Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 99, item 4

4 Leven lang ontwikkelen

Aan de orde is het VAO Leven lang ontwikkelen (AO d.d. 11/06).

De voorzitter:

Dan is nu aan de orde het VAO Leven lang leren. Een heel hartelijk welkom aan de beide ministers. Goedemorgen. Ik zou als eerste spreker willen uitnodigen de heer Wiersma van de VVD.

De heer Wiersma (VVD):

Voorzitter. Het moet veel makkelijker worden om je weg te vinden als je je wilt bij- of omscholen. Geen moeilijke speurtocht, maar gewoon duidelijk een plek waar je terechtkan en alle potjes met geld die er zijn bij elkaar brengen. Daar hebben we een heel debat over gehad. Het kabinet heeft er ook heel ambitieuze plannen voor. Dat is heel goed. Ik heb ook nog ruimte gevonden om die aan te scherpen, dus dat ga ik doen met een motie.

Voor ik dat doe, wil ik er nog even naar verwijzen dat we vanmorgen een heel mooie bijeenkomst hadden met een groot deel van de polder over leerrechten in Nederland. Ook het onderwijsveld was daar heel nadrukkelijk bij betrokken. Ik zou het mooi vinden als het kabinet zou willen reageren op dat rapport, niet nu natuurlijk, maar door als het in of na de zomer terugkomt bij de Kamer die reactie daarin mee te nemen.

Voorzitter. Ik heb slechts één motie, maar ik zeg u: hij is wel een beetje lang.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet wil dat meer mensen de weg vinden naar financiering voor leven lang ontwikkelen en daarom de fiscale scholingsaftrek van ruim 200 miljoen euro vervangt door een persoonlijk ontwikkelbudget, de regeling STAP;

overwegende dat het kabinet de regeling zo opzet dat het mogelijk wordt om eenvoudig aanvullende publieke budgetten, voor bijvoorbeeld bepaalde doelen of doelgroepen in het kader van krimp, krapte, economische crisis dan wel transities als energie, klimaat of technologie, aan het budget toe te voegen;

constaterende dat niet alleen publieke middelen versnipperd zijn, maar er ook binnen bestaande sectoren diverse regelingen zijn waarmee aanspraak op scholing wordt gemaakt;

van mening dat in de aanpak voor een leven lang ontwikkelen het van belang is mensen zo goed mogelijk overzicht te bieden van de beschikbare financiering voor ontwikkeling;

verzoekt de regering te komen met een concreet plan van aanpak wat leidt tot het bundelen van toekomstige aanvullende publieke budgetten voor scholing van het individu vanuit de overheid in het STAP-budget, inclusief een tijdspad voor wanneer welke regeling wordt aangesloten, waarbij voor de hand liggende regelingen direct per 2021 worden gekoppeld;

verzoekt de regering tevens in samenhang met het STAP-budget te bezien hoe een digitale en fysieke adviesfunctie ingericht kan worden voor specifieke hulp en vragen rond de ontwikkeling en de beschikbare budgetten;

verzoekt de regering voorts de Sociaal-Economische Raad vanuit zijn aanjaagfunctie te vragen om op korte termijn een advies te geven hoe er gekomen kan worden tot een eenduidig overzicht van voor scholing beschikbare private middelen, breder dan het publieke budget, en samen met sociale partners te verkennen hoe bij de uitvoering van het STAP-budget de aansluiting op sectorale regelingen vergroot wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma, Van der Molen, Diertens, Van den Hul en Smeulders.

Zij krijgt nr. 113 (30012).

De kop is eraf, meneer Wiersma, met deze uitgebreide motie.

De heer Wiersma (VVD):

Ik ben één seconde over tijd, excuus.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):

Voorzitter. Ik sluit me graag aan bij de woorden van de heer Wiersma over die interessante bijeenkomst over leerrechten, waar ook ik aanwezig mocht zijn vanochtend. Ik heb één motie vandaag, iets korter dan de vorige motie die is ingediend.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van oordeel dat een leven lang ontwikkelen voor iedereen toegankelijk moet zijn en de overheid ook via het bedrijfsleven de verantwoordelijkheid draagt die toegankelijkheid te borgen;

constaterende dat mensen met flexcontracten relatief weinig gebruikmaken van een leven lang ontwikkelen en dit mede te maken heeft met de vrijblijvende relatie met de werkgever;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met werkgevers om een doelstelling te formuleren voor het aantal mensen met flexcontracten dat gebruikmaakt van een leven lang ontwikkelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Hul. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 114 (30012).

