maar ik wil ook van de VVD dat ze een keer in de spiegel kijken. En eigenlijk zou het passend zijn om sorry te zeggen tegen alle burgemeesters die zich in de steek gelaten voelen, tegen alle agenten die hun werk niet fatsoenlijk kunnen doen en tegen alle mensen die hierdoor gedupeerd zijn.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Dit debat hebben we vorige week ook gehad. Toen heb ik ook gezegd dat ik heel erg blij ben dat dit kabinet honderden miljoenen investeert in de aanpak van ondermijning en honderden miljoenen investeert in het versterken van de politie. Ik heb ook gezegd dat we lessen moeten leren van de afgelopen jaren, waarin er dingen niet goed zijn gegaan. We kunnen dat hier dus uitvoerig nog een keer behandelen, maar wat we ook kunnen doen, is met concrete maatregelen en concrete voorstellen komen om ervoor te zorgen dat we het tuig aanpakken en om ervoor te zorgen dat de Nederlanders thuis veilig zijn. Dat is waar de VVD al die jaren voor heeft gestaan, en waarvoor ik nu weer sta. En ik heb nog een aantal pagina's met concrete voorstellen te gaan, dus ik verheug me erop dat ook de partijen aan de linkerkant daar inhoudelijk op ingaan.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Volgens mij kan het allebei. Ik denk dat de SP gewoon gelijk heeft over de vorige periode, maar ik ben ook wel heel erg blij dat de VVD verdergaat met déze periode. Uiteindelijk is dat ook belangrijk.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius zegt: ik wil naar Italië. We zijn afgelopen weekend in Italië geweest. Er was overigens ook een collega van de VVD mee. We hebben daar interessante dingen gehoord. We hebben daar gesproken met de burgemeester in Palermo. Hij gaf aan dat je het niet zomaar moet teruggeven aan de samenleving. Je moet dat echt heel erg onderbouwd in een organisatie doen die precies kan aangeven waar dat het beste landt en waar dat het verschil maakt. Is dat wat de VVD dan ook bedoelt? Want ik ben een beetje bang dat als we het te hapsnap gaan doen, we dan niet echt aan de samenleving gaan laten zien dat misdaad niet loont en aan de goede kant blijven wel. Is dat wat we gaan doen? Gaat zij daar dan ook naar kijken?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Dank voor deze vraag. Ja, zeker. We hebben zelf ook een voorstel liggen, maar ik kan me voorstellen dat het kabinet zegt: laat ons dit uitrollen. Vandaar dat ik de vraag hier nu stel. Er zijn naast Italië ook andere landen in Europa die dit doen. En het is precies zoals mevrouw Van Toorenburg het zegt: je moet het gericht teruggeven, zeker ook gericht op die jongeren en op die gemeenschappen. Dan kun je namelijk laten zien dat misdaad niet loont. Het loont om op het goede pad te blijven. Op zo'n manier versterk je de gemeenschappen en de omgeving. Ik vind dit dus een waardevolle vraag. Dit is precies hoe wij erin zitten. Ik hoop dat het kabinet het op deze manier oppakt, en anders zou ik het heel erg mooi vinden om het voorstel dat de VVD klaar heeft liggen wellicht samen met het CDA in te dienen, zodat we het ook kunnen uitrollen.

De voorzitter:

Dit is uw derde vraag, meneer Van den Berge.

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Klopt, voorzitter.

Ik vind dat de VVD toch wel heel makkelijk over het verleden heen stapt. Dat heeft weinig te maken met Haagse spelletjes, maar dat heeft wel te maken met het vertrouwen dat wij als politiek aan de politie en aan gemeenten willen geven. Het is nog niet zo lang geleden dat korpschef Akerboom zei: "Wij kunnen niet plannen op dat wispelturige beleid van: dan weer politie erbij, dan weer politie eraf. Je trekt niet zomaar een blik agenten open". Ik denk dus dat we van het verleden moeten leren. Ik wil de VVD dus graag nogmaals uit te dagen om dat te doen en om hier gewoon ruiterlijk toe te geven: "Ja, we hebben fouten gemaakt. We hadden het misschien niet zo moeten doen, en in de toekomst zullen we dat anders doen." Dat zou ik graag horen, in plaats van hier alleen maar over toekomstplannen en ballonnetjes te praten, en niet terug te blikken. En dat heeft niks met Haagse spelletjes te maken, maar dat heeft ermee te maken dat we het vertrouwen moeten geven aan gemeenten en aan de politie dat we nu wel staan voor structurele maatregelen en voor structureel beleid. Ik geef haar dus graag nog een keer die kans.

De voorzitter:

Fijn!

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Over de oproep van de heer Akerboom heb ik op meerdere plekken, zowel in deze zaal als hierbuiten, gezegd dat wij het ons als politiek zeker moeten aantrekken. Ik vind het alleen een beetje spijtig dat GroenLinks z'n laatste interruptie niet gebruikt om inhoudelijk in te gaan op de tig voorstellen die ik heb gedaan om te zeggen: oké, dit kunnen we nu nog meer doen om ervoor te zorgen dat Nederland veiliger wordt en dat Nederlanders veiliger worden. GroenLinks wil gewoon een herhaling van zetten en — ik weet het niet — met vingertjes wijzen. De heer Akerboom zegt, en ik heb het mevrouw Helder ook vaker horen zeggen: "Wees heel erg alert op wat je doet, want je trekt niet zomaar een blik agenten open". Dat heb ik me ook aangetrokken; dat heb ik ook gezegd. We investeren nu ook weer fors in de politie en de aanpak van ondermijning. Ik kom nu met concrete ideeën voor hoe we dat vorm kunnen geven. Ik zou toch willen dat we het bij de begroting wel kunnen hebben over hoe we het veiliger maken voor de Nederlanders.

De voorzitter:

Is het misschien een idee om eerst verder te gaan?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Ja, ik zal verdergaan.

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Nou, nog één keer, voorzitter. Mijn vierde vraag. Dat is niet mijn laatste, in tegenstelling tot wat mevrouw Yeşilgöz zei.

De voorzitter:

Dat klopt.

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Het was niet mijn laatste, maar wel mijn vierde. Ik zal straks in m'n eigen inbreng uitgebreid ingaan op de toekomstplannen van GroenLinks en andere partijen, maar ik vind het belangrijk om nu echt dat vertrouwen te geven aan politie, burgemeesters en wethouders, om te laten zien dat we hebben geleerd van het verleden, dat we dingen in de toekomst anders gaan doen en dat we niet alleen nu, bij deze begroting, zeggen dat er extra agenten moeten worden geworven. Ik vind dat echt fundamenteel, want anders geven we weinig vertrouwen. Dan zeggen we vandaag dat we het belangrijk vinden en trekken we er incidenteel 100 miljoen voor uit, maar wat in de toekomst?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Vertrouwen geef je door verantwoordelijkheid te nemen, zoals het kabinet doet. Vertrouwen geef je door, zoals aan het begin van de kabinetsperiode, extra geld uit te trekken om te investeren in veiligheid. Vertrouwen geef je ook door, op het moment dat er in de krant staat dat er misstanden zijn, hier niet in de rij te gaan staan om te zeggen "kijk, onze politie discrimineert en deugt niet" en noem maar op, zoals ik vaak van de linkerkant hoor, maar juist door te zeggen: we staan achter onze agenten. We moeten hier juist wetten aannemen om ervoor te zorgen dat we achter onze agenten blijven staan. Op deze manier, door invulling te geven aan die woorden, geef je vertrouwen; dat doe je niet door Haagse spelletjes.

Zal ik verdergaan?

De voorzitter:

Dat lijkt me prima. Anders heeft meneer Van Ojik helemaal niks meer te vragen. Dat hou ik ook een beetje in de gaten, hoor.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Voorzitter. Uiteraard gaat het ook om het afgepakte geld van criminelen, dus niet alleen om de spullen, maar ook om het geld. De VVD wil hierbij twee zaken. Ten eerste wil ik graag dat de minister, ook naar Italiaans voorbeeld, onderzoekt hoe we sneller en meer van criminelen kunnen afpakken en niet alleen van hen, maar ook van bijvoorbeeld hun familieleden, zoals ze dat in Italië doen in de antimaffiawetgeving. Graag een toezegging dat we daarop terug kunnen komen om daar inhoudelijk over te praten met elkaar. Ook wil de VVD, al jaren, net als de meeste collega's hier — laat ik dat er even bij zeggen — dat de middelen die afgepakt worden, weer ingezet kunnen worden om nog meer criminelen aan te kunnen pakken. De heer Krol en ik hebben een tijd geleden op verzoek van de minister onze onderzoeksmotie hierover aangehouden. Ik zie niet heel veel beweging bij het kabinet, dus ik kan me zomaar voorstellen dat de heer Krol hierop terugkomt en dat die motie alsnog ingediend zal worden.

Voorzitter. Dan ga ik naar de derde pijler: het verstoren, aanpakken en onderuithalen van het verdienmodel van de criminelen. Elke cent die wordt verdiend met drugs, fraude, mensenhandel of diefstal wordt vroeg of laat weer ingebracht in ons geldverkeer. Er worden miljarden witgewassen. Op deze manier wordt de onderwereld steeds meer verweven met onze wereld. De kabinetten-Rutte II en III hebben ongelofelijk veel gedaan voor het tegengaan van witwassen en belastingontduiking. Er wordt meer gehandhaafd, de regels voor financiële instellingen zijn aangescherpt, er komt iets meer capaciteit bij opsporingsinstanties, we pakken crimineel gebruik van cryptovaluta, zoals de bitcoin, aan en sluiproutes voor belastingontduiking of witwassen worden dichtgeschroeid. Er komen strengere regels voor trustkantoren, er is meer Europese samenwerking en er is een zwarte lijst van belastingparadijzen afgesproken. Maar er moet echt nog veel meer gebeuren. Analyse na analyse laat zien dat we nog maar het puntje van de ijsberg van crimineel geld aanraken; onder water zit nog een hele berg. Ik verwacht daarom ook nog meer inzet van het kabinet.

In juni van dit jaar kwam collega Roald van der Linde al met een tienpuntenplan om witwassen aan te pakken. In de kabinetsreactie leek het kabinet sommige van de door mijn collega geconstateerde problemen echter bijna weg te wuiven. Dat moet anders. Ik heb het eerder gevraagd en zal dat nu weer doen: hoe staat het met de uitvoering van de punten uit het plan? Het zijn urgente punten. Kijk bijvoorbeeld naar het eerste punt van de lijst van collega Van der Linde: we willen dat wie willens en wetens een loopje neemt met de antiwitwasregeling en structureel te weinig aandacht besteedt aan de naleving van regelgeving, niet alleen sneller zijn vergunning moet kunnen kwijtraken, maar ook sneller moet kunnen worden vervolgd. Betrokkenen moeten strenger worden bestraft. Graag een reactie van de minister.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Goede punten van de VVD voor het aanpakken van witwassen. Ik ga daar zo meteen in mijn eigen bijdrage ook op in. In het kader van de aanpak van ondermijning heeft er het afgelopen jaar een pilot gedraaid om juist via de geldstromen de witwaspraktijken goed aan te kunnen pakken en uitbuiting op te sporen. Dat is een succesvolle methode. Ik weet dat de onderzoekers graag een vervolg van die pilot willen. Is de VVD bereid om daarin mee te gaan?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Dit is waarschijnlijk ook een vraag naar de middelen. Als je een pilot doorzet, zou dat geld kunnen kosten. Is dat de vraag die nu aan mij gesteld wordt: of we bereid zijn daar geld voor vrij te maken? Laat ik het als volgt zeggen. Misschien geef ik daarmee dan een goed antwoord. Bij alles wat werkt, alles wat ervoor zorgt dat we crimineel geld afpakken, dat we het verdienmodel van criminelen onderuithalen, heeft u de VVD aan uw zijde. We moeten bij al die programma's en pilots wel kijken wat het beste werkt en waarop we elkaar vinden. Maar als het om de inhoud gaat: zolang we het verdienmodel van criminelen onderuithalen, zijn we maatjes.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Voorzitter. Criminelen beschikken over miljarden euro's. En dat kunnen wij, eerlijk gezegd, nooit matchen. Maar wie niet sterk is, moet slim zijn. Dat betekent: zorgen dat we slimme wetten en regels maken die voor ons werken en ons beschermen. En dat betekent dus ook: er alert op zijn dat onze wetten en regels niet de criminelen beschermen. En dan kom ik toch weer echt uit bij het punt waarover u mij tot nu toe bij elk debat heeft gehoord. Ik spreek mensen die elke dag bezig zijn met het bestrijden van georganiseerde misdaad. Ik spreek mensen die elke dag weerstand proberen te bieden, terwijl ze hele wijken en winkelstraten zien overgaan in de handen van criminelen. Iedereen die ik spreek, geeft aan dat het niet kunnen uitwisselen van informatie vanwege alle regel- en wetgeving die we onszelf hebben opgelegd, beperkend werkt voor de aanpak van georganiseerde misdaad.

Of het nou om witwassen gaat, om fraude of om andersoortige criminele transacties, we weten allemaal inmiddels wel dat als je georganiseerde misdaad echt wilt kunnen aanpakken, als je het verdienmodel echt wilt kunnen verstoren, je het geld moet kunnen volgen. Je moet het geld volgen totdat je bij de top uitkomt en de drugsbaronnen kunt aanpakken. En dat kunnen we alleen maar als we op effectieve wijze informatie kunnen delen. Dat kan betekenen dat we op Europees veel beter moeten samenwerken om witwassen — wat natuurlijk grensoverschrijdend is — aan te pakken, of dat we onze burgemeesters, de politie maar bijvoorbeeld ook de Belastingdienst en ondernemers instrumenten in handen moeten geven om informatie die zij hebben, te kunnen delen. Zo hebben we een heel concreet aanbod van notarissen, die aangeven dat zij hun rol om het publieke belang te dienen door op de integriteit van het rechtsverkeer toe te zien, niet optimaal kunnen invullen, juist omdat zij niet over voldoende bevoegdheden beschikken. Graag een reactie daarop.

Los van dit voorbeeld hoor ik nu debat na debat van de minister dat informatie delen gewoon kan. Wat klopt er dan niet van alle klachten die wij hierover krijgen? Hoe kan men in de praktijk dan wel die informatie delen zonder teruggefloten te worden door de rechter? Ik wil de minister vragen om dit dan maar eens op papier te zetten, want anders hebben we hier continu een welles-nietestoestand. Wij krijgen te horen dat er geen informatie kan worden gedeeld, terwijl de minister zegt: dat kan heus wel. Dat gaat gewoon niet goed!

Voorzitter. Ik zei het al: de miljarden van de criminelen zullen we nooit kunnen matchen. Maar gelukkig wordt er wel geïnvesteerd in de aanpak van georganiseerde misdaad. Onlangs ...

Ik zie dat de heer Van der Staaij wil interrumperen.

De voorzitter:

Misschien wilt u eerst even het stukje afmaken?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Ja. Onlangs maakte dit kabinet weer 110 miljoen extra vrij. De minister heeft aangegeven, in het voorjaar te komen met een voorstel over de precieze invulling en aanpak. Wat de VVD betreft, ligt daar een gedegen analyse onder.

De minister verwijst bij elke vraag die ik heb over een analyse, naar het feit dat hij niets over een individuele zaak kan zeggen. Maar het is natuurlijk onmogelijk om voorbij te gaan aan het feit dat we te maken hebben met de moord op de broer van een kroongetuige, de kroongetuige die zich terugtrekt, de advocaat van de kroongetuige die wordt vermoord en de hoofdverdachte die vermoedelijk wordt beschermd door Iran en Dubai. Er was zeer recent nog een aanslag op een advocaat en er zijn tientallen mensen — als het er niet meer zijn — die onze rechtsstaat dienen en daardoor ook beveiligd moeten worden. Als we extra geld investeren in de aanpak, waar ik een groot voorstander van ben, dan wil ik ook weten met welk verhaal, met welke analyse we dat doen. Waar ging het allemaal mis en hoe moet het beter? Heeft het OM ook steken laten vallen? Dit lijken me vrij logische vragen. Daarom is het best bijzonder dat ik daar nu al maanden geen antwoord op krijg. Dus ik stel het hierbij nog maar eens aan de orde.

