3 Vragenuur

Vragen van het lid Arib aan de minister van Veiligheid en Justitie, bij afwezigheid van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, over het bericht dat een groeiend aantal gemeentes strenge regels stelt voor de opvang van bedreigde vrouwen en kinderen.

MevrouwArib (PvdA):

Voorzitter. Gisteren en vandaag berichtte het dagblad Trouw dat een groeiend aantal gemeenten eist dat er in geheime opvanghuizen voor bedreigde vrouwen alleen vrouwen kunnen worden opgevangen die uit de directe omgeving komen. De landelijke Federatie Opvang signaleert een stijgende trend in die eisen. Ik concludeer dat dit in strijd is met de Wet maatschappelijke ondersteuning, waarin staat dat vrouwenopvang een landelijke functie heeft en dat elke vrouw in gevaar er toegang toe heeft, waar zij ook vandaan komt. Als hulpverleningsinstanties zulke onwenselijke eisen inwilligen, zijn de veiligheid en de bescherming van slachtoffers van eerwraak, mensenhandelaren of een criminele of psychisch gestoorde partner niet meer te waarborgen. In dit verband vind ik het handelen van de gemeenten ook zeer verwerpelijk. Ik wil graag van de minister weten hoe het mogelijk is dat gemeenten in strijd met de Wmo handelen, waardoor het recht van vrouwen en kinderen op veiligheid en bescherming in het geding kan komen. Welke maatregelen gaat de minister nemen in dat verband, om te voorkomen dat gemeenten eisen kunnen stellen aan de opvang van vrouwen en kinderen?

MinisterOpstelten:

Voorzitter. Het is een beetje op het terrein van de staatssecretaris van VWS, maar het kabinet is een en ondeelbaar. Ik hoop dat ik dat beeld zal bevestigen. Ik heb mij georiënteerd bij de staatssecretaris van VWS. Bij ons zijn die signalen nog niet in alle scherpte binnengekomen, maar ik neem ze buitengewoon serieus, alleen al omdat mevrouw Arib dat zei. Ik heb natuurlijk ook de kranten gelezen. Het gaat erom dat men met de landelijk gefinancierde vrouwenopvang en hulpverlening vrouwen moet opvangen in een plaats, een centrumgemeente of een regio. Als men daar eigen financiering aan toevoegt, mag men eigen voorwaarden stellen. Wij hebben die signalen als zodanig nog niet hard gekregen, maar als iemand niet wordt geplaatst, is er het landelijk meldpunt open plekken, dat crisisplekken regisseert. Hierbij is doorgaans ook de politie betrokken. Bij een crisissituatie wordt het huisverbod ingezet, waardoor de pleger uit huis wordt geplaatst en de veiligheid van de vrouw wordt gewaarborgd, maar we zullen er attent op zijn naar aanleiding van de vraag van mevrouw Arib.

MevrouwArib (PvdA):

Deze minister is minister voor Veiligheid en Justitie. Veiligheid heeft een hoge prioriteit bij dit kabinet, maar veiligheid gaat over meer dan alleen diefstal en moord, enz. Het gaat ook om de veiligheid van kinderen en vrouwen. Deze groepen moeten ook worden beschermd. Ik weet dat de minister zelfs een nationale politie wil instellen, omdat veiligheid zo belangrijk is. Waarom is zijn antwoord dan dat de gemeenten daar eigenlijk over gaan? Waarin verschilt deze veiligheid van veiligheid van andere burgers?

MinisterOpstelten:

Dat moet ik tegenspreken, want dat heb ik ook niet gezegd. Wij hebben het probleem als zodanig nog niet scherp gesignaleerd. Deze berichten in de media zijn voldoende om er attent op te zijn. Ik zal dat ook doen. Ik sta ook voor de veiligheid van de vrouwen over wie mevrouw Arib het heeft. Ik heb het daar ook over. Ik zeg alleen maar even technisch-bureaucratisch hoe het systeem werkt. Als het zo is dat vrouwen niet worden opgevangen in de plaats waar ze wonen of waar ze opgevangen willen worden, dan is er een landelijk meldpunt open plekken dat die crisisplekken regisseert. Dat is natuurlijk belangrijk voor de veiligheid. Daar is de politie ook bij betrokken. Wij laten deze vrouwen natuurlijk niet lopen. Dat is vanzelfsprekend. Ik zal dit met de staatssecretaris bespreken.

