3 Richtlijn energie-efficiëntie

Aan de orde is het debat naar aanleiding van een algemeen overleg op 6 september 2011 over het behandelvoorbehoud richtlijn energie-efficiëntie.

De voorzitter:

Ik heet de minister welkom en geef het woord aan de heer Paulus Jansen van de SP. De spreektijd is twee minuten inclusief het indienen van de moties, maar dat is oud nieuws.

De heer Paulus Jansen (SP):

Voorzitter. Energiebesparing is wat de SP-fractie betreft een sleutelinstrument voor energie- en klimaatbeleid. Wij steunen de nationale efficiencydoelstellingen van het vorige kabinet en vinden ook de doelstelling van de Europese Unie een goede zaak. Helaas is de 20% voor 2020 geen harde verplichting. Lidstaten die dat percentage niet realiseren, krijgen geen straf. De Europese Commissie stelt nu voor om die niet-verplichtende doelstelling aan te vullen met allerlei gedetailleerde voorschriften, waarover lidstaten ook nog eens apart moeten rapporteren. De SP-fractie heeft bij het voorgaande debat al onderbouwd dat deze aanpak de klimaat- en energieproblematiek niet gaat oplossen. Die zorgt alleen maar voor meer papierwerk en hindert de lidstaten om te kiezen voor de beste lokale aanpak. De enige echte oplossing zou zijn een resultaatverplichting voor de lidstaten met bijbehorende sanctie. Op een nieuwe energie-efficiencyrichtlijn die dat niet regelt, zitten wij niet te wachten. Zinloze Europese bureaucratie is er al genoeg. De heer Leegte zal dadelijk mede namens mij een motie indienen waarin dat wordt uitgesproken.

Wat de SP-fractie betreft, kan de Europese Commissie haar energie beter steken in het aanscherpen van de efficiency-eisen voor toestellen, apparaten en voertuigen. Dat is een eigen bevoegdheid en het kan een flinke bijdrage leveren aan de realisatie van de 20% efficiency door de lidstaten. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Europese Unie een nieuwe Energie Efficiency Richtlijn (nEER) in voorbereiding heeft waarin de lidstaten naast een overalldoelstelling ook gedetailleerde middelenvoorschriften opgelegd krijgen;

overwegende dat de realisatie van de Europese overalldoelstelling van 20% efficiencyverbetering en het nationale deel van de 20% emissiereductie in hoge mate afhankelijk is van tijdige en ambitieuze Europese efficiency-eisen voor consumententoestellen, professionele apparaten/installaties en voertuigen die als brandstof gas of olieproducten gebruiken;

verzoekt de regering om versnelde implementatie van EcoDesignverordeningen en andere Europese regelgeving voor efficiëntere apparaten en voertuigen als een van de Nederlandse voorwaarden in te brengen bij de onderhandelingen over de nEER,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Paulus Jansen en Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 7 (32626).

Mevrouw Van der Werf (CDA):

Betekent dit dat de heer Jansen wel wil dat de minister snel gaat onderhandelen over de richtlijn?

De heer Paulus Jansen (SP):

Mevrouw Van der Werf herinnert zich ongetwijfeld – of misschien herinnert zij zich dat juist niet – dat wij aan het eind van het algemeen overleg hebben gezegd dat wij nooit expliciet voor het behandelvoorbehoud zijn geweest, dus dat wij het ook niet willen vasthouden.

Dat betekent dat de minister gaat onderhandelen. De startpositie van de Nederlandse minister moet zijn: wij zitten niet te wachten op de richtlijn in deze vorm. Dat helpt het klimaat- en energiebeleid niet. Dat is de boodschap die de minister moet meenemen. Boodschap twee is: Europese Commissie, u kunt ons helpen door uw huiswerk te doen, en wel wat sneller dan u in het verleden gedaan hebt. Daar is de motie voor bedoeld.

Mevrouw Van der Werf (CDA):

Ik begrijp het niet helemaal. De heer Jansen wil dat er niet gesproken wordt over de richtlijn, want hij heeft geen zin in Europese bemoeienis. Hij dient echter wel een motie in om binnen de richtlijn te gaan onderhandelen. Dat is mij niet helemaal duidelijk.