De heer Wiersma heeft een vraag.

De heer Wiersma (VVD):

De definitie van flex is soms heel breed en soms heel smal. Er zijn ook mensen die als zelfstandige werken. Doelt u met "flex" ook op die zelfstandigen?

Mevrouw Van den Hul (PvdA):

Nee.

De heer Wiersma (VVD):

Die zelfstandigen mogen het volgens de PvdA dus lekker zelf uitzoeken.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):

Nee, maar het is een andere groep. Daar gelden ook iets andere regels voor. Maar bij flexcontracten is er wel degelijk sprake van een arbeidsrelatie. We zien dat die groep bij het leven lang ontwikkelen achterblijft.

De heer Wiersma (VVD):

Helder. Dan zou het mooi zijn als we bij een volgende gelegenheid samen ook iets kunnen betekenen voor de zelfstandigen, want zij zijn toch minstens net zo veel gebaat bij een goed leven lang ontwikkelen.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):

Iedereen is gebaat bij een leven lang ontwikkelen. Dus wij ontwikkelen beleid voor zo veel mogelijk specifieke groepen. Daarin trekken wij graag samen op met de VVD.

De voorzitter:

Dan meneer Kwint van de SP.

De heer Kwint (SP):

Voorzitter. Ten eerste is dit voor mij de kans om de heer Wiersma te feliciteren met zijn debuutroman. Ik ben benieuwd naar de recensies.

Er blijven nog een hele hoop punten over, maar een van de dingen waar het tijdens het debat over ging, was de inzet van studievouchers. Als je een leven lang leren echt serieus neemt, wat zou het dan toch mooi zijn als er niet een soort verloopdatum op die dingen zit en je die daadwerkelijk een leven lang kunt inzetten. Omdat wij dat een goed idee vinden, dachten wij aan een motie. Ze is iets korter dan de motie van de heer Wiersma.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de motie-Van der Molen/Westerveld, die het kabinet verzoekt de regelgeving omtrent studievouchers zo aan te passen dat studenten hun voucher flexibel kunnen inzetten bij meerdere instellingen of opleidingen, is aangenomen;

constaterende dat een van de doelen van deze studievouchers het promoten van een leven lang leren is;

overwegende dat dit doel bereikt wordt als deze vouchers daadwerkelijk een leven lang ingezet kunnen worden;

verzoekt de regering het mogelijk te maken dat deze vouchers een leven lang ingezet kunnen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kwint, Renkema en Smeulders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 115 (30012).

De heer Kwint (SP):

Dat was het.

De voorzitter:

Dank u wel. De heer Renkema van GroenLinks.

De heer Renkema (GroenLinks):

Voorzitter, dank u wel. Ik heb twee moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat scholingsregelingen niet vanzelfsprekend door iedereen gebruikt worden;

overwegende dat het individueel STAP-budget bedoeld is om iedereen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt in staat te stellen om scholing in te zetten;

verzoekt de regering te monitoren welke groepen gebruikmaken van het STAP-budget, en maatregelen te nemen als blijkt dat bepaalde groepen ondervertegenwoordigd zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Renkema en Smeulders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 116 (30012).

De heer Renkema (GroenLinks):

Dan heb ik nog een motie. Die is ietsje langer, maar niet heel erg lang.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de huidige fiscale regeling aftrek van scholingsuitgaven nu vooral gebruikt wordt door hoger opgeleiden;

overwegende dat het individueel STAP-budget bedoeld is om iedereen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt in staat te stellen om scholing in te zetten;

constaterende dat bepaalde groepen meer gemotiveerd moeten worden om zich te blijven ontwikkelen, omdat zij bijvoorbeeld een negatieve leerervaring hebben;

verzoekt de regering om nog voor de implementatie van het STAP-budget met een concreet voorstel te komen om een leven lang ontwikkelen onder kwetsbare doelgroepen te stimuleren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Renkema, Smeulders en Van den Hul. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 117 (30012).

De heer Sneller van D66.

De heer Sneller (D66):

Dank, voorzitter. Ik vervang bij dit VAO mijn collega Diertens, die bij het IPKO aanwezig is. Ik heb mede namens haar één motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het soms lastig is om in te schatten wat een kansrijke volgende stap in je carrière is of welke opleiding van nut kan zijn voor duurzame inzetbaarheid;

overwegende dat voor groepen met een lage deelname aan scholing de kansrijke mogelijkheden van scholing of loopbaanontwikkeling niet altijd duidelijk zijn;

verzoekt de regering het mogelijk te maken om voor groepen met lage deelname aan scholing vanuit het STAP-budget ook van externe loopbaanbegeleiding of ontwikkelingsadvies gebruik te maken, indien daar behoefte aan is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Sneller en Diertens. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 118 (30012).

