8 Spoor

Aan de orde is het VAO Spoor (AO d.d. 14/02).

De voorzitter:

Dames en heren, aan de orde is het VAO Spoor. Ik verwelkom de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat. We hebben zeven sprekers, in tegenstelling tot wat op de geprinte sprekerslijst staat. Het AO is geweest op 14 februari 2017. Ik geef als eerste spreker het woord aan mevrouw Kröger van GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Voorzitter. Ik heb een drietal moties.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er nagenoeg geen Europese nachttreinen meer vertrekken van en naar Nederland;

overwegende dat de trein een milieuvriendelijk alternatief is voor het vliegtuig;

overwegende dat de nachttrein een alternatief is met een groter praktisch bereik en dus voor veel meer bestemmingen een alternatief kan zijn;

verzoekt de regering om te inventariseren wat er nodig is aan afspraken of tarieven voor vervoerders om Nederland weer aangesloten te krijgen op het Europese nachtnet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 741 (29984).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een opwaardering van de internationale spoorcorridors een belangrijke bijdrage kan leveren aan de concurrentiepositie van het spoor;

constaterende dat de invoering van ERTMS op het Nederlandse deel van de Berlijnlijn pas na 2037 is voorzien, en van de ICE Amsterdam-Frankfurt pas na 2030;

verzoekt de regering te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de aanleg van ERTMS op beide corridors te versnellen;

verzoekt de regering voorts daarover ook in overleg te treden met de Duitse partners, en de Kamer hierover voor de zomer te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Ziengs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 742 (29984).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat reizen per trein veel milieuvriendelijker is dan per vliegtuig;

overwegende dat op kortere afstanden de trein vaak een prima alternatief is voor het reizen per vliegtuig;

verzoekt de regering als onderdeel van gesprekken met het bedrijfsleven over verduurzaming van mobiliteit ook afspraken te maken waarin zo veel mogelijk reizen per trein, onderdeel wordt van het mvo-beleid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 743 (29984).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Kröger. Dan gaan we door naar de heer Van Aalst van de PVV.

De heer Van Aalst (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Gezien het prettige AO en een mooie toezegging willen wij deze gelijk concreet maken. Bij dezen dus de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat reizigers momenteel geen middel hebben om overlast in de trein te melden en vaak zelf niet durven in te grijpen;

overwegende dat het vroeg signaleren van vervelende of gevaarlijke situaties het bevoegd personeel helpt om adequaat op te treden;

verzoekt de regering om met de NS een sms/appdienst op te zetten om overlast in de trein te melden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 744 (29984).

Dank u wel, meneer Van Aalst. De heer Amhaouch van het CDA.

De heer Amhaouch (CDA):

Voorzitter. We hebben winterweer gehad: storm, sneeuw. Daarom is het voor het CDA belangrijk dat de regio's goed met elkaar verbonden zijn. Daarom dien ik deze motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het wenselijk is dat bij de uitval van treinen door (extreem) winterweer of storm belangrijke treinstations verdeeld over het land met elkaar verbonden blijven;

verzoekt de regering een plan op te stellen waarbij bij extreme weersomstandigheden de belangrijkste treinstations zo veel mogelijk met elkaar verbonden blijven, en de Kamer daarover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Amhaouch. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 745 (29984).

De heer Jetten, D66.

De heer Jetten (D66):

Voorzitter. Door de nieuwe dienstregeling van de NS zijn bijna alle reizigers sneller op hun plaats van bestemming. Maar dat geldt niet als je van of naar Dordrecht moet reizen, een belangrijk knooppunt in de regio. D66 wil daarom een oplossing voor alle reizigers die nu nog in de kou moeten wachten. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat station Dordrecht een belangrijke functie vervult als regionaal ov-knooppunt;

overwegende dat de lijn Dordrecht-Breda volgens het regeerakkoord in beeld is om toegevoegd te worden aan de regionale ov-concessie;

verzoekt de regering de tijdelijke intercitypendel van Dordrecht naar Breda met minimaal een jaar te verlengen, in ieder geval in de spitsuren, en met de regio afspraken te maken over de kostenverdeling;

verzoekt de regering voorts om met de NS, regionale vervoerders en de regio Drechtsteden gedurende dit jaar te zoeken naar een optimalisering van de reistijden van en naar Dordrecht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jetten en Van der Graaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 746 (29984).

