Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-2017nr. 37, item 34

34 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

We gaan verder met de regeling van werkzaamheden, maar dat kan alleen als het rustig wordt in de zaal.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor, de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 31135-61 en 31135-41.

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda van vóór het kerstreces:

  • -het VAO Passend onderwijs, met als eerste spreker het lid Ypma namens de PvdA,

en aan de agenda van na het kerstreces:

  • -het VAO Intensieve kindzorg, met als eerste spreker het lid Bergkamp namens D66.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Schouten namens de ChristenUnie. Het moet echt een beetje stil zijn in de zaal.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Voorzitter. Afgelopen vrijdag stuurde de Verkenner Primair Onderwijs zijn rapportage naar de Tweede Kamer. De Kamer had verzocht de oplossing te vinden voor de invalkrachten en de problemen daarmee in het onderwijs. De minister van Sociale Zaken heeft daarop een brief gestuurd waarin staat dat hij de voorgestelde oplossing graag wil overnemen, maar nu krijgen wij berichten en zelfs mails van de PO-Raad waarin staat dat deze uitzondering alleen geldt voor scholen die zijn aangesloten bij de PO-Raad. Kortom, het is geen algehele oplossing voor het probleem. Dit komt omdat de cao nog niet algemeen verbindend is verklaard en het ligt toch echt op het bordje van deze minister om dat te doen. Kortom, de inzet is goed maar dat geldt nog niet voor de uitwerking. Dit gaat op 1 januari in, dus wij moeten daarover deze week nog spreken met de minister van Sociale Zaken.

Ik wil ook graag van hem een brief ontvangen waarin hij aangeeft hoe hij tegen de mail van de PO-Raad aankijkt.

De heer Pieter Heerma (CDA):

Volgens mij hoeft zo'n debat niet lang te duren, maar dit moet inderdaad wel voor het nieuwe jaar gebeuren. Steun dus voor dit verzoek.

De heer Van Weyenberg (D66):

Die problemen bij de scholen duren maar voort. Dit leek een oplossing, maar nu is er toch weer twijfel. Van harte steun dus van D66.

De heer De Graaf (PVV):

Het schema zit vol. Wat ons betreft doen we het gewoon in een kort AO en daarna nog even afsluiten met een VAO'tje op donderdagavond. Ik denk dat we dan hetzelfde hebben bereikt. Tenminste, misschien denken we er niet hetzelfde over, maar dan kan het wel.

De heer Van 't Wout (VVD):

Het lijkt me heel goed als er zo snel mogelijk een brief komt van het ministerie. Als het even kan vóór 17.00 uur, want dan hebben wij een procedurevergadering. Mocht er dan aanleiding zijn om de brief te bespreken, dan hoeft dit wat ons betreft niet per se plenair te gebeuren. Het zou in ieder geval helpen als die brief er heel snel kwam.

De voorzitter:

Dus voorlopig geen steun voor het debat?

De heer Van 't Wout (VVD):

Niet plenair.

De heer Monasch (Monasch):

Het kan niet zo zijn dat er onderscheid wordt gemaakt tussen twee groepen docenten, dus steun voor het verzoek. Als u vindt dat het sneller kan in een AO en een VAO, is dat ook goed. Maar in principe steun voor het debat hier.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Steun. Wat mij betreft ook steun voor het krijgen van die brief vóór 17.00 uur, maar ik zou het willen omdraaien: het debat moet wat mij betreft doorgaan, tenzij de brief de zorgen wegneemt.

De heer Kerstens (PvdA):

Ik sluit mij aan bij de woorden van collega Van 't Wout.

De voorzitter:

Mevrouw Schouten.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik zie dat er geen meerderheid is. Het is wat mij betreft wel van het grootste belang dat we dit bespreken. Als er vóór 17.00 uur een brief kan komen, heel graag. Dan zal ik in de procedurevergadering inderdaad proberen om het om te zetten in een AO en als het nodig mocht zijn, kondig ik een VAO aan.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Bergkamp namens D66.

Mevrouw Bergkamp (D66):

Voorzitter. Vorige week gaven burgemeesters in Brabant aan dat ze de strijd tegen de drugscriminelen aan het verliezen zijn. Wij nemen dit signaal zeer serieus en om die reden willen wij een brief van het kabinet en een debat met de minister van Veiligheid en Justitie. We vragen dit mede aan namens het CDA, mevrouw Van Toorenburg.

De heer Krol (50PLUS):

Van harte steun, overigens niet omdat ik uit Brabant kom.

