Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-2015nr. 74, item 9

9 RBZ Handelsraad

Aan de orde is het VAO (Informele) RBZ Handelsraad (AO d.d. 11/03). 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Voorzitter. Wij hebben in dit algemeen overleg veel gesproken over een inmiddels berucht verdrag met de afkorting TTIP, een verdrag met de Verenigde Staten. Toen heeft de minister gezegd: in CETA, een verdrag met Canada dat lijkt op het TTIP-verdrag, zitten zaken die vergelijkbaar zijn met het TTIP-verdrag. De minister ging nog eens goed bekijken wat er precies nog kon gebeuren, bijvoorbeeld als het gaat om ISDS, de volgende afkorting in het rijtje. Dat zijn die zogenaamde private rechtbanken waar bedrijven landen kunnen aanklagen. De minister heeft daar een alternatief voor en ze ging kijken of dat in CETA ook aangepast kon worden. Ik hoor graag of dat al geregeld is. 

Nu ga ik snel mijn drie moties voorlezen, want anders zit ik over mijn tijd heen. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de onderhandelingen over het CETA-verdrag (Comprehensive Trade and Economie Agreement) met Canada in een vergevorderd stadium zijn; 

constaterende dat het CETA-verdrag beschikt over een arbitrage-tribunaal (Investor-State Dispute Settlement, ISDS), waarmee bedrijven buiten de nationale rechter om regeringen kunnen aanklagen; 

constaterende dat opname van een ISDS-mechanisme in het CETA-verdrag een ernstig precedent zou scheppen voor de TTIP-onderhandelingen, mede omdat het een route creëert voor Amerikaanse bedrijven om zich via hun Canadese vestigingen te bedienen van ISDS; 

verzoekt de regering, niet akkoord te gaan met ISDS in het CETA-verdrag, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jasper van Dijk en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 1474 (21501-02). 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

overwegende dat de VS slechts twee van de acht kernconventies van de International Labour Organisation (ILO) erkennen; 

constaterende dat hierdoor belangrijke arbeidsrechten niet worden erkend in de VS, zoals het recht op organisatie en op collectief onderhandelen; 

verzoekt de regering, niet akkoord te gaan met het TTIP-verdrag zolang de VS zes van de acht kernconventies van de ILO niet erkennen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 1475 (21501-02). 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Tot slot mijn laatste motie. Ik ga haar snel oplezen. Ik ga daarmee iets over mijn tijd mee, maar dat vergeeft u mij hopelijk, voorzitter. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zich heeft uitgesproken tegen een TTIP-verdrag met een regulatory cooperation body waarin bedrijven oververtegenwoordigd zijn; 

overwegende dat een regulatory cooperation body tot doel heeft om regelgeving tussen de EU en de VS te harmoniseren; 

overwegende dat regelgeving vanuit bewuste afwegingen tussen diverse belangen tot stand komt; 

verzoekt de regering, niet akkoord te gaan met een regulatory cooperation body, tenzij alle belanghebbenden bij de betreffende regelgeving evenredig betrokken worden, en om de regulatory cooperation body niet meer dan een adviesrecht te geven, teneinde zich te verzekeren dat het politieke domein verantwoordelijk blijft voor de afweging tussen de diverse belangen, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 1476 (21501-02). 

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. Niet alleen in het omstreden vrijhandelsverdrag TTIP worden private rechtbanken mogelijk gemaakt waarbij bedrijven landen kunnen aanklagen. Dat gebeurt ook al in bestaande handelsverdragen. Vandaar de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat bedrijven gebruikmaken van investeringsbeslechtings-clausules (ISDS) in reeds bestaande handelsverdragen om geld te claimen bij landen die in hun ogen beperkende regels opstellen om bijvoorbeeld het milieu of de volksgezondheid te beschermen; 

overwegende dat ISDS een omstreden wijze van geschillenbeslechting is die het nationale rechtssysteem ontwijkt en de beleidsvrijheid van landen onder druk zet; 

verzoekt de regering, de Kamer gedetailleerd te informeren over het gebruik van ISDS-clausules in bestaande handelsverdragen waar Nederland partij bij is; 

verzoekt de regering tevens, een concreet tijdpad aan te geven waarin de regering bestaande handelsverdragen gaat aanpassen, zodat de daarin opgenomen ISDS-clausules niet meer leiden tot misbruik van arbitrage en strijdigheid met de reguliere rechtsgang, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 1477 (21501-02). 