De heer Jetten (D66):

Eerder vroegen wij namens D66 naar de uitvoering van de motie-Jetten/Kröger over een verlaging van de maximumsnelheid van goederentreinen in de nacht. Daarmee willen we de trillingshinder en geluidshinder voor omwonenden beperken. De staatssecretaris gaf in het AO aan dat er onderzoek wordt gedaan naar het verband tussen een lage snelheid en de afname van trillingen. Het is hartstikke fijn dat dit onderzoek loopt, maar ik hoor graag of in dit onderzoek ook het verband tussen lagere snelheden en geluidshinder wordt meegenomen, want ook dat leidt tot piekbelastingen in de nacht bij mensen thuis.

Voorzitter. Ik ben ook erg blij met de toezegging van de staatssecretaris in het AO om zich in Meteren in de regio Den Bosch bij te laten praten over de zorgen die daar leven ten aanzien van het spoorgoederenvervoer. Afgelopen vrijdag ben ik daar nogmaals op werkbezoek geweest. De informatievoorziening door ProRail wordt door veel mensen als onvoldoende ervaren. Erg fijn dat de staatssecretaris zelf poolshoogte gaat nemen. Ik wil nogmaals benadrukken dat bij de definitieve besluitvorming ook de actuele vervoersprognoses moeten worden meegenomen.

Voorzitter. Tot slot een vraag over de betonschades bij de hsl-tunnel. De staatssecretaris meldde in de laatste voortgangsrapportage dat er gesprekken lopen met de aannemer over deze betonschades. Ik ben benieuwd of zij ons hiervan een update kan geven.

De voorzitter:

Dank u wel. Altijd fijn in Den Bosch, meneer Jetten. Ik geef het woord aan mevrouw Van der Graaf.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter, voor het woord. In het algemeen overleg over het spoor heb ik namens de ChristenUnie aandacht gevraagd voor de toegankelijkheid van het reizen met de trein. In de praktijk vernemen wij dat er nog veel onbenutte mogelijkheden zijn om dat te verbeteren. Daarom de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat NS en ProRail werk maken van het toegankelijk maken van reizen met een beperking;

overwegende dat in de praktijk door organisaties als Wij Staan Op! en Ieder(in) nog steeds knelpunten worden ervaren die met eenvoudige maatregelen kunnen worden opgelost om de toegankelijkheid voor reizigers met een beperking te verbeteren, onder meer in de assistentieverlening op stations en in de informatievoorziening voor reizigers;

verzoekt de regering om NS en ProRail te stimuleren de onbenutte mogelijkheden voor het verbeteren van reizen met een beperking te verkennen, daarbij gebruik te maken van de suggesties van Wij Staan Op! en leder(in), en de Kamer hierover voor de zomer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Graaf en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 747 (29984).

De heer Ziengs van de VVD.

De heer Ziengs (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Tijdens het algemeen overleg heb ik met collega Kröger van GroenLinks al aandacht gevraagd voor Eurostar. Hierover dienen we nu ook een motie in die inmiddels is ondersteund door meerdere collega's.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Eurostar per 4 april 2018 gaat rijden tussen Amsterdam en Londen;

constaterende dat op de reis van Amsterdam naar Londen een tussenstop in Brussel gemaakt moet worden in verband met de paspoort- en bagagecontrole, met als gevolg een extra uur reistijd;

constaterende dat de Eurostar al jaren zonder problemen rijdt tussen België, Frankrijk en Groot-Brittannië, waar zij simpele verdragen voor gesloten hebben;