De heer Paulus Jansen (SP):

Mevrouw Van der Werf begrijpt het niet. Er wórdt onderhandeld over de nieuwe Europese energierichtlijn. Nederland heeft geen vetopositie. Of wij het willen of niet, er zal over gesproken worden. De Nederlandse positie moet zijn: stop met deze richtlijn, want wij schieten er helemaal niks mee op. Het klimaat schiet er niet mee op, het energiebeleid niet en Nederland ook niet. Het tweede punt is dat de Europese Commissie ervoor moet zorgen dat zij de zaakjes op orde heeft. Daar schieten wij namelijk wél wat mee op.

De heer Van Vliet (PVV):

Voorzitter. Eerlijkheidshalve meld ik dat ik niet bij het AO aanwezig was, dus ik hou het kort. Drie weken geleden was ik in Brussel om even te kijken hoe die Europese Unie precies in elkaar steekt. Ik was daar getuige van het gigantische democratisch deficit van het instituut genaamd Europese Commissie. Waar houdt de Europese Commissie zich mee bezig? Met een richtlijn voor energie-efficiëntie, die ertoe gaat leiden dat in Nederland bedrijven meer lastendruk gaan ervaren. Daar is mijn fractie een tegenstander van. En ook van het democratisch deficit bij de Europese Unie zijn wij niet zo gecharmeerd. Ik roep het kabinet op om namens Nederland een standpunt in te nemen. Er moet worden gestopt met de verdere onderhandelingen over de richtlijn. De heer Leegte van de VVD-fractie zal straks mede namens mij een motie indienen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Is de heer Van Vliet van mening dat Eurocommissarissen, om het democratisch deficit op te heffen, beter rechtstreeks gekozen zouden kunnen worden?

De heer Van Vliet (PVV):

Dat lijkt mij prachtig, maar dan mogen ze zich alleen maar bemoeien met economische samenwerking.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Ik ben blij en zie graag een voorstel van u in die richting tegemoet.

De heer Van Vliet (PVV):

We zijn allemaal democraten.

De voorzitter:

Mijnheer Van Vliet, dit was zo'n knallende opmerking dat er nog meer interrupties komen.

De heer Paulus Jansen (SP):

Ik wil het maar niet over de democratische legitimatie van de Europese Commissie hebben. Ik heb een vraag over mijn motie. Ik denk er hetzelfde over als de heer Van Vliet als het gaat om de energie-efficiencyrichtlijn. De SP-fractie vindt dat er voor de Europese Commissie werk aan de winkel is om de efficiency-eisen aan toestellen, die voor alle landen hetzelfde zijn, aan te scherpen. Daar hebben wij wél plezier van. Is dat een richting die de PVV-fractie ook ondersteunt?

De heer Van Vliet (PVV):

Met uw opmerking over zinloze Europese bureaucratie ben ik het zeer eens, maar inhoudelijk zeg ik hier ja tegen. Energiebesparing is wat ons betreft een uitstekende methode om te komen tot een betere energiehuishouding. Als er met een efficiënter energiegebruik, efficiëntere warmwatertoestellen en meters een bijdrage kan worden geleverd, ben ik daar inhoudelijk een voorstander van.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Voorzitter. Deze richtlijn verdient bepaald geen schoonheidsprijs, laat dat helder zijn. Brussel moet sturen op effecten, maar wil in deze richtlijn te gedetailleerd voorschrijven hoe deze effecten behaald moeten worden. Het is goed dat er in Brussel serieus wordt gesproken over energie-efficiency. Laat Nederland daar ten volle aan deelnemen. Voor D66 is energie-efficiency een essentieel onderdeel van de energietransitiestrategie, juist omdat de vraag naar energie blijft groeien. Energie-efficiency betekent bovendien lagere kosten en daarmee economische winst. Die kans moeten wij niet laten lopen.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat energiebesparing en energie-efficiëntie een bijdrage kan leveren aan het verminderen van de CO2-uitstoot;

overwegende dat het verbeteren van de energie-efficiëntie kan werken als een impuls voor innovatie en verminderde importafhankelijkheid;

overwegende dat de Europese Commissie in een analyse voor de conceptrichtlijn energiebesparing becijferd heeft dat een Europabrede inspanning voor een toename in de mate van energiebesparing tussen nu en 2020 nettokosten zou besparen;

