Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 3, item 6

6 Algemene Politieke Beschouwingen

Aan de orde is de voortzetting van de Algemene Politieke Beschouwingen.

De voorzitter:

We gaan verder met het debat over de Algemene Politieke Beschouwingen. Ik geef de minister-president het woord.

Minister Rutte:

Voorzitter, dank. Ik kom bij het volgende onderwerp: de samenleving. Daarbij komen verschillende onderwerpen aan de orde. Om te beginnen is er de kwestie van de demografie en de bevolkingsgroei. Er waren vragen uit de hoek van VVD en CDA. De vragen die daarover gesteld zijn door de heren Dijkhoff en Buma, zijn relevant. Tegelijkertijd zijn ze veelomvattend, want ze gaan over geboorte- en sterftecijfers, over migratiesaldi, over de draagkracht van onze economie en de samenleving, over de fysieke inrichting van ons land, over bouwen en wonen, over infrastructuur en arbeidsmarkt en, ja, ook over asiel en arbeidsmigratie en het vrije verkeer van personen binnen de Europese Unie. En ze gaan natuurlijk over de betekenis van diversiteit voor onze manier van samenleven, voor ons onderwijs en voor de zorg.

Voorzitter. Wij hebben in Nederland goede onderzoeksinstellingen. Het door de heer Dijkhoff genoemde essay is geschreven in het kader van het project over migratiediversiteit van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

De heer Wilders (PVV):

Ik was niet van plan de premier zo snel al te interrumperen, maar het gaat toch ook over de islam. U noemt nu van alles, net als de collega-fractievoorzitters die het voorstel eergisteren deden. Maar ja, het maakt nogal wat uit hoe de bevolkingssamenstelling eruitziet. De premier komt nog tot zijn conclusie, maar is hij het met mij eens dat de islam en de islamisering ook een heel belangrijk onderdeel zijn als dit zou worden onderzocht?

Minister Rutte:

Nee, net zoals we bij de migratie uit Oost-Europa niet kijken naar het overwegend grote aantal katholieken.

De heer Wilders (PVV):

Het is toch werkelijk onvoorstelbaar dat we die grote olifant in de zaal niet durven te benoemen. De heer Dijkhoff had gisteren een groot voorstel voor wat sommige collega's postcodestrafrecht noemden. Hij had het over alles, behalve over de islam. Dat woord heeft hij niet één keer in zijn mond genomen. En nu is er een voorstel over een onderzoek naar de bevolkingsontwikkeling en niemand heeft het over de islam. Maar de problemen in die wijken komen negen van de tien keer door mensen van islamitische afkomst. Het maakt bij dat onderzoek over demografie nogal wat uit of de mensen uit islamitische landen komen of niet. De hele samenleving verandert als we dat doen. Dus zou u, als u dat onderzoek wil, daarbij apart de islam willen betrekken, hoe oncomfortabel dan ook voor sommigen hier?

Minister Rutte:

Nee. De heer Wilders begint steeds meer op president Barack Obama te lijken — ja, die had hij niet zien aankomen. Aan het begin van zijn presidentschap hield Obama een toespraak in Caïro tot "de islamitische wereld". Ik had daar grote moeite mee en dat heb ik hem later ook gezegd. Ik zei: je spreekt nu allemaal mensen aan op één aspect van hun identiteit, namelijk hun geloof. Maar mensen hebben zo veel meer identiteiten. Mensen zijn man of vrouw, jong of oud, hebben bepaalde hobby's, een bepaald beroep, ze hebben bepaalde ouders en tradities. Er is zo veel meer wat uiteindelijk bepaalt wie iemand is. Vandaar dat wij mensen in onze rechtsstaat beoordelen op de persoon en op wie ze zijn. We kijken niet naar hun afkomst en we kijken niet naar hun geloof. We kijken niet naar de groep waar ze uit voortkomen. We zijn niet naïef. Een vluchteling uit Syrië zal in een aantal gevallen meer moeite hebben om in deze samenleving te integreren dan een arbeidsmigrant uit Polen en dat feit levert bepaalde vraagstukken op. Dat is een gegeven en daar moet je dus ook je beleid op afstemmen. Maar je gaat niet naar één aspect kijken van 's mensens identiteit. Dat was mijn bezwaar tegen die toespraak van Barack Obama in Caïro in 2008 en ook mijn bezwaar tegen deze vraag van de heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):

Over de heer Obama zijn we het eens. In het eerste hoofdstuk van een boek dat ik heb geschreven ga ik precies op die speech in. Het was inderdaad zijn eerste buitenlandse speech, die hij in Caïro heeft gehouden. Ik heb die een appeasementspeech genoemd, een Chamberlainachtige speech. Maar los daarvan is het natuurlijk ontzettend naïef om te denken dat het niet uitmaakt waar de immigranten vandaan komen. Ik zei al: Afrika gaat van 1 naar 2 miljard mensen in 2050 en naar 4 miljard in 2100. Het hele noorden en het centrale deel van Afrika zijn islamitisch. Die mensen komen deze kant op. En het maakt nogal wat uit, meneer Rutte, of de meerderheid van dat stel 20 miljoen inwoners islamitisch is of niet. Dat maakt nogal wat uit. Onze vrijheid staat op het spel. Gaan onze meisjes dadelijk verplicht gesluierd over straat, worden meisjes uitgehuwelijkt, kunnen homo's nog hand in hand over straat, hoe gaan we om met christenen en anderen? Het maakt wat uit of de bevolking in toenemende mate islamitisch is of niet. Dus als u dat niet doet, als u dat ontkent, als u de grote olifant in de zaal niet durft te benoemen, dan wordt het een onderzoek van niets.

Minister Rutte:

De overeenkomst tussen de heer Wilders en de heer Obama zit hem erin dat zij het beiden hebben over de islamitische wereld en de islam. Dat ze verder in hun meer gedetailleerde inkleuring van deze kwesties verschillende paden kiezen, moge duidelijk zijn. Maar ik vind het allebei bezwaarlijk. Kijk, wat we als land moeten doen, is helder zijn tegen mensen die van buiten komen in wat voor land ze aankomen. We gaan niet kijken waar ze vandaan komen, we kijken of ze weten waar ze aankomen en wat onze waarden zijn: de gelijkheid van man en vrouw, de gelijkwaardigheid van homo en hetero, van blank en zwart, de scheiding van Kerk en Staat, de geloofsvrijheid in Nederland, de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid. Begrijpen mensen wat dat betekent, dat het mensen niet vrijwaart voor kritiek op bijvoorbeeld hun religie of belangrijke symbolen die ze hebben, ook niet vrijwaart van politici die hun religie centraal stellen in hun politieke beleving? Dat is allemaal onderdeel van onze vrije samenleving. Deze coalitie vindt dat als mensen hier komen en hier mogen zijn omdat ze oprecht vluchteling zijn of om andere redenen hier naar toe zijn gekomen, we veel duidelijker moeten zijn in wat onze waarden zijn. Dit is hoe je het moet aanvliegen. Wat niet werkt, is mensen op een aspect van hun identiteit bekijken en vandaaruit gevolgtrekkingen maken. Dat er vervolgens nog een verschil is tussen een laagopgeleide arbeidsmigrant uit Afrika en iemand uit Oost-Europa, zie ik ook. Dat zal bij integratie natuurlijk betekenen dat je dat verschillend hebt te benaderen. Maar de basis, dat je mensen als mens benadert en dat je duidelijk bent over wat onze normen en waarden, dat verschilt niet.

De heer Wilders (PVV):

Die waarden die de premier noemt — vrijheid, gelijkheid en kansen — gelden niet in de islam. De islam is niet alleen de meest gewelddadige, maar ook meest discriminerende ideologie of, zo u wilt, godsdienst die er bestaat. Want de islam zegt tegen iedereen die niet islamitisch is of daar niet bij wil horen of de islam wil verlaten: jij bent minderwaardig, jij hebt niet dezelfde rechten. Daarom heb ik in mijn eerste termijn eergisteren gezegd: noem mij een islamitisch land waar democratie bestaat, waar vrijheid bestaat, waar een meerderheid van een parlement met één stem verschil een premier naar huis kan sturen, waar journalisten vrij kunnen schrijven wat ze willen, waar homo's vrij over straat kunnen, waar een kerk kan worden gebouwd en een religie kan worden beleden zonder dat er angst voor vervolging of dood moet zijn. Dat bestaat in geen enkel islamitisch land. Dus je kunt niet zeggen dat je daar niet naar kijkt. Er komen miljoenen, honderden miljoenen mensen naar Europa toe, later in deze eeuw. Het maakt nogal wat uit waar ze vandaan komen. Ze komen niet uit Zweden, ze komen uit islamitisch Afrika. Al die vrijheden die u zegt te verdedigen, die raken we kwijt als u uw politiek-correcte bril niet afzet en ziet waar de islam voor staat, namelijk onvrijheid.

Minister Rutte:

Waar de heer Wilders en ik het over eens zijn, is dat als iemand zijn geloof gebruikt om daarmee gedrag te rechtvaardigen dat in strijd is met onze rechtsstaat, we daar met elkaar heel hard tegen zullen optreden. Dan zullen onze wet, de politie en onze hele rechtsstaat zich tegen zo iemand keren die zegt: vanuit mijn geloof mag ik bepaalde gedragingen doen, mag ik bepaald gedrag laten zien, omdat ik dat vanuit mijn geloof noodzakelijk vind. Als je dat doet, zal de staat zich tegen je keren. Wat de heer Wilders doet, is niet kijken naar de mensen en die mensen aanspreken op hun gedrag en duidelijk maken waaraan je je in het land waar je bent aangekomen hebt te houden. Wat de heer Wilders doet, is een godsdienst waar heel veel mensen vroom gelovig in zijn en verder in deze samenleving heel goed functioneren, wegzetten. Waar slaat dat nou op? Wat is dat dan voor land dat je aan het bouwen bent? Daarin staat de vraag centraal hoe overheden kunnen omgaan met een groeiende migratiediversiteit in steden en regio's. Dat zal in 2019 leiden tot een WRR-rapport. Over het fysieke domein is door het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving dit voorjaar de zogenoemde Toekomstverkenning Welvaart en Leefomgeving gemaakt. Daarin worden de effecten op de leefomgeving in een tweetal scenario's onderzocht: een hoge bevolkingsgroei gepaard gaand met een hoge economische groei versus een lage bevolkingsgroei gepaard gaand met een lage economische groei. We kunnen van dit soort onderzoeken gebruikmaken om politiek te discussiëren over de vragen die door de heren Dijkhoff en Buma zijn gesteld. Ik wil daarbij toezeggen dat het kabinet bereid is om het Centraal Bureau voor de Statistiek in samenwerking met het Sociaal en Cultureel Planbureau te vragen om een nadere studie naar de demografische ontwikkelingen uit te voeren. De minister van Sociale Zaken zal de Kamer een kabinetsreactie doen toekomen op het genoemde WRR-rapport over migratiediversiteit. Het kabinet zal de Kamer informeren over de resultaten en eventuele beleidsconsequenties van het nadere CBS-onderzoek. We hebben dus een paar stukken, er komt een kabinetsappreciatie en we zullen het CBS en het SCP vragen om een nadere studie uit te voeren naar de demografische ontwikkelingen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik heb daar nog één vraag over. Het is wel van belang om van verschillende scenario's uit te gaan en om daarbij te kijken naar de beleidsmaatregelen die daarbij horen, want het maakt nogal wat uit of je 18, 19 of 20 miljoen inwoners hebt. Als je er op een gegeven moment achter komt dat een land het niet meer kan dragen, moet je ook weten wat dat betekent voor immigratie en andere keuzes rond de groei van de bevolking.

Minister Rutte:

We zullen daar een poging toe doen. Ik snap dat. Het lastige is wel dat als er heel kleine verschillen zijn in het migratiesaldo — dat is dus het verschil tussen immigratie en emigratie — dat over een langere periode tot 2060 leidt tot enorme verschillen in omvang en samenstelling van de bevolking. Dat punt heeft u beiden volgens mij in de eerste termijn naar voren gebracht. Dat betekent dat beleidskeuzes op dit termijn des te relevanter zijn, zoals het betoog van de heer Buma ook onderstreept. We zullen dus een poging doen om ook die aspecten mee te wegen. Het goede is dat het rapport van de WRR al uitging van twee scenario's. Laten we dus even met het SCP en het CBS kijken hoe we dat precies doen. Misschien mag ik de minister van Sociale Zaken suggereren dat hij nog even een kort briefje aan de Kamer stuurt over de precieze onderzoeksopzet, zodat daar een discussie over kan plaatsvinden als daar nog vragen in ontbreken.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

De minister-president zegt in wezen dat dit niet tot makkelijke vragen of antwoorden leidt, maar ik geloof juist dat wij voor een aantal grote onzekerheden staan en dat we daarbij wel degelijk moeten kijken naar de vraag welke keuzes moeten worden gemaakt. Ik vind het niet zo'n punt dat dat leidt tot ingewikkeldheden. Het is ingewikkeld, maar wellicht geeft het ons toch zicht op de beleidsmogelijkheden die we hebben. Om die reden zeg ik toch dat we niet te bang daarvoor moeten zijn.

Minister Rutte:

Nee, nee. Eens.

De heer Van der Staaij (SGP):

In het interruptiedebatje met de heer Wilders ging het net even over dé islam. Dan krijgt je daar een discussie over, over de vraag of dat niet te ongenuanceerd is en zo, maar ik zou het jammer vinden als uit beeld verdwijnt dat de afstand die er is tot onze samenleving in waarden en normen wel degelijk een rol speelt bij de integratieopgave voor wat we ook aankunnen. Wordt er ook aandacht besteed aan die inhoudelijke kant? Het gaat niet alleen om poppetjes, maar toch ook om de integratieopgave die daarmee verbonden kan zijn.

Minister Rutte:

Ik weet niet of dat in een demografisch onderzoek past, maar dat is wel het beleid van deze regering. Het kabinet doet dat door volstrekt helder te zijn over wat onze normen en waarden zijn. Wij realiseren ons ook het volgende. Als een economische migrant uit Afrika hiernaartoe komt, dan heeft die hier in principe helemaal niets te zoeken. Wegwezen. Als een vluchteling uit Afrika hiernaartoe komt die hier ook als vluchteling mag zijn, dan gaan we ons best doen voor de integratie. We weten allemaal dat dit bij een vluchteling uit een meer westers georiënteerd land — noem eens een land — die wellicht ook al Engels spreekt veel sneller zal gaan dan bij een vluchteling uit Syrië met een lage opleiding. Ik wil alleen voorkomen dat we daarbij één aspect van de identiteit van die persoon centraal stellen, namelijk het geloof. Ik denk dat er zoveel meer aspecten zijn die bijdragen aan de complexiteit van de integratievraag bij het ene en het andere geval.

De heer Van der Staaij (SGP):

Het tegenovergestelde is dat we van alles meewegen, maar één aspect buiten beschouwing laten, namelijk het geloof. Dat kan voor mensen wel degelijk heel belangrijk en heel lastig zijn, ook in de Nederlandse samenleving. Mijn oproep blijft toch om ook die lastige aspecten niet te verdoezelen en om daar ook wel aandacht aan te besteden in deze verkenning.

Minister Rutte:

Dat doen we, maar dan wel altijd vertrekkend vanuit de persoon. En dat is mijn punt. Ik maak er bezwaar tegen als we zeggen: u bent aanhanger van de islam, dus het gaat hier niks worden. Ik ken hier zo veel mensen — dat geldt voor ons allemaal hier — die een waanzinnige bijdrage aan dit land leveren en ook vroom moslim zijn. Dat mag toch in dit land? Het zou toch gek worden als we daar ... Maar dat is niet wat de heer Van der Staaij suggereert.

Voorzitter. Het right to challenge kwam voorbij. In het regeerakkoord staat vermeld dat het kabinet ruimte gaat bieden voor initiatieven van burgers en verenigingen in de samenleving, onder meer via het right to challenge en het recht op overname van maatschappelijk vastgoed, het right to bid. De uitwerking hiervan is aangekondigd in de brief Plan van aanpak versterking lokale democratie en bestuur, die Kajsa Ollongren, de minister van BZK, op 5 juli naar de Kamer heeft gestuurd. Met gemeenten worden nu initiatieven ontplooid. Er wordt naar gestreefd om het aantal gemeenten naar boven te brengen tot 75 à 100, waarmee het aantal in deze kabinetsperiode wordt verdubbeld. In dit najaar start een omvangrijk programma om gemeenten te informeren over de mogelijkheden rond bewonersinitiatieven. Ook start dit jaar een initiatief over het overnemen van maatschappelijk vastgoed met de bijbehorende functie door buurtbewoners, zoals een lokaal zwembad, een buurthuis of een bibliotheek.

Dan de vraag van de heer Van der Staaij over het stapelen van procedures en ook even de link met het initiatief van het kabinet om een commissie in te stellen die zich buigt over de vraag waarom het soms acht, negen jaar duurt voordat iemand daadwerkelijk het land verlaat. Ik ben het eens met de heer Van der Staaij. We hebben voor het bekorten van procedures geen commissie nodig. Dat is gewoon helemaal waar. Het is zaak om het stapelen van procedures tegen te gaan door ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld de vervolgprocedure echt kort is. Het regeerakkoord is daarover duidelijk. Daar is Mark Harbers, de staatssecretaris voor Immigratie, ook mee aan de slag, bijvoorbeeld door te regelen dat vervolgaanvragen zonder kans van slagen afgewezen kunnen worden zonder dat er ook nog gehoor plaatsvindt.

De commissie waar hij mee bezig is, en die het kabinet gaat instellen — daar werkt hij aan — komt er om álle factoren in beeld te brengen waardoor vreemdelingen na een afwijzing toch in Nederland blijven. Dat gaat dus veel verder dan de lengte van procedures. Het is denk ik een goede zaak om dat van enige afstand te bekijken, terwijl hij intussen gewoon doorgaat met het uitvoeren van het regeerakkoord. Maar ik ben het eens met de heer Van der Staaij op dit punt.

De heer Buma vroeg naar het internationaal kader op dit punt. In het regeerakkoord is daar al iets over gezegd. Wij laten een onafhankelijk onderzoek doen naar de vraag of, en zo ja op welke wijze, het Vluchtelingenverdrag bij de tijd moet worden gehouden om een duurzaam, juridisch kader te kunnen bieden voor het internationaal asielbeleid voor de toekomst. Met de opdrachtformulering en de opdrachtverlening is de staatssecretaris op dit moment bezig. De genoemde commissie waar hij aan werkt, is niet primair gericht op de reikwijdte van de internationale asielbescherming, maar juist op de aspecten die ook de heer Buma benoemde, zoals de stapeling van procedures of de medewerking van herkomstlanden aan terugkeer. Ik denk dat we kunnen afspreken dat we aan de commissie vragen om te bepalen in welke mate zij daarbij ook dat internationaalrechtelijk kader onder de loep wil nemen, dat we dat even aan die commissie laten en dat de staatssecretaris de Kamer daarover nader zal informeren. Dan "dakpannen" — hoe zeg ik dat in goed Nederlands? — of overlappen die twee initiatieven elkaar denk ik op de juiste manier.

De heer Wilders (PVV):

Ik kom even terug op het punt dat de minister-president noemde over het stapelen van procedures en waarom mensen niet teruggaan. Daar hoeft u wat mij betreft geen commissie voor in het leven te roepen, want dat weten we allemaal. Sterker nog, tien, vijftien jaar geleden — nog in de Groep Wilders-tijd — is in de Tweede Kamer een motie aangenomen die zei: stop het procedurestapelen. Zij is alleen nooit uitgevoerd. Het was ook onderdeel van de plannen van uw eerste kabinet, maar ook dat is niet uitgevoerd. Wat is de reden? De reden is dat mensen die een afwijzing krijgen, andere gronden aanvoeren. De ene keer zijn het humanitaire, dan zijn het medische redenen. Iedere keer opnieuw gaat die klok tikken. En dan gaan ze in beroep, en dan gaan ze nog een keer, en als dat wordt afgewezen, dan gaan ze naar grond nummer achttien. Dat weten we allemaal al. Wat u moet doen, is ervoor zorgen dat mensen op één grond een beroep kunnen doen en dat ze gaan als dat wordt afgewezen. Zo simpel is het. Daar hoeven we geen commissie voor te hebben. Dat weet iedereen al. Daar heeft de Kamer al een keer voorgestemd. Waarom doet u dat niet?

Minister Rutte:

Ik zei net al in de richting van de heer Van der Staaij dat die commissie daar ook niet mee aan de slag gaat, want de SGP maakte terecht het punt dat voor het bekorten van procedures geen commissie nodig is. De heer Wilders echoot dat nu. Ik ben dat met hem eens en ...

De heer Wilders (PVV):

Niet verkorten. Stapelen.

Minister Rutte:

... dat staat ook in het regeerakkoord. De heer Wilders was zo snel weg uit de voorvorige coalitie dat we niet eens de kans kregen om dit uit te voeren. Maar dit kabinet gaat hiermee aan de slag. Het regeerakkoord is volstrekt helder over dit punt. Mark Harbers is daarmee overigens aan het werk, zoals ik al zei bijvoorbeeld door te regelen dat vervolgaanvragen zonder kans van slagen worden afgewezen zonder gehoor. Die commissie is daar dus niet voor, dat ben ik eens met Wilders en Van der Staaij.

De heer Wilders (PVV):

Maar dat is iets anders. ik heb het niet over kortere procedures, ik heb het over minder procedures. Het gaat er dus niet om dat je de procedures verkort, wat natuurlijk ook zeer wenselijk is, maar het gaat erom dat iemand nog maar één keer een beroep kan doen op één grond, en dat het daarna voorbij is. Dat was ook die aangenomen motie van tien jaar geleden. Bent u dat met mij eens? Wordt dat geregeld?

Minister Rutte:

Wat wij aan het regelen zijn, is te kijken waarom procedures zo lang duren en hoe het mogelijk is dat procedures gestapeld worden. Dat brengt Harbers in kaart, en dan zullen we daar keuzes in maken.

De voorzitter:

Meneer Wilders?

De heer Wilders (PVV):

Mevrouw de voorzitter, ik stel toch gewoon een inhoudelijke en serieuze vraag? Waarom krijg ik dan iedere keer die riedel, en die grap ertussendoor? Het is toch niet moeilijk om daar antwoord op te geven? Dit is nota bene een Kameruitspraak, waarin is gezegd: dat moeten we zo doen; niet alleen korter, en maar één grond. En dan komt ie weer met: Harbers gaat ernaar kijken. Ik vraag aan u: gaat u dat doen? Dit is een uitspraak van de Kamer, die er al heel lang ligt. En iedereen in Nederland wil het: je krijgt één kans, en daarna niet zeggen dat je ook om humanitaire redenen wil, of omdat je ineens last van je knie hebt of om weet ik wat voor andere smoezen. Dus: één keer, en dan niet meer. Ik vraag u gewoon: vindt u dat een onredelijk voorstel, of zegt u: dat gaan we doen? Dat zou zo veel schelen.

Minister Rutte:

De heer Wilders reageert nu heel gebelgd, maar dit was mijn punt helemaal niet. Ik dacht juist dat ik hem tegemoetkwam door te zeggen dat die commissie daar niet voor nodig is. Er liggen Kameruitspraken, en er is ook een regeerakkoord waarin op dit punt heel duidelijke uitspraken zijn gedaan. Daar is Mark Harbers mee aan de slag.

Voorzitter. Dan kom ik bij ...

De voorzitter:

Meneer Wilders?

De heer Wilders (PVV):

Ja, voorzitter. Het spijt me, maar als u het toestaat, zou ik ook graag nog een ander punt aan de orde willen stellen als het gaat over asiel. Dat zijn die — wat is het? — 70.000 Syriërs die op dit moment in Nederland zijn. Die zijn eigenlijk vanaf het jaar 2013 en 2014, met een piek in 2015, naar Nederland toe gekomen. Die mensen krijgen volgens de huidige regels na vijf jaar een permanente verblijfsvergunning. Dat betekent dat, als we nu niet snel iets doen, vanaf dit jaar of in ieder geval vanaf volgend jaar de eerste mensen een permanente verblijfsvergunning krijgen, op termijn dus 70.000, en dat die mensen dan niet meer weg te krijgen zullen zijn. Nu zien we dat delen van Syrië veilig zijn. Je ziet dat er nu zelfs uit vluchtelingenkampen in Jordanië en Libanon mensen vrijwillig teruggaan, dus niet gedwongen maar vrijwillig, omdat ze zien dat niet heel Syrië maar wel delen van Syrië veilig zijn. Dus ik vraag aan de premier wat er mogelijk is, voordat wij hier dadelijk met 70.000 mensen zitten die vanaf volgend jaar een permanente verblijfsvergunning zullen krijgen en die we dus nooit meer weg krijgen, terwijl er nu al vrijwillig teruggaan omdat delen van Syrië veilig zijn. Bent u bereid om ervoor te zorgen dat we vanaf morgen gaan kijken welke Syriërs terug kunnen, om ervoor te waken dat we ze dadelijk niet meer uit ons land krijgen?

Minister Rutte:

In de eerste plaats werken wij altijd op basis van de inzichten die Buitenlandse Zaken met ons deelt; waar is het veilig, waar is het niet veilig? Dat is geen politiek besluit, dat moet altijd echt op basis van de kale feiten gebeuren. Twee: de heer Wilders maakt nu een heel groot punt van de Syrische vluchtelingen. Hij was tegen de afspraken met Turkije om ervoor te zorgen dat de Syrische vluchtelingen in Turkije konden worden opgevangen. Zelfs de SP steunt nu zo'n aanpak. Waar blijft de heer Wilders?

De heer Wilders (PVV):

De premier zit duidelijk in de problemen als hij niet eens antwoord kan geven op de vraag, en dan hiermee terugkomt. Ik sta hier gewoon. Ik ben hier voorzitter van een oppositiefractie. Dit is het belangrijkste debat van het jaar. Ik wil gewoon antwoord op mijn vraag. Iedere keer opnieuw komt ie met grapjes en met wedervragen. Ik heb een hele simpele vraag. Nou kan ik het wel allemaal gaan herhalen, maar het komt erop neer dat er 70.000 Syriërs in Nederland zitten, dat die vanaf volgend jaar een permanente verblijfsvergunning krijgen, en het jaar erna weer en het jaar daarna wéér, en dat we ze uiteindelijk nooit meer wegkrijgen. Delen van Syrië zijn veilig; zo veilig dat Syriërs uit de buurlanden al vrijwillig teruggaan. En dan hebben we het dus niet eens over de islamitische feestdagen, waarvoor ze er ook al vrijwillig naartoe teruggingen. Dus mijn vraag aan u is: bent u bereid om ervoor te zorgen dat die mensen naar veilige delen van Syrië terug kunnen gaan, en om daar nu mee te beginnen? En kom dan niet met een jij-bak, maar geef gewoon een antwoord.

Minister Rutte:

Dat antwoord heb ik net gegeven: dat het niet de politiek is die dat beslist, maar dat we dat doen op basis van objectieve feiten. Je kunt niet als Kamer besluiten waar het wel of niet veilig is. Dat is niet juist. Zo werkt het systeem ook niet, en ook het internationale recht niet.

De heer Wilders (PVV):

Voorzitter. Het spijt me echt, maar dit is toch geen ... De Syriërs gaan vrijwillig terug. Ze gaan vrijwillig terug, zonder dat een overheid dat zegt, uit de buurlanden van Syrië. Dan zegt de premier nu: het is niet aan ons. Als mensen vrijwillig teruggaan, mag u ze neem ik aan toch ook wel terugsturen? Want delen van Syrië zijn veilig. Het besluit van die ambtsberichten over die landen is een besluit van het kabinet, en het besluit om dat te doen is van de minister van Buitenlandse Zaken en de staatssecretaris van Vreemdelingenzaken samen. Ik vind dus dat u dat moet doen. Als u dat niet doet, zitten we hier dadelijk met 70.000 Syriërs, terwijl hun land weer veilig is, en we krijgen ze daar nooit meer naar terug.

Minister Rutte:

Ik herhaal het antwoord dat ik net gaf. Het is niet zo dat wij daar hier in de Kamer een politiek besluit over kunnen nemen. Daar is een systeem voor dat geobjectiveerd vaststelt waar dat niet of wel zou kunnen. Dat is niet iets wat we hier in de politiek gaan beslissen. Dan zouden we ook andere argumenten kunnen laten meewegen, wat niet juist zou zijn. Daar speelt UNHCR een rol in en daar spelen allerlei andere zaken een rol in. Daar hebben we een goed systeem voor.

Gevraagd is of wij moeten vinden dat als het om kinderen gaat, hun rechten voorrang moeten hebben en hun belang voorop dient te staan. Laat ik allereerst zeggen dat voor iedereen hier en ook voor het kabinet het belang van het kind vanzelfsprekend groot is en dat dit in het oog wordt gehouden bij vreemdelingrechtelijke procedures. We wegen het belang van het kind in belangrijke mate mee. Maar dit is belangrijk: het mag geen exclusief belang zijn. Uit de tekst van artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind, het IVRK, volgt ook niet dat dit belang het enige belang is, maar een van de te wegen belangen.

Dan is door de SGP een vraag gesteld over het toelatingsbeleid. Daar heb ik eigenlijk net bij de interruptie al op gereageerd.

De heer Segers heeft de positie van vluchtelingen op Lesbos naar voren gebracht. Maar hij hoort dit niet, dus ga ik even door naar de volgende vraag. Ik kom daar zo op terug. Ja, wel: hij hoort het wel.

De voorzitter:

Ja, hij hoort het wel.

Minister Rutte:

Meneer Segers stelde de vraag over Lesbos. De humanitaire omstandigheden zijn niet altijd goed. Het verzoek is om dat ook op de agenda te zetten van de migratietop. Dat heb ik opnieuw gedaan. Ik heb dus gisteren opnieuw tegen mijn Griekse collega gezegd dat ik mij grote zorgen maak, en dat men zich ook breed in de Nederlandse politiek zorgen maakt, over de situatie op de Griekse eilanden. Opnieuw heb ik alle hulp aangeboden, ook conform het verzoek van de Kamer bij het debat van vorige week in voorbereiding op de Europese Raad. De heer Voordewind voerde daar het woord. Daar komt nog niet heel veel op terug. Wij blijven daarop duwen, maar we kunnen het niet afdwingen. Griekenland is soeverein, maar de situatie daar is natuurlijk buitengewoon zorgelijk. De Europese Commissie monitort dit, evenals het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, de lidstaten, UNHCR en ngo's. We houden ook zelf langs dit soort wegen contact met de Griekse autoriteiten. Dat doet Mark Harbers met zijn collega en ik heb dat gisteren opnieuw gedaan bij de informele top in Salzburg. Ik zeg ook eerlijk dat we hulp, mensen en noem maar op kunnen aanbieden tot we een ons wegen om de verschrikkelijke, schrijnende situatie op die eilanden te lenigen en ervoor te zorgen dat asielprocedures worden versneld, zodat mensen ook onder de Turkijeafspraak terug naar Turkije gaan, maar tot nu toe is dat met heel beperkt resultaat.

De heer Segers (ChristenUnie):

Dat die vluchtelingen daar zitten, is één ding. Hoe ze daar zitten, is een tweede. Daar kunnen we bij helpen. Nu is het vaak nog zo dat ze in tenten en allerlei mensonterende omstandigheden leven. Dat aanbod is inderdaad van belang. Het tweede is dat er al eerder een toezegging is gedaan om de 2.000 meest kwetsbaren over te brengen naar andere Griekse eilanden vanaf het kamp Moria op Lesbos, waar het het meest schrijnend is. Dat is een eerdere toezegging die nog altijd niet is opgevolgd. Het zou heel goed zijn om daar wel werk van te maken.

Minister Rutte:

Goed. Dat laatste zoek ik even uit. Mijn eerste gevoel zou zijn dat het verplaatsen van mensen van een eiland naar het vasteland in strijd zou zijn met de Turkijeafspraak, maar ik wil dat even checken. Dat is mij even onbekend.

Wat betreft het eerste punt van de heer Segers: ja. Mijn aanbod raakte ook vooral aan dat aspect. Hoe kunnen wij helpen om de situatie op de eilanden enigszins te normaliseren? Daar waar men zegt dat ook juridische capaciteit nodig is, geldt dat wij natuurlijk niet het asielbesluit voor de Griekse regering kunnen nemen. Maar je kunt wel helpen in de hele opbouw van de juridische besluitvorming. Daar zijn we ook voor beschikbaar.

De heer Segers (ChristenUnie):

Die leefomstandigheden noem ik ook met het oog op alweer een naderende winter; de zoveelste. Het zou dus echt schelen als de omstandigheden beter worden. Het tweede is: de toezegging zag op het overplaatsen naar andere Griekse eilanden en niet naar het vasteland, omdat Lesbos zo zwaar belast is en de omstandigheden in het kamp Moria zo beroerd zijn.

Minister Rutte:

Dat gaan we uitzoeken.

De heer Segers (ChristenUnie):

Dat is een eerdere toezegging. Het zou helpen om die gestand te doen.

Minister Rutte:

Dat gaan we uitzoeken. Daar kom ik in de tweede termijn op terug. Ik zie ook aan de staatssecretaris dat we allebei even niet helemaal scherp hebben wat die toezegging is, maar dat gaan we na.

De heer Wilders (PVV):

Ik neem aan dat de minister-president klaar is op het hoofdstuk asiel?

Minister Rutte:

Nee.

De voorzitter:

Hoe lang heeft u daar ... Heeft u een paar vragen?

De heer Wilders (PVV):

Nee, ik zal wel even wachten.

Minister Rutte:

Ik kom nu misschien wel meer op integratie. Maar er zijn nog maar een paar vragen. Laat ik ze even afmaken. Ik heb nog de vraag van de heer Dijkhoff. Hij heeft het kabinet gevraagd om ambitieus te zijn bij integratie. Ik kan hem zeggen dat wij zeer ambitieus en zeer gemotiveerd zijn op het gebied van integratie. Niet voor niets is er een heel nieuw inburgeringsbeleid gepresenteerd, met heel veel maatregelen. Dat staat natuurlijk ook deels in het regeerakkoord. We nemen het hele inburgeringsstelsel op de schop. Daarbij kijken we naar individuele afspraken met gemeenten. We kijken naar een hogere taaleis. Bij het niet voldoen aan eisen is er mogelijk sprake van boetes of geen permanente vergunning. Er komt extra geld voor voorschoolse educatie. Enfin, het hele pakket uit het regeerakkoord.

In dat kader heeft de heer Dijkhoff gezegd dat er nog nadere maatregelen genomen kunnen worden. Laat ik daarbij vooropstellen dat het kabinet nu het staande beleid uitvoert. Dat kan natuurlijk altijd worden gewijzigd als alle coalitiepartijen dat willen. Dat is volgens mij ook wat de heer Dijkhoff al zei bij de interruptie die hij kreeg op zijn voorstellen. Volgens mij vraagt de heer Dijkhoff ook niet om een beleidswijziging, maar vraagt hij om te kijken naar de mate van vergelijkbaarheid en de inpasbaarheid van de recent in Denemarken genomen maatregelen en naar de situatie in ons land, om te komen tot een meer gebiedsgerichte aanpak. Zo verstond ik het. Hij vroeg daarbij te kijken naar de door hen gehanteerde criteria om te identificeren waar de uitdagingen het hardnekkigst zijn en een weging te geven van de maatregelen op het gebied van veiligheid, taalachterstanden, werk, onderwijs en de positie van meisjes en vrouwen.

Hij had het daarbij overigens ook over verheffing. Dat is de tweede VVD'er die dit woord gebruikt. De eerste was ik zelf, bij het opstellen van de beginselverklaring. Ik werd met hoon overgoten. Maar ik vond, en vind, zeg ik tegen de sociaaldemocraten in dit huis, dat het woord "verheffing" net zo goed bij de liberalen hoort als bij de sociaaldemocraten.

Ook vroeg hij ons aan te geven of er voor onze situatie effectievere alternatieve middelen zijn om de gewenste doelen te bereiken. Mijn vraag aan de heer Dijkhoff is of ik het aspect van veiligheid zo mag opvatten dat het er vooral om gaat om te kijken naar wat het beste werkt in onze situatie en minder naar welk wetboek het precies betreft. Dat zou mij ook helpen bij de verdere beantwoording.

De heer Kuzu (DENK):

De heer Dijkhoff kreeg een vraag. Misschien kan hij eerst antwoord geven op die vraag.

De voorzitter:

Dan ga ik naar de heer Buma. Die stond er eigenlijk eerder.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Prima, maar volgens mij is het het handigste als de heer Dijkhoff even de vraag van de premier beantwoordt, want dat is voor ons allemaal relevant.

De voorzitter:

De rest is het ermee eens, zie ik. De heer Dijkhoff.

De heer Dijkhoff (VVD):

Ik kan leven met de interpretatie van de minister-president. Ik heb van de week ook gevraagd om naar die voorstellen te kijken. Kijk of ze bij ons passen. Als er betere alternatieven zijn, sta ik daarvoor open. We hebben heel veel slimme mensen werken op de ministeries. Ik heb zelf ook ooit bij een initiatiefwet over buurtoverlast gedacht dat het strafrecht was, maar ik eindigde bij het bestuursrecht. Ik kan me er dus van alles bij voorstellen. Het gaat mij uiteindelijk om het te bereiken doel: veiligheid in die wijken en het terugdringen van de criminaliteit. Wat de route en de middelen betreft, daar heb ik gedachten bij, maar dat is voor mij van de tweede orde. Dat is niet dominant.

Minister Rutte:

Dat zou dus ook bestuursrechtelijk kunnen zijn. Het hoeft niet allemaal strafrechtelijk. Als ik het zo mag opvatten, is het kabinet bereid ernaar te kijken. Maar dan wil ik niet alleen naar Denemarken kijken. Ik zou dan ook weleens willen kijken wat we kunnen leren van landen die met een vergelijkbare integratie-uitdaging kampen. Denk aan Duitsland, België en Denemarken. Laten we kijken wat zij doen. Wat is effectief? Hoe past dat rechtsstatelijk? In welke mate passen die maatregelen binnen het instrumentarium dat we hier al kennen? Ik denk dat we zoiets zouden kunnen doen.

De heer Dijkhoff (VVD):

Hoe meer kennis, hoe meer inzichten, en hoe beter wij ons beleid kunnen vormen. Ik stel het op prijs. Ik dank de minister-president voor de toezegging.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik zou de premier toch iets preciezer over willen horen over het strafrecht of het bestuursrecht. Het is niet zo dat het niet uitmaakt. Het maakt juist wel uit. Ik hoop wel dat de premier namens het kabinet kan zeggen dat wij niet een strafrecht krijgen waarbij, zoals ik gisteren zei, het ronselen van een kind in Amstelveen minder bestraft wordt dan het ronselen van een kind in Amsterdam-West, omdat Amstelveen geen probleemwijk is.

Minister Rutte:

Zoals de heer Dijkhoff al zei: daarover gaat het kabinet niet met voorstellen komen. De heer Buma zegt terecht dat dit strafrechtelijk ook ingewikkeld gaat worden. Ik denk dat je het integratiebeleid ook beter bestuursrechtelijk kunt versterken. Zo heeft Nederland het ook altijd aangevlogen. De heer Buma noemt terecht een aantal aspecten — ook in het debat dat hij daar woensdag over had — die daar natuurlijk bezwaarlijk in zullen zijn.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dat vind ik belangrijk. Het kabinet zal dus hoe dan ook het strafrecht niet aanpassen. Ik vraag mij wat af bij het bestuursrecht. Het kan, maar tegelijkertijd moeten we wel erkennen dat we de afgelopen tijd echt alle hoeken en gaten van het bestuursrecht hebben opgezocht. Dus ik ben ook wel benieuwd wat de gedachte is omtrent wat nog kan. Ik zou nog meer bevoegdheden om preventief te fouilleren en dergelijke graag willen, maar waar denkt de premier aan?

