8 Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:

Ik stel voor, hedenmiddag ook te stemmen over de aangehouden motie-Pechtold (33410, nr. 65).

Ik stel voor, bij het debat over de agenda van de Europese top de volgende spreektijden te hanteren: VVD en PvdA 10 minuten, PVV, SP, CDA en D66 7 minuten en ChristenUnie, GroenLinks, SGP, PvdD en 50PLUS 5 minuten.

Op verzoek van het lid Kooiman (SP) stel ik voor, de motie op stuk 28684, nr. 349 opnieuw aan te houden. Dit betekent dat de in artikel 69, tweede lid genoemde termijn van twee maanden voor deze motie opnieuw gaat lopen.

Op verzoek van de CDA-fractie benoem ik:

  • - in de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie de leden Van Hijum, Bruins-Slot en Keijzer tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport het lid Van Toorenburg tot lid in plaats van het lid Bruins-Slot, het lid Bruins-Slot tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature en het lid Heerma tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Oskam in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken de leden Bruins-Slot en Keijzer tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties de leden Omtzigt en De Rouwe tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken het lid Knops tot lid in plaats van het lid Agnes Mulder en de leden Agnes Mulder en Van Hijum tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Defensie het lid Bruins-Slot tot lid in plaats van het lid De Rouwe en het lid De Rouwe tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature en het lid Omtzigt tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Bruins-Slot;

  • - in de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de leden Agnes Mulder en Omtzigt tot lid en de leden Geurts en Knops tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Financiën de leden Knops en Heerma tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de commissie voor de Rijksuitgaven de leden Knops en Heerma tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid de leden Van Hijum en Rog tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid De Rouwe tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

  • - in de algemene commissie Wonen en Rijksdienst de leden De Rouwe en Knops tot lid en de leden Van Toorenburg en Omtzigt tot plaatvervangend lid in de bestaande vacatures.

Op verzoek van de SGP-fractie benoem ik:

  • - in de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking het lid Van der Staaij tot lid en het lid Dijkgraaf tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst het lid Bisschop tot lid en het lid Van der Staaij tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures.

Op verzoek van de VVD -fractie benoem ik:

  • - in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken de leden Van der Linde, Dijkhoff, Bosman en Taverne tot lid in plaats van de leden Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, Ziengs, De Boer en Visser, het lid Van der Steur tot lid in de bestaande vacature en de leden Azmani, Berckmoes-Duindam, De Boer, Ten Broeke, de Caluwé en Visser tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Verheijen, Dijkhoff, Bosman, Leegte, Van Oosten en Van der Steur;

  • - in de algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst de leden Houwers, Van der Linde, Litjens, Visser, Lodders, Neppérus en Elias tot lid in de bestaande vacatures en de leden Leegte, De Liefde, Lucas, Anne Mulder, Duisenberg en Van Nieuwenhuizen-Wijbenga tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken de leden De Liefde, Dijkstra, Verheijen en Van der Steur tot lid in plaats van de leden Dijkhoff, Berckmoes-Duindam, Van Veen en Litjens en de leden Berckmoes-Duindam, Vuijk, Potters, Schut-Welkzijn en Van ‘t Wout tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Van der Steur, Duisenberg, Elias, Huizing en Leegte;

  • - in de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de leden Dijkstra, De Caluwé, Leegte, Ziengs, Ten Broeke, Vuijk en Berckmoes-Duindam tot lid in de bestaande vacatures en de leden Tellegen, Van Veen, Verheijen, Visser, De Vries, Van ‘t Wout en Azmani tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Defensie de leden Vuijk en Leegte tot lid in plaats van de leden Bosman en Van Veen en het lid De Liefde tot lid in de bestaande vacature en de leden Duisenberg, Bosman, Elias, Houwers, Huizing en de Boer tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden De Liefde, Litjens, Rutte, Neppérus, Lucas en Azmani;

  • - in de vaste commissie voor Economische Zaken de leden De Liefde, Litjens en Lucas tot lid in plaats van de leden De Boer, Lodders en Van Veen en de leden Van der Linde, Lodders, Anne Mulder, Dijkstra, Van Nieuwenhuizen en Houwers tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Van der Steur, Ten Broeke, Lucas, Schut-Welkzijn, Van Oosten en Tellegen;

  • - in de vaste commissie voor Europese Zaken de leden Leegte, De Caluwé, en Verheijen tot lid in plaats van de leden Harbers, Lodders en Duisenberg en de leden Lucas, Van Oosten, Potters, Rutte, Schut-Welkzijn en Straus tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Van Veen, De Caluwé, Visser, Venrooy en Verheijen;

  • - in de vaste commissie voor Financiën de leden Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, De Vries en Van ‘t Wout tot lid in plaats van de leden Azmani, Duisenberg en Van Veen en de leden Anne Mulder, Van der Linde, Litjens, Schut-Welkzijn en Taverne tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Leegte, Berckmoes-Duindam, De Boer en Van ‘t Wout;

  • - in de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu de leden Houwers en De Vries tot lid in plaats van de leden Van Veen en Visser en de leden Tellegen, Van Veen, Visser, Schut-Welzijn en Taverne tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Berckmoes-Duindam, Van der Burg, Ziengs, Nepperés en Litjens;

  • - in de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties de leden Visser, Vuijk, Duisenberg, Harbers, Van Oosten en Rutte tot lid in plaats van de leden Ten Broeke, Van der Burg, Dijkhoff, De Caluwé, Berckmoes-Duindam en Dijkstra, en de leden De Vries, Ziengs, Litjens, Huizing en Potters tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden De Boer, Duisenberg, Neppérus, Harbers en De Liefde en het lid Van der Steur tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de leden Duisenberg, Straus, Venrooy en Huizing tot lid in plaats van de leden De Liefde, Verheijen, Van ‘t Wout en Schut-Welkzijn, het lid Van Veen tot lid in de bestaande vacature en de leden Elias, Berckmoes-Duindam, Van der Linde, Van der Burg, De Boer, Dijkhoff en De Liefde tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden De Caluwé, Lodders, Litjens, Straus, Nieuwenhuizen-Wijbenga, Van Oosten en Anne Mulder;

  • - in de commissie voor de Rijksuitgaven het lid De Vries tot lid in plaats van het lid Rutte en de leden Van Oosten, Straus, De Boer, Potters en Rutte tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Venrooy, Dijkstra, Leegte, Visser en Van ‘t Wout;

  • - in de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie de leden Azmani en Elias tot lid in plaats van de leden Van Nieuwenhuizen-Wijbenga en Liefde en het lid Taverne tot lid in de bestaande vacature en de leden Houwers, Rutte, Straus en Van Veen tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Berckmoes-Duindam, Litjens, Duisenberg en Azmani;

  • - in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid de leden Van Nieuwenhuizen, Van der Burg en Potters tot lid in plaats van de leden Ziengs, Huizing en Straus en de leden Ziengs, Van der Steur, Taverne, Van Veen en Vuijk tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, Van ‘t Wout, Anne Mulder, Venrooy en Elias;

  • - in de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport de leden Van Veen, Huizing, Van ‘t Wout en Neppérus tot lid in plaats van de leden Elias, Venrooy, Straus en De Liefde en de leden Potters, Taverne, Lodders, De Vries, Vuijk en Van der Linde tot plaatsvervangend lid in plaats van de leden Schut-Welkzijn, Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, Van Oosten, Lucas, Huizing en Harbers.