verzoekt de regering, een onafhankelijke nadere analyse te laten uitvoeren naar de mate waarin energiebesparingsbeleid boven op de bestaande Nederlandse inspanningen, zoals omschreven in de conceptvoorstellen van de Europese Commissie voor een nieuwe richtlijn, bij zou dragen aan goedkopere realisatie van de doelstelling voor duurzame energie of aan een nettokostenbesparing voor de Nederlandse economie;

verzoekt de regering voorts, haar streefcijfer voor energiebesparing tussen 2010 en 2020 te bepalen op basis van de inspanning die volgens deze analyse economisch efficiënt is;

verzoekt de regering tevens, in het Nationale Hervormingsprogramma deze streefwaarde voor de mate van energiebesparing op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Veldhoven en Paulus Jansen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 8 (32626).

De heer Leegte (VVD):

Voorzitter. Vroeger had je het programma Ren je rot van Martin Brozius. De kandidaat stond dan op het podium en moest een stok die naar beneden viel vangen. En er was grote hilariteit als er meerdere stokken tegelijkertijd vielen. Het lijkt wel alsof de Europese Commissie te vaak naar de herhaling van dat programma heeft gekeken, want ook zij stapelt doelstelling op doelstelling op doelstelling en laat ze vervolgens allemaal tegelijkertijd vallen. De lidstaten moeten dan maar zien hoe ze daarmee omgaan en of ze dat überhaupt kunnen. De richtlijn energie-efficiëntie van de Europese Commissie legt volgens ons dan ook subdoelstellingen op c.s. de inzet van middelen verplichtend op die niet vallen binnen de bevoegdheid van de Europese Commissie. Wij zien die subdoelstellingen dan ook als strijdig met het beginsel van de subsidiariteit. Dat signaal hebben we in het AO over het behandelvoorbehoud gegeven, het AO waarin wij de onderhandelingsstrategie van Nederland bespraken. Omdat het gaat over een beslissing waarvoor een gekwalificeerde meerderheid nodig is, hebben wij niets aan stoere taal, maar zal Nederland moeten onderhandelen vanuit een inhoudelijke aanvliegroute. Vanuit die inhoud kan Nederland dan een meerderheid zoeken om daarmee die richtlijnen materieel van tafel te krijgen, zoals de SP en de PVV in hun bijdragen hebben aangegeven. Vandaar dat ik samen met de collega's Roland van Vliet en Paulus Jansen de volgende motie indien.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de richtlijn energie-efficiëntie van de Europese Commissie onnodige subdoelstellingen c.q. inzet van middelen verplichtend oplegt;

verzoekt de regering om in haar onderhandelingen primair in te zetten op het materieel van tafel krijgen van de richtlijn energie-efficiëntie;

verzoekt de regering tevens, als terugvaloptie in te zetten op het aanpassen van de richtlijn, zodat deze niet langer subdoelstellingen c.q. verplichtingen oplegt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Leegte, Van Vliet en Paulus Jansen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9 (32626).

Mevrouw Van der Werf (CDA):

Voorzitter. Dit VAO grijpt het CDA aan om de minister op pad te sturen met een focus voor de onderhandelingen over de richtlijn energie-efficiëntie. Het CDA vindt niet dat de Europese richtlijn van tafel moet. Het past niet bij onze visie op energiebesparing evenmin bij hoe we Nederland inzake energie in Europa vertegenwoordigd willen zien. Verantwoord omgaan met energie past bij goed rentmeesterschap. Efficiencymaatregelen dragen bij aan de Nederlandse doelstellingen ten aanzien van CO2-reductie en duurzame energie. Energie-efficiency is hiertoe een middel maar geen doel op zich. Het CDA verzoekt de minister derhalve vast te houden aan het niet bindende karakter van de 20%-doelstelling. Wij verzoeken de minister om steun te verwerven voor de volgende punten. Lidstaten krijgen eigen ruimte om invulling te geven aan energie-efficiency. Nadruk op instrumenten die efficiency bevorderen, die innovatief zijn en werkgelegenheid bevorderen. Uitwisseling van good practices en als het kan monitoring aanwenden ten behoeve van de benchmark tussen lidstaten. Het CDA ziet in de private sector veel kansen voor energie-efficiency en we hopen dat de green deals ook op dit punt aangegrepen worden conform het regeerakkoord.