Mevrouw Thieme (PvdD):

Er is ook een vrijhandelsakkoord met Japan op komst. Daarom de volgende motie. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat er onderhandeld wordt over een vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en Japan; 

constaterende dat Japan, ondanks internationale afspraken, jaagt op walvissen en er jaarlijks duizenden dolfijnen worden gedood in de baai van Taiji; 

wijzend naar de breed gedeelde wens van de Kamer en het kabinet om de dolfijnslachtingen en walvisjacht te beëindigen (onder andere de moties 28286, nrs. 755 en 754, en 21501-32, nr. 751); 

verzoekt de regering, het beëindigen van de walvisjacht en slachting van dolfijnen door Japan als harde randvoorwaarde te stellen in de onderhandelingen over het handelsakkoord met Japan, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Thieme. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 1478 (21501-02). 

De heer Van Laar (PvdA):

Voorzitter. Ik dien weer een motie in mede namens collega Jan Vos. 

Motie

De Kamer, 

gehoord de beraadslaging, 

constaterende dat de Europese Commissie een tekstvoorstel heeft gedaan in de onderhandelingen over TTIP voor een zogenaamde regulatory cooperation body die adviseert over handelsbelemmerende effecten van nieuwe regelgeving; 

overwegende dat er nog veel vragen en zorgen leven over de vorm van deze instantie, de partijen die deel kunnen nemen en de relatie met democratische besluitvorming; 

verzoekt de regering, de regulatory cooperation body te agenderen voor de eerstvolgende RBZ Handelsraad, zodat de zorgen van Nederland gedeeld kunnen worden met de Commissie en andere lidstaten en opheldering gevraagd kan worden over de opzet van deze instantie, 

en gaat over tot de orde van de dag. 

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Laar en Jan Vos. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. 

Zij krijgt nr. 1479 (21501-02). 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Ik grijp dit moment aan om de volgende vraag te stellen, al is het de heer Van Laar vergeven als hij mij het antwoord daarop schuldig moet blijven. Vorige week heeft mevrouw Maij een motie over TTIP aangehouden waar deze minister zojuist een brief over heeft gestuurd. Is het een idee dat mevrouw Maij haar aangehouden motie via dit VAO in stemming brengt? 

De heer Van Laar (PvdA):

Volgens mij hoeft dat niet via een VAO, maar kan dat op elk moment. U kunt dit met mevrouw Maij overleggen. 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Dat zal ik doen, maar ik hoopte dat u mij daar alvast positief over kon berichten. U weet dat nog niet, begrijp ik. 

De voorzitter:

De heer Van Laar weet dat nog niet. 

Ik zie dat de minister even een schorsing nodig heeft om zich voor te bereiden op haar reactie op de moties. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. 

Minister Ploumen:

Voorzitter. Ik dank de leden wederom voor wederom zes moties. Ik zal ze een voor een behandelen. De eerste is de motie op stuk nr. 1474 van de heer Van Dijk van de SP. Die gaat over ISDS in CETA. De investeringsbeschermingsclausule in CETA — het wordt een beetje een technisch verhaal, maar wij doen echt ons best om het zo goed mogelijk uit leggen — is al een sterke verbetering ten opzichte van de traditionele ISDS-mechanismen op een paar punten. Het proces is transparanter, er is een antimisbruikbepaling, de beleidsruimte van overheden is gegarandeerd, er is een vaste lijst van arbiters opgenomen en er komt een gedragscode voor arbiters. Wij hebben dus al een aantal stappen gezet in de richting die wij wenselijk vinden. Ik denk dat de heer Van Dijk en ik dat delen. 

Wij zitten momenteel in het proces van de juridische herziening. Ik heb gerapporteerd, ook schriftelijk, over de informele Raad Buitenlandse Zaken, waarin de Commissaris heeft gezegd dat er ruimte is in de gesprekken met Canada voor wat zij kleine verbeteringen noemt. Nederland heeft erop aangedrongen om dit onderwerp daaronder te laten vallen. Dat hebben wij de Commissaris meegegeven. Ik vind de motie dus prematuur en moet haar daarom ontraden. Volgens mij kan de heer Van Dijk echter uit mijn woorden proeven dat wij in een gelijke richting denken en dat wij ons daar meer dan voor inzetten. Nogmaals, prematuur. Misschien wil hij haar aanhouden, maar daar gaat hij vooral zelf over. 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Het lijkt een beetje op het VAO'tje hiervoor, over duurzaam ondernemen. Toen zei de minister ook "een goede motie, maar prematuur", om het even in mijn eigen woorden te zeggen, en toen zijn wij het toch eens geworden. Nu zegt ze dus eigenlijk ook dat ze het wel eens is met de richting — ze mag haar eigen woorden daarvoor kiezen — maar dat de motie misschien prematuur is. Ik vind eerlijk gezegd dat als iets prematuur is, dat niet verkeerd hoeft te zijn. Dan ben je dus op tijd. Dat beoogt mijn motie. Als de minister zegt dat ze het wel eens is met de inhoud van de motie, namelijk dat wij niet zo'n ISDS willen, in TTIP noch in CETA, zouden wij het dan niet eens kunnen worden? 

