Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 5, item 9

9 Raad voor het Concurrentievermogen

Aan de orde is het VSO Raad voor het Concurrentievermogen d.d. 29 en 30 september 2016 (21501-30, nr. 383). 

De voorzitter:

Mevrouw Gesthuizen heeft zich namens de fractie van de Socialistische Partij als enige spreker aangemeld. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Omdat ik vanochtend in de knel kwam met de tijd en daardoor mijn laatste motie niet kon indienen, begin ik nu met het indienen van de motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat Chinese staalproducenten sinds enige tijd op grote schaal staal dumpen op de Europese markt, dat de Europese staalindustrie al geruime tijd in de problemen zit en dat de werkgelegenheid in deze sector onder druk staat; 

voorts constaterende dat de Europese Unie de effectiviteit van importheffingen beperkt door de lesser duty rule toe te passen en dat de voorzitter van de Europese Commissie er onlangs voor pleitte even krachtig als de VS op te treden tegen dumping; 

verzoekt de regering, te pleiten voor zeer spoedige aanpassing van het handelsdefensief instrumentarium van de Europese Commissie zodat de mogelijkheid wordt gecreëerd om de lesser duty rule niet toe te passen als voortbestaan van de grondstoffen- en maakindustrie door dumping of andere vormen van oneerlijke concurrentie in gevaar komt; 

verzoekt de regering tevens, te onderzoeken of deze mogelijkheid voor alle sectoren van de economie gecreëerd zou moeten worden, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Gesthuizen en Bruins. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 384 (21501-30). 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik moet eigenlijk gewoon afsluiten met de opmerking dat ik uitzie naar de reactie van de minister van Financiën op deze motie. 

De voorzitter:

De minister heeft de motie al in zijn bezit en kan direct reageren. 

Minister Dijsselbloem:

Voorzitter. Ik heb me natuurlijk uitgebreid geprepareerd op dit debat en ik had me ook voorbereid op een vraag over broodroosters, maar ik geloof dat ik dat deel van mijn beantwoording kan wegleggen. Dit is overigens geen provocatie. Het is althans niet zo bedoeld. 

Mevrouw Gesthuizen heeft een motie ingediend over het dumpen van staal op de Europese markt. Dat is een reëel probleem. Zij wil naar aanleiding daarvan het beleid van de Europese Unie ten aanzien van importtarieven — bekend onder de goede Nederlandse naam "lesser duty rule" — ter discussie stellen, zodat Europa hogere tarieven kan instellen om dumpingpraktijken tegen te gaan. De grote vraag die hier aan de orde is, is of dit nu in het Nederlandse belang is. Nederland is een exporterend land en heeft een breed palet aan bedrijfsleven en belangen van het bedrijfsleven in ogenschouw te nemen. Daarom zijn wij altijd voorstander geweest van deze benadering. De lesser duty rule wil zeggen dat je het laagst mogelijke tarief oplegt dat effectieve bescherming biedt tegen dumping, om daarmee te voorkomen dat je meteen in een overreactie of in een handelsoorlog terechtkomt. Het is misschien aantrekkelijk om soms daaraan voorbij te gaan en harder toe te slaan, maar dat is absoluut niet in het belang van de brede positie van Nederland als exportland. We moeten daar echt terughoudend en zo effectief mogelijk mee omgaan. 

Minister Ploumen zal in oktober een brief aan de Kamer sturen over de werking van de lesser duty rule. Dat is ook al eerder toegezegd. Daarin wordt aangegeven hoe die lesser duty rule werkt, of die effectief is en op welke wijze dat dan het geval is. Ik denk dat het goed is om het debat aan de hand daarvan meer ten principale en in den breedte te voeren in plaats van nu ad hoc en mogelijk opportunistisch deze benadering los te laten. Om die reden moet ik de motie ontraden. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Wat mij in deze redenering stoort, is dat in de motie natuurlijk helemaal niet staat dat we meteen toe moeten naar een maximale importheffing op het moment dat de Chinese staalindustrie met staatssteun wereldwijd en dus ook in Europa staal dumpt. De minister noemt het een handelsoorlog, maar ik zeg maar eventjes heel plat "op het moment dat we worden aangevallen". Het is oneerlijke concurrentie en onze staalindustrie heeft daar veel last van. Er staat niet dat wij toe moeten naar maximale importtarieven. Er staat alleen maar dat wij het mogelijk willen maken om de lesser duty rule niet toe te passen. Dat kan nu namelijk niet. Ik begrijp eerlijk gezegd niet dat er zo'n straffe afwijzing van de motie komt. 

Minister Dijsselbloem:

Ik heb ook niet gesuggereerd dat mevrouw Gesthuizen meteen de maximale tarieven wil opleggen. Zij wil wel de in onze ogen gezonde rem die in de lesser duty rule ligt besloten, eraf halen. Ik denk dat je dat vanuit het belang van het geheel van de Nederlandse industrie en economie onder ogen moet zien. We moeten ervoor oppassen om nu ad hoc iets te doen. Want dat komt in de overwegingen van de motie heel duidelijk tot uitdrukking: er is nu een acute aanleiding, dus wij zouden nu wel hogere tarieven willen opleggen. Dat is de portee van deze motie en daarom stelt mevrouw Gesthuizen de lesser duty rule ter discussie. De lijn van het kabinet zou zijn: laten wij nu eerst even goed nadenken of deze rule, deze in de Europese wetgeving vastgelegde benadering, niet eigenlijk in het belang van Nederland is, in de breedte en op de langere termijn. Daarom vinden wij de volgorde niet goed. Laten wij eerst maar fundamenteel het debat voeren over de vraag of deze regel werkt. Is deze in ons voordeel? Wat zijn de voor- en nadelen van het opheffen ervan? Daarover moeten wij het hebben, voordat wij zeggen: snel voorwaarts. 

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Dan zie ik mij genoodzaakt om de motie aan te houden. Als de motie in stemming komt, wil ik uiteraard wel dat deze wordt aangenomen, al was het maar omdat ik zie dat het voor wat betreft een aanzienlijk deel van de Europese staalindustrie niet goed gaat. Ook Nederland gaat daarvan mogelijk de klappen opvangen. Dit proces is zelfs al een aantal jaren aan de gang. Er is sprake van oneerlijke concurrentie, omdat er gewoon met staatssteun onder de kostprijs hier verkocht kan worden. Natuurlijk zijn er ook mensen die daar voordeel van hebben. Ik zie echter dat dit op dit moment met het huidige defensieve instrumentarium niet wordt bestreden. Misschien zou het wel kunnen — dan zullen we de regels iets moeten aanpassen — maar op dit moment wordt een en ander niet effectief bestreden. Ik houd de motie dus aan. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Gesthuizen stel ik voor, haar motie (21501-30, nr. 384) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Minister Dijsselbloem:

Voorzitter, sta mij toe één opmerking te maken, want anders blijft bij de luisteraars thuis het beeld achter dat er op dit vlak niets gebeurt. Er zijn inmiddels al 39 maatregelen voor verschillende segmenten van de kwaliteit van staal genomen. Je kunt met elkaar twisten over de vraag of het genoeg is. Moet het niet sneller? Overigens vindt ook minister Ploumen dat dit soort maatregelen sneller moet kunnen worden genomen. De rest van de discussie voeren wij aan de hand van de brief. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik dank de minister van Financiën voor zijn komst naar de Kamer. 

Wij gaan niet stemmen, omdat de motie is aangehouden. 

De vergadering wordt van 16.25 uur tot 16.47 uur geschorst.