Gelet op de bindende doelstelling ten aanzien van CO2-reductie en duurzame energie, hebben wij echter een lichte vrees dat energie-efficiency ondergesneeuwd raakt. In het algemeen overleg heb ik reeds een voorbeeld geschetst van nieuwe services die, aanvullend op technologie, kunnen leiden tot stevige besparingen. Vandaar de volgende motie.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat energie-efficiency – in de zin van minder energie verbruiken om hetzelfde doel te bereiken – een belangrijk middel is in de transitie naar een koolstofarme economie, waarin energiezekerheid geborgd is;

overwegende dat naast technologie ook tal van nieuwe diensten en services kunnen bijdragen aan energie-efficiency;

verzoekt de regering om in de Green Deal evenredig ruimte te bieden aan energie-efficiency naast CO2-reductie en duurzame energie, en binnen die ruimte zowel technologie als diensten te stimuleren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Werf en Van Veldhoven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10 (32626).

De heer Van Dekken (PvdA):

Voorzitter. Ik vervang mijn collega Diederik Samsom, want die zit op slot in de trein. Er werd zojuist gesproken over het programma Ren je rot. Ik ben op die manier hierheen gegaan om een motie voor te lezen. Daar wil ik het dan ook bij laten.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Nederlandse regering zich niet wil vastleggen op een verplichte doelstelling voor energie-efficiency, ook niet in Europees verband;

constaterende dat de Nederlandse regering daartoe voornemens is om iedere verplichting tot energiebesparing, direct of indirect, uit de richtlijn energie-efficiency te schrappen;

overwegende dat juist een Europese besparingsdoelstelling leidt tot meer besparing tegen lagere maatschappelijke kosten omdat gekozen kan worden voor de meest kosteneffectieve maatregelen, waarvoor met name in landen in Midden- en Oost-Europa nog veel potentie is;

overwegende dat het dus juist in het Nederlandse belang én in het milieubelang is om juist wel een Europese verplichting af te spreken, inclusief verdeelsleutel naar de lidstaten, waardoor met gelijke of minder kosten meer besparing kan worden gerealiseerd;

verzoekt de regering om alvorens in onderhandeling te treden over de richtlijn energie-efficiency eerst een onderzoek te doen naar de effectiviteit en de kosten van een dergelijk Europese verplichting en de Kamer over de uitkomsten te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Dekken, Samsom en Van Tongeren. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 11 (32626).

De heer Van Dekken (PvdA):

Ik sta helemaal achter de inhoud van deze motie. Sterker nog: ik begrijp haar en ik reken op een brede meerderheid.

Minister Verhagen:

Mevrouw de voorzitter. Ik zal mij richten op de moties, aangezien wij al een uitvoerig debat hebben gevoerd in het algemeen overleg. Ik begin met de motie van de heer Jansen en mevrouw Van Veldhoven. In die motie wordt met name gevraagd om extra vaart te maken met de richtlijn inzake ecodesign. Daar ben ik het van harte mee eens. Die motie is een ondersteuning van mijn beleid. Wij pleiten daar al jaren voor. Ecodesign is een uitstekend voorbeeld van goed beleid aan de bron. Daarmee maak je echt slagen met betrekking tot energiebesparing. Efficiencynormen moeten wij echter niet per lidstaat vaststellen, omdat het grensoverschrijdend goederenverkeer daar meteen door geraakt wordt. Dat moeten dus Europese normen zijn. De Commissie begint op dit moment wat meer voortgang te maken met het invullen van ecodesign. Er zijn minimumeisen voorzien van boilers, combiboilers, warmwaterapparatuur, computers, kopieermachines, faxapparatuur, printers en airco's. Het begint dus ergens op te lijken.

