Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014nr. 94, item 8

8 Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Op verzoek van de SP-fractie benoem ik: 

  • -in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken het lid Van Nispen tot lid in de bestaande vacature; 

  • -in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid Smaling tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature 

  • -in de algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst het lid Smaling tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature; 

  • -in de vaste commissie voor Europese Zaken het lid Merkies tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature; 

  • -in de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu het lid Gesthuizen tot lid in de bestaande vacature; 

  • -in de vaste commissie voor Financiën het lid Karabulut tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature; 

  • -in de vaste commissie voor Economische Zaken het lid Ulenbelt tot lid in de bestaande vacature; 

  • -in de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport het lid Leijten tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Raak; 

  • -in de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven het lid Van Nispen tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature. 

Op verzoek van het lid Van Weyenberg stel ik voor zijn motie op stuk 29407, nr. 191 opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid, van het Reglement van Orde genoemde termijn van twee maanden voor deze motie opnieuw gaat lopen. 

Ik stel voor, toe te voegen aan de agenda: 

  • -het VAO Problemen van franchiseondernemers, naar aanleiding van een algemeen overleg op 12 juni, met als eerste spreker de heer Graus van de PVV; 

  • -het VSO inzake de voorgenomen aanwijzing over de bekostiging van langdurige intramurale op behandeling gerichte ggz en de toepasbaarheid van het macrobeheersinstrument (30597, nr. 426), met als eerste spreker de heer Van Gerven van de SP; 

  • -het VAO Verspilling in de zorg, naar aanleiding van een algemeen overleg op 5 juni, met als eerste spreker ook de heer Van Gerven van de SP. 

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten. 

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Rog 

De heer Rog (CDA):

Voorzitter. Hypotheekadviseurs hebben de noodklok geluid, omdat door het leenstelsel de studieschuld straks gebruikt kan worden als een goedkope hypotheek. Het CDA wil daarom een debat aanvragen, voorafgegaan door een brief, met de ministers van Financiën, voor Wonen en Rijksdienst en van Onderwijs. 

De voorzitter:

Het verzoek is om steun voor een debat met de ministers van Financiën, voor Wonen en Rijksdienst en van Onderwijs over het leenstelsel. 

De heer Beertema (PVV):

Steun. 

De voorzitter:

De heer Van Meenen. 

De heer Bisschop (SGP):

Bisschop. 

De voorzitter:

Sorry hoor. Het gaat weer goed vandaag. 

De heer Bisschop (SGP):

Ik neem u helemaal niets kwalijk, want ik zou helemaal in de war raken. Een brief is prima als toelichting. Voor de rest zou dit wat mij betreft uitstekend bij het debat dat wij in de toekomst nog over het leenstelsel hebben, betrokken kunnen worden. Dus geen apart debat over de aarzelingen van hypotheekadviseurs. Dan zitten we volgende week met een vraag om apart te debatteren over de aarzelingen van studenten. Dat lijkt me geen goede ontwikkeling. 

De voorzitter:

Maar wel steun voor de brief. 

De heer Bisschop (SGP):

Een brief vind ik prima, maar een debat wil ik collectief, gemeenschappelijk, integraal. 

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Juist in de aanloop naar het wetsvoorstel lijkt het me van buitengewoon belang om hierover wel duidelijkheid te krijgen. Dus voluit steun voor het verzoek van de heer Rog, zowel voor een brief als voor een debat. 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Zeker steun voor die brief. Wat mij betreft komt die zo gauw mogelijk, als het kan deze week. 

De voorzitter:

Steun voor de brief, niet voor het debat? 

De heer Jasper van Dijk (SP):

Nee, dat kunnen wij dan beslissen. 

De heer Mohandis (PvdA):

Geen steun voor het verzoek. Wij gaan debatteren over het gehele voorstel. Dat wetsvoorstel komt naar de Kamer. De minister heeft toegezegd dat dat vlak voor het eind van het reces zal zijn, aan het begin van het nieuwe politieke jaar. Wat mij betreft kunnen wij dan debatteren. Dan kan dit onderwerp ook worden meegenomen. 

De voorzitter:

Steun voor de brief, niet voor … 

De heer Mohandis (PvdA):

Wat mij betreft kan de minister ook als dat wetsvoorstel naar de Kamer komt ingaan op deze materie. 