Op verzoek van de PvdA-fractie benoem ik:

  • - in de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken het lid Jacobi tot lid in plaats van het lid Wolbert, het lid Günal-Gezer tot lid plaatsvervangend lid in plaats van het lid Kuzu en het lid Wolbert tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken het lid Heijnen tot lid in de bestaande vacature en de leden Tanamal en Jacobi tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Defensie het lid Günal-Gezer tot lid in de bestaande vacature en het lid Hoogland tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Europese Zaken de leden Mei Li Vos en Öztürk tot lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Financiën het lid Heijnen tot lid in plaats van het lid Jan Vos, het lid Öztürk tot lid in de bestaande vacature, het lid Jan Vos tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Hamer en het lid Hoogland tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu het lid Van Dekken tot lid in plaats van het lid Monasch, het lid Öztürk tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Servaes en het lid Monasch tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties het lid Recourt tot lid in de bestaande vacature en de leden Tanamal en Hilkens tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de leden Tanamal en Günal-Gezer tot lid in de bestaande vacatures;

  • - in de commissie voor de Rijksuitgaven het lid Hoogland tot lid in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid het lid Tanamal tot lid in plaats van het lid Kuzu, het lid Mei Li Vos tot lid in de bestaande vacature, het lid Heijnen tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Mei Li Vos en het lid Kuzu tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacature;

  • - in de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie het lid Jadnanansing tot lid in plaats van het lid Fokke en het lid Fokke tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Ypma;

  • - in de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport het lid Ypma tot lid in de bestaande vacature en het lid Arib tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Ypma;

  • - in de algemene commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de leden Maij, Jan Vos, Hilkens, Heijnen, Öztürk en Yücel tot lid en de leden Kerstens, Recourt, Bonis, Hamer en Servaes tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures;

  • - in de algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst de leden Monasch, Groot, Arib, Heijnen, Recourt en Fokke tot lid en de leden Nijboer, Vermeij, Bouwmeester, Van Dijk, Hilkens en Eijsink tot plaatsvervangend lid in de bestaande vacatures.

Ik stel voor, aan de agenda toe te voegen:

  • - het VAO Biodiversiteit, met als eerste spreker het lid Ouwehand van de Partij van de Dieren;

  • - het VAO Contracteerruimte, met als eerste spreker het lid Bergkamp van D66.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik spreek in plaats van mevrouw Thieme. Wij willen graag een brief van de staatssecretaris van Landbouw over de uitzending van gisteren van De Slag om Brussel. Wij willen die graag vandaag, want voor morgen staat een AO Landbouwraad gepland. Wij willen graag weten of Nederland steun verleent aan het feit dat met Europese subsidies megastallen worden gebouwd in Roemenië, nota bene door een Amerikaans bedrijf. Mijn verzoek is om deze brief vandaag naar de Kamer te sturen. Ik wil er verder op wijzen dat er nog steeds onbeantwoorde schriftelijke vragen van de leden Thieme en Van Dekken liggen over de financiering van megastallen met publiek Nederlands geld. Het zou mooi zijn als die Kamervragen ook eens zouden worden beantwoord.

De heer Klaver (GroenLinks):

Dit onderwerp is niet nieuw, maar nog steeds erg urgent. Volop steun voor dit verzoek.

De heer Schouw (D66):

Wij willen precies hetzelfde als mevrouw Ouwehand.

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, u vroeg een brief aan de staatssecretaris van Landbouw. Die kennen we niet meer; dat is tegenwoordig de staatssecretaris van Economische Zaken. Ik zal evengoed het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar het kabinet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb nog twee verzoeken. Vindt u het handig als ik die meteen doe?

De voorzitter:

Ja. Gaat uw gang.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik wil ook een brief van het kabinet, en wel van de staatssecretaris van Economische Zaken en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, over mestvergisters. KRO’s Reporter heeft een grootschalige fraude weten te ontdekken. Ik wil dat de staatssecretarissen ingaan op de bevindingen van Reporter. Ik wil weten of de NVWA op de hoogte was en of de staatssecretarissen bereid zijn om een moratorium af te kondigen op de bouw van nieuwe mestvergisters. Verder ligt er nog een toezegging van het vorige kabinet om te onderzoeken of er pathogenen kunnen ontstaan in mestvergisters. Wij hebben nog steeds geen reactie op die toezegging gekregen. Ik wil die ook graag in de brief meegenomen hebben. Ook wil ik graag dat de staatssecretarissen ingaan op een artikel in de Stentor, waaruit blijkt dat biovergisters een duurzaam drama vormen. Dit is een verzoek om een brief, met het oog op een debat. Ik wacht nog even met het aanvragen van dat debat.

De voorzitter:

Ik zal dit deel van het stenogram ook doorgeleiden naar het kabinet.

Dank voor uw efficiënte inbreng.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dank u, voorzitter. Mijn laatste verzoek betreft een vooraankondiging voor het AO Landbouw- en Visserijraad. Wellicht willen wij daarover moties indienen. Misschien kan de Griffie ons informeren wanneer er precies moet worden gestemd. Ik hoop dat dit dinsdag kan, anders zou dit morgen moeten gebeuren.

De voorzitter:

Wij gaan dit onderzoeken. Ik verzoek de leden wat minder luid te praten.

Het woord is aan mevrouw Bruins Slot van het CDA.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Voorzitter. Vorige week was er ook goed nieuws: de Nederlandse tabaksfabrikanten steunen het voorstel om de rookleeftijd te verhogen van 16 naar 18 jaar. Ook zij zien inmiddels in dat dit een heel effectief middel kan zijn tegen de schadelijke effecten van het roken. Het kabinet heeft al het goede plan om de leeftijd voor het drinken van alcohol te verhogen van 16 naar 18 jaar. Het zou, nu er meer draagvlak is, logisch zijn om dat ook voor roken te doen. Ik wil hierover graag een debat voeren met de staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De voorzitter:

Het verzoek is om steun voor een debat.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Voorzitter. Ik vind het een heel belangrijk onderwerp, maar we hebben in januari een AO over preventie. Wat mij betreft kunnen we het daar behandelen.

De voorzitter:

Geen steun voor het debat.

De heer Rutte (VVD):

Voorzitter. Het is een onderwerp waarover wij het standpunt van het kabinet nog niet eens weten. Wat ons betreft komt er eerst een brief, die we dan kunnen betrekken bij het AO over preventie in januari.

De voorzitter:

Geen steun voor een debat. U doet wel een nieuw verzoek, namelijk om een brief.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

De fractie van GroenLinks wil ook graag een brief, die we dan kunnen betrekken bij de behandeling van de VWS-begroting over twee weken.

De heer Van Gerven (SP):

Ik stel voor om een reactie te vragen van het kabinet en die te betrekken bij het algemeen overleg over preventie.