Minister Rutte:

Het moet in ieder geval allemaal rechtsstatelijk kunnen. De rechtsstatelijkheid is dus de belangrijkste doelstelling. Volgens mij verbindt dat ook de vier coalitiepartijen en veruit de meeste partijen in deze Kamer. Als je zo'n studie doet naar hoe bijvoorbeeld de Duitsers, de Belgen en de Denen dit doen, dan moet je bij het wegen van die voorstellen kijken hoe zich dat verhoudt tot de rechtsstatelijkheid. Volgens mij gaat het hier ook niet om maatregelen. De heer Dijkhoff zei dat ook. Het gaat hier om de vraag: wat werkt er? Of het nou gaat om bewoners van kwetsbare wijken of om andere integratievraagstukken, de vraag is: hoe kun je er nou voor zorgen dat mensen zo goed mogelijk in deze samenleving meekunnen en een kans krijgen?

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Op zichzelf vind ik het onderzoek mogen. Ik durf wel te zeggen dat wij in ons regeerakkoord al vrij veel onderzoek bij elkaar hebben geveegd met de gedachte dat we heel veel deden. Dus ik ben erg benieuwd wat er nog extra kan gebeuren. Daar wil ik graag naar kijken. En ik ben benieuwd waar wij dan mee komen.

De heer Kuzu (DENK):

Ik ben in ieder geval tevreden dat ik van het kabinet hoor dat er geen nieuwe voorstellen gaan komen. Eergisteren hoorde ik namelijk iets heel anders dan hetgeen wat vandaag door de minister-president in zijn woorden wordt vertaald. Maar het gaat om het volgende. Kan de minister aangeven waar de gebiedsgerichte aanpak waar hij het over heeft op is gebaseerd? Want als ik naar de heer Dijkhoff luister, dan heeft hij het over het percentage van mensen met een niet-westerse achtergrond et cetera. Ik kan een voorbeeld geven uit Amsterdam. In Amsterdam Centrum is het aantal delicten qua kleine criminaliteit veel hoger dan in Amsterdam Nieuw-West. Gaan we het hebben over dat soort indicatoren? Of gaan we ook bevolkingsgericht kijken?

Minister Rutte:

We voeren het regeerakkoord uit. De heer Dijkhoff zei ook dat een aantal van zijn voorstellen voorbij kunnen gaan aan het regeerakkoord — of eigenlijk waren het niet eens voorstellen. Maar een aantal van de zaken die hij bestudeerd had in Denemarken, gaan voorbij aan het regeerakkoord. Bovendien zijn die veel meer strafrechtelijk dan bestuursrechtelijk. Ik heb net gezegd: voor mij is het regeerakkoord leidend. Alleen als de vier coalitiepartijen het erover eens zijn, kunnen we aanvullende dingen doen. Ik stel vast dat wij een bestuursrechtelijke traditie hebben. Laten we het vooral daaruit aanvliegen. En het kan nooit kwaad om te kijken naar landen om ons heen die vergelijkbare uitdagingen hebben, zodat we daarvan kunnen leren.

De heer Kuzu (DENK):

Uiteraard is het altijd goed om te leren van andere landen om ons heen en om te kijken wat daar allemaal goed gaat. Dat kunnen we inderdaad overnemen. Maar waar het gaat om de gebiedsgerichte aanpak, wil ik echt van de minister-president weten of hij daarin een indicator gaat meenemen waarbij gekeken wordt hoe de bevolkingssamenstelling is van een wijk. Dus gaan we, zoals de heer Dijkhoff voorstelde, het percentage mensen met een niet-westerse migratieachtergrond meenemen of niet? En als de minister-president zegt dat we dat niet gaan doen omdat dat geen kabinetsbeleid is, dan heb ik daar vrede mee.

Minister Rutte:

Wij voeren het kabinetsbeleid uit. Ik heb geen toezegging gedaan over een gebiedsgerichte aanpak. Ik heb de toezegging gedaan dat we het regeerakkoord uitvoeren. Dat is wat de vier partijen die dit kabinet en deze coalitie vormen verbindt. Daarnaast is er de vraag om eens te kijken wat er van de omliggende landen geleerd kan worden op het gebied van integratie: successen en failures. Wat kun je daarvan leren? En dat zullen we doen.

De heer Pechtold (D66):

Ik ben heel blij met de toezegging dat zo'n onderzoek niet betekent dat we wijken gaan identificeren op samenstelling, gericht op iets in het kader van strafrecht. Ik ben heel blij dat het kabinet zegt: we doen binnen de lijnen van het regeerakkoord enorm veel aan preventie en aan kansen, en dat wordt er ook bij betrokken. Dat zijn voor mij ook wel de kaders na het debat van woensdag. Laten we daar eerlijk over zijn: daar zal ik scherp op letten. Maar ik zit ook te denken aan zaken in het kader van kansen. We hebben natuurlijk al decennialang een traditie van sociale vernieuwing, grotestedenbeleid en vogelaarwijken. Het kreeg elke keer een nieuwe naam, maar het was vooral bedoeld om samen te werken binnen de rijksoverheid en met de gemeenten. In dat onderzoek zou ik ook wel willen zien wat de weerslag is geweest van decennia van dit soort beleid en of het in de toekomst misschien interessant is om bepaalde wijken nog verder te ondersteunen naast datgene wat het kabinet nu al aan het doen is aan kansen.

Minister Rutte:

De toezegging was heel speciaal: een wat bredere studie naar de best practices in landen die met vergelijkbare integratievraagstukken kampen. Dat is dus niet zozeer op Nederland gericht, maar op een aantal ons omringende landen. Ik hoor uw vraag. Laat ik dan even kijken of we daar op een andere manier iets mee kunnen. Ik zie de minister van Binnenlandse Zaken voorzichtig ja knikken. We gaan zoeken hoe we dat kunnen doen.

De heer Pechtold (D66):

Ik wil ook voorkomen dat het eerste onderzoek een integratievraagstuk wordt. Er kunnen meerdere zaken zijn waardoor er in een wijk verschillen zijn. Natuurlijk, laten we er niet van weglopen — ik ben daar ruiterlijk in — dat het vaak te maken heeft met de samenstelling van een wijk, bijvoorbeeld als daar betaalbare woningen staan. Als je in Nederland aankomt en je begint op je ladder, dan begin je vaak in een wijk met betaalbare woningen. Maar ik wil niet dat dit onderzoek de sfeer krijgt dat het een integratieprobleem is. Daarom zoek ik ook naar de breedte. Als u zegt dat de minister van Binnenlandse Zaken ook eens goed kan kijken naar wat we geleerd hebben van wat ik dan maar even het grotestedenbeleid noem — we hebben het dan bijna over dezelfde soort wijken — dan vind ik het heel interessant om dit erbij te betrekken.

Minister Rutte:

Dat is zeer interessant. Er zijn natuurlijk ook Nederlandse wijken waar er lagere inkomens zijn, maar waar het percentage mensen met een niet-westerse achtergrond heel laag is. Inmiddels zijn het overigens vaak Nederlanders van de derde of vierde generatie, maar laten we zeggen: mensen van wie de grootouders of verder terug uit andere landen kwamen. Ook die wijken zijn er. Dit staat los van mijn toezegging aan Dijkhoff, maar de minister van Binnenlandse Zaken kan kijken of zoiets te achterhalen is.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik sluit me graag aan bij de vragen van collega Pechtold. We hebben hier een pittige discussie gehad: kan er sprake zijn van strafrecht dat verschilt tussen de ene en de andere wijk? Voor collega Dijkhoff was dat een discussie over een middel. Het doel was: kunnen wij wijken en gebieden die kampen met grote achterstanden en een mate van onvrijheid, verheffen? Dat waren zijn woorden. Kunnen we daar perspectief bieden? Dat lijkt me goed. Dat is inderdaad het goede van de toezegging richting collega Pechtold: kunnen we naar een gebiedsgerichte aanpak die veel breder is dan alleen het strafrecht? Dat laatste was al van tafel, maar ik heb het over wonen en over onderwijs. Daarbij benoemde collega Dijkhoff gisteren op de televisie dat we ook achter de voordeur moeten komen of in ieder geval moeten aanbellen. Ik voelde me hier eergisteren al de liberaal, terwijl daar een niet-liberaal stond. Achter de voordeur komen; er zijn tijden geweest dat de VVD de ChristenUnie van alles verweet over wat we allemaal achter de voordeur zouden willen. Maar dat allemaal geheel terzijde.

We hebben ook een ander prachtig initiatief: de maatschappelijke diensttijd. Die zou ik erbij willen betrekken. In een eerder debat met de minister van Buitenlandse Zaken hebben we over integratie gesproken, over het Benoordenhout en de Schilderswijk. Daar zijn grote verschillen. Hoe kun je dat verbinden? Er zijn al initiatieven. De maatschappelijke diensttijd is zo'n prachtig initiatief. Kan de maatschappelijke diensttijd als middel worden toegevoegd aan het onderzoek dat richting collega Pechtold is toegezegd? Hoe kunnen wij gebieden nieuwe kansen geven, maar die gebieden ook verbinden met andere gebieden binnen bijvoorbeeld steden als Den Haag?

Minister Rutte:

Dit verandert nog niets aan mijn toezegging aan Dijkhoff, maar dit past in het verzoek van Pechtold richting de minister van Binnenlandse Zaken. Deels overlapt dat natuurlijk. Iemand in vak-K zegt: Paul Blokhuis. Natuurlijk, dit is echt Paul Blokhuis.

Omdat we het over de maatschappelijke dienstplicht hebben, is het misschien goed om daar meteen iets over te zeggen. In de eerste termijn van de Kamer zijn daar vragen over gesteld door de heer Segers van de ChristenUnie en door het CDA. Misschien mag ik daarop antwoorden dat bij het kabinet de overtuiging bestaat dat dat heel waardevol is, bijvoorbeeld in de zorg, bij sportverenigingen en bij Defensie. Misschien is het goed om nog een keer te benoemen dat we op deze manier investeren in talenten. Ik zie de heer Buma nu genieten van hoe ik dit nu verdedig! Ik ben inderdaad wel overtuigd geraakt van het nut hiervan, los van het feit dat we het hebben afgesproken. Ik kan dit echt met overtuiging brengen. De bedoeling van die maatschappelijke diensttijd is dat we de samenleving sterker maken. We investeren namelijk in de talenten van jongeren die vrijwillig iets voor een ander doen.

Er zijn op 17 september jongstleden 41 maatschappelijkediensttijdexperimenten van start gegaan. Eind augustus is een tweede call opengegaan, een aanvulling op de eerste. Op korte termijn gaat er ook nog zoiets open voor gemeenten, een soort derde reeks. Daarbij kunnen jongeren dus kennis en ervaring in de praktijk opdoen. Ontmoetingen worden ook gestimuleerd, bijvoorbeeld tussen jongeren en ouderen en ontmoetingen met mensen die men normaal gesproken niet dagelijks zou tegenkomen. De eerste resultaten van het begeleidende onderzoek zullen we begin 2019 aan de Kamer sturen.

Bij de opstelling van de beoordelingscriteria voor de projecten zijn jongeren, maatschappelijke organisaties en gemeenten nauw betrokken. De doorstroming naar een vaste baan is niet expliciet als beoordelingscriterium genoemd. Dat was een vraag van de heer Buma, geloof ik. In de eerste reeks is wel een zestal projecten gestart met als doel kwetsbare jongeren een stapje verder te brengen richting de arbeidsmarkt. Via het inmiddels gestarte begeleidende onderzoek meten we in hoeverre dit kan worden bereikt. Daarom zouden wij willen afspreken om het verzoek van het CDA bij dat onderzoek en bij de besluitvorming over de definitieve uitrol van de maatschappelijke diensttijd te betrekken, na afloop van de projecten. We willen ook afspreken dat we daarbij dat aspect van de doorstroom naar een vaste baan meenemen.

De heer Segers (ChristenUnie):

Dank daarvoor. Dank ook voor de toezegging op dat laatste punt. Ik snap dat de minister-president naar de minister van Binnenlandse Zaken keek, want die gaat ook over wonen. Wonen is een heel belangrijk aspect in het diverser maken van wijken en het ervoor zorgen dat rijk en arm, de meerverdiener en de minderverdiener, naast elkaar wonen en met elkaar leven. Ik snap dus dat de minister-president naar de minister van Binnenlandse Zaken kijkt, maar onderwijs, maatschappelijke dienst en veiligheid horen er ook bij. Dat zijn heel veel aspecten. Het zal dus toch een bredere aanpak vergen om echt opnieuw kansen te bieden en om deze wijken inderdaad te verheffen. Dit is misschien de brug naar de volgende interruptie.

Minister Rutte:

Mijn verwarring is natuurlijk dat Blokhuis er is voor de maatschappelijke diensttijd en de minister van Binnenlandse Zaken voor wijken en wonen, dus dit wordt een coproductie.

De heer Asscher (PvdA):

Wat een schertsvertoning! Wat een afgang! Wat is dit? Wij laten woensdagochtend niet een pleidooi in de krant voor een brede benchmark binnen de kaders van het regeerakkoord om naar best practices te kijken in Denemarken en een aantal andere Europese landen, zodat we breed integraal bestuurlijk kunnen kijken wat er beter kan. Dat lazen we niet. Dit is de ondraaglijke lichtheid van een proefballon van Klaas Dijkhoff. Als je dit zo doorprikt ... Echt, bespaar ons de moeite.

Dijkhoff zei: "We mogen niet cynisch zijn, want anders is er aan het eind van de dag geen klap gebeurd." U heeft het net gehoord: er gebeurt geen klap. Eén ding. De volgende keer dat een liberaal over verheffing begint, laat hij dan met extra politieagenten komen, met extra jeugdzorg, met extra kinderopvang. Dit soort geklets noem ik gratuit. Verheffing? Dan moet je wat doen. Geen proefballonnen oplaten!

Minister Rutte:

Dat doen we ook als kabinet. Wij investeren in de vele zaken die de heer Asscher terecht noemt. Die horen ook bij verheffing. Wat de heer Dijkhoff en andere leden van de coalitie volgens mij beoogden in dat debat, was scherp krijgen hoe we ervoor kunnen zorgen dat we in dit land niet alleen zeggen dat iedereen aan de start kan verschijnen, maar ook dat iedereen daadwerkelijk de kans krijgt om aan de start van deze samenleving te verschijnen en dat we factoren die dat bijvoorbeeld in een wijk tegengaan, kunnen mitigeren. Dat is volgens mij een relevante discussie. Het verbaast mij een beetje dat de heer Asscher daar zo denigrerend over doet.

De heer Dijkhoff (VVD):

De heer Asscher probeert er nog iets van te maken en spreekt mij persoonlijk aan. Ik vind het wel erg jammer dat hij het zo beschouwt. In het interruptiedebat van deze week was hij een stuk constructiever. Daarin hebben wij ook juist met de heer Asscher uitgebreid gesproken over al die andere elementen die ik aangestipt heb. Hij heeft mij ook hier in deze zaal de vragen horen stellen die ik aan het kabinet stel. Die waren langs deze lijn. Ik vind het dus erg jammer dat de heer Asscher, nu het over verheffing gaat, vooral zijn eigen stem verheft en de kans laat liggen om constructief samen te werken om iets voor die mensen te doen.

Minister Rutte:

Dan kom ik bij het voorstel van Geert Wilders of de PVV. Hij komt met een wetsvoorstel, met Nederlandse wetgeving houdende een verbod op sharia-uitingen. U kent de procedure: die wet moet er komen, dan neemt het kabinet er ook een standpunt over in, nadat de Kamer met de initiatiefnemer over dat voorstel van gedachten heeft gewisseld. Maar de heer Wilders heeft best veel inzage gegeven in dat wetsvoorstel en dat druist zover in tegen waarom ik premier van dit land wil zijn, waarom dit kabinet er is en waarom deze coalitie er is, dat ik maar niet op dat moment wacht en met hem deel dat dit kabinet lijnrecht tegenover de visie staat die de heer Wilders hier uit. Wij sluiten geen bevolkingsgroepen uit. Wij kijken niet naar je afkomst, maar naar je toekomst. Wij kijken niet naar je geloof, maar naar je gedrag. We kijken niet naar de groep, maar naar de persoon. Wat de heer Wilders doet, is precies het tegenovergestelde. Bovendien — en dat is meer een formeel juridisch, maar wel zeer relevant gegeven — zijn tal van die artikelen in strijd met de Grondwet: de vrijheid van godsdienst, artikel 6; de vrijheid van meningsuiting, artikel 7; het recht van vereniging, artikel 8; het recht op onderwijs, artikel 23; het verbod op discriminatie, terecht artikel 1. En het is ook nog in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en tal van verdragsrechten gericht op een gelijke behandeling van burgers, zonder onderscheid naar afkomst of levensovertuiging. Dit zijn fundamentele principes voor onze samenleving. Dus wij zien niet uit naar dit voorstel.

Dan is de vraag gesteld door de heer Buma hoe het staat met de verdubbeling van de strafmaat voor haatzaaiers. Dat is opgenomen in het wetsvoorstel Herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen. Dat wetsvoorstel is thans aanhangig bij de Raad van State en het streven is om het wetsvoorstel dit najaar bij de Kamer in te dienen.

Eveneens de heer Buma vroeg naar de aanpak en transparantie geldstromen naar onvrije landen. Het wetsvoorstel daarover wordt op dit moment gereedgemaakt voor consultatie. We hebben voor de zomer ook aangekondigd dat het kabinet daarnaast op dit moment verschillende verkenningen uitvoert in het kader van het tegengaan van ongewenste buitenlandse financiering, die kan bijdragen aan problematisch gedrag. Daar zal de Kamer uiterlijk in oktober over worden geïnformeerd.

Dan was er nog de vraag over de commissie-Remkes. De staatscommissie zal eind van dit jaar, is mijn antwoord aan de heer Pechtold, naar verwachting met zijn eindrapport komen en u mag dan uiteraard van het kabinet met voortvarendheid en zorgvuldigheid een reactie verwachten.

Tot slot onder het thema samenleving nog één punt. Ik zie de heer Pechtold naar de interruptiemicrofoon stappen en dan denk ik altijd aan ons drugsbeleid, want hij hecht zeer aan het Nederlandse experiment met wietteelt en daar wil ik nu over beginnen.

De heer Pechtold (D66):

Ik heb alleen een korte vraag over die reactie waar de heer Remkes mee komt, want het is natuurlijk hartstikke goed dat de commissie daarmee komt. Het duurt natuurlijk ook weer een tijd. Het is niet de eerste commissie die zich daarover gebogen heeft. Dus mijn vraag was meer of het kabinet zich ook voorbereid en dus niet alleen reageert op waar Remkes mee komt, maar ook zelf ideeën ontwikkelt en zelf in de startblokken staat wanneer dat advies er komt.

Minister Rutte:

Wij proberen bij dit soort relevante commissies altijd als fitte boksers klaar te staan, om niet op dat moment uit de hoek van de touwen te moeten komen. Mag ik het zo formuleren? Ja, ik zie de minister van Binnenlandse Zaken goedkeurend knikken.

Dan tot slot bij dit onderwerp inderdaad de vraag van de heer Van der Staaij of het ongezondste compromis niet de drugsdeal is, zoals hij zei, het experiment met wietteelt. De feiten zijn dat we met dit experiment met een gesloten coffeeshopketen in tien gemeenten willen onderzoeken of een gesloten keten mogelijk is en wat de effecten zijn op het gebied van volksgezondheid, criminaliteit, veiligheid en overlast. Het betreft een experiment. Na afloop, als de effecten duidelijk zijn, beslist het kabinet wat het te doen staat. We lopen daar niet op vooruit. Preventie van problematisch cannabisgebruik zal onderdeel van het experiment vormen en in de gemeenten waar het experiment niet plaatsvindt, blijft het vigerende beleid overeind. Ook harddrugs blijven illegaal.

Op de aanpak van de harddrugsindustrie gaan we steviger inzetten, met het opsporen en vervolgen van georganiseerde drugsproductie en -handel en vooral de focus op een versterkte aanpak van ondermijnende criminaliteit. Daar is ook geld voor uitgetrokken, 5 miljoen in 2018, oplopend naar 10 miljoen in 2019, en ook een eenmalig impuls van 100 miljoen in de vorm van een ondermijningsfonds. Die middelen worden direct in de regio's ingezet en dat is nodig, want het gevoel van urgentie om dit probleem aan te pakken leeft bij alle overheidspartners.

De heer Pechtold (D66):

Op het punt van de ondermijning kan ik mij nog een verkiezingsdebat in Brabant herinneren waar wij met de neus op de feiten werden gedrukt en ook op de brede overlast, het illegaal storten van alle mogelijke chemische troep. Nu zie je dat dit in Brabant en de zuidelijke provincies een groot probleem is, maar dat de afrekeningen dan nog weleens in Amsterdam willen plaatsvinden. Mag ik aannemen dat het tegengaan van dat ondermijnen zo'n breedte heeft dat een gemeente als Amsterdam op dat gebied ook een stuk veiliger wordt?

Minister Rutte:

Zeker, ook andere gemeenten. Ik begrijp de zorg. Het betreft niet alleen de gebieden waar het direct gebeurt, maar het heeft ook een enorm effect op andere plekken, ook op de hoofdstad.

De heer Van der Staaij (SGP):

Onlangs was er nog een rapport over xtc en amfetaminen waaruit blijkt dat Nederland bovenaan de verkeerde lijstjes staat. Een analyse van nota bene de Politieacademie was dat Nederland alleen maar in beweging komt als er door Frankrijk, Zweden of andere landen echt op wordt aangedrongen. Daarna zakt het weer weg. Hoe kan het dat er zo weinig urgentie is rond het onderwerp bestrijding van al die drugsellende? Is het nu onder dit kabinet echt anders?

Minister Rutte:

Er is een enorme urgentie, zeker ook bij dit kabinet. Ik was een paar maanden geleden op werkbezoek in Brabant in de politieregio die Breda en omliggende gemeenten behandelt. Er wordt verschrikkelijk hard gewerkt aan deze kwestie. Er zijn mensen in Nederland die op een gegeven moment voor de vraag komen te staan: blijf ik behoren tot de mensen die deugen of is de rechtsstaat nu zo ver van mij weg en voel ik mij zozeer bedreigd dat ik moet kiezen voor de verkeerde club. Wat ons hier volgens mij verbindt, is dat we die keuze de goede kant op willen laten vallen. Dat betekent dat we er dus alles aan moeten doen. Dit is ook een reactie op de vorige vraag van de heer Pechtold waarom het kabinet inzet op al deze elementen. Dat doet het omdat dit buitengewoon ernstig is.

De heer Van der Staaij (SGP):

Dat is goed om te horen, maar het moet ook blijken dat het nu ook volgehouden wordt. Een lage strafmaat en een lage pakkans zijn belangrijke redenen waarom het toch weer vaak fout gaat, maar ook een te tolerante houding tegenover drugs in het algemeen. Zijn die nieuwe experimenten niet precies een verkeerd signaal? Dat geeft toch weer het gevoel dat het allemaal zo erg niet is met die drugs?

Minister Rutte:

Over het vorige punt kan ik nog het volgende melden. Soms vallen je dingen in, maar het kan ook een kaartje zijn van de minister van Justitie en Veiligheid. Het rapport van de Politieacademie prijst juist het kabinet op dit punt.

Wij willen de experimenten met de gesloten coffeeshopketen zo vormgeven — en dat doen we ook — dat het niet leidt tot het effect wat de heer Van der Staaij vreest. Dat kunnen we ook doen omdat het experimenten zijn die heel precies zijn vormgegeven. Er zijn ook controlegemeenten. We willen weten wat de effecten zijn op de internationale criminaliteit en de drugsexport, een verkeerd soort export. Al die aspecten zijn meegewogen.

De heer Van der Staaij (SGP):

Tot slot. Gaat het experiment nu echt iets duidelijk maken? Als we dat in een aantal gemeenten gedaan hebben, weten we dan dat de criminaliteit minder of juist meer wordt? Is het niet een beetje een wassen neus? Het werkt toch helemaal niet als je dat op zo'n manier te weten wilt komen?

Minister Rutte:

Dat zal uit de experimenten moeten blijken. Degenen die ons hierover adviseren, zeggen dat het kan als je ze op de goede manier vormgeeft en dat doen we nu. Er zijn heel veel verschillende opvattingen over, ook in deze coalitie. Er zijn partijen die zeggen dat we het helemaal zouden moeten verbieden. Er zijn partijen die zeggen dat we het vrij zouden moeten geven. Er zijn ook partijen die zeggen dat de bestaande situatie al met al misschien wel het beste is. Die situatie is ook heel raar. Je mag de rotzooi wel kopen, maar niet leveren. Dus de kaboutertjes leveren het af bij de achterdeur. Het bestaande drugsbeleid is waarschijnlijk ook niet houdbaar. Tegelijkertijd heeft het ons in ieder geval gebracht dat er onderscheid is tussen verkoop van en de handel in dat type drugs en de harddrugs. Het aantal jongeren dat van die rotzooi overstapt naar de echte rotzooi, de harddrugs, is beperkt. Je wilt natuurlijk voorkomen dat dit weer te veel door elkaar gaat lopen. Zo worden die experimenten ook vormgegeven.

Ik kom dan bij het klimaat, het volgende onderwerp,

De voorzitter:

De heer Wilders heeft nog een interruptie.

De heer Wilders (PVV):

Ik heb nog een aantal vragen. De minister-president zei zojuist in antwoord op een vraag van mij: als er iets mis is, treden we op. Als het gaat om de islamisering heb ik de volgende vragen aan hem. Wat heeft u gedaan toen bleek dat in de El Tawheed-moskee in Amsterdam onderdak werd geboden aan ISIS-gangers? Wat heeft u gedaan toen bleek dat in de Al Fourqaan-moskee in Eindhoven Al-Shabaab als terreurorganisatie werd gesteund? Wat heeft u gedaan met wat onlangs nog in de krant stond? Uit nota bene een proefschrift bleek dat in een moskee werd gezegd dat het van daken gooien van mensen die overspel plegen navolging verdient in Nederland.

Minister Rutte:

Ik kan hier nooit ingaan op een individuele casus. Dat gaat simpelweg niet. Dat is een zaak van de politie, van het Openbaar Ministerie en van de gemeente. Daar hebben wij vaak een rol in, soms ook niet, maar ik kan niet op een concrete casus ingaan in een plenair debat op televisie. Dat gaat niet.

De heer Wilders (PVV):

Nee, dat gaat niet, maar ik zou er nog ongeveer 50 kunnen noemen van het afgelopen jaar. Iedere keer zal de premier geen antwoord geven om de eenvoudige reden dat er nooit iets is gedaan. Er is helemaal niets gebeurd. Het zijn dus praatjes: "We hebben geen problemen met de islam, meneer Wilders, maar als er iets is wat niet deugt, dan treden we op." De conclusie is dat de overheid — dat bent u niet alleen, toegegeven — nooit optreedt. Ze laat het allemaal gebeuren. En wat moeten we dan nog van uw woorden geloven als u zegt dat u optreedt, maar vervolgens niets doet? Als in moskeeën wordt gezegd dat overspelplegers — eerder hebben we het gehoord over homo's — van daken kunnen worden gegooid, dat ISIS wordt gesteund: dat is toch ook een zaak van u? U wilt toch niet dat ISIS wordt gesteund?

Minister Rutte:

Nog een keer, wat de heer Wilders doet, is de islam weer in de volle breedte behandelen. Als hij bedoelt te zeggen dat dit in dit land onmogelijk en totaal onacceptabel is: dat vinden wij allemaal! Als mensen hun geloof gebruiken om terroristische activiteiten te ontplooien of staatsondermijnende activiteiten mogelijk te maken, dan zal de overheid zich tegen hen keren. Maar ik kan hier niet in een plenair debat op concrete casuïstiek ingaan. Dat gaat simpelweg niet.

De heer Wilders (PVV):

De overheid keert zich niet tegen je, de overheid hélpt je. Want wat heeft u zelf gedaan, uw minister van Buitenlandse Zaken en zijn voorgangers? U heeft terroristen in Syrië gesteund. U heeft zelf terroristen en terreurgroepen in Syrië gesteund. Kunt u nog eens uitleggen waarom u dat heeft gedaan?

Minister Rutte:

Daarover heeft de minister van Buitenlandse Zaken 382 Kamervragen ontvangen. Het ging over de uitzending van Nieuwsuur over non-lethal aid. Die vragen worden nu beantwoord en volgende week komt alles naar u toe. Daarna volgt ongetwijfeld een debat. Daar ga ik niet op vooruitlopen.

De heer Wilders (PVV):

Ik heb op nog niet één vraag een antwoord gekregen tijdens deze algemene beschouwingen. Hij heeft niets geantwoord. We lezen ondertussen wel in de Volkskrant van vanochtend dat drie dagen geleden, op Prinsjesdag, meerdere aanwezigen in de Ridderzaal getuige waren van een uitval van minister Blok — ik citeer gewoon de krant — naar het CDA-Kamerlid Martijn van Helvert: "Zullen we een paar VVD'ers ook wat kritische vragen laten stellen aan CDA-ministers?, beet de minister Van Helvert toe. VVD-Kamerlid Bente Becker moest tussenbeide komen om de ruzie te sussen. Niet hier! Er luisteren mensen mee." Dat moeten wij lezen. Er wordt dus allemaal ruzie over gemaakt binnen de coalitie, er wordt gewoon spanning opgebouwd door de minister die tegen het CDA zegt: als jij dat durft, pakken wij je terug als VVD'er. En ik mag niets horen? Ik krijg niets te horen. Tegen mij zegt u: dat doen we niet? Onderling in de krant ruziën tot in de Ridderzaal toe, vlak voordat de Koning binnenkomt, en als ik de vraag stel waarom u niets gedaan heeft in moskeeën en waarom u in Syrië terreurorganisaties heeft gesteund, dan zegt u dat u geen antwoord geeft. Ga dan weg! Ga dan weg als u niet wilt antwoorden! Dit is een debat om vragen te beantwoorden van de Kamer. Ik doe het nu 100 keer en ik heb 100 keer geen antwoord gekregen. Dat kan niet!

Minister Rutte:

Ik heb beide vragen beantwoord. Over de vraag naar de moskeeën heb ik tegen de heer Wilders gezegd dat hij mij tegenover zich vindt als hij de islam in het algemeen aanspreekt. Als hij vindt dat geloof nooit gebruikt mag worden als argument om terroristische activiteiten te ontplooien of andere zaken die onze samenleving ondermijnen, dan vindt hij mij aan zijn zijde. Maar hij vraagt vervolgens naar een aantal heel concrete casussen. Daar kan ik in een openbaar debat niet op ingaan. Daarnaast meld ik hem over dat specifieke punt van de non-lethal aid voor Syrië dat er 382 vragen zijn gesteld, dat er deze week een brief is gestuurd door de minister van Buitenlandse Zaken, dat de vragen worden beantwoord en dat er dan een debat zal volgen. Het lijkt me niet zinvol dat ik daar nu apart op inga.

De heer Wilders (PVV):

Ik ben fractievoorzitter en ik stel hier een vraag. Dan wil ik niet als antwoord krijgen dat er 382 vragen zijn gesteld. Ik stel nu een vraag en ik heb recht op een antwoord.

Minister Rutte:

En dat heb ik net gegeven.

De heer Wilders (PVV):

Dan kan de conclusie geen andere zijn dan dat de premier het in zijn hoofd haalt om het wetsvoorstel van de heer De Graaf en mij, het wetsvoorstel van de PVV-fractie om islamitische uitingen te verbieden omdat het alleen maar tot ellende en onvrijheid leidt, met een pennenstreek van tafel te vegen. En dat terwijl de minister-president er niet eens over gaat op dit moment. Als we kijken wat hij precies doet: hij treedt niet op tegen moskeeën waar ISIS wordt geholpen, waar voor ISIS wordt geronseld, waar de Somalische Al-Shabaab wordt gesteund, waar gezegd wordt dat overspeligen en homo's van daken moeten worden gegooid. En dan steunt hij zelf ook nog een keer de terroristen in Syrië. Mevrouw de voorzitter, met zo'n vriend heb je geen vijanden nodig.

Minister Rutte:

Het wetsontwerp waar de heer Wilders aan refereert, dat nog moet verschijnen, is in strijd met de ... Ik heb het nog niet kunnen zien. Het is woensdag ingediend, dus we hebben het nog niet kunnen bestuderen. Maar wat hij daarover zei in het debat afgelopen woensdag, laat zien dat dat wetsontwerp op een dermate fundamentele wijze in strijd is met alle beginselen van de rechtsstaat dat ik ook niet hoef te wachten op nadere advisering zijdens het kabinet om te zeggen dat wij dit zeer negatief zullen benaderen. De heer Wilders stelt hier iedere keer dé islam centraal. Ik zal hier verdedigen dat wij een land zijn waarin mensen ervoor kunnen kiezen om een bepaald geloof aan te hangen en dat geloof ook uit te oefenen. Zolang dat binnen de wet is, is dat geen zaak van de overheid en zullen we mensen daar nooit, maar dan ook helemaal nooit op beoordelen. Als mensen het geloof gebruiken als argument om tot terroristische activiteiten over te gaan, dan zal de hele overheid, de hele Staat zich met al zijn macht tegen hen keren. Door die twee dingen te vermengen, verzwakt de heer Wilders in feite dat tweede. Dat vind ik eigenlijk heel verkeerd. Dat doet hij al jaren, maar goed, dat is zijn politieke missie.

Dan kom ik bij het klimaat. De eerste vraag die ik kreeg, was hoe het staat met de 55%-doelstelling van het kabinet en hoe dat loopt in Europa. We zijn daar druk mee bezig. We willen inderdaad samenwerken met andere landen om uiteindelijk de Europese doelstelling op te krikken naar 55%. Dat moet dan gebeuren in 2020. Dan is de deadline.

Hoe loopt het? We gaan met andere landen het gesprek aan. We werken inmiddels actief samen met Frankrijk, Zweden, Portugal, Spanje, Finland en Luxemburg. Al die landen streven naar het ophogen van het EU-klimaatdoel, nog niet allemaal naar 55%, maar het gaat wel de goede kant op. Dat is ook in lijn met de motie-Jetten c.s. om een diplomatiek offensief in te zetten. Onze deadline is 2020. Zoals bekend moet de Europese Unie in dat jaar in het kader van het akkoord van Parijs aangeven of ze haar reductiedoel zal ophogen. We hebben in het regeerakkoord afgesproken dat, mocht dat niet mogelijk zijn, we gaan proberen een kopgroep te vormen van gelijkgestemde Europese landen, waarschijnlijk Noordwest-Europese landen. Er wordt op dit moment ook gesproken met onder andere Frankrijk en Denemarken over een minimumprijs voor CO2 voor de elektriciteitssector. Als ik nu even door de oogharen naar die gesprekken kijk, waar ook ikzelf regelmatig een bijdrage aan probeer te leveren — ze worden vooral gevoerd vanuit Buitenlandse Zaken en vanuit Economische Zaken en Klimaat — moet ik er wel bij zeggen dat in het bijzonder Duitsland op dit moment nog niet overtuigd is van dit doel. Daar zal echt nog langer mee gesproken moeten worden.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik had een vraag over de klimaattafels, het trainerende gepolder op dit moment waarvan we maar moeten afwachten wat ervan terecht gaat komen. Eén ding weten we al wel. Wat daar uitgekomen is, is namelijk dat de eindbaas van Shell het doodnormaal vindt om publiekelijk te eisen dat de belastingbetaler dit miljardenbedrijf financieel gaat helpen om te voldoen aan de milieumaatregelen. Ik heb daar al een interruptiedebatje over gehad met de heer Pechtold, coalitiepartner van de heer Rutte. Ik wil heel graag weten wat de minister-president vindt van het feit dat Shell zo aan het traineren is en op die manier de klimaatambities van dit kabinet in feite op laat houden.

Minister Rutte:

Een van de discussierondes die gaande zijn, is natuurlijk die met de industrie. Ik ga er nu niet nader op in. Waarom doe ik dat niet? Omdat die tafels zijn bevallen van hun eerste rapporten. Wij zijn nu als kabinet bezig om te kijken hoe het Planbureau voor de Leefomgeving daar weer op reageert met zijn berekeningen. Als zij daarmee naar buiten komen, zullen wij daar hopelijk op dat moment of anders zo snel mogelijk daarna ook onze opvattingen naast leggen. Dat is een ingewikkeld proces, dus het heeft niet zo heel veel zin dat ik nu ... Ik zal die vraag van meer kanten krijgen, dus ik waarschuw maar alvast. Als mij nu gevraagd gaat worden om alvast in te gaan op voorstel A van tafel Z en voorstel B van tafel Y, geloof ik niet dat het dienstig is om te komen tot een goede reactie zijdens het kabinet op de verschillende voorstellen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het is heel relevant om van de minister-president te horen te krijgen wat hij vindt van de houding van Shell, temeer ook in het licht van het cadeautje dat Shell krijgt in de vorm van een dividendbelastingafschaffing. Shell dreigt de klimaattafels te laten klappen. Dat hebben ze — gelukkig in alle eerlijkheid — gezegd. Ze eisen subsidie en anders gaan ze niet voldoen aan de milieumaatregelen en houden ze gewoon op met meedenken over een ambitieus klimaatbeleid. Mijn vraag staat even los van wat daar allemaal uit gaat komen en of Shell het voor elkaar krijgt dat ze met een dooie mus komen. Ik wil gewoon van deze minister-president weten wat hij vindt van de opstelling van Shell, die dat bedrijf hier in alle openheid aan iedereen heeft duidelijk gemaakt. Ik wil gewoon een mening en een ethische veroordeling.

Minister Rutte:

Ik sta hier niet om mijn mening te geven. Ik sta hier om te proberen de processen waaraan het kabinet sturing geeft, in goede banen te leiden. En ik sta hier in ieder geval niet om die processen met opmerkingen te vertragen. Als ik hier nu ga reageren op de stand van zaken en de uitlatingen en opmerkingen van alles en iedereen, helpt dat niet om ervoor te zorgen dat we tot een goed oordeel komen over de hele stand van zaken rondom het totstandkomende klimaatakkoord. Het gaat nog wel eventjes duren voordat dat er allemaal is. Het is heel ingewikkeld en de ambities liggen hoog. We werken er als coalitie vreselijk hard aan. Dan past het volgens mij niet dat ik nu op allerlei onderdelen commentaar geef.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dit kabinet schuift dingen af en laat aan het bedrijfsleven en aan burgers over wat en wanneer iets gebeurt. Het neemt zelf absoluut geen verantwoordelijkheid voor het klimaatbeleid en laat het allemaal aan de samenleving zelf over. Van zo'n kabinet verwacht ik ten minste dat het een mening heeft en een oordeel geeft over hoe de samenleving met die kwestie en met de grote uitdagingen rondom de klimaatverandering omgaat. En als dan een miljardenbedrijf hier in Nederland, Shell, het ene cadeau na het andere krijgt in de vorm van belastingvoordeeltjes, het doodnormaal vindt om van de belastingbetaler ook nog eens subsidie te eisen om die milieumaatregelen uit te voeren, dan wil ik van dit kabinet weten wat het daarvan vindt. En ik denk dat iedereen dat wil weten, omdat Shell op dit moment elke keer opnieuw laat zien dat ze lak hebben aan de ambities van dit kabinet en aan wat de belastingbetaler wil dat er gebeurt met het geld.