De Europese Commissie wil daar volgend jaar nog een aantal minimumeisen aan toevoegen met name voor verwarming, ovens, wasmachines, en dergelijke. Ik zie de inhoud van de motie op zich als ondersteuning van het beleid. Het is wel een aparte richtlijn. Het debat dat we vandaag voeren, gaat over de vraag of we het behandelvoorbehoud dat de Kamer heeft ingesteld moeten handhaven of opgeven, zodat we over de richtlijn in discussie kunnen gaan. Voor de goede orde, de elementen die de heer Jansen en mevrouw Van Veldhoven in deze motie verwoorden, hebben betrekking op een andere richtlijn. Ik kan de behandeling van de Ecodesignrichtlijn niet gebruiken als voorwaarde voor het praten over de gewone richtlijnen waar we het vandaag over hebben. Ik laat het oordeel over aan de Kamer, maar ik wil niet als voorwaarde hebben dat dit eerst moet worden geregeld voordat we over de andere elementen kunnen praten. Dan spannen we namelijk het paard achter de wagen en kan ik de wens van de heer Jansen en mevrouw Van Veldhoven dat er elementen in de ontwerprichtlijn moeten worden veranderd, niet kenbaar maken.

De heer Paulus Jansen (SP):

Misschien is het woord "voorwaarde" niet erg gelukkig gekozen. Dit woord suggereert namelijk een soort vetopositie, als er aan die voorwaarde niet kan worden voldaan. Er is geen sprake van een vetopositie. Het gaat echter wel iets verder dan wat de minister zegt. Wat hij nu zegt, wisten we al. Allereerst staat er een aantal zaken in, die niet vallen onder de Ecodesignrichtlijn, bijvoorbeeld professionele apparaten en toestellen en compressoren. Dat type apparaten valt er niet onder, maar ook bouw- en landbouwmachines niet. Het tweede dat wat ons betreft moet worden gekoppeld aan deze richtlijn in de onderhandelingen, is dat het voor specifiek deze apparaten en toestellen doorwerkt in de realisatie van de 20% nationale efficiencydoelstellingen. Wij kunnen de efficiencydoelstellingen hierdoor makkelijker halen voor de bouw, het transport et cetera, als Europa zijn werk sneller doet. Dat is in wezen de boodschap van de motie.

Minister Verhagen:

Ik zeg dus ook dat we de efficiencynormen niet per lidstaat moeten vaststellen, juist omdat het goederen betreft die door middel van het grensoverschrijdend verkeer in heel Europa terechtkomen. We hanteren hier niet alleen nationale producten. Als wij op dit punt voortgang kunnen maken met de Europese normen, dan ben ik dat met de heer Jansen eens. Ik laat deze motie dus aan het oordeel van de Kamer.

De heer Paulus Jansen (SP):

Dat is positief. Ik begrijp dat de minister ook zegt dat hij deze argumentatie in de gesprekken over deze efficiencyrichtlijn naar voren gaat brengen. Dat is namelijk wat wij vragen in de motie.

Minister Verhagen:

Ja. Op het moment dat wij de discussie daar voeren naar aanleiding van de richtlijn die nu op tafel ligt, zal ik zeggen dat je pas echt slagen maakt met het Ecodesign en dat daar voortgang mee moet worden gemaakt. Daar komt het eigenlijk op neer.

Dan kom ik op de motie van mevrouw Van Veldhoven en de heer Jansen op stuk nr. 8. In het eerste deel van die motie vragen zij om de uitvoering van een nadere analyse naar de mate waarin energiebesparingsbeleid bovenop de bestaande Nederlandse inspanningen bij zou dragen aan goedkopere realisatie van de doelstelling voor duurzame energie. In het tweede deel vragen zij om op basis van die analyse economische efficiënte streefcijfers te bepalen en die op te nemen in het Nationaal Hervormingsprogramma. Op zich heb ik sympathie voor de motie ten aanzien van de realisering van kostenbesparing. Als die te halen zijn, ben ik altijd bereid daar serieus aandacht aan te besteden. De analyse waarnaar de heer Jansen en mevrouw Van Veldhoven vragen in de motie is al uitgevoerd door het ECN in augustus 2010. Het ECN heeft geanalyseerd welke opties het meest kosteneffectief zijn om het EU-doel voor hernieuwbare energie te realiseren. Daarbij heeft ook het ECN gekeken naar energiebesparingsopties. Uit die analyse blijkt dat energiebesparing die ten dienste staat van het doel van hernieuwbare energie tot de duurste opties behoort. Het onderzoek is er.