De heer Van der Staaij (SGP):

Op het punt van informatie delen. Mevrouw Yeşilgöz zei eigenlijk al: ik kom er weer op terug, ik kom er elke keer op terug. Dat gevoel heb ik ook. Ik heb ook het gevoel dat we weinig voortgang hebben op dit onderwerp. Mevrouw Yeşilgöz vraagt aan de regering om nog eens op papier te zetten wat er nou eigenlijk wel kan. Maar zou het niet nog een tandje scherper kunnen door te zeggen: kunt u aangeven hoe u nu voor elkaar gaat krijgen dat wat volgens de letter van de wet kan, in de praktijk ook echt gebeurt?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Dat zou een heel logische vraag zijn. Ik ben alleen bang voor het antwoord, want dan krijg ik te horen: er komt een modelprotocol. Dat hebben we vorige week in een AO ook besproken. De VNG bijvoorbeeld geeft daarvan aan: dat is niet waar wij om vragen. Dus ik wil eigenlijk op papier zien: dit zijn de problemen waar bijvoorbeeld burgemeesters, ondernemers en allerlei instanties tegen aanlopen en dit is dus de ruimte die daarvoor is. Ik ben bang dat we anders modelprotocollen krijgen. Dat staat ook in de stukken: dit gaat er de komende maanden komen en als het niet werkt, gaan we weer kijken. Ik ben bang dat de heer Van der Staaij en ik het hier over een halfjaar weer over hebben. Dat wilde ik voorkomen met deze vraag. Maar ik vind het prima om deze vraag voor het kabinet eraan toe te voegen.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik wil graag meezoeken, want als een protocol niet helpt, is het de vraag of een brief van de minister waarin staat wat helpt dan wel het ei van Columbus is. Je hoort het elke keer weer terug in de praktijk. Dan koppel je terug, vanuit werkbezoeken en wat dan ook, in de trant van: het kan wel. Ondertussen zie je soms niet die verandering in de cultuur optreden zoals je zou willen. Dus als we inderdaad nog nadrukkelijk aan de regering vragen hoe we daarin nou echt stappen kunnen zetten, sluit ik me daar van harte bij aan.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Misschien kan ik daar iets aan toevoegen. Als we niet het idee hebben dat we voldoende antwoord krijgen of dat we er voldoende grip op hebben, zeg ik: ook op dit punt hebben we natuurlijk niet stilgezeten. Vanuit het veld horen we dat mensen zeggen: creëer dan maar experimenteerruimte, waarin we dan die informatie wel kunnen delen. Dat is een heel ambtelijke term en ik ben op zoek naar iets beters, maar dat heb ik nog niet. Maanden geleden, tijdens mijn eerste debat als woordvoerder, heb ik gevraagd naar die experimenteerruimte. Dat was niet nodig, vond het kabinet. Ik kan mij voorstellen dat we, als we dit gevoel blijven houden en vanuit de praktijk blijven horen dat dit werkt, zelf die experimenteerruimte maar gaan voorstellen. Wellicht kunnen we dan samen optrekken met de SGP.

Zoals gezegd, is na de moord op advocaat Wiersum de persoonsbeveiliging van een flink aantal mensen geïntensiveerd. Ontzettend veel agenten zijn daarvoor overgeplaatst naar deze vorm van beveiliging. Deze vrouwen en mannen willen we natuurlijk zo snel mogelijk weer terug op straat, naar hun politiewerk. Dat kan nu hopelijk ook, nu er 10 miljoen extra is vrijgemaakt voor het stelsel bewaken en beveiligen. Ik ga ervan uit dat voor een groot deel de politie hiermee ondersteund wordt. Ik wil graag van de minister weten hoelang het zal duren voordat alle agenten die weggetrokken waren, weer terug de straat op kunnen.

Ook wil ik stilstaan bij de steun die onze agenten op straat vervolgens wel van ons nodig hebben. Zo pleiten we al jaren voor het inzetten van tasers om agenten te helpen. Dit jaar hebben we uiteindelijk 30 miljoen hiervoor vrij kunnen maken. Ik lees wel dat het nog jaren duurt voordat de tasers actief gebruikt kunnen worden en ik wil de minister vragen waarom dit niet sneller kan. Wellicht heeft hij iets van ons nodig om het sneller voor elkaar te krijgen.

Verder zijn er door het kabinet al een aantal goede stappen genomen om beter in de wet te verankeren dat we pal achter onze agenten en hulpverleners staan en dat we pal achter onze rechtsstaat staan. Zo is de VVD zeer blij met het feit dat er nu eindelijk een taakstrafverbod is voor geweld tegen hulpverleners, dat agenten die geweld gebruiken niet meteen verdachten worden en dat het automatisme dat een veroordeelde na twee derde van zijn straf al voorwaardelijk vrijkomt, afgeschaft wordt.

Willen we met elkaar vrij en veilig in ons land kunnen samenleven, dan is het cruciaal dat wij ons te allen tijde blijven inzetten tegen racisme, discriminatie en antisemitisme. Veilig jezelf kunnen zijn is zo fundamenteel en tegelijkertijd voor nog zo veel mensen niet vanzelfsprekend. Samen met de ChristenUnie hebben wij een initiatiefnota Aanpak antisemitisme ingediend. Ik ben erg blij dat wij hiervoor ook middelen vrij hebben kunnen maken. Collega Van der Graaf zal er denk ik later nog op ingaan.

Er is ook nog steeds extra aandacht nodig voor de veiligheid van de lhbt-gemeenschap. De minister heeft mij maanden geleden al een concrete uitwerking van het actieplan tegen lhbt-geweld beloofd. De acties ontbraken nogal in het actieplan en de minister zou erop terugkomen. Ik wil de minister vragen: waar blijven de acties?

In mei is een motie van de VVD aangenomen, met steun van bijna de hele Kamer overigens, om met een wetsvoorstel te komen om een einde te maken aan zogenaamde homogenezingen. Wat schetst mijn verbazing? We kregen onlangs een brief van de minister waarin staat dat hij eerst gaat uitzoeken en onderzoeken of dit wel nodig is. Volgens mij ligt er een duidelijke uitspraak van de Kamer dat dit nodig is. Dat het nodig is te verankeren dat in ons land iedereen in vrijheid zichzelf moet kunnen zijn en mag houden van wie hij of zij wil. Dus ik wil graag van de minister weten wanneer hij deze motie gaat uitvoeren.

Dan kom ik bij de aanpak van terrorisme. Wij hebben hierover onlangs een debat gevoerd en ik zal helaas hier en daar in herhaling vallen, maar ik kan niet heel veel anders.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik liep wat achter. Dat komt misschien omdat ik niet zo goed ben in rekenen. Dat is mijn handicap. De VVD stelt dat je met 10 miljoen de schade van alle mensen die nu voor de beveiliging worden weggetrokken, kunt repareren. Als ik de rekensom maak — en dan doe ik het royaal — kom ik uit op ongeveer 150 mensen. Ik weet dat alleen al in Rotterdam 500 mensen worden weggetrokken voor extra beveiligingstaken. Dat schrijft burgemeester Aboutaleb vandaag. Dan kan 10 miljoen — hoewel op zichzelf goed — toch nooit voldoende zijn?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Dat lijkt me een prima vraag voor het kabinet. Ik heb in mijn tekst gezegd dat ik dat hoop. Ik vraag natuurlijk ook hoe dat zo meteen zal uitwerken. Betekent dit dat al die agenten terug kunnen? Wellicht kunnen we eerst het antwoord van de minister afwachten, zodat we precies weten om hoeveel agenten het exact gaat en wat het betekent. Ik heb mijn hoop en wens uitgesproken.

De voorzitter:

En de vraag of de rekensom van mevrouw Kuiken wel klopt.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Voorzitter. De dreiging van terugkeer van jihadisten, mannen en vrouwen, is niet afgewend. Dus moet ik hier wederom aandacht vragen voor de slachtoffers van de gruweldaden van IS'ers die nu via alle media jammeren dat ze terug willen komen omdat hun droom van het kalifaat mislukt is. Dit zijn mensen die willens en wetens naar Syrië zijn afgereisd om zich in te zetten voor een strijd die gericht is op het vernietigen van alles waar wij hier in dit huis en daarbuiten met elkaar voor staan. We kennen inmiddels allemaal de verschrikkelijke verhalen over de moorden, de afslachtingen, aanslagen en systematische verkrachtingen. In het debat van vorige week begon ik met een citaat van een slachtoffer. Ik kan nu zeggen: hoe meer je hierover leest, hoe meer je met slachtoffers spreekt, des te meer je deze verhalen terug hoort en ziet in je nachtmerries. En ik heb het niet eens meegemaakt. Ik kan mij niet voorstellen hoe erg het moet zijn voor de mensen die deze wreedheden hebben meegemaakt of familie hebben in gebieden waar die nog begaan worden.

Dan kan ik er met mijn hoofd niet bij dat onze kranten vol staan met artikelen van wetenschappers, politici en opiniemaker die graag willen laten zien hoe zielig de jihadisten zijn, dus de daders van de gruweldaden. Geen ruimte voor medelijden aan mijn kant. Ik wil voorkomen dat deze oorlogsmisdadigers terugkeren naar ons land met alle risico's van dien. Wat de VVD betreft, zetten we alles op alles om te voorkomen dat zij terugkeren naar Nederland en ook naar de rest van het Schengengebied. Al hebben we verschillende wetten door de Kamer gekregen — denk aan de Wet intrekking Nederlanderschap in het belang van de sociale veiligheid en de strafbaarstelling van verblijf in terroristisch gebied — toch is hiermee niet zo maar geregeld dat we terugkeer voorkomen. Zo heeft de minister van Justitie en Veiligheid in de beantwoording van schriftelijke vragen van VVD en CDA van 22 juli aangegeven dat waar mogelijk het OM inzet op strafrechtelijke vervolging. Wanneer dat niet mogelijk of niet opportuun is, kan intrekking van het Nederlanderschap een maatregel zijn die in het belang van bescherming van de nationale veiligheid noodzakelijk is.

Voorzitter. Dit verbaast mij. We hebben namelijk in 2016 in de Kamer al een wet aangenomen die nadrukkelijk het tegenovergestelde stelt. We hebben met elkaar afgesproken dat het bezwaarlijk is om te wachten met intrekken van het Nederlanderschap totdat betrokkene is teruggekeerd naar ons land en strafrechtelijk is vervolgd en veroordeeld, juist vanwege de onmiddellijke bedreiging van de nationale veiligheid. Ik heb eerder gezegd graag te zien dat de minister zich niet verschuilt achter het OM dat meer belang hecht aan berechting in Nederland dan aan het intrekken van de Nederlandse nationaliteit. Dus ik stel hier nogmaals de vraag of de minister met een spoedwetswijziging wil komen om dit aan te passen.

Voorzitter. Er zijn meer manieren om ons veilig te houden en te voorkomen dat deze mensen hierheen komen. Wij willen graag dat onbekende uitreizigers met de Nederlandse nationaliteit die een consulaat bereiken, geen consulaire bijstand krijgen om terug te keren maar overgedragen worden aan de lokale autoriteiten. Immers, er is beleidsruimte om dit anders in te richten.

We hebben gisterenavond bericht ontvangen dat twee jihadisten naar Nederland zijn gekomen. Daar heb ik heel veel vragen over. Ik denk dat we daar ook nog over komen te spreken. We zullen ook schriftelijke vragen stellen. Nu zou ik graag het volgende willen weten. Er is een vrouw met één nationaliteit. Haar Nederlandse nationaliteit is ingetrokken. Ik heb begrepen dat zij alleen nog de Marokkaanse nationaliteit heeft. Wij gaan ervan uit dat deze vrouw zo snel mogelijk wordt uitgezet naar Marokko. Graag daar een reactie op. De andere vrouw heeft nog wel twee nationaliteiten. Ik krijg graag de bevestiging dat alles op alles wordt gezet om haar Nederlandse nationaliteit in te trekken. Ik wil ook graag weten wat daar verder mee gaat gebeuren.

Voorzitter. Voorkomen dat jihadisten terugkeren is maar één deel van het verhaal. Deze mensen moeten natuurlijk wel boeten voor hun gruwelijke daden, en wel daar waar ze hun walgelijke misdaden hebben begaan. U weet het, want ik heb dit de vorige keer ook gezegd: indien noodzakelijk, is de VVD bereid om enkele eerder door Nederland gestelde voorwaarden los te laten. Zo belangrijk vinden wij lokale berechting.

Ik heb het vermoeden dat ik hierop wordt geïnterrumpeerd, voorzitter.

De voorzitter:

Meneer Verhoeven.

De heer Verhoeven (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik heb de VVD hier de afgelopen tijd vaak over gehoord. En ik weet ook wel wat de VVD níét wil. De VVD wil namelijk niet dat die mensen, die IS-strijder die verschrikkelijke daden hebben gepleegd, naar Nederland komen. Dat is helder. Dan wordt door de VVD gezegd: ja, lokaal berechten of via een tribunaal, is de oplossing. Maar de VVD weet ook dat dat in het echt, in de praktijk niet gebeurt. Dat betekent dus dat het alternatief dat de VVD biedt, niet bestaat. Dat betekent weer dat die mensen, die IS-strijders, als ze daar uit die kampen kunnen ontsnappen — wat ook gebeurd is — daar gaan rondlopen en ze dus op een ongecontroleerde manier terug kunnen keren naar de plek waar ze vandaan komen, dus ook naar Nederland. Daar hoor ik de VVD nooit duidelijk over praten. Dus ik wil van mevrouw Yeşilgöz graag horen wat nou de VVD-oplossing is, wetende dat er geen lokale berechting gaat plaatsvinden. Dus laat ze stoppen met verstoppertje spelen en laat ze daar ook eerlijk over zijn.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Ten eerste is het pure onzin dat die lokale berechting niet plaats zal vinden. Op dit moment is het kabinet nog steeds in gesprek met andere Europese landen, die er net zo veel belang bij hebben als wij. Of eigenlijk hebben zij er nog meer belang bij, want daar heeft men te maken met duizenden uitreizigers. Het kabinet is nog steeds in gesprek met Europese landen en de Irakezen om te kijken hoe het wél kan. De Irakezen geven aan: wij willen best met jou het gesprek aangaan, maar dan moet jij respect hebben voor ons eigen rechtssysteem. Dat geef ik hier aan. Wij hebben heel lang geprobeerd om de Irakezen ervan te overtuigen dat ze het systeem van de doodstraf loslaten. Wat de VVD betreft blijven we dat nog steeds doen. Maar ik vind lokale berechting zó belangrijk dat op het moment dat de Irakezen weigeren dat te doen, daar alsnog het gesprek over zou moeten gaan. Bij D66 zegt men: ik vind mijn eigen wereld waar ik in geloof veel belangrijker, dus laat die lui maar hiernaartoe komen en vervolgens kijken we wel of we ze hier kunnen berechten. Na in het gunstigste geval een paar jaar gevangenisstraf kunnen ze hier dan vrij rondlopen. Daar kan ik niet bij.

En voorzitter, ik wil er nog iets aan toevoegen. Ik kreeg hier de vraag: wat doet de VVD dan nou precies? Nou, wij hebben hier talloze wetten en moties neergelegd, waar D66 overigens continu tegen was.

De heer Verhoeven (D66):

Zeker.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Met die wetten en moties wilden wij voorkomen dat ze terugkeren. En we wilden ermee bewerkstelligen dat als ze al terugkeren, we ze hier harder kunnen aanpakken. Neem de Wet intrekken Nederlanderschap in het belang van nationale veiligheid. Neem de motie over het strafbaar stellen van vrijwillig verblijf op terroristisch grondgebied. Neem de motie over het in detentie nemen van terugkeerders. Of neem de motie over het inventariseren van bestaande mogelijkheden van voorlopige hechtenis voor terugkeerders. Ik kan nog wel even doorgaan totdat u boos wordt, voorzitter. Dit zijn allerlei wetten en moties waarover D66 zegt: ehh, doe maar niet. En daarna hier een beetje vragen lopen stellen? Maar wat doet de VVD dan? Stem eens een keer mee dan!