Minister Rutte:

Ik kan het in andere woorden proberen te vervatten. We zitten in een delicaat proces om op basis van heel veel denkwerk, dat er door allerlei sectoren is verricht, uiteindelijk de klimaatdoelen te bereiken. Daar worden calculaties tegenaan geplakt van degenen die daarover gaan. En dan moeten we daar als kabinet weer een mening over geven. Dat zal vervolgens leiden tot gesprekken, die later dit jaar hopelijk leiden tot een meeromvattend klimaatakkoord. Ik geloof werkelijk niet dat ik dat proces bevorder door nu op allerlei uitlatingen en onderdelen te reageren. Er zullen dan nog allerlei andere vragen komen: wat vind ik hiervan, wat vind ik zus? Ik moet mijzelf afremmen daar nu op in te gaan.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik zie de relatie niet tussen de onderhandelingen die nu nog verder voortgaan en een duidelijke uitspraak van het kabinet over het feit dat Shell zich zo opstelt. Het helpt de onderhandelingen juist als het kabinet zegt: wij zijn het groenste kabinet, wij willen dat in ieder geval worden, en wij willen niet dat zo'n groot miljardenbedrijf als Shell, dat al zo ontzettend veel klimaatproblemen heeft veroorzaakt, ook nog begint te dreigen dat het alleen wil meewerken als het subsidies krijgt.

Minister Rutte:

Dit is de vierde keer dezelfde vraag. Dan moet ik weer hetzelfde antwoord geven en dan ga ik weer een poging doen om mijzelf niet te herhalen, maar toch hetzelfde antwoord in nog mooiere bewoordingen te geven. Volgens mij is dat niet nuttig.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

De premier heeft aangegeven dat een aantal landen meer willen dan de Europese CO2-reductiedoelstellingen. Kan hij iets concreter zijn? Hij heeft het afgelopen jaar natuurlijk veel gesprekken gevoerd en minister Wiebes ook. Welke landen hebben tot nu toe toegezegd ook 49% of 55% te willen?

Minister Rutte:

Ik kan daar één ding over zeggen, want anders raak ik aan de vertrouwelijkheid van die gesprekken. Dat is sensitief, omdat die landen niet in het Nederlandse parlement willen terug horen wat zij ons zeggen. Maar wat we weten, is dat we met Frankrijk — dat is een van de punten waarop we heel intensief samenwerken met de Franse regering — maar ook Zweden, Portugal, Spanje, Finland en Luxemburg in gesprek zijn, omdat zij allemaal streven naar het ophogen van het EU-klimaatdoel. Maar ik voel mij hier wat geremd om nu in het parlement te zeggen waar ieder van die landen precies naartoe wil. Want ik weet niet eens of ze dat zelf al naar hun parlementen openbaar hebben gemaakt.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Maar de premier is toch van mening dat we in Nederland geen alleingang willen?

Minister Rutte:

Volgens mij is het regeerakkoord duidelijk. Dat zegt: we plannen nu op 49%, maar we zouden eigenlijk naar 55% willen, maar dat moet dan de uitkomst zijn van een Europese discussie in 2020. Zo hebben we dat besloten en daar maak ik mij sterk voor.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Maar ook bij die 49% moeten we wel een kopgroep hebben die meedoet, want het heeft geen zin als dat niet gebeurt.

Minister Rutte:

Het regeerakkoord is ook daarover heel duidelijk: we plannen op 49%, we streven naar 55%, uiteindelijk kijken we naar wat er gebeurt en dat wordt het. Het Europese doel wat er uiteindelijk uitkomt, gaan we doen en dan gaan we vervolgens, als dat onder de 55% ligt, proberen een kopgroep te vormen met landen om dat doel weer op te krikken.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Iets concreter graag, omdat we in Nederland stappen vooruit zijn op de anderen. Wij zijn over 49% aan het praten. De minister-president geeft nu aan: Europa naar 55%. Eerlijk gezegd moeten we wel realistisch zijn: Duitsland doet al moeilijk over boven de 40%. Dus als wij in Nederland besluiten tot de vorming van een kopgroep, wil ik zicht op wat andere landen doen. Want anders zitten we in het wilde weg te onderhandelen met elkaar in Nederland. We moeten dus weten wat het buitenland doet.

Minister Rutte:

Maar goed, dan voer ik toch gewoon het regeerakkoord uit, waarin we heel precieze afspraken hebben gemaakt: we plannen op 49%, uiteindelijk doen we wat er in 2020 uitkomt, wat hoger of lager kan zijn dan 49%, maar als het lager is dan 55% streven we met omliggende landen om dat percentage zo veel mogelijk op te krikken richting 55%. Dat is het doel. Wat moet je daarvoor doen? Nu plannen op 49% is op basis waarvan we tot een klimaatakkoord proberen te komen. Twee: wij zijn inderdaad in die lobby met andere landen in gesprek om te kijken of je er zo veel mogelijk kunt bewegen om richting die 55% te plannen. Maar dat is een proces waar we middenin zitten.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Laatste keer, want ik vind dat toch wel belangrijk. Mijn beeld is dat we in dit stadium toch wel minimaal een aantal landen zouden hebben die ook dan wel niet 55%, maar 49% zouden doen. Als dat niet zo is en we inderdaad plannen voor 49%, dan zijn we wel een beetje op papier aan het plannen, als die landen in werkelijkheid de indruk wekken dat het misschien zo'n vaart niet loopt of als ze zeggen: we willen best wel van de 40% naar de 45%. Ik wil maar meegeven dat we op een gegeven moment echt wel moeten weten, voordat het papier van de onderhandelingen een feit wordt, wat er gaat gebeuren. Anders zijn we heel Nederland aan het gek maken met een doel, terwijl de landen om ons heen niet meedoen. Daar moeten we wel beter zicht op hebben.

Minister Rutte:

Maar toch ook hier probeert het kabinet het regeerakkoord zo goed mogelijk uit te voeren. Dat is plannen op 49%, proberen Europa te bewegen naar 55% te gaan, uiteindelijk komt er in 2020 een Europees doel tot stand en dat is het, ook voor Nederland. Als dat onder de 55% ligt, gaan wij proberen met zo veel mogelijk landen om ons heen dat te doen. Die deadline is dus 2020 en niet vandaag.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Mijn laatste.

Minister Rutte:

Zo staat het ook in het regeerakkoord.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Mijn doel is namelijk dat die 49% geen papieren onderhandeling is. We willen dat bereiken, maar het lijkt nu een beetje — daarom vind ik die internationale context zo belangrijk — dat wij die 49% straks op papier hebben en dat de buurlanden het minder doen. Ik wil dat duidelijk wordt of, als Nederland meer doet, die andere landen daadwerkelijk omhoog gaan. Als dat niet zo is, onderhandelen we wel, maar voor een papieren onderhandeling die later wordt aangepast aan de werkelijkheid.

Minister Rutte:

Maar dan had de heer Buma een ander regeerakkoord moeten maken, sorry. We hebben afgesproken en ik zeg het toch even: we plannen op 49% en we streven naar 55%. Als uiteindelijk in 2020 blijkt dat het onder de 49% komt, dan zal Nederland zich ook verplichten aan dat doel. Dan heeft de heer Buma gelijk: dan heb je misschien een paar procent te hoog gepland. Maar dat we vervolgens proberen met die omliggende landen dat weer op te krikken, niet alleen naar 49%, maar het liefst natuurlijk weer hoger, is wat we volgens mij hebben afgesproken. Maar ik sta open voor andere interpretaties. Dat is in ieder geval het plechtanker waarop ik vaar.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Toch nog even, want dit is een zinvolle onderhandeling. Ik bedoel gedachtewisseling. Dit is geen onderhandeling van: als u mij niet steunt, ga ik jou nooit meer steunen. De premier heeft volkomen gelijk met het regeerakkoord. Mijn doel is dus niet — dat is het enige wat ik wil zeggen — die 49% naar beneden, ik had gehoopt dat uit de contacten van de afgelopen tijd veel duidelijker zou zijn geworden dat landen gewoon meedoen. Dat valt tegen en dat vind ik een zorg.

Minister Rutte:

Maar daar is mijn verwachting eerlijk gezegd dat je pas vrij laat — ik vrees pas richting 2020 — echt duidelijkheid krijgt, omdat in een aantal landen die discussie heel sensitief ligt. Als we op een breder front naar die 49% en misschien ook hoger gaan, met hopelijk die 55%, kun je daar op een gegeven moment consensus over bereiken. Maar als je het nu vraagt, zeggen die landen: ja, maar dan moet ik dat in isolatie beslissen en dat is niet populair bij mijn bevolking. Daarom vond ik ons regeerakkoord zo slim. Daarin wordt gezegd: laten we nou prikken op een beetje daartussenin. We zitten nu, geloof ik, op 40% met dat Europese doel. We plannen nu voor 49% en we hopen op 55%. Uiteindelijk komt er iets uit.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dan is het helder. Dank.

De heer Pechtold (D66):

Ik deel de zorgen van de heer Buma. De minister van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Buitenlandse Zaken zullen hier zegenend werk verrichten. Daar ben ik van overtuigd. Maar ik vind het ongelofelijk van belang dat de premier ook zelf op de toppen waar het om gaat al zijn politieke gewicht en ervaring inzet om de collega's te verleiden en met de neus op de feiten te drukken als het gaat om die doelstellingen. Ik zou daar in de toekomst toch wel iets meer over willen horen. De ministers, net name minister Wiebes, zijn druk bezig met de klimaattafels dadelijk en het klimaatakkoord, maar wat zich in Europa afspeelt — dit is helemaal in lijn met wat de heer Buma uitsprak — is van ongelofelijk belang om uiteindelijk van papier werkelijkheid te maken. Zou de premier ook daar iets meer over kunnen zeggen? Als hij niet helemaal kan zeggen welk land wat doet, kan hij dan in ieder geval zeggen wat zijn rol is?

Minister Rutte:

Mijn rol is natuurlijk om dit in onze bilaterale contacten aan de orde te stellen. Ik doe dat niet tijdens de Europese toppen, want daar gaat het niet werken. Ik moet dat bilateraal doen. Heel concreet hebben president Macron en ik op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen hier om de hoek een lang gesprek gehad met delegaties. We kwamen er toen achter — dat wisten we eigenlijk al stiekem wel — dat Nederland en Frankrijk, buiten de euro, want daarover zijn er wel verschillen van opvatting, vergaand op één lijn zitten. Dat is zo bij zaken als migratie, de bewaking van de buitengrenzen en integratie, maar ook bij klimaat. Daarmee ga ik Macron hier nu niet koppelen aan de 55%. Dat kan ik niet maken. Hij moet dan zelf vertellen wat hij precies wil. Maar we zijn het er zeer over eens dat een zeer ambitieus Europees klimaatbeleid nodig is. Dat heb ik nodig omdat hij een motor kan zijn in dat hele proces. Ik heb hetzelfde vorig jaar december gedaan toen we een top hadden in Parijs, waar heel veel Europese landen, maar ook landen uit andere streken van de wereld bij elkaar waren. Dat was een soort tussentop na de Parijstop van 2015. De grote top in Parijs was in 2015, toch? Ik kijk even naar de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):

2015.

Minister Rutte:

Ja, die was in 2015. Vorig jaar was er weer een soort tussentop. Ik heb toen ook met veel collega's daarover gesproken. Ik vind Frankrijk heel relevant hierin, omdat ik weet dat de Duitsers te maken hebben met allerlei binnenlandspolitieke problemen en het hele vraagstuk van de atomausstieg. Dan is er nog het feit dat het daar soms vanuit ons perspectief eerder de verkeerde dan de goede kant opgaat als het gaat steenkool en bruinkool, waar we dan ook weer last van hebben. Frankrijk is daarom voor mij een belangrijke motor. Ik werk daaraan, maar ik doe dat wel zo veel mogelijk achter de schermen. Ik weet dat Blok en Wiebes dat ook doen. Wij coördineren dat grondig, maar ja, het zal niet allemaal heel hoorbaar worden en we hebben op dit moment de Duitsers nog niet mee. Daar moet ik ook eerlijk over zijn. De landen die ik noem — dat zijn Frankrijk, Zweden, Portugal, Spanje, Finland en Luxemburg — doen mee, niet per se met die 55%, maar met de ambitie, maar Duitsland nog niet.

De heer Pechtold (D66):

Ik ben heel blij met de inspanningsverplichting die ik de premier ook zichzelf hierin zie geven, want het is zomaar weer 2020 en dan is dit van groot belang. Ik heb nog een vraag over klimaat. Het terugdringen van de opwarming en de CO2 is ongelofelijk belangrijk, maar ik heb gisteren ook ingezoomd op de schommelingen, de extreme weersomstandigheden. In hoeverre is het kabinet bereid om daar weer een ander departement nauw bij te betrekken, namelijk Infrastructuur en Waterstaat, dat daarbij van ongelofelijk belang kan zijn? Ik vind dat niet twee gescheiden zaken. Het gaat niet alleen om de stabiele opwarming. Het gaat met name ook om de schoksgewijze extremiteiten

Minister Rutte:

Dat ben ik zeer met u eens. Cora van Nieuwenhuizen en Stientje van Veldhoven — ik moet even kijken; daar zit ze — werken daar intensief aan. Ik was zelf lid van het High-level Panel on Water van de SGVN en de baas van de Wereldbank, maar dat is nu opgeheven. We hebben daar onder andere gepraat over de beprijzing van water, dus eigenlijk over de vraag wat het kost in de zin van de milieu- en klimaatimpact. Dat heeft ook alles te maken met klimaatadaptatie. Het is ook een exportproduct. Laten we daar eerlijk over zijn: we verdienen er ook geld mee. Dat is dus een groot onderwerp, ook richting de Small Island Developing States, bijvoorbeeld in de Stille Oceaan. Dit speelt niet zozeer in de Cariben. Daar heb je weer grote problemen met orkanen. Maar het langzamerhand verdwijnen van hele eilanden in de Stille Oceaan is natuurlijk een heel serieus probleem. Dat was ook onderdeel van onze campagne om in de VN-Veiligheidsraad te komen, want we proberen echt oprecht met de landen daar dat probleem te mitigeren.

De heer Pechtold (D66):

Daar ben ik ontzettend blij mee, want klimaat is niet alleen Nederland. Het is zelfs niet alleen Koninkrijk. Het zijn ook de Tua-eilanden, of Tui-eilanden geloof ik.

De heer Klaver (GroenLinks):

Tuvalu.

De heer Pechtold (D66):

Tuvalu! Ja, maar Tui is een ...

Minister Rutte:

TUI is een reisorganisatie.

De heer Pechtold (D66):

De Tuvalu ...

De heer Klaver (GroenLinks):

De Tuvalu waar je met TUI naartoe kan vliegen!

De heer Pechtold (D66):

Ja, ja, ja. En.tv is ooit voor 50 miljoen dollar verkocht door die eilanden en daar zijn ze geloof ik samen met Foppe de Haan nog steeds trots op. Een van die eilanden, het eiland Nui, was ooit in 1821 het nieuw Nederlands eiland dat door de H.M. Pollux en de Reigersbergen werd ontdekt voor de Koning. Zo, nou jij weer!

De heer Klaver (GroenLinks):

Daar kan je vast ook heen vliegen met TUI.

Minister Rutte:

Listen and learn!

De heer Pechtold (D66):

Ja. Het eiland is bekend om zijn kleine kokosnootjes. Ja! Die werden geruild voor het scheepsbeschuit van de bemanning van de Pollux en de Reigersbergen. De bemanning durfde alleen niet aan land te gaan, en daarom werd er over en weer, vanuit de boot en vanaf het strand, gegooid.

De voorzitter:

En toen?

De heer Pechtold (D66):

Het scheepsverslag van een van de officieren is te lezen, en als je van biografieën houdt, is dat hartstikke leuk.

Minister Rutte:

Wat we hier doen, past wel allemaal bij de oproep van de voorzitter van vanmorgen.

De heer Pechtold (D66):

Ja, zeker.

Voorzitter. Terug naar het klimaat en de adaptatie. Ik vind het vooral van belang dat de plannen voor het klimaat en datgene wat de bewindslieden op Infrastructuur en Waterstaat doen, een-op-een op elkaar aansluiten, of het nou om het Deltaplan gaat of om de dijken. Dat hoor ik zeggen, niet alleen wereldwijd, maar ook hier in Nederland.

Minister Rutte:

Zeker, omdat het onvermijdelijk is dat je, naast het beperken van de opwarming, je best doet om daarop via resilience en adaptatie zo goed mogelijk voorbereid te zijn. Daarbij moeten we denk ik wel met elkaar reëel zijn: we staan op dit moment echt wel voor een enorm wereldwijd probleem, echt enorm.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik wil de complimenten geven aan het kabinet voor de inzet die het internationaal levert om naar die 55% te gaan. Wij horen van al onze contacten in het buitenland dat er echt iets is veranderd en dat Nederland nu vooroploopt als het gaat om het realiseren van die doelstelling. Dat verdient complimenten. Hier in Nederland wordt ondertussen onderhandeld aan de klimaattafels. Als ik zie wat er echt van de industrie komt, dan valt mij dat nog tegen. Ik denk dat het heel belangrijk is dat de minister-president hier nog eens bevestigt dat in het regeerakkoord is afgesproken dat er een CO2-bodemprijs gaat komen. Ik denk dat het enorm zal helpen als ze aan die tafel weten dat ze er niet zomaar mee wegkomen.

Minister Rutte:

Het regeerakkoord is natuurlijk leidend, maar ik wil nu toch eigenlijk niet verder ingaan op die klimaattafels. Waarom niet? Omdat we nu in dat hele proces zitten. Dat dreigt natuurlijk ook een beetje met de pensioenen - niet bij de heer Klaver overigens, maar bij een aantal anderen. Ook hier geldt: dat zijn natuurlijk potjes die op het vuur staan. Hoe meer wij die dekseltjes opendraaien, hoe sterker het risico is dat die potjes van de kook raken.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik wacht even totdat het briefje bij de premier is. Misschien zegt hij nog iets waar ik wel weer heel blij van word.

Minister Rutte:

Dit is een punt van de heer Wiebes. Het is terecht dat u het zegt. De bodemprijs in het regeerakkoord staat voor elektriciteit alleen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ja, maar is derhalve wel belangrijk.

Minister Rutte:

Zeker!

De heer Klaver (GroenLinks):

Want uiteindelijk gaat het ook over de industrie, over elektrificatie.

Minister Rutte:

Ja, ja, ja.

De heer Klaver (GroenLinks):

Wil je dat gedaan krijgen, dan zul je zo'n CO2-bodemprijs moeten hebben. Wat we nu zien — en als ik goed lees wat daar ligt — is dat er eigenlijk veel wordt gedaan om daaronderuit te komen. Ik zou het heel goed vinden als de premier hier gewoon benoemt: dit staat in het regeerakkoord en wij vinden dit belangrijk. Dat is gewoon een belangrijk signaal om te geven aan de industrie die nu aan het onderhandelen is.

Minister Rutte:

Die vind ik veilig genoeg om te doen. Ja.

De heer Klaver (GroenLinks):

Zou u dat kunnen doen? Ja? Dus ...?

Minister Rutte:

Wat de heer Klaver net zei: dat ben ik met hem eens.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dat hoor ik graag vaker.

Minister Rutte:

Dat weet ik. Daarom formuleer ik het ook zo.

Mevrouw Marijnissen (SP):

De SP pleit al langer voor klimaatrechtvaardigheid. Dat betekent dus niet "de energierekening van gewone Nederlanders omhoog", maar wel "de grootvervuilers laten betalen". Wat we nu zien in het klimaatbeleid, werkt niet. Het is oneerlijk en het werkt dus niet. We zien dat huishoudens nu al meer moeten betalen dan ze verbruiken en dat bedrijven minder betalen dan ze verbruiken. Hoe gaat de premier klimaatrechtvaardigheid organiseren?

Minister Rutte:

Even los van die precieze term, denk ik dat we moeten vaststellen dat "de vervuiler betaalt" een belangrijk uitgangspunt is voor een robuust en rechtvaardig klimaatbeleid, en dat de grote energie-intensieve bedrijven onderdeel uitmaken van het Europese emissiehandelsysteem, waarin CO2-rechten verhandeld worden. De prijs van die rechten, dat mogen we ook wel vaststellen, is de afgelopen maanden sterk gestegen, en schommelt nu rond de €19 per ton. Dat was een paar maanden terug nog €9 per ton, dus daar is nu zo'n €10 bij. Er zijn ook diverse Kamerbrieven geschreven over het klimaatakkoord, waarin is aangeven dat er terechte zorgen zijn over de betaalbaarheid voor huishoudens, maar ook voor de concurrentiepositie van bedrijven. Heel simpel: als de huishoudportemonnee te veel gaat lijden door die transitie, dan ben je zo het draagvlak kwijt. En als de bedrijvigheid wegtrekt, dan verdwijnen er banen, terwijl de mondiale uitstoot blijft. Daar schiet ook helemaal niemand wat mee op. En dat is ook precies het type boeksteun waarbinnen wij proberen om geen banen te vernietigen en huishoudens mee te nemen. We gaan als samenleving de komende tien jaar een heel grote transitie maken, en die moeten we over een breed front maken. Daarin moeten we iedereen meenemen, en iedereen moet ook snappen en aanvoelen dat hij dat kan meemaken, dus dat we niet het onmogelijke vragen van mensen.

Mevrouw Marijnissen (SP):

De premier haalt zelf de uitdrukking "de vervuiler betaalt" aan. Dat is, denk ik, een hele degelijke uitdrukking. Maar dan kijk ik naar de Macro Economische Verkenning die we hebben ontvangen, in het licht van wat ik net schetste. We zien dan dat gezinnen 800 miljoen gaan bijdragen en bedrijven 500 miljoen. We zien dus dat het alleen maar schever wordt en dat die — inderdaad, mijn woorden — "klimaatrechtvaardigheid" alleen maar verder weg komt. De premier wijst, denk ik, terecht op draagvlak. We staan voor een van de grootste uitdagingen van de toekomst. Daarin zit echt een grote zorg van ons: hoe gaan we dit op een rechtvaardige manier doen? En in de kabinetsplannen zijn het juist de gezinnen. De energierekening gaat omhoog; daar hadden we het vanochtend al even over. Dat draagt in ieder geval niet bij aan draagvlak, maar ook niet aan het op een rechtvaardige manier invullen van het klimaatbeleid.

Minister Rutte:

Ik ben het op zich met mevrouw Marijnissen eens. Ik heb wel heel veel zorgen. Maar als een journalist mij vraagt of ik me ergens zorgen over maak, zeg ik: ja, maar het is onze taak om die zorgen om te zetten in actie. Mevrouw Marijnissen wil dat ook, ik wil dat. Het eerste wat we nu moeten doen, is dat we moeten zorgen dat we tot dat klimaatakkoord komen. Daarvoor is het nu van belang dat we op basis van de klimaattafels hebben opgehoest dat we aan de hand van alle berekeningen tot een goede appreciatie daarvan komen, zodat dat stapje voor stapje kan leiden tot een klimaatakkoord. We hebben het Europese speelveld. Tegelijkertijd verslechtert het alleen maar. Ik bedoel, in alle berichten die we krijgen over het milieu en het klimaat gaat het de verkeerde kant op. De urgentie is dus gigantisch.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Ja, de urgentie is gigantisch. Ik denk ook dat dat laat zien dat het huidige beleid dus niet werkt. Dat is niet alleen oneerlijk, het is niet "de vervuiler betaalt", maar het werkt ook niet. Als we ons dit samen realiseren ... We staan voor een van de grootste uitdagingen voor de toekomst. Willen we onze aarde nog gezond en leefbaar houden voor onze kinderen, dan zullen we dit op een rechtvaardige manier moeten organiseren. Wat dit kabinet doet, is de energierekening omhoog gooien. Tja, als je het draagvlak onder druk wilt zetten, dan moet je dat vooral doen, zo zou ik tegen het kabinet willen zeggen. Ik roep het kabinet dus echt vandaag op om daarop terug te komen. Wij zijn er echt van overtuigd dat klimaatbeleid rechtvaardig zal zijn, of niet zal zijn.

Minister Rutte:

Over die vraag over de energiebelasting heb ik vanmorgen uitvoerig met de heer Klaver gesproken. Maar dat we moeten voorkomen dat we banen vernietigen of draagvlak kwijtraken, voelen we volgens mij allemaal. En de knoop in de maag die mevrouw Marijnissen beschrijft, is ook de knoop in mijn maag. Ja, dat klinkt wat gek, maar daar zijn we het gewoon over eens.

Ik was eigenlijk bij de heer Dijkhoff gekomen, die een wat concretere vraag had. Het is zo fijn dat je soms ook iets concreets kan doen op klimaatgebied. Dat helpt ons dan ook weer bij het gevoel dat er ook nog handelingsperspectief is op de kortere termijn. Hij vroeg namelijk: hoe kun je mensen begeleiden met eenvoudige tools, zodat ze ook kunnen uitrekenen wat CO2-besparende maatregelen opleveren? Hij beschreef ook dat hijzelf in zo'n proces verwikkeld is. Ik denk dat het inderdaad belangrijk is om dat te doen, om te weten wat je aan je huis kan doen, wat te doen als je je gasketel kwijt wilt, wat concrete handvatten zijn, en objectieve voorlichting. MilieuCentraal is de stichting die zorgt voor objectieve voorlichting, die zorgt voor informatie over maatregelen die je kunt treffen, hulp bij het maken van keuzes, informatie over hoeveel je kunt besparen en hoe je een goede uitvoerder vindt. Ze hebben een eigen wetenschappelijke raad van advies, die de objectiviteit van de informatie borgt. Er wordt twee miljoen keer per jaar naar die website gesurft om de energiebesparing te bekijken. Er zijn ook leningen van het Nationaal Energiebespaarfonds. Maar het is ook mogelijk om maatregelen mee te nemen in de financiering van de hypotheek. Daarnaast is er subsidie beschikbaar voor eigenaar-bewoners die hun gasketel willen vervangen door een warmtepomp. Dat is de Investeringssubsidie duurzame energie, de ISDE. Ik wil toezeggen dat wij bij het klimaatakkoord dat nu in wording is, zullen bekijken wat er nog meer kan worden gedaan om te helpen, omdat deze informatie ongetwijfeld bij de heer Dijkhoff bekend was en hij toch op praktische problemen stuitte in zijn privé-endeavours. Ik denk dat dat voor ons een aanleiding en een aanmoediging is om te kijken wat we verder kunnen doen om het zo makkelijk mogelijk te maken en het bijna turnkey aan mensen aan te leveren: dit is het effect van die maatregel, zo kan het, daar zit de subsidie, et cetera. Want ook dat helpt allemaal.

De heer Dijkhoff (VVD):

Geen misverstand: de initiatieven die de premier noemt, ken ik. Die zijn heel erg goed. Maar er zijn wel drempels om het allemaal tot je te nemen en te volgen. Ik bedoel: fijn dat u naar mijn privéomstandigheden verwijst, maar daar gaat het allemaal heel goed. Ik kom er wel uit. Als ik zou moeten wachten op het kabinet, zou de verbouwing iets te lang stilliggen. Ik ga er dus gewoon mee door. Als ik ermee bezig ben en alles bij elkaar zoek, heb ik het idee dat er schotten tussen zitten die keurig zijn. Je krijgt ook voorlichting, maar dat houdt dan op in de stap daarna. Als we breed willen aanspreken en niet alleen nerds zoals ik, die bereid zijn om avond aan avond te surfen en me daarin te verdiepen, moet het nog makkelijker kunnen. En het liefst ook met turnkeyproducten. Dat spreekt me erg aan. Ik zie er dan ook naar uit hoe het kabinet dat soort gedachten ontwikkelt richting de begrotingsbehandeling.

Minister Rutte:

Hier past overigens ook de naam Jetten. In de motie-Jetten c.s. werd verzocht om een koepelcampagne. Ook dat is de minister van EZK op dit moment aan het meenemen.

Zal ik de vragen over klimaat even allemaal behandelen? Misschien zitten er al antwoorden tussen over vragen die nu nog gesteld dreigen te worden.

Ik denk dat wij het allemaal eens zijn met de heer Van der Staaij over de betaalbaarheid en de haalbaarheid van de transitie. Ik heb daar eigenlijk net al iets over gezegd in reactie op mevrouw Marijnissen. Daar heb ik ook de huishoudportemonnee bij betrokken.

Er zijn ook vragen gesteld over de Klimaatwet. Daar hebben we het eigenlijk in alle interruptiedebatten ook al over gehad.

Er is een vraag gesteld over de ODE, de opslag duurzame energie. De concrete vraag was eigenlijk: waarom wordt dat niet eerlijker? Dit is, zoals u weet, een opslag op de energierekening, bestemd voor financiering van de onrendabele top in duurzame energieopwekking. Zowel burgers als bedrijven gebruiken energie. Het is dus op zich ook redelijk dat beide groepen bijdragen aan de stimulering van de verduurzaming van de energieopwekking. Er wordt sinds de start van de ODE een lastenverdeling aangehouden waarbij de huishoudens en de bedrijven beide 50% bijdragen aan de opbrengst. Bij de verdeling van de lasten over huishoudens en bedrijven is rekening gehouden met de internationale concurrentie, waaraan met name de energie-intensieve bedrijven blootstaan. Daarom is daarbij gekozen voor een degressieve tariefstructuur. In het kader van het klimaatakkoord wordt nu gekeken naar verbreding van de stimuleringsregeling duurzame energie plus, de SDE+-regeling, en daarmee ook naar de vormgeving van de ODE. Dat komt later dit jaar dus weer terug bij het klimaatakkoord. Althans, dat is onze bedoeling.

Dan was er de vraag hoe we de omgeving meer gaan betrekken bij de bouw van windmolens. Dat was een vraag van de heer Buma. Het is inderdaad heel belangrijk voor het draagvlak voor de energietransitie om ook de mensen bij de bouw van windmolenparken te betrekken. Daarom staat dat terecht ook in het regeerakkoord. We hebben in de afgelopen periode een aantal stappen gezet. Vijf beginselen worden daarbij gehanteerd:

  • -zoek gemeenschappelijke belangen en geef vanuit die belangen vorm aan projecten;

  • -betrek de omgeving zo vroeg mogelijk;

  • -vergroot de transparantie en het vertrouwen;

  • -het omgevingsmanagement is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, zowel van het bevoegd gezag als de initiatiefnemer;

  • -lever per project maatwerk.

Die afspraken in het regeerakkoord zijn nu ook onderdeel van de gesprekken over het klimaatakkoord. De minister van Economische Zaken zal daar binnenkort nader over spreken.

Voorzitter. Ik denk dat het regeerakkoord heel duidelijk is over wat we vinden van de vliegtaks en over de stappen die we daarin willen zetten. We willen namelijk conform het regeerakkoord eerst inzetten op een Europese belasting. Ook wordt bezien of een heffing op lawaaiige en vervuilende vliegtuigen mogelijk is. Maar dat staat allemaal keurig in het regeerakkoord.

Even kijken. Deze hebben we gehad, deze hebben we gehad en die hebben we gehad. Daarmee zijn volgens mij alle vragen over klimaat beantwoord. Misschien nog één ding dat ik door mevrouw Kaag krijg aangereikt. Dat is relevant in verband met de discussie over adaptatie en mitigatie. In de samenwerking tussen handel en ontwikkelingssamenwerking is een en ander natuurlijk heel erg SDG-gericht, dus gericht op de Sustainable Development Goals. Ik dacht dat nummer 13 de SDG Water is, zeg ik uit mijn hoofd, maar het gaat natuurlijk veel verder. O sorry, het is nummer 6. Dan gaat het zowel over adaptatie als over mitigatie. In dat kader kijken we ook naar een klimaatfonds.

De voorzitter:

En die afkorting staat voor?

Minister Rutte:

Sustainable Development Goals. En ik dacht dat nummer 13 water was, maar het is nummer 6. 6 is water en sanitatie, hoor ik.

De heer Klaver (GroenLinks):

De premier heeft het over mitigatie: mijn fractie wordt dan altijd boos omdat ik te veel aan het "nerden" ben, maar goed. Dank voor deze bijdrage.

Minister Rutte:

Het is inderdaad geen mooi Nederlands. Eens.

De heer Klaver (GroenLinks):

Volgens mij kon niemand er een touw aan vastknopen. Maar ik kan beamen: het was een goed verhaal. Ik heb een vraag over het volgende. Annemieke Nijhof, voorzitter van de Mobiliteitstafel, heeft naar aanleiding van een interview met de heer Buma gewaarschuwd: laten we in Nederland alsjeblieft niet aan bangmakerij doen; we zijn nog bezig; we proberen juist rekening te houden met al die burgers, zodat iedereen deze transitie kan meemaken. Hoe kijkt u daarnaar?

Minister Rutte:

Dit is ook weer zo'n punt. Nou vraagt de heer Klaver mij om te reageren op een discussie die ik niet gevolgd heb. Dit is even nieuw voor mij. Mevrouw Nijhof heeft gereageerd op iets wat de heer Buma gezegd heeft. Ik heb beiden niet gevolgd, dus laat ik daar even van wegblijven. De personen heb ik natuurlijk wel gevolgd, intensief, maar niet heel specifiek deze uitspraken.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik kom erop omdat mevrouw Thieme, terecht, vragen stelde over de tafels. Zij werd eigenlijk weggestuurd met de opmerking: we moeten de broedende kip niet storen. Nu zegt een van de coalitiepartners eigenlijk dat hij zich heel erg zorgen maakt over wat er van die tafels vandaan komt, dat dit de verkeerde kant op gaat en dat burgers het zo niet gaan meemaken. Een van de voorzitters van die tafels zegt: alsjeblieft, stop daarmee. Ik denk dat het goed is als de minister-president hier een oproep doet, niet gericht aan de heer Buma of wie dan ook maar in het algemeen, om rustig af te wachten wat daar vandaan komt en om niet aan bangmakerij te doen, en zegt dat we die transitie zo gaan vormgeven dat iedereen die kan meemaken. Ik zou het fijn vinden als de heer Rutte die oproep zou steunen.

Minister Rutte:

Nou vraagt de heer Klaver mij om partij te kiezen in de discussie over de oproep van mevrouw Nijhof over een uitspraak van de heer Buma. Ik heb beide niet gezien. Hij vraagt mij om partij te kiezen voor mevrouw Nijhof. Dat is toch gek? Dat doe ik maar even niet.

De voorzitter:

Meneer Klaver, tot slot.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dan zal ik het anders formuleren. Hij hoeft helemaal niemand te steunen. Ik zou het op prijs stellen als de heer Rutte hier zou zeggen dat we niet aan bangmakerij moeten doen als het over klimaatverandering gaat. Het is een hele grote opgave. We moeten ervoor zorgen dat iedereen die meemaakt. Er wordt nu onderhandeld aan de klimaattafels. Laten we dat afwachten. Laten we de kabinetsappreciatie afwachten en dan een stevig inhoudelijk debat met elkaar voeren over wat we moeten doen om de doelstellingen te halen, maar ook over hoe we ervoor zorgen dat iedereen in Nederland dat gaat meemaken.

Minister Rutte:

U stelt die vraag in de context van uw vorige vraag. Daar zit een uitspraak in van de heer Buma die ik zelf niet scherp heb, laat staan de context ervan.

De voorzitter:

Nee, meneer Klaver, dit is het.

Minister Rutte:

Als ik nu een algemene vraag beantwoord, met de context dat u die vraag eerst stelde in verband met de heer Buma, geef ik toch een reactie op de heer Buma, maar ik ken zijn opmerking niet. Volgens mij moet ik dat niet doen.

De voorzitter:

Ik stel voor dat u naar het volgende onderwerp gaat.

De heer Pechtold (D66):

Aan de ene kant is het misschien verrassend voor de mensen in Groningen, aan de andere kant is het toch ook wel zorgwekkend dat het in de hele Algemene Politieke Beschouwingen nog niet is gegaan over het terugdraaien van het gas in Groningen. Daar zijn we volop mee bezig. Het kabinet, de coalitie, was enigszins verrast toen bleek dat de "techneuten" zoals ik ze liefkozend noem, zeiden dat het wel kan. Maar ondertussen zitten we met die versterkingsopgaaf. Daar hoor ik niet altijd even eenduidige positieve geluiden over. Het gebeurde met tientallen woningen per jaar, maar ik wil graag weten wanneer nu echt die grote batches — zo heet het geloof ik in meer ambtelijk jargon — die groepen huizen, behandeld worden. Wanneer hebben de mensen duidelijkheid?

Minister Rutte:

Laat ik toezeggen dat ik dat in tweede termijn doe, want die vraag is afgelopen woensdag niet gesteld. Ik moet nu dus uit het geheugen gaan putten.

De heer Pechtold (D66):

Zeker wel. Zeker.

Minister Rutte:

Ik heb hem in ieder geval niet nu in mijn beantwoording zitten. Er wordt ook ambtelijk nee geschud.

De voorzitter:

Dan komt het antwoord in tweede termijn.

Minister Rutte:

Dat neemt niet weg dat hij wel gesteld kan zijn, maar ik heb hem in ieder geval niet voorbij zien komen in de voorbereidingen op de beantwoording. Ik ga dat dus niet even uit mijn hoofd doen. Ik krijg het goed op schrift en dan zal ik het met u delen in tweede termijn.

Voorzitter. Dan kom ik bij de woningmarkt. Mag ik daar een paar dingen over zeggen? Die zijn namelijk belangrijk, ook ter inleiding op verschillende vragen die gesteld zijn. Er zijn de afgelopen jaren veel hervormingen op de woningmarkt doorgevoerd. Daar zit ook een beperking bij van de hypotheekrenteaftrek. Corporaties zijn zich meer gaan toeleggen op hun kerntaken. Het huurbeleid bevordert de doorstroming. Dat is verstandig beleid en daar gaan we ook mee door.

Daar is de heer Asscher al. Ik ben nog maar net begonnen met de eerste zin van de inleiding!

De heer Asscher (PvdA):

Ik hoor u nog beter als ik bij de interruptiemicrofoon sta.

Minister Rutte:

O, dan is het goed. Dan ga ik mij niet laten afleiden.

De sterke ontwikkeling van de economie is ook op de woningmarkt zichtbaar. De toenemende koopkracht en de lage rente stuwen de vraag naar woningen op. De druk op de woningmarkt is daarmee snel toegenomen. Ook vandaag was er weer een melding vanuit het CBS over de landelijke stijging van de woningprijzen.

Daarbij is er ook een verschil. Je ziet in en om de grote steden namelijk een duidelijke trend: het gaat daar harder dan het landelijk gemiddelde. En er is in toenemende mate zorg over de toegankelijkheid voor mensen met modale inkomens, oftewel de gewone, normale salarissen. Het duurt voor kopers en huurders, starters en doorstromers, langer voordat ze een huis hebben gevonden. Het duurt ook langer dan zij zouden wensen gezien hun gezinssituatie, de plek van hun werk of de levensfase waarin ze zich op dat moment bevinden.

Daarom werken we op dit moment langs drie lijnen. Ten eerste wordt er gestreefd naar meer bouwen, om daarmee te voorkomen dat de achterstanden de komende jaren verder oplopen. Twee. De doorstroming op gang krijgen, zodat de huidige woningvoorraad beter wordt benut. En drie. Het aanpakken van regionale knelpunten. Laat ik bij ieder van die drie een paar maatregelen noemen. Dat is ook deels al ter beantwoording van een paar vragen.

Ten eerste dus meer bouwen. De bedoeling is dat er tot 2027 700.000 woningen worden bijgebouwd. Dat zijn gemiddeld 75.000 woningen per jaar. Dat kan alleen als iedereen meehelpt: overheden, gemeenten, provincies, Rijksoverheid, corporaties, investeerders en natuurlijk de bouwers. Dat vergt ook ruimte voor woningbouw en voor het ontwikkelen van woningbouwplannen. We stellen dit jaar 38 miljoen beschikbaar om de ontwikkeling van nieuwbouwwoningen te versnellen. We zorgen dat de rijksinfragelden voor vervoer aansluiten op woningbouwontwikkeling. En we steunen de inzet op regionaal niveau met landelijke maatregelen. Daartoe passen we ook de Crisis- en herstelwet aan. Daarmee nemen we onnodige bouwbelemmeringen weg en houden we de vaart erin. En de overheid, onderwijsinstellingen en de bouwsector werken samen om de bouwagenda daadwerkelijk in gang te zetten.