Het tweede deel van de motie gaat over de vraag of het economisch gezien verstandig is om streefcijfers en doelen te hanteren et cetera. Het ECN zegt dat het economisch niet verstandig is. Dat is ook de reden dat wij het niet doen. Wij nemen geen streefcijfers op. Wij moeten de streefwaarde bepalen op basis van wat economisch het meest efficiënt is. Dat is geen streefwaarde, maar de markt, gesteund door de overheid, zoals in de Green Deal, bepaalt het. Ik wil wel een handreiking doen. Uit het overleg van vorige week bleek dat er behoefte is aan goed bruikbare cijfers over de voortgang van energie-efficiency. De Europese rapportage daarover sluit niet aan bij de informatiebehoefte. Ik kan aan die wens deels tegemoetkomen met de toezegging om de resultaten van het besparingsbeleid in het nationale hervormingsprogramma te beschrijven. Als de indieners van de motie echter zeggen de streefwaarde te willen hebben, moet ik de motie ontraden.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Die toezegging van de minister accepteer ik graag. Daarnaast herinner ik hem graag aan zijn belofte om de streefcijfers die uit de convenanten komen op te nemen in het Nationale Hervormingsprogramma. Dat heeft de minister al eerder toegezegd. In de laatste versie die ik heb gezien, was het echter nog niet opgenomen.

Ik ben inderdaad bekend met die studie van het ECN, maar in de motie wordt gevraagd om nu eens te kijken naar de voorstellen die de Europese Commissie in de richtlijn doet en naar de mate waarin zij bovenop het Nederlandse beleid nog efficiënt zouden zijn. Als alle landen in Europa namelijk een bepaalde maatregel nemen, kan het zijn dat het kostenplaatje er anders uit komt te zien dan wanneer Nederland alleen een bepaalde maatregel neemt. Dat is eigenlijk de vraag in de motie: een analyse van wat de richtlijn voor Nederland betekent. Zitten daar dingen in die voor Nederland kostenefficiënt zijn als zij Europees worden uitgevoerd of niet?

Minister Verhagen:

Dan gaat u eigenlijk voorbij aan de wens van de meerderheid van de Tweede Kamer zoals die in ieder geval tijdens het debat naar voren kwam, dat wij eigenlijk grote problemen hebben met de richtlijn als zodanig en dat wij niet naast de algehele doelen van 14% duurzame energie- en 20% CO2-reductie nog eens allemaal subdoelen gaan maken. Dus de hele basisgedachte van het nog eens invoeren van extra subdoelen willen wij als kabinet niet hanteren. U denkt daar iets anders over. Dat is een verschil. Dus u vraagt nu eigenlijk iets aan mij waarmee wij het als kabinet niet eens zijn, maar waar, in ieder geval tot nu toe, een meerderheid van de Kamer ook niet voor was.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

De constatering dat het regelmatig het geval is dat een meerderheid van de Kamer min of meer dezelfde mening deelt als het kabinet en dat het nog altijd aan de oppositie is om te kijken of wij de een of de ander op andere gedachten kunnen brengen, lijkt mij een onderdeel van het werk in dit huis.

Minister Verhagen:

Natuurlijk, daartoe hebt u het volste recht. Maar ik heb ook weer het volste recht om te zeggen dat ik daaraan geen behoefte heb. In die zin ontraad ik de motie dus. Voor ons is een extra onderzoek dus niet relevant omdat wij geen streefwaarden willen hebben. Ik wil ook overbodige bureaucratie en overbodige inspanningen van adviesbureaus en ministeries voorkomen. Maar het staat de Kamer altijd vrij om daarover andere opvattingen te hebben.

Mevrouw Van Veldhoven (D66):

Dank voor de toezegging!