Tot slot de heer Van der Molen van het CDA.

De heer Van der Molen (CDA):

Voorzitter. Ik was er van tevoren al van op de hoogte dat de heer Wiersma een ellenlange motie zou indienen. Dus dacht ik: om de boel maar te bekorten zal ik mijn naam eronder zetten en zelf geen moties indienen. Dan staan we weer mooi 1-1.

Ik heb nog wel drie punten die ik graag wil noemen. Tijdens het AO heeft de minister een mooie toezegging aan mij gedaan, die helaas niet geregistreerd is. Die ging over het uitbreiden van het experiment leeruitkomsten voor nieuwe deeltijdopleidingen. De minister van Onderwijs heeft toegezegd om te bekijken of ze in ieder geval het uitbreiden van deeltijdopleidingen naar voren zou kunnen halen. Het zou fijn zijn als ze dit hier zou willen herhalen, zodat dit ook netjes in het verslag staat. Tijdens het AO is ook nog een vraag over de accreditatie open blijven staan. Het lijkt me goed om daarop nog een kort antwoord van de minister te ontvangen. Het CDA wil ook graag weten hoe het zit met de heraccreditatie van deeltijdopleidingen. Loopt deze apart of gebeurt deze samen met de heraccreditatie van voltijdopleidingen? Van hogescholen horen we bijvoorbeeld dat het nogal een administratieve last is, die een hinderpaal is of kan zijn bij het instellen van een deeltijdopleiding. Dat zou niet bevorderlijk zijn voor een leven lang ontwikkelen.

Voorzitter. Dan nog een vraag aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de uitvoeringstoets door UWV. Die is nu bezig met een uitvoeringstoets op het uitvoeren van het STAP-budget. Kan de minister toezeggen dat die uitvoeringstoets nog apart met de Kamer besproken zal worden voordat hij definitief een besluit neemt over het organisatorisch onderbrengen van de uitvoering van het STAP-budget bij UWV? Er waren namelijk nogal wat kritische opmerkingen tijdens het AO over een leven lang ontwikkelen. Ook zijn er gisteren nog de nodige vragen over gesteld in het AO over Sociale Zaken. Het CDA heeft behoefte om dit nog even van nabij te volgen voordat we besluiten om UWV, dat al heel wat opgaven heeft, ook nog met 100.000 tot 200.000 extra klanten te belasten.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de minister.

Minister Koolmees:

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Dank aan de Kamer voor de vragen en de moties. Ik zal de moties doen, met uitzondering van de motie op stuk nr. 115, en antwoord geven op twee vragen van de heer Van der Molen. Het rapport dat vanmorgen blijkbaar is verschenen, heb ik nog niet gelezen. Daar komen we na de zomer inderdaad op terug. Als zowel mevrouw Van den Hul als de heer Wiersma enthousiast zijn, zullen er goede dingen in staan.

De motie-Wiersma c.s. op stuk nr. 113 is een lange motie, dus ik moet er even genuanceerd op reageren. Voor wat betreft het bundelen is het goed om daar een plan van aanpak voor te maken. In het AO is al uitgebreid toegelicht dat het vooral toekomstgericht is en dat het moet gaan om regelingen gericht op het individu en op scholing voor de loopbaan. Bovendien is het niet zo zinvol om al lopende tijdelijke budgetten daarin mee te nemen, maar dat is volgens mij ook niet de bedoeling van de motie. Ik zie dit ook als een aanmoediging voor ons om het inderdaad meer te gaan bundelen. Met betrekking tot het verzoek over het SER-advies aangaande de beschikbaarheid van private budgetten, waarbij het duidelijk is dat het privaat geld is waar dus niet wij over gaan, maar de sociale partners, merk ik op dat het belangrijk is te bewaken dat het goed aansluit bij het advies van de verkenner, de heer Gijs de Vries, over het digitale portaal dat na de zomer beschikbaar komt. Met deze twee opmerkingen erbij geef ik de motie wel oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 113 krijgt oordeel Kamer.