Twee. Doorstroming op gang krijgen. Het is belangrijk dat er meer woningen komen in het middenhuursegment, want niet iedereen wil of kan een huis kopen en niet iedereen komt in aanmerking voor een gesubsidieerde huurwoning. Op lokaal niveau zie je dat er steeds meer afspraken worden gemaakt tussen gemeenten, corporaties en de private verhuurders om meer woningen aan dat middenhuursegment toe te voegen en te behouden. Deze week is het wetsvoorstel middenhuur naar de Kamer gestuurd. Daarmee wordt het voor corporaties eenvoudiger om middenhuurwoningen te bouwen. Zo zorgen we voor voldoende betaalbare en ook bij iedere levensfase passende woningen, bijvoorbeeld geschikte woningen voor ouderen — we hadden het daar eerder vandaag over met de heer Krol en de heer Wilders — en woningen voor mensen met een zorgvraag. Daar hadden we het ook over. En daar worden ook lokaal tussen gemeenten, corporaties en maatschappelijke instellingen afspraken over gemaakt.

Tot slot: het aanpakken van regionale knelpunten. Daarbij is het van belang dat gemeenten over de juiste instrumenten beschikken, zodat zij de knelpunten die zich in hun regio aandienen, ook kunnen aanpakken. Dan moet je dus met marktpartijen gaan kijken welke grote problemen er zijn op de woningmarkt. Er wordt ook verkend welke aanvulling of aanpassing van de wetgeving nodig is. Een voorbeeld daarvan is een wettelijke inbedding van een registratiesysteem voor toeristische verhuur en het aanpakken van malafide verhuurders. Daarbij trekken we samen op met gemeenten en regio's die te maken krijgen met bevolkingskrimp, zodat er ook meer experimenteerruimte komt om ervoor te zorgen dat je allerlei voorzieningen op wijkniveau kunt bundelen. Dat draagt weer bij aan de leefbaarheid van krimpregio's.

Voorzitter. Dat ter inleiding. Er zijn nog maar enkele vragen te beantwoorden. De heer Asscher interrumpeerde op enig moment naar aanleiding van een opmerking van de heer Buma over het maken van afspraken over meer investeringscapaciteit. Op dat punt kan ik melden dat in de begroting 100 miljoen structureel is vrijgemaakt voor de verlaging van de verhuurderheffing. Dat staat dus in de begroting, maar het is goed om dat nog even te zeggen. Dat geeft uiteindelijk 2 tot 3 miljard extra investeringscapaciteit voor de corporatiesector als geheel. Dat is voldoende om de komende jaren te blijven investeren in nieuwbouw en verduurzaming. Wij weten dat er in de sector als geheel vooralsnog voldoende investeringscapaciteit is, hoewel individuele woningcorporaties natuurlijk een probleem kunnen hebben. Daarom kijken we ook of de investeringscapaciteit regionaal goed verdeeld is. Als dat niet het geval is, gaan we kijken of we investeringscapaciteit kunnen inzetten op die plekken waar dat het meest nodig is.

In dat kader is ook de vraag gesteld of we de woningcorporaties kunnen uitzonderen van de maatregelen uit de ATAD, de earnings stripping-maatregel. Dat is juridisch niet mogelijk, want het risico op het verlenen van staatssteun — verboden staatssteun dus — is te groot. Maar tegenover de lastenverzwaring van deze kabinetsperiode zet het kabinet ongeveer gelijke lastenverlichtende maatregelen. Ik noem het lagere Vpb-tarief, de 100 miljoen tariefsverlaging in de verhuurderheffing, maar ook 100 miljoen voor de vermindering van de verhuurderheffing voor investeringen in verduurzaming. Ik zei al dat daarmee, met die 100 miljoen tariefsverlaging, zo'n 2 tot 3 miljard investeringscapaciteit wordt vrijgemaakt.

De heer Asscher vroeg nog naar de samenwerkingstafel middenhuur. Hij zei: dat klinkt nou niet zo heel erg actiegericht. Ik was toch een beetje beledigd toen ik dat hoorde, want wij hebben die samenwerkingstafel in het vorige kabinet samen ingesteld. Hij staat onder leiding van Rob van Gijzel. De bedoeling is om de urgentie van meer middenhuur breed op de agenda te krijgen. Het is natuurlijk belangrijk om te bouwen en voor het bouwen is het nodig dat partijen elkaar op lokaal niveau kennen en goed weten te vinden. En dat is ook gelukt. Die samenwerkingstafel — ik ben met de heer Asscher eens dat het een vreselijke naam is — werkt wel. Het lijkt nu echt te lukken om partijen bij elkaar te krijgen en ook afspraken te maken. Ik ben het eens met de heer Asscher dat je in zo'n tafel niet kunt wonen, maar zonder samenwerking kun je ook niet bouwen. En daar lijken wel degelijk resultaten uit voort te komen. In dit kader past ook weer dat wetsvoorstel middenhuur.

Dan was er ook een vraag van de heer Asscher over het schrappen van de kan-bepaling. Het klopt dat we dat doen. Dat is eigenlijk omdat wij willen voorkomen dat een woningmarktinstrument wordt gebruikt voor algemene inkomensreparatie. Dat vinden wij een gekke figuur. Daarom komt de automatische compensatie te vervallen. Maar de positie van lage inkomens wordt niet veronachtzaamd. Kijk ook naar het integrale koopkrachtbeeld, ook voor volgend jaar, waarbij de effecten van die bepaling sterk afhankelijk zijn van de daadwerkelijke verschillen tussen de bijstandsontwikkeling en de huurontwikkeling. Zo blijkt uit de nieuwste vooruitzichten van het Centraal Planbureau uit augustus dat in 2019 het schrappen van de kan-bepaling geen effect heeft. Overigens staat tegenover de effecten van de kan-bepaling vanaf 2020 structureel 7 miljoen aan hogere uitgaven voor de huurtoeslag door het vervallen van de maximale inkomensgrenzen. Per saldo leiden die maatregelen tot verhoging van de uitgaven.

De heer Buma heeft in een stuk voorgesteld om een regeringscommissaris in te stellen. Ik kreeg de vraag van GroenLinks wat het kabinet daarvan vindt. Ik denk dat wij het er allemaal over eens zijn dat de urgentie van de bouwopgave enorm wordt gevoeld. Dus het is goed dat we met zijn allen meedenken over de vraag hoe we dat moeten doen. Ik denk dat wij even moeten oppassen dat een regeringscommissaris ook het beeld kan oproepen alsof je op centraal niveau nieuwe bevoegdheden neerlegt. Ik dat dat dat nu niet wenselijk is, omdat het juist belangrijk is om ook regionaal dat gesprek te voeren. Dat zie je ook in het werk van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie. Er is ook helemaal geen gebrek aan bereidheid om gezamenlijk de schouders eronder te zetten en de knelpunten te vinden, maar ik kan er wel bij zeggen dat Kajsa Ollongren, de minister van BZK, altijd bereid is om te kijken of er aanvullende maatregelen nodig zijn. Ons lijkt dat hele specifieke instrument op dit moment niet dienstig, omdat dat weer zou kunnen leiden tot meer bureaucratie op het nationale niveau. De vraag van de heer Krol had ik al beantwoord bij de introductie eerder vandaag, dus daarmee zijn de vragen over de woningmarkt die ik had geïdentificeerd beantwoord.

De heer Asscher (PvdA):

Ik begon dit debat met wat voor ons de kernvraag is, namelijk of het zou lukken om meer aandacht aan de mensen te besteden en minder aan de multinationals en of er misschien ook een uitgestoken hand te ontwaren zou zijn. Het is inmiddels vijf over half vijf. Resumerend: we zagen bij de dividendbelasting dat die uitgestoken hand meer de vorm had van een middelvinger. We zagen bij de arbeidsongeschikten de simpele boodschap: er is geen geld voor. We zagen bij het onderwijs dat de wens van de leraren "gratuit" werd genoemd. Bij de leerbanen werd gezegd: interessant, u hebt gelijk, maar er is geen geld. Nu zijn we bij het wonen. Het wordt zo langzamerhand wel een beetje erg mager wat het kabinet laat zien, niet zozeer in de richting van de oppositie, maar wel wat betreft de zorgen van mensen. Die huurtoeslag gaat mensen €100 per jaar kosten in de laagste inkomensgroepen. Ik weet dat wij meer uitgeven aan huurtoeslag, want de huren gaan omhoog. Maar het gaat ze €100 kosten. Het argument is: je moet een woningmaatregel niet gebruiken voor inkomensbeleid. Maar dit is geen woningmaatregel. De huurtoeslag is er juist om ervoor te zorgen dat mensen zeker zijn van een betaalbare woning. Ik vraag de minister-president of hij bereid is om deze bezuiniging op de huurders te heroverwegen. Met de vereenvoudiging; dat vind ik allemaal prima.

Minister Rutte:

Eerst even over de opsomming. Ik heb niet gezegd dat de wens van de leraren gratuit was. Ik vond dat het verzoek van de heer Asscher aan mij gratuit was, als ik daarop zou hebben gereageerd. Niet het verzoek van Asscher, maar als ik daarop zou hebben gereageerd, over die salarissen. Niet het verzoek van de leraren zelf: dat heb ik nooit gezegd. Wat de arbeidsongeschiktheid betreft, het vraagstuk van de WIA, heb ik erop gewezen dat er gesprekken gaande zijn in samenhang met de loondoorbetaling bij ziekte en dat het mij dienstig lijkt om dat even een kans te geven. Dus ik heb daarvan gezegd: laten wij even kijken wat daar uitkomt. Het is een pruttelend potje op het vuur. Niet om te zeggen dat Asscher daar een onzinpunt had, want ik heb gezegd: ik begrijp heel goed zijn zorg, als je van de drie keer drie naar de één keer negen gaat.

Over de arbeidsongeschikten heb ik hem gezegd dat ik benieuwd ben waar hij in tweede termijn mee komt. Ik heb volgens mij daarmee een opening gemaakt, om te kijken of hij met voorstellen komt. Volgens mij heb ik het signaal gegeven dat wij bereid zijn om daar heel serieus naar te kijken. Dus ik wacht even op de tweede termijn van de heer Asscher waar het gaat om de bezuiniging op het leerlingenstelsel, op de bbl. Ik zou toch even willen zeggen dat het wat dat betreft wel meevalt.

Nu over deze specifieke kwestie: Het gaat om een groot bedrag. Als wij dit nu schrappen, is dat niet gedekt. Het is nu dus niet voorzien om die maatregel in te trekken.

De heer Asscher (PvdA):

Als verdediging: dit raakt mensen met €100 per jaar. Het zijn huurders. Het is een groot bedrag. Ja, het is een groot bedrag voor die mensen. Dat moeten wij nu niet doen. Het gaat over bestaanszekerheid. Het gaat over mensen die nu al de touwtjes niet aan elkaar kunnen knopen en daar heel erg bezorgd over zijn. Met een redenering die totaal technocratisch is. Daar maak ik bezwaar tegen. Het gaat mij er helemaal niet om dat er potjes op het vuur staan te pruttelen en dat drie keer drie negen is. Allemaal tot je dienst. Ik heb het over mensen van vlees en bloed: een man die nu dit debat ziet en straks geen vangnet meer heeft en een vrouw die straks de huur niet meer kan betalen omdat er op de huurtoeslag bezuinigd wordt. En dat gebeurt in een tijd met cijfers waar het kabinet een paar dagen geleden nog over zat te glunderen. Dus opnieuw de vraag: zijn de minister-president en de coalitie bereid om ruimte te bieden voor deze groep die het het allerlastigste heeft. Ik wil als dat de bedoeling is zeker in tweede termijn een dekking aanleveren. Dat is geen enkel probleem.

Minister Rutte:

Ik wacht het voorstel in tweede termijn af, maar ik sta daar niet om te springen. Ik heb net gezegd dat wij bij de bbl zeer geïnteresseerd zijn in waar hij mee komt. Op dit specifieke punt geldt bovendien voor 2019 dat er geen effecten zijn van het schrappen van de kan-bepaling in 2019. Dat heeft het Centraal Planbureau in augustus berekend. Tegenover het schrappen van de kan-bepaling staan in 2020 door het vervallen van de maximale inkomensgrens structureel 70 miljoen hogere uitgaven voor de huurtoeslag. We gaan de huurtoeslag ook niet verlagen, dacht ik.

De heer Asscher (PvdA):

Tot slot. Altijd goed om even naar het handboek debatteren via Rutte te kijken. We hebben eigenlijk alle varianten wel zo'n beetje gezien: de jaarlijkse opmerking over de eikeltjespyjama en de recensie van de spreker. En nu krijgen we het tegengestelde argument: het is te duur en het heeft volgend jaar geen effect. Het maakt me niet zo veel uit wat u kiest, ik wil dat die bezuiniging niet doorgaat. Maar ik hoorde ook een opening: als wij met dekkingsvoorstellen komen, zal er met een open blik naar worden gekeken. Daar wil ik graag gebruik van maken.

Minister Rutte:

We kijken altijd naar dingen, maar ik ga nu niet de hoop bieden dat wij hier mogelijkheden zien. Ik heb volgens mij duidelijk gesignaleerd dat wij bij de bbl in de meedenkstand staan, maar op dit punt is dat een stuk minder.

De heer Wilders (PVV):

Goed om te horen van de premier dat hij altijd naar dingen kijkt. Dan heb ik er ook nog één. Ik ga daarvoor even terug naar de sociale huurwoningen.

De premier zei terecht dat er in het algemeen een tekort is aan woningen, ook als het gaat om sociale huurwoningen. Ik zou toch dat verband nog een keer willen maken met die statushouders, Syriërs en anderen, die in Nederland zijn toegelaten. Want wat blijkt nu? In de vier jaar van 2014 tot en met 2017 zijn er 91.000 statushouders doorgestroomd naar sociale huurwoningen. Nou zitten er in Nederland gemiddeld ongeveer 1,7 mensen in een woning. Dat betekent dat er op dit moment 53.000 sociale huurwoningen zijn toegewezen aan de zogenaamde statushouders en dat zijn net zo veel sociale huurwoningen als er in de jaren '14, '15 en '16 zijn bijgebouwd of aangekocht. Dus wat zien we? De nieuwe aangekochte en bijgebouwde sociale huurwoningen komen qua aantal eigenlijk overeen met wat er aan de statushouders is verstrekt. Nederlanders kunnen dus wachten op hun sociale huurwoningen omdat er 53.000 naar statushouders gaan. Dat is niet alleen oneerlijk, het toont ook nog een keer aan dat als er Syriërs zijn die terug kunnen naar een veilig deel van Syrië, dat niet alleen rechtvaardig zou zijn maar ook goed. Dan kunnen die Nederlanders naar de woningen waar zíj recht op hebben en waar ze nu niet naartoe kunnen. Is de minister-president dat met mij eens?

Minister Rutte:

Dit kabinet neemt een hele reeks maatregelen, juist ook om ervoor te zorgen dat dat eerlijk gebeurt. Dat is ook beleid dat deels al in de vorige coalitie in gang is gezet. Bijvoorbeeld is het zo dat de mensen die naar Nederland komen, in de eerste periode geen volledige bijstand ontvangen. Gemeenten kunnen op individuele basis een aantal vaste lasten voor hun rekening nemen, bijvoorbeeld de huur. Ten aanzien van wonen is het zo dat gemeenten in eenzijdig samengestelde wijken de huurprijzen kunnen aanpassen voor lagere inkomens en corporaties kunnen daarbij ook duurdere woningen verkopen. Ze kunnen daarmee voorkomen dat wijken te eenzijdig worden samengesteld. Dan is er ook de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, de Rotterdamwet. Die biedt de mogelijkheid om aan nieuwe bewoners van sociaaleconomisch zwakkere wijken inkomenseisen te stellen.

Zo hebben we een hele reeks maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat er geen te eenzijdige samenstelling komt van wijken en dat de toegang tot de sociale huursector er blijft, ook voor de mensen die in Nederland geboren worden en uiteindelijk uit het ouderlijk nest willen uitvliegen om een huis te vinden. We proberen er alles aan te doen om ervoor te zorgen dat er ook daarvoor woningen beschikbaar zijn. Dat neemt niet weg dat Nederland als internationaal gericht land ook zijn verantwoordelijkheid neemt in het opvangen van vluchtelingen die écht op de vlucht zijn. Daarbij proberen we de aantallen beperkt te houden. Door bijvoorbeeld de afspraken met Turkije lukt dat ook en zijn de aantallen hanteerbaar. Ook die mensen zullen uiteindelijk een plekje onder dak moeten vinden. Maar we proberen dat allemaal op een fatsoenlijke manier met elkaar te combineren.

De heer Wilders (PVV):

Allemaal interessant; jammer alleen dat het geen antwoord is op de vragen die ik heb gesteld. De mensen krijgen hier niet "een plekje", het punt is nou juist dat ze álle plekjes krijgen. Niet een plekje, alle plekjes. Er zijn in de jaren '14, '15, '16 ongeveer 53.000 sociale huurwoningen aangekocht of bijgebouwd. Dat is hetzelfde aantal als er in de jaren '14 tot en met '17 statushouders naar sociale huurwoningen zijn gegaan. Dus van alles wat extra is aangetrokken of bijgebouwd is niet één plek naar een Nederlander op de wachtlijst gegaan. Het is naar statushouders gegaan, die bovendien uit landen komen waar je nu veilig naar terug kan gaan. Mevrouw de voorzitter, het is bijna om moedeloos van te worden. De minister-president geeft nooit antwoord. Hij pakt een papiertje, hij leest wat voor en het gaat allemaal niet om wat ik heb gevraagd. Wat ik heb gevraagd is: vindt u dit ook oneerlijk? En zult u ervoor zorgen dat die statushouders waar het kan teruggaan naar hun eigen land, zodat die Nederlander die al jaren op een sociale huurwoning wacht en die achter op de wachtlijst is beland, die met zijn gezin of als alleenstaande jaren kan wachten op een plekje omdat die statushouders voorgaan, nu eindelijk aan de beurt komt? U bent hier toch ook voor de Nederlander, of bent u alleen maar voor de statushouders?

Minister Rutte:

Ik ben hier voor iedereen die legaal in dit land verblijft en hier een bijdrage aan de samenleving wil leveren. Daarvoor staan we hier allemaal, denk ik, en zitten we hier allemaal. Dan concreet wat betreft de vraag: over het punt Syrië en statushouders hebben we het uitvoerig gehad. Ik heb daarop geantwoord. Ik heb ook gezegd wat daarvoor het beleid is. Als politiek kunnen we hier niet zo'n besluit nemen. Dat doe je op objectieve gronden. Daar zijn procedures voor, waar je niet zomaar doorheen kunt breken omdat het even niet bevalt. Ten aanzien van het voorkomen dat wij geen eerlijk woningmarktbeleid hebben en dat de kinderen van Nederlandse gezinnen die uiteindelijk aan de slag willen op de woningmarkt en een eigen huis willen, die het ouderlijk huis verlaten, ook kansen hebben naast mensen die als vluchteling hiernaartoe zijn gekomen. Ik heb net een hele reeks maatregelen genoemd die het kabinet neemt om ervoor te zorgen dat dat op een faire, evenwichtige manier gebeurt. Het is zeker zo dat we in 2015-2016, toen de Turkijeafspraken, waar de heer Wilders tegen was, er nog niet waren, een grote piek in de instroom hadden, en die heeft zeker effecten gehad op de woningmarkt. Dat is gewoon een feit. Maar daarom is het ook zo belangrijk dat die afspraken er zijn en dat de instroom van asielzoekers op dit moment weer beheersbaar is. Zo kunnen we ervoor zorgen dat er een fatsoenlijke, evenwichtige verdeling is van de toewijzing van woningen.

De heer Wilders (PVV):

De conclusie is dat Nederlanders in Rutteland, het land van premier Rutte, er iedere keer naast vissen, niets krijgen. Daarbij gaat het niet alleen om de woningen, maar bijvoorbeeld ook om de cijfers van de uitkeringen. Daarover heb ik in eerste termijn gesproken; u heeft daar nog niet op gereageerd. In totaal krijgen 600.000 niet-westerse allochtonen in Nederland ieder jaar voor 7 miljard aan uitkeringen, 700 miljoen als het gaat om de WW, 3 miljard als het gaat om de bijstand, 2 miljard als het gaat om de arbeidsongeschiktheid en zo kan ik nog wel even doorgaan. Sterker nog, de meerderheid van de mensen in de bijstand vandaag zijn mensen van niet-westerse allochtone afkomst. Dus wat is het geval? Die Nederlander kan het allemaal betalen. Die Nederlander kan die 7 miljard aan uitkeringen voor de niet-westerse allochtonen betalen. En wat krijgt hij ervoor terug? Dat hij ook nog een keer een paar jaar langer mag wachten in de wachtrij voor zo'n sociale huurwoning, omdat premier Rutte zegt: blijf maar lekker daar, ga maar naar die woning, je mag er lekker blijven, we kopen nieuwe aan; die zijn allemaal voor jullie, niet voor de Nederlanders. Het is de Nederlander die mag dokken en die mag wachten. Dat is geen Nederland, dat is Rutteland, en dat is een vreselijk land.

Minister Rutte:

De aantallen mensen met een vluchtelingenachtergrond of een allochtone achtergrond in die lijstjes zijn inderdaad aanzienlijk. Dat is precies de reden waarom je een paar dingen tegelijkertijd moet doen. Je moet er in de eerste plaats voor zorgen dat de toestroom van vluchtelingen naar Nederland beheersbaar is. Dat was die in 2015 niet. Daarom zijn we er als Europa, met Duitsland en Nederland voorop, in geslaagd om met Turkije afspraken te maken, waarna de instroom van Syrische vluchtelingen dramatisch is gedaald en het businessmodel van die bootsmokkelaars, waarbij mensen omkwamen op de Egeïsche Zee, grotendeels om zeep is gebracht.

Dat is van groot belang, want het eerste dat je moet doen om dit onder controle te krijgen is de instroom op een niveau brengen dat beheersbaar is. Het tweede is dat je dus veel meer moet doen om mensen aan de slag te helpen. Dat is ook precies de kracht van dit kabinet, waarbij ook het denken in mijn partij is veranderd over hoe snel je mensen Nederlands gaat leren en aan de slag gaat helpen. Dat is heel goed. We hebben er in de formatie taboeloos over gesproken met elkaar en afspraken gemaakt die het doel hebben om ervoor te zorgen dat mensen daadwerkelijk zo snel mogelijk aan de slag komen. De combinatie van die twee maatregelen moet ervoor zorgen dat we nooit meer een herhaling krijgen van wat bijvoorbeeld in de jaren negentig gebeurde met de vluchtelingenstroom die er toen was en die je nog steeds terugvindt in de statistieken van de sociale zekerheid. Het zou echt verkeerd en slecht zijn als dat het eindresultaat is. Daarom heb je deze maatregelen nodig. Wat dan niet kan, is Nederland als eiland afsluiten van het buitenland en denken: we doen een beetje als de gebroeders Temmes van Koot en Bie de gordijnen dicht, want dan is die buitenwereld er niet meer. Die buitenwereld is er en die blijft er. Daar heb je mee te dealen. Dan moet je er bijvoorbeeld voor zorgen dat je de aantallen vluchtelingen beheersbaar hebt.

Voorzitter. Via de gebroeders Temmes kom ik bij het kopje internationaal. De eerste vraag die daar voorligt, is die over de brexit. Dat is een vraag uit de hoek van D66, van de heer Pechtold, maar ik dacht dat anderen er ook over spraken. Ik ben het volkomen met Alexander Pechtold eens dat brexit verschrikkelijk is. Het is lose-lose. Het is wel een besluit van de Britten, maar het is lose-lose. Ik heb op de BCC gezegd: I hate Brexit from every angle. Nou, dat helpt ook niks. Uiteindelijk moeten we de realiteit onder ogen zien. Ik weet niet of een grote toespraak van mij op Piccadilly Circus of op een zeepkist in Hyde Park morgen de Britten zal overtuigen van een andere koers, maar we proberen het wel in goede banen te leiden. Dat is niet makkelijk, omdat er heel veel aspecten met die onderhandelingen samenhangen. Je zag gisteren weer hoe dat ging. Uiteindelijk hebben de Britten toch heel erg de verwachtingen opgepompt van die top in Salzburg waarvan we allemaal wisten dat het een tussenstand zou zijn en niet een grote doorbraak. Dat was ook helemaal niet de bedoeling van die top in Salzburg. Dat leidt dan weer tot heel veel kritiek in de Britse pers.

Ik denk dat de positie is dat we allemaal een goed akkoord willen met de Britten dat goed is voor de 65 miljoen, maar ook voor de 420 miljoen in de Europese Unie die wél doorgaan. We moeten voorkomen dat we iets doen voor de 65 miljoen wat schade oplevert voor de 420 miljoen, bijvoorbeeld op de interne markt. Er is nog heel veel werk te doen. De belangen zijn groot. Ik denk dat een akkoord nog steeds mogelijk is, maar het wordt wel echt tijd. Het moet nu eigenlijk in oktober gebeuren. We hebben met potlood november ingepland, maar niet om dan die deal te sluiten. Eigenlijk is de bedoeling in oktober en dan nog een afronding in november. Wat nu heel belangrijk is, is dat het Verenigd Koninkrijk en Michel Barnier, de onderhandelaar vanuit de Europese Unie, met elkaar gaan engageren om dat akkoord echt te bereiken.

Heel kort nog, voorzitter. Wat is hier nu het kernpunt? Dat is toch de vraag hoe dadelijk de band is tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie en wat dat betekent voor de Iers-Noord-Ierse grens. Theresa May probeert met haar voorstel eigenlijk die toekomstige relatie zo in te vullen dat ook het probleem van die Ierse grens is opgelost, maar dat doet ze op een manier waarbij je ernstige vragen moet stellen. Wat betekent dat voor de douane-unie? Wat betekent het als je Britten toegang laat houden tot de interne markt voor goederen, maar niet de andere elementen? Wat betekent dat allemaal? Daarbij zijn misschien best dingen mogelijk, maar zoals zij het nu voorlegt, is buitengewoon complex en haar onderhandelingsruimte lijkt heel beperkt. Mijn vermoeden is dus dat we de komende weken hier, achter de schermen vooral, nog heel veel over zullen doorpraten en heel veel ketelmuziek zullen horen. Maar iedereen heeft er een groot belang bij om daar in oktober, eventueel met een kleine doorloop naar november, uit te komen. Want een "over de klif"-scenario is voor de Britten heel erg slecht en is ook voor Europa heel erg slecht.

De heer Pechtold (D66):

Ik ben heel blij met de ernst waarmee de premier deze situatie schetst. Ik heb twee vragen. Je ziet dat Theresa May nu een beetje de rollen omdraait. Ze zegt: Europa is zo star en als Europa nou wat makkelijker zou zijn, dan komt die deal er wel. Onderhandelingstechnisch — het woord "ketelmuziek" viel zojuist — kan je natuurlijk alles verwachten, maar ik wil graag horen van de premier hoe hij aankijkt tegen wie nou moet bewegen en tot in hoeverre Europa bereid is om te bewegen. Mag ik van de minister-president — dat gaat echt over de komende weken — een heel actieve informatieplicht vanuit het kabinet verwachten als het gaat om het betrekken van de Kamer bij de voortgang?

Minister Rutte:

Over dat laatste: ja. Alleen weet ik niet of het ook mogelijk is om alles te delen als het allemaal heel sensitief is. We moeten even zien hoe we dat doen. Ik, Stef Blok en anderen uit het kabinet zijn hier natuurlijk heel nauw bij betrokken. Over het voorstel dat de Britse premier in haar Catshuis, in Chequers heeft gemaakt met haar kabinet, heb ik tegen de internationale pers gezegd: ik waardeer het voorstel, want het is een serieuze poging om een stap te zetten. Zij stelt feitelijk voor dat de Britten de inklaring van goederen gaan doen en dan gaan kijken: is het voor de Europese Unie of is het voor de rest van de wereld? Dat is echt sensitief en ingewikkeld, omdat ik me ook heel goed kan voorstellen dat wij aan de Europese kant uiteindelijk zeggen: ja, het is nogal wat om nou de sleutel op de grens bij de Britten te leggen. Die Britten hebben bovendien in de uitvoering van die grensbewaking wat betreft goederen geen geweldig trackrecord; dat is nog een bijkomend punt. Misschien zijn er andere manieren te vinden, want zij hebben het probleem dat als zij volledig onderdeel blijven van de customs union, dat hen erg beperkt in het afsluiten van vrijhandelsverdragen.

Het tweede punt is dat als je lid blijft van de interne markt voor goederen, je moet bepalen of dit een goed is of een dienst. Dat is bijna niet meer te onderscheiden. Bovendien, goederen of diensten; je hebt ook nog het vrije verkeer en het kapitaal, dus de andere vrijheden in de Europese Unie. Hoe verhoudt het zich daartoe? Op dat tweede punt zit het risico dat de Britten als je niet oppast iets krijgen wat misschien goed is, maar schade met zich mee kan brengen voor de integriteit en de integraliteit van de interne markt. Dat is voor Nederland belangrijk. Ons land is de derde grootste exporteur ter wereld in harde pegels. Dat zijn we in belangrijke mate omdat wij zo veel, namelijk 70%, exporteren in de Europese Unie. Het leeuwendeel daarvan gaat niet naar Engeland, dus die markt van 420 miljoen mensen blijft voor ons heel belangrijk, nog even los van de politieke betekenis van dat samenwerkingsverband.

Punt drie is het Hof van Luxemburg. Daar is, denk ik, heel vergaand uit te komen; ik denk dat dat oplosbaar is, maar dat is nog niet gedaan. Als je dat allemaal optelt, moet er dus de komende tijd als egeltjes verder worden gesproken. En als ik er nu naar kijk, vrees ik toch dat het echt nodig is dat de Britten nog een stap zetten.

En dan komt de vraag of dat voor de partijcongressen zal gebeuren. Ik denk het niet. Het congres van de Conservative and Unionist Party is volgende week en het congres van de Labour partij is de week erna, of omgekeerd. Ik verwacht daarvoor niks. Dan ga je dus al gauw echt een eindje oktober in. En wat is dan de positie van de Labour partij dadelijk? Daar heeft men toch eigenlijk best posities ingenomen die een stuk verder gaan dan die van de conservatieve regering. Is er überhaupt dadelijk een meerderheid in het parlement voor een deal? Nou, we moeten er dus volgens mij alles aan doen om te de-escaleren en vooral ook — daar zit nu de sleutel — om het Iers-Noord-Ierse vraagstuk te de-escaleren.

Tot slot. Wat je volgend jaar moet hebben, is een exitakkoord. Dat is te sluiten, want we zijn het al eens over vragen als hoeveel geld ze betalen en allerlei dingen. Dan moet je het, tegen de achtergrond van het exitakkoord, zien eens te worden over de politieke verklaring over de toekomstige relatie, die dan eind 2020 bezegeld moet worden. En daar zit de gevoeligheid omdat in het exitakkoord Europa zal vragen om een backstop op die Ierse grens. De Britten zeggen: ja, maar dan moeten we wel maximaal zicht hebben op een oplossing waarbij die backstop niet nodig is. Dat is precies de conundrum — ik geloof dat het zo heet — precies het probleem waar we nu omheen varen. En ja, ik moet heel eerlijk zeggen dat ik vrees dat dat heel ingewikkeld wordt als de Britten niet toch nog een stap zetten. Ik vind namelijk niet dat Europa onredelijk is. Anders zou ik het hier echt zeggen, want wij zijn zo nauw verbonden met die Britten, cultureel, financieel en economisch. Er moet echt nog iets gebeuren.

Dan de vraag van de heer Buma over het rapport van de WRR. Ik ben het zeer met hem eens dat dat een gedegen en omvangrijk rapport is over Europese variaties. Daar gaan we natuurlijk een reactie op geven, maar misschien kan ik daar nu al een paar dingen over zeggen. Die wens tot meer flexibiliteit en meer variatie snap in ieder geval ikzelf, en ook het kabinet dan natuurlijk. Besluitvorming in een grotere Europese Unie verloopt nou eenmaal soms traag, en soms ook suboptimaal. En er zijn natuurlijk voorbeelden van terreinen waarop kleinere groepen landen samenwerken. Ook de heer Buma noemde die. Soms zijn er daarbij ook zelfs niet-lidstaten betrokken. Denk aan Schengen, waar ook Noorwegen en Zwitserland in zitten. Maar ik noem ook de euro. Niet alle Europese landen hebben op dit moment de euro. Ik noem het Europees patent. Tegelijkertijd moet je het denk ik wel eens zijn over welke basis voor iedereen hetzelfde is, zodat je wel een gemeenschappelijke onderlegger houdt. Dat staat ook wel in het rapport. Anders kan het risico bestaan op een à-la-carterecept waarbij iedereen de krenten eruit haalt en je het "voor wat hoort wat" kwijtraakt. Dat is, denk ik, de balans die we moeten zoeken en dat zullen we ook doen in de reactie op het rapport.

Dan de vraag van de heer Klaver, over mevrouw Judith Sargentini maar ook breder over Orbán. Laat ik maar meteen beginnen met de bizarre berichten over een postercampagne in Hongarije tegen Judith Sargentini, een Europees Parlementslid afkomstig uit ons land, lid van GroenLinks. Ik heb Viktor Orbán daar gister op aangesproken en gezegd: klopt dit? Hij ontweek de vraag een beetje: "zus en zo" en "als je mij aanvalt ...". Ik zei: prima, we zijn niet van suiker maar je gaat geen postercampagne beginnen in Hongarije tegen een Europees Parlementslid, dat doe je gewoon niet. Guy Verhofstadt zit er ook nog in, net als Soros, maar het ging er mij nu om, even voor Nederland op te komen. Ik betwijfel of daarmee de posters van tafel zijn. Hij ging erover nadenken. Ik begrijp dat Judith Sargentini inmiddels ook contact heeft gehad met de voorzitter van het Europees Parlement.

Dat brengt mij meteen op het tweede punt van de uitspraak van het Europees Parlement vorige week over Hongarije.

De voorzitter:

Over het vorige punt de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):

Allereerst alle waardering dat de minister-president dit ter sprake heeft gebracht bij Orbán. Ik betwijfel ook of het wat teweeg gaat brengen, maar we kunnen niets anders dan dit in ieder geval ter sprake brengen. Het klopt, ook mijn partij heeft contact met de voorzitter van het Europees Parlement, maar we weten allemaal wat zijn politieke herkomst is, dus het is nog flink eraan trekken voordat ook het Europees Parlement zich daarover uit zal spreken, of in ieder geval de voorzitter. In dat kader zou het goed zijn als bijvoorbeeld de Permanente Vertegenwoordiging zou kunnen kijken wat die nog richting het Europees Parlement kan doen, want het gaat nog niet heel eenvoudig.

Minister Rutte:

Dat zeg ik toe. Wellicht kunnen wij allemaal hier bekijken hoe we via de partijgenoten in het Europees Parlement de druk kunnen opvoeren. Overigens dacht ik dat de voorzitter van het Europees Parlement uit de EPP komt. Die partij heeft volgens mij in overwegende mate de motie gesteund. Althans, de uitspraak over de strafprocedure tegen Hongarije.

Daarover sprekend eerst het formele antwoord en dan het inhoudelijke antwoord. Formeel is het zo dat, nu de strafprocedure tegen Orbán en vooral tegen Hongarije gestart is, in de Raad Algemene Zaken afgelopen dinsdag het voorzitterschap heeft aangekondigd de Commissie en de juridische dienst van de Raad te raadplegen over de volgende stappen die gezet moeten worden. Dat komt ook omdat de procedure van artikel 7 van het Verdrag heel precies is. Dat moeten we stap voor stap doen. We zijn nog niet bij stemmingen. Dat betekent dat er hoorzittingen moeten volgen met Hongarije. Zij moeten de kans hebben zich te verdedigen. Natuurlijk hopen we op resultaat, maar ik heb ook hier gezegd, in het debat vorige week ter voorbereiding op de informele top in Salzburg, dat Nederland, mocht dit tot niks leiden — we hopen natuurlijk van wel — niet zal aarzelen om in te stemmen met de constatering dat er een gevaar bestaat op ernstige schendingen van de waarden van de Unie, zoals die in het Verdrag vastliggen. We hopen dat het zover niet hoeft te komen, maar we zijn uiteraard bezorgd.

Voorzitter, de vraag van de heer Dijkhoff over China en de Verenigde Staten: vrijhandel. Dit is een van de grote dreigingen die boven ons hangen, namelijk dat het hele systeem van vrijhandel ter discussie staat, en nog fundamenteler het systeem van het multilateralisme. Voor een land als Nederland ... Duitsland is één en Japan is twee en wij zijn nummer drie als exporteur van de wereld, nog voor China; gewoon in harde euro's, omgezet in dollars of waar je het maar in berekent. Wij hebben vanuit onze handel maar ook vanuit onze opvattingen over internationaal recht en mensenrechten zo veel belang bij het multilateralisme. Dat staat op dit moment fundamenteel ter discussie. Er is een neiging bij veel landen, ook bij zeer bevriende bondgenoten, om te bilateraliseren wat we vroeger multilateraal deden. Daarover moeten we in gesprek blijven. We moeten in gesprek blijven met de Verenigde Staten over dit onderwerp, we moeten ook in gesprek blijven met China en de Verenigde Staten samen waar het de risico's van een handelsconflict betreft. Tegelijkertijd toegegeven, de WTO, de Wereldhandelsorganisatie, moet moderniseren. Dat is overigens ook het belang dat China heeft en dat de Verenigde Staten en de EU hebben. Ik was begin april op Boao, een eiland onder de Chinese kust. Daar hield ook president Xi Jinping een toespraak waarin hij terecht zei hoe belangrijk dat allemaal is. Dus ook voor China is de WTO van heel groot belang.

Dat geldt ook voor de onderlinge geschillenbeslechting die daaruit voortkomt. De EU werkt aan verschillende oplossingen die tegemoet moeten komen aan de bezwaren bij de Verenigde Staten tegen het beroepsorgaan WTO, zonder daarbij de kern van de onafhankelijke en bindende geschillenbeslechting aan te tasten. Ons doel is nu om de Verenigde Staten over te halen als deel van een breder onderhandelingspakket akkoord te gaan met de selectie van nieuwe rechters in het beroepsorgaan. China heeft met zijn staatsgeleide economie een belangrijk aandeel in sommige van de vraagstukken waar de WTO voor staat. Daarom werken wij als Europese Unie aan voorstellen ter versterking van de WTO-regels. We werken intensief samen met onze bondgenoten die hier belangen hebben, zoals Japan, Canada, Mexico en Zuid-Korea. Dat zijn belangrijke handelspartners. Ook zij hebben, vergelijkbaar met Nederland, grote belangen, zowel vanuit handel als vanuit onze visie hoe de wereld is vormgegeven.

Het bijzondere is echt dat een heel stuk van de naoorlogse ordening — een Amerika dat internationaal engageert, dat vanzelfsprekend lid is van de NAVO et cetera en dat het multilateralisme omarmt — ter discussie staat. Daar hebben we ons van te vergewissen en dat moeten we beïnvloeden waar dat kan. We hadden het eerder over NAVO- en defensie-uitgaven, maar het raakt ook, zeg ik er meteen bij, aan ontwikkelingssamenwerking, buitenlands beleid en handel. Op al die terreinen kan dit uiteindelijk vergaande impact hebben. Maar goed, we proberen de zaken in goede banen te helpen leiden. In ieder geval is het goede nieuws dat de Europese Commissie en het Witte Huis erin geslaagd zijn om de dreigende handelsoorlog tussen Amerika en Europa voorlopig af te wenden.