overwegende dat de staatssecretaris heeft aangegeven internationale afspraken niet voor 2020 af te kunnen ronden;

verzoekt de regering om te onderzoeken of een bilaterale overeenkomst tussen Groot-Brittannië en Nederland mogelijk is op korte termijn, zodat de paspoort- en bagagecontroles in Nederland kunnen plaatsvinden;

verzoekt de regering voorts te onderzoeken of Nederland kan aansluiten bij de overeenkomst tussen België, Frankrijk en Groot-Brittannië,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ziengs, Kröger, Amhaouch, Jetten en Van der Graaf.

Zij krijgt nr. 748 (29984).

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat sancties tegen wanprestaties in het openbaar vervoer van vervoerders zo effectief mogelijk dienen te zijn;

constaterende dat de Wet personenvervoer 2000 de mogelijkheid geeft om bij wanprestaties als uiterste stap de concessie geheel of gedeeltelijk in te trekken, maar dat deze mogelijkheid zelden gebruikt wordt;

constaterende dat in de huidige concessie het om three strikes op een rij gaat;

verzoekt de regering ten behoeve van de besluitvorming over volgende concessies verschillende wijzen van sturing en sanctionering in kaart te brengen, en daarbij in ieder geval een systeem van "three strikes binnen vijf jaar" mee te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ziengs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 749 (29984).

De heer Laçin ziet af van zijn spreektijd. Ik kijk even naar de staatssecretaris. Zullen we vijf minuten schorsen?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ja, ik moet eerst alle moties nog krijgen.

De voorzitter:

Dat begrijp ik.

De vergadering wordt van 15.58 uur tot 16.02 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de staatssecretaris voor de appreciatie van de moties. Gaat uw gang.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dank u wel, voorzitter, en dank aan de leden. Ik denk dat we met elkaar een goed AO hadden en dat het goed is om nog even de puntjes op de i te zetten, zoals bij de nachttrein. Ik heb tijdens het AO duidelijk aan mevrouw Kröger aangegeven dat de nachttrein een mooi instrument kan zijn. Zeker als je daardoor het vliegtuig kunt laten staan omdat de trein niet veel extra tijd kost. Maar het is natuurlijk primair aan vervoerders om het initiatief voor een nachttrein te nemen. Ik ben wel bereid tot overleg met ProRail en NS om te kijken waar de haken en ogen zitten. Ik stel dan ook voor dat ik dit onderdeel maak van de brief over het internationale treinverkeer die ik aan de Kamer heb toegezegd. Ik laat het oordeel over de motie op stuk nr. 741 graag over aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 742 van mevrouw Kröger en de heer Ziengs. In die motie wordt de regering verzocht te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de aanleg van ERTMS op twee corridors te versnellen, en in overleg te treden met de Duitse partners. Zoals ik in het algemeen overleg ook al heb aangegeven, kijkt Duitsland, naar aanleiding van hun formatie en regeerakkoord, op dit moment naar hun investeringen. Ik zou niet vooruit willen lopen op een versnelling voordat ik überhaupt weet wat de internationale partners doen. Ik zou de indieners dan ook willen vragen om deze motie aan te houden. In ruil daarvoor zeg ik de Kamer toe dat ik het gesprek met de Duitse partners zal voeren zodra zij klaar zijn. Ik weet niet of zij voor de zomer al klaar zijn, maar zodra zij hun plannen gereed hebben, zal ik de Kamer daarover informeren. Als u toch aanleiding ziet voor het wensen van een verdere versnelling op bepaalde corridors, dan lijkt het me goed dat we een analyse maken van de voor- en nadelen en integraal met elkaar het gesprek voeren over de vraag: zijn dit de corridors die we willen versnellen en ten koste van welke andere corridors zou dat dan eventueel mogen gaan? Het kan immers niet altijd en-en. Daarom zou ik de indieners willen verzoeken de motie aan te houden. Ik zeg toe dat ik met de Duitse partners in overleg zal treden zodra zij hun plannen gereed hebben. Daarover zal ik u informeren. Daarna kunnen we met elkaar alsnog bezien of u versnelling op de een of andere corridor wil en ten koste van welke corridor dat zou moeten gaan. Wellicht is er dan meer mogelijk, maar we moeten met dit soort complexe projecten niet te kort door de bocht gaan. Het verzoek is dus om de motie op stuk nr. 742 aan te houden.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):