MevrouwArib (PvdA):

Het mag duidelijk zijn dat financiële overwegingen geen reden mogen zijn, voor welke gemeente dan ook, om wel of geen plaatsen te bieden, zeker bij bedreigde vrouwen. Ik wil hierover graag een heldere stelling van de minister horen. Geld mag het probleem niet zijn.

De minister zegt er attent op te zijn en iets met de signalen te zullen doen. Ik wil het graag wat concreter maken. Ik wil dat de minister met de VNG overlegt over hoeveel gemeenten vrouwen van buiten de regio weigeren op te nemen. Ik wil ook graag weten van de minister of het klopt dat de kosten een belangrijke factor zijn bij het weigeren van het bieden van bescherming en veiligheid. Ik wil ook graag van de minister weten op welke termijn de Kamer hierop antwoord krijgt. Wij hebben volgende week een hoorzitting over vrouwenopvang. Daarna komt er een debat. Ik wil voor dat debat concrete voorstellen en maatregelen van de minister horen.

MinisterOpstelten:

Dank aan mevrouw Arib. Ik ga een en ander melden bij de staatssecretaris. Het is immers in de eerste plaats haar portefeuille. Ik onttrek mij daar niet aan. Het heeft ook met geld te maken. Ik heb het systeem al uitgelegd. Wij zullen dit ook met de VNG bespreken. Ik zal het ook vanuit mijn verantwoordelijkheid met de VNG bespreken. Ik schuif dat niet weg. Ik zal ook melding maken bij de staatssecretaris van de wens van mevrouw Arib om voor het AO hierover bericht te ontvangen.

MevrouwArib (PvdA):

De minister wijst steeds op de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris voor VWS. De staatssecretaris gaat over de financiering van vrouwenopvang. De minister echter gaat over veiligheid, bescherming en het tegengaan van huiselijk geweld. Het is dus ook zijn verantwoordelijkheid. Ik verwacht dat de minister samen met de staatssecretaris optrekt. Ik verwacht dat de brief ook door de minister wordt gesteund en ondertekend.

MinisterOpstelten:

Voorzitter. Ik zeg nadrukkelijk tegen mevrouw Arib dat ik mij niet onttrek aan mijn verantwoordelijkheid. Daarom sta ik hier. Ik wil echter niet in de verantwoordelijkheid van een ander bewindspersoon treden. Ik moet dit met haar bespreken. Het is mijn taak en mijn plicht om zo te handelen.

MevrouwWiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik denk dat de minister terecht de woorden technisch en bureaucratisch in de mond neemt. Ik ben bang dat dit hier aan de orde is. Het is natuurlijk afschuwelijk dat vrouwen eronder te lijden hebben dat het geld zo nadrukkelijk sturend is. Het is fijn om te horen dat de Kamer een reactie krijgt. Ik wil die reactie graag in samenhang zien met de reactie op het stelselonderzoek vrouwenopvang. Dat onderzoek kaart veel meer van dit type problemen aan, zoals de landelijke opvangfunctie die op gemeentelijk niveau geregeld moet worden. De gemeentelijke financiering is daarbij vaak strijdig met elkaar.

MinisterOpstelten:

Dank aan mevrouw Wiegman. Ik zal dit met de staatssecretaris bespreken. Ik kan niet in haar traject treden. Dit is echt haar verantwoordelijkheid. Ik zal melden dat mevrouw Wiegman wenst dat dit in het door haar genoemde kader wordt meegenomen.

Ik krijg overigens door dat geld als zodanig niet het probleem is. Dat is glashelder. Kennelijk reikt iemand van VWS mij die informatie aan. Het is altijd goed dat iedereen meedenkt.

Devoorzitter:

De regering spreekt met één mond. Dat stellen wij maar weer eens vast.

Naar boven