De voorzitter:

Meneer Verhoeven.

De heer Verhoeven (D66):

Ik heb maar zes interrupties, en die moet ik delen met mijn collega Groothuizen. Dus ik laat me niet verleiden om nu een tweede interruptie te plaatsen. Maar ik kom straks nog met een ander punt bij mevrouw Yeşilgöz. En ik zal desgevraagd ook zeer graag toelichten waarom wij niet met allerlei anti-rechtsstatelijke voorstellen van de VVD hebben ingestemd.

De voorzitter:

Oké. Dan telt dit ook mee als een tweede interruptie.

De heer Verhoeven (D66):

Nee, nee, nee.

De voorzitter:

Ja, ja, ja.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Nou, voorzitter, én het telt mee, én het was gewoon een heel gênante reactie. Laten we eerlijk zijn. Ik krijg hier de concrete vraag: wat doet de VVD dan? Mijn lijst is nog veel langer dan wat ik hier heb kunnen opnoemen. We zitten hier nog wel even vandaag, dus ik wil de lijst best helemaal opnoemen. Daarop staan allerlei wetten en moties. D66 zegt daarover: nou, we gaan er eens over filosoferen, maar we zijn ertegen. En vervolgens zitten we nu met de situatie dat we die mensen hier niet willen hebben, dat we ze daar willen berechten en dat dat aan alle kanten wordt tegengewerkt en tegengehouden door partijen die ... Voorzitter, u kent mijn mening over D66. Enerzijds, anderzijds, kom we nemen nog een cappuccino en we kijken er nog eens naar. Ondertussen staan hier wel heel gevaarlijke situaties voor de deur.

De voorzitter:

De heer Verhoeven loopt de zaal uit. Hij gaat inderdaad een cappuccino nemen.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Uiteraard, dat is de beste oplossing om Nederlanders veilig te houden.

De voorzitter:

Meneer De Graaf.

De heer De Graaf (PVV):

Wat is het gezellig onderling tussen de coalitiefracties.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

We staan hier niet voor gezelligheid, maar we staan hier om Nederlanders veilig te houden. Dat is wat ik hier aan het doen ben.

De heer De Graaf (PVV):

Nou, daar wou ik net op ingaan.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Fijn.

De heer De Graaf (PVV):

Fijn, ja. Nou zeg, ik wist niet dat ik zó hard geprikt had.

Dit is nog steeds geen vraag, voorzitter.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Nóg niet.

De heer De Graaf (PVV):

De eerste vraag ga ik nu stellen. Laat ik de VVD een beetje helpen. Mevrouw Yeşilgöz bezigt harde woorden. Het is een soort "PVV second best". Maar de oplossing die de VVD lijkt te willen, is een oplossing waarbij internationale verdragen moeten worden opgezegd en waarbij de grenzen worden gesloten, want dan kunnen we Nederland veilig houden. Eigenlijk is er geen ander begin van die oplossing mogelijk. Mijn vraag aan mevrouw Yeşilgöz is: is mevrouw Yeşilgöz, is de VVD, bereid om aan die oplossing mee te werken? Omdat ik het bij één interruptie moet houden, zeg ik alvast als conclusie: mocht dat nou niet zo zijn of mocht dat nou niet lukken binnen het kabinet, dan hebben we weer te maken met de januskop van de VVD.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

We hebben het hier twee weken geleden uitvoerig over gehad tijdens het debat over hoe we voorkomen dat jihadisten terugkeren. Gelukkig is het op dit moment in het Schengengebied heel duidelijk wie de erkende uitreizigers zijn. Hun paspoorten zijn gesignaleerd en er wordt alles aan gedaan om te voorkomen dat deze mensen zomaar het Schengengebied in kunnen komen. Dus er is zelfs invulling gegeven aan de betekenis van de vraag hoe we ervoor zorgen dat onze grenzen beveiligd zijn. Dat gebeurt en daar is het kabinet leidend in. Het is daarover in gesprek met alle Schengenlanden. En waarom is dat zo belangrijk? Omdat — en daarin heeft de PVV natuurlijk een punt — er landen om ons heen zijn die niet eens degelijke antiterrorismewetgeving hebben, maar die wel te maken hebben met tientallen honderden of duizenden uitreizigers. Juist daarom is dit punt zo belangrijk en wordt het al gedaan. Ik kom met concrete moties over hoe we dit nog beter kunnen vormgeven. Ik geloof dat ik de steun van de PVV al heb, dus dat is één.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Voorzitter, ik ga afronden. Om te voorkomen dat jihadisten via de asielstroom proberen om alsnog ons land te bereiken — dat had zomaar een volgende interruptie kunnen zijn — moeten wij grip houden op wie ons land binnenkomt. Voorzitter, daarover geef ik heel graag het woord aan mijn collega Bente Becker. O, het was zo'n mooie overgang, maar ja ...

De voorzitter:

Ja, en ik dacht dat ik het woord aan mevrouw Becker zou geven. Eerst de heer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):

Sorry dat ik de mooie overgang van mevrouw Yeşilgöz verpruts, maar ik heb nog wat vragen. De VVD zegt: we moeten criminelen streng aanpakken en wetgeving mag criminelen niet helpen. Daar ben ik het mee eens, maar ik zou daar iets aan willen toevoegen: ontbrekende wetgeving mag criminelen ook niet helpen, en dat doet u nu wel. Ik wil weten hoe de VVD daarover oordeelt. Ik heb één specifiek voorbeeld waar ik het dadelijk ook in mijn bijdrage over wil hebben: hondengevechten. Er zijn vorige maand een aantal mensen veroordeeld voor het organiseren van hondengevechten. Die bende is al in 2016 opgerold en is nu veroordeeld. Maar meteen nadat ze zijn opgerold, hebben de organisatoren nieuwe honden gekocht, omdat er nog geen houdverbod is. Dat zit nu al anderhalf jaar in de pijplijn, maar er gebeurt maar niks. Is de VVD het met mij eens dat dat er echt snel moet komen om dit soort mensen niet in de kaart te spelen?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Deze zag ik niet helemaal aankomen. Ik ben een enorm groot liefhebber van honden en van het verzorgen van honden. Ik zie het voorstel van de Partij voor de Dieren graag tegemoet, zodat ik mij kan verdiepen in wat het voorstel nou exact inhoudt en waarom het blijkbaar al zo lang stilligt. Dat weet ik gewoon niet.

De voorzitter:

Oké. De heer Wassenberg.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Maar de liefde voor dieren delen we!

De heer Wassenberg (PvdD):

Maar daar gaat het niet om. Het gaat nu om hondengevechten. Is de VVD het met mij eens dat het ontbreken van wetgeving criminelen ook niet in de kaart mag spelen?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Met dat laatste deel van die stelling ben ik het natuurlijk eens. Het gaat erom dat onze regels en wetgeving ons, de mensen op straat die er elke dag het beste van maken, moeten dienen. Zij moeten er profijt van hebben en zij moeten beschermd worden. We moeten niet criminelen beschermen, zoals ik al zei. Als de Partij voor de Dieren zegt "we hebben hier iets waarbij duidelijk is dat criminelen juist worden geholpen door het ontbreken van wetgeving", dan kijken we daar samen naar. Maar als u mij vraagt hoe het nu specifiek met dit voorbeeld zit, dan moet ik me daar even in verdiepen. Gelukkig hebben we nog twee dagen.

De voorzitter:

Dat is goed. Mevrouw Helder.

Mevrouw Helder (PVV):

Collega Yeşilgöz verweerde zich tegen de terechte interrupties van mijn collega's door te zeggen: wij nemen verantwoordelijkheid. Maar verantwoordelijkheid nemen betekent ook je rug recht houden. Dat betekent ook je rug recht houden daar waar het Brussel aangaat. Toen wij het Catshuis zijn uitgejaagd, wilde premier Rutte zo graag zo snel dat partijtje van ons decimeren, dat hij boog naar Brussel en maar liefst 50 miljard bezuinigde, waarvan 500 miljoen bij de politie terechtkwam. Dat gat repareer je niet. Dat kost jaren, als het al lukt. Bij die brokstukken staan we nu. Ik heb het hele betoog afgewacht en ik hoor dat mevrouw Yeşilgöz wel meer taken wil, namelijk de patseraanpak en de drugsbaronnenaanpak, of ze nou in het binnenland of het buitenland zitten. Maar de kern is dat je daar de politie voor nodig hebt. Mevrouw Yeşilgöz wil zo graag verantwoordelijkheid nemen. Dit is haar kans. Welke taken gaan er dan nu bij de politie van af om haar voorstellen te kunnen realiseren?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Volgens mij is niemand ergens uitgejaagd. Ik vind het calimerogedrag ook niet heel erg passen bij de VVV.

De heer Verhoeven (D66):

Dat is de fusiepartij van de PVV en de VVD.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Het gaat juist over je verantwoordelijkheid nemen en over de vraag of je bereid bent om moeilijke beslissingen te nemen. Ik laat dat voor rekening van zowel D66 als de PVV. Ik denk dat mevrouw Helder ook doelt op bijvoorbeeld de brief die we van burgemeester Aboutaleb hebben gehad. Die vond ik zelf althans heftig. De burgemeester geeft daarin aan dat hij vastloopt en dat hij sommige taken niet meer door de politie kan laten uitvoeren. Ik weet zeker dat de minister daar zo op in zal gaan. Gelukkig wordt er nu extra geld vrijgemaakt. Ik ben het meteen met mevrouw Helder eens als we zeggen: het moet meer en het moet nog beter. Ik kom daarvoor ook met suggesties, maar er wordt wel geld vrijgemaakt. Laten we niet doen alsof dat niet zo is.

Mevrouw Helder (PVV):

Over calimerogedrag gesproken: dit is gewoon keihard ontwijken van de vraag. Ik heb het niet over incidentele bedragen. Daar zit de kern van het probleem: het gaat om structureel geld. Je kan geen man aannemen voor een incidentele fooi. Mevrouw Yeşilgöz wil een patseraanpak. Mag dat dan ook maar een één jaartje duren? Ja, dan kom je met die 10 miljoen in een stad als Rotterdam misschien wel uit. Maar zo werkt het niet. We hebben gisteren ook de burgemeester van Enschede gezien. Iedereen krijgt die beelden en iedereen krijgt die brieven. Hij zei dat het gewoon het verdelen van schaarste is. Hij was het al bijna moe.

Over calimerogedrag gesproken. Mevrouw Yeşilgöz moet zelf een keer aan de minister voorstellen: wij willen heel graag de patseraanpak; dan moet er iets minder naar noem maar welk onderwerp. Want de agent op straat heeft hier helemaal niets aan.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Het idee om de patseraanpak landelijk uit te rollen, komt juist vanuit mijn gesprekken met agenten op straat. Zij zeggen: ik zie dingen gebeuren en daar kan ik niet op reageren; ik heb die bevoegdheden, instrumenten en mogelijkheden juist nodig. Maar dat terzijde.

Mevrouw Helder zegt al heel lang — dat moet ik haar nagegeven — dat er structurele middelen nodig zijn, want aanpak van ondermijning en aanpak van criminaliteit zijn een zaak van de lange adem. Dat ben ik met haar eens. Ik heb al eerder gezegd dat ik blij ben dat er nu in ieder geval incidenteel geld is vrijgemaakt. De minister heeft ervoor geknokt om dat vrij te maken. Ik hoop ook dat er in de volgende ronde langeretermijnbedragen aan gekoppeld worden. Mevrouw Helder vraagt daar al heel lang om. Ze heeft daar gewoon een punt.

De heer Verhoeven (D66):

Enerzijds had ik natuurlijk een lekkere cappuccino, maar anderzijds wil ik mevrouw Yeşilgöz toch een vraag stellen. Die gaat niet over het vorige onderwerp, maar over gezichtsherkenning. We hebben vandaag, of gisteravond, een nogal genuanceerde en weloverwogen brief van het kabinet gekregen. Ik was daar heel blij mee; ik zal straks in mijn eigen inbreng ook nog iets over gezichtsherkenning zeggen. Maar ik las gisteren een commentaar van de VVD, dat eigenlijk was zoals ik de VVD ken: oogkleppen op en doordenderen maar; niet te veel nadenken, gewoon gaan. Daarin stond dat we geen enkel kader of geen beperking aan gezichtsherkenning hoeven te stellen, want dan kunnen we misschien wat meer boeven vangen, even los van alle rechtsstatelijke problemen op het gebied van privacy en eventuele discriminatie, omdat de technologie nog niet zover is. Ik wil van mevrouw Yeşilgöz weten: waar staat de VVD met betrekking tot het beperken van gezichtsherkenning met het oog op burgerrechten?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Zo ken ik de heer Verhoeven weer. Ik denk dat hij het eerste deel van de VVD-reactie even over het hoofd heeft gezien. Dat zou zomaar kunnen. Wij hebben gezegd dat er natuurlijk goede regelgeving moet zijn, zoals wij in Nederland gewend zijn en zoals we die al hebben voor bijvoorbeeld andere vormen van cameratoezicht. Het gaat altijd over de vragen of we de juiste personen beschermen en of we inzetten op de aanpak van de foute typetjes, zoals ik het even heel simpel zeg. Waar de VVD zich absoluut niet in herkent, is dat D66 hier graag een beeld wil schetsen dat we te maken hebben met Chinese taferelen, waarbij de overheid precies kan volgen wat u gisteren heeft gegeten, wat u vandaag gaat kopen en noem maar op. Om dan te zeggen: ho, stop, dat kunnen we hier allemaal niet toestaan. Onze regels zullen ervoor zorgen dat we dat voorkomen, maar ik vind het prima als er nog eens naar gekeken wordt. Feit is wel dat als we er nu een rem op gooien — zo heb ik het voorstel van D66, gesteund door het CDA, gelezen — het betekent dat je vervolgens wederom je handen op je rug bindt als het gaat om het aanpakken van terroristen, van lui die we niet in het Schengengebied willen en van drugsbaronnen. Sorry, maar daar zal de VVD nooit in meegaan.

De voorzitter:

De heer Azarkan, uw laatste vraag.

De heer Azarkan (DENK):

De vijfde hè?

De voorzitter:

Nee hoor, gaat u verder.

De heer Azarkan (DENK):

Dank u wel, voorzitter. Vlak voordat de interrupties aan het einde van het betoog begonnen, werd er iets gezegd over migratie. Nou hoorde ik mevrouw Yeşilgöz-Zegerius bij WNL — dat is een wat rechts georiënteerde omroep, waar van alles beweerd wordt — beweren dat asielzoekerscentra en de opvang vol zitten met vluchtelingen uit veilige landen en met name uit Marokko. Hoe komt ze daarbij?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Daar zie je meteen het verschil tussen DENK en de VVD. Dat zijn geen vluchtelingen. Dat zijn mensen die uit zogenaamde veilige landen hiernaartoe komen, die zeggen dat ze vluchteling zijn en vervolgens uitgeprocedeerde illegalen worden omdat ze afkomstig zijn uit veilige landen waar je niet uit vlucht. Ze hebben hier zo weinig te verliezen dat ze hier voor criminaliteit zorgen. Het is ontzettend moeilijk om ze aan te pakken. Mijn collega Bente Becker zal daar straks nog op ingaan. Dat is een groot probleem en dat gaan wij niet bagatelliseren.