De voorzitter:

Geen steun voor een debat, wel voor een brief.

De heer Van der Staaij (SGP):

De fractie van de SGP steunt het verzoek om een brief in ieder geval. Ik merk dat er verschillende mogelijkheden zijn om daarover snel met de regering door te spreken.

De voorzitter:

Mevrouw Bruins Slot, u hebt steun voor een brief.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Ik ben in ieder geval blij dat de verschillende fracties dit belangrijke punt steunen. Ik zie ook wel de meerwaarde van een brief. Kan de brief voor de begrotingsbehandeling binnenkomen, zodat we dit punt zo snel mogelijk met zijn allen kunnen oppakken?

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Van Klaveren.

De heer Van Klaveren (PVV):

Voorzitter. Afgelopen vrijdag heeft de ministerraad ingestemd met het voornemen om de dubbele nationaliteit niet langer te registreren voor personen geboren in Nederland. Dit heeft een groot aantal nadelen. De betrouwbaarheid van de GBA wordt aangetast, bijstandsfraude, denk aan een tweede huis in het buitenland, wordt eenvoudiger en het maakt denaturalisatie van terroristen lastiger. Een onzalig plan dus. De fractie van de PVV wil hierover graag een dertigledendebat voeren en een brief ontvangen van het kabinet met zijn motivatie voor deze ondoordachte maatregel. Hierin moeten tevens cijfers worden genoemd van aantallen mensen die bezwaar hebben gemaakt tegen de huidige vorm van registreren. Ook moet erin staan bij welke instanties straks nog wel wordt geregistreerd of iemand een dubbele nationaliteit heeft.

De voorzitter:

Twee verzoeken: een brief en steun voor een dertigledendebat.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Wij hebben net van de minister gehoord dat hij hierover met een voorstel naar de Kamer komt. Dat voorstel willen we straks, met het advies van de Raad van State, kunnen wegen, dus geen steun voor het debat. Wat de brief betreft, krijgen we te zijner tijd een voorstel. Wat ons betreft heeft het dus zijn loop zoals de minister het aankondigde.

De voorzitter:

Geen steun voor het debat, geen steun voor de brief.

De heer Schouw (D66):

Wij hebben geen behoefte aan een debat en ook geen behoefte aan een brief. Wij hebben wel de behoefte om de complimenten over te brengen aan het kabinet, dat een einde maakt aan deze onzinnige maatregel.

De heer Litjens (VVD):

De VVD-fractie steunt niet een debat, ook geen brief. Het voorstel ligt op dit moment bij de Raad van State voor advies. Wij gaan ervan uit dat het te zijner tijd terugkomt en dat het bij de behandeling van het voorliggende wetsvoorstel over de basisregistraties kan worden betrokken.

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Van Toorenburg.

De voorzitter:

Mijnheer Van Klaveren, ik hoor geen steun voor beide verzoeken.

De heer Van Klaveren (PVV):

Nee, dat hebt u waarschijnlijk goed gehoord. Ik heb niet iets anders gehoord; helaas. We komen er zeker nog op terug.

De voorzitter:

Ongetwijfeld; daarvoor bent u hier.

Het woord is aan mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):

Voorzitter. Zojuist zijn ze in het mondelinge vragenuur al even ter sprake gekomen: de cijfers rondom de koopkracht en de inkomensontwikkelingen naar aanleiding van de kabinetsplannen. De antwoorden waren zeer onbevredigend. Ik wil daarover een debat voeren met de minister van Sociale Zaken. Dat mag wat mij betreft ook in een algemeen overleg om de plenaire agenda te ontlasten. Ik zou er graag voor de begrotingsbehandeling over spreken, want u weet net als ik dat de tijd tijdens een begrotingsbehandeling altijd maar beperkt is.

De voorzitter:

U mag dit verzoek doen, maar de kans dat het debat nog voor de begrotingsbehandeling kan worden ingepland, is echt heel erg klein. U mag dit verzoek echter doen.

De heer Van Vliet (PVV):

Gezien de vernietigende effecten voor de koopkracht van Rutte II steun ik het verzoek. Ik wil graag dat daaraan een brief voorafgaat waarin de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uiteenzet wat er wel en niet is opgenomen in de koopkrachtplaatjes van het ministerie.

Mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga (VVD):

Naar het lijkt, zal de behandeling van de SZW-begroting de eerste gelegenheid zijn. Aangezien die al over een paar weken zal plaatsvinden, stellen wij voor om het daarbij te betrekken.

De heer Van Weyenberg (D66):

Geen steun van D66. Ik sluit me aan bij de collega van de VVD.

De heer Heerma (CDA):

Ook geen steun van het CDA. Dit kan prima worden betrokken bij de begrotingsbehandeling.

De heer Krol (50PLUS):

Hoewel het geen zin heeft, toch steun voor het debat.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

We zouden dat debat heel graag voeren, maar we willen het ook snel voeren. Als het niet voor de begrotingsbehandeling kan, dan kiezen we er toch voor om het bij de begrotingsbehandeling te betrekken.

Mevrouw Hamer (PvdA):

Volgens mij hebben we net bij het vragenuurtje een toezegging van de minister gehad dat hij met een aantal gegevens komt. Dat lijkt me prima te passen bij de behandeling van de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Geen steun voor het verzoek. Ook wij willen het graag bij de begrotingsbehandeling bespreken.

De voorzitter:

U hebt geen steun voor een meerderheidsdebat, mevrouw Karabulut. Veel partijen willen het wel betrekken bij de behandeling van de begroting.

Mevrouw Karabulut (SP):

Dat begrijp ik. Alleen, we hebben het er wekenlang over gehad en het heeft nogal desastreuze effecten. Ik zou toch wensen dat we hierover los van de begrotingsbehandeling eerder met de minister van Sociale Zaken kunnen spreken. Ik wil daarom mijn verzoek omzetten in een verzoek om een spoed-AO.

De voorzitter:

Dat kunt u in de commissie regelen. Dat doen we niet via de regeling in de plenaire zaal.

Mevrouw Karabulut (SP):

Hoewel ik van u heb begrepen dat een dertigledendebat niet meer zal plaatsvinden voor de begrotingsbehandeling, wil ik voor de zekerheid bij dezen toch zo’n debat aanvragen. Dan staat het op de lijst. Mocht het er weer af kunnen, dan geef ik dat aan u door.

De voorzitter:

Dan zullen we het toevoegen aan de lijst en kunt u zich verder met de commissie verstaan.

Het woord is aan de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (CDA):

Voorzitter. Vrijdag kregen we een lange brief van zes pagina’s over de derivatenposities van de semipublieke instellingen, maar ze stonden er niet in.

Een ogenblik … Ik haal het voetenbankje even weg. Dat heb ik niet nodig.

De voorzitter:

Ik dacht dat u van uw voetstuk viel, maar dat valt weer mee.

De heer Omtzigt (CDA):

Het valt mee. Ik sta daar nog niet op.