Minister Koolmees:

De motie op stuk nr. 114 van mevrouw Van den Hul verzoekt om in gesprek te gaan met werkgevers om een doelstelling te formuleren inzake flexwerkers. Ik ben het ermee eens dat het belangrijk is dat het belang van kwetsbare groepen wordt meegenomen. Flexwerkers kunnen overigens wel zelf een STAP-budget aanvragen. Dat staat open voor flexwerkers. Als ik de motie zo mag opvatten dat we in gesprek gaan met bijvoorbeeld de uitzendbranche en DOORZAAM over het stimuleren van aanvragen uit deze groep, dan geef ik haar graag oordeel Kamer. Ik zie dat mevrouw Van den Hul knikt.

Dank u wel.

De voorzitter:

Mevrouw Van den Hul knikt, dus de motie op stuk nr. 114 krijgt oordeel Kamer langs de lijn die de minister net aangaf.

Minister Koolmees:

De motie op stuk nr. 115 doet de minister van Onderwijs.

De motie op stuk nr. 116 van de heren Renkema en Smeulders verzoekt de regering te monitoren welke groepen gebruikmaken van het STAP-budget en maatregelen te nemen als blijkt dat bepaalde groepen ondervertegenwoordigd zijn. Dat is inderdaad onderdeel geweest van het AO. Ik geef deze motie graag oordeel Kamer. We gaan de invulling al monitoren, juist omdat we het belangrijk vinden dat iedereen zijn weg weet te vinden naar dat STAP-budget en daar ook gebruik van maakt. Oordeel Kamer dus.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 116 krijgt oordeel Kamer.

Minister Koolmees:

De motie op stuk nr. 117 van de heren Renkema, Smeulders en mevrouw Van den Hul verzoekt om voor de implementatie van het STAP-budget met een concreet voorstel te komen voor een leven lang ontwikkelen onder kwetsbare groepen. Nogmaals, ik onderschrijf het belang dat iedereen mee kan doen met het STAP-budget. In het AO gaf ik al aan dat we beogen dat met het STAP-budget iedereen wordt bereikt. Ik zie juist ook in het voortraject, dus voordat het STAP-budget ingaat, een belangrijke rol weggelegd voor alle betrokkenen die dicht bij die doelgroepen staan, zoals werkgevers, vakbonden, ondernemingsraden, bibliotheken en gemeenten voor de Participatiewet en uitvoeringsorganisaties zoals het UWV voor de WW-gerechtigden. Daarom willen we deze organisaties ook ruim voor de ingangsdatum van het STAP-budget actief gaan benaderen om voorlichting daarover te geven en over het feit dat ze proactief doelgroepen kunnen gaan benaderen om die gebruik te laten maken van het STAP-budget. Als ik de motie zo mag interpreteren, laat ik het oordeel erover aan de Kamer.

De voorzitter:

Ik kijk naar de heer Renkema.

Minister Koolmees:

We wachten het overleg even af.

De voorzitter:

Oké, we wachten het overleg even af.

Minister Koolmees:

We hebben toch alle tijd; we hebben nog een kwartier!

De voorzitter:

Ik zie dat meneer Renkema met mevrouw Van den Hul overleg heeft gevoerd. De uitkomst is dat hij akkoord gaat, dus langs die lijn krijgt de motie op stuk nr. 117 oordeel Kamer. Nu de motie op stuk nr. 118.

Minister Koolmees:

De motie op stuk nr. 118 van de heer Sneller en eigenlijk van mevrouw Diertens verzoekt de regering om het voor groepen met een lage deelname aan scholing mogelijk te maken om vanuit het STAP-budget ook van externe loopbaanbegeleiding of ontwikkeladvies gebruik te maken. Het kan inderdaad soms nodig zijn om een wat uitgebreidere oriëntatie te doen om beter zicht te krijgen op je loopbaanmogelijkheden. Daarom zorgen we voor het ontwikkeladvies bij het STAP-budget en inderdaad ook breder, dus oordeel Kamer.

De voorzitter:

De motie op stuk nr. 118 krijgt oordeel Kamer.

Minister Koolmees:

De laatste vraag van de heer Van der Molen die op mijn terrein betrekking had, ging over de uitvoeringstoets van het UWV. Ik kan zo snel niet precies het tijdpad duiden en overzien. Wel begrijp ik de zorgen van de heer Van der Molen op dit punt heel goed. Ik ga dus op zoek naar een manier om de Kamer na de zomer, dus zodra de uitvoeringstoets beschikbaar is, te betrekken bij de consequenties ervan voor de uitvoerbaarheid. Ik zal de Kamer daarover informeren. Het precieze tijdpad weet ik nog niet, omdat we net die uitvoeringstoets hebben uitgestuurd. We zitten natuurlijk met een soort tijdsdruk, want we willen die implementeren, maar ik begrijp het politieke punt heel erg goed. Morgen kom ik met een grote stapel brieven over het UWV. Ik herken uw zorgen en ga op zoek naar een manier om de Kamer hierin mee te nemen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank. Minister Van Engelshoven geef ik het woord over de motie op stuk nr. 115.

