Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-2019nr. 3, item 8

8 Algemene Politieke Beschouwingen

Aan de orde is de voortzetting van de Algemene Politieke Beschouwingen.

De voorzitter:

Ik geef de minister-president het woord.

Minister Rutte:

Mevrouw de voorzitter. Er liggen nog een paar vragen en dan heel veel moties. Een vraag die nog over was, was de vraag over 2.000 kwetsbare migranten. Uit de media is duidelijk geworden vandaag dat Griekenland besloten zou hebben om 2.000 personen van Lesbos over te brengen naar het vasteland. Verder is het voor ons echt onduidelijk wat hier nou precies door elkaar loopt. Het is echt een Grieks besluit. De staatssecretaris heeft de Kamer ongeveer een jaar geleden gemeld — dat was terugblikkend op de daaraan voorafgaande periode — dat van de mensen op de Griekse eilanden ongeveer 50% als kwetsbaar was aangemerkt en dat die vervolgens ook deels of geheel waren overgeplaatst naar het vasteland, maar dat was geen toezegging en ook geen verwachting voor de toekomst. Het is echt puur een interne Griekse aangelegenheid. Dus die hele kwestie van van de eilanden naar andere delen van Griekenland, daar staat Europa buiten. Ten aanzien van de situatie op de eilanden geldt — dat heb ik in eerste termijn geantwoord — dat dit kabinet — dat geldt voor vele in Europa — bereid is om daarbij te helpen.

Een tweede vraag die er nog lag, was die van Alexander Pechtold over Groningen. Daarover het volgende. In juli heeft de Mijnraad een advies uitgebracht over versterking van de woningen in Groningen. Dat was in het licht van de snel dalende gaswinning. De Mijnraad adviseert zo snel mogelijk over te stappen op een nieuwe aanpak. De meest risicovolle woningen moeten het eerst aan bod komen — dat gaat om ongeveer 1.500 gebouwen — en er moet een standaardaanpak voor de versterking komen, de zogenaamde "catalogus". De Mijnraad onderscheidt daarnaast een groep gebouwen waarvan niet kan worden uitgesloten dat versterken nodig is en waar dus inspectie tegen de nieuwste norm moet plaatsvinden. Dat gaat volgens de huidige inzichten om 7.000 gebouwen. Op verzoek van de regio en het Rijk is de nieuwe aanpak door de Nationaal Coördinator tijdens de zomer uitgewerkt. Gisteren hebben de ministers van Economische Zaken en Klimaat en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hierover overleg gevoerd met de vertegenwoordiging van de regio. Op verzoek van de regio zullen de komende weken enkele zaken verder wordt uitgewerkt en gecontroleerd. Daarna zullen de bewoners per brief worden geïnformeerd. Uiteraard zal dan ook de Tweede Kamer door de minister van Economische Zaken op de hoogte worden gesteld van de nieuwe aanpak. Ondertussen gaat de al lopende versterking gewoon door. Enkele operationele belemmeringen daarbij worden weggewerkt. Dat was, zo begreep ik, een goed overleg gisteren in de regio.

Voorzitter, dat brengt mij bij de moties.

De voorzitter:

De heer Pechtold heeft nog een vraag.

De heer Pechtold (D66):

Dat klinkt als de goede kant op, maar ik wil gewoon van het kabinet — niet vanavond, maar wel toch voor de behandeling van de begrotingen en dat vind ik eigenlijk al te laat — even helder hebben wat dat stappenplan is. Want die 1.500 woningen — volgens mij zijn het er 1.588 — wachten al lang. Ik wil gewoon weten wanneer die cohorten ... Ik wil gewoon richting Groningen wat meer duidelijkheid. Als daar met de bestuurders overeenstemming over is, prima. Maar ik wil weten wanneer die brief wordt gestuurd en wanneer mensen weten waar ze aan toe zijn. Niet vanavond, maar ergens de komende twee weken.

Minister Rutte:

Zoals ik al zei, wordt de Tweede Kamer binnenkort geïnformeerd door de minister over de nieuwe aanpak. Laat ik dan afspreken dat we in die brief ook de verschillende cohorten nog eens even langslopen, de oude situatie en de nieuwe situatie, want het gaat om getallen die soms ook nog bijna hetzelfde zijn, dus dat we dat nog even op een rijtje zetten.