Dit weekend bleek dat de gemeenten Zwolle en Den Haag ongedekte derivatenposities hadden en hebben, maar in de brief staat nog dat inzicht op rijksniveau niet voorhanden is. De minister van Binnenlandse Zaken, de heer Plasterk, geeft aan dat hij dat inzicht nu wel wil hebben. Mooi dat dat veranderd is! Dat inzicht willen we snel hebben. In het onderwijs zien we dat ook de Universiteit van Amsterdam en de universiteiten van Leiden en Wageningen open posities hadden. Daar hebben we dus al inzicht in. Slibverwerking Noord-Brabant is failliet, dus de burgers van Noord-Brabant zullen extra belasting moeten gaan betalen aan het waterschap. Het lijkt ons tijd om binnen een week informatie over alle overige derivatenposities van semipublieke instellingen, gemeenten, zorginstellingen en overheidsparticipaties in de Kamer hebben, zodat we daarover een debat kunnen voeren en weten hoeveel meer posities met honderden miljoenen verlies er nog zijn.

De heer Paulus Jansen (SP):

Zeker gezien de voorgeschiedenis van het onderwerp steunen we het voorstel van de heer Omtzigt van harte.

De heer Schouw (D66):

De brief stelde inderdaad helemaal niets voor. Het probleem is levensgroot. Ik ben het er dus helemaal mee eens dat er snel een reactie van het kabinet moet komen. Ik koppel daaraan het verzoek om een debat, want ik vind dat we dit onderwerp niet bij de behandeling van de BZK-begroting moeten afdoen. Graag dus een apart debat.

De voorzitter:

Dat debat staat al op de lijst, mijnheer Schouw. U wordt dus al van tevoren bediend.

De heer Schouw (D66):

Dat is geweldig nieuws.

De heer Klaver (GroenLinks):

Ik heb een beetje een déjà-vugevoel, want vorige week stonden we hier met precies hetzelfde onderwerp, om precies dezelfde reden. Ik ben blij dat het debat inmiddels op de lijst staat. Ik hoor graag nog van de collega’s van de PvdA hoe zij hierin staan. Ook zij hebben zich hier altijd hard voor gemaakt. Dat overzicht moet er snel komen. Als het er niet is, vragen we er wel naar in het debat.

De voorzitter:

Ik wijs erop dat er al een brief is gekomen. U staat hier opnieuw omdat u niet tevreden bent over de inhoud ervan. Het kabinet heeft echter wel een brief gestuurd.

De heer Klaver (GroenLinks):

Er is een briefje gestuurd, dat is waar. Daarin is echter geen antwoord gegeven op de vragen die de Kamer heeft gesteld.

Mevrouw De Vries (VVD):

De VVD-fractie heeft geen behoefte aan een aanvullende brief. Er is een debat gepland en er loopt een interdepartementaal onderzoek. Dat lijkt ons vooralsnog voldoende.

De heer Groot (PvdA):

De zorg van de heer Omtzigt is ook onze zorg. Wij gaan gewoon dat debat voeren. Als voor dat debat nog meer informatie beschikbaar komt, horen wij dat graag. Laten wij echter eerst het debat voeren.

De heer Fritsma (PVV):

De PVV-fractie steunt het verzoek om een brief.

De voorzitter:

Ik zal het stenogram van dit gedeelte van het debat doorsturen naar het kabinet. Hebt u nog een verzoek, mijnheer Omtzigt?

De heer Omtzigt (CDA):

Nee voorzitter, ik wil het afronden. Wij hebben vijf keer consequent gevraagd om een overzicht. Het kabinet kan wel antwoorden waarom het overzicht er niet is, maar als de ministers in de media zeggen dat zij ook vinden dat het overzicht er moet zijn, dan moeten zij dat hier in de Kamer durven leveren. Het gaat hier om honderden miljoenen aan publiek geld die nu verloren zijn.

De voorzitter:

En daarom wordt dit gedeelte van het stenogram ook doorgeleid naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Dank voor alle steunbetuigingen uit het PvdA-vak.

Ik wil graag een brief ontvangen van de minister van Financiën over het Global Shadow Banking Monitor Report 2012 van de Financial Stability Board. Ik zou graag een appreciatie van dit rapport willen van het kabinet, waarin het aangeeft wat de risico’s zijn die de Nederlandse Staat en het financiële systeem lopen door het schaduwbankieren dat in Nederland plaatsvindt.

De heer Van Hijum (CDA):

De CDA-fractie steunt dit verzoek.

Mevrouw De Vries (VVD):

De VVD-fractie steunt dit verzoek ook.

De heer Merkies (SP):

De SP-fractie steunt dit verzoek ook.

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Van Ojik. Ik zie dat ik u nu voorrang geef boven uw collega Voortman.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik merk het, voorzitter. Mijn heel hartelijke dank daarvoor.

De voorzitter:

Ik hoop dat zij het mij vergeeft. Gelukkig zie ik haar ja knikken.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dat kan ik niet zien, maar dat neem ik onmiddellijk van u aan.

De fractie van GroenLinks wil graag een reactie van de minster van Buitenlandse Zaken op berichten die zijn verschenen, met name op de nieuwssite NU.nl, over de houding van de Nederlandse overheid in de kwestie van de omstreden oliewinning in Nigeria door het Nederlands-Britse bedrijf Shell.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik steun dit verzoek van harte. Ik wijs er wel op dat er via de vaste commissie voor Economische Zaken inmiddels aan het kabinet is gevraagd om een brief te sturen over de stand van zaken omtrent deze problematiek. Daar zou dit misschien in kunnen worden meegenomen.

De heer Ziengs (VVD):

Ik wilde eigenlijk dezelfde opmerking maken. Ik heb begrepen dat mevrouw Gesthuizen vragen heeft gesteld aan minister Ploumen. Ik kan mij zo voorstellen dat dit verzoek gewoon wordt doorgeleid.

De voorzitter:

Ik vind het heerlijk als u meedenkt. Als u het verzoek steunt, hoeft u dit niet eens te zeggen. Dat gaat allemaal vanzelf.

De heer Ziengs (VVD):

Ik steun het verzoek niet.

De voorzitter:

Dat heb ik dan nu, in tweede instantie, gehoord.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik steun het verzoek wel. Dat had ik dus niet hoeven zeggen. Ik wil echter wel graag dat het kabinet duidelijk maakt of het over de vragen en de in de brief gegeven antwoorden vooraf overleg heeft gehad met Shell. Dat is een van de punten waarover wij opheldering willen hebben. Ik steun dus het verzoek om een brief en ik wil dat het kabinet die helemaal zelf schrijft, in zijn eentje.

De voorzitter:

Wilt u nog een aanvullende opmerking maken, mijnheer Van Ojik?

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik heb gevraagd om een reactie van de minister van Buitenlandse Zaken. Mijn verzoek betreft namelijk specifiek de opstelling van het ministerie van Buitenlandse Zaken in deze kwestie. Dat is dus iets anders dan de vragen die aan de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zijn gesteld.

De voorzitter:

Dank u wel. Dit is precies de reden dat ik er altijd de voorkeur aan geef dat u een brief vraagt via de commissie. Dan kunnen jullie het samen uitdiscussiëren in de procedurevergadering. Misschien dat dit voor de volgende keer een idee is.