De heer Monasch (Monasch):

Steun voor het debat. Als burgemeesters zo'n signaal afgeven, moeten wij dat heel serieus nemen.

Mevrouw Helder (PVV):

Geen steun.

De heer Van Oosten (VVD):

Steun.

Mevrouw Kooiman (SP):

Natuurlijk steun, hoewel ik denk dat een algemeen overleg sneller kan worden ingepland dan een plenair debat.

Mevrouw Volp (PvdA):

Steun en ook steun voor de suggestie van mevrouw Kooiman.

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Steun voor een brief. Die kan verhelderend zijn. Daarna een debat.

De heer Segers (ChristenUnie):

Steun.

De voorzitter:

Mevrouw Bergkamp, u hebt een meerderheid voor het houden van een debat.

Mevrouw Bergkamp (D66):

Ja.

De voorzitter:

U bent verbaasd.

Mevrouw Bergkamp (D66):

Ja, ik ben klaar hier. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Van Veldhoven.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Ik was in de veronderstelling dat er was doorgegeven dat dit punt zou kunnen vervallen in de regeling. Daar zijn we dus snel mee klaar.

De voorzitter:

Dank u wel. Geldt dat alleen voor dit punt? U had immers twee punten, want er zou ook een vooraankondiging van een VAO worden gedaan. Weet u nog?

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Jazeker, dat weet ik nog, absoluut. Ik dacht dat dat een formaliteit was, maar dan doe ik bij dezen die vooraankondiging. Wellicht gaat er nog een e-mailprocedure lopen, waardoor het VAO alsnog niet nodig is. De vooraankondiging is dus voor de zekerheid.

De voorzitter:

Daar zullen we eventueel rekening mee houden.

Het woord is aan de heer Smaling namens de SP.

De heer Smaling (SP):

Voorzitter. Vanmorgen is een rapport gepresenteerd op basis van onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen naar de schadeafhandeling van de aardbevingen in Groningen. Dat heet "de governance": hoe is die schade feitelijk afgehandeld, loopt dat wel goed en zijn de daarbij betrokken partijen wel de juiste partijen? Daar komen toch wel interessante dingen uit. Ik zou daar een debat over willen. Ik realiseer mij dat er al een debat op de agenda staat dat over Groningen gaat, maar ik vind dit belangrijk genoeg om hier hoog van de toren mee te blazen, in de hoop dat ook de collega's de noodzaak hiervan inzien.

De heer Bosman (VVD):

Helder. Het rapport is net uit. Misschien is het goed om een brief van het kabinet daarover te krijgen. Mede namens mijn collega Jan Vos stel ik voor om dit te betrekken bij het geplande debat over mijnbouw.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Het lijkt mij goed dat dit daar inderdaad bij wordt betrokken, want dit is een van de belangrijke punten die nog steeds niet goed lopen. Laten we dit dus doen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):

Ik sluit mij aan bij de vorige sprekers. Dit is een belangrijk onderwerp en het is goed om erover te debatteren, maar laten we dit betrekken bij een van de al geplande debatten.

De heer Monasch (Monasch):

Ik ben het eens met de vorige spreker. Het is goed dat de heer Smaling hier aandacht voor vraagt, maar betrek dit bij een zo snel mogelijk gepland debat.

Mevrouw Klever (PVV):

Steun om dit bij het geplande mijnbouwdebat te betrekken.

De heer Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk):

Steun voor het voorstel.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Steun om dit bij het geplande mijnbouwdebat te betrekken.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Steun voor het voorstel van de heer Smaling.

De voorzitter:

Mijnheer Smaling, u kunt ook tellen.

De heer Smaling (SP):

Ja.

De voorzitter:

Geen meerderheid, toch? Ja, wel voor het betrekken bij het debat over mijnbouw.

De heer Smaling (SP):

Er is een heel grote meerderheid voor het betrekken bij dat debat.

De voorzitter:

Ja, dat klopt.

De heer Smaling (SP):

Dat is een nuance, maar wel een belangrijke.

De voorzitter:

Ja, een heel belangrijke. Dat klopt; daar hebt u gelijk in.

Het woord is aan mevrouw Keijzer namens het CDA.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Voorzitter. Als je 18 jaar wordt, is dat een mijlpaal. Dan mag je ineens meer dingen en voor de wet ben je volwassen, maar voor heel veel jongeren geldt dit niet, bijvoorbeeld voor pleegkinderen die ondersteuning hebben of voor kinderen die niet zonder de ondersteuning en de zorg van gesloten jeugdzorg kunnen. Ik trek nu al ongeveer tweeënhalf jaar aan dit onderwerp en het komt maar niet verder. Ik denk daarom dat het de hoogste tijd wordt om daar een plenair debat over te hebben.