De heer Azarkan (DENK):

Dat klinkt heel goed, maar het klinkt ook een beetje als kakelkippolitiek, om het zo te karakteriseren. Mijn vraag was helder: waarom zegt mevrouw Yeşilgöz-Zegerius dat het hier gaat om vluchtelingencentra die vol zitten met mensen uit Marokko? Als ik naar de cijfers kijk, zie ik dat 4% uit Marokko komt. Toch doet zij het beeld oprijzen dat heel veel mensen uit veilige landen komen, waardoor er minder draagvlak is voor asielzoekers. Het gaat namelijk om mensen uit Syrië, uit Iran, uit Nigeria. Waarom geeft zij een verkeerde voorstelling van zaken? Het klinkt allemaal heel stoer — heel stoer taalgebruik: we gaan dit en we zijn dit en we zijn zus — maar waarom niet gewoon naar de feiten kijken? Waarom een verkeerde voorstelling van zaken geven?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):

Laten we inderdaad naar de feiten kijken. Ik wil de heer Azarkan uitnodigen om eens mee te gaan naar Amsterdam om dan met slachtoffers te spreken van deze zogenaamde veiligelanders die verantwoordelijk zijn voor ongelofelijk veel criminaliteit. Ga mee naar de Amsterdamse politie. Die zegt ik weet niet hoeveel capaciteit hieraan kwijt te zijn, hoewel ze drugsbaronnen wil vangen en wil opkomen voor Nederlanders die haar nodig hebben. Dit zijn mensen die hiernaartoe komen en misbruik maken van onze voorzieningen die zijn bedoeld voor erkende vluchtelingen die ons nodig hebben vanwege de gruweldaden waar ik het zojuist over had. Maar dit zijn mensen die misbruik maken van het systeem. Ik vind het schokkend dat een partij als DENK zegt: daar ga ik eens voor opkomen, dat is een goed punt.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Yeşilgöz. Nee, meneer Azarkan. We hebben afspraken gemaakt over het aantal interrupties. U bent er allang over heen. Ik geef mevrouw Becker het woord namens de VVD.

Mevrouw Becker (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin aan mijn betoog, merk ik op dat volgens mij de juiste cijfers zijn dat inmiddels 70% tot 80% van de asielinstroom uiteindelijk om mensen gaat die geen recht hebben op asiel. Dat nog even in de richting van de heer Azarkan.

Voorzitter. Ondanks een afgenomen instroom in Europa neemt de asielinstroom in Nederland weer toe. Ik zei het zojuist al: maar liefst 70% van die instroom in Nederland blijkt uiteindelijk geen recht op asiel te hebben. Gisteren nog in het nieuws: een touringcar vol Moldaviërs komt naar ons land. Ik vraag me dan meteen af of in de omgeving van Ter Apel, waar ze dan naartoe worden gebracht, actief wordt gerechercheerd op voertuigen die daar mensen komen brengen. Ik heb begrepen dit in het geval van een touringcar de chauffeur wordt aangehouden, maar zou het niet eigenlijk standaardbeleid moeten zijn om alle voertuigen die mensen komen brengen in de gaten te houden, de herkomst te herleiden en meteen dit soort vormen van mensensmokkel te kunnen oprollen? Dat is alvast een kleine vraag naar aanleiding van dit actuele nieuws.

Voorzitter. Wat toont dit nu eigenlijk aan? Dat ons asielsysteem verouderd is. Er is een te groot aantal veiligelanders dat hierheen komt zonder recht te hebben op asiel. Te weinig van hen kunnen we ook echt terugsturen naar het land van herkomst. Dat kan zelfs niet als ze overlast veroorzaken. En nee, te vaak ook niet als ze crimineel gedrag vertonen. In Amsterdam, in Ter Apel, in Harderwijk en op andere plekken in het land heeft de politie inmiddels de handen vol. Als je dan leest dat het kabinet op zoek moet gaan naar nieuwe opvangplekken door een toegenomen instroom — ik weet dat er ook andere redenen zijn — is dat op zijn zachtst gezegd frustrerend. Daarom pleit de VVD al jaren voor een totaal nieuw stelsel waarbij mensen niet hier, maar in de regio opvang kunnen krijgen. Want als hier geen loket is, is er ook geen aanzuigende werking voor mensen die misbruik willen maken van onze gastvrijheid. En we verkleinen de kans dat ongewenste misdadigers, zoals IS-strijders, via de asielinstroom ons land kunnen bereiken. Bovendien kunnen mensen die wel recht hebben op asiel dan de beste vorm van hulp dicht bij huis krijgen en optioneel op uitnodiging naar Europa komen om de regio te ontlasten. Hopelijk brengt het onderzoeken van het verouderde VN-Vluchtelingenverdrag ons hierin een stap dichterbij. Het kabinet is daar op dit moment mee bezig; ik geloof dat de heer Donner dat aan het onderzoeken is. Maar we moeten ook reëel zijn: zover is het nu nog niet. Dat wensbeeld van de VVD is nog geen werkelijkheid. Wat moeten we in de tussentijd gaan doen wat de VVD betreft?

De heer Groothuizen (D66):

Dat wensbeeld van de VVD is inderdaad nog geen werkelijkheid. Dat geldt denk ik wel voor meer wensbeelden van de VVD die vandaag voorbijkomen. Wat heeft de VVD ervoor over om dit wensbeeld werkelijkheid te maken? Toen we een jaar geleden met de Kamercommissie in Tunesië waren, stelden we de vraag: goh, wat voelt u ervoor om een migratieovereenkomst met ons te sluiten? Toen werden we zo ongeveer de zaal uit gelachen omdat ze zeiden: we gaan echt niet jullie probleem oplossen, en zeker niet gratis. Mijn concrete vraag aan mevrouw Becker is wat zij ervoor over heeft om dit daadwerkelijk te gaan regelen. Hoeveel miljard trekt u daarvoor uit?

Mevrouw Becker (VVD):

Ik kom zo meteen uitgebreid op onze visie op het sluiten van migratieovereenkomsten. Ik denk dat het kabinet daarbij verschillende middelen zou moeten inzetten, ook volgens het principe van "more for more en less for less". Dat betekent: wat heb je een land te bieden? Maar ook: hoe kun je een land een spiegel voorhouden als het bijvoorbeeld gaat om het verstrekken van visa en het geven van hulp? Daar moeten we misschien ook mee stoppen als landen niet bereid zijn om met ons samen te werken.

De voorzitter:

Gaat u verder.

Mevrouw Becker (VVD):

Voorzitter. Wat moeten we wat de VVD betreft in de tussentijd doen? Dat is ten eerste zorgen dat de procedures sneller gaan en dat ze geen ijdele hoop aan het eind bieden. Daarom is het goed dat we het kinderpardon hebben afgeschaft en de discretionaire bevoegdheid hebben geschrapt. Dat komt voor een deel al tegemoet aan de aanbevelingen van de commissie-Van Zwol. Er mag geen hoop zijn dat traineren effect oplevert. Datzelfde geldt voor liegen. In dat kader heb ik wel de vraag wat de staatssecretaris kan doen tegen wat we recent in het nieuws zagen over een groep minderjarige Chinezen. Zij hebben volgens Reporter in het verleden een jongere leeftijd en soms ook een valse naam opgegeven om in aanmerking te komen voor het generaal pardon. Zij komen nu weer bij gemeenten en willen dan een nieuwe naam doorgeven om zo ook in aanmerking te kunnen komen voor bijvoorbeeld gezinshereniging. Kan de staatssecretaris ervoor zorgen dat dit soort identiteitsfraude niet verjaart, zodat er altijd strafrechtelijke vervolging kan plaatsvinden? Kan zij in ieder geval voorkomen dat deze mensen ooit het Nederlanderschap krijgen? Kan zij daarover ook contact hebben met de gemeenten waar deze mensen op dit moment aan de balie verschijnen?

Voorzitter. Asielzoekers moeten snel weten waar ze aan toe zijn, zodat ze snel ... Ik zie trouwens dat ik nog zes minuten spreektijd heb, voorzitter, maar ik neem aan dat dit niet klopt. O, oké, ik heb nog meer. Dan ga ik weer rustig praten.

Asielzoekers moeten snel weten waar zij aan toe zijn zodat zij snel aan de slag kunnen met taal en werk als zij daadwerkelijk recht hebben op asiel, maar zodat zij ook snel kunnen vertrekken als dat niet het geval is. Het is daarom goed dat dit kabinet extra geld heeft vrijgemaakt voor de IND, maar ook dat de staatssecretaris de processen bij de IND nu nog scherper gaat bekijken. Die doorlooptijden moeten versneld worden, maar het moet ook zorgvuldig. Eerder maakten wij ons zorgen dat de IND vanwege de werkdruk vergunningen van criminele statushouders niet zou hebben ingetrokken terwijl dat wel had gekund. Als dat zo zou zijn, zou dat onacceptabel zijn. We moeten de garantie hebben dat zoiets nooit aan de orde zal zijn onder druk van doorlooptijden. Wat de VVD betreft gaan de cijfers van het aantal ingetrokken vergunningen van criminele vreemdelingen omhoog. Dit is niet voor niets verruimd onder staatssecretaris Dijkhoff zodat we het sneller kunnen doen, en het moet dan ook daadwerkelijk gebeuren. Kan de staatssecretaris de mogelijke juridische belemmeringen waar de commissie-De Leeuw over schrijft, in kaart brengen en uit de weg ruimen?

Ook moeten wij er zeker van kunnen zijn dat vergunningsaanvragen voor onbepaalde tijd scherp worden beoordeeld, ondanks werkdruk en ondanks tijdsdruk. Mocht Syrië in 2020 nog niet veilig genoeg zijn volgens het nieuwe ambtsbericht, dan wil de VVD de garantie dat er dan zeer zorgvuldig naar de dossiers wordt gekeken van Syriërs die een permanente verblijfsvergunning vragen: gelden de vergunningsvoorwaarden dan nog, wordt voldaan aan de inburgeringseisen? Kan de staatssecretaris die zorgvuldigheid van de IND toezeggen en ook meenemen in haar onderzoek? Zo makkelijk als de vergunningen destijds zijn verleend, zo zorgvuldig moeten de verlengingsaanvragen of aanvragen voor onbepaalde tijd worden beoordeeld. Dit betekent ook opnieuw in alle zaken de identiteit en nationaliteit controleren.

Ook wacht de VVD met smart op de resultaten van de herbeoordeling van alle Syrische dossiers, zoals is toegezegd. Is de planning nog steeds voorjaar 2020? Kan de staatssecretaris garanderen dat de resultaten bekend zijn voordat de verlengingsaanvragen worden ingediend?

Dan het tweede ding dat wat de VVD betreft in de tussentijd moeten gebeuren tot we bij dat eindbeeld zijn. We moeten ervoor zorgen dat wij overlast gevende en criminele asielzoekers veel harder kunnen aanpakken. De vorige staatssecretaris heeft daarvoor een stevig plan gepresenteerd en ik heb ook van deze staatssecretaris begrepen dat zij de grenzen wil gaan opzoeken van wat hier mogelijk is. Ik wil haar vragen of de migratieketen op dit moment wel genoeg informatie kan benutten van de justitieketen. Als ik bijvoorbeeld de burgemeester van Amsterdam hoor zeggen dat bij criminelen niet geregistreerd mag worden of zij asielzoeker zijn, hoe kunnen wij dan de specifieke aanpak van een top zoveel, van ketenmariniers, van het sneller vastzetten en uitzetten, op hen loslaten als we niet eens zouden weten wie het zijn? Hoe kunnen wij dan maximaal de mogelijkheden benutten om op basis van crimineel gedrag een verblijfsvergunning te weigeren of in te trekken? Signaleert Justitie voldoende richting de IND? Ook de Inspectie JenV heeft gezegd dat de uitwisseling tussen de twee ketens meer aandacht verdient. Dit lijkt mij bij uitstek een vraag voor vandaag nu wij alle bewindspersonen aan tafel hebben. Kan de Kamer meer inzicht krijgen in dat proces?

Kan de staatssecretaris zich maximaal inspannen om overlast gevende criminele en asociale asielzoekers ook apart te blijven opvangen? De VVD heeft eerder een motie ingediend voor een aparte, strenge en sobere opvang. Wil de staatssecretaris de druk opvoeren richting gemeenten met wie zij in gesprek is, om hiervoor een locatie te kunnen bieden? Ik denk dan met name aan gemeenten die nu wel geld krijgen en graag ontvangen voor de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers in een LVV, maar tegelijkertijd zeggen niet langer opvang te willen bieden aan deze lastige categorie.

Een derde dat moet gebeuren, is vertrek daadwerkelijk realiseren. Daar hebben wij het ook al heel vaak over gehad in deze Kamer. Voor terugkeer is dan wel nodig dat landen van herkomst meewerken. Ik waardeer het enorm dat de staatssecretaris een terugkeerbrief aan de Kamer heeft gestuurd, ook naar aanleiding van al onze vragen, en dat zij een aantal zaken aankondigt die zij wil doen om terugkeer te bevorderen, bijvoorbeeld een kortere aankondiging tevoren richting asielzoekers dat zij moeten vertrekken en sneller de herhaalde aanvraag afdoen. Dat is goed, maar wat echt nodig is, is dat die landen van herkomst gaan meewerken. Ik zei zojuist al dat het kabinet more for more and less for less hier niet mag schuwen; dus dat ontwikkelingsgelden en visa ook worden ingezet om de doelen te bereiken.

Dat vraagt ook wat van andere ministers, dat realiseer ik mij heel goed. Bijvoorbeeld van minister Kaag, want een aantal zinnen in het regeerakkoord slaat echt op haar terrein. Maar voor zover ons bekend heeft het kabinet het middel van more for more, less for less eigenlijk nooit ingezet. Dus vraag ik wanneer de Kamer de concrete resultaten op dit vlak nu eindelijk tegemoet kan zien en wat de planning van het kabinet is om dit echt te gaan bereiken.

Over vertrek gesproken, er zijn nog steeds grote zorgen over de vraag hoe het loopt met pilot landelijke vreemdelingenvoorziening.

De voorzitter:

Wacht u heel even tot ik uw naam noem, meneer Groothuizen.

De heer Groothuizen (D66):

Dank u wel, voorzitter. Ik ben zo benieuwd dat ik bijna de orde van de vergadering vergat, voorzitter. Daarvoor excuus.

Dit was volgens mij het antwoord dat mevrouw Becker mij had beloofd, maar volgens mij is dat geen antwoord op de vraag. Die vraag is heel simpel: hoeveel geld heeft de VVD ervoor over om die migratieovereenkomsten tot stand te brengen? Want dit kan niet gratis. Als je vind dat het zo belangrijk is, dan moet je ook gewoon zeggen: we maken hier onze topprioriteit van en we stoppen hier 1, 2, 3 miljard in. Hoeveel heeft u er nou voor over?

Mevrouw Becker (VVD):

Nou, daar kan ik een heel simpel antwoord op geven: daar hebben we veel voor over en dat hebben we ook gedaan. In het regeerakkoord hebben we afgesproken dat we bepaalde landen waar de druk hoog is gaan helpen door een deel van het ontwikkelingsgeld ook beschikbaar te stellen voor opvang in de regio. Maar wij doen niet alleen dat. Wij zorgen er bijvoorbeeld ook voor dat de mogelijkheden voor handel met Europa voor een land als Tunesië, maar ook voor andere landen waar de druk hoog is, worden verbeterd en we gaan helpen om de grondoorzaken daar aan te pakken. Nou, dat is de hele behandeling van de begroting van BHOS, die hier nog gaat plaatsvinden. Met dank aan de VVD zit daarin voor dit soort doelen een enorme verschuiving van middelen, van honderden miljoenen, juist om ervoor te zorgen dat deze landen ontlast worden en een positieve agenda krijgen vanuit Nederland: hulp voor onderwijs, hulp voor scholing. We hebben er dus heel veel voor over, maar ik wil ook de andere kant van de medaille belichten. We moeten op een gegeven moment ook tegen landen die niet meewerken met het terugnemen van uitgeprocedeerde onderdanen durven zeggen: het is niet alleen maar logisch dat je geld krijgt. Ik noem bijvoorbeeld een land als Mali, dat honderden miljoenen aan ontwikkelingsgeld krijgt, maar nooit een uitgeprocedeerde onderdaan terugneemt. Het is niet logisch dat we daarmee door blijven gaan. Misschien moeten we die ontwikkelingshulp stopzetten. En dat is wat ik hier vandaag neerleg.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Groothuizen.