De heer Klaver (GroenLinks):

Geen steun. Al tijdens het debat op hoofdlijnen dat wij hierover hebben gevoerd, heb ik een aantal vragen gesteld over de effecten van het studievoorschot op de hypotheekverstrekking. De minister heeft toen al aangegeven om daarop in te gaan bij de behandeling van het wetsvoorstel in de Kamer. Dus volgens mij kunnen de punten die de heer Rog nu naar voren brengt, daarin ook prima worden meegenomen. 

De voorzitter:

Geen steun voor het debat. 

Mevrouw Straus (VVD):

Ik ben het eens met collega Mohandis van de PvdA. Ook wat ons betreft geen steun voor een brief en ook niet voor een debat. 

De voorzitter:

Eerder aangekondigd, maar nu is hij er dan, de heer Van Meenen. 

De heer Van Meenen (D66):

Ja, we lijken heel erg op elkaar! Ik sluit me voor de verandering eens aan bij de heer Klaver van GroenLinks. 

De voorzitter:

Geen steun dus voor het debat. 

De heer Roemer (SP):

Voorzitter. Ik doe wederom een beroep op u en op de Kamer. Als een collega vraagt om informatie, dan vind ik het niet van deze tijd dat zelfs de informatievoorziening geblokkeerd wordt door degenen die daar blijkbaar belang bij hebben. Ze gaan er zelf over dat ze een debat niet steunen, maar een Kamerlid informatie weigeren kan echt niet. Dus ik hoop dat u dit verzoek toch wilt doorzenden en dat het kabinet gewoon de brief schrijft. 

De voorzitter:

Ik was al vóór uw aansporing gewoon van plan om dit door te geleiden, maar nu doe ik dat met nog meer vuur, mijnheer Roemer. 

De heer Rog (CDA):

In aansluiting op de woorden van de heer Roemer vraag ik uitdrukkelijk aan het kabinet om wel met een brief te komen, omdat de gevolgen voor de rijksbegroting en voor de kredietwaardigheid van Nederland enorm kunnen zijn, met een potentiële schuld van €90.000 per student die niet wordt terugbetaald. Dus ik zou het toch wel zeer belangrijk vinden dat we in ieder geval die informatie krijgen en een reactie op deze roep van hypotheekadviseurs dat dit uit de hand loopt. 

De voorzitter:

Dat betekent dat ik het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleid naar het kabinet. 

Het woord is aan mevrouw Ypma van de PvdA. 

Mevrouw Ypma (PvdA):

Voorzitter. Ik vraag om nog deze week een debat te plannen dat al een tijdje op de rol staat. Het gaat over het toelaten van leerlingen tot het middelbaar onderwijs. Op dit moment worden op grote schaal kinderen geweigerd, terwijl per 1 augustus de Wet passend onderwijs ingaat en scholen dan kinderen een passende plek moeten bieden. Ik vraag om dit acute probleem nog deze week te behandelen, mits er een gaatje in de agenda komt. 

De voorzitter:

Op dit moment is er geen gaatje in de agenda, zoals u weet, maar als ik naar de regeling kijk, zou er een gaatje kunnen ontstaan, namelijk op woensdagavond, tijdens een voetbalwedstrijd. Ik ben best bereid om aan de Kamer voor te stellen om dan dat debat in te plannen, maar dan is het wel goed dat zij voordat zij steun geeft, weet dat dit dan het gevolg is. 

Mevrouw Siderius (SP):

Passend onderwijs is een zeer belangrijk onderwerp. Volgens mij wordt mevrouw Ypma op haar wenken bediend, want komende donderdag gaan wij met het veld in gesprek tijdens een rondetafelgesprek. Dan kan mevrouw Ypma ook al haar vragen kwijt. Daarna hebben wij als commissie een debat gepland over ditzelfde onderwerp. Ik begrijp het verzoek dus niet. Wat ons betreft gaan we gewoon op 3 juli daarover spreken. 

De heer Beertema (PVV):

Passend onderwijs is echt belangrijker dan die voetbalwedstrijd, maar afgezien daarvan, zou ik niet goed weten waar we het over moeten hebben. Ik sluit mij helemaal aan bij mevrouw Siderius. Dat AO is gepland en er komt nog een rondetafelgesprek deze week. Ik geef geen steun hieraan. 

De heer Bisschop (SGP):

Ik denk dat het goed is om dit tijdens het geplande AO te bespreken, tenzij dit inderdaad voor woensdagavond gepland kan worden tijdens de voetbalwedstrijd. In dat geval ben ik er van harte voor dat dit debat voorrang krijgt. 