Mevrouw Bergkamp (D66):

Wij hebben bij de wetsbehandeling een amendement ingediend om juist dit soort problemen te voorkomen. Ik concludeer na anderhalf à twee jaar dat die problemen er nog steeds zijn. Dus steun voor een brief, maar deze keer ook steun voor een debat. Laten we maar eens met elkaar bespreken hoe we dit eindelijk kunnen oplossen. Ik heb hierover overigens ook schriftelijke vragen ingediend. Die kunnen daar dus bij worden meegenomen.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Steun voor het debat.

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Steun voor de brief en het debat.

Mevrouw Ypma (PvdA):

Het gaat om kwetsbare kinderen die op 18-jarige leeftijd echt nog wat hulp en ondersteuning nodig hebben. Dus graag steun voor het debat. We hebben hier vaak aandacht voor gevraagd. Dus steun.

Mevrouw Kooiman (SP):

Natuurlijk steun. Ik zit zes jaar in de Kamer en volgens mij is dit al zes jaar een onderwerp van gesprek. Ik zou mijn collega's wel willen verzoeken om dit een keertje om te zetten in een algemeen overleg, want anders kunnen we weer tweeënhalf jaar wachten voordat we dit debat een keer kunnen houden.

Mevrouw Van der Burg (VVD):

Laat duidelijk zijn dat de gemeenten deze ondersteuning gewoon kunnen verlengen tot 23-jarige leeftijd. Het is misschien goed om hier te melden dat elke gemeente dat kan doen. Steun voor het debat, omdat dit een hardnekkig onderwerp is dat deze aandacht verdient.

De heer Monasch (Monasch):

Steun voor het debat.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Steun.

De voorzitter:

Mevrouw Keijzer, u hebt een meerderheid voor het houden van een debat.

Mevrouw Keijzer (CDA):

Daar ben ik erg blij mee, want dit onderwerp moet hoognodig ook eens in deze zaal worden besproken.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Omtzigt van het CDA.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. We hadden vandaag nogal een staatsrechtelijk novum: een staatssecretaris die vraagt om niet te stemmen over zijn eigen wetsvoorstel. Het gaat om het wetsvoorstel van staatssecretaris Wiebes over het pensioen voor directeuren-grootaandeelhouders (dga's). We hebben hier meerdere keren gevraagd om rekenvoorbeelden. Nu blijkt aan de hand van die rekenvoorbeelden dat het wetsvoorstel misschien wel miljarden duurder is dan aangekondigd. Ik wil graag een brief over de gang van zaken, met daarin ook het antwoord op de vraag wanneer dit naar buiten gekomen is. Daarin moet ook het eerlijke antwoord staan op de vraag of, als De Telegraaf hier niet over had geschreven, we eerst gestemd zouden hebben en dan later een reparatie gekregen zouden hebben. Ik vind dit namelijk behoorlijk ernstig. Daarna wil ik een debat, afhankelijk van de gekozen oplossing. Als de staatssecretaris op korte termijn komt met een novelle, dan is dat natuurlijk het moment van het debat. Als dat niet het geval is, dan moeten we er hier over debatteren.

De voorzitter:

Het is overigens geen staatsrechtelijk novum. Het is weleens eerder voorgekomen.

De heer Krol (50PLUS):

Steun.

De heer Tony van Dijck (PVV):

Ik steun het verzoek. Het is natuurlijk broddelwerk. Ik vraag me ook af of die wet wel per 1 januari 2017 kan ingaan als er nog een novelle moet komen en die over de jaargrens wordt getild.

De heer Bashir (SP):

Ik had om die berekeningen gevraagd. Nu blijkt er een verhaal achter te zitten. Ik ben benieuwd of de berekeningen die de Kamer heeft gekregen, nog wel kloppen. Ik zou daar graag nog nadere aandacht voor willen. Ik steun het verzoek.

De heer Groot (PvdA):

Ik deel de verbazing van de heer Omtzigt over het feit dat het lek pas nu boven water komt. Alle steun dus voor een brief. Ik denk overigens dat dit een brief op poten moet worden en dat er een heel goede uitleg moet komen. Of het deze week nog lukt, vraag ik me af. Maar het lijkt me dat het in een later stadium in ieder geval alle aanleiding geeft tot een debat.