De heer Groothuizen (D66):

Ja, tot slot. Mevrouw Becker verwijst naar de middelen die we inderdaad in het regeerakkoord hebben vrijgemaakt om te investeren in de regio, maar dat is niet voldoende. Iedereen realiseert zich dat dit onvoldoende is. Nogmaals, de vaste Kamercommissie kreeg in Tunesië gewoon te horen: denkt u nou echt dat we uw probleem gaan oplossen als u niet flink de knip trekt? Ook mevrouw Becker is weer niet concreet. Het is een typisch voorbeeld: het is een topprioriteit voor de VVD, maar als het geld kost, doen we het niet.

Mevrouw Becker (VVD):

Ik kan herhalen wat ik zojuist heb gezegd, maar met het oog op de tijd zal ik dat niet doen.

De voorzitter:

Prima. De heer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Mevrouw Becker kan Mali noemen, maar we weten dat er van Mali heel weinig deze kant op komen. Het zijn natuurlijk vooral de Marokkanen, de veiligelanders, de Tunesiërs, de Algerijnen, die hier de asielprocedure komen verstoppen. Nu hebben we de Moldaviërs erbij gekregen. Wat gaat het stoppen van ontwikkelingssamenwerking of het dreigen met het stoppen van ontwikkelingssamenwerking nou helpen om die veiligelanders terug te krijgen? Want ik kan wel verklappen dat we aan die landen geen ontwikkelingssamenwerking geven.

Mevrouw Becker (VVD):

Nee, het gaat ook niet altijd om ontwikkelingssamenwerking. Bijvoorbeeld met Marokko zijn er ook andere vormen van samenwerking. Op het terrein van voertuigen financieren we voertuigen of stellen we die beschikbaar. Op het terrein van logistiek hebben we samenwerkingsprojecten waarin Nederland geld investeert. Mijn collega Koopmans heeft daar ook naar verwezen bij de begroting van BZ. Ook daar zou je naar moeten kijken als je met Marokko om tafel zit. Dit soort beperkingen oproepen en dus zeggen "stop er maar mee, doe het maar niet", is onacceptabel, want dan is het resultaat dat die mensen uit Marokko en Algerije hier gewoon blijven, overlast veroorzaken en alles ondermijnen waar de ChristenUnie hier voor pleit, namelijk opvang voor vluchtelingen die het echt nodig hebben.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Zo is het, maar dan is de vraag natuurlijk waar je terechtkomt op het moment dat je met dit soort zaken ... Dat hebben we in het verleden natuurlijk ook gedaan richting Marokko en ik geloof dat we er niet eens meer in komen om dit soort afspraken te maken. Vindt mevrouw Becker niet ook dat het veel verstandiger is om te kijken wat we gezamenlijk met Duitsland kunnen doen, dat met hetzelfde probleem te maken heeft, en met Spanje? Daarvoor moet we natuurlijk veel meer een "coalition of the willing" gaan vormen, want op Europees niveau komen we er blijkbaar niet uit. Vindt mevrouw Becker dat we veel meer gezamenlijk moeten gaan optrekken om dan druk op Marokko, Algerije en Tunesië uit te oefenen?

Mevrouw Becker (VVD):

Ik vind dat je en-en moet doen, en volgens mij wil de staatssecretaris dat ook doen. Zij schrijft dat ze veel meer met andere landen wil optrekken. Dat vind ik heel goed. Zij moet hier in Europa voortdurend druk op zetten, zodat we druk gaan zetten op Marokko. Maar we moeten ook niet over het hoofd zien dat we in het regeerakkoord hebben afgesproken dat we ook bilaterale overeenkomsten moeten gaan sluiten. Laten we ook kijken hoe we kunnen leren van sommige andere landen waar dat wel lukt met een Marokko, zodat Nederland dat ook kan doen. Ik zeg nog tegen de heer Voordewind: het gaat niet alleen om geld. In het afgelopen debat spraken we erover. Ik geloof dat de SP daar ook naar gevraagd heeft. Je kunt er bijvoorbeeld ook het verstrekken van visa bij betrekken en voor hooggeplaatste personen uit landen die niet meewerken geen visa meer verstrekken. We moeten die stokken achter de deur hanteren. Anders is de afspraak in het regeerakkoord more for more en less for less niks waard, want dan doen we alleen maar more en nooit less.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Ik denk toch wel een beetje dat de VVD soms begint met de nucleaire optie. Ik hoor het de voorganger van deze staatssecretaris nog zeggen: hoe harder we beuken op Marokko, hoe minder samenwerking er zal zijn, met name op terrorisme. Dus is het niet een beetje te makkelijk om te zeggen "dan geven we geen auto's meer", terwijl het echte onderwerp waarop wij een band hebben met Marokko, terrorisme is. Dus moeten we niet veel slimmer met Marokko om tafel gaan om te kijken hoe we elkaar kunnen helpen, in plaats van alleen maar erop te beuken? Want de vorige staatssecretaris heeft ons daar heel indringend voor gewaarschuwd.

Mevrouw Becker (VVD):

Volgens mij bepleit ik hier niet om alleen maar te beuken. Volgens mij zeg ik dat je het allemaal moet doen. We hebben met elkaar, ook met het CDA, in het regeerakkoord een pakket afgesproken waarin we more for more, maar ook less for less zouden doen, maar ik zie het nog niet gebeuren. Nederland moet ook niet naïef zijn en denken: wat zij nodig hebben, gaan we leveren, want misschien gaan ze dan eindelijk een keer hun uitgeprocedeerde onderdanen terugnemen. Nee, we zijn als Nederland een heel serieus land. Marokko heeft ook baat bij onze inspanningen, dus misschien moeten we Marokko ook die negatieve consequenties voorhouden als het blijft weigeren om zijn uitgeprocedeerde onderdanen terug te nemen. Daar blijf ik voor staan. Ik hoop dat het CDA ook voor die afspraak in het regeerakkoord staat.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Ik begon het een beetje makkelijk te vinden dat de VVD zo kritisch is op minister Kaag, die dat more for more, less for less moet organiseren, terwijl ik met name constateer dat de echte afspraken nog niet gemaakt zijn door de staatssecretaris van de VVD. We zitten wel met de Marokkanen om tafel om een plan te bedenken, maar de echte onderhandelingen worden niet gevoerd. Het werd dus een beetje makkelijk. Ik wilde even aangeven dat alleen maar beuken op Marokko en aangeven dat we geen onderhandelingen meer met ze willen, ook heel erg in ons gezicht kan ontploffen. Het is dus juist terecht dat we het kabinet een beetje aanmoedigen.

Mevrouw Becker (VVD):

Zeker. Ik was gelukkig ook nog niet klaar. Ik kom zo meteen ook op andere migratieovereenkomsten die wat ons betreft van belang zijn en die deze staatssecretaris zou moeten sluiten om irreguliere migratie terug te dringen. Het is dus en-en. Helemaal waar. Maar omdat niemand anders het doet, vraag ik ook aandacht voor de stok, en niet alleen voor de wortel.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Ik hoor in het zogenaamd stevige verhaal van de VVD toch een aantal tegenstrijdigheden, bijvoorbeeld dat die ketenmariniers, die ambtenaren die gaan bellen, in de telefoon klimmen en geen nee als antwoord accepteren, ingezet moeten worden om illegalen vooral op hun plek te houden. U zegt: we gaan ons inspannen om criminele en overlastgevende asielzoekers apart te blijven opvangen. Waarom wilt u criminele en overlastgevende asielzoekers in hemelsnaam in Nederland blijven opvangen, in plaats van hen uit te zetten naar hun land van herkomst? Dat kan namelijk gewoon. De Turken hebben gisteren laten zien dat het heel makkelijk is. Je pakt twee IS-terroristen. Je zet ze op het vliegtuig en je stuurt ze naar Nederland. Waarom wilt u dat niet doen met illegale, criminele en overlastgevende asielzoekers? Dat is mijn vraag.

Mevrouw Becker (VVD):

Dat wil ik zeker wel. Ik wil ook dat criminele, overlastgevende asielzoekers het land worden uitgezet. Oppakken, vastzetten en uitzetten. Dat zeg ik in ieder debat. Maar in tegenstelling tot de PVV trek ik me wel wat aan van de realiteit, van internationale wetgeving. We leven in een rechtsstaat. We kunnen dus niet zomaar mensen in een vliegtuig zetten, terwijl je niet weet of ze in het land waar ze aankomen, geaccepteerd worden. We zullen er dus met die landen voor moeten zorgen dat ze er aankomen. Wat mij betreft liever vandaag dan morgen.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Dat is natuurlijk een flutverhaal. Wij hebben al meerdere malen een motie ingediend over het oppakken, vastzetten en uitzetten van criminele en overlastgevende asielzoekers. Die wordt altijd door de VVD verworpen. Dus die vlieger gaat helaas niet op. U mag straks aantonen dat het u menens is, als wij weer een motie van die strekking indienen. Ik heb hier een quoteje van het kabinet: het kabinet betreurt dat Turkije ondanks alle inspanningen alsnog eigener beweging tot uitzetting is overgegaan. Ze pakken gewoon twee IS-terroristen — eentje nota bene zonder Nederlandse nationaliteit — en zetten hen op het vliegtuig naar Schiphol. En vervolgens komen ze hier aan. Dat is nog eens voortvarendheid. Waarom doen wij dat niet met al die overlastgevers? We schoppen ze zo het land uit. Hup, op het vliegtuig, terug naar waar je vandaan komt.

Mevrouw Becker (VVD):

Ik vind het eerlijk gezegd vrij zorgelijk dat de PVV hier in deze zaal nu bepleit om het regime-Erdogan als voorbeeld te nemen voor hoe wij als Nederland moeten optreden. Volgens mij hebben wij hier een democratische rechtsstaat. Het is heel duidelijk wat wij willen: deze mensen moeten zo snel mogelijk het land uit. Maar wij komen met serieuze voorstellen om dat ook daadwerkelijk te bereiken, terwijl de PVV alleen maar zegt: grenzen dicht en trek je terug uit alle verdragen, en dat is vanzelf de oplossing. Nou, ik heb daarin nog helemaal niets van een bijdrage aan de oplossing gezien, terwijl dit kabinet hard werkt aan reële opties, ook in de terugkeerbrief van deze staatssecretaris, om het wél te gaan bereiken.

De heer Emiel van Dijk (PVV):

Geen interruptie, maar een puntje van orde. Wij verdedigen uiteraard niet het regime van Erdogan. Als er iemand is die dat heeft gedaan, is het de VVD geweest met die Turkijedeal. Ze moeten een volgende keer dus misschien wat beter naar onze inbreng luisteren.

De voorzitter:

U heeft dit punt duidelijk gemaakt. Ik stel voor dat u verdergaat, mevrouw Becker.

Mevrouw Becker (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik was bezig met het belang van vertrek. Ten aanzien daarvan zijn er grote zorgen over hoe het loopt met de pilot met de landelijke vreemdelingenvoorziening. Die voorziening is er niet gekomen als een vrijblijvende opvang, maar die is gericht op een bestendige oplossing die in de meeste gevallen vertrek betekent. Maar dan hoor ik een wethouder in Amsterdam eigenlijk zeggen dat hij vooral aan de slag wil met perspectief in Nederland voor uitgeprocedeerden. Ik zie hem in de opvang zelfs ook Dublin-claimanten betrekken. Uit andere gemeenten horen we soortgelijke verhalen, die op mij nogal vrijblijvend overkomen. De VVD vertrouwt er niet op dat dit automatisch goed komt. We willen daarom tussentijds updates ontvangen over het aantal vertrekken uit de lvv. Ook wil de VVD dat de staatssecretaris kortingen doorvoert dan wel de volledige middelen intrekt, als gemeenten zich uiteindelijk echt niet aan de afspraken houden.

Een ander punt ten aanzien van vertrek dat nodig is, is het in detentie zetten van personen bij wie er zicht is op uitzetting en bij wie er sprake is van risico op onttrekking aan toezicht. Dat mag van de VVD vaker gebeuren. De staatssecretaris schrijft in haar brief dat er patronen zijn van bepaalde groepen asielzoekers die vaker met onbekende bestemming uit het zicht van de overheid zijn vertrokken. Ook schrijft zij: bewaring is en blijft de meest effectieve manier om terugkeer van een afgewezen asielzoeker te bewerkstelligen. Ik weet dat er veel voorwaarden zijn verbonden aan inbewaringstelling. Dat mag niet zomaar, maar zou de staatssecretaris dan niet op basis van de patronen die zij ontwaart vaker kunnen beargumenteren dat een bepaalde uitgeprocedeerde asielzoeker met zicht op uitzetting ook het risico van onttrekking heeft en dus vaker standaardbewaring kunnen gaan opleggen? Want in feite wordt er dan toch aan al die voorwaarden voldaan?

En hoe zit dat met de detentie in gesloten gezinslocaties van gezinnen met kinderen waarbij er zicht is op terugkeer? Zorgt de tijdsdruk van maximaal twee weken daar nu niet voor gemiste kansen om gezinnen daadwerkelijk terug te kunnen laten keren? We ontvangen graag van de staatssecretaris gewoon eens een analyse van hoe dat zit.

Dan de vierde en wat de VVD betreft belangrijkste opgave voor het kabinet. We hadden het er net ook al over in interruptiedebatjes. We moeten meer inzetten op het terugdringen van irreguliere migratie. Want uiteindelijk is niet het weg zien te krijgen van mensen die überhaupt geen recht hadden om hier te komen de oplossing, maar het voorkomen dat deze mensen naar Nederland en naar Europa komen. In het regeerakkoord hebben we afgesproken dat het kabinet hierover migratieovereenkomsten gaat sluiten met derde landen. Wij willen als VVD concrete acties zien van het kabinet. Ik zou graag een smart overzicht op dit punt ontvangen van de planning en de concrete activiteiten van de verschillende ministeries, dus van JenV, van BH-OS en van BZ. Kan de Kamer dat tegemoetzien? En kunnen daar dan ook de lessen van andere landen bij worden betrokken? Hier moet wat ons betreft echt met man en macht aan worden gewerkt. Dit is op dit moment de belangrijkste opgave als het gaat om migratie.

Voorzitter. Ik wil ook nog aandacht vragen voor een schrijnend probleem dat met migratie is meegekomen naar onze samenleving. Ik heb dat deze week eerder gedaan, maar dat wil ik hier vandaag herhalen. Het gaat dan om onderdrukking op basis van cultuur en religie. Weet u dat 8% van de moord- en doodslaggevallen in Nederland inmiddels eergerelateerd is? En weet u dat er in Amsterdam en Rotterdam per stad naar schatting minstens 200 tot 300 verborgen vrouwen wonen? En weet u dat er indicaties zijn dat in Rotterdam zelfs 20% van de huwelijksmigranten in een gedwongen isolement leeft? We hebben in Nederland inmiddels websites als maagdenvliesherstel.nl.

Financiële onafhankelijkheid speelt voor vrouwen die hiermee te maken krijgen een grote rol. Er zijn vrouwen die geen eigen bankpas hebben of die überhaupt de deur niet uitkomen. Ik heb hierover maandag een initiatiefnota ingediend met de titel "In Nederland beslis je over je eigen leven". Dat heb ik gedaan omdat het kabinet mijn aangenomen motie van vorig jaar om met een integraal actieplan zelfbeschikking te komen, zoals dat er wel is in Noorwegen, niet heeft uitgevoerd zoals ik dat graag had gezien. Ik heb me dus laten inspireren door die aanpak in Noorwegen. Ik heb vele gesprekken met deskundigen en betrokkenen gevoerd. Ik heb een voorstel gedaan langs vijf actielijnen, en ik wil dat ook aan deze ministers en aan de collega's van de commissie-JenV aanbieden.

De voorzitter:

Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat dit stuk ter inzage wordt gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer.

(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.)