Ik kijk even naar mijn collega. Volgens mij houden wij de motie aan, maar ik wil daarbij wel een opmerking plaatsen. De tijdlijn die nu geschetst is, is door de staatssecretaris in het AO ook al geschetst. Wat ons betreft is die versnelling nodig, maar het lijkt me prima om de motie aan te houden totdat het mogelijk is om met de Duitse overheid in overleg te treden.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dank voor de geboden ruimte. Als we weten wat de Duitsers gaan doen, weten we ook op welke termijn zij dat gaan doen. Dan kunnen we bekijken hoe we onze strategie met betrekking tot dit complexe project, waarbij we steeds flexibel zullen moeten blijven, naar beste weten kunnen uitrollen. Zoals ik tijdens het algemeen overleg al heb gezegd, doe ik dat graag heel nauwkeurig samen met uw Kamer. Maar ik kan de Duitsers niet aan hun timing houden. Ik zal met hen spreken zodra zij hun plannen gereed hebben, ik rapporteer daarover terug aan de Kamer en dan bespreken we opnieuw met elkaar of dat aanleiding geeft tot het aanpassen van de strategie die we met elkaar hadden voorzien.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (29984, nr. 742) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 743 van mevrouw Kröger, waarin wordt verzocht om in overleg te treden met het bedrijfsleven om een afspraak te maken over niet-vliegen onder de 600 kilometer. Ik weet dat dat de warme aandacht heeft van mevrouw Kröger, maar dat heeft het ook van mij. Het was zelfs een van mijn eerste contactmomenten met het bedrijfsleven: spreken over andere mobiliteit, breed door alle mobiliteiten heen. Ik ben dus al volop met dat gesprek bezig en daarom is deze motie niet nodig. Ik ontraad de motie, maar niet vanwege de inhoud, maar omdat het iets is waar we absoluut mee bezig zijn. Ik zal de Kamer laten weten wat de resultaten zijn en ik hoop mevrouw Kröger daarmee dan ook blij te maken.

Dan de motie op stuk nr. 744 van de heer Van Aalst, waarin de regering wordt verzocht ervoor te zorgen dat er een sms-alert in de trein komt waarmee reizigers misstanden kunnen melden, zodat een conducteur die in wagon A is, weet wanneer het tijd is om naar wagon C te gaan, het liefste samen met een collega. Ik snap het verzoek heel goed. Maar als ik kijk naar de formulering, dan zou ik willen vragen om mij daarin een beetje de ruimte te laten. We willen ook techniekonafhankelijk zijn, dus misschien moet het ook via whatsapp kunnen. Ik zal hierover ook met J en V en de vervoerders in gesprek moeten. Als ik de motie mag interpreteren als de vraag om een inspanningsverplichting om hiermee aan de slag te gaan, dan laat ik het oordeel graag aan de Kamer. Weet dus dat ik het niet helemaal zo letterlijk kan uitvoeren als het er staat.

De voorzitter:

De heer Van Aalst knikt.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Mooi. Ik kom daar graag op terug, want ik snap heel goed zijn punt.