Voorzitter. Dan is er nog een vraag over de demonisering van Israël, zoals de heer Van der Staaij die noemde, en om daar tegenwicht tegen te bieden, zoals in de VN-Mensenrechtenraad. Daarover heeft minister Blok van Buitenlandse Zaken deze week een brief gestuurd. Onze inzet is erop gericht om disproportionele aandacht voor een land — in het algemeen is dat binnen de Verenigde Naties — tegen te gaan. Wij stellen ons daarbij kritisch op. Daar spreken we ook de Palestijnse Autoriteit op aan. Wij hanteren bij beoordeling van voorstellen als maatstaf het internationaal recht, ons regeerakkoord en de EU-Raadsconclusies. Dat laat natuurlijk onverlet dat er in het verband van de Verenigde Naties ruimte moet zijn om gerechtvaardigde kritiek op het optreden van lidstaten te uiten. Maar nogmaals, we willen voorkomen dat dit disproportioneel is.

Voorzitter. Dat ter beantwoording van de vragen over het buitenlands beleid.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik wil een vraag stellen over de EMU. Ik weet niet of die onder dit kopje past of dat die nog op een andere manier ter sprake komt.

Minister Rutte:

Nee, dat zou dan nu wel moeten.

De heer Segers (ChristenUnie):

Dat zou nu moeten. De trigger was ook de vraag van collega Buma over het WRR-rapport en over misschien een Europa van verschillende snelheden of een zekere variatie. Er liggen voorstellen als het gaat om een stabilisatiemechanisme, zeker vanuit de hoek van Frankrijk, maar ook ondersteund vanuit Duitsland. In het regeerakkoord hebben we opgeschreven geen voorstander te zijn van zo'n EMU-begroting. Ook zijn we geen voorstander van een Europese minister van Financiën. Onze minister van Financiën heeft een coalitie van the willing weten te mobiliseren, die zegt: wij leggen daar iets naast; wij hebben onze eigen inzet. Ik weet niet in welke mate de minister-president het huidige veld kan schetsen en onze positie kan herbevestigen.

Minister Rutte:

Even afpellen, ook vanuit het regeerakkoord. In de eerste plaats is er een urgentie om de bankenunie te voltooien. Dat betekent dat we op enig moment een besluit moeten nemen over het Europees stabilisatiemechanisme als backstop voor het Single Resolution Fund. Dat zal een keer moeten. Daarbij is ook het hele vraagstuk aan de orde hoe je omgaat met sovereign debts, dus de schuld van landen, en hoe je die kan herstructureren. Wij hebben gezegd dat dit voor ons een belangrijke voorwaarde is, een vorm daarvan, voordat we akkoord kunnen gaan met zo'n backstop. Er zijn meer aspecten, maar dit is een belangrijke. Die gesprekken zijn gaande en niet hopeloos. De discussie die ik even apart parkeer, is de hele discussie over het Europees depositogarantiestelsel. Die zit echt vast. Dat vinden wij geen ramp. Onze prioriteit ligt bij het voltooien van de bankenunie. Als het Europees stabilisatiemechanisme in zo'n variant de backstop is voor het Single Resolution Fund — daar zouden wij goed mee kunnen leven — komt onder die voorwaarde natuurlijk de discussie aan de orde of je het ESM zou kunnen ombouwen naar een Europees Monetair Fonds, dat ook programma's runt en dat in staat is om de macro-economische gegevens op te hoesten die nodig zijn over hoe landen ervoor staan. Ook het regeerakkoord zegt daar iets over.

In dat kader gebeuren er twee dingen. Het ene is dat er landen zijn die zeggen: zou je zo'n nieuw fonds dan ook niet de bevoegdheid moeten geven om in te grijpen bij asymmetrische schokken? Mijn vraag is: wanneer zijn die er dan? Het fonds heeft al de mogelijkheid om een programma aan te vragen als een land in een ernstige situatie terecht vreest te komen. Maar het belangrijkste wat je als land moet doen om schokken op te vangen, is ervoor zorgen dat je staatsschuld onder de 60% is en dat je tekort zich ontwikkelt in de richting van de Europese doelstellingen. Want dan heb je de grootste buffers en heb je geen Europese hulp nodig. Je wil voorkomen dat wij dat op orde hebben en een ander land niet, zodat wij moeten bijspringen.

Een tweede, verdergaand voorstel is om zelfs een hele eurozonebegroting te maken, ook met het doel om. Daarvan heeft Nederland gezegd: daar zien we ook de meerwaarde niet van in. We hebben een MFF. Wij hebben wensen over plafonds et cetera. Als er gedachten zijn om binnen dat MFF minder geld aan het een en wat meer aan eurozonelanden te geven, dan kun je daar nog naar kijken. Maar dan moet dat wel onder het plafond van het MFF en in het MFF, niet apart. Volgens mij vat ik nu ongeveer wel samen waar we staan. Dat zijn allemaal dingen die Wopke Hoekstra in de eurogroep bespreekt. Je ziet dat er daar heel verschillend over gedacht wordt. De Fransen gaan daar wat verder in, maar als je echt met ze doorpraat, is er best nog wel uit te komen, denk ik. Er komt nu een nieuwe Italiaanse regering, wat natuurlijk een totaal nieuw speelveld met zich meebrengt vanwege de zorgen over de vraag of ze zich wel gaan houden aan de afspraken. We hebben vlak voor de zomer de top in Meseberg gehad met de Duitsers. Daar zijn wel conclusies uit getrokken, maar dat betekent nog niet dat ze het daarover eens zijn.

En we hebben de top van 28 en 29 juni gehad. Daarbij hebben we ook gesproken over dit onderwerp en hebben we vooral het volgende gezegd. Eén: die bankenunie moet nu prioriteit hebben, conform de Nederlandse inzet. Twee: er ligt een rapport van de voorzitter van de eurogroep, Centeno, met een hele waaier aan ideeën; laten we daar op een later moment over doorpraten. Ik denk zelf dat dat ook steeds meer zal convergeren met de discussie over het nieuwe MFF, de nieuwe zevenjaarsbegroting. Maar de Nederlandse inzet is duidelijk. Wij zijn niet enthousiast over een eurozonebegroting, zo'n stabilisatiemechanisme of een Europees WW-fonds. Want staatsfinanciën die op orde zijn, zijn uiteindelijk het beste instrument om schokken op te vangen. Dan kun je zelf de schok opvangen. Dat heb ik ook in mijn toespraken in Berlijn en Straatsburg gezegd.

De voorzitter:

Dat was een lang antwoord op een korte vraag.

De heer Segers (ChristenUnie):

En soms heel ingewikkeld. Asymmetrische schokken, MFF, backstop, het Single Resolution Fund, er kwam van alles langs. Als we het laten neerdalen, dan ben ik het volledig met de minister-president eens dat het cruciaal is dat landen zelf verantwoordelijk zijn voor hun financiële huishouden. Als zij veel schulden maken, zijn ze daar zelf verantwoordelijk voor, en ze zijn er zelf verantwoordelijk voor om alles weer onder aanvaardbare normen te brengen. Dat is inderdaad cruciaal. En dat zou de Rubicon zijn die wij overgaan als we zo'n EMU-fonds maken waarin we het allemaal een beetje delen. Ik ben niet tegen solidariteit, maar daar hebben we andere manieren voor, zoals het MFF, onze gemeenschappelijke fondsen, en de structuurfondsen. We zijn dus op allerlei manieren solidair binnen Europa. Dat moeten we onderstrepen. De minister-president zegt: "we zijn niet enthousiast over ..." Ik zou het toch ietsje sterker willen hebben. Wij hebben gezegd: we willen het niet. Dat is dus wel de streep in het zand. Mag ik ervan uitgaan dat wat we hebben opgeschreven inderdaad nog even resoluut staat als een jaar geleden?

Minister Rutte:

Het regeerakkoord staat volledig. Ik ben het uiteraard met het hele regeerakkoord eens, maar ik denk echt dat we hierover een goede tekst hebben opgeschreven in het regeerakkoord, ook als je de vier coalitiepartners bekijkt. Ik weet dat er best accentverschillen zijn tussen D66, CDA, VVD en ChristenUnie. Die zijn overigens helemaal niet zo groot, maar ze zijn er wel. Maar ik vind dat we in het regeerakkoord echt een goede middenweg hebben gevonden. Daar kunnen we ook in Europa mee aan de slag. Het laat ook nog ruimte voor compromis, maar het regeerakkoord staat. Daar is geen twijfel over.

Voorzitter. Dan kom ik bij medisch-ethische kwesties, het volgende onderwerp. Daarna heb ik nog drie korte vragen te beantwoorden over varia en de tegenbegroting, maar medisch-ethische kwesties zijn het laatste grotere hoofdstuk.

Om te beginnen is er het initiatiefwetsvoorstel over het beschikbaar stellen van de abortuspil bij de huisarts en een aantal andere zaken. Laat ik ermee beginnen dat deze coalitie bestaat uit partijen die in het algemeen heel verschillend tegen dit type vraagstukken aankijken, maar wel een manier hebben gevonden om er met elkaar de komende jaren goed mee overweg te kunnen. Bij de abortushulpverlening staan de zorgvuldigheid, de veiligheid en de kwaliteit voorop. We hebben zoals bekend afgesproken dat we dat wetsvoorstel intrekken. In het debat over de regeringsverklaring is stilgestaan bij de intrekking van het wetsvoorstel hierover van het vorige kabinet. De redenen waren dat de Raad van State zeer kritisch was, onder meer omdat de huidige praktijk van zwangerschapsafbrekingen reeds goed en zorgvuldig geschiedt, dat de administratieve lasten vanwege de voorgestelde vergunningsplicht tot veel discussie bij huisartsen hebben geleid en dat de abortuspil afdoende beschikbaar is. Bovendien is er de constatering dat het advies van de Raad van State over het initiatiefwetsvoorstel op dit moment nog niet openbaar is; tenminste, voor zover ik weet. Bij de beoordeling van het initiatiefwetsvoorstel zal het advies van de Raad van State van belang zijn, net als bij de beoordeling van het vorige wetsvoorstel. Dat neemt niet weg dat dit kabinet ook nu al belang hecht aan de rol van de huisarts bij de goede nazorg teneinde een herhaalde abortus te voorkomen. Dat is een onderwerp waarover de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in gesprek is met de abortusklinieken en de huisartsen.

De heer Asscher (PvdA):

Ik hoor zakelijke argumenten: administratieve lasten, een kritisch rapport van de Raad van State en bezwaren bij de huisartsen, zoals die destijds leefden. Mag ik daaruit afleiden — dat zou ik ongelofelijk op prijs stellen — dat er geen afspraak is om, als die zakelijke argumenten zijn weggenomen, via coalitiedwang de meer liberale partijen te dwingen tegen te stemmen? Dan is het een vrije kwestie. Het wetsvoorstel moet dan uiteraard zorgvuldig behandeld worden en dan moeten de indieners — Partij van de Arbeid en GroenLinks — hun zaak verdedigen.

Minister Rutte:

Dat is natuurlijk per wetsvoorstel te bekijken. We hebben dit wetsvoorstel ingetrokken, ook om de redenen die ik hier noem. Uiteindelijk is het aan de coalitiefracties hoe zij daarmee omgaan. U heeft ook de heer Dijkhoff al gehoord. We weten dat dit in de kring van de ChristenUnie buitengewoon gevoelig ligt. Dat zal natuurlijk ook meewegen. Ik kan daar dus geen hard ja of nee op zeggen. Wij proberen elkaar heel te laten in dit kabinet, maar hierbij geldt, voordat we in een enorme als-dandiscussie komen, toch eerst de vraag: waar is het wetsvoorstel?

De heer Asscher (PvdA):

Ik heb in de richting van de heer Dijkhoff betoogd dat dit voor veel vrouwen ongelofelijk belangrijk is, dat er wel degelijk een grote behoefte aan bestaat en dat ook de huisartsen intussen enthousiast zijn over dit voorstel, omdat ze denken dat het ellende kan voorkomen. Ik wil zelfs nog wel een poging wagen of het juist niet overeen zou kunnen komen met de wens van christelijke partijen, omdat je ook beter kan voorlichten en daarmee toekomstige ongewenste zwangerschappen misschien zou kunnen voorkomen. Het ging mij er nu om dat er bij de regeringsverklaring eerder is ontkend dat er afspraken over dit onderwerp waren. Later bleek dat er wel was afgesproken het wetsvoorstel in te trekken. Ik hoor de premier zeggen: het is aan de coalitiefracties; die gaan netjes met elkaar om, maar ze zijn niet gebonden aan een tegenstem. Dat vind ik buitengewoon grote winst.

Minister Rutte:

Die samenvatting klopt wel, maar tegelijkertijd wijs ik ook op wat de heer Dijkhoff zei. De heer Dijkhoff zei dat we in deze coalitie elkaar ook heel laten. We weten ook uit de formatie en uit de discussies hier in de Kamer hoe gevoelig dit onderwerp ligt. Maar ik laat het daarbij, want er is nog helemaal geen wetsvoorstel. Laten we dat eerst afwachten en laten we het stap voor stap doen.

De heer Asscher (PvdA):

Natuurlijk laat je elkaar heel. Mijn enige vraag is of er is afgesproken om coûte que coûte daartegen te stemmen. Het antwoord blijkt nee te zijn. Dan gaan we het wetsvoorstel indienen en verdedigen en dan hoop ik dat de meer liberale partijen en wie weet ook de confessionele partijen daar met een open blik naar kijken, want het is een groot goed in Nederland dat we ...

Minister Rutte:

Ik zeg toch maar eerlijk tegen de heer Asscher dat de heer Dijkhoff over die open blik ... Ik interpreteer nu maar even wat mijn partijgenoot en de fractievoorzitter van de VVD daarover in de eerste termijn zei. Hij zei: in deze coalitie en gegeven alle gevoeligheden wachten wij eerst het wetsvoorstel af; we kijken naar het advies van de Raad van State, et cetera, et cetera, stap voor stap. Maar als je ook afspreekt elkaar heel te laten, is het wel degelijk zo dat het geen automatisme is dat dit "dus" helemaal vrij is. Zo werkt het ook niet. Je hebt toch wel degelijk ook met elkaar rekening te houden.

De voorzitter:

Tot slot op dit punt de heer Asscher.

De heer Asscher (PvdA):

Excuses dat ik hier voor de vierde keer een vraag over stel, maar dat komt omdat ik oprecht probeer te begrijpen wat de premier nou eigenlijk zegt. Kijk, er zijn gevoelige onderwerpen die besproken zijn en die in het regeerakkoord terecht zijn gekomen. Daarvoor geldt die prismabenadering. Ik noem het voltooid leven en embryo's; we hebben het daarover gehad. Dit onderwerp komt niet voor in het regeerakkoord. We zijn er later achter gekomen dat er wel een afspraak over was, maar die behelst het intrekken van het oude wetsvoorstel om praktische redenen. Ik denk dat het wel fijn zou zijn als er helderheid ontstaat. Als er wel een afspraak gemaakt is over het recht van vrouwen op het verkrijgen van de abortuspil bij de huisarts, dan zou je dat nu duidelijk moeten maken. Als dat niet zo is, dan snap ik alles wat er over zorgvuldigheid bestaat, maar dan kunnen we dat debat open voeren met de liberale partijen. Iets ertussen vind ik, eerlijk gezegd, een beetje merkwaardig. Het is, zo zeg ik niet voor niets, net als met zwanger zijn: je bent het of niet. Dus: er is een afspraak of die is er niet.

Minister Rutte:

Ik vrees dat dit niet zo'n ...

De heer Asscher (PvdA):

Is het nou een vrije kwestie, ja of nee?

Minister Rutte:

"Wij hebben ook vijf jaar samengewerkt met meneer Asscher. Dan houd je ook rekening met elkaar, ook al zijn er geen harde afspraken." Dat heb ik de heer Dijkhoff horen zeggen, en dat snap ik. Nee, er is geen harde afspraak dat dat niet mag, maar er is wel de afspraak dat we elkaar heel houden.

Voorzitter. Er zijn ook vragen gesteld omtrent de bescherming van kwetsbaar leven. De eerste vraag was: waarom is het zo vanzelfsprekend geworden om vrouwen die ongewenst zwanger zijn, richting een abortuskliniek te loodsen, terwijl er zo weinig hulp en steun is bij het uitdragen van de zwangerschap? Het is in mijn ogen absoluut niet vanzelfsprekend om vrouwen die onbedoeld zwanger zijn, door te verwijzen naar een abortuskliniek. Laat ik dat allereerst zeggen. Dat is ook niet het beleid dat het kabinet uitdraagt. Wanneer een vrouw onbedoeld zwanger is, moet zij een goed afgewogen beslissing kunnen nemen. De keuzevrijheid van de vrouw staat daarbij voorop. Vrouwen die dat wensen, krijgen hulp bij het maken van een keuze. Er is in Nederland een goede infrastructuur voor de ondersteuning bij onbedoelde zwangerschap, onder andere de keuzehulpgesprekken. Die keuzehulpgesprekken kunnen plaatsvinden bij een abortuskliniek, maar vinden meestal plaats bij een huisarts en bij de ggd, ook in samenwerking met Fiom of Siriz. Op 11 september heeft de staatssecretaris van VWS zijn plan van aanpak over preventie en ondersteuning van onbedoelde (tiener)zwangerschappen gestuurd. Daar is deze kabinetsperiode 53 miljoen euro voor vrijgemaakt. Ondersteuning van vrouwen bij onbedoelde zwangerschappen krijgt hierin aandacht, enerzijds door de financiering meer duurzaam te borgen en anderzijds door te bevorderen dat keuzehulpgesprekken aan dezelfde kwaliteitsstandaarden voldoen. Daarnaast wordt via het programma Kansrijke Start van de minister van VWS voorzien in de ondersteuning van kwetsbare ouders wanneer zij wél besluiten tot het houden van het kind. Ook daarover bent u op 11 september geïnformeerd. Uiteraard geldt daarnaast het reguliere Wmo-kader, waarbinnen gemeenten zorgdragen voor ondersteuning van ouders, ook van kwetsbare en/of jonge ouders.

De vervolgvraag ging over de reclame voor zelfmoordpoeder in Nederland en het feit dat dit al een jong slachtoffer heeft gemaakt. Althans, het was de tweede vraag in het kader van de medisch-ethische onderwerpen. De heer Van der Staaij zei: het wordt hoog tijd om het Wetboek van Strafrecht aan te scherpen om het beter te kunnen tegengaan. In reactie daarop kan ik melden dat natuurlijk hulp bij zelfdoding strafbaar is gesteld in het Wetboek van Strafrecht. Het Openbaar Ministerie handhaaft hier ook op. Zo heeft het Openbaar Ministerie een onderzoek ingesteld naar de vraag of de handelingen van Coöperatie Laatste Wil als hulp bij zelfdoding kunnen worden gezien. Overigens heeft het geconcludeerd dat in de periode dat het onderzoek heeft gelopen, niet is gebleken dat de coöperatie zich schuldig heeft gemaakt aan hulp bij zelfdoding of dat het anderszins strafbare feiten zou hebben gepleegd. We kunnen dus constateren dat de wet op dit punt in de praktijk functioneert.

Reclame-uitingen op zichzelf strafbaar stellen is in die zin niet nodig, maar het is ook juridisch ingewikkeld omdat het raakt aan de uitingsvrijheid. Ook praktisch is het buitengewoon complex om een dergelijk verbod goed te kunnen handhaven. Het kabinet kiest ervoor om op andere manieren drempels op te werpen. Ten eerste zullen er afspraken worden gemaakt met de chemiebranche om te stoppen met de verkoop aan particulieren. Daarnaast zullen de toezichthouders extra alert zijn bij de verkoop van deze stoffen. Tot slot zal een signaleringsnetwerk van het RIVM ongewenste ontwikkelingen monitoren. Dat is mijn uitgebreide reactie op de punten die de heer Van der Staaij naar voren bracht.

Voorzitter. Ik kom nu op een paar vragen die niet onder de vorige kopjes pasten. De eerste is de vraag van GroenLinks over het toezicht op fraude en financiële criminaliteit. Dat toezicht is onvoldoende, zei de heer Klaver, en dat zien we bij de ING: niemand verschijnt voor de rechter. Waarom die klassenjustitie? Voorzitter. Er is geen sprake van klassenjustitie. Het Openbaar Ministerie maakt in elke zaak een individuele afweging welke wijze van afdoening het meest passend is, gelet op de individuele omstandigheden van het geval. Dat is ook in deze zaak gebeurd. Voor de strafrechtelijke vervolging van natuurlijke personen binnen ING heeft het Openbaar Ministerie, ondanks zeer uitvoerig onderzoek, onvoldoende mogelijkheden gezien. Bij de vervolging van de rechtspersoon ING zou een rechter uitsluitend de mogelijkheid hebben gehad om een geldboete op te leggen. Via de transactie kunnen daarnaast nog bepaalde zaken worden afgedwongen die niet bij een rechterlijk vonnis hadden kunnen opgelegd, zoals: 1. een grootschalig pakket aan compliancemaatregelen die ING moet nemen en 2. toezicht op de uitvoering van dat complianceprogramma door DNB. Het kunnen afdwingen van compliancemaatregelen en toezicht op de uitvoering daarvan is van doorslaggevend belang geweest voor het Openbaar Ministerie om een transactie aan te bieden. Daarnaast is een transactie in dit geval een effectief middel om snel een norm te stellen voor alle partijen die binnen het financiële stelsel opereren.

De SGP vroeg naar de winkeliers die niet op zondag open willen zijn. Op dit punt kan ik melden dat de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, Mona Keijzer, op dit moment werkt aan een wetsvoorstel zodat winkeliers niet eenzijdig kunnen worden gedwongen om open te gaan op dagen en tijden waarop zij dat niet willen. De planning van het kabinet is om deze wet in de eerste helft van 2019 naar de Kamer te sturen. De kern zit hem daarbij in de dwang. Dat kunnen situaties zijn waarin een winkeliersvereniging de winkeltijden bepaalt, maar een winkelier daar zelf niet mee heeft ingestemd. Dat beperkt dan de keuzevrijheid van die winkelier. Hij zou dan zijn bestaande winkel moeten verhuizen als hij niet open wil op die dagen of tijden en dat is onwenselijk.

In het geval waaraan de heer Van der Staaij refereerde, lijkt er geen sprake te zijn geweest van dwang bij het openbreken van lopende afspraken. Dan is het aan partijen zelf om te bepalen onder welke voorwaarden zij een contract tekenen. Het kabinet vindt het daarbij van groot belang dat deze contractvrijheid voor partijen blijft bestaan.

Dan, voorzitter, sprak mevrouw Thieme over 75 miljoen euro voor de jonge boeren.

De voorzitter:

Voordat u verdergaat, de heer Van der Staaij.

De heer Van der Staaij (SGP):

Nog even over die gedwongen openstelling van winkels op zondag. Akkoord, goed dat daar wetgeving over komt om er ook in bestaande situaties iets aan te doen, ook een wens vanuit de Kamer. Tegelijkertijd is er ooit toegezegd naar aanleiding van de motie-Holdijk in de Eerste Kamer dat er niet standaard in contracten voor nieuwe winkelcentra moet staan dat men verplicht open is op zondag. Dan sluit je immers een groep winkeliers op voorhand uit. Mag ik ervan uitgaan dat ook die oude beleidslijn nog gevolgd wordt of kan in ieder geval bij het wetsvoorstel nadrukkelijk op die problematiek worden ingegaan? Want die zien wij nog steeds opdoemen.

Minister Rutte:

Het wetsvoorstel voorziet daar niet in. De memorie van toelichting kan het wel benoemen maar dat is niet waarom wij het wetsvoorstel maken. Wij willen voorkomen dat je ex post wordt gedwongen om een lopende afspraak onder dwang open te breken. Als partijen een contract gaan tekenen en op voorhand weten of men wel of niet open moet zijn, is dat gewoon een contractvrijheid, denk ik. Ik kijk even naar mevrouw Keijzer. Ja, dat is contractvrijheid.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ja, maar wat is contractvrijheid waard als je als winkelier daar niet aan mee wil doen en je in feite dan in geen winkelcentrum meer terechtkunt omdat overal in de standaardcontracten staat dat je je winkel open moet hebben op zondag? Dan sluit je een grote groep winkeliers helemaal uit. Daar ligt toch wel een serieus probleem. Eerder is gezegd: dat zien we wel, dan moeten we toch gaan kijken dat zoiets geen standaardcontract kan zijn, want daarmee benadeel je een groep winkeliers.

Minister Rutte:

Ik ben bang dat de visies van het kabinet en de SGP daar niet helemaal convergeren. Wij zijn het eens over gevallen waarin je gedwongen wordt ex post een contract open te breken, maar niet over het op voorhand gedwongen worden om een contract zodanig op te stellen dat die dwang er niet in zit. Het past in de normale contractvrijheid om daar als winkelier wel of niet op in te gaan.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik probeer het nog één keer. Contractvrijheid betekent dat iedereen de vrijheid heeft om afspraken te maken of niet. Dan kan het toch nooit zo worden vormgegeven dat je op voorhand groepen winkeliers uitsluit door zo'n bepaling als standaard te hebben?

Minister Rutte:

Uiteindelijk is dat hoe het werkt bij vrije contractvorming. Als een winkelcentrum zegt: ja, we moeten op zondag en u kunt er alleen in als u daaraan meewerkt, dan is dat een keuze van dat winkelcentrum en een keuze van de winkelier om daar wel of niet aan mee te doen. Wat je niet wilt, is dat je niet open was op zondag en alsnog gedwongen wordt open te gaan op zondag terwijl je er al zit. Daar is het wetsvoorstel van het kabinet dat mevrouw Keijzer voorbereidt, op gericht.

De heer Wilders (PVV):

Ik zou de heer Van der Staaij hierin willen steunen en ik vraag de premier om hier nog een keer goed over na te denken. Stel je voor dat je vindt dat op zondag, om de redenen die de heer Van der Staaij heeft genoemd, je winkel niet open kan zijn en dat ieder winkelcentrum in Nederland — dat zou in theorie kunnen — of heel veel winkelcentra in Nederland zeggen: bij ons zijn we op zondag altijd open. Dat kunnen gewoon hele goede ondernemers zijn, mensen die ook een boterham verdienen, die een gezin hebben en die zouden dan nergens terechtkunnen. U heeft formeel natuurlijk gelijk dat het gaat over contractvrijheid, maar wat is die contractvrijheid waard, zeg ik de heer Van der Staaij na, als tegenwoordig iedereen op zondag open wil zijn? Nogmaals, degenen die dat willen, is het van harte gegund, veel mensen hebben daar plezier van, vooral doen. Maar niet iedere winkelier wil dat. En dan zou die misschien nergens, in geen enkel winkelcentrum in de grote stad meer terechtkunnen. Dat kan toch ook nooit de bedoeling zijn?

Minister Rutte:

Ik denk dat we dan wel heel theoretisch gaan naar een soort nationalisering van een probleem dat zich volgens mij in de praktijk niet veel voordoet. Ik ga graag op vakantie op de Veluwe en daar zijn dorpjes en steden waar je als winkel door de week waarschijnlijk geen klanten hebt als je op zondag open zou zijn. En er zijn ook dorpjes en steden waar winkelcentra wel open zijn op zondag. Er is dus heel veel variatie in dat aanbod. We moeten een beetje oppassen dat we iets gaan repareren wat niet stuk is. Zou dit een soort nationale werking krijgen — maar dat lijkt mij niet gauw te gebeuren, juist om de reden die ik noem. In die gemeenten is bijna iedereen dicht op zondag en dat is ook het gebruik in zo'n gemeente. Dan ga je ook niet open op zondag als fietsenwinkel; ja, dan heb je waarschijnlijk weinig klanten op maandag.

De heer Wilders (PVV):

Ik denk dat de waarheid ergens in het midden zit. Wat ik zeg — dat het in heel Nederland gebeurt — is natuurlijk ook niet waar, daar heeft de minister-president gelijk in, maar ik denk dat hij ook niet gelijk heeft dat dit alleen maar in bepaalde steden voorkomt. Zou ik hem mogen vragen — dat hoeft niet nu, maar op een gegeven moment na deze Algemene Beschouwingen — om eens na te gaan hoe vaak dat in Nederland voorkomt? Ik weet niet hoe vaak het voorkomt dat ondernemers gedwongen worden of geen contract krijgen als ze niet op zondag open willen zijn. Als dat een paar keer in bepaalde regio's voorkomt, dan heeft u gelijk, maar misschien heb ik wel gelijk of misschien heeft Van der Staaij gelijk. Laten we eerst naar de feiten kijken. Bent u bereid om dit eens uit te zoeken?

Minister Rutte:

Ik kijk even, niet of ik het wil, maar of het ook kan. Het ja knikken van Mona Keijzer brengt mij tot het antwoord: ja, het kan en we doen het.

De heer Pechtold (D66):

Ik zou wel iets verder willen gaan, want ik wil niet alleen dat er een overzicht komt. U kent mijn partij als een groot voorstander van de vrijheid om, als dat mogelijk is, op zondag te winkelen. Ik heb al eerder gezegd — volgens mij was dat twee jaar geleden — dat ik Van der Staaij en de SGP steun als het gaat om de keuze om je in winkelcentra te kunnen vestigen. Het gaat niet alleen om de bestaande ondernemers, maar het gaat mij ook om contracten die een bepaalde groep ondernemers uitsluiten wanneer zij op zondag niet open willen. Dus ik wil niet alleen een overzicht, ik wil ook dat de staatssecretaris doordenkt of het mogelijk is om daar niet dit soort effecten bij te hebben; eigenlijk het omgedraaide van die openstelling op zondag.

Minister Rutte:

Dat lijkt mij ingewikkeld, eerlijk gezegd. Maar mevrouw Keijzer is zo verstandig; waar ik meteen het volle gevecht met de heer Pechtold aan wil, zegt zij: nee, we hebben nu de toezegging aan de heer Wilders en we leggen deze daar gewoon naast. Dan gaan we eens kijken wat er kan. Verstandig! Wat kan! Dank! Dit helpt! Dreigden we toch nog in een crisis te komen, aan het einde.

Dan mevrouw Thieme over subsidie voor de jonge boeren. Dat bedrijfsovernamefonds ...

De voorzitter:

Het is bijna niet te verstaan.

Minister Rutte:

Iedereen is zo enthousiast over deze toezegging dat ze denken: hoi!

Nog even, nog een paar antwoorden. Het bedrijfsovernamefonds voor jonge boeren moet jonge boeren in staat stellen om met bedrijfsovername een ontwikkelingsstap te maken richting vernieuwing en verduurzaming. Daarmee zal ook bij het vaststellen van de criteria rekening worden gehouden, in lijn met de nieuwe LNV-visie, die onlangs is gepresenteerd. De minister van LNV zal hiertoe binnenkort haar concrete voorstellen naar de Kamer sturen.

Dan over de varkensboeren. De minister van LNV heeft voor de varkenshouderij het volgende doel gesteld: een transitie naar een vitale, robuuste, toekomstbestendige en duurzame varkenshouderijketen, die maatschappelijk geaccepteerd en gewaardeerd wordt. Ze zet hierbij ook in op de verduurzaming van de pluimvee- en melkgeitensector. Dit doel wordt langs twee sporen uitgewerkt: een sanerings- en beëindigingsspoor, voor 120 miljoen van de 200 miljoen, en nog 60 miljoen voor een innovatie- en verduurzamingsspoor. Naast het saneringsspoor, specifiek gericht op de bedrijven die de meeste geuroverlast veroorzaken, is ook gekozen voor een verduurzamingsspoor. Dit spoor is gericht op de verduurzaming van alle varkenshouderijen via innovatieve stal- en houderijsystemen met een forse reductie en het brongericht voorkómen van schadelijke emissies. Zo wordt bijgedragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Op deze manier is de transitie naar een duurzame varkenshouderijketen in de breedte mogelijk. Het kabinet voorziet voor de varkenshouderij 40 miljoen voor innovatie en verduurzaming, 15 miljoen gaat naar de verduurzaming van de pluimveehouderij en 5 miljoen gaat naar de verduurzaming van de melkgeitenhouderij. We zijn nu begonnen met de uitwerking van het innovatie- en verduurzamingsspoor. Daarover wordt de Kamer binnenkort geïnformeerd.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Hiermee wordt even een mooi overzicht gegeven van hoeveel miljoenen er wel niet naar de landbouwsector gaan, maar dat is nog maar een deel van het totaal. Over die 75 miljoen euro voor de jonge boeren zegt de minister-president: de minister van Landbouw gaat er nog nadere invulling aan geven conform de landbouwvisie. Ik wil heel graag weten of ik hierin kan lezen dat er wel degelijk voorwaarden met betrekking tot duurzaamheid worden gesteld aan het uitkeren van zo'n bedrijfsovernamesubsidie. Zij stelt bijvoorbeeld in haar landbouwvisie dat het niet langer zo kan zijn dat landbouw de biodiversiteit onder druk stelt. Het kan dan dus ook niet zo zijn dat er subsidie wordt gegeven aan bedrijven die de biodiversiteit onder druk stellen.

Minister Rutte:

Laten we nou even de voorstellen afwachten en daarover het debat voeren. Is dat niet beter? Het moet nog worden uitgewerkt. Wij luisteren heel goed naar wat vandaag gezegd wordt, maar wacht nou ook even op de voorstellen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik zou heel graag willen dat de minister daarop ingaat in haar brief hierover.

Dan met betrekking tot de subsidie van ten minste 60 miljoen euro voor de varkensboeren. Er is een potje voor warme sanering. Bedrijven moeten weg uit overbelaste gebieden in Nederland waar mensen last hebben van mest, fijnstof et cetera. Die bedrijven gaan daar dus weg, maar vanuit de varkenshouderij is een lobby ontstaan om het recht te behouden om mest te produceren, dus om die productierechten niet uit de markt te halen, terwijl de minister dat wel wilde gaan doen. Ik wil heel graag van de minister-president weten of het kabinet gewoon de rug recht houdt en niet de productierechten bij de boeren laat.

Minister Rutte:

Het antwoord is ja!

Mevrouw Thieme (PvdD):

Heel goed. Dank u wel.

Minister Rutte:

Tot slot. Er zijn tegenbegrotingen ingediend, die ik niet uitvoerig ga behandelen. Er zijn verder ook geen vragen over gesteld. Mag ik in algemene zin mijn grote waardering uitspreken richting 50PLUS voor het opstellen van een tegenbegroting? Ik weet uit mijn tijd als fractievoorzitter van een oppositiepartij hoeveel werk dat is. Wij hadden toen nog een iets grotere fractie, maar u moet het met een paar mannen en vrouwen doen. Dat wordt dus zeer gewaardeerd. We zijn het niet met alles eens, maar het is een doorgerekende tegenbegroting. Er zitten veel elementen in die aansluiten op wat wij doen. Ik had al even contact met de heer Van Rooijen van 50PLUS. Uiteraard worden er ook een aantal keuzes anders gemaakt.

Mag ik die waardering ook uitspreken richting GroenLinks, de Socialistische Partij en de Partij van de Arbeid? Ook zij hebben alternatieve plannen gemaakt, die ze ook hebben laten doorrekenen door het Centraal Planbureau. Zij kunnen gezamenlijk wat meer denkkracht organiseren, maar deze drie partijen moesten het ook nog maar eens worden. Dat is gelukt. Dat is op zich zorgelijk, maar voor de democratie is het goed nieuws. Ook daarvoor dus mijn waardering. Er zitten duidelijk een aantal keuzes in die we ook in het debat voorbij hebben zien trekken, zoals extra geld, boven op wat dit kabinet al doet, naar de collectieve sector. Dat leidt tot een grotere collectieve sector, waarmee de collectievelastendruk toeneemt. Deze partijen maken een aantal keuzes die zeer te respecteren en verwachten zijn, maar die niet in alle opzichten convergeren met het kabinetsbeleid. Maar dus onze waardering. Laten we kijken hoe die tegenbegrotingen bij de Financiële Beschouwingen onderdeel kunnen zijn van de gedachtevorming.

Voorzitter, daarmee meen ik recht te hebben gedaan aan alle vragen die in eerste termijn waren gesteld.

De voorzitter:

Ik wil u danken voor het beantwoorden van de vragen in de eerste termijn. Daarmee zijn we inderdaad aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de regering.

De vergadering wordt van 17.36 uur tot 18.50 uur geschorst.

De voorzitter:

We zijn toegekomen aan de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik geef de heer Wilders namens de PVV het woord.

De heer Wilders (PVV):

Mevrouw de voorzitter. Met heel veel dingen die premier Rutte vandaag heeft gezegd, ben ik het hartgrondig oneens. Maar over één ding onderschrijf ik zijn woorden volledig, en trouwens ook die van u, mevrouw de voorzitter. Dat betreft de terechte ontzetting over het vreselijke ongeluk in Oss. Wat een ongelofelijk leed, een ongekend menselijk drama dat iedereen raakt! Graag sluit ik me dan ook aan bij de woorden van medeleven die u, mevrouw de voorzitter, maar ook de premier hierover hebben uitgesproken.

Voorzitter. Vandaag en afgelopen woensdag spraken wij over de staat van ons land. Uit dat debat bleek weer eens dat we naast parallelle samenlevingen ook twee Nederlanden hebben. Het land van premier Rutte: Rutteland, waar grote bedrijven die de afgelopen jaren hun winst al hebben zien verdubbelen, met miljarden worden gespekt. En het land van de gewone man en vrouw: Nederland, het land van de mensen die de crisis hebben betaald, die de lastenverhogingen hebben gedragen, die de bezuinigingen hard hebben gevoeld en die zelfs nu het economisch beter gaat er nauwelijks of helemaal niet van profiteren.

De conclusie van dat debat kan dan ook geen andere zijn dan dat we worden bestuurd door patsers, door volksverlakkers, met premier Rutte aan het woord. Patsers, omdat het spekken en matsen van de multinationalvriendjes van premier Rutte, zoals zijn oude werkgever Unilever, belangrijker zijn dan het helpen van de gewone Nederlander. Als het het kabinet echt om de mensen zou gaan, dan zouden de miljarden die nu worden besteed om de winstbelasting te verlagen en de dividendbelasting af te schaffen, wel zijn gebruikt voor lagere huren of voor het afschaffen van het eigen risico in de zorg. Het zijn ook patsers omdat volgens de cijfers van het Nibud tweeverdieners met 2 ton er meer dan €1.500 per jaar op vooruitgaan, terwijl tweeverdieners met een inkomen van ongeveer modaal samen er fors op achteruitgaan. De vrienden van de VVD worden goed bediend, maar de mensen die vaker de Jumbo of de Aldi bezoeken dan de golfbaan, worden keihard gepakt.

Voorzitter. Volksverlakkers, omdat geen enkele belofte over de koopkracht is nagekomen. Dan heb ik het opnieuw over de premier. Want niet alleen die €1.000 die Mark Rutte ooit beloofde, bleek een grove leugen, ook zijn latere beloftes over extra koopkracht bleken fictie. En de Nederlanders moeten het nu opnieuw doen met een belofte, wetende dat de beloftes van Rutte niets waard zijn, terwijl het wel zeker is dat de vaste lasten volgend jaar verder gaan stijgen, de boodschappen duurder worden, de ziektekostenpremie omhooggaat en de energierekening stijgt. En wat ook zeker is, is dat er weer miljarden naar Afrika gaan, naar asielzoekers, naar uitkeringen voor niet-westerse allochtonen. Onze eigen mensen zijn jarenlang de dupe van dit weggeefbeleid van premier Rutte.

Voorzitter. Dan kan het ook zo ver komen dat een bejaarde demente vrouw 's nachts op straat wordt gevonden, omdat er voor haar en haar man samen geen plek was in een verzorgingshuis omdat de verzorgingshuizen niet meer bestaan. Ik krijg kippenvel, oprecht kippenvel van dit soort berichten. Hoe kan dat nou? Mensen die ons land groot hebben gemaakt, die helemaal niets verkeerds hebben gedaan, worden bijna ontmenselijkt, terwijl het kabinet opnieuw wel miljarden uitgeeft aan Afrika, aan asielzoekers, aan uitkeringen voor niet-westerse allochtonen, en ik kan het nog honderd keer noemen. Ik kan dat aan niemand uitleggen. Sterker nog, het is aan niemand uit te leggen.