Dat brengt mij bij de moties, voorzitter. De motie op stuk nr. 7 van de PVV ... Oh, de heer Baudet wil wat zeggen.

De voorzitter:

De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

Mevrouw de voorzitter, ik heb een vraag aan de minister-president. Op welk punt is hij naar aanleiding van de interventies en de spreekteksten van de Kamerleden van vandaag en van eergisteren van gedachten veranderd?

Minister Rutte:

Op een aantal punten en en die zijn heel conveniently ook neergelegd in een aantal moties van oppositie en coalitie, dus daar kom ik dan zo op terug.

De heer Baudet (FvD):

Dus alle punten waarop u anders bent gaan denken, zijn terug te vinden in een motie. Er is niets verder wat uw gedachten heeft veranderd dan datgene wat we in de moties kunnen terugvinden. Is dat een goede samenvatting?

Minister Rutte:

Nee. Want ik heb in het debat zelf natuurlijk een heel aantal toezeggingen gedaan aan de Kamer bij allerlei interrupties. Al die gedane toezeggingen, die de heer Baudet natuurlijk niet heeft gehoord heeft, want hij was druk bezig zijn partij op te richten, staan. Daar is uiteraard niets aan veranderd. Wat los daarvan nog over is, zijn de inzichten die verschoven zijn en die zijn neergelegd in de verschillende moties.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Baudet (FvD):

We zijn zeer benieuwd.

Minister Rutte:

Voorzitter, de motie op stuk nr. 7, van de heer Wilders, ontraad ik omdat zij budgettair niet verantwoord is. De motie op stuk nr. 8, van de heer Dijkhof cum suis, laat ik oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 9, over de dividendbelasting, ontraad ik. Dat doe ik om inhoudelijke redenen. Ik heb dat ook in de eerste termijn besproken met de heer Van der Staaij. Ja, je kunt natuurlijk alternatieven hebben voor het afschaffen van de dividendbelasting. Maar de doelen die we willen bereiken, specifiek voor dit type bedrijven met een Nederlands-Engelse vestiging, en de kansen om bedrijven uit Engeland in het kader van de brexit naar Nederland te halen, kun je alleen op deze manier bereiken. In die zin is daar dus geen alternatief voor. Dan zou dus dat probleem blijven bestaan, met alle risico's van dien, en dan zou je die 2 miljard op een andere manier kunnen besteden. Dus om die reden meen ik dat dat in het debat gewisseld is.

De heer Klaver (GroenLinks):

Hiermee bevestigt de premier dat het bij de dividendbelastingmaatregel dus enkel gaat over de twee bedrijven Unilever en Shell.

Minister Rutte:

Nee. Ik heb gezegd: het gaat om een aantal bedrijven — ik noem geen namen — die een Engels-Nederlandse vestiging hebben. Er zijn er meerdere. Daarnaast, heb ik gezegd, zijn er vanwege de brexit bedrijven in Engeland die afwegen wat ze zullen gaan doen. Die hebben dus ook te maken met de situatie van een ongelijk speelveld tussen het VK en Nederland ten aanzien van de dividendbelasting. En we weten dat het daar een rol kán spelen. Hetzelfde zal gelden voor bedrijven die zich hier willen vestigen. Dat heb ik vanmorgen ook uitgelegd. Het gaat om bedrijven bijvoorbeeld in de nieuwe economie, in de ICT, om innovatieve bedrijven die ook naar Engeland kunnen gaan. Zij zullen dat meewegen in de besluiten als zij bijvoorbeeld ook een vestiging in het Verenigd Koninkrijk overwegen. Om al die redenen is dit dus een uniek probleem dat je niet kunt oplossen door die 2 miljard anders te besteden. Je kúnt dat geld dus anders besteden, vanzelfsprekend. Ik zei al, je kunt de vennootschapsbelasting verder verlagen, meer investeren in innovatie: er zijn allerlei andere mogelijkheden die voor het vestigingsklimaat gunstig zijn. Maar het unieke grote probleem dat we hebben specifiek tussen het VK en Nederland kun je alleen op deze manier oplossen. Dat raakt een aantal bestaande ondernemingen, dat raakt investeringsbeslissingen van bedrijven die mogelijk naar Nederland willen komen. Om die reden ontraad ik dus de motie op stuk nr. 9.