De voorzitter:

Dus voorlopig geen steun.

De heer Van Weyenberg (D66):

Mazen in de wet moet je dichten, maar dit is wel echt een geval van "één voor twaalf". Ik steun het verzoek om een debat, maar wel in de veronderstelling dat we dan meer weten van het kabinet. Anders hebben we een debat in het luchtledige. Ik denk dat niemand daarop zit te wachten.

De heer Monasch (Monasch):

Ik steun het verzoek om een debat. Wel wil ik graag in de brief een duidelijke toelichting over de financiële consequenties van het een en ander.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik steun het verzoek om een debat. Ik vind echter wel dat er nu vooral zorgvuldigheid moet worden betracht om te voorkomen dat we weer iets heel snel gaan doen en dan blijkt dat we weer halve informatie hebben. Ik wens in die brief dus echt zeer volledige informatie. Daarna kunnen we dan bekijken op welk moment het debat moet worden ingepland. Ik steun wel het verzoek om een debat.

De heer Harbers (VVD):

Op dit moment steun ik het verzoek om een brief, nog niet het verzoek om een debat. Als die brief er is, kunnen we bekijken wat de vervolgstappen zijn. Ik heb gezien dat de staatssecretaris al heeft aangekondigd dat hij mogelijk met een novelle komt. Die kunnen we er dan ook bij betrekken. Op een later moment kunnen we dan besluiten of er een debat moet komen.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik steun beide verzoeken. Ook wat mij betreft moet de zorgvuldigheid vooropstaan. We moeten zeker weten dat er geen nieuwe gaten kunnen ontstaan. Dus eerst een brief, daarna het debat, maar wel steun voor beide.

De voorzitter:

Mijnheer Omtzigt, u hebt geen meerderheid voor het houden van een debat.

De heer Omtzigt (CDA):

Nee, maar dat begrijp ik ook in het licht van de novelle die werd aangekondigd nadat ik dit onderwerp had aangemeld voor de regeling van werkzaamheden. Ik krijg die brief graag hier vóór 1 januari. Dat heeft ermee te maken dat een aantal wetswijzigingen op 1 januari zouden moeten ingaan. Ik zie bij een aantal collega's nog wat vragen, dus wellicht is het handig als we via de commissie nog even inventariseren of er aan de al gestelde vragen nog één of twee vragen moeten worden toegevoegd. Zo kunnen we het afhandelen.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Het woord is opnieuw aan de heer Omtzigt, voor zijn volgende verzoek.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. In de Najaarsnota is er een onderbesteding bij het Infrastructuurfonds van om en nabij de 500 miljoen euro. Dat is zeer fors geld, zeker in een tijd waarin de files oplopen. Daarom willen we bij de behandeling van de Najaarsnota ook hierover in debat gaan, het liefst in aanwezigheid van een van beide bewindspersonen van Infrastructuur en Milieu, als dat mogelijk is.

De heer Harbers (VVD):

Ik begrijp dat de heer Omtzigt het daarover wil hebben morgen. Het belangrijkste is dat het kabinet ervoor zorgt dat alle vragen en zorgen op dat punt morgen beantwoord kunnen worden. Ik weet niet of het past in de agenda van de bewindslieden van I en M. Ik hoorde de heer Omtzigt ook zeggen: als het mogelijk is. Anders zou er in ieder geval voor gezorgd moeten worden dat de bewindslieden van Financiën ook op dit punt het debat kunnen voeren.

De heer Nijboer (PvdA):

Het kabinet kan zich opmaken voor vragen van de heer Omtzigt over dit thema. Het moet die vragen goed beantwoorden. Ik heb geen bezwaar tegen de aanwezigheid van die bewindslieden, maar ik ga ook geen dringende oproep doen namens de Kamer. Ik neem aan dat het stenogram naar het kabinet gaat en dat het dit kan wegen. Het kabinet moet er in ieder geval voor zorgen dat de vragen van de heer Omtzigt goed worden beantwoord morgen.

De heer Smaling (SP):

Steun voor het verzoek.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik zou bijna zeggen: laten we vragen of ze de ambtenaren van I en M kunnen meesturen. Ik denk dat de minister van Financiën de vragen vaak zelf goed kan beantwoorden, maar dan moet er wel voor gezorgd worden dat de ambtelijke ondersteuning op peil is.