Ik zal dit deel van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet voor een antwoord.

Het woord is aan mevrouw Voortman. Nogmaals mijn excuses dat ik u zojuist oversloeg, mevrouw Voortman.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Ik vergeef het u nogmaals.

Ik wil graag een brief van het kabinet over de rol van de OPTA, naar aanleiding van het bericht dat een zwaar verouderde website de oorzaak was van de hack van DigiNotar. Uit dat bericht blijkt dat er 30 updates waren gemist en dat de poging tot hacken bovendien is verzwegen. Ik wil graag van het kabinet weten wat het daarvan vindt, met het oog op een debat.

De voorzitter:

Ik stel voor om dit gedeelte van het stenogram door te geleiden naar het kabinet.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Mulder.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):

Voorzitter. Afgelopen vrijdag heeft de SER een bijeenkomst georganiseerd om te komen tot een breed nationaal energieakkoord. De CDA-fractie wil graag een brief van de regering ontvangen waarin wordt ingegaan op de rol van de regering en van de diverse betrokken ministeries bij de totstandkoming van het energieakkoord en op de wijze waarop de Tweede Kamer daarin een rol kan spelen. Omdat dit onderwerp verband houdt met de begrotingsbehandelingen van de verschillende ministeries, onder andere die van Economische Zaken van aankomende week, zou ik het heel prettig vinden als we deze brief nog voor die vergadering ontvangen. Als de regering er behoefte aan heeft om één coördinerende minister aan te wijzen op dit punt, dan vinden wij dat niet erg.

De voorzitter:

Dat laatste kunt u volgens mij uitdiscussiëren tijdens het debat. Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Ik geef het woord aan mevrouw Leijten en vraag de collega’s om iets minder hard met elkaar te praten.

Mevrouw Leijten (SP):

Voorzitter. Na jarenlang aandringen van de Kamer en het onder vuur liggen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, hebben mevrouw Sorgdrager en de heer Van der Steenhoven de afgelopen tijd onderzoek gedaan naar de werkwijze en de toerusting van de inspectie. Gisteren hebben zij twee belangwekkende rapporten afgeleverd. Ik wil de Kamer voorstellen dat we daar in januari een gedegen debat over voeren, uiteraard naar aanleiding van de reactie die de minister nog zal geven. Dit belangrijke onderwerp verdient een plenair debat, te houden met goede spreektijden. Daarom is mijn voorstel om dat debat te voeren in januari, na de begrotinsgdrukte.

De voorzitter:

Het verzoek is steun voor een debat in januari.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

GroenLinks steunt dit verzoek.

Mevrouw Bruins Slot (CDA):

Het CDA steunt dit verzoek ook.

De heer Anne Mulder (VVD):

Wat de VVD betreft komt er eerst een kabinetsstandpunt. Dat kunnen we vervolgens, als daartoe aanleiding is, prima bespreken in een algemeen overleg.

Mevrouw Klever (PVV):

Steun voor het verzoek van mevrouw Leijten.

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

Steun voor het verzoek, maar eerst een kabinetsreactie zodat we weten waar we een debat over kunnen voeren.

De voorzitter:

Is dat steun voor een debat in januari of zegt u dat u de standaard reactieperiode van drie maanden van het kabinet wil afwachten en daarna een debat wil?

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

We moeten natuurlijk eerst een reactie hebben, anders valt er nergens over te debatteren.

De voorzitter:

Dat betekent dus geen steun voor het verzoek voor een debat in januari.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Wel steun van D66 voor het verzoek.

De voorzitter:

Ik stel vast dat u nog geen steun hebt voor uw verzoek om een debat, mevrouw Leijten.

Mevrouw Bouwmeester (PvdA):

Ik hecht er wel aan om correct te zijn. We hebben eerst een kabinetsreactie nodig en daarna moeten we zo snel mogelijk een debat voeren. Als u concludeert dat de PvdA geen debat wil, voorzitter, is die conclusie niet juist. De volgorde is eerst een kabinetsreactie en daarna een debat.

De voorzitter:

Het verzoek was een debat in januari. U stelt een voorwaarde aan een debat.

Ik stel voor dat we dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet. Als het kabinet snel met zijn reactie komt, kunt u terugkomen, mevrouw Leijten. Ik zal dan goed onthouden dat u vandaag al gevraagd hebt om een debat in januari. Kunnen we het zo afspreken?

Mevrouw Leijten (SP):

Ik vind het heel vervelend hoe het hier gaat. Deze onderzoeken komen echt voort uit een Kamerbreed initiatief. De rapporten worden sinds lang verwacht. De minister weet dat ook. Hij heeft ook al gereageerd in de media. Wij kunnen toch afspreken dat wij eind januari een debat hierover voeren en dat wij de minister vragen om daarvoor te reageren? Ik snap niet waarom men dit blokkeert. Het zou heel tragisch zijn als ik dit verzoek moet omzetten in een dertigledendebat. Dit doet onrecht aan het werk van mevrouw Sorgdrager en de heer Van der Steenhoven. Ik doe een dringend verzoek aan de VVD en de Partij van de Arbeid om in te stemmen met een debat over deze rapporten, te houden eind januari.

De voorzitter:

Mevrouw Leijten, voordat ik de leden alsnog het woord geef, deel ik u mee dat ik ook dit gedeelte van het stenogram zal doorgeleiden naar het kabinet. Ik neem aan dat dit een aansporing is voor het kabinet om snel met een reactie te komen. Ik heb vanuit de Kamer gehoord dat een grote meerderheid in de Kamer ook snel een debat wil, zodra de kabinetsreactie er is. Ik heb al toegezegd dat dit wat mij betreft in januari kan, als de kabinetsreactie er is. U hebt hier een vlammend betoog gehouden met een oproep aan de minister van VWS om ervoor te zorgen dat die reactie er dan ook is.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik deed ook een oproep aan de collega’s van de VVD en de Partij van de Arbeid.

De voorzitter:

Er hebben zich nu andere leden gemeld, hoewel ze niet verplicht zijn om hierheen te komen.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):

Ik doe die oproep ook, met name aan de Partij van de Arbeid, want die heeft zich heel sterk gemaakt voor deze onderzoeken. De voorzitter heeft heel goede voornemens, maar er is geen datum aan verbonden.

De voorzitter:

Ik onderbreek u, niet omdat ik u het woord niet gun, maar omdat dit de regeling van werkzaamheden is. Ik heb het samengevat in de zin dat de meerderheid van deze Kamer heel snel een reactie wil. Dat gedeelte van het stenogram zullen wij doorgeleiden naar het kabinet. Ik zal mijn best ervoor doen om zo snel mogelijk na die reactie een debat in te plannen.

Mevrouw Leijten (SP):

Ik deel deze conclusie.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Er ligt ook een nieuw verzoek.