Mevrouw Becker (VVD):

De actielijnen zijn: steun de vrouwen om vrij te worden, verander de houding binnen gemeenschappen, wees niet tolerant voor intolerantie, ondersteun de ondersteuners en straf de daders. Een van de maatregelen die we voorstellen en die voor de commissie JenV interessant kan zijn, is om te onderzoeken of we gebiedsverboden en -geboden voor de daders beter kunnen afdwingen. Kan er bijvoorbeeld een proef komen met een gps-enkelband? Ook zou ik willen dat er gekeken wordt of een apart artikel voor strafbaarstelling van eergerelateerd geweld zou helpen om sneller de groepsdaders aan te pakken, want het gaat hier vaak om de familie die goedkeurt dat er geweld wordt gebruikt. Kunnen zij dan ook gestraft worden?

Er komt nog een aparte behandeling, dus ik zal er nu niet te veel in detail op ingaan, maar misschien kunnen de ministers vandaag wel een korte eerste reactie op mijn nota geven vanuit hun verantwoordelijkheid. Misschien kunnen ze, als ze dat doen, ook alvast ingaan op ons verzoek om te onderzoeken of we de Forced marriage acts, de wetten in Engeland die ervoor zorgen dat je kan voorkomen dat mensen worden meegenomen naar het buitenland om te worden uitgehuwelijkt en achtergelaten, niet ook in Nederland zouden kunnen toepassen.

Tot slot op dit punt. Ik zou graag willen weten wat er is gebeurd met de toezegging die bij de vorming van de nationale politie zou zijn gedaan dat het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld structureel geborgd zou worden in de organisatie. Klopt het dat de personele formatie tijdelijk is? Klopt het dat er een aanhangsel bij de OM-aanwijzing huiselijk geweld zou komen, specifiek gericht op eergerelateerd geweld, en dat deze er nog steeds niet is? Zo ja, kan de minister dan toezeggen dat deze er alsnog heel snel komt?

Voorzitter. Tot slot. De hardnekkige situatie in Nederland van overlastgevende en criminele asielzoekers ,waarmee ik begon, van uitgeprocedeerde asielzoekers die niet willen vertrekken, maar ook van toenemende culturele onderdrukking in Nederland, waar ik mee eindigde: dit toont allemaal aan dat ons asielstelsel faalt. We kunnen ons als Europa geen onbeperkte migratiestroom naar ons continent permitteren. Dit kabinet heeft nog twee jaar de tijd om echt met resultaten te komen om de migratie naar Europa te stoppen. Op de verschillende ministeries moet iedereen hiermee en nergens anders mee bezig zijn. Ik hoop de vele acties en resultaten heel snel tegemoet te zien.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Het lijkt mij een hele goede initiatiefnota, al heb ik die uiteraard nog niet gelezen. Mijn vraag aan mevrouw Becker gaat over haar uitspraak dat het asielstelsel faalt. Ik zou haar om een soort politiek oordeel willen vragen. We hebben nu negen jaar kabinet-Rutte en we hebben inmiddels zeven jaar VVD-staatssecretarissen op asiel en migratie, en het asielbeleid, het asielstelsel, faalt. Mevrouw Becker zegt het en ik ben het met haar eens, op heel veel punten. Zij legt hier nu vanochtend een verlanglijst neer, een hele lange lijst. Hoe kijkt zij terug op — laten we het beperkt houden — de afgelopen zeven jaar, waarin de heer Teeven, de heer Dijkhoff en de heer Harbers de scepter hebben gezwaaid over en verantwoordelijk zijn geweest voor asiel en migratie? Hoe kijkt zij daarnaar?

Mevrouw Becker (VVD):

Ik denk dat we op dit moment te maken hebben met een asielstelsel waar partijen als GroenLinks wel voorstander van zijn. Het is moeilijk om te bereiken wat de VVD zou willen. Als het aan ons ligt, zouden we die opvang niet meer hier, maar in de regio bieden en zouden we illegaliteit strafbaar stellen. Maar we hebben nog niet de politieke constellatie gevonden waarin dat lukt. De kabinetten moesten roeien met de riemen die ze hadden. In 2015 was er een enorme crisis. Toen is door voortvarend een deal te sluiten en door via het plan-Azmani meer in te zetten op opvang in de regio, de asielinstroom in de EU met 95% afgenomen. De prognose voor Nederland was dat er in 2016 meer dan 93.000 mensen naar Nederland zouden komen, maar door voortvarend ingrijpen van het kabinet is daarvan maar een derde gerealiseerd. Iemand als Klaas Dijkhoff heeft ervoor gezorgd dat er sneller verblijfsvergunningen kunnen worden ingetrokken op basis van criminaliteit. Een aantal koppen die Nederland op Europese regelgeving had staan, hebben we weggehaald om de asielprocedure te kunnen versnellen. Het is niet ideaal — daar ben ik het meteen mee eens — want we gaan niet voor elkaar krijgen wat ik heel graag wil, als het aan GroenLinks ligt, maar ik vind wel dat we concrete resultaten hebben bereikt.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dit is toch wel een verbazingwekkend antwoord. Na drie kabinetten-Rutte en zeven jaar staatssecretarissen van de VVD op asiel en migratie zegt mevrouw Becker: we hebben een asielstelsel waar GroenLinks tevreden mee kan zijn.

Mevrouw Becker (VVD):

Nou, ja.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik zou zeggen: dan is er toch iets niet helemaal goed gegaan voor een VVD-bewindspersoon.

De voorzitter:

Ja, hoe zit dat precies?

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dus ik ben toch heel benieuwd hoe dat kan. Hoe kan het dat je na zo'n lange tijd VVD-beleid een stelsel hebt, waarvan de VVD zegt: dit is een stelsel waar GroenLinks tevreden mee kan zijn, maar waar ik — volksvertegenwoordiger van de VVD; mevrouw Becker in dit geval — niet tevreden mee ben? Dat zegt toch wel iets over de politieke relevantie van de vraag wat de VVD eigenlijk al die jaren op asiel en migratie heeft gedaan.

Mevrouw Becker (VVD):

Het is erg dat het moet gebeuren, maar ik hoop dat de huidige situatie met het toenemende aantal overlast gevende criminele asielzoekers ergens nog een doel dient. Ik hoop namelijk dat partijen als GroenLinks gaan zien dat we hier niet ongebreideld mensen kunnen opvangen, dat we niet ongebreideld mensen hiernaartoe kunnen halen als het in de rest van de wereld niet goed geregeld is. Dat de heer Van Ojik dan weer aan de interruptiemicrofoon staat om te vragen of wij als Nederland niet meer mensen kunnen opvangen; zo werkt het niet. Maar helaas is daar nog een meerderheid voor, om voor een reëel asielbeleid te gaan. Daar heb ik het over. Ik heb het over het stelsel, ik heb het niet over het beleid. Het stelsel zou er echt ééntje moeten zijn van opvang in de regio. Waarom zouden mensen duizenden kilometers moeten reizen, waarom zouden zij een gevaarlijke overtocht moeten maken terwijl er in hun regio veilige opvang is? Waarom zouden ze dat moeten doen als het gaan GroenLinks ligt?

De voorzitter:

De heer Van Ojik, tot slot.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Tot slot. Het vereist toch wel enige politieke moed om na negen jaar VVD-beleid GroenLinks de schuld te geven van het feit dat er een beleid wordt gevoerd waar mevrouw Becker kennelijk niet tevreden over is.

Mevrouw Becker (VVD):

Ik heb niet gezegd dat ik niet tevreden ben over het beleid. Ik heb zojuist een heel aantal voorbeelden genoemd van daadkracht vanuit het kabinet. Ik noem het afwenden van de asielcrisis in 2015. Ik noem het ervoor zorgen dat sneller verblijfsvergunningen kunnen intrekken. Ik noem het afschaffen van de discretionaire bevoegdheid. Ik noem het stoppen met het kinderpardon. Ik noem het weghalen van de rechtsbijstand aan het begin van de procedure. Ik noem het afschaffen van gehoren bij herhaalde aanvragen. En ik kan zo nog doorgaan.

De voorzitter:

Oké, dat is goed.

Mevrouw Becker (VVD):

Daar ben ik tevreden over. Maar ik wil ook heel graag écht een oplossing, en dat is een nieuw stelsel. En als GroenLinks daar nu voorstander van is, graag!

De voorzitter:

Meneer Jasper van Dijk, ik zie u twijfelen of u wel of niet moet interrumperen.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ja, want we hebben niet zo veel interrupties hè?

De voorzitter:

Nee, dat klopt.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dus we moeten er zuinig op zijn.

De voorzitter:

Zo is dat.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dus dit moet dus wel echt een voltreffer worden.

De voorzitter:

Dat klinkt heel agressief. Maar goed.

Mevrouw Becker (VVD):

De heer Van Dijk belooft mij altijd een interruptie. Dus ik ben blij.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik moest ook even mijn wenkbrauwen fronsen toen mevrouw Becker zei "ons asielsysteem faalt", als je daarbij bedenkt dat we al drie kabinetten-Rutte moeten aanschouwen in Nederland. We hebben al negen jaar kabinetten-Rutte. Maar het asielsysteem faalt. Enige bescheidenheid zou de VVD dan toch wel passen als je bedenkt dat het asielsysteem inderdaad volledig vastloopt. Er zijn wachttijden van meer dan een jaar, er zijn volgend jaar dwangsommen van 17 miljoen euro, omdat het allemaal te lang duurt. 17 miljoen euro wordt weggegooid als gevolg van zwabberbeleid van deze kabinetten-Rutte. Ik noem bezuinigingen op de IND. Wil mevrouw Becker daar ook op reflecteren? Wil ze erkennen dat het asielbeleid de afgelopen jaren nu niet echt verstandig is geweest?

En wil ze tot slot ook nog even ingaan op het punt van de rechtsbijstand? Dat wordt nu ook vanochtend met spierballentaal in de krant verkondigd. Men zegt: ja, die rechtsbijstand, die gaan we afschaffen. Durft mevrouw Becker te erkennen dat dat tot héél veel extra werk gaat leiden voor de IND, omdat die advocaten wegvallen en de IND dat werk moet gaan overnemen? Dezelfde IND die nu overloopt van het werk doordat die wachttijden zo hoog zijn doordat er zo hard is bezuinigd.

De voorzitter:

U dacht: hoe langer mijn interruptie, hoe effectiever die is?

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ja, het gaat om kwantiteit, mevrouw de voorzitter. Niet om kwaliteit.

De voorzitter:

Nou, dat dacht ik niet.

De heer Jasper van Dijk (SP):

Is mevrouw Becker dit met mij eens?

De voorzitter:

Ik ben bang dat het geen voltreffer was. Maar goed.

Mevrouw Becker (VVD):

Ik ga proberen een kort antwoord te geven op deze lange vraag. Ten eerste, ten aanzien van de IND. Volgens mij hebben verschillende partijen, waaronder ook de vorige staatssecretaris en deze staatssecretaris, gezegd: de manier waarop we de IND financieren, waardoor we eigenlijk geen rekening houden met de mogelijkheid dat er misschien volgend jaar weer veel meer capaciteit nodig is en daar geen structurele zekerheid over bestaat bij de IND, is geen goede financiering. Dus heeft dit kabinet ervoor gezorgd om voor veel meer jaren vooruit structurele financiering te regelen en 100 miljoen per jaar erbij te doen. Dus ja, dat was niet goed, maar het is nu wel opgelost. Ik snap ook dat het probleem dan niet morgen voorbij is, want die mensen moeten worden opgeleid, zo lees ik in de brieven van de staatssecretaris. Het is deskundig werk, maar wij hopen dat wat zij wil bereiken, namelijk in 2020 alles op orde, ook gaat gebeuren.

Dan de vraag over de rechtsbijstand. Nee, ik denk het niet. Ik denk dat het in heel veel andere Europese landen ook niet het geval is dat er meteen al rechtsbijstand is bij het eerste gesprek. Waarom zouden wij als Nederland die kop op Europese regelgeving zetten? Ik vind dat we alles moeten doen om procedures in te korten en om belemmeringen in die procedures zo veel mogelijk weg te werken. Dus wat niet hoeft, zou ik weghalen. Daarbij heeft de staatssecretaris ook gezegd: er is altijd voorlichting. Die zal blijven, op een zorgvuldige manier. Maar het kan heel veel schelen dat die rechtsbijstand er niet standaard is voor iedereen, die hem helemaal niet nodig heeft.

De voorzitter:

Dank u wel mevrouw Becker.

Mevrouw Becker (VVD):

Graag gedaan.

De voorzitter:

Meneer Groothuizen, u bent door uw interrupties heen.

De heer Groothuizen (D66):

Ik heb er nog één.

De voorzitter:

Nee, u heeft helemaal niets. Dan een punt van orde? Ik ken dat wel. Maar goed, u mag één vraag stellen, maar dat geldt dan ook voor de rest.

De heer Groothuizen (D66):

Hier gebruik ik graag mijn laatste interruptie voor, want wat een onzin van mevrouw Becker! In 2016 is er bezuinigd op de IND en is besloten dat de capaciteit naar beneden gaat. Ik heb begin dit jaar samen met mevrouw Van Toorenburg aan de orde gesteld dat we hier wat aan zouden moeten doen en dat we de capaciteit zouden moeten uitbreiden. Het zijn de heer Van Ojik en de heer Van Dijk geweest die in een motie hebben gezegd: ga nou eens naar dit systeem kijken. De VVD heeft daar helemaal niets aan gedaan en gewoon twee jaar geleden besloten dat de capaciteit naar beneden moest, waardoor we nu met de gebakken peren zitten. Kan mevrouw Becker nou gewoon eens eerlijk erkennen dat dat zo is en dat ze er een puinzooi van hebben gemaakt?

Mevrouw Becker (VVD):

Volgens mij heeft het niet zo veel zin om nu met elkaar te gaan wijzen naar wie wel waar bij was. Ik weet in ieder geval dat staatssecretaris Harbers, de voormalige staatssecretaris, zich er heel hard voor heeft gemaakt om ervoor te zorgen dat de financieringssystematiek voor de IND zou verbeteren en dat dit kabinet, deze coalitie, die middelen ook heeft vrijgemaakt. Voor zover ik weet, zit de VVD nog steeds in deze coalitie, dus dat hebben we met elkaar gedaan. Laten we nu met elkaar ook werken aan de oplossingen, in plaats van ruzie te maken over de vraag wie er verantwoordelijk is voor het extra geld.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik doe het niet vaak, maar ik zou "hear, hear" willen zeggen tegen de heer Groothuizen. Want hij heeft natuurlijk groot gelijk. Dat er extra geld is uitgetrokken om nu de wachtlijsten aan te pakken, prijs ik. Echter, mijn vraag aan mevrouw Becker is: waarom is het dan nodig dat de staatssecretaris een nieuw onderzoek gaat doen naar wat de knelpunten zijn bij de IND? Waar zit haar eigen vermogen? Waarom gaan ze zelf niet aan de slag? Waarom weer zo'n flutonderzoek dat vervolgens toch niet wordt opgevolgd?

Mevrouw Becker (VVD):

De staatssecretaris is verantwoordelijk voor zo'n complexe uitvoeringsorganisatie als de IND, waar heel veel aan de hand is, die te maken heeft gehad met een heel wisselende instroom aan vluchtelingen en die enorm veel op haar bord heeft. Zij heeft de Kamer beloofd, omdat we dat allemaal graag willen, dat het in 2020 op orde komt bij die club. Dan vind ik het helemaal niet raar dat zij dan niet zegt "het gaat met dat extra geld wel lukken, maar dat ze dan extra scherp kijkt of zo'n uitvoeringsorganisatie daar ook daadwerkelijk toe in staat is. Ik juich dat toe en ik noem dat verantwoordelijkheid nemen voor je portefeuille.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Ik concudeer dat de staatssecretaris nu na vijf maanden niets heeft gedaan. Het barst daar van de ambtenaren. Die kunnen dit onderzoek doen. Er moeten nu stappen worden gezet. Allerlei adviezen zijn gewoon niet gevolgd, zoals over wat je niet moet doen, namelijk de rechtsbijstand weghalen. Daarvan zegt de IND zelf: doe het niet. Van Zwol zegt: doe het niet, want je maakt de problemen alleen maar groter. Ik noem verder adviezen over andere stappen die gezet hadden kunnen worden om de problemen met langdurige instroom op te oplossen. Het gevolg is dat wie weg moet niet weggaat. Het gevolg is dat mensen van wie we weten dat ze mogen blijven al meer dan een jaar wachten. En dan maar verwachten dat ze ooit nog gaan integreren. Kortom, wat heeft deze staatssecretaris in de afgelopen vijf maanden nou gedaan waarvan u zegt: hier ben ik heel trots op? Graag een antwoord.