De motie op stuk nr. 10, over het terugdraaien van de energiebelasting, ontraad ik. Ik heb dat ook toegelicht in het debat. Dit is onderdeel van een breder pakket maatregelen. Mag ik hiervoor verwijzen naar dat deel van de discussie?

De motie op stuk nr. 11, over de jeugdzorg, krijgt wat betreft het kabinet oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 12 van de heer Klaver, over schikkingen in de financiële sector: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 13, van de heren Buma, Pechtold, Dijkhoff en Segers: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 14, de motie die gaat over de sociale werkvoorziening: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 15, van de heren Buma en Pechtold: oordeel Kamer. Dit is natuurlijk ook een belangrijk onderdeel van het regeerakkoord.

De motie op stuk nr. 16 ontraad ik. De motie op stuk nr. 14, die over hetzelfde onderwerp gaat, gaat minder ver. De motie op stuk nr. 16 gaat ons nu te ver, dus die ontraad ik.

De motie op stuk nr. 17, over de NPO: oordeel Kamer. Er is wel een beetje ingewikkeld taalgebruik in te vinden, en daarover gaat de motie op stuk nr. 18, waarin D66 verzoekt om belangrijke documenten uit te brengen in een versie die begrijpelijk is. Maar goed, niettemin zal ik ook over de motie op stuk nr. 18 adviseren: oordeel Kamer, waarbij we er wel van uitgaan dat dit niet per se álle wetten en stukjes van de overheid betreft, maar die stukken die ook direct in verbinding staan met de buitenwereld. En de heer Pechtold en ik krijgen dan nog ooit uitgelegd wat "2F" precies is. Maar de motie op stuk nr. 18 krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 19: ontraden. Daarbij verwijs ik naar het debat. De heer Asscher en ik hebben hier uitvoerig over gedebatteerd.

De motie op stuk nr. 20 van de heer Asscher: oordeel Kamer. Die gaat over de betaalbare huurwoningen en over krimpgebieden. Hij diende die motie in samen met de heren Buma en Segers.

Bij de motie op stuk nr. 21 zeg ik: er is geen sprake van een bezuiniging op de huurtoeslag. Dat heb ik al gezegd. Deze motie ontraad ik.

De motie op stuk nr. 22 gaat over het vangnet. Ik heb al gezegd dat er op dit moment gesprekken gaande zijn met sociale partners over loondoorbetaling bij ziekte, over de WIA et cetera, et cetera. Die gesprekken verlopen op zichzelf constructief, maar er is nog echt tijd voor nodig. Ik ontraad deze motie. Laten we nou dat proces een kans geven.

De motie op stuk nr. 23 van de heer Asscher krijgt wat mij betreft oordeel Kamer.

Motie op stuk nr. 24, over het right to challenge. In het derde blokje staat "verzoekt de regering om voor het einde van dit jaar een uitwerking van de right-to-challengeregeling (...) naar de Kamer te sturen". Ik moet erop wijzen dat er niet sprake zal zijn van een wet. Maar tegen die achtergrond en met die toelichting is deze motie wat ons betreft: oordeel Kamer.

Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 25, over 25 miljoen voor armoede.

De motie op stuk nr. 26, over LNV, ontraad ik. We hebben er natuurlijk net over gesproken in het debat.

De motie op stuk nr. 27 is een motie over btw op vlees en zuivel. Die ontraad ik.

De motie op stuk nr. 28 over 60 miljoen. Daar hebben we ook uitvoerig over gesproken, mevrouw Thieme en ik. Daarbij hebben we ook hulp gehad van mevrouw Schouten. Ontraden.

De motie op stuk nr. 29, over de Belastingdienst. In het regeerakkoord is incidenteel 500 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de Belastingdienst. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan het programma Beheerst vernieuwen. Geld is nu niet het probleem. Het is nu echt van belang dat we de vernieuwingsagenda tot een succes maken. Tegen die achtergrond ontraad ik de motie op stuk nr. 29.