Minister Van Engelshoven:

Dank aan de Kamer voor het goede overleg dat wij gevoerd hebben. Over de motie van de heer Kwint hebben wij in het algemeen overleg het een en ander gewisseld. Er ligt ook de aangenomen motie-Van der Molen/Westerveld. Dat staat ook in die motie. In het kader daarvan zijn wij aan het kijken of de studievouchers eerder en anders kunnen worden ingezet. U vraagt precies het omgekeerde, namelijk of ze ook later kunnen worden ingezet. Als je beide bewegingen tegelijkertijd inzet, betekent dit dat je het budget hiervoor over een langere periode gaat versnipperen. Dat kan ook iets betekenen voor bijvoorbeeld het ontwikkelen van het aanbod.

Overigens zijn de vouchers bedoeld voor een specifieke doelgroep. Ik vind het relevant om te kijken wat de doelgroep het meest noodzakelijk vindt. Ik zou de heer Kwint daarom willen vragen om de motie aan te houden tot ik kom met de brief over de uitvoering van de motie-Van der Molen/Westerveld. Ik ga eerst onderzoeken wat we met die motie kunnen. Dit betekent nogal wat, namelijk een financiële verschuiving van 650 miljoen. Die moet je anders gaan inzetten. Tegelijkertijd met een reactie op de motie-Van der Molen/Westerveld kom ik met een reactie op uw motie. Ik vraag u dus om de motie aan te houden. Ik moet echt even kijken of dit allemaal wel tegelijkertijd kan. Houd die motie dus even aan. We gaan hier vast nog een gesprek voeren over de brief die ik dit najaar ga sturen over de motie-Van der Molen/Westerveld. We moeten namelijk echt even kijken of dit kan en of dit wenselijk is, en ook of het leidt tot een goede incentive voor het creëren van aanbod voor het inzetten van de voucher.

De heer Kwint (SP):

Hoe aantrekkelijk het mij ook lijkt om het enige negatieve preadvies van vandaag binnen te harken, lijkt het mij inderdaad verstandig om te wachten op de brief, als de minister daarin specifiek op dit voorstel ingaat en daarbij haar beweegredenen geeft.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Kwint stel ik voor zijn motie (30012, nr. 115) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Engelshoven:

Dan waren er nog twee vragen van de heer Van der Molen. Ik heb inderdaad een toezegging gedaan over de uitbreiding van het experiment leeruitkomsten. Ik heb toegezegd te zullen onderzoeken of het mogelijk is om de nieuwe deeltijd- en duale opleidingen in het hbo toe te laten tot het experiment leeruitkomsten. Op dit moment kijkt de projectgroep flexibilisering van OCW, NVAO en de inspectie niet of, maar hoe we dat gaan doen. Die toezegging herhaal ik hier graag.

De heer Van der Molen had een terechte vraag over de accreditatie van de deeltijdopleiding. Regulier gaat heraccreditatie van deeltijd-, duale en voltijdopleidingen gelijk op. Alle varianten van een opleiding worden gelijktijdig geaccrediteerd. Dat levert dan ook geen belemmeringen op om een deeltijdopleiding te starten. In het experiment leeruitkomsten kan er sprake van zijn dat een accreditatiebeoordeling van de experimenteervariant van een opleiding op een ander moment komt. Dat is omdat deze niet parallel loopt en er wel gekeken moet worden of de experimenteervariant ook geaccrediteerd kan worden. Dat hebben we dan nodig om die experimenteervariant goed te kunnen beoordelen.

Eenmalig kan het dus zo zijn dat een experimenteervariant apart geaccrediteerd moet worden, maar regulier proberen wij om dat allemaal in één proces te doen. De NVAO probeert met de instellingen een dusdanige planning voor de accreditatie op te stellen dat het allemaal in één keer kan. Wij spannen ons er dus maximaal voor in om het in een keer te doen, maar wil je een experiment snel kunnen starten, dan kan het zijn dat zo'n experimenteervariant apart geaccrediteerd moet worden.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO Een leven lang ontwikkelen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik schors voor enkele ogenblikken. Daarna gaan we door met het VAO Laaggeletterdheid.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.