De voorzitter:

Maar het feit dat er eerst nog een rondetafelgesprek is en dat de informatie daaruit misschien betrokken moet worden bij het debat, vindt u ook belangrijk? 

De heer Bisschop (SGP):

Jazeker. 

De voorzitter:

Zo heb ik u goed verstaan. 

De heer Bisschop (SGP):

Het eerste deel van mijn opmerking had voorrang. 

De heer Van Meenen (D66):

Hieraan zie je weer dat de heer Bisschop en ik helemaal niet op elkaar lijken. Ik ben het eens met de redenering van bijvoorbeeld mevrouw Siderius om eerst met de mensen uit het veld te spreken en om op 3 juli te debatteren tijdens het AO. 

De heer Rog (CDA):

Ik wil altijd iedereen de ruimte geven om snel een debat te voeren. Ik zou willen dat de coalitiepartners dat andersom ook zouden doen. We hebben echter donderdag dat rondetafelgesprek hierover. Ik vind dat dit echt eerst moet plaatsvinden alvorens een debat in te plannen. Als dat niet eerder lukt, zou ik zeggen dat we het gewoon gaan bespreken tijdens het AO op 3 juli. 

Mevrouw Straus (VVD):

Ik ben het eens met de redenering van mevrouw Siderius. Eerst het rondetafelgesprek en het geplande AO laten plaatsvinden is wat ons betreft voldoende. 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Het is goed om donderdagmiddag eerst het veld te horen. Het lijkt me goed om daarna het debat te hebben. We hebben natuurlijk een AO gepland. Ik zit dus een beetje in dubio. Ik wil graag een debat hierover, als dat plenair kan, is dat me ook lief, maar eerst is het rondetafelgesprek. 

De voorzitter:

Mevrouw Ypma, uw verzoek was om het nog deze week in te plannen. Ik kan niet vaststellen dat daar een meerderheid voor is. Dit is om inhoudelijke redenen, u gaat namelijk donderdag zelf nog met het veld spreken. Daarna kunt u het bespreken in een algemeen overleg, dat ook al gepland staat naar ik begrijp. U zou het dan nog voor het reces plenair kunnen afronden met een VAO, als u daar behoefte aan hebt. 

Mevrouw Ypma (PvdA):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Dat heb ik ook gehoord van mijn collega's. Mag ik wel het voorstel bij u neerleggen om dit onderwerp, ook als het AO wordt uitgesteld, in ieder geval voor de zomervakantie te bespreken? Er komt namelijk nog een rapport uit voor het AO. Mocht dat rapport er niet op tijd zijn en het AO worden uitgesteld tot na de vakantie, laten we dan voor de zomervakantie in ieder geval dit onderwerp bespreken. Het gaat immers over kinderen die anders worden geweigerd op school. Misschien kunnen we het bespreken tijdens het AO, maar anders wil ik graag dat het op uw longlist voor plenaire debatten komt, want voor de vakantie moet dit onderwerp besproken zijn in de Kamer. 

De voorzitter:

Ik heb uw verzoek goed gehoord. Ik hoop dat u goed begrijpt dat er voor het zomerreces nog maar twee vergaderweken zijn. Er zijn dus nog zes vergaderdagen. De kans dat ik het plenair ingepland krijg, is bijzonder klein. Daarom ben ik ontzettend opgelucht om te horen dat u ook al een debat hebt staan. U kunt dat plenair afronden. Ik kan wel toezeggen dat dit voor de zomer nog kan. 

Mevrouw Ypma (PvdA):

Fijn, dank u wel. 

De voorzitter:

Het woord is aan de heer Bosma. 

De heer Bosma (PVV):

Voorzitter. De achterkamertjes maken overuren in het kader van onze nieuwe provincie "flutland". Noord-Holland, Utrecht en Flevoland worden namelijk op één hoop gegooid. Dat is tenminste het plan. Niemand schijnt het te willen, maar er is heel veel nodig om nog wat partijen mee te krijgen, zodat er een meerderheid is in de Eerste Kamer. Hoeveel paddenpoelen en windmolens krijgt GroenLinks? Hoeveel verblijfsvergunningen voor analfabete Eritreeërs krijgt D66 voor de kenniseconomie? 

De voorzitter:

Wat is uw verzoek? 