De heer Amhaouch vraagt in zijn motie op stuk nr. 745 net als tijdens het algemeen overleg of er tijdens zo'n extreme storm een soort van kernnet is — zo vat ik het maar even samen — waarbij we alles op alles moeten zetten om dat in eerste instantie overeind te houden. Ik heb in het algemeen overleg al gezegd dat ik de vraag van de heer Amhaouch goed begrijp. Ik kan het NS en ProRail niet voorschrijven. We moeten er ook voor oppassen om vanuit de Kamer te veel dingen direct in de operatie voor te schrijven. Maar ik vind het wel een heel relevante vraag, dus ik ben graag bereid deze vraag aan hen te stellen en dit met hen te bespreken, ook vanuit de urgentie die hier gevoeld wordt op dit punt. Nogmaals, ik vind het een logische. Ik kom hier graag op terug bij de Kamer. Als ik de motie zo mag interpreteren dat ik de vraag ga neerleggen bij de NS en ProRail, dan zou ik de heer Amhaouch kunnen vragen de motie nog even aan te houden of licht aan te passen, zodat het ook bij deze motie gaat om een inspanningsverplichting. Dan zou ik het oordeel over de motie aan de Kamer over kunnen laten. Ik kan het dus niet opleggen; dat wil ik heel duidelijk gezegd hebben. Ik wil daar wel graag het gesprek over aangaan. Ik kijk even naar de heer Amhaouch of hij een voorkeur heeft voor het ene of het andere.

De voorzitter:

Wilt u de motie in stemming brengen?

De heer Amhaouch (CDA):

Ik wil haar voorlopig nog even in stemming brengen en we zullen nog bekijken of we haar later misschien nog aanhouden. Misschien nog iets anders: we krijgen nog de evaluatie winterweer, zoals elk jaar. Zou het daarin in meegenomen kunnen worden? Kan daarin een doorkijk geschetst worden naar of het haalbaar is en wat we ervoor nodig hebben?

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dat is misschien de allerbeste optie. Heel veel dank voor deze suggestie. Als ik nu de vraag neerleg bij NS en ProRail en probeer in de evaluatie winterweer met de resultaten daarvan terug te komen bij de Kamer, dan zou de heer Amhaouch zijn motie misschien tot op dat moment kunnen aanhouden en dan bekijken of er noodzaak is voor aanvullende vragen.

De heer Amhaouch (CDA):

Dan houd ik de motie aan. Dank u wel.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Amhaouch stel ik voor zijn motie (29984, nr. 745) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 746 van de leden Jetten en Van der Graaf over Dordrecht. Zij verzoeken de regering de tijdelijke intercitypendel van Dordrecht naar Breda met minimaal een jaar te verlengen, in ieder geval in de spitsuren, en met de regio afspraken te maken over de kostenverdeling. Die tijdelijke pendel is natuurlijk een van de uitvloeisels van de Fyra-enquête. Bij veel van de moties komen overigens lessen uit de Fyra-enquête terug. De griffiers herkennen dat wellicht ook. Het is ook belangrijk dat we die lessen steeds goed ter harte nemen bij de besluiten die we nu dagelijks met elkaar nemen. Ik zie dat de motie in de kern vraagt om in ieder geval dit jaar nog de tijd te nemen om tot een structurele oplossing te komen. Dat snap ik heel erg goed, dus ik laat het oordeel over deze motie graag aan de Kamer. Een optie waarbij ik me iets kan voorstellen is bijvoorbeeld om de IC-pendeldienst tussen Dordrecht en Breda in ieder geval in de spitsuren door te trekken. Maar ik ga hierover graag in gesprek met de regio. Het lijkt me wel goed dat we ons realiseren dat het bij een structurele oplossing wel in te passen moet zijn in de dienstregeling. Dat is een heel complexe puzzel. Dit probleem om Dordrecht eruit te halen is niet voor niets ooit ontstaan. Het is niet iets wat zomaar weer kan worden ingepast. Nogmaals, met die kanttekeningen ga ik graag in gesprek met de regio en laat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 747 van mevrouw Van der Graaf en mevrouw Dik-Faber over reizen met een beperking. Zij verzoeken de regering om de toegankelijkheid in kaart te brengen en te bekijken welke mogelijkheden er nog zijn. Ook wat dit betreft zou ik willen zeggen dat ik dit graag onder de aandacht breng. Ik zal zeker kijken wat er nog aan opties is. Verder vragen zij mij gebruik te maken van de suggesties van Wij Staan Op! en leder(in), en de Kamer hierover voor de zomer te informeren. Ik ben graag bereid de Kamer voor de zomer te informeren. Zeker omdat de motie echt de verantwoordelijkheid bij NS en ProRail laat om de afweging te maken of iets een doelmatige oplossing is of niet, kan ik het oordeel over deze motie aan de Kamer overlaten. Ik zou ook voor de zomer een brief kunnen sturen. Dan kan mevrouw Van der Graaf beoordelen of er na die brief nog specifieke wensen overblijven. Zullen we het zo doen? Dan zeg ik een brief toe op dit punt en komen we voor de zomer nog naar de Kamer met het antwoord op deze vraag.