De voorzitter:

Wij kunnen nog een rondje doen, maar wij zullen proberen om dat debat in januari te plannen. Ik zal ervoor zorgen dat de minister weet dat de Kamer haast heeft. Ik zal dit deel van het stenogram in zijn geheel doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Yücel van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Yücel (PvdA):

Voorzitter. Ik verzoek u om de plenaire wetsbehandeling van de modernisering van de verlofregelingen uit te stellen. Tevens verzoek ik de minister van Sociale Zaken om de wet te bezien in het licht van het nieuwe regeerakkoord en opnieuw naar de Kamer te sturen.

De heer Van Vliet (PVV):

Kan de woordvoerder van de PvdA een duidelijke reden geven voor dit verzoek om uitstel?

Mevrouw Yücel (PvdA):

De achterliggende gedachte is dat de voorliggende wet toekomstbestendig en gemoderniseerd is. Er ligt nu een nieuw regeerakkoord. Het lijkt mij goed om de kans niet te laten lopen om dit mee te nemen in de beoordeling van de toekomstbestendigheid van die wet.

De voorzitter:

Mevrouw Yücel, als ik het goed begrijp, vraagt u eigenlijk om een nota van wijziging. U vraagt niet om een brief, maar om een nota van wijziging op basis van de afspraken in het regeerakkoord. Heb ik dat goed gehoord?

Mevrouw Yücel (PvdA):

Ik vraag om de nu voorliggende wet in het licht van het nieuwe regeerakkoord opnieuw te bekijken. Als daar wijzigingen uit voortvloeien, zullen die naar de Kamer gestuurd moeten worden. Zo niet, dan moet het wetsvoorstel voorgelegd worden voor behandeling.

De voorzitter:

U vraagt dus om een standpunt over de staat van het wetsvoorstel.

De heer Van Vliet (PVV):

Ik steun eventueel uitstel, als het dan na het kerstreces wordt. Anders doen wij het nu.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

In deze wet wordt juist een aantal belangrijke dingen voor mantelzorgers en voor mensen met zorgtaken geregeld. Wij zeggen dus: doe het nu. Wat is eigenlijk het probleem van de Partij van de Arbeid met de huidige voorstellen? Zo ver gaan die namelijk ook weer niet. Laten wij nu gewoon snel duidelijkheid creëren en morgen het wetsvoorstel behandelen.

De heer Van Weyenberg (D66):

Mijn partij begrijpt de achtergrond hiervan ook niet helemaal. In het regeerakkoord zijn geen nieuwe maatregelen op het terrein van verlof opgenomen. Als de coalitiepartners dit hadden willen doen, hadden zij daartoe de kans in het regeerakkoord. Wij zijn klaar voor de behandeling van het wetsvoorstel. Wij zien ernaar uit.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Ik vind het op zich niet erg om de behandeling van het wetsvoorstel even uit te stellen, maar ten aanzien van het punt dat het gewijzigd moet worden, staat het elke fractie vrij om amendementen in te dienen om te proberen een wetsvoorstel te wijzigen. Het wetsvoorstel als zodanig biedt daarvoor genoeg mogelijkheden en het biedt wat ons betreft ook vooruitgang. Daarop kan de PvdA gewoon inspelen.

De heer Heerma (CDA):

Ook het CDA vindt uitstel niet nodig. Ik sluit mij aan bij het betoog dat je wijzigingen prima per amendement kunt aanbrengen.

Mevrouw Karabulut (SP):

Ik ga ervan uit dat het kabinet, als het de wet wil verbeteren, daartoe zelf de ruimte neemt en dus met een nota van wijziging kan komen. Aangezien die er niet ligt – wellicht komt die er nog voor morgen – ga ik ervan uit dat dit het is. Als de Partij van de Arbeid andere signalen heeft, namelijk dat er inderdaad een nota van wijziging in de maak is en dat er een verbetering komt, ben ik best bereid om het wetsvoorstel wat later te behandelen. Ik heb liever een betere wet.

Mevrouw Tellegen (VVD):

De VVD steunt de lijn van de PvdA.

De voorzitter:

Mevrouw Yücel, u hebt steun van de meerderheid. Ik moet er vanuit het oogpunt van de Kamer wel bij zeggen dat ik het ontzettend teleurstellend vind, nu de agenda zo vol is en nu er zo veel dertigledendebatten en meerderheidsdebatten niet kunnen worden geagendeerd, dat iets van de agenda wordt gehaald op de dag voor de behandeling. Ik kan daar niets tegen doen. Wij sturen niet voor niets een conceptschema rond. Als u ziet dat er iets op staat wat eigenlijk niet is geagendeerd, kunt u altijd even contact opnemen met de Griffie en dan proberen wij daarmee rekening te houden. Ik zal de ruimte gebruiken die er morgen is om een van de debatten – ik weet nog niet welke – te agenderen. U wordt daarvan op de hoogte gesteld.

Mevrouw Karabulut (SP):

Is het dan nog wel mogelijk dat wij vandaag, in ieder geval voor morgen, een bevestiging krijgen van de minister dat er een wijziging komt? Dat is relevant, want anders stellen wij behandeling inderdaad voor Jan met de korte achternaam uit.

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Gesthuizen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Hoor ik u net zeggen dat er ruimte komt op de plenaire agenda?

De voorzitter:

Wij hebben allemaal lijsten met een eigen volgorde. Houd de agenda dus vooral in de gaten!

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Voorzitter. Ik doe een dringend verzoek. Morgen is in de commissie voor Veiligheid en Justitie om 16.00 uur het debat over de tentenkampen met uitgeprocedeerde asielzoekers in Amsterdam en in Den Haag. Bij dezen doe ik een vooraankondiging van een VAO, omdat er, als dat VAO nodig is, wat mij betreft ook nog deze week moeten worden gestemd over moties. Daarmee kan dan ook direct het plenaire debat dat u zou plannen, van de agenda worden gehaald. Wij hebben inmiddels in de commissie een algemeen overleg gepland dat morgen plaatsheeft. Het debat over het tentenkamp dat ik heb aangevraagd, mag dus van de lijst af.

De voorzitter:

Ik dank mevrouw Gesthuizen dat dit debat van de lijst af gaat. Dat is de beste manier om een gat te creëren, als er geen voorraad meer is. Het VAO dat u aankondigt, kan morgen inclusief stemmingen gelijk gehouden worden, want er zijn stemmingen aangekondigd in verband met de Europese top. Wij zullen dus proberen ook dat VAO in te plannen voor de stemmingen morgen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Er wordt dus morgen al over gestemd? Wij beginnen pas om 16.00 uur met het debat. Ik hoop dat dit nog gaat lukken.

De voorzitter:

Dat gaan wij proberen en anders horen de leden dat het anders is.

Het woord is nogmaals aan mevrouw Gesthuizen.