Mevrouw Becker (VVD):

Zeker, voorzitter: heel veel. De staatssecretaris zit er nog maar vijf maanden en we hebben van haar een brief gekregen met heel veel maatregelen om terugkeer te bevorderen. We hebben van haar een opzet gekregen voor de flexibilisering van de asielketen, die er moet komen. Zij is bezig met het uitvoeren van de regeerakkoordmaatregel om te stoppen met de rechtsbijstand bij het eerste gehoord. Zij heeft opvolging gegeven aan de aanbevelingen van de commissie-Van Zwol en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik hoop dat de staatssecretaris met de daadkracht die ze in haar brieven tentoonspreidt, en hopelijk morgen ook hier in de Kamer, doorgaat. Ze heeft heel veel gedaan.

Mevrouw Kuiken (PvdA):

Zelfs uw eigen coalitiepartijen zijn ontzettend kritisch. Wat ze heeft gedaan, is brieven sturen, nieuwe onderzoeken aankondigen, adviezen die ze al heeft gehad, namelijk van de commissie-Van Zwol, niet opvolgen. De problemen worden alleen maar groter. Het was 1 miljoen aan dwangsommen. Het is dit jaar 5,5 miljoen aan dwangsommen en volgend jaar 17 miljoen aan dwangsommen. Wat hadden we met dat geld allemaal kunnen doen, onder andere als het gaat om de versterking van de politiecapaciteit. Kortom, niet zulke grote woorden; wees ook kritisch naar uw eigen bewindspersoon en zorg dat de problemen worden opgelost! Daarmee eindig ik, voorzitter.

De voorzitter:

O, dank u wel.

Mevrouw Becker (VVD):

Voorzitter. Volgens mij heb ik ook een heel kritische oproep gedaan over wat er nog moet gebeuren, namelijk het sluiten van migratieovereenkomsten. Dat moet wat mij betreft prioriteit krijgen. Maar ik denk dat het ook zomaar zou kunnen zijn dat, als de staatssecretaris níét de zaak bij de IND onder de loep zou nemen, een aantal leden van de oppositie zouden zeggen: waarom maakt de staatssecretaris wel geld over, maar kijkt ze niet scherp naar de uitvoeringsorganisatie? Dus het is ook nooit goed. Ik vind het heel belangrijk dat de staatssecretaris dit wel scherp doet en ik hoop dat ze daarmee ook daadwerkelijk in 2020 alles op orde kan krijgen. Niet omdat wij hier in de Kamer daar dan met z'n allen blij om zijn, maar omdat de mensen in het land en de asielzoekers die echt recht hebben op asiel, dan snel weten waar ze aan toe zijn en de rest terug kan keren naar het land van herkomst.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Becker. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van den Berge namens GroenLinks.

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Voorzitter. Toen ik de begroting las, was ik eigenlijk best wel kritisch, maar als ik naar het debat tot nu toe luister, dan moet ik daar toch nog eens goed over nadenken. Volgens de PVV is de Justitiebegroting grotendeels GroenLinksbeleid. Volgens de VVD is asiel en migratie grotendeels GroenLinksbeleid, of in ieder geval beïnvloed door GroenLinks. Dan hebben we dus blijkbaar heel veel invloed. Straks gaat het CDA nog zeggen dat premier Rutte lid is geworden van onze partij. Misschien moet ik maar iets minder kritisch zijn dan ik aanvankelijk had willen zijn. Ik zie dat mevrouw Helder daarop wil reageren.

De voorzitter:

Ja, ik denk met een punt van orde, heb ik zomaar een vermoeden.

Mevrouw Helder (PVV):

Geen voltreffer, voorzitter, maar wel even voor de Handelingen: ik heb de begroting van Justitie een flutbegroting genoemd, een begroting van niks, een herhaling van vorig jaar.

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Dat heeft mevrouw Helder inderdaad gezegd.

De voorzitter:

Dat heeft zij dan duidelijk gemaakt. Gaat u verder.

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Ik heb ook een collega van de PVV-fractie horen zeggen dat het erg lijkt op D66- en GroenLinksbeleid, dat het daardoor beïnvloed is. Daarom zeg ik: blijkbaar hebben wij heel veel invloed, meer dan ik zelf dacht toen ik de begroting las, en dat stemt mij toch optimistisch. Daar wilde ik even mee beginnen, een positieve noot.

Dan ga ik nu naar serieuze zaken, want onze rechtstaat schudt op haar grondvesten. Op 11 september voerden wij hier met elkaar een indringend debat over de drugscriminaliteit, over de georganiseerde misdaad in Amsterdam en in de rest van Nederland. Ik denk dat niemand van ons op dat moment had kunnen bevroeden wat er zeven dagen later zou gebeuren, de laffe en vreselijke liquidatie van advocaat Derk Wiersum. Wat daarna gebeurde, is moeilijk samen te vatten, want er gebeurde heel veel. Er moesten advocaten beveiligd worden, officieren van justitie, rechters, getuigen. Ik zei het vorige week al in een debat met de minister van Justitie en Veiligheid: wij zagen op cruciale momenten een betrokken, strijdbare en soms zelfs zichtbaar aangedane minister, en hoewel dat in deze context gek is, is dat toch een compliment waard.

In het begin hoorden we de minister en ook andere mensen die zich in de media uitspraken, andere partijen, vooral over repressie, maar ik hoor de minister nu steeds vaker praten over preventie. Ook dat stemt mij optimistisch, ook dat is een compliment waard, want GroenLinks gelooft in een goede balans tussen preventie en repressie. Als je ondermijning en georganiseerde misdaad effectief wilt aanpakken, dan moet je perspectief bieden aan de onderkant en bikkelhard zijn voor de bovenkant. Niemand wordt in Nederland op een ochtend wakker als een keiharde crimineel. Dat is een geleidelijk proces. Het gaat bijvoorbeeld om een pizzakoerier die normaal pizza's calzone rondbrengt, maar opeens de vraag krijgt of hij een zakje coke wil meenemen naar de Zuidas. Voor hij het weet, is hij onderdeel van een crimineel netwerk, van een harde wereld, is hij chantabel en kan hij er niet meer zonder gevaar voor eigen leven uitstappen. Het is belangrijk dat we dat aanpakken, dat we perspectief bieden, dat we alternatieven bieden aan kwetsbare jongeren die nu nog te vaak ten prooi vallen aan drugsronselaars, maar ook aan andere ronselaars. Ik vind het ook wel goed om dat hier te zeggen. Het debat over ondermijning spitst zich vaak toe op drugscriminaliteit, maar het is breder dan dat. We hebben het bijvoorbeeld ook over georganiseerde mensenhandel. We hebben het ook over gedwongen prostitutie en loverboys. Dat zijn allemaal vormen van ondermijnen, van vermenging tussen onder- en bovenwereld. Ook dat pakken we effectief aan door een goede balans tussen preventie en repressie, door de wortel en de stok.

Ik zei het net al even: er is sinds die vreselijke moord op Derk Wiersum veel gebeurd. Het kabinet heeft geld uitgetrokken voor extra politiecapaciteit, nog niet genoeg, geen structureel geld, maar het is wel een stap in de goede richting. De FIOD wordt uitgebreid. Er is een landelijk interventieteam opgezet. Hoewel ik al die initiatieven begrijp en die positief en belangrijk vind, moet ik heel eerlijk zeggen dat je zo langzamerhand door de bomen het bos niet meer ziet. Daarom wil GroenLinks in dit debat het volgende voorstel doen. Wij stellen voor om een nationaal coördinator tegengaan ondermijning in het leven te roepen; een persoon, een functie die lijkt op de NCTV, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Hoewel ondermijning en terrorisme niet een-op-een te vergelijken zijn — er zijn verschillen — zien we toch ook veel overeenkomsten. We moeten naast de kortermijnmaatregelen en de ad-hocmaatregelen waar de focus nu nog op ligt, langetermijnbeleid ontwikkelen. We moeten ervoor zorgen dat diensten beter samen gaan werken en beter kennis gaan delen. Dan heb ik het natuurlijk over diensten in de justitieketen, zoals politie, Openbaar Ministerie en rechercheurs, maar bijvoorbeeld ook over jeugdhulpverlening, wijkagenten en gemeenten. We moeten de nationale en de lokale aanpak effectief verbinden. Dat vraagt om een nationaal coördinator tegengaan ondermijning. Wij denken een directoraat-generaal onder verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid, maar ik nodig de minister graag uit om morgen in zijn eerste termijn in te gaan op de vraag hoe hij tegen dit voorstel aankijkt. De nationaal coördinator moet gaan werken aan langetermijnbeleid, aan dreigingsanalyses, aan samenwerking en kennisdeling tussen diensten.

Dan ga ik naar de politie. De druk op de politie is enorm: heel veel taken en te weinig capaciteit. Ik had er daarnet al een interruptiedebatje over met collega Yeşilgöz van de VVD. Ik zie haar nu even niet. Wat ik jammer vind — en daarom offerde ik er twee kostbare interrupties aan op — is dat we er als politiek, en dat is echt niet alleen de VVD, onvoldoende in slagen om te reflecteren op de fouten die we in het verleden hebben gemaakt. Als mijn fractie praat met agenten, met gemeenten en politievakbonden, dan horen we heel vaak: wispelturigheid, dan weer agenten erbij, dan weer agenten eraf. En: de politiek legt extra taken op ons bordje. Bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg en de jeugdhulpverlening zorgen ervoor dat agenten nu, naast alles wat ze al moeten doen, zich ook bezig moeten houden met verwarde personen. Dat is niet te bolwerken voor de politie. Zij vragen van ons als politiek om langetermijnbeleid, om een langetermijnvisie, om perspectief. Dan gaat het om prioriteiten in wat de politie zou moeten doen, maar ook om de vraag wat dat qua budget betekent en wat dat betekent voor het opleiden van mensen. Dat vraagt om een langetermijnvisie en dus ook om reflectie op fouten die in het verleden zijn gemaakt. Uiteraard positief en met het doel om vooruit te kijken, maar ik vind die reflectie wel nodig.

Dan kom ik op een aantal vragen aan de minister, maar ik zie de heer Van Dam.

De heer Van Dam (CDA):

De partij van de heer Van den Berge heeft laatst bij de Algemene Politieke Beschouwingen een budget van 10 miljoen binnengeharkt om de zedenpolitie uit te breiden; een zeer lovenswaardige activiteit. Maar is hij daarmee niet zelf precies aan het doen wat hij ons allen nu verwijt? Want hij weet net zo goed als ik dat die 10 miljoen die besteed gaat worden aan de zedenpolitie, geput wordt uit de basispolitiezorg. We hebben niet ergens een voorraadschuur met dat soort rechercheurs staan. Kan hij dus eens duiden hoe hij zijn eigen actie daarin ziet?

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Het is trouwens 15 miljoen, en mijn fractie is daar apetrots op. Mijn collega Buitenweg, die helaas vandaag zelf niet bij het debat kan zijn, strijdt hier al heel lang voor. Want wat we zien is dat per jaar ongeveer 350 zedenzaken op de plank blijven liggen door te weinig capaciteit. Dat is zeer onbevredigend voor de slachtoffers, maar het leidt er ook toe dat bewijsmateriaal vaak veroudert. Daarom zijn wij er heel trots op dat het is gelukt om bij de Algemene Beschouwingen 15 miljoen extra binnen te halen voor capaciteit voor zedenrechercheurs, voor versterking van het Openbaar Ministerie om te vervolgen. Ik heb daar een aantal vragen over aan de minister. Ik kan die voor het gemak nu ook al wel stellen.

De voorzitter:

Maar de vraag van de heer Van Dam moet worden beantwoord.

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Of ik daar schuldig aan ben? Nee, dat denk ik niet, want het gaat hier om extra geld. Mijn vragen aan de minister zijn dan ook de volgende. Wanneer kunnen die rechercheurs van start gaan? Wanneer zijn ze opgeleid? Hoe wordt die extra capaciteit geoperationaliseerd? Die vragen heb ik. Maar ben ik schuldig aan het probleem dat geen langetermijnbeleid wordt geboden, aan het probleem van wispelturigheid? Nee, dat denk ik niet. Wij pleiten juist voor een langetermijnvisie. In dit geval willen wij dat er bij de politie iets bij komt, maar dan zorgen we ook voor extra geld bij de politie. Dat is immers de logische combinatie die we steeds moeten maken.

De heer Van Dam (CDA):

Voorzitter, weet u, we hebben zes interrupties. Als we op deze manier ...

De voorzitter:

U mag uw vraag herhalen, want ik heb hem wél gehoord.

De heer Van Dam (CDA):

Ik heb meer een algemeen punt. Als we op deze manier verdergaan, en als er op deze manier standaard gewoon geen antwoord wordt gegeven als je iemand interrumpeert ...

De voorzitter:

Nee, daarom mag u de vraag herhalen.

De heer Van Dam (CDA):

... dan denk ik dat ik stop met interrumperen, en dat ik ...

De voorzitter:

Nou, dat zou ik dan weer jammer vinden.

De heer Van Dam (CDA):

Niet als de minister aan het woord is, trouwens, zeg ik op voorhand. Maar ik vind dit gewoon niet een inhoudelijke manier van debatteren.

De voorzitter:

Maar herhaalt u nou de vraag. Ik heb uw vraag gehoord, maar het antwoord nog niet. Het herhalen van de vraag telt niet mee.

De heer Van Dam (CDA):

Nee, ik ga de vraag niet herhalen. Ik vraag wel aan meneer Van den Berge om die vraag, die hij heel goed verstaan heeft, gewoon van een antwoord te voorzien.

De voorzitter:

Maar misschien is hij de vraag vergeten?

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Nee, helemaal niet, voorzitter.

De voorzitter:

O.

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Maar volgens mij heb ik de vraag beantwoord. Ik zal proberen het nog een keer kort samen te vatten. Ik heb eerst verteld waarom wij dat extra geld hebben geregeld. En ik heb vervolgens heel direct de vragen beantwoord. Nee, ik vind niet dat wij schuldig zijn aan die wispelturigheid en aan die onzekerheid voor de politie. Want wij zien dat er een capaciteitstekort is op een concreet onderwerp. Wij zeggen: dat willen we oplossen, maar dan moet er ook extra geld bij komen.

De voorzitter:

Maar de vraag was: waar komt dat geld vandaan? Ik ga de vraag nu toch maar herhalen. Dat was de vraag van de heer Van Dam, toch? Of heb ik u verkeerd begrepen, meneer Van Dam?

De heer Van Dam (CDA):

Nou, voorzitter, het punt is dat wij de laatste tijd allemaal allerlei extra ballen in die kerstboom van de politie hangen. De een wil dit, de ander wil dat. En wij weten dat de nood daar enorm hoog is. Dus bij alles wat we extra doen, moet je niet denken dat er daarvoor even extra mensen ergens vandaan gehaald kunnen worden. Die mensen komen gewoon uit de basispolitiezorg. Daarover gaat mijn vraag aan de heer Van den Berge. Beseft hij zich dat? En hoe legt hij dat uit aan al die politiemensen die hij spreekt?

De voorzitter:

Precies. Gewoon: beseft u zich dat? Wat is het antwoord, meneer Van den Berge?