De leden Ziengs, Kröger, Amhaouch, Jetten en Van der Graaf verzoeken de regering in de motie op stuk nr. 748 om te kijken of we tot een snellere opstart van de directe Eurostar zouden kunnen komen. Vandaag is de eerste dag dat de Eurostar direct vanuit Londen in Amsterdam aankomt. Ik kon niet bij de ontvangst zijn, want ik ben hier bij u. Dat heeft natuurlijk mijn prioriteit. En terecht, zou ik zeggen. Ik hoop dat ik in het AO heel duidelijk heb gemaakt dat ik niet per se een aansporing nodig heb om dit sneller te doen. Maar die aansporing is ook niet onwelkom. Ik vind het geen enkel probleem om te kijken of we nog eens in een brief voor u neer kunnen leggen wat er wel en niet kan, zodat we met elkaar de analyse kunnen maken dat we het zo snel mogelijk doen. Ik verwacht u die brief medio maart toe te zenden. Ik zou me ook hier kunnen voorstellen dat de motie wordt aangehouden, maar ik heb er geen bezwaar tegen als u zegt dit nog een keer te willen onderstrepen. Ik ben met collega Harbers bezig om de brief op te stellen die ik heb toegezegd in het algemeen overleg. Ook hier moet ik de verwachting enigszins temperen. Het is niet voor niks dat ik u het tijdpad heb gemeld dat wij voor ogen hebben. Ik deel die analyse graag met u.

Dan de motie op stuk nr. 749 met een vraag van de heer Ziengs. Hij verzoekt de regering om ten behoeve van de besluitvorming over volgende concessies verschillende wijzen van sturing en sanctionering in kaart te brengen en daarbij in ieder geval een systeem van "three strikes binnen vijf jaar" mee te nemen. Ik snap deze vraag van de heer Ziengs heel goed. Ik vind hem ook wel tijdig, omdat dit ons de tijd laat om daar tussen nu en het moment waarop we met elkaar gaan spreken over de volgende concessie, eens goed over na te denken. We hebben in deze concessie ervaring opgedaan met three strikes in jaren direct achter elkaar en we zijn die ook nog steeds aan het opdoen. Het is altijd goed om die ervaring te benutten en af te zetten tegenover andere modellen waar je aan zou kunnen denken. Hoewel daartoe niet besloten is, is in eerdere instantie ook weleens gesproken over drie en vijf jaar. Bij de afgelopen concessie heeft de Kamer daar niet voor gekozen, maar ik vind het een goede suggestie van de heer Ziengs om eens na te denken of die en wellicht ook andere wijzen van sturing af te wegen zijn tegenover elkaar in een volgende concessie. Ik laat het oordeel over deze motie graag aan de Kamer over.

De heer Ziengs (VVD):

Als de staatssecretaris dat een goede suggestie vindt, kan ze die motie wellicht gewoon omarmen. Als de overige leden daarmee akkoord zijn, hebben we dit gelijk binnen.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Ik ben graag bereid deze motie over te nemen.

