6 Wijkenaanpak

Aan de orde is de behandeling van:

  • - het verslag van een algemeen overleg over de wijkenaanpak (30995, nr. 88).

De beraadslaging wordt geopend.

De heer Monasch (PvdA):

Voorzitter. Wij zien met meer gerustheid terug op het AO dan we van tevoren dachten. De minister heeft uitdrukkelijk aangegeven dat zij voort wil met de wijkenaanpak. Zij heeft over het stads- en dorpsvernieuwingsfonds aangegeven dat daarover deze maand iets had moeten liggen richting de Kamer. Vervolgens heeft zij gezegd: wij gaan daarmee verder en u hoort van ons bij de evaluatie van de Rotterdam-wet. Die koppeling ontgaat ons enigszins. Kunnen we niet gewoon afspreken dat we daarover – laten we na excuses coulant zijn – half mei, na het meireces, een brief, een rapportage of een notitie van de minister ontvangen?

De minister heeft over de huisjesmelkers aangegeven dat ze in overleg is met Rotterdam. We willen dat proces niet verstoren. Tegelijkertijd is er ook een grote urgentie om dat probleem breed aan te pakken, aangezien het niet alleen in Rotterdam voorkomt. Kan de minister aangeven welke stappen zij wil gaan zetten, niet alleen richting Rotterdam maar in den brede, om het probleem van de huisjesmelkers, waarmee zoveel steden in toenemende mate te maken hebben, zeker in het kader van de problematiek rond de MOE-landers, aan te pakken?

Tot slot heb ik nog een motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet het belang van de wijkaanpak erkent en wil voortzetten;

constaterende dat met de wijken is afgesproken om deze aanpak voor een periode van tien jaar gezamenlijk met bewoners, organisaties en lokale en landelijke overheid te ondersteunen;

constaterende dat er nog steeds grote opgaven liggen op het gebied van stedelijke vernieuwing, bouwopgaven en sociale verbetering van deze wijken;

constaterende dat het kabinet met nadere voorstellen zal komen om toenemende problemen met huisjesmelkers grondig aan te pakken;

constaterende dat er voorstellen liggen vanuit bewonersorganisaties als de LSA om te komen tot onder meer bewonersbedrijven om de participatie en verantwoordelijkheid van bewoners te versterken;

overwegende dat er diverse kabinetsvoorstellen gevolgen kunnen hebben voor de fysieke en sociale ontwikkeling van deze wijken;

verzoekt de regering, jaarlijks te rapporteren over de voortgang van de wijkaanpak;

verzoekt het kabinet tevens om met overtuiging de wijkaanpak in het land te ondersteunen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Monasch. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 16 (32847).

Mevrouw Voortman (GroenLinks):

Voorzitter. Ik deel de mening van de heer Monasch over het algemeen overleg over de wijkenaanpak. Wij hebben daarbij nog een aantal zaken aan de orde gesteld, waaronder het belang van experimenteerruimte: de ene wijk is de andere niet. De minister heeft daar positief op gereageerd. Daarom van ons op dit moment geen motie.Wel blijven wij graag op de hoogte van vorderingen op dit punt.

Daarnaast wil ik nogmaals benadrukken dat de minister van BZK coördinerend minister is. Alle ministers hebben met de wijkenaanpak te maken, maar het is belangrijk dat zij die coördinatie voert. Anders dreigt de aanpak tussen wal en schip te vallen, omdat dan misschien niemand zich meer verantwoordelijk voelt. Het gaat om een langjarige aanpak, die langdurig commitment vereist, ook als er een kabinet zit dat er misschien wat minder zin in heeft. De wijkenaanpak is voor GroenLinks heel belangrijk. Wij zullen dit kabinet en de volgende houden aan naleving van de afspraken.

De voorzitter:

De heer Ulenbelt is niet meer aanwezig. Ik zie dat ik de heer Van Bochove heb overgeslagen. Dat is verschrikkelijk. Mijnheer Van Bochove, het woord is alsnog aan u.

De heer Van Bochove (CDA):

Voorzitter. Ik maak geen gebruik van mijn spreektijd om een motie in te dienen, maar om te constateren dat in het AO een aantal belangrijke toezeggingen is gedaan, onder andere door de minister. De toezeggingen betreffen het meerjarig commitment voor de wijkenaanpak. Ik ben tevreden met de toezegging van de minister om bij de wijkenaanpak nadrukkelijk te kijken naar de rol van bijvoorbeeld het LSA die een groot aantal bewonersorganisaties vertegenwoordigt. Het LSA heeft heldere denkbeelden over de vraag hoe de wijkenaanpak met krimpende middelen in stand kan worden gehouden.