De heer Monasch (Monasch):

Op zich kan de heer Dijsselbloem het prima zelf af, maar als de onderuitputting van 500 miljoen ertoe zou leiden dat we eindelijk de sluis bij Kornwerderzand bij de Afsluitdijk voor eens en altijd goed kunnen regelen, dan nodig ik ook de minister van I en M erbij uit.

De heer Dijkgraaf (SGP):

Ik heb het idee dat alle alarmbellen afgaan als het ministerie de naam van de heer Omtzigt hoort in verband met dit soort vragen. We wachten wel even af wie er komt zitten, maar ik denk dat er in ieder geval een goede voorbereiding moet plaatsvinden.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Verhoeven namens D66.

De heer Verhoeven (D66):

Voorzitter. Het FD schreef gisteren dat politici hackers niet meer kunnen negeren. Onderschatting van het gevaar van gehackte verkiezingen is de grootste fout die we kunnen maken. We hebben gezien dat in de Verenigde Staten de verkiezingen gehackt zijn door de Russen en dat de FBI dat onderschatte. Ook in Duitsland zijn de diensten daarnaar aan het kijken. Ook in Nederland zijn de NCTV en de AIVD waakzaam op dit onderwerp. Inmiddels is gebleken dat ons kabinet de privémail gebruikt voor communicatie over de stukken. De afgelopen dagen is in ieder geval twee keer geprobeerd om mijn telefoon te hacken. Dat kan bij meerdere Kamerleden het geval zijn. Ik zou dus een debat willen over veilige verkiezingen op 15 maart met de ministers van Binnenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Steun voor dit verzoek.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Het is terecht dat wij geen Amerikaanse toestanden willen in Nederland. Wij willen van harte steun verlenen voor dit verzoek.

Mevrouw Oosenbrug (PvdA):

Er lopen wat onderwerpen door elkaar heen, dus ik zou wel eerst graag een brief van het kabinet willen, waarin het hierop reageert. Naar aanleiding van die brief kunnen we het debat uitbreiden. Ik heb steun gegeven aan het debat over de e-mail. Dit raakt ook politieke partijen zelf. Ik zou van het kabinet graag willen horen waar zijn verantwoordelijkheid ligt en waar we verder over kunnen debatteren.

De voorzitter:

Dus u verleent steun? Begrijp ik dat goed?

Mevrouw Oosenbrug (PvdA):

Eerst een brief en naar aanleiding van die brief kijken we verder. Nu niet dus.

De heer Monasch (Monasch):

Op zich is dit een belangrijk thema, maar voordat we allemaal meegaan in die hype zou ik eerst een goede brief willen hebben en op basis daarvan willen bepalen of een debat nodig is.

De heer Veldman (VVD):

Ik denk dat het goed is om eerst een brief van het kabinet te krijgen om te weten wat er speelt en wat het kabinet doet. Dan kunnen we daarna bepalen of er noodzaak is voor een debat.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Dit is een serieus onderwerp, maar wij willen ook graag eerst een brief. Aan de hand daarvan kunnen we bepalen of we een debat moeten inplannen.

De heer Omtzigt (CDA):

Steun voor brief en debat. Het zou goed zijn als het kabinet in die brief ingaat op de vraag hoe het zelf deze dreiging inschat en hoeveel problemen er zijn gemeld de afgelopen tijd.

De heer Verhoeven (D66):

Ik ben blij met de steun voor de brief. Zouden we via een schriftelijke ronde kunnen inventariseren welke vragen we willen stellen?

De voorzitter:

Dat kunt u via de commissie doen. Voor dit moment stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer Verhoeven (D66):

Ik zal enige richting aan de vragen geven en dan kom ik er later op terug.

De voorzitter:

Ik geef tot slot het woord aan de heer Servaes namens de PvdA.

De heer Servaes (PvdA):

Voorzitter. Heel kort. Vorige week is er een debat aangevraagd, naar ik meen door de heer Kuzu, over de zeer zorgelijke situatie in Aleppo, Syrië. Ik was er toen niet, maar het ging om een debat met de minister van Buitenlandse Zaken. Het lijkt mij verstandig om ook de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking daarbij te hebben, dus dat is mijn verzoek.

De heer Kuzu (Groep Kuzu/Öztürk):

Het debat was aangevraagd door de heer Ten Broeke, aangevuld met een verzoek van onze zijde. Van harte steun voor dit voorstel.

De heer Veldman (VVD):

Steun voor het verzoek.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Steun.

De heer Knops (CDA):

Steun voor het verzoek.

De voorzitter:

Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De vergadering wordt van 15.58 uur tot 16.05 uur geschorst.

Voorzitter: Knops