De heer Bosma (PVV):

Ik zou dolgraag willen weten hoe het staat met de plannen. Hoe gaat het in de Eerste Kamer? Is er een meerderheid? Dat is heel belangrijk, want in maart zijn er verkiezingen … 

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter, ik heb een punt van orde. 

De heer Bosma (PVV):

… en daarvoor is het nodig dat we ook weten welke lijsten we voor welke provincies moeten leveren. 

De voorzitter:

Mijnheer Bosma, uw verzoek betreft een brief? 

De heer Bosma (PVV):

Nee, ik verzoek om een debat. 

De voorzitter:

Dat kon dus ook kort. 

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter, ik heb een punt van orde. De heer Bosma had het over "verblijfsvergunningen voor analfabete Eritreeërs". Een beetje humor vind ik leuk, maar dit is geen humor. Dit is beledigend. Dit is stigmatiserend voor vluchtelingen, die vaak met gevaar voor eigen leven de overtocht wagen. 

De heer Bosma (PVV):

Ach! 

De heer Pechtold (D66):

Ik vind dat die woorden hier niet gebezigd kunnen worden, ook niet in de vorm van de humor van de heer Bosma. 

De voorzitter:

Dat is genoteerd in de Handelingen. Zo hebben we dat ook met elkaar afgesproken. 

Wie wil er reageren op het verzoek tot het houden van een debat? 

De heer Segers (ChristenUnie):

De ChristenUnie-fractie is tegen de vorming van een monsterprovincie. Wij zijn benieuwd naar de plannen en naar de voortgang. Wij steunen daarom het verzoek om een debat. 

De heer Van Raak (SP):

Steun voor het verzoek. 

De heer Taverne (VVD):

Net als alle fracties in dit huis is de VVD-fractie nog in afwachting van een wetsvoorstel over de Noordvleugelprovincie. Het lijkt ons om die reden niet zinvol om nu al een debat te voeren. Geen steun dus voor het verzoek. 

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Die Noordvleugelprovincie is gewoon een plofprovincie. De Partij voor de Dieren ziet die niet zitten. Steun voor het debat. 

De heer Omtzigt (CDA):

Steun voor het debat. Ik zou eigenlijk gewoon een brief willen hebben waarin staat met wie er op dit moment overlegd wordt. De heer Bosma doet diverse suggesties die niet allemaal de mijne zijn, maar het is wel interessant om te zien dat er in de achterkamers iets gebeurt. Ik zou dus graag een lijst willen hebben waarop staat met wie er een gesprek gevoerd wordt en op welke wijze dit wordt doorgevoerd. Tegen de VVD-collega's zou ik willen zeggen dat zij de Wgr-plus van de agenda hebben afgevoerd. In dat kader had er over dit onderwerp gesproken kunnen worden. Dat is nog meer reden om er nu een debat over te voeren. 

De heer Bisschop (SGP):

Wij hebben een aantal maanden geleden gesproken over een min of meer integrale visie op de bestuurlijke herinrichting van Nederland. Dat gesprek is toen vastgelopen. Nu horen we over allerlei nieuwe ontwikkelingen. Ik denk dat het verstandig en zorgvuldig is om een integraal debat over dit onderwerp te voeren, voordat ontwikkelingen daadwerkelijk uitgewerkt worden en er plannen of afspraken worden gemaakt. Daar zou het debat dat collega Bosma voorstelt uitstekend voor kunnen dienen. Steun dus voor het verzoek. 

Mevrouw Fokke (PvdA):

Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Taverne. Ik heb inderdaad nog geen wetsvoorstel gezien; dus geen steun voor het debat. 

De voorzitter:

Mijnheer Bosma, u hebt niet de steun van de meerderheid voor het houden van een debat. 

De heer Bosma (PVV):

Dat spijt mij bijzonder, want er gebeurt heel veel in achterkamertjes en er wordt veel over gespeculeerd in de kranten. De verkiezingen voor Provinciale Staten komen met rasse schreden dichterbij. Het is vreemd dat we niet over dit onderwerp kunnen praten. Ik zet mijn verzoek graag om in een verzoek voor een dertigledendebat, maar dan ben ik ongetwijfeld nummer 57. 

De voorzitter:

Dat valt mee, een dertigledendebat kan in ieder geval worden gehouden voor de verkiezingen van Provinciale Staten. De spreektijd bij dat debat zal drie minuten per fractie zijn. 

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet. 