Een kritische noot maak ik over de situatie van het stads- en dorpsvernieuwingsfonds. De heer Monasch heeft ook hierop gewezen. We hebben daar met de vorige minister heldere afspraken over gemaakt. Met teleurstelling hebben we moeten kennisnemen dat op dit punt te weinig is gedaan met de toezegging aan de Kamer. De heer Monasch heeft een concreet voorstel gedaan aan de minister, namelijk om uiterlijk aan het einde van het meireces een reactie te geven. Ik steun dit verzoek van de heer Monasch nadrukkelijk en vraag de minister om ons op dat punt een heldere toezegging te doen.

De voorzitter:

De heer Ulenbelt is weer in ons midden. Het woord is aan hem.

De heer Ulenbelt (SP):

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om een kosten-batenanalyse te maken van de opeenstapeling van bezuinigingseffecten voor de bewoners en de aandachtswijken en die nog voor de begroting van 2013 aan de Kamer te overleggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Ulenbelt en Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 17 (32847).

De heer Ulenbelt (SP):

Vanuit verschillende ministeries komen bezuinigingen op de bewoners in aandachtswijken af. Het gaat om bezuinigingen op het inkomen vanuit Sociale Zaken, om bezuinigingen op de zorg die ook het inkomen betreffen of die leiden tot het mijden van zorg en mogelijke overlast. Ook op fysieke infrastructuur, onderhoud, winkelsluitingen, sociale infrastructuur zoals sport, speeltuinen, buurthuizen en welzijnsinstellingen wordt bezuinigd. Wij zouden graag een integraal overzicht ontvangen van de gevolgen van al deze maatregelen. Daartoe strekt deze motie.

De voorzitter:

De minister zal over enkele ogenblikken antwoorden als zij alle moties heeft ontvangen.

Minister Spies:

Voorzitter. De laatste motie was een korte dus ik had niet zo veel tijd nodig om haar te lezen. Ik dank de Kamer voor de terugblik op het algemeen overleg en voor de steun die de Kamerleden uitspreken voor de manier waarop we het de komende jaren een vervolg geven. De heer Monasch vraagt mij om de Kamer direct na het meireces in een aparte brief nader te informeren over het stads- en dorpsvernieuwingsfonds. Het verzoek wordt gesteund door de heer Van Bochove. Deze toezegging doe ik graag. Ik heb al aangegeven dat het niet de schoonheidsprijs verdient dat het zo lang op zich heeft laten wachten. Op deze manier zal dit alsnog medio mei gebeuren. De heer Monasch refereerde terecht aan de urgentie van het probleem betreffende de huisjesmelkers. Ik heb afgelopen maandag met de wethouders van de vier grote steden een bezoek gebracht aan een van de wijken. Daarbij is dit thema heel nadrukkelijk aan de orde geweest. Verder heb ik de andere wethouders heel nadrukkelijk uitgenodigd om in aanvulling op de suggesties van Rotterdam met eigen suggesties en voorstellen te komen. Ze hebben aangegeven dit op korte termijn te zullen doen. Die suggesties kunnen we dan later betrekken bij de evaluatie van de situatie in Rotterdam en bij wetsvoorstellen die in die richting zullen komen.

De heer Monasch vraagt mij om alvast een tipje van de sluier op te lichten. Waaraan wordt gedacht? Er wordt bijvoorbeeld nagedacht over een soort escalatieladder. Die begint met een boete voor een malafide eigenaar. Vervolgens wordt het beheer van het pand van hem of haar overgenomen. Als andere panden dan ook slecht worden beheerd, kun je zelfs het beheer van alle panden van die eigenaar overnemen. Ten slotte kun je dat dan nog met een verhuurverbod larderen. Die escalatieladder is dus een van de ideeën waarover is nagedacht en waarom, in ieder geval door Rotterdam, concreet wordt gevraagd. Volgens mij kunnen we Rotterdam daarin tegemoetkomen.

De heer Monasch vraagt in zijn motie op stuk nr. 16 om jaarlijks te rapporteren over de voortgang van de wijkenaanpak en met overtuiging de wijkenaanpak in het land te ondersteunen. Dat zeg ik graag toe. Die jaarlijkse rapportage zie ik als een ondersteuning van het beleid, als ik tenminste "met overtuiging" zo mag lezen dat dit ook op een andere manier kan dan uitsluitend financieel. Financieel zijn de mogelijkheden immers buitengewoon beperkt. De heer Monasch weet dat; daar hebben we het in het algemeen overleg ook over gehad. Met die opmerking zie ik deze motie als een ondersteuning van het beleid.