De motie op stuk nr. 30. Daarover is veel gesproken. Het is een integraal pakket, waarin de Vpb zit, de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting maar ook de bronheffing en daarmee het minder aantrekkelijk maken of zo veel mogelijk voorkomen van brievenbus-bv's. Die motie ontraad ik.

De motie op stuk nr. 31 van de heer Krol ontraad ik, want dit is onderdeel van de lopende gesprekken over de hervorming van het pensioenstelsel.

De heer Krol (50PLUS):

De vorige motie ... Ik ben de tel kwijt omdat ik een andere nummering heb.

Minister Rutte:

Zegt u waar die over gaat, dan zoek ik het nummer erbij.

De heer Krol (50PLUS):

De motie over het splitsen van ...

Minister Rutte:

Ja, een apart wetsvoorstel voor de dividendbelasting. Dat is de motie op stuk nr. 30.

De heer Krol (50PLUS):

Ja. Het lijkt me boeiend om dat met de minister te bespreken. Om die reden zou ik de motie graag willen aanhouden

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Krol stel ik voor zijn motie (35000, nr. 30) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Rutte:

Dan kom ik bij de bij de motie op stuk nr. 32. De koopkracht van gepensioneerden ziet er in de raming van het CPB gunstig uit. 97% gaat erop vooruit. Tegen die achtergrond: ontraden.

Een raamwerk voor gemeenten is er feitelijk al, dat is de wet. We denken dat we daarbinnen ruimte moeten laten voor de gemeenten, dus we ontraden de motie op stuk nr. 33.

De motie op stuk nr. 34: de eremedaille voor de politie. Ik dacht in combinatie met de volgende motie over de tegenbegroting eerst dat die eremedaille voor de heer Krol was, maar hij is voor de politie. Om die reden: oordeel Kamer. Ik weet niet zeker wat het anders geweest was.

De motie op stuk nr. 35: de tegenbegroting integraal omzetten in beleid. Die ontraad ik, om begrijpelijke redenen.

De motie op stuk nr. 36 van de SGP over de assurantiebelasting voor de brede weersverzekering: oordeel Kamer, waarbij ik wel vraag om, waar de motie heel precies vraagt om dat te doen via een vrijstelling van de assurantiebelasting, in de techniek ruimte te laten, omdat het ook met de uitvoering te maken heeft. Wij willen doen wat de motie vraagt, maar laat ons enige ruimte voor de techniek, vraag ik, want daar zitten we nog even mee te hannesen. Maar oordeel Kamer dus, met die toelichting.

De motie op stuk nr. 37. We willen het onderzoek dat Mark Harbers, de staatssecretaris voor Migratie, nu gaat doen, de commissie die hij gaat instellen, echt daarbij betrekken. Tegen die achtergrond ontraad ik de motie op stuk nr. 37.

De motie op stuk nr. 38 is een verzoek aan de Kamer zelf. Daar geef ik geen advies over.

De motie op stuk nr. 39 over Australië. Dat heeft een ander internationaal kader, is niet gebonden aan het EVRM en tegen die achtergrond: ontraden.

De motie op stuk nr. 40 over dividendbelasting: ontraden.

De motie op stuk nr. 41: ontraden.

De motie op stuk nr. 42. Wij laten mkb'ers en zzp'ers niet opdraaien voor de kosten van de afschaf van de dividendbelasting, dus feitelijk klopt het niet. Ontraden.

De motie op stuk nr. 43. Ik vind het ontzettend lief dat de heer Baudet, hoewel we elkaar bijna nooit spreken hier, toch zo op mij gesteld is dat hij niet zonder mij kan, maar het blijft toch een beetje een bizarre motie, dus die ontraad ik.

Voorzitter, tot slot. We zijn ...

De heer Baudet (FvD):

Mevrouw de voorzitter. De minister-president deed mij net de toezegging dat er in zijn oordeel over de moties allerlei gewijzigde standpunten van hem terug te vinden zouden zijn. Ik heb even meegeschreven. Er is maar één motie die hij wil overnemen: dat is de motie die is ingediend door zijn eigen fractievoorzitter in de Tweede Kamer, de heer Dijkhoff, met een volstrekt nietszeggende aankondiging om een aantal scenario's in kaart te brengen voor de bevolkingsontwikkeling. Alle andere moties zijn ofwel ontraden ofwel oordeel Kamer gelaten! Met andere woorden: wat hij net zei ...