De voorzitter:

Daarmee is deze motie overgenomen, want ik zie niemand bezwaar maken. Dan maakt die niet meer deel uit van de beraadslaging. Oh, ik zie dat de heer Laçin wel bezwaar maakt. Dan komt de motie in stemming.

Staatssecretaris Van Veldhoven:

Prima, voorzitter.

Dan waren er nog een aantal vragen gesteld. De eerste vraag ging over de betonproblematiek. De heer Jetten vroeg hoe het staat met de gesprekken met de aannemer van de hsl-tunnel Rotterdam over het herstel van de betonschade. Dat is inderdaad een belangrijke vraag. Direct nadat in 2015 bleek dat het beton van de tunnel in Rotterdam was aangetast, is de garantie ingeroepen, niet alleen bij de aannemer van de tunnel, maar ook bij drie andere hsl-contracten. Voor twee contracten was de garantie inmiddels al verlopen, maar voor vier in totaal zijn er inderdaad garanties ingeroepen toen zichtbaar werd dat er schade was. Ik ben samen met de aannemer van de tunnel in Rotterdam een overeenkomst aan het voorbereiden voor de definitieve afhandeling van in 2016 en 2017 opgenomen betonschade onder de lopende garantie. Die konden we daar nog onderbrengen. Toekomstige betonschade is niet meer te claimen, want die zou dan weer buiten de garantietermijn vallen. Maar voor de betonschade die we hadden geconstateerd, waren we dus op tijd. We zijn tot een overeenstemming aan het komen en de aannemer is bereid om deze maatregelen voor eigen rekening uit te voeren. Daar ben ik blij mee. Het voornemen is dan ook om de overeenkomst in april af te ronden. Ik heb overigens ook nog een toets op die overeenkomst laten uitvoeren.

Zo nodig ga ik ook in overleg met de aannemers van de drie overige contracten over herstel van eventuele betonschade onder garantie. Maar of daar aanleiding voor is, moet blijken uit de onderzoeken naar betonschade op de HSL-Zuid, die we nu dus laten doen. Medio dit jaar worden die afgerond. Wij hebben voor de zekerheid ook daar, zeg maar "stop-de-klok", een garantie ingeroepen om de onderzoeken te kunnen uitvoeren. Bij de volgende voortgangsrapportage over de hsl zal ik u daarover in ieder geval informeren. Ik hoop dat ik daarmee de vraag van de heer Jetten heb beantwoord.

Dan was er nog een vraag van de heer Jetten. Hij vroeg of geluidhinder wordt meegenomen in het onderzoek naar lagere snelheden. Ik kom in april of mei met een brief over gedifferentieerd rijden en daarin zal ook het punt van de geluidhinder worden meegenomen.

Dan het derde punt van de heer Jetten. Ik heb tijdens het algemeen overleg gezegd dat ik graag zelf ter plekke in Meteren ga kijken, omdat ik heel goed begrijp dat de mensen daar vragen hebben, ik de situatie daar zelf ook graag een keer wil zien en de zorg van de omwonenden wil horen en met hen bespreken. Dat wordt met voorrang in mijn agenda ingepland.

Voorzitter. Ik hoop dat ik hiermee alle vragen heb beantwoord.

De voorzitter:

Ik kijk even rond. Ik heb ze ook genoteerd en afgevinkt. Volgens mij zijn wij hiermee gekomen aan het einde van dit VAO. Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Stemmingen over de moties aanstaande dinsdag. Ik schors een ogenblik om ons voor te bereiden op het volgende VAO over dierenwelzijn.

Ik herneem dit onderwerp voordat de woordvoerders weglopen, want wij stemmen aanstaande donderdag over de moties, gelet op het reces volgende week.

De vergadering wordt van 16.17 uur tot 16.19 uur geschorst.

Naar boven