Voorzitter. Het geld moet terug naar de burger. Laten we daarom volgend jaar ruim 6 van de 8 miljard begrotingsoverschot gebruiken om de btw-verhoging niet door te laten gaan, de ziektekosten niet te laten stijgen en de huren te verlagen. Dat is wat Nederlanders nodig hebben. Geen aalmoesje, maar extra lucht en koopkracht. Vandaar voorzitter, als u mij toestaat, de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering de btw-verhoging op boodschappen terug te draaien, de huren met 15% te verlagen en de zorgpremie voor 2019 te bevriezen en als dekking hiervoor het begrotingsoverschot te gebruiken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Wilders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 7 (35000).

De heer Wilders (PVV):

Sinds afgelopen woensdag, toen wij de eerste termijn hadden, ben ik overstelpt met een ongekend aantal reacties van mensen uit het land. Uit Nederland, niet uit Rutteland. Gelukkig vooral ondersteunende reacties, van mensen die zich herkenden in het beeld dat ik schetste. Mensen die zien dat Nederland verandert, en niet bepaald ten goede. Mensen die zich steeds meer een vreemde in eigen land voelen. Mensen die elke dag opnieuw last hebben van die islamisering en het beleid van open grenzen. Ze zijn uitgescholden voor kankerhoer, of beroofd, of zelfs in elkaar geslagen. Ze durven 's avonds vaak niet meer voor een ommetje hun eigen wijk in. Ze zijn bang en vragen zich af of hun dochters na een avondje stappen met vriendinnen nog wel veilig thuiskomen. Ze zien hun wijk veranderen. Ze hebben angst voor terrorisme en ze herkennen hun oude wijk en hun eigen stad vaak niet meer door al die hoofddoekjes op straat en in de winkels.

Deze mensen, mevrouw de voorzitter, zijn geen racisten. Het zijn geen mensen die andere mensen haten of discrimineren. Het zijn gewone mensen. Het zijn de gezinnen die de ruggengraat van Nederland vormen en die haarfijn aanvoelen dat de islam niet hier in Nederland thuishoort. Die vinden dat zij, als gewone Nederlander, steeds meer gediscrimineerd worden. Zij kunnen alles betalen. Ze kunnen zelfs langer wachten op een sociale huurwoning omdat asielzoekers en statushouders voorgaan. Nog steeds. Het zijn de mensen die zich steeds meer afvragen of hun toekomst en die van hun kinderen en kleinkinderen wel in een vrij Nederland, in een herkenbaar Nederland zal zijn. Het zijn de gewone mensen van Nederland. De mensen die mij mailden stemmen soms niet eens op de PVV, maar ze zeggen wel: u zegt het tenminste. En: waarom vallen ze u allemaal aan als u over de islam spreekt; als de islam een probleem is, meneer Wilders, waarom mag u dat dan niet zeggen?

Inderdaad, voorzitter. Waarom zou ik dat niet mogen zeggen? Waarom wordt er in dit debat gesproken over strenger straffen in probleemwijken, zonder één keer het woord "islam" te laten vallen? Waarom wordt er voorgesteld een staatscommissie bevolkingsgroei in te stellen, maar mag die niet gaan over de invloed van de islam? Waarom durft niemand die grote olifant in de Kamer te benoemen? De problemen in de meeste probleemwijken komen door de import van de islam. De bevolkingsgroei is en wordt alleen maar meer problematisch vanwege de import van de islam. Waarom is dat een taboe?

Voorzitter. Ik zal het blijven zeggen, zolang ik leef: islam en vrijheid gaan niet samen. Islam is onvrijheid. In geen land ter wereld waar de meerderheid islamitisch is, bestaat er vrijheid. Nergens. Alleen maar onvrijheid. Er is een causaal verband tussen islam en onvrijheid. Dat ontkennen is levensgevaarlijk voor iedere samenleving. Ik zeg dat wij de islamisering daarom moeten stoppen. Want dit is ons land en we laten ons land niet kapotmaken. We laten ons land ons niet afpakken. Daarvoor houden wij te veel van Nederland. Als wij willen dat onze kinderen en kleinkinderen en hun kinderen vrije mensen blijven, dan moeten we de islam bestrijden met alle democratische middelen die we hebben. Met het woord. Met moties. En, zoals nu, met een initiatiefwet. Ondanks de verkettering, ondanks het geridiculiseer, ondanks de beschimping, ondanks — zoals de premier deed — het ongelezen verwerpen van onze voorstellen, ondanks dat bijna iedereen in Rutteland blijft recht praten wat krom is, voorspel ik u dat het gezond verstand uiteindelijk zal winnen en dat de maatschappelijke en politieke krachten die zich verzetten tegen de open grenzen, tegen de massa-immigratie en tegen de islamisering, aan kracht zullen winnen. Want de mensen zijn niet gek in dit mooie land! Steeds meer mensen zien dat die ideologie, die onze vrijheid bedreigt, moet worden geweerd. Het gezond verstand zal winnen. Vrijheid zal winnen. Nederland zal 't winnen van Rutteland.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dan geef ik nu het woord aan de heer Dijkhoff namens de VVD.

De heer Dijkhoff (VVD):

Voorzitter, ik sluit me natuurlijk ook aan bij de woorden die u en de premier hebben gesproken over de verschrikkelijke tragedie in Oss. Een ouder kan zich niks ergers voorstellen dan dat en zich gelukkig ook niet indenken hoe die pijn moet zijn. Het enige wat wij kunnen doen, is meeleven uiten en onze eigen kinderen een extra knuffel geven. Maar het is een verschrikking die we hopen nooit meer te zien en waarvan we hopen dat we er nooit meer bij te hoeven stil te staan. Voorzitter, dat verhoudt zich natuurlijk ook slecht tot mijn inbreng, waarin ik vooruitkeek, vooruitkeek naar hoe we het leven in Nederland in 2050 nog mooier kunnen maken voor onze kinderen en kleinkinderen. Zoiets zet alles in een ander perspectief, maar we zullen toch daaraan blijven werken en ook met ons werk door moeten.

Wat moeten we dan aanpakken voor die toekomst? Welke keuzes moeten we dan nu maken? Want vooruitgang gaat helaas niet vanzelf. Ik heb niet de arrogantie dat ik het allemaal weet. Ik heb wel de ambitie om met oplossingen te komen, om voorstellen te doen en om met iedereen hier te sleutelen aan maatregelen totdat we het erover eens zijn en totdat ze werken voor de mensen in Nederland. De afgelopen dagen hebben we daarover uren van gedachten gewisseld. Dat is soms pijnlijk. Soms wringt dat. Soms worden hier dingen gezegd waar de mensen thuis van zeggen: nou, nou, moet dat nou? Maar al met al blijft het uiteindelijk mooi. Het blijft mooi om te zien hoe je hier ideeën kunt uitwisselen en kunt kijken of je tot elkaar kunt komen. Ik dank de collega's ook voor de vaak constructieve discussies over onderwijs, innovatie, een duurzame toekomst en nieuwe zekerheid voor werkende mensen.

En ja, het heeft ook gebotst, met name op het punt van integratie. Het is niet voor het eerst dat het daarop botst, of eigenlijk op één specifieke maatregel, een onderdeel van een breder pakket. En dan mag het van mij ook schuren, en dan mag het ook botsen en dan mogen we flink clashen over het idee van een ander.

Maar soms, voorzitter, is het bij zo'n onderwerp waar het er hard aan toegaat, eigenlijk belangrijker wat er niet zo hard gezegd wordt, wat de krant niet haalt omdat het niet per se botst doordat we het er juist meer over eens zijn. De problemen in de wijken worden breed onderkend. Dat we meer moeten doen om daar mensen te helpen, daar heb ik steun voor gehoord. Dat er brede ontevredenheid is over waar we nu staan met integratie, dat heb ik ook gemerkt. Dat we niet mogen toekijken als kinderen aan school beginnen met een taalachterstand die ze de rest van hun leven nooit meer inhalen, ook dat heeft niemand ontkent. Dat meisjes en vrouwen overal in Nederland vrij en gelijkwaardig moeten zijn, dat vinden ook velen van ons. Dat we duidelijk moeten maken dat de kansen in Nederland niet af mogen hangen van je achternaam of achtergrond, dat vindt nagenoeg de hele Kamer. Dat we met huisvesting meer kunnen doen voor een diversere samenstelling van de wijken, ik merkte dat dat zelfs enthousiasme wekte. En dat er meer criminaliteit is in zo'n buurt en dat we meer kunnen doen om de mensen van goede wil die daar wonen en die daaronder gebukt gaan, te beschermen, is ook niet weersproken.

Alleen het tijdelijk zwaarder straffen van daden gepleegd in zo'n wijk, om versneld de hogere criminaliteit terug te dringen, heeft, is mijn indruk, nog niet meteen de harten van alle Kamerleden gestolen. Maar goed, acht uit negen. Dat kon minder! Voorzitter, u ziet: ik tel mijn zegeningen, zij het niet meer in georganiseerd verband. Ik ben dan ook wel blij dat het kabinet op dit terrein nadere studie doet naar de aanpak in landen die met vergelijkbare problemen te kampen hebben. Ik heb er vertrouwen in dat ons dat verder kan brengen om het hier eens te worden over een gerichte aanpak om onze vrijheid overal in Nederland aan iedereen te garanderen en de integratie te bevorderen.

Ik dank het kabinet verder voor de antwoorden en toezeggingen op het gebied van techniek in het onderwijs, een Europees antwoord voor de vrijhandel, tegen populistisch protectionisme en agressief staatskapitalisme, het gelijke tred houden met omringende landen bij onze klimaatdoelstellingen, het nog beter verder helpen van mensen die zelf willen bijdragen aan een duurzame toekomst en ook oog te houden voor het draagvlak en de draagkracht bij de kosten die gepaard gaan met de energietransitie.

Ook ben ik blij met de commissie die minister Koolmees instelt om naast alles wat hij zelf al doet — laten we dat niet vergeten — ons voor te bereiden om de toekomst en om te bestuderen hoe we mensen nieuwe vormen van zekerheid kunnen bieden. Wij zien de resultaten met belangstelling tegemoet. Wij zien ze vooral als een nieuw aanknopingspunt om weer verder te gaan met onze gedachtevorming, het naar voren brengen van ideeën en het verwerven van meerderheden om maatregelen te nemen die Nederland beter maken.

Tot slot, voorzitter, de vraag die we hier ook hebben besproken maar die we niet hebben kunnen beantwoorden: hoeveel mensen wonen er straks in Nederland? Wie zijn het? Hoe zijn ze hier gekomen? Wat betekent het voor ons beleid, voor onze cultuur, voor ons land? Hoe gaan we om met migratie, van vluchtelingen tot arbeidsmigratie binnen de EU? Ik ben ook verheugd dat zo'n lastig onderwerp met veel onzekerheden en veel risico's in het debat toch brede belangstelling in de Kamer heeft gewekt en dat er brede steun is om hierop verder te gaan.

Daarom dien ik graag de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat recente prognoses aantonen dat de bevolking tot 18, 19 of 20 miljoen inwoners halverwege deze eeuw kan groeien;

overwegende dat ook de samenstelling van de bevolking verandert door de vergrijzing, de verschillen tussen groei en krimp binnen Nederland en immigratie;

overwegende dat deze demografische ontwikkelingen belangrijke consequenties hebben op vele beleidsterreinen, zoals de woningbouw, de ruimtelijke ordening, de infrastructuur, de energievoorziening, de sociale zekerheid, de zorg, het onderwijs en integratie;

verzoekt het kabinet deze ontwikkelingen in verschillende scenario's in kaart te brengen en beleidsopties voor te leggen bij die verschillende scenario's,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Dijkhoff, Van Haersma Buma, Pechtold, Segers, Van der Staaij, Asscher en Krol.

Zij krijgt nr. 8 (35000).

Dank u wel.

De heer Dijkhoff (VVD):

Voorzitter. Ik zei het woensdag en ik doe het nu weer: ik ken geen land en geen tijd waarin ik liever zou leven dan het huidige Nederland. Maar ik voeg er één ding aan toe: ik hoop dat mensen in 2050 niet terugverlangen naar nu, maar constateren dat ook zij op dat moment in het mooiste Nederland ooit leven.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Klaver namens GroenLinks.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter, dank. Wat mij betreft sprak de heer Wilders maar ook de heer Dijkhoff namens ons allemaal toen ze het hadden over wat er gebeurd is in Oss. Want op zo'n moment zijn we in Nederland verenigd in ons verdriet.

Voorzitter. Ik dank de minister-president voor de beantwoording. Het was een stevig debat. Ik was niet altijd even tevreden over de beantwoording van de minister-president, maar ik dank hem.

Het was een debat dat begon met de dividendbelasting, een belangrijke splijtzwam in de samenleving, maar ook hier in het parlement. Dat debat kan je niet los zien van de problemen in de publieke sector, de crisis die daar is. Dit raakt het hart van de politieke keuze die dit kabinet maakt: waar geven we ons geld aan uit? Waar ligt die balans? Kiezen we ervoor om de crisis in de publieke sector op te lossen of kiezen we ervoor om het grote bedrijfsleven te spekken?

Ik vind dat het kabinet daarin de verkeerde keuze maakt. Ik vind dat nog steeds niet overtuigend is beargumenteerd waarom je de dividendbelasting zou moeten afschaffen, en ik vind dat de minister-president te gemakkelijk voorbijgaat aan de crisis die er is in de publieke sector. Hij komt weer Rutteriaans met z'n "ach, maar we doen het hartstikke goed in Nederland; we hebben fantastische zorg en heel goed onderwijs!" Dat klopt. Onze zorg is fantastisch, ons onderwijs misschien nog wel beter, maar hoe komt dat? Dat komt doordat, ondanks alle bezuinigingen in de afgelopen jaren, ondanks alle moeilijkheden, de mensen die daar werken zijn doorgegaan, hebben volgehouden, diensten overnamen van collega's. Maar op een gegeven moment is het op, kunnen mensen niet meer en dreigt er een crisis in de publieke sector en dreigen mensen om te vallen. Dat is niet het moment om gemakzuchtig te zijn, te denken: we zijn er al in Nederland. Dat is niet het moment om te zeggen: ja, het gaat om een balans; je doet wat voor de publieke sector, je doet wat voor de grote bedrijven. Er zijn extra intensiveringen nodig.

Als we het hebben over ons onderwijs, gaat het wel over de plek waar onze kinderen het grootste deel van hun tijd doorbrengen. En dan hebben we het erover dat we straks 10.000 leraren tekortkomen. 10.000! Als we daar vandaag niet op ingrijpen, wordt het probleem alleen maar groter en kunnen we dat gat niet meer dichten.

Ik vind het om eerlijk te zijn echt ongehoord dat de minister-president zo op ramkoers ligt als het gaat over de dividendbelasting. We hadden een stevig debat. Aan het eind van dat debat probeerde ik hem nog de hand te reiken. Laten we met elkaar kijken of er alternatieven mogelijk zijn als het gaat om het vestigingsklimaat. Gisteren kondigden bijna alle oppositiepartijen aan met een herstelwet te zullen komen. Het is niet afgelopen na deze Prinsjesdag. Het is niet afgelopen na de stemmingen in de Eerste Kamer. Dit kabinet rijdt met de dividendbelasting op hoge snelheid op een muur af. Ik wil de minister-president zeggen: doe het niet. Kijk naar wat de alternatieven zijn. Kijk op welke manier we kunnen samenwerken, zodat er breed draagvlak is in de samenleving, maar ook hier in de Kamer, om het vestigingsklimaat in Nederland te versterken. Daarom wil ik graag de volgende motie indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de afschaffing van de dividendbelasting onvoldoende is beargumenteerd;

overwegende dat een goed vestigingsklimaat belangrijk is voor de Nederlandse economie;

verzoekt het kabinet om vóór de behandeling van het Belastingplan alternatieve voorstellen voor versterking van het vestigingsklimaat te inventariseren en daarover de Kamer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver, Van der Staaij, Marijnissen, Asscher, Wilders, Kuzu, Thieme, Krol en Baudet.

Zij krijgt nr. 9 (35000).

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Ik hoop echt dat de minister-president bereid is om de dividendbelasting te heroverwegen. Hij is hier niet mee klaar als hij denkt dat dit najaar door de Eerste en de Tweede Kamer te kunnen jassen.

We hadden ook een stevig debat over de energiebelasting. Ik ben van GroenLinks, mocht iemand dat zijn ontgaan. Als er iemand vóór is om in te grijpen in de energiebelasting, ben ik het wel. Maar wat dit kabinet doet, is op zo veel manieren onverstandig. Het draagt niet bij aan verduurzaming. Het verhoogt alleen maar de energierekening van mensen. Vervolgens hoor ik mensen uit de coalitie, maar ook uit het kabinet voortdurend praten over draagvlak. Hoe kun je het draagvlak voor klimaatmaatregelen behouden als je de energiebelasting verhoogt? Dat is niet nodig. Ook op dat punt kom ik daarom met een motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het Belastingplan 2019 de vermindering energiebelasting wordt verlaagd waardoor de energierekening van huishoudens onnodig sterk omhoog zal gaan;

overwegende dat deze maatregel geen positief effect heeft op het energiegebruik van huishoudens en onevenredig veel de lage inkomens treft;

verzoekt de regering deze verlaging van de vermindering energiebelasting ongedaan te maken en financiering voor deze maatregel te vinden in het verhogen van de tarieven, en voor de behandeling van het Belastingplan met een voorstel te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver, Van der Staaij, Asscher, Marijnissen, Krol, Kuzu en Thieme.

Zij krijgt nr. 10 (35000).

De heer Klaver (GroenLinks):

Deze motie is van belang omdat we hiermee de druk bij huishoudens weghalen en uiteindelijk meer bij bedrijven neerleggen. Dat is een eerlijke schuif. Die zorgt ervoor dat de energierekening ook voor de lage inkomens betaalbaar blijft.

Voorzitter. Als het gaat over de publieke sector, dan vragen wij om 2 miljard extra voor 2019. We krijgen daarvoor nul van deze minister-president. Toen het even over de jeugdzorg ging, dacht ik: daar zit een opening. Daar zit iets. Daar is het kabinet bereid om te kijken hoe we voor jongeren kunnen zorgen als ze 18 worden en toch in de problemen zitten. Daarop vroeg ik aan de minister-president: gaan we ook kijken naar het budget dat daarvoor nodig is? Want het kan zomaar zijn dat dat opgerekt moet worden en dat er extra geld nodig is. Hij was daar toen heel helder in: nee. Daarom ben ik blij dat ik de volgende motie kan indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in artikel 1 van de Jeugdwet geregeld is dat jeugdigen van 18 tot 23 jaar in aanmerking blijven komen voor jeugdhulp wanneer dat voor hen noodzakelijk is;

constaterende dat de jeugdhulp in de praktijk vaak stopt zodra een jongere 18 jaar is geworden, zelfs wanneer de hulpvraag onverminderd bestaat;

overwegende dat zorg en ondersteuning altijd gericht moeten zijn op wat een jongere nodig heeft;

overwegende dat de regering een kabinetsreactie op het advies over leeftijdsgrenzen van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving in voorbereiding heeft;

verzoekt de regering om bij deze reactie specifiek in te gaan op de vraag wat gemeenten nodig hebben om de wettelijk geregelde verplichtingen tot het verlenen van jeugdhulp tot 23 jaar na te komen en de budgettaire consequenties daarvan, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver, Van der Staaij, Asscher, Marijnissen, Pechtold, Van Haersma Buma en Segers.

Zij krijgt nr. 11 (35000).

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Dan had we gisteren — nee, het was woensdag — een debat over witteboordencriminaliteit, over het aanpakken van bankiers, over witwassen en over hoe mensen daarmee wegkomen. Ik had er een stevig debat over met de heer Dijkhoff en ik zei: kom niet alleen met plannen voor de onderkant van de samenleving, we moeten de trap van bovenaf schoonvegen. De heer Dijkhoff interrumpeerde mij daarop en zei: dat is wat ik wil. Daar ben ik blij om. Want het aanpakken van banken zou niet iets van links moeten zijn, maar van ons allemaal hier. Juist als zij over streep gaan, moet je ze aanpakken. Als zij over de streef, scheef gaan ... Ik kan het beter over Tuvalu hebben, geloof ik. Als zij over de schreef gaan, moeten zij aangepakt worden. Dat is belangrijk, omdat mensen anders het vertrouwen in de democratie zouden kunnen verliezen. Ik ben blij dat ik hierop samen met de heer Dijkhoff een motie kan indienen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat misdrijven van financiële instellingen onder meer worden afgewikkeld met transacties, zodat bedrijven hun verantwoordelijkheid voor misdrijven niet kunnen ontlopen;

van mening dat het rechtsgevoel ernstig wordt geschaad als vervolgens na het sluiten van een dergelijke transactie criminele handelingen van individuen onbestraft zouden blijven;

verzoekt de regering de aard en omvang van transacties in de financiële sector te inventariseren, te bezien of verbeterstappen mogelijk zijn en de Kamer binnen een jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver en Dijkhoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 12 (35000).

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter, ik kom tot een afronding. We hebben een stevig debat gehad en het moge helder zijn dat onze oppositie tegen die dividendbelasting doorgaat, ook na dit najaar. Ik hoop ook dat ik duidelijk heb kunnen maken aan dit kabinet dat wij tevreden zijn met de stappen die er nu worden gezet als het gaat over zijn vergroeningsagenda. Natuurlijk, het kan altijd ambitieuzer, het kan altijd sneller en het kan altijd beter, maar wij zijn blij met de stappen die daar worden gezet. Mijn fractie is dan ook zeer bereid om te kijken op welke wijze we met dit kabinet samen kunnen werken om die vergroeningsagenda ook echt mogelijk te maken. Want de ambities staan er en dat is mooi. De doelstellingen staan er. Ik vond dat de minister-president zich tegenover de CDA-fractie goed verdedigde. Maar nu komt het. Nu moet je het gaan invullen. Nu moeten de concrete maatregelen komen en dat zal ook pijn gaan doen. Wij zijn zeer bereid om het kabinet daarbij te helpen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Haersma Buma namens het CDA.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dank u wel, voorzitter. Ik wil mij om te beginnen aansluiten bij de woorden van medeleven die door de collega's zijn uitgesproken met de vreselijke gebeurtenis in Oss, een ongeluk dat ons allemaal vandaag ook nog voor de geest staat.

We hebben twee lange debatdagen achter de rug, een bij tijd en wijle pittig debat. Qua toon won dit debat het gelukkig van het debat van eergisteren. In mijn eerste termijn stelde ik de vraag hoe ons land er over twintig jaar uitziet. Hoe ziet onze zorg eruit en hoe ons pensioen? Met hoeveel mensen zijn we dan en in wat voor samenleving leven we dan? De keuzes van nu bepalen de samenleving van straks. We staan voor grote keuzes, keuzes die onder meer bepaald worden door de omvang en de samenstelling van de bevolking. We moeten nu zicht krijgen op de uitdagingen die voor ons liggen. Ik heb daarom mijn handtekening gezet onder de motie van collega Dijkhoff over een onderzoek naar de verschillende scenario's en de beleidsopties.

Voorzitter. De premier heeft toegezegd met een visie te komen op de toekomst van de zorg, in relatie tot groei en krimp in verschillende delen van Nederland. Wij kijken met belangstelling uit naar dat onderzoek. Wat we in ieder geval voor de toekomst moeten doen, is bouwen. Een dak boven je hoofd is een grondrecht, maar het wordt steeds minder vanzelfsprekend dat jongeren een huis kunnen vinden. De bouwproductie moet omhoog. Ik heb daar in mijn eerste termijn over gesproken en ik heb op dit vlak de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat wonen een sociaal grondrecht is;

constaterende dat er nu en in de toekomst een fors tekort is aan woningen;

constaterende dat medeoverheden zich willen inzetten voor de bouwopgave, maar er onderling niet altijd uitkomen wat er waar en wanneer in de regio gebouwd wordt;

overwegende dat het nodig is dat regionale partijen snel tot een gezamenlijke aanpak worden aangezet die de bouwopgave op de korte termijn versnelt, indien nodig door het instellen van een regeringscommissaris;

verzoekt de regering om in ieder geval cruciale bouwprojecten die vasthangen op een gebrek aan bestuurlijke regionale overeenstemming zo mogelijk een oplossing af te dwingen zodat voor deze kabinetsperiode het tekort aan woningen daadkrachtig wordt aangepakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haersma Buma, Pechtold, Dijkhoff en Segers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 13 (35000).

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter, de afgelopen weken en ook dagen is er veel gesproken over het zogenaamde brede offensief om mensen met een arbeidshandicap aan het werk te helpen. Daarvoor is het behoud van de expertise en de infrastructuur van de SW-sector van groot belang. Ik dien daarover de volgende motie in. Ik heb in totaal drie moties. Ik geloof dat ik in mijn ganse politieke carrière nog niet zo veel moties in één debat heb ingediend, maar ze zijn dan ook niet gering.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de plaatsing van mensen in beschut werk te langzaam gaat en nog onvoldoende mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk komen;

constaterende dat SW-bedrijven van oudsher expertise hebben op het gebied van loonwaardemeting en het begeleiden en detacheren van mensen met een arbeidsbeperking;

overwegende dat meerdere partijen, waaronder de SER, advies hebben gegeven over de toekomst van de SW-sector;

van mening dat mensen met een arbeidsbeperking zo inclusief mogelijk moeten kunnen werken en dat bestaande expertise en infrastructuur niet afgedankt mogen worden;

verzoekt de regering om, rekening houdend met bestaande adviezen, te komen tot een uitwerking binnen het zogenaamde "brede offensief", waarin de infrastructuur en kennis van de SW-sector een duidelijke plaats hebben,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haersma Buma, Pechtold, Segers en Dijkhoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 14 (35000).

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter, ik heb ook gesproken over de grote opgave die wij allen hebben om de klimaatverandering tegen te gaan. Nederland zet ambitieuze stappen. Maar dat kunnen we alleen effectief met onze buren doen. Het antwoord van de premier stelt mij nog niet per se gerust, want de ambitie om die landen mee te krijgen, moet wat mij betreft omhoog. We kunnen 49% halen, we kunnen zelfs 55% halen, maar het moet wel samen. Een alleingang zou betekenen dat wij de problemen van andere landen oplossen. En Europa moet nog veel doen en dat gaat niet altijd snel. Terecht zegt de premier overigens dat hij niet altijd transparant kan zijn over wat andere landen doen. Ik zeg wel: Nederland is blijkbaar iets transparanter dan de buurlanden als het gaat om het halen van de klimaatdoelen. Ik zou in ieder geval willen zeggen, voor zover ik via de premier die andere landen kan toespreken: zo moeilijk is het toch niet om daar transparant over te zijn? Maar als we maatregelen kunnen afstemmen met andere landen, dan betekent dat, dat we ook in het nemen van eigen maatregelen veel makkelijker verder kunnen omdat we die dan met andere landen kúnnen afstemmen. Ik noem als voorbeeld een gezamenlijke minimumprijs voor CO2. Met name om ervoor te zorgen dat wij erachter komen wat andere landen gaan doen en wij samen die opgave aankunnen, dien ik de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland ambitieuze doelstellingen nastreeft voor de besparing van CO2 in 2030;

overwegende dat Nederland in Europa pleit voor een emissiereductie van 55% en anders streeft naar een kopgroep met gelijkgestemden zodat onze maatregelen effectief zijn en concurrentienadelen worden voorkomen;

verzoekt het kabinet per half jaar aan de Kamer te rapporteren wat de stand van zaken is met betrekking tot het door de EU af te spreken klimaatdoel voor 2030;

verzoekt het kabinet voorts halfjaarlijks te rapporteren welke gelijkgestemde Noordwest-Europese landen wel of niet bereid zijn in een kopgroep de Nederlandse CO2-reductieambitie te volgen;

verzoekt de regering vervolgens de eerste rapportage uiterlijk voor de begrotingsbehandeling EZK aan de Kamer te overleggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haersma Buma en Pechtold. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 15 (35000).

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Meneer Pechtold heeft bij zijn ondertekening overigens niet gezien dat er in de oorspronkelijke tekst van de motie nog een schrijffout zat, want één keer ontbrak het woord "dat". Maar dat heb ik er alsnog ingezet. Ik hoop dat zijn handtekening desondanks blijft staan. Ik zie dat dat het geval is. Mooi.

Voorzitter, tot slot. De begroting voor 2019 is een stap op weg naar het in de eerste termijn door mij voorziene jubileumjaar 2039. Ik zou zeggen: begin alvast maar met de voorbereidingen. Met deze begroting zetten wij een betere toekomst in de grondverf. Het is aan ons om nu en in het komende jaar de goede keuzes te maken voor de komende twintig jaar.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Marijnissen namens de SP.

Mevrouw Marijnissen (SP):

Voorzitter. Ik heb mijn best gedaan vandaag, maar wel met buikpijn. Toen ik woensdag op deze plek stond, sprak ik over mijn trotse stad Oss. Wie in deze zaal had toen kunnen vermoeden dat slechts een paar uur later diezelfde stad getroffen zou worden door zo'n ongelofelijk groot verdriet? 4 jaar, 4 jaar, 6 jaar en 8 jaar. Dat zijn de leeftijden van de kinderen die donderdagochtend abrupt van hun toekomstplannen en toekomstdromen werden beroofd. Oss huilt. Het verdriet van de ouders, de opa's, oma's, broertjes, zusjes en klasgenootjes wordt door iedereen gevoeld. Klasgenootjes van de vier overleden kinderen van basisschool De Korenaer, de school bij mij om de hoek. Ossenaren zoeken elkaar op, zoeken troost en zoeken steun. Heel Oss heeft buikpijn en ik denk dat dat nog wel even zal duren. Ik hoorde velen van u zeggen dat toen u gisteren thuis kwam, u uw kinderen net even wat langer heeft vastgehouden. Dat is fijn. Elkaar vasthouden is slechts wat we nu kunnen doen. Ik wens alle betrokkenen heel veel sterkte.

Voorzitter, met buikpijn ga ik verder met waar we in dit debat zijn gebleven: de Algemene Beschouwingen waarin we spreken over de toekomst van ons land. We spraken lang over het afschaffen van de dividendbelasting. De woede daarover is groot, en terecht. Jarenlang werd de samenleving verteld dat er zo weinig mogelijk was. Jarenlang kregen mensen te horen dat het nu eenmaal crisis was. En nu gaat het beter, maar zes op de tien mensen zeggen dat ze nog helemaal niet merken dat de crisis voorbij is. Maar de buitenlandse aandeelhouders staan vooraan in de rij om de miljardencadeaus te ontvangen. En waarom? Niemand die het snapt, niemand die het uit kan leggen. Ook vandaag waren we weer getuige van de zoveelste aflevering van een nu al een jaar durend dividenddebacle. Hoe hard de minister-president ook uitlegt dat we zijn vezels maar moeten vertrouwen, de tegenstand tegen dit miljardencadeau groeit net zo snel als het vertrouwen in dit kabinet daalt. Maar ik voorspel u, dit zal niet standhouden. Vroeg of laat verslikt u zich in een van die meloenen, simpelweg omdat rechtvaardigheid het uiteindelijk altijd zal winnen van cynisme.

Voorzitter. Ik vond het ook wel schrijnend om te zien: het gemak waarmee de premier miljarden cadeau doet aan buitenlandse aandeelhouders en de moeite die het hem vervolgens kost om de grote problemen in de publieke sector te erkennen. De mensen die er dag in, dag uit werken, weten toch echt waarover ze spreken. Zij stellen dat de publieke sector in de fik staat. Maar volgens de premier valt dat toch allemaal wel mee. Te weinig erkenning van de schade die de tientallen miljarden die werden bezuinigd hebben aangericht. Nog steeds het heilige geloof dat de markt alles beter maakt. En elke dag merken de leraren, de zorgmedewerkers, de agenten, de postbodes en al die anderen de gevolgen: te weinig collega's, te hoge werkdruk, een gekmakende bureaucratie en een enorme managersmacht. En ondertussen vragen steeds meer mensen zich af: welke kant gaat het op met de samenleving, is de overheid er nog wel als hoeder van ons algemeen belang?

Voorzitter. Het is tijd om te kiezen voor rechtvaardigheid. Daarbij zullen wij elke samenwerking aangaan die dat dichterbij brengt. Ik noemde woensdag al even het tijdelijke — ik denk echt tijdelijke — verbond met Hans de Boer van VNO-NCW. Want als zo veel mensen met een arbeidsbeperking thuis zitten terwijl ze heel graag willen werken, gaat er toch echt iets goed mis. Het is toch een kwestie van beschaving om ervoor te zorgen dat ook deze mensen aan het werk komen? Daarom vandaag de oproep die ik met Hans de Boer deed — ik heb inmiddels namelijk het idee dat dat mijn kansen bij de premier sterk vergroot — in de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit recent SCP-onderzoek blijkt dat na invoering van de Participatiewet de baankansen voor mensen met een beperking fors zijn gedaald;

overwegende dat de SER in 2016 een verkenning heeft uitgebracht over de toekomst van de sociale werkvoorziening;

verzoekt de regering in lijn met de SER-verkenning een plan van aanpak te maken voor een nieuwe sociale werkvoorziening,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Marijnissen, Asscher, Klaver, Krol, Thieme, Kuzu en Wilders.

Zij krijgt nr. 16 (35000).

Mevrouw Marijnissen (SP):

Voorzitter. Na jaren van sociale achteruitgang is het tijd om de vooruitgang te bevechten. En dat zullen wij doen, binnen en buiten deze zaal. Voor een land waar de lassers, de bouwvakkers en de verpleegkundigen op tijd kunnen stoppen met werken. Een land waar de politieagenten, de postbodes en de leraren een fatsoenlijk loon en een lagere werkdruk krijgen. Een land waar de jeugdzorgmedewerkers kinderen gewoon de zorg kunnen geven die nodig is. Een land waar permanente onzekerheid niet het nieuwe normaal is geworden voor onze jongeren. Een land waar de rekening van de vervuiling ligt waar die hoort, namelijk bij de vervuilers. Een land waar we niet alleen koersen op aandeelhouders, maar waar we kiezen voor het algemeen belang.

Voorzitter. Ik weet dat sommigen in deze zaal het allemaal heel radicaal vinden klinken, maar ik vind het niet meer dan normaal.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Pechtold namens D66.

De heer Pechtold (D66):

Mevrouw de voorzitter, u en de minister-president hebben warme woorden van medeleven gesproken over de slachtoffers en de nabestaanden in Oss. Dat is door mijn fractie zeer gewaardeerd. Wij sluiten ons daar ook van harte bij aan.

Voorzitter. Zo'n rustdagje — het is er één — tussen de Algemene Beschouwingen is soms best aangenaam. Wie weet moeten we het eens evalueren om de minister-president tussendoor even naar het buitenland te sturen. Dan kan hij de motie-Buma/Pechtold jaarlijks in ieder geval op die dag eventjes actualiseren.

Voorzitter. Een echte rustdag was het natuurlijk niet, al helemaal niet voor de premier, want hij zat gisteren inderdaad in Salzburg, waar de brexit op het programma stond. Maar de brexit is niet de enige bedreiging voor Europa op dit moment. Ook Orbán vraagt serieus onze aandacht. De situaties in Engeland en Hongarije zijn cruciaal voor onze economie en onze waarden in de Europese Unie. Daarom verwacht ik niet alleen dat deze premier op beide dossiers de Kamer goed blijft informeren, maar ook dat hij beide dossiers in de goede richting beweegt en dat hij zich niet verschuilt achter makkelijke meerderheden of grote landen. Ik verwacht een zelfbewuste opstelling met ons eigen pro-Europese verhaal.

Een andere Europese uitdaging is de klimaatcrisis. Daar is de afgelopen dagen zeer terecht veel over gezegd en goed over gesproken. De premier is helder over het streven naar de 55% reductie CO2, samen met de ons omringende landen, maar D66 wil wel kunnen volgen welke afspraken en ontwikkelingen er in Europa plaatsvinden. De premier lijkt zich — maar misschien heeft hij daar nog een tweede termijn voor nodig — wat te verschuilen achter de brede schouders van Frankrijk. Daarom zojuist ook inderdaad de motie met de heer Buma.

Voorzitter. Ik heb woensdag ook wat andere punten aangestipt in mijn inbreng in eerste termijn, zoals het belang van onafhankelijke journalistiek. Ik sprak er al even met de premier over. Het werd ook nog eens bij hem benadrukt, maar het toekomstbeeld blijft onzeker. Daarom heb ik de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet wil bijdragen aan een stevige publieke omroep om in een snel veranderende internationale omgeving onafhankelijke en kwalitatief goede media te waarborgen;

overwegende dat door tegenvallende Ster-inkomsten de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) de komende jaren dreigt te worden geconfronteerd met een lager budget;

overwegende dat het van belang is dat de NPO eerst een plan opstelt hoe hij de tegenvallende reclame-inkomsten de komende jaren kan opvangen en hoe hij bij kan dragen aan het herstel van de Algemene Mediareserve, op een wijze waarbij de programmering — in het bijzonder de journalistieke kerntaak — zo veel mogelijk wordt ontzien en waarbij hij transparantie betracht over de kosten op het niveau van kerntaak, genre, de organisatie en externe inhuur;

voorts overwegende dat deze ontwikkelingen een fundamentele bezinning op een toekomstbestendige publieke omroep noodzakelijk maken;

verzoekt de regering om, nadat de NPO een plan heeft gepresenteerd dat rekening houdt met bovenstaande overwegingen, te komen tot een voorstel voor de korte termijn waarin de tegenvallende reclame-inkomsten voor 2019 tot een maximum van 40 miljoen euro worden gecompenseerd en de Kamer hier inclusief budgettaire dekking vóór de behandeling van de Mediabegroting over te informeren;

verzoekt de regering voorts om richting de nieuwe concessieperiode in overleg met betrokken partijen te komen tot een voorstel voor een toekomstbestendig publiek omroepbestel,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Pechtold, Segers, Van Haersma Buma en Dijkhoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 17 (35000).

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. In mijn eerste termijn had ik het over de toegankelijkheid van de overheid. Op welke manier en waarover communiceren ze, en hoe kunnen ze meer mensen erbij betrekken? Een van de mogelijkheden die ik daarvoor zie, is communiceren in begrijpelijke taal. De minister-president gaf al aan dat dat breed wordt opgepakt, maar samen met de collega's Segers en Buma doe ik dat graag in een nog concreter voorstel. Dat is de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat communicatie vanuit de overheid voor iedereen begrijpelijk en toegankelijk moet zijn;

overwegende dat de rijksoverheid nu B1-niveau aanhoudt voor de websites, maar niet voor documenten;

verzoekt de regering belangrijke documenten, zoals de rijksbegroting, uit te brengen in een versie in begrijpelijke taal, bijvoorbeeld op 2F-taalniveau,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Pechtold, Segers en Van Haersma Buma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 18 (35000).

De heer Pechtold (D66):

Ik wens het kabinet er veel succes mee om in begrijpelijke taal B1 en 2F uit te leggen.

Voorzitter. Dit kabinet is nu een jaar bezig en komt aardig op stoom. Er moet nog veel gebeuren; dat hebben we ook deze dagen gehoord. Veel zaken komen bij de begrotingen terug. Ik vertrouw erop dat in ieder geval mijn fractiegenoten dit kabinet daarop scherp zullen volgen. In een jaar van Europese verkiezingen waarin nationalistische en populistische partijen ons zullen tarten met holle fratsen is dit een opdracht voor het hele kabinet: laat zien dat je er voor alle Nederlanders bent. Maak vaart. Lever mooie resultaten en blijf vooral ambitieus. Of het nu gaat om ons klimaat, Europa of de kansen voor ieder kind, we zullen het samen moeten doen voor een volgende generatie.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Asscher namens de PvdA.