Minister Ploumen:

Ik heb een intrinsieke wens, zo blijkt, om het vaak eens te zijn met de heer Van Dijk, om allerlei redenen. Laat ik het daarbij houden. Ik blijf echter toch bij mijn oordeel "prematuur". In het debat naar aanleiding van de Staat van de Unie vorige week is ook een aantal van deze onderwerpen de revue gepasseerd. Daarin is ook de afweging gemaakt: wij zitten nog in dat proces, laat ons die ruimte nemen; dit is waar wij zijn. Nogmaals, misschien wil de heer Van Dijk zijn motie zelfs wel aanhouden. Dat zou mijn verzoek aan hem zijn. 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Daar zal ik even over nadenken. In principe zie ik daar echter nog geen aanleiding toe. Bovendien zijn de stemmingen pas volgende week dinsdag. Is het nu zo dat de minister ons al heeft geïnformeerd over de mogelijkheden om CETA nog aan te passen? Begreep ik dat nu? Heeft zij daar al een brief over gestuurd of krijgen wij die nog? 

Minister Ploumen:

Vandaag is het verslag van de informele Raad Buitenlandse Zaken naar de Kamer gegaan. Dat gaat over een aantal onderwerpen. Wij schrijven ook een aantal dingen hierover. Wij hebben hier even een kleine disconnect in de informatie en dat valt in het geheel de heer Van Dijk niet te verwijten. 

De voorzitter:

Gelukkig. 

Minister Ploumen:

De motie op stuk nr. 1475 is ook van de heer Van Dijk. Die ga ik ontraden. Ik ga ook even zeggen wat wij nu op dat terrein aan het doen zijn. Ik ga niet weer herhalen wat de vaste clausules in de vrijhandelsverdragen zijn die de EU afsluit. Dat weet de heer Van Dijk. Wij doen echter een aantal additionele zaken. Dat doe ik omdat het kabinet de zorgen deelt die door verschillende partijen in de Kamer zijn geuit. Het moet allemaal niet leiden tot verlaging van standaarden. Ik spreek onder andere met de vakbonden over dit onderwerp. Er is binnenkort weer een overleg. Ik wil de heer Van Dijk en de rest van de Kamer toezeggen dat ik over enkele weken, als we een aantal stappen hebben kunnen zetten, de Kamer per brief zal informeren over mijn inzet op specifiek het onderwerp arbeidsrechten binnen vrijhandelsverdragen. Het is dan verder aan de Kamer om daarover een oordeel te vellen. Voor dit moment ontraad ik echter de motie. 

Ik kom op de derde motie van de heer Van Dijk, op stuk nr. 1476. Kijk, hier vinden wij elkaar geheel. De heer Van Dijk heeft in de motie gewoon letterlijk opgeschreven wat ik zelf heb gezegd, als ik zo vrij mag zijn. Ik vond het nogal verstandige woorden van mijzelf. Ik ben blij dat de heer Van Dijk het daarmee eens is. Ik laat het oordeel over deze motie dus aan de Kamer. 

Bij de motie van mevrouw Thieme op stuk nr. 1477 geef ik graag eerst nog wat nadere toelichting, want misschien kunnen we op die manier iets nader tot elkaar komen. Mevrouw Thieme heeft schriftelijk een aantal vragen gesteld over dit onderwerp. Hoe pakt nu dat ISDS uit in hoeveel verdragen? Welke zaken spelen daarbij? We zijn die vragen aan het beantwoorden. Dat willen we graag netjes, volledig en consciëntieus doen. Wellicht is het daarom goed om die beantwoording even af te wachten. Ik heb overigens het volgende al wel gezegd. Als het komt tot een vernieuwing van investeringsbeslechtingsmechanismen in EU-verdragen, zullen wij dat natuurlijk een-op-een vertalen in onze bilaterale investeringsovereenkomsten. Dat wil mevrouw Thieme volgens mij ook graag. 

Verder vraagt zij in haar motie om een concreet tijdpad. Met de beste wil van de wereld kan ik zo'n tijdpad niet geven, want ik wil dit natuurlijk laten aansluiten bij de lopende onderhandelingen. We weten niet wanneer die zijn afgerond. We zijn dus bezig met het beantwoorden van die Kamervragen. Die gaan we volledig beantwoorden. Synchroon met onze inzet willen we, als dit is gerealiseerd, ook bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomsten aanpassen. Om redenen die buiten mijzelf liggen, kan ik echter met de beste wil van de wereld geen tijdpad geven. 