Mevrouw Voortman zal deze minister blijven aanmoedigen om te borgen dat de gemaakte afspraken worden nageleefd. De heer Van Bochove heeft, net als de heer Monasch, een vraag gesteld over het stads- en dorpsvernieuwingsfonds. Die vraag heb ik al beantwoord. De heer Ulenbelt diende op stuk nr. 17 een motie in waarin de regering wordt verzocht om een kosten-batenanalyse te maken betreffende de opeenstapeling van bezuinigingseffecten voor bewoners en aandachtswijken en om die nog voor de begroting voor 2013 aan de Kamer over te leggen. Die motie ontraad ik. We zullen vanzelfsprekend ten behoeve van de begrotingsvoorbereiding koopkrachtplaatjes aanleveren waarin ook het cumulatieve effect van maatregelen zichtbaar wordt. Het verzoek van de heer Ulenbelt om in aanvulling daarop nog een kosten-batenanalyse en een verfijning te maken, kunnen we niet honoreren. Daarom ontraad ik deze motie.

De heer Ulenbelt (SP):

Wat is dan de taakopvatting van de minister als coördinator op dit beleidsterrein? Ik heb niet alleen gevraagd om koopkrachtplaatjes. Die krijg ik inderdaad bij Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het gaat om de cumulatieve effecten van bezuinigingen op de zorg. Ik heb die bezuinigingen genoemd en die slaan allemaal neer bij de gezinnen in de aandachtswijken. Als de Kamer vraagt om informatie over de effecten daarvan, mag de minister de motie toch niet ontraden? Dat hoort toch bij de informatieverstrekking aan de Kamer?

Minister Spies:

Nee, want de motie vraagt om veel meer. Zij vraagt ook om een kosten-batenanalyse. Ik heb aangegeven dat ik vanzelfsprekend graag een jaarlijkse voortgangsrapportage over de voortgang van de wijkenaanpak aan de Kamer zal overleggen, maar in de motie wordt een toezegging gevraagd die ik niet zal geven.

De heer Ulenbelt (SP):

Kan ik het dan met de minister eens worden doordat zij in die voortgangsrapportage aandacht zal besteden aan alle zojuist door mij genoemde punten?

Minister Spies:

Dat is een heel gevaarlijke. De heer Ulenbelt is zeer bekwaam in het ontfutselen van toezeggingen. Desondanks zeg ik dit niet toe. De voortgangsrapportage heeft betrekking op een heel scala van aspecten van de wijkaanpak. Ik denk dat het goed is om eerst te bekijken of de voortgangsinformatie vanzelf al voorziet in de informatiebehoefte die de heer Ulenbelt namens de SP-fractie formuleert. Ik stel mij voor dat wij het debat hervatten op basis van die voortgangsrapportage.

De heer Monasch (PvdA):

In het verlengde hiervan, het volgende. Wij hebben onlangs staatssecretaris Teeven gehoord. Hij zei dat hij grote problemen had met de eigen bijdrage in de ggz, dat die echt een grote impact zal hebben op het justitieel apparaat en dat daardoor grote problemen zullen ontstaan. Hij zag hierin een taak, terwijl het om een maatregel gaat van een andere bewindspersoon. Minister Spies is coördinerend minister. Als er straks een pakket maatregelen komt uit het Catshuis, mogen wij er dan op vertrouwen dat zij als coördinerend minister zal bekijken wat de cumulatieve impact kan zijn van al die voorstellen en maatregelen op de bewoners in de wijken, juist met betrekking tot de genoemde sociale aspecten? De SP riep ook al hiertoe op.

Minister Spies:

Ik ga nu heel formeel antwoorden en realiseer me dat dit antwoord niet voor iedereen bevredigend zal zijn: ik loop niet vooruit op een stapeling van effecten van maatregelen die wij op dit moment nog niet kennen. Wel heb ik aangegeven dat vanzelfsprekend via de koopkrachtplaatjes het cumulatieve effect van bepaalde maatregelen voor bepaalde groepen zichtbaar zal worden.

Voorzitter, voor vandaag laat ik het daarbij.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik dank de minister voor haar antwoorden. Volgende week dinsdag zullen wij stemmen over de in dit debat ingediende moties.

De vergadering wordt van 11.10 uur tot 11.15 uur geschorst.

Naar boven