Minister Verhagen:

Dan kom ik aan de motie van de heren Leegte, Van Vliet en Jansen, met ietwat verschillende onderliggende appreciaties ten aanzien van Europa, als ik zo vrij mag zijn. Zoals ik ook al tijdens het debat heb gezegd, ben ik het inhoudelijk met de indieners van mening dat wij het met de richtlijn zoals die nu luidt niet eens zijn. Op dat punt zijn wij het dus met elkaar eens: wij vinden dat dit een slechte richtlijn is. Maar ik deel niet de onderhandelingstactiek zoals die hier verwoord is, namelijk in te zetten op het van tafel krijgen van de richtlijn, dus er primair op in te zetten dat die weg moet. Daarvoor moet je namelijk gewoon een meerderheid hebben omdat je, zoals de heer Jansen ook terecht heeft gezegd, geen veto hebben. Dus ik deel met de indieners het einddoel, namelijk het verwijderen van subdoelen en verplichtingen. Wij delen het einddoel van een uitgeklede richtlijn zonder die elementen. Daarvoor wil ik mij ook inzetten. Dus als resultaat van de besprekingen stel ik mij ook voor: geen subdoelen, geen verplichtende maatregelen, maar uiteraard staat het lidstaten vrij om op basis van vrijwilligheid elementen daarvan toe te passen. Geen overbodige administratieve lasten, met name voor het midden- en kleinbedrijf. Eenvoudiger rapporteren en monitoren over energie-efficiency, maatregelen voor innovatie en concurrentie stimuleren zoals energiediensten, bijvoorbeeld het overnemen van energiecontracten en in de tussentijd, om toch winst te kunnen maken, isolerende maatregelen nemen. Keuzevrijheid ten aanzien van slimme meters. Dus ik kom inhoudelijk denk ik volledig tegemoet aan de bezwaren van de indieners, in ieder geval aan de belangrijkste. Maar voor de onderhandelingstactiek waarom deze motie vraagt, dus eerst zeggen: ik wil de richtlijn niet, moet ik gewoon een meerderheid hebben. Die heb ik niet, dus ik moet gewoon gaan praten en dan onderhandelen en kijken of – dat doen wij in goed overleg met de Kamer – het bereikte compromis, dat binnen handbereik is, acceptabel is voor de Kamer en voor ons, of wij daarmee uit de voeten kunnen. Want de hele richtlijn van tafel halen is – laat ik u daarover niets wijs maken – op dit moment simpelweg niet haalbaar. Veel lidstaten hebben forse kritiek op onderdelen van die nieuwe richtlijn, maar er is geen enkele lidstaat, laat staan een blokkerende minderheid, die helemaal geen richtlijn wil. Dus wij willen niet buitenspel komen te staan omdat dan het resultaat nog veel erger kan zijn dan wij met ons allen vrezen.

Dat zou het ergste zijn: een gekwalificeerde meerderheid die instemt met een richtlijn die ons dwingt om elementen in te voeren die wij helemaal niet willen. Dan is dit huis te klein, en terecht. Je moet dan echter wel zeggen wat je eruit wilt hebben. De Kamer heeft nog mogelijkheden om gedurende de rit de Nederlandse inzet bij te sturen. Als de Kamer vindt dat ik onvoldoende doe en als zij het niet eens is met het compromis dat ik dankzij mijn vernuftige onderhandelingen heb weten te bereiken of het onvoldoende vindt, dan kan zij het nog altijd afwijzen. Als ik hetgeen in de motie gevraagd wordt, kan uitleggen als een verzoek om forse inspanningen van het kabinet om richtlijnen aan te passen, dan laat ik het oordeel uiteraard over aan de Kamer.

De heer Leegte (VVD):

Voorzitter.

De voorzitter:

Mijnheer Leegte, u moet het wel een beetje kort houden.

De heer Leegte (VVD):

Dat zal ik doen.

Dat is precies de reden dat wij zeggen "materieel van tafel". Wij snappen namelijk ook hoe het zit in Brussel. Daarom zei ik ook dat wij geen veto hebben.

Minister Verhagen:

Prima. Dan zie ik dat als een ondersteuning.

Dan kom ik bij de motie van mevrouw Van der Werf en mevrouw Van Veldhoven op stuk nr. 10 over de Green Deal. In de motie wordt de regering verzocht om in de Green Deal evenredig ruimte te bieden aan energie-efficiency naast CO2-reductie en duurzame energie en binnen die ruimte zowel technologie als diensten te stimuleren. Juist in de Green Deal zijn daartoe heel goede mogelijkheden. Ik zal begin oktober de Kamer een brief over de Green Deal sturen. Ik verwacht dat we de deal kunnen sluiten. In de brief zal worden ingegaan op een aantal initiatieven ten aanzien van energie-efficiency. In deal die is voorzien met VNO-NCW wordt aandacht besteed aan energie-efficiency en het ontwikkelen van energiediensten. Momenteel voeren wij gesprekken met MKB-Nederland. Veel bedrijven, ongeveer 400 à 500, zullen zo'n 20% energie gaan besparen middels de initiatieven die daaruit voortvloeien. Ik zie de motie dus als een aansporing om op dat pad voort te gaan.