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik verzoek in mijn motie om een volledig overzicht van alle claims die op dit moment op de bestaande handelsverdragen zijn ingediend bij ISDS-arbiters. Naar ik aanneem, zegt de minister hier dus toe dat zij, in aansluiting op mijn Kamervragen, hiervan een volledig overzicht zal geven. Op die manier krijgt de Kamer daarin volledig inzicht. Transparantie is natuurlijk belangrijk. Ik vind het fijn dat de minister dat wil doen. Op die manier zou mijn verzoek in mijn motie overbodig zijn. 

Mijn laatste verzoek ging over een concreet tijdpad. Zegt de minister nu eigenlijk dat zij dat op een gegeven moment wel wil geven aan de Kamer? Begrijp ik dat goed? Zegt zij: oké, op een bepaald moment kan ik wel een tijdpad maken? 

Minister Ploumen:

Als we zijn aanbeland bij het afsluiten van die verdragen, en de inhoud ervan bekend is, dan weten we ook wat we moeten veranderen in andere verdragen. Het lijkt me dat we daarvoor wel een tijdpad kunnen geven, ja. Dat is namelijk een administratieve kwestie. Het inhoudelijke debat is dan al gevoerd. We zijn daarbij overigens natuurlijk wel afhankelijk van de andere verdragspartij. Wil die dat ook doen? Ik ben er dus toe bereid, maar het zou kunnen dat er hierbij wetten en praktische bezwaren in de weg staan die ik nu even niet kan overzien. Ik ben echter bereid om daar even naar te kijken bij het beantwoorden van die schriftelijke Kamervragen. Daarbij zou ik kunnen schrijven wat er nodig is als we dit allemaal zouden willen doen. Wellicht komt dat tegemoet aan de wens van mevrouw Thieme. 

Mevrouw Thieme (PvdD):

Zeker. Daarom wil ik de motie aanhouden, zodat ik me kan beraden op de vraag wat ik ermee zal doen. 

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Thieme stel ik voor, haar motie (21501-02, nr. 1477) aan te houden. 

Daartoe wordt besloten. 

Minister Ploumen:

Ik kom op de motie op stuk nr. 1478, eveneens van mevrouw Thieme. Deze motie moet ik helaas ontraden. Wij hebben al eerder over dit onderwerp gesproken. Nederland en de EU zetten sterk in op een dialoog met Japan over de walvisjacht. Wij delen de afschuw die mevrouw Thieme hierover uitspreekt, maar het handelsverdrag zal niet gaan over de handel in walvissen. In dat opzicht vormt het geen onderdeel van het verdrag, dus moet ik de motie ontraden. 

Mevrouw Thieme (PvdD):

Even een toelichting. Het gaat er niet om dat wij willen voorkomen dat in het vrijhandelsverdrag iets wordt opgenomen over handel in walvisvlees. Wij weten dat dit ook helemaal niet zou kunnen vanwege bestaande internationale afspraken. Het gaat ons erom dat je geen vrijhandelsverdrag afsluit met een land dat internationale verdragen stelselmatig schendt met dit soort vreselijke jachtpartijen. Er zijn bovendien nog andere punten. Denk aan mensenrechten en andere zaken. 

De voorzitter:

Wat is uw vraag? 

Mevrouw Thieme (PvdD):

Gaat handel dan boven de waarden en normen die wij hier in Nederland hanteren? Is handel belangrijker, of zeggen wij: nee, dat moet eerst goed zijn voordat wij een vrijhandelsverdrag afsluiten? 

Minister Ploumen:

Ik ben er niet voor om het afsluiten van het handelsverdrag conditioneel te maken aan het beëindigen van de walvisjacht. Ik zeg mevrouw Thieme en anderen wel graag toe dat wij blijven streven naar een open dialoog met Japan over deze kwestie. 

De motie op stuk nr. 1479 van de PvdA-fractie gaat ook over die regulatory cooperation body. Ik zie deze motie als ondersteuning van beleid. Ik laat het oordeel graag aan de Kamer. 

De beraadslaging wordt gesloten. 

De voorzitter:

Ik dank de minister. Over de ingediende moties wordt aanstaande dinsdag gestemd. Ik schors de vergadering voor de dinerpauze. 

De vergadering wordt van 17.24 uur tot 18.30 uur geschorst. 

Voorzitter: Elias