Het woord is aan de heer Omtzigt van het CDA. 

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. De heer Pinheiro van de Verenigde Naties, belast met het onderzoek naar de gebeurtenissen in Syrië, waarschuwt voor een regionale oorlog. Wij kunnen op dit moment ook zien dat een oorlog dreigt: Irak explodeert en er zijn grote standrechtelijke executies. Ook wij hebben er hier last van, doordat mensen terugkeren. Gisteren bleken er meer dan 100 Nederlanders in ISIS te zitten. Wij hebben daarover vragen gesteld, onder andere waarom zij niet gestraft zijn. Deze vragen willen we graag snel beantwoord hebben. We willen een reactie van de regering op de dreigende regionale oorlog, in aanvulling op de brief die we ontvangen hebben. Daaropvolgend willen we een debat. 

De voorzitter:

Een verzoek om steun voor het houden van een debat over de opmars van ISIS in Irak. 

De heer Sjoerdsma (D66):

Van harte steun. 

De heer Van Bommel (SP):

Steun voor het debat. Ik zou de bijzondere rol van Turkije en Saoedi-Arabië, waarover steeds meer bekend wordt, als onderwerp willen toevoegen. Ik zou hier graag een reactie van de minister op horen. 

De heer Voordewind (ChristenUnie):

Wij zullen hier vanmiddag ongetwijfeld over spreken. Ik zal in ieder geval mijn spreektijd eraan wijden. Als dat niet voldoende blijkt, steunen wij het verzoek. 

De voorzitter:

U refereert aan een AO dat deze middag wordt gehouden. 

De heer Servaes (PvdA):

Ik sluit mij aan bij formulering van de heer Voordewind. We praten er vanmiddag over, maar gezien de ontwikkelingen kan ik me voorstellen dat we hier nog een keer op moeten terugkomen. 

De voorzitter:

Betekent dit dat u steun geeft aan een plenair debat? 

De heer Servaes (PvdA):

Ja. 

De heer Van der Staaij (SGP):

Steun voor een plenair debat, met de aanvullingen die door collega's, zoals de heer Van Bommel, naar voren zijn gebracht. 

De heer Van Klaveren (Groep Bontes/Van Klaveren):

Steun voor een debat. 

De heer Ten Broeke (VVD):

Allereerst wil ik het bespreken bij de RBZ. Steun voor een debat als daar dan nog behoefte aan is. 

De voorzitter:

Ik noteer dat u steun geeft aan het verzoek. 

Mijnheer Omtzigt, dat betekent dat er een meerderheid is voor het houden van een plenair debat. Ik kan u niet garanderen dat ik het voor de zomer nog kan inplannen. Omdat u vandaag een AO hebt, kunt u wel deze week een VAO aanvragen, zodat er nog een uitspraak van de Kamer gevraagd kan worden als dat nodig is. 

De heer Omtzigt (CDA):

Het is een heel lastig conflict. Daarom willen wij er ook langer met de minister over spreken. Ik wilde het hele algemeen overleg eraan wijden. Dat kon niet, omdat er ook andere punten op de agenda stonden. Dat begrijp ik van de collega's. Ik zou de informatie wel zo uitgebreid en zo snel mogelijk willen hebben. De aanvullingen van met name de heer Van Bommel waren zeer waardevol. Verder zou ik de antwoorden op onze Kamervragen willen hebben. Ik meen dat ook andere collega's, van de PVV-fractie, vragen hebben gesteld. 

De voorzitter:

Moeten die beantwoord zijn voor het algemeen overleg? 

De heer Omtzigt (CDA):

Nee, dat lukt, niet, want dat is om 16.00 uur. 

De voorzitter:

Er liggen nu heel veel aanvullende verzoeken. Ik stel daarom voor om via de griffier van de commissie te inventariseren welke vragen er nog gesteld gaan worden. Ik zal verzoeken om de antwoorden daarop binnen een week naar de Kamer te sturen. Het debat staat genoteerd. De spreektijd bedraagt vier minuten per fractie. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering alvast doorsturen naar het kabinet. 

De heer Omtzigt (CDA):

Gezien de ernst van de situatie moet ik u waarschuwen dat het zo kan zijn dat wij volgende week vragen om het debat nog voor het zomerreces te plannen. 

De voorzitter:

Dat hoor ik dan vanzelf. Ik zal erop wijzen dat de Kamervragen voor dinsdag 12.00 uur beantwoord moeten zijn. 