Mevrouw Gesthuizen (SP):

Ik heb nog een verzoek. Naar aanleiding van het nieuws van afgelopen vrijdag over faillissementsfraude heb ik vandaag mondeling een overleg aangemeld. Nu dit niet is doorgegaan en nu er bovendien op mijn verzoek een plenair debat gepland zal worden over faillissementsfraude, wil ik graag een reactie van de minister op het punt dat gemeld werd in het nieuws, namelijk dat de Kamer keer op keer tevergeefs wordt beloofd dat een criminaliteitsbeeldanalyse over fraude zal wordt gemaakt. Dat gebeurt al vijf jaar. Vorig jaar zomer gebeurde het en afgelopen zomer ook weer, maar die analyse is er nog steeds niet. Nu bleek uit het nieuws dat er in de wandelgangen, onder andere bij de politie, al over wordt gespeculeerd dat die er ook helemaal niet komt. Ik wil graag dat de minister dit punt meeneemt in de brief die hij sowieso zou sturen. Dat hadden de collega’s vorige keer bedongen. Omdat de zaak erg hoog lijkt op te spelen, vraag ik of wij de totale brief, met al die punten erin, over uiterlijk twee weken mogen ontvangen van de minister.

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Van Toorenburg.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Mevrouw de voorzitter. Er is weer beroering ontstaan over de onroerendezaakbelasting. Vanochtend bleek op Teletekst dat ook de Vereniging Eigen Huis aan de bel trekt en spreekt over steeds stijgende lasten voor burgers door de stijging van de onroerendezaakbelasting, terwijl de huizen juist in waarde dalen. Wij willen daarover graag een debat met de minister van Binnenlandse Zaken.

De heer Fritsma (PVV):

Het is inderdaad schandalig dat de burger op deze wijze weer een lastenverzwaring aan de broek krijgt. Het kan ook helemaal niet. Hoe kan de ozb stijgen als de huizenprijzen juist dalen? Van harte steun voor het verzoek.

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Wij stellen voor om dit te doen bij de begroting van BZK.

De voorzitter:

Dus geen steun voor het verzoek.

De heer Litjens (VVD):

Geen steun voor het verzoek. Wij hebben ook Teletekst gelezen. Wij gaan ervan uit dat een debat kan plaatsvinden bij de begrotingsbehandeling in de laatste week voor het kerstreces.

De heer Schouw (D66):

Dit kan inderdaad bij de begrotingsbehandeling. Ter voorbereiding daarop zou ik wel graag een brief krijgen over de appreciatie door het kabinet van deze problematiek, met daaraan toegevoegd een appreciatie van de grondslag voor de ozb-heffing zoals vandaag in het nieuws is gekomen en tot slot de uitvoering van de door de Kamer aangenomen motie-Schouw over de lastenontwikkelingen bij de waterschappen.

De voorzitter:

Geen steun voor het verzoek, wel een nieuw verzoek om een brief.

De heer Heijnen (PvdA):

Dit kan prima worden besproken bij de begrotingsbehandeling met de ook door de CDA-fractie in acht te nemen bestuurlijke verhoudingen.

De voorzitter:

Geeft u wel steun aan het verzoek om een brief?

De heer Heijnen (PvdA):

Jazeker.

De heer Van Raak (SP):

Steun voor een brief natuurlijk. Misschien kan dan ook worden uitgelegd hoe het komt dat gemeenten de ozb moeten verhogen. Heeft het er iets mee te maken dat het Rijk allerlei taken over de schutting gooit bij de gemeenten en er ook nog een fikse korting bij doet? Graag ook een analyse hoe het komt dat de gemeenten dit moeten doen.

De voorzitter:

Maar u geeft geen steun voor een debat?

De heer Van Raak (SP):

Eerst een brief. Die kan er heel snel komen, want volgens mij moet de minister alles weten.

De voorzitter:

Mevrouw Van Toorenburg, u hebt geen steun voor een debat, maar er is wel steun ontstaan voor een brief. Ik neem aan dat u dat verzoek ook steunt.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Ja, als die brief ruim voor de begrotingsbehandeling kan komen. Er worden inderdaad belangrijke suggesties aangereikt die in die brief zouden kunnen worden meegenomen. Wij hadden het na de eerdere berichten eerst bij de begrotingsbehandeling willen doen, maar toen werd de behandeling uitgesteld. Daarom vonden wij het urgent. Als er geen steun is voor die urgentie, krijgen wij die brief graag zodat wij die kunnen betrekken bij het debat.

De voorzitter:

Ook als het wel urgent was gevonden, was de begrotingsbehandeling eerder geweest dan het te plannen debat. Dat kan ik u vertellen, want ik weet hoe groot de lijst is met heel belangrijke debatten. Ik zal dit deel van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan de heer Paulus Jansen.

De heer Paulus Jansen (SP):

Voorzitter. U was er vorige week zelf bij toen tijdens het debat over het regeerakkoord en de regeringsverklaring de minister-president in reactie op een verzoek van de heer Roemer van de SP toezegde dat het rapport van het Centraal Fonds Volkshuisvesting over de verhuurderheffing en de effecten daarvan op de huurmarkt naar de Kamer zou worden gestuurd voor de stemmingen die wij zo dadelijk houden. Ik weet dat het rapport op dit moment bij het ministerie van Binnenlandse Zaken ligt. De Kamer heeft het nog niet, maar op de stemmingslijst staat toch dat wij hierover gaan stemmen. De SP-fractie vraagt daarom uitstel van de stemmingen. Dat is het eerste verzoek.

Het tweede verzoek is dat wij het rapport voor vanmiddag 18.00 uur bij de Kamer hebben, zodat wij kunnen beoordelen of wij een derde termijn aanvragen voor het debat over de Wet verhuurderheffing.

De voorzitter:

Er zijn twee verzoeken, namelijk om uitstel van de stemmingen over het Belastingplan en om voor 18.00 uur een rapport naar de Kamer te krijgen.

De heer Van Vliet (PVV):

Lang gezocht, niks gevonden. Steun voor het uitstel, maar dat geldt alleen voor de woningplannen en niet voor het Belastingplan.

Mevrouw Schouten (ChristenUnie):

Wij begrijpen het gevoel bij de SP-fractie. Wij zitten ook al lang op dat rapport te wachten, dus steun voor beide verzoeken.

De heer Knops (CDA):

Steun voor het verzoek.

De heer Klein (50PLUS):

De 50PLUS-fractie vindt de taak van woningbouwverenigingen een volkshuisvestelijke taak. Belastingheffing valt daar niet onder, dus het is verstandig om dit verzoek te steunen.

De heer Monasch (PvdA):

Het rapport waar de heer Jansen om vraagt, heeft niets te maken met de Wet verhuurderheffing. Het rapport gaat over de doorwerking van het regeerakkoord in zijn totaliteit, inclusief het huurbeleid. Er is voor ons geen reden om deze stemming uit te stellen. Wij zien het rapport graag tegemoet. Het zal onderdeel uitmaken van het debat over het totale woningmarktbeleid dat wij, zoals door de minister aangekondigd, op korte termijn zullen voeren.

De heer Koolmees (D66):

Steun voor het verzoek van de heer Jansen.

De heer Klaver (GroenLinks):

De heer Jansen heeft in het debat zelf al aangegeven, dit rapport nodig te hebben om zijn positie te kunnen bepalen, ook voor de vraag of er eventueel een derde termijn moet komen. Ik steun het verzoek volmondig. Wat mij betreft kan er overigens wel gestemd worden over alle andere onderdelen van het Belastingplan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Steun voor beide verzoeken.