De heer Asscher (PvdA):

Voorzitter. Ik wil graag zeggen dat u, de premier en de andere collega's hele mooie woorden hebben gesproken over de vreselijke gebeurtenissen van gisteren, waar ik me heel graag bij aansluit.

Voorzitter. Dit debat stond voor de Partij van de Arbeid in het teken van de vraag of deze coalitie ertoe in staat zou zijn om ook te luisteren en de koers bij te stellen. Ik begon daar niet alleen verzoeningsgezind aan, maar ook heel optimistisch, heel optimistisch. Dat komt doordat, toen we in die warme Ridderzaal zaten, onze koning aan het einde van de troonrede verwees naar het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck, dat eigenlijk zonder meerderheid aan de klus begon. Ik keek om me heen en dacht: dit is een sensatie, wat hier gebeurt; dit is een aankondiging. Ik dacht: hier gaat iets groots gebeuren. Want we weten allemaal wat dat eigenlijk inhield. Na de vergissing van Troelstra, de mislukte revolutie, loodste het kabinet-Ruijs de Beerenbrouck 99 jaar geleden de eerste Arbeidswet unaniem door onze Kamer. Dat was een soort Wet werk en zekerheid. Daarin zaten de achturige werkdag en de 45-urige werkweek. Toen die wet werd aangenomen, was de sensatie zo groot dat de socialisten, ons linkse vak, gingen staan en de Achturenmars aanhieven. Dat leidde tot een reactie van rechts, de voorgangers van Buma. Die gingen staan en hieven het Wilhelmus aan. Hoe mooi is dat? Dat deden ze omdat ze trots waren dat het beleid werd bijgesteld in socialistische, progressieve richting. Dat was ook nodig, want er waren noden onder het volk. Het was ook niet het enige wat ze deden. Er kwamen verbeteringen in de pensioenen, de oudedagsvoorziening. Er kwam betere volkshuisvesting. Er kwam beter onderwijs. Het was dit kabinet dat voor het eerst een minister van Onderwijs aanstelde. Ruijs de Beerenbrouck deed Binnenlandse Zaken daar gewoon bij.

Voorzitter. Die premier werd "de rode jonker" genoemd. U snapt: toen ik vandaag deze premier hoorde, maakte een lichte teleurstelling zich van mij meester. Geen rode jonker, een routineuze Rutte, die rakelings langs de afgronden van de arrogantie scheerde, toen hij de meeste passie in het debat aan de dag legde voor het verdedigen van wat hij zelf "een bizarre maatregel" noemde. Dat klopte wel; ik heb het over het afschaffen van de dividendbelasting. Nog steeds is er één iemand die daarin gelooft; hij zit daar. En nog steeds worden wij geacht onder dreiging van aandeelhoudersvergaderingen daarmee in te stemmen; 2 miljard euro.

Voorzitter. Onze inzet was, is en blijft het bijsturen van het beleid tot een vrolijker, positiever en optimistischer beeld, want ook nu zijn er noden die niet gezien worden. Ook nu zijn er kinderen die zonder ontbijt op school komen. Ook nu zijn er leraren die niets liever willen dan goed onderwijs geven maar die dreigen af te knappen onder stress, onder druk. Ook nu zijn er mensen die geen betaalbare fijne woning kunnen vinden. Daar hoort onze aandacht naar uit te gaan. Daar hoort ons geld aan besteed te worden. Als we dat doen en als we zorgen dat ieder mens zeker is van zijn bestaan, dan komt er pas ruimte voor vooruitgang. Dan komt er pas optimisme. Dan durven we weer te ondernemen, zou ik willen zeggen in de richting van dit kabinet.

Als ik dan zie hoe er gereageerd werd, niet alleen op de voorstellen van de Partij van de Arbeid maar ook op voorstellen van Jesse Klaver, Lilian Marijnissen en andere collega's die in die richting gingen — Geert Wilders hield een aansprekend betoog over hoe koopkracht beter kan worden verdeeld — dan was het antwoord eigenlijk steeds zoals Pechtold dat op de eerste dag deed, namelijk drie letters: nee.

Voorzitter. Ik begrijp die keuze niet. Ik vind dat on-Nederlands. Ik heb zelf ervaren dat plannen er beter van worden als je samenwerkt met de oppositie. Daar heb ik niks van gemerkt. Het kan zijn dat het te moeilijk was en dat jullie met z'n vieren daar niet aan toe zijn, maar het moet wel gebeuren. Die plannen moeten beter, want wat we nu zien, is toch een coalitie die elkaar vasthoudt maar met z'n zesenzeventigen wel doormarcheert op de maat van de aandelenbeurzen in die doodlopende steeg.

Maar het is nog niet te laat. Ik heb een aantal moties. De eerste motie gaat over zeker zijn van een goede leraar.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ieder kind moet kunnen rekenen op een goede leraar voor de klas;

constaterende dat een kwart van de basisscholen een tekort aan leraren heeft;

van mening dat het werk van leraren in het basis- en voortgezet onderwijs even belangrijk is;

verzoekt de regering bij de begroting van OCW met voorstellen te komen om de lonen in het basisonderwijs op termijn gelijk te trekken met de lonen in het voortgezet onderwijs en in 2019 een volgende stap te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Asscher, Marijnissen, Klaver, Kuzu en Thieme.

Zij krijgt nr. 19 (35000).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er weer sprake is van woningnood;

overwegende dat de aftrekmogelijkheden in de verhuurderheffing zijn uitgeput;

overwegende dat daardoor minder geïnvesteerd kan worden in krimpgebieden en in betaalbare huurwoningen;

verzoekt de regering te bezien hoe de investeringen in betaalbare huurwoningen en krimpgebieden op peil gehouden kunnen worden en de Tweede Kamer hier voor de begrotingsbehandeling Wonen over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Asscher, Van Haersma Buma en Segers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 20 (35000).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat je zeker moet kunnen zijn van een betaalbare woning;

constaterende dat steeds meer huurders nauwelijks kunnen rondkomen en betalingsproblemen hebben;

verzoekt de regering de bezuiniging op de huurtoeslag te heroverwegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Asscher, Klaver, Marijnissen en Wilders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 21 (35000).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat arbeidsongeschiktheid iedereen kan overkomen;

van mening dat je moet kunnen rekenen op een fatsoenlijk vangnet;

verzoekt de regering de bezuiniging van 250 miljoen op arbeidsongeschikten te schrappen en in overleg met sociale partners en het parlement met betere maatregelen te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Asscher. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 22 (35000).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat leerbanen momenteel plek bieden aan ruim 100.000 mbo-leerlingen;

overwegende dat leerbanen een leven lang verschil kunnen maken in het leven van jongeren die kunnen leren én werken als monteur, verpleegkundige of lasser;

overwegende dat werkgevers, mbo'ers en de samenleving hard geraakt worden als dit soort leerbanen verdwijnen;

verzoekt de regering af te zien van de korting op leerbanen van 19,5 miljoen, die tienduizenden banen kan kosten;

verzoekt de regering tevens daartoe de begroting van OCW met 19,5 miljoen te verhogen en daarvoor dekking te zoeken en daarop terug te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Asscher, Marijnissen, Klaver, Kuzu, Thieme, Krol, Wilders, Dijkhoff, Van Haersma Buma, Pechtold, Segers, Van der Staaij en Baudet.

Zij krijgt nr. 23 (35000).

De heer Asscher (PvdA):

Over die laatste motie ben ik redelijk optimistisch. Dat is echt belangrijk voor de jongeren waarover het gaat.

Over die andere moties zou ik de coalitie het volgende willen meegeven. Die helpen stuk voor stuk. Ik ga de stemmingen nauwlettend volgen. Het zou prachtig zijn als we nu een begin maken met een samenwerking om een positiever, optimistisch verhaal te maken: meer geld naar de mensen, minder naar de multinationals. Ik realiseer me dat de coalitie iedere stemming kan winnen. Maar tegelijkertijd kan ze daarmee iedere steun verliezen.

Dank u wel.

De heer Pechtold (D66):

Ik kan me nog het volgende herinneren. Mevrouw Thieme en ik zaten toen ergens achterin, zij met twee zetels en ik met drie zetels. Het was mijn eerste begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer. Er was toen een kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie. We hadden toen die twee dagen gehad. De stemmingslijsten werden bij de PvdA-fractie uitgedeeld. Dat gebeurde heel snel. Ik kan me nog herinneren wat bovenaan stond, want we zaten ernaast: "overal tegen". Dat gold voor 60 moties uit de oppositie, moties waaraan hard was gewerkt en waarmee was geprobeerd om het kabinet tot iets te krijgen. U heeft zelf al vastgesteld dat dat met de moties die u vandaag zelf indient, niet het geval is. En wie weet zit er meer in het vat. Maar ik doe wel een oproep aan de heer Asscher. "Uitgestoken handen" en "constructief", dat is niet alleen als het moet worden afgedwongen met zetels. U hebt het over onderwijs. In de vorige periode was het 650 miljoen: het was niet de PvdA en het was crisistijd, maar het kwam pas toen u de zetels van anderen nodig had. En dan de verhuurdersheffing. Ik kan me nog herinneren dat het 2,1 miljard was. Toen kwamen de constructieven en werd het 1,7 miljard. En vandaag zakt het verder. Dus ook wat betreft de woningbouw voor de mensen die echt een sociale huurwoning nodig hebben, hebben we het toen geregeld. Dus graag die symboliek overeind houden van die uitgestoken hand, maar wat mij betreft nooit meer onder leiding van de PvdA, die van "overal tegen".

De heer Asscher (PvdA):

Dank daarvoor. Míjn begin was anders. Ik heb twee dagen zitten zwijgen naast de premier. Dank dus aan alle bewindslieden die daar straks uit de stoelen moeten worden getakeld. Dat viel ook niet mee. Toen zag ik dat het bij de Algemene Beschouwingen één grote chaos werd. We moesten luisteren naar Pechtold, naar Slob toen nog en naar Van der Staaij. Daar hadden wij toen ook best moeite mee. Maar toch denk ik dat de plannen er beter van zijn geworden. Ik vind dat we dat ook ruiterlijk moeten toegeven. Als de trauma's uit uw verleden u er nu van zouden weerhouden om voor goede voorstellen te stemmen, bijvoorbeeld voor onderwijs, dan wil ik er in alle toonaarden excuses voor aanbieden: we hebben allerlei dingen verkeerd gedaan met elkaar. Maar we hebben nu wel een nieuw moment. Ik denk dat veel van uw leden in hun hart denken: ik zou het liever willen besteden aan woningen en onderwijs dan aan die rare dividendbelasting. Mijn oproep zou dus zijn: heb daar niet later spijt van, maar stem nu goed. Dan doen we met z'n allen iets moois vanavond.

De heer Pechtold (D66):

Het was toch serieuzer. Trauma's heb ik nergens aan overgehouden. Anders zou ik niet na twaalf jaar nog gewoon hier staan. Maar het is serieus, ook om de geloofwaardigheid van brede middenpartijen, die om de beurt verantwoordelijk nemen. Neem nou zo'n punt als het onderwijs. Ik heb dat in de afgelopen jaren echt geprobeerd met de PvdA, want volgens mij zitten we daar echt niet verschillend in. Maar u ging in uw rol van vicepremier akkoord met een loonsverhoging. Nu is er een loonsverhoging van 8,5% en zijn er bonussen, die ertoe leiden dat de docenten in het basisonderwijs ook echt wat krijgen. En dan gaat er ook nog bijna 0,5 miljard naar vermindering van de werkdruk, waardoor klassen kleiner kunnen, er conciërges zijn enzovoort. De ambities hier zijn altijd ongelooflijk. Maar als je uit een crisis komt, als de Raad van State zegt dat 6 miljard uitgeven eigenlijk al te veel is en economen dat ook zeggen en als de oppositie altijd roept dat het te weinig is — dat heb ook ik vaak gedaan — dan hebben we wel de gezamenlijke verantwoordelijkheid om de kerk een beetje in het midden te houden. Nogmaals, die uitgestoken hand moet niet van één kant komen. Maar veel belangrijker vind ik dat we geloofwaardig over onderwijs, huren en dat soort dingen praten. Ik vond u vandaag en woensdag op het randje.

De heer Asscher (PvdA):

Dank voor de recensie. Ik heb daar verder niet zo veel boodschap aan, want ik sta hier niet om een recensie van u te krijgen maar om dingen te bereiken. Volgens mij hebben we dat met elkaar gemeen. Ik ben ontzettend blij dat er extra geld is voor de leraren. Ik ben ontzettend blij dat er extra geld is om de werkdruk te bestrijden. Het is €30.000 per school. Dat is een halve fte om de werkdruk te bestrijden. Daar doen ze prachtige dingen mee. Is het daarmee opgelost? We weten allemaal dat dat niet zo is. Op die Erasmusbrug — Jesse Klaver was er ook — vertelden mensen verhalen, niet uit inhaligheid, dat ze meer moesten verdienen. Ik heb me gestoord aan het VVD-filmpje, waarin de vraag werd gesteld: moeten leraren nog meer verdienen? Ik zal geen litanie in de richting van de heer Dijkhoff herhalen, maar ik vond dat een ranzige vraag. Die leraren staan daar niet voor zichzelf te staken, maar voor onze kinderen. Zij realiseren zich dat, als die loonkloof blijft bestaan, er geen zijinstromers bij komen. Er is dus meer nodig. Ja, er is meer ambitie. Ik had niet gedacht dat ik dat tegen u zou moeten zeggen. Die ambitie is nodig. Laten we elkaar daarop vinden. Laten we de handen uitsteken, whatever, en laten we het gewoon doen. Volgens mij kan dat in deze periode.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter, een laatste keer. In de vorige periode moest het kabinet vijf jaar lang met een PvdA-minister ongelooflijk veel bezuinigen. Er is één begroting geweest waarop niet bezuinigd is en dat was Onderwijs. Ik heb in de vorige periode wel eens gezegd: volgens mij liggen er punaises op de stoel van de minister van Onderwijs. Sterker nog: toen u onze zetels nodig had, bleek dat er nog voor 650 miljoen extra naartoe kon. Het was de tijd waarin de PvdA hier in de Kamer riep: de volgende keer gaan we 10 miljard extra naar het onderwijs brengen. Grote plannen werden gepresenteerd. En toen puntje bij paaltje kwam, heeft u niet in uw verkiezingsprogramma opgeschreven dat er geld moest naar de leraren. Daar kwam u mee toen u demissionair was en er onderhandeld werd. En het werd u gegund. Weet u waarom? Omdat ik namelijk geen coalitie, oppositie, demissionair of wat dan ook nodig heb om te zorgen voor het onderwijs. Maar nu gaat u weer mee in de beelden dat het in de fik staat en dat je verhalen hoort. U heeft vijf jaar lang een minister van Onderwijs gehad die daar iets aan had kunnen doen en die het kon doen dankzij de oppositie, de uitgestoken hand van onze kant. En nogmaals: nu gaat er nog veel meer geld heen. 2 miljard had de PvdA niet eens in zijn verkiezingsprogramma staan. Het gaat er nu naartoe op tal van gebieden van het onderwijs. Nogmaals: als u dat op 2 oktober gaat staan vertellen — ik heb het mevrouw Marijnissen ook gezegd — kom ik er graag tussen staan.

De heer Asscher (PvdA):

Ik begrijp echt absoluut niet waarom de heer Pechtold zo reageert. In de eerste plaats hadden wij als enige in ons verkiezingsprogramma wel degelijk geld voor de salarissen in primair en voortgezet onderwijs: allebei 400 miljoen. Ten tweede hadden we de loonkloof niet geagendeerd. Dat is daarna gedaan door de docenten zelf, PO in actie. Ik steun dat. Ten derde: we hadden een groot bedrag staan voor onderwijs in het verkiezingsprogramma, maar hou op over die verkiezingsprogramma's. De cijfers zijn nu al weer veel beter dan toen.

De voorzitter:

Nee, nee.

De heer Asscher (PvdA):

De heer Rutte heeft ook heimwee naar die oude tijd, net als de heer Pechtold, ik merk het. Die verdedigt nu een coalitie. Dat is even wennen.

Ik heb me gestoord aan dat pedante toontje richting mevrouw Marijnissen gisteren toen u zei: ik ga wel mee naar die demonstraties en dan zal ik vertellen wat de feiten zijn. Ik reken erop dat u er bent. Ik zal u precies zeggen wat we dan gaan doen. We gaan vertellen of er wel of niet meer ambitie nodig is. En dan weet ik zeker dat u in uw hart vindt dat dat zo is. Ik zou hier echt de uitnodiging willen doen: hou op met dat ... Hoeveel complimenten wilt u eigenlijk hebben over de vorige periode? Ja, het was dankzij D66 dat er extra geld kwam voor het onderwijs. Zullen we dan nu als D66 en PvdA zorgen dat we die loonkloof gaan inlopen? Zou dat niet een mooiere uitkomst zijn dan dit gedoe?

De heer Pechtold (D66):

De totaalverantwoordelijkheid, die ook de heer Asscher voelt, betekent dat je dat niet alleen doet in het basisonderwijs, maar dat nu ook het mbo er 7% bij krijgt in de cao en dat we ook rekening houden met wat er bij de politie gebeurt. Daar gaat ook 8% naartoe. We moeten ook rekening houden met wat er in de rest van de samenleving gebeurt. We moeten als politiek niet roepen dat er in de private sector zomaar wat bij kan, al vinden we allemaal een looneis van 5% hartstikke goed. Het gaat me erom hoe gemakkelijk het soms is om op gevoelens van groepen mee te surfen en te doen alsof het altijd te weinig is. Graag werk ik samen, graag ben ik op welke manifestatie dan ook. Ik heb zelf ook een paar keer een rolverandering moeten doen tijdens de jaren die ik hier rondliep, maar ik vind dat die wel geloofwaardig moet zijn. Op het gebied van onderwijs staan D66, PvdA en veel partijen op de inhoud gelijk naast elkaar, maar het gaat erom of je de ander elke keer de maat neemt dat het te weinig is, of dat je samen laat zien dat je belangrijke stappen zet. Dat hebben we gedaan, dat zullen we doen en dat blijven we doen.

De heer Asscher (PvdA):

Ik zal het onthouden: we moeten elkaar niet de maat nemen. Hartstikke goed. Kijk, ik denk dat waar die docenten het over hebben, niet gevoelens zijn. Ik denk dat zij zich enorme zorgen maken over hun vak en over de toekomst van de kinderen. Als zo'n directeur tegen mij zegt: "we zijn onze toekomst aan het verkwanselen", dan neem ik dat bloedserieus. Ik ben echt niet zo makkelijk om te zeggen "dat komt door die of door die" of "dat lossen we even op." Dat heb ik hier ook helemaal niet bepleit. Ik heb alleen gezegd dat als je met elkaar uitspreekt dat je dat moet inlopen, zoals Van der Staaij dat ooit deed met Defensie, dat je dan weet dat je voor de komende jaren de mogelijkheid opbouwt dat bijvoorbeeld een D66-minister, samen met Slob, daarover goed kan onderhandelen.

Ik begrijp niet zo goed waarom daar zo op gereageerd wordt, integendeel. Ik had misschien wel gehoopt dat u daaraan mee zou kunnen doen. Maar ik ben een optimistisch mens en dit is niet het laatste debat dat we voeren. Er valt zoveel te verbeteren aan deze begroting — u hoort nog wel meer van ons.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Segers, namens de ChristenUnie.

De heer Segers (ChristenUnie):

Mevrouw de voorzitter. Bij het zien van het verdriet van Oss leven we mee. Dank voor uw mooie woorden en ook voor de woorden van de minister-president. Dan voelen we ons allemaal even vooral vader, moeder, broer of zus, opa en oma, oom, tante. In ieder geval: onze gedachten en gebeden zijn bij de mensen die heel veel verdriet hebben in Oss.

Mevrouw de voorzitter. Ik wil allereerst de minister-president danken voor de uitgebreide beantwoording. In mijn bijdrage in eerste termijn heb ik aandacht gevraagd voor het overbruggen van kloven in onze samenleving. "Het kan nog zo goed gaan met onze economie, als veel mensen achterblijven is uiteindelijk de samenleving de dupe." Dat is een zin rechtstreeks uit het regeerakkoord. Dit kabinet heeft zich voorgenomen om tegenstellingen kleiner te maken en kloven aan te pakken. Aan die missie zal ik het kabinet steeds blijven herinneren.

Daarom is het van belang dat we segregatie tegengaan. Dat doen we door ruimte te geven aan groepen die elkaar nooit ontmoeten, om ze bij elkaar te brengen. Dit gebeurt nu al op kerkplein en sportveld. Daar waar we woensdag begonnen met het plan van collega Dijkhoff, daar eindigden we met "verheffing", een heel mooi begrip, en een gloedvolle verdediging van de minister-president van de maatschappelijke diensttijd, ook voor het inzetten van dat middel om mensen bij elkaar te brengen. Dank daarvoor. Dat is een hoopvol initiatief dat eraan bijdraagt dat jongeren uit verschillende lagen van de bevolking in contact komen met elkaar en met anderen. En daar wordt die samenleving beter van.

Ook de NPO, de publieke omroep, is zo'n plein waar mensen bij elkaar komen. Om dat ook vitaal te houden heb ik van harte de motie van collega Pechtold ondertekend.

Voor een sterke samenleving is het ook van belang dat we werk blijven maken van eigenaarschap en zeggenschap; dat mensen echt zeggenschap hebben over publieke voorzieningen, over hun leefomgeving, energievoorziening en dus ook omroepen. De toezeggingen op dat vlak zijn van belang en daar dank ik de minister-president voor.

De ChristenUnie vindt dat de overheid ruim baan moet blijven geven aan die initiatieven. Waar de samenleving het beter kan dan de overheid of de markt, daar moeten we burgerinitiatieven makkelijker maken en zelfs aanmoedigen. Om dat te onderstrepen heb ik de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat burgers via burgerinitiatieven en coöperaties zeggenschap willen hebben over en betrokken willen zijn bij belangrijke thema's in hun eigen woon- en leefomgeving, zoals leefbaarheid, zorg, wonen, energie, duurzaamheid en voedsel;

overwegende dat in het regeerakkoord ruimte wordt gegeven aan het right to challenge en experimenten met het recht op overname voor de uitvoering van collectieve voorzieningen;

verzoekt de regering voor het einde van dit jaar een uitwerking van de right-to-challengeregeling en het experiment voor recht op overname naar de Kamer te sturen;

verzoekt de regering tevens in overleg met gemeenten concrete maatregelen te nemen om burgerinitiatieven in relatie tot de genoemde thema's te bevorderen, en de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Segers, Pechtold, Van Haersma Buma en Dijkhoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 24 (35000).

De heer Segers (ChristenUnie):

Mevrouw de voorzitter. In mijn bijdrage woensdag heb ik ook stilgestaan bij de groep jongeren die achterblijven, jongeren met schulden of met minder baankansen dan de rest, jongeren in armoede. Deze groep mogen we niet opgeven, maar moeten we juist ondersteunen. Met het oog daarop heb ik de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat extra aandacht wenselijk is voor de ondersteuning van kwetsbare mensen op het terrein van armoede en schuldhulpverlening;

overwegende dat een extra impuls gewenst is voor het samenwerkingsverband van partijen die zich inzetten voor bestrijding van armoede onder kinderen;

overwegende dat vrijwilligersorganisaties een belangrijke rol spelen in de schuldhulpverlening;

overwegende dat het hebben van een duurzame baan een belangrijke bijdrage kan leveren aan het tegengaan van armoede en schulden;

verzoekt de regering eenmalig 25 miljoen euro in 2018 beschikbaar te stellen voor ondersteuning van kwetsbare mensen, waarvan 4 miljoen voor bestrijding van armoede onder kinderen, 4 miljoen voor dienstverlening door vrijwilligersorganisaties op het terrein van schulden en 17 miljoen voor het creëren van baankansen voor kwetsbare jongeren uit het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs;

verzoekt de regering de dekking hiervoor te vinden door in eerste instantie gebruik te maken van de onderrealisatie van de sectorplannen, waarover de Kamer in de laatste voortgangsbrief is geïnformeerd, en van overige beleidsondersteunende budgetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Segers, Dijkhoff, Van Haersma Buma en Pechtold. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 25 (35000).

De heer Segers (ChristenUnie):

Mevrouw de voorzitter. Een sterke samenleving kenmerkt zich door zeggenschap en eigenaarschap, door het omzien naar elkaar en verantwoordelijkheid nemen voor je leefomgeving. Dat geldt ook voor het klimaat. Er ligt nu een ambitieuze Klimaatwet, breed ondertekend. Een uitgestoken hand, over en weer. Nu moeten we het hebben van een ambitieus klimaatakkoord, waarin ons land laat zien dat we de uitdagingen die op ons afkomen, serieus nemen. Daar moeten we hard aan werken. Ik wil de minister-president vragen en aansporen om ook in Europa vooraan te blijven lopen en andere landen daarin mee te nemen.

Mevrouw de voorzitter. Ik heb de minister-president ook gevraagd naar de situatie op Lesbos en de andere Griekse eilanden. Ik weet niet of het aan mijn vraag heeft gelegen of aan zijn inzet op de Europese top van gisteren, maar vanavond kwam het nieuws dat Griekenland actie onderneemt. Dat is goed nieuws, maar de vraag is hoe wij kunnen blijven assisteren om mensonterende situaties op Lesbos en de andere eilanden tegen te gaan.

Mevrouw de voorzitter, helemaal tot slot. Ik wil de leden van het kabinet, die we hier twee dagen lang te gast hadden, bedanken. Ik wil hun succes wensen bij de begrotingsbehandelingen, net als veel zegen bij hun werk het komend jaar.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Thieme namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. Ook ik wil allereerst ons diepe medeleven betuigen aan de ouders, broers, zussen, opa's en oma's, de machinist en alle Ossenaren. We wensen hun heel veel sterkte en liefde toe. Dramatische gebeurtenissen als deze laten ook de betrekkelijkheid zien van de onderwerpen die we vandaag bespreken.

Voorzitter. De minister-president heeft een- en andermaal aangegeven niet van zijn bizarre voornemen terug te willen komen om een miljardencadeau te geven aan buitenlandse aandeelhouders van multinationals. Geen leervermogen, geen gewetenswroeging, niet voor rede vatbaar. Rutte III houdt ons ingebeelde gevaren voor, die verdere neoliberalisering van ons belastingstelsel noodzakelijk zouden maken. Voldongenfeitenpolitiek, afgedwongen door een coalitiediscipline die geen ruimte laat voor gezond verstand.

Het is, voorzitter, een brevet van politiek onvermogen dat het kabinet, na zes jaar zware financiële offers van burgers te hebben gevraagd, zwicht voor de loze dreigementen van multinationals en hun zonder discussie de sleutels van de schatkist overhandigt. Een kabinet voor mensen, dier en natuur, een kabinet van sociale rechtvaardigheid had voet bij stuk gehouden. Zo niet Rutte III, een kabinet van, voor en door multinationals.

Heel anders stelt het kabinet zich op als het gaat om de echte gevaren die ons bedreigen, de gevaren van klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, klimaatvluchtelingen, armoede en de groeiende ongelijkheden in de wereld. In plaats van de weg in te slaan naar een radicale systeemverandering, die volgens experts noodzakelijk is, doet het kabinet aan doorschuiven en afschuiven. In plaats van te dromen over een echte circulaire economie en Nederland van het vieste jongetje van de klas te bevorderen tot een duurzaamheidsvoorbeeld voor de rest van de wereld, laat het kabinet zich gijzelen door gevestigde belangen van multinationals, van de landbouwlobby, door de uitwerking van klimaatdoelen af te schuiven naar klimaattafels waar het bedrijfsleven volop vertegenwoordigd is, Shell en de landbouwlobby voorop, waardoor je als burger eigenlijk maar één ding zeker weet: we mogen voor de kosten opdraaien, als ze al niet worden doorgeschoven naar onze kleinkinderen en achterkleinkinderen.

Voorzitter. We hadden liever gezien dat dit kabinet de regie had genomen in het klimaatbeleid, dat het beslissingen daarover niet had doorgeschoven naar kortetermijndenkers die er geen belang bij hebben, en dat het de kosten ervan niet had afgeschoven op toekomstige generaties. We hadden liever gezien dat de mooie woorden die D66 en de ChristenUnie ook tijdens dit debat aan klimaat wijden, de kern van het klimaatbeleid zouden zijn geweest, zoals ook samengevat in het Terlouwmanifest. Het heeft niet zo mogen zijn.

Om het kabinet te helpen de ecologische schade van de fixatie op groei, groei en nog eens groei enigszins te beperken en het bezoedelde imago van dit kabinet tenminste nog een beetje te vergroenen, heb ik drie moties.

Voorzitter. Het kabinet maakt 75 miljoen euro vrij om ervoor te zorgen dat jonge boeren gemakkelijker een bedrijf kunnen overnemen en kunnen investeren in de toekomstbestendigheid ervan. Tenminste, dat lijkt zo. Gezien de duurzaamheidsopgave waar de landbouw voor staat, kunnen die overheidsinvesteringen in de landbouw in deze tijd niet meer losstaan van een noodzakelijke verduurzamingsslag. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering 75 miljoen euro uittrekt voor een bedrijfsovernamefonds voor jonge boeren;

overwegende dat het kabinet schrijft dat het niet langer zo mag zijn dat de landbouw de biodiversiteit onder druk zet;

verzoekt de regering om aan het toekennen van middelen uit het bedrijfsovernamefonds voor de landbouw de voorwaarde te koppelen dat het over te nemen bedrijf een vorm van landbouw betreft die de biodiversiteit niet onder druk zet, dan wel wordt omgeschakeld naar dit type landbouw,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thieme, Klaver, Marijnissen, Asscher en Kuzu.

Zij krijgt nr. 26 (35000).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. Een van de grote gemiste kansen van dit kabinet is dat de verhoging van de btw niet is gebruikt om duurzame consumptie goedkoper te maken en niet-duurzame consumptie duurder. Door dit onderscheid niet te maken, is dit een ordinaire lastenverzwaring voor de burger, terwijl het "de vervuiler betaalt"-principe centraal zou moeten staan. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een algemene verhoging van de btw geen recht doet aan het "de vervuiler betaalt"-principe;

constaterende dat vlees het meest milieuvervuilende en klimaatonvriendelijke onderdeel is van ons voedselpakket;

verzoekt de regering af te zien van de algemene verhoging van het btw-tarief en in plaats daarvan de btw op vlees en zuivel te verhogen en die op groente en fruit te verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thieme en Klaver. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 27 (35000).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. Omdat ons landbouwsysteem decennialang gericht is op productie tegen zo laag mogelijke kosten met schaalvergroting en intensivering als gevolg, de bio-industrie, zijn we beland in een situatie dat het kabinet 200 miljoen euro belastinggeld moet uittrekken voor een warme sanering van de varkenshouderij in overbelaste gebieden. Nu blijkt uit de eerste uitwerking van dit plan dat de minister van Landbouw van dit bedrag ten minste 60 miljoen wil uitgeven aan nieuwe subsidies voor de varkenshouderij. Saneren is iets heel anders dan subsidiëren. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het regeerakkoord 200 miljoen euro is uitgetrokken voor een warme sanering van de varkenshouderij in belaste gebieden;

constaterende dat de minister van LNV slechts 120 miljoen euro wil besteden aan het daadwerkelijk uitkopen van varkenshouders (en dus het verminderen van het aantal varkens) en minstens 60 miljoen euro wil uitgeven aan nieuwe subsidies voor de varkenshouderij;

verzoekt de regering het volledige budget dat is gereserveerd voor de warme sanering van de varkenshouderij te besteden aan het daadwerkelijk saneren van de varkenshouderij,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Thieme, Klaver, Marijnissen, Asscher, Krol en Kuzu.

Zij krijgt nr. 28 (35000).

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. Ik rond af. We nemen een steeds groter voorschot op de toekomst. We mogen dat niet langer laten gebeuren. Volgend jaar, op 20 maart, kunnen we ervoor zorgen dat dit destructieve kabinet zijn meerderheid in de Eerste Kamer verliest; het belangrijkste signaal dat je als kiezer kunt afgeven. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Thieme. Dan geef ik nu het woord aan de heer Krol namens 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):

Dank u wel, voorzitter. We hebben gedebatteerd met de minister-president van de niet-nagekomen beloftes. De minister-president die graag met koopkrachtprognoses zwaait, maar schouderophalend reageert als ze niet blijken uit te komen. We hopen maar dat de mensen thuis een goed beeld hebben gekregen van wat de beloften van de premier waard zijn en wie waarvoor staan. Dat zou winst zijn, want voor hen doen we dit tenslotte. En reken maar dat de premier, dat dit kabinet en dat de coalitie hierop volgend jaar worden afgerekend.

Om nog eens te benadrukken waar 50PLUS voor staat, dien ik een aantal moties in. 50PLUS heeft al vaak aandacht gevraagd voor het functioneren van en het innen door de Belastingdienst. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staat van de Belastingdienst een van de grootste hoofdpijndossiers is van het vorige en het huidige kabinet;

overwegende dat de Belastingdienst zwaar is geraakt door opeenvolgende reorganisaties en bezuinigingsrondes;

overwegende dat het Centraal Planbureau nu zelfs heeft geconstateerd dat een intensivering in de Belastingdienst tot 500 miljoen euro zichzelf nog in hetzelfde jaar terug kan verdienen;

van mening dat het beter naleven van reeds bestaande belastingwetgeving en het verminderen van fouten bij de Belastingdienst geen belastingverhoging is;

verzoekt de regering volgend jaar extra middelen vrij te maken voor de Belastingdienst,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Krol, Asscher, Marijnissen, Klaver, Thieme en Kuzu.

Zij krijgt nr. 29 (35000).

De heer Krol (50PLUS):

In de eerste termijn is zeer uitgebreid gesproken over de afschaffing van de dividendbelasting. De argumenten van de minister-president hebben de fractie van 50PLUS andermaal niet kunnen overtuigen. Daarnaast hebben wij nog steeds procedurele bezwaren. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering aan het wetsvoorstel over het Belastingplan 2019 onder andere een separaat wetsvoorstel over het afschaffen van de dividendbelasting heeft gekoppeld;

constaterende dat de huidige minister van Financiën de indiener was van de aangenomen motie die tot doel had deze praktijken voor de toekomst uit te sluiten;

verzoekt de regering het afschaffen van de dividendbelasting alsnog in een apart wetsvoorstel voor te leggen aan de Tweede Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Krol, Asscher, Wilders, Klaver, Van der Staaij, Baudet, Thieme, Kuzu en Marijnissen.

Zij krijgt nr. 30 (35000).

De heer Krol (50PLUS):

En dan natuurlijk de pensioenen. Volgens sommige media is een akkoord aanstaande. Daar komen we vanzelfsprekend nog uitgebreid over te spreken, maar daarop vooruitlopend moeten we in elk geval één ding goed regelen. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het regeerakkoord is aangegeven dat het kabinet het collectief omzetten van bestaande aanspraken in persoonlijke pensioenvermogens wil faciliteren;

overwegende dat een pensioenakkoord aanstaande is;

verzoekt de regering het eigendomsrecht van bestaande pensioenaanspraken van werkenden en gepensioneerden, zoals vastgelegd in artikel 83 van de Pensioenwet, integraal te handhaven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 31 (35000).

De heer Krol (50PLUS):

De minister-president heeft toegegeven dat de koopkrachtontwikkeling voor een deel van de gepensioneerden geenszins een volledige compensatie is van datgene wat deze groep in de afgelopen jaren heeft moeten inleveren. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de geraamde koopkrachttoename over 2017 en 2018 voor gepensioneerden totaal niet is waargemaakt en zelfs fors in de min is geëindigd;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat er een dik verdiende inhaalslag terechtkomt in de portemonnee van gepensioneerden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Krol, Marijnissen, Wilders, Klaver, Kuzu en Baudet.

Zij krijgt nr. 32 (35000).

De heer Krol (50PLUS):

De laatste jaren is er veel gezegd over decentralisatie van overheidstaken naar gemeenten. Daar is veel ongelijkheid en onduidelijkheid voor de burgers voor in de plaats gekomen en dat moet écht anders. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er de afgelopen jaren veel taken en verantwoordelijkheden van het Rijk naar gemeenten zijn overgeheveld, bijvoorbeeld op het gebied van maatschappelijke ondersteuning of duurzaamheidsleningen;

overwegende dat gemeenten hierbij veel beleidsvrijheid hebben gekregen, waardoor er grote verschillen ontstaan waar inwoners aanspraak op kunnen maken;

overwegende dat dat onduidelijkheid en ongelijkheid met zich meebrengt, wat zeer onwenselijk is;

verzoekt de regering de bestaande en toekomstige decentralisaties van overheidstaken naar gemeenten in een duidelijk raamwerk te oormerken om vergaande ongelijkheid tussen gemeenten te voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Krol, Marijnissen, Thieme, Kuzu en Wilders.

Zij krijgt nr. 33 (35000).

De heer Krol (50PLUS):

Dan een motie over de politie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een eremedaille is voor uitzonderlijke prestaties van eenheidoverstijgend of landelijk belang, dan wel het op uitzonderlijke wijze verdienstelijk maken voor de politie;

overwegende dat een politieagent die grote moed toont bij de inzet dicht bij huis, in onze wijken en straten, eveneens bijzondere waardering verdient;

overwegende dat expliciete erkenning en waardering uiting geeft aan de dankbaarheid en het respect van de samenleving voor getoonde bijzondere inzet;

overwegende dat expliciete erkenning en waardering tevens bijdraagt aan de bevordering van de beroepstrots;

verzoekt de regering de bestaande mogelijkheden voor het uitreiken van een eremedaille breder te interpreteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 34 (35000).

De heer Krol (50PLUS):

Voorzitter. 50PLUS bedankt de minister-president voor zijn complimenten voor onze tegenbegroting. Aannemende dat die mening wordt gedeeld door een meerderheid in deze Kamer, dien ik tot slot deze motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om de tegenbegroting 2019 van 50PLUS integraal om te zetten in beleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 35 (35000).

De heer Krol (50PLUS):

En helemaal tot slot, mevrouw de voorzitter. Ik vind het moeilijk, maar ik wil nog even terugkomen op het drama van gisteren. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik gisteren echt met een knoop in mijn maag naar bed ben gegaan. Ik heb er geen woorden voor, maar ik dank u en de minister-president voor de warme woorden die u heeft gesproken.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Krol. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Staaij namens de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):

Mevrouw de voorzitter. Ik wil me allereerst van harte aansluiten bij alle warme woorden die zijn gesproken naar aanleiding van het aangrijpende ongeval in Oss. We denken aan alle mensen die hierdoor diep geraakt zijn en we bidden om troost in verdriet.

Voorzitter. Toen ik me naar voren spoedde, hoorde ik al even mompelen: krijgen we Salomo nu weer? Dat zal ik nu niet doen, want Salomo zei het al: de wijze kent tijd en wijze. Daarom wil ik me nu alleen maar beperken tot een aantal moties, twee moties die ik zelf wil indienen. Daarvoor sta ik nog kort stil bij één onderbelicht punt, één bijzonder moment en één opvallende motie van de heer Klaver.

Het onderbelichte punt betreft iets waar het bijna niet over gegaan is, namelijk een tussenzinnetje van de premier over de kritiek van de Raad van State of we eigenlijk niet te veel uitgeven, of we wel voldoende degelijk met de overheidsfinanciën omgaan. Van oudsher staan natuurlijk ook CDA en VVD vooraan om dat punt te maken, maar in zo'n coalitie ligt dat allemaal weer wat anders. Ik wil die taak toch maar even op me nemen, door dat commentaar van de Raad van State indringend naar voren te brengen: minister-president, kabinet, houdt uw wel voldoende oog voor degelijke overheidsfinanciën? Want hoe was het ook alweer? Als de zon scheen, moest het dak gerepareerd worden. Nou, de zon heeft volop geschenen op deze Prinsjesdag, maar wordt het dak nu ook gerepareerd? Dat als onderbelicht punt.

Ten tweede het bijzondere moment. Ja, er zijn natuurlijk heel veel bijzondere momenten bij zulke Algemene Beschouwingen, maar ik vond het toch wel een voorbeeld dat er gelukkig ook weleens echt naar elkaar geluisterd wordt toen ik met een punt kwam dat ik in mijn inbreng in eerste termijn had zitten en waarop je niet direct heel veel bijval verwacht, de problemen van de winkelier die op zondag open moet zijn en die anders het winkelcentrum niet in komt. Toen schoten onmiddellijk én de heer Wilders én de heer Pechtold te hulp om het kabinet nog wat extra onder druk te zetten: kom met een goede inventarisatie van de pijnpunten en zorg ook voor een oplossing. Dat vond ik een mooi moment. Je merkt dat het bij de heer Pechtold ook wel wat nagelaten heeft, aangezien hij net al begon over de bijzondere waarde van de rustdag. Gisteren had hij het al over meer in de Bijbel gaan lezen, dus het gaat echt de goede kant op met D66.

(Hilariteit)

De heer Van der Staaij (SGP):

Dat was het bijzondere moment. Tot slot een opvallende motie: de motie-Klaver waarmee hij het toch voor elkaar heeft gekregen, na verschillende vergeefse pogingen, om onder een motie over de dividendbelasting onze naam te krijgen. Dat is vakkundig gebeurd omdat hij zo mooi aangesloten heeft bij de bewoordingen die ik zelf in mijn eerste termijn heb gebruikt: kabinet, is er nou geen mooi alternatief beschikbaar voor die dividendbelasting? Dat is nog steeds een sterke wens die bij ons leeft, ook na deze beraadslagingen, omdat wij toch vinden dat dit, zoals het nu voorgesteld wordt, niet in balans is.

Voorzitter. Dan kom ik nu tot de twee moties die ik nog zelf wil indienen. De eerste motie gaat over een punt waarop ik in eerste termijn ben ingegaan. De heer Buma is mij bijgevallen en hij is medeondertekenaar van deze motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat extreme weersomstandigheden, zoals de recente droogteperiode, de continuïteit en vitaliteit van gezinsbedrijven in de land- en tuinbouw bedreigen;

overwegende dat het belang van de continuïteit en crisisbestendigheid van landbouwbedrijven groot gewicht toekomt;

overwegende dat de brede weersverzekering een middel is om collectief de kwetsbaarheid van agrarische bedrijven voor extreme weersomstandigheden te beperken, maar dat de hoge assurantiebelasting het instrument onvoldoende aantrekkelijk maakt;

overwegende dat in verschillende andere Europese landen de brede weersverzekering vrijgesteld is van assurantiebelasting;

verzoekt de regering te bezien hoe ook in Nederland vrijstelling van assurantiebelasting voor de brede weersverzekering verwezenlijkt kan worden, en de Kamer voor de behandeling van het Belastingplan hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Staaij en Van Haersma Buma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 36 (35000).

De heer Van der Staaij (SGP):

Voorzitter. De tweede motie gaat over het terrein van asiel. We spraken er al over dat we de lange duur van procedures echt moeten voorkomen. Gelukkig zei de minister-president dat we niet alles moeten opschuiven tot een commissie verslag heeft gedaan. Dat geeft mij moed voor de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat langdurig verblijf in Nederland na een afgewezen asielaanvraag vaak toe te schrijven is aan de duur van herhaalde beroepsprocedures;

overwegende dat ter voorkoming van schrijnende situaties en van het ondergraven van een geloofwaardig asielbeleid het van belang is dat langdurig verblijf in Nederland zonder finale duidelijkheid wordt vermeden;

verzoekt de regering zich er met urgentie voor in te zetten dat na de beslissing op het eerste beroep het uitgangspunt is dat uitzetting niet opgeschort wordt door nieuwe beroepsprocedures,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Staaij en Wilders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 37 (35000).

De heer Van der Staaij (SGP):

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van der Staaij. Dan geef ik nu het woord aan de heer Kuzu namens DENK.

De heer Kuzu (DENK):

Voorzitter, u sprak vandaag, evenals de minister-president, warme woorden van medeleven over het vreselijke ongeval in Oss. Mijn fractie sluit zich daar volledig bij aan. Wij zijn in gedachten bij de slachtoffers en wensen de nabestaanden heel veel sterkte met het verwerken van dit verlies.

Voorzitter. Meer voor multinationals, minder voor mensen, dat is het nieuwe credo van de VVD van Mark Rutte, Klaas Dijkhoff en dit kabinet. De grote vraag van deze editie van de Algemene Politieke Beschouwingen was: voor wie kiest Mark Rutte? Kiest hij voor de juffen, de meesters, de verplegers, de politieagenten, de buschauffeurs? Of kiest hij voor de CEO's en de aandeelhouders van Shell en Unilever? Dat werd vrij snel duidelijk. Twee dagen heeft deze omgekeerde Robin Hood samen met zijn bende in vak-K gezeten. Ja, de omgekeerde Robin Hood, want Rutte pakt geld af van de armen en geeft het aan de rijken. Rutte en zijn bende in vak-K plunderen de portemonnee van de gewone Nederlanders en spekken de bankrekening van buitenlandse aandeelhouders.

Ik heb het eerder al gezegd: de marionetten van de Malietoren, de Daltons van de dividendbelasting, de meelopers van de multinationals hebben jarenlang geld geroofd van de gewone, normale Nederlander en zij gaan daar vrolijk mee door. Voor de gewone, normale, hardwerkende Nederlander worden de dagelijkse boodschappen duurder. Voor de gewone, normale, hardwerkende Nederlander wordt de energierekening €150 duurder. Voor de gewone, normale, hardwerkende Nederlander wordt de premie van de zorgverzekering duurder. Het ergste is dat dit kabinet ziende blind is en horende doof voor alle geluiden die uit de samenleving komen. Blind en doof voor juf Emma, die zegt dat ze op het punt staat om een burn-out te krijgen vanwege de hoge werkdruk en de plofklassen, met dank aan de minister van Onderwijs. Blind en doof voor agent Cor, die terecht om iets meer loon vraagt nu het goed gaat met de economie en die een rechtszaak aan zijn broek krijgt van minister Grapperhaus. Blind en doof voor mevrouw Cornelissen. Ik noemde dat vandaag al tijdens een interruptie. Zij ziet in haar pensioenoverzicht de mededeling dat zij al jaren op 0% groei zit en de komende jaren ook geen stijging hoeft te verwachten. Met dank aan dit kabinet.

Voorzitter. En dan reageert de minister-president kil en koud met: wat jámmer voor ze. Zit daar de minister-president voor alle Nederlanders, of zit daar de minister-president voor de buitenlandse aandeelhouders, het grootkapitaal en de slurpmultinationals? Vandaag heeft Mark Rutte laten zien dat hij de omgekeerde Robin Hood is. Hij pakt geld af van de gewone mensen en geeft het aan de multinationals en de grote bedrijven.

Voorzitter. Als DENK hebben wij een aantal moties met collega's meegetekend om dit tij te keren, uiteraard over de dividendbelasting, over de energierekening, over de loonkloof in het onderwijs, over het achterblijven van de koopkracht voor gepensioneerden en nog veel meer. Ondertussen spreekt Rutte over de uitgestoken hand van het kabinet. Dan zeg ik: laat maar zien dat het geen opgestoken middelvinger is, of een hand die je probeert te meppen, net zoals we vandaag hebben gezien toen de voltallige oppositie begon over de dividendbelasting, toen de oppositie voor de zoveelste keer dit onzalige plan tevergeefs uit het hoofd van Rutte probeerde te praten. De VVD maakte daar een filmpje over. Ze hebben goed van DENK geleerd hoe ze de schaar moeten hanteren. Ik zou tegen ze willen zeggen: blijf oefenen. Het gaat nog niet altijd even goed.

Voorzitter. Ondanks al onze kritiek op dit kabinet en de minister-president hebben wij op één belangrijk punt wel de premier aan onze zijde gevonden. Hij vond het idee van Klaas Dijkhoff — die is er op dit moment niet, zie ik — om met dubbele straffen te komen voor bepaalde wijken onwerkbaar en onuitvoerbaar. Het postcoderacisme van Dijkhoff werd op een beschaafde manier afgeserveerd. Ik roep mijn collega's van de VVD op om eens te komen met nieuwe ideeën. Vorig jaar zagen we vlak voor de Algemene Politieke Beschouwingen het plan om de bijstand te verlagen. Nu hebben ze een idee gejat van de liberalen uit Denemarken. Onze fractie zou het op prijs stellen als ze een keer met iets komen waar iedereen in Nederland iets aan heeft. Het moet een keer afgelopen zijn met de PVV-corvee binnen de VVD. Wij vragen ons namelijk af wat de volgende proefballon is. Moeten asielzoekers dan hun bezittingen aan de grens afgeven om hun verblijf te betalen? Gaan we asielzoekers net zo lang opsluiten in opvangkampen tot zij een biertje wensen te drinken met Klaas Dijkhoff tijdens carnaval? We vragen ons dat af en het zou ons niet verrassen. Ik zou daarom de collega's van de VVD echt op het hart willen drukken om nog eens te denken aan de campagneslogan die wij gratis en voor niets voor jullie hebben bedacht: "meer voor multinationals, minder voor mensen". Dan weten de mensen in het land ook echt wat ze aan dit kabinet hebben.

Voorzitter. We hebben de afgelopen dagen een discussie gevoerd over met elkaar samenleven. Wij van DENK hebben daar een uitgesproken standpunt over. Daarom dien ik de volgende motie in, om te kijken wie aan onze kant staat.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat gelijkwaardigheid, verbinding, diversiteit en inclusiviteit belangrijke normen en waarden zijn;

spreekt zich uit voor de inclusieve multiculturele samenleving,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 38 (35000).

Dank u wel. Tot slot de heer Baudet namens Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FvD):

Voorzitter. Allereerst wil ik me graag aansluiten bij de zeer passende woorden die al gewijd zijn aan het vreselijke drama in Oss. Namens mijn fractie en mijn partij wil ik graag ook mijn medeleven betuigen met de nabestaanden van de slachtoffers.

Voorzitter. In het wedstrijdje vliegen afvangen van vandaag, heb ik me bewust wat afzijdig gehouden. Het is opmerkelijk dat dit, getuige de reactie die ik in de Kamer hoor nu, zo gemist is, want hoe hebben mensen zich werkelijk zo kunnen vermaken in het uitspreken van de van tevoren uitgedachte spitsvondigheden, de gespeelde verontwaardiging, de bij voorbaat zinloze argumentaties en de grapjes over eikeltjespyjama's? In tegenstelling tot wat velen hier denken, zijn heel veel mensen in Nederland daar echt niet mee bezig. En ook ik ben er niet mee bezig. Ik zit hier niet om mee te spelen in de sprookjeswereld waarin velen in deze Kamer leven. De afgelopen twee dagen, sinds mijn speech van afgelopen woensdag, heeft FvD er honderden leden bij gekregen. Wij ontvangen vele honderden apps en mails van mensen die zich zeer in het door mij geschetste beeld van een Haags Animal Farm herkennen. Mijn speech van woensdag is inmiddels op onze eigen mediakanalen alleen al meer dan 500.000 keer bekeken. Het maakt echt iets los in de samenleving.

Terwijl ik hier nu in de Kamer spreek, komen vanavond in diverse provincies in heel Nederland honderden geselecteerde mensen bij elkaar om elkaar zo beter te leren kennen om provinciale kandidatenlijsten te vormen voor de Provinciale Statenverkiezingen van 20 maart 2019, waarmee ook de nieuwe Eerste Kamer zal worden gekozen. Dus naast het Kamerwerk zijn wij heel erg druk bezig met de uitbouw van organisatie buiten deze Kamer. Dat doen we om jullie en jullie straks, te beginnen op 20 maart 2019, te gaan vervangen door mensen die wel hoofd- en bijzaken van elkaar kunnen onderscheiden, die wel op inhoud willen debatteren, die wel op argumenten willen ingaan en die wel het Nederlands belang willen laten prevaleren boven het uitruilen daarvan om voor jezelf een baantje te creëren in Brussel.

De heer Klaver (GroenLinks):

Welk Kamerwerk?

De heer Baudet (FvD):

Ik kan wel een opsomming geven van de dingen die ik denk dat het allerbelangrijkst zijn. In de eerste plaats het verwoorden op momenten die ertoe doen van grote visies over waar het heen moet met het land, iets waar onze premier steevast voor is weggelopen. Ten tweede — dat is een belangrijk punt, dat nu helaas ook heel vaak verloren gaat doordat door die coalitieakkoorden alles wordt dichtgemetseld — op inhoud kunnen bijdragen aan beleid van de regering. Daar is — dat zien we vandaag ook weer — heel weinig ruimte voor. Ook is er — daar zijn misschien een of twee terechte opmerkingen over gemaakt — de afwezig blijvende uitgestoken hand, waarop men hoopte.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik vraag welk parlementair werk, want ik heb het vandaag niet gezien. Ik heb het woensdag niet gezien. U komt aan het einde van de avond de zaal eens binnenlopen om even te vertellen dat allemaal toch een beetje tegenviel. Ik had zo gehoopt dat u dat niveau hier omhoog ging halen de afgelopen dagen met uw bijdrages, uw visies over hoe we anders gaan doen. Ik had zo gehoopt dat u Mark Rutte hier over het spreekgestoelte had getrokken en hem duidelijk had gemaakt dat het anders moet in Nederland. Die kans heeft u. U bent in het parlement gekozen. U had de kans om Mark Rutte eindelijk eens te vertellen hoe het anders moet. Maar u deed het niet. Waarom niet? U deed het niet, meneer Baudet. En dat is volgens mij tekenend voor de wijze waarop u politiek bedrijft.

De heer Baudet (FvD):

Ik weet niet of anderen het gevoel niet ook hebben dat ik heb. Ik heb vaak het gevoel dat het beneden mijn waardigheid is om hier zinloze ...

(Hilariteit)

De heer Baudet (FvD):

... om hier zinloze argumentaties af te steken, omdat je toch weet dat er niet geluisterd wordt, omdat je toch weet dat er niet op je ingegaan wordt, omdat je toch weet dat degene die je interrumpeert zich er met een of andere bijzaak onderuit kletst. Het is een herhaling van zetten. Ik heb niet één nieuw argument gehoord. Het is altijd maar hetzelfde heen en weer pingpongen, dezelfde gespeelde verontwaardiging. Het zijn altijd maar dezelfde argumenten en het gaat nergens naartoe. En inderdaad, als je dan kan kiezen tussen aan de ene kant het opbouwen van je partij, het opbouwen van het netwerk in het land om straks iets te gaan veranderen, en aan de andere kant eindeloos hier maar meespelen in dat gespeelde spel, dan kies ik voor het eerste. En ik denk dat heel veel mensen in Nederland ook afgehaakt zijn. Ik denk dat heel veel mensen in Nederland ook dat toontje horen waarop velen van jullie praten. Als ik jullie spreek buiten deze Kamer om, dan praten jullie als normale mensen. Zodra jullie hier staan voor de microfoon, komt er dat domineestoontje, die verontwaardiging, altijd maar dat gevoel dat het allemaal heel erg is. Het is zo nep! Het is zo onecht!

De voorzitter:

Tot slot, meneer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):

"Beneden mijn waardigheid"? Meent u dat nou werkelijk? Beneden mijn waardigheid?

De heer Baudet (FvD):

Om voor de twintigste keer ...

De heer Klaver (GroenLinks):

"Beneden mijn waardigheid". Is dat de manier waarop u hier spreekt?

De voorzitter:

Niet door elkaar heen praten.

De heer Baudet (FvD):

Om voor de twintigste keer een argument te geven als je toch weet dat er niet op ingegaan wordt. Ja, natuurlijk!

De heer Klaver (GroenLinks):

"Beneden mijn waardigheid." Ik kan het verschrikkelijk oneens zijn met de heer Wilders. Maar hij stond hier vandaag, om op te komen voor zijn kiezers. Hij nam de moeite om de minister-president onder vuur te nemen. Dat kan ik van u niet zeggen. Beneden uw waardigheid, meneer Baudet? Als een democraat die is verkozen in dit Nederlandse parlement is het uw taak ...

De heer Baudet (FvD):

Je krijgt toch geen antwoord! Je krijgt toch geen reactie!

De heer Klaver (GroenLinks):

... is het uw taak om uw standpunten naar voren te brengen. Het antwoord dat je moet krijgen, dwing je af. Ik heb de minister-president vandaag ook in de problemen gezien. Heb ik alle antwoorden gekregen die ik wilde? Nee. Maar ik zit hier in het parlement en ik kies ervoor om hier het debat te voeren. Als u dat niet wilt, dan heb ik geen idee wat u hier zoekt.

(Geroffel op de bankjes)

De heer Baudet (FvD):

Luister.

(Hilariteit)

De voorzitter:

Nee, meneer Klaver, de heer Baudet is aan het woord.

De heer Baudet (FvD):

Ik sta hier en ik vertel het verhaal waar ik in geloof. Ik doe mee op de manier waarop ik geloof dat ik iets kan veranderen en iets in kan brengen. Maar ik blijf bij mijn punt dat een heel groot deel van de debatten die hier gevoerd worden helemaal geen debatten zijn, maar aaneenschakelingen van monologen. Het zijn aaneenschakelingen van gespeelde verontwaardiging, en er zijn ontzettend veel mensen in Nederland die dat net zo voelen als ik. Daarom is de roep om verandering in dit land zo groot.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Een aaneenrijging van gespeelde verontwaardiging? Ik denk dat een spiegel voor u ook wel zinvol zou zijn. Dat is een. Twee. U zei net: ik ben niet zo veel in deze Kamer want ik ben bezig met de opbouw van mijn partij. Het is misschien wel goed om nog eens even terug te halen dat er verkiezingen zijn geweest. Waar ging u de verkiezingen voor in? Om hier, in de Tweede Kamer, alles te veranderen. Daar wordt u ook voor betaald; wij worden daar allemaal goed voor betaald. Ik heb ook een partij te leiden, wij hebben allemaal ook een partij te leiden buiten ons parlementaire werk. Uw taak is hier. Er zijn twee mogelijkheden. Óf u gaat naar de kiezer om u te laten kiezen, óf u blijft buiten ergens staan. Maar in dat laatste geval moet u zich niet als Kamerlid laten betalen. Dat doet u nu wel, en dat is niet eerlijk naar de kiezer.

De heer Baudet (FvD):

Volgens mij sta ik hier als Kamerlid.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Eén ding daarover. Als u hier staat als Kamerlid, dan staat u hier om de regering te controleren namens het volk. U vertelde net heel stoer dat hier allemaal monologen gehouden worden. Wees dan de eerste die het op een andere manier doet. Het vreemde is: ik doe dit al een aantal jaren, ook als lid van de oppositie. Er kan best wel wat bereikt worden, maar dan moet je je werk híér doen. Dit is waar het gebeurt. Sterker nog, dit is niet de politiek of de Tweede Kamer, dit is de democratie. Die vindt hier plaats, of u het leuk vindt of niet.

De heer Baudet (FvD):

Ik kan me nog goed herinneren dat ik in een debat vlak voor het zomerreces een interruptie kreeg over de rol van de staatsomroep in een democratie. Impliceerde elke vorm van subsidie niet ook een vorm van censuur, was de vraag. Toen zei ik: nou, dat is een interessant punt, daar moet ik even over nadenken. Dat was een poging om iets inhoudelijks terug te brengen in het parlement, om eens te zeggen: hé, ik ga niet meteen terug naar mijn ingestudeerde speech, ik ga niet meteen in de registers van datgene wat mijn spindoctors mij hebben aangeraden scrollen naar het pasklare antwoord, ik ga even nadenken. Juist dat kwam mij op hoon te staan in dit huis, want dat was toch niet de bedoeling! Dat had men nooit eerder gezien. Ik blijf het doen. Zodra er een inhoudelijke tegenwerping komt, zodra er iets komt om over na te denken, zal ik daarover nadenken. Zodra er in een debat iets nog niet gezegd is, zal ik dat altijd naar voren brengen. Maar wat wij hier zien, is een aaneenschakeling van argumenten die we al 40 keer heen en weer hebben horen gaan en die uitsluitend voor de bühne naar voren worden gebracht.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Eén ding nog. U zult er altijd op ingaan als hier iets gebeurt? Een groot deel van de dag was u niet eens in de zaal!

De heer Baudet (FvD):

Ten eerste is dat niet waar. Ik ben bijna de hele dag hier in de zaal geweest, dus dat is echt flauwekul. Ten tweede, op momenten dat ik niet in de zaal was, was ik bezig met het voorbereiden van een provinciale bijeenkomst die we nu hebben en keek ik mee via de monitoren. Dus u hoeft zich echt geen zorgen te maken, meneer Buma, we houden het debat hier heel goed in de gaten.

De heer Pechtold (D66):

Ik heb een vraag aan de heer Baudet: vindt u dit een nepparlement?

De heer Baudet (FvD):

Ik vind dat onze democratie niet goed functioneert. Dat komt omdat door de coalitieonderhandelingen alles wordt dichtgesmeerd en het debat in de Tweede Kamer — dat is dus mijn punt — op heel veel momenten niet over de inhoud gaat, niet gaat over luisteren naar elkaar, maar over het naar voren brengen van steeds maar weer dezelfde punten, steeds maar weer dezelfde ingestudeerde riedeltjes. Dat wil ik veranderen door een systeemwijziging, eentje waarin de oprichter van D66 zich volledig kon herkennen, want heel veel van onze systeemkritiek is heel vergelijkbaar met de kritiek van Hans van Mierlo.

De heer Pechtold (D66):

Een heel lang antwoord, waar gewoon "ja" of "nee" gepast had. Vindt u dit een nepparlement? Heeft u de kiezers van Forum voor Democratie uitgenodigd op u te stemmen om een rol te pakken met de huidige democratische spelregels, een rol die een parlementariër op zijn eigen manier binnen een heel brede bandbreedte kan spelen? Vindt u dit een nepparlement, ja of nee?

De heer Baudet (FvD):

Ik zal u het antwoord geven. Over zo'n woord ga ik verder niet speculeren, dat komt voor uw eigen rekening. Maar de wijze waarop dit parlement functioneert is ten eerste suboptimaal en ten tweede eigenlijk ook in strijd met de Grondwet. De gedachte van de Grondwet is dat je het dualisme hebt, dat het parlement op zijn eigen manier nadenkt over datgene waar de regering mee komt. Dat dualisme is volledig ontmanteld door de coalitieakkoorden. Er is een meerderheid, het regeerakkoord is gesloten en in principe ligt het vast totdat een van de vier mensen die in feite dit land besturen, namelijk de vier mensen die de leiders zijn van de coalitiepartijen, besluiten dat het anders moet. Er kunnen natuurlijk omstandigheden zijn die nieuw zijn. Dan wordt daarover nagedacht. Maar laten we, ook nu, niet zo om de hete brij heen draaien: heel veel van wat hier gebeurt, is flauwekul.

De heer Pechtold (D66):

Als er één om de hete brij heen draait, is het de heer Baudet wel, die op mijn vraag of dit een nepparlement is geen ja of nee zegt.

De heer Baudet (FvD):

Nee, maar dan zou je dat woord moeten ...

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter, volgens mij heb ik ...

De heer Baudet (FvD):

... gaan definiëren. Ik weet niet precies wat u met dat woord bedoelt, is het een citaat van Wilders? Dat is een heel ander soort discussie.

De voorzitter:

Nee, nee, meneer Baudet, meneer Pechtold heeft het woord.

De heer Pechtold (D66):

Als je, zoals de heer Baudet, de klassieken bestudeert en als je de regels van dit parlement kent, weet je dat elkaar laten uitpraten, dat argumenteren kan leiden tot inzicht, visie, standpunten en uiteindelijk besluiten. Als je aldoor door een ander heen begint te praten in de spaarzame tijd dat je überhaupt het woord kan voeren, is dat een probleem.

Voorzitter. Ik zei: als er één om de hete brij heen draait, is het de heer Baudet, die geen duidelijk "ja" of "nee" antwoordt op de vraag of dit — een beladen term — een nepparlement is. Dat is voor mij tekenend. De manier waarop u de rol invult, het dedain waarmee u spreekt over het handwerk dat mensen in kleine of grote fracties voor deelbelang of totaalbelang hier doen! U werpt het van zich, u zegt eigenlijk tegen 148 collega's: wat jullie doen, staat buiten de werkelijkheid. Terwijl, als je de geschiedenis bestudeert en de rest van de wereld bekijkt, wij een vorm van democratie blijken te hebben die altijd nog verbeterd kan worden maar die tot de hoogste behoort in de wereld en in onze geschiedenis. Als je daar zo afstand van neemt en niet eens in je mond durft te nemen dat dit orgaan, dit huis het hoogste is binnen de democratie, en je de suggestie houdt dat dit een nepparlement is, zegt dat niet veel over dit parlement, maar zegt dat alles over de heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

Ik heb geen vraag gehoord.

De voorzitter:

Dan ga ik naar de heer Dijkhoff.

De heer Dijkhoff (VVD):

Voorzitter, dank voor het woord, maar natuurlijk nog grotere dank aan de heer Baudet dat hij al zo veel minuten besteedt aan het voeren van een gesprek ver beneden zijn waardigheid. Hij klaagt. Sommige van zijn klachten snap ik nog. Er wordt vaak alleen maar vastgehouden aan de tekst die er al is en niet geluisterd — las hij voor van papier. Hij klaagt dat er niet geluisterd wordt, niet geïnterrumpeerd en niet inhoudelijk gediscussieerd. Dat doen we hier al minuten. We luisteren naar de heer Baudet als hij ons op de hak neemt. Wij luisteren naar de heer Baudet als hij voor de achtste keer klaagt dat hier in het parlement iedereen zichzelf steeds herhaalt. Dat doet hij dan zelf ook. We luisteren naar de heer Baudet als hij klaagt over Haagse spelletjes en hij net een interruptie van de heer Pechtold afdoet met de handige — ik gebruik deze zelf ook weleens — en klassieke truc "ik heb geen vraag gehoord". We luisteren naar de heer Baudet als hij met pseudopoëtisch gereutel hier komt en ons voorleest uit boeken die we allang gelezen hebben.

(Hilariteit)

De heer Baudet (FvD):

Dat is dan weer de meevaller van de avond.

De heer Dijkhoff (VVD):

Zelfs in quasi-sensuele gedichten kan ik ook nog enig genoegen smaken als ik andere collega's daar wat ongemakkelijk bij zie schuifelen op hun stoel wanneer u over dijbenen van jonge dames begint. Ik mag dat wel. Ik kan mij ook voorstellen dat u met al die creativiteit een hele goede inbreng had kunnen leveren. Ik kan mij herinneren dat u mij eergisteren geïnterrumpeerd heeft, een vraag heeft gesteld op inhoud. Ik heb echt mijn best gedaan met de beperkte kennis die ik heb — u heeft vast meer — om daarover een inhoudelijke discussie aan te gaan. Dus ik voel mij dan wel een beetje beledigd als u net doet alsof u heel hard werkt. Ik gun u uw wijntje in de wandelgangen ook, maar verwar dat dan niet met het beeld dat u schept dat u de hele tijd aan het zwoegen bent voor de partij. U geniet hiervan. U geniet van het spel. U heeft gekozen het een keer anders te spelen, om te kunnen zeggen dat u er niet aan mee wil doen. Maar u doet het ook. We luisteren naar u en we stellen ook vragen. Hadden we deze tijd, die we nu al met elkaar doorbrengen, met alle collega's, dan niet veel beter kunnen besteden aan een van de vele punten die u zegt te willen veranderen? Want als ik niet weet wat u wil veranderen in zo'n debat als dit, dan kan ik het er ook niet mee eens of oneens zijn of ertegen ingaan.

De heer Baudet (FvD):

Wat bedoelt de heer Dijkhoff nou precies te zeggen? Dat we in plaats van over deze vraag zouden moeten praten over hoe we dit parlement beter kunnen laten functioneren? Daar ben ik namelijk helemaal voor. Maar uitgerekend zijn partij is altijd heel sceptisch geweest over staatkundige vernieuwing.

De heer Dijkhoff (VVD):

Het is de spreektijd van de heer Baudet, dus het is nu aan hem ... Ik kan heel veel suggesties aandragen, maar hij had alles kunnen kiezen ...

De heer Baudet (FvD):

Dit is toch een interruptie.

De heer Dijkhoff (VVD):

Nee, ik bedoel, u vraagt: welke onderwerpen? U had álle onderwerpen kunnen kiezen, maar u kiest ervoor om ... Ik weet niet precies. Ik zal erover nadenken of ik het ook een keer zal doen, de tijd nemen om even na te denken over hoe ik dit nou precies moet duiden. Maar welke onderwerpen u ook had willen bespreken, hadden we hier kunnen bespreken. Dat doen we nu ook. We hebben het nu over u; misschien is dat uw favoriete onderwerp.

(Hilariteit)

De heer Dijkhoff (VVD):

Maar was het niet nuttiger geweest om deze tijd inhoudelijk te besteden? Misschien kunnen we het volgend jaar nog een keer proberen. Maar dat zou ik toch nuttiger hebben gevonden. Ik vind dit ook leuk, maar ...

De heer Baudet (FvD):

Ja, nou, ik ga graag door met mijn spreektekst. Als de heer Dijkhoff klaar is met zijn interruptie, kan ik over de inhoudelijke voorstellen van onze partij beginnen.

De heer Dijkhoff (VVD):

Oké. Volgend jaar beter.

De heer Segers (ChristenUnie):

Ik twijfelde even of ik hier nog iets aan moet toevoegen. Ik doe het toch omdat het echt een hele harde aanval is op dat wat we hier deze week aan het doen zijn, op dat wat ik heb gedaan en op dat wat we al jarenlang doen. Ik sta hier als vertegenwoordiger van een partij met vijf zetels — dat is vrij beperkt — die zich het snot voor de ogen werkt. We hebben ook tijden gehad dat wij in de oppositie zaten en wij ons soms afvroegen of wij wel een deuk in een pakje boter sloegen. Toch doe je het. Waarom? Omdat er een periode komt dat je wél verantwoordelijkheid moet dragen. Dan moet je plannen hebben, dan moet je ervaring hebben, dan moet je weten wat je wil. Waarom doen we het? Omdat we een democratische plicht hebben. Omdat in dit huis geschillen beslecht worden. Het is een land met ongelofelijk veel verschillen, met soms ook bittere tegenstellingen. Dan heb je twee manieren om daarmee om te gaan: óf je gaat het op een vreedzame manier hier beslechten met woorden en met papier óf je doet het buiten op een hele andere manier. Omdat we dat laatste niet willen, staan we hier. Omdat dat een grote opdracht is, heeft u ook maar één opdracht: ga aan het werk.

(Geroffel op de bankjes)

De heer Baudet (FvD):

Volgens mij is dat precies wat ik hier doe. Ik verwoord namelijk iets — dat blijf ik doen; dat heb ik woensdag gezegd en dat zeg ik weer — wat heel veel van jullie, die nu zo braaf zitten te kijken, mij in de wandelgangen ook hebben toegestopt. Heel veel mensen hier, ook leden van het kabinet die hier nu zitten, hebben mij in een een-op-eensituatie gezegd dat ze heel veel van wat hier in debatten gebeurt flauwekul vinden. Als u zegt dat u de democratie belangrijk vindt, meneer Segers, moet u ook naar systeemkritiek luisteren. En als het zo is dat er hier fundamenteel dingen misgaan in de wijze waarop het parlement functioneert, dan is het niet alleen ons recht als parlementariërs om dat naar voren te brengen; dan is dat onze hoogste plicht.

De heer Segers (ChristenUnie):

Hier beslechten wij onze verschillen. Hier vechten we ze uit ...

De heer Baudet (FvD):

Ik sta hier tegenover u.

De heer Segers (ChristenUnie):

... met woorden en niet anders. Dat doen we niet achter een beeldscherm. Dat doen we niet met een wijntje in de wandelgangen. Dat doen we niet ergens in zaaltjes buiten. Dat doen we hier als we vergaderen. Als we hier de onderwerpen op tafel hebben, dan ben je hier. Als je het systeem wil veranderen, dan doe je dat hier, met open vizier in het debat. Dat is je plicht. Dat is wat je moet doen.

De heer Baudet (FvD):

Ik sta hier, maar ik ben er niet van overtuigd — daar blijf ik bij — dat het parlement in een vacuüm opereert. Het parlement moet ook verbonden zijn met de wandelgangen, met de straten van Nederland, met zalen in Nederland, met het debat van de mensen en waar de mensen in het land zich zorgen over maken. Als u zegt dat het allemaal hier moet gebeuren, dan is dat een kaasstolpredenering. Het spijt me zeer.

De voorzitter:

Gaat u verder, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

Goed. Dat waren mijn inleidende opmerkingen over wat ik heb gevonden van de afgelopen dagen. Dan inhoudelijk. Samen met de andere oppositiepartijen steunen wij de herstelwet dividendbelasting. Het jaarlijkse cadeau van 2 of 3 miljard aan Unilever en Shell trekken we in. Dit geld wil FvD gebruiken voor het verlagen van de belastingen voor alle werkende en gepensioneerde Nederlanders en voor het afschaffen van de erf- en schenkbelasting.

De immigratieproblematiek moet worden aangepakt door invoering van het Australische model, waarbij Nederland zelf bepaalt wie hier mogen komen en wie niet, gebaseerd op affiniteit met de Nederlandse cultuur, op opleiding en op de behoeften van de Nederlandse samenleving. Wij willen een keihard zerotolerancebeleid om integratie af te dwingen, radicale moskeeën sluiten en haatpredikers uitzetten. Dat zijn opnieuw zaken die je zo zou kunnen invoeren, maar die alsmaar niet gebeuren.

Daarnaast moeten we stoppen met het betalen van aflaten aan de nieuwe religie, de nieuwe obsessie: de voorgenomen energietransitie, die naar verwachting zo'n 200 miljard euro kost, een kwart van het bnp, en zelfs volgens de rekenmodellen van de voorstanders een effect zal hebben dat niet groter is dan 0,00007°C minder temperatuurstijging over 80 jaar. Waanzin. We moeten investeren in thoriumonderzoek, stoppen met het slopen van onze gasinfrastructuur en doorgaan met het gebruik van gas, net als de rest van de wereld.

Verder zorgen we dat we innovatief zijn, en dus dat er meer geld is voor onderwijs en infrastructuur.

Tot slot vragen we Mark Rutte nogmaals om duidelijkheid te verschaffen over zijn Europese ambities, nu zelfs zijn coalitiepartner D66 bij monde van Alexander Pechtold tijdens de Algemene Beschouwingen liet blijken ook te verwachten dat Russe ... Brussel ... dat Rutte naar Brussel wil. De woorden gaan al helemaal samen in mijn mond.

Voorzitter. Ik dien vijf moties in. Ten eerste.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de immigratieproblematiek in Nederland onhoudbare proporties heeft aangenomen en dat dit leidt tot gigantische demografische veranderingen die de toekomstige sociale cohesie in Nederland ernstig dreigen te ondermijnen;

roept de regering op een integrale herziening van ons immigratiebeleid te ontwerpen naar Australisch voorbeeld, waarbij een puntensysteem gehanteerd wordt met criteria zoals affiniteit met de Nederlandse cultuur, opleidingsniveau, leeftijd en werkervaring, voordat een immigratie- of asielaanvraag in behandeling wordt genomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Baudet en Hiddema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 39 (35000).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting het Rijk jaarlijks minstens 2 miljard euro belastingopbrengsten kost;

roept de regering op dit voorgenomen cadeau aan multinationals terug te draaien;

overwegende dat de opbrengsten van de erf-en schenkbelasting jaarlijks circa 1,6 miljard bedragen;

roept de regering op om in plaats van het afschaffen van de dividendbelasting de belastingen voor alle Nederlanders te verlagen, te beginnen met afschaffing van de erf- en schenkbelasting per 1 januari 2020,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Baudet en Hiddema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 40 (35000).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zelfs volgens de berekeningen van de voorstanders van de "energietransitie" het effect van deze gehele onderneming slechts rond de 0,00007 °C op de — door deze voorstanders verwachte — wereldwijde opwarming zal zijn op een termijn van 50 tot 80 jaar;

constaterende dat de kosten van zo'n 200 miljard euro op geen enkele manier opwegen en op geen enkele manier in verhouding staan tot de verwachte effecten van het beleid;

roept de regering op de plannen voor de energietransitie en voor afbouw van gasverbruik te staken en in plaats daarvan te investeren in innovatie, thoriumonderzoek, beter onderwijs en een betere infrastructuur om de Nederlandse kenniseconomie te stimuleren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Baudet en Hiddema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 41 (35000).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet nu voornemens is de kosten van de afschaffing van de dividendbelasting bij mkb en zzp-ondernemers neer te leggen;

overwegende dat Nederlandse ondernemers al onevenredig zwaar getroffen zijn in de crisis en deze voor een groot deel hebben moeten dragen;

roept de regering op mkb'ers en zzp'ers niet op te laten draaien voor de kosten van de afschaf van de dividendbelasting en de lasten voor ondernemers niet verder te verhogen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Baudet en Hiddema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 42 (35000).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

kennisnemende van de aanzwellende geruchten dat minister-president Rutte kandidaat is voor een Europese topfunctie;

spreekt de zorg uit dat de minister-president vanwege persoonlijke carrièreambities het Nederlands belang niet optimaal zal behartigen bij de ingrijpende onderhandelingen die aan de orde zijn in Europees verband;

verzoekt de minister-president helderheid te verschaffen over zijn persoonlijke carrièreambities en in dat kader de volgende verklaring af te leggen:

"Tijdens deze kabinetsperiode zal ik me niet kandidaat stellen voor een Europese topfunctie noch een kandidaatstelling aanvaarden. Als ik genomineerd word, zal ik een dergelijke topfunctie niet accepteren. Als ik benoemd word, zal ik het ambt niet aanvaarden.",

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Baudet en Hiddema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 43 (35000).

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik heb één vraag aan de heer Baudet. Dat is de volgende vraag. Hij heeft een heel groot verhaal verteld over waarom dit parlement er allemaal niet toe deed en waarom het allemaal van tevoren toch al vaststaat, maar waarom dient hij dan wel moties in?

De heer Baudet (FvD):

"Een heel verhaal" ... Ik heb volgens mij een aantal zinnen gewijd aan waarom het debat voor een groot deel zinloos is, omdat er niet geluisterd wordt en er niet ingegaan wordt op de argumenten en omdat men voortdurend voor de bühne de eigen stokpaardjes aan het berijden is. Dat is iets anders dan met voorstellen komen, met concrete voorstellen. Dat is wat ik doe in de moties: aan de mensen in Nederland laten zien dat het ook anders kan en ook laten zien welke partijen straks tegen die moties stemmen, dus tegen de voorstellen die wij doen. Stem er maar tegen; laat maar zien aan de kiezers waar u staat.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Oké, dan is dat dus het doel van het debat: laat maar zien aan de kiezers waar u staat. Als dat de Tweede Kamer is, kunnen we beter allemaal niet meer debatteren en alleen moties indienen. In mijn beeld is het iets anders.

De voorzitter:

Dank u wel. We zijn aan het eind gekomen van de tweede termijn van de kant van de Kamer. Er zijn 37 moties ingediend. Ik schors de beraadslaging voor 30 minuten.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

In die 30 minuten gaan we het VAO AVVN doen met de minister van Buitenlandse Zaken. De "ploeg" van Buitenlandse Zaken is aanwezig.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorzitter: Martin Bosma