De heer De Graaf (PVV):

In aanvulling hierop: de PVV steunt uiteraard het verzoek om een debat. Ik heb gisteren samen met mijn collega Wilders vragen gesteld. Mijn verzoek is, of die voor het debat beantwoord kunnen worden. Kan dit debat zo snel mogelijk worden ingepland? Ik verzoek u, mijn verzoek dat ik hierna zou doen, volledig toe te voegen aan het verzoek van de heer Omtzigt. 

De voorzitter:

Betekent dit dat er bij het debat ook een andere bewindspersoon aanwezig moet zijn? 

De heer De Graaf (PVV):

Ja, dat betekent dat er nog één of twee andere bewindspersonen bij het debat aanwezig moeten zijn. Wij hebben het over een in Nederland geïmporteerd probleem vanuit islamitische gebieden. Dat heeft ook invloed op de veiligheid in Nederland. 

De voorzitter:

Ik begrijp uw punt, maar ik vraag u toch of u dit verzoek apart aan de Kamer wilt voorleggen. Dan kan de Kamer zich daar apart over uitspeken. Er is brede steun voor het debat met de minister van Buitenlandse Zaken dat zojuist is aangevraagd. Ik weet niet zeker hoe het ligt met de steun voor het verzoek om de minister van Sociale Zaken daarbij te betrekken. 

Wat het debat dat zojuist is aangevraagd betreft, herhaal ik voor de zekerheid: vier minuten spreektijd per fractie, het stenogram wordt doorgeleid naar het kabinet en er worden vragen geïnventariseerd via de griffier van de commissie. Als het nodig is, zie ik de heer Omtzigt volgende week terug bij de regeling. 

Het woord is aan de heer De Graaf. 

De heer De Graaf (PVV):

Voorzitter. Ik herhaal het verzoek dat ik zojuist heb gedaan om het debat dat zojuist is gesteund door de Kamer uit te breiden, zodat het wordt gevoerd met de bewindslieden van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Veiligheid en Justitie en Buitenlandse Zaken. Zij hebben alle drie invloed op het proces dat daar plaatsvindt, ook gezien de veiligheid en de integratieproblematiek in Nederland. Daarom wil ik het verzoek van de heer Omtzigt, dat gesteund is, uitbreiden zoals ik zojuist heb verwoord. Daarvoor vraag ik steun aan de Kamer. 

De heer Omtzigt (CDA):

Ik vind het een zinvolle uitbreiding. Indien alle drie de bewindslieden in de gelegenheid zijn om naar de Kamer te komen, lijkt het mij goed om het in één debat te doen. Misschien zou dat nog voor het reces kunnen. 

De heer Dijkhoff (VVD):

Los van de recente verschrikkelijke ontwikkelingen in Irak, waar de commissie voor Buitenlandse Zaken straks terecht over spreekt, spreken wij in de Kamer al ruim een jaar over de toegenomen dreiging van jihadreizigers. Dat doen wij doorgaans met de minister van Veiligheid en Justitie en met de minister van Binnenlandse Zaken. De VVD hecht daaraan. Wij hebben volgende week een debat over de diensten. Wij hebben zelfs nog een plenair debat op de planning staan specifiek over de jihadreizigers. Ik stel voor om die debatten te houden. Die zullen wij eerder houden dan wanneer wij nu weer iets toevoegen en mengen met andere zaken. 

De voorzitter:

Geen steun, begrijp ik. 

De heer Recourt (PvdA):

Evenzeer geen steun, om dezelfde redenen. 

De heer Van der Staaij (SGP):

De SGP steunt het verzoek. 

De voorzitter:

U steunt het verzoek. Mijnheer de Graaf, ik kan niet vaststellen dat er een meerderheid is die uw verzoek steunt. 

De heer De Graaf (PVV):

Dat heb ik ook geconstateerd. Dat is spijtig, want daaruit blijkt dat bij een groot deel van de Kamer de urgentie ontbreekt. Er staat een debat in de toekomst gepland, maar wij moeten nog maar afwachten of dat voor de zomer kan plaatsvinden. Wij moeten het ijzer smeden als het heet is en dat ijzer is op dit moment helaas heel erg heet. 

Dan kom ik bij mijn volgende verzoek. 

De voorzitter:

Gaat uw gang. 