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Ja, ik besef dat, voorzitter. Het antwoord dat ik heb gegeven, is dat we hebben gezegd: de politie moet iets extra gaan doen en daar trekken we extra geld voor uit, om nieuwe mensen op te leiden zodat er extra mensen bijkomen en zodat het dus niet ten koste gaat van die basiscapaciteit. Dat is mijn antwoord. Misschien vindt de heer Van Dam dat geen goed antwoord. Dat mag hij vinden, maar ik geef volgens mij wel antwoord op zijn vraag. Dus de stelling dat ik geen antwoord zou geven, deel ik niet. Als wij willen dat de politie iets extra's doet, dan moet er ook extra geld komen. Dat is nou precies waar ik voor pleit en dat is nou precies mijn punt hier. Als de politiek veel van de politie vraagt, moeten we daar ook ruimte en budget voor bieden, en ook die zekerheid op de lange termijn.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Van den Berge (GroenLinks):

Voorzitter. Dan kom ik op mijn vraag aan de minister op het punt van de politie. Wanneer is er wat hem betreft een cruciale ondergrens bereikt qua bezetting? We hebben gisteren inderdaad de brief van burgemeester Aboutaleb van Rotterdam ontvangen. Daarin schrijft hij: we kunnen geen politie meer inzetten of we moeten minder politie gaan inzetten bij voetbalwedstrijden, en we kunnen in de zomer misschien niet meer zo veel evenementen organiseren als we eigenlijk zouden willen. Hij maakt daarin dus scherpe keuzes. Ik ben benieuwd om van de minister te horen wanneer wat hem betreft de kritische ondergrens qua bezetting is bereikt. Waar zijn volgens de minister de tekorten op dit moment het grootst en hoe rijmt de minister de grote politietekorten met het besluit om de prijsbijstelling tot en met 2025 niet uit te keren?

Voorzitter. Dan kom ik op misstanden bij de politie. Laat ik vooropstellen: GroenLinks heeft heel veel respect voor de man en vrouw op straat, voor de politieagenten die dag in, dag uit bezig zijn voor onze veiligheid. Als ik het heb over misstanden, dan gaat het vooral over de voorbeelden die we recentelijk hebben gezien in de top van de politie. Voorbeelden van discriminatie, intimidatie en machtsmisbruik. Ik had eigenlijk in dit debat willen pleiten voor een onafhankelijk onderzoek, maar ik las dat de korpsleiding daar inmiddels zelf al toe besloten heeft. Een positieve stap, wat GroenLinks betreft. Dus we hopen echt dat dat onafhankelijke onderzoek ertoe gaat leiden dat we beter inzicht krijgen in welke cultuuromslag in de top van de politie nodig is. Ik hoor graag van de minister hoe hij zijn rol ziet in het opstellen van de opdracht aan de onderzoekscommissie. Ziet hij daarin überhaupt een rol, of ligt dat volledig bij de politie zelf? Als hij daarin een rol ziet, hoe gaat hij er dan voor zorgen dat het onderzoek volledig onafhankelijk wordt en dat ook alles op tafel komt?

Voorzitter. Dan over medewerkersparticipatie bij de politie. Wij horen vaak van wijkagenten en van politievakbonden dat het met de medewerkersparticipatie niet zo heel goed gesteld is. We moeten er natuurlijk op vertrouwen dat politieagenten hun werk naar eer en geweten doen. Dat doen ze elke dag voor ons, en vaak onder zware omstandigheden. Maar het is dan wel gek dat ze zelf steeds vaker niet meer mee kunnen praten over hun taken en waar ze worden ingezet. Vroeger praatte de wijkagent zelf nog mee over de politie-inzet, bijvoorbeeld bij een Sinterklaasintocht. Tegenwoordig is dat steeds vaker een operationeel expert, die dat vanachter een bureau doet. Wanneer is eigenlijk voor het laatst onderzoek gedaan naar medewerkersparticipatie en tevredenheid onder politieagenten over hun rol in de besluitvorming binnen de politie? Is hij bereid om daar opnieuw onderzoek naar te laten doen?

Voorzitter. Over de zedenpolitie heb ik het net al even gehad in een interruptiedebat met de heer Van Dam. Ik kan hier alleen maar herhalen dat mijn fractie heel blij is dat het is gelukt om bij de algemene beschouwingen dat extra geld, die 15 miljoen, te regelen om ervoor te zorgen dat de ongeveer 350 zaken per jaar die nu nog op de plank blijven liggen versneld kunnen worden opgelost. Wil de minister ons een update geven van de laatste stand van zaken? Wanneer zijn die nieuwe zedenrechercheurs actief? Wat betekent deze extra zedenpolitie voor de capaciteit bij het Openbaar Ministerie? Zouden we daar ook niet moeten kijken of een uitbreiding nodig is, om vervolgens daders te kunnen vervolgen?

Als ik het dan over de zedenpolitie heb dan ga ik meteen verder met de Centra Seksueel Geweld. Deze doen heel belangrijk werk in Nederland. We zien dat het aantal meldingen toeneemt. Die centra kunnen het aantal meldingen niet meer aan. Op dit moment worden die centra nog gefinancierd door gemeenten, maar wij hebben een amendement ingediend om ervoor te zorgen dat ook vanuit de begroting van Justitie en Veiligheid extra geld naar die Centra Seksueel Geweld toe kan. Ik hoop dat de minister daar straks positief op zal reageren.

Voorzitter. Dan ga ik naar pesten. Gisteren hadden we het kindervragenuur, en ik zat voor de verandering een keer op de tribune. Minister Grapperhaus had dat een openhartig debat met een aantal scholieren over pesten. Ik ga de persoonlijke vragen aan zijn adres niet herhalen, maar de minister deed daar wel een harde toezegging, zoals hij het zelf noemde, om in elk debat waar dat relevant is te vertellen over wat hísj doet om pesten aan te pakken. Ik wil hem dus graag de kans geven om dat in zijn eerste termijn te doen en erop in te gaan wat zijn ministerie doet, natuurlijk in overleg met de collega's van OCW en andere departementen om pesten tegen te gaan.

Dan de landelijke inspectiedienst bij de Dierenbescherming. Die heeft er veel werk bijgekregen, want sinds vorig jaar komen er veel eerstelijnsmeldingen via 1-4-4 binnen. Zij hebben er veel extra werk bijgekregen, maar geen extra capaciteit. Ik begreep dat ze nu voor het hele land zeventien inspecteurs hebben. Dat is iets meer dan één inspecteur per provincie. Ik zou de minister willen vragen om te werken aan een oplossing samen met zijn collega van het ministerie van LNV. Graag op dit punt straks een reactie.

Voorzitter. Dan kom ik op het een-na-laatste onderwerp van mijn kant: de toegang tot het recht. Ik was tot afgelopen vrijdag van plan om het vandaag heel uitgebreid over de sociale advocatuur te hebben, want die staat enorm onder druk. Nog niet zo lang geleden had ik een scherp debat met deze minister. Volgens mij was dat ook vorige week, maar de tijd vliegt. Voor mijn doen ben ik er scherp in gegaan. Ik vond dat ook nodig. Ik vind het heel positief dat de minister afgelopen vrijdag is gekomen met een noodfonds voor de sociale advocatuur. Daarmee zijn we er nog niet, maar dat betekent wel dat mijn fractie in ieder geval weer constructief naar de toekomstplannen kan gaan kijken. Ik zou hier nu flauw kunnen gaan doen en kunnen zeggen dat het wel een beetje lang geduurd heeft voordat de minister tot inzicht kwam, maar dat doe ik niet, want er is een mooi Nederlands gezegde: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Mijn complimenten voor het inzicht van de minister. Wij zullen weer constructief kijken naar de toekomstvoorstellen, maar dat gaan we in andere debatten doen vanwege de tijd.

Voorzitter. Ik wil het tot slot nog even kort hebben over de IS-kinderen. Ik begon mijn betoog vandaag met te zeggen dat onze rechtsstaat schudt op zijn grondvesten. Maar de rechtsstaat is zo sterk als wij zijn, die is zo sterk als onze morele grenzen. We hadden hier twee weken geleden een debat over het terugkeren van IS-kinderen, IS-strijders en IS-vrouwen. Toen was hier zelfs een partij, de VVD, die zei: wij zijn zelfs bereid om de doodstraf te accepteren als dat ertoe leidt dat die mensen niet hiernaartoe komen. Hier, in de stad van vrede en recht, zou ik willen zeggen: laten we alsjeblieft de internationale mensenrechten, de kinderrechten en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens respecteren en niet door onze morele ondergrens heen zakken.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van den Berge. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Ojik namens GroenLinks.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dank u wel, voorzitter. Dat was een mooi betoog van mijn collega. Wij van WC-Eend ...

Voorzitter. De druk op de asielopvang neemt toe. Dat is al de hele ochtend een onderwerp van gesprek. De wachttijden lopen verder op. 8.000 asielzoekers wachten op dit moment gemiddeld al bijna twee jaar op het begin van hun procedure. Zij zijn moedeloos van onzekerheid en van het gedwongen niks doen. Dat komt niet door de hoge instroom, maar dat is het gevolg van slecht beleid. Een "vroegtijdige afschaling", zo noemt de staatssecretaris dat. In gewoon Nederlands: mensen ontslaan die je even later weer nodig blijkt te hebben maar die inmiddels wat anders zijn gaan doen.

Voorzitter. Er is nog weinig uitzicht op verbetering. De toezegging die de staatssecretaris, of eigenlijk haar voorganger, nog dit voorjaar heeft gedaan aan de Kamer was dat de wachttijden uiterlijk in 2021, maar zo veel mogelijk al in 2020, weer binnen de wettelijke termijn zouden zijn. Die toezegging gaat niet worden waargemaakt. Althans, daar heeft het alle schijn van als je de brief van de staatssecretaris hierover goed leest. En het is niet duidelijk waarom eigenlijk niet, want van die hele hoge instroom, de zo veel hogere instroom dan we hadden verwacht, is helemaal geen sprake. Hoe heeft het nou eigenlijk zo uit de hand kunnen lopen? De heer Groothuizen gebruikte, geloof ik, net het woord "puinhoop". Hoe heeft er zo'n puinhoop kunnen ontstaan? Hoe kan het dat er door een reeks van bewindslieden zulke grote inschattingsfouten zijn gemaakt? Ik hoop dat de staatssecretaris hier eens wat meer inzicht in kan geven.

Voorzitter. De staatssecretaris gaat dit probleem nog groter maken met twee maatregelen die zij aankondigt. Ze gaat de duur van de verblijfsvergunning van vijf naar drie jaar terugbrengen. Wat zal dit voor de IND betekenen, zo vraag ik haar. En is zij bereid om van deze maatregelen af te zien zolang de wachttijden niet binnen de wettelijke termijn zijn gekomen?

En de staatssecretaris schrapt de gesubsidieerde rechtsbijstand bij het eerste gehoor. De commissie-Van Zwol zegt dat die maatregel tot minder zorgvuldige besluitvorming leidt en daarmee tot meer vertraging in het vervolg van het proces. Zo is de staatssecretaris haar eigen ergste vijand, zou je kunnen zeggen. Ze zegt dat ze de uitvoeringstoets waar de Eerste Kamer in de motie-Strik om vroeg, heeft laten uitvoeren en nu van een reactie voorziet, maar dat ze de maatregel sowieso in consultatie laat brengen in het eerste kwartaal van 2020. Dat begrijp ik niet zo heel goed, eerlijk gezegd. Blijkbaar is uit de uitvoeringstoets het tegenovergestelde gebleken van wat iedereen die er verstand van heeft zegt, namelijk dat het schrappen van de rechtsbijstand tot meer vertraging leidt. Waarom zou de staatssecretaris dit voorstel anders toch doorzetten? Kan zij die uitvoeringstoets, die kennelijk inmiddels gedaan is, niet alvast openbaar maken, nu haar conclusie toch al vast lijkt te staan? Ik hoor daar graag een reactie op.

Voorzitter. Ik ga ervan uit dat de rampzalige cijfers over de wachttijden voor de staatssecretaris aanleiding zijn om alles wat de IND verder belast dan nu al het geval is, na te laten. Kan ik daarvan uitgaan, zo vraag ik haar.

Ook op een andere punt legt de staatssecretaris de adviezen van de commissie-Van Zwol naast zich neer, namelijk als het gaat om de rechten van kinderen. De commissie adviseerde om bij de aanvraag het belang van het kind aan de voorkant van het proces onmiddellijk zwaar mee te wegen. De staatssecretaris zegt in feite: dat is een goed idee; dat ga ik dan doen door in afwijzingsbesluiten wat meer te motiveren waarom het belang van het kind in dit geval wel of niet de doorslag heeft gegeven. Maar beperkingen in de mogelijkheden voor een kind om zich te ontwikkelen en te ontplooien zijn geen grond voor asiel, zo zegt de staatssecretaris in een reactie op het rapport-Van Zwol. Het zal u niet verbazen dat mijn fractie daar fundamenteel anders over denkt. Dat is ook de reden dat we samen met een aantal andere fracties een initiatiefwetsvoorstel op dit punt hebben ingediend dat binnenkort, hoop ik, in deze zaal behandeld zal worden.

Voorzitter. Ik wil me graag aansluiten bij iets wat mevrouw Becker heeft gezegd over mensensmokkel. Gisteren zagen we een hele grote, felgekleurde bus. Die is inderdaad gedetecteerd, zullen we maar zeggen. Daar is handelend opgetreden, maar toen ik met haar collega Van Wijngaarden deze zomer in Ter Apel was, kregen wij te horen dat de smokkelaars de asielzoekers daar zo ongeveer voor de deur afzetten; ik zeg het nu even in mijn eigen woorden. Ik denk dat de vragen die door mevrouw Becker zijn gesteld — in welke mate oefenen we eigenlijk controle uit; kijken we wat voor mensen er aan de deur komen? — zeer terecht zijn.

We hebben antwoorden ontvangen op de feitelijke vragen over het Mobiel Toezicht Veiligheid. Ook dat Mobiel Toezicht Veiligheid is kennelijk aan vele beperkingen onderhevig. Ik was, de antwoorden op de vragen lezend, eerlijk gezegd best wel verbaasd over wat er allemaal niet mag bij het toezicht in treinen, op wegen en op vliegvelden. Wie zich daarover ook wil verbazen, moet het antwoord op vraag 89 er maar eens op nalezen; ik verwijs daar graag naar. Ik hoop dat de staatssecretaris kan aangeven of zij de beperkingen die er nu zijn toch niet voor een deel te lijf zou kunnen gaan, zonder daarbij allerlei rechtsregels te schenden. Dat lijkt mij wel namelijk.

Voorzitter. Ik sluit af. Met een aantal collega's waren we afgelopen weekend op Lampedusa. Daar voelen de mensen zich vaak er helemaal alleen voor staan als het gaat om opvang van vluchtelingen en redding van drenkelingen. Ik heb aan de staatssecretaris nog snel een paar vragen. Eerst over de operatie-Sophia, die de inzet van schepen heeft opgeschort zolang er geen zicht is op ontscheping en op de daarbij horende herverdeling van vluchtelingen. Toen over de herverdeling afspraken werden gemaakt op Malta, gaf Nederland niet thuis. Hoe gaan we die impasse helpen doorbreken?

Voorzitter. Ter afronding Libië. Ook daar gaat het automatisch over als je op Lampedusa bent. Dat land verkeert in totale wanorde, maar toch brengt de kustwacht met Europese steun nog steeds dagelijks vluchtelingen daarnaartoe. De situatie in de opvangkampen daar is mensonterend. Kan de staatssecretaris toezeggen — dat is mijn laatste vraag — dat Nederland, dus de IND, ook volgend jaar zal bijdragen aan de hervestiging van vluchtelingen uit die kampen?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Ojik. Dan wil ik het voorstel te doen om dit debat te schorsen.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

We gaan eerst een VAO houden. Volgens mij moeten we ook straks stemmen. Ook is er een korte regeling van werkzaamheden. Na de regeling van werkzaamheden gaan we verder met dit debat.

De vergadering wordt van 13.11 uur tot 13.20 uur geschorst.