(Hilariteit)

De heer Baudet (FvD):

Wat hij net zei, dat hij van mening ...

Minister Rutte:

Hij snapt het niet!

De heer Baudet (FvD):

... zou zijn veranderd, is flauwekul. Wat overblijft, meneer Rutte, is wat u zei over de toezeggingen die u gedaan zou hebben in het debat. Wij gaan Kamervragen stellen met de vraag welke toezeggingen dat dan zijn, op welke punten u van mening bent veranderd en op grond van welke argumenten. We zijn zeer benieuwd naar het antwoord!

Minister Rutte:

Mevrouw de voorzitter, misschien kunnen we even de camera's uitzetten, want dit is een pijnlijk moment, maar ik wil toch het even doen. Dus we houden het even rechtstreeks tussen ons tweeën.

De heer Baudet (FvD):

Ik verzoek de camera's aan te laten!

De voorzitter:

Nee, nee, nee!

Minister Rutte:

Nou ja, ik denk dat heer Baudet het op prijs stelt dat het volgende deel van mijn beantwoording niet wordt uitgezonden. Dan houden we het even helemaal tussen ons tweeën. Als u hier vaker zou zijn, zou u het ook weten. Als de regering zegt bij een motie "oordeel Kamer", dan is de regering het eigenlijk met de inhoud van de motie eens. Dan gaan we verder kijken hoe de stemmingen zijn, maar als die motie dan wordt aangenomen is die eigenlijk al wat ons betreft onderdeel van ons beleid. Dan zijn we het eens. Snap je?

(Hilariteit)

Minister Rutte:

Dus laten we er verder niet over praten.

De voorzitter:

Goed. Dan ...

Minister Rutte:

Gewoon niet verder over praten. Pijnlijk moment. Ik ga gauw door, want ik had nog een slotwoord.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

Ik vind dit geen pijnlijk moment voor Forum voor Democratie of voor mij. Ik vind het wel een pijnlijk en veelzeggend moment voor de minister-president, in de eerste plaats vanwege het misplaatste dedain waarmee hij spreekt ...

(Hilariteit)

De heer Baudet (FvD):

... over de ingesleten normen blijkbaar die hij hier ziet. Ten tweede gaat het om een veel fundamenteler punt. Als de minister-president zegt dat we het eigenlijk al eens zijn, is er dus geen sprake van een meningsverandering. Als hij zegt dat het eigenlijk al regeringsbeleid is, is er dus geen sprake van een meningsverandering.

Minister Rutte:

Nee, nee, maak het nou niet nóg erger voor je! Het klopt niet!

De voorzitter:

Tot slot, de heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

Tot slot. Als het werkelijk zo zou zijn dat de minister-president van mening zou zijn veranderd op die punten waar die moties over zouden gaan, dan horen we dat nogmaals heel graag geëxpliciteerd. Dus ook daar zullen wij Kamervragen over stellen. Graag het punt waarop de minister-president van mening is veranderd, op grond van welke argumenten en wat dan zijn standpunt daarvoor was. Wij wachten de schriftelijke beantwoording van deze vragen heel graag af. Uit de reacties die we hebben gekregen naar aanleiding van het eerdere debat, weten we dat heel veel mensen in Nederland op dezelfde antwoorden zitten te wachten.

Minister Rutte:

Nee, kijk, meneer Baudet. Ik wil niet met u de strijd aangaan op het terrein van arrogantie, vanzelfsprekend niet. Maar toch even. U graaft het gat dieper. Als u een stukje van het debat had meegemaakt, dan had u gezien dat ik op onderdelen in mijn beantwoording bewegingen heb gemaakt naar de Kamer. Als de regering zegt "oordeel Kamer", dan zou de regering kunnen leven met een uitkomst waarbij zo'n motie wordt aangenomen. Dan zeggen we: oké, daar kunnen we mee leven; dat kunnen wij verwerken in ons beleid. Op een heel aantal punten heb ik dat net gedaan, zowel bij moties van de oppositie als bij moties die voornamelijk gesteund zijn door de coalitie. Er zijn ook moties die zijn ingediend door oppositie en coalitie gezamenlijk. Maar vervolgens komt er een stemming. Dan gaan we met z'n allen hier stemmen. Dan wordt besloten of een motie wordt aangenomen. Dan is die eventueel ook echt onderdeel van het beleid. Maar zo werkt het. De argumenten daarvoor heb ik nu niet allemaal herhaald omdat die vandaag de hele dag in het debat al behandeld zijn. Maar dat heeft u dan moeten missen.