De heer De Graaf (PVV):

Voorzitter. Aanstaande donderdag staat er van 17.00 uur tot 20.00 uur een debat gepland over de beveiliging van joodse instellingen in Nederland. Ik wil graag een vooraankondiging doen voor een VAO. Ik zou graag diezelfde dag stemmingen over de moties willen, juist vanwege de urgentie die er op dit gebied is. 

De heer Segers (ChristenUnie):

Dat algemeen overleg is gehouden op initiatief van de ChristenUnie. Het is wat curieus dat het verzoek zonder enige vorm van overleg wordt gedaan. Ik vind het niet helemaal hoffelijk naar de minister, die nog moet antwoorden. Er zou een VAO kunnen komen, maar ik vind dit verzoek te prematuur en niet geheel collegiaal. Geen steun dus. 

De heer Dijkhoff (VVD):

Ik ben het eens met de heer Segers. Ik heb geen reden gehoord waarom, als er een VAO met moties komt, de stemmingen op donderdag moeten in plaats van regulier op dinsdag. 

De heer Marcouch (PvdA):

Ik ben het eens met de twee vorige sprekers. 

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Wij stemmen in principe op dinsdag, tenzij. Dat "tenzij" vind ik nu niet ingevuld. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Daar kunnen wij ons bij aansluiten. 

De heer Van Raak (SP):

Wij stemmen altijd op dinsdag, behalve als het een motie van wantrouwen betreft. 

De heer De Graaf (PVV):

Ik constateer dat helaas ook hier de urgentie ontbreekt. 

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Leijten, met ij. Het staat fout op het lijstje. Zelfs namen die vaak voorkomen, worden wel eens fout getypt. 

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Dat kan gebeuren. 

Sinds enkele maanden ligt de NZa onder vuur. Het ging om een dossier van een medewerker en dit weekend om het declaratie- en reisgedrag van de top. De top van de NZa is nu opgestapt, maar de geloofwaardigheid en de onafhankelijkheid van onze zorgautoriteit zijn in het geding. Er is al een debat aangevraagd en toegekend. Ik stel voor dat wij dat debat houden voordat wij het belangrijke wetsvoorstel behandelen over de vrije artsenkeuze. De rol die de NZa wordt toegedicht in dit wetsvoorstel is zo cruciaal dat de NZa eerst van alle smetten vrij moet zijn, voordat wij dat wetsvoorstel kunnen behandelen. 

De voorzitter:

Dat betreft het wetsvoorstel dat deze week op de agenda staat. U vraagt om dat wetsvoorstel van de agenda te halen. 

Mevrouw Leijten (SP):

Of om zo snel een debat te plannen dat het er nog voor kan. 

De voorzitter:

Ik kijk naar de Kamerleden. 

Mevrouw Klever (PVV):

De PVV heeft het bewuste debat twee maanden geleden aangevraagd. Wij wilden er toen al over debatteren. Wij steunen dus van harte het verzoek om dat zo snel mogelijk te houden en voor de behandeling van het wetsvoorstel over artikel 13 in te plannen. 

De heer Rutte (VVD):

De NZa heeft inderdaad een ontzettend belangrijke taak in ons zorgstelsel. Of wij artikel 13 van de Zorgverzekeringswet behandelen of niet, de NZa moet op orde komen. Daarom staat er al een groot debat gepland en daarom vindt er al een groot onderzoek plaats. De minister heeft toegezegd dat de kwestie die mevrouw Leijten aanstipt, daarbij betrokken wordt en verder wordt uitgezocht. Dat moeten wij doen. Het debat moet zo spoedig mogelijk worden gehouden, maar wij willen geen uitstel van de wetsbehandeling. 

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Het debat over de vrije artsenkeuze is gebaseerd op de tot nu toe ongefundeerde aanname van de NZa dat die tot kostenbesparing zou leiden. Het lijkt ons dan ook heel terecht om eerst het debat over de NZa te voeren. GroenLinks steunt het verzoek van mevrouw Leijten. 

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ook D66 vindt het van groot belang dat wij het debat voeren dat is aangevraagd over de NZa. Het verzoek om uitstel van de behandeling van de wetswijziging rond artikel 13 steunen wij echter niet. 