Dan kom ik bij de motie van ...

De voorzitter:

De heer Samsom.

Minister Verhagen:

Ja. Hij is inmiddels aanwezig

De voorzitter:

Ja, maar de motie is ingediend door de heer Van Dekken.

Minister Verhagen:

Ik kan de heer Samsom verzekeren dat de heer Van Dekken zijn motie buitengewoon hartgrondig verdedigd heeft. Hij heeft hem ook mede ingediend, net als mevrouw Van Tongeren. In de motie wordt gevraagd om voordat wij überhaupt gaan onderhandelen, onderzoek te doen naar de effectiviteit en de kosten van een Europese verplichting. De indieners zeggen dus: onderzoek eerst wat de gevolgen zijn als de Europese richtlijn aangenomen wordt. Ik ontraad deze motie. Energie-efficiency moet niet op zichzelf worden bekeken, maar in relatie tot de verplichte EU-doelen voor CO2-reductie en hernieuwbare energie. Wij hebben via het ECN al een analyse uitgevoerd van de opties die het constructiefst zijn om de Europese doelen voor CO2 en duurzame energie te realiseren. Het ECN heeft daarbij ook gekeken naar energiebesparingsopties. Naar blijkt, leidt het stapelen van doelen niet tot lagere maatschappelijke kosten, in tegenstelling tot wat de heer Samsom suggereert. Eerlijk gezegd vermoed ik dat de heer Samsom een soort vertragingstechniek wil toepassen met deze motie, aangezien hij een behandelvoorbehoud wil maken: zolang het onderzoek niet uitgevoerd is. Ik ga er niet van uit dat de heer Samsom bang is dat ik goed onderhandel.

De heer Samsom (PvdA):

Dat laatste klopt.

De voorzitter:

Fijn dat u er bent, mijnheer Samsom.

De heer Samsom (PvdA):

Excuus voor mijn late binnenkomst, voorzitter.

Ik wil de minister slechts behoeden voor een faux pas. Zijn onderhandelingstactiek staat namelijk in diametraal tegenovergestelde richting van wat in deze motie beoogd wordt. Dat is de reden voor het laatste dictum van de motie. De overwegingen van mijn motie gaan niet over energiebesparing in Nederland. Ik betoog juist dat een Europese doelstelling met een verdeelsleutel over diverse landen ons Europa in staat stelt om meer energiebesparing te realiseren tegen minder kosten, omdat je in Roemenië bijvoorbeeld enorme klappen kunt slaan zonder dat je hier in Nederland allerlei dure maatregelen hoeft te nemen. Dit is precies wat in deze motie beoogd wordt. Ik hoop dus ook dat ik op de steun kan rekenen van dit Europagezinde kabinet.

Minister Verhagen:

Ik ben het ermee eens dat wij ons ervoor moeten inzetten om maatregelen te treffen in de landen waar grote slagen te slaan zijn. Daar zit het probleem ook niet. Het probleem ontstaat als je een subdoel en een substreefwaarde nog eens opneemt en verplicht stelt voor alle andere lidstaten. Daarmee komt er een stapeling van doelen die niet leidt tot het door Nederland beoogde doel. Ik ben het op zich van harte eens met de heer Samsom dat er extra maatregelen moeten worden genomen in Midden- en Oost-Europese landen. Daarvoor is dit alleen niet het juiste instrument.

Tot nu toe ben ik net als de meerderheid in de Kamer van mening dat we de richtlijn moeten veranderen. Dat wil de heer Samsom niet; hij wil hem nog verder uitbouwen. Onze opvattingen hierover verschillen dus gewoon. Het zal de heer Samsom niet verbazen dat ik deze motie ontraad.

De voorzitter:

Over de moties zal vandaag aan het einde van de vergadering gestemd worden.

De vergadering wordt van 10.52 uur tot 11.00 uur geschorst.

Voorzitter: Heijnen

Naar boven