Mevrouw Visser (VVD):

Geen steun voor de verzoeken, want het rapport waar de heer Jansen om vraagt, zal betrokken worden bij de uitwerking van de voorstellen richting 2014. Het Centraal Fonds Volkshuisvesting heeft de voorliggende maatregelen doorgerekend en heeft het resultaat daarvan aan de Kamer gepresenteerd. Daarmee kan wat ons betreft het wetsvoorstel gewoon in stemming worden gebracht.

De voorzitter:

Mijnheer Jansen, u hebt geen steun voor beide verzoeken.

De heer Paulus Jansen (SP):

Ik kan ook tellen. Ik constateer dat alle fracties met uitzondering van de twee coalitiefracties zorgvuldigheid in wetgeving willen. De minister-president heeft vorige week tijdens het debat over de regeringsverklaring een toezegging gedaan. Ik constateer dat de coalitiepartijen nu al in de njet-stand staan. Zij vinden fatsoenlijke wetgeving minder belangrijk dan het overeind houden van de coalitieafspraken. Dat vind ik een ernstige situatie. Ik neem aan dat de Eerste Kamer dit ook hoort en daar goed rekening mee houdt.

De heer Koolmees (D66):

Ik kom terug op het verzoek van de heer Jansen. Hij heeft inderdaad al tijdens het debat aangekondigd dat hij pas over de Wet verhuurderheffing wil stemmen als het rapport binnen is en zijn fractie het heeft kunnen beoordelen.

De voorzitter:

Wij gaan dit punt niet overdoen.

De heer Koolmees (D66):

Er was net een verzoek van de coalitie om een stemming uit te stellen. Nu doet de heer Jansen zo’n verzoek en dan wordt daar geen gehoor aan gegeven. Dat vind ik niet chic.

De voorzitter:

De meerderheid in dit huis beslist. Uiteindelijk is dat het geval. Daar kunt u boos om zijn. Het gaat niet om de meerderheid van de partijen, maar om de meerderheid van stemmen. Zo is het. Ik kan er niets mooiers van maken. Ik heb er eerder iets van gezegd toen de coalitiepartijen besloten om de meerderheid in te zetten om iets van de agenda af te halen.

De heer Klaver (GroenLinks):

Democratie is meer dan de meerderheid plus één. Hier ligt een verzoek om meer informatie van een heel brede minderheid in de Kamer. Dat verzoek komt niet uit de lucht vallen, het is in het debat al aangekondigd. Nu ligt het verzoek hier. Ik kijk even naar mijn collega van de PvdA. Laten wij er dan naar kijken op een wijze waarop geen obstructie wordt gepleegd, maar er wel ruimte is voor de oppositie om tot een goed oordeel over wetgeving te komen. Volgens mij gaan we op deze manier met elkaar om in dit huis.

De heer Monasch (PvdA):

Wij willen altijd meedenken, dat is het punt niet. Het punt is dat er helemaal geen rapport is. De heer Jansen zegt dat er een rapport is, maar wij krijgen berichten van het tegendeel. Vervolgens moet de regering er een brief over schrijven. De stemming mag best een dag uitgesteld worden, maar wij weten niet eens of het rapport er wel of niet is. De heer Jansen gaat dan vragen of het naar volgende week kan, en dan wil hij een heropening van het debat …

De voorzitter:

Mijnheer Monasch, ik doe een tussenvoorstel. De heer Jansen wil het rapport vóór 18.00 uur hier hebben. U biedt nu de ruimte om de stemmingen een dag uit te stellen. Daarmee ontstaat een meerderheid. Wij hebben morgen sowieso stemmingen. Mijn voorstel is om dit niet met elkaar uit te discussiëren, want ik weet ook niet of het rapport er is. Ik stel voor dat wij – uzelf, de regering en ook de SP – de ruimte krijgen om uit te zoeken of het rapport er is. De stemmingen over dit specifieke gedeelte zullen wij dan morgen houden. Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorgeleiden naar de regering en ik hoop dat het rapport er morgen ligt en dat wij dan kunnen stemmen.

De heer Paulus Jansen (SP):

Dank voor het voortschrijdend inzicht bij de heer Monasch. Wij tellen onze zegeningen.

De voorzitter:

Aldus besloten.

Het woord is aan mevrouw Berndsen-Jansen.

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Voorzitter. Ik heb hier al verschillende keren gestaan met het verzoek om de evaluatie met betrekking tot de invoering van de wietpas aan de Kamer te sturen. Gisteren hebben we een brief van de minister gekregen met kennelijk zijn eigen oordeel over de evaluatie, maar ik ben toch wel erg benieuwd naar het onderliggende evaluatierapport. Dus ik doe hier opnieuw het verzoek om dat rapport naar de Kamer te sturen.

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram opnieuw doorgeleiden naar de regering. U weet dat ik er de vorige keer, toen u voor de derde keer rappelleerde, over gesproken heb met de minister van Veiligheid en Justitie. Daarom is de brief er gekomen. Ik heb vanmorgen nog laten bellen met de vraag hoe het nu zit met dat rapport. Via de telefoon werd ons verteld dat er onduidelijkheid over is. Ik zal het stenogram van dit deel van de vergadering waarin u heel duidelijk hebt aangegeven wat u nu bedoelt, doorgeleiden naar het kabinet. Ook zal ik er opnieuw een telefoongesprek aan wagen.

Mevrouw Berndsen-Jansen (D66):

Ik zou het graag uiterlijk morgen willen hebben. Het dertigledendebat staat ook nog steeds op de rol en bovendien hebben we een algemeen overleg politie op donderdag, waarin het wellicht ook aan de orde zou kunnen komen.

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Hachchi van D66.

Mevrouw Hachchi (D66):

Voorzitter. Ik sta hier voor een tweede rappel. Ik heb namelijk op 9 oktober een brief gevraagd aan de minister van Defensie over de mogelijke verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen. Er is echter nog geen brief. Inmiddels hebben we ook schriftelijke vragen gesteld waarop de antwoorden afgelopen vrijdag binnen zouden zijn. Ook die antwoorden hebben we nog niet. Nogmaals het verzoek om een brief en de antwoorden richting de Kamer.

De voorzitter:

Ik zal dit gedeelte van het stenogram doorgeleiden naar de regering.

Het woord is aan de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):

Voorzitter. Ik wil graag mijn motie op stuk nr. 130 (27858) aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van de heer Klaver stel ik voor, zijn motie (27858, nr. 130) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Het woord is aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik wil mijn motie op stuk nr. 126 (27858) aanhouden.

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor, haar motie (27858, nr. 126) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

Hiermee zijn we aan het eind gekomen van deze regeling van werkzaamheden. Wellicht ten overvloede nog het volgende. De afgelopen week hebt u allen een brief van mij ontvangen waarin een paar regels en afspraken staan over het doen van verzoeken om brieven en dergelijke tijdens de regeling van werkzaamheden. Wellicht dat u die brief nog eens goed kunt lezen. Dan hebben we de volgende keer misschien iets minder dan drie kwartier nodig voor de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Naar boven