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

Nederland heeft een toezichthouder nodig die met gezag kan opereren. Met deze signalen ligt de toezichthouder onder vuur en dat is voor niemand goed. Daarom is het zeer belangrijk dat er vanmorgen een besluit is genomen. Er vindt een analyse plaats van wat er bij de NZa gebeurt en van wat er moet gebeuren om te zorgen dat mensen het vertrouwen terugkrijgen. Hoe graag ik ook vandaag wil debatteren over de NZa, wij kunnen dat pas doen nadat de commissie-Borstlap het rapport heeft besproken. Dit item speelt absoluut mee als onderdeel van het debat morgen. Ik ben dat zeer met de SP eens. Ik stel dan ook voor dat wij het meenemen in het debat morgen. Dan slaan wij twee vliegen in één klap op de kortst mogelijke termijn. 

Mevrouw Keijzer (CDA):

Eigenlijk liggen hier dus twee verzoeken. Men wil discussiëren over het declaratiegedrag. Het bestuur van de Nederlandse Zorgautoriteit is opgestapt. Dat is verstandig. De minister heeft het onderzoek dat al staat, uitgebreid met onderzoek naar die bestuurskosten en er staat al een debat gepland over de Nederlandse Zorgautoriteit. Daarom van ons geen steun voor dit verzoek om een extra debat over de declaratiekosten. 

Dan ligt er nog de vraag hoe we nu moeten omgaan met de positie van de Nederlandse Zorgautoriteit in relatie tot het debat over de vrije artsenkeuze, dat morgen op de agenda staat. Wat het CDA betreft, zal daarover zeker ook in het debat van morgen worden gesproken. Daarvoor hoeft dus geen apart debat gepland te worden. 

Mevrouw Baay-Timmerman (50PLUS/Baay-Timmerman):

Namens 50PLUS/Baay: wel steun voor uitstel van het debat. 

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik sluit mij namens de ChristenUnie kortheidshalve aan bij de woorden van mevrouw Keijzer. 

De heer Van der Staaij (SGP):

Hetzelfde geldt voor de SGP. 

De voorzitter:

Mevrouw Leijten, u hebt geen meerderheid om het debat dat u hebt aangevraagd, te plannen vóór het debat dat morgen en overmorgen geagendeerd staat. Er is ook geen Kamermeerderheid om het reeds geplande debat van de agenda van deze week af te halen. 

Mevrouw Leijten (SP):

Nee, voorzitter. Het verzoek was om het reeds geplande debat eerder te houden. Zolang de geloofwaardigheid en onafhankelijkheid van de NZa in het geding is, zouden wij geen verdere besluiten moeten nemen omtrent meer toezicht voor deze toezichthouder, die nu onder vuur ligt. Het spijt me zeer dat daar geen steun voor is. Dan hebben we het morgen ook over dat onderwerp. 

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Nijboer van de Partij van de Arbeid. 

De heer Nijboer (PvdA):

Voorzitter. We hebben gisteren een brief gekregen van de minister van Financiën, waarin hij de Kamer in overweging geeft om de brief over de governancestructuur van de Nederlandsche Bank af te wachten en die te betrekken bij het debat dat morgen gepland staat. Ik kan mij daarin vinden en ik geef de Kamer in overweging, zich daarbij aan te sluiten, zodat het debat wordt uitgesteld. 

De voorzitter:

Een verzoek om steun voor het uitstellen van het debat over de nationalisering van SNS REAAL. 

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):

Wat ons betreft steun voor het verzoek van de PvdA. 

De heer Merkies (SP):

Ik vind het prima om dat debat uit te stellen. Ik hoop wel dat we de brief snel krijgen, zodat we het debat nog voor het zomerreces kunnen houden. 

De voorzitter:

Die kans is niet zo heel erg groot. Misschien komt die brief er wel, maar de kans dat het debat dan nog voor het zomerreces ingepland wordt, is niet zo heel erg groot. Dat geef ik u maar mee. 

De heer Merkies (SP):

Daar ben ik het dan niet mee eens. Ik zou het debat graag voor het zomerreces willen hebben. 

De voorzitter:

Daarom zeg ik het ook eerlijk tegen u. 

De heer Tony van Dijck (PVV):

Steun, geen probleem. 

De voorzitter:

De meerderheid steunt het verzoek van de Partij van de Arbeid. Ik zal het debat van de agenda afhalen en het opnieuw inplannen, zodra ik kan. 

De heer Van Weyenberg heeft zijn verzoek ingetrokken. Dan is hiermee een einde gekomen aan de regeling van werkzaamheden. 

Ik verzoek de leden die dat nog niet gedaan hebben, de presentielijst te tekenen. 

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.