De voorzitter:

Meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):

Ja, sorry, even een punt van orde. Het is echt flauwekul. Er wordt hier nu een paar keer gezegd dat ik er niet zou zijn geweest en dat ik het debat niet zou hebben gevolgd, maar dat is echt pertinent onjuist. Dat is het eerste punt; dat is ook een persoonlijk feit. Dit is echt flauwekul. Het tekent de argumentatieve armoede bij de minister-president. Ten tweede. We zullen het volgen, we zullen het zien en we zullen zo meteen na de stemmingen de balans opmaken.

Minister Rutte:

Nou, dat wachten we af.

Mevrouw de voorzitter. We zijn aan het slot gekomen van de Algemene Beschouwingen over de rijksbegroting voor 2019. Ze waren natuurlijk bijzonder omdat er een situatie was waarin er een dag zat tussen de eerste termijn van de Kamer en de vergadering vandaag op vrijdag. Dat was omdat er een informele top in Salzburg was. Zoals bekend kan het kabinet daar niet worden vervangen, dus daar moest ik naartoe om het Nederlands belang te verdedigen. Ik ben zeer dankbaar dat we het zo konden organiseren. Dat was bijzonder, omdat het ongebruikelijk is dat de Kamer op vrijdag vergadert. Daar wil ik u voor bedanken, maar ook de leden van de Kamer.

Ruim 100 jaar geleden, tijdens het kabinet-Cort van der Linden, trad de Zuiderzeewet van ingenieur Cornelis Lely, minister van Waterstaat in dat kabinet, in werking. De Zuiderzeewet maakte de Afsluitdijk, het IJsselmeer en de nieuwe polders mogelijk. De Afsluitdijk was daarmee, en is nog steeds, een icoon van wereldformaat, dat zelfs vanuit de ruimte zichtbaar is. Dat prachtige feit, die prachtige dijk, toont aan dat Nederland steeds werkt aan zijn toekomst. Wij staan, net zoals een eeuw geleden, opnieuw voor belangrijke veranderingen voor de lange termijn in onze sociale en fysieke omgeving. Ik ga ze niet allemaal noemen, maar ik ga er één uitlichten, waar we vandaag ook uitvoerig over hebben gesproken: de aanpak van de klimaatverandering. Het zijn veranderingen die vragen om overleg, breedgedragen akkoorden met de samenleving, en draagvlak bij bedrijven en de hardwerkende mensen en de gepensioneerden in het land, om te verzekeren dat het niet alleen gaat om effectieve oplossingen, maar ook om duurzame oplossingen.

Voorzitter. Wezenlijk voor deze besluiten en veranderingen zijn de besluitvorming en wetgeving in dit huis, in het overleg tussen regering en Staten-Generaal. De afweging van belangen en de inspiratie door onze beginselen vinden hier plaats. Een parlementaire democratie die ruimte biedt voor ieders inbreng en die heeft getoond besluiten te kunnen nemen over onderwerpen die van belang zijn voor onze gezamenlijke toekomst en voor komende generaties, is het waard om met elkaar te verdedigen. Feitelijk hebben we dat bij implicatie van dit debat afgelopen woensdag en vandaag ook weer gedaan. Dat is een gezamenlijk project. Het is een teer bezit dat we hebben. Dat moeten we met elkaar goed onderhouden. Ik denk dat we dat de afgelopen dagen ook gedaan hebben. Daar wil ik u voor bedanken, en daarmee u allen, voor uw bijdrage en medewerking.

Dank u wel.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Dan schors ik nu de vergadering voor een halfuur, tot 22.30 uur, en dan gaan we stemmen.

De vergadering wordt van 22.00 uur tot